18-12-08

MAN IN HET DONKER (EN HET LICHT)

lezen,boeken,tijd,reizen,licht,hanif kureishi,buiten,depressie,eels,donker,geheugenverlies,landschappen,haruki murakami,rilke,paul auster,tijdverdrijf,binnen,stendhal,terugblik,jaaroverzicht,richard yates,poe,william styron,philippe claudel,george eliot,elias canetti,siri hustvedt,peter ackroyd,cormac mccarthy,mark oliver everett,richard rorty,jospeh roth,banana yoshimoto,martin frost


Ik wil geen negatief klinkend jaaroverzicht schrijven. Maar ik wil toch beginnen met de waarschuwing dat ongeveer alles wat ik in 2008 beleefde in het teken stond van neerslachtigheid, melancholie, burn out, chronische vermoeidheid en de vloek van antidepressiva. Mijn geheugen is erdoor achteruit gegaan. Zowel synthetisch als analytisch denken valt me moeilijk. Ik ben bang voor cijfers, maar dat heb ik altijd wat gehad. Faalangst gecombineerd met perfectionisme. Ik wil zoveel mogelijk meemaken, bijwonen, zien, maar ik kan om een mij onbekende reden nog maar moeilijk de deur uit. Mijn levensgezellin stimuleert me daarin, zij is er nauwelijks in geïnteresseerd om – vooral ’s avonds – nog buiten te komen. Net als ik houdt ze van het leven en de kunst maar het werk slorpt het leeuwendeel van haar energie op.

In weerwil van die donkere schaduwen die op mijn levenspad vielen heb ik ook helder licht gezien, momenten van schoonheid beleefd, en fijne, lieve mensen ontmoet of er onrechtstreeks mee gecommuniceerd. De vriendschap is gebleven, ik haat niet, ik verkies nog steeds de liefde boven de oorlog. Ik ben vaak in mijn kamers gebleven maar heb ook korte, intense reizen gemaakt. In het zonlicht viel alle ellende van me af. Ik was dan soms opnieuw in de wereld, tegenwoordig, verzoend met mijn omgeving en met mezelf. Aan de Atlantische oceaan voelde ik een soort extase bij het zien van die immense hemel, met slechts hier en daar een wolk. En zover je kon zien alleen maar zand, water, schelpen. In de verte twee wandelaars. En ver achter mij mijn vrouw die rustig op een bank zat te lezen in een boek van Murakami.

Haruki Murakami heeft mezelf ook genoegen gedaan. Ik denk dat hij de beste schrijver van deze tijd is, maar ik kan er moeilijk over oordelen, omdat de tijd van het vele lezen voor mij voorbij schijnt te zijn. Wat ik doe is terugdenken aan de boeken die ik vroeger heb gelezen. Soms neem ik er nog eens een ter hand en lees een fragment. Hölderlin, TS Eliot, James Joyce, Cesare Pavese. Altijd kleine stukjes. Gewoon een boek vasthouden, er eens aan ruiken, is al een plezier. Ik las voor het eerst een boek van Richard Rorty, ‘Contingentie, ironie & solidariteit’: het maakte grote indruk op me. Hij is een filosoof die ik over het hoofd heb gezien toen hij nog leefde.  Mijn vriendin Inge wees me op het bestaan van Richard Yates. ‘Revolutionary Road’, een roman uit 1961, is droevig maar mooi een honderd procent echt. Er wordt veel in gedronken. Gelachen heb ik vooral met Hanif Kureishi. In zijn roman ‘Something To Tell You’ herkende ik heel veel van mezelf. Kureishi schrijft over mijn generatie, of liever, over de kleine minderheid van mijn generatie die het in het midden van de jaren zestig aandurfde een ander leven te gaan leiden, voor nieuwe muziek, film, theater en mode te kiezen. Want vaak wordt gezegd, die of die generatie, en dan worden daar alle positieve eigenschappen aan toegeschreven van die enkelingen die op hun tijd vooruit waren. Het spijt me als dit verwaand klinkt, maar zo is het nu eenmaal.

lezen,boeken,tijd,reizen,licht,hanif kureishi,buiten,depressie,eels,donker,geheugenverlies,landschappen,haruki murakami,rilke,paul auster,tijdverdrijf,binnen,stendhal,terugblik,jaaroverzicht,richard yates,poe,william styron,philippe claudel,george eliot,elias canetti,siri hustvedt,peter ackroyd,cormac mccarthy,mark oliver everett,richard rorty,jospeh roth,banana yoshimoto,martin frost

