17-08-15

HET BOEK ASTRID

astrid,dood,herinneringen,kroniek,blog,schrijven,vrijheid,openbaarheid,leugen,waarheid,verzinsel,uitgeven,zwijgen,stilte,maskerade,2005,relaas,verlangen,vorm,inhoud,dwang,zinsverbijstering,leesbaarheid,personages,fictie,moraal,zedelijkheid,verantwoordelijkheid,ethiek,elegie,boris vian,boeken,kroniekschrijver

Boeken zou je kunnen schrijven over Astrid. Maar wat ik schrijf zijn kronieken. Of is één enkele, doorlopende kroniek, een dag-tot-dag relaas met onderbrekingen. Die onderbrekingen drukken de dagen, weken uit waarin er niets gebeurt of waarin wat gebeurt niet tot opflakkeringen of ‘oplevingen‘* van het bewustzijn leidt.

Deze kroniek heeft in 2005 de vorm aangenomen van een blog. Tot dan was de kroniek bijna altijd privé geweest, nu werd hij openbaar. Tot dan kon ik schrijven wat ik wilde over wie of wat ik wilde. Rekening houden met wat of wie dan ook was niet nodig. Dat was een mooie compensatie voor het dagelijks leven waarin ik voortdurend met alles en iedereen rekening houd, wat mij jarenlang tot passiviteit, die soms extreem was, heeft gedwongen. In mijn schrijven was ik in zekere zin vrij: ik was nergens verantwoordelijk voor. Ik kon van reële of verzonnen personages tot in de kleinste details hun slechtheid beschrijven, maar net zo goed kon ik hun vaak onbestaande schoonheid en heiligheid bezingen. Dat laatste deed ik doorgaans in wat ik ‘gedichten’ noemde. Voor de wereld buiten mij maakte het geen verschil. Tot 2005 kon ik beslissen of ik mijn kroniek – of delen ervan – al dan niet openbaar zou maken. Of uitgevers konden dat doen, in het geval ik me tot hen richtte, wat zelden gebeurde. Dat laatste waarschijnlijk omdat ik vooraf wist dat ze mij de vrijheid die ik in het schrijven bezat, als het enigszins wilde lukken, zouden afnemen door het in een leesbare vorm te gieten, of mij daar toe te dwingen.

Sinds 2005 is de kroniek een blog. Hoewel ‘blog’ een lelijk woord is ben ik sindsdien gedwongen al wat ik schrijf daar naar te richten. Het gaat om een kracht, een verlangen, waar ik geen vat op heb, om een soort van zinsverbijstering. Soms verlang ik in extreme mate naar die uitingen, naar die in zekere zin toch erg banale vorm van openbaar maken: er bestaan miljoenen blogs. Maar gaandeweg heeft de vrijheid van het schrijven, van de kroniek mij bang gemaakt. Deze openbaarheid legt mij evenzeer aan banden. Een blog is net zo goed een keurslijf als een boek uitgegeven bij een gerespecteerde of verwenste uitgever. De vorm moet niet noodzakelijk leesbaar zijn, hoewel je toch altijd, en steeds meer, gelezen wilt worden. Omdat een blog openbaar is moet je vooral rekening houden met de inhoud, met de beschrijving van je personages, met wat je het ‘reële’ zou kunnen noemen – hoewel filosofen beweren dat je het ‘reële’ het zwijgen oplegt zodra je het in een relaas onderbrengt. Het is onmogelijk om in de openbaarheid om het even wat te doen. Dat geldt ook voor het schrijven. Ik heb het niet eens over de banaliteit van het legale, maar over de ernst van de morele verantwoordelijkheid.

Zoveel woorden heb ik nodig om te zeggen dat ik er aangaande Astrid, mijn overleden ex-schoonzus, grotendeels het zwijgen moet toe doen. Een bloemrijke elegie zal nog wel worden toegestaan (zou ik mezelf toestaan). Wat ik vanuit de vrijheid die ik me nog enigszins kan voorstellen zeer betreur. Zoals ik betreur dat ik in de openbaarheid niet over mezelf kan schrijven, over mijn** vrouwen, over de vrouwen naar wie ik verlangde en verlang, over mijn vrienden, over mijn ouders, over de hele mikmak die het echte leven wordt genoemd. Het enige wat ik kan doen is van Astrid en van alle anderen een andere maken. Haar een masker opzetten, een ander lichaam geven en een andere naam. Dat zou ik kunnen doen. Zoals, bijvoorbeeld, Boris Vian deed, toen hij zich Vernon Sullivan noemde. Een van zijn onder dat pseudoniem uitgebrachte boeken draagt de titel: ‘J'irai cracher sur vos tombes’. Maar ben ik dan nog een kroniekschrijver? Is mijn tekst dan nog een relaas en ben ik dan nog een heel klein beetje vrij?

astrid,dood,herinneringen,kroniek,blog,schrijven,vrijheid,openbaarheid,leugen,waarheid,verzinsel,uitgeven,zwijgen,stilte,maskerade,2005,relaas,verlangen,vorm,inhoud,dwang,zinsverbijstering,leesbaarheid,personages,fictie,moraal,zedelijkheid,verantwoordelijkheid,ethiek,elegie,boris vian,boeken,kroniekschrijver

...

*Martha Nussbaum noemt het ‘upheavals’.
**Het bezittelijk voornaamwoord drukt hier uiteraard geen bezit uit.

Foto's:
Boven: Mijn broer en ik.
Onder: gemaskerd ga ik door het leven.

