14-08-15

HERINNER JE JE ASTRID?

broer+astrid.jpg

Astrid is nu bijna zes maanden dood. Heeft ze van haar ouders de naam van de geliefde Belgische koningin gekregen? Ik weet het niet. Hoewel ze vijftien lange jaren met mijn broer lief en vooral leed heeft gedeeld heb ik nooit een gesprek gehad met haar ouders. Wel met haar jongere zus, Lucienne, maar met haar praatte ik net zomin over het vorstenhuis als over de familie. Nolf, de vader, was een groentenboer. Van hem herinner ik me alleen nog zijn stofjas en zijn aftandse bestelwagentje. Van Astrids moeder niets meer. Van haar broer alleen maar dat hij zelden zijn kamer verliet. Hij zal wel een zonderling geweest zijn. En Lucienne? Lucienne was een tijd lang mijn vriendinnetje, maar dat is een ander verhaal. Van haar bezit ik een foto, waardoor ik weet hoe ze eruitzag. 

Het is allemaal erg lang geleden. We leven nu in een andere wereld; niets lijkt nog op hoe het in die dagen was, zelfs de muziek en de boeken niet. Niets kan die tijd weer oproepen, zelfs de herinneringen zijn aangetast door de dagen, maanden, jaren die daarna gekomen en gegaan zijn, en door het nu. Elk ogenblik vervormt, verminkt de herinneringen of wist ze uit.

Ik was erbij toen mijn broer Astrid ontmoette. Ongeveer dertien jaar zal ik geweest zijn. Het gebeurde waarschijnlijk in het laatste jaar van mijn gevangenschap in het Kinderdorp van Rekem, waar ik de geliefde jongen was van de juffrouwen, vooral van de stagiaires, en een doorn in het oog van Moeder Overste. Die laatste was van mening dat ik te veel wist en, erger nog, te veel naar de muziek van de duivel luisterde. De twist dansen, wat ik ‘s avonds soms deed met een van de stagiaires, was, denk ik nu, nog zondiger dan in de appel van de kennis bijten. Het was mijn geluk dat ik niet lang meer in het Kinderdorp zou moeten blijven. Mijn ouders, die er mij niet met slechte bedoelingen hadden laten opsluiten, hadden na drie jaar gedaan gekregen dat ik elk weekend naar huis mocht. De eerste jaren was dat alleen maar met Kerstmis, Pasen en in de grote vakantie.
Op zaterdagavond mocht ik soms mee naar de Metropole, het danscafé van Leontine. Daar werden vooral Duitse schlagers gedraaid. Ik herinner mij nog ‘Leila’ van Die Regenpfeifer, ‘Sag' Mir Was Du Denkst’ van  Conny Froboess & Peter Kraus en ‘Schuld war nur der Bossa Nova’ van Manuela, singles die al grijs aan het worden waren. Elke keer als mijn vader en mijn broer een pintje bestelden, en mijn moeder een koffie of een limonade, kreeg ik een reep chocolade. Mijn voorkeur ging naar bananensmaak.
In de Orchidee was het zwoeler dan in de Metropole. Er was een dansvloer met verlichte glazen tegels. Paars, blauw en rood – de kleuren die ik ook van op de kermis kende. Ook daar namen ze mij, ondanks mijn jeugdige leeftijd, soms mee naartoe. Mijn broer danste er met de meisjes op de opwindende muziek van Elvis, Fats Domino, Paul Anka en Brenda Lee. Van die meisjes vond ik Astrid de mooiste, de aantrekkelijkste, degene die het beste danste. Dat meisje, drukte ik mijn broer op het hart, moet je lief worden. Ik denk dat mijn advies niet echt nodig was. Na die eerste avond was François stapelgek op Astrid.

Ongeveer een jaar later waren ze man en vrouw. Over die vijftien jaar huwelijk zou je een boek kunnen schrijven, zoals de mensen zeggen. Meerdere boeken. Een romance, een zedenschets, een William Faulkner-achtige streekroman, vol geraas en gebral, een tragedie. Verwacht iets dergelijks niet van mij. Hoewel ik Astrid niet helemaal aan de vergetelheid zal prijsgeven. Alzheimer heeft vijftien jaar tijd gehad om dat te doen, net zo lang als het huwelijk, dat ergens in het begin van de jaren tachtig in een café in Heusden, terwijl ik er met mijn geliefde op 'Da Ya Think I’m Sexy' danste, op dat ogenblik ook al een roestige single, op de klippen liep.

04-04-15

ZERO DE CONDUITE: STIJL

thecramps.jpg

Zéro de conduite is een POPprogramma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Heerlijk als je druk bezig bent in de keuken, of bij het aperitief, en later aan tafel bij de antipasti, de zeeduivel en wat nog meer, het mysterieuze dessert. Stem af op 106.7 FM. Je kunt het programma eveneens via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

the-who-0.jpg

Vanavond hebben we het over Stijl. Voor elkeen wat, maar toch vooral rock & roll-stijl. Een stijl die geen stijl is en tegelijk alle bestaande stijlen omvat of impliceert. 'Stijl' gaat niet alleen over mode en ook niet alleen over wat zichtbaar is: deze aflevering van zéro de conduite gaat net zo goed over bijvoorbeeld muziek en - zijdelings - literatuur en filosofie. In dit programma alleen al komen een vijftal muziekstijlen aan bod. Wat nog iets anders is dan hokjes of genres en sub-genres. Het thema van vanavond is vooral gekozen omdat het morgen Pasen is. Het is lichtvoetig, dansbaar, en soms zelfs vrolijk, zoals veel mensen dat zijn op zo’n mooie feestdag. Qua statement trekt vooral Sly Stone’s ‘Everyday People’ de aandacht:  Sometimes I'm right and I can be wrong / My own beliefs are in my song / The butcher, the banker, the drummer and then / Makes no difference what group I'm in / I am everyday people, yeah, yeah. Misschien moeten we toch weer wat meer naar die ‘idealistische hippie stuff’ gaan luisteren. Het wordt tijd om een punt te zetten achter veel nodeloze tragiek. Moedig en met stijl door het leven gaan, goede mensen van goede wil.

Veel luistergenot en vergeet niet te dansen!
Elvis1.jpg

 

Sweetest Smile and the Funkiest Style - Aretha Franklin - ['Hey Now Hey (The Other Side of the Sky)' Outtake]

Everyday People - Sly & The Family Stone - Stand

Hot Pants - James Brown - Star Time

Mini-Skirt Minnie - Sir Mack Rice - The Complete Stax/Volt Singles: 1959-1968

Soulful Dress - Sugar Pie DeSanto - Chess Chartbusters Vol. 1

Shoppin' For Clothes - The Coasters - Yakety Yak

Devil With The Blue Dress - Shorty Long - Hitsville U.S.A., The Motown Singles Collection 1959-1971

Pink Shoe Laces - Dodie Stevens - Early Girls, Vol. 1: Popsicles & Icicles

Levi Jacket (& A Long Tail Shirt) - Carl Perkins - Restless: The Columbia Recordings

Blue Suede Shoes - Elvis Presley - The King Of Rock 'n' Roll: The Complete 50s Masters

Betty Lou Got A New Pair Of Shoes - Bobby Freeman - Golden Age Of American Rock & Roll - The Follow-Up Hits

The Way I Walk - Cramps - Off The Bone

Leopard-Skin Pill-Box Hat - Bob Dylan - Blonde On Blonde

Hi-Heel Sneakers - Tommy Tucker - Chess Chartbusters Vol. 6

Fancy - Bobbie Gentry - The Fame Studio Story 1961-1973 - Home Of The Muscle Shoals

High Fashion Queen - The Flying Burrito Brothers - Burrito De Luxe

Wedding Dress - Alice Gerrard - Follow the Music

Little Red Shoes - The Monroe Brothers - What Would You Give In Exchange For Your Soul?

Famous Blue Raincoat - Leonard Cohen - Songs Of Love And Hate

Style It Takes - Lou Reed & John Cale - Songs For Drella

Esquivel: Mini Skirt - Kronos Quartet, Luanne Warner - Nuevo

Big Shot - Bonzo Dog Doo-Dah Band - Gorilla

I Love My Shirt – Donovan - Barabajagal

Indian Style  - Asylum Choir - Look Inside The Asylum Choir

I'm A Boy - The Who - Thirty Years Of Maximum R&B

Dedicated Follower Of Fashion - The Kinks - The Kink Kontroversy

Pretty Flamingo - The Everly Brothers - Two Yanks In England

Pretty Ballerina - The Left Banke - There's Gonna Be A Storm: The Complete Recordings 1966-1969

Funky Pretty - The Beach Boys - Holland

Fashion - David Bowie - Scary Monsters (And Super Creeps)

The Model - Kraftwerk - The Man Machine

Diamonds, Fur Coat, Champagne - Suicide / The Second Album

Posed By Models - Young Marble Giants - Colossal Youth

Improperly Dressed - The Slits - Return of the Giant Slits

My Hat - Pere Ubu - Datapanik in the Year Zero (1980-1982)

This Year's Girl - Elvis Costello & The Attractions - This Year's Model

Cadillac Walk - Mink De Ville - Cabretta

Rick James Style - The Lemonheads - Come On Feel The Lemonheads

Dress - PJ Harvey - Dry

The Dress Looks Nice On You - Sufjan Stevens - Seven Swans

young marble giants.jpg


Research & presentatie: Martin Pulaski

04-12-14

HERINNER JE JE BOBBY KEYS EN IAN MACLAGAN?

small faces3.jpg

Bobby Keys is overleden. De saxofonist roept bij mij onwillekeurig herinneringen op aan de mooie dagen in de Visélaan toen in onze woning daar de vrolijke en vettige klanken van ‘Sticky Fingers’ en ‘Exile On Main Street’ de muziekkamer en eigenlijk het hele huis vulden. De opwinding die ik daar bij voelde. Het zijn feestelijke platen: ik genoot er het meest van als ik ze met vrienden kon delen, nuchter of liever nog onder invloed van wat hasjiesj.  Werd ‘Exile On Main Street’ toen niet door de muziekpers afgekraakt omdat de plaat zo rommelig klonk? Ik dacht van wel. Een onderdeel van die verrukkelijke rommeligheid vormde de unieke sound van Bobby Keys z’n sax. De anekdotes over the Rolling Stones on tour, inclusief de uitspattingen van de huurlingmuzikant, zijn genoegzaam bekend. Waarom slingeren rocksterren toch zo graag televisietoestellen door hotelramen? Of schieten ze erop, zoals Elvis Presley deed (en Bruce Springsteen droomde). Ik luisterde gisteren nog een keer naar ‘Whatever Gets You Through the Night’ van John Lennon, ook met de Texaanse saxofonist in een glansrol. Moge Bobby Keys in vrede rusten.

BobbyKeysandKeithRichards.jpg

Gisteravond laat, na de zoveelste aflevering van the Sopranos – ik leef nu op een dieet van schrijven en Sopranos – probeerde ik mijn smartphone aan de praat te krijgen. Mijn gsm was al enkele dagen stuk. Ik heb me dan maar zo’n toestel vol overbodige snufjes die het leven nog wat moeilijker maken aangeschaft. Een fototoestel op een telefoon, te gek jongen!

