21-12-11

LAATSTE DAGEN

 

kiefer2.jpg

Het prozagedicht World’s End ontstond op 3 december 2011 tijdens een treinrit van Antwerpen naar Brussel. Ik had mijn radioprogramma Zéro de conduite aan dierenliederen gewijd en daarna vis gegeten in een Chinees restaurant. Als dessert had ik een Japanse saké gedronken. Ze hadden ook Chinese maar die was bijzonder sterk en werd mij afgeraden.  Waarom weet ik niet. Zag ik er dan werkelijk zo ziekelijk en zwak uit? Ik voelde me nochtans vrij fit. De saké was niet warm, niet lauw, eerder koud, en bevatte weinig alcohol. Toch heeft hij me aangevuurd. En die dierenliederen bleven in mijn hoofd spoken, vooral ‘Horses In My Dreams’ van PJ Harvey, uit haar elpee ‘Stories From The City, Stories From The Sea’. De zes witte hengsten komen uit een song van Gillian Welch, maar dat beeld is ouder dan de straat. Ik leen graag beelden, maar vind er even gaarne uit. Een vraag is of er nog onuitgevonden beelden kunnen ontstaan. Zoniet kun je alleen maar uit een voorraad putten. De oude Grieken hebben ons in dat opzicht wel verwend.

De trein reed zacht, niet zoals in mijn herinneringen, naar de hoofdstad.  Op dat zachte ritme schreef ik mijn woorden neer, in een klein Japans notitieboekje. Die boekjes schaf ik me aan bij Muji. Niet in Brussel: die winkel is al lang toe. Ik geloof dat de inwoners van deze stad niet erg geïnteresseerd zijn in mooie en nuttige dingen. Er ontstond een nogal moeilijk leesbaar gedicht. Nochtans had ik gedronken. Hoe kwam het dan dat mijn handen beefden?

De dagen die erop volgden heb ik het gedicht-in-wording (of niet), niet durven bekijken. Mijn stelregel is dat je niet moet schrijven als je gedronken hebt. Maar waar dienen stelregels voor? Op een avond ben ik er opnieuw aan begonnen. Wat er stond, stond me wel aan, maar niet in versregels. Versregels drongen er een vorm aan op, terwijl de paarden nog wild waren en droomachtig. Er ontbrak ook veel, over de wereld, over de mensen. Daar dacht ik over na, en zo kwam ik bij ‘ground zero’ terecht. Wat hebben wij als mensen aan de aarde gegeven? Verdienen wij het wel om hier te leven, om te genieten van deze grond? Ik dacht ook aan het ‘ademkristal’ van Paul Celan en aan zijn ‘Todesfuge’. Aan de verschrikkingen van de uitroeiingskampen en de zelfmoord van Paul Celan. Toen het gedicht voorlopig af was – in enigszins wilde prozavorm – vond ik de reproductie van Anselm Kiefer waarop hij naar Margarethe uit ‘Todesfuge’ verwijst. Dat werk is geen illustratie. Het moest erbij staan, het hoorde erbij, zoals de bomen van Gerhard Richter bij Cydia Pomonella ii.

Ik dacht ook aan gevallen engelen. Dat is meestal het geval als ik een werk van Anselm Kiefer zie. Elke mens is een gevallen engel, ook Margarethe. Een gevallen engel moet, net als een wild paard, zijn weg hier vinden. Een eigen haard. Goud waard, zeggen de mensen soms nog. Maar wie zal dat bevestigen? Voor de haard zag ik de smid staan, Hephaistos, man met sterke armen, dunne benen. Op het eiland Lemnos vond hij zijn smidse, deze uit de hemel verbannen man, vanwege een liefdesgeschiedenis van de goden, die hem niet liefhadden. Maar wel de mensen die zich verwarmden aan zijn vuur en zijn kunsten.

Wat een sombere, negatieve tekst was het geworden! Alle wegen leidden naar nergens, naar het eindpunt, naar daar waar niets meer te zien valt. World’s End bestaat echt, maar is toch vooral een imaginaire plek. Een vriendin van me had me al verteld dat in 2012 de wereld zou vergaan: wij zouden de Apocalyps nog meemaken, zo bevoorrecht zijn we. Overigens is ‘Apocalypse!’ de titel van Bill Callahans laatste plaat, waaruit ik het nummer ‘Drover’ (veehoeder) die avond had geselecteerd. In die ondergang sleepte ik heel Europa mee, een Europa dat uitgeput is en nergens meer naar verlangt, tenzij naar zijn algehele vernietiging.

