20-02-16

ORDE VAN DE DAG*

hail 1.jpg

Nu weer de oude vertrouwde onrustige slaap, met om het half uur wakker worden om te kijken of het nog geen half acht is. Het is nog maar drie uur, half vier, et cetera. Over dat patroon maak ik me minder zorgen dat over een lange, diepe slaap waaruit ik me maar met moeite los kan rukken. Mensen zijn vreemde wezens, niets menselijks is ons vreemd.

Een vriend liet me een onbekend lied van the Byrds horen. Het stond op een tape die uit een grote witte magical mystery box kwam. Daar zat nog ander materiaal in, onder meer palimpsesten, teksten die van achteren naar voor waren geschreven, mystieke traktaten, kosmische muziek. De song zelf was mooier dan om het even wat the Byrds ooit op plaat hebben gezet, mooier dan ‘Draft Morning’ en ‘Hickory Wind’. Hij klonk ook als een palimpsest, meerlagig, met zang en instrumenten die in sommige gedeeltes achterstevoren waren gemixt. Toch was het geluid helder, transparant (niet als glas maar als vleugels van grote witte vlinders in de zon). Het was de ‘typische’ sound van the Byrds, maar nog meer pastoraal, met nog meer hunker, met een duidelijk uitgesproken verlangen naar eenwording met de natuur, met het Al – en daar tegenover de melancholie die het gevolg is van de onmogelijkheid van zo’n eenwording. De verscheurdheid van de mens die alleen staat in de natuur, zoals een personage op een doek van Caspar David Friedrich. Een verscheurdheid die met veel schoonheid - tedere en etherische geluiden, harmonieuze zangpartijen – wordt uitgedrukt, niet met brutaliteit, niet met geluidsterreur. Het lukte me om hier en daar een woord van de achterstevoren geschreven tekst te ontcijferen. Ik besefte dat ik hier de sleutel kon vinden voor de deur naar een andere vorm van waarnemen en ervaren. Maar dan had ik geduld nodig en tijd.

0notorious.jpg

Het is erg mistig maar je voelt dat de zon er al door wil dringen. Nog even wachten voor ik de ramen open. Frisse lucht in deze kamers.

Het is niet goed als de patronen die je dagen bepalen een routine worden. De herhaling - van altijd dezelfde handelingen op dezelfde uren van de dag - is een kwelling, een koud vuur dat je opbrandt zonder dat je er erg in hebt. Herhaling en routine maken je oud en moe. Maar anderzijds heb je discipline nodig om te kunnen werken, om ‘geestelijk’** te kunnen leven. Chaos maakt je net zo goed kapot als orde. Is het mogelijk de ene dag chaotisch te leven en de andere gedisciplineerd, de ene dag als een anarchist de andere als een emotionele fascist (om eens een uitdrukking van Elvis Costello te gebruiken)?
0frances-mcdormand-as-c-c-calhoun.jpg

Na lang geaarzel en nietszeggende argumenten pro en contra dan toch naar de cinema. ‘Hail, Caesar!’ van de gebroeders Coen. Ik heb van al hun films genoten, van hun stijl, hun humor, hun dialogen, van alles. Het meest van al van ‘Fargo’, in mijn ogen een meesterwerk van zwarte humor. Soms doet het werk van de broers me wat aan dat van Mel Brooks denken. Maar heb ik destijds niet veel van Mel Brooks gehouden? De Coens doen het echter allemaal nog beter. Niet alleen de humor, de satire en pastiche maar ook en vooral het verbeelden (in beeld brengen) van de tijd, van specifieke tijdsperiodes. Van ruimte in de tijd, van locaties en personages. En er is bij hen niet alleen maar humor en satire maar ook drama, passie en zelfs tragedie. In ‘Hail, Caesar!’ sprak de eigenlijke intrige, het Christus-verhaal zal ik het maar noemen, mij meer aan dan de ‘fragmenten’ – elk in een specifiek genre, melodrama, musical, western, zwemfilm – die er zijn in ingebed. Het maakt mij niet uit of dat verhaal ernstig mag genomen worden of niet, voor mij is het een mooi voorbeeld van een kleine heroïsche strijd tegen corruptie, verleiding, bedrog, zelfverlies. Het is niet nodig om in Jezus, de duivel of god te geloven om geraakt te worden door een passiespel. De fragmenten, pastiches van Hollywoodgenres zoals die in het begin van de jaren vijftig werden gedraaid, vond ik bijwijlen minder geslaagd. Zeker de musical ‘No Dames!’ had beter gekund. Waarschijnlijk was het budget van de regisseur van de matrozenfilm wat te klein om zo’n dansnummer tot in de kleinste details te verzorgen. Het is zelfs mogelijk dat de gebroeders Coen het zo bedoeld hebben. Het meeste pret heb ik beleefd aan de vergadering met de geestelijken waarin over de aard van god en Jezus wordt geredetwist, aan de bijeenkomst van de communistische scenaristen en aan de stukjes met Scarlett Johansson (voor mij voor altijd het meisje uit ‘Lost In Translation’, nu wel erg grofgebekt), Tilda Swinton (voor altijd de echtgenote van David Bowie) en Frances McDormand (voor altijd een zwangere politieagente).
Ik ging ervan uit dat ‘Hail, Caesar!’ een film voor het zogeheten ‘grote publiek’ was. Maar gelukkig is dat niet het geval. Alleszins heb ik geen geur van popcorn opgesnoven.
0tilda-david3.jpg

Op televisie ging het over de uitverkoop van de Europese Unie, het bedriegen en uitpersen van de Belgische bevolking, vooral van degenen die het financieel of op ander gebied moeilijk hebben, de grote meerderheid dus, en over de gunsten, geschenken en privileges van ‘onze’ regering voor de superrijken. Walgelijk spektakel. Escapisme is een tijdelijke oplossing, maar wat meer en meer noodzakelijk wordt is actie. Dat we eindelijk op straat komen en onze woede uiten, dat we eindelijk deze verdomde regeringen naar huis sturen en mensen verkiezen die ons werkelijk en rechtstreeks vertegenwoordigen.

...


*Stemmingswisselingen iii
**’Geestelijk leven’, is er iemand die die uitdrukking nog gebruikt?
Afbeeldingen: Scarlett Johansson; The Notorious Byrd Brothers; Frances McDormand; Tilda Swinton & David Bowie.

 

07-02-16

ZERO DE CONDUITE: VOOR DAVID BOWIE 2

david-bowie-c.jpg

Playlist van ‘Voor David Bowie’ uitgezonden op 6 februari 2016 in Zéro de conduite op Radio Centraal in Antwerpen.

Space Oddity - The Langley Schools Music Project – Innocence and Despair, 1976/2001 - Bowie/David Bowie [Fragment].

All The Madmen - David Bowie - The Man Who Sold The World - David Bowie.
1970 Mercury, in 1972 door RCA heruitgebracht met andere hoes. Een productie van Tony Visconti, tot het einde een van de trouwe partners van Bowie. ‘All the Madmen’ is beïnvloed door werken van Ronald Laing en David Cooper, anti-psychiaters. Davids halfbroer was wat toen schizofreen werd genoemd. Het thema van de ‘waanzinnige’ outsider zou je een rode draad in het werk van Bowie kunnen noemen. De titelsong werd door Nirvana gecoverd.

Liza Jane - Davie Jones And The King Bees - The Mod Scene Vol. 2 – Leslie Conn.
De eerste single, uit 1964. David Bowie was toen 17 en heette nog Davie (en Davy) Jones.

Rosalyn - The Pretty Things - The Pretty Things - Duncan/Farley.
Single (UK 1964) en LP-track uit ‘Pretty Things’ (USA 1965). Bowie coverde dit rhythm & blues pareltje op ‘Pin-Ups’.

I Keep Forgettin' - Artwoods - 100 Oxford Street – Jerry Leiber/Mike Stoller.
Chuck Jackson hit in 1962, Artwoods versie op ‘Art Gallery’, 1966. Door Bowie gecoverd op ‘Tonight’.

Circles (Instant Party) [From The Single "A Legal Matter"] - The Who - Pete Townshend.
Single B-kant, 1966. De producer was Shel Talmy.

You've Got A Habit Of Leaving - Davy Jones & The Lower Third - Nuggets II: Original Artyfacts From The British Empire And Beyond, Vol. 2 – David Jones.
Single uit 1965, een Shel Talmy-productie. Sterk beïnvloed door the Who. David Bowie speelt mondharmonica, wat hij ook doet op ‘I Can't Give Everything Away’, de allerlaatste track op ‘Blackstar’.

Where Have All The Good Times Gone - The Kinks - The Kink Kontroversy - Ray Davies.
B-kant van single uit 1965. Op ‘Pin-Ups’. Ook Ray Davies was belangrijk in de eerst periode van David Bowie, die van de Swinging London Boy. Kennelijk ging het in 1965 al erg slecht, als we Ray Davies mogen geloven.

Sorrow - The McCoys - Smash Boom Bang! Songs & Productions Of Feldman-Goldstein-Gottehrer.
Met de lyrische woorden “with your long blonde hair and your eyes of blue”. In Engeland een hit voor The Merseys, de versie waarop Bowie zich baseerde voor zijn ‘Pin-Ups’ cover (ook uitgebracht als single). De jonge Rick Derringer maakte deel uit van the McCoys

The London Boys [Mono Version] - David Bowie - The Deram Anthology 1966 - 1968 - David Bowie.
B-kant van de single ‘Rubber Band’, 1967. Producer was Mike Vernon.

Miss Amanda Jones - The Rolling Stones - Between the Buttons - Jagger/Richards.
The Rolling Stones waren helden van Davy Jones, vooral de diabolische en androgyne Mick Jagger. David nam ‘Let’s Spend the Night Together’ op op ‘Alladin Sane’. Maar missschien gaat ‘Amanda Jones’ wel over David?

Lucifer Sam - Pink Floyd - The Piper At The Gates Of Dawn - Syd Barrett.
Zeker naar Syd Barrett keek David erg op. Op zijn eerste elpee zijn sporen van die bewondering terug te vinden en hij coverde ‘See Emily Play’.

White Light/White Heat - The Velvet Underground - White Light / White Heat - Lou Reed.
David Bowie heeft er veel voor gedaan om the Velvet Underground populair te maken. Zelf kocht ik ‘Hunky Dory’ omdat er op de hoestekst een verwijzing stond naar V.U. Met name bij ‘Queen Bitch’.

