23-04-10

DAT HEET DAN GELUKKIG ZIJN

 

JaneBirkin

Hoe goed je het hebt in dit onvriendelijke, ongastvrije land, waar niemand nog tevreden schijnt te zijn. Gisteren stond je in Antwerpen heel even naar de Schelde te kijken, stromend onder een zelfs schijnbaar gelukkige mensen troostende zon. Je wilde in het koude water springen, niet om je leven te beëindigen, maar eerder integendeel, om je leven te vernieuwen zoals de natuur in de lente, om je op een heidense manier wederom te dopen. Maar natuurlijk sprong je niet, met zo’n helder hoofd en omgeven door zoveel onuitgesproken schoonheid en in de ban van zoveel nog in het verschiet liggend geluk. Met zoveel zoveel. Als je er drie dagen eerder had gestaan was je misschien in dezelfde rivier, hetzelfde water,  gesprongen uit wanhoop, ontreddering, uitzichtloosheid. Nee, je zou het vast niet hebben gedaan, maar toch… En waarom? Stilte. Er is geen antwoord.

Gisteren praatte je met je vriendin over het geluk. Niet alleen over het geluk maar ook over Straw Dogs van Sam Peckinpah en de boeken van George Pelicanos, onder meer. Geen small talk, dat niet. Daar zijn jullie niet goed in. Het thema ‘geluk’ sprong er uit. Wat is geluk, wat maakt een mens gelukkig? Hoe lang duurt geluk? Je bent maar zelden gelukkig, het zijn uitzonderlijke en extreme momenten, die je de indruk kunnen geven dat ze een eeuwigheid duren. Als jij terugkijkt op je leven zie je dat je zulke momenten nooit zelf hebt gekozen. Dat is onmogelijk: ze moeten je overvallen, zoals een misdadiger dat in een heldere straat kan doen om je geld en waardevolle voorwerpen te stelen. Je hebt lange tijd  gedacht dat je geluk voorgoed tot het verleden behoorde, wat je lusteloos en ontevreden maakte, zoals zoveel andere inwoners van dit land. Maar gisteravond, bij een lekker glas Greco di Tufo, kon je je vriendin met zekerheid vertellen dat er je zonder enige twijfel nog heel wat momenten van geluk te wachten stonden. De mogelijkheid tot geluk, tot tevredenheid, tot genot, was je om de hals gevlogen. Was je te beurt gevallen. Had je overweldigd. Het viel je moeilijk om niet in bijna extatische woorden te spreken. Maar je hield je wat in, omdat je zag dat je vriendin er wat ongemakkelijk van werd, misschien zelfs wat jaloers – terwijl jullie elkaar al sinds 1982 kennen en er nooit van liefde of zelfs maar verlangen sprake is geweest (al kan dat verlangen er natuurlijk wel geweest zijn, dat weet je gewoonweg niet). Jullie vriendschap is er een zoals tussen broer en zus. Jullie zouden in eenzelfde bed kunnen slapen en elkaar een kuise nachtzoen geven voor het snurken begint. Maar zelfs dat hebben jullie nooit gedaan. Er was alleen de troost van de vriendschap tussen een man en een vrouw.

Overigens hoort het ook niet als je met een dame bent te praten over het geluk dat iemand anders je schenkt. Maar waar het hart vol van is. Je komt ‘gelukkig’, dank zij een stel extremistische idioten, al gauw op een ander gespreksonderwerp. Je geliefde moederland,  je geliefde vaderland. Het paranoïde gewauwel dat je elke dag op de radio hoort, alsof de media met de nationalistische extremisten en separatisten samenspannen. Voor de Vlaams-nationale radio en televisie (VRT) is dat heel goed mogelijk: zij eten het brood van de separatisten. Maar daar wil je nu niet op doorgaan. Er zijn andere akkoorden, andere koren en gezangen die moeten gezongen worden dan die van vetzakken en profiteurs. Wilhelm Reich vroeg het zich al af: waarom kiezen wij ervoor om geregeerd te worden door onderdrukkers, profiteurs, parasieten, kinderverkrachters, intellectueel en seksueel imbecielen? Waarom verkiezen wij zulke mensen om ons te vertegenwoordigen in een klein zaaltje, parlement heet het, waar alleen nog maar rauwe kost wordt gevreten en niemand mekaar lust noch kust. Waarom verkiezen wij mensen die ons liefst van al dood willen, zodat zij de enige overlevenden zouden zijn, na de oorlog die zij zelf hebben ontketend.

Nu word ik ik, of toch een beetje.

Ik doe niet meer mee. Ik wil nergens meer bij horen. Ik wil bij de goede mensen horen die het goed bedoelen. Die de wereld willen veranderen in een tuin, in een park, waar we elkaar kunnen ontmoeten als vrienden, kameraden, geliefden, vrije en verantwoordelijke mensen, als vaders en moeders, als geliefden die elkaar overal waar ze willen kunnen kussen en strelen, in alle talen van de wereld en de niet-wereld. Een wereld waar alle utopieën met elkaar verzoend worden, als een parfum waarin de essentie van de beste bloemen samengebracht wordt. En wat ik hiermee bedoel is dat in elke mens een beste bloem aanwezig is. Je moet alleen voetstappen zetten en snuiven en ruiken en ruikt er voor ons mensen iets lekkerder dan het geslacht van vrouwen, van mannen, van witte, van zwarte, van gele, van bruine, van violette, van indigo, van markante mij onbekende kleuren? Jullie ruiken allemaal zo lekker. Maar het liefst ruik ik toch nog altijd de geur van mijn geliefde. Omdat er niet een enkele reden voor is. De geur van mijn geliefde geeft mij de woorden om dit te schrijven en op die wijze niet aan ontevredenheid ten onder te gaan. De huid van mijn geliefde maakt van mij een mens die qua huid niet verschilt van andere mensen en dieren. De tong van mijn geliefde kent geen enkele afzonderlijke taal maar kent duizend of meer talen als een mooie man of een mooie vrouw ze zingt of in haar oren fluistert. Een man of een vrouw is mooi als hij of zij in die talen liederen maakt, ze zingt of in haar oren fluistert. De ogen van mijn geliefde kijken ongerust maar tegelijk met vertrouwen naar onze toekomst, de onzekerheid die ons allen te wachten staat. Het lichaam van mijn geliefde heeft nieuwe levens geschonken, en daarmee wereld, toekomst, liefde en haat, oorlog en vrede.

Ik vertel haar over mijn leven. Een leven van droefheid, geluk, verdriet, haat, weerzin, afkeer, tederheid, woorden, beelden, gebaren, stellingen en strelingen, afzondering en verlangen, begane en onbegane wegen, vriendschap, tederheid, warmte in de winter en koude kussen in de hete zomer. Ik vertel haar over bergen en wijn, over de zee en sommige steden. Zij vertelt me haar leven. Stapje voor stapje. Dan is er muziek die alles wat we zeggen overstijgt. Dan kussen we elkaar en nemen we scherpe messen om ons los te snijden van elkaar. De straten worden rivieren van bloed. Ik vergeet mijn bril in de auto van mijn geliefde. Ik denk dat zij niet wenst dat ik over die bloedrivieren schrijf, terwijl wij elkaar net zo lief hebben en bloed een metafoor is voor de verbondenheid. Net op tijd herinner ik me mijn bril. Ze stopt even, ik zie haar als een aardse godin, als ze me die kleine glazen in de handen stopt. En dan rijdt ze weg, naakt onder een dun stofje. Alsof ze een personage is uit een film van Russ Meyer. Al zijn actrices zijn sexy en hun borsten overweldigen je. Dat ze sexy zijn en humoristisch heb ik altijd fijn gevonden, maar ik ben gek op de borsten van mijn geliefde. Ik ben gek op de borsten van  Charlotte Rampling en Jane Birkin. Je zou kunnen zeggen: ik ben de anti-Russ Meyer. Ik ben doodgewoon gek. Iemand die liefheeft is altijd gek. Iemand die de wereld liefheeft is het gekst van al. Freud zei dat het doel van het leven de dood is. Ik denk dat het doel van de dood het leven is.

 

12-06-05

CHARLOTTE RAMPLING, MON AMOUR


posing_0064

Een tijdje geleden wilde ik het nog hebben over de slaperige ogen van Charlotte Rampling, maar dat lukte niet meer omdat ik in slaap viel. Ook nu lukt het niet, wegens gebrek aan inspiratie. Misschien bestaan de woorden die je daarvoor nodig hebt niet eens. Ik zal het eens aan Patrick Conrad moeten vragen, als die nog leeft. Om mij te troosten zet ik hier dan maar een foto, waarop Charlotte Rampling's ogen heel goed te zien zijn.
 
Zo zijn we allemaal tevreden en kunnen we van onze welverdiende rust gaan genieten.

25-05-05

LEVE KARL MARX, CHARLOTTE RAMPLING (EN DE TEPELS VAN DE DANSERESSEN)

film,charlotte rampling,hallo hotel,rene pollesch,john cassavetes,karl marx,liliana cavani,slaap,kunstenfestival,rosas,anne teresa de keersmaeker,raga for the rainy season,a love supreme,john coltrane,mccoy tyner,danseressen,tepels,sublimatie,verkeeerde keuzes

Het kunstenfestival in Brussel is een theaterfestival (tenzij ik wat dingen mis, wat best mogelijk is, gelet op mijn omstandigheden, die ik hier de voorbije weken meer dan voldoende uit de doeken heb gedaan). Gisteren zag en hoorde ik Raga for the rainy season / A love supreme? Danspasjes geleid door Anne Teresa De Keersmaeker (wat een moeilijke naam, hoe kunnen Turken, laat staan Engelsen, die ooit goed gespeld krijgen?) en het Rosas clubje. Mooi gedaan, fijne kleertjes, een sober podium, heerlijke Aziatische muziek in het eerste deel en na de pauze de tijdloze John Coltrane in wellicht zijn beste suite (waarbij zeker ook McCoy Tyner niet mag worden vergeten). Maar grijpt dit spektakel je aan, verandert het je leven? Betekent het iets? Niet veel. Geen sterveling kan tot de hoogten van 'A Love Supreme' opstijgen, zelfs geen kunstenaar of choreograaf, maar ik geef toe dat dit een mooie poging was. Het eerste, Indische deel deed me echter meer: je zou kunnen zeggen dat het hele menselijke bestaan erin aanwezig was, met melancholie als boventoon. In het tweede deel werd een religieuze extase nagebootst. Tijdens beide delen dwaalden mijn gedachten meermaals af van de danseressen (en vergat ik ook hun tepels, die ondanks mijn hardnekkige pogingen tot sublimatie toch altijd weer mijn aandacht trekken) en gaf ik me onvrijwillig over aan gepieker over werk, ongezondheid en mislukking. Op twee uur tijd passeerden heel mijn leven en vooral alle verkeerde keuzes die ik ooit gemaakt heb de revue. Ik zat daar een soort van doodstrijd te beleven. Soms is naar het theater gaan geen pretje. Maar ik wil niet overdrijven. Ik zat bij Rosas niet de hele tijd aan de dood te denken. Ik heb ook fijn genoten, vooral van de muziek van Coltrane, die thuis nooit zo luid staat als in de Hallen van Schaarbeek. 


Wat ik een echt buitengewone voorstelling vond tijdens dit kunstenfestival was Hallo Hotel van René Pollesch, qua structuur en plot gebaseerd op 'Night Porter' van Liliana Cavani en Opening Night van John Cassavetes. Het stuk is vooral een aaneenschakeling van schizofrene scènes vol geschreeuw en gebral over het lichaam, de communicatie (of het gebrek daaraan) en de productiemiddelen. Karl Marx in de 21ste eeuw, maar ontspoord, ontregeld. Mooie Berlijnse vrouwen ook. Ze heten Stefanie Dvorak, Johanna Eiworth, Caroline Peters, Sophie Rois. Ik ben te moe om er dieper op in te gaan. Ik had graag nog wat verteld over de slaperige ogen van Charlotte Rampling, een echte actrice (onder meer in Night Porter) maar ook een personage in Hallo Hotel. Maar mijn eigen ogen vallen toe van de slaap. Ik kan dit zelfs niet meer nalezen.