Het eerste wat ik op mijn smartphone las was een bericht over de dood van Ian McLagan. Een van de kleine grote helden uit mijn jeugd - samen met Steve Marriott, Ronnie Lane & Kenney Jones in the Small Faces. In de tweede helft van de sixties maakte die beatgroep van de meest opwindende singles die je op de radio en de jukebox kon horen. Op elk gebied waren ze pure stijl. Als ik in Maastricht naar de kapper ging had ik altijd een foto van deze groep bij als voorbeeld. Ook bij het kiezen van hemden, jasjes en broeken liet ik me door hun voorkomen inspireren. Echt mod was dat al niet meer, daar waren hun haren wat te lang voor. Er zaten ook al veelkleurige, psychedelische ingrediënten in, net zoals in hun songs.

Singles als ‘All Or Nothing’, ‘Here Comes the Nice’, ‘Itchycoo Park’ en ‘Tin Soldier’ voerden me tot aan de rand van extase en soms erover. Ik herinner me nog goed hoe uitbundig Guy Bleus en ik in Tongeren - in café de Paddock geloof ik - dansten op de wilde klanken van dat laatste nummer, een van de beste singles aller tijden. Het orgel en de piano van Ian McLagan maken er een popparel van – eigenlijk is zijn geïnspireerd spel er de ziel van. Ach, wat hield ik van the Small Faces. Ik zag ze twee keer live. Een keer (1), samen met mijn vriend Jan De Pooter, een even grote fan als ik, in het nergensland van Diepenbeek. Bij dat concert mocht ik een mooi flower power-meisje dat ik helemaal niet kende lang en warm kussen. Ik heb nooit geweten hoe ze heette. Of ben ik het vergeten? Wat ik me wel nog herinner zijn de flessen gin die we doorgaven aan iedereen die het maar wilde. Een tweede keer, misschien nog grootser, maar minder intiem, was op Jazz Bilzen (2). De mooiste dagen van ons leven, terwijl we daar toch zo vlug mogelijk aan wilden ontsnappen. De illusies die ‘vrijheid’ en ‘toekomst’ heten, schitterden als het chroom van oude Chevrolets in de midzomerzon. De mooiste dagen, weggerend als wilde paarden over de heuvels, om het eens met de woorden van Charles Bukowski te zeggen.

Ian McLagan is dood, maar onze honger naar de klank van zijn orgel en naar de swingende sound van the Small Faces is niet gestild.

“When you're slipping into sleep, that's the time to unwind
Sinking down into the deep, that's the time of no time
When you're slipping into sleep
All the sounds around you seem to have a new meaning
Leave your body behind you with a different feeling
When you're slipping into sleep” (3).

pop, popcultuur, rock, muziek, small faces, rolling stones, bobby keys, ian mclagan, dood, sixties, euforie, dansen, singles, jukebox, jazz bilzen, diepenbeek, vrienden, plezier, geluk, toekomst, vrijheid, kleren, kapsel, extase

 

 

(1) Op 11 mei 1968 in Diepenbeek.
(2) Op 24 augustus 1968 op Jazz Bilzen. Eerst the Small Faces, daarna een jamsession van leden van the Small Faces, Cuby + Blizzards, Alexis Korner en Chris Farlowe.
(3) Uit  ‘Up The Wooden Hills To Bedfordshire’ van Ian McLagan. Terug te vinden op 'Small Faces', verschenen in 1967 op Immediate.

02-12-14

HERINNER JE JE WILLIE BOY?

willie boy 2.jpg

Ziezo, kerstmis is in aantocht, het feest van de vrede. Overal in de stad schitteren de lichtjes en in de etalages staan lachende kerstmannetjes. Welke drugs zouden zij hebben genomen? Want hoe kan zo’n kerstman zonder hulpmiddelen nog lachen in deze tijd die in elke levenssfeer het einde lijkt aan te kondigen? Het is koud en donker buiten, er hangt een vuile nevel boven de huizen. Ik denk niet dat er waar dan ook in deze stad veel valt te beleven.

Hoe anders was het in de dagen dat we naar ‘London Calling’ van the Clash luisterden alsof in die muziek een nieuwe wereld kon worden ontdekt. Geen mooie of aangename wereld maar wel opwindend en stimulerend. Zo’n dag herinner ik me nu opeens weer, alsof het gisteren was. Eigenlijk was het zelfs meer gisteren dat het zogezegd echte gisteren dat nu, na een slapeloze nacht en veel gepieker, ver weg in het verleden ligt.

Het was een vrieskoude vrijdagavond. Mijn oude vriend Willie Boy was nog een keer op bezoek. We hadden elkaar ruim een jaar niet gezien. Hij zag er gezond uit maar was duidelijk in de war; hij vergat voortdurend wat hij gezegd had, herhaalde steeds weer dezelfde verhalen en anekdotes. Over drankzucht, werkeloosheid, financiële problemen, zijn meedogenloze ouders. Mij scheen hij nog steeds te vertrouwen. Hij was me dankbaar, denk ik, omdat ik hem, in tegenstelling tot wat enkele andere van zijn vrienden hadden gedaan, niet had laten vallen. Ik was met hem in contact gebleven, we schreven elkaar, zijn brieven kort, soms niet meer dan postkaartjes, die van mij lang en meanderend, me overgevend aan de woorden, écriture automatique of beat writing. Met Pritt plakte ik de ene bladzijde aan de andere en voelde me dan enigszins heldhaftig, een Antwerpse Jack Kerouac.

Die avond was ik vooral luisterend oor en deed er voor de rest het zwijgen toe. Nadat Willie Boy was uitgeraasd leerde hij me pokeren, of toch de basis van het spel. Hij had dat al vaak willen doen maar ik had er nooit zin in gehad. Pokeren en roulette behoorden niet echt tot mijn wereld, vond ik. Ik was geen speler en ben het ook nooit geworden. Dat Willie Boy zo graag poker speelde verbaasde mij echter niet. Rambling Gambling Willie*, noemde ik hem soms. Het pokerspel is een metafoor voor gevaarlijk leven, net zoals snelle wagens, heroïne, de namen ‘Geoffrey Firmin’ en ‘Charles Bronson’. Overigens lag mijn exemplaar van ‘Under the Volcano’ in Willie Boy’s auto toen hij hem enkele jaren eerder in de vernieling reed. Zelf had hij gelukkig geen schrammetje.

Een dag later, zaterdag, was Willie Boy terug, zoals was afgesproken. Nu zag hij er rustiger uit, vrolijk bijna. We zouden met z’n vieren het Antwerpse nachtleven induiken. Zijn nieuwe vriendin, Fannie, was met hem meegekomen. Ze was hoewel jong nog al gescheiden, moeder van een dochtertje. Fannie’s vader was een rijke juwelier. Dat had Willie Boy vrijdag al verteld. Ik weet nog altijd niet of het waar was. Wat was waar van wat Willie Boy vertelde, en wat was verzonnen? En had het belang? De blik in zijn bruine ogen had iets onvoorspelbaars, soms zelfs iets dreigends. Zijn passie voor messen vond ik eng, maar gelukkig was hij die avond ongewapend. Nu ja, daar ging ik alleszins van uit. En ik wist dat hij me nooit kwaad zou doen. Willie Boy was een goede vriend, maar ik besefte opeens hoe moeilijk het moest zijn om met hem samen te leven, een toekomst op te bouwen. Wat doe je met een lieve en goede man geobsedeerd door geld, amfetamine en gokken? Iemand die maar naar een ding schijnt te verlangen: zelfvernietiging.

Na het avondeten gingen we de stad in, mijn geliefde, Fannie, Willie Boy en ik. Zoals zo vaak in die tijd werd het een euforische nacht en even bizar als de tekst van ‘Glory’:

She got mad. She said, you're too steep.
She put on her boxing gloves and went to sleep.

Op dat nummer van Television hebben we uitbundig gedanst, aangevuurd door tequila en peppillen. ‘Always Crashing In the Same Car’ hoorde eveneens bij de hoogtepunten. Het zijn songs waarbij je jezelf geheel vergeet, je wordt één met het ritme, met de stem van de zanger of zangeres, of met een of ander geluid van een of ander instrument. Zoals ik het nu beschrijf lijkt het banaal, maar het is een ervaring die ongeveer alles wat je beleven kunt overtreft. Je kunt er moeilijk woorden voor vinden. Greil Marcus probeert het soms, maar slaagt er ook niet altijd in. Een orgasme kun je ook niet beschrijven. Het was een van die verrukkelijke nachten waar geen einde aan lijkt te komen. Alles is dan euforie, pure zinnelijkheid; er hangt seks in de lucht. Seks die weinig met neuken heeft te maken, alles met verlangen.
 
Dan opeens staat Willie Boy, een en al ingehouden toorn, tegenover een tooghanger. Hij denkt dat de kerel, een niemendal die ik van zien ken, ons heeft beledigd. Daar heb ik alvast niets van gemerkt. Zo was Willie Boy altijd: hij wilde niets liever dan ons beschermen en verdedigen. De arme man maakt zich meteen uit de voeten. Dat komt door Willie Boys's gevaarlijke blik, scherp als een gebroken whiskyglas. Hij heeft helemaal geen wapens nodig om iemand de daver op het lijf te jagen.

Van thuis had ik een oud boek meegenomen om onderweg uit voor te lezen: ‘Het Eeuwige IJs’**, over de tweede, noodlottige, Zuidpoolexpeditie van Robert Falcon Scott. Als jongen was ik verzot op zulke avonturen. Amundsen, Scott, Nobile en weet ik veel wie nog allemaal. Edgar Allan Poe heeft ook zo’n geweldige kleine roman, ‘The Narrative Of Arthur Gordon Pym’. Op het einde van dat boek wordt alles wit en lijkwitte vogels slaken de akelige kreet ‘Tekeli-li’’, maar ik dwaal af. Ik vond het relaas van kapitein Scott goed passen bij onze dronken expeditie naar het hart van de bevroren stad. Maar aan voorlezen had ik niet meer gedacht. Hoe had ik dat ook gekund, gelet op de oorverdovende rock & roll.  Zelfs in het kunstzinnige café Het Pannenhuis was het niet stil genoeg. Als herinnering aan de mooie nacht wilde ik Willie Boy ‘Het eeuwige IJs’ cadeau doen, maar daar wilde hij niets van weten. Ik moest het verkopen, dat ijzige boek is goud waard, zei hij. Uiteindelijk heeft hij het toch aangenomen.

Hoe lang we in dat café zaten weet ik niet meer, ongetwijfeld tot sluitingstijd. Toen we buiten kwamen lag er al een dikke laag witte sneeuw.  Natuurlijk waren we meteen weer de kinderen die we altijd blijven en al gauw waren we elkaar met sneeuwballen aan het bekogelen. Waarop we ons op halfbevroren voeten wankelend en lachend naar huis hebben gespoed. Weer thuis zong Fannie wat folksongs voor ons, ‘Four Strong Winds’, ‘Early Morning Rain’ en wat dies meer zij. Daarbij begeleidde ze zichzelf op mijn lichtjes ontstemde rode gitaar. Ik was onder de indruk. Zal ik om een punt achter deze mooie nacht te zetten nu wat voorlezen uit ‘Het eeuwige ijs’, vroeg ik Willie Boy. Hij was tenslotte de rechtmatige eigenaar van het meesterwerkje. Dat de ongelukkige Zuidpoolreiziger in de ijzige sneeuw verdwaalde en pas maanden later, één geworden met het genadeloze ijs, werd teruggevonden*** hoorde niemand meer. Slaap is sterker dan sneeuw.

