26-02-16

LIEFDE, CYNISME, KLEINE EN GROTE OORLOG

neko case3.jpg


Eerst de ergernissen. Wie is P.B. Gronda? Hoe lang zou hij nadenken voor hij aan een column begint? En hoe lang eraan werken? In zijn meest recente column in Focus Knack – de eerste die ik van hem lees, ik lees zelden columns – schrijft hij onder meer dat mensen niet van muziek houden voor de muziek en voetbalsupporters niet echt van de voetbalploeg waar zij supporters van zijn. Hij geeft enkele voorbeelden: Oasis, Sufjan Stevens, AA Gent en RSC Anderlecht. “Op een bepaald moment”, merkt Gronda op, “zodra de naam gemaakt is, zijn de liedjes van de band of de prestaties van het team van weinig tot geen belang meer. Het gaat vanaf dan meer over een positie in de maatschappij en het gevoel dat je eigen stem versterkt wordt door een grote machtige entiteit: een rijke voetballer en zijn club, een rockster en zijn band.” Het komt erop neer dat mensen van een bepaald soort muziek, van een bepaalde voetbalploeg houden om zich te definiëren, zich te onderscheiden van de anderen, wil Gronda zeggen, meen ik te verstaan. Wat een cynische psychologie, wat psychologisch cynisme. Moet ik werkelijk geloven dat ik niet echt van de songs en elpees van Tim Hardin, Patti Smith, Neko Case, Jeffrey Lee Pierce houd, dat hun muziek mij niet ontroert, dat het mij alleen om een attitude te doen is, om bij een bepaalde groep te horen en bij een andere dan weer niet. Daar geloof ik niets van. Ik geloof dat muziekliefhebbers echt houden van de muziek waar ze van houden, dat de liedjes van hun muzikale ‘helden’ diepe gevoelens bij hen oproepen, hen omzeggens betoveren. Bij voetbalsupporters gebeurt zeker iets gelijkaardigs, maar op een andere manier. Wel begrijp ik dat er meelopers zijn, maar om dat dan te gaan veralgemenen?

Bleri_Lleshi_liggend.jpg

Een paar dagen geleden zag ik auteur/filosoof Bleri Lleshi in De Afspraak – een min of meer onuitstaanbaar programma op Canvas – om er over de liefde te praten. Ik heb zijn boek, ‘Liefde in tijden van angst’, nog niet gelezen, weet hoegenaamd niet of het alleen maar over liefde als agape gaat, of ook over erotische liefde en liefde als vriendschap (en welke andere vormen van liefde er ook nog mogen wezen). Maar ik volg Lleshi in zijn stelling dat de liefde een afdoend antwoord is op de angst die de samenleving nu teistert. Jammer genoeg gaf de arrogante en ook al cynische presentator Bart Schols de schrijver geen enkele kans om zijn stelling te verduidelijken. “Onnozele idioot”, las ik in de lichaamstaal van de presentator, “wat kom jij hier over de liefde leuteren!” Zo vernederend en beledigend was dat, dat ik mij werkelijk zat te schamen. Nog een geluk dat de door het volk beminde psychiater Dirk De Wachter zich achter Bleri Lleshi schaarde. Zo kon ik dan toch met een enigszins rustig gemoed beginnen te kijken naar de wat bizarre film ‘The Shout’ (1978) van Jerzy Skolimowski.

HOPPER OFFICE IS A SMALL CITY.jpg

Gisteren bij IVD ging het over mijn toenemend ongemak wanneer ik me onder mijn soortgenoten begeef. Mijn onvermogen tot small talk. Pijnlijke stiltes, die minuten kunnen duren. Zelfs face to face, wat tot voor kort een genoegen was, worden gesprekken moeilijker, tenzij ik enkele glazen bier of wijn drink. Ik trek me terug in mijn ‘eigen’ wereld, maar welke wereld dat is en hoe hij eruitziet weet ik niet. Niet dat ik al actief banden aan het verbreken ben, maar ik onderhoud de vriendschappen niet, ik blijf in stilte wachten op een af ander teken. Ik praat met haar over depressie en zelfmoord in de literatuur. Daar las ik over in ‘Americana’ van Joost Zwagerman. Ernest Hemingway, Sylvia Plath, William Styron, David Foster Wallace, ze zijn met zovelen. ‘Darkness Visible’ van Styron heb ik destijds twee of drie keer gelezen. Ik herkende mij er gedeeltelijk in – maar ik leed toen zelf aan een depressie, veroorzaakt door een onhoudbare situatie op het werk. Mijn baas nam me een voor een mijn taken en verantwoordelijkheden af, waardoor ik op den duur hele dagen zat te niksen, terwijl ik ernaar snakte dat van mijn gaven, die ik zeker bezat, nuttig gebruik zou worden gemaakt. Dat is echter verleden tijd, vergeven maar niet vergeten. Zodra ik daar weg was, was de depressie ook weg.
Nu herken ik mij in een aantal karaktertrekken en attitudes - bij depressieve schrijvers - die Zwagerman in ‘Americana’ beschrijft. Kwetsbaarheid, niet kunnen omgaan met kritiek, met afwijzing, je in jezelf terug trekken, het gevoel hebben dat je geen gevoel meer hebt, dat niets je nog raakt, zelfs de mooiste muziek niet. Maar een depressie lijkt het nog niet te zijn. Ik sta vroeg op, geniet van het ontbijt, probeer te schrijven, lees verhalen en romans, ben nieuwsgierig naar waar de facebookvrienden mee bezig zijn en wil daar zelf ook dingen delen, kijk ’s avonds naar een film, drink een Rochefort, soms twee. Zo lang als het mogelijk is geen antidepressiva voor mij. Maar ik ben er niet zo gerust in. Het heeft ook niet alleen met mezelf te maken, integendeel. Terwijl ik dit schrijf worden mensen gefolterd, misbruikt, verkracht en gedood, worden steden en landschappen verwoest.
hemingway.jpg

A. vindt de stem van Patty Griffin irriterend, voor mij is ze echter rijk en expressief (niet aangenaam, of mooi, dat niet). Haar stem is die van het harde leven, je hoort er de pijn van de ziel in, verdriet, rouw; maar ze drukt ook hunker, lust, liefde uit. De muzikanten die haar begeleiden voelen elke nuance in haar stem aan en vertalen die naar hun instrumenten, borduren erop verder, en vervolmaken ze – elk in hun heel eigen stijl, wat je bijvoorbeeld hoort in hoe ze de snaren aanraken – tot er een song ontstaat die af is. Een song die, zoals een meanderende rivier in een Amerikaans landschap, perfect is ingebed in een album – in dit geval is dat het juiste woord. Album. Ik heb het over Patty Griffins ‘American Kid’.
PATTY GRIFFIN AMERICAN KID.jpeg

Afbeeldingen: Neko Case; Bleri Lleshi; Edward Hopper, Office in a Small City; Ernest Hemingway; Patty Griffin, American Kid.

17-10-14

WE MELT INTO EACH OTHER WITH PHRASES

La_maman_et_la_putain.png

Dat ik – zoals ik gisteren beweerde - maar één collega vond met wie ik over boeken kon praten moet ik nuanceren. Zeker kon ik met meerdere collega’s praten over boeken, soms lange gesprekken voeren zelfs. Maar er zijn verschillende manieren om dat te doen. Ik denk nu aan twee manieren, maar dat er meer zijn hoeft niet betwijfeld te worden.

De eerste manier is vrijblijvend en gezellig: je zit met een vriend, kennis of collega in een café, op de trein, of thuis en vertelt over wat je aan het lezen bent, of je het goed vindt, waarom, waarover het gaat, et cetera. Een plezierige manier om de tijd te verdrijven, niets verkeerd mee. De tweede manier is die van de versmelting, waar ik het gisteren al over had. Jij en je gesprekspartner worden naarmate de dialoog vordert meer en meer één met de boeken, met de schrijvers, zoals, opnieuw, in de film ‘Fahrenheit 451’ van Truffaut. Tegenover jou zit Edgar Allan Poe, zit Arthur Schopenhauer, zit Jorge Luis Borges, zit Virginia Woolf. Sterker nog: terwijl jullie over boeken praten versmelten jullie met elkaar. Virginia Woolf drukt het in haar roman ‘The Waves’ zo uit:
“But when we sit together, close,’ said Bernard, ‘we melt into each other with phrases. We are edged with mist.
We make an unsubstantial territory.”


Ik vermoed dat je in je leven maar weinig mensen ontmoet met wie je zulke diepe (of beter: intense) gesprekken kunt voeren, niet alleen over romans, gedichten, filosofische verhandelingen, maar ook over films, kunstwerken, theater, muziek, en meer nog over het leven, over jullie levens, over emoties zoals verdriet, pijn, boosheid, teleurstelling, genot. Niet de emoties op abstracte wijze natuurlijk, maar zoals ze zich in je dagelijks leven manifesteren. Over blijdschap en vreugde gaan de gesprekken zelden: dat zijn emoties die je op zulke momenten voelt. Die weinige mensen zijn je ware vrienden. Wat niet betekent dat je andere vrienden vals zijn, onecht, zeker niet. Maar met hen heb je een andere band; hen kun je vaak niet duidelijk maken waarom je hen graag ziet; dat weet je meestal zelf niet eens.

Dat was de nuance die ik aan mijn woorden van gisteren wilde toevoegen. In de jaren negentig was er maar één collega met wie ik, als de sterren goed stonden, op die tweede manier kon praten. Het gebeurde niet elke dag, niet elke week, maar het gebeurde en dat was goed.

 

2012_11_PORTO_VOLLEDIG 245.JPG

...

Foto's: La maman et la putain, Jean Eustache; Porto 11 11 2012, Martin Pulaski.

12-10-12

HET VERRADERLIJKE HART

pijn, angst, hart, ziekenhuis, onderzoeken, ziektegeschiedenis, slokdarm, cardioloog, gastro-enteroloog, gastroscopie, coronarografie, levenswil, emoties, facebook, plezier, vluchten, herinneringen, vrienden, divertikel, zenker, doppler-echo, slikken, toeval, aders, slagaders, bloed, herstel, gezondheid

Francis Bacon, Three Studies For A Crucifixion, 1962.
 

