10-03-18

EEN ONTGOOCHELING*

valle gran rey, la gomera, canarias, reizen, ontgoocheling, canarische eilanden, busreis, aankomen, garajonay, onvriendelijkheid, appartement, studio, genieten, raymond roussel, des esseintes, a rebours, san sebastian, jk huysmans, huysmans, verwelkoming, ermita san pedro, sleutels, huissleutels, computer, bars, nors, onbeschoft, lui, vakantie

Ik heb het over reizen, niet over vakantie. Sinds 2010 is mijn leven één lange vakantie, wat niet bepaald een pretje is. Het is zoals het einde van die lange zomervakanties toen je nog een tiener was. Dat was een vervelende periode, waar maar geen einde aan kwam. Hoewel je daar zeker niet naar uitkeek want dan moest je weer naar de orde en tucht van het internaat terug. Achter de lange vakantie die je nu beleeft wil je al zeker geen punt zetten. Een doodswens heb je nooit gehad.

Mijn manier van reizen kun je moeilijk avontuurlijk noemen; het is niet veel meer dan een poging om te ontsnappen aan de monotonie van het alledaagse leven. Hoewel de rituelen van het dagelijks bestaan ook veel troost bieden is het heilzaam die af en toe te onderbreken, al is het maar om nieuwe of tijdelijke rituelen een kans te geven.

Reizen is zelden een genot. Zoals liefde, vriendschap en het leven zelf gaat het met ontgoochelingen en teleurstellingen gepaard. Een reis begint bijna altijd in de verbeelding. Je hebt je eigen denkbeelden, je kent je bestemming uit reisgidsen, romans, films of je hebt je er een idee van gevormd bij het zien van oude prenten en schilderijen. De grootmeester J.-K. Huysmans heeft – in A Rebours** - wellicht het meest treffend over de denkbeeldige reis geschreven, over de reis die je in je hoofd maakt voor je écht vertrekt. Het hoofdpersonage van de roman, Des Esseintes, bereidt zich voor op een reis naar Londen. Na een dag in Parijs, waar hij de Engelse boekwinkel Galignani’s Messengers bezoekt, een wijnkelder die Bodega heet, waar het wemelt van de Engelsen die er Sanlucar, Pale Dry, Oloroso en Amontillado komen drinken en om de uitstap af te ronden een restaurant waar toevallig ook nogal wat ‘eilandbewoners’ hun honger komen stillen. Des Esseintes geniet er van een rijke Engelse maaltijd van onder meer haddock, rosbief met aardappelen en zachte, blauwe Stiltonkaas. Hij drinkt er bier en koffie met gin. Na deze immersie vraagt hij zich af wat hij nog in Londen kan gaan doen. Het echte Londen zou vast alleen maar een teleurstelling zijn. “Hij kwam in Fontenay terug met zijn koffers, dozen, valiezen, reisdekens, paraplu’s en wandelstokken en voelde de lichamelijke uitputting en geestelijke vermoeidheid van een man die is thuisgekomen van een lange en gevaarlijke reis.”

Voor een reis naar Valle Gran Rey, een dorp op het kleine eiland La Gomera, is er wat mij betreft niet veel voorbereiding nodig. Ik weet waar ik mij aan kan verwachten, ik ben er al vier of vijf keer geweest. Ik heb voor de derde keer een appartement gehuurd in de coole Gomera Lounge, vlakbij de promenade en de Atlantische oceaan. De mogelijke teleurstelling is nu minder een gevolg van de verbeeldingskracht, van ingebeelde verwachtingen maar wel van de zekerheid over de eindbestemming.