Ik heb nog andere mooie, ontroerende boeken gelezen, waaronder ‘Grijze Dagen’ – de titel zegt al veel - van Philippe Claudel, het zeer poëtische maar beangstigende ‘The Road’ van Cormac McCarthy, een geniale schrijver die dankzij de broers Coen ook in dit land wat meer aandacht kreeg, een aantal romans van de onvolprezen Joseph Roth (met dank aan Bart D., om mij hier op te wijzen), ‘Het duister zichtbaar’, een boek over depressie, van William Styron, ‘Party tijdens de blitz’ van Elias Canetti, ‘Kitchen’ van Banana Yoshimoto, een Japanse schrijfster die ik op het spoor kwam dankzij mijn Portugese vriendin Cristina, Rilkes ‘Brieven aan een jonge dichter’, ‘Poe – A Life Cut Short’, een korte maar uitstekende biografie van Edgar Allan Poe door Peter Ackroyd, een meester in het genre. Deze zomer had ik het genoegen een van mijn literaire helden, Paul Auster, in levenden lijve te zien in het Paleis voor Schone Kunsten, waar zijn film ‘The Inner Life Of Martin Frost’ werd vertoond. Ik zou het nooit geweten hebben als Valérie er me niet over had aangesproken. Paul Auster heeft prachtige ogen en een heel mooie vrouw, Siri Hustvedt, die er gelukkig ook bij was. Na afloop was er een signeersessie, maar ik had geen zin om in die lange rij te staan voor een handdruk, een handtekening (en een glimlach van Siri Hustvedt). Ik ben wel meteen haar boek gaan kopen en heb het ook gelezen. ‘The Sorrows of An American’ is zeer mooi geschreven, maar de plot bracht me soms in de war. Overigens is het hoofdpersonage net als in Kureishi’s laatste roman een psychoanalyst. Net wat ik nodig heb. Vanzelfsprekend heb ik Paul Austers ‘Man in the Dark’ in een ruk uitgelezen, en nu ben ik alweer vergeten waar die roman eigenlijk over ging. Dat geheugen! Maar ik val in herhaling.

De mooiste, rijkste, heerlijkste boeken die ik het voorbije jaar heb gelezen zijn twee klassiekers: ‘Middlemarch’ van George Eliot en ‘Lucien Leuwen’ van Stendhal. Hieruit mag duidelijk blijken dat ik geen recensies lees, maar me wel laat adviseren door vrienden. Oh, ja, een erg boeiend boek is ook ‘Things the Grandchildren Should Know’ van Mark Oliver Everett, beter bekend als zanger/songschrijver van Eels.

Tussen dat lezen door at ik aardappelen, soep, vis, brood, dronk wijn en luisterde naar muziek. Meer daarover in een volgende aflevering.

12-05-08

VOOR DE KLEINKINDEREN: MARK OLIVER EVERETT

dood,leven,mark everett,e,eels,boek,pop,kunst,verwantschap,humor,tragiek

Ik zit te lezen in ‘Things the Grandchildren Should Know’ van Mark Everett, beter bekend als E van Eels. Wat een grappig, droevig, tot tranen bewegend boek! Niet dat ik van uitroeptekens houd, maar soms moet het. De ‘kleine’ wereld die Everett beschrijft verschilt van mijn ‘kleine’ wereld, zoals een ontbijt bestaande uit voldoende sterke koffie, volkoren boterhammen belegd met kaas of ham uit de Ardennen verschilt van een ontbijt bestaande uit slappe koffie en pancakes ( of worstjes, eieren, aardappelen en slappe koffie). Maar die ‘kleine’ wereld van Mark Everett roept heel mijn ‘kleine’ wereld op. In vreugde en verdriet zij wij broers, behoren we tot dezelfde familie.  Dat is een fijne gedachte. Voor alles is duidelijk  dat we niet weten wat ons nog te wachten staat. Over een half uur kan ons leven er helemaal anders uitzien. Een vliegtuig kan neerstorten op ons dak, ik kan, zoals ooit Robert Wyatt, ‘per ongeluk’ door het raam vallen, we kunnen met de lotto winnen, noem maar op.

De titel van het boek is ook grappig. Mark Everett is toch al in de veertig en hij heeft nog geen kinderen, hoe zal hij dan ooit kleinkinderen hebben? Nu ja, ook dat is mogelijk, zeker als je E heet.