Het is halfnegen. Mijn verslag is af, hoewel dat een relatief begrip is. Is ooit iets af? Ja, het leven van Willie Boy, dat wel. Wat had u anders gedacht? Om het tragische levenseinde van Willie Boy uit de doeken te doen ben ik nu echter niet bij machte. Dat is te veel in één keer. Misschien vertel ik er ooit nog wel eens over. Maar ik geloof dat dat nog moeilijker is dan beschrijven wat muziek in momenten van extase met je doet. De muziek van de dood is vooral heel stil.  Nu ga ik de straat op, op zoek naar een nieuwe mobiele telefoon. Ik moet contact onderhouden met mijn vrienden.
Scottgroup-zuidpool.jpg

*“It was late one evenin’ during a poker game
A man lost all his money, he said Willie was to blame
He shot poor Willie through the head, which was a tragic fate
When Willie’s cards fell on the floor, they were aces backed with eights”
Bob Dylan, Rambling Gambling Willie

* *Het eeuwige ijs: de Zuidpool-expeditie van Kapitein Scott. Een verhaal van den laatsten tocht naar de Zuidpool door kapitein Scott en diens tragisch einde, benevens een beschrijving van het natuurleven in het eeuwige ijs. J.M. Meulenhoff (Amsterdam, ca. 1920).

***Op 12 november 1912werd de ondergesneeuwde tent met de lichamen van Scott, Bowers en Edward Wilson gevonden. Tot kort voor zijn dood hield Scott een dagboek bij dat samen met een aantal brieven naast hem werd gevonden. Zijn laatste woorden schreef hij op 29 maart: "For God's sake look after our people".

HERINNER JE JE WILLIE BOY?

willie boy 2.jpg

Ziezo, kerstmis is in aantocht, het feest van de vrede. Overal in de stad schitteren de lichtjes en in de etalages staan lachende kerstmannetjes. Welke drugs zouden zij hebben genomen? Want hoe kan zo’n kerstman zonder hulpmiddelen nog lachen in deze tijd die in elke levenssfeer het einde lijkt aan te kondigen? Het is koud en donker buiten, er hangt een vuile nevel boven de huizen. Ik denk niet dat er waar dan ook in deze stad veel valt te beleven.

Hoe anders was het in de dagen dat we naar ‘London Calling’ van the Clash luisterden alsof in die muziek een nieuwe wereld kon worden ontdekt. Geen mooie of aangename wereld maar wel opwindend en stimulerend. Zo’n dag herinner ik me nu opeens weer, alsof het gisteren was. Eigenlijk was het zelfs meer gisteren dat het zogezegd echte gisteren dat nu, na een slapeloze nacht en veel gepieker, ver weg in het verleden ligt.

Het was een vrieskoude vrijdagavond. Mijn oude vriend Willie Boy was nog een keer op bezoek. We hadden elkaar ruim een jaar niet gezien. Hij zag er gezond uit maar was duidelijk in de war; hij vergat voortdurend wat hij gezegd had, herhaalde steeds weer dezelfde verhalen en anekdotes. Over drankzucht, werkeloosheid, financiële problemen, zijn meedogenloze ouders. Mij scheen hij nog steeds te vertrouwen. Hij was me dankbaar, denk ik, omdat ik hem, in tegenstelling tot wat enkele andere van zijn vrienden hadden gedaan, niet had laten vallen. Ik was met hem in contact gebleven, we schreven elkaar, zijn brieven kort, soms niet meer dan postkaartjes, die van mij lang en meanderend, me overgevend aan de woorden, écriture automatique of beat writing. Met Pritt plakte ik de ene bladzijde aan de andere en voelde me dan enigszins heldhaftig, een Antwerpse Jack Kerouac.

Die avond was ik vooral luisterend oor en deed er voor de rest het zwijgen toe. Nadat Willie Boy was uitgeraasd leerde hij me pokeren, of toch de basis van het spel. Hij had dat al vaak willen doen maar ik had er nooit zin in gehad. Pokeren en roulette behoorden niet echt tot mijn wereld, vond ik. Ik was geen speler en ben het ook nooit geworden. Dat Willie Boy zo graag poker speelde verbaasde mij echter niet. Rambling Gambling Willie*, noemde ik hem soms. Het pokerspel is een metafoor voor gevaarlijk leven, net zoals snelle wagens, heroïne, de namen ‘Geoffrey Firmin’ en ‘Charles Bronson’. Overigens lag mijn exemplaar van ‘Under the Volcano’ in Willie Boy’s auto toen hij hem enkele jaren eerder in de vernieling reed. Zelf had hij gelukkig geen schrammetje.

Een dag later, zaterdag, was Willie Boy terug, zoals was afgesproken. Nu zag hij er rustiger uit, vrolijk bijna. We zouden met z’n vieren het Antwerpse nachtleven induiken. Zijn nieuwe vriendin, Fannie, was met hem meegekomen. Ze was hoewel jong nog al gescheiden, moeder van een dochtertje. Fannie’s vader was een rijke juwelier. Dat had Willie Boy vrijdag al verteld. Ik weet nog altijd niet of het waar was. Wat was waar van wat Willie Boy vertelde, en wat was verzonnen? En had het belang? De blik in zijn bruine ogen had iets onvoorspelbaars, soms zelfs iets dreigends. Zijn passie voor messen vond ik eng, maar gelukkig was hij die avond ongewapend. Nu ja, daar ging ik alleszins van uit. En ik wist dat hij me nooit kwaad zou doen. Willie Boy was een goede vriend, maar ik besefte opeens hoe moeilijk het moest zijn om met hem samen te leven, een toekomst op te bouwen. Wat doe je met een lieve en goede man geobsedeerd door geld, amfetamine en gokken? Iemand die maar naar een ding schijnt te verlangen: zelfvernietiging.

Na het avondeten gingen we de stad in, mijn geliefde, Fannie, Willie Boy en ik. Zoals zo vaak in die tijd werd het een euforische nacht en even bizar als de tekst van ‘Glory’:

She got mad. She said, you're too steep.
She put on her boxing gloves and went to sleep.

Op dat nummer van Television hebben we uitbundig gedanst, aangevuurd door tequila en peppillen. ‘Always Crashing In the Same Car’ hoorde eveneens bij de hoogtepunten. Het zijn songs waarbij je jezelf geheel vergeet, je wordt één met het ritme, met de stem van de zanger of zangeres, of met een of ander geluid van een of ander instrument. Zoals ik het nu beschrijf lijkt het banaal, maar het is een ervaring die ongeveer alles wat je beleven kunt overtreft. Je kunt er moeilijk woorden voor vinden. Greil Marcus probeert het soms, maar slaagt er ook niet altijd in. Een orgasme kun je ook niet beschrijven. Het was een van die verrukkelijke nachten waar geen einde aan lijkt te komen. Alles is dan euforie, pure zinnelijkheid; er hangt seks in de lucht. Seks die weinig met neuken heeft te maken, alles met verlangen.
 
Dan opeens staat Willie Boy, een en al ingehouden toorn, tegenover een tooghanger. Hij denkt dat de kerel, een niemendal die ik van zien ken, ons heeft beledigd. Daar heb ik alvast niets van gemerkt. Zo was Willie Boy altijd: hij wilde niets liever dan ons beschermen en verdedigen. De arme man maakt zich meteen uit de voeten. Dat komt door Willie Boys's gevaarlijke blik, scherp als een gebroken whiskyglas. Hij heeft helemaal geen wapens nodig om iemand de daver op het lijf te jagen.

Van thuis had ik een oud boek meegenomen om onderweg uit voor te lezen: ‘Het Eeuwige IJs’**, over de tweede, noodlottige, Zuidpoolexpeditie van Robert Falcon Scott. Als jongen was ik verzot op zulke avonturen. Amundsen, Scott, Nobile en weet ik veel wie nog allemaal. Edgar Allan Poe heeft ook zo’n geweldige kleine roman, ‘The Narrative Of Arthur Gordon Pym’. Op het einde van dat boek wordt alles wit en lijkwitte vogels slaken de akelige kreet ‘Tekeli-li’’, maar ik dwaal af. Ik vond het relaas van kapitein Scott goed passen bij onze dronken expeditie naar het hart van de bevroren stad. Maar aan voorlezen had ik niet meer gedacht. Hoe had ik dat ook gekund, gelet op de oorverdovende rock & roll.  Zelfs in het kunstzinnige café Het Pannenhuis was het niet stil genoeg. Als herinnering aan de mooie nacht wilde ik Willie Boy ‘Het eeuwige IJs’ cadeau doen, maar daar wilde hij niets van weten. Ik moest het verkopen, dat ijzige boek is goud waard, zei hij. Uiteindelijk heeft hij het toch aangenomen.

Hoe lang we in dat café zaten weet ik niet meer, ongetwijfeld tot sluitingstijd. Toen we buiten kwamen lag er al een dikke laag witte sneeuw.  Natuurlijk waren we meteen weer de kinderen die we altijd blijven en al gauw waren we elkaar met sneeuwballen aan het bekogelen. Waarop we ons op halfbevroren voeten wankelend en lachend naar huis hebben gespoed. Weer thuis zong Fannie wat folksongs voor ons, ‘Four Strong Winds’, ‘Early Morning Rain’ en wat dies meer zij. Daarbij begeleidde ze zichzelf op mijn lichtjes ontstemde rode gitaar. Ik was onder de indruk. Zal ik om een punt achter deze mooie nacht te zetten nu wat voorlezen uit ‘Het eeuwige ijs’, vroeg ik Willie Boy. Hij was tenslotte de rechtmatige eigenaar van het meesterwerkje. Dat de ongelukkige Zuidpoolreiziger in de ijzige sneeuw verdwaalde en pas maanden later, één geworden met het genadeloze ijs, werd teruggevonden*** hoorde niemand meer. Slaap is sterker dan sneeuw.

Het is halfnegen. Mijn verslag is af, hoewel dat een relatief begrip is. Is ooit iets af? Ja, het leven van Willie Boy, dat wel. Wat had u anders gedacht? Om het tragische levenseinde van Willie Boy uit de doeken te doen ben ik nu echter niet bij machte. Dat is te veel in één keer. Misschien vertel ik er ooit nog wel eens over. Maar ik geloof dat dat nog moeilijker is dan beschrijven wat muziek in momenten van extase met je doet. De muziek van de dood is vooral heel stil.  Nu ga ik de straat op, op zoek naar een nieuwe mobiele telefoon. Ik moet contact onderhouden met mijn vrienden.
Scottgroup-zuidpool.jpg

*“It was late one evenin’ during a poker game
A man lost all his money, he said Willie was to blame
He shot poor Willie through the head, which was a tragic fate
When Willie’s cards fell on the floor, they were aces backed with eights”
Bob Dylan, Rambling Gambling Willie

* *Het eeuwige ijs: de Zuidpool-expeditie van Kapitein Scott. Een verhaal van den laatsten tocht naar de Zuidpool door kapitein Scott en diens tragisch einde, benevens een beschrijving van het natuurleven in het eeuwige ijs. J.M. Meulenhoff (Amsterdam, ca. 1920).

***Op 12 november 1912werd de ondergesneeuwde tent met de lichamen van Scott, Bowers en Edward Wilson gevonden. Tot kort voor zijn dood hield Scott een dagboek bij dat samen met een aantal brieven naast hem werd gevonden. Zijn laatste woorden schreef hij op 29 maart: "For God's sake look after our people".