23-01-14

LEUGEN, WAARHEID, MELANCHOLIE

MelencoliaDurer.jpg

1.
Er zijn geen leugens onder de zon. Ga ze ook maar niet zoeken in een ander vuur of onder een steen, in de schaduw van een olm, een belfort. Ga ze zeker niet zoeken in de doolhoven van industriezones noch in een kluis in een huis aan een donker meer in een buitenland. Dat is tijdverlies, zelfs als je ervan uitgaat dat de tijd niet bestaat, dat hij alleen maar een concept is, een manier van denken, deel van een wereldbeeld.

Er is alleen maar waarheid en niets dan de waarheid. Of ik je dat nu zweer of niet verandert niets aan de situatie. Wat je om je heen ziet - verlaten en drukke straten, pleinen, vogelnesten, bijenkorven, flatgebouwen, metrostations -, dat is niemandsland. Een land zonder koning, zonder onderdanen, zonder zonde, zonder genade, een land vooral zonder schaamte. Waar zelfs de strengste wetten in het onbekende ontstaan en er weer terugkeren - het nog niet bekende dat even waar is als het bekende, alleen weet niemand in het niemandsland het al. Of daar lijkt het toch op, maar het is ook waar dat er altijd bevoorrechten zijn, dat er altijd een voorhoede is. Aan wat die hoede voorafgaat weet ik ook weer niet en ik ken ook geen mens die het wel zou kunnen weten. Wat ik wel denk te weten is dat allen, zoals dieren, aan die wervelwind van wetten onderworpen zijn, dat niets door hun mazen kan glippen. Ook degenen die niet uit de boot vallen raken in hun netten verstrikt.

Alles wat zich voordoet en niet voordoet is waar. Elke citroenschil, elke schimmel, elke dromedaris, elke droom, elke splitsing, elke wonde is waar. Er is alleen maar waarheid. Er zijn geen leugens onder de zon. Zo is het en zo zal het worden. Zet nu maar een punt achter al dat zoeken en nauwgezet en goedbedoeld onderzoeken. Je nieuwsgierigheid zal wel ergens anders, in een ander niemandsland, wortel schieten.

2.
Vorige nacht werd ik wakker en raakte maar moeilijk weer in slaap. Terwijl mijn vrouw lindethee voor me maakte sloeg ik nog even ‘Het boek der rusteloosheid’* van Pessoa open, een bijna ideaal slaapmiddel. Daar las ik dit:

“Waarom schrijf ik tegenstrijdige en niet met elkaar te verenigen processen van dromen en dromen leren? Waarschijnlijk omdat ik er zozeer de gewoonte van heb gemaakt het verkeerde als het ware te ervaren en wat ik droom even duidelijk waar te nemen als wat ik zie, dat ik het menselijke en volgens mij valse onderscheidingsvermogen tussen waarheid en leugens heb verloren.”

De eerste zin begreep ik niet. Het zal wel aan mijn slaapkop liggen, dacht ik, maar nu ben ik wakker en ik begrijp hem nog niet. Het is me echter om de tweede zin te doen. Nu heb ik die, geruime tijd geleden, al meermaals gelezen en is de gedachte mij misschien bijgebleven. Maar alleszins heb ik er bij het neerschrijven van het bovenstaande niet aan gedacht. De trigger voor de tekst was Martin Scorsese’s film ‘The Wolf Of Wall Street’: die gaat in zekere zin ook over de waarheid. Alles wat je in zijn film ziet is waar, hoe overdreven het soms ook lijkt.

Kirsten-Dunst-in-Melancholia.jpg

3.
Mijn blog bestaat nu bijna acht jaar. Waarom heb ik hem ‘hoochiekoochie’ genoemd? Had ik een slaapkop, was ik beneveld of was het een kater? Niet dat ik het een slechte naam vind, maar ik besef nu heel goed dat hij de lading niet dekt. Melencolia, de gravure uit 1514 van Dürer indachtig, zou veel beter geweest zijn. Maar wellicht bestaan er duizenden blogs die ‘melencolia’ heten. Zelfs hoochiecoochie bestond in 2006 al, vandaar de afschuwelijke maar gelukkig ook kafkaiaanse K. Overigens zou ‘melencolia’ nooit kunnen aanzetten tot dansen terwijl hoochiekoochie, in weerwil van de occasionele zwartgalligheid, bijna niets anders beoogt te doen. 
Totentanz_blockbook3.jpg

...

*Zoals ongeveer alles van Fernando Pessoa een boek dat niet af is, wat een modern kunstwerk betaamt. Een boek, een kunstwerk, dat pretendeert af te zijn, voltooid, is volgens Adorno een leugen. Ook dat is waarheid.

Beelden: Melencolia, Albrecht Dürer, 1514; Kirsten Dunst in 'Melancholia', Lars Von Trier, 2011; Totentanz, Blockbuch, Heidelberg, 1455-1458.

...

Een fragment uit mijn dagboek: "
Strijd tegen de leugens zeg ik, maar wat is dan de waarheid? Hoe vind ik de waarheid? Berusten in de inertie, is dat de waarheid aanvaarden? Toegeven dat alles voor niets is geweest… Dat mijn leven (en tegelijk zoveel andere levens) overbodig is… Ik neem aan dat dàt niet de waarheid is." (5 mei 1980).

Dat was toen, dit is nu. Want ja, ook dat is waarheid.

 

07-03-12

HERKENNING

Dit:

In de momenten van verveling (bijvoorbeeld tijdens de ochtendlijke treinreizen waarbij ambtenaren luidop hun wereldverbeterende visies verkondigen), op die momenten wis ik sms’jes. Een paar van die boodschapjes behoud ik, omdat ze een nostalgische waarde hebben. Die van toekomstige aflijvigen. Of omdat ze een mobiel nummer insluiten. Functioneel behoud heet dat. Een hoopje berichten conserveer ik vanuit een onbegrijpelijk genoegen : die met veel uitroeptekens en vraagtekens. Ik houd ze, omdat ze in  hun nietszeggende schreeuwerigheid, heel veel verdriet en onmacht verraden. Met andere woorden : ze hebben uitgeschreven emotie.

las ik hier:
lucdewaele.wordpress.com

Wat had ik dat graag zelf geschreven. Een en al herkenning. Maar vooral bewondering voor de mooie en gepaste formulering van een ogenschijnlijk doogewone vaststelling.

