16-11-10

NOSTALGIE EN ANDERE KAMERTJESZONDEN

 brooklyn bridge.jpg

Inge, Matti, Sonja - Brooklyn Bridge, New York, 1995.

“Tout le malheur des hommes vient d'une seule chose, qui est de ne pouvoir demeurer en repos dans une chambre”, schreef Blaise Pascal ergens in de zeventiende eeuw. Velen hebben deze uitspraak herhaald, met name nachtwachters (ken je het boek Die Nachtwachen des Bonaventura, een romantisch meetsterwerk?), zatlappen en niet bepaald nuchter en democratisch verkozen donkere burgemeesters. Meestal in periodes van bezinning, als ze aanvoelden dat het zo niet verder kon, dat ze zichzelf vernietigden en de donkere, eenzame weg naar de dood hadden ingeslagen.

 

Als je de uitspraak van Pascal in verband brengt met oorlog en mindere brutaliteiten is ze volstrekt juist. Maar hoe zit het met vriendschap, liefde, kennismaking, gesprekken, flaneren, music to watch girls go by (ik denk aan de versie van the Bob Crewe Organisation) en honderden andere fenomenen?

 

Ik zit nu al een hele tijd meestal alleen in mijn kamer mijn kamer te vervloeken. Niet zozeer omdat ik verlang naar wilde nachten of uitzicht op de Grand Canyon of een rit op de rug van een dromedaris, ergens in een of andere woestijn. Niet dat ik over San Marco wil lopen of mij naar het Koning Boudewijnstadion wil begeven. Niet dat ik me voortdurend eenzaam of ongelukkig voel in mijn mooie, rustige kamer. Niet dat ik nergens zin in heb in mijn kamer.  Zo heb ik vorige zondag opnieuw Bob Dylans ‘The Lonesome Death Of Hattie Carroll’ ontdekt, en opnieuw ontdekt… om maar iets te noemen. Of ik stop een excentrieke western van Monte Hellman in de dvd-speler.

 

Maar sinds ik niet meer ga werken mis ik de ontmoetingen. Mijn werk mis ik niet, niet omdat het zo’n ellende was, maar het was tenslotte werk. Als je werkt heb je er niets aan dat je leeft, schreef André Breton, terwijl hij voortdurend werkte. Maar je weet het: je hebt werken en werken. Mijn honderden collega’s mis ik evenmin. Degenen die nog leven en met wie ik goed kon opschieten kan ik ontmoeten waar en wanneer zij maar willen (en wanneer ik kan en wil).  Tot 2003 ongeveer was een voor wat mij betreft belangrijk onderdeel van mijn job delegaties van jongeren voor studiebezoeken aan het buitenland begeleiden. In de periode van 1993 -het jaar waarop mijn vader overleed-  tot 2003 heb ik op die manier tientallen jonge en minder jonge maar meestal boeiende mensen leren kennen, uit België in de eerste plaats (want we waren als ‘Vlaamse’ delegatie altijd ongeveer een week samen) en uit andere Europese landen in de tweede plaats, met name Spanje, Duitsland, Finland, Luxemburg en Italië. Die periode in mijn leven is nu helemaal voorbij.

 

geert en ilse.jpg

Geert, Ilse, s.d.

Over veel ontmoetingen kan ik verhalen schrijven, geen fictie, maar autobiografie (en in sommige gevallen biografie). Wat mis ik sommige van die mensen! Zal ik ze noemen en iets over hen vertellen? De twee Elvissen, Marlene Dietrich, Monica Vitti, Monica Bellucci, Del Shannon, Boy George, Karen Dalton, Chiara Mastroianni, Renée Zellweger, Sweet Marie en Sad Eyed Lady Of The Lowlands? 
 