“Ik weet uit ervaring dat er soortgenoten bestaan die niet over gevoelens, emoties (pijn, verdriet, rouw, woede, verliefdheid, liefde) willen spreken of er niet mee geconfronteerd willen worden. Het komt me voor dat ze willen doen alsof we in een wereld leven waar alles perfect is. Is het een Angelsaksische manier van in-de-wereld-zijn? Ik weet het niet. En het maakt me niet uit.

Wat ik wil zeggen is dit. Morgen breng ik mijn dwaze hart naar het ziekenhuis (Sint-Jan / Saint-Jean). Overmorgen mag ik weer naar huis. Maar ik maak me zorgen over wat mogelijk aan het licht komt. Ik hoop dat ik niet opnieuw drie maanden in zo’n hel moet doorbrengen. Dat ik vrijdag opnieuw onbezorgd naar mooie liedjes kan luisteren, boeken lezen, films zien, naar theater gaan, wandelingen maken, vrienden ontmoeten, liefde geven en krijgen. En veel wijn drinken en leugens vertellen. Want de waarheid kent alleen god, en god, zegt men, bestaat niet.”

Het bovenstaande schreef ik vorige dinsdagavond op facebook. Met die ‘hel’ bedoelde ik de drie maanden die ik vorige zomer doorbracht in een ander ziekenhuis, “dapper vechtend tegen de dood”. Het is nu vrijdag. Ik kan opnieuw enigszins onbezorgd naar mooie liedjes luisteren, boeken lezen, films zien, et cetera. Mijn hart is relatief gezond en sterk. Ik mag doorgaan met wijn drinken en leugens vertellen.

Op facebook staken zeker wel veertig vrienden me een hart onder de riem. Een toepasselijke uitdrukking in deze context. Ik beweer niet dat zij voor het opmonterende resultaat hebben gezorgd, maar ze hebben wel elke vorm van angst voor het toch wat akelige onderzoek, een coronarografie, weggenomen. Een van hen, mijn lieve vriendin Ingrid Van Kogelenberg, schreef dit:   “Lieve M., dat hart van jou dat slaat op het ritme van de mooiste dingen van deze wereld, die spier die geoefend is in het incasseren, pareren, liefhebben, dat is zo getraind in het leven dat het meer kan weerstaan dan je bange vermoedens. Dit komt goed. Daar ben ik zeker van.” Zo was het en zo is het. Geen magere troost, maar de waarheid.

Wat is er gebeurd? Wanneer het precies begonnen is weet ik niet meer. Enkele dagen voordat ik naar Stockholm vertrok, eind juni, kreeg ik pijn op de borst, soms hield die aan, soms was het alleen bij inspanningen, soms werd ik er wakker van en kon ik de slaap niet meer vatten. De huisarts verwees me door naar een gastro-enteroloog en naar ‘mijn’ cardioloog. De pijn kon een symptoom zijn van een slokdarmontsteking of van een hartkwaal.  Gastroscopie bracht niets aan het licht, tenzij een divertikel van Zenker. Dat is een zakje bovenaan in de slokdarm, wat het slikken bemoeilijkt en nogal wat spijsverteringsproblemen veroorzaakt. Het moet verwijderd worden. De specialist wilde zijn diagnose bevestigd zien door radiografie en scan. Uit de scan bleek dat ik forse aderverkalking had in de halsslagaders. Paniek! Nader onderzoek in het ziekenhuis, een Doppler-echografie, stelde me echter gerust. De aderverkalking is helemaal niet fors: het bloed kan ongehinderd naar mijn hersens worden gepompt. Vandaar mijn goed geheugen en mijn verbeeldingskracht. Maar de pijn in de borst was nog niet weg. Mijn hart moest nog worden onderzocht. Inmiddels had ik al een afspraak gemaakt voor ziekenhuisopname en operatie van het divertikel van Zenker. Een grondig onderzoek van het hart gaf een positief resultaat tijdens de fietstest: ik kreeg felle pijn in de borst bij niet al te zware inspanning. De cardioloog raadde mij aan om een coronarografie te laten doen. Hij voegde eraan toe dat geen enkele anesthesioloog mij zou willen verdoven zolang er geen duidelijkheid was over de toestand van mijn hart en bloedvaten.
Dat is nu allemaal achter de rug, behalve de verwijdering van het divertikel, wat kennelijk maar een lichte ingreep is. En de pijn in de borst? Daar heb ik geen idee van. Maar ik vermoed heel sterk dat allerlei emoties, angst, verdriet, woede, jaloezie, tederheid, schuldbesef, et cetera daar een grote rol in hebben gespeeld.

Ik weet niet goed waarom ik dit allemaal vertel. Misschien om mensen gerust te stellen die iets vergelijkbaars moeten doorstaan. Misschien ook om te verduidelijken waarom ik de laatste maanden zo weinig heb geschreven en waarom ik soms nog zwartgalliger was dan men van mij gewoon is. En voor mezelf verklaart het waarom ik op de vlucht ging naar Londen, naar Stockholm; waarom ik na tien jaar mijn broer weer ging opzoeken, waarom ik in Namen en Maastricht herinneringen aan mijn kinderjaren en adolescentie wilde opwekken. En zo besef ik eens te meer dat het leven een aaneenschakeling is van toevalligheden. Mocht ik die pijn op de borst niet hebben gevoeld was er niets van het bovenstaande gebeurd. Maar wat zou er dan wel gebeurd zijn, dat is de vraag.

 ...

Le coeur a ses raisons que la raison ne connaît point.
Blaise Pascal

03-10-12

MOGELIJKHEDEN WAAROVER MENSEN MOETEN KUNNEN BESCHIKKEN

 

modigliani.jpg

Amedeo Modigliano, Nu couché aux bras levés, 1916. (De emotionele hechting van de schilder aan zijn model.)

Ook al geloof ik niet in essenties, al niet meer sinds ik me op mijn dertiende afkeerde van het katholicisme, moet ik soms toch tot een bepaalde vorm van essenties, van geboden, richtlijnen, morele normen, terugkeren. Zoals Martha Nussbaum doet in haar diepgravend werk over de menselijke emoties, ‘Oplevingen van het denken’. Essentieel voor Martha Nussbaum is bij de mens het mededogen. In een hoofdstuk getiteld ‘Mededogen in het publieke domein’ somt zij de tien - voor haar - belangrijkste mogelijkheden op waarover mensen moeten beschikken. Ik wil er op dit ogenblik een daarvan nog eens onder de aandacht brengen, met name de mogelijkheid in verband met de emoties zelf (die lijkt mij, zeker in de context van haar boek, de meest pertinente):

 

“Mensen moeten de mogelijkheid hebben zich te hechten aan dingen en mensen buiten zichzelf, ze moeten mensen kunnen liefhebben die hen liefhebben en om hen geven en verdriet kunnen hebben als die er niet zijn; in het algemeen moeten mensen de mogelijkheid hebben liefde, verdriet, verlangen, dankbaarheid en gerechtvaardigde woede te ervaren. De emotionele ontwikkeling van mensen mag niet worden verijdeld door angst en vrees.”

Waarmee ik niet wil zeggen dat de negen andere belangrijke mogelijkheden die Nussbaum opsomt voor mij onbelangrijk zijn. Je kunt ze terugvinden op pagina 357 van haar boek, een werk dat iedereen die om zichzelf en om andere mensen geeft, en niet alleen om andere mensen, maar ook om dieren en planten, zou moeten lezen, ook al is het soms een harde noot om te kraken. Maar om bewust en weldoordacht het goede te kunnen doen moet je je soms al eens inspannen. 

21-08-12

WOORDEN ZIJN SEKS, ZEI JE ii

Living, Thinking, Looking.jpg




Al een aantal dagen kan ik op mijn weblog niet meer antwoorden op commentaren die bij mijn teksten worden gegeven. Een bizarre situatie: je hebt een blog, je denkt dat die jouw intellectuele eigendom is en dat je ermee kan doen wat je wilt, rekening houdend met een aantal legale en ethische voorwaarden. Mocht hoochiekoochie niet zo populair zijn (dat vermoed ik, afgaande op de teller die hier links in de marge staat) zou ik mijn geluk elders zoeken, maar dat lijkt me nu niet zo’n goed idee.

Voorlopig zal ik mijn replieken en bedenkingen dan maar als ‘nieuwe’ teksten publiek maken, met verwijzing naar de plaatsen waar ze eigenlijk zouden moeten staan. Omslachtig, maar ik vind geen andere oplossing.

Bij “Woorden zijn seks, zei je” schreef ik de volgende bedenking:

"Alles begint met een woord." Dat niemand daar iets tegenin brengt - op een blog - betekent nog niet dat de bewering waar is. Bij Siri Hustvedt las ik heel specifiek over kleuren het volgende: "We feel colors before we can name them. Colors act upon us pre-reflectively. A part of me feels red before I can name red. My cognitive faculties lag behind the color's impact. Standing in a room, I look first at the vase of red tulips because they are red and because they are alive." In: "Living, Thinking, Looking", 2012.

Overigens verdient de uitgever van Siri Hustvedts essaybundel een prijs voor de look van het boek. Mooie layout, gracieus lettertype, heerlijk papier om aan te raken en aan te ruiken.  

26-05-12

MAAT VAN ALLE DINGEN

 

duanemichals 2.jpg
Foto: Duane Michals

 

Sommige mensen gaan stuk van sport.
Sommige van gul lachen.
Sommige van zwaarlijvigheid.
Sommige van myasthenia gravis.
Sommige mensen gaan stuk van motoren.
Sommige mensen van eenzaamheid.
Sommige van te lang alleen zijn.
Sommige van geruchten en rumoer.
Sommige van meditatie.
Sommige van de nabijheid van een idyllisch park.
Sommige van opgezette haaien.
Sommige mensen gaan stuk van het zien van een lelie.
Of van een andere bloem.
Sommige van zuchten.
Sommige van twijfel.
Sommige van te lang vliegen.
Sommige mensen gaan stuk van Paul Auster.
Sommige van ijverzucht.
Sommige van Tristan en Isolde.
Sommige mensen gaan stuk van verveling.
Sommige van teveel.
Sommige van te weinig.
Sommige van kogels.
Veel mensen gaan stuk van honger.
Veel meer van dorst.
Sommige mensen gaan stuk van bommen.
Sommige van misprijzen.
Sommige van haat.
Sommige van bezittingen.
Sommige van exotische vlinders.
Sommige mensen gaan stuk van liefde.