Met dank aan Uvi, die me op de waarde van het werk van Luc De Waele wees.

26-02-12

BEWOGEN DAGEN 4.

 

in my room - pictures on my wall 1.jpg

Pictures on my wall, Martin Pulaski, 2006.

Dit is het vierde deel van ‘bewogen dagen’. Deze overpeinzingen ontstonden in de periode 2005-2006. Ik heb ze de voorbije dagen gewikt en gewogen. 
 

“Je zou alleen uit liefde moeten sterven, en niet door een tragische dood. Je zou alleen vanuit die dood moeten schrijven, of alleen vanuit die liefde met schrijven ophouden, of met schrijven moeten doorgaan, allebei tegelijk.” Gilles Deleuze

31.
Als ik uitgeblust ben, moe en suf van het werk op het ministerie, doe ik niets liever dan ‘wegvluchten’ in muziek of films. Maar mijn levensgezellin gaat meestal vroeg slapen, nog meer afgepeigerd van het werk dan ik. Alleen naar een film kijken vind ik niet prettig – ik ga ook nooit alleen naar de bioscoop. Een film ervaar je, en dat moet je delen.  Nu ja, ik zit eigenlijk ook graag alleen op mijn kamer om te lezen, te schrijven en muziek te beluisteren. 

32.
Het internet heeft mij gestimuleerd om zelf opnieuw dingen te gaan doen. Het lijkt wel of je er ‘positieve’ elektrische schokken van krijgt. Toen ik pas aansluiting had leek het of ik ontwaakte uit een te lang uitgevallen winterslaap.  Ons leven kan zich niet beperken tot ondergaan; wat je ondergaat moet je transformeren, je moet niet alleen maar interpreteren, je moet ook maken.

Niet alleen sporen zoeken, in bossen of in boeken, maar ook sporen achterlaten. 

33.
De beste romans gaan over actieve mensen; romanhelden zijn meestal geen lezers, al zijn er uitzonderingen, zoals Madame Bovary, met wie het heel slecht afloopt. Een schitterende roman over een passieve ‘held’ is ‘De man zonder eigenschappen’ van Robert Musil. Maar hoe passief is Ulrich eigenlijk? Leeft hij niet ten volle? In Marsmans uitspraak "ik erken maar één wet en dat is leven” kan ik mij herkennen. Mijn 'in memoriams' gaan ook nogal eens over mensen die intens hebben geleefd.

34.
Hölderlin had het over de heilige nuchterheid, maar er bestaat ook heilige dronkenschap.

35.
Ik ben ‘verslaafd’ aan flickr, het geeft me een sterk gevoel van verbondenheid met de wereld en de mensen. Maar die band is helaas een illusie.

36.
Ik heb wat in de krant gebladerd. Ook in de boekenbijlage. Niets gelezen wat me kon boeien. Ik houd niet van dat literatuurgedoe; daar heb ik me volledig aan onttrokken.

37.
Een huis kopen of bouwen, kinderen baren en opvoeden, vechten tegen de waanzin van het huwelijk, dat is toch leven? Of niet soms? Maar is het de zin van het leven? In dat geval heeft mijn leven weinig zin.

38.
Het is nutteloos om over als/dan te piekeren, tenzij je een roman wilt schrijven.

39.
Een kinderboekenschrijfster, die toen ze nog erg jong was mijn beste vriend Jos goed heeft gekend, wilde me, naar aanleiding van een stuk van mij over Jos, graag ontmoeten. We hadden afgesproken om volgende zaterdag iets te gaan eten. Ik keek er naar uit. Een soort van blind date met een Vlaamse schrijfster! Maar ik heb het – voorlopig - afgezegd. Eten smaakt me niet zo, en ik heb weinig zin in conversatie. Toch vind ik het jammer dat ik die dame niet kan ontmoeten: zij had me wellicht veel over Jos kunnen vertellen. Ik mis hem nog elke dag. We hielden beiden bijzonder veel van schrijvers en van muziek. Hij is trambestuurder en bibliotheekbediende geweest. Hij was manisch-depressief en heeft in oktober 1991 zelfmoord gepleegd. Op het ogenblik dat hij in Leuven van een gebouw sprong  liep ik op het strand van Cadiz heel gelukkig te zijn.

40.
Het internet vervangt stilaan de boeken. Ik geef nog altijd meer om boeken dan om internet, maar voor volgende generaties wordt dat ongetwijfeld anders. Ik weet dat gedichten op hoochiekoochie en elders weinig gelezen worden, maar als ze in een dichtbundel staan en in een boekwinkel liggen worden ze dat nog minder. Een boek uitgeven is vooral een prestigezaak. Ik zou wel graag een boek uitgeven, maar ik doe er geen moeite voor. Je moet dan op televisie, in Humo, op de boekenbeurs enzovoort. Een ridicuul spektakel, toch?

IMG_3352.JPG

Gardening At Night, Martin Pulaski, 2006.