Het schrijven zelf echter riep toekomst op, idyllisch bijna, en antiek. Een sprankel hoop weerklonk in de woorden, als ik ze luidop las. Opeens zag ik het spel, niet alleen het taalspel, maar het oude spel van de Homo Ludens, het ganzenbord, de holle wegen, het dwalen en dolen, het vinden zonder op zoek te gaan.  Ik zag het hoeden van de kudden. De zorg van mensen voor dieren. Het mededogen in ziekenhuizen en tijdens rampen. Het elkaar in bescherming nemen, zoals vader en zoon in ‘The Road’ van Cormac McCarthy. Het zingen voor elkaar, zoals in ‘The Time Of Our Singing’ van Richard Powers, om elkaar te troosten, om een zindering bij de andere teweeg te brengen. Het opstaan uit lethargie en onvermogen. Het verwerpen van de ondergangsstemming. Waren dit de laatste dagen? Opeens zag ik een opening in het bos. In mijn idyllische jeugd; maar ik zag ze ook in de toekomst, vol licht en beloftes. Ik zag de paarden draven in de richting van een open veld, een vruchtbare steppe. En om ons heen stonden de bomen niet langer als vijanden, als onverschilligen. Ik geloof niet langer dat het te laat is. Vandaag niet. Maar op 3 december had ik over al deze dingen nog niet nagedacht en verwachtte het ergste: World’s End.

world's end, apocalyps, dierenliederen, paarden, wilde paarden, radio, trein, antwerpen, brussel, muji, saké, schrijven, gedicht, proza, mythe, mythes, hephaistos, paul celan, pj harvey, bill callahan, gillian welch, beelden, verbeelding, anselm kiefer, ground zero, todesfuge, shulamith, margarethe, bomen, gerhard richter, engel,  hoop, homo ludens, zorg, mededogen, liefde, richard powers, cormac mccarthy, troost, zingen

05-11-11

GOING TO MEXICO: ZERO DE CONDUITE

'Solitude is the profoundest fact of the human condition. Man is the only being who knows he is alone, and the only one who seeks out another. His nature -if that word can be used in reference to man, who has ‘invented’ himself by saying ‘no’ to nature- consists in his longing to realize himself in another. Man is nostalgia and a search for communion. Therefore, when he is aware of himself he is aware of his lack of another, that is, of his solitude.' Octavio Paz, The Labyrinth Of Solitude.

Mingus-TijuanaMoods.jpg

Charles Mingus - Tijuana Moods

Zéro de conduite kun je beluisteren op Radio Centraal 106.7 FM in Antwerpen van 6 tot 8, ’s avonds, elke eerste zaterdag van de maand. Je kunt het programma op de radio volgen, of via de website van radio centraal: 

http://www.radiocentraal.be/Realescape/ of
http://streaming.radiocentraal.org/

 

Een imaginaire reis naar Mexico. Ik herinner mij een rit met de Greyhound van San Antonio in Texas naar Laredo, een stadje gelegen op de Noordelijke oever van de Rio Grande. Aan de overkant, in Mexico, ligt Nuevo Laredo, een beetje bekend door een Tex-Mex song van the Sir Douglas Quintet. In Laredo vluchtte ik vanwege de dodelijke hitte meteen een hotel in, voor de koelte van de lobby. Ik dacht aan The Streets 0f Laredo van Johnny Cash, voor mij zijn mooiste lied. John Cale, Mercury Rev, Snakefarm. I spied a young cowboy all dressed in white line. Daarna te voet de streng bewaakte grens over. Bedelaars, dealers, hoeren, tandartsen, slechte tequila. Nuevo Laredo, Mexico.

Ik herinner mij de films van Sam Peckinpah, Pat Garrett and Billy the Kid, The Wild Bunch en vooral The Getaway, waarin  Steve McQueen en Ali McGraw, met de hulp van Slim Pickens, echt kunnen ontsnappen naar Mexico. Het is niet toevallig dat Dan Stuart van Green On Red Slim Pickens noemt in een van zijn songs. Dan Stuart heeft het wel vaker over zulke karakteracteurs, zoals Warren Oates, hoofdrolspeler in Bring Me The Head Of Alfredo Garcia, ook van Peckinpah. Oates doorkruist er Mexico met het bewuste hoofd in een vuile linnen zak, bebloed, vol vliegen. Zelf ook stinkend van het zweet, bebloed, onder de vliegen. Zijn van de Mexicaanse hitte en moordlust op hol geslagen blik.