07-04-12

EMOTIES IN SOUL / ZERO DE CONDUITE

don covay.jpg

Zéro de conduite is een programma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Heerlijk als je druk bezig bent in de keuken, of bij het aperitief, en later aan tafel! Stem af op 106.7 FM. Je kunt het programma eveneens via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

Vandaag geven we aandacht aan emoties, zoals die aan bod komen in soulmuziek. Wat dat betreft lijkt dit genre op country, alleen kun je er prettiger op dansen. Niet alles wat vanavond aan bod komt is ‘pure’ soul: we zijn dan ook nooit puristen geweest. Wat dan wel de revue passeert is de passie die je aantreft in songs van schrijvers als Dan Penn, Spooner Oldham, Bert Berns, Jerry Ragavoy, Eddie Hinton, Swamp Dogg (Jerry Williams Jr.), Allen Toussaint en vele anderen – en de passie in de uitvoering van vooral zwarte zangeressen en zangers uit het Zuiden van de Verenigde Staten. De negativiteit van emoties en gevoelens als verdriet, jaloezie, woede, van allerlei vormen van psychische pijn, wordt opgeheven in de intensiteit van de zang, de funk van het ritme en de subtiliteit van de toetsen. Overigens gaat soul niet altijd over donkere gevoelens en noir-achtige toestanden als overspel, bedrog en verraad: soms is deze muziekvorm pure extase, opwinding, liefde, empathie en mededogen. Alle songs die aan bod komen zijn nooit minder dan geïnspireerd door iets wat op het vuur van de ‘heilige geest’ lijkt. Alleen hebben deze zangers, zangeressen en sessiemuzikanten zich – sinds de soul gospel van Ray Charles ‘I Got A Woman’  (1955) - van het onderdanige geloof in een kerkelijke god afgewend en zijn ze verwikkeld in een brandende, zowel primitieve als complexe liefdesgeschiedenis. Hun aandacht gaat naar wat vergankelijk is, naar de glanzende huid, het kloppende hart en het mysterie van de materiële ziel. Naar de intense gevoelens, emoties en passies van mensen zoals jij en ik.

irma thomas.jpg

 

Twist And Shout  (1962) – The Bert Berns Story Vol 1 – The Isley Brothers
Mojo Hannah (1964) – The Bert Berns Story Vol 1 – Little Esther Phillips
I’m A Man Of Action (Jimmy Hughes, 1967) – Why Not Tonight – Jimmy Hughes. Vooral bekend van de hit Neighbor, Neighbor.
You Better Move On (Arthur Alexander, 1961) – The Fame Studio Story 1961-1973 – Arthur Alexander
Out Of Left Field (Atlantic, 1967) – Sweet Inspiration / The Songs Of Dan Penn & Spooner Oldham – Percy Sledge
Sweet Inspiration (Atlantic, 1968)- Sweet Inspiration / The Songs Of Dan Penn & Spooner Oldham – The Sweet Inspirations
Turn On Your Love Light (Bobby Bland) – The Story Of Them – Them
Mercy Mercy  (Don Covay) – Out Of Our Heads – The Rolling Stones.
Take This Hurt Of Me – Mercy! (Atlantic 1965) – Don Covay
You Left The Water Running (demo)(1967)- The Fame Studio Story 1961-1973- Otis Redding
Look Away (1964) - The Bert Berns Story Vol 1 – Garnet Mimms
When Something Is Wrong With My Baby (Hayes, Porter, 1967)– Take Me To The River / A  Southern Soul Story – Charlie Rich
The Hurt’s All Gone (1965) – The Jerry Ragavoy Story – Time Is On My Side – 1953-2003 – Irma Thomas
I’ll Be A Liar (1963) - The Bert Berns Story Vol 1 – Betty Harris
Get It While You Can (2001-versie met alleen piano) - The Jerry Ragavoy Story – Time Is On My Side – 1953-2003 – Howard Tate
Searching For My Love (Bobby Moore, 1967)- The Fame Studio Story 1961-1973 – Bobby Moore & The Rhytm Aces
She Ain’t Gonna Do Right (Penn, Oldham, 1966)- Take Me To The River / A  Southern Soul Story – James & Bobby Purify
Why Don’t You Try Me (1968)  - The Fame Studio Story 1961-1973 – Maurice & Mac
People Sure Act Funny – Soul Directions (1968) – Arthur Conley
Search Your Heart (George Jackson) - The Fame Studio Story 1961-1973 – George Jackson.
Vooral bekend in de uitvoering van Wilson Pickett met Duane Allman op gitaar. De versie van George Jackson is subtieler.
He Ain’t Gonna Do Right (Atlantic 1968) - Sweet Inspiration / The Song Of Dan Penn & Spooner Oldham – Barbara Lynn
I’ve Gone Too Far (Chess) – Call My Name / Muscle Shoals Sessions – Etta James
Barefootin’ (Hi) – The Hit Sound Of Willie Mitchell – Willie Mitchell. Bekend als producer van Al Green.
Come On (Let The Good Times Roll) (Earl King) – Electric Ladyland (1968) – Jimi Hendrix Experience
Chokin’ To Death (From The Ties That Bind) (1967) – It’s All Good / A Singles Collection – Swamp Dogg
Thread The Needle (demo) (Clarence Carter, 1967) - The Fame Studio Story 1961-1973 – Clarence & Calvin
Fancy (Bobbie Gentry, 1969)- The Fame Studio Story 1961-1973 – Bobbie Gentry
Raining In Memphis – Nobody’s Fool (1973) – Dan Penn
Nobody’s Fool – High Priest - Alex Chilton
Yeah Man – Very Extremely Dangerous (1978) – Eddie Hinton
Watching The Trains Go By - Sweet Inspiration / The Songs Of Dan Penn & Spooner Oldham – Tony Joe White
You Ought To Be With Me – The Hi Singles – Al Green
Soul Sister – Life, Love And Faith (1972) – Allen Toussaint
Keep On Marching – Fire On The Bayou (1976) – The Meters
Get Involved (1973)- The Fame Studio Story 1961-1973 – Georges Soulé. Een blanke zanger propageert Black Power
Love Cry – The Impulse Story – Albert Ayler

the-meters-fire-on-the-bayou-.jpg

Research en presentatie: Martin Pulaski

06-03-12

FRAGMENT VAN EEN GESPREK OVER VRIENDSCHAP, VERLIEFDHEID EN LIEFDE*

brassaï zonder titel.jpg
Brassaï, Zonder titel.



Op een lenteavond zat ik met Roberta in de Cirio, het enige café in Brussel waar geen storende muziek wordt gedraaid en waar je bijgevolg nog kunt converseren.
Ken je dat lied van Chet Baker, ‘I Fall In Love Too Easily’, vroeg Roberta.
Er volgde een korte, wat ongemakkelijke stilte.
Nee, zei ik, dat ken ik niet. Waarom vraag je me dat? Heb je het over mij of over jou? Zelf herken ik mij wel in die titel.  Als ik op die manier verliefd word is het niet serieus. Terwijl verliefdheid normaal gezien toch bijzonder ernstig is.  Ik word vaak verliefd, maar op een vluchtige manier. Er is een korte opstoot van adrenaline en daarna is alles weer egaal.
Egaal, zei ze, dat woord hoor je niet veel meer, is dat wel correct Nederlands? Maar ik had het over een lied hoor, Martin.
Das ist mir ganz egal, zei ik. Soms zie ik een mooie vrouw in de metro, of een passante op de Guldenvlieslaan, en ik voel de verliefdheid meteen zinderen in mij. Zodra echter het ‘object’ uit mijn blikveld is verdwenen is ook de verliefdheid weg.
De vraag is of dat wel verliefdheid is, zei ze. Misschien is het nog iets anders. Verliefdheid gaat toch diep, en datgene waar jij het over hebt lijkt me zo vluchtig.
Dat is zo, zei ik. Heel vluchtig.  Misschien noem ik het verliefdheid omdat ik ervan uitga dat ik verliefd moet zijn om iets voort te brengen. Het valt niet mee om bijvoorbeeld een gedicht te schrijven als je niet verliefd bent.
Neemt u mij niet kwalijk, maar ik ben alvast niet verliefd op jou, zei ze. Het is iets helemaal anders, wat ik voor je voel. Je zou het liefde kunnen noemen, maar het lijkt veel meer op vriendschap. Wat ik voor je voel is complexer dan verliefdheid maar doet minder pijn. Als je van iemand houdt in de betekenis van liefde, dan wil je die persoon toch gaarne heel vaak zien? Dat heb ik niet met jou. Wat niet betekent dat ik niet graag bij je ben.
Bedoel je dan platonische liefde, vroeg ik.
Ja, zo zou je het kunnen noemen, zei ze. Maar dat is voer voor filosofen. Liefde kan verwoesten, en dat wil ik niet. De vriendschap die ik voor jou voel is vooral mooi. Het is me om die schoonheid te doen. Die mag niet worden aangetast door heftige emoties. We kunnen alleen maar voor altijd vrienden blijven als onze emoties niet de overhand krijgen.
Ik heb slechte ervaringen met vriendschap, zei ik. Als je je een tijdje terugtrekt in jezelf vergeten je vrienden je snel. En zeker als het slecht met je gaat. Nobody knows you when you’re down and out. Alleen iemand die je met hart en ziel liefheeft blijft je trouw.
Vriendschap is een zware opgave, zei ze. Maar zo zie ik nu eenmaal de liefde die ik voor je voel.
Dat is mooi, zei ik. En ik begrijp je volkomen. Toch heb ik meer nodig in mijn leven. Het hartverscheurende avontuur van de verliefdheid en de liefde. En ik bedoel nu niet die vluchtige beroeringen van de ziel waar ik het zojuist over had. Ik heb het over passie, amour fou. Ik moet branden, in twee richtingen. Branden en verbranden. Begrijp je?
Ja, ik begrijp je heel goed. Ik ben bijna voortdurend op zoek naar zulke liefde. Vurig, passioneel. Maar met jou is het anders. Bij jou heb ik dat nooit gezocht.
Ja, zeg ik, ik weet het, ik weet het, Roberta.