01-11-14

ZERO DE CONDUITE: BARFLIES

bettie-page.jpg

Zéro de conduite is een POPprogramma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Heerlijk als je druk bezig bent in de keuken, of bij het aperitief, en later aan tafel bij de antipasti, de vissoep, de Roma-tomaten! Stem af op 106.7 FM. Je kunt het programma eveneens via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

patsy cline4.jpg

Vanavond begeven we ons naar de bars, om er bourbon, scotch en tequila te drinken, te jiven, muntjes in de juke box te stoppen, te dansen met de vrouwen en mannen aan de bar, te boppen en te rocken, te slowen en te zoenen, nog meer te drinken, tot we de hik krijgen. Op een klein podium voor een roodfluwelen gordijn doen Ruby en Ida een striptease. Op straat onder het gelige lantaarnlicht vechten twee jongens, ze worden gevaarlijk, halen de stiletto’s boven, de blondines, brunettes, de rood- en zwartharige meisjes juichen hun toe of gaan met hun zachtaardigere vriendjes naar een andere club. Zware jongens met een hart van peperkoek, lichte meisjes op de rand van een inzinking. Allemaal dansen ze op de waanzinnige rockabilly van Johnny & Dorsey Burnette, met Paul Burlison op gitaar. Jeani laat de afwas voor wat hij is en komt meedansen. Ze is hier elke nacht. Juke Box Mama kiest voor A1: There Is A Light That Never Goes Out. In de bar waar we nu zijn aanbeland bestaat de tijd niet langer. Daar buiten is er geen leven meer. Hier is het te doen. We staan hier nu al vier nachten te drinken. Hoe houden we het vol? Nog wat amfetamine jongens! Dan schrijf ik gauw nog een ode aan de man daar helemaal op het einde van de bar, de eenzame jongen die niets zegt. En ik kom hier al zo vaak dat je best een drankje naar mij mag noemen, beste barman. Ik heb toch eigenlijk alleen maar in bars geleefd. De zevende hemel. Ik heb er gesprekken gevoerd met consuls en circusartiesten, met frontsoldaten en secretarissen-generaal, met playboys en playgirls, die denken dat ze over de wereld heersen. Dat denken ze, ja. Maar kijk ons hier, hier heersen wij, met onze honky tonk music, onze blues en onze rock & roll.
hank williams 001 (2).jpg

Let's Go Boppin' Tonight - Al Ferrier - The  Goldband Records Story - 1956         

Honky Tonkin' - Townes Van Zandt - The Late Great Townes Van Zandt - 1972

Honky Tonk Blues - Hank Williams - Let's Turn Back The Years - 1951

Let The Jukebox Keep On Playing - Carl Perkins - The Real Rock Master - 1957

Gambling Bar Room Blues - Jimmie Rodgers - Jimmie Rodgers 1932 : No Hard Times - 1932

Honky Tonk Merry Go Round - Patsy Cline - Patsy Cline's 50 Golden Greats: Complete Early Years - 1955

I'm A Honky Tonk Girl - Loretta Lynn – Gold - 1960

Sittin' At The Bar - Little Junior's Blue Flames -Sun Records The Blues Years 1950-1958

Gettin' Drunk Johnny "Guitar" Watson - Space Guitar - 1954

Rock 'n' Roll Ruby - Warren Smith - Real Raw Rockabilly - 1956

Honky Tonk Hiccups - Neko Case & Her Boyfriends - The Virginian - 1997

Dirty Dishes - Jeani Mack - Rockin' From Coast To Coast Volume 1 - 1958

Juke Joint Boogie - Freddie Hart - Juke Joint Boogie –  s.d.

Drinking Wine, Spo-Dee-O-Dee - Johnny Burnette -Johnny Burnette And The Rock 'n' Roll Trio - 1956

One Bourbon, One Scotch, One Beer - John Lee Hooker - Chill Out - 1995

Country Honk - The Rolling Stones - Let It Bleed - 1969

Juke Box Mama - Link Wray - Link Wray - 1971

Jockey Full Of Bourbon - Tom Waits - Rain Dogs - 1985

The Fourth Night of My Drinking - Drive-By Truckers - The Big To-Do - 2010

Outside This Bar -American Music Club - Engine - 1987

Ode to the Man at the End of the Bar - Moby Grape - 20 Granite Creek - 1971

N.S.U – Cream - Fresh Cream – 1966 - In memory of Jack Bruce

Barstool Blues - Neil Young - Zuma - 1975

I Want To See The Bright Lights Tonight - Richard & Linda Thompson - Want To See The Bright Lights Tonight - 1974

There Is A Light That Never Goes Out - The Smiths - The Queen is Dead - 1986

Dancing With The Women At The Bar - Whiskeytown - Strangers Almanac - 1997

One Drink Down - Gerry Rafferty - Can I Have My Money Back? - 1971

Barroom Girls - Gillian Welch - Revival - 1996

Lived In Bars - Cat Power - The Greatest - 2006

Yes I Guess They Oughta Name A Drink After You - John Prine - Diamonds In The Rough - 1972

What Made Milwaukee Famous - Rod Stewart – Single B-side - 1972

He'll Have To Go - Jim Reeves - Golden Age Of American Rock & Rol: Vol 10 - 1959

Bartender Blues (with Trisha Yearwood) - George Jones - Bradley Barn Sessions - 1994

Honky Tonk Masquerade - Joe Ely - Honky Tonk Masquerade - 1978

It Won't Hurt - Dwight Yoakam - Guitars, Cadillacs, Etc., Etc. - 1986

Close Up The Honky Tonks (Early Version) - Buck Owens - Buck 'Em: The Music Of Buck Owens - 1964

Dim Lights - The Flying Burrito Brothers - Sleepless Nights - 1970

Honky Tonk Downstairs – Poco - Poco - 1970

Hey Mister, That's Me Up On The Jukebox - James Taylor- Mud Slide Slim And The Blue Horizon - 1971

neko case 2.jpg

Research & presentatie: Martin Pulaski.
Foto's: Bettie Page, Patsy Cline, Hank Williams, Neko Case.

04-10-14

HOOCHIEKOOCHIE: LACH, SPRING, DANS

howlin wolf en muddy.jpg

Zéro de conduite is een POPprogramma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Heerlijk als je druk bezig bent in de keuken, of bij het aperitief, en later aan tafel bij de antipasti, de vissoep, de Roma-tomaten! Stem af op 106.7 FM. Je kunt het programma eveneens via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

“Misschien moeten we (…) in onze oudste herinneringen graven en in de spelletjes die we als kind leuk vonden de eerste aanzet zoeken tot diverse manieren waarop mensen aan het lachen gemaakt kunnen worden. Te vaak hebben we het over onze gevoelens van plezier of verdriet, alsof die louter van recente datum zijn, alsof niet elk van hen zijn eigen geschiedenis heeft. Te dikwijls vooral miskennen we wat er in het merendeel van onze gevoelens van blijdschap als het ware nog aan kinderlijks schuilt. Een groot deel van de pleziertjes van nu schrompelt echter, bij nadere beschouwing, ineen tot louter herinneringen aan pleziertjes van vroeger!
Henri Bergson, Lachen

Vorige maand werden er tranen gestort, tranen van verdriet maar ook van vreugde en plezier. Valleien, rivieren oceanen van tranen. Zelf had ik het gevoel dat al die songs, hoe melancholisch soms ook, troost brachten en in enkele gevallen tot dansen aanzetten. Vandaag zal het niet anders zijn, maar dan omgekeerd. Lachen is niet altijd plezierig. In elk menselijk handelen, in elke menselijke emotie zitten meerdere lagen, vaak maakt zelfs het tegenovergestelde er deel van uit. “There ain't no dark till something shines”, zingt Townes Van Zandt in ‘Rex’s Blues’. Hegel had het niet beter kunnen formuleren, wel ingewikkelder.

Vandaag hebben we gekozen voor liedjes over plezier, vreugde, geluk, lachen. Meer dan eens zijn het droeve, sombere, zelfs wanhopige songs. Maar dat geeft niet, stemmen, melodieën, ritmes maken mensen altijd al op een bepaalde manier blij. En vaak ook roepen ze mooie herinneringen op, plezierige herinneringen. Want die zijn bijna altijd met liedjes vergroeid. Dat zal ook wel de reden zijn waarom radio nostalgie zoveel succes heeft. Deze radio hier is geen radio nostalgie, al doe ik mijn best om er een van te maken. Vergis je echter niet: mijn nostalgie is net weer een beetje anders dan die van jou. En in mijn nostalgie is er altijd plaats voor de toekomst.

Geniet van de mooie muziek!

love2.jpg

Happy Madness (1995) - Joe Henderson – Double Rainbow: The Music of Antonio Carlos Jobim - Antonio Carlos Jobim, Vinícius de Moraes         

Laughin' And Clownin' (1963) - Sam Cooke – Nightbeat (1963) - Sam Cooke

300 Pounds Of Joy (1963) - Howlin' Wolf - The Genuine Article - Willie Dixon    

Pride And Joy (1963) - Marvin Gaye -  Anthology - Norman Whitfield, Marvin Gaye, William Stevenson

Laugh It Off  (1963) - The Tams - The Fame Studio Story 1961-1973 Home Of The Muscle Shoals Sound - Ray Whitley

I'm So Happy (Tra-La-La-La-La-La) (1958) - Lewis Lymon And The Teenchords – Fury single - Bobby Robinson

Laugh (1961) - The Velvets - Golden Age Of American Rock & Roll : The Follow-Up Hits - Roy Orbison, Joe Melson

Laughin' & Jokin'  (1957) - Ernie Chaffin - Sun Collection - Murphy “Pee Wee” Maddux, Jr.

Soldier's Joy (live, 1964) - The Kentucky Colonels (Roland White, Clarence White, Billy Ray Lathum & Roger Bush) - Long Journey Home - traditional

Don't Laugh (1957) - The Louvin Brothers - When I Stop Dreaming-  Rebe Gosdin                          

Joy To The World (1968) - John Fahey - The New Possibility: John Fahey's Guitar Soli Christmas Album - Handel

Wild About My Lovin' (1976) - Sid Selvidge - The Cold Of The Morning - traditional        

Soldier's Joy, 1864 (2002) - Guy Clark - The Dark – Guy Clark, Shawn Camp

Laughing Boy (1968) - Randy Newman -  Creates Something New Under The Sun – Randy Newman

Crying Laughing Loving Lying (70s) - Rod Stewart - Handbags & Gladrags – Labi Siffre   

I Laugh In Your Face (1969) - Bee Gees – Odessa – Barry, Robin & Maurice Gibb

Frozen Laughter (1967) - Rising Storm - Calm Before The Storm – A. Thompson              

Laugh, Laugh (1965) - The Beau Brummels - Introducing The Beau Brummels - Ron Elliot

Laughing (1969) - The Guess Who - Greatest Hits - Bachman/Cummings

It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry - Al Kooper, Steve Stills - Super Session - B.Dylan

Laughing Stock (1968) - Love - Single B-Side  - Arthur Lee                           

Laughing  (1971) - David Crosby - If I Could Only Remember My Name - David Crosby

The Old Laughing Lady (1968) - Neil Young - Neil Young (First Album) - Neil Young

Yemeni Jade (2014) - Allah-Las - Worship The Sun – Allah-Las                  

Virgo Clowns (1970) - Van Morrison - His Band And The Street Choir - Van Morrison

Milneburg Joys (1992) -  Dr. John - Goin' Back To New Orleans- Jellyroll Morton

Make A Joyful Noise (1972) - Jesse Ed Davis – Ululu - Jesse Ed Davis

While You Were Having Fun (1986) - Rainer & Das Combo - Barefoot Rock With ... (bonus track) – Rainer Ptacek           

Joy And Jubilee (2003) - Bonnie "Prince" Billy - Master And Everyone - Will Oldham

Silver Joy (2013) - Damien Jurado - Brothers and Sisters of the Eternal Son                       

Love Like Laughter (1998) - Beth Orton - Central Reservation – Beth Orton       

Happy (1996) - Mazzy Star - Among My Swan - Hope Sandoval, David Roback

Happy When It Rains (1987) - The Jesus & Mary Chain – Darklands - William Reid

Falling and Laughing (1982) - Orange Juice - You Can't Hide Your Love Forever - Edwyn Collins

People's Pleasure Park (1989) - The Durutti Column - The Best Of The Durutti - Vini Reilly, Bruce Mitchell

Out Of Egypt, Into The Great Laugh Of Mankind, And I Shake The Dirt From My Sandals As I Run - Sufjan Stevens - Come On Feel The Illinoise! - Sufjan Stevens 

Laughing (1978) - Pere Ubu - The Modern Dance – Pere Ubu

...