 

28-11-08

BLOGS: EEN GEVAARLIJK FENOMEEN


Nathalie Lubbe Bakker, een barmeisje uit New York, las ik vanmorgen ik in De Standaard, werd ontslagen omdat ze in haar blog al dan niet werkelijk gebeurde activiteiten van Belgisch minister van Defensie De Crem had beschreven. Het artikel eindigt met deze verbazingwekkende, angstaanjagende en woede opwekkende weergave van De Crems oproep in de Kamer:

“Verbeten deed De Crem een oproep tot het halfrond: 'Ik wil van deze gelegenheid en dit non-event gebruik maken om een gevaarlijk fenomeen in onze maatschappij te signaleren. Wij leven in een tijdgeest waarin het iedereen vrij staat naar goeddunken en zonder enige verantwoordelijkheid op blogs te gaan posten. Dit overstijgt zelfs het moddergooien. Het is bijna onmogelijk om zich daartegen te verdedigen. Iedereen van u is een potentieel slachtoffer.' Luid applaus op de banken, zelfs hier en daar van de oppositie.”

Wil de minister de vrijheid van het woord, de vrijheid van mening en overtuiging aan banden leggen en de moet de verbeelding weer onder de plaveien worden verborgen?

Zullen kranten straks ondergronds moeten worden gedrukt en boeken in gefotokopieerde vorm stieken in donkere kroegen worden doorgegeven?

 

18-02-08

OVER DE WAARDE VAN HOOCHIEKOOCHIE

Uit mijn vorige notitie mag duidelijk blijken dat ik niet voor mezelf schrijf maar wel voor jou, beste lezer. En wellicht omdat ik het fijn vind dat mijn ijdelheid wordt gestreeld door je aandacht. Ik vind het eveneens fijn om jouw ijdelheid te strelen door je zomaar toegang te geven tot wat er zich in mijn hoofd – en in mijn leven - afspeelt en door je af en toe met symbolische rijkdom te overladen.

Maar ik zal er niet langer doekjes om winden. Ik probeer zo goed mogelijk en zo eerlijk mogelijk te schrijven over mensen en dingen waarover ik iets weet, of over persoonlijke ervaringen die ik voldoende algemeen vind en waarvan ik denk dat ‘de anderen’ er iets aan hebben; daarnaast is het mijn bedoeling een beetje schoonheid aan de wereld toe te voegen. Dat werd tot woensdag 13 februari kennelijk zeer op prijs gesteld. Wat ik op bijna drie jaar zorgvuldig en geduldig, met veel toewijding, heb opgebouwd gooien de computers van Skynet nu helemaal overhoop. Wellicht is het idioot van me maar ik erger me mateloos aan deze op hol geslagen toestand. Ja, bijna drie jaar heb ik hard gewerkt – en ook veel plezier beleefd - aan het maken van deze literaire ‘puzzel’ die hoochiekoochie heet. Ik ben van mening dat deze teksten even veel waarde hebben als wanneer ze in een boek zouden gedrukt staan. Voor mij is deze wijze van ‘publiceren’ bijna ideaal om een enigszins substantieel publiek te bereiken, omdat het mij aan voldoende sociale vaardigheden en overredingskracht ontbreekt om door te dringen in literaire kringen en cenakels en om uitgevers te overtuigen van de waarde en de schoonheid van mijn geschriften. Op deze manier sla ik immers de schakel van het uitgeven over. Maar bijna altijd besteed ik evenveel zorg aan de eindredactie van wat hier verschijnt als wanneer het voor een boek zou zijn bestemd. Ik heb de indruk dat een aantal lezers dat ingezien heeft en dat mijn hoge positie in de verschillende lijsten echt wel te danken was aan de kwaliteit van wat ik onder woorden breng. Nu zijn die blijken van waardering op enkele dagen teniet gedaan.

Ik geloof niet dat deze klachten uit zelfgenoegzaamheid voortvloeien, of geuit worden omdat ik elitair of arrogant zou zijn. Toch is er – daar kan niemand onderuit - duidelijk een verschil in kwaliteit (en inhoudelijke duurzaamheid) tussen de blogs. Waarmee ik niet wil zeggen dat bloggers die andere ambities hebben dan ik idioten zijn. Integendeel. Voor mij is vrijheid geen hol begrip, dus iedereen mag doen wat hij wil zolang hij mij of degenen die mij dierbaar zijn maar niet kwetst. Maar verwacht van mij geen respect voor mensen die anderen napraten of voor degenen die alleen maar paragrafen en prentjes knippen en plakken. Ik heb ook geen respect voor postzegelverzamelaars. Ze laten me onverschillig. Ik kan me niet met alles bezighouden. Mijn liefde gaat uit naar gepassioneerde mensen, naar mensen die zich inzetten voor een project van de verbeelding en het plezier. Mijn liefde gaat uit naar mensen die het leven liefhebben en de anderen als gelijken behandelen. In mijn hart is plaats voor vreugde en verdriet. Ik geef toe dat mijn levensvreugde vaak wordt overschaduwd door mijn angst voor de dood. Maar ik merk dat ik aan een belijdenis begonnen ben, en dat was niet mijn bedoeling.

Dit zijn hopelijk mijn laatste woorden over dit onderwerp. Nu ga ik lezen en inspiratie zoeken voor nieuwe teksten, voor morgen, overmorgen en de volgende jaren.

06-06-07

EEN MILJOEN


Ik maakte net een wandeling in de stad, kocht pralines voor mijn collega's en een tijdschrift om de tijd te doden. Terug in mijn vertrouwde omgeving stelde ik vast dat de miljoenste bezoeker al de deur uit was. Ik heb haar of hem niet kunnen begroeten of bedanken. Misschien maakt het nu niet meer uit, nu hij of zij al zo lang weer weg is, maar ik wil die miljoenste bezoeker toch hartelijk bedanken.

Ik ben nooit aan dit project begonnen om er succes mee te krijgen, maar nu ik toch wat succes schijn te hebben maakt dat me wel blij. Bijval genieten zonder erom gevraagd te hebben en zonder er toegevingen voor te doen is een mooie zaak. I THANK YOU! (op de wijze van Sam & Dave.)

