30-05-13

THAT TEENAGE FEELING: NEKO CASE

 

Neko+Case.png

Gisteren in de AB Club heb ik nog eens een popconcert meegemaakt dat me werkelijk heeft kunnen ontroeren. Niet dat alles wat ik de voorbije maanden heb gezien/gehoord me onverschillig heeft gelaten. Matthew Houck's Phosphorescent, Rosanne Cash in de Roma en Low in het Koninklijk Circus waren bijvoorbeeld uitstekend. Maar wat ik gisteravond hoorde kwam uit de ziel en ging naar de ziel. Alleszins naar die duivelse & ziekelijke ziel van mij. Na een lange periode van bijna passief, cerebraal muziek ondergaan heb ik weer echte emoties gevoeld en heb ik zelfs nog een paar keer gedanst (op ‘Hold On, Hold On’, ‘That Teenage Feeling’ en vooral op de prachtige cover van ‘The Train From Kansas City’ van mijn geliefde Shangri-Las).  En wat een verrukkelijke cover van Harry Nilsson’s ‘Don’t Forget Me’ was dat! En dan die onmetelijke Canadese ruimte in haar zo pure sirenenstem en in de melancholische tonen van John Rauhouse's pedal steel.

Ik heb het over Neko Case. Maar dat wist je waarschijnlijk al.

 

20-01-12

NEIL YOUNG IN BRUSSEL (1976)


neil young.jpg


Op 25 maart 1976 woonde ik in Vorst Nationaal in Brussel een concert bij van Neil Young. Ik denk dat ik op muzikaal gebied nooit iets intensers en ontroerenders heb meegemaakt. Dit is de setlist:

 

Tell Me Why

Mellow My Mind

After The Gold Rush

Too Far Gone

The Needle And The Damage Done

A Man Needs A Maid

No One Seems To Know

Heart of Gold
 

Encore:
 

Country Home

Don't Cry No Tears

Down by the River

The Losing End

Like a Hurricane

Lotta Love

Drive Back

Southern Man
 

Encore 2:
 

Cortez the Killer

Cinnamon Girl

23-04-09

BOB DYLAN IN BRUSSEL


Dit schreef ik gisteren omstreeks middernacht op facebook:
I enjoyed Bob Dylan so much tonight. A young man in an old man's clothes. An eternal voice I heard once more. It will be forever among our children and their children. Bob Dylan, Bob Dylan, Bob Dylan, they will sing. And they will sing Masters Of War, and Like A Rolling Stone. In the 22nd century and on and on.

Laat dat mijn recensie van het werkelijk onvergetelijke concert van Bob Dylan & Band in Vorst op 22 april 2009 zijn. Uitgebreide analyses en ander gezeur kun je morgen in de kranten lezen (meestal steeds dezelfde nonsens) en vandaag wellicht op de blogs van Dylan-fans en Dylan-haters. Niet dat het allemaal slecht is, wat ze schrijven. Maar hoe evoceer je een mystieke ervaring? Alleen iemand als Tarkovski was daartoe in staat, zij het niet met woorden. Een goed idee: als je wil weten hoe een Bob Dylan-concert ‘overkomt’, wat het voor de aanwezigen betekent, kijk dan een keer naar Tarkovski’s Andrej Rublev.

Dit is de setlist:

 

 

1.

The Wicked Messenger

2.

It's All Over Now, Baby Blue

3.

Man In The Long Black Coat

4.

Stuck Inside Of Mobile With The Memphis Blues Again

5.

Blind Willie McTell

6.

Desolation Row

7.

Honest With Me

8.

Sugar Baby  

9.

Highway 61 Revisited

10.

Ballad Of A Thin Man

11.

I Don't Believe You (She Acts Like We Never Have Met)

12.

Ain't Talkin'

13.

Thunder On The Mountain

14.

Like A Rolling Stone

 

 Encore

15.

All Along The Watchtower

16.

Spirit On The Water

17.

Blowin' In The Wind

  

 

 

 


"Dylan's public, his fans and followers, create him in their own image. They expect him to be who they interpret him to be. The very mention of his name invokes his myth and unleashes an insurmountable amount of minutae about the meaning of every word he ever uttered, wrote or sang."
Suze Rotolo, A Freewheelin' Time.

freewheel

25-11-08

MERCURY REV : IN MY DREAMS I'M ALWAYS STRONG


mercury-rev

Wie - zoals ik - vindt dat hij in de jaren zestig the Velvet Underground live heeft gemist had er goed aan gedaan zich gisteravond door de kou naar de AB te spoeden. Daar speelde Mercury Rev, een Amerikaanse  experimentele rockgroep die in haar huidige incarnatie alleen maar met de band van Lou Reed en John Cale kan worden vergeleken. Mercury Rev is the Velvet Underground van nu en van morgen, maar veel luider. Ik was al gedeeltelijk doof, onder meer door concerten van the Who en Mott The Hoople, en door nachtenlang dansen op luide punkmuziek in Cinderella’s Ballroom. Ik vrees dat mijn gehoor sinds gisteren nog ernstiger beschadigd is. Maar wat geeft het, voor het merendeel hoor ik toch alleen maar onzin. Slechts muziek wil ik blijven horen en dialogen in films als The Hustler en Down By Law. Al het andere gelul en gebral, de wijsheden, grollen en bedreigingen, hoef ik niet meer te horen. Leve de gedeeltelijke, selectieve doofheid! Als dan een fundamentalistische moslim een bom op mijn hoofd terecht laat komen in plaats van op dat van de minister van landsverdediging, zal ik het niet geweten hebben. Niet dat ik vind dat de minister een bom op zijn hoofd moet krijgen. Dat zou ik niet durven beweren. Primo ben ik Cicatris niet, secundo ben ik een pacifist en gewetensbezwaarde. De minister mag ten hoogste in een asiel worden opgesloten, maar of dat echt nodig is, laat ik aan de weloverwogen beslissing van een commissie van asielzoekers over.

Mercury Rev heeft iets fascistisch maar dat is slecht een (verkeerde) indruk. De groep lijkt soms enigszins op Joy Division, maar met een wat minder verkrampte zanger. Ik bedoel dat ze je met hun ‘lawaai’ de mond snoeren, ze leggen je gedachten aan banden, het enige wat je nog kan is voelen. Het wonderlijke lawaai dat ze voortbrengen voel je in alle vezels van je lichaam, in je zenuwen, in je hart, in je oogballen, in je tenen, in je geslacht. Er is geen enkele andere hedendaagse band die enigszins op Mercury Rev lijkt: zulke op hol geslagen poëzie, zulke oorverdovende sprookjes, zulke fabrieksdromen hoor je nergens. Voelen, bedoel ik. Je voelt voortdurend een intense elektrische stroom die, mede door de geprojecteerde beelden, uit het centrum van je lichaam en uit het centrum van het universum lijkt te komen. Jonathan Donahue en zijn vrienden nemen je mee op een muzikale reis naar het middelpunt der aarde en de kern van het creatieve muzikantenhart. Als gekwetste dieren, als verloren schapen, gaat het publiek op de dreun af die uit de kern van de wereld opstijgt. Dieren met een sterke verbeelding en een vrije wil: je mag Jonathan Donahue volgen in zijn microkosmos, maar je mag ook buiten gaan, aan de bar een pils drinken, of zelfs een glas rode wijn van 4,40 euro.