Over zijn aangrijpende elpee ‘Electro-shock Blues’, die als hoofdthema de dood van zijn zus heeft, met onder meer ‘Elizabeth On the Bathroom Floor’ en ‘Going To Your Funeral’, schrijft hij onder meer het volgende:

“To me it wasn’t a record about death. That was missing the point. It was about life. And death was a big part of life that tended to be ignored, or denied. No one wanted to think there would be an end to themselves, but I coundn’t ignore it and I realized that if you treat ik like the everyday fact of life that it is, it becomes less scary. And also, by being more aware of death, you gain a perspective on living and how you’d better makei t count, whatever that may mean to you.“

10-05-08

LANGZAAM EN KWETSBAAR OP WEG

traagheid,leven,ziekte,vermoeidheid,eels,mark oliver everett,alexander mackendrick,literatuur,roman,middlemarch,george eliot,lezen,muziek,film,geneesmiddelen,vitamines

Ik heb zo’n beetje de indruk dat ik jaren achtereen in hetzelfde boek heb zitten lezen. Gelukkig is George Eliots ‘Middlemarch’ nu uit. Negenhonderdzestien pagina’s heb ik doorgebracht in het gezelschap van Dorothea Brooke, Rosamond Vincy, Will Ladislaw, Fred Vincy, Caleb Garth (die mij altijd weer aan Garth Hudson deed denken), Edward Casaubon, de bankier Bulstrode en de onfortuinlijke dokter Lydgate, in een fictieve regio ergens in Engeland omstreeks 1830. Een geheel andere wereld dan degene waar we nu in leven, en toch maakt veel van wat er in de roman gebeurt een zeer vertrouwde indruk. De meeste personages zouden net zo goed nu kunnen leven; hun emoties, verlangens, dromen, ziektes, tegenslagen, geluksmomenten, liefdes en de tientallen misverstanden zijn helemaal van deze tijd. Daarom heb ik geen spijt van de in Middlemarch geïnvesteerde uren. Het is een onbetwist meesterwerk dat iedereen zou moeten lezen. Het is een van die zeldzame boeken die je verzoenen met de wereld en de mensen.

Al die maanden heeft er in België een politiek crisis gewoed waarmee ik nauwelijks begaan ben geweest. Mijn dagen zijn in een waas gehuld, ’s nachts jaagt de ene nachtmerrie de andere weg en word ik badend in het zweet wakker. Overdag ben ik uitgeput maar zoek ik toch naar een zin. Ik neem geneesmiddelen, massa’s vitamines, en omega-3, om aan de slag te kunnen gaan. Ik heb meerdere opdrachten; de ene, het werk, is een uiterlijke noodzaak, om te overleven en de andere, het schrijven, is een innerlijke noodzaak, om geen zelfmoord te plegen. Ik houd van het leven en wil me niet zomaar van uitputting overgeven aan leegte en uitzichtloosheid. Maar ik weet het niet. Ik weet niet wat ik moet doen. Ik ben nog niet wanhopig, maar sta wel op het punt om de strijd op te geven.

Toch blijf ik cd’s en boeken kopen, alsof er niets veranderd is, alsof ik even snel en intens lees als twintig jaar geleden en de muziek mij naar even hoge sferen zal brengen als in 1968 en 1977. Die tijd is lang voorbij. Er zijn geen hogere sferen en ik bewandel mijn pad in traagheid. De warmte verandert mij in een slak, zonder beschermend huisje; neen, ik wandel naakt en kwetsbaar. Het is helemaal niet de trotse naaktheid van Moby Grape en Cat Power in ‘Naked If I Want To’. Het is een beschamende en lachwekkende naaktheid en traagheid. Ik schrijf dit neer, niet als zelfbeklag maar als een stand van zaken. Straks drink ik wijn bij het eten en luister naar the Gutter Twins en Karen Dalton. Straks lees ik  de wederwaardigheden van een andere loser, maar dan wel een loser met succes, ik bedoel de autobiografie van Mark Oliver Everett, ‘Things the Granchildren Should Know’. Straks kijk ik voor de zoveelste keer naar de genadeloze film ‘Sweet Smell Of Success’ van Alexander Mackendrick. Straks val ik in een diepe, droomloze slaap. En volgende week laat ik mijn fiets herstellen. Want wat ik vooral mis is beweging. Leven is niet alleen luisteren en lezen, maar zeker ook bewegen.