Queen Bitch - David Bowie - Hunky Dory – David Bowie.
RCA, 1971. Een productie van Ken Scott, met alle leden van de toekomstige Spiders From Mars, waaronder gitarist Mick Ronson. Een schitterende vroege LP. Hier heeft David opeens geen Londens maar een New Yorks accent.

Kooks - David Bowie - Hunky Dory - David Bowie.
Zie ‘Queen Bitch’. Bowie schreef het nummer naar aanleiding van de geboorte van zijn zoontje Zowie Bowie (Duncan Jones). Sporen van Neil Youngs LP ‘After the Goldrush’, voor wie aandachtig luistert.

Soul Love - David Bowie - The Rise And Fall Of Ziggy Stardust And The Spiders From Mars – David Bowie.
6 juni 1972, RCA. Ken Scott-productie. ‘Ziggy Stardust’ wordt het hoogtepunt van glam genoemd, hoewel het dat genre zeker overstijgt. Het is een klassieke rock-LP. Ze heeft vorm gegeven aan veel jonge levens.

Suffragette City - David Bowie - The Rise And Fall Of Ziggy Stardust And The Spiders From Mars – David Bowie.
Zie ‘Soul Love’. Mick Ronson speelt piano in Little Richard-stijl. Little Richard was nog erg populair in het toenmalige Engeland, mede door Nik Cohn’s baanbrekende boek ‘Awopbopaloobopalopbamboom – Pop From the Beginning’, dat iedereen toen verslond.

Satellite Of Love - Lou Reed - Transformer - Lou Reed.
1972, RCA. Producers David Bowie en Mick Ronson. Backing vocals: David Bowie. Piano: Mick Ronson.

Here Comes The Night - Them - The Story of Them Featuring Van Morrison – Bert Berns.
Single van Them, 1965. Een favoriet nummer van David Bowie, gecoverd op ‘Pin Ups’. Jimmy Page op gitaar.

Shapes Of Things - The Yardbirds - Ultimate! - Jim McCarty/Keith Relf/Paul Samwell-Smith.
Single, 1966. Jeff Beck gitaar freak out. Productie van de onlangs overleden Giorgio Gomelsky.

The Jean Genie - David Bowie - Aladdin Sane - David Bowie.
1973, RCA. David Bowie noemt deze elpee ‘Ziggy goes to America’. Zelf vind ik ze nog beter dan ‘Ziggy Stardust’. Jean Genie is androgyne Bo Diddley from outer space. Veel jongeren zijn na beluistering Jean Genet gaan lezen. Producers: Ken Scott en David Bowie. “…it ultimately turned into a bit of a smorgasbord of imagined Americana” zei Bowie zelf over het nummer.

Back Stabbers - The O'Jays - Back Stabbers – Gamble/Huff/Sigler.
1972, Philadelphia International. Producers: Kenny Gamble en Leon Huff. Achtergrondinformatie voor de “blue eyed soul-fase” van David Bowie
.
Right - David Bowie - Young Americans - David Bowie.
1974, RCA. Producers: Tony Visconti Harry Maslin David Bowie. ‘Young Americans’ is de funky Philadelphia soul elpee van David Bowie. Voor enkele nummers werkte hij samen met John Lennon. Er staat een cover op van ‘Across The Universe’. ‘Fame’ was een hit in de VS. ‘Young Americans’ is een favoriet nummer van Lambchop.

Meeting Across The River - Bruce Springsteen - Born To Run - Bruce Springsteen.
Columbia, 1975. Producers: Bruce Springsteen, Jon Landau. Het verhaal van een drug deal. Roy Bittan op piano, subliem trompetspel van Randy Brecker.
Voor sommige fans van David Bowie zal het een shock zijn dat Bruce Springsteen veel betekende voor onze geliefde zanger. Zeker de jonge Bruce had naast zijn machismo ook een zachtere, meer vrouwelijke kant dan algemeen wordt aangenomen. David Bowie zou Roy Bittan van de E-Street Band voor zijn volgend album vragen.

Word On A Wing - David Bowie - Station To Station - David Bowie.
1976, RCA. Producers: David Bowie en Harry Maslin. Als geheel zijn meest geslaagde elpee. Ook de hoes is bijzonder mooi, met een foto uit de film ‘The Man Who Fell To Earth’. Stilistisch een combinatie van de soul die hij liet horen op ‘Young Americans’ en electronica/futurisme. Deze fase is bekend als die van The Thin White Duke. ‘Word On A Wing’ klinkt als een gebed, het is een van Bowies meest aangrijpende liederen. Roy Bittan op piano, Earl Slick op gitaar.

Always Crashing In The Same Car - David Bowie - Low - David Bowie.
1977, RCA. Producer David Bowie en Tony Visconti. ‘Low’ is de nieuwe fase in de muzikale carrière van David. Samen met Brian Eno gaat hij experimenteren met elektronica, expressionisme en futurisme. Kant 1 van de LP bevat evenwel nog min of meer traditionele songs. ‘Low’ is een van de absolute hoogtepunten in de 20ste eeuwse rockmuziek. Ricky Gardiner, leadgitaar. Brian Eno, synthesizer. Nog een hoes met een foto uit ‘The Man Who Fell To Earth’. 1ste deel van de Berlin trilogy.

Warszawa - David Bowie - Low - David Bowie/Brian Eno.
Een geweldige samenwerking van Bowie en Eno. Joy Division heette eerst Warsaw, als eerbetoon aan deze aangrijpende en beklemmende song. De betekenisloze tekst verwijst wellicht naar de expressionistische kunstenaar Kurt Schwitters.

Nightclubbing - Iggy Pop - The Idiot - Iggy Pop/David Bowie.
1977, RCA. David Bowie was producer. ‘The Idiot’ was een nevenproject van de Berlin trilogy. Iggy Pop en David Bowie woonden samen in West-Berlijn. David Bowie op synthesizer, piano, drum machine, backing vocals.

Fantastic Voyage - David Bowie - Lodger - Brian Eno/David Bowie.
1979, RCA. Derde en laatste deel in de Berlin trilogy. Productie: Bowie en Visconti. Samenwerking met Brian Eno. Het is onduidelijk waarom de plaat enigszins miskend is, ze moet niet onderdoen voor de andere twee delen van de trilogie, al is ze wat toegankelijker. Een verbluffende vocale prestatie. En drie mandolinespelers.

Repetition - Au Pairs – Playing With A Different Sex - David Bowie.*
1981. Zeer geslaagde cover door de post-punkband the Au Pairs van een track uit ‘Lodger’. Stem: Lesley Woods

Teenage Wildlife - David Bowie - Scary Monsters (And Super Creeps) - David Bowie.*
1979. Productie: David Bowie & Tony Visconti.
Overgang naar een nieuwe, vierde fase , die van de ongecompliceerde rockster. ‘Scary Monsters’ bevat uitstekende, toegankelijke en min of meer traditionele rocksongs. Vermoedelijk was Bowie een beetje bang zichzelf in louter experimenten te verliezen.
‘Teenage Wildlife’ bevat kritiek op de popcultuur: “One of the new wave boys / Same old thing in brand new drag / Comes sweeping into view / As ugly as a teenage millionaire / Pretending it's a whiz-kid world”. Robert Fripp op gitaar, Roy Bittan op piano. Verwantschap met “Heroes”.

Kingdom Come - Tom Verlaine - Tom Verlaine - Tom Verlaine.*
1979. Uit de eerste solo-elpee van begenadigd gitarist Tom Verlaine (Television). Gecoverd door Bowie op ‘Scary Monsters’.

Without You - David Bowie - Let's Dance - David Bowie.
Mijn uitverkoren David Bowie-nummer.
Let’s Dance wordt door velen als een toegeving aan de markt beschouwd, als uitverkoop. Zelf vind ik het een prachtige dansplaat. Heel mooie productie van Nile Rodgers. En welke ongecompliceerde rockster heeft het over “serious moonlight”, om maar iets te noemen.
Put on your red shoes and dance the blues!

V-2 Schneider - David Bowie - "Heroes" – David Bowie. [Fragment]
1977, RCA. David Bowie Tony Visconti. Een hulde aan Florian Schneider van de Duitse band Kraftwerk. De hele elpee is een tour de force. “Heroes” is een van Bowies allermooiste songs. David Bowie op saxofoon, zijn uitverkoren instrument?
0david_bowie-station_to_station(rca_victor).jpg

Bonus Tracks
All The Young Dudes – Mott the Hoople – All the Young Dudes – David Bowie
Buddha Of Suburbia - David Bowie - Buddha Of Suburbia - David Bowie

I’m Deranged – David Bowie – 1. Outside – David Bowie
The Man Who Sold The World - Nirvana - MTV Unplugged In New York - David Bowie
Crush With Eyeliner – R.E.M. – Monster – R.E.M.
I Feel Free - Cream - Fresh Cream - Jack Bruce/Pete Brown
Jump They Say – David Bowie – Black Tie White Noise – David Bowie
The Electrician – The Walker Brothers – Nite Flights – Scott Walker
Seven - David Bowie - 'Hours...' - David Bowie/David Bowie/Reeves Gabrels
Pablo Picasso – The Modern Lovers – Jonathan Richman
I’ve Been Waiting For You – Neil Young – First Album – Neil Young
You Feel So Lonely You Could Die - David Bowie - The Next Day - David Bowie
I Can't Give Everything Away - David Bowie - Blackstar – David Bowie
"Heroes" - David Bowie - "Heroes" – Brian Eno/David Bowie
0David-Bowiehunkydory.jpg


* Deze nummers konden door tijdgebrek niet worden gedraaid en zijn bijgevolg ook bonus tracks.