Begin juni 2005 zag ik Mercury Rev in het Koninklijk Circus. Toen was alles nog een mooie droom, een lieftallige trip. Het leek wel of de band begeleid werd door een jonge, ongeschonden Timothy Leary. Nu lijkt de droom soms op een nachtmerrie, en de psychedelische Gene Pitney – zo noemde ik Jonathan Donahue drie jaar geleden – lijkt meer op een duivel dan op een gewone sterveling. Een duivel die kan dichten en soms zingt als een engel. Maar ja, duivels zijn sowieso gevallen engelen. Jonathan Donahue lijkt inderdaad ook gevallen. Hij schijnt niet meer hip te zijn. De AB was kil en half leeg. Sommige aanwezigen zagen er gevaarlijk uit. Je moest niet te kort bij hen gaan staan. Grote jonge mannen, met petten op hun kortgeknipte schedels,  namen recht voor me plaats, zodat ik niets meer zag van de arme Jonathan en zijn vrienden. Ik zweeg en liet mij bezweren door de dreun, en ergens zwevend in de dreun de stem van de duivelse, alternatieve Gene Pitney. “In my dreams I’m always strong”, zong hij. Maar hij moest het meermaals beklemtonen, waardoor hij er nog veel zwakker uitzag dan destijds in de rode gloed van het Koninklijk Circus. Ik hoop dat hij geen te zware kater heeft van de rode wijn: vanavond speelt Mercury Rev in Parijs.

21-11-08

FLEET FOXES IN DE AB: ZINGENDE ENGELEN

Gisteren woonde ik samen met een paar duizend andere muziekliefhebbers het concert van the Fleet Foxes in de AB bij, een van de mooiste muzikale momenten uit mijn leven. En ik ga al naar concerten sinds 1966 of daaromtrent. Ik vind geen woorden om uit te drukken wat ik hoorde en wat ik voelde en voel. Voor een keer moet ik gebruik maken van het cliché “je moet er zelf bij geweest zijn”. Als je er niet bij bent geweest geloof je niet een van mijn jubelende adjectieven. Ze zouden bovendien hol klinken, omdat ze al veel te vaak zijn gebruikt en geen enkele overtuigingskracht meer hebben. Alleszins zit ik hier nu nog te beven, niet van de kou, maar van dat onnoemelijke waar ik gisteren getuige van mocht zijn. Samen met een publiek dat één leek te worden met het gebeuren, een publiek dat ervoor zorgde dat de tijd ophield te bestaan. Samen werden wij Het Lied.

Als de mensen engelen zouden zijn zouden ze zingen en musiceren als the Fleet Foxes.



Een magisch moment tijdens een magisch concert: Robin Pecknold, leadzanger van the Fleet Foxes, solo en unplugged in een volledig verstilde AB. Met dank aan Roen Het Zwoen, die me op het spoor van deze clip bracht, en met dank aan de maker ervan, PhilBe. Katie Cruel is een traditional, maar zou net zo goed een song van the Fleet Foxes kunnen zijn.

28-10-08

NA LAMBCHOP DE VAL

muziek,concert,pop,rock,live,val,lambchop,soul,ab,jeans,shaketown

Ik ben moe, afgemat, uitgeput en ik weet niet van wat. Zondagavond was ik in de AB en zag er Lambchop, met Kurt Wagner, een van de meest originele, soulvolle gitaristen en zangers van deze tijd. Graag had ik een verslag geschreven van het mooie concert, maar de inhoud van de eerste zin weerhield me ervan. En ook het volgende. Gisteren, toen ik van de psychiater kwam - een maandelijks uurtje therapie - struikelde ik en viel op het trottoir, recht voor de bouwwerf van metrostation West. Gelukkig had ik mijn handen niet in mijn zakken en waren mijn reflexen goed. Ik viel maar bezeerde me nauwelijks: mijn handen braken de val. Alleen wat schrammetjes en een wat geschaafde rechterknie. Rondom mij terugwijkende stedelingen. Reken er maar niet op dat je weer recht wordt geholpen. Vreemd is dat ik met dezelfde jeans aan nog een keer viel, een jaar of drie geleden – ja, sommige van mijn jeans gaan lang mee – op de Antwerpse Meir. Toen schaafde ik mijn linkerknie en bloedden mijn handen. Ik heb vandaag alvast een andere broek aangetrokken.

 

Als ik wel iets had geschreven over het concert van Lambchop zou het evenwel zeker niet beter, juister of interessanter geweest zijn dan het verslag van Mister Shake. Bovendien heeft hij erg mooie foto’s van Lambchop gemaakt.

14-10-08

CALEXICO IN DE AB: MUCHAS GRACIAS!


calexico - feast of wire



Calexico gisteravond in de AB was overweldigend. Muzikaal uitstekend, alle nummers mooi en juist uitgevoerd, met aandacht voor elk detail. Het was een subliem esthetisch-muzikaal avontuur, met geen enkele valse noot: honderd procent eerlijk. De eerlijkheid van poëzie en echt engagement, ik verwijs naar het lied ‘Victor Jara’s Hands’ als voorbeeld. Maar ik zou net zo goed ‘The News About William’ kunnen noemen, over de verwoesting die de orkaan Katrina (‘Cathy’) heeft aangericht in New Orleans, en de zware verantwoordelijkheid van de politici voor de gevolgen van die natuurramp. Maar vergis je niet, geen moment was de somberheid of de weemoed troef. Er werd feest gevierd, gedanst, meegezongen, zelfs mijn ouder wordende hart klopte vaak heftig.

De muzikanten die Calexico bevolken – het is eerder een gehucht dan een stadje - worden almaar beter; Joey Burns' stem gaat er op vooruit, zingt nu al bijna soulvoller dan Gram Parsons, en John Convertino lijkt mij een van de allerbeste drummers in de hedendaagse populaire muziek. Die 'oude' kern omringt zich met voortreffelijke muzikanten, waarvan een deel op hun laatste elpee, ‘Carried To Dust’, is te horen. Gastzangeressen als Amparo Sanchez voegen de nodige kruiden toe aan de mix.