30-10-06

HEINRICH VON KLEIST : MICHAEL KOHLHAAS

doctorow,kleist,milos forman,wraak,jeugdherberg,zelfmoord,romantiek,1995,blog,meta,schoten,vrienden,geliefkoosd,uitverkoren,1975,kafka

Een paar weken geleden raadde ik een cyberspacevriendin, die ik onlangs overigens heel even in de tastbare werkelijkheid heb ontmoet, een novelle van de Pruisische schrijver Heinrich Von Kleist aan, namelijk Michael Kohlhaas. Dat is niet alleen mijn favoriet verhaal, het is een klassiek werk, geliefd door schrijvers als Franz Kafka en E.L. Doctorow. Ik vermoed dat mijn vriendin inmiddels met haar lectuur begonnen is. Misschien heeft ze de zeer meeslepende novelle al uit en leest ze nu andere verhalen van Kleist. Ze zijn allemaal onvergetelijk: De Markiezin van O. (waar Eric Rohmer een schitterende film van maakte, in de subtiele, door Ingres geïnspireerde kleuren van Nestor Almendros, met Edith Clever en Bruno Ganz in de hoofdrollen – wat zou er trouwens met Edith Clever gebeurd zijn?), De aardbeving in Chili, Een verloving op San Domingo… Ik zou ze net zo goed allemaal kunnen opsommen. En dan laat ik Kleists toneelwerk nog buiten beschouwing. 

Ik las Michael Kohlhaas in 1975, toen ik in een echtscheiding verwikkeld was en mijn eindexamens filosofie deed. In die periode legde ik ook de laatste hand aan mijn licentieverhandeling over het einde van het burgerlijke gezin. Daarmee voegde ik in zekere zin het woord bij de daad. Of was het omgekeerd? Ik herinner me niet dat ik me op iemand wilde wreken, maar de wraakgedachte had mij al sinds ik een kleine jongen was zeer gefascineerd. Die vreemde fascinatie kan wellicht verklaard worden door de vele westerns die ik zag als kind, of door de betovering van Alexandre Dumas’ De graaf van Monte Christo. Niemand gaat echter zo ver in het uitvoeren van zijn wraakgevoelens als Michael Kohlhaas. (Ja, beste cinefiel, deze novelle werd ook verfilmd. Ik wil die film van Volker Schlöndorff echter met de mantel der liefde bedekken, ook al spelen er de sixties-iconen Anna Karina en Anita Pallenberg in mee.) Ik bezit een vijftal vertalingen van het werk, naast een Duitstalig exemplaar, uitgegeven in 1943, met een voorwoord van een nazistische professor uit Berlijn. Ik meende mij te herinneren dat ik Michael Kohlhaas voor het eerst las in de vertaling van Nico Van Suchtelen. (Al in 1933 nam Nico van Suchtelen nadrukkelijk stelling tegen het Nationaal-socialisme. Dat viel bijzonder goed te rijmen met het vertalen van een iemand als Kleist. Het is een schande dat de nazi’s geprobeerd hebben van schrijvers als Kleist en Hölderlin bloed-en-bodem-denkers te maken.) Dat boek was eigenlijk een Sinterklaaspremie, een mooi geïllustreerde uitgave van de Wereldbibliotheek uit 1939. Wereldbibliotheek gaf regelmatig zulke juweeltjes uit. Wie af en toe een antiquariaat binnenstapt zal ze al wel hebben aangetroffen.

Maar mijn geheugen heeft parten met me gespeeld: niet dat het er veel toe doet maar ik las Michael Kohlhaas de eerste keer in een verzamelwerk, getiteld Demonie en droom. Vertellingen der Duitsche Romantiek, verzameld en vertaald door D.A.M. Binnendijk en N. Brut en verschenen bij Uitgeverij Contact in Amsterdam in 1943. Al deze boeken hebben vreselijke bombardementen meegemaakt. Terwijl ze verschenen werden miljoenen mensen naar concentratie- en uitroeiingskampen gevoerd. Dit is geen terzijde. Dit is de kern van deze tekst. In het boek Demonie en Droom is een zegel geplakt van de Belgische Spoorwegen, afgestempeld in Rotselaar op 13 III 1943. Op de titelpagina zit een postzegel van 3,25 Belgische Frank met een afbeelding van Koning Leopold III, afgestempeld in Brussel op 25-8-44. In deze verzameling verhalen uit de Duitse romantiek (Jean Paul, Novalis, Hoffmann, von Chamisso, Brentano, von Arnim, von Eichendorff) heb ik Kleists Michael Kohlhaas echt ontdekt. Later las ik het verhaal in de nieuwe spelling in zo’n boekje uitgegeven in de Prisma-klassieken reeks. Ik vond die oude, vooroorlogse spelling echter veel beter geschikt voor dat vreselijke en tragische verhaal.

 

doctorow,kleist,milos forman,wraak,jeugdherberg,zelfmoord,romantiek,1995,blog,meta,schoten,vrienden,geliefkoosd,uitverkoren,1975,kafka,inge vande walle,isabelle dewulf,sonja spee


Heinrich Von Kleist roept heel wat herinneringen bij me op. In april 1995 bracht ik een werkbezoek aan New York. Ik logeerde er in een jeugdherberg ergens boven de 100ste straat, in de buurt van Amsterdam Avenue en Broadway. Overal lagen lege hulsjes van de crack, die in die buurt massaal werd gebruikt. Ik deelde een sober ingerichte kamer met Inge, Isabelle, Sonja en Henk. Het was de eerste keer dat ik in een jeugdherberg overnachtte en ik had nog nooit een kamer gedeeld met andere vrouwen dan de mijne. Het was wennen! Ik zat bovendien opgezadeld met een zware luchtwegeninfectie. (Toen ik een week later terugkeerde uit New York bleek dat ik een longontsteking had opgelopen.) Als ik ’s nachts op mijn stapelbed lag voelde ik me geroepen om een of ander verhaal van Heinrich Von Kleist na te vertellen. Of zijn duo-zelfmoord samen met Henriette Vogel, nabij de Wannsee, in de buurt van Berlijn, toe te lichten. Ik weet niet of mijn kamergenoten opgezet waren met mijn mededeelzaamheid. Noem het maar onweerstaanbare drang. Inge en Isabelle zijn desondanks nog steeds heel goede vriendinnen van me. Sonja en Henk zijn helaas uit mijn leven verdwenen. Sonja, waar ben je nu? Ik zou echt heel graag je mooie Hollandse accent nog eens horen, en je schaterende lach. Isabelle heb ik al een hele tijd niet meer gezien, ik moet haar dringend eens een mailtje sturen. 