Ik herinner me de Border Trilogy van Cormac McCarthy.  All The Pretty Horses. Een tragisch liefdesavontuur in het woeste Noorden van Mexico. Paarden, vacqueros, bandieten. De mythische deelstaten, Sonora, Chihuahua, Durango. Bob Dylan’s Romance In Durango, gedeeltelijk geïnspireerd door zijn samenwerking met Peckinpah. En net als Elvis trekt Dylan naar Acapulco, om er fun te beleven. Op zoek naar goedkope cocaïne, hoeren, pokerpartners?

Tientallen films herinner ik me over het labyrint van de eenzaamheid, zoals begenadigd dichter Octavio Paz het land noemt. John Hustons The Treasure Of The Sierra Madre. Met Walter Huston en Humphrey Bogart. Hebzucht stort de goudzoekende anti-helden in de afgrond. Niet alleen koorts leidt naar het inferno. “Hell is my natural habitat,” zijn de woorden van Geoffrey Firmin, de aan alcohol verslaafde Consul uit Quauhnahuac (Cuernavaca), in Mexico – uit de sublieme roman Under The Vulcano van Malcolm Lowry, een auteur die zich heeft doodgedronken, in Mexico en elders. John Huston heeft het boek verfilmd, een moeilijke opdracht, ook al kon hij over Albert Finney beschikken voor de rol van de Consul. Een indrukwekkende Canadese documentaire uit 1976: Volcano: An Inquiry Into the Life and Death of Malcolm Lowry, van Donald Brittain en John Kramer. Met Richard Burtons stem als hoofdacteur.

Ik vermeld nog gauw John Sayles’ kleine maar sterke film Lone Star, gesitueerd in het grensstadje Frontera in Texas. Een originele en kritische kijk op de problemen van zo’n melting pot. Met een prima soundtrack, die mij vertrouwd gemaakt heeft met de liederen van Lydia Mendoza.

Toch is het geen boek- of filmprogramma dat ik maak. Zéro de conduite is nog altijd een populaire muziek-programma, en vandaag is dat niet anders. Maar deze muziek over en vanuit Mexico opent landschappen, laat je instappen in treinen en bussen; je ontmoet bizarre mensen, engelen, duivels, uit de echt gescheiden gokkers; je gaat mee op uitstap naar Laredo, Juarez, Acapulco, Tijunana; er is Amor en de taal van de liefde, extase, uitputting, verzengende hitte, seks, voodoo, wanhoop, eenzaamheid…  Je zwerft door grensstadjes in Arizona, Californië en Texas. Slangen, woestijn, tequila, mezcal, zwetende paarden, macho’s met gevaarlijke messen en machinegeweren. De hel en de hemel op aarde. Mexico City Blues. Neon-licht. Lost highways. Mexico country & western. Een Mexico van de verbeelding.

lydia-mendoza.jpg

 Lydia Mendoza

 

Captain Beefheart & The Magic Band – Sure Nuff ’N Yes I Do – Safe As Milk

Crazy Horse - Gone Dead Train – Crazy Horse

Steve Miller Band – Going To Mexico – Number Five

Lee Hazlewood/Ann-Margret - Greyhound Bus Depot – The Cowboy And The Lady

Tim Buckley – Mexicali Voodoo – Look At The Fool

Bob Dylan – Spanish Is The Loving Tongue – Masterpieces

Rosie & The Originals – Angel Baby – Angel Baby Revisited

Nat King Cole – Aquello Ojos Verdes – In The Mood For Love

The Drifters – Mexican Divorce – The Look Of Love: Burt Bacharach Collection

The Coasters – Down In Mexico – Atlantic Rhythm & Blues Vol. 3 

Jim James & Calexico – Going To Acapulco – I’m Not There

Band Of Horses – Laredo – Infinite Arms

David Eugene Edwards & Crippled Black Phoenix – Just Like A Mexican Love - We Are Only Riders / The Jeffrey Lee Pierce Project

Townes Van Zandt – Pancho & Lefty – The Late Great Townes Van Zandt

Los Lobos – Bella Maria De Mi Alma – Just Another Band From L.A.

