26-02-16

LIEFDE, CYNISME, KLEINE EN GROTE OORLOG

neko case3.jpg


Eerst de ergernissen. Wie is P.B. Gronda? Hoe lang zou hij nadenken voor hij aan een column begint? En hoe lang eraan werken? In zijn meest recente column in Focus Knack – de eerste die ik van hem lees, ik lees zelden columns – schrijft hij onder meer dat mensen niet van muziek houden voor de muziek en voetbalsupporters niet echt van de voetbalploeg waar zij supporters van zijn. Hij geeft enkele voorbeelden: Oasis, Sufjan Stevens, AA Gent en RSC Anderlecht. “Op een bepaald moment”, merkt Gronda op, “zodra de naam gemaakt is, zijn de liedjes van de band of de prestaties van het team van weinig tot geen belang meer. Het gaat vanaf dan meer over een positie in de maatschappij en het gevoel dat je eigen stem versterkt wordt door een grote machtige entiteit: een rijke voetballer en zijn club, een rockster en zijn band.” Het komt erop neer dat mensen van een bepaald soort muziek, van een bepaalde voetbalploeg houden om zich te definiëren, zich te onderscheiden van de anderen, wil Gronda zeggen, meen ik te verstaan. Wat een cynische psychologie, wat psychologisch cynisme. Moet ik werkelijk geloven dat ik niet echt van de songs en elpees van Tim Hardin, Patti Smith, Neko Case, Jeffrey Lee Pierce houd, dat hun muziek mij niet ontroert, dat het mij alleen om een attitude te doen is, om bij een bepaalde groep te horen en bij een andere dan weer niet. Daar geloof ik niets van. Ik geloof dat muziekliefhebbers echt houden van de muziek waar ze van houden, dat de liedjes van hun muzikale ‘helden’ diepe gevoelens bij hen oproepen, hen omzeggens betoveren. Bij voetbalsupporters gebeurt zeker iets gelijkaardigs, maar op een andere manier. Wel begrijp ik dat er meelopers zijn, maar om dat dan te gaan veralgemenen?

Bleri_Lleshi_liggend.jpg

Een paar dagen geleden zag ik auteur/filosoof Bleri Lleshi in De Afspraak – een min of meer onuitstaanbaar programma op Canvas – om er over de liefde te praten. Ik heb zijn boek, ‘Liefde in tijden van angst’, nog niet gelezen, weet hoegenaamd niet of het alleen maar over liefde als agape gaat, of ook over erotische liefde en liefde als vriendschap (en welke andere vormen van liefde er ook nog mogen wezen). Maar ik volg Lleshi in zijn stelling dat de liefde een afdoend antwoord is op de angst die de samenleving nu teistert. Jammer genoeg gaf de arrogante en ook al cynische presentator Bart Schols de schrijver geen enkele kans om zijn stelling te verduidelijken. “Onnozele idioot”, las ik in de lichaamstaal van de presentator, “wat kom jij hier over de liefde leuteren!” Zo vernederend en beledigend was dat, dat ik mij werkelijk zat te schamen. Nog een geluk dat de door het volk beminde psychiater Dirk De Wachter zich achter Bleri Lleshi schaarde. Zo kon ik dan toch met een enigszins rustig gemoed beginnen te kijken naar de wat bizarre film ‘The Shout’ (1978) van Jerzy Skolimowski.

HOPPER OFFICE IS A SMALL CITY.jpg

Gisteren bij IVD ging het over mijn toenemend ongemak wanneer ik me onder mijn soortgenoten begeef. Mijn onvermogen tot small talk. Pijnlijke stiltes, die minuten kunnen duren. Zelfs face to face, wat tot voor kort een genoegen was, worden gesprekken moeilijker, tenzij ik enkele glazen bier of wijn drink. Ik trek me terug in mijn ‘eigen’ wereld, maar welke wereld dat is en hoe hij eruitziet weet ik niet. Niet dat ik al actief banden aan het verbreken ben, maar ik onderhoud de vriendschappen niet, ik blijf in stilte wachten op een af ander teken. Ik praat met haar over depressie en zelfmoord in de literatuur. Daar las ik over in ‘Americana’ van Joost Zwagerman. Ernest Hemingway, Sylvia Plath, William Styron, David Foster Wallace, ze zijn met zovelen. ‘Darkness Visible’ van Styron heb ik destijds twee of drie keer gelezen. Ik herkende mij er gedeeltelijk in – maar ik leed toen zelf aan een depressie, veroorzaakt door een onhoudbare situatie op het werk. Mijn baas nam me een voor een mijn taken en verantwoordelijkheden af, waardoor ik op den duur hele dagen zat te niksen, terwijl ik ernaar snakte dat van mijn gaven, die ik zeker bezat, nuttig gebruik zou worden gemaakt. Dat is echter verleden tijd, vergeven maar niet vergeten. Zodra ik daar weg was, was de depressie ook weg.
Nu herken ik mij in een aantal karaktertrekken en attitudes - bij depressieve schrijvers - die Zwagerman in ‘Americana’ beschrijft. Kwetsbaarheid, niet kunnen omgaan met kritiek, met afwijzing, je in jezelf terug trekken, het gevoel hebben dat je geen gevoel meer hebt, dat niets je nog raakt, zelfs de mooiste muziek niet. Maar een depressie lijkt het nog niet te zijn. Ik sta vroeg op, geniet van het ontbijt, probeer te schrijven, lees verhalen en romans, ben nieuwsgierig naar waar de facebookvrienden mee bezig zijn en wil daar zelf ook dingen delen, kijk ’s avonds naar een film, drink een Rochefort, soms twee. Zo lang als het mogelijk is geen antidepressiva voor mij. Maar ik ben er niet zo gerust in. Het heeft ook niet alleen met mezelf te maken, integendeel. Terwijl ik dit schrijf worden mensen gefolterd, misbruikt, verkracht en gedood, worden steden en landschappen verwoest.
hemingway.jpg

A. vindt de stem van Patty Griffin irriterend, voor mij is ze echter rijk en expressief (niet aangenaam, of mooi, dat niet). Haar stem is die van het harde leven, je hoort er de pijn van de ziel in, verdriet, rouw; maar ze drukt ook hunker, lust, liefde uit. De muzikanten die haar begeleiden voelen elke nuance in haar stem aan en vertalen die naar hun instrumenten, borduren erop verder, en vervolmaken ze – elk in hun heel eigen stijl, wat je bijvoorbeeld hoort in hoe ze de snaren aanraken – tot er een song ontstaat die af is. Een song die, zoals een meanderende rivier in een Amerikaans landschap, perfect is ingebed in een album – in dit geval is dat het juiste woord. Album. Ik heb het over Patty Griffins ‘American Kid’.
PATTY GRIFFIN AMERICAN KID.jpeg

Afbeeldingen: Neko Case; Bleri Lleshi; Edward Hopper, Office in a Small City; Ernest Hemingway; Patty Griffin, American Kid.

18-01-08

REVOLUTIE IN ROCK?

roxy music,velvet underground,genesis,seven ages of rock,canvas,televisie,art rock,pink floyd,syd barrett,pop,popcultuur,rock,who,bob dylan,byrds,flying burrito brothers,frank zappa,vs,groot-brittannie,walging,bombast,punk,punk rock,kunst,lou reed,john cale,dr  john,soft machine,revolutie

Gisteravond bleef ik op om naar de tweede aflevering van Seven Ages Of Rock te kijken, op Canvas. Met de eerste aflevering was er al iets vreemds aan de hand geweest. Ze zou hoofdzakelijk over Jimi Hendrix hebben gegaan, maar er was vijftig minuten niet veel meer dan witte Britse blues te zien, en helemaal geen Jimi Hendrix. Gelukkig was er als compensatie My Generation van the Who. Een Humolezer beweert dat Canvas in de eerste aflevering heeft geknipt, waardoor Jimi Hendrix in de vuilnisbak is terechtgekomen. Ik kan dat verhaal maar moeilijk geloven.
 

Helaas heb ik ook gisteren weer zitten walgen bij zoveel Britse megalomanie. Het programma heet toch niet Seven Ages Of British Rock? De weinige boeiende beelden die ik heb gezien waren die van Syd Barrett (‘Jugband Blues’) en uiteraard van The Velvet Underground. De Welshman John Cale is een aanvaardbare Brit, die muziekgeschiedenis heeft geschreven, en Lou Reed is natuurlijk niemand minder dan Lou Reed. Hoewel het thema van de tweede aflevering ‘art rock’ was heb ik zeer weinig kunst gezien.
 

Wat ik wel gezien en gehoord heb is hysterisch gelul van Britse rockjournalisten, met achter elke zin een uitroepteken, zielloos en vulgair spektakel van nitwits als Phil Collins en Peter Gabriel met hun abominabele Genesis, belachelijke ‘glam’ van David Bowie (na die glamperiode heeft Bowie wel uitstekende platen gemaakt, met name ‘Low’, ‘Heroes’, ‘Lodger’ en ‘Scary Monsters’), aanstellerij van Bryan Ferry, hoewel ik moet toegeven dat Roxy Music- vooral dank zij Brian Eno - twee uitstekende elpees heeft gemaakt. Maar je mag er vooral niet naar kijken. Pink Floyd zonder Syd Barrett ging aardig van start, maar verviel al heel snel in stuurloosheid en afstotelijke bombast. Roger Waters verklaarde dat ze ten tijde van 'The Wall' tijdens concerten een muur rond de band opbouwden om zo aan te geven dat ze vervreemd waren van hun publiek. Duidelijker kon niet? Pink Floyd was echter niet vervreemd van zijn publiek maar van het genie van Syd Barrett. De ‘artistieke’ band moest het nu van vliegende roze varkens hebben.

In dit belachelijk nationalistische programma werd het Britse - ongewild komische - cabaret vergeleken met de verbijsterende klanken van the Velvet Underground, een groep van echte kunstenaars, met originele ideeën op muzikaal gebied en schitterende teksten over het 'ondergrondse' leven in New York. Overigens kwam de belangrijkste Britse art rock band, Soft Machine (met Robert Wyatt en Kevin Ayers), helemaal niet aan bod, en de tweede belangrijkste, the Bonzo Dog Band, evenmin. 

Die periode in de Britse rock, in werkelijkheid een dieptepunt, werd als revolutionair omschreven. De echte (tweede, of zelfs derde) 'revolutie' kwam er echter pas met punk, en ook punk was geen Brits maar een Amerikaans fenomeen (Stooges, New York Dolls, Ramones, om maar enkele punkrock bands te noemen). 

Bijna alle noemenswaardige populaire muziek is ontstaan in de Verenigde Staten. Vernieuwingen kwamen meestal van daar. Luister maar eens naar ‘The Notorious Byrd Brothers’ van The Byrds uit 1968, een elpee boordevol verkennende en bucolische muziek met een donkere ondertoon die verwijst naar oorlog en verlies, vooral verlies van idealen. Dat zou je een revolutionaire plaat kunnen noemen. En is alleen al zulke muziek creëren geen grote kunst? Hetzelfde geldt voor ‘Blonde On Blonde’ van Bob Dylan en ‘The Gilded Palace Of Sin’ van the Flying Burrito Brothers. Ook die elpees zorgden allebei voor een kentering in de populaire muziek.


Wie al helemaal ontbrak in het programma was de kunstenaar Frank Zappa. Hoe kun je die man over het hoofd zien als je het over rock en kunst hebt? Omdat hij een Amerikaan is?
 

Ik zou nog heel wat namen kunnen noemen die ontbraken, ook al droegen ze veel meer bij tot het artistieke gehalte van popcultuur en populaire muziek - ook voor muziek die nu nog wordt gemaakt - dan Genesis en de latere Pink Floyd. Ik beperk me tot Phil Spector, die van de single een autonoom kunstwerk maakte, denk maar aan het mythische 'Be My Baby' van The Ronettes, the United States Of America, die net zoals Frank Zappa avant-garde en rock met elkaar probeerden te verzoenen, Pearls Before Swine met de lispelende dichter Tom Rapp, Captain Beefheart and His Magic Band, etcetera.

En als je dan toch het theatrale aspect zoekt, dan ga je best bij Doctor John The Night Tripper te rade; zijn ‘Gris Gris’ is werkelijk voodoo theater. En de manier waarop Sonny Boy Williamson II mondharmonica speelt is misschien nog de grootste kunst.


Ik ben er mij bewust van dat ik hier alleen maar over Angelsaksische muziek schrijf. De reden daarvoor is dat ik met Duitse bands als Can, Faust, Neu en eigenlijk met alle andere populaire muziek veel minder vertrouwd ben.

10-04-06

BARBARA LODEN : WANDA

wanda,barbara loden,film,elia kazan,feminisme,low budget,film als drug,laudanum,ether,white lightning,licht,schaduw,cinema,postzegel,canvas

Een van de subliemste films die ik ooit heb gezien is 'Wanda' van Barbara Loden. Ik ben nu te moe om er dieper op in te gaan. Het verhaal ligt op het tipje van mijn tong. Ook de goesting om de context ter sprake te brengen. De verrader Elia Kazan, die meesterwerken als On The Waterfront heeft gemaakt. De vrouw als heldin. De vrouw als misbruikte vod. Het positieve en het negatieve feminisme. De schoonheid van low-budgetfilms. Ik kan me onderdompelen in films zoals een negentiende-eeuwse decadente dichter in ether of in laudanum. Ether en laudanum, en zelfs ‘white lightning’ vind ik alleen maar mooie woorden, geef mij het licht en de schaduw van films, in donkere zalen, tussen de liefhebbers kort bij het doek of met mijn geliefde thuis, op het kleinere scherm. Ik weet dat het geen zin heeft om gewoon maar titels van films of namen van regisseurs op te sommen, maar het is zo moeilijk om eraan te weerstaan.

wanda,barbara loden,film,elia kazan,feminisme,low budget,film als drug,laudanum,ether,white lightning,licht,schaduw,cinema,postzegel,canvas


Overigens heeft Barbara Loden ooit, per ongeluk bijna, op een Amerikaanse postzegel gestaan.


Stuur eens een briefje naar Canvas, en vraag gewoon: 'Wanda', van Barbara Loden. Je weet niet welk avontuur je te wachten staat.