Elke keer als ik in Berlijn kom wil ik naar de plek gaan waar Kleist de fatale schoten heeft gelost, daar aan de Wannsee. Maar nog nooit heb ik er de moed voor kunnen opbrengen. Ik ben bang dat ik ten prooi zou vallen aan dwangneurotisch imitatiegedrag.

Ach ja, wat ik bijna vergat. E.L. Doctorow heeft in zijn roman Ragtime het verhaal van Michael Kohlhaas gewoon geïncorporeerd. Michael Kohlhaas heet er Coalhouse Walker Jr.. In de roman, die niet slecht is, wordt nergens verwezen naar de bron. Ook de film van Milos Forman, een groot succes in 1981, leidde niet tot bekentenissen. Zelfs Randy Newman, die de heerlijk ragtime-muziek componeerde, hield zijn mond.

Foto boven: Edith Clever, 1974.
Foto onder: Bruno Ganz en Edith Clever, in Die Marquise von O.

29-10-06

WE ARE FLOATING IN SPACE


De zestigduizendste bezoeker kwam vorige nacht langs, terwijl ik de dvd van Before Sunset zat te bekijken, met een blikje bier bij de hand. Het spreekt vanzelf dat dat aantal mij blij maakt, als is kwantiteit zeker niet belangrijker dan kwaliteit. Integendeel. Hoezeer we ook doen alsof het allemaal niet zoveel uitmaakt denk ik toch dat wij bloggers er allemaal naar verlangen om in de smaak te vallen, om gelezen te worden. Om geliefd te worden zelfs. Wij willen iets meedelen aan een publiek. Sommigen van ons zijn kunstenaars, anderen publicisten, kroniekschrijvers, amateurpsychologen, politici, onnozelaars, freaks, nerds, godsdienstwaanzinnigen, mystici, atheïsten, uitvinders, wetenschappers, geneeskundigen, noem maar op, we hebben alle kleuren van de regenboog. Het maakt niet echt uit. We schrijven om gelezen te worden. We gaan op zoek naar verwante zielen, of verwante zielen komen bij ons terecht. We leren elkaar beter kennen. We lezen elkaars teksten. We bekijken elkaars foto’s. We laten elkaar onze favoriete stukjes muziek horen, onze favoriete stukjes film zien. Elke dag komt er een vondst, een speeltje bij; en het netwerk groeit. We ontmoeten andere cyberspacevrienden.

De elektronische civitas groeit zienderogen. Via de blogs, via myspace, via flickr, via lastfm, via netwerken die ik (nog) niet ken. Er zijn miljoenen blogs. Niet voor iedereen allemaal even interessant, maar toch. Hier knelt echter het schoentje. Want hoe krijg je alle blogs die je echt interesseren ook gelezen? En hoe speel je het klaar om op de blogs van al je cyberspacevrienden regelmatig zinvol commentaar achter te laten? Niet zomaar, “dag Jef, nog een mooie zondag”, maar iets waaruit blijkt dat je werkelijk geïnteresseerd bent in die persoon, of op zijn minst toch in zijn uitingen? Na enige maanden in cyberspace wordt dat onbegonnen werk. Je slaagt er niet meer in je honderd flickrvrienden een bezoek te brengen, je geraakt evenmin nog bij je twintig favoriete bloggers, je vijftig myspacekennissen wachten vruchteloos op een levensteken van je. Het onvermijdelijke gebeurt. Je raakt in de knoei. Je hebt te weinig vrije tijd. Je creativiteit begint te lijden onder de vele tijd die je doorbrengt voor de computer. Je boeken blijven ongelezen op je nachtkastje liggen. Je slaagt er niet meer in om nog iets zinvols te schrijven. De bezieling verdwijnt, het vonkje dooft uit. Je maakt geen foto’s meer. Je wordt passief. Om toch nog iets te doen maak je wat compilaties van favoriete songs. Daarvoor moet je maar wat slepen van de ene lijst naar de andere. En even branden. Maar waarom zou je nog branden? Je beluistert de mix gewoon op je computer terwijl je zit te wachten op je bezoekers. Ja ja, je zit in de knoei. Je voelt je schuldig omdat je nergens meer op de koffie gaat. Wat kun je eraan doen? De stekker uit het stopcontact trekken en de straat op gaan, op zoek naar avontuur en echte vrienden van vlees en bloed? Of alles op zijn beloop laten en zien wat er van komt? Wat Prozac helpt je wel weer van je schuldgevoelens af. Neen, geen Prozac, dat is zo jaren ’90. Ik weet niet hoe het anti-depressivum du jour heet, vul het zelf maar in, je hebt misschien wel geneeskunde gestudeerd. Of misschien lees je de medische blogs…

De cyberwereld is een gesloten circuit van netwerken dat uitdijt, zoals het heelal; een microkosmos die de macrokosmos imiteert. De afstand tussen de elementaire deeltjes wordt groter, we komen niet dichter tot elkaar, we verwijderen ons van elkaar. En toch zoeken we bij elkaar een bevestiging van ons bestaan en troost voor het kwaad dat ons is aangedaan (want elke mens is ooit kwaad aangedaan). Wie verklaart deze paradox? Ik niet. Ik heb geen antwoord. Ik heb twijfels. Ik verwaarloos jullie. Ik vlucht weg. Zie mij hier maar zitten bij mijn dromen van vrouwen.