06-02-16

ZERO DE CONDUITE: VOOR DAVID BOWIE

Zéro de conduite is een POPprogramma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Een muzikaal evenement voor allen en voor niemand. Uniek in het universum. Stem af op 106.7 FM.
Je kunt Zéro via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

David-Bowie-1971-2.jpg

David Bowie, de geliefde zanger en kunstenaar, is nu al bijna een maand dood. Het rouwproces, als we het zo mogen noemen, lijkt lang te zullen aanslepen. Ongewoon is dat niet: wij hadden het gevoel dat David Bowie ons minder vreemd was dan de meeste van onze familieleden, dan sommige van onze vrienden. Door innerlijke processen die we zelf niet kennen gaat onze liefde in veel gevallen eerder naar zij die ver van ons verwijderd leven dan naar zij met wie we dagelijks omgaan. Dat heeft weinig met Nietzsche te maken. Of misschien heeft het lezen van Nietzsche ons toch duidelijk gemaakt dat het zo was en is. Hier zijn natuurlijk uitzonderingen op: onze tederste gevoelens gaan naar mensen die we van huid en haar kennen. Maar bijna even groot is onze affectie voor aardlingen als David Bowie. Of noem het fascinatie.

syd_barrett 2.jpg


Over welke rol hij in mijn leven heeft gespeeld schreef ik al eerder in ‘Fascination: David Bowie’, dat wil ik hier niet nog een keer herhalen. Wel is het onmogelijk om geen twee uur van Zéro de conduite aan de muzikale werelden van David Bowie te wijden. Aan onze fascinatie voor hém en aan zíjn fascinatie voor andere muziek en muzikanten. Overigens is dat maar een deel van de hele Bowie. Hij was zoveel meer dan muziek. Maar aangezien wij een muziekprogramma maken beperken wij ons tot dat (essentieel) facet. Deel twee van de muzikale trip door het Zuiden van de Verenigde Staten zal moeten wachten.
Wegens tijdgebrek – twee uur per maand - en door te weinig kennis van het latere werk zal onze aandacht vooral naar de eerste drie periodes van Bowie gaan. Ik noem deze fases (die door elkaar lopen): Swinging London Boy; androgyne rocker; neo-expressionistische soul searcher.

0brianeno2.jpg


Om het allemaal wat verrassend te houden wordt de gedetailleerde playlist pas morgen op hoochiekoochie en facebook gepost. Aan de voorbereiding werd hard gewerkt en voor één keer voelde ik mij gedwongen om een thema te ‘kiezen’. Wij maken deze aflevering van Zéro de conduite voor niemand anders dan voor David Bowie, maar zijn er van overtuigd dat zij veel luisteraars blij en tegelijk wat droef zal maken.

Veel luisterplezier!

0Ray Davies.jpg

Research & presentatie: Martin Pulaski
DJ: Sofie Sap

20-01-16

JUST LIKE DAVID BOWIE

G._Gordon_Liddy_c_1964.jpg

Dat mijn treurnis over de dood van David Bowie blijft voortduren verontrust me. Is het ‘normaal’ dat je rouwt om iemand die je niet hebt gekend? Gaat het om narcisme? Om identificatie en bijgevolg om verdriet over de eigen dood (of op z’n minst de eigen sterfelijkheid)? Vragen die ik niet kan en eigenlijk ook niet wens te beantwoorden. Al dat gepsychologiseer vermoeit me alleen maar, terwijl ik meer dan ooit energie nodig heb. Hoe kom ik anders door deze donkere dagen?

Dat er in de vroege jaren zeventig sprake was van een sterke identificatie met David Bowie, of met de voorstelling die ik me van hem maakte, vermoedde ik al langer. Gisteren vond ik er een bewijs voor. Ik schreef destijds (1973-1974) liedjes. Niet echt afgewerkte songs, meer schetsen; niet veel meer dan surrealistische teksten en enkele akkoorden. Bij sommige liedjes had ik een melodie, herinner ik me, een melodie die ik niet meer kan achterhalen. Tijdens een geïnspireerde nacht in de Dolfijnstraat – omstreeks 1977 - heb ik een deel van de songs opgenomen met zo’n ouderwetse bandopnemer. Die ik had ik geleend van mijn vriend en buur Leo S. Waar de tapes naartoe zijn weet ik niet, waarschijnlijk verloren gegaan toen ik van Antwerpen naar Brussel verhuisde. Gisteren stelde ik tot mijn verbazing vast dat ik een van de liedjes(teksten) ‘Just Like David Bowie’ als titel gaf. Ik ben niet bepaald trots op mijn schepping en weet ook niet waarom ik ze heb overgetypt. Is het een onderdeel van mijn rouwproces? Ik heb er enkele woorden aan veranderd: flagrante fouten en een paar idiotieën.

ziggystardust.jpg


"JUST LIKE DAVID BOWIE

Invitation for an obligation
      a small sensation
revolutionary brothers I gave up
      a notorious bunch
throwing bombs before the embassy
      of Pigman’s Land (where is it really?)
Gordon Liddy an enemy he screams
my black brother balls his fists
it’s a talked about party
      it really is but you could die
doctor d will lose his dream
all the redheaded suckers will
      get his shoes
I will love but there’s only holes
seasons of saturation
      (she’s searching for a game
      a pious teacher reads his poems
      but Mary she’s like Faust)
blind body of him goes up in smoke
they torture it with wine
      & someone sings a raging song
another one weeps with lotsa noise
came down from Jerusalem
      flashy & dressed up in white
      (Jackie Wilson’s tryin’ to take off his
      clothes but he shouts and screams
      and jumps in a yellow cab
      crawls through the window
      - roses rain down
                        but they all take him for the wrong man)

the building rose higher
our feet were on fire
      - I rapped about andré gide
                        but I got so stoned out of my mind
                        that only too late I realized I was talkin’
                        to a Sicilian nun & I started to puke)
the music was fast
& the groovies thought it was rock and roll
      but the poet’s muse wouldn’t come
because the chimney was filled with junk
      and I cry now for their souls all did die
      my sword was thin
      but my last word was truth

1973-1974"

justlikedavidbowie 001 (2).jpg

11-01-16

DAVID HAS A HABIT OF LEAVING US

david bowie fell to earth.jpg


David has a habit of leaving us

David is a bad boy
David makes us sad
David David David
Leaving us and leaving us
David shouldn’t do that
David kick that habit of leaving us!
David stop being such a comedian
David you’re not Lazarus
David you’re Bowie
David you’re Jones
David you are only dancing somewhere
David are you hiding in your tin can again?

David this is enough
David come back now

13:35 Gepost in Dood | Permalink | Commentaren (0) | Tags: david bowie, dood, habit |  Facebook

22-04-15

VERSLAG VAN EEN WANDELING

herman claeys 001.jpg

Om wat gemoedsrust te vinden besluit ik een wandeling te maken. Links van mij de drukke steenweg, aan mijn rechterhand groene velden achter een prikkeldraadomheining. Een vriendelijke blonde jongen, echt het outdoor type, is mijn gids. Hij zal me tot aan een verkoelende veldweg leiden en nog een eindje verder. Onderweg vertelt hij me een en ander over zichzelf. Hij toont me zijn armen – allebei zijn ze gebroken geweest, aan de polsen. Nog niet helemaal geheeld. Een brutale medeleerling van hem heeft dat gedaan. Die had de jongen gewoon even krachtig bij de polsen gegrepen. In een oogwenk was het gebeurd. Eerst had hij geen pijn gevoeld, maar daarna, een minuut of vijf later!
“Gebruld dat ik heb!”
“Die gast moet zich dan wel schuldig gevoeld hebben, zeker?” vraag ik.
“Helemaal niet” zegt de jongen lachend, “die was er zelfs trots op…”
Zo’n echt fascistisch mannetje, denk ik bij mezelf en ik vermoed dat de jongen er net zo over denkt.
“Zie je daar recht voor je dat bordje. ‘Aurora’ staat er in Pruisisch blauwe letters op. Wel, daar moeten we rechts afslaan. Daar wordt het bijzonder fijn om te wandelen.”

We slenteren door zomerse velden. Idyllisch op het eerste zicht, maar er hangt iets dreigends in de lucht. Het verhaal van de jongeman laat me maar niet met rust. Een half uur laten komen we in een dorp aan. Was dit niet het doel van mijn korte reis? We nemen afscheid en ik begeef me naar de grote dorpsgelagzaal waar ‘Just A Gigolo’, een film van David Hemmings, wordt vertoond. Ik heb het gevoel dat ik binnenstap in een mij uit mijn kinderjaren vertrouwde omgeving. In de zaal doven de lichten.
De film begint.

In de eerste sequens zien we een ogenschijnlijk gewone misdadiger een trappenhal van een Berlijns herenhuis binnenkomen. Wij – of is het de camera? – bevinden ons op de eerste verdieping van het huis. We zien de wenteltrap met grillige Jugendstilleuning in metaal. Vervolgens beneden de man, die omhoog kijkt. Zijn gezicht is nog in schaduw gehuld. Daarna een close-up van zijn gezicht. Het is Hitler. Zijn ogen zwart omrand, een priemende, boosaardige blik. Een zwarte lok over zijn voorhoofd. Ik hoor een stem die ik van ergens ken vragen:
“Zou Hitler er zo uitgezien hebben?”
Zelf vraag ik me af hoe een acteur zo sterk op Hitler kan lijken.
Nu ben ik niet langer toeschouwer: ik ben in de ruimte van de film, van het verhaal zelf… Maar passief, niemand van de anderen kan me zien.
David Bowie, die de hoofdrol speelt, richt zich rechtstreeks tot het publiek.
“Wat je nu ziet,” zegt hij, “zijn mijn 32 Elvis Presley-films in één keer”.

De jongen die mijn gids was heeft zich in een klaslokaal van een naburige school teruggetrokken. Niet op zijn gemak, schichtig om zich heen kijkend, alleen. In een gebroken wit geverfde wand van het lokaal zie ik grote openingen die toegang geven tot een tweede klaslokaal. In het klaslokaal aan mijn linkerkant zitten de Nationalisten. Deze jongeren zien eruit als brave smeerlapjes: ze spreken en zingen in de Duitse taal, zoals die in de jaren dertig klonk. Ze verdedigen de fascistische ideologie van het Vaderland. In het andere lokaal zitten de Socialisten, die Italiaans spreken en zingen. Straatjochies, zo lijkt het wel. Duidelijk minder ernstig dan de Duitstaligen. In hun ogen blikkert dezelfde humor als die van de oude film ‘Zéro de conduite’. De jongen die mijn gids was moet kiezen tussen een van de twee klassen maar zou zich veel liever afzijdig houden. Wat gebeurt er daarna met de lieve jongen?

Af en toe steekt iemand van de ene klas zijn hoofd door een van de gaten in de gebroken wit geschilderde wand om met de andere klas mee te doen, ja, om zogenaamd te sympathiseren met het andere kamp. Ik span me in om te verstaan wat de Socialisten zeggen. Maar eenvoudig is dat niet – deze potpourri van klanken. En toch geeft het een mooi effect, al die talen door elkaar. Ik onderscheid nu zelfs Nederlandse woorden. Een oudere man houdt een aanvankelijk onverstaanbare redevoering. Geleidelijk aan gebruikt hij meer Nederlandse woorden. Na een poos hoor ik geen enkele andere taal meer.