Ry Cooder – Corrido De Boxeo – Chávez Ravine

Kronos Quartet – Briseno: El Sinaloense – Nuevo

Freddy Fender – Desde Que Conosco – Lone Star OST

Lydia Mendoza – Tres Cartas – La Alondra de la Frontera

Charles Mingus – Tijuana Gift Shop – Tijuana Moods

Art Pepper – Besame Mucho – Les Incontournables

Mercury Rev – The Streets Of Laredo – The Essential Mercury Rev: Stillness Breathes

Neville Brothers – Falling Rain – Brother’s Keeper

American Music Club – Bad Liquor – California

The Cramps / Alex Chilton - Drug Train – Off The Bone

Quicksilver Messenger Service / John Cipollina – Cobra - Just For Love

Jimi Hendrix Experience – Hey Joe – Are You Experienced?

Calexico – Hot Rail – Hot Rail

Steve Earle – Goodbye – Train A’ Comin

rosieoriginal.jpg

Rosie Hamlin (Rosie & the Originals)

 

Research, presentatie en techniek: Martin Pulaski

18-12-08

MAN IN HET DONKER (EN HET LICHT)

lezen,boeken,tijd,reizen,licht,hanif kureishi,buiten,depressie,eels,donker,geheugenverlies,landschappen,haruki murakami,rilke,paul auster,tijdverdrijf,binnen,stendhal,terugblik,jaaroverzicht,richard yates,poe,william styron,philippe claudel,george eliot,elias canetti,siri hustvedt,peter ackroyd,cormac mccarthy,mark oliver everett,richard rorty,jospeh roth,banana yoshimoto,martin frost


Ik wil geen negatief klinkend jaaroverzicht schrijven. Maar ik wil toch beginnen met de waarschuwing dat ongeveer alles wat ik in 2008 beleefde in het teken stond van neerslachtigheid, melancholie, burn out, chronische vermoeidheid en de vloek van antidepressiva. Mijn geheugen is erdoor achteruit gegaan. Zowel synthetisch als analytisch denken valt me moeilijk. Ik ben bang voor cijfers, maar dat heb ik altijd wat gehad. Faalangst gecombineerd met perfectionisme. Ik wil zoveel mogelijk meemaken, bijwonen, zien, maar ik kan om een mij onbekende reden nog maar moeilijk de deur uit. Mijn levensgezellin stimuleert me daarin, zij is er nauwelijks in geïnteresseerd om – vooral ’s avonds – nog buiten te komen. Net als ik houdt ze van het leven en de kunst maar het werk slorpt het leeuwendeel van haar energie op.

In weerwil van die donkere schaduwen die op mijn levenspad vielen heb ik ook helder licht gezien, momenten van schoonheid beleefd, en fijne, lieve mensen ontmoet of er onrechtstreeks mee gecommuniceerd. De vriendschap is gebleven, ik haat niet, ik verkies nog steeds de liefde boven de oorlog. Ik ben vaak in mijn kamers gebleven maar heb ook korte, intense reizen gemaakt. In het zonlicht viel alle ellende van me af. Ik was dan soms opnieuw in de wereld, tegenwoordig, verzoend met mijn omgeving en met mezelf. Aan de Atlantische oceaan voelde ik een soort extase bij het zien van die immense hemel, met slechts hier en daar een wolk. En zover je kon zien alleen maar zand, water, schelpen. In de verte twee wandelaars. En ver achter mij mijn vrouw die rustig op een bank zat te lezen in een boek van Murakami.

Haruki Murakami heeft mezelf ook genoegen gedaan. Ik denk dat hij de beste schrijver van deze tijd is, maar ik kan er moeilijk over oordelen, omdat de tijd van het vele lezen voor mij voorbij schijnt te zijn. Wat ik doe is terugdenken aan de boeken die ik vroeger heb gelezen. Soms neem ik er nog eens een ter hand en lees een fragment. Hölderlin, TS Eliot, James Joyce, Cesare Pavese. Altijd kleine stukjes. Gewoon een boek vasthouden, er eens aan ruiken, is al een plezier. Ik las voor het eerst een boek van Richard Rorty, ‘Contingentie, ironie & solidariteit’: het maakte grote indruk op me. Hij is een filosoof die ik over het hoofd heb gezien toen hij nog leefde.  Mijn vriendin Inge wees me op het bestaan van Richard Yates. ‘Revolutionary Road’, een roman uit 1961, is droevig maar mooi een honderd procent echt. Er wordt veel in gedronken. Gelachen heb ik vooral met Hanif Kureishi. In zijn roman ‘Something To Tell You’ herkende ik heel veel van mezelf. Kureishi schrijft over mijn generatie, of liever, over de kleine minderheid van mijn generatie die het in het midden van de jaren zestig aandurfde een ander leven te gaan leiden, voor nieuwe muziek, film, theater en mode te kiezen. Want vaak wordt gezegd, die of die generatie, en dan worden daar alle positieve eigenschappen aan toegeschreven van die enkelingen die op hun tijd vooruit waren. Het spijt me als dit verwaand klinkt, maar zo is het nu eenmaal.