Zoals ik al zei was het publiek – alle leeftijden waren vertegenwoordigd - razend enthousiast. Ik zat op de tweede rij van het balkon. Van daar heb je een goed zicht op de mensen beneden en de muzikanten op het podium. Op het balkon kun je eveneens het intens plezier beleven van een staande ovatie.

Een paar dagen geleden heb ik Steve Stills verdedigd, niet alleen omdat ik hem echt goed vond, maar eveneens vanwege de legende en de daarmee gepaard gaande kwetsbaarheid van de man. Daarom kon en mocht ik er niets negatiefs over zeggen. Maar in dit geval is het anders. Deze lofzang is voor Calexico zelf, Calexico nu, los van legende of kwetsbaarheid of wat dan ook, deze lofzang is voor Calexico’s muziek zonder meer, de levendigheid van hun performance, voor hun betrokkenheid bij wat er in de wereld gebeurt. (Meer dan eens heb ik vol bewondering zitten kijken naar de bescheiden maar meesterlijke steelgitarist, Paul Niehaus.) Viva Calexico!

08-10-08

STEPHEN STILLS IN BRUSSEL II

muziek,concert,pop,rock,blues,bob dylan,live,commentaren,de morgen,fan,recensies,negativisme,dirk steenhaut,stephen stills

Het is nooit mijn bedoeling geweest een recensie te schrijven over het concert van Stephen Stills in de AB eergisteren. Daarvoor ben ik te zeer bevooroordeeld. Ondanks mijn leeftijd ben ik nog steeds een fan van Stills. Dat schreef ik vorige maandag al. Misschien niet letterlijk, maar het zal toch duidelijk geweest zijn.

In de commentaren bij mijn vorig stuk over Stephen Stills is willens nillens toch recensieachtig materiaal binnengeslopen, zij het minimaal en in stukken en brokken. Voor degenen die de commentaren - die soms interessanter zijn dan de tekst erboven - niet lezen: mijn standpunt kwam erop neer dat ik de eerste, akoestische helft van het optreden schitterend vond. Prachtige songs, bevlogen gespeeld, met veel expressie en intensiteit gezongen. De cover van Dylans 'Girl From the North Country' raakte me in mijn ziel. Het tweede, elekrische gedeelte kon mij minder bekoren. Stephen Stills wilde teveel bewijzen dat hij een echte bluesman was. Maar slecht, laat staan vervelend, was hij nooit.

In de hierboven genoemde commentaren zijn kritische opmerkingen te lezen over de heren en dames recensenten. Waarom doen ze er niet het zwijgen toe, als ze iets niet goed vinden dat toch goed IS? Ik moet daar nu eerlijkheidshalve aan toevoegen dat ik de
recensie van Dirk Steenhaut in De Morgen over het optreden van Stephen Stills heel juist vind. Ik kan er mij volledig in herkennen: hij beschrijft het concert dat ik heb bijgewoond. Geen pretentieus geleuter, geen gelul over vals zingen, of slecht gitaarspelen, maar een eerlijke beschrijving van een concert zoals er veel te weinig te zien en te horen zijn.

06-10-08

STEPHEN STILLS IN BRUSSEL




Ongeduldig wacht ik op het optreden vanavond in de AB van een van mijn jeugdhelden, Stephen Stills. De man is een monument, maar een monument waar vaak achteloos aan voorbij wordt gelopen. Het is waar dat Stills minder tot de verbeelding spreekt dan zijn compaan / rivaal Neil Young. Hij heeft evenmin meesterwerken gemaakt als 'Everybody Knows This Is Nowhere', 'After the Goldrush' en 'Comes A Time'. Maar ten tijde van Buffalo Springfield schreef hij wellicht de meer gedenkwaardige songs, waaronder de hit 'For What It's Worth', 'Rock & Roll Woman', 'Everydays', 'Bluebird', 'Hung Upside Down', 'Special Care' en een van mijn uitveroren Buffalo Springfield-nummers, 'Four Days Gone' (met die typische Stephen Stills gitaarsound). Ik ben ook zeer verslingerd aan mijn exemplaar van Super Session, waarop niet alleen Mike Bloomfield (kant 1) maar ook Stephen Stills huiveringwekkend gitaar speelt (kant 2, vooral op Donovan's 'Season Of the Witch'). De eerste elpee van Crosby, Stills & Nash was grotendeels het werk van Stills. De mooiste track op 'Déjà Vu', 'Helpless', is van Neil Young, maar Stills' '4+20' is bijna net zo mooi. Daarnaast zijn er de eerste twee sublieme solo-elpees van Stephen Stills op het Atlantic label, waarvan vooral de eerste een meesterwerk mag worden genoemd. De eerste Manassas-dubbelelpee, waar Stills gezelschap kreeg van onder meer Chris Hillman draai ik nog heel regelmatig. Voor mij is het een soort tijdscapsule: in elke song van die plaat zitten een onbekend aantal herinneringen. Mijn favoriete Stephen Stills-nummers zijn Sit Yourself Down (met de regels: "When I get restless / what can I do?") en het romantische 'To A Flame' (met Ringo op drums).

Het is onbegonnen werk mijn bewondering voor Stephen Stills goed te verwoorden, en al evenmin kan ik u laten voelen wat ik nu voel en nog voelen zal in afwachting van het moment dat de man op het podium van de AB verschijnt. In zulke gevallen schieten woorden te kort.



De clip boven dit artikel is een stukje live-concert van Manassas, de clip onderaan is Stephen Stills solo live met het nummer Treetop Flyer. Tot straks!

26-06-08

JOHN CALE: VUILEKONTENROCKANDROLL IN HET PALEIS

 

muziek,concert,lou reed,champagne,pop,bier,punk,duitsland,rock,popcultuur,live,verbeelding,turkije,rock and roll,ab,paleis,ambtenaren,bar,drummer,gitaren,seventies,punkrock,avant-garde,john cale,840,paul dujardin,paleis voor schone kunsten,shaketown,ravenstein


Vorige week zag ik Paul Auster in zaal Henry Le Boeuf  van het Paleis voor Schone Kunsten ( ik weiger de kinderachtige naam Bozar te gebruiken).  Gisteravond keerde ik er terug om een concert van John Cale bij te wonen. Ook al heb ik kritiek op de naam van de instelling en het overwegend Franstalig aanbod van boeken en dvd’s in de artshop, moet ik toegeven dat de bar heerlijk is. Wat een verschil met bijvoorbeeld die van de AB! Je krijgt er je drankjes in echte glazen, de wijn is er lekker en niet te duur. Een pils kost er maar twee euro. Maar foto’s maken mag je er niet. Daarom moet je zelf maar eens gaan kijken.