Vanuit San Sebastian, het hoofdstadje van La Gomera, waar de veerboot uit Tenerife aanmeert, stuurde ik een sms met het uur waarop de bus in Valle Gran Rey zou aankomen, om er zeker van te zijn dat er iemand aanwezig zou zijn om ons de sleutels te overhandigen. Daar kreeg ik geen antwoord op. Ach, nonchalance die samenhangt met een Zuiders land, dacht ik. Vervolgens twee uur met de bus, eerst door het wilde, sprookjesachtige laurierwoud van Garajonay en vervolgens langs de duizelingwekkende afgronden naar de vallei van de grote koning. Overweldigd door emoties stappen we vlakbij Ermita San Pedro, de mij welbekende kapel aan de oceaan, uit de bus. Ik haast me naar de Gomera Lounge en stap een ‘juwelierszaakje’ binnen, waar ik verwacht de sleutels te zullen krijgen. De winkelierster gunt me geen blik waardig als ze me toebijt dat ik in het winkeltje (annex kantoor) ernaast moet zijn. Als we weer buiten staan komt een jonge vrouw op ons af, bleek, met een zonnebril op de neus, al even onvriendelijk als de dame van de kitschjuwelen. Ik heb jullie sleutels, zegt ze in het Engels met een Duits accent. Geen glimlach, niets. Eerder verbeten, bars. Ik vind dat ze er onheilspellend uitziet, ze heeft iets van een junkie, maar gevaarlijker. Mijn verbeelding zal me wel parten spelen. Maar alleszins een volstrekt andere ‘verwelkoming’ dan ik verwacht had. Niet alleen verwacht had, maar zeker van was. Gomera Lounge telt als ik me niet vergis twee grote appartementen aan de voorkant, met rechtstreeks uitzicht op de oceaan, en negen kleinere studio’s  aan de zijkant. Ons is een studio op de tweede verdieping toegewezen, degene die zich het verst van de oceaan bevindt. Helaas kunnen we jullie geen appartement op de derde verdieping geven, en ook niet dichter bij de oceaan, zegt de vrouw met de zonnebril. Die appartementen zijn allemaal al lang geleden geboekt. Hoezo, zeg ik, ik heb al in maart vorig jaar geboekt. De anderen al veel langer, zegt ze. Het zijn mensen die hier elk jaar komen. Met kinderen. We kunnen niets meer veranderen. Komt er de volgende tweeëntwintig dagen dan niets vrij, vraag ik. Nee, zegt ze. Je hoeft geen psycholoog te zijn om te zien dat ze staat te liegen. Ze kijkt niet eens op de computer om na te gaan of er niets mogelijk is. Ik stel voor om een duurder appartement te nemen, aan de voorkant, maar dat gaat ook niet. (Later blijkt dat heel wat appartementen en studio’s geregeld vrijkomen).
A. heeft zich tot mijn verbazing de hele tijd nogal rustig gehouden maar verandert nu opeens in een furie. Zelf probeer ik er kalm bij te blijven. Met vriendelijkheid en beleefdheid, ook al zijn die niet gemeend, kun je vaak meer bereiken dan met schelden en brullen. Maar daar heeft mijn lieve levensgezellin geen oren naar. Ze vliegt de junkie nog net niet naar de keel. Je bent een leugenaar, roept ze. Ik geloof geen woord van wat je zegt. Je bent zelfs te lui om in je computer te kijken. Je bent hier niet op je plaats!
Maria, de huishoudster, die ons meteen herkent, is blij ons terug te zien en probeert ons te sussen. Ze zal kijken of er morgen geen ander appartement zal vrijkomen. Maar ik weet dat ze dat alleen maar uit vriendelijkheid zegt. Tegen de stugge brutaliteit van de Duitse vrouw beneden kan haar Spaanse warmte niet op.

Een dag of twee later is dit allemaal bezonken en vraag ik me zelfs af waarover we ons zo druk hebben gemaakt. Want ook dit is een mooi appartement en vijf meter verder van de zee is toch niet echt een straf? De tweede avond konden we zelfs al over een leeslamp beschikken. Maar de vrouw met de zonnebril, die van 11 tot 3 uur over het kantoortje van de Gomera Lounge heerst, krijgt ons niet meer te zien (en wij haar ook niet). Much ado about nothing, maar het blijft een teleurstelling die je op zijn minst enkele uren of zelfs dagen doet vergeten dat buiten de zon schijnt en dat je lucht inademt die zoveel schoner is dan thuis.