lezen,boeken,tijd,reizen,licht,hanif kureishi,buiten,depressie,eels,donker,geheugenverlies,landschappen,haruki murakami,rilke,paul auster,tijdverdrijf,binnen,stendhal,terugblik,jaaroverzicht,richard yates,poe,william styron,philippe claudel,george eliot,elias canetti,siri hustvedt,peter ackroyd,cormac mccarthy,mark oliver everett,richard rorty,jospeh roth,banana yoshimoto,martin frost

Ik heb nog andere mooie, ontroerende boeken gelezen, waaronder ‘Grijze Dagen’ – de titel zegt al veel - van Philippe Claudel, het zeer poëtische maar beangstigende ‘The Road’ van Cormac McCarthy, een geniale schrijver die dankzij de broers Coen ook in dit land wat meer aandacht kreeg, een aantal romans van de onvolprezen Joseph Roth (met dank aan Bart D., om mij hier op te wijzen), ‘Het duister zichtbaar’, een boek over depressie, van William Styron, ‘Party tijdens de blitz’ van Elias Canetti, ‘Kitchen’ van Banana Yoshimoto, een Japanse schrijfster die ik op het spoor kwam dankzij mijn Portugese vriendin Cristina, Rilkes ‘Brieven aan een jonge dichter’, ‘Poe – A Life Cut Short’, een korte maar uitstekende biografie van Edgar Allan Poe door Peter Ackroyd, een meester in het genre. Deze zomer had ik het genoegen een van mijn literaire helden, Paul Auster, in levenden lijve te zien in het Paleis voor Schone Kunsten, waar zijn film ‘The Inner Life Of Martin Frost’ werd vertoond. Ik zou het nooit geweten hebben als Valérie er me niet over had aangesproken. Paul Auster heeft prachtige ogen en een heel mooie vrouw, Siri Hustvedt, die er gelukkig ook bij was. Na afloop was er een signeersessie, maar ik had geen zin om in die lange rij te staan voor een handdruk, een handtekening (en een glimlach van Siri Hustvedt). Ik ben wel meteen haar boek gaan kopen en heb het ook gelezen. ‘The Sorrows of An American’ is zeer mooi geschreven, maar de plot bracht me soms in de war. Overigens is het hoofdpersonage net als in Kureishi’s laatste roman een psychoanalyst. Net wat ik nodig heb. Vanzelfsprekend heb ik Paul Austers ‘Man in the Dark’ in een ruk uitgelezen, en nu ben ik alweer vergeten waar die roman eigenlijk over ging. Dat geheugen! Maar ik val in herhaling.

De mooiste, rijkste, heerlijkste boeken die ik het voorbije jaar heb gelezen zijn twee klassiekers: ‘Middlemarch’ van George Eliot en ‘Lucien Leuwen’ van Stendhal. Hieruit mag duidelijk blijken dat ik geen recensies lees, maar me wel laat adviseren door vrienden. Oh, ja, een erg boeiend boek is ook ‘Things the Grandchildren Should Know’ van Mark Oliver Everett, beter bekend als zanger/songschrijver van Eels.

Tussen dat lezen door at ik aardappelen, soep, vis, brood, dronk wijn en luisterde naar muziek. Meer daarover in een volgende aflevering.

19-06-08

HERINNEREN, VERGETEN


Soms lees je een zin die zo verbluffend is, dat je er zelf (een tijdlang) het zwijgen toe doet. Een paar dagen geleden las ik deze zin in Cormac McCarthy's 'The Road':

"You forget what you want to remember and you remember what you want to forget."