Nu heb ik het door. Dankzij een of andere truc heb ik de ruimte van de film kunnen verlaten en ben ik weer een gewoon toeschouwer. Woedend wend ik me tot de uitbater.
“Dit is een groot bedrog. Wat hier vertoond wordt is een gedubde versie, er zijn immers geen ondertitels.”
"..."
“Ik wil mijn geld terug” zeg ik.
De man bekijkt me onderzoekend en weigert.
“U had buiten moeten aankondigen dat het geen oorspronkelijke versie is,” zeg ik.
“Ga dan maar eens kijken buiten” zegt hij.
Uitzinnig van woede loop ik naar de bar, waar een aantal dorpelingen staan te praten en te drinken.
“David Bowie heeft een prachtige stem!” roep ik uit.
Dit herhaal ik een keer of drie.
Niets dan apathie. Toch blijf ik hopen op de solidariteit van de aanwezigen. Waar is mijn jonge gids dan gebleven? Ik bestel een dubbele bourbon en drink hem snel leeg.
“Nog veel nationalistisch genot!” brul ik voor ik de deur van de grote dorpsgelagzaal achter me dichtsmak.

Enkele straten met niets dan verweerde huisjes en ik ben weg uit de dorpskom. Daarna terug langs de veldweg. De mist hangt dicht boven de velden.

02-12-14

HERINNER JE JE WILLIE BOY?

willie boy 2.jpg

Ziezo, kerstmis is in aantocht, het feest van de vrede. Overal in de stad schitteren de lichtjes en in de etalages staan lachende kerstmannetjes. Welke drugs zouden zij hebben genomen? Want hoe kan zo’n kerstman zonder hulpmiddelen nog lachen in deze tijd die in elke levenssfeer het einde lijkt aan te kondigen? Het is koud en donker buiten, er hangt een vuile nevel boven de huizen. Ik denk niet dat er waar dan ook in deze stad veel valt te beleven.

Hoe anders was het in de dagen dat we naar ‘London Calling’ van the Clash luisterden alsof in die muziek een nieuwe wereld kon worden ontdekt. Geen mooie of aangename wereld maar wel opwindend en stimulerend. Zo’n dag herinner ik me nu opeens weer, alsof het gisteren was. Eigenlijk was het zelfs meer gisteren dat het zogezegd echte gisteren dat nu, na een slapeloze nacht en veel gepieker, ver weg in het verleden ligt.

Het was een vrieskoude vrijdagavond. Mijn oude vriend Willie Boy was nog een keer op bezoek. We hadden elkaar ruim een jaar niet gezien. Hij zag er gezond uit maar was duidelijk in de war; hij vergat voortdurend wat hij gezegd had, herhaalde steeds weer dezelfde verhalen en anekdotes. Over drankzucht, werkeloosheid, financiële problemen, zijn meedogenloze ouders. Mij scheen hij nog steeds te vertrouwen. Hij was me dankbaar, denk ik, omdat ik hem, in tegenstelling tot wat enkele andere van zijn vrienden hadden gedaan, niet had laten vallen. Ik was met hem in contact gebleven, we schreven elkaar, zijn brieven kort, soms niet meer dan postkaartjes, die van mij lang en meanderend, me overgevend aan de woorden, écriture automatique of beat writing. Met Pritt plakte ik de ene bladzijde aan de andere en voelde me dan enigszins heldhaftig, een Antwerpse Jack Kerouac.

Die avond was ik vooral luisterend oor en deed er voor de rest het zwijgen toe. Nadat Willie Boy was uitgeraasd leerde hij me pokeren, of toch de basis van het spel. Hij had dat al vaak willen doen maar ik had er nooit zin in gehad. Pokeren en roulette behoorden niet echt tot mijn wereld, vond ik. Ik was geen speler en ben het ook nooit geworden. Dat Willie Boy zo graag poker speelde verbaasde mij echter niet. Rambling Gambling Willie*, noemde ik hem soms. Het pokerspel is een metafoor voor gevaarlijk leven, net zoals snelle wagens, heroïne, de namen ‘Geoffrey Firmin’ en ‘Charles Bronson’. Overigens lag mijn exemplaar van ‘Under the Volcano’ in Willie Boy’s auto toen hij hem enkele jaren eerder in de vernieling reed. Zelf had hij gelukkig geen schrammetje.

Een dag later, zaterdag, was Willie Boy terug, zoals was afgesproken. Nu zag hij er rustiger uit, vrolijk bijna. We zouden met z’n vieren het Antwerpse nachtleven induiken. Zijn nieuwe vriendin, Fannie, was met hem meegekomen. Ze was hoewel jong nog al gescheiden, moeder van een dochtertje. Fannie’s vader was een rijke juwelier. Dat had Willie Boy vrijdag al verteld. Ik weet nog altijd niet of het waar was. Wat was waar van wat Willie Boy vertelde, en wat was verzonnen? En had het belang? De blik in zijn bruine ogen had iets onvoorspelbaars, soms zelfs iets dreigends. Zijn passie voor messen vond ik eng, maar gelukkig was hij die avond ongewapend. Nu ja, daar ging ik alleszins van uit. En ik wist dat hij me nooit kwaad zou doen. Willie Boy was een goede vriend, maar ik besefte opeens hoe moeilijk het moest zijn om met hem samen te leven, een toekomst op te bouwen. Wat doe je met een lieve en goede man geobsedeerd door geld, amfetamine en gokken? Iemand die maar naar een ding schijnt te verlangen: zelfvernietiging.

Na het avondeten gingen we de stad in, mijn geliefde, Fannie, Willie Boy en ik. Zoals zo vaak in die tijd werd het een euforische nacht en even bizar als de tekst van ‘Glory’:

She got mad. She said, you're too steep.
She put on her boxing gloves and went to sleep.

Op dat nummer van Television hebben we uitbundig gedanst, aangevuurd door tequila en peppillen. ‘Always Crashing In the Same Car’ hoorde eveneens bij de hoogtepunten. Het zijn songs waarbij je jezelf geheel vergeet, je wordt één met het ritme, met de stem van de zanger of zangeres, of met een of ander geluid van een of ander instrument. Zoals ik het nu beschrijf lijkt het banaal, maar het is een ervaring die ongeveer alles wat je beleven kunt overtreft. Je kunt er moeilijk woorden voor vinden. Greil Marcus probeert het soms, maar slaagt er ook niet altijd in. Een orgasme kun je ook niet beschrijven. Het was een van die verrukkelijke nachten waar geen einde aan lijkt te komen. Alles is dan euforie, pure zinnelijkheid; er hangt seks in de lucht. Seks die weinig met neuken heeft te maken, alles met verlangen.
 
Dan opeens staat Willie Boy, een en al ingehouden toorn, tegenover een tooghanger. Hij denkt dat de kerel, een niemendal die ik van zien ken, ons heeft beledigd. Daar heb ik alvast niets van gemerkt. Zo was Willie Boy altijd: hij wilde niets liever dan ons beschermen en verdedigen. De arme man maakt zich meteen uit de voeten. Dat komt door Willie Boys's gevaarlijke blik, scherp als een gebroken whiskyglas. Hij heeft helemaal geen wapens nodig om iemand de daver op het lijf te jagen.

Van thuis had ik een oud boek meegenomen om onderweg uit voor te lezen: ‘Het Eeuwige IJs’**, over de tweede, noodlottige, Zuidpoolexpeditie van Robert Falcon Scott. Als jongen was ik verzot op zulke avonturen. Amundsen, Scott, Nobile en weet ik veel wie nog allemaal. Edgar Allan Poe heeft ook zo’n geweldige kleine roman, ‘The Narrative Of Arthur Gordon Pym’. Op het einde van dat boek wordt alles wit en lijkwitte vogels slaken de akelige kreet ‘Tekeli-li’’, maar ik dwaal af. Ik vond het relaas van kapitein Scott goed passen bij onze dronken expeditie naar het hart van de bevroren stad. Maar aan voorlezen had ik niet meer gedacht. Hoe had ik dat ook gekund, gelet op de oorverdovende rock & roll.  Zelfs in het kunstzinnige café Het Pannenhuis was het niet stil genoeg. Als herinnering aan de mooie nacht wilde ik Willie Boy ‘Het eeuwige IJs’ cadeau doen, maar daar wilde hij niets van weten. Ik moest het verkopen, dat ijzige boek is goud waard, zei hij. Uiteindelijk heeft hij het toch aangenomen.

Hoe lang we in dat café zaten weet ik niet meer, ongetwijfeld tot sluitingstijd. Toen we buiten kwamen lag er al een dikke laag witte sneeuw.  Natuurlijk waren we meteen weer de kinderen die we altijd blijven en al gauw waren we elkaar met sneeuwballen aan het bekogelen. Waarop we ons op halfbevroren voeten wankelend en lachend naar huis hebben gespoed. Weer thuis zong Fannie wat folksongs voor ons, ‘Four Strong Winds’, ‘Early Morning Rain’ en wat dies meer zij. Daarbij begeleidde ze zichzelf op mijn lichtjes ontstemde rode gitaar. Ik was onder de indruk. Zal ik om een punt achter deze mooie nacht te zetten nu wat voorlezen uit ‘Het eeuwige ijs’, vroeg ik Willie Boy. Hij was tenslotte de rechtmatige eigenaar van het meesterwerkje. Dat de ongelukkige Zuidpoolreiziger in de ijzige sneeuw verdwaalde en pas maanden later, één geworden met het genadeloze ijs, werd teruggevonden*** hoorde niemand meer. Slaap is sterker dan sneeuw.

Het is halfnegen. Mijn verslag is af, hoewel dat een relatief begrip is. Is ooit iets af? Ja, het leven van Willie Boy, dat wel. Wat had u anders gedacht? Om het tragische levenseinde van Willie Boy uit de doeken te doen ben ik nu echter niet bij machte. Dat is te veel in één keer. Misschien vertel ik er ooit nog wel eens over. Maar ik geloof dat dat nog moeilijker is dan beschrijven wat muziek in momenten van extase met je doet. De muziek van de dood is vooral heel stil.  Nu ga ik de straat op, op zoek naar een nieuwe mobiele telefoon. Ik moet contact onderhouden met mijn vrienden.
Scottgroup-zuidpool.jpg

*“It was late one evenin’ during a poker game
A man lost all his money, he said Willie was to blame
He shot poor Willie through the head, which was a tragic fate
When Willie’s cards fell on the floor, they were aces backed with eights”
Bob Dylan, Rambling Gambling Willie

* *Het eeuwige ijs: de Zuidpool-expeditie van Kapitein Scott. Een verhaal van den laatsten tocht naar de Zuidpool door kapitein Scott en diens tragisch einde, benevens een beschrijving van het natuurleven in het eeuwige ijs. J.M. Meulenhoff (Amsterdam, ca. 1920).