Wat  verwachtte ik van het concert? Een eigenzinnige vorm van melancholische akoestisch-elektronische kamermuziek, enigszins storend, maar toch passend bij de beau monde van de beaux arts. Oh la la! Et une coupe de champagne, please. Ik zou dat mooi hebben gevonden, denk ik. Ik zou geen kippenvel hebben gekregen, koud noch warm hebben gezweet, maar ik zou hebben genoten van die zoete, wat verwrongen melodieën die alleen John Cale kan bedenken.

Wat kregen we echter? Dirty Ass Rock And Roll, ladies and gentlemen! Echte laagbijdegrondse vuilekontenrockandroll. Maar werd John Cale ooit een asshole genoemd? Never! Dit was een concert waar jonge kereltjes – als ze er al bij waren geweest – veel genoegen aan hadden kunnen beleven en bovendien hadden ze er nog iets van kunnen opsteken. Bijvoorbeeld: hoe speel ik een power chord, hoe speel ik een riff, zonder banaal of volstrekt overbodig te klinken. John Cale ging tegen de geest van de beaux arts in, het paleis dat verkondigt dat het niet alleen maar rock and roll is. (John Cale trad op in het kader van ‘It’s NOT only rock and roll’.) Wel, beste Paul Dujardin, het is wel only rock and roll. Als je het over rock and roll wilt hebben en je nodigt John Cale uit dan kun je zulke dingen verwachten: the real thing, sex and drugs and rock and roll. Alles wat je lichaam nodig heeft, om het nog niet te hebben over je geest. De schitterende gitaarduetten die naar de seventies verwezen (denk daarbij aan the Allman Brothers) van John Cale met zijn - mij onbekende - gitarist gingen nooit zweven dank zij het uitstekende laagbijdegrondse en toch hoogvliegende gedrum van, ja, van de drummer natuurlijk. De basspeler hield zich wat op de achtergrond, maar hij verloor het ritme en de plots opduikende tempowisselingen niet uit het oor. Ergens links op het podium zat iemand de klanken te behandelen. John Cale greep vooral terug naar zijn composities uit zijn beginperiode, nadat hij de Velvet Underground had verlaten: 'Helen Of Troy', 'Gun', 'Paris 1919', 'Pablo Picasso' (van Jonathan Richman , of: John Cale speelt Modern Lovers die Velvet Underground spelen ), 'Fear Is A Man’s Best Friend', 'Ship Of Fools', 'Big White Cloud' (voor mij het hoogtepunt), 'The Ballad Of Cable Hogue' – allemaal even mooi en ontroerend. Vanop plaats D17 in de corbeille zag ik de Welshman plotseling heel jong worden. Hij zong en speelde 'Things', een recentere compositie, uit HoboSapiens (“the things you do in Denver when you’re dead”, een mooie hommage aan Warren Zevon). Daar stond hij, zeventien of achttien, met een elektrische gitaar, voor altijd jong, zich lavend aan Belgisch water, water uit Spa. Het beste water van de wereld voor de meest verrassende avant-garde rock and roll componist van de wereld. Ik vraag me af wat de champagneheren en –dames gevoeld hebben bij deze reëel bestaande punkrock.  En de ‘fans’ die nog altijd denken dat Cale zijn hoogtepunt bereikte met zijn postmoderne versie van Elvis’ ‘Heartbreak Hotel’, dat gisteravond als openingsnummer werd vermorzeld.
Toen John Cale en zijn band terugkwamen voor een encore dacht ik heel even dat zij de hele set opnieuw zouden spelen, en daarna nog eens en zo 840 keer.

Oh, wat ben ik blij dat ik bij dit concert aanwezig was, en dat ik me goed voelde. Ik had mijn lichtgrijs pak aangetrokken. Maar ik zag veel mannen in jeans. Onze kansen zijn nog niet verkeken. De verbeelding heeft nog wat in de pap te brokken. Hier en daar zie ik zelfs een gek het gekkenhuis besturen.

Later zaten we met Mister Koen en Mister Shaketown en nog enkele van hun vrienden in de Ravenstein, die vroeger aan de ambtenaren toebehoorde, maar nu een soort niemandsland is geworden, een plaats waar niemand zich echt thuis voelt, maar die wel uitnodigt om jezelf te worden, om je aanwezigheid bekend te maken aan de ruimte. We dronken er koud bier, zagen verloren gelopen ‘punks’ voorbijstrompelen en stelden vast dat de Turken van de Duitsers hadden verloren. En we vroegen ons af welke plaat van John Cale de beste is, ‘Paris 1919’ of ‘Music For a New Society’? De wedstrijd John Cale-Lou Reed bleef onbeslist.

25-04-08

WE SHALL NOT BE MOVED: MAVIS STAPLES

ab,concert,muziek,soul,gospel,mavis staples,staples singers,live


Gisteren hoorde ook ik Amerika zingen. Ik hoorde het verleden en de toekomst van Amerika zingen met een grootse, trotse, eeuwenoude stem. Het verleden van Amerika was wat het waard was. Maar de echte waarde, de verwezenlijkte droom, die zou nog komen, gisteravond. Bij elk lied van Mavis Staples verloor ik mezelf, mijn zuchten en mijn pijn, en ging ik terwijl haar stem mijn ziel binnendrong binnen in de droom van Martin Luther King.  “Just like the tree standing by the water, we shall not be moved” zong Mavis Staples, en zongen wij allen mee. En nu ik deze woorden hier neerschrijf zie ik dat mijn woorden van gisteren al een echo waren van dat lied. Dit was geen concert, dit was een viering, een mis, een feest van de heidense ziel. Ik hoor in de gospel van Mavis Staples geen verlangen naar de eeuwigheid, naar het hiernamaals, maar wel een strijd tegen onrechtvaardigheid en verdrukking. De god van Mavis Staples is een vonk die ons de kracht geeft om elkaar de hand te reiken, om onze stem te verheffen, en te zeggen, de betere wereld is er nog niet, er is nog veel werk te doen, geef de moed niet op, elke stap is een stap vooruit, wat de doemdenkers ook mogen beweren. “We shall not be moved, like a tree standing by the water.”

Mavis is niet alleen een buitengewone zangeres, ze heeft ook magische gaven. Zo mocht ik voor de eerste en laatste keer Rick Danko en Richard Manuel op het podium zien verschijnen. Samen met Levon Helm en Mavis en Pops zongen ze deze sinds 1968 in het geheugen gegrifte woorden:

Go down, Miss Moses, there's nothin' you can say
It's just ol' Luke, and Luke's waitin' on the Judgement Day.
"Well, Luke, my friend, what about young Anna Lee?"
He said, "Do me a favor, son, woncha stay an' keep Anna Lee company?"