'The Road' vloeit over van bijna letterlijk verschroeiende zinnen, maar die kun je niet citeren, die moet je in de vloed van het boek lezen. De apocalyps van McCarthy jaagt me schrik aan, werkelijk schrik, maar de schoonheid van zijn beelden en woorden helpen me met die schrik te leven, wat zeg ik: heel graag zit ik te sidderen bij het lezen van deze buiten alle categorieën vallende schrijver. Soms denk ik dat de verwoeste wereld die hij beschrijft echt is, een wereld van niet veel meer dan as. Dat wij al in die wereld leven, maar het nog niet doorhebben. We moeten nog ontwaken.

10-09-07

HET IS NIET ALLE DAGEN FEEST

muziek,boeken,melancholie,ziekte,western,pop,country,cormac mccarthy,blood meridian,marisha pessl,nabokov,italie,velvet underground,yo la tengo,dirk roofthooft,theater,mensch

Op dit ogenblik luister ik naar Kick Up The Dust, van Blood  Meridian. De naam van de band is tegelijk de titel van een boek van de Amerikaanse schrijver van existentialistische westerns, Cormac McCarthy. Niemand anders heeft het ‘wilde westen’ met zoveel diepgang beschreven als McCarthy. Ik houd van oude westerns, maar zelfs de beste, zoals Shane en The Searchers zijn oppervlakkige vertellingen in vergelijking met de romans van de unieke Cormac McCarthy. Blood Meridian is niet zo welsprekend als hun naar ik aanneem favoriete auteur, maar ik verwacht nog wel wat van deze band.

 

Nu ik het toch over boeken heb. Gisteren en vandaag heb ik tussen het slapen door Marisha Pessls veelgeprezen roman Special Topics in Calamity Physics uitgelezen. Met de eerste helft van het dikke boek heb ik het moeilijk gehad, maar zo ongeveer halverwege werd mijn geduld niet langer op de proef gesteld. Pessls virtuoze stijl is een combinatie van Nabokov, hardboiled detectives (Chandler, Hammett) en The Secret History van Donna Tartt. Ik denk dat de jonge schrijfster wilde wedijveren met Lolita, maar in die wedstrijd heeft ze uiteraard het onderspit moeten delven. Het onderspit delven? Een vreemde uitdrukking… Door de vele verwijzingen naar echte en fictieve boeken doet de roman nog meer denken aan Nabokovs Pale Fire dan aan Lolita. Nabokoviaans of niet, als ik de eindredacteur was geweest zou ik de helft hebben geschrapt. Maar wie ben ik? Ik ben een ouder wordende, vaak zieke man. Ook nu ben ik weer aan mijn kamers gekluisterd. Er is niets met me aan te vangen en ik vang niets aan. Deze regels schrijven kost me veel moeite, al wil ik niet klagen. Het leven heeft mooie momenten. Die zijn kostbaar en daar probeer ik van te genieten. Ik weet dat er nog in het verschiet liggen. Momenten waarop de zon schijnt, of ik loop op straat onder de volle maan, of als mijn geliefde me onverwacht bij de hand neemt…

Mijn reis naar Italië zit nog vers in mijn geheugen. Om die reden treur ik niet over een concert dat ik zal missen. Vanavond treedt Yo La Tengo op, een band die mij zeer genegen is. Ik bezit ongeveer alle cd’s van dit door the Velvet Underground geïnspireerde trio. Ze hebben werkelijk prachtige songs opgenomen (sommige ervan, zoals Today Is the Day, gaan over mooie momenten). Maar ik heb Yo La Tengo al zien optreden en wellicht keren ze nog terug naar Brussel. Dus waarom getreurd? Nu ben ik ziek en over enkele weken ben ik weer genezen. Dat hoop ik toch.

 

Ik ben blij voor Dirk Roofthooft met zijn Louis D’Or, hem toegekend voor zijn opmerkelijke rol in Mephisto Forever, een stuk waarover ik in november vorig jaar vol lof heb geschreven. Die bespreking’ van me heeft toen nog hevige reacties uitgelokt, waarom weet ik nog altijd niet goed.

Ik weet niet of je deze pagina’s leest, Dirk Roofthooft, maar dat geeft niet. Ik kan je ook proficiat wensen zonder dat je mijn woorden ziet staan. Laat op een avond, na een voorstelling in de Bottelarij, ik geloof dat het Rusland voor Beginners was, voelde ik me eenzaam en melancholisch. Je hebt me toen aangesproken en – misschien zonder het te weten – veel troost geboden. Je hebt me de moed gegeven om de donkere nacht in te gaan op zoek naar een taxi. Je bent niet alleen maar een uitstekend acteur, maar een echte ‘mensch’. Nog veel geluk!