***Op 12 november 1912werd de ondergesneeuwde tent met de lichamen van Scott, Bowers en Edward Wilson gevonden. Tot kort voor zijn dood hield Scott een dagboek bij dat samen met een aantal brieven naast hem werd gevonden. Zijn laatste woorden schreef hij op 29 maart: "For God's sake look after our people".

HERINNER JE JE WILLIE BOY?

willie boy 2.jpg

Ziezo, kerstmis is in aantocht, het feest van de vrede. Overal in de stad schitteren de lichtjes en in de etalages staan lachende kerstmannetjes. Welke drugs zouden zij hebben genomen? Want hoe kan zo’n kerstman zonder hulpmiddelen nog lachen in deze tijd die in elke levenssfeer het einde lijkt aan te kondigen? Het is koud en donker buiten, er hangt een vuile nevel boven de huizen. Ik denk niet dat er waar dan ook in deze stad veel valt te beleven.

Hoe anders was het in de dagen dat we naar ‘London Calling’ van the Clash luisterden alsof in die muziek een nieuwe wereld kon worden ontdekt. Geen mooie of aangename wereld maar wel opwindend en stimulerend. Zo’n dag herinner ik me nu opeens weer, alsof het gisteren was. Eigenlijk was het zelfs meer gisteren dat het zogezegd echte gisteren dat nu, na een slapeloze nacht en veel gepieker, ver weg in het verleden ligt.

Het was een vrieskoude vrijdagavond. Mijn oude vriend Willie Boy was nog een keer op bezoek. We hadden elkaar ruim een jaar niet gezien. Hij zag er gezond uit maar was duidelijk in de war; hij vergat voortdurend wat hij gezegd had, herhaalde steeds weer dezelfde verhalen en anekdotes. Over drankzucht, werkeloosheid, financiële problemen, zijn meedogenloze ouders. Mij scheen hij nog steeds te vertrouwen. Hij was me dankbaar, denk ik, omdat ik hem, in tegenstelling tot wat enkele andere van zijn vrienden hadden gedaan, niet had laten vallen. Ik was met hem in contact gebleven, we schreven elkaar, zijn brieven kort, soms niet meer dan postkaartjes, die van mij lang en meanderend, me overgevend aan de woorden, écriture automatique of beat writing. Met Pritt plakte ik de ene bladzijde aan de andere en voelde me dan enigszins heldhaftig, een Antwerpse Jack Kerouac.

Die avond was ik vooral luisterend oor en deed er voor de rest het zwijgen toe. Nadat Willie Boy was uitgeraasd leerde hij me pokeren, of toch de basis van het spel. Hij had dat al vaak willen doen maar ik had er nooit zin in gehad. Pokeren en roulette behoorden niet echt tot mijn wereld, vond ik. Ik was geen speler en ben het ook nooit geworden. Dat Willie Boy zo graag poker speelde verbaasde mij echter niet. Rambling Gambling Willie*, noemde ik hem soms. Het pokerspel is een metafoor voor gevaarlijk leven, net zoals snelle wagens, heroïne, de namen ‘Geoffrey Firmin’ en ‘Charles Bronson’. Overigens lag mijn exemplaar van ‘Under the Volcano’ in Willie Boy’s auto toen hij hem enkele jaren eerder in de vernieling reed. Zelf had hij gelukkig geen schrammetje.

Een dag later, zaterdag, was Willie Boy terug, zoals was afgesproken. Nu zag hij er rustiger uit, vrolijk bijna. We zouden met z’n vieren het Antwerpse nachtleven induiken. Zijn nieuwe vriendin, Fannie, was met hem meegekomen. Ze was hoewel jong nog al gescheiden, moeder van een dochtertje. Fannie’s vader was een rijke juwelier. Dat had Willie Boy vrijdag al verteld. Ik weet nog altijd niet of het waar was. Wat was waar van wat Willie Boy vertelde, en wat was verzonnen? En had het belang? De blik in zijn bruine ogen had iets onvoorspelbaars, soms zelfs iets dreigends. Zijn passie voor messen vond ik eng, maar gelukkig was hij die avond ongewapend. Nu ja, daar ging ik alleszins van uit. En ik wist dat hij me nooit kwaad zou doen. Willie Boy was een goede vriend, maar ik besefte opeens hoe moeilijk het moest zijn om met hem samen te leven, een toekomst op te bouwen. Wat doe je met een lieve en goede man geobsedeerd door geld, amfetamine en gokken? Iemand die maar naar een ding schijnt te verlangen: zelfvernietiging.

Na het avondeten gingen we de stad in, mijn geliefde, Fannie, Willie Boy en ik. Zoals zo vaak in die tijd werd het een euforische nacht en even bizar als de tekst van ‘Glory’:

She got mad. She said, you're too steep.
She put on her boxing gloves and went to sleep.

Op dat nummer van Television hebben we uitbundig gedanst, aangevuurd door tequila en peppillen. ‘Always Crashing In the Same Car’ hoorde eveneens bij de hoogtepunten. Het zijn songs waarbij je jezelf geheel vergeet, je wordt één met het ritme, met de stem van de zanger of zangeres, of met een of ander geluid van een of ander instrument. Zoals ik het nu beschrijf lijkt het banaal, maar het is een ervaring die ongeveer alles wat je beleven kunt overtreft. Je kunt er moeilijk woorden voor vinden. Greil Marcus probeert het soms, maar slaagt er ook niet altijd in. Een orgasme kun je ook niet beschrijven. Het was een van die verrukkelijke nachten waar geen einde aan lijkt te komen. Alles is dan euforie, pure zinnelijkheid; er hangt seks in de lucht. Seks die weinig met neuken heeft te maken, alles met verlangen.
 
Dan opeens staat Willie Boy, een en al ingehouden toorn, tegenover een tooghanger. Hij denkt dat de kerel, een niemendal die ik van zien ken, ons heeft beledigd. Daar heb ik alvast niets van gemerkt. Zo was Willie Boy altijd: hij wilde niets liever dan ons beschermen en verdedigen. De arme man maakt zich meteen uit de voeten. Dat komt door Willie Boys's gevaarlijke blik, scherp als een gebroken whiskyglas. Hij heeft helemaal geen wapens nodig om iemand de daver op het lijf te jagen.

Van thuis had ik een oud boek meegenomen om onderweg uit voor te lezen: ‘Het Eeuwige IJs’**, over de tweede, noodlottige, Zuidpoolexpeditie van Robert Falcon Scott. Als jongen was ik verzot op zulke avonturen. Amundsen, Scott, Nobile en weet ik veel wie nog allemaal. Edgar Allan Poe heeft ook zo’n geweldige kleine roman, ‘The Narrative Of Arthur Gordon Pym’. Op het einde van dat boek wordt alles wit en lijkwitte vogels slaken de akelige kreet ‘Tekeli-li’’, maar ik dwaal af. Ik vond het relaas van kapitein Scott goed passen bij onze dronken expeditie naar het hart van de bevroren stad. Maar aan voorlezen had ik niet meer gedacht. Hoe had ik dat ook gekund, gelet op de oorverdovende rock & roll.  Zelfs in het kunstzinnige café Het Pannenhuis was het niet stil genoeg. Als herinnering aan de mooie nacht wilde ik Willie Boy ‘Het eeuwige IJs’ cadeau doen, maar daar wilde hij niets van weten. Ik moest het verkopen, dat ijzige boek is goud waard, zei hij. Uiteindelijk heeft hij het toch aangenomen.

Hoe lang we in dat café zaten weet ik niet meer, ongetwijfeld tot sluitingstijd. Toen we buiten kwamen lag er al een dikke laag witte sneeuw.  Natuurlijk waren we meteen weer de kinderen die we altijd blijven en al gauw waren we elkaar met sneeuwballen aan het bekogelen. Waarop we ons op halfbevroren voeten wankelend en lachend naar huis hebben gespoed. Weer thuis zong Fannie wat folksongs voor ons, ‘Four Strong Winds’, ‘Early Morning Rain’ en wat dies meer zij. Daarbij begeleidde ze zichzelf op mijn lichtjes ontstemde rode gitaar. Ik was onder de indruk. Zal ik om een punt achter deze mooie nacht te zetten nu wat voorlezen uit ‘Het eeuwige ijs’, vroeg ik Willie Boy. Hij was tenslotte de rechtmatige eigenaar van het meesterwerkje. Dat de ongelukkige Zuidpoolreiziger in de ijzige sneeuw verdwaalde en pas maanden later, één geworden met het genadeloze ijs, werd teruggevonden*** hoorde niemand meer. Slaap is sterker dan sneeuw.

Het is halfnegen. Mijn verslag is af, hoewel dat een relatief begrip is. Is ooit iets af? Ja, het leven van Willie Boy, dat wel. Wat had u anders gedacht? Om het tragische levenseinde van Willie Boy uit de doeken te doen ben ik nu echter niet bij machte. Dat is te veel in één keer. Misschien vertel ik er ooit nog wel eens over. Maar ik geloof dat dat nog moeilijker is dan beschrijven wat muziek in momenten van extase met je doet. De muziek van de dood is vooral heel stil.  Nu ga ik de straat op, op zoek naar een nieuwe mobiele telefoon. Ik moet contact onderhouden met mijn vrienden.
Scottgroup-zuidpool.jpg

*“It was late one evenin’ during a poker game
A man lost all his money, he said Willie was to blame
He shot poor Willie through the head, which was a tragic fate
When Willie’s cards fell on the floor, they were aces backed with eights”
Bob Dylan, Rambling Gambling Willie

* *Het eeuwige ijs: de Zuidpool-expeditie van Kapitein Scott. Een verhaal van den laatsten tocht naar de Zuidpool door kapitein Scott en diens tragisch einde, benevens een beschrijving van het natuurleven in het eeuwige ijs. J.M. Meulenhoff (Amsterdam, ca. 1920).

***Op 12 november 1912werd de ondergesneeuwde tent met de lichamen van Scott, Bowers en Edward Wilson gevonden. Tot kort voor zijn dood hield Scott een dagboek bij dat samen met een aantal brieven naast hem werd gevonden. Zijn laatste woorden schreef hij op 29 maart: "For God's sake look after our people".

