12-03-16

DE ‘SCHIJTERIGE’ SCHOONHEID

labelle9.jpg

Gisteren met A. in het Filmmuseum nog een keer ‘La belle noiseuse’ gezien, dat wonder van licht en geluid en beweging. Voor mij een hoogtepunt in het oeuvre van de onlangs overleden Franse regisseur Jacques Rivette. Slechte of middelmatige films heeft hij niet gemaakt, maar in ‘La belle noiseuse’ overtreft de regisseur zichzelf. Het verhaal van Balzac waar de film op gebaseerd is heeft niet veel om het lijf. Het gaat over de strijd van de oudere schilder Frenhofer met zichzelf, met zijn verleden en met zijn model, een schijterige schoonheid. Emmanuelle Béart heeft als Frenhofers model Marianne gedurende ongeveer drie uur hélemaal niets om het lijf. Af en toe een kamerjas, een sigaret tussen de voluptueuze lippen. Dit kunstwerk is evenwel geen erotisch spektakel – alleszins gaat het niet om opwindende erotiek, het gaat om krampachtige schoonheid. André Breton schreef het al in ‘Nadja’: “De schoonheid zal CONVULSIEF zijn of zal niet zijn.”

Hoewel het verhaal zoals gezegd van ondergeschikt belang is, blijf je toch als betoverd vier uur lang zitten kijken naar het wrede wonder dat zich daar op het scherm ontvouwt: het ontstaan van een kunstwerk. Film is altijd illusie, maar je gelooft dat Michel Piccoli, toen 66 jaar, een echte schilder is, ook al is de hand die je ziet tekenen en schilderen die van Bernard Dufour. Rivette vertelt op ironische wijze en zijn theatrale scènes scheppen afstand. Toch leef je mee met de vier belangrijkste protagonisten, de schilder, zijn vrouw, het model en de vriend van het model. Vooral voel je empathie voor Frenhofer’s vrouw (zijn vroegere model), mede dankzij het acteertalent van Jane Birkin. Dit moet de rol van haar leven zijn; vermoedelijk was ze zich daar bewust van.

Ik zag ‘La belle noiseuse’ voor het eerst in 1991, toen ik nog maar net in Brussel woonde. Ik denk dat ik me destijds wat blind heb gestaard op de schoonheid van Emmanuelle Béart. Op haar lichaam, dat het licht van Languedoc-Roussillon uitstraalt. Wellicht was ik ook een beetje jaloers op Frenhofer, dat hij zo’n prachtig model kon hebben en in zo’n mooi huis – eerder een chateau – wonen, en met zo’n begripvolle vrouw aan zijn zijde. En ik was niet eens een schilder. Gisteren heb ik begrepen dat er geen enkele reden was en is om jegens Frenhofer zulke gevoelens te koesteren. En hoewel ik me niet met zo’n grote kunstenaar wil meten wil ik er toch aan toevoegen dat er ook geen enkele reden is om jaloers of afgunstig op mij te zijn.

la-belle-noiseuse4.jpg

18-02-16

STEMMINGSWISSELINGEN

zulawski isabelle adjani.jpg

Het is koud en zonnig en ik ben eens te meer moe. Naarmate de dag vordert neemt de vermoeidheid toe en ga ik me koortsig voelen. Als zo vaak maak ik me zorgen over mijn gezondheid. Dat doe ik al ongeveer mijn hele leven lang, maar het wordt erger. Wat me hoegenaamd niet verbaast.

Emmanuelle Béart werkt aan de chansons van haar vader, Guy Béart. Ze is ‘on the road’, waarom weet ik niet, en legt zich bij dat lot neer.

A. en ik maken uitvoerig plannen om naar de cinema te gaan, maar zullen we het ook doen? Het kost mij hoe langer hoe meer moeite om de deur uit te gaan, niet vanwege de kou, veeleer vanwege de boeken, de muziek en de stilte. De voorkeur geven aan een soort van ‘heilige’ ruimte, terwijl daar buiten alles ten onder gaat.