Nee, natuurlijk niet. Morgen verzin ik een verhaal of rakel ik herinneringen op. Of overmorgen – alleszins als de rook om mijn hoofd is verdwenen. Ik herinner me zoveel mooie mensen, Belgen en buitenlanders, allemaal hetzelfde, allemaal anders, zoals de slogan luidde die op onze pins stond vermeld. In het Fins, Spaans, Italiaans, maar nooit in het Belgisch. Sommigen van hen zijn vrienden gebleven, of kennissen. Vreemd genoeg zijn degenen die vrienden bleven overwegend vrouwen, en degenen die naar achtergrond werden verbannen mannen. Verbannen? Ik weet niet hoe het mannelijk brein werkt, en bijgevolg ook niet het vrouwelijk equivalent. Ik heb in een boekwinkel al eens een keer een boek zien liggen met de titel ‘Mannen komen van Venus, vrouwen uit de winkel’ of iets dergelijks. Onzin natuurlijk. Je moet al een behoorlijke portie jenever naar binnen hebben om zoiets te kunnen verzinnen. Ik geloof nu, als mijn geheugen mij niet te zeer in de steek laat, dat onze delegaties meestal grotendeels uit meisjes / vrouwen bestonden. Vlaamse jongens waren niet zo geïnteresseerd in buitenlanden en andere culturen, denk ik. Is het niet nog altijd zo? Maar je mag nooit veralgemenen, of veralgemeniseren zoals ze in Holland zo vreemd zeggen, en je moet altijd nuanceren. Jongens zijn heel vaak meisjes en vice versa. Dat wist Ray Davies al toen hij ‘Lola’ componeerde, en voor hem talloze Griekse en Romeinse dichters.

 

Morgen dus. Verwacht je niet aan verrassingen. De doorsnee lezer van deze teksten bestaat niet en voor degenen die mij oppervlakkig kennen verander ik alle namen, zoals schrijvers dat moeten doen, willen ze geen problemen krijgen. Ik las vandaag nog een artikel over een jongen die omdat hij zo in de put zat over het feit dat zijn liefje hem had gedumpt naaktfoto’s van haar had gepubliceerd op facebook. Nu zit hij voor zes maanden in de gevangenis, geloof ik. Niet doen jongens, meisjes. Laten we lief blijven voor elkaar. En liefde, vriendschap, kennismaking is nog iets heel anders dan zeggen, nice to meet you facebook. Maar daar zal ik het morgen over hebben. Als ik vanavond niet te zat word. Het is tenslotte bijna Sinterklaas. En ik heb een cowboy mouth, if you know what I mean.

 vitti_red_desert.jpg

Monica Vitti, Deserto Rosso, Michelangelo Antonioni
 

ingrid in finland 2.jpg
Ingrid, ergens in Finland, s.d.

Op de achtergrond: Blonde On Blonde van Bob Dylan, een absoluut meesterwerk uit de 20ste eeuw, nergens mee vergelijkbaar. Als je de LP niet kent, begin dan met ‘Sad Eyed Lady Of The Lowlands’.

 

23-07-07

BLOOTZONDAGEN


deborah

Blootzondagen vinden maar een keer per jaar plaats, altijd begin september. Ze vallen samen met de autoluwe zondagen. Deelnemers aan blootzondagen mogen niet te voet de straat op, wel op fiets, rollerblades of skateboard. Als de blootamateurs met hun huisdieren willen buitenkomen moeten die geruite jasjes aan hebben. Er zijn nog een heleboel andere regeltjes, maar over de band genomen zijn blootzondagendeelnemers geen regelneven.

Meer informatie over dit onderwerp vind je op www.bloondzondagen.nl. Overigens heeft de Franse conceptuele kunstenares Sophie Malle al een tentoonstelling aan het onderwerp gewijd.

Foto: soundtrack van een artfilm van Sophie Malle.

17-05-07

SEKS, SUCCES EN STRAF


 emmanuelle béart

Wil een mens succes tegen elke prijs? Ik zou een stukje kunnen schrijven, helemaal naakt op mijn stoel gezeten, over erotiek, want dat lezen Vlamingen graag. Seks en erotiek, daar verveel je niemand mee. Het stukje zou zeker niet over Francesca Vanthielen gaan, want daar heb ik echt niets over te zeggen. Ik weet nauwelijks wie ze is. Ik geloof dat Francesca op televisie komt en af en toe in een Vlaamse film meespeelt, die meestal flopt, en zeker niet op filmfestivals wordt vertoond. Ze staat vaak in Humo afgebeeld, en soms wordt ze geïnterviewd, om de tien maanden ongeveer. Bij Humo kennen ze tien mensen, BV’s noemen ze die wezens, en die worden om beurten ondervraagd over hun seksleven. Vijf mensen uit de sportwereld, vier uit de showbusiness, en één kunstjesmaker, speciaal uigekozen om aan de behoeften van de ascetische elite tegemoet te komen. Francesca is één van die tien, vandaar dat ik weet dat ze om de tien maanden aan de beurt is. Dat was tot voor kort toch de gang van zaken, maar ik ben de draad een beetje kwijt, omdat de VRT met het genie Lux op de proppen is gekomen. Dat is echt een man die alles weet. Hij heeft de oogopslag van het genie, dat zie je meteen. En hij interviewt alleen maar kunstjesmakers. Ik geloof dat Humo nu met de handen in het haar zit, als Humo tenminste niet kaal is. Maar dat zijn zorgen voor later