De gefortuneerde schrijver Raymond Roussel, voorloper van de nouveau roman, bewonderd door surrealisten en oulipisten, was een doorwinterde reiziger. Hij bezat een van de allereerste caravans, een luxevoertuig waarmee hij Europa doorkruiste. De Franse schrijver reisde eveneens door Indië, Australië, Nieuw Zeeland, de archipels in de Stille Oceaan (waaronder Tahiti), Egypte, Noord-Afrika, Perzië, Constantinopel (Istanbul), maar op zijn werk had dat allemaal nauwelijks invloed. Slechts zelden verliet hij zijn caravan of zijn kajuit. Hij reisde voornamelijk om de ideeën die hij zich over de te bezoeken steden en landen had gevormd bevestigd te zien. Zijn boeken, waaronder Impressions d’Afrique en Locus Solus, waren de neerslag van de reizen die hij in zijn verbeelding had gemaakt. Wat er in de werkelijke wereld te beleven viel interesseerde Raymond Roussel nauwelijks. Misschien is dat wel de beste manier van reizen om nooit ontgoocheld te worden?

 

valle gran rey, la gomera, canarias, reizen, ontgoocheling, canarische eilanden, busreis, aankomen, garajonay, onvriendelijkheid, appartement, studio, genieten, raymond roussel, des esseintes, a rebours, san sebastian, jk huysmans, huysmans, verwelkoming, ermita san pedro, sleutels, huissleutels, computer, bars, nors, onbeschoft, lui, vakantie


* Deel 3 van een reeks impressies van een reis naar Valle Gran Rey in La Gomera, Canarische Eilanden. De impressies zijn gerangschikt volgens thema. Hier: ontgoocheling.
Foto's: Martin Pulaski, februari 2018.

** In schitterend Nederlands vertaald door Jan Siebelink, onder de titel ‘Tegen de keer’.



24-11-16

TIEN DAGEN DIE MIJN WERELD DEDEN WANKELEN (4)

Il_gattopardo_ballo01.jpg


Dag 2: 3 november 2016 (avond)

Zal ik je Sylvia noemen? Zoals Sylvia Plath en Sylvia Kristel. Nee, dat zijn geen goede voorbeelden, daar rust een vloek op. Gewoon Sylvia*. Sylvia, de vrouw die uit het woud komt. Of die uit de zee opduikt, net als Venus, met alles erop en eraan. Zoals ‘Sylvie’ van mijn geliefde Gérard de Nerval. Hoewel op hem ook al een vloek rustte. De vloek van de liefde, die hem van het theater naar het gekkenhuis van Esprit Blanche en zijn zoon Emile voerde en die hem in al zijn fataliteit opwachtte in de rue de la Vielle-Lanterne, de donkerste steeg van Parijs.

Na het bezoek aan de therapeute zat ik op je te wachten in café Le Coq, de plek waar ik ongeveer twintig jaar geleden meermaals tot diep in de nacht zat te praten met Josse De Pauw, een man die nooit dronken scheen te worden. Met een stem die altijd even genadeloos meevoelend bleef, hoeveel hij ook gedronken had. Niets dan ware woorden kwamen uit zijn mond. Ik heb hem destijds voorgedragen als laureaat voor de Arkprijs van het Vrije Woord, maar in Antwerpen schenen ze Josse niet te kennen of niet te waarderen. Het was een vergeefs pleidooi, zoals dat voor de Beursschouwburg en de KVS, instellingen waarvan de namen bij de meeste (niet alle) leden van het Arkcomité het koud zweet deden uitbreken. Alsof Brussel een andere, wilde wereld was, duizenden kilometers ver verwijderd van de beschaafde Vlaamse metropool. Overigens denk ik dat er wat dat betreft niet bijster veel veranderd is. Maar naar mijn pleidooien werd ook niet geluisterd omdat ik maar een kleine man was in dat comité, en ik ben er niet lang gebleven.

le coq.jpg



Als je in Le Coq binnenkomt, Sylvia – na zo lange tijd – word ik voor een ogenblik een verlegen kind. Maar ik herpak me gauw en omhels je en jij omhelst mij. Vriendschap is elkaar zo omhelzen dat je elkaars hart kunt voelen kloppen, las ik ergens. Ik vond het wat melig, maar als ik er nu over nadenk kan ik de uitspraak alleen maar beamen. In ‘The Leftovers’ zag ik dan weer omhelzingen die me de daver op het lijf joegen. Iets is nooit helemaal dit en nