12-06-15

DE BOMEN VAN ANDERLECHT

IMG_2813.JPG

Brussel is op cultureel gebied wellicht een van de rijkste steden van de wereld. Dat stelde ik gisteren nog een keer vast tijdens een wandeling door Schaarbeek en Sint-Joost-Ten-Node. Tientallen talen, culturen, manieren van zich te kleden… Winkels en cafés in alle vormen en kleuren, en restaurants met ongeveer alle gerechten van de wereld op het menu.  Geen Michelin-sterren, gelukkig niet.

Maar dan stap ik in Anderlecht aan Veeweide uit de metro en zie de omgezaagde bomen in wat sinds mensenheugenis het Stadium wordt genoemd – en woord dat in beton gebeiteld is. Het Stadium, dat eigenlijk een speelpleintje, een klein parkje en een voetbaloefenveld is, is voortaan geheel blootgesteld aan de genadeloze zon. En dan overvalt me de boosheid die me nu al weken, misschien wel maanden, overvalt telkens als ik in die buurt kom. Een vijftiental prachtige oude bomen, kastanjes en als ik me niet vergis ook linden, werden er verwijderd. Opeens waren ze in stukken gezaagd. Misschien gebeurde het op een nacht, stiekem. De in stukken gezaagde boomstammen liggen er nog altijd. Alsof het om een conceptueel kunstwerk gaat. In de zomer, op een dag als gisteren, zorgden die bomen voor een verkwikkende schaduw. Als het regende vormden zij een dak boven je hoofd. In de lente verspreidden zij een geur die de uitlaatgassen enigszins neutraliseerde. Altijd dempten zij het lawaai van het eeuwige verkeer van en naar de ring en de steenweg naar Bergen.

De bomen zijn weg. Op geen enkel ogenblik werd ik als buurtbewoner over deze ingrijpende beslissing geïnformeerd. Het Anderlechtse gemeentebestuur kent geen overleg, geen inspraak, niets. En de bevolking is apathisch geworden, laat begaan, berust, loopt terneergeslagen – en bang - door de betonnen straten en vlaktes. Onze stemmen even stil als het oprukkende asfalt. De enigen die wellicht glunderend in hun handen wrijven zijn de bouwondernemers, de projectontwikkelaars, de managers en de ‘toppolitici’. Maar met uitzondering van die laatste groep zien we die mensen niet. Zitten ze te vergaderen of liggen ze in een hangmat ergens in de schaduw van een ginkgo biloba of een Libanese ceder? De laatste groep, die van de Anderlechtse politici, vertelt onzin en liegt dat ze zwart ziet.
 
En dit is nog maar het begin van het verhaal, en niet eens het begin, want het is al lang bezig. Binnenkort moeten de linden op het Dapperheidsplein, met de oude kerk van Sint-Guido, de parel van Anderlecht, er ook aan geloven. Er komt een parking op het plein en die bomen staan in de weg, zegt de burgemeester. Mocht ik Sint-Guido zijn, ik zou naar Jeruzalem terugkeren.

IMG_1971.JPG

IMG_1975.JPG

IMG_1974.JPG
Foto's: Martin Pualski, 2015

16-06-14

1958

expo58-bruxelles.jpg

Nadat ik vertrouwd was geraakt met het rumoer, met het onophoudelijke geklop, gehamer, gebonk van machines en motoren, die de stilte in mij verstoorden, de stilte die een aangeboren hoedanigheid leek, iets wat tot het wezen van ons zijn behoorde, een vaststelling die echter in tegenspraak was en is met het ritme van ons hart en met de onduidelijke geluiden die ons ongetwijfeld een gevoel van veiligheid hadden geschonken toen we nog in de baarmoeder vertoefden, geluiden waar het geronk van de scheepsmotor een echo van was, waardoor ik zo heerlijk kon slapen vroeg in de ochtend als mijn ouders al met het schip vertrokken waren, op weg naar een andere bestemming, naar een andere haven, moest ik van het ene moment op het andere wennen aan een nieuw geluid, dat van de bossen, het leven in de bomen, de takken, in de lucht daarboven en tussen de struiken en in het gras en op de bodem. Aan het gekwetter, getsjilp, getsjidik, geroekoe, gesnater, gekwek, gegak, gerikkekik, getsjirp, gekir, getjokkel, geoehoe, kortom, aan de duizenden geluiden van vogels, zoogdieren en insecten, en van honderden kinderstemmen: de kinderkolonie midden in het bos.