Veel Vlamingen hebben de gewoonte ‘seks’ foutievelijk als ‘sex’ te spellen. Is het uit onwetenheid, domheid, of vinden ze dat een x er geiler uitziet dan een k of een s? Zelf vind ik de s een mooie letter, een hele mooie, meanderende letter; ze heeft de vorm van een kronkelende slang – en de slang is een metafoor voor zowel de vrouw als het mannelijk geslachtsorgaan, de penis dus. Wat ik van de k moet denken weet ik niet goed. Je hebt alvast kunst met een grote en een kleine k. En er is de k van het vrouwelijk geslachtsorgaan, daar valt veel over te zeggen en te denken. Maar, zoals ik al zei, ik weet niet goed wat. Kut met peren, zei mijn grootvader zaliger altijd, maar de man was een waardeloos sujet. Hem laat ik hier om die reden buiten beschouwing, anders zou het de hele tijd over kut gaan, en dat wil ik niet, toch?

Als ik naakt op mijn stoel zou zitten en ik zou de gordijnen open laten zouden voorbijgangers opmerken: kijk, die zit daar bloot op zijn stoel. Zij zouden het woord ‘naakt’ niet gebruiken, denk ik. Is ‘bloot’ een lekkerder woord dan ‘naakt’? Weer komt de k om de hoek loeren, die k van kut met peren. Of zijn de voorbijgangers allergisch voor de a van Afrodite?  Dat denk ik niet. Voor alle zekerheid zal ik het eens aan Laura moeten vragen. De k, zo denk ik nu opeens, kan het ook niet zijn, want de Vlamingen gebruiken bijzonder graag de woorden kont en flikker. Kijk, hij zit daar in zijn blote flikker op die stoel, hoor ik ze al zeggen. Nee, ik weet echt niet op wat die voorkeuren voor bepaalde woorden zijn gebaseerd. Je ziet het, van kabbala heb ik in tegenstelling tot Madonna geen kaas gegeten.

Het stukje zou evenmin over Els Tibau gaan. Ik weet zelfs niet wat die naam hier komt doen. Ik ken helemaal geen Els Tibau. Waarschijnlijk heb ik hem onbewust geregistreerd toen ik in een krantenwinkel stond om er Uncut, Mojo en Magazine Littéraire te kopen. Het woord ‘girlwatch’ is terwijl ik daar aan de kassa stond waarschijnlijk samen met Els Tibau mijn onbewuste binnengeslopen. In ieder geval laat ‘girlwatch’ me niet meer met rust. Ik heb er de voorbije nacht zelfs van gedroomd. Ik was een kleine jongen op school en was stout geweest. Als straf moest ik duizend keer dat woord ‘girlwatch’ schrijven. Ik vond het geen erge straf, want elke keer als ik het woord noteerde zag ik Brigitte Bardot in bikini voor me. Bij het ontwaken vond ik het erg dat het Brigitte Bardot was geweest en niet Emmanuelle Béart of zo. (Maar Emmanulle Béart zou ongetwijfeld geen bikini aan hebben gehad. Er bestaat geen mooier bloot dan dat van deze actrice in de vier uur durende film La belle noiseuse van Jacques Rivette.) Een Front National-madame als de rimpelige BB is niet mijn cup of tea. Maar zo gaat dat met het onbewuste en met straf schrijven. Je kiest je eigen straf niet uit.
seks,sex,erotiek,letters,bloot,naakt,francesca vanthielen,els tibau,emmanuelle beart

Weet je wat? Ik denk dat ik helemaal geen stukje zou schrijven om succes te krijgen. Het zou te zeer als straf aanvoelen. En het leven zelf is al voldoende straf, in alle betekenissen van het woord.