18-10-06

NIEUWE BEKENTENISSEN VAN EEN CONSUMENT

boeken,cd s,dvd s,blog,logboek,consumeren,koopgedrag,rousseau,eerlijkheid,exhibitionisme,ziekte,consumentisme,tom waits,bekentenissen,lijst

Toen ik op 8 maart vorig jaar met deze weblog van start ging had ik de eerste zinnen uit Rousseaus Bekentenissen voor ogen: “Ik ga iets ondernemen dat nooit eerder is gedaan en dat, als het eenmaal is uitgevoerd, niet zal worden nagevolgd. Ik wil aan mijn medemensen een mens laten zien zoals hij werkelijk is en die mens, dat ben ik zelf.” Wat voor Rousseau mogelijk was geweest, moest voor mij ook mogelijk zijn, vond ik. Inmiddels zijn we anderhalf jaar later… Ben ik even eerlijk geweest als Rousseau? Heb ik me laten zien zoals ik werkelijk ben? In het begin maakte ik alleen gebruik van woorden, een paar maanden later is er flickr bijgekomen, waardoor ik mijn autobiografie ook kon illustreren. Voortdurend moest ik op mijn hoede zijn om toch maar niet de grens tussen openhartigheid en exhibitionisme te overschrijden. Ik wilde laten zien wie ik was zonder mijn intimiteit prijs te geven. Dat zal wel een paradox zijn, denk ik nu. Ik wilde praten over mijn geluk en mijn ongeluk, over mijn gezondheid en mijn kwalen. (Op dit ogenblik kan ik nauwelijks schrijven van de pijn. Ik heb opnieuw een opflakkering van het ‘irritable bowel syndrome’, een ziekte die ik niemand toewens. Bij nader inzien wens ik niemand om het even welke ziekte toe.) 


Tijdens het ontbijt zat ik mij weer eens af te vragen waar mijn consumptiedrang vandaan komt. Ik zie nu dat mijn eerste notitie in dit elektronisch dagboek daar ook al over ging. “Kopen om te ontsnappen”, schreef ik. “Mijn huis staat vol oud, waardeloos papier.” Sindsdien is er veel nieuw waardeloos papier bijgekomen. En niet alleen papier! Aan wat wil ik ontsnappen? Wellicht aan het besef dat het leven kortstondig is. Aan de angst voor ziekte en dood. Aan de zekerheid dat de beste jaren van mijn leven voorbij zijn. Ook al zijn de dingen die ik koop vanuit economisch gezichtspunt waardeloos, toch zullen ze zeer waarschijnlijk langer bestaan dan ik. Ook hier zit weer iets paradoxaals in. Want hoe meer ik mij omring met boeken en films en muziek hoe moeilijker het zal zijn om er afstand van te doen en om afscheid te nemen van het leven. Al dat papier en plastic, waarop en waarin eeuwigheid vervat zit, is mij dierbaar en ketent mij aan het leven.

Ach, waar maak ik me druk over. Op dit ogenblik gebeuren de ergste dingen in de wereld. Tot mijn achtendertigste heb ik een mooi en soms avontuurlijk leven gehad. Ik heb het interessantste decennium van de vorige eeuw als tiener mee gemaakt (ik bedoel echt mee maken). Na mijn achtendertigste – toen ik een vast beroep heb aangevat - heb ik nog talloze gelukkige momenten beleefd en vooral veel boeiende reizen gemaakt. En de toekomst? We zullen wel zien. Nu leef ik nu.
Ik zal nog maar eens eerlijk zijn en opbiechten wat mijn spilzucht heeft opgeleverd:

Polycarbonaat (met geluid):

Bonnie ‘Prince’ Billy – The Letting Go
Hacienda Brothers – What’s Wrong With Right
Lambchop – Damaged
Matt Ward – Post-War
John Philips – John The Wolfking Of L.A.
Bert Jansch – The Black Swan
Mercury Rev – The Essential Mercury Rev
Solomon Burke – Nashville
Sparklehorse – Dreamt For Light Years In The Belly Of A Mountain
Hard Workin’ Man – The Jack Nitzsche Story Volume 2
Yo La Tengo – I Am Not Afraid Of You And I Will Beat Your Ass

Polycarbonaat (met beelden en geluid):

Terrence Malick – Days Of Heaven
Brian De Palma – Carlito’s Way
Brian De Palma – Carrie
Tom Tykwer – Lola Rennt
Paul Auster – Lulu On The Bridge
Sam Peckinpah – The Wild Bunch
John Ford – The Searchers
Richard Linklater – Before Sunset
Martin Scorsese – The Last Waltz
Frederico Fellini – De Witte Sjeik
Michael Powell – Peeping Tom
James Mangold – Walk The Line
Margaret Brown – Be Here To Love Me
Blake Edwards – Breakfast At Tiffany’s
Richard Brooks – In Cold Blood
Bennett Miller – Capote
Wong Kar Wai – Chung King Express
Wong Kar Wai – Fallen Angels
Wong Kar Wai – In The Mood For Love
Wong Kar Wai – 2046

Papier:

Dictionary Of Idioms
Berlin Atlas
Portugal Rough Guide
40 digitale fotobewerkingtechnieken
George Pelecanos – Drama City
Laurence Sterne – Tristram Shandy
Hanif Kureishi – My Ear At His Heart
Geerten Meijsing en Doeschka Meijsing - Moord en Doodslag
Voltaire – Fransman in Londen – Brieven uit Engeland
Stefan Hertmans – Het Putje van Milete
Tom Piazza – My Cold War
Michael Cunningham – Specimen Days (nog een keer)
John Irving – My Movie Business – A Memoir
Sean Hepburn Ferrer - Audrey Hepburn, An Elegant Spirit
Film Posters of the 70s
Diverse tijdschriften.