Mavis was begonnen met de hele Buffalo Springfield op te roepen, Aretha Franklin kwam even ‘Respect’ zingen, Pops Staples had de gedaante van een blanke gitarist aangenomen,Martin Luther King verkondigde nog een keer zijn noodzakelijke droom, heel even zag ik Steve Miller op het podium klimmen, don’t let nobody turn you around, zei hij, zelfs Sam Cooke liet zich even zien, en natuurlijk was Barack Obama aanwezig. Ook hoorde ik Eddie Hinton en een zestal andere Muscle Shoals sessiemuzikanten hun instrumenten stemmen. Vervolgens werd het aanstekelijke ‘I’ll take you there’ ingezet. Nog veel meer volk passeerde de revue, geen eigen volk, maar het andere, dat ons de weg kan wijzen naar een betere wereld. Ik weet het dat dit belachelijk klinkt in deze cynische tijd. Maar desondanks is het zo. En de uitspraak “waardig ouder worden” klinkt voor mij niet langer belachelijk.

Het concert van Mavis Staples staat voortaan in de lange top-10 van het beste wat ik ooit heb gezien, gehoord en gevoeld. Ja, gisteren hoorde ook ik, zo lang na Walt Whitman, Amerika zingen.

07-11-07

WILCO EN DE NIEUWE POLITIEKE CULTUUR

wilco,bart de wever,walging,politiek,vlamingen,schat,liefde,jean-luc godard,anna karina,frank vandenbroucke,nationalisme,democratie,pop,live,haat,godard,alphaville,troost,muziek,concert


Zou zo’n kerel als Bart De Wever, vervloekt zij zijn naam, nooit eens een keer kijken naar een film als ‘Alphaville’ van Jean-Luc Godard? Om bijvoorbeeld te weten te komen wat liefde is. Anna Karina zou het hem zeggen… ‘Dichter, dichter’, zegt de liefde. ‘Verder, verder’, zegt de haat. Het zou al volstaan als hij alleen maar naar dat fragment hier beneden zou kijken. Een fragment van een ‘discours amoureux’. Geen gezeur aan mijn hoofd, zeg ik maar. Maanden lang is die vent nu al bezig ons land te gijzelen. Een niemendal als hij. Wie heeft eigenlijk voor Bart De Wever gestemd? Hij betekent niets, en toch krijgt hij zoveel aandacht, zelfs van mij nu. Frank Vandenbroucke heeft gelijk: De Wever maakt van Vlaanderen een karikatuur, hij zorgt ervoor dat Vlamingen een verschrikkelijk imago krijgen, in Brussel, in Wallonië en in het buitenland. Ik schaam mij er nu al voor om in winkels hier in Brussel nog Nederlands te spreken. De mensen denken wellicht al dat wij Nederlandstaligen allemaal een soort Bart De Wevers zijn, kleinzielige nationalisten, separatisten en antisemieten. Het is walgelijk. Intelligente mensen als Verhofstadt, Vandenbroucke, Dewael (van wie ik onlangs een uitstekend opiniestuk las, in De Standaard, of was het De Morgen?) moeten die man tegenhouden, hij hoort niet thuis in een democratie. Stuur hem terug naar zijn dorp! En Olivier Maingain hoort evenmin thuis in deze democratie, maar dat zijn mijn zaken niet, ik ben geen Franstalige, daar moeten de Franstalige democraten zich mee bezighouden.‘Verder, verder’, zegt de haat. Verwijder je. Ga weg. Ik luister niet naar je. Zwijg. Ga uit het licht, je staat in de weg.

En dan was er Wilco. De absolute troost van muziek. De volledige overgave. De ontploffing van het verlangen. Ik schrijf korte zinnetjes omdat ik buiten adem ben en geen geduld heb. (Op dit ogenblik wordt valse geschiedenis geschreven.) Wilco, alleen maar vergelijkbaar met het allerbeste. Als the Beatles nog zouden bestaan en ze zouden live spelen, zouden ze met dezelfde intensiteit, schoonheid, gewelddadige liefde en muzikale perfectie spelen als Wilco gisteren in het Koninklijk Circus. Ik hoorde gisteravond de hele geschiedenis van de rock & roll, maar niet in flarden, niet ironisch, niet post-modern, maar in een bezielde synthese. Het eerste lied, ‘Sunken Treasure’, bevatte een intentieverklaring:

“Music is my savior, and I was maimed by rock and roll.
I was maimed by rock and roll.
I was tamed by rock and roll.
I got my name from rock and roll.”

En daar werd niet meer op teruggekomen. Twee uur later werd met enkele verwijzingen naar the Kinks en vooral the Who een punt gezet achter een concert dat, denk ik, bij iedereen die erbij was in de ziel zit opgeborgen als een unieke schat. Voor de details, lees de recensies. En nu ga ik opnieuw wat walgen van de nieuwe politieke cultuur.

12-06-07

BUITEN DE MAATSCHAPPIJ? PATTI SMITH IN DE AB


Dat je alleen in clichés over muziek kunt schrijven is uitermate storend. Weinigen is het gegeven een behoorlijke, inzichtelijke en gevoelvolle recensie van een rockconcert of van een cd te schrijven. Zelf kan ik het niet, de muziek is te heilig, mijn woorden te profaan. En toch kan ik er soms niet aan weerstaan. Soms wil ik mijn enthousiasme meedelen, zoals nu over het concert van Patti Smith in de AB gisteren. Maar wat kan ik meer zeggen dan dat het een schitterend, geïnspireerd, warm, levensbevestigend concert was? Dat ik er van genoten heb. Dat er nog weinig muzikanten, zangers of zangeressen zijn, die me zo uit mezelf kunnen halen en meevoeren naar een andere dimensie.
Patti Smith bezweert, met haar stem, haar ogen, haar gebaren, af en toe met de betoverende tonen van haar klarinet. De muziek van haar band stijgt naar het hoofd, verwarmt de hersens en stimuleert de verbeelding. Ze is als een sterke en heilzame drug, zonder neveneffecten. Vervoering is het resultaat van de tomeloze energie waarmee Patti Smith haar songs bezielt. Soms is het alsof ze engelen en duivels ten tonele voert, die daar dan even in innige omhelzing met elkaar staan te dansen, zich herinnerend dat William Blake zowel met de hemel- als de helbewoners converseerde. Patti Smith had alle recht om te zingen dat ze ervaring had. Ze legde – onuitgesproken, maar onmiskenbaar - het verband tussen Are You Experienced? van Jimi Hendrix en The Songs Of Innocence And Experience van William Blake. Het verband was vooral aanwezig in haar klarinetsolo. En wij, het publiek, konden deelhebben aan die ervaring. Soms ook zag ik hier en daar een paradijsvogel in de zaal klapwieken, onder meer toen Patti Smith een ‘dérèglement de tous les sens’ bewerkstelligde tijdens de voordracht van Birdland, een song geïnspireerd door de autobiografie van Peter Reich, de zoon van de grote Wilhelm Reich. En wat nog meer? Smells Like Teen Spirit was een lang aangehouden ingehouden extase. Wie anders dan Patti Smith slaagt erin om een hele zaal Feed Your Head te laten meezingen – en niemand die nog aan Grace Slick denkt, tenzij uren later bij het drinken van enkele liters bier, om weer op adem te komen. Natuurlijk was er ook het omineuze Privilege (Set Me Free), waar ik het gisteren al over had, waarin de protagonist niet alleen vloekend wacht op een god, maar ook smeekt om energie. De protagonist die om energie smeekt kan Patti Smith zelf niet zijn. Ik ken namelijk niemand die zoveel energie uitstraalt. Zou ze die uit het bronwater halen of uit de Marrokaanse muntthee of uit de cakejes uit Amsterdam? Of gewoon uit zichzelf?
Wat een mooi cadeau was dat voor Ann Demeulemeester, en voor ons allemaal, die romantische cover van Lou Reeds Perfect Day… En wat een ontroerende verschijning van George Harrison toen Within You Without You werd uitgevoerd. Pissing In A River, dan maar, of Gloria, met de absolute beginselverklaring ‘Jesus died for somebody’s sins but not mine’ – waar ook weer het refrein door de hele zaal, nu helemaal uitzinnig, werd meegezongen. Een mooi intermezzo van Lenny Kaye, trouwens, met zijn cover van You’re Pushing Too Hard, oorspronkelijk van The Seeds. In 1971 voor hij gitarist werd in de Patti Smith Group schonk Lenny Kaye ons de baanbrekende en invloedrijke compilatie Nuggets: Original Artyfacts From the First Psychedelic Era 1965-1968, een verzameling van 24 vroege punk rock-pareltjes.
Wat nog meer? De apotheose van Rock & Roll Nigger, met deze onsterfelijke regels:

Jimi Hendrix was a nigger.
Jesus Christ and Grandma, too.
Jackson Pollock was a nigger.
Nigger, nigger, nigger, nigger,
nigger, nigger, nigger.

Outside of society, they're waitin' for me.
Outside of society, if you're looking,
that's where you'll find me.
Outside of society, they're waitin' for me.
Outside of society.

Ik had een zeer vreemd gevoel toen ik ‘outside of society’ meebrulde, dat moet ik eerlijkheidshalve toegeven. Maar dat doet niets af aan de waarde van dit concert. Mijn excuses voor de clichés. Ik kon niet anders.

15-05-07

HOPE SANDOVAL, EEN OBSESSIE

hope sandoval,fade into you,mazzy star,schoonheid,among my swan,muziek,pop,popcultuur,live,concert

Mijn liefde voor Mazzy Star en Hope Sandoval is obsessief. Ik luister bijna elke dag naar deze hypnotiserende muziek. De stem van Hope Sandoval en de gitaar van David Roback versmelten in elkaar als geliefden, als woorden in een door bloesems of meer artificiële middelen bedwelmde conversatie. Fade Into You uit So Tonight That I Might See is een van hun allermooiste samenwerkingen. Na de cd Among My Swan, met zoals altijd een bevreemdende titel, ging Sandoval haar eigen weg met the Warm Inventions, maar dat lijkt alweer een eeuwigheid geleden en sindsdien lijkt de zangeres van de aardbodem te zijn verdwenen. Ik heb haar twee keer zien optreden, een keer met Mazzy Star, een keer met the Warm Inventions, telkens in het donker. Het enige wat je met veel moeite kon zien waren de contouren van haar lippen terwijl ze bezig waren de allerzachtste woorden te vormen. Het was geen afwezigheid van licht, maar het waren donkerblauwe spots die haar bijna onzichtbaar maakten. Alsof zij niet in deze wereld wilde zijn, er zelfs niet wilde ademhalen, terwijl ze zich in zekere zin toch volkomen aan ons, toeschouwers, bewonderaars, gaf. In donkerblauw licht, op de tast.

07-05-07

JESSE SYKES: THE AIR IS THIN


jesse sykes 3



























Gisteren zag ik in een zaaltje van de Kruidtuin Jesse Sykes & the Sweet Hereafter, maar ik kan er haast niets over schrijven. Ik ben te moe. Voor de langharige zangeres met de toch wel bizarre stem aan haar optreden kon beginnen moesten we eerst een lange rij Franse, zeer vervelende en eentonige folkies ondergaan. Was het dan nog the Incredible String Band geweest, met een uitvoering van The Hangman’s Beautiful Daughter of Françoise Hardy met haar hele oeuvre… Maar neen, het waren Franse folkies op akoestische gitaren, fluitjes en kora’s met 28 snaren. Please come back, Toumani Diabate! Het was bijna middernacht eer aanving waar we voor gekomen waren. Ik zat niet bepaald naar mijn donsdeken te verlangen, maar kon me toch ook niet echt goed meer concentreren. Jesse Sykes is een vrouw met een jongensstem, ze heeft mooie lange haren; ik heb een sterk vermoeden dat ze Amerikaans-Indiaanse voorouders heeft, haar uitspraak van het Engels is niet helemaal Amerikaans of Canadees. Dat is een pluspunt. Haar liederen klinken melancholisch, ze zijn geschreven vanuit een diep verdriet, maar ook een groot verlangen naar ik weet niet wat. Het zoete hiernamaals, misschien, hoewel ik betwijfel of ze in die onzin gelooft. Jesse Sykes raadde ons aan om Neil Youngs Tonight’s the Night aan te schaffen, als we die cd nog niet in ons bezit hadden. Het is een van haar favoriete langspeelplaten. De dag tevoren had ik de titelsong gedraaid in mijn ‘nachtprogramma’: een verwantschap. Haar relatie met haar gitarist is even vreemd als haar verschijning en haar stem. Haten ze elkaar of hebben ze elkaar lief? The air is thin, zingt de zangeres, met een stem vol bittere weemoed, of is het toch lustgefluister? De band lijkt wat op Crazy Horse, maar dan meer ingetogen. Wat moeten we van dit alles denken? Wordt ze even beroemd als Christina Aguilera, als Paris Hilton, als Geronimo, als Billy Green Bush (die nog in Five Easy Pieces van Bob Rafelson meespeelde)? Alles is mogelijk. Maar het is vooral vermoeiend om over zulke dingen na te denken. Zeker als je al moe bent. 

Ja, het leven is vermoeiend en de kranten schrijven niets dan onzin. Wat ik over Cat Power heb gelezen in De Standaard en in De Morgen grenst aan verbale misdadigheid tegen de menselijkheid. Maar – ogenschijnlijk – hebben deze kenners het laatste woord. Het zijn snobs die denken dat ze het allemaal beter weten omdat ze artiesten al tien jaar geleden zagen optreden in een klein zaaltje in Denderleeuw in het voorprogramma van De Mens of Het Dier. Wat is het allemaal vermoeiend en wat zet het aan tot buitensporig drankgebruik, waar je dan wel nog meer moe van wordt. Genoeg! De volgende keer zal ik het nog eens over mijn interessante zelf hebben.

11-04-07

DE LAATSTEN ZULLEN DE EERSTEN ZIJN


Ik wil er niet teveel woorden aan wijden, omdat ik daar te moe voor ben: het concert van Danny & Dusty was delicieus. Hoe daar op dat podium van de AB de rock & roll opnieuw werd uitgevonden, dat was mooi om te zien en vooral om te horen. Dan Stuarts stem is er op de twintig jaar tijd die er verlopen is sinds The Lost Weekend werd opgenomen werkelijk op vooruit gegaan; ze klinkt voller, volumineuzer en expressiever. Hij is zelf ook nogal volumineus, maar dat neemt niet weg dat hij tevens charmant is, ontwapenend zelfs, zij het altijd met een dreigend kantje. Het dreigende dat mensen soms hebben die op het randje van de waanzin leven. Ik weet niet of dat voor Dan Stuart zo is, maar het lijkt er wel op. Steve Wynn is minder exuberant, maar zelfs nog charmanter, met zijn lieve glimlach en zijn beheerst voorkomen. Het is duidelijk dat hij de zaken goed in de gaten houdt, zodat de waanzin niet uit de hand loopt. Enigszins beheerste gekte werkt beter.
Bij het begin van het concert is de elektrische machine nog niet helemaal goed gesmeerd, maar na een tweetal songs loopt het allemaal lekker: de keyboards van Chris Cacavas, de bas van Bob Rupe, de steelgitaar en de elektrische gitaar van Stephen McCarthy, de drums van Johnny Hott, de elektrische en akoestische gitaren van Steve Wynn en Dan Stuart. Vertederend is het dat beide heren op elkaars instrumenten spelen. Sommige muzikanten hebben wel twintig gitaren op het podium staan, Danny & Dusty samen twee. Hoogtepunten waren er niet echt, omdat het hele optreden één lang hoogtepunt was. Maar ik ben misschien het meest opgewonden geraakt bij King Of the Losers en Down To the Bone. Dat laatste werd met een extreme intensiteit gespeeld, zonder dat de muzikanten in de clichés van de hardrock vervielen. Deze band zou Bob Dylan moeten begeleiden, dat zou pas vuurwerk geven. De stemmen, de akkoorden, de woorden zinderen nog na in mij – en dat mag nog een tijdje blijven duren.

De eerstvolgende dagen schrijf ik geen woord meer over muziek. Ik ben geen muziekrecensent, hoewel muziek mijn halve leven is – of meer. Het echt diepzinnige werk van popjournalist laat ik aan geniale wijsneuzen als Serge Simonart. Ik ben maar een loser, nee, erger nog, ik ben maar een blogger. Mamma mia! Ik beloof meteen ook dat ik de naam van de wijsneus nooit meer zal neerschrijven, want negatieve reclame is net zo goed reclame.

07-04-07

BOB DYLAN'S NEVER-ENDING-TOUR : BRUSSEL 2007


Wat we gisteravond te horen kregen:

1. Tweedle Dee & Tweedle Dum
2. It Ain't Me, Babe
3. Just Like Tom Thumb's Blues
4. It's Alright, Ma (I'm Only Bleeding)
5. When The Deal Goes Down
6. Stuck Inside Of Mobile With The Memphis Blues Again
7. This Wheel's On Fire
8. Rollin' And Tumblin'
9. Boots Of Spanish Leather
10. Highway 61 Revisited
11. Spirit On The Water
12. Desolation Row
13. Nettie Moore
14. Summer Days
15. Like A Rolling Stone
16. Thunder On The Mountain
17. All Along The Watchtower

Helaas geen Blind Willie McTell en geen Positively 4th Street, maar wel een prachtig Just Like Tom Thumb’s Blues. Ik vond zowat alles uitstekend, behalve de uitvoering van afsluiter All Along The Watchtower. Daar was iets mis mee, al weet ik niet goed wat. Bob Dylan was goed bij stem en zong vooral de nieuwe nummers met veel kracht en overtuiging. This Wheel’s On Fire was niet slecht, maar het klonk een beetje bizar. Ik heb in jaren niet meer zo gedanst als gisteravond op de rockabilly van Summer Days. De enige wat zwakke schakel in deze band is gitarist Denny Freeman, die zonder enige verbeelding lijkt te spelen. Vooral bij Desolation Row en All Along the Watchtower viel dat op en stoorde het me. Maar het was een heuglijke avond. Bob Dylan had een mooie witte hoed op. De rode hoed van Tony Garnier viel net zo goed in de smaak. Alleen Donnie Herron was blootshoofds. Ik begrijp niet dat Dylan zulke afwijking toestaat. Bij mij zou het niet waar zijn, zeker niet op goede vrijdag! How does it feel to be out on your own?

Die onuitstaanbare ijdeltuit Serge Simonart beweert in Humo dat bloggers mislukte popjournalisten zijn. Hij zegt ook dat Lou Reed met ideeën van hem gaat lopen. De man is niet goed wijs. Destijds had hij het over Ornette Coleman, een van de grootste jazzmuzikanten. Simonart ging er echter van uit dat Coleman een vrouw was. Op dat ogenblik wist ik genoeg over dat heerschap, ook al is hij ‘een goede vriend van David’. Bah!

12-02-07

IS ALLES IJDELHEID?

suicide,elvis costello,drugs,rock   roll,dood,antwerpen,vrienden,kunstenaars,schrijvers,nachtleven,brussel,ab,live,concert,punk,new wave


“All these people that you mention
Yes, I know them, they're quite lame
I had to rearrange their faces
And give them all another name.”

Bob Dylan, Desolation Row.

Hij dacht niet meer aan Phyllis. Hij zag haar niet meer. Uit het oog is uit het hart, zeggen de mensen. Wel wist hij dat ze aan de grens woonde, bij haar zus Marcella en haar schoonbroer Louis en hun kinderen Raoul en Emma (naar Emma Bovary genoemd). De laatste keer dat hij haar had gezien was in café Het Spiegelbeeld of dat andere café, er net naast. Haar toenmalige vriend, een zekere Spano, was toen bij haar. Zij zag er niet slecht uit maar toch ook niet goed. Spano leek hem niet iemand die haar uit haar miserie zou weghalen. Hij had wel grootste plannen: hij zou detectives gaan schrijven, in de stijl van Raymond Chandler en Dashiel Hammett. Dat vertelde Spano hem toen ze aan de bar whisky zaten te drinken maar hij geloofde de would-be misdaadauteur niet. Sommige mensen gelooft hij onmiddellijk, van anderen heeft hij meteen door dat ze zitten te liegen of te fantaseren. Phyllis sprak weinig. Hij had haar anders gekend. Ze kon bijvoorbeeld de hele autobiografie van Claire Goll op een uurtje navertellen.


Dat was de laatste keer dat hij haar heeft gezien. Later had hij van Job wel gehoord dat het niet zo goed met haar ging. Ze had last van de lever en zo en ze at veel te weinig. Ze dronk veel, wat in haar toestand om problemen vragen was, en ze slikte pillen en nam hoestsiroop, Tux of iets dergelijks. Het belangrijkste was dat er codeïne in zat. Daar was ze verslaafd aan. Maar hij geloofde niet dat je van Tux kunt sterven. Sam Phillips zegt dat Elvis Presley van een gebroken hart is gestorven. Hij kon Priscilla niet vergeten. Voor Phyllis was het precies zo: het waren mooie jaren, met haar grote liefde, Mijl. Beatnikjaren, één lang feest met vrienden en drank en verrukking. Een tijd van rock & roll, een UP-periode. Punk en new wave waren ‘natuurlijke’ speed.

suicide,elvis costello,drugs,rock   roll,dood,antwerpen,vrienden,kunstenaars,schrijvers,nachtleven,brussel,ab,live,concert,punk,new wave

Hij is samen met Phyllis en Mijl slechts naar één concert geweest: Elvis Costello & the Attractions, op 16 juni 1978 in Brussel, met de New Yorkse groep Suicide in het voorprogramma. Tijdens de optredens braken rellen uit. Het begon al met het optreden van Suicide. Niet iedereen was even gek op het gegil van Alan Vega in 'Johnny Teardrop'. Een toehoorder vond het zo gortig dat hij Vega de microfoon uit de handen rukte. Na een korte pauze was Costello aan de beurt. Een boos kereltje boordevol drank en amfetamine. 'No Action' zong hij. En 'All this and no surpises for this year's girl...' Zijn optreden duurde niet langer dan de pauze. Het was wel heel krachtig. Maar wat een arrogant mannetje (vond hij toen). Het publiek werd razend, vanwege Alan Vega, vanwege de kerel die de micro had gestolen, vanwege het minimale concert van Costello. De veiligheidsmensen werden echter helemaal niet razend. Ze sloegen met microfoonstaanders op de voorste rijen van het razende publiek. Zelf had hij heel wat Captagon en Jim Beam naar binnen. Daardoor en natuurlijk ook uit pure morele verontwaardiging wilde hij de security op zijn beurt te lijf gaan. Gelukkig heeft Angelina hem toen tegengehouden of hij was waarschijnlijk in het hospitaal beland.

Die zelfde dag was Gisèle bij hen komen wonen. Hij en Angelina hadden Gisèle geholpen met haar verhuizing. Dat kon toen nog: eerst een hele dag verhuizen en daarna naar Brussel voor een concert en dan nog een nacht in de Antwerpse kroegen. De dag daarna hielden ze in de Dolfijnstraat hun Summer Party. Een kunstenaar die zich Crazy Dreamer noemde was die avond heel goed : hij heeft een uur lang heerlijke rock & roll gedraaid, wat in die punkdagen niet zo voor de hand lag. The Trashmen klonken echt heel nieuw en terzake, want de meesten die op de Summer Party aanwezig waren, waren trashmen. Geen job, geen vooruitzichten, weinig illusies. Tweede handskleren, muziek van the Clash, plastic en neon, goedkope wijn en tequila, amfetamine. Wat vroeger het leven in de goot werd genoemd (en sinds het midden van de jaren tachtig opnieuw, remember de yuppies), was voor hen een flitsende levensstijl. Sommigen die er toen bij waren zijn trashmen gebleven. Eigenlijk hoorde het ook zo. Om trouw te blijven aan zichzelf hadden ze allemaal trashmen moeten blijven. Maar je moet daar sterk voor zijn en hij was zwak. Daarom is hij geen trashman meer. En met Phyllis is het slecht afgelopen, of wat had je verwacht? Zij is een trashwoman gebleven, tot haar laatste snik. Alles is ijdelheid.

05-11-06

LUCINDA WILLIAMS: ROCK & ROLL WOMAN

muziek,rock,lucinda williams,country,live,pop,concert,ab

Ik heb niets geschreven over het concert van Lucinda Williams. Lezers van deze notities weten dat ik nochtans een fan ben. Het was een goed concert, maar vrij kort en toch ook wel een beetje een teleurstelling, vooral wegens het hoge rockgehalte. De mythe van seks en drugs en rock & roll is Lucinda kennelijk een beetje naar het hoofd gestegen. Ik heb niet bepaald iets tegen harde rockgitaren en stevige bas en drums, maar vrijdagavond leed de subtiele zinnelijkheid, zo kenmerkend voor Lucinda Williams, daar toch wel onder. Ze was wel heel goed bij stem. De paar nieuwe songs die ze ten gehore bracht beloofden veel goeds voor de nieuwe cd. Een van die nummers was, zo merkte ze bescheiden op, geïnspireerd door God en Jim Morrison. Mij deed het vooral aan Patti Smith denken, maar ja, die dame is ook in de leer geweest bij de Lizard King. Ik laat het hierbij, omdat er sinds het concert en dit moment al te veel tijd verstreken is om nog echt spontaan te kunnen zijn. Versta me echter niet verkeerd: mijn lichte teleurstelling ging echt wel gepaard met veel luisterplezier. Alleen weet ik dat Lucinda tot meer en beter in staat is.

02-11-06

FREEDOM FOR THE STALLION


“Freedom for the stallion
Freedom for the mare and her colt
Freedom for the baby child
Who has not grown old enough to vote.
Lord, have mercy, what you gonna do about the people who are praying to you?
They got men making laws that destroy other men,
They've made money "God"
It's a doggone sin,
Oh, Lord, you got to help us find the way.

Big ship's a-sailing, slaves all chained and bound,
Heading for a brand new land that some cat said he upped and found.
Lord, have mercy, what you gonna do about the people who are praying to you?
They got men making laws that destroy other men,
They've made money "God"
It's a doggone sin.
Oh, Lord, you got to help us find the way.

Some sing a sad song
Some got to moan the blues
Trying to make the best of a home
That the man didn't even get to choose
Lord, have mercy, how you gonna be with people like John and me
They've got men building fences to keep other men out
Ignore him if he whispers and kill him if he shouts
Oh, Lord, you got to help us find the way
Oh, Lord, you got to help them find the way
Oh, Lord, you got to help us find the way.”

Allen Toussaint.

Ik noem voorlopig geen namen of titels. Je vindt ze bijna allemaal in de biografie en de discografie. Het was een schitterend, vrolijk concert, gisteravond in de AB. Een beetje een terugblik op een zeer gevuld scheppend leven. Ik heb de hand van de grootmeester mogen drukken.