22-04-07

STEMMEN, STEMMINGEN


isabelle huppert































In boeken, films, toneelstukken, ga ik zelden of nooit op zoek naar structuren. Ik laat me liever meeslepen door het narratieve, en betoveren door woorden, zinnen, beelden; af en toe zie ik een symbool en blijf dan even stilstaan bij de betekenis. Maar meestal glijd ik over de oppervlakte verder. Ik houd van originele uitdrukkingen en ‘echte’ dialogen. Ik houd van films waar niets in gebeurt; een mooi voorbeeld is In The Mood For Love van Wong Kar Wai. Natuurlijk gebeuren er wel allerlei dingen in die film, maar ik bedoel: er wordt niet geschoten, gevochten, gemoord, men loopt niet met grote machinegeweren rond, er verschijnen geen groene monsters, niets van dat alles. En ik kan dat allemaal missen. De films van Rohmer zijn ook een mooi voorbeeld. Daar wordt vooral in gepraat, en, vaak via de woorden, verleid. La collectioneuse, Le genou de Claire. Of de vele uren durende films van Jacques Rivette, zoals La belle noiseuse, over een schilder en zijn model. De schilder blijft aan de oppervlakte van zijn model, haar huid, haar ogen. Ja, haar ogen, de ogen van Emmanuelle Béart, een van de mooiste vrouwen van de wereld. 

Ja, ik blijf ook graag aan de oppervlakte. Ik ben geen intellectueel, wel een moreel mens. Ik denk en handel intuïtief. Ik hoef niet diep te graven om te weten wanneer iets verkeerd is, wanneer een mens slecht is. Is het een zesde zintuig? Alleszins weet ik meestal van een moreel slechte mens dat hij een moreel slechte mens is. Aan een kunstwerk zie ik ook vaak of het echt is of fake, zonder er eerst over te lezen. Het is wel prettig om er achteraf wat over te lezen. Om te vernemen wat ik nu eigenlijk heb gezien. Wat betekenden die rozen op de achtergrond, of die dode vogel op de voorgrond? Maar ik moet die betekenissen niet noodzakelijk allemaal kennen om van een werk te kunnen genieten. Ik ben geen intellectueel, ook al staat mijn kamer vol boeken en liggen ze nu al in stapels op de vloer en op de tafeltjes. Ik lees die boeken ook wel, maar louter voor het plezier van de tekst, voor het genot. Wijzer word ik er niet van, geloof ik. Ik blijf altijd dezelfde naïeve dromer. I don’t want to lose that teenage feeling. Het enthousiasme moet blijven, als dat er niet meer is, hoeft het voor mij niet meer. Ach, ik zal wel een hedonist zijn. Zou ik dat erg moeten vinden?

Ik houd ook zo van stemmen. Stemmen van actrices en acteurs in films. Delphine Seyrig in Le jardin qui bascule, die van Sami Frey in dezelfde film, de stemmen van Caroll Baker en Jean Simmons in The Big Country, de stem van Jean-Pierre Léaud in de Antoine Doinel-films van Truffaut. De stem van Arletty in Les Enfants du Paradis. De stem van Isabelle Huppert in La pianiste (en in alle andere films waar ze in meespeelt). De stem van Bruno Ganz in Der Amerikanische Freund. De stem van Willem Dafoe in Light Sleeper. De kinderstem van Brandon DeWilde in Shane. (Brandon DeWilde was later een goede vriend van Gram Parsons, en stierf net zoals zijn vriend op jonge leeftijd, zij het in zijn geval niet van de drugs maar in een auto-ongeval). Marlon Brando’s stem in Last Tango In Paris, in On The Waterfront. Sissy Spaceks verhalende stem in Badlands, die van Linda Manz in Days Of Heaven. Wat zou er met Linda Manz gebeurd zijn? Nooit meer iets van gehoord. Sam Shepard – in Days Of Heaven een man van weinig woorden - leeft alleszins nog. Hij speelt zelfs mee op de nieuwe cd van Patti Smith, nog zon’ bijzondere stem. Ja, natuurlijk ook de stemmen van zangers en zangeressen. De stem van Bob Dylan in Just Like Tom Thumb’s Blues. Die van Kris Kristofferson in Me And Bobbie McGee. De stemmen van The Be Good Tanyas. De stem van Chan Marshall. De stem van Eleni Mandell, de mooie stem van Françoise Hardy. De stem van Aretha Franklin in Try Matty’s, die van Billie Holiday in I Cover The Waterfront. De fictieve stemmen van Tess, Madame Bovary en Anna Karenina. De goddelijke stem van Teresa Salgueiro. Goddelijk bij wijze van spreken. Duizenden stemmen, miljoenen stemmen. Een oneindig aards en hemels koor dat over de aardse en hemelse liefde zingt en over een eeuwigdurend Pasen, een eeuwigdurende Summer of Love.