Ik doe er een poos het zwijgen toe. Een veelzeggende stilte waar geen taal voor bestaat, alleen muziek. Kon ik toch de blues zingen, zoals Little Willie John en Blind Willie McTell. Of een lied schrijven als ‘Today’ van Jefferson Airplane, en mij aan die daad helemaal overgeven, zoals aan een warme vrouw, die je aankijkt met het vuur van de liefde in haar ogen.

***

*Een vroege versie van deze dialoog verscheen hier op 19-11-2007 onder de titel ‘I Fall In Love Too Easily’.

amourfourivette.png

Bulle Ogier in L'amour fou.

 
 

27-02-12

BEWOGEN DAGEN 5.

 

IMG_1828.JPG

Martin Pulaski, Zonïenwoud, 2005.

Vandaag het vijfde deel van ‘bewogen dagen’. Deze fragmenten van een vertoog over alles en niets ontstonden in de periode 2005-2006. Ik heb ze de voorbije dagen gewikt en gewogen.

41.
Beweerd wordt dat schrijven ondergeschikt is aan vriendschap en liefde. Of is het omgekeerd? De bewering, de vraag is verkeerd. Het is een wisselwerking. Schrijven gaat niet zonder vriendschap en liefde. Wat mij betreft gaan liefde en vriendschap ook niet zonder schrijven.  Een gedicht maken is vaak een daad van liefde of vriendschap, in alle betekenissen van die twee woorden. Een gesprek en een kus monden uit in een gedicht.

42.
In het dagelijks leven voel ik te veel en – schijnbaar - tegelijk te weinig. Soms lijk ik onverschillig, maar ik denk van mezelf dat ik te gevoelig ben. Om die reden heb ik me – onvrijwillig - achter dikke 'muren' verborgen. Muren van glas met openingen, kijkgaten, schietgaten. Een mens wil graag gezien worden, bewonderd, geliefd. Het is verlangen naar het verlangen. Als ik te weinig aandacht krijg word ik ziek.

43.
Psychologie is tijdverlies. Je kunt jezelf niet kennen – en waarom zou je jezelf per sé moeten kennen? Jezelf zitten analyseren terwijl de wereld naar de verdoemenis gaat. Dat is toch beneden alle peil.

44.
Na de weg vooruit leg je altijd noodgedwongen de terugweg af. Het is niet alleen mijn huwelijk, het ligt ook aan mezelf. Ik wil soms ontsnappen, niet uit vrije wil, niet ‘bewust’. Het overkomt me. Ik laat me gaan, val in de diepe put van de nacht. En dan duurt het lang eer ik weer tot mezelf ben teruggekeerd. Ik kan hoegenaamd niet tegen drank: er bestaat niets dat mij meer vermoeit. Gelukkig spartel ik door heel wat weken zonder zulke nachtelijke uitspattingen. Overigens heb ik er niets aan, zelfs geen catharsis, zelfs geen ‘inspiratie’. Ik weet niet waarom ik het doe. Het zal wel periodieke verslaving zijn.

45.
Ik ben naar Jan Decorte geweest. Naar zijn theater gaan is bijna altijd een intense ervaring, pure aanwezigheid, zelfverlies. Ik wilde er graag over schrijven, maar voorlopig is het me niet gelukt. Mijn woorden moeten hem en Sigrid Vinks eren, het moeten goede woorden zijn.

46.
De vraag is of een mens die vaak zwak, ziek, moe is geen belachelijk figuur slaat. Wie neemt zijn gezeur op den duur nog au sérieux? En wie gelooft hem nog als hij zegt dat hij pijn heeft of verdriet?  Zodra je erin verdwaald bent, kun je helaas nooit meer uit dat labyrint.

47.
Bob Dylans ‘Blood On the Tracks’ ligt op.
Een prachtige droevige echtscheidingsplaat. Maar of het zijn beste is, zoals zovelen beweren, betwijfel ik. Voor mij is ze niet rijk genoeg, bezweert ze niet voldoende. Wat de teksten betreft houd ik het meest van ‘John Wesley Harding’, voor de muziek en de emoties verkies ik ‘Blonde On Blonde.

48.
Snakt niet elke mens naar liefde? Krijgt niet elke mens graag aandacht? Maar sommige soortgenoten hebben meer spotlight nodig dan andere. Ik ben daar nogal dubbel in: aan de ene kant wil ik in de belangstelling staan, aan de andere kant bijna onzichtbaar zijn. Hoewel ik het niet graag toegeef heb ik al sinds mijn zeventiende gedroomd van een boek. Een boek uitgeven, dat is wat ik wil. Geloof me nu maar! Gedichten, verhalen, een boek met ideeën (zoals dat van Leopardi), om het even wat, als het maar een boek is, wat woorden op papier, met een omslag rond.

49.
Nietzsche heeft een donkere, gevaarlijke kant. Zoals sommige goeroes dat doen kan hij zoekende jongeren meeslepen in zijn denkavontuur, wat niet zonder risico’s is. Nietzsche doorgronden is niet eenvoudig. Eigenlijk moet je hem jaren lang of zelfs een heel leven bestuderen. Sommigen beschouwen hem met zijn  theorie van de übermensch als een voorloper van het nazisme. Nietzsche heeft inderdaad een aantal absurde dingen beweerd, maar daartegenover staat zoveel rijkdom en oorspronkelijkheid. Er bestaat niet een filosoof of schrijver van wie ik meer heb geleerd dan van Friedrich Nietzsche. Maar ik moet hem wel regelmatig herlezen: een verwittigd man is er twee waard, of drie.

50.
Nogal vaak bewerk ik oudere fragmenten, zoals Walt Whitman deed met zijn originele ‘Leaves Of Grass’, hoewel ik me geenszins met de meester wil vergelijken. Ik schrijf en laat rusten, herneem en herschrijf. Maar het is niet altijd revisionisme bij mij. Soms maak ik ook nog wel eens iets dat helemaal nieuw is.  Reflecties over mensen en dingen rondom me, beschouwingen over kunstenaars zoals Anselm Kiefer, over populaire cultuur, over concerten, over film en theater. Daarbij laat ik me leiden door het toeval, door mijn intuïtie. Ik schrijf over iets wat me op een bepaald ogenblik treft, wat ik opeens zie.

IMG_1482 (3).jpg

Martin Pulaski, Zelfportret met elpee van Merle Haggard en Kill Your Lover t-shirt.

 

07-03-09

ZERO DE CONDUITE: EMOTIES

 muziek,antwerpen,radio centraal,pop,rock,country,emoties,blues,populaire muziek,soul,zero de conduite,106 7

Het is vandaag de eerste zaterdag van de maand: van zes tot acht vanavond is het weer tijd voor Zéro De Conduite op Radio Centraal op 106.7, live beluisterbaar via de website van Radio Centraal.

Het thema vandaag is emoties. Niets bijzonders zul je wellicht zeggen, want gaan niet alle songs, gaat niet alle muziek over emoties? Zeker. Maar ik heb een poging gedaan om vanuit een psychologische / filosofische classificatie voor zoveel mogelijk emoties een of meer liederen te kiezen. Dat was geen eenvoudige opgave, omdat er inderdaad heel veel zeer degelijk ‘materiaal’ is om uit te kiezen, en ik beperk me dan enkel nog tot populaire muziek. (De muziek van klassieke componisten als Mahler, Brahms of Schumann had hier net zo goed in gepast.) Enkele voorbeelden van emoties die aan bod komen: angst, aanvaarding, woede, verveling, empathie, mededogen, misprijzen, nieuwsgierigheid, depressie, verlangen, wanhoop, lijden, ontgoocheling, afkeer, extase, euforie, verdriet, droefheid, rouw, vijandigheid, hoop, vreugde, jaloezie, liefde, medelijden, spijt, bewondering en verwondering. De lijst is niet volledig. Ik laat het aan de luisteraar over om een song met een of meer emoties in verband te brengen. Soms is dat overduidelijk, omdat de titel al alles zegt.

Deze playlist is niet definitief. Zoals altijd moet er op het laatste moment nog geschrapt worden. Zo is er niets zeker en kun je nog verrast worden. En het is ook spannend om in de studio tijdens de uitzending nog te moeten beslissen wat ‘moet’ worden geschrapt. (Mogelijk komt er volgende maand een sequel.) Veel luistergenot!

Emotions – Love – Love

I Pity The Poor Immigrant – Who Knows Where The Time Goes – Judy Collins
Boredom – Everything Playing – The Lovin’ Spoonful
Guilty – Good Old Boys – Randy Newman

Wasted Dream – Poet Of the Blues – Percy Mayfield
Esperanca Perdida – A Certain Mr. Jobim – Antonio Carlos Jobim
Strange Fruit – A Millennial Soundtrack – Billie Holiday
Wish Someone Would Care – Time Is On My Side – Irma Thomas
I Hate You – Nobody’s Fool – Dan Penn
I Don’t Care Anymore – I’m A Loser – Doris Duke
Jealous – Jealous – John Lee Hooker

Stupid Girl – Aftermath – Rolling Stones

Substitute – Meaty Beaty Big And Bouncy – The Who
Positively 4th Street – The Best Of Bob Dylan Vol. 2 – Bob Dylan
(The Angels Wanna Wear My) Red Shoes – My Aim Is True – Elvis Costello
Dirt – Street Hassle – Lou Reed
The Guns Of Brixton – London Calling – The Clash

Leavin It Up To You – The Island Years – John Cale
Why D’Ya Do It [12” Version] – Grass Roots – Marianne Faithfull
Tunic (Song For Karen) – Goo – Sonic Youth
My Mummy’s Dead – Plastic Ono Band – John Lennon
Her Eyes Are Underneath The Ground – The Crying Light – Antony & The Johnsons
Don’t Cry No Tears – Zuma – Neil Young

Do You Realize? – Yoshimi Battles The Pink Robots – The Flaming Lips
You’re So Good To Me – The Beach Boys Today – The Beach Boys

Also Frightened – Merriweather Post Pavillion – Animal Collective
What’s He Building In There – Mule Variations - Tom Waits
Hope For Happiness – Volume One – The Soft Machine
Happiness Is A Warm Gun – The White Album – The Beatles
Take Everything – Among My Swan – Mazzy Star
Carmelita [Alt. Version] – Warren Zevon – Warren Zevon
Black Sheep Boy – Black Sheep Boy – Okkervil River
Heart Of Darkness – Vivadixiesubmarinetransmissionplot – Sparklehorse
Last Days Of My Bitter Heart – Blinking Lights And Other Revelations – Eels
Right In Time – Car Wheels On A Gravel Road – Lucinda Williams
Is This Desire?- Is This Desire – PJ Harvey

Lawrence Of Euphoria – Oar – Alexander Skip Spence
Colours [Single Version] - Troubadour – Donovan
Happy Time – Blue Afternoon – Tim Buckley
Happy When It Rains – 21 Singles – The Jesus And Mary Chain
And It Stoned Me – Moondance – Van Morrison

Every Path – To Be Still – Alela Diane
Golden – It Still Moves – My Morning Jackson
Rave On – Hold Time – M. Ward
A Voice To Calm You Down – Somebody Outside – Anna Ternheim

12-01-09

HET VERRADERLIJKE HART

verdriet,emoties,gevoelens,eros,thanatos,vietnam,bob dylan,palestina,wanhoop,polen,vlaanderen,leugens,lautreamont,postmodernisme,oceanen,edgar allen poe,chantal akerman

De Venus van Urbino, Titiaan.