"Ver weg in de welvende lucht was het parelmoeren licht en ze voelde de grootheid van de wereld en de menigvuldigheid van het ontwaken van mensen tot arbeid en lijdzaamheid. Ze maakte deel uit van dat onbewuste, kloppende leven en kon er vanuit haar comfortabele onderkomen niet zomaar als toeschouwer naar kijken, noch haar ogen afwenden in zelfbeklag."
George Eliot, Middlemarch

04-12-07

EELS / BUS STOP BOXER

 



In deze barre tijden, de zwarte nacht van mijn ziel, bieden eels ‘onder leiding’ van Mark Oliver Everett en Bach mij nog enige troost. Maar zelfs om die schoonheid tot me door te laten dringen moet ik mij zeer inspannen. Ook om deze clip van Eels te bekijken. Het is een opname van de band met strijkers, live opgenomen in Town Hall in New York City. I’m the bus stop boxer! Eels heeft wel meer prachtige melancholische songs, zoals ‘Suicide Life’, waarvan ik de tekst hieronder plaats:

You think you'll get under ol' monsieur's lid
And try to imagine all the things that he did
You don't know where i'm gonna go
You don't know where i'll go

I'll go none too bravely
Into the night
I'm so tired of living
The suicide life
That ain't no reason to live

Wake up in the night and think of all the years
Falling from the ceiling and covering your ears
You don't know how you're gonna get out
You don't know how you'll get out

I'll go none too bravely
Into the night
I'm so tired of living
The suicide life
That ain't no reason to live

Call up your best friend
And tell him a lie
You've got to be kidding
I'm not really high
I dont know where i'm gonna go
I don't know where i'll go

I'll go none too bravely
Into the night
I'm so tired of living
The suicide life
That ain't no reason to live

18-11-07

WAAROM ZOU IK NOG BUITENGAAN?


dancing with myself

Waarom zou ik nog buitengaan? Alle muziek van de wereld heb ik om mij heen verzameld. Ach, nee, niet alle - maar voldoende om mijn jaren mee te vullen, voldoende om mijn ziel, waarin ik niet geloof, te voeden. En zo dans ik voorlopig met mezelf, geduldig wachtend op mijn andere helft. Denk niet dat ik medelijden vraag, want het is goed zo en er komen andere tijden. Alleen deze lege armen...

Foto: Martin Pulaski, Dancing with myself.

22-03-06

ENKELE WOORDEN OVER DE KERSENTUIN


eels


Ik zou nog terugkomen op ‘De kersentuin’ van Tsjechov in de regie van Raven Ruëll. Bij nader inzien heb ik er niet veel meer over te vertellen. Ik zou dan een studie moeten maken over het werk van Tsjechov, over thema’s als eenzaamheid, melancholie, verveling en berusting. Daar heb ik geen tijd voor. Bovendien is dit niet de geschikte plaats voor zulke beschouwingen. Ik kan de voorstelling in de KVS wel warm aanbevelen. In weerwil van de melancholische ondertoon van het stuk kan er veel worden gelachen, vooral met de onweerstaanbare Lukas Smolders als de zakenman Lopachin. De regie van Ruëll is gebaseerd op aanbevelingen van Tsjechov zelf: hij zag De kersentuin als een komedie, niet als een melodrama. Revolutionair theater is dit dus niet. Maar dat geeft niet. Het is gewoon heel goed. Ga eens een avondje uit, het is echt genieten. En zoals ik al zei: voor degenen die op zoek zijn naar echte schoonheid gekoppeld aan acteertalent is er Katrien De Ruysscher.

Over Mark Everett alias eels zou ik ook nog iets vertellen. Maar dat tragische verhaal heeft al in Humo gestaan, in de inleiding van de bespreking van ‘eels with Strings, Live at Town Hall’. Waarom het hier dan nog een keer herhalen? Het leven is kort, we moeten onze tijd niet verknoeien. Laten we gewoon naar de man zijn werk luisteren. Al mijn woorden zijn in vergelijking daarmee veel drukte om niets. Mag ik aan de liefhebber van melancholische liederen dan meteen nog drie cd’s van Richard Hawley aanbevelen: Coles Corner, Lowedges en vooral Late Night Final. Ik heb deze hemelse muziek, die niet van deze tijd is, nu pas ontdekt. Is dat erg? Natuurlijk niet, want ik geniet er nu van, en zal dat zonder twijfel over tien jaar ook nog doen.

Foto: Mark Everett.