Foto: Isabelle Huppert.

23-02-07

IK SLOEG EEN VETTE KEREL


Vorige nacht sloeg ik een vette kerel, een misdadiger die al was gevangen genomen, recht in het gezicht. Hij had de vreselijkste misdaden gepleegd, maar spijt scheen hij niet te hebben. Hij zat recht voor me in bloot bovenlijf en lachte luidkeels, trots op zijn daden. Daarom klopte ik hem ook nog met mijn haarborstel op het hoofd. Het enige wat ik zo bereikte was dat hij mij nu volop uitlachte. Ik sloeg harder en harder, ook op zijn wit, papperig bovenlijf, maar ik had net zo goed op een zak bloem kunnen slaan. Dit alles vond ik hoogst onbevredigend.

23-10-06

STRIPTEASE EN RODE ROZEN

striptease,kaaitheater,victoria,bloot,bioy casares,cecilia,stripper,verlangen,morel,eeuwigheid,brussel,amsterdam,cafe,nacht

Victoria - Nachtschade - Eric De Volder


In het café van het Kaaitheater liep de stripper voorbij de grote tafel in het midden, waaraan we nog wat zaten na te genieten. Hij fronste zijn wenkbrauwen toen hij me zag zitten. De grappige blik in zijn ogen bracht me aan het lachen. Even later kwam hij naast me zitten. Je keek zo boos, zei hij. Ik ben nochtans niet boos, zei ik, integendeel. Het zal mijn natuurlijke gelaatsuitdrukking zijn.Ja, dat zeg ik ook altijd, als ze mij zeggen dat ik boos kijk, zei de stripper lachend.

Een vriendelijke en vooral zeer gespierde jongeman, dat wel; maar waarom moest nu uitgerekend van de zes strippers de ene mannelijke naast me komen zitten en een gesprek met me aanknopen? Zeker vier van de vrouwelijke strippers waren nog in het café aanwezig. Ze hadden bovendien niet veel meer kleren aan dan toen ze op het podium hun act deden. Net voldoende om niet gearresteerd te worden wegens openbare zedenschennis. Maar het zij zo. Hij was een vriendelijke jonge man, uit Amsterdam. Waarschijnlijk voelde hij zich wat eenzaam. Hij vond het wel leuk in Brussel, zei hij. Maar wat was het moeilijk om met de fiets uit de stad weg te raken. Hij vertelde een paar weetjes over het leven als mannelijke stripper. Wat hij nu had gedaan was echter iets helemaal anders. Victoria had van het zinnenprikkelend uitkleden kunst gemaakt. Choreografen hadden er andere ruimtes en andere bewegingen voor bedacht. De wereld van de striptease werd binnenstebuiten gekeerd. De stripper was zeer tevreden over de samenwerking. Het was heerlijk geweest, zei hij. En overal werden ze goed ontvangen, daverend applaus, rode rozen.

Later op de avond had ik toch nog een kort gesprek met Cecilia. Ik was die onzichtbare stripteaseuse, zei ze. Ze was inderdaad onzichtbaar geweest, behalve op het einde van haar performance. Dan zagen we haar blote kont. Eindelijk wat licht! Ze kwam uit Buenos Aires.
Ik woon in Parijs met mijn Russische vriend, zei Cecilia. Toen ze hoorde dat mijn zoon ook in Parijs woont schreef ze haar mobiel nummer – en dat van haar Russische vriend – op een bierviltje. Bel me eens op als je in Parijs bent, zei ze. Voilà, nu weet ik bij wie ik terecht kan als ik me eens een keer eenzaam voel in een luizig Parijs hotel. Bij het afscheid gaf Cecilia me nog een hele zachte zoen. Vandaag heb ik gelezen dat ze in een Argentijnse film heeft meegespeeld. Een echte filmster heeft me gekust!

Bioy Casares heeft een roman geschreven die ik iedereen graag aanbeveel: De uitvinding van Morel.

12-08-06

BOB DYLAN ALS PAUS EN ANTI-PAUS

blues,bob dylan,country,kunst,protest,radio,paus,bloot,20ste eeuw,popcultuur,theme time radio hour,pop,protestzangers,kunstenaar

Het vorige artikel gaat niet over Bob Dylan als zanger of songschrijver of filmregisseur of autobiograaf of schilder of Enigma. Het gaat over Bob Dylan als deejay van het onvolprezen radioprogramma Theme Time Radio Hour. Misschien was ik niet duidelijk? Dat geeft niet. Het is altijd de moeite waard om over Bob Dylan te praten. Om te horen wat anderen over hem denken. Of ze van hem houden, of ze hem haten (zoals de meeste van mijn vriendjes op de middelbare school, in de jaren zestig). Of ze…?


Kennelijk laat Bob Dylan niemand onberoerd. Hoe zou het ook kunnen? Heeft iemand ons ooit meer troost en inspiratie geboden gedurende onze voorbijgevlogen jaren? Ik ben een onvoorwaardelijke bewonderaar van de man, sinds ik voor de eerste keer, in 1965, Like A Rolling Stone op een transistorradio hoorde. Onvoorwaardelijk? Ik kan moeilijk zeggen dat ik alles wat hij gemaakt en gedaan heeft even goed vond of er altijd bijzonder opgetogen over was. Maar zijn dwarsliggerij en zijn dwaasheid zag ik gewoon door de vingers. Zelfs zijn door velen verguisd optreden voor die vermaledijde paus zag ik als een surrealistische grap.

(Overigens ben ik ervan overtuigd dat Dylan het concept van zijn radioprogramma van mij heeft afgekeken. Ik maak al een themaprogramma sinds 1982; zo lang al dat ik geen thema's meer kan bedenken. Waarschijnlijk kent de zanger en danser heel goed Nederlands, net zoals de paus voor wie hij optrad, zalig Pasen, ofwel heeft hij excellente adviseurs.)

Een paar dingen over Dylan zijn voor mij duidelijk als geslepen glas: als 20ste eeuwse kunstenaar is hij even belangrijk als Francis Bacon, Henri Matisse, Marcel Proust, Franz Kafka, Frederico Fellini en John Ford. Waarom? Omdat hij zich in een traditie plaatst, vanuit die traditie een visie ontwikkelt, en vanuit die visie op een oorspronkelijke wijze, met een geheel eigen stem, de maatschappij waarin hij leeft en de mensen rondom hem en zichzelf observeert en analyseert – en mogelijkheden suggereert, plaats openlaat voor het mysterie dat toekomst heet.

Wat Dylan vooral nooit was: een protestzanger. Tegen dat ‘label’ heeft hij altijd bijzonder heftig en soms nogal ludiek geprotesteerd! Protestzangers waren deze mensen die een paar songs van Dylan als model namen, songs die sowieso al mimetisch van aard waren, vaak gebaseerd op oude Britse volksliederen. Protestzangers waren deze mensen die deze ‘archetypische’ songs imiteerden, er banale teksten over atoombommen en zo bij verzonnen, en hoopten op die manier veel geld te verdienen, zodat ze nooit meer zouden moeten zingen en optreden. Bob Dylan echter treedt altijd op. Bob Dylan is niet meer en niet minder dan een country- en blueszanger. Hij heeft nog nooit tegen iets geprotesteerd. Wel heeft hij al een en ander vastgesteld. Onder meer dat het geen leuke wereld is, waar we in leven. Onder meer dat sommige mensen het verschil maken. Onder meer dat het plezierig is om af en toe een danspasje in die weinig leuke wereld te zetten. Onder meer dat de paus soms ook in zijn blote staat. Bob Dylan, dames en heren!