kinderdorprekem3.jpg

De breuk, want een overgang was het voor mij niet, werd niet alleen bepaald door geluid en ritme maar zeker ook door geuren en smaken en door de kwaliteit van de lucht. De geur van paddenstoelen, van varens die ouder leken dan de tijd, van dennenbomen, en van hun appels, van de moerassen, de rottigheid, van eikels en nutteloze bosvruchten, van de dode dieren, van onszelf, ons zweet en andere lichaamsgeuren, van oude matrassen; de smaak van een ander soort water, van bosbessen, van grenadine, van pap en alle viezigheden die we te eten kregen… Die breuk zal zeker traumatisch geweest zijn. Zij heeft er vooral toe bijgedragen dat ik aan een ernstige verlatingsneurose lijd, die met de jaren en mede dank zij psychoanalyse milder is geworden. Het is nog altijd mijn overtuiging dat rock & roll en literatuur mijn redding zijn geweest. Zonder die twee kunstvormen en mijn eigen passie had ik die grensoverschrijding waarschijnlijk niet aangekund. Dan was ik van het kinderdorp naar het gekkenhuis verhuisd, wat geen bruuske overgang zou zijn geweest – en het was in de buurt: het gesticht van Rekem, waar de vader van mijn latere boezemvriend als verpleger tewerkgesteld was. Gelukkig heeft Lou Reed ook in mijn geval gelijk: my life was saved by rock and roll. Wordt vervolgd.
kinderdorprekem9.jpg

21-12-11

LAATSTE DAGEN

 

kiefer2.jpg

Het prozagedicht World’s End ontstond op 3 december 2011 tijdens een treinrit van Antwerpen naar Brussel. Ik had mijn radioprogramma Zéro de conduite aan dierenliederen gewijd en daarna vis gegeten in een Chinees restaurant. Als dessert had ik een Japanse saké gedronken. Ze hadden ook Chinese maar die was bijzonder sterk en werd mij afgeraden.  Waarom weet ik niet. Zag ik er dan werkelijk zo ziekelijk en zwak uit? Ik voelde me nochtans vrij fit. De saké was niet warm, niet lauw, eerder koud, en bevatte weinig alcohol. Toch heeft hij me aangevuurd. En die dierenliederen bleven in mijn hoofd spoken, vooral ‘Horses In My Dreams’ van PJ Harvey, uit haar elpee ‘Stories From The City, Stories From The Sea’. De zes witte hengsten komen uit een song van Gillian Welch, maar dat beeld is ouder dan de straat. Ik leen graag beelden, maar vind er even gaarne uit. Een vraag is of er nog onuitgevonden beelden kunnen ontstaan. Zoniet kun je alleen maar uit een voorraad putten. De oude Grieken hebben ons in dat opzicht wel verwend.

De trein reed zacht, niet zoals in mijn herinneringen, naar de hoofdstad.  Op dat zachte ritme schreef ik mijn woorden neer, in een klein Japans notitieboekje. Die boekjes schaf ik me aan bij Muji. Niet in Brussel: die winkel is al lang toe. Ik geloof dat de inwoners van deze stad niet erg geïnteresseerd zijn in mooie en nuttige dingen. Er ontstond een nogal moeilijk leesbaar gedicht. Nochtans had ik gedronken. Hoe kwam het dan dat mijn handen beefden?

De dagen die erop volgden heb ik het gedicht-in-wording (of niet), niet durven bekijken. Mijn stelregel is dat je niet moet schrijven als je gedronken hebt. Maar waar dienen stelregels voor? Op een avond ben ik er opnieuw aan begonnen. Wat er stond, stond me wel aan, maar niet in versregels. Versregels drongen er een vorm aan op, terwijl de paarden nog wild waren en droomachtig. Er ontbrak ook veel, over de wereld, over de mensen. Daar dacht ik over na, en zo kwam ik bij ‘ground zero’ terecht. Wat hebben wij als mensen aan de aarde gegeven? Verdienen wij het wel om hier te leven, om te genieten van deze grond? Ik dacht ook aan het ‘ademkristal’ van Paul Celan en aan zijn ‘Todesfuge’. Aan de verschrikkingen van de uitroeiingskampen en de zelfmoord van Paul Celan. Toen het gedicht voorlopig af was – in enigszins wilde prozavorm – vond ik de reproductie van Anselm Kiefer waarop hij naar Margarethe uit ‘Todesfuge’ verwijst. Dat werk is geen illustratie. Het moest erbij staan, het hoorde erbij, zoals de bomen van Gerhard Richter bij Cydia Pomonella ii.

