12-05-07

CATANIA, ONDER DE VULKAAN

catania,sicilie,nacht,alleen,autobiografie,nachtleven,steden,vulkaan,etna


Teruggevonden notities.

's Avonds alleen op het terras van the Other Place in Catania maak ik de volgende notities:
"Catania lijkt een gezellige stad. Is dat alleen vandaag zo? Vandaag is het een jaar geleden dat ik werd overvallen en in elkaar geramd. Toch laat Laura mij alleen in deze stad, waarvan beweerd wordt dat ze gevaarlijk is. Maar laat ik niet aan zelfbeklag doen. Wie moe is, is moe. En wie van de nacht houdt, houdt van de nacht.
Maar wie alleen is wil soms ook wel eens sterven. Bij mij is dat toch zo. Als ik alleen ben, ben ik echter ook sterker. Ben ik beter opgewassen tegen de dood. Als ik alleen ben, wen ik aan het alleen zijn.

Wie had kunnen verwachten dat Catania zo levendig zou zijn. Ik had een donkere, dreigende stad verwacht, helemaal opgetrokken uit lavasteen. De schroeiende zon heft dat dreigende op, laat het zwart een hele dag lang baden in licht. En de hitte die 's avonds in de straten blijft hangen, verwarmt je geest en verjaagt je boze gedachten. Ik zou de sfeer hier niet meteen vrolijk noemen, of uitbundig, maar er is toch iets lichts rondom mij, dat aanstekelijk werkt. Misschien voel je je zo in de nabijheid van een vulkaan. De Etna is hier maar dertig kilometer vandaan. Maar die aangename sfeer geeft ook duidelijke contouren aan mijn eenzaamheid. Ik zit hier alleen in mijn boekje te noteren, er mij van bewust dat de mensen rondom mij me zitten te bekijken.

Wat is een gevaarlijke stad? Het gevaar zit vooral in jezelf en in degenen die je liefhebben. Al de rest heeft weinig belang. Als niemand je liefheeft heeft niets belang. De enige stad die telt is de stad van de liefde - en haar spiegelbeeld, de stad van de haat. (Huwelijk en scheiding, vader en zoon, hemel en hel...).
Ze lopen met hun lichaam rond. De vrouwen. De mannen. Wij lopen met z'n allen met ons lichaam rond. Mijn lichaam berust in zichzelf, zijn aftakeling. Mijn lichaam is voorbijgegaan. Ik heb het laten voorbijgaan. Momenten, uren, dagen zijn aan mij voorbijgegaan. Vrouwen, kinderen, mannen. Religies zijn aan mij voorbijgegaan. Ismen zijn aan mij voorbijgegaan. Vrienden, kennissen, relaties zijn aan mij voorbijgegaan.

De vulkaan die er is. Achter mij en voor mij. De vulkaan waar ik van gedroomd heb. Die mij zou beschermen tegen de goden. Zwart en vurig tegen het witte schuim, het papier. Wit schuimend speeksel. De vulkaan is er en ik denk aan de sprong van Empedocles. Dezelfde sprong maken? Dat alles ophoudt. Dat degenen die achterblijven de brand dan maar blussen? De vulkaan nodigt mij uit. En een god en een anti-god en een mens van vlees en uitgestippelde wegen.

De vulkaan is er en laat mij in mezelf verdwalen. Ik wil uit mezelf verdwijnen. Zoals Empedocles na al zijn dorre jaren. Zoals Hölderlin. Onder de vulkaan worden alle leugens ondraaglijk. Hoe te zijn?"

04-04-06

ONTSNAPPEN AAN DIONYSUS EN APOLLO


Sinds ik dat Sargasso-kroontje heb gekregen lijk ik aan writer’s block te lijden. Hoe is dat mogelijk? Die lauwerkrans zou me net moeten stimuleren. Maar misschien ben ik gewoon te moe, vanwege het vele werk en allerlei andere beslommeringen en zorgen.

Bij Evy las ik over Dionysus en Apollo. Er staat “dat je zo veel mogelijk moet ontsnappen aan Apollinische beschavingspogingen. Dat je minstens één keer per dag naar de lucht, of naar de sterren moet kijken. Je overgeven aan de stroom van het leven.” Ik ben het daar volledig mee eens. Ik zou dat maar al te graag doen, ontsnappen aan de Apollinische beschaving. Maar ik kan dat niet. Ik ben niet vrij. Ik heb geen keuze? Soms is er wel eens, helemaal onaangekondigd, een uitweg uit de routine, het alledaagse. Je slaat een zijweg in en ziet de dingen zoals ze zijn: extase. Maar hoe komt het dat je die zijweg inslaat? Ben jij dat? Of laat je je leiden door iets onbekends? (Freud zou dit het onbewuste noemen, denk ik).

Maar dan nog. Als ik me vanuit een vrije wil zou kunnen overgeven aan Dionysus zou ik toch nog aarzelen. Want het lijkt me gevaarlijk. Het doet me denken aan een sprong in de chaos, of in de Etna, zoals Empedocles, en aan de waanzin van Nietzsche. Wij hebben ook orde nodig, redelijkheid, moraal, schoonheid. Dingen die ik allemaal als apollinisch beschouw. Dionysus staat dan voor de roes, de extase, en uiteindelijk (zelf)vernietiging.
Natuurlijk is hier al zeer veel over nagedacht en geschreven, maar dat geeft niet. Ik denk dat we hier bij de basis van onze cultuur zijn aanbeland. Nu ga ik even naar de wolken kijken. Met dank aan Evy voor de inspiratie.