Andrzej Zulawski is dood. Ik herinner me twee grandioze, pathetische, ronduit romantische films van hem: ‘Possession’, met een zichzelf overtreffende Isabelle Adjani, extreem intens, en ‘L’important c’est d’aimer’ met een hartverscheurende Romy Schneider en in nevenrollen Jacques Dutronc en Klaus Kinski. ‘La Femme Publique’ zag ik ook, lang geleden: ik herinner me banaliteiten, een mislukking. Valérie Kapriski, aantrekkelijk en voluptueus maar talentloos. Ik ga nog een keer op zoek naar foto’s van de bezeten Isabelle Adjani. Veel blauw en de rode kreet van haar bloed, het wit van de melk. Haar copulatie met een monster. Wat is dat monster? Het kwaad, de hele wereld die ons op de hielen zit? Beter ermee te copuleren dan ervoor op de vlucht te gaan? Ik zou de film opnieuw moeten zien. Vaarwel Andrzej Zulawski.

muntzer.jpg



Ik lees W.G. Sebalds ‘Naar de natuur’, werkelijk een hoogtepunt van schrijfkunst, met niets of niemand vergelijkbaar, maar op dezelfde hoogte als Kleist, Hölderlin en Rimbaud. Ik voel geen behoefte om werken van Grünewald, die in het eerste deel van het drieluik opduikt, te gaan opzoeken: Sebald heeft er woorden van gemaakt, zinnen, Grünewald komt in zijn taal tot leven. Hetzelfde voor ‘bijrollen’ als Thomas Müntzer (hoewel ik over hem weer wil gaan lezen). Het tweede deel, ‘Ik ging wonen aan het uiterste der zee’, neemt Sebald je mee op een helse reis naar de Beringzee. Onderweg vang je glimpen op van ongeveer de hele menselijke geschiedenis, van de korte en tragische aanwezigheid van de mens op deze planeet. Alles bij Sebald is catastrofaal, maar zijn tovenaarskunst biedt, net zoals de gedichten van Hölderlin, een uitweg. In het derde deel, ‘De duist’re nacht vaart uit’, is Hölderlin écht aanwezig. “En als klimop, schreef Hölderlin, / hangt takloos de regen omlaag.” Een van de mooiste en griezeligste vergelijkingen die ik ooit las is deze: “vliegtuigen, de grijze broeders van de oertijd”.
Sebalds meesterwerk, ‘Austerlitz’, is waarschijnlijk een emanatie van de passage die met deze twee zinnen begint, “Meneer Deutsch, / uit Kufstein afkomstig, / was in achtendertig als kind / naar Engeland gekomen. / Veel kon hij zich niet meer / herinneren; sommige dingen kon hij / niet meer vergeten.”

Zo is mijn dag toch niet helemaal leeg en nutteloos geweest, in weerwil van vermoeidheid, angst en kleine rouw.

marie et julien.jpg

Afbeeldingen: Isabelle Adjani in 'Possession'; Thomas Müntzer; Emmanuelle Béart in 'Histoire de Marie et Julien' (Jacques Rivette).

16-09-07

BEELDEN VAN LEVENDEN EN DODEN



marie et julien


Vorige week zag ik, toevallig of niet, twee films over de relatie tussen de levenden en de doden. Hoe de doden terugkomen, niet als spoken of geesten, maar als reële, tastbare wezens. Geïncarneerde zielen. Solaris van Steven Soderbergh - geen meesterwerk, maar wel een uitstekende film – is een remake van de film van Andrei Tarkovski. Het verhaal is gesitueerd aan boord van een ruimtestation in de nabijheid van de ‘intelligente’ planeet Solaris. Het science-fiction element is zeer ondergeschikte aan de menselijke gevoelens en emoties, met name die van het hoofdpersonage, een psychiater die een rouwproces beleeft. In het ruimtestation ziet hij zijn overleden vrouw terug en voelt hij opnieuw zijn innige liefde. De film verwijst ongetwijfeld naar de mythe van Orpheus en Eurydice. Je kunt de teruggekeerde doden zien als zeer levendige aanwezigheden in de verbeelding van de levenden. Wellicht zijn ze verdrongen naar het onbewuste maar komen ze door een bepaalde gebeurtenis weer aan de oppervlakte. De planeet Solaris is dan een metafoor voor de kracht die het verdrongene weer naar boven haalt. Een rode draad doorheen de film is het schitterende gedicht van Dylan Thomas, And Death Shall Have No Dominion. Het gedicht is ook de afscheidsbrief van de geliefde vrouw.