Ik dacht ook aan gevallen engelen. Dat is meestal het geval als ik een werk van Anselm Kiefer zie. Elke mens is een gevallen engel, ook Margarethe. Een gevallen engel moet, net als een wild paard, zijn weg hier vinden. Een eigen haard. Goud waard, zeggen de mensen soms nog. Maar wie zal dat bevestigen? Voor de haard zag ik de smid staan, Hephaistos, man met sterke armen, dunne benen. Op het eiland Lemnos vond hij zijn smidse, deze uit de hemel verbannen man, vanwege een liefdesgeschiedenis van de goden, die hem niet liefhadden. Maar wel de mensen die zich verwarmden aan zijn vuur en zijn kunsten.

Wat een sombere, negatieve tekst was het geworden! Alle wegen leidden naar nergens, naar het eindpunt, naar daar waar niets meer te zien valt. World’s End bestaat echt, maar is toch vooral een imaginaire plek. Een vriendin van me had me al verteld dat in 2012 de wereld zou vergaan: wij zouden de Apocalyps nog meemaken, zo bevoorrecht zijn we. Overigens is ‘Apocalypse!’ de titel van Bill Callahans laatste plaat, waaruit ik het nummer ‘Drover’ (veehoeder) die avond had geselecteerd. In die ondergang sleepte ik heel Europa mee, een Europa dat uitgeput is en nergens meer naar verlangt, tenzij naar zijn algehele vernietiging.

Het schrijven zelf echter riep toekomst op, idyllisch bijna, en antiek. Een sprankel hoop weerklonk in de woorden, als ik ze luidop las. Opeens zag ik het spel, niet alleen het taalspel, maar het oude spel van de Homo Ludens, het ganzenbord, de holle wegen, het dwalen en dolen, het vinden zonder op zoek te gaan.  Ik zag het hoeden van de kudden. De zorg van mensen voor dieren. Het mededogen in ziekenhuizen en tijdens rampen. Het elkaar in bescherming nemen, zoals vader en zoon in ‘The Road’ van Cormac McCarthy. Het zingen voor elkaar, zoals in ‘The Time Of Our Singing’ van Richard Powers, om elkaar te troosten, om een zindering bij de andere teweeg te brengen. Het opstaan uit lethargie en onvermogen. Het verwerpen van de ondergangsstemming. Waren dit de laatste dagen? Opeens zag ik een opening in het bos. In mijn idyllische jeugd; maar ik zag ze ook in de toekomst, vol licht en beloftes. Ik zag de paarden draven in de richting van een open veld, een vruchtbare steppe. En om ons heen stonden de bomen niet langer als vijanden, als onverschilligen. Ik geloof niet langer dat het te laat is. Vandaag niet. Maar op 3 december had ik over al deze dingen nog niet nagedacht en verwachtte het ergste: World’s End.

world's end, apocalyps, dierenliederen, paarden, wilde paarden, radio, trein, antwerpen, brussel, muji, saké, schrijven, gedicht, proza, mythe, mythes, hephaistos, paul celan, pj harvey, bill callahan, gillian welch, beelden, verbeelding, anselm kiefer, ground zero, todesfuge, shulamith, margarethe, bomen, gerhard richter, engel,  hoop, homo ludens, zorg, mededogen, liefde, richard powers, cormac mccarthy, troost, zingen

16-12-11

CYDIA POMONELLA ii

gerhard richter_appelbomen3b.jpg

Gerhard Richter, appelbomen.

 

Sap van appels zijn je oude woorden

als de appels in de boom van je buren

rijp voor de oogst in opgespaarde zomer,

ongeplukt, geur en smaak in de lucht

als huid van onbegrepen vrouwen.

Na zonnige Europese doem in oktober

rotten ze op te weinig bezongen gras,

elke zondag zo zorgvuldig gemaaid.