Research & presentatie: Martin Pulaski

jesse davis.jpg

28-05-14

MANUSCRIPT GEVONDEN IN EEN WANDKAST

mods.jpg

Korte tijd geleden vond ik in een wandkast de chronologie die hieronder staat terug. Het lijkt me interessant om daar de volgende weken wat dieper op in te gaan. Mocht ik er de energie voor vinden, want de voorbije dagen hebben me zo uitgeput, ook al heb ik niets gedaan, werkelijk niets, zo weinig dat ik alleen nog maar zin heb om ergens, om het even waar, te gaan liggen en te slapen. Of eerst verschillende soorten bier, Gordon’s Finest Gold, Krusovice, gele Chimay, Cruzcampo, et cetera,  te drinken en dan te gaan liggen, ook al heb ik nog een dak boven het hoofd en dergelijke. Dus hier thuis kijken wat er nog in de koelkast zit en dat dan uitdrinken tot ik er bij neerval, wat ik in ‘normale omstandigheden’ nooit doe. Ik ga altijd liggen. En als ik niet kan gaan liggen dan speel ik drie akkoorden op m’n gitaar, slik een bromazepam en ga dan liggen. Dat lukt meestal wel. Maar een mens wordt altijd weer wakker. Soms zegt hij dan helaas, soms, hé wat goed, weer een nieuwe dag.

Als ik er iets mee ga doen, met die notities, dan zal het in muzikale zin zijn. Hoe ben ik doorheen de jaren tot de muziek gekomen waar ik nu van houd, of waarvoor ik nog uit mijn zetel kom om een of andere geluidsdrager in gang te zetten, en voldoende luid, zonder enige rekening te houden met de buren, zodat ik er al bij al nog enig plezier aan kan beleven?

Mijn terugblik zal dan, anders dan het teruggevonden overzichtje, naar voor 1965 moeten gaan. Ik geloof dat ik min of meer bewust naar muziek ben gaan luisteren toen ik zes was, in 1956. Niet dat ik zo snel was: mijn broer François is zeven jaar ouder. Door hem ben ik in aanraking gekomen met rock & roll. Daarna zijn we vijanden geworden: hij had een afkeer van the Beatles, the Rolling Stones en vooral van lange haren. Heel belangrijk om wat ik de volgende dagen over mijn ‘muzikale ontwikkeling’ al dan niet ga schrijven te begrijpen. Of niet? Want het was een broederschap, maar tegelijk was het al een generatieclash, veel meer dan met mijn ouders.

De teruggevonden chronologie (dat is toch al een begin):

1965
Zomer: door scholen georganiseerde reis naar Zwitserland (Broc, Vevey, Lausanne). Eenzaam, gepest. Wegens allergie niet mee naar Le dent de Broc. Salut les copains. Bob Dylan, Barry McGuire. The Byrds. Jasjes en hemden.

1966
Parijs (schoolreis). Flipperkasten, the Rolling Stones, Michel Polnareff, Françoise Hardy, the Troggs, Jacques Dutronc. Gestreepte broeken.

1967
Londen (schoolreis). Sgt. Pepper’s in de etalages. Dronken van bier en gin. Jan De Pooter. Jimi Hendrix Experience. The Outsiders. Fluwelen jas, sjaaltjes, zonnebrillen, Roger McGuinn. John Lennon.

1968
Jazz Bilzen, Barbarella, Pink Floyd in het Pannenhuis, liefde. Garelli brommer. Gitaren. Antwerpen.

1969
Films, Henry Miller, Easy Rider, nieuwe vrienden, Brussel, Pink Floyd, Yes, Buck Owens, blote voeten. Incredible String Band, Fred Neil, John Hartford, Tim Hardin.

1970
Aken (popfestival). De politie tegen mijn meisje V. in microjurk, “haben sie eine Hose?” In slaap gevallen bij Pink Floyd. Een halve kilo shit onder onze slaapzak gevonden. Amsterdam. Neil Young. Gram Parsons.

1971 en 1972 ontbreken (huiselijk geluk).

1973
Geelzucht in augustus. ‘A la recherche’ gelezen.  Geen muziek, behalve Steely Dan’s ‘Countdown to Ecstasy’.
September: Hele maand in Villa den Uil in Oostduinkerke, met mijn vrouw, mijn zoon Jesse, Flor, Leo en Vera. We luisteren alleen maar naar ‘Pat Garrett & Billy the Kid’ en roken joints. Gesprekken over astrologie en politiek. Het verlangen naar een commune en seks met iedereen die ons bevalt.

 

rollingstones1.jpg

17-11-13

AVALANCHE

Nu het nog kan kun je me beter versieren als levende ziel

Zonder zwarte kater op mijn schouder op een zondag

Als ik met gitaar en krant te goochelen zit. In wit licht

 

Ver weg als een countryzanger de dood nabij

Maar toch heel levendig, met veel geel en groen.

Heb je me al in de ogen gekeken als ik onnozel doe

 

En blij ben omdat je bij me bent als een dagdroom

Die je niet vergeet, ook op de trottoirs tussen mensen

Die overal heen snellen, als blinden stoten ze tegen je aan?

 

Dat jij me niet vergeten bent hoor ik in elk lied

Als ik nuchter luisterend op signalen van liefde wacht

En opeens zit iemand op een viool te krassen en zingt:

 

Ma chérie je veux danser avec toi, toute la nuit.

Chagrin, pitié, faut oublier tout ça, mal à la tête,

Oui, je te veux, je te veux, comme une avalanche.


...

 

Een vroegere versie van dit gedicht verscheen hier op 7 mei 2009

30-05-13

THAT TEENAGE FEELING: NEKO CASE

 

Neko+Case.png

Gisteren in de AB Club heb ik nog eens een popconcert meegemaakt dat me werkelijk heeft kunnen ontroeren. Niet dat alles wat ik de voorbije maanden heb gezien/gehoord me onverschillig heeft gelaten. Matthew Houck's Phosphorescent, Rosanne Cash in de Roma en Low in het Koninklijk Circus waren bijvoorbeeld uitstekend. Maar wat ik gisteravond hoorde kwam uit de ziel en ging naar de ziel. Alleszins naar die duivelse & ziekelijke ziel van mij. Na een lange periode van bijna passief, cerebraal muziek ondergaan heb ik weer echte emoties gevoeld en heb ik zelfs nog een paar keer gedanst (op ‘Hold On, Hold On’, ‘That Teenage Feeling’ en vooral op de prachtige cover van ‘The Train From Kansas City’ van mijn geliefde Shangri-Las).  En wat een verrukkelijke cover van Harry Nilsson’s ‘Don’t Forget Me’ was dat! En dan die onmetelijke Canadese ruimte in haar zo pure sirenenstem en in de melancholische tonen van John Rauhouse's pedal steel.

Ik heb het over Neko Case. Maar dat wist je waarschijnlijk al.

 

03-12-12

VERONICA SATORY (ANASTASIS)

veronicasatory.jpg
Kinderdorp Molenberg, Rekem.(Hier zat ik vier jaar opgesloten.Van 1958 tot 1962. De hel van mijn kinderjaren. Ik heb er niet een mooie herinnering aan.)

Have you ever loved the Body of a woman?
Have you ever loved the Body of a man?
Your father—where is your father?
Your mother—is she living? have you been much with her? and has she been much with you?
—Do you not see that these are exactly the same to all, in all nations and times, all over the earth??

Walt Whitman, I Sing The Body Electric


La symptomatologie est toujours affaire d’art.

Gilles Deleuze, Présentation de Sacher-Masoch

***

‘Anastatasis’ is de titel van een lange semi-autobiografische tekst die ik in 1976 schreef voor het tijdschrift voor filosofie, Aurora. Hoewel ik niet gelovig ben – onder meer over hoe ik mijn geloof verloor gaat die tekst – blijft dat woord ‘anastasis’ me fascineren. Wederopstanding, herrijzenis, nieuwe geboorte, zelfs renaissance – meer bepaald de herrijzenis van Jezus Christus. Maar ook ziek zijn en genezen.

Die tekst kan ik onmogelijk nauwkeurig en in zijn geheel herlezen. Vanwege mijn fascinatie voor surrealisten als André Breton en Francis Picabia is hij geschreven in een stijl die ‘écriture automatique’ wordt genoemd. Daarnaast is de invloed van beatschrijvers als  Jack Kerouac en William Burroughs merkbaar. Beide stijlen gaan met slordigheid, onnauwkeurigheid gepaard. In zekere zin schrijf je er maar op los. Toch zit zo’n tekst vol waardevolle vondsten en nog interessanter zijn de herinneringen die erin voorkomen. Wat waren mijn herinneringen nog levendig en helder. Mijn ideeën over ziekte, geneeskunde, farmaceutica waren merkwaardig, verontrustend en niet bepaald origineel. Ik was wat dat betreft ongetwijfeld nog sterk onder de indruk van mijn lectuur van ‘L’anti-Oedipe’ van Gilles Deleuze en Félix Guattari.

Vanwege die vondsten en duidelijke herinneringen zou ik ‘Anastasis’ heel graag uit de dood opwekken, zou ik van dode woorden weer levende willen maken. De vervuilde taal van toen keurig oppoetsen, voorzichtig, zoals je dat met oud vinyl of met breekbaar porselein en kristallen glazen doet. Zo graag dat ik er misschien ooit eens aan begin. Maar meteen volgt dan de gedachte: er gebeurt zoveel in deze tijd, laat het verleden het verleden, een wederopstanding is – voorlopig - niet nodig.

Een maar zeer gedeeltelijk schoongemaakt fragment:

“Toen kozen wij voor rock & roll. Met een gretigheid en een genoegen die we tevoren nooit hadden gekend namen we dat nieuwe geluid in ons op, eigenden het ons toe.
Ik volgde het vijfde leerjaar°. Op een dag zat ik bang en verlegen naast mijn vriendinnetje, Veronica Satory°°. Juffrouw Bakkers was even de klas uit. Wat kon ik doen? Van satori zouden we pas later horen, ook lustgevoelens herkenden we niet, mochten we niet eens kennen. Er was alleen een vreemd, intens verlangen om dicht bij elkaar te zijn. Aanrakingen waren niet nodig. Nee, we deden helemaal niets en waren, denk ik, toch heel even heel innig verenigd.
Wat een mooie naam was dat toch, Veronica Satory. Die zal ik wel nooit vergeten. Ik zal tien of elf geweest zijn, onschuldig, een hart van boter, ogen als korenbloemen… Een vlugge blik op haar perfect Grieks gelaat deed niet alleen mijn hart smelten, ik werd er helemaal week van. Haar magere benen zaten in ruwe wollen kousen, hier en daar gestopt, waar zij zich helemaal niet voor schaamde. Altijd zag ik om haar lippen het begin van een glimlach spelen.”

Daarna volgt een fragment over hoe ik me omstreeks 1962 rock & roll toe-eigende. Tot dan had ik er alleen maar met de oren van mijn zeven jaar oudere broer naar geluisterd. Naar zijn helden Elvis Presley, Gene Vincent en altijd Fats Domino. Die reuzen onder ons werden - tot ik voor het eerst the Beatles en the Rolling Stones op de radio hoorde – ook mijn helden. Daartoe moest ik me echter losweken van mijn broer. Ik moest een eigen schrijn oprichten voor die ogenschijnlijk bovennatuurlijke wezens. En ik moest leren dansen op hun wild en duivels ritme. En zo, al dansend voor mijn duivels, vond ik mezelf uit, zo was ik niet langer eenzaam, zelfs niet toen Veronica Satory al lang uit mijn leven was verdwenen.

***

°
In het Kinderdorp Molenberg in de bossen van Opgrimbie.


°°
Met een goedkope boxcamera heb ik in die dagen een foto van Veronica Satory gemaakt. Klein, zwartwit; ik zie haar nog altijd met die mysterieuze glimlach. Nergens vind ik hem terug. Zelfs vandaag, uitgeput en hoestend, heb ik er uren naar gezocht, om hem hier boven te kunnen plaatsen. Nergens vind ik de foto van Veronica Satory terug.

~~~

Oorspronkelijk gepubliceerd op 24-11-2012

SEKS, BLUES EN THE ROLLING STONES

seksbluesrollingstones.jpg

Uit Porto bracht ik ‘Some Girls’ van The Rolling Stones mee, de editie uit 2011 met bonustracks. Zonder een duidelijke reden, zeker niet vanwege de tien toegevoegde songs. Wellicht om toch iets te kopen, je kunt niet met lege handen naar huis. Daags na mijn thuiskomst verraste de muziek mij met haar levendigheid en levenslust. Ik werd meteen teruggeslingerd in de tijd, naar 1978, toen ik nog maar net in Antwerpen woonde, waar ik leefde van filosofie, zwarte inkt en amfetamine. Joggen deed ik niet, veel te gevaarlijk, dan veel liever elke vrijdag en zaterdag de hele nacht gaan dansen. Punk en disco waren in die periode heerlijke en uiterst eenvoudige vormen van popmuziek. ‘Some Girls’ is een combinatie van beide genres, en van seks. Ik stelde vast dat ‘Imagination’, een cover van een Temptations-hit, mij na al die jaren het meest zin gaf om mij opnieuw op de dansvloer te wagen (in de salon van ons appartement). De manier waarop Mick Jagger het woord ‘rhapsody’ uitspreekt roept de geest van Laurence Olivier op, of die van Mick Jagger zelf, als hij in 1969 in Hyde Park een fragment uit Shelley’s ‘Adonais’ voorleest, voor Brian Jones, die enkele dagen eerder gestorven is. Mick Jagger als Percy Shelley, Brian Jones als John Keats.

In mijn enthousiasme plaatste ik een video van ‘Imagination’ op Facebook, in de hoop dat de song op veel vrienden aanstekelijk zou werken. Vreemd genoeg was dat niet het geval. Maar ik ontdekte dat een facebook-vriendin, Greet van Hecke, een dag eerder – in verband met ‘Some Girls’ het concept ‘sex blues’ had gelanceerd, een mooi toeval en bovendien een term die uitstekend past bij een aantal songs van the Rolling Stones, zeer zeker bij ‘Stray Cat Blues’ en ‘Parachute Woman’.  ‘Sex Blues’ dekt echter een ruimere lading dan alleen maar enkele nummers van the Rolling Stones. Ik vind ‘Manish Boy’ van Muddy Waters, om maar een voorbeeld te geven, ‘sex blues’ bij uitstek. Blues heeft overigens vaker met seks te maken dan met droefheid en melancholie. En ook bij the Rolling Stones draait ongeveer alles om seks, zelfs misogyne nummers als ‘Under My Thumb’, ‘Yesterday’s Papers’ en ‘Stupid Girl’.   

De voorbije nacht lag ik er nog altijd wakker van, van die duivelse Rolling Stones. Ik herinnerde me dat ik in 1964 voor het eerst ‘Tell Me’ op de radio hoorde. Ik had kort voordien van mijn vader een draagbare bandopnemer cadeau gekregen. ‘Tell Me’ klonk als een opwindend mysterie, ik had nooit tevoren zoiets gehoord, ik werd meegezogen in die sound, in de stem, in de hele sfeer van het lied. Toch lukte het mij om ongeveer de helft op te nemen. Dagenlang luisterde ik naar dat tweede gedeelte van die single. Tot mijn broer, die zeven jaar ouder is dan ik, het mysterie uitwiste, omdat hij zonodig Elvis en Fats Domino moest openemen. Op mijn bandopnemer! Een vreselijke ruzie was het gevolg. Het is nooit meer goed gekomen tussen ons.

Anekdotes, ja. Maar als er al niet zoveel stompzinnige pulp fiction over the Rolling Stones op de markt zou zijn, zou ik mij aan een boek over mijn favoriete beatgroep wagen. Ik zou de mooiste juwelen uit mijn scheepskist halen,  want elk woord in dat boek zou moeten fonkelen, even glinsterend en verleidelijk als ‘You Got The Silver’ op ‘Let It Bleed’. Onbegonnen werk zal dat boek moeten blijven. Mijn mooie woorden mogen niet op die markt liggen rotten of beschimmelen.

Wat zijn de Rolling Stones-songs waar ik het meest van houd? Tell Me, I Need You Baby (Mona), Honest I Do, Confessin’ The Blues, It's All Over Now, Good Times Bad Times, If You Need Me, Pain In My Heart, Heart Of Stone, The Last Time, Play With Fire, Oh Baby (We Got A Good Thing Going), The Under Assistant West Coast Promotion Man, I’m Free, Gotta Get Away, Out Of Time, Stupid Girl, Think, Get Off My Cloud, Please Go Home, My Obsession, Dandelion, Child Of The Moon, Citadel, She’s A Rainbow, Sympathy For The Devil, Factory Girl, Stray Cat Blues, Parachute Woman, Gimme Shelter, You Got The Silver, Monkey Man, Love In Vain, Dead Flowers, Moonlight Mile, I Got The Blues, Happy, Torn And Frayed, Sweet Virginia, Black Angel, Rip This Joint, Coming Down Again, Winter, Memory Motel, Miss You, Some Girls, Temptation, Before They Make Me Run, Tops, Heaven.

~~~

Oorspronkelijk gepubliceerd op 16-11-2012.
 

13-02-12

CINDERELLA'S BALLROOM

 

the-undertones-teenage-kicks.jpg

 

Op 14 januari 2008 schreef ik een korte, verkennende tekst over de jaren zeventig in Antwerpen (http://hoochiekoochie.skynetblogs.be/archive/2008/01/14/d...).

Het ging voornamelijk over de late jaren ‘zeventig. In het stuk werd nogal wat ruimte uitgetrokken voor Cinderella’s Ballroom, een club waar ik vaak en heel graag kwam. Niet zozeer om te praten, vooral om te dansen! Nooit had ik verwacht dat op die korte tekst zoveel reacties zouden komen. Ik had ‘mijn’ lezers beloofd dat ik de tekst zou uitdiepen, dat ik die flitsende periode de aandacht zou geven die zij verdiende. Maar uiteindelijk begon mijn verhaal zichzelf te schrijven, of liever: de commentatoren, mensen die het allemaal hadden meegemaakt, schreven het. Ik moest mijn belofte niet langer waarmaken, dacht ik, vooral omdat velen van hen een beter geheugen bleken te hebben dan ik. Werden daar in die vermaledijde Cinderella’s Ballroom dan geen hersenverwekende drugs gebruikt? Waar heb ik mijn geheugen dan achtergelaten?

Als reactie op de eerste commentaren schreef ik het volgende: “Cinderella-vrienden, ik ben het aan jullie verplicht (en zeker aan degenen die niet meer onder ons zijn, zoals Robert) om een langere, en vooral betere en preciezere tekst over die plaats en die tijd te schrijven. Er zijn zoveel herinneringen verbonden aan Cinderella's Ballroom. Zo gauw ik de kracht heb - en de 'muze' mij uit mijn hok lokt, komt dat stuk er, met alle liefde die er voor die tijd/plaats nog in mij overblijft (buitengewoon veel). “

Inmiddels zijn er niet alleen die vele commentaren op mijn tekst maar is er een bijzonder succesvolle facebookgroep die Cinderella’s Ballroom (http://www.facebook.com/groups/244136465665213)* heet. Hans Versluys, die de periode waar ik het over heb, heel goed kent heeft de groep begin februari opgericht. Ondertussen zijn er al bijna 300 leden, die er onder meer herinneringen oprakelen en obsessioneel clips van ‘muziek van toen’ aanbrengen.  Muziek van toen, die soms nog razend actueel is.

Natuurlijk ben ik er opgetogen over dat die groep er nu is. De aficionado’s moeten nu niet langer de omweg via hoochiekoochie maken om elkaar in cyberspace te ontmoeten. Alles gaat nu rechtstreeks: herinneringen, nostalgische opwellingen, voorstellen om elkaar terug te zien, ideeën voor radioprogramma’s op radio centraal in Antwerpen, etcetera. Maar omdat ik blij was met al die aandacht – ik houd mij te zeer in de schaduw op – vind ik het ook een beetje jammer. Hoochiekoochie wordt opnieuw het medium van een einzelgänger, waar natuurlijk niets mis mee is, maar alleen is toch maar alleen.  Toch schreef ik, zoals ik hierboven al aangaf, dat stuk over Antwerpen niet om aandacht te krijgen. Het was een spontane opwelling, zonder bijbedoelingen. Het zij zo… Vaarwel dus, spontane ontmoetingsplaats  van 14 januari 2008.

Deze evolutie neemt desondanks niet weg dat ik – hoewel vrijgesteld van mijn verplichting  ten aanzien van de geschiedenis, hahum – wellicht toch nog zal terugkeren naar het Antwerpen van het eind van de jaren ‘zeventig en het begin van de jaren ‘tachtig. Naar Cinderella’s Ballroom, naar de Tom Tom, naar de Gnoe, de Kroeg, naar Filosofische Kring Aurora, naar Radio Centraal, naar de Pardaf, de Mok, het Pannenhuis, de Kat, de Paradox  - van aan het station van Berchem tot helemaal in Sint-Anneke.

Dat Antwerpen omstreeks 1980 een stad was die bruiste van creativiteit, op heel veel terreinen, mag blijken uit een aantal artikels verschenen in het tijdschrift De Witte Raaf: http://www.dewitteraaf.be/DWRartikels/WR138RiaPacqu%E9e.htm


*Om in te loggen moet je wel facebook-lid zijn.