 

Jacques Rivette, die volgend jaar 80 wordt, staat sinds de jaren zestig bekend voor zijn eigenzinnige, geheimzinnige, soms zeer lange films. Hij is samen met François Truffaut, Jean-Luc Godard en Eric Rohmer een van de grondleggers van de Franse nouvelle vague en van de auteurscinema. Zijn film Out 1 heb ik in een ingekorte versie gezien, de originele film duurt ongeveer 13 uur. Zijn mooiste werken vind ik Céline et Julie vont en bateau (met de jong overleden Juliet Berto in een van de hoofdrollen) en La Belle Noiseuse (bijna vier uur lang Emmanuelle Béart naakt als schildersmodel voor Michel Piccoli). Een paar dagen geleden zag ik Rivette’s Histoire de Marie et Julien, alweer een mysterieuze film over levenden en doden die elkaar ontmoeten. Emmanuelle Béart is eens te meer prachtig, niet alleen als vrouw maar zeker ook als actrice, in de rol van Marie, een raadselachtige verschijning die kennelijk is teruggekeerd uit het rijk van de dood. Zij beleeft een intense liefdesrelatie met de klokkenmaker en afperser Julien. Dat zij wel degelijk dood is blijkt onder meer uit het feit dat zij niet bloedt als zij zich verwondt. Bovendien spreekt zij soms een vreemde, onmenselijke taal. Op een keer als Marie de liefde bedrijft met Julien komen er zinnen uit haar mond die ik meteen herkende als fragmenten uit Kleists Penthesilea. Ik heb dat stuk - over de onmogelijke, letterlijk verscheurende liefde van Achilles en Penthesilea, de koningin van de Amazones - vaak gelezen en meermaals in opvoeringen gezien. Er bestaat een mooie vertaling van de hand van Gerrit Komrij van het stuk.

De poes van Julien heet dan weer Nevermore, het woord dat de raaf telkens opnieuw uitspreekt in het beroemde gedicht van Edgar Allen Poe. De verteller in dat epische gedicht treurt om de dood van degene die de engelen Lenore noemen. Tegen de raaf zegt hij naar aanleiding van het woord ‘nevermore’:

“Be that word our sign of parting, bird or fiend!”

I shrieked, upstarting –

“Get thee back into the tempest and the Night’s Plutonian shore!”

De levende Julien snijdt zich in de vinger en bloedt, hij herstelt klokken, hoe groter hoe ouder, zegt hij, en perst onmogelijk veel geld af van Madame X. Madame X heeft eveneens een relatie met een dode, maar dat is weer een ander verhaal… Of toch niet?

Neem van mij aan dat je van Histoire de Marie et Julien nooit genoeg kunt krijgen. Dat is zo met alle raadsels, mysteries en mythes. Jacques Rivette was 75 toen hij deze film beëindigde. Wat moet het voldoening schenken om op zo'n hoge leeftijd nog zulke prachtige films te kunnen maken, en met een actrice als Emmanuelle Béart te kunnen samenwerken.

Afbeelding uit Histoire de Marie et Julien.

17-05-07

SEKS, SUCCES EN STRAF


 emmanuelle béart

Wil een mens succes tegen elke prijs? Ik zou een stukje kunnen schrijven, helemaal naakt op mijn stoel gezeten, over erotiek, want dat lezen Vlamingen graag. Seks en erotiek, daar verveel je niemand mee. Het stukje zou zeker niet over Francesca Vanthielen gaan, want daar heb ik echt niets over te zeggen. Ik weet nauwelijks wie ze is. Ik geloof dat Francesca op televisie komt en af en toe in een Vlaamse film meespeelt, die meestal flopt, en zeker niet op filmfestivals wordt vertoond. Ze staat vaak in Humo afgebeeld, en soms wordt ze geïnterviewd, om de tien maanden ongeveer. Bij Humo kennen ze tien mensen, BV’s noemen ze die wezens, en die worden om beurten ondervraagd over hun seksleven. Vijf mensen uit de sportwereld, vier uit de showbusiness, en één kunstjesmaker, speciaal uigekozen om aan de behoeften van de ascetische elite tegemoet te komen. Francesca is één van die tien, vandaar dat ik weet dat ze om de tien maanden aan de beurt is. Dat was tot voor kort toch de gang van zaken, maar ik ben de draad een beetje kwijt, omdat de VRT met het genie Lux op de proppen is gekomen. Dat is echt een man die alles weet. Hij heeft de oogopslag van het genie, dat zie je meteen. En hij interviewt alleen maar kunstjesmakers. Ik geloof dat Humo nu met de handen in het haar zit, als Humo tenminste niet kaal is. Maar dat zijn zorgen voor later

Veel Vlamingen hebben de gewoonte ‘seks’ foutievelijk als ‘sex’ te spellen. Is het uit onwetenheid, domheid, of vinden ze dat een x er geiler uitziet dan een k of een s? Zelf vind ik de s een mooie letter, een hele mooie, meanderende letter; ze heeft de vorm van een kronkelende slang – en de slang is een metafoor voor zowel de vrouw als het mannelijk geslachtsorgaan, de penis dus. Wat ik van de k moet denken weet ik niet goed. Je hebt alvast kunst met een grote en een kleine k. En er is de k van het vrouwelijk geslachtsorgaan, daar valt veel over te zeggen en te denken. Maar, zoals ik al zei, ik weet niet goed wat. Kut met peren, zei mijn grootvader zaliger altijd, maar de man was een waardeloos sujet. Hem laat ik hier om die reden buiten beschouwing, anders zou het de hele tijd over kut gaan, en dat wil ik niet, toch?