Als je stil staat ga je niet vooruit. Er gebeurt niets. Je maakt geen onnodige gebaren. Je kunt fluisteren, roepen, schreeuwen, gillen, maar je zwijgt. Je bootst geen Amerikaan na, geen kanarie, geen panda, geen ratelslang, je zwijgt. Onnodige gebaren? Gebarentaal laat je eveneens achterwege, er is niemand die je ziet. Zelf kijk je ook niet, je bent in jezelf gekeerd. Omdat je wakker werd uit een prinsessendroom: je moest ontbijten met prikkeldraad om je heen. Daarom ontbeet je niet. Er was geen krant. Er was niets of niemand. Je bleef in de keuken staan, met je blote voeten op de oude, koude lichtbruine tegels. Je bleef urenlang in de keuken staan. Je dacht aan een rendez-vous met Anna, maar spoedig vergat je dat weer, en passeerden er alleen zinloze beelden in je hoofd. Lang duurde het niet eer je de betekenissen vergat van woorden en namen. Anna? Een heilige die je achtstevoren kunt lezen? Wie was de regisseur ook weer? Een vrouw met blauwe ogen? Korenbloemenblauwe ogen? Een Poolse, een Vlaamse? Waarom werd er om haar gevochten? Vlaanderen was opeens verder weg dan Vietnam. Op de maan dansten muzikanten, muziek speelden ze niet. Die moest nog worden uitgevonden. Ze dansten op het geluid van hun jaloezie, op het geluid van hun verraderlijke hart. Als een klok op de bodem van een waterput. Elk tiktak belooft eeuwige jeugd. Maar je moet niets zeggen, geen gebaar maken, niet bewegen om met zekerheid te weten dat je waar je ook kwam te lang bent gebleven. Jij staat stil, maar de tijd niet, ook al duren de uren soms een eeuwigheid, al lijken ze op golven van geluk en verdriet, op het schreien en het sterven van oceanen.

Je liegt als je zegt dat de wereld niet alles is wat het geval is. Je liegt als je zegt dat de liefde je koud laat. Je liegt als je zegt dat voor jou de tijd van gevoelens voorbij is. Want je weet dat er maar een ding is dat je uit die verstarring kan los maken: een omhelzing. Niet die van Botticelli’s maar toch van een pas geboren Venus met alles erop en eraan en zingend als een Sirene: leef, man, leef, kom in mijn armen!

08-12-08

LEVEN EN DOOD VAN EEN CACTUS



umberto d

Met pijn in het hart heb ik een meer dan twintig jaar oude cactus in kleine stukken gezaagd; een levend wezen dat ik tot levenloosheid heb herleid. De cactus nam geen water meer op, en verschrompelde. Ook zonder mijn ingreep was hij ten dode opgeschreven. Het onderste gedeelte van de plant, die bijna dezelfde lengte had als ik, was zwart geworden en krom getrokken, maar de bovenkant was (en is) nog mooi groen. Misschien kan ik die groene stukken opnieuw aan het groeien krijgen.
Het is vreemd dat een voorwerp, een ding, je emoties zo sterk kan raken. Natuurlijk houdt dat verband met het verdwijnen, met het sterven en de ontbinding. Een cactus opruimen is misschien wel netjes, maar je beseft tegelijk dat alle leven eindig is en moet verdwijnen. De meeste dingen rondom ons blijven echter langer dan wij, de boeken, de beelden, muziek. Het huis waarin ik woon is in geen al te beste staat, maar ik twijfel er niet aan dat het hier nog zal staan als ik al lang vergeten zal zijn. Er zullen ooit, liever laat dan vroeg, nieuwe huurders komen die niets over me weten, over de gelukkige momenten, over het verdriet, over de honderden teksten die ik hier schreef en de zogenaamd onvergetelijke boeken die ik hier las. Het is goed mogelijk dat die nieuwe huurders niet meer zullen lezen, niet meer geïnteresseerd in film zullen zijn, en ook de zachtheid van de huid zullen hebben afgezworen. Want liefde is niet nuttig en brengt weinig op, tenzij in de prostitutie, zullen zij misschien zeggen. Ik mag hier niet te lang over nadenken, of er zit meteen al een alien in mijn kamer, een slijmerig wezen met scherpe tanden en kleine, lelijke ogen.

Enkele dagen geleden zag ik ‘Umberto D.’ van Vittorio De Sica. Dat had ik beter niet gedaan. Het is een onuitstaanbaar droeve film, met slechts enkele lichtpunten in – en de louterende schoonheid van de beelden, gelukkig. Een gepensioneerde ambtenaar komt niet rond met zijn pensioen en kan de huur van zijn kamer niet meer betalen. In heel Rome is er geen mens die hem kan of wil helpen. Hij heeft maar een vriend, zijn hond Flike, een buitengewoon welopgevoed beest. Er is ook nog het hulpje van de hospita: kennelijk heeft zij enige compassie met de oude Umberto D. Maar zij komt vooral af en toe in zijn kamer omdat ze door zijn raam naar de soldaten aan de overkant kan gluren. Twee van die jonge mannen zijn haar minnaars. Van welke van de twee ze zwanger is weet ze niet, maar ze maakt er zich weinig zorgen over. Op het einde van de film wil de hopeloze, gebroken Umberto D. samen met zijn hond onder een trein springen, maar Flike’s levenslust is te groot: hij doet de poging mislukken. Hoe het dan verder zal aflopen met die twee zullen we nooit weten.

Ik weet niet waarom ik die twee voorvallen hier vertel. Het zullen de donkere dagen zijn, de melancholie die me maar niet los wil laten. En melancholie voedt zich met melancholie, zwartgalligheid wil meer zwartgalligheid, geestespijn wil de donkere wijn van het verdriet drinken. Ik vermoed dat zelfs enkele bloemen van het kwaad me nu zouden kunnen bevallen.

Maar dit is slechts een winter. Er komen altijd weer mooie dagen. Spoedig zal het weer lente zijn en voor het zover is zal ik vrienden en geliefden ontmoeten. Ik zal de wijn drinken van het plezier en me laten ontroeren door de mooiste muziek die ik ken, zoals nu al door Neil Youngs in 1968 opgenomen ‘Sugar Mountain’. En ik zal terugdenken aan de mooie momenten van 2008. Ik leg me nog niet neer in de sneeuw en ben evenmin zinnens een paard te omhelzen in de straten van Turijn.

umberto d 2

Afbeeldingen uit Umberto D., een absoluut meesterwerk van Vittorio De Sica

01-12-08

BLOGS: EEN GEVAARLIJK FENOMEEN II

lezen,blogs,lichaam,drinken,verlangen,baltasar gracian,naam,emoties,eten,mens,vrienden,orpheus,eerlijk,vijanden,staatsgevaarlijk,marginaal,senaat,geschonden,zuiver,hof,herkenning,kgb,cia,voorzichtigheid,onzuiver,goede naam,dreigende taal,lady godiva,hoveling

John Collier - Lady Godiva.


In verband met de reacties bij mijn vorig stuk over de dreigende taal van minster De Crem. Dreigende taal ten aanzien van bloggers. Ik werd gewaarschuwd voor lezers in de Belgische Senaat. En grote broer zou meelezen als ik schrijf. Kennelijk doet Hij dat bij anderen ook. Het lijkt wel of een soort KGB of CIA ons op de hielen zit, wordt beweerd. Zijn we dan staatsgevaarlijk? Ik zou ook voorzichtig moeten zijn voor mijn buren, degenen die mij niet welgezind zijn. Zij zouden op hun eigen blogs mijn ‘goede naam’ wel eens kunnen bezoedelen.

Wat maakt het uit? Hoe meer lezers hoe liever. Ik ben geen slecht mens en doe niemand kwaad. Wel ben ik af en toe terecht verontwaardigd en stel ik als het nodig is pertinente vragen. Maar veel meer dan een kritische geest ben ik een kind, een dromer, een dichter, een muziekliefhebber. Veel meer dan een kritische geest ben ik een door de tijd en de omstandigheden geschonden mens. Ik schrijf over mijn leven, wat ik zie, hoor, voel – wat ik waarneem. Mijn woorden drukken mijn emoties uit en die zijn eerlijk. Natuurlijk ben ik niet zuiver op de graat. Zuiverheid heeft geen geur, tenzij die van bloed en bodem. Ik ben eerloos. Mijn vaderland is er een van de geest, van broerderschap en zusterschap. Wij herkennen elkaar aan onze liefdes, onze verliefdheden, onze obsessies. Wat wij zeker niet willen is de wereld vernietigen. Ik heb het al eerder gezegd: ik kijk toe vanop de zijlijn. Ik ben een marginale burger. Ik  vermoed dat de halve senaat bevolkt is met marginale burgers. Want wie kent zijn tijd volledig? Wie is met alles mee? Wie schrikt soms niet van monsters ’s nachts. Welke man wil geen Lady Godiva achterna hollen, welke vrouw geen Orpheus horen zingen?