22-10-10

ARI UP IS DOOD / ARI UP LEEFT

slits,cut,rock,reggae,pop,memoires,herinneringen,antwerpen,punk,cinderella's ballroom,dansen,kunst,leven,performance,dennis bovell,maryse,pannenhuis,vrienden,nachtleven


Ari Up is dood. Ari Up van the Slits. Maar ik zou niet meer over de dood schrijven, herinner je je nog? Toch onlangs, in Portugal, nog wat woorden bijeengesprokkeld naar aanleiding van de dood van Solomon Burke. Een paragraaf maar – een schande voor een legende als Solomon Burke. Maar meer kon niet. Mijn vingers deden pijn, mijn hoofd wilde niet dansen, of net wel: na al dat sterven wilde mijn hoofd, wilde heel mijn lijf dansen.

 

Maar nu Ari Up. Een vrouw waar ik, het zal niet verbazen, naar opkeek. Ik bewonderde the Slits, zozeer zelfs dat ik destijds, in het voorjaar van 1980, geld leende van een vriend die al lang dood is om van Antwerpen naar Brussel te reizen om er in Plan K een optreden van de rebelse meisjesgroep bij te wonen. Ik herinner me dat het koud was en dat ik niet echt hield van de andere band die optrad, The Pop Group. Maar the Slits maakten me gek. Ari Up kon je moeilijk een schoonheid noemen, net zomin als Viv Albertine, Palmolive en Tessa Pollitt. Maar ze was sexy, uitbundig, en polymorf pervers. Hun elpee ‘Cut’, een productie van Dennis Bovell uit 1979, was een meesterwerk van blanke reggae en ‘punk’. In mijn toenmalige vriendenkring kon iedereen ‘Typical Girls’ meezingen, zowel de jongens als de meisjes. The Slits waren de girl group van de jaren ‘70-’80, maar meer controversieel er en rebels dan hun ‘voorbeelden’ uit de ‘sixties. Overigens ging het niet zozeer om de boodschap (onder meer ‘shoplifting’), maar om het ritme en de dans. Het was heerlijk om te dansen op de sound van the Slits.

 

De dood van Ari Up wekt veel fijne herinneringen bij me op. In de eerste plaats Cinderella’s Ballroom, en deejay Maryse. Enkele songs van the Slits, zoals ‘Typical Girls’ en ‘Newtown’ vormden een perfecte overgang naar de blok reggae die ze elke keer weer draaide. In de beste periode – 1977 tot 1982 - van de Cinderella danste je daar een hele nacht op de allerbeste muziek, punk, new wave, rock ‘n’roll, soul, ska, reggae, pop. Dank zij Maryse en de muziek die ze draaide heb ik me verzoend met mijn lichaam. Dat de jongens er in die periode ‘anders’ mochten uitzien, ik denk nu aan Tom Verlaine, Elvis Costello, Ian Dury, David Byrne, speelde ongetwijfeld ook een rol in die zelfaanvaarding. Niemand bekeek je boos of fronsend als je tegen het ritme in danste.

slits,cut,rock,reggae,pop,memoires,herinneringen,antwerpen,punk,cinderella's ballroom,dansen,kunst,leven,performance,dennis bovell,maryse,pannenhuis,vrienden,nachtleven


Punk, new wave en reggae speelden in die periode een belangrijke rol in mijn leven. En samen met die voor mij revolutionaire popmuziekgenres waren er zoveel andere gebeurtenissen die het leven in die dagen verrassend maakten. In het café het Pannenhuis kwamen kunstenaars en dichters bijeen om te praten, gedichten te schrijven, muziek te beluisteren en te spelen. Ik herinner me Toulouse en Greta, waard en waardin. Veel van de klanten stonden bij hen in het krijt. Onder meer mijn toenmalige vriend Guillaume Bijl. Nochtans was hij een van weinigen van ons die een job had, net als zijn lieftallige vriendin Renée (ook al jaren geleden uit het leven gestapt). De bezoekers van cafés als Pannenhuis en clubs als Cinderella’s Ballroom leken op personages die je aantreft op de foto’s van Nan Goldin, pas veel later beroemd geworden, en Robert Mapplethorpe. Goddeloze heiligen, geheel ongeschikt voor een fatsoenlijke rol in de maatschappij, tegendraads, mislukt van bij de geboorte, losers… Ik stel me Ari Up nu voor als net zo iemand. Wij waren in die dagen allemaal Ari Ups en Joe Strummers. De wat ouderen onder ons waren tevens Trashmen. Ken je ‘Surfin’ Bird’? Dan ben je een oudere onder ons. Paul R. zal het zeker kennen – maar hij is nog bijzonder jong. Het is allemaal relatief. Een tiental dagen geleden, in Tavira of Lagos, dacht ik er al aan om hierover te schrijven. De dood van Ari Up is niet iets waar ik gebruik van maak. De ruwe notities waren er al. Ik zou een lange tekst schrijven over de periode 1977-1982, een fragment uit mijn leven waar ik nauwelijks foto’s van bezit. Ik had geen fototoestel. Twee of drie keer heb ik dat van mijn broer, die in het verre Limburg woonde, mogen gebruiken. Maar die dure reflexcamera – die hij later geruild heeft voor enkele Duvels – durfde ik niet mee te nemen tijdens mijn nachtelijk escapades. Performances in de Montevideo, liefdevol georganiseerd door Annie Gentils en medewerkers.

Guy Rombauts’ bizarre alfabet, Waut Vercammens Belgische schande, Guillaume Bijls inbeslagnemingen, Ria Pacquées ondermijning van het gezag, AMVK en DDV perverse filosofieën. Brigitte VKB voor blote voeten gevaarlijke appartement. Waar is Brigitte nu?  De Musical Snack Attack, een reggae snack waar je onvindbare reggaeplaten kon kopen. Jacques Chapon, Nathalie, Sofie. Zoveel namen. Alternatieve modeshows, lang voor de Antwerpse zes en zeven. Joy Divison. ‘Typical Girls are emotional’. Lover’s Rock. Dennis Bovell. Dansen op de tafels van de Gnoe. Onder invloed van tequila en speed op een dik konijn jagen op de Scheldeoever, in de buurt van waar nu Radio Centraal is. In de vroege ochtend, een prachtige zonsopgang, maar geen konijn. Waren we trouwens geen vegetariërs? Robert, Antonio; andere vrienden en kennissen wier namen ik me niet meer herinner. En daarna speed, heroïne, Aids, paranoia. Nog later Zwarte Zondag. En nu Ari Up.

 

Ik drink witte wijn en beluister voor de derde keer ‘Cut’ van the Slits. Een wonderlijke plaat. Een unieke plaat. Een onuitwisbare nalatenschap.

slits,cut,rock,reggae,pop,memoires,herinneringen,antwerpen,punk,cinderella's ballroom,dansen,kunst,leven,performance,dennis bovell,maryse,pannenhuis,vrienden,nachtleven


 

08-04-10

LAATSTE ONAFWENDBARE TANGO IN BRUSSEL

 

Hermetisch zwart is de meester die zwijgt.
Wat vraagt hij zo met zijn stille ogen en lippen?

Wat wil je, wat heb je nodig voor je leven?

Zoek je naar een boodschap of een hart?

Wat hij je geven kan is bloed uit zijn aders,

Zijn bloot, donker lijf, oud als schuimende wijn

Van de zwarte markt of van er vlakbij

voor een prikje. Een kickje, zeg maar azijn.

Liggen vijanden op de loer? Niets ergs.

Maak van hen je vrienden – met hun messen

Scherpgepunt op je hart gericht, op je lever.

Neem mij maar, zeg je, ik ben van jou.

Ik heb je lief als geen ander. Omdat wat ik bezit

Niets is en zelfs minder dan dat, namelijk

Door de inktvlekken op het papier en de streepjes.

En ook dat ik een lied ben, ad lib, ad lib.

Zing het, zing het als je kotst des morgens

In de vuile pompbak. Op gemak zing het lied,

Het gestolene: dat je zo eenzaam bent

Dat je wel huilen kunt als een treurwilg

En dat je je hoofd gewillig op de treinsporen

Liegt als was het in een film, een lied van.

Daarom schiet me maar neer, schiet me dood

Want je kent me niet, mijn naam, mijn woorden.

Ik ben niet voor mij, niet voor jou.

Ik beteken niet, maak er geen teken van.

Schiet me maar dood mijn liefste lief.

Ik ben, ik ken hier niemand die mij meerder is.

 

 

 

22-12-09

IN EEN KOUDE STAD



daring3

Foto, Martin Pulaski.

Consuela zocht je in de koude stad

Waar de sporen.

Langsheen een fontein, bevroren, sneeuw nog wit.

Sneeuw nog wit.

Sommes des Bruxellois, zei ze.

Je bent vriendelijk of je bent niet.

Een glimlach berokkent geen schade.

Een glimp van je blonde lokken.

De rode rok pas later.

Maar geen schade je blik, verwonderd, verward.

Alsof de dagen nog komen moesten.

En voorbij al waren.

De winter, lente, herfst.

De dagen toen wij elkaar nog konden kussen.

De dagen van wat dood zijn en dramatisch gedoe.

De dagen van ziekte en valse gezondheid.

Genotloos.

In de winter begon het feest.

Je had je truien aangetrokken

Want buiten was het Noordpool.

Moest je niet tot aan de evenaar?

 

Een warme vrouw kun je toch niet koud maken?

Een warme vrouw kun je smaken.

Een verloren gegroeide oester.

(Oester als een woord dat veiligheid betekent.

Koppelen oesters, zijn zij tevreden in mijn mond

Als ik ze savoureer?)

Met het langer worden van de dagen

Groeit de verwarring van liefde.

Zekerheid als een precisiebom is er nooit geweest.

Zekerheid is een misdrijf.

Je zegt niet tegen je geliefde: je bent een beest.

Je bent van goud, zeg je.

Ik wil de hele nacht met je dansen.

Ik wil de hele nacht met je dansen als de zon.

Als de zon opkomt.

En dan, waar is de nacht gebleven.

Consuela, waar is de nacht, de dag

De sterren. Vergaten we niet veel woorden

En zitten onze zielen niet met gaten?

Maar.

29-09-09

DE TWINTIGSTE EEUW: NOOIT MEER SLAPEN

 
“Lucide geeft Alvaro De Campos [heteroniem van Fernando Pessoa, MP] voor [het] collectieve nomadisme aan: het zich losrukken van het vertrouwde, van het gevestigd zijn. Dat is een diepzinnige en naar mijn mening juiste opmerking: wil het individu subject worden, dan moet het de vrees, de aangeboren afkeer van gevangenissen overwinnen, zeker, maar meer nog de angst elke identiteit kwijt te raken, beroofd te worden van de aan plaats en tijd gebonden sleur, van het ‘geregelde en overziene leven’.

Dat motief obsedeert de eeuw, die heel vaak wat zijn handelen en werken betreft een oproep tot moed is. Wat het individu verstart, wat zijn machteloosheid bepaald is de angst. Niet zozeer angst voor onderdrukking en smart als wel de angst niet langer het weinige te zijn dat men is, niet langer het weinige te hebben dat men heeft. De eerste daad die tot inlijving bij het collectivum en tot de creatieve transcendentie leidt, is niet langer bang te zijn.”