08-02-13

BERLIJN, AUGUSTUS 1998

berlijn1998-1.jpg
Hier kun je nooit meer terug naartoe. Een oude stad die van gedaante verandert, die voor je ogen een nieuwe stad wordt. Berlijn in augustus 1998. David Bowies 'Where Are We Now?' heeft me doen teruggrijpen naar dit beeld, en naar alles wat het bij mij oproept aan herinneringen en sentimenten.

Foto: Martin Pulaski 

10-03-12

THUISKOMST

"Mes amis, je veux qu'elle soit reine!" 
Arthur Rimbaud.



Herinner je in dichte mist het lied dat je voor hen zong.

Valse mannen die vriendschap met je wilden sluiten,

alsof je een veroverbare sirene was.  Die op een veilige boot

alleen maar hun ogen opensperden, hun zwarte voeten zwaar

van het bloed op het dek dat glinsterde in mediterrane zon.

 

Hoe jij je lippen sloot om het mondstuk van ‘n trompet,

met wat gevaarlijke funk hun solide dromen vermorzelde,

de noten op je zang rubberen kogels, scherp ijs, vlammen.

Sterk en toch zwak zag je O. in zijn droom tekeergaan

tegen die kudde zielige jagers, hun opgewonden tekort.

 

Op een winderige dag kwam hij je vinden. Vuil tussen de

tenen, z’n haren schaars, wild van eindeloos ontberen.

Ouderwets knielde hij voor je neer als een afstammeling

van aardige apen. Zo lang was er geen vermaak mogelijk

geweest, maar nu was de tijd rijp: je omhelsde hem weer.

 

Je was zijn koningin, hij je koning, je zei: “Take all of me…”


***

Bronnen: Odyssee (Homerus), Ulysses (James Joyce), Strangle Me With You Love (Defunkt), Royauté (Arthur Rimbaud), “Heroes” (David Bowie), Home At Last (Steely Dan), All Of Me (Billie Holiday), The Greek Myths (Robert Graves).

15-02-12

CINDERELLA'S BALLROOM, MELANCHOLIE, NOSTALGIE

 

lydialunch.jpg
 

Op mijn vorige tekst, over de Cinderella’s Ballroom facebook-groep, kwam een aantal verhelderende en vooral eerlijke commentaren van drie kritisch ingestelde leden van de groep ([uzine], Pan en Max Borka). Ik dank hen daarvoor en ga kort in op hun opmerkingen.  Een filosofisch, sociologisch of politiek essay wordt dit geenszins.

"Een eigen leven" – waar Max en [Uzine] het over hebben - is inderdaad bijzonder relatief. Ik denk dat het concept 'vervreemding' nog altijd geldig is. Meer zelfs, het is razend actueel. En dat 'identiteit' in twijfel mag getrokken worden, lijkt me ook bijna vanzelfsprekend. Nogal wat mensen meten zich een ‘identiteit’ aan waarvan ze denken dat die cool is, maar die dat daarom net niet is. Ik bedoel: een coole identiteit bestaat niet. Dat heeft niet alleen met twitteren en dergelijk nuttige nonsens te maken, maar met ongeveer alles waarvan men denkt dat het door de media en door de anderen zal worden opgemerkt als 'anders', als ‘uniek’, als ‘authentiek’. Die houding heet geloof ik narcisme. Ze is me niet helemaal vreemd.

Als ik het – in mijn reactie op Max Borka’s commentaar -  over 'achterhaalde' muziekvormen (of liederen, of elpees) heb, dan is dat een subjectieve uitspraak, maar wel gebaseerd op jarenlange vertrouwdheid met allerlei soorten populaire muziek. Dus toch een beetje een vaststelling gebaseerd op ervaring; een empirische vaststelling zou ik bijna durven zeggen. (Omdat ik moe was toen ik op de hierboven genoemde commentaren reageerde heb ik alleen maar David Bowie, Television en Suicide tijdsbestendig genoemd. Er zijn nog wat meer.)

Met nostalgie is evenmin iets mis als met melancholie. Ik geloof nogal in een positieve melancholie. Die hoor ik in – bijvoorbeeld - veel muziek van Brian Eno, Eels, Alexander Spence, Madredeus, Hope Sandoval en lees ik onder meer bij Cesare Pavese, Geerten Meijsing en Fernando Pessoa. Gelukkig maakt melancholie je niet, en sommigen gaan er dood aan - maar het is een mooie levenshouding, vind ik.  Psychologen, beoefenaars van een vak waar ik niet hoog mee oploop, stellen melancholie nogal eens gelijk aan klinische depressie. Historisch gezien is dat niet juist. Het feit dat iemand zwartgallig is, graag aan galgenhumor doet of van de regen houdt, betekent nog niet dat hij zelfmoord wil plegen. Een melancholicus, zoals Kafka er een was, lijdt vaak aan een diep en onvervuld verlangen. Is dat niet door en door menselijk?

Met nostalgie is niets mis als ze niet een allesbepalende levensstemming wordt. Vaak heeft nostalgie te maken met ontevredenheid met het nu, met de wereld en de maatschappij waar we nu in leven. Zeer waarschijnlijk wordt er in tijden van crisis meer aan nostalgie gedaan dan in voorspoedige periodes (zoals de jaren 'zestig). Vandaar wellicht het succes van Cinderella’s Ballroom. Er ontstaat tevens een probleem als iemand zich te zeer identificeert met een boeiende periode in het verleden. Dan vind je op den duur niets meer boeiend wat daarna nog gebeurt. Zo iemand ‘blijft steken’ en is bijgevolg ongelukkig (al weet hij het misschien niet). Vergeet echter niet wat Simone Signoret schreef: nostalgie is niet meer wat ze geweest is.

Ik vind de Cinderella’s Ballroom facebook-groep een boeiend fenomeen, omdat ik in de periode waar het om gaat een tweede jeugd beleefde: ik was 27 in 1977 en had mijn buik vol van de toen populaire muziek: Yes, Pink Floyd, Emerson Lake & Palmer en Genesis. Daar zat geen sprankel meer in van de spirit die Muddy Waters, Hank Williams, Little Richard, Gene Vincent en Elvis hadden opgeroepen.  Op een dag kort nadat ik van Brussel naar Antwerpen was verhuisd  hoorde ik ik op de radio, radio Caroline als ik me nog goed herinner, the Clash, the Sex Pistols, the Stranglers, Mink DeVille, etcetera. Een nieuwe adem en tegelijk een terugkeer naar de bron. Voor mijn verjaardag kreeg ik van mijn vriend Willy, al lang niet meer onder ons is, ‘Never Mind The Bollocks’ cadeau.  Kort daarna kwam ik voor het eerst in Cinderella's Ballroom. Ik herleefde. Dat heeft enkele jaren geduurd, daarna is weer een andere periode begonnen. En daarna weer een andere. Niet allemaal even boeiend of ingrijpend - wel altijd met hoogte- en dieptepunten. Ik heb in mijn leven heel wat zulke boeiende momenten en periodes gekend. Daar ga ik nu niet dieper op in. Hier op hoochiekoochie heb ik er al meer over geschreven.

Tot slot nog dit: [Uzine], ik ben het volledig eens met deze vaststelling van jou: “Soit, een stinker die ik nu al voel aankomen, dan weer, is dat er binnenkort spotlights op die groep worden gezet, door journalisten en trendwatchers etc. Zo van die beschouwende flutartikeltjes in de weekendbijlage of andere weekbladen die nog nauwelijks gaan over het bijzondere dat die mensen toen deelden qua esprit en instelling. Maar bon zo consumeert onze maatschappij zichzelf al langer.”

Mensen zijn altijd bijzonder, of ze nu ‘gewoon’ zijn of ‘cool’. Cinderella’s Ballroom was niet zozeer ‘the place to be’, maar een bijzondere plek waar bijzondere mensen kwamen. Alleen het water was er koel, maar dat dronk niemand. Nu weer op zoek naar andere bijzondere plekken dan maar.

davidbowie.jpg

 

18-01-12

AAPACHTIG LIED

 

Herinnering aan het lied dat ze voor je zongen in de nevel,
de valse vrienden die vriendschap met je wilden sluiten,
alsof je een sirene was, of een dolfijn en zij op een veilige boot
alleen maar hun ogen opensperden, hun zware voeten veilig
op het dek dat zo glansde in de junizon*. Veilig, veilig verklaard.

Zodat jij je lippen opende om het mondstuk van de trompet,
en met wat gevaarlijke funk hun solide dromen vermorzelde,
de noten op je zang rubberen kogels, scherp ijs, ranzige hitte.
Als een dum dum girl zag de Herinneraar je te keer gaan
tegen de stroom van melige jagers, hun opgeblazen verdriet.

Op een winderige dag kwam D. je groeten. Vuil tussen de tenen,
zijn haren schaars maar wild van het eindeloze reizen en afzien -
en ouderwets knielde hij voor je neer als een afstammeling
van nog waardige apen. Zo lang was er geen vermaak mogelijk
geweest en nu was de tijd gekomen: je omhelsde hem weer.

Je was zijn koningin, hij je koning, je zei: “Take all of me…”


*16 juni.

08-03-10

EEN FIJNE KOFFIETAFEL (EN DAN DOORGAAN): VIJF JAAR


vijfjaarplan

Wat nu volgt komt enigszins ongelegen na het bericht over Mark Linkous’ overlijden. Bovendien is het koud buiten en gebeuren er overal om ons heen vreselijke dingen. Geen tijd om bij je eigen verwezenlijkingen stil te staan. Mag ik daarom vragen het volgende als een typisch Vlaamse ‘koffietafel’ te beschouwen? Dan wordt er ook gelachen, gedronken, worden herinneringen opgerakeld.

Mij was het ontgaan maar Peerke, een vriend die ik nooit heb gezien, zoals in het lied van Neil Young, is zo vriendelijk geweest me er op te wijzen en mij te feliciteren: Hoochiekoochie bestaat vandaag heel precies vijf jaar. Ik kon het moeilijk geloven, maar mijn eerste notitie hier heeft inderdaad als datum 8 maart 2005.

