05-11-16

ZERO DE CONDUITE: WILD LIFE

aguirre-19.jpg

Zéro de conduite is een POPprogramma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Een muzikaal evenement voor allen en voor niemand. Uniek in het universum. Stem af op 106.7 FM. 
Je kunt Zéro via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

Wie heeft nooit verlangd naar een wild leven? Wild in elke betekenis van het woord. Ik denk dat we in ons hart allemaal wild zijn, wat David Lynch en Sigmund Freud heel goed weten/wisten. De ene mens is al wilder dan de andere. Een edele wilde of een verschrikkelijke wilde – en alles daartussen. Cultuur en beschaving zijn dunne lagen, waaronder de geordende chaos heerst. Vaker dan ons lief is krijgt onze wildheid de bovenhand, onze woestheid, ons geweld, onze buitensporige verlangens. We verlangen naar rust en vrede maar verzetten ons tegen conformisme, wetten, taboes. Al van bij de geboorte trekt de wildernis ons aan. Maar zij blijft voor de meesten van ons een lokroep, een mysterieuze, angstaanjagende duisternis in een zee van verblindend licht.

Vaak stellen we ons tevreden met een gesymboliseerde wildheid, zoals die ons in films, romans, liedjes wordt aangereikt. Maar lang niet altijd. Heel wat van de zangers, zangeressen en muzikanten die vanavond aan bod komen hebben op zijn minst voor een deel een wild leven geleid. Zij begaven zich naar de overzijde, de donkere kant van de stad, zij kozen voor een ‘walk on the wild side’, om het met een titel van een roman van Nelson Algren en van een lied van Lou Reed te zeggen.

Veel luisterplezier!

nekocase_wide.jpg

Walk On The Wild Side - Transformer - Lou Reed

Teenage Wildlife - Scary Monsters (And Super Creeps) - David Bowie

Wild Roses - Through The Devil Softly - Hope Sandoval & The Warm Inventions

Wild Sea - 60 Watt Silver Lining - Mark Eitzel

Where The Wild Roses Grow – Murder Ballads - Nick Cave & The Bad Seeds

Wild Is The Wind - Nina Simone At Town Hall - Nina Simone

Any Day NoW (My Wild Beautiful Bird) - The Look Of Love: Burt Bacharach Collection - Chuck Jackson

Runaway Child, Running Wild - Cloud Nine - The Temptations

Wild Night - Tupelo Honey - Van Morrison

Go Wild In The Country - See Jungle! See Jungle! Go Join Your Gang, Yeah, City All Over! Go Ape Crazy! - Bow Wow Wow

Animal Wild - Happy Come Home - Victoria Williams

Wild Sky Revelry - Travels in the Dustland - The Walkabouts

Wild Creatures - The Worse Things Get, The Harder I Fight, The Harder I Fight, The More I Love You - Neko Case

Running Wild - Waiting For The Moon - Tindersticks

Wild Flowers - Gold - Ryan Adams

Wild Horses - Burrito De Luxe - The Flying Burrito Brothers

Wild Billy's Circus Story - The Wild, The Innocent & The E Street Shuffle - Bruce Springsteen

Frank's Wild Years - Swordfishtrombones - Tom Waits

Wild Ox Moan - Giant Step & De Ole Folks At Home - Taj Mahal

Wild Life - Trout Mask Replica - Captain Beefheart & The Magic Band

Wild Cat Loose in Town - Bird Call! - The Trashmen

Wild Wild Party - The Best Of Charlie Feathers - Charlie Feathers

Real Wild Child - The Golden Age Of American Rock & Roll - Vol 6 – Ivan (Jerry Allison / The Crickets)

I'm Wild About You Baby - His Blues: 1947-1959 - Lightnin' Hopkins

Wild Thing - From Nowhere - The Troggs

Born To Be Wild - Easy Rider - Steppenwolf

My Wild Love - Waiting For The Sun (40th Anniversary Mixes) - The Doors

Wild Honey - Wild Honey - The Beach Boys

Wild Country - Hollywood Dream - Thunderclap Newman

Wildwood Boys - The Long Riders: Original Motion Picture Soundtrack - Ry Cooder


bow-wow-wow2-jpg.jpg

Bonus tracks (op eigen risico beluisteren):

Wild Love - Chris Isaak - Chris Isaak

Wild Ride - This Time - Dwight Yoakam

Wild Old Dog - American Kid - Patty Griffin

You're Running Wild - Elite Hotel - Emmylou Harris & Rodney Crowell

Wild John - Pickin' And Fiddlin' - The Dillards

Born To Be Wild - Juke Joint Boogie - Jimmie Skinner

Mary Of The Wild Moor - The Christian Life - The Louvin Brothers

The Wild Side Of Life - Riding That Midnight Train - The Stanley Brothers

Wild Bill Jones - His Folkways Years 1963-1968 [Disc 1] - Dock Boggs

My Lady’s A Wild Flying Dove - Ramblin’ Boy - Tom Paxton

All The Wild Horses - Trouble - Ray LaMontagne

Little Wild One (No. 5) - The Best Of Marshall Crenshaw - Marshall Crenshaw

Something Wild – Perfectly Good Guitar – John Hiatt

mickey-one 1.jpg

Research, techniek en presentatie: Martin Pulaski
Afbeeldingen: Aguirre, der Zorn Gottes (Werner Herzog); Neko Case; Bow Wow Wow; Mickey One (Arthur Penn).

25-07-16

KERSEN

 

2015-11-09-brussel 052.JPG

Het is niet zo dat ik maar geen onderwerp kan vinden om over te schrijven (of om over na te denken). Als er wat dat betreft al een probleem bestaat is het dat er te veel onderwerpen zijn en dat er te veel tot nadenken stemt. Van dat laatste schrik ik wel even: kan er hoegenaamd te veel zijn om over na te denken? Als je het in zijn algemeenheid beschouwt wellicht niet, maar voor een enkeling, voor een individu is er te veel stof, te veel materiaal, er doet zich te veel voor, er zijn te veel impulsen. Op losse blaadjes, in schriftjes noteer ik allerlei invallen of observaties, ergernissen zijn het jammer genoeg ook vaak – maar wat doe ik daar mee? Het is een toenemende chaos. Toen ik veel jonger was dan nu leefde ik chaotisch maar streefde, veelal onbewust, naar orde. Ik was ervan overtuigd dat die orde er met de jaren zou komen. De orde zou het meesterwerk zijn, waar Bob Dylan over zingt in ‘When I Paint My Masterpiece’. Maar die orde is niet gekomen, en zal nu ook niet meer komen. Ik besef zelfs dat er in mijn leven (en in het algemeen) aanvankelijk veel meer orde was en nu veel meer chaos. De woestijn groeit.
Maar gisteren kocht ik kersen op de markt. Ik stelde vast dat ze als je enige inspanning doet om met smaak te eten, met concentratie, nog steeds dezelfde smaak hebben als ze in mijn kinderjaren hadden. De kersen smaken naar kersen, ze zijn lekker en sappig en zoet. Niet alles valt uiteen in onbegrijpelijke flarden. Er is samenhang in de tijd, ondanks alle ontbinding en entropie. Toch ga ik nu geen gedicht over de smaak van kersen schrijven als er zich alweer een jonge man heeft opgeblazen, dit keer in een straat in een stadje in Beieren. Dat had net zo goed gisteren op de Zuidmarkt kunnen gebeuren, waar ik die kersen heb gekocht. Gelukkig liep daar omdat het vakantie is niet al te veel volk rond. Wat dan weer invloed had op de prijs van die lekkere kersen, dat is ook een samenhang. Een samenhang van chaotische aard, dat wel: wat mij betreft zijn de wetten van het neokapitalisme helemaal geen wetten maar drukken ze de ultieme chaos uit. Datgene waar niemand nog vat op heeft.

***

Foto: Martin Pulaski, Brussel, 8 11 2015

20-02-16

ORDE VAN DE DAG*

hail 1.jpg

Nu weer de oude vertrouwde onrustige slaap, met om het half uur wakker worden om te kijken of het nog geen half acht is. Het is nog maar drie uur, half vier, et cetera. Over dat patroon maak ik me minder zorgen dat over een lange, diepe slaap waaruit ik me maar met moeite los kan rukken. Mensen zijn vreemde wezens, niets menselijks is ons vreemd.

Een vriend liet me een onbekend lied van the Byrds horen. Het stond op een tape die uit een grote witte magical mystery box kwam. Daar zat nog ander materiaal in, onder meer palimpsesten, teksten die van achteren naar voor waren geschreven, mystieke traktaten, kosmische muziek. De song zelf was mooier dan om het even wat the Byrds ooit op plaat hebben gezet, mooier dan ‘Draft Morning’ en ‘Hickory Wind’. Hij klonk ook als een palimpsest, meerlagig, met zang en instrumenten die in sommige gedeeltes achterstevoren waren gemixt. Toch was het geluid helder, transparant (niet als glas maar als vleugels van grote witte vlinders in de zon). Het was de ‘typische’ sound van the Byrds, maar nog meer pastoraal, met nog meer hunker, met een duidelijk uitgesproken verlangen naar eenwording met de natuur, met het Al – en daar tegenover de melancholie die het gevolg is van de onmogelijkheid van zo’n eenwording. De verscheurdheid van de mens die alleen staat in de natuur, zoals een personage op een doek van Caspar David Friedrich. Een verscheurdheid die met veel schoonheid - tedere en etherische geluiden, harmonieuze zangpartijen – wordt uitgedrukt, niet met brutaliteit, niet met geluidsterreur. Het lukte me om hier en daar een woord van de achterstevoren geschreven tekst te ontcijferen. Ik besefte dat ik hier de sleutel kon vinden voor de deur naar een andere vorm van waarnemen en ervaren. Maar dan had ik geduld nodig en tijd.

0notorious.jpg

Het is erg mistig maar je voelt dat de zon er al door wil dringen. Nog even wachten voor ik de ramen open. Frisse lucht in deze kamers.

Het is niet goed als de patronen die je dagen bepalen een routine worden. De herhaling - van altijd dezelfde handelingen op dezelfde uren van de dag - is een kwelling, een koud vuur dat je opbrandt zonder dat je er erg in hebt. Herhaling en routine maken je oud en moe. Maar anderzijds heb je discipline nodig om te kunnen werken, om ‘geestelijk’** te kunnen leven. Chaos maakt je net zo goed kapot als orde. Is het mogelijk de ene dag chaotisch te leven en de andere gedisciplineerd, de ene dag als een anarchist de andere als een emotionele fascist (om eens een uitdrukking van Elvis Costello te gebruiken)?
0frances-mcdormand-as-c-c-calhoun.jpg

Na lang geaarzel en nietszeggende argumenten pro en contra dan toch naar de cinema. ‘Hail, Caesar!’ van de gebroeders Coen. Ik heb van al hun films genoten, van hun stijl, hun humor, hun dialogen, van alles. Het meest van al van ‘Fargo’, in mijn ogen een meesterwerk van zwarte humor. Soms doet het werk van de broers me wat aan dat van Mel Brooks denken. Maar heb ik destijds niet veel van Mel Brooks gehouden? De Coens doen het echter allemaal nog beter. Niet alleen de humor, de satire en pastiche maar ook en vooral het verbeelden (in beeld brengen) van de tijd, van specifieke tijdsperiodes. Van ruimte in de tijd, van locaties en personages. En er is bij hen niet alleen maar humor en satire maar ook drama, passie en zelfs tragedie. In ‘Hail, Caesar!’ sprak de eigenlijke intrige, het Christus-verhaal zal ik het maar noemen, mij meer aan dan de ‘fragmenten’ – elk in een specifiek genre, melodrama, musical, western, zwemfilm – die er zijn in ingebed. Het maakt mij niet uit of dat verhaal ernstig mag genomen worden of niet, voor mij is het een mooi voorbeeld van een kleine heroïsche strijd tegen corruptie, verleiding, bedrog, zelfverlies. Het is niet nodig om in Jezus, de duivel of god te geloven om geraakt te worden door een passiespel. De fragmenten, pastiches van Hollywoodgenres zoals die in het begin van de jaren vijftig werden gedraaid, vond ik bijwijlen minder geslaagd. Zeker de musical ‘No Dames!’ had beter gekund. Waarschijnlijk was het budget van de regisseur van de matrozenfilm wat te klein om zo’n dansnummer tot in de kleinste details te verzorgen. Het is zelfs mogelijk dat de gebroeders Coen het zo bedoeld hebben. Het meeste pret heb ik beleefd aan de vergadering met de geestelijken waarin over de aard van god en Jezus wordt geredetwist, aan de bijeenkomst van de communistische scenaristen en aan de stukjes met Scarlett Johansson (voor mij voor altijd het meisje uit ‘Lost In Translation’, nu wel erg grofgebekt), Tilda Swinton (voor altijd de echtgenote van David Bowie) en Frances McDormand (voor altijd een zwangere politieagente).
Ik ging ervan uit dat ‘Hail, Caesar!’ een film voor het zogeheten ‘grote publiek’ was. Maar gelukkig is dat niet het geval. Alleszins heb ik geen geur van popcorn opgesnoven.
0tilda-david3.jpg

Op televisie ging het over de uitverkoop van de Europese Unie, het bedriegen en uitpersen van de Belgische bevolking, vooral van degenen die het financieel of op ander gebied moeilijk hebben, de grote meerderheid dus, en over de gunsten, geschenken en privileges van ‘onze’ regering voor de superrijken. Walgelijk spektakel. Escapisme is een tijdelijke oplossing, maar wat meer en meer noodzakelijk wordt is actie. Dat we eindelijk op straat komen en onze woede uiten, dat we eindelijk deze verdomde regeringen naar huis sturen en mensen verkiezen die ons werkelijk en rechtstreeks vertegenwoordigen.

...


*Stemmingswisselingen iii
**’Geestelijk leven’, is er iemand die die uitdrukking nog gebruikt?
Afbeeldingen: Scarlett Johansson; The Notorious Byrd Brothers; Frances McDormand; Tilda Swinton & David Bowie.

 

30-04-13

WILDE DAGEN

4-29-2013_066.JPG

Martin Pulaski, Antwerpen, 1980.

Alles stroomt in mij en alles bruist. Elke nacht neem ik een duik in mijn eigen rivier, de rivier die ik ben, de rivier die mijn leven is, mijn verleden. Beelden dringen mijn slaperig maar wakker hoofd binnen, beelden en woorden. Woorden die uiteenvallen in letters, in klanken. Geschreeuw, gefluister, gemurmel, sensuele stemmen, het bars getier van wat veel mensen Barbaren noemen maar geen Barbaren zijn. Mijn verleden dringt zich als een immense chaos aan me op. Heb ik er binnenkort weer vat op? Kan ik het geweld van de taal in mij, en van het onzegbare in mij nog aan banden leggen, er vorm aan geven, er een mooi en integer geschenk voor jou van maken? Vooralsnog niet. Vooralsnog moet ik de chaos die ik ben aanvaarden, in de chaos vertoeven. Maar op een dag, niet te ver weg, moet ik zeggen dat het genoeg is geweest. Tijd om weer aan de slag te gaan. Het verlangen naar een zin ombuigen in werk. Want al deze dingen gebeuren in mij op weg naar een werk dat noodzakelijk is.

 

21-02-12

BEWOGEN DAGEN 2.

 

IMG_3184.JPG

Martin Pulaski, Landschapsbureau, mei 2006.

Dit is het tweede deel van ‘bewogen dagen’. Deze overpeinzingen ontstonden in de periode 2005-2006. Ik heb ze de voorbije dagen gewikt en gewogen.

11.

Ik weet niet of ik een mooie – in de ethische betekenis - en goede mens ben. Ik doe mijn best, maar heb mijn gebreken. Ik ben egotistisch – een begrip van Stendhal - en misschien wel egoïstisch. Met psychologie loop ik niet bijzonder hoog op. Iemand als Carl Gustav Jung heeft mij nooit geboeid, het collectief onbewuste, de hele mikmak, dat vond ik te zweverig, te metafysisch. Ik ben meer geïnteresseerd in de realiteit, in wat zichtbaar is, in wat mensen – enigszins paradoxaal - in een soort van verblinding met elkaar doen, in wat toevallig gebeurt. Maar teveel realiteit kan je dan weer gek maken.

12.

Ik zou graag weer aan gymnastiek doen, of liever nog: zwemmen, maar het komt er nooit van. Nog niet zo heel lang geleden ging ik twee keer per week zwemmen, nu doe ik niets meer. Ik blijf bij de pakken zitten. Tijd om de pakken uit te pakken.

12.

Waarom ik in nogal wat autobiografische teksten de namen verander? Deels omdat ik me afvraag of de mensen die ik opvoer wel graag hebben dat ik ze opvoer. Deels omdat ik graag namen geef, zo kan ik toch een beetje voor god spelen. Ik verzin namen of laat me beïnvloeden door film, toneel, muziek, literatuur. Er zit geen logica in. X heet in het ene geval Y en in het andere Z. Ik laat me ook wat dat betreft leiden door het toeval.

13.

Ik weet veel over populaire muziek (blues, rhythm and blues, country, soul, rock, enzovoort), maar weinig over de liefde. Een zweep, die je volgens Nietzsche nodig hebt als je bij de vrouwen gaat, bezit ik niet. Ik ben radicaal tegen geweld.

14.

Met een auto rijden? Dan wel ergens waar er weinig auto’s zijn. In de woestijn. Of over the blue highways. Ik heb vandaag veel te veel auto’s ingeademd. De oude wagens waren zo mooi. Als kind droomde ik van Cadillacs en Oldsmobiles en zo. En het Straatsburgdok, en de gebouwen van Le Corbusier (die ik nu verafschuw). Le Corbusier was – misschien onvrijwillig – een fascist.

15.

Waarom zou ik niet twijfelen? Hoochiekoochie en eigenlijk alles wat ik schrijf en meedeel is op twijfel gebaseerd. Twijfelen is bijna hetzelfde als ademhalen. Ben ik onduidelijk? Misschien wel. Ik aanvaard chaos, hoewel ik mij er soms tegen verzet. De wereld is onduidelijk, waarom zou ik dan geen onduidelijke taal spreken? Hoewel de taal mijn grootste liefde is. Mijn onduidelijke liefde. Mijn chaotische, twijfelachtige liefde.

16.

Blijkbaar kennen anderen mij beter dan ik mezelf ken. Maar waarom zou ik mezelf moeten kennen? Is dat geen onzinnige eis? Ik probeer mij te concentreren, maar het gaat niet. Ik ben ziek. Zie je, alweer geklaag… Vandaag kan ik helemaal niets schrijven. Er zijn zo van die dagen, weken soms. Alleen maar van die korte zinnetjes, die nergens naar leiden. Van die korte zinnetjes, waar ik vroeger zoveel omwegen voor maakte, als het moest zelfs via 'gevaarlijke' cafés aan de Midi, waar Albanese misdadigers met elkaar afrekenden, of reizen in Amerika in oncomfortabele greyhoundbussen.

17.

Ben ik een rare meneer? Ik vind mezelf geheel normaal. Sommige andere mensen vinden mij waarschijnlijk nogal bizar. Ik kan zelfs niet meepraten over den Anderlecht of Het Eiland... Ik zou wel willen, maar ik kan niet.

 

18.

Ben ik een goed opgevoede, beleefde man? Misschien ben ik wat vreemd, hoewel ik dat betwijfel, maar ik ben er nogal zeker van dat ik beleefd, zelfs hoffelijk ben, hoewel dat door m'n schuchterheid soms niet wordt opgemerkt. Bovendien heb ik het gevoel dat goede manieren nu geen rol meer spelen. Maar ik schud ze ook niet zo maar van me af, zoals Patti Smith dat kan, die soms op de grond spuwt. Ze doet dat overigens sierlijk, elegant bijna.

19.

Ik drink nu een tweetal liter water per dag. Je moet dat water natuurlijk ook weer kwijt, en wij zitten in een landschapsbureau, wat als ik me niet vergis een eiland wordt genoemd. Ik heb gelezen dat het idee voor zulke kantoorruimtes van Le Corbusier komt. Waar ik werk gaat zowat iedereen die het kan weg. Het is er niet vrolijk. Maar ik heb geen ambities wat dat betreft en blijf dan maar tot het bittere einde (2010).

Als gevolg van dat werken in een landschapsbureau slapeloze nachten, of slaapgestoorde nachten, met als gevolg het opgebruiken van reserves. Nu ook tot juli een 'moeilijke' periode op het werk. Dat gaat daar met golven. Soms is er bijna niets te doen, en dan opeens moet alles tegelijk gebeuren.

 

20.

De liefde is mijn grootste taal.

20-02-12

BEWOGEN DAGEN 1.

 

gedachten,autobiografie,herinneringen,aforismen,2005,2006,internet,blogs,flickr,hoochiekoochie,schrijven,spreken,eenzaamheid,lezen,zelf,ego,egoïsme,egotisme,troost,vriendschap,huwelijk,liefde,werk,ministerie,chaos,literatuur,kunst,ziekte,gezeur,drinken,feest,zelfbeeld,anderen

Martin Pulaski, Zelfportret met Jack Nicholson, 2006.

Dit is het eerste deel van ‘bewogen dagen’. Deze overpeinzingen ontstonden in de periode 2005-2006. Ik heb ze de voorbije dagen gewikt en gewogen.

1.

 Ik lees nog maar weinig boeken. Er was een tijd dat ik bijna onophoudelijk las, maar nu zijn er zoveel meer dingen die om aandacht vragen. Ik bedoel voornamelijk het sirenengezang van het vermaak, maar niet alleen dat. We moeten onze schaarse tijd nuttig, zinvol en gevarieerd besteden, want hij vliegt, voor we het weten is alles voorbij.  Kon ik maar van dat gevoel af dat de tijd een vijand is, een dief. Kon ik maar in het nu leven. Van ogenblik tot ogenblik. En me er niet druk over maken of ik al dan niet lees, al dan niet reis, al dan niet liefheb of haat.

2.

Er bestaan twee soorten eenzaamheid. De positieve eenzaamheid die je rust brengt en je terugschenkt aan jezelf. Hoewel je in die toestand alleen bent met en in jezelf is hij toch niet mogelijk zonder gesprek, dialoog, vriendschap, etcetera. Uit de positieve eenzaamheid kan veel goeds ontstaan; ze is goed voor je geestelijke en fysieke gezondheid. Van ijdel gepraat krijg je hoofdpijn of oorontstekingen.

Je hebt eveneens negatieve eenzaamheid. Wanneer je je afgezonderd, geïsoleerd, buitengesloten voelt. Als er niemand is om mee te spreken, om mee te lachen. De andere, degene met wie je het gewicht van de wereld van je af kan schudden. Het feest van het samen-zijn. Als je dat allemaal mist. Dan is de eenzaamheid verlammend. Als je geen verwante zielen vindt. Als je het gevoel hebt dat de wereld er niet voor jou is. En het paradijs al helemaal niet.

In het paradijs is iedereen iedereens spiegelbeeld, niemand heeft er een eigen gedachte, een eigen woord. Maar natuurlijk bestaat er geen paradijs. Eenzame mensen zoals Dante en Milton hebben dat bedacht als troost. Ik heb Dante al lang niet meer gelezen, maar ik weet dat hij een eenzame mens was.

3.

Over de donkerte in mij kan ik weinig zeggen. Ik denk dat ik te weinig oog heb voor de mogelijkheden die het leven biedt. Ik denk dat ik me te veel bezig houd met het negatieve, met gemiste kansen. Maar een zwaar leven? Dat geloof ik niet. Af en toe zak ik nog eens door, en dan voel ik me een paar dagen ellendig, maar dat veroorzaakt geen ware donkerte. Want als ik doorzak – wat een lelijk woord - ontmoet ik nogal eens verwante zielen, en dat biedt troost. De troost van vreemden, zoals Tennessee Williams zei.

4.

Vaak blijf ik op allerlei vragen het antwoord schuldig. Laat mij nadenken, waarna ik hopelijk mijn gedachten op papier zal kunnen zetten. Het gaat niet om een paar lichtvoetige danspasjes. Ik wil tijdgebrek niet als excuus gebruiken. Maar ik doe het toch even. Ik werk nu enkele dagen thuis, waardoor mijn verantwoordelijkheidsgevoel ten aanzien van mijn baan toeneemt. Ik werk op een laptop die geen internetaansluiting heeft, beneden in de eetkamer, en niet hier in mijn werkkamer, waar de kans om ‘afgeleid’ te worden door boeken en sirenengezang te groot is. (Ik ben de inhoud van iTunes kwijt, meer dan zesduizend liederen; ik probeer dat al twee dagen te herstellen. Kleine problemen, het dagelijks leven…).

5.

Mijn gedachten zijn chaotisch. Ik zit met beleidsnota’s in mijn hoofd die ik moet analyseren en beoordelen. Maar ook met mijn verslaving aan mijn weblog (hoochiekoochie) en flickr. Is het wel een verslaving? Ik weet het niet. Alleszins heb ik er bewust voor gekozen om met een blog te beginnen. Ik had me uit de wereld van de ‘literaire mededeling’ teruggetrokken. Schrijven deed ik nog wel, maar de resultaten bleven in de la liggen. Af en toe deed ik eens mee aan een poëziemanifestatie of zo. Mijn laatste ontgoocheling was het einde van een literair tijdschrift hier in Brussel waar ik aan meewerkte. Brutaal heette het, voor een deel mijn geesteskind. Maar sinds mei vorig jaar heb ik me op die nieuwe vorm van mededelen gestort. Laat ik het een milde verslaving noemen.

Toch nog dit: ik denk niet dat ik vanuit een soort exhibitionisme foto’s op flickr zet. Het is eigenlijk een getuigenis, een autobiografie. Elke foto is een onderdeel van dat lange verhaal dat mijn leven is. Een verhaal met lacunes, met een subtekst, vulgair en subtiel tegelijk – en alles daartussenin.

6.

Ik ben ziek geweest, gisteren de hele dag in bed, donderdag te losgelaten feest gevierd, hybris, denken dat je alles aankunt, maar het lichaam... dat zit ook vandaag nog vol gif. En straks vertrek ik voor een personeelsfeestje naar Brugge. Alweer een feest, ik heb er geen zin meer in, kan er niet tegen. Ik zou veel liever hier alleen zijn en het gif uitzweten. Maar het zij zo.

7.

Ik ben degene die jij je voorstelt, niet degene die ik ben. Jij bent degene die ik me voorstel.

8.

Zijn we vanwege onze woorden al niet verantwoordelijk voor elkaar?

9.

Ik denk dat je kunt zweven én hier blijven, met je voeten op de grond.

10.

Het is goed dat je vrienden hebt, vrienden die je kunt vertrouwen. En: waarom geen vrienden die je niet kunt vertrouwen?

04-11-11

WEER EEN NIEUWE WEERLEGGING VAN DE TIJD?

 

borges_1921.jpg

De jonge Jorge Luis Borges, een momentopname.

Ik hecht veel meer waarde aan de commentaren van zoveel lieve en tedere en aandachtige mensen (op flickr) dan aan mijn eigen foto's. Daarom, ik herhaal het, heb ik die zo vluchtige reacties op een foto uit 1968 in de tekst van 1-11-11 even aan de vergetelheid willen onttrekken. Het gaat echt niet, in zoverre ik dat kan weten, om een narcistisch oprakelen van een voor mij idyllische tijd. Ik ben niet die jongen op de foto. Ik ben een andere, en dat moment is voor goed vervlogen. Evenmin was het een idyllische tijd. Ik geloof dat niemand ongelukkiger is dan een tiener, een jongen of een meisje van zeventien. En ik geloof nu dat in 1968 alle jongeren ongelukkig en ontevreden waren. Vandaar zoveel onrust, opstandigheid, escapisme. De beste mensen van mijn generatie gingen aan wanhoop en frustatie ten onder, om even Allen Ginsberg te parafraseren.

Woorden van waardering en liefde worden gauw vergeten. Ze aan de vergetelheid onttrekken? Onbegonnen werk, misschien, net zoals Borges' 'Nieuwe weerlegging van de tijd'. Bij Borges heb je vaak die tegenstelling tussen het vergankelijke en de eeuwigheid, de tijd die duurt, en doordat hij duurt ook vloeit en voorbijgaat, en het moment dat eeuwig lijkt, omdat het niet duurt, niet vloeit, omdat het stilstaat. 

Wij denken niet graag na over onze vergankelijkheid, kunnen ons niet voorstellen dat we er op een dag niet meer zullen zijn. We blijven plannen maken, al gauw is onze agenda voor een heel jaar ondergesneeuwd. Reizen, ontmoetingen, afspraken waarvan je zeker lijkt te zijn, maar die als drijfzand zijn, als onmogelijk te tellen zandkorrels op een vertrouwd strand. Nee, zandkorrels worden niet geteld, evenmin als haren. Zandkorrels nemen de golven mee naar niet vertrouwde streken, haren worden grijs en vallen uit. Om de tijd te trotseren draag je dan nog even een hoed. Of je wist de wilde dagen uit met wat plastische chirurgie. In een erger geval met niet-plastische chirurgie. Het zand raakt ondergesneeuw, onze agenda's vergelen in het zonlicht. Wij ademen de maan in en de sterren, maar ook dat duurt niet lang. Elk moment heeft zijn tijd en wat gebeurt en gebeurd is valt niet te weerleggen.

Wat een dom idee om mooie woorden, wensen en gedachten te willen onttrekken aan de tijd, de tijd die met zijn momenten de eeuwigheid nabootst.

05-02-09

DO YOU REALIZE THAT EVERYONE YOU KNOW SOMEDAY WILL DIE?


in the light

Heb je dat ook, dat je met het gevoel zit dat je niets meer weet? Dat je geen inzicht meer hebt, niets meer begrijpt. De wereld, alles wat bestaat, is opeens een gewriemel van ondoordringbare ‘dingen’, een immens moeras van particulariteiten, een chaos. Er is geen helderheid, je kunt niets onderbrengen in categorieën. Niets is verwant met iets anders. Wat is een mens? Wat is een gevoel? Wat is een emotie? Muziek is een grillige opeenvolging van zinloze klanken. Troebel water, een donkere zon, de weg naar de toekomst is de weg naar het verleden, de weg omhoog is de weg omlaag. Alles ontstaat en vergaat tegelijkertijd.

Is dit misschien een ervaring van de waanzin, een korte psychotische aanval? Is het een gevolg van te lang alleen zijn? Ik zit hier maar, soms lig ik even in de canapé. Ik zet een plaatje op: vervelend. Er is weer iemand dood. Je zou een in memoriam moeten schrijven. Maar waarom? Je praat met niemand. De muziek is afgelopen. Het is stil, af en toe het doffe lawaai van een voorbijrijdende auto. Je zou naar honderd voorstellingen kunnen gaan. Films, concerten, toneelstukken, vernissages. Brussel, Antwerpen, Gent, veel andere plaatsen. Maar je blijft op je stoel zitten. Of je doet een dutje in de canapé. Dan ontwaak je en weet je niet meer of het dag is of nacht. Je bent je zeer scherp bewust van de tijd. Het einde nadert. Vorige week kreeg je nog de tranen in de ogen toen je Wayne Coyne hoorde: “Do you realize that everyone you know someday will die?” De mooiste song van The Flaming Lips. En nu je je die tranen herinnert, herleeft er iets in je. Alsof verdriet je innerlijk verwarmt. Maar al die doden, hoe leef je daar mee? Je vrienden die uit het leven stapten, anderen die stierven van ongeluk, van waanzin. De muzikanten die je zag optreden en er nu niet meer zijn. Zoals Townes Van Zandt, met wie je graag bevriend was geweest. Je had meermaals met hem kunnen praten, of naar de kroegen gaan, maar je was te schuchter. Misschien nog een geluk dat je niet samen met Townes hebt zitten drinken. Anders zou je de herinnering nog veel pijnlijker zijn. Je herinnert je de vele nachten in Antwerpse cafés, pratend met Renée, een mooie, lieve vrouw, die veel las. Nu is ze al lang dood. Ashes to ashes, dust to dust. Elke keer als je een glas Porto drinkt, denk je aan haar. En je ouders, je grootmoeder, je tantes en ooms. Ludwig, je schoonbroer, geveld door kanker. Zou Evan Dando nog leven? Een gevoelige man, met een hemelse stem en onvergetelijke melodieën. The outdoor type. Nee, toch niet. En Hope Sandoval? De droomvrouw, maar maar altijd in het donker. Waar is ze? Waarom laat ze niets meer van zich horen? Ja, jongen, nog maar eens aan verwarring ten prooi. Terwijl om je heen de menselijke werkelijkheid uiteen lijkt te spatten, zit je op je stoel en ben je in de ban van het blauw.

Maar elke dag omstreeks middernacht begin je aan je oefeningen: schaduwboksen, gewichten heffen, push ups. Je voelt je sterker worden. Jou zal de dood niet zo vlug te grazen nemen. Ja, sterkere spieren, vaster vlees. Maar wat doe je met de wereld, met de mensen, waar je niets meer van begrijpt? Met je stilte? Me je afzondering? Wat te doen? Wat in hemelsnaam te doen?

Op de achtergrond, nee, op voorgrond klinkt nu opeens Myriam Makeba’s stem, Pata Pata. Every friday and saturday night it’s pata pata time!

Foto: Martin Pulaski, zelfportret.

08-02-07

VLINDERS, HANDGEKLAP EN STRAATMUZIKANTEN

chaos,muziek,vlinders,tim hardin,tanya donelly,blaise pascal,pop,popcultuur,woning,thuis

“Tout le malheur de l’homme est de ne pas savoir rester sage dans sa chambre.”

Blaise Pascal.

Om nog eens terug te komen op de chaostheorie. Een bekend voorbeeld is dat de vleugelslag van een vlinder een orkaan kan veroorzaken. Betekent dit dat we - zoals Blaise Pascal al bepleitte, maar om andere redenen – beter in onze kamer blijven en ons met onze eigen zaken bezighouden? Als we in onze salon in onze handen klappen na het beluisteren van een liedje van Tim Hardin, bijvoorbeeld Reason To Believe, is de kans misschien kleiner dat we een ramp teweegbrengen dan wanneer we een straatzanger een muntstuk geven. Of kunnen de muren van onze woningen de rampspoed niet tegenhouden? Ik weet het niet, ik ben geen chaostheoreticus en ben evenmin zinnens zo iemand te worden.
Ik heb vorige zaterdag een liedje van Tanya Donelly beluisterd, Butterfly Thing, en sindsdien houdt dat onschuldige met de vleugels slaan van vlinders me uit mijn slaap, ook al klinkt Tanya Donelly zacht en lief in dat lied. Overigens geef ik geen geld aan straatmuzikanten, om de eenvoudige reden dat er te veel zijn in Brussel. Met pijn in het hart loop ik ze voorbij en doe alsof ze niet bestaan, terwijl ze mij niet zelden weten te ontroeren met hun doorleefd gezang. In deze wereld leef ik. Binnenkort zijn de vlinders er weer. De tijd vliegt.

Foto: Tanya Donelly, 1989.

07-02-07

HOE VOORZICHTIGHEID TOT CHAOS LEIDT

pulaski,namen,chaos,naamgeving,waarheid,leugen,hunter thompson,pseudoniem,ronette pulaski,onthullingen,baltasar gracian,john wesley hardin,tim hardin,pop,popcultuur,junkie,fictie,maskerade,bob dylan


“All these people that you mention
Yes, I know them, they're quite lame
I had to rearrange their faces
And give them all another name.”


Bob Dylan, Desolation Row.

Gemaskerd ga ik door het leven. Een gemaskerde die de waarheid spreekt en om bestwil of voor de literatuur enkele fraaie leugens vertelt. Net zoals de verteller in Bob Dylan’s Desolation Row vertel ik mijn verhaal eerlijk maar verander ik de namen. Ook mijn naam. Ik ben niet ik. Je est un autre. Noem mij maar Martin Pulaski. Die geschiedenis is al bekend. Die moet ik hier niet nog eens herhalen. Ook over de verwanten Casimir en Ronette Pulaski doe ik er vandaag het zwijgen toe. Je mag me altijd komen vertellen wie ik werkelijk ben. De waarheid die geen waarheid is aan het licht brengen. Want wat betekent een naam, tenslotte? Er staat wel geen prijs op mijn hoofd. Je kunt er niets mee winnen. 


Bij de naamgeving in deze weblog denk ik aan de wijze woorden van Hunter Thompson: “Her name is Gail, but for vaguely legal reasons we will have to call her Jane. If I called her Gail we would have a lot of bitching from Lawyers.” Dat schreef Thompson in zijn autobiografie, Kingdom of Fear. Die titel is zijn naam voor de Verenigde Staten. Naar het mij voorkomt de enige juiste naam voor dat land. Maar dat terzijde opgemerkt. Ik noem Agnes Laura. Soms heet ze opeens Daphne. Ik vind dat niemand moet weten dat de naam van Agnes Agnes is. Dat doet niets terzake; het verandert niets aan mijn verhaal. Soms noem ik Agnes Daphne. Soms noem ik Laura Daphne. Je weet maar nooit, je moet altijd op je hoede zijn. Paranoïde mensen zijn zelfs niet voorzichtig genoeg. Satan is real, zingen the Louvin Brothers. Natuurlijk is satan reëel. Satan en de dood dansen samen rock & roll. Ze spuwen op de graven van onze dierbaren. Je moet al veel lef hebben om zelf je rock & roll schoenen aan te trekken, want zij zijn afgunstig als Griekse goden. Satan en de dood. Ook daarom verander ik de namen en vervorm ik de gezichten. Maar vooral voor een instelling die nauw met die twee reële niet-zijnden samenhangt: justitie. Een naam veranderen is niet liegen, het is voorzichtig zijn. Baltasar Gracian schreef een heel boek over de kunst van de voorzichtigheid, maar over namen geven vergat hij raad te geven. In zijn tijd bestonden natuurlijk nog geen weblogs. Dat zal de reden zijn. En de meeste hovelingen, zijn publiek, waren te vadsig om boeken te schrijven. Er waren wel uitzonderingen maar die belandden toen meestal op de brandstapel. Denk maar aan Giordano Bruno. Op het piazza Campo dei Fiori in Rome staat een mooi standbeeld van hem. Maar ik denk dat hij liever geen beeld had gehad als ook die publieke verbranding hem bespaard was gebleven.


Je moet zo waarachtig mogelijk zijn, maar jongens, wees vooral voorzichtig. Mag ik erop wijzen dat ik in tegenstelling tot de verteller van Bob Dylan niet alle namen verander. Wist je trouwens dat Dylans John Wesley Harding, een notoire boef uit het wilde westen, in werkelijkheid John Wesley Hardin heette? Een klein verschil, maar wel een verschil, vooral omdat Dylan meestal het omgekeerde doet: de G weglaten. Tim Hardin beweert dat hij een afstammeling is van de outlaw, maar dat schijnt een leugen te zijn. Tim Hardin was een junkie en een van de beste songschrijvers die ik ken. Zijn Lady Came From Baltimore is autobiografisch. I was there to steal her money.
Ik verander alleen de namen als ik denk dat het nodig is. Om mensen die ik graag zie in bescherming te nemen, bijvoorbeeld. Maar soms gebeurt het dat ik niet anders kan dan mijn vrienden opnieuw hun ‘ware’ naam geven. Mijn muze of wat het ook moge wezen gebiedt me dat dan. Muss es sein? Es muss sein.


Conclusie van die hele naamgevingbusiness is dat ik er niet meer wijs uit raak. Het zal een illustratie van de chaostheorie zijn. Of eerder omgekeerd, want de chaostheorie is niet chaotisch. Ik aanvaard de chaos, maar ik heb het er moeilijk mee. Mijn boeken staan allemaal mooi alfabetisch op naam. Allemaal? Ik overdrijf. Dat van Hunter Thompson niet, bijvoorbeeld.

Foto: Martin Pulaski

07-12-06

STORM EN CHAOS


Als ik zo stil blijf zal ik mijn kroon snel kwijt zijn. Bij Sargasso kijken ze onder meer naar gaten in je blog. Ik denk dat ze heel wat punten aftrekken als je een paar dagen niets meedeelt. Maar maakt het iets uit, een kroon of geen kroon? Als je stil bent, ben je stil en dat is nog meer zo als de wereld je sprakeloos maakt. In mijn geval is de toestand omkeerbaar, denk ik. Want deze sprakeloosheid heeft zowel met vreugde als met verdriet te maken. Als het alleen maar droefheid zou zijn, erger dan blues, dan zou ik wellicht niet meer spreken en zeker niet meer schrijven. Maar gelukkig zijn er momenten van diepe vreugde, van extase zelfs. Ik denk dat ik vooral stil ben omdat ik die momenten moet verwerken. Ik moet nog wat afstand nemen van wat ik de voorbije dagen heb beleefd. Daarna zal ik er wellicht iets over vertellen. Nu zoemen ruzies, ongenoegen, schaterlachen met een verre vriendin, WC Fields, David Lynch, een adembenemend concert van Misia, twee feestjes en een leuk avondje met een nabije vriendin als een hoorbare koorts in mijn hoofd. Alsof het een droom was herinner ik me ook twee zingende meisjes met wie ik vorige dinsdag in Le Coq zat. Alsof het een droom was, maar het was geen droom. Bijna een zelfde storm als buiten woedt in mijn denken, in mijn onbewuste en in mijn verbeelding. Dat is niet de geschikte toestand van waaruit je een samenhangende tekst kunt opbouwen. Storm en chaos kunnen wel interessant zijn, maar de chaos meedelen is voor mij – zeker op dit ogenblik – onbegonnen werk. Ik heb kennelijk de weg naar de (positieve) leegte, die open plek in mijn metaforisch bos, nog niet gevonden. Maar ik geef het zoeken niet op. Misschien moet ik eerst wat bomen omhakken, ook al is dat ecologisch weinig verantwoord. Tenzij het zo goed als dode bomen zijn. Terwijl ik die bomen omhak zal ik eveneens mijn ego wat strelen.

stilte,zwijgen,storm,chaos,ego,verbeelding,lamoriniere,nachtleven,drinken,zingen,vriendschap

Afbeelding: landschap van Jean-Pierre-François Lamorinière.

03-10-06

ALS DE GODEN ZWIJGEN MOETEN WIJ DE VREDE STICHTEN

oorlog,muziek,wapens,schieten,vijanden,woii,vader,chaos,oostenrijk,rock and roll,texas,familie,blues,pop,country,liefde,duitsland,extremisme,verbroedering,vijand,wereld,doden,fabien collin,goden

T-Bone Walker


Elke keer als je uit je bed komt ’s morgens (of op een ander moment van de dag) stap je in een vreemde, chaotische wereld. Wetenschappers en filosofen hebben er logica en orde proberen aan op te leggen, maar je kan je alleen maar afvragen of ze daar enigszins in zijn geslaagd. Ze hebben zich vaak volledig ingezet, elk voor hun project, vaak in dialoog met andere wetenschappers en filosofen, maar de wereld is een chaos gebleven. Ook de wetgeving, waarover zo lang is nagedacht, door zoveel deskundigen, stelt weinig voor. Iemand stapt ’s morgens uit zijn bed, koopt een geweer en kogels, rijdt naar een school, en schiet er een tiental kinderen neer. Waarom? Hoe kan dat gebeuren? Waarom zijn er geweren? Hoe komt het dat je zomaar kogels kunt kopen? Hoe komt het dat mensen liever wapens hanteren dan muziekinstrumenten? Omdat het gemakkelijker is een mens te doden dan een lied te spelen? Waarom verandert een land van kameraden, zoals Joegoslavië, van de weeromstuit in een land van aartsvijanden? (Ik weet dat ik simplificeer, maar toch komt het daar op neer.) Wat is een vaderland? Moet je dat vaderland – de democratie, de vrijheid van meningsuiting, enzovoort – toch verdedigen, ook als je geweten bezwaren aantekent tegen het gebruik van wapens? Of moet je je familie en vrienden laten vermoorden, verkrachten en folteren door de vijand? Waarom is er überhaupt een vijand? Waarom ben ik zo boos op het Vlaams Blok? Waarom zijn Vlaams Blokkers zo boos op meisjes met hoofddoekjes op en bepaalde mannen met baarden. Weet jij het? Heb jij antwoorden? Waarom is er iets en niet niets? 

Geef me water, geef me brood, geef me liefde, anders ga ik dood. Ik droomde de vorige nacht van tedere omhelzingen. Ik zwierf door Istanbul met twee van de mooiste meisjes van de wereld. Ik zag slangenbezweerders, grote diamanten, vervallen paleizen. Ik liep op een houten brug over een overstroomd kerkhof, waar tientallen lijken lagen te rotten. De tweede wereldoorlog heeft aan 25 miljoen inwoners van de Sovjet-Unie het leven gekost. Vijf miljoen Duitsers zijn omgekomen. Om maar iets te zeggen. Ik houd van Duitsland. Maar tijdens de tweede wereldoorlog was de mof de vijand van mijn vader. Mijn vader heeft tegen de Duitsers gevochten. Zij hebben hem gevangen genomen en op een boerderij in Oostenrijk doen werken. Daarna kwamen de Amerikanen chocolade uitdelen. Ik ontwaakte met hun rock & roll. Nog steeds luister ik bijna uitsluitend naar Amerikaanse muziek. Veel Texaanse blues, country en soul. T-Bone Walker, Janis Joplin, Townes Van Zandt. In Texas wonen bijzonder veel immigranten uit Duitsland afkomstig. Doug Sahm, veel te jong gestorven, een van mijn geliefde muzikanten, had Duitse wortels. Zie je, ik kom altijd bij de muziek terecht. Zo ben ik. Maar ik ben ook anders. Ik ben met zovelen. Probeer dat maar eens uit te leggen. Je est un autre. Et maintenant?

Afbeelding: Shirin Neshat.

22-03-06

WERKEN EN DROMEN



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 




Het is al een hele tijd geleden dat ik een dagboek bijhield. Ik moest er elke dag iets in noteren, ook op dagen dat ik niets te vertellen had, het was een ware obsessie. Geleidelijk aan nam die innerlijke dwang af. Ik ging berusten in het feit dat er periodes zijn in het leven die niet de moeite waard zijn om bij stil te staan, of dat die er wel zijn maar dat je de energie niet hebt om er iets mee te doen. Er kwam minder en minder in mijn dagboeken terecht. Soms kreeg ik maar twee of drie bladzijden op een heel jaar gevuld. Ik ben er dan maar mee gestopt. Wellicht had ik voldoende gezeten en gezwegen, mijn ‘onbewuste’ dwong mij om in beweging te komen, om te leven. De stad in, de nacht, dansen, rock & roll, reizen. De orde die het dagboek aan mijn leven had gegeven maakte plaats voor chaos. Alles verbrokkelde. Waar geloofde ik nog in? Wat waren mijn idealen? Waarom was ik tegen uitbuiting en onderdrukking, waarom noemde ik mij progressief en verdedigde ik de vrijheid van denken en doen? Ik had geen houvast meer. Erger nog, misschien, was dat ik mijn dromen vergat. Ik werd ’s morgens of ’s middags of ’s avonds wakker en er was niets meer over van het ‘nachtelijk’ bestaan, geen spoor (zeker geen bewust spoor). Ik wist met zekerheid dat ik nog droomde maar doordat ik de dromen niet meer systematisch noteerde in mijn dagboek – of nachtboek – bleven ze in het onbewuste achter. De hersenen waren niet soepel genoeg meer om ze in heldere beelden en zinnen om te zetten, om ze te vertellen. Af en toe noteerde ik nog wel eens iets op een stukje papier, maar dat was uitzonderlijk, op reis bijvoorbeeld. En zo is het nog altijd. Maar ik wil daar verandering in brengen. Ik houd nu ongeveer een jaar een weblog bij. Dat is natuurlijk niet hetzelfde als een dagboek. Een dagboek is een gesprek met jezelf, een weblog is mededeling. Je spreekt de anderen rechtstreeks aan (of toe). Wees gerust: ik zal hier geen bladzijden vol dromen noteren, want dat is zeer vervelend. Maar ik wil samen met het werk aan deze notities toch ook opnieuw op zoek gaan naar mijn nachtelijke schatten en verschrikkingen, en wat ik op die manier opdelf als grondstof gebruiken voor allerlei kunststukjes en duizelingwekkende evenwichtsoefeningen.

In ‘Donderslag op muziek. Een keuze uit zijn kladboeken’ van Lichtenberg (1742-1799) las ik vanmorgen het volgende:

“Wanneer ik in een droom met iemand redetwist en hij weerspreekt en onderricht mij, ben ik het die mijzelf onderricht, dus nadenkt. Dat nadenken wordt dus als een vorm van gesprek beschouwd. Kunnen wij ons er dan over verbazen dat volken in vroegere tijden datgene wat zij met betrekking tot de slang dachten (zoals Eva deed) als volgt uitdrukten: ‘De slang sprak tot mij. De Heer sprak tot mij. Mijn geest sprak tot mij.’ Omdat wij eigenlijk niet precies weten waar wij denken, kunnen wij onze gedachten de plaats toewijzen die wij verkiezen. Zoals men kan spreken dat het lijkt alsof het gesprokene van een ander afkomstig is, zo kan men ook denken dat het lijkt alsof wat wij denken tegen ons wordt gezegd: het daimonion van Socrates enzovoort. Hoe verbazend veel zou nog door middel van dromen kunnen worden ontwikkeld.”

10-09-05

IN HET VERLEDEN VERDWALEN


goethe 2


"Slechts weinig mensen zijn in staat zich met het naaste verleden bezig te houden.
Of het heden houdt ons met geweld vast, of we verdwalen in het verleden en proberen met alle middelen het geheel verloren gegane weer op te roepen en te reconstrueren. Zelfs in aanzienlijke en erg rijke families, die hun voorvaderen veel verschuldigd zijn, pleegt het zo te gaan dat men meer aan zijn grootvader dan aan zijn vader terugdenkt." Goethe, Natuurlijke Verwantschappen

Wat Goethe hier zegt gaat bijna helemaal op voor mij, ook voor de notities die ik hier publiek maak. Niet zozeer doordat het heden mij vasthoudt, maar doordat ik inderdaad in het verleden, in mijn autobiografie verdwaal. Ik verdiep er mij in, probeer er vat op te krijgen, er structuur in te brengen. ik probeer te verhelderen waar ik vandaan kom en hoe ik geworden ben wie ik geworden ben. Maar hoe meer ik mij daar mee bezig houd, hoe meer het geheel een onoverzichtelijk kluwen wordt. Ik heb mij op drijfzand begeven en haast me dan maar terug naar de vaste grond en de vertrouwde omgeving. Maar er is geen echte vertrouwde wereld. "It's a strange world we live in." Wat ik dan doe is mij overgeven aan oppervlakkigheden. Daar leuter ik dan wat over, een beejte zoals Herman Brusselmans misschien doet, dat weet ik niet zeker want ik lees zijn werk niet, omdat de man mij niet ligt, vanwege zijn mediageilheid en zijn gebrek aan stijl en historiciteit. Of ik klamp me vast aan culturele iconen en referentiepunten, zoals in dit geval Goethe.

27-06-05

CHAOS EN DRONKENSCHAP IN GENT EN BRUSSEL


dean martin


De voorbije dagen stonden in het teken van vriendschap, psychoanalyse, alcohol, woede en verdriet.
Met andere woorden: emotionele chaos. Ook gaf ik mij over aan gevoelens van paranoia ten aanzien van mijn werk en van ‘slechte mensen’ in het algemeen. Ik besefte dat therapeutische sessies bij een psychiater geen enkele zin hebben, voor mij althans niets oplossen. Naar een psychiater gaan, denk ik nu - maar mijn gedachten zijn gekleurd door allerlei vormen van boosheid - is geld weggooien. Je kunt net zo goed of beter naar de hoeren gaan. Maar daar is het nu natuurlijk veel te warm voor. Bovendien heb ik geen behoefte aan een hoer.

Met Laura verbleef ik een avond, een nacht en een voormiddag in Gent, een stad waar ik graag zou wonen. Er is weinig lawaai van het verkeer, de architectuur is er imposant en toch op mensenmaat, de mensen zijn er over het algemeen vriendelijk, er wordt veel gefietst en de trams zijn er comfortabel. Er zijn ontelbaar veel cafés, 'bistros' en restaurants, plaatsen waar van de tijd wordt genoten (waar hij wordt vergeten). Bovenal zag ik er veel mooie meisjes, met opwaaiende zomerjurken aan en glinsterende juweeltjes in de navel. Jeunes filles en fleur, waar het in de Brusselse straten zozeer aan ontbreekt. Schoonheid en jeugd vluchten weg uit onze betreurde Europese hoofdstad. Zij laten vervallen panden, puin van Horta en, het ergste van al, de stank van urine en hamburgers achter. Als je in Brussel Zuid uit de trein stapt, betreed je een urinoir. Blijkbaar trekt urinegeur delinquenten aan. En extremisten natuurlijk, want zij lopen er graag rond om de delinquenten in raciale categorieën onder te verdelen, ondertussen van genot in hun broek zeikend. Ik heb me voorgenomen om Brussel Zuid zoveel mogelijk te mijden en op en af te stappen in Centraal, ook geen ideale ruimte, maar alvast gebruiksvriendelijker.

In Gent logeerden we bij onze broer en vriend, in zijn bohémienoptrek, in het centrum. Wij sliepen in de kamer waar hij zijn patiënten ontvangt, hun verhalen noteert, hun knopen probeert te ontwarren, hen tracht te verlossen van hun double bind. Mijn goede vriend en broer is inderdaad ook een psychiater. Ik twijfel er geen ogenblik aan dat hij al veel mensen heeft geholpen. Als ikzelf meer schade dan baten ondervind van de psychiatrie ligt de oorzaak van dat falen bij mij. Wil ik dan doelbewust falen? Ik weiger mij in ieder geval de weg te laten wijzen naar middelmatigheid, naar een evenwichtig leven zonder gevaar en zonder ‘kwalen’. De ‘grote gezondheid’ van Nietzsche kan mij gestolen worden. De man was overigens zelf voortdurend ziek. Veel liever klaag ik onrechtvaardigheid aan dan de vijand te lijf te gaan. Waarom zou ik hem zelfs maar in de ogen kijken? Je verandert de mensen niet met een blik, of met enkele woorden. Ik verkies het dichterberoep boven de redelijkheid. Maar versta me niet verkeerd: ik heb grote achting voor de rede, ook al koester ik dromen en sprookjes en ga ik het irrationele niet uit de weg. Ik weet dat Gerrit me nooit de gulden middenweg zou aanpraten als ik bij hem in psychoanalyse zou gaan. Hij zou me stimuleren in mijn eigenheid en zeggen dat de poëzie het hoogste is. Maar Gerrit analyseert mij niet: hij is mijn vriend, mijn zielsverwant. Beiden houden we al jarenlang van Fernando Pessoa, van the Rolling Stones en – zeker in elkaars gezelschap – van verfrissende wijn. Als we samen zijn drinken we die met volle teugen. If the river was whiskey I’d stay drunk all the time, is een van onze onuitgesproken motto’s. Donderdagavond waren we samen om onze vriendschap te vieren. De Brusselse straten en pleintjes bruisten van leven, wat zalig is, omdat het zo weinig gebeurt. Ik denk dat de zinderende hitte toch enige schoonheid vanonder de grijze stenen weet te lokken. Het was een gloedvolle nacht, wat nog werd bevorderd door het vuur van onze conversatie. Op weg naar huis zongen we mee met the Rolling Stones: 'Get Off Of My Cloud', It’s All Over Now. “But he can’t be a man because he doesn’t smoke the same cigarettes as me.”

In Gent was Gerrit er niet bij. Wel in gedachten natuurlijk, omdat we van zijn gastvrijheid gebruik konden maken. Gastvrijheid is een heel mooi woord en heel mooi begrip, zeker in het Frans: hospitalité. We waren uitgenodigd op een feest van jonge vrienden en konden daar praten met verwante zielen, luisteren naar rock & roll en ook nog een beetje – bijna wankelend - dansen. Om ten slotte in dronken waanzin de eerste taxi te nemen. Alle ellende uit het lijf gejaagd met liters vergif. Nu is het weer tijd voor heel veel water.