Benzine heb ik echter niet gekocht.

Over veel van die dvd’s en cd’s en over een aantal boeken zou ik nu al verhalen kunnen vertellen, over In Cold Blood bijvoorbeeld, of over The Black Swan, of over Days Of Heaven. Maar ik laat het allemaal bezinken. En misschien zal ik het dan later, stuk voor stuk, bezingen of verwensen. Wat ik koop is vaak goud waard. Alleen is het geen tastbaar goud. Het zijn stuk voor stuk oliebronnen voor de geest: ze geven hem energie en voeding. Zo kan hij in beweging blijven en zich blijven kenbaar maken. Zo kan hij zich laten kennen in een zo eerlijk mogelijk verhaal. Zo kan hij beelden uit het leven grijpen en er kleine muziekjes van maken. En wie weet zal hij ze ooit voor het voetlicht brengen als een zanger zonder naam. Als’t god belieft, pleegde mijn moeder te zeggen. Die moeten we dan ook nog maar eens een keer uitvinden.

“The world is not my home
I’m just a-passing through
You got to come on up to the house.”
Tom Waits

17-10-06

EUROPESE REGELTJES VOOR BLOGGERS?


Als het aan Viviane Reding: EU-commissaris voor 'Informatiemaatschappij en Media' ligt dan moeten zelfs YouTube-uploaders en andere amateur videobloggers straks een 'uitzend-licentie soort van' hebben. De Europese Commissie werkt aan een voorstel dat stelt dat alle Europese websites (..en mobiele telefoons!) die videobeelden ondersteunen aan bepaalde EU regels moeten voldoen. Volgens Reding is dit slechts om 'haatboodschappen' te weren en onze kinderen te beschermen.
Dit las ik op de Sargasso website. Een nare tijding, want waar er rook is is er vuur.

15-04-06

GOEDE MENSEN


Graag wil ik alle lezers van hoochiekoochie danken voor al hun bezoeken, en misschien lezen zij ook wel eens een stukje, wie weet. Niets verbaast me nog. Vooral wil ik degenen dank zeggen die hier regelmatig langs komen en me de voorbije dagen beterschap hebben gewenst en een fijne en verkwikkende reis. Ik waardeer dat zeer, het is een hart onder de riem. Toch wil ik er even op wijzen dat ik nog niet weg ben... Het zou kunnen dat hier toch nog wat geweeklaag of enige verontwaardiging zal verschijnen. Of anders aanbiddingen, lofzangen, gedweep met die of die. Misschien wat bagatellen over mijn dagelijks bestaan, dat kan ook.
Om heel precies te zijn vertrekken wij maandagochtend om vier uur 's ochtends. Ik heb dus nog even de tijd.

11:11 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) | Tags: blog, dank, afscheid |  Facebook

21-03-06

RIJK EN GELUKKIG


Ik zal wat voorbarig geweest zijn. In cijfers ben ik nooit goed geweest, helaas. Anders was ik nu misschien rijk en gelukkig. Maar de vijfentwintigduizendste bezoeker of ster heeft nog ruim de tijd om zich bekend te maken.
Het kan ook zijn dat ik mijn wensen voor waarheid heb genomen, op dat late uur.

25.000


Wil de lieve, sympathieke, intelligente vijfentwintigduizendste bezoeker(ster) een boodschap achterlaten? Ik ga nu naar bed. Bedankt iedereen. Het was een groot feest. Ik zie jullie allemaal graag.

02:18 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) | Tags: bezoekers, blog |  Facebook

08-03-05

ONGEWOON VERTREK


rilo_kiley_b

Dit zijn mijn eerste notities op Hoochiekoochie.
Heb ik iets mee te delen? Over het gevecht met duivel van de verveling. Kopen om te ontsnappen. Vandaag gedichten van Pindaros (de uitverkorene van mijn uitverkoren Hölderlin, dat zit wel goed), gedichten van Coleridge en Wilde, Het seksuele leven van Cathérine M. Dat laatste zal ik waarschijnlijk niet lezen. Ik heb er al fragmenten van gehoord in een voorstelling van Needcompany: No comment. Een onvergetelijke ervaring, om dat te horen en te zien, maar het heeft geen zin gegeven om het boek te lezen. Waarom koop ik het dan? Omdat ik gek ben, zeker. Boeken zijn trouwens geen cent meer waard. Ik ben het bij De Slegte gaan vragen. Zelfs voor vijfhonderd boeken komen ze niet meer bij je thuis, zeker niet als het om romans gaat. Mijn huis staat vol oud, waardeloos papier. Gisteren ben ik ook al op zoek geweest naar de oude tijd, maar dan in de muziek: Robert Nighthawk, een nogal gespleten bluesman, Earth Opera (met Peter Rowan, Richard Greene en David Grisman) en de eerste van the Allman Bros. Dreams heb ik altijd een kippenvelnummer gevonden, en gisteravond is gebleken dat dat nog steeds zo is.

Toch leef ik gelukkig niet voortdurend in het verleden. Een paar weken geleden zag ik Rilo Kiley en Bright Eyes in de Botanique (hoewel een paar weken geleden: dat is ook al verleden). Ook die twee bands hebben mij behoorlijk van m’n stuk gebracht, vanwege hun lyrische kracht en hun authenticiteit. En Jenny Lewis is natuurlijk een heel mooi meisje.