 

Je denkt als een havik aan David Lynch

zijn trage escapade, een laat weerzien

met broer: wat woorden over vader,

moeder, stoppen met roken, dit en dat.

Omdat ver verwant wat familie volhardt.

 

Je ziet een gedicht: maak ik terzines,

binnenrijm, tel ik afgunstig voeten

als waren het Dante's of van m'n zestien?

 

Wat essentie beweert men zou blijven,

niet van appels, van vrouwen niet. Nee,

van duidelijke woorden. Essentie

van de essentie als het lukken mocht:

op goede voet te staan als gewervelde

met het vruchtbare sap van de wereld.

Dan blijven die kleine druppels nog even

tegen slecht spijsverteren, bloedbaden,

tegen schrik en beven, tegen vergeten.

POP 2011: UITVERKOREN

Trees_Outside_the_Academy-Thurston_Moore.jpg


Aan mijn jaar ontbreken drie maanden. Niet alleen heb ik gedurende die zomerperiode in het ziekenhuis niet geleefd - tenzij je afzien en hallucineren ook leven noemt, ik heb ook geen muziek gehoord, geen films gezien en slechts één boek (Juliet, Naked van Nick Hornby) gelezen. Veel van de platen die ik voor midden mei heb aangeschaft heb ik vanaf ongeveer oktober opnieuw beluisterd. Ik herinnerde me er nog nauwelijks iets van. Eind augustus kreeg ik The Harrow & The Harvest cadeau. Bij de eerste beluistering vond ik het gezeur. Een tweede draaibeurt heb ik lang uitgesteld. Maar het ging al beter. Tot ik uiteindelijk de beste plaat van het jaar hoorde.

jessesykes.jpg
Jesse Sykes & The Sweet Hereafter.



Met Jesse Sykes is ongeveer hetzelfde gebeurd (maar die heb ik zelf gekocht). Ik vind het vreemd dat Jesse Sykes zo weinig populair is. Ze is een muzikant in hart en nieren, doordrongen van folk, country en vooral sixties acid rock. De band klinkt zelfs beter dan Quicksilver Messenger Service. Naar Low ben ik intens gaan luisteren voor ik naar hun concert ging, in het Koninklijk Circus, enkele weken geleden. Wellicht is het hun beste werk. Van Thurston Moore had ik nooit zulke mooie kamermuziek verwacht. Zou dat door de helpende hand van Beck komen? Eerlijk gezegd zou die plaat ook op nummer één mogen staan. Maar de vrouwen hebben mijn voorkeur gekregen. Wilco’s The Whole Love vond ik meteen een meesterwerk, maar dat heb ik altijd met een nieuwe plaat van Wilco. Nu is mijn enthousiasme wat afgenomen, maar ik blijf er van houden. Door Bill Callahan en Josh Pearson live te zien, ben ik hun opgenomen songs nog veel meer gaan waarderen. Het zijn troubadours, dichters, ze lijden aan bepaalde vormen van waanzin en hebben iets profetisch. Bon Iver, moeten we die nog doorgronden? Ry Cooder is boos en zorgt voor de enige vrolijke noot.

amy-winehouse-lioness-hidden-treasures.jpg 

Op zaterdag 23 juli had ik de dood al drie keer voor ogen gehad, maar het ergste was achter de rug. Op die dag is Amy Winehouse gestorven, een vreselijk verlies – dat me zeer heeft aangegrepen. Misschien is Lioness een beetje een samenraapsel, maar ik vind het toch een fijne plaat, die me droef en vrolijk maakt. Ze staat hier zeker ook als huldbetoon. PJ Harvey’s Let England Shake heb ik al van in februari of daaromtrent in huis (ik ben geen boekhouder). Ik begreep er niets van. Vond het vervelende muziek. Vorige week heb ik ze vijf keer beluisterd: je ziet het resultaat. De muziek en de teksten verdienen zelfs beter. Maar ik blijf problemen hebben met sommige politieke standpunten die PJ Harvey inneemt. Waarom keert ze zich tegen Europa? Het is toch overal even erg?
The Decemberists maken gewoonweg mooie muziek, in de voetsporen van R.E.M. En R.E.M. zet een punt achter zijn discografie met een overtuigend Collapse Into Now.