Toen ik deze zinnen van Alain Badiou, uit zijn ‘De twintigste eeuw’, vanavond in de metro op weg van mijn werk naar huis las, dacht ik, heb ik dat niet zelf geschreven, eens? Het lijken mijn woorden, mijn gedachten wel – en, vooral, het gaat over mijn angst, verstarring, machteloosheid. Badiou schrijft dit als lectuur van een lang gedicht van Alvaro De Campos, Ode Maritima, een gedicht dat ik zelf ook heb verslonden, wat de herkenning misschien verklaart. Maar er is meer. Zelf zou ik deze ideeën nooit hebben ontdekt bij de Portugese dichter, verblind en verlamd als ik ben door mijn angst en mijn manier van interpreteren die door die angst is bepaald.

Wat wil ik nu eigenlijk zeggen? Voornamelijk wat er staat, het citaat van Badiou, gebaseerd op Pessoa’s heteroniem (Alvaro De Campos), en de gedachte dat als ik nog ergens bij wil horen, als ik uit mijn ‘ik’ wil stappen en een ‘jij’ en een ‘wij’ worden – dat ik dan niet meer bang hoor te zijn. Waarom zou ik nog langer bang zijn? Waarom zou ik mijn angst niet schrappen?

Alain Badiou gaat daarna in op berusting, lafheid en moed. Hij noemt de Amerikaanse kunstvorm bij uitstek, de western, een gedegen, modern genre, dat in die zin “een groot aantal meesterwerken heeft opgeleverd”. Het mooiste voorbeeld in dit opzicht (dat hij niet noemt) is natuurlijk ‘High Noon’ van Fred Zinneman.

Wat Alain Badiou niet vertelt, wellicht omdat hij het niet zo goed kent, is de Amerikaanse folk, die heel vaak tegen de bij uitstek Amerikaanse liberale, kapitalistische principes indruist. Ik denk aan Pete Seeger, Bob Dylan, Joan Baez, Phil Ochs, Green On Red, Nanci Griffith, Steve Earle, Townes Van Zandt en Hope Sandoval. En honderden anderen.  (De literatuur laat ik even buiten beschouwing. Een opsomming is ook maar een opsomming. In deze laatste paragraaf wilde ik eigenlijk alleen maar de naam Hope Sandoval laten vallen, of weer oprapen.)

HOPE

Voor de rest is het dansen in het maanlicht. Of wat dacht je? Ver weg van de gevaarlijke zon. Ver weg van zonnige insecten. Van lafaards, leugenaars, van hun stoffelijke resten. Als we vergingen van de honger zouden we hun vlees niet eens willen eten, hun bloed niet drinken. Maar op straat loop ik een onbekende gitarist tegen het lijf. Hier, zegt hij, en geeft me zijn gitaar door. Ik speel tot de snaren bloeden. Ik zing met een stem die de mijne niet is. Het is de zijne, het is de jouwe.

 

 

21-09-09

IK ZEI 'JA' AL HEEL VROEG

 

Ik zei ‘ja’, al heel vroeg.

Maar ik zei vooral ‘nee’.

‘Laat me met rust.

Laat me niet met rust'.

“Deze wereld is jullie makelij.

Niet die van mij.

Ik ben maar een passagier.

Een niemendal.

Een strijkijzer op een operatietafel.

Ik ben geen dit en geen dat.

Een aasgier ben ik niet.

Ik heb geen naam.

Met de ene rug het beest.

Wankel in de winkelstraten

Met jullie merkwinkels

Waar al het lelijke wordt verhandeld.

Al het lelijke van de wereld.

Al het overbodige.

Aan mij heb je een lastige klant.

Een armoedzaaier.

Zie me zaaien: zint het je niet?”

Ik zei ‘ja’, al heel vroeg.

Maar ik zei vooral ‘nee’.

‘Laat me met rust.

Laat me niet met rust'.

“Klimmen naar de top van de ijsberg

Is niet mijn sterkste kant.

Ik keek van boven naar beneden

En zag tinnen soldaten bloed vergieten

Voor een emmer vloeibaar goud.

Of voor een emmer stront.

Dat maakte niet uit.

Het kwam op winnen aan.

En een naam in de annalen gegrift.”

Ik zei ‘ja’, al heel vroeg.

Maar ik zei vooral ‘nee’.

‘Laat me met rust.

Laat me niet met rust.’

“Van beneden naar boven keek ik

En ik zag laarzen, modieuze schoenen

Me schoppen waar het pijn deed.

Vrienden beten in het stof:

Ze kozen de zachte dood.

Alles liever dan door jullie

Uitgehongerd, uitgelachen, uitgerangeerd

Te worden.

Met woorden uit het leven uitgesloten

Te worden.

Alsof ze geen geestdriftige mensen waren

Met hun ogen glinsterend van de plannen.”

Ik zei ‘ja’, al heel vroeg.

Maar ik zei vooral ‘nee’.

‘Laat me met rust.

Laat me niet met rust.’

“Ik had een schorre stem.

Ik sprak niet.

Ik zei ‘I don’t care anymore’.

Je weet maar nooit

Wie je vijanden zijn.

Maar als je naar beneden gaat,

Naar de vallei,

Dan weet je het al snel,

Wie je vrienden zijn.

Als je honger lijdt

En iemand geeft je brood

En wijn en woorden.

Ook al heb je een schorre stem

Geeft toch een vrouw je liefde.

En haar kus

Is de proef op de som.”

Ik zei ‘ja’, al heel vroeg.

Maar ik zei vooral ‘nee’.

‘Laat me met rust.

Laat me niet met rust.’

“Mijn hart vanavond is gevuld met wrok.

Maar niet voor lang.

Morgen dans ik weer, een derwisj,

Morgen dans ik in de armen van sjamaan.

Morgen omhelst me mijn geliefde.

Morgen geef ik je kussen.

De kleuren en de geuren van de wereld.

Morgen ben ik er voor jou.

En voor jou.

Come rain or come shine.

Ik val voor je neer, met onbedekt hoofd

Als voor de bliksem.

Ik ben je geliefde, je bruidegom in de avond.

Je hebt vele namen, maar blijft onbekend

Als een god die nog niet is ontsluierd

Een bloem die moet ontluiken

In heel veel toekomst.
Ik ben je donker dier.

Je mededogen ben ik en jij dat van mij.

Ik ben je tijger.

Ik ben je lekkere kip.

Maar smaak ik ook goed?

Mijn hart vanavond is gevuld met wrok.”

Ik zei ‘ja’, al heel vroeg.

Maar ik zei vooral ‘nee’.

‘Laat me met rust.

Laat me niet met rust.’

“Laten we nu dansen schat,

Naar de zijkant van de wereld.

Laten we dansen voor de doden

En voor degenen die nog leven

Met een vonk in hun ogen.

Eerlijke leugenaars, valse vrienden,

Bedriegers die talloos veel

kwalen helen.
Laten we nu dansen schat,

En de nacht, de dag vergeten –

Alsof zij even niet bestaan.

Evenmin als de klootzakken

Die je hart, je zenuwen verzuren.

Laten we nu dansen en bidden

Voor wat nog rest

Van het vuur in ons, het vonkje.”

 

27-08-09

HELS LAWAAI VOOR DE DODEN


DODENDANS


Je zou wel eens wat anders willen, leeghoofdig met de leeghoofdigen, praatziek met de gezonden, verwonderd met de kinderen, gelukkig met degenen die hun huizen goed geadviseerd inrichten of hun kinderen over de kleuren en de sterren vertellen. Maar een zware last weegt op je schouders; uren, dagen van lood. Er is geen tijd, maar je kunt de tijd en zijn afloop niet uit je hoofd zetten. De koekoeksklok die koekoekt in je hoofd. Een hoofd overigens van boeken en films, niet meer van vlees en bloed. Een hoofd van carnavalmuziek en gemaskerde ruiters, van donker water waarop verdronken kinderen in hun kano’s pogen te vluchten voor de Apocalyps, voor de harde regen die zeker zal vallen, als het vandaag niet is, dan morgen.

Stilte.

De stilste stilte voor de doden.

Elllie Greenwich. Jim Dickinson. Larry Knechtel. Bescheiden en weinig bekende helden die je jeugd opvrolijkten met hun da doo ron ron, hun blauwe vogels, hun rauwe impressies van een intens genot, van een genoeglijk drama, botsauto’s die eeuwige jeugd de verdoemenis in reden, lachend, gierend, Jack Kerouac achterna, de vijfde Beatle en de zesde Rolling Stone.

Ellie Greenwich was een diepe rivier, een hoge berg, een blond tienermeisje met een zilveren hart.

Jim Dickinson was een Rolling Stone. Een Ryland Cooder. Een blanke blues. Met zijn ruige kop en zijn dikke lange vingers. Zijn gretige en absurde wijsheid.

Larry Knechtel was een mama en een papa, een beach boy, een lid van wrecking crew (voor eeuwig en een dag). Larry Knechtel was Phil Spector. Larry Knechtel was geen survivor.  Wie heeft nood aan survivors?

Willy, zing nog eens een lied, wil je, want nu hebben we echt wat Party Girls nodig.

Stilte voor de doden.

Stilte voor de de doden van de zomer van de doden. Degenen die ik vandaag niet noem, gisteren niet noemde.

Zou het niet teveel zijn, zoveel elegieën? Mijn huid spat uiteen van de onuitgesproken woorden. Pathetisch? Terwijl de anderen sterven verlang je het leven, adem, huid, gefluisterde woorden van dichters en vrouwen. Terwijl de oude en jonge doden worden begraven wil jij diep genot bij alle mooie vrouwen naar wie je ooit verlangde en naar wie je verlangt. Jij gaat nooit dood. Jij likt het zout van hun huid. Het zout van het eeuwige leven.

Stilte voor de doden.

Voor de kinderen in de woestijn, op het water. Voor de naamlozen. Voor degenen die door mensen als jij en ik worden doodgeklopt, gewurgd, verminkt, levend begraven. Voor degenen die wij niet willen kennen. Voor al degenen die onze paden niet kruisen, en geen weg vinden in onze letters, in onze woorden.

Stilte voor de doden.

Jazeker, opnieuw vul ik mijn hoofd met carnavalmuziek, muziek van de opstand, van de woede, van de zinsverbijstering, van de ontregeling van alle waarden, vals of niet vals, opnieuw zoek ik je op, fluister ik in je oor, roep ik het uit: vergeet de doden, herinner je de dagen van het leven, leef, heb lief. Ik heb je lief. Ik wil met je leven, lachen. Ik wil met je dansen. Wij zijn allemaal goden. Sterven? Laat me niet lachen

Lawaai voor de doden.

Hels lawaai voor de doden.

30-06-09

IN MEMORIAM PINA BAUSCH


Pina_Bausch

Sluitingstijd, etenstijd - maar de doden vallen je lastig, verminken je tijdsindeling, je plannen. Nu is het weer Pina Bausch, na de zogenaamde popkoning, de echte grote dame van het hedendaagse danstheater. De choreografe uit Wuppertal is 68 geworden.

Ongetwijfeld zal er veel over haar worden geschreven, maar anderzijds zullen tieners en oudere jongeren weinig nachtwakes houden en kaarsen branden. Nu, ja, ze verdient ook wel iets originelers dan dat. Daar ga ik nu over nadenken. Misschien zal ik, ondanks de hitte, enkele danspasjes wagen.

De groep van Pina Bausch was het eerste contemporaine danstheatergezelschap dat ik ooit zag, zij het op televisie. Die beelden uit lang vervlogen tijden zullen me altijd bijblijven.

Foto copyright de Volkskrant.