Als ik naakt op mijn stoel zou zitten en ik zou de gordijnen open laten zouden voorbijgangers opmerken: kijk, die zit daar bloot op zijn stoel. Zij zouden het woord ‘naakt’ niet gebruiken, denk ik. Is ‘bloot’ een lekkerder woord dan ‘naakt’? Weer komt de k om de hoek loeren, die k van kut met peren. Of zijn de voorbijgangers allergisch voor de a van Afrodite?  Dat denk ik niet. Voor alle zekerheid zal ik het eens aan Laura moeten vragen. De k, zo denk ik nu opeens, kan het ook niet zijn, want de Vlamingen gebruiken bijzonder graag de woorden kont en flikker. Kijk, hij zit daar in zijn blote flikker op die stoel, hoor ik ze al zeggen. Nee, ik weet echt niet op wat die voorkeuren voor bepaalde woorden zijn gebaseerd. Je ziet het, van kabbala heb ik in tegenstelling tot Madonna geen kaas gegeten.

Het stukje zou evenmin over Els Tibau gaan. Ik weet zelfs niet wat die naam hier komt doen. Ik ken helemaal geen Els Tibau. Waarschijnlijk heb ik hem onbewust geregistreerd toen ik in een krantenwinkel stond om er Uncut, Mojo en Magazine Littéraire te kopen. Het woord ‘girlwatch’ is terwijl ik daar aan de kassa stond waarschijnlijk samen met Els Tibau mijn onbewuste binnengeslopen. In ieder geval laat ‘girlwatch’ me niet meer met rust. Ik heb er de voorbije nacht zelfs van gedroomd. Ik was een kleine jongen op school en was stout geweest. Als straf moest ik duizend keer dat woord ‘girlwatch’ schrijven. Ik vond het geen erge straf, want elke keer als ik het woord noteerde zag ik Brigitte Bardot in bikini voor me. Bij het ontwaken vond ik het erg dat het Brigitte Bardot was geweest en niet Emmanuelle Béart of zo. (Maar Emmanulle Béart zou ongetwijfeld geen bikini aan hebben gehad. Er bestaat geen mooier bloot dan dat van deze actrice in de vier uur durende film La belle noiseuse van Jacques Rivette.) Een Front National-madame als de rimpelige BB is niet mijn cup of tea. Maar zo gaat dat met het onbewuste en met straf schrijven. Je kiest je eigen straf niet uit.
seks,sex,erotiek,letters,bloot,naakt,francesca vanthielen,els tibau,emmanuelle beart

Weet je wat? Ik denk dat ik helemaal geen stukje zou schrijven om succes te krijgen. Het zou te zeer als straf aanvoelen. En het leven zelf is al voldoende straf, in alle betekenissen van het woord.

26-02-06

KORTE ONTSTAANSGESCHIEDENIS VAN BLASBAND


Emmanuelle Béart


Een woord uitleg bij de twee poëtische schetsen met als titel Blasband. Ze zijn onstaan uit de roman ‘As’ van Philippe Blasband, een in Teheran geboren schrijver die in Brussel leeft en werkt. Hij geeft les aan de filmschool Insas, schrijft vooral toneelstukken en scenarios. Hij zal nu wel enige bekendheid genieten vanwege zijn scenario’s voor de uitstekende films ‘Une liaison pornographique’ van Frédéric Fonteyne en voor ‘Nathalie’ van Anne Fontaine (met de mooie Emmanuelle Béart).

Ik had de eerste roman van Philippe Blasband zonder enige reden gekocht op een rommelmarkt in Bergen, in de provincie Noord-Holland, in 1995 of zo, en tijdens een regenachtige dag gelezen. Het boek maakte een diepe indruk op me. Daar zijn die ‘gedichten’ uit ontstaan. Ik heb in die periode ook stukken van Blasband gezien. Ik had de man graag leren kennen, maar dat is er nooit van gekomen. Ik ben er te schuchter voor om zo maar naar iemand toe te stappen en te zeggen, hier ben ik, laten we maar eens praten

 BLASBAND

Foto boven: Emmanuelle Béart in 'Nathalie'
Foto onder: Philippe Blasband