Bij de rest heb ik weinig commentaar. Ik zou maar in herhaling vallen. Alleen vind ik dat Vetiver te weinig aandacht krijgt. Andy Cabic heeft van Sara Lee Guthrie & Johnny Irion’s Bright Examples een fraaie popplaat gemaakt. Alleen al daarom verdient hij waardering. Dit is, overduidelijk, de lijst:

 

1.Gillian Welch & David Rawlings – The Harrow & The Harvest

 

2. Jesse Sykes & the Sweet Hereafter – Marble Son

 

3. Low – C’mon

 

4. Thurston Moore – Demolished Thoughts

 

5. Bill Callahan – Apocalypse

 

6. Josh T. Pearson – Last Of Country Gentlemen

 

7. Wilco – The Whole Love

 

8. Bon Iver – Bon Iver

 

9. Ry Cooder – Pull Up Some Dust And Sit Down

 

10. Amy Winehouse – Lioness: Hidden Treasures

 

11. The Decemberists – The King Is Dead

 

12. PJ Harvey – Let England Shake

 

13. The Walkabouts – Travels In The Dustland

 

14. R.E.M. – Collapse Into Now

 

15. Bonnie Prince Billy – Wolfroy Goes To Town

 

16. Buddy Miller’s Majestic Silver Strings

 

17. Beirut – The Rip Tide

 

18. Vetiver – The Errant Charm

 

19. Israel Nash Gripka – Barn Doors And Concrete Floors

 

20. My Morning Jacket – Circuital


Wie ontbreken hier? Ontbreken hier opvallend? Ryan Adams, Lucinda Williams, Paul Simon, Emmylou Harris en Steve Earle. Onder meer. Verzamelingen vervelende songs, vond ik. Misschien denk ik er volgend jaar of in een volgend leven anders over. Dat er geen rap, hip hop, blues, r&b in mijn lijst voorkomt betekent niet dat ik een racist ben. Maar ik ken de genres te weinig, hoe goed ook, om er een beetje samenhangende uitspraken over te doen. In alle eerlijkheid gezegd: ik houd meer van soul dan van alles wat in mijn top-20 staat.

En van welke muziek heb ik in 2011 het meest genoten? Ongetwijfeld van Thurston Moore, van the Smiths, van the Rolling Stones. Meer nog van Rumer’s Seasons Of My Soul, voor mij de plaat van dit jaar (ze is vorig jaar verschenen, geloof ik). Een soort van extase bereikte ik alleen maar met George Jackson’s Don’t Count Me Out – The Fame Recordings, volume 1. Fantastisch. En al dat werk is nooit eerder uitgebracht: meer dan veertig jaar in de kelder van Fame in Muscle Shoals blijven liggen. Op Ace is nog een mooi plaatje uitgebracht met oude hits en non-hits waarop James Burton verbluffend en economisch gitaar speelt (James Burton – The Early Years 1956-1969). 
 

georgejackson2.jpg

 Over de boxen Smile van The Beach Boys en American Trilogy van Mickey Newbury kan ik kort blijven. Ik ben blij dat ze er eindelijk zijn. Ik zal ze vaak ter hand nemen. Brian Wilson en Mickey Newbury zijn al heel lang persoonlijke helden. Zoals Tim Buckley. Een dag zonder Tim Buckley is niet volledig.


Het ellendigste en wellicht droevigste jaar van mijn leven en toch zoveel mooie muziek. En die bomen in de tuinen en bossen blijven maar groeien. Binnenkort staan ze weer te pronken met hun bloesem.

gerhard_richter_tweebomen.jpg

Gerhard Richter, Twee bomen.

07-05-11

BOMEN: ZERO DE CONDUITE 7 MEI 2011


Zéro de conduite kun je beluisteren op Radio Centraal 106.7 FM in Antwerpen van 6 tot 8, ’s avonds, elke eerste zaterdag van de maand. Je kunt het programma op de radio volgen, of via de website van radio centraal: 
http://www.radiocentraal.be/Realescape/ of
http://streaming.radiocentraal.org/

 

Research en presentatie: Martin Pulaski


handsome.jpg


 

In het begin was het thema ‘groen’. Niet de kleur noch de politieke partij, maar het groen dat we overal om ons heen zagen ontluiken, samen met de warmte van de zon. Wat een troost na zo’n lange, koude, ellendige winter. Maar na wat opzoekingswerk stelde ik vast dat er teveel groen is in de populaire muziek. Met als gevolg dat ik heb moeten snoeien. Alleen bomen zijn overgebleven. En dan nog maar enkele. En dan zijn het niet eens altijd echte bomen waar over gezongen wordt. Heel vaak is een mens een boom. Een boom van een kerel. Een magnolia van een vrouw. En een treurwilg kan verdriet betekenen, je denkt aan de dood, aan je geliefde die je heeft verlaten.
Meer dan eens heeft het woud, een grote verzameling bomen, iets dreigends, zoals in ‘Theme From Southern Comfort’ en het wrede, gruwelijke ‘In The Pines’. ‘A Forest’ van The Cure lijkt me ook niet meteen veel troost te bieden. It’s always the same. Vooral ’s nachts lijken alle bomen op elkaar.

Een van de mooiste songs die ik ken en waar ik altijd naar terugkeer is ‘Wasn’t Born To Follow’. De meeste mensen zullen het kennen van de soundtrack van Easy Rider. Maar het lied komt het meest tot zijn recht op de elpee van the Byrds. Gerry Goffin en Carole King hebben het geschreven.

 

Terwijl ik mijn programma samenstelde werd hier aan de overkant van de straat een mooie boom vakkundig in stukken gezaagd. Ik had het niet meteen door, vanwege mijn koptelefoon. Verstilde bomenmuziek die te luid stond.

 

Wat zou het leven, de wereld, zijn zonder bomen. Ik kan me geen Neil Young voorstellen zonder een bos. Geen liefde noch seks. Dood noch leven. De horror van Büchenwald en de lieflijke citrusbomen van Goethe. De verderfelijke bomen in het Zuiden waar Billie Holiday over zingt. De boom van de herinnering. De bomen van Richard Graves, die elk hun eigen verhaal vertellen. Het verhaal van de witte godinnen, die dichters inspireren (als ze er om vragen). De boom in het paradijs, waar het hele verhaal is begonnen. De appelboom. En de slang in het gras. Maar het gras laten we buiten beschouwing, en de slang verbannen we uit ons woud. Ons woud is dat van William Shakespeare. Denk aan Macbeth, en denk aan A Midsummer Night’s Dream. Onze bomen komen uit de sprookjes van Andersen. Onze bomen komen uit dromen.

alela diane.jpg



 

Theme From Southern Comfort – Music By Ry Cooder – Ry Cooder
A Forest – Seventeen Seconds – The Cure
Arboretum – Vetiver – Vetiver
Wasn’t Born To Follow – The Notorious Byrd Brothers – The Byrds
Out In The Woods – Carney – Leon Russell
Georgia Pines – Guitar Preacher: The Polydor Years – Link Wray
Willow Tree – My Remembrance Of You – Diana Jones
Georgia Pine – Exploration – Sarah Lee Guthrie & Johnny Irion
The Alder Trees – To Be Still – Alela Diane
Hickory Wind – Return Of The Grievous Angel: A Tribute To Gram Parsons – Gillian Welch
Magnolia – Naturally – JJ Cale
Tree Green – The Road To Ruin – John & Beverley Martin
Redwood Tree – Saint Dominic’s Review – Van Morrison
Cypress Grove – Roll Away The Stone – Kelly Joe Phelps
Peach Tree – Real Folk Blues / More Real Folk Blues – Sonny Boy Williamson
Apple Suckling Tree – The Basement Tapes – Bob Dylan & the Band
Under The Greenwood Tree – A Gift From A Flower To A Garden – Donovan / Shakespeare
(Here We Go Round) The Lemon Tree – The Move – The Move
Willow Willow – Out There – Love
Withering Tree – Traffic – Traffic
Whispering Pines – The Band II – The Band
A Day In The Life Of A Tree – Surf’s Up – The Beach Boys
Where The Birch Trees Lean – Through The Trees – The Handsome Family
A Tree On Allenford – Duchess Of Coolsville – Rickie Lee Jones
Trree Song (Eucalyptus Lullabye) – Musing Of A Creek Dipper – Victoria Williams
Gazebo Tree – Strange Angels – Kristin Hersh
Feed The Tree – Star – Belly
Where Did You Sleep Last Night – The Winding Sheet – Mark Lanegan
River In The Pines – Regard The End – Willard Grant Conspiracy
The Tree Who Loved The Axe – Spooked – Transmissionary Six
There’s A Willow – Through The Devil Softly – Hope Sandoval & The Warm Inventions
Another Green World – Another Green World – Brian Eno


HOPE.jpg


 

17-10-09

MIJN STAD IN DE BOMEN

boeken,films,bomen,vogels,astma,kinderjaren,ziekte,koorts,vertellen,verhaal,genezen

Fat City, John Huston
 
Huisarrest, daar lijkt het op, zo thuis zitten wachten tot het over is. Je zet de tv aan, je zet hem weer uit. Er is niets op tv. Dat wist je al. Je kunt – inderdaad – naar een van de duizenden filmklassiekers kijken, Sunset Boulevard, Two Lane Blacktop, Fat City, om er maar enkele te noemen. Maar je hebt ze allemaal al zo vaak gezien. Alleen het noemen van hun titels vermag je nog enig hartzeer te geven. Hartzeer, geen plezier; tintelingen, een afgestompte vorm van seksueel genot. Je langspeelplaten zitten in onzichtbare dozen. Juwelen in een grote scheepskist, met de familienaam van je moeder erop. Waarom de naam van je moeder. Dat is een lang verhaal, wat me als ik het zou vertellen in 1919 zou laten aankomen (en mijn imaginaire reis een halt toeroepen). Kortademig als ik ben vertel ik voorlopig geen lange verhalen. De energie om de onderdelen aan elkaar te lassen bezit ik niet, evenmin als een degelijke bril om m’n ogen te beschermen.

Denk je dat ik bedroefd ben, omdat ik geen boeken noem? Nee, ik noem geen boeken, niet omdat ik bedroefd zou wezen, maar omdat je geen boeken noemt met koude vingers en een zeer hart. Ik, of was jij het? Wij hebben al teveel boeken genoemd in ons lange leven. We verheugen ons daar over. Over de geheimen die we op die manier hebben ontdekt. Ik bedoel, voor we de titels en de namen noemden, toen we de woorden lazen. Als we ziek in bed lagen en buiten naamloze vogels zongen. De naamloze krekels en sprinkhanen hun gang gingen. En het geruis van nog jonge bladeren in de platanen. Een beetje wind. Toen we naar adem hapten, de lakens nat van de koorts, en toch zeker van een genezing, gauw, ongetwijfeld bij zonsopgang. En bij zonsopgang waren we genezen. Daarna aten we erwtensoep, aardappelen, paling, dronken water, limonade. En de volgende dag, een zondag, klom ik in de bomen en bouwde er mijn stad, die glinsterde in het zonlicht. Mijn stad van naamloze vogels en waternimfen (want de bomen groeiden kort bij een rivier). Mijn onbewoonde stad, waar de toekomst juichte. Neem van me aan dat ik er vrij was.

 

05-10-06

ESSE EST PERCIPI

bomen,zon,fantasie,realiteit,dak,borges,foto,martin pulaski

De zon schijnt, maar niet door de bomen. Ik zie namelijk geen bomen, alleen maar een grijs dak. En wat ik niet zie, bestaat niet. 

Wandelaars, geniet van uw wandeling! Fantasten, geniet van uw gefantaseerde tuinen en parken!

"Tevergeefs tracht ik los te raken van mijn lichaam
en het waken van een onophoudelijke spiegel
die het verspilt en bespiedt
en van het huis dat zijn patio's herhaalt
en van de wereld die doorgaat tot aan een verscheurde buitenbuurt
van stegen waar de wind versaagt en van grof slijk."

Jorge Luis Borges, Slapeloosheid.

Esse est percipi.

Foto: Martin Pulaski, Zelfportret (werelden in werelden).

02-03-06

GLIMLACH VAN DE KOSMOS


Max Ernst over de 'dubbele ervaring' in een bos. Je kunt er vrij ademen, zegt hij, maar je voelt je beklemd, opgesloten tussen al die bomen. En Tammy Wynette die ik nu I'm Only A Woman hoor zingen, met haar purperen stem. Al die werelden die je opsluiten en weer vrijmaken. De grote glimlach van de kosmos, de bodemloze droefheid van de sterren, de vrolijkheid van een niesbui.