Een vijfjarenplan, zoals destijds in de Sovjet-Unie, is nooit mijn bedoeling geweest. Eigenlijk had ik helemaal geen plan. Ik beschouwde mezelf als dichter, schreef af en toe een stukje voor een of ander literair tijdschrift, ging wel eens voorlezen, of organiseerde met vrienden een literaire manifestatie, soms met succes, soms voor één paardenkop. We gaven tijdschriften uit. Het laatste, Brutaal, is een stille dood gestorven – wat met de meeste literaire tijdschriften gebeurt. Vaak zijn ze zo literair dat geen hond ze leest, zelfs de redacteuren op den duur niet meer. Veel mensen schrijven zo slecht, en vooral zo literair. En vaak hebben ze nog nooit van rock & roll gehoord. Bijvoorbeeld van The Slits, die zongen dat ‘silence is a rhythm too’. En daar dansten we dan op. En op zondag noteerden we in ons dagboek dat we gedanst hadden op ‘Silence Is A Rhythm Too’.

Op een dag, winter 2005,  hoorde ik van mijn vriendin Sofie dat ze een weblog had. Ik wist niet wat het was, een blog noemde ze het. Sofie echter was zo enthousiast en aanstekelijk dat ik al snel begonnen ben – zonder echt na te gaan wat er zoal op de markt was – met Hoochiekoochie. Ik had er geen idee van waarover ik zou schrijven, behalve, natuurlijk, over al datgene wat me nauw aan het hart lag en ligt. Ik kan me zelfs niet meer herinneren hoe ik aan de naam ben gekomen. Hoochiekoochie met een K? Ik ben een groot bewonderaar van Muddy Waters, maar zijn ‘Hoochie Coochie Man’ is wel duidelijk met een C. Misschien was ik bang voor copyrightproblemen? Alleszins heb ik nooit van de letter K gehouden. Maar ik moet er nu mee leven, al vijf jaar. Volgens David Bowie houdt het dan wel op, we hebben maar vijf jaar zong hij in de song die ‘Ziggy Stardust’ opende. De geruststelling is dat David Bowie er nog altijd is; het negatieve aspect van de hele zaak is dat hij al lange tijd vooral banale platen maakt. Na vijf jaar zou je het voor bekeken moeten houden? Zoals Nick Drake. ‘Five Leaves Left’ heette zijn eerste elpee – en vijf jaar later vond hij dat het genoeg was geweest. Hij had het precies uitgerekend. Kun je na vijf jaar zieluitstorten nog meer geven. Wellicht niet. Maar Hoochiekoochie is iets anders. Mijn ziel is (meestal) elders. Ik schrijf maar wat, over levenden en doden, nooit over de essentie van leven en dood. In zo’n geval huil ik als een roofdier, als een gekwetste mens. Zulk gehuil vindt geen weg naar woorden, zeker niet naar Hoochiekoochie. Ik schrijf maar wat, maar ik probeer het gehuil zo getrouw mogelijk te benaderen.

Tijdens die vijf jaar is er veel gebeurd in de grote wereld en in de microcosmos waarin ik zelf probeer te overleven. Er gebeurt altijd veel, de tijd staat niet stil en elke periode heeft haar hoogte- en dieptepunten. Ik ga hier niet dieper op in, omdat ik in mijn teksten ook unzeitgemässig ben. Ik lig vaak wakker van politieke beslissingen, van rampen, van ellende, van reizen die ik heb gemaakt, van tentoonstellingen, films, muziek. Maar ik schrijf er zelden over. Laat me vooral duidelijk maken dat ik niet onverschillig ben. En laat me dan ook maar meteen een moment selecteren dat mij diep heeft geraakt: de verkiezing van Barack Obama als president van de VS. Of nog, in de spirit van Hoochiekoochie: ik ben bijzonder verheugd dat Bob Dylan, David Bowie, Lou Reed, David Johanson, Loretta Lynn, Dolly Parton, George Jones, Jerry Lee Lewis, Little Richard, John Cale en Wanda Jackson nog alive and kicking zijn. En al de andere spiders from mars en alle mogelijke andere patiënten, planeten en sterren.

“I could make it as a rock & roll star.” Maar nooit als een Vlaemsche schrijver. Vlaemsche schrijvers zijn kannibalen. Ze schrijven zo weinig mogelijk, om zo veel mogelijk elkaars vlees te kunnen verorberen. Is het ooit anders geweest? Als je geen vijanden hebt, besta je niet. Je bestaat hoe dan ook niet. Je bent onzichtbaar. Je bent doorzichtig. Is dat niet altijd je wens geweest?

nickdrakefiveleavesleft

 

03-01-10

LOW EN HET WALZHEIMER GENOOTSCHAP


bowie-low

Na een viertal dagen ben ik teruggekeerd uit het land waar je eigenlijk niet uit terugkeren kunt. Het land van de vriendschap en de walsende gebouwen, schitterend in het schitterende licht. Aluminium vogels duiken er onder en op als een beetje gekrompen dolfijnen, hun gelach aan jou overlatend. We stonden op een groot plein zonder bomen en richtten er een nieuwe club, een nieuwe kunststroming op: het Walzheimer-gezelschap. Copyright Control en je hoort nog van ons.

Ondanks grenzen en wetten en koortsaanvallen ben ik teruggekeerd en nu zit ik hier aan tafel met een laptop, een vreemd voorwerp al, zoals bijna alles in deze kamer. Wat ziet het er allemaal onwerelds uit. Bijna niets in dit vertrek past in het Walzheimer-wereldbeeld. Alleen misschien enkele boeken, een foto van Marlon Brando en Maria Schneider in ‘Last Tango in Paris’, en bovenal het vinyl.

Het eerste lied dat ik in 2010 hier thuis beluisterde, met al mijn oren open, was David Bowies 'Be My Wife', waarbij ik tot tranen toe werd bewogen.


“Sometimes you get so lonely
Sometimes you get nowhere
I’ve lived all over the world
I’ve left every place.”

Daarna heb ik heel ‘Low afgehandeld, van ‘Speed Of Life’ tot ‘Subterraneans’. ‘Low’ is het werk van een bijna-übermensch, onovertroffen (bovendien is elke poging om dit kunstwerk te overtreffen volkomen zinloos). Als grap heeft Nick Lowe ooit een ep uitgebracht onder de titel Bowi, omdat hij zich ‘beledigd’ voelde door dat ‘low’ zonder ‘e’. Zulke grappen kun je met ‘Low’ natuurlijk wel uithalen. In die zin ging Nick Lowe ons voor in de Walzheimer-manier-van-denken.

Ik wens iedereen, niet alleen alle lezers van hoochiekoochie, veel geluk, moed, warmte, liefde, verbeelding, mededogen en een goed hart in 2010 en alle volgende jaren. En niet te vergeten, veel Elvis.

ray_johnson_oedipus_elvis_

Afbeeldingen: David Bowie, Low (photography by Steve Schapiro from 'The Man Who Fell To Earth' by Nicholas Roeg). Ray Johnson, Oedipus Elvis.

 

09-03-09

BIJNA STA JE OP JE HOOFD

 

Bijna sta je op je hoofd en leest een spannend boek

Van achteren naar voren terwijl de afwas -

en waarom geen blauwe auto op een maandag?

Geen motor in je leven, alleen multicolour prentjes.

Echter wel Joe the Lion en miljoenen wortelstokken

Van bij je geboorte af, tot het graf.

Het houdt nooit op. De twijfel aan jezelf,

Aan je laffe heldenmoed, je ontzeggen,

Je ongedwongen amoureus zijn maar altijd

In je gedachten – vanuit een schemering

Sturen schemerige vrouwenfiguren je dagen

En  nooit in ademnood wordt iets beslist.

Terwijl je in donker België godganse dagen

De hemel zit af te smeken een zon, een maan

En talloze sterren. De hele maandag door

Evenals de maannacht. De volle maannacht

Als om je heen geruchten en geruis - en

Heldjes met speldjes op hun frak de benen strekken.

Allen werden ze afgelikt en vetzakken genoemd

Door die en die. Hun kloten koninklijk voor een dag,

Uitvinders van raketten waaraan niemand kan weerstaan.

Zonen met ballen die Bowie en Rimbaud vergeten zijn,

En de dochters van de stille tijd die desondanks blijven

Zelfs als je op je hoofd staat, tegendraads, ondersteboven.

De volle maan. Vanavond nog het vliegtuig nemen?

Naar de hemel, de maan, Venus daarboven?

Mijn tong tussen je tenen, mijn ogen omhoog

Langs je benen tot hoog boven de heuveltoppen

En wat is geluk? Wat betekent het omgekeerde

Van wat alles betekent en wat nog bekennen, liefste?

19-11-08

PRAVDA, LA SURVIREUSE





Een vermoeid afscheid. Rust in vrede, Guy Peelaert, crown prince of popular art.

26-01-07

THE MAN WHO FELL TO EARTH

nicholas roeg,david bowie,film,overeenkomsten,odyssee,the man who fell to earth,wrelden,ulysses,james joyce,stephen dedalus,1970,hippies,tegenculuur,pop,popcultuur,misdaad,leopold bloom,performance,analogie,gelijkenis,poezie

Iets over The Man who Fell to Earth, van de geniale filmregisseur Nicolas Roeg. Met David Bowie in de rol van Thomas Newton, Candy Clark (Mary-Lou) en Buck Henry (Oliver Farnsworth).
Een film over vervreemding? Het personage van David Bowie is de ‘alien’, afkomstig van een andere, uitgedroogde planeet. Hij is op zoek naar water. Maar misschien heeft hij – bewust of onbewust - ook een ‘geestelijke’ opdracht, een zending. Misschien is zijn werkelijke missie: de aardbewoners erop wijzen dat ze ‘gealiëneerd’ zijn, van zichzelf, van hun werk, van elkaar, van de natuur? Zoals hij vaak doet behandelt Roeg ook in deze sciencefiction film de fatale consequenties van een ontmoeting van twee werelden of twee culturen. Ontmoeting? Het is veleer een botsing. Zoals in het lied When two worlds collide:

“Your world was so different from mine, don't you see
And we couldn't be close, though we tried
We both reached for heavens, but ours weren't the same.
That's what happens when two worlds collide.

Your world was made up of things sweet and good.
My world could never fit in, I wish it could.
Two hearts lie in shambles and oh, how they've cried.
That's what happens when two worlds collide."