Zoals wellicht iedereen ben ik een lichaam dat eet en drinkt en denkt. Een lichaam dat toenadering zoekt en afkerig is. Lezers zullen zich in mij herkennen, bedienden van de Senaat, masters en bachelors, immigranten, kantoormeisjes, kunstenaars, dichters, praline-eters en aardappelhoofden. Welkom in mijn wereld!

 

Toch nog dit: ik ben ooit in de leer geweest bij Baltasar Gracian. Van hem heb ik heel veel geleerd over voorzichtigheid, vooral aan het hof. Je zou kunnen beweren dat het hof zich vandaag over het hele land uitstrekt. Velen zijn hovelingen. Ik ben overal voorzichtig. Voorzichtigheid is niet verboden.

01-08-08

JE BENT NIET ANDERS DAN DE ANDEREN, OF WEL SOMS?


Al te vaak misschien wil ik schrijven over enkele antihelden, in mijn ogen vaak de echte helden, als we dat woord tenminste nog wensen te gebruiken.… Mijn gedachten gaan dan onwillekeurig naar in een of ander opzicht geniale muzikanten, performers, singer-songwriters, ‘wijze dwazen’, die destijds verstoten en verguisd werden, naar Alexander Spence, Karen Dalton, Nick Drake en Syd Barrett, muziek- en woordkunstenaars die nu evenwel door een globale elite aanbeden worden. Ik zou nog veel andere namen kunnen noemen, maar vandaag doe ik het niet. Beweren zou ik kunnen dat ik wat hen betreft een van de eerste ingewijden was. Dat ik zes kilometer verwachtingsvol langs de Zuid-Willemsvaart liep, van Neerharen naar Maastricht, om in platenwinkel De Harp ‘Oar’ te kopen, en dan weer zes kilometer terug. Ik zou kunnen schrijven over de diepe emoties die ik voelde bij het beluisteren van de gebroken stem van Skip Spence, die de kleine luidspreker van mijn gele Philips materialiseerde. “I’ve searched everywhere in heaven but I never found a friend like you…” De platenspeler had dezelfde kleur als mijn Garelli brommer. Het genot dat ik voelde bij het horen van de diepe wanhoop van een gebroken mens, toen ik nog zo jong en naïef was en nooit van Hölderlin had gehoord. Waarom had ik niet van hem gehoord? Omdat ik slechte leraren had, zonder enige twijfel. Het genot was overigens geen leedvermaak, maar identificatie, de wanhoop en het verdriet die Skippy bezong, waren ook mijn wanhoop en verdriet. Dacht ik, meende ik.

Al te vaak wil ik daarover schrijven, maar heeft het enige zin? Je hemelt die mensen op om jezelf te vergeten en maakt lijstjes tegen het verdriet. Je wilt de wereld bezitten, maar alles valt uiteen in partikels, in atomen. Ergens moet er een eenheid zijn, een Zijn dat al de zijnden samenhoudt en zin geeft, bestaansrecht. Daarom is het ook niet erg dat ik er nu niet over schrijf.

Ik heb me nooit lang in de marge opgehouden. Ik wilde geen snob zijn. Iemand die boeken leest die niemand kent, die platen koopt waar maar vijf exemplaren van bestaan, die nachtenlang naar onbegrijpelijke films uit Nieuw-Zeeland zit te kijken. Af en toe ging ik eens kijken in de donkere straatjes, nam ik zijwegen, luisterde ik naar schril gekras, bekeek ik films over geweld en geestelijke verminking, gaf me over aan het wrede theater van Antonin Artaud en Sarah Kane, je weet wel. Maar veel vaker koos ik voor Elvis Presley, the Rolling Stones, John Fogerty, Francis Ford Coppola, François Truffaut, Haruki Murakami, Paul Auster, Franz Kafka. Kunstenaars die iedereen kent. Ik was niet anders dan de anderen, dacht ik.

Een mooie kromme lijn door alles waar ik me door liet overspoelen trok Bob Dylan. Hij was er altijd, van in het begin en hij is er nog altijd. En het laatste lied dat ik zal horen, mocht ik ooit sterven, zou er een van Dylan zijn. De beste song die ik van hem ken is, denk ik, ‘It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry’. Misschien is het gewoonweg de beste song. De mooiste versie is de originele op ‘Highway 61 Revisited’, maar op de soundtrack van ‘The Concert For Bangladesh’ staat ook een uitstekende versie. Bob Dylan wordt er begeleid door twee Beatles en Leon Russell, nog zo’n miskende held.

 

 

28-05-08

SCHRIJVEN ALS MORANDI

 

schrijven,schrijvers,grieken,stijl,emoties,natuur,essentie,grieks,woorden,waarheid,mens,blues,zanger,deugd,morandi,turner

Morandi, Stilleven.

Ik heb in mijn leven maar een boek uitgegeven, Kamertjeszonden, een dichtbundel, en dan nog onder een andere naam. Naar die titel heb ik niet lang moeten zoeken, ik leende hem van Herman Heijermans. Toch koos ik hem niet alleen omdat ik die roman zo uitstekend vond – wat zeker het geval was – maar ook omdat ik het leven binnenskamers, gedichten schrijven en zo, zonde van de tijd vond. Ik zal toen ongeveer vierenveertig geweest zijn, in de zomer van mijn leven. Het rouwen om de dood van mijn vader had ik net achter de rug. Nu was het wachten op een volgende dood. Daarna zou ik nooit meer naar huis kunnen.

Van mijn hand zijn nogal wat verhalen, experimentele prozateksten en gedichten verschenen in allerhande tijdschriften. Ik som ze hier niet op, om de eenvoudige reden dat het geen belang heeft. Ik schrijf, maar ik ben geen schrijver. Dat wereldje van schrijvers hangt mij de keel uit. Hoe ze elkaar met prijzen en lofzang overladen, zeker als een cameraman in de buurt is, en elkaar elders afmaken. Ik wil die schrijvers nu niet afmaken, ze doen niemand kwaad, de meesten van hen toch niet. Alleen minachting koester ik voor ze.

Niet omdat ik niet goed schrijf zal van mij geen boek uitgegeven worden, maar omdat ik een vreemde ben in dat wereldje van de schone letteren. Ik heb er enkele jaren in vertoefd, maar ik bleef toch altijd de zoon van een schipper, zoals August Strindberg altijd de zoon van een dienstbode bleef. Je schudt dat niet van je af, het is als een lijfgeur, maar dan zilter. Je aanwezigheid roept stilte, haat, wrevel, geweld op. Soms, als ze dronken zijn, slaan ze je in je gezicht. Of ze schelden je uit, ze noemen je Judas, of onnozelaar. Ze beweren dat je geen schrijver bent. Ze zwijgen je liefst van al dood.

Nee, ik schrijf, maar ik ben geen schrijver. Ik probeer een mens te zijn. Maar ook dat lukt me niet goed. Aansluiting vinden bij de andere mensen is een zware opdracht. Waar praat je over? Over het weer? De kinderen? Mijn zoon woont ver van me vandaan en in een andere wereld. Leven we niet allemaal in andere werelden? Ik heb minachting voor schrijvers, maar waarom eigenlijk? Misschien is het wel rancune. Wat maakt het uit! Onze tijd hier op aarde is kort. Ik probeer een goede mens te zijn. Ik lees en ik luister. De bloemen, de bomen, de natuur. Wijn, vrouwen en gezang. Holle wegen, grote steden, dieren, rivieren, de zee. Altijd de zee, en de regen. Veel meer ken ik niet. De beste schrijvers zijn blueszangers, met hun eenvoudige taal en hun krachtige stemmen. De beste schrijvers zijn mensen bij wie de woorden naar binnen regenen. Ik gebruikte gisteren het woord ‘terrasje’. Dat doe je niet. Dat is verkeerd. De meeste adjectieven zijn overbodig. De essentie moet in elk woord zelf zitten. Is niet elk woord de hele taal? En woordspelingen zijn des duivels. Een tekst waar woordspelingen in staan is waarschijnlijk een aaneenschakeling van leugens. Ik loop sommige dagen gebukt onder het gewicht van mijn woordspelingen. Maar dan sta ik vermoeid weer op, een nieuwe dag is aangebroken!

De beste schrijvers zijn oude Grieken. Je hebt zo van die mensen die overal als eerste bij zijn. Alsof dat een verdienste is. De oude Grieken lezen, dat is een verdienste. Voor iemand die de oude Grieken in het oud Grieks leest, daar heb ik veel bewondering voor. Maar persoonlijk ken ik zo niemand, mezelf inbegrepen. Ik ben te oud om nu nog Grieks te leren. Enkele woorden, zoals ‘logos’ (λόγος), ‘arete’ (αρετή) en ‘alethea’ (αληθεια)) ken ik nog wel van vroeger, toen ik dacht een schrijver te zullen worden. In mijn tijd van dwaasheid, mijn tijd van nood. Een schrijver op het water, zou ik worden, op de zee van Cortez, op de zee van Homerus, op de zee van Herman Melville. Ik zou één worden met de golven, zoals de verf van Turner. Ja, mijn woorden zouden als de verf van Turner worden. Maar mijn woorden zijn zoals de verf van Morandi geworden. Ik weet niets over de wereld. Niet meer dan Morandi. Maar misschien ook niet minder.

24-05-08

SCHRIJVEN OVER MUZIEK

muziekgeschiedenis,pop,rock,popcultuur,jeugd,tijd,herinnering,ervaring,afstand,autobiografie,sixties,elvis presley,bob dylan,jimi hendrix,the rolling stones,the who,emoties,gevoelens
Rockin' Presley EP. De eerste rock & roll plaat die bij ons thuis binnenkwam.

Misschien vinden sommige lezers van mijn weblog dat ik het nogal vaak heb over muziek uit het nabije en minder nabije verleden. Dat is inderdaad het geval. Maar ik heb daar een aantal redenen voor. Tijd, geheugen en herinnering zijn voor mij belangrijke begrippen om het leven en de wereld te begrijpen en te aanvaarden (en in sommige gevallen te verwerpen). Veel van wat ik schrijf gaat over het verleden, niet alleen als ik het over muziek heb.

Wat nu muziek betreft is mijn begaan zijn met de tijd, het verleden, de (auto)biografie niet de enige verklaring waarom ik veel minder aandacht schijn te hebben voor wat hedendaags is.

Een eerste element is dat ik meer vertrouwd ben  met oudere muziek, vooral met de periode 1960-1975, hoewel ik nadien natuurlijk ook ben blijven luisteren. Als je een goed radioprogramma wilt maken is dat essentieel:  je moet zoveel mogelijk muziek beluisteren, oude en nieuwe, bekende en onbekende.
Doordat ik meer vertrouwd ben met die ‘oudere’ muziek kan ik er meer van op een afstand over schrijven. Maar ik wil desondanks niet koel en objectief berichten. Muziek hangt samen met herinneringen, emoties, gevoelens. Bepaalde melodietjes kunnen een herinnering plots weer levendig voor de geest roepen. Op zulke momenten – als ik een lied hoor - kan ik terugkeren naar bepaalde plaatsen en gebeurtenissen in mijn leven, of het leven van mijn generatiegenoten beter begrijpen.

Songs en elpees hebben een leven geleid in mijn bestaan, zijn verhalen geworden, of op zijn minst onderdelen van verhalen. Sommige songs en elpees hebben de status van mythe gekregen, in zekere zin aan tijd en geschiedenis onttrokken. Ik heb er iets over te vertellen omdat ik er intens mee bezig ben geweest en ben. Sinds mijn zesde jaar (1956) is er denk ik geen dag voorbijgegaan zonder een of ander lied.

Ik schrijf ook liever over muziek uit het (nabije) verleden omdat ik denk dat de lezer meer heeft aan een verhaal uit de eerste hand, dan het te moeten vernemen van iemand die er zelf alleen maar heeft over horen vertellen. In dat opzicht beschouw ik mezelf als een bevoorrechte getuige, waar ik overigens geen enkele verdienste aan heb. Geheel toevallig ben ik in 1950 geboren, werd ik in 1956 uit mijn kinderslaap gehaald door Elvis Presleys ‘Don’t Be Cruel’, ontwaakte ik een tweede keer in zaligheid in 1964 met ‘She Loves You’ en ‘Twist and Shout’ van the Beatles, en ‘Tell Me’ en ‘Not Fade Away’ van the Rolling Stones, en werd ik definitief ingewijd in de nieuwe jonge wereld in 1965 met Bob Dylans ‘Like a Rolling Stone’, ‘My Generation’ van The Who en een jaar later met Jimi Hendrix’ ‘Hey Joe’.

Voor nieuwe releases zijn er overigens massa’s andere bronnen: tijdschriften als Uncut, Mojo, Wire, les Unrockuptibles,  kranten, vakbladen, en zeker ook de honderden soms uitstekende muziekblogs. Wat me niet belet om af en toe ook mijn zeg te doen over wat deze tijd voortbrengt. Maar je weet het, rock and roll never forgets!

03-05-08

ZERO DE CONDUITE: DWAZEN EN HUN DWAASHEID


Het is de eerste zaterdag van de maand: tijd voor mijn radioprogramma, Zéro de conduite op radio centraal. U kunt het programma van 18 u. tot 20 u. online beluisteren via de website van radio centraal. Voor wie in Antwerpen woont: de golflengte is 106.7 FM. Voor vandaag heb ik ‘dwazen en dwaasheid’  als thema gekozen, ‘fools’ en ‘foolishness’ in het Engels. Dit is een thema dat opvallend veel voorkomt in de populaire muziek. Je moet wel dwaas zijn om je op dat pad te wagen. Dwazen komen in alle genres voor: rhythm and blues, blues, rock and roll, doowop, jazz maar toch vooral in country. De dwaas is heel vaak iemand die verliefd is, of door degene op wie hij (of zij, geslacht speelt geen rol) verliefd is wordt afgewezen. Een nog grotere dwaas is hij als hij door zijn geliefde wordt bedrogen. In sommige songs heeft de verteller medelijden met een andere dwaas, of hij voelt er alleen maar minachting voor. In het geval van verliefdheid is het dwaze gevoel natuurlijk positief, het is een lichtvoetige zotheid. In gevallen van bedrog, jaloezie en dergelijke is de dwaasheid negatief. Sommige zangers of zangeressen zingen over hoe ze voor de gek worden gehouden, voor schut worden gezet, of ze waarschuwen anderen ervoor. Je mag vooral jezelf niet voor de gek houden. Het publiek heeft medelijden met de dwaas, of vindt hem een belachelijk figuur, drijft er de spot mee. In het publiek zit iemand met pen en papier en schrijft er een lied over. De cirkel is gesloten.

Uit een enorm aanbod aan songs over dwazen en dwaasheid heb ik de onderstaande titels overgehouden. Het is een moeilijke keuze geweest, en op de trein naar Antwerpen zal ik nog moeten schrappen, want deze lijst is nog veel te lang. Deze liederen bestrijken meer dan zeventig jaar emoties, hartstochten en gevoelens. Jazz, blues, rhythm and blues, country en rock and roll komen aan bod: voor elk wat wils. Zéro de conduite is er voor de intellectueel en de arbeider. Veel luistergenot!

zero de conduite,radio,radio centraal,dwazen,fools,dwaasheid,emoties,pop,popcultuur,thema,2008,mei

 

These Foolish Things - Teddy Wilson & His Orchestra - Pop Music: The Early Years 1890-1950

My Foolish Heart - Bill Evans - Waltz For Debby

Fool, Fool, Fool - The Clovers - Atlantic Rhythm & Blues Vol. 1 (1947-1952)

A Fool For You - Ray Charles - Definitive Ray Charles

Still A Fool - Muddy Waters - Screamin' And Cryin'

I Pity The Fool - Bobby "Blue" Bland - Two Steps From The Blues

Sad Fool - Johnny "Guitar" Watson - Space Guitar

(Now And Then There's) A Fool Such As I - Elvis Presley - The King Of Rock 'n' Roll

The Fool - Sanford Clark - Golden Age Of American Rock'n'Roll - Volume 8

Poor Little Fool - Ricky Nelson - Ricky / Ricky Nelson

I'm A Fool To Care - Art Neville - Creole Kings Of New Orleans

Fools Fall In Love - The Drifters - Atlantic Rhythm & Blues Vol. 3 (1955-1957)

Why Do Fools Fall In Love - Frankie Lymon & The Teenagers - The Doo Wop Box (Disc 2)

Foolish Little Girl - The Cookies - Dimension Dolls, Beyond The Valley:Girls Will Be Girls

Fool For You - The Impressions - The Anthology 1961-1977 [Disc 2]

(I'm Just A) Fool For You - Gene Chandler - The Story Of Brunswick (Disc 1)

A Fool In Love - Ike & Tina Turner - River Deep - Mountain High

I'm A Fool For You -James Carr - A Man Needs A Woman

Chain Of Fools - Aretha Franklin - Theme Time Radio Hour with Your Host Bob Dylan

Nobody’s Fool - Dan Penn - Nobody’s Fool

A Real Live Fool - Lee Hazlewood - The Complete Reprise Recordings Part One (1965-1968)

Fool Me - Joe South - Retrospect: The Best Of Joe South

Just A Fool - Jerry Ganey - Phil's Spectre III - A Third Wall Of Soundalikes

Everybody's Somebody’s Fool - Connie Francis - The Very Best Of Connie Francis

Fool Number One - Brenda Lee - The Best Of Brenda Lee

Fools Like Me- Jerry Lee Lewis - The Essential Jerry Lee Lewis - The Legendary Sun Recordings

What A Fool I Was - Eddy Arnold - Country Music Legends

Fool About You - Hank Williams - Vol IV - I'm So Lonesome I Could Cry

Mr. Fool - George Jones - The Best Of Geoge Jones-Volume 1: Hardcore Honky Tonk

Foolin' Around - Buck Owens - The Very Best Of Buck Owens, Vol. 2

King Of Fools - Dwight Yoakam - This Time

Fool On The Roof Blues - Guy Clark – Craftsman

Fool's Are A Long Time Comin' - Fred Neil - The Many Sides Of Fred Neil

Oh, Lonesome Me - Neil Young - After The Goldrush

Ship Of Fools - The Doors - Morrison Hotel

Ship of Fools - John Cale - The Island Years

The Fool On The Hill - The Beatles - Magical Mystery Tour

Fool To Cry - The Rolling Stones - Black And Blue

Only A Fool Would Say That - Steely Dan - Can't Buy A Thrill

You Little Fool - Elvis Costello & The Attractions - Imperial Bedroom [Disc 1]

Runnin' Out Of Fools - Neko Case – Blacklisted

Fool Says - M. Ward - Tranfiguration of Vincent

O Foolish Heart - Tom Verlaine - Cover

02-04-07

EERST HET TOEVAL, DAARNA DE EXTASE?

eze-village,psychoanalyse,flaming lips,toeval,orde,reizen,pop,extase,ontroering,angst,ziekte,muziek,dood,empathie,gevoelens,emoties,nietzsche,2002,nice,1976,controle

Busrit van Nice naar Eze.

Ik zeg tegen iedereen die ik zie, geniet van het leven, maar mij lukt dat niet zo goed. Gisteravond beluisterde ik nog een keer Do You Realize? uit Yoshimi Battles The Pink Robots van the Flaming Lips. Wayne Coyne deelt daarin mee dat we alleen maar nu hebben. Do you realize that everyone you know someday will die, zingt hij. Het was halfdonker in mijn kamer, bovendien had ik mijn ogen toe. Toch zag ik opeens bloemen opengaan en vanuit een middelpunt wegvliegen en zoals vuurwerk uiteenspatten in schoonheid. Ja, een dergelijk effect had de muziek van the Flaming Lips bij mij. Dat was lang geleden. Kan ik dan toch nog iets voelen, ontroerd worden? Blijkbaar wel. Meestal heb ik alleen maar negatieve gevoelens, fysieke pijn en allerlei angsten voor ziekte en dood. Of ik voel helemaal niets. Geen empathie, geen ontroering, niets.

Ik herinner me nu een gesprek van een jaar of vijf geleden. Ik zat bij mijn psychoanalyste en had het over de afwezigheid van – min of meer intense - emoties en gevoelens. Ik vertelde haar van het voorval, als ik het zo al kan noemen, helemaal boven in Eze-Village, in de Jardin Exotique daar. Zesentwintig – nu eenendertig - jaar geleden had ik daar al eens gestaan, in verrukking door de azuren hemel, de Middellandse Zee in de diepte, de geuren van de Provence; wat nu haast banaal en clichématig klinkt was destijds voor mij een nieuwe wereld. Het was die dag mijn verjaardag: ik was zesentwintig geworden. Op onze wandeling naar Eze hadden twee zachtmoedige honden ons vergezeld, de weg gewezen, zei ik ietwat ironisch. Hun gezelschap zag ik als een goed teken. Een ander goed teken was de wetenschap dat Nietzsche een belangrijk deel van zijn Zarathoestra in Eze heeft geschreven.
Nu, in 2002, waren we naar boven gegaan samen met een zwerm, vooral Aziatische, toeristen. Heel het oude Eze was in een toeristisch kitschwinkeltje veranderd. De Jardin Exotique lag er nog netjes bij, met een mooie verzameling cactussen en andere planten. Maar er was niets dat mij van mijn stuk bracht. Ook niet boven op de top, met de zee in de diepte. Ik voelde geen tweede adem, er was niets in mij gaande wat op verrukking leek. Er was eigenlijk alleen maar de bewuste gedachte dat ik het toch wel goed vond om daar op dat ogenblik te zijn. Beter in Eze dan thuis, dacht ik.

Thuis had ik me nog afgevraagd of het wel mogelijk zou zijn om vanuit Nice met het openbaar vervoer Eze te bereiken. Geen enkele verplaatsing is ooit gemakkelijker geweest, zo bleek echter. Het is een aangename en korte rit met de bus vanuit de centraal gelegen Gare Routière. Zo eenvoudig is het leven. Misschien is dat een van de hindernissen op de weg naar ontroering en verrukking? Dat het allemaal zo gemakkelijk gaat. Een andere hindernis is wellicht de planning: alles is van tevoren al uitgestippeld, waardoor een verrassing niet meer mogelijk is. In 1976 kwam ik geheel toevallig in die Jardin Exotique terecht. Onze bestemmingen werden grotendeels bepaald door de auto's - en hun bestuurders - die ons meenamen als we stonden te liften. Als we maar onderweg waren was het al lang goed, maar wel liefst op weg naar een plaats die zich voldoende ver van Brussel bevond. (Ver was toen uiteraard niet zo ver als nu.) Tegenwoordig is dat niet meer zo: elke reisdoel is het resultaat van lang wikken en wegen en beslissen en uitstippelen. Van reisgidsen kopen, vliegtuigtickets bestellen, hotels reserveren, restaurants selecteren, musea uitkiezen, catalogi verzamelen. Daarna foto's maken van hotelkamers, van huizen, van elkaar, van objecten die we naar huis mee willen nemen (wat natuurlijk in de meeste gevallen onmogelijk is). Misschien maakt een te geordend leven met teveel controle ontroering en verrukking onmogelijk. Die behoefte aan controle, aan een ordelijke wereld zit diep in mij verscholen en ik kan me eigenlijk niet herinneren dat ze er nooit is geweest. Vreemd, want ik beweer zo vaak dat het toeval mijn leven bepaalt en voeg daar meestal aan toe dat ik dat goed vind.

01-03-07

SLAAPSTOORNISSEN EN LEGE AGENDA'S


1.

Het verdient aanbeveling je uit te spreken, niet zo vaak zoveel voor je te houden. Je emoties en je gedachten moet je veruiterlijken. Als je iemand graag ziet, moet je dat zeggen. Iemand eens een keer knuffelen, dat moet gewoon. Als iemand je kwetst of beledigt, mag je je niet laten doen, je moet je verdedigen. Je mag je niet in een hoekje laten drummen. Je moet echt je gedachten en indrukken uiten, niet alleen maar alles verinnerlijken en opsparen. Al wat je niet uitspreekt vindt op een andere, vaak zelfdestructieve manier een uitweg, soms in bepaalde stoornissen, kwalen en obsessies, in ergernis, neerslachtigheid en melancholie.

Je moet je eigen weg gaan, doen waar je zin in hebt, zonder anderen te kwetsen of te benadelen. Als je zin krijgt om aan sport te doen, doe je dat toch gewoon, in plaats van te wikken en te weggen en er uiteindelijk van af te zien. Van uitstel komt afstel, zeggen de mensen en ze hebben gelijk. Als je zin hebt om naar de film te gaan, ga je naar de film en wacht je niet tot je een partner vindt om je te vergezellen. Zo kun je nog lang wachten. Een tentoonstelling, een concert, een wandeling in het bos: hetzelfde.

Het is voor jou echter heel moeilijk om dingen alleen te doen, om ergens op je eentje naartoe te gaan, om zonder gezelschap een vriend, kennis of familielid een bezoek te brengen. Je bent niet bepaald jong meer maar dat zou je toch moeten aanleren, of opnieuw aanleren. En ook het positieve gevoel van in eenzaamheid te genieten van om het even wat. Schoonheid openbaart zich wellicht nog het vaakst en in de beste omstandigheden aan de eenzame wandelaar.

2.

Ik doorbladerde gisteren mijn agenda van 2006 en stelde tot mijn verbijstering vast dat mijn actief leven op één jaar zienderogen is afgenomen. Nu is het bijna een passief leven geworden; het is alsof ik een metamorfose heb ondergaan. Ik ben een kever geworden en lig op mijn rug. Sinds januari 2006 heb ik geen film meer gezien in de bioscoop. Ik ben nochtans een passioneel filmliefhebber. Theaterbezoek neemt ook af. Ik zit meer en meer thuis. Ik bekijk films op dvd, ik beluister muziek, ik lees een beetje, ik zit voor mijn computer en krijg zitvlees. Waar zijn mijn fietstochten gebleven, mijn wandelingen in het Zoniënwoud? En wat is er met mijn slaap gebeurd? Ik slaap gemiddeld nog drie uur, de rest is onrust, een soort mentaal geklapwiek. Lachen zou ik moeten doen, vanuit de buik, daar schijn je goed van te kunnen slapen. Heel graag zou ik ’s morgens eens uitgerust opstaan en rustig een kop koffie drinken. Nee, nogmaals, ik moet mijn leven opnieuw veranderen. Kan iemand mij helpen? 

17-11-05

A LETTER FOR AGATA


Ik zou iets willen schrijven voor Agata, een mooie fotograaf. Ze is mooi, en ze maakt mooie foto's. Soms van de wereld rondom haar, soms van zichzelf. Op een bepaalde manier cijfert ze zichzelf altijd weg, hoe mooi ze ook is. Ze doet dat niet met cijfers maar met woorden. Ik zou iets willen schrijven over A. Maar ik kan niet. De beelden overstelpen me. Op flickr heb ik een wereld ontdekt die me voortdurend versteld doet staan. Niet vanwege de technische perfectie of zo, niet vanwege de erotiek, laat staan de pornografie. Daar heb je andere sites voor. Overigens bestaat er geen pornografie en geen erotiek. Dat is onzin, door reclamejongens verzonnen. Men wil ons ook doen geloven dat rockers sterren zijn en dat kunst elitair is, dat sigaretten roken niet zo heel ongezond is en dat met een dure auto rijden je persoonlijkheid opkrikt. Geloof het maar. Iemand die met een dure auto rijdt is gewoon een nitwit met veel zwart geld. Op flickr heb ik een wereld ontdekt van mensen die verhalen vertellen. Die ze moeten vertellen. Die niet anders kunnen. Het zijn mijn broers en zussen, mijn zonen en dochters, mijn zielsverwanten. Vreemden, vertrouwden, vrienden. zoals Agata, zoals Gary, zoals Laura.

Hello A.

Like I promised you yesterday, here is my answer. I was very glad you took some of your precious time to write me. I know hours are valuable for everyone of us. We all want to do so many things and life is short (and sweet). But I’m sure writing (and sending each other letters and mails) is always important, and it makes us feel good.

In Brussels it is getting cold and rainy; certainly at night it’s quite cold. And way too dark. These dark days really give me the blues. We'll have to wait until march before it gets a bit sunny again. But why complain? When the sun is shining I'm sitting in my apartment, listening to music or reading or writing. I have no contact with nature. When you think about the old romantic writers and poets like Rousseau, Shelley, Lord Byron, etcetera, they all made long solitary walks. Hölderlin traveled on his one pair of shoes from Stuttgart to Bordeaux. I always wanted to be like that, but I'm not. Contradictions make our lives, I guess.

Walking is also a kind of dancing, on your own maybe, but dancing anyhow. Dancing, of course, is wonderful. I always liked to dance. What I used to do and sometimes still do is put my good foot on the dancefloor when soul music is being played (Aretha Franklin, Otis Redding, Sam and Dave, Irma Thomas, etcetera). I also like a slow dance now and then. There's been a period in my life when I danced really a lot (two nights a week was no exception). We went to punk and rock clubs in Antwerp and danced all night long to the punk and new wave music. I also used to dance to reggae records.

I spend my holiday at home and didn't do a lot. Days go by so fast. I didn't read even read one complete novel. I read fragments in different books: Montaigne, Nabokov, Wallace Stevens, Gerard Manley Hopkins, Martha Nussbaum (on emotions, difficult but very interesting); a book on Bob Dylan by Greil Marcus; and I almost finished The Inner Circle by TC Boyle (not really very exciting). Newspapers, magazines...

Good music for cold evenings: of course Mazzy Star and Hope Sandoval, Calexico, Iron and Wine, Neko Case, Ryan Adams, Bob Dylan (naturally), old blues records (Muddy Waters, Howlin' Wolf, Robert Johnson, Bobby 'Blue' Bland, Billie Holiday, Nina Simone), the Kinks, Astral Weeks by Van Morrison, Joni Mitchell. Greek Rembetika music. Alternative country music. Lorretta Lynn. After the Goldrush by Neil Young. Everything by Townes Van Zandt. And so many other things. I could go on and on.

agata

Foto copyright Agata Lenczewska-Madsen