The Man Who Fell To Earth is naast het verhaal van een odyssee een onderzoek van het beeld in de Westerse cultuur. Van de voor- en nadelen van het beeld. Tegenover het statische beeld (ook het filmbeeld is statisch : 24 beeldjes per seconde) plaatst Nicholas Roeg het reizen en het zien. Elke reis is een ontdekkingsreis. Elk landschap opent een wereld. Elke ontmoeting schept mogelijkheden, positieve of negatieve.
Er is een overeenkomst tussen Thomas Newton en Stephen Dedalus in Ulysses van James Joyce; en Farnsworth verwijst in zekere zin naar Leopold Bloom uit dezelfde roman. In Performance – de eerste film van Nicholas Roeg (in een co-regie met Donald Cammell) - heb je een gelijkaardige botsing van culturen, met name van die van de ex-rockster en hipster Turner en die van Chas, de misdadiger. De wereld van de hippies – in 1970, toen Performance uitkwam, was er sprake van ‘underground’ en ‘tegencultuur’ - komt in ‘aanraking’ met die van de misdaad. Harry Flowers, de naam van een ander personage uit Performance, is overigens ook een pseudoniem van Leopold Bloom in diens correspondentie met een jong meisje.

Wat mij bij deze tekst ook weer opvalt is mijn zoeken naar overeenkomsten, gelijkenissen, analogieën. Wijst dat op innerlijke onzekerheid? Ik denk het niet. Liggen analogie, gelijkenis, en overeenkomst niet aan de basis van alle poëzie?

 

nicholas roeg,david bowie,film,overeenkomsten,odyssee,the man who fell to earth,wrelden,ulysses,james joyce,stephen dedalus,1970,hippies,tegenculuur,pop,popcultuur,misdaad,leopold bloom,performance,analogie,gelijkenis,poezie

30-09-06

JAMAICAANSE RUM, DRUMMERS EN DROMEN

jacques tourneur,i walked with a zombie,film,koorts,droom,suikerrietvelden,jackie,drums,rum,gas,zwarte eik,waterput,landschap,verhaal,voodoo,david bowie,orpheus,eurydike,mythe

Voor Agata

Ik liep door donkere suikerrietvelden in de richting van een plek waar mij onbekende mensen muziek speelden. Op het eiland had iedereen die ik de voorbije dagen had ontmoet geheimzinnig gedaan over wie deze muzikanten waren en wat zij met hun muziek beoogden. Ik hoorde het monotone, bijna hypnotiserende gedreun van steel drums, met daarachter, tussen, onder en boven, het geluid van allerlei andere percussie-instrumenten, die waarschijnlijk in geen enkele muziekencyclopedie zijn terug te vinden. 


Ik kon niet omkijken om te zien of Jackie me volgde. Een kerel in het hotel, iemand die het eiland kende, had ons gewaarschuwd voor diepe waterputten, verborgen onder het struikgewas in de suikerrietvelden. Je moest bij elke stap die je deed goed uitkijken, zelfs bij volle maan, zoals nu. Ja, de maan scheen heerlijk, als in een gelukzalige droom, en nooit had ik zoveel sterren zo nabij gezien. Maar hoe kwam het toch dat ik Jackie’s voetstappen niet kon horen? Had zij, onoplettend, een ander pad genomen en bevond zij zich nu al tussen de muzikanten en dansers? Wellicht had zij zich onder hen gemengd en lachte, sprong en danste zij nu samen met hen als bezeten door Orpheus. Wij hadden inderdaad nogal wat van die Jamaïcaanse rum naar binnen. Eigenlijk kon ze nu om het even waar zijn. Ik kon alleen maar flink doorstappen en goed uitkijken dat ik niet in zo’n waterput viel.

Na een tijd, ik weet niet meer of het minuten of uren waren, viel ik in slaap en begon meteen te dromen. Ik lag op een veld van groen er purper gras. Niet ver van me vandaan zag ik Jackie wegrennen van me, in zuidelijke richting. Ik probeerde haar naam te roepen, maar mijn stem maakte geen geluid. ‘Jacqueline!’, riep ik zo luid als ik kon, waarbij ik bijna verstikte, maar mijn inspanningen waren tevergeefs. Ze verwijderde zich van me, in haar purperen en groene jurk. De zon kleurde haar haar rood, zoals dat van David Bowie in The Man Who Fell To Earth. Ik hoorde de wind fluisteren in de zwarte eiken achter me. ‘Jackie’, ‘Jackie’ fluisterden ze, met een snik in hun stem. Ik voelde me zelf een zwarte eik met een snik in mijn stem. Spoedig zou de zon ondergaan en ik lag alleen op het vochtige gras.

19-02-06

PJ HARVEY: POLYMORF PERVERS EN SEXY

sexy,pj harvey,seks,pervers,polymorf pervers,androgyn,patti smith,david bowie,schoonheid,pop,wellust,confetti,nick cave,popcultuur

Net zoals Patti Smith en David Bowie is Polly Jean Harvey van het androgyne type. Die eigenschap van haar benadert de perfectie, in die zin dat zij de twee ‘platonische helften’, zullen we maar zeggen, met een knipoog naar Enscho en Evy, in zich verenigt. In weerwil van die perfectie, zingt ze toch vaak liederen over (hart)verscheurende liefde, in hun mooiste vorm op To Bring You My Love en Stories From The City, Stories From The Sea. Nick Cave, haar vroegere geliefde, heeft een aantal van zijn beste songs voor haar geschreven. In ‘West Country Girl’ heeft hij het over: 


Amongst the rubble of her body
Her lovely lidded eyes I've sipped
Her fingernails, all pink and chipped


Polly Jean is geen klassieke schoonheid, maar ze strooit de schoonheid om je heen als was het confetti. Dat schreef ik gisteren, maar ik heb het inmiddels geschrapt, omdat het toen nog niet echt wat betekende. Ik doelde gisteren niet op haar eigen schoonheid, maar op de schoonheid van die confetti als het ware. Maar hoe langer ik erover nadenk, hoe meer ik denk dat ik het ook over haar convulsieve schoonheid had, over haar polymorf perverse uitstraling. Wellust, perversie, schunnigheid, hebben we dat niet nodig in tijden van schijnheiligheid, rabiaat schuim op de mond van godsdienstfanaten allerhande, in tijden van vrijheidsberoving en infantiele oorlogsonanie? Ik ben honderd procent voor PJ Harvey en haar rotplaten zoals Is This Desire? neem ik er graag bij. Ze strooit de schoonheid om je heen als was het confetti.

 

sexy,pj harvey,seks,pervers,polymorf pervers,androgyn,patti smith,david bowie,schoonheid,pop,wellust,confetti,nick cave,popcultuur

07-09-05

CHARLOTTE EN DOROTHEE : MEISJES!


meisje charlotte


Het probleem is echter dat ik niet kan doorslapen.
Omstreeks vier uur word ik wakker en kan de slaap niet meer vatten, waardoor ik altijd moe ben. Ik heb net naar de Brusselse film 'Meisje' van Dorothée Van Den Berghe gekeken, op de televisie, ingeleid door Mr Proper. Toen hij nog nieuw was - de film - heb ik hem al eens in de cinema gezien en heel mooi en origineel en ontroerend gevonden. Meisjesachtig mooi. Ik had ook graag zitten kijken naar het dansende meisje met de witte huid, Charlotte Vanden Eynde. Ik weet niet of ik Van Den Berghe en Vanden Eynde juist schrijf. Vlaamse namen die met 'van' beginnen vind ik bijzonder moeilijk om te spellen. Er zou een regel moeten bestaan die ons ertoe verplicht dat allemaal aan elkaar te schrijven; of anders 'van' en ‘den’ gewoon afschaffen. In dat geval zou het Dorothée Berge en Charlotte Einde worden, veel eenvoudiger en mooier. Stel je voor dat Marilyn Monroe Marilyn From The Monhroe zou heten, en Marlon Brando Marlon From The Brandho! Neen, daar zijn die Amerikanen stukken beter in, in namen. Neem nu Woody Allen, die had in den beginne een vreselijk ingewikkelde naam, en heet al lange tijd doodgewoon Woody Allen. Bij mij doet die naam meteen aan een klarinet denken, en zo hoort het ook.

Charlotte Vanden Eynde kan prachtig dansen, zowel in haar eigen creaties als bij Jan Decorte. Maar ik moet nu to the point komen. ‘Meisje’ vond ik niet langer goed. Hoe komt dat dan toch? Niet door Charlotte, ook niet door Els Dottermans (integendeel, Els Dottermans is erg goed op dreef en ziet er bijzonder zinnelijk uit, ze straalt een verrukkelijke lust uit), zelfs niet door Mathieu Schoenaerts... Door wat dan wel? Door het flutverhaal. Dat heb ik de eerste keer niet gemerkt, waarschijnlijk omdat ik toen de hele tijd naar het spel van de actrices heb zitten kijken. Ik heb hoegenaamd niets tegen vervelende verhalen, maar er moet wel drama zijn, er moet iets zijn. In deze film is er bijna niets, en dat bijna niets stelt niets voor. Bovendien werkt Dorothée Van Den Berghe veel te veel met close ups. Daarbovenop krijg je dan nog eens oersaaie muziek voorgeschoteld van een talentloze kerel die zich Daan noemt. Dat was waarschijnlijk heel cool, een jaar of vijf geleden, dat je je Daan noemde. Ik heb in die periode een zeer boze brief geschreven naar Humo, omdat ze 'Meisje' ongunstig hadden besproken. Humo heeft mijn brief niet willen publiceren. Waarschijnlijk omdat ik gelijk had. Ik heb zelden gelijk, maar als een brief van mij niet wordt gepubliceerd, dan is de kans groot dat ik wel gelijk heb. Spreek ik mezelf nu tegen? Neen, want zoals Bob Dylan zegt: I was so much older then, I'm younger than that now.
Over de 'nieuwe' cd van Bob Dylan zal ik zwijgen. Alleen dit: luister eens naar Leopard Skin Pillbox Hat. Een andere tip is Let's Dance, de Bowie-song, uitgevoerd door M Ward. Kippenvel, en je moet er zelfs niet op dansen. En The Lemonheads, dat is altijd kippenvel, even goede popmuziek als the Beatles en the Byrds. Het is ten hemel schreiend dat Evan Dando zichzelf zo snel verwoest heeft.

Echt jammer dat ik 'Meisje' vanavond vervelend vond. Maar Dorothée Van Den Berghe heeft nog een fout gemaakt. Ze had die dikke acteur nooit mogen laten meespelen: een hond in een kegelspel. Het is een heel lieve man, maar bij voorkeur beperkt hij zich tot accordeon spelen en aan quizzen meedoen. Dat zou moeten volstaan. Dorothée Van Den Berghe moet vooral films blijven maken. ‘Meisje’ is – nog altijd - een mineur werk dat grote verwachtingen schept.

(De poster hierboven heb ik later aan de tekst toegevoegd, anders zou ik wel helemaal idioot zijn, aangezien de namen daar netjes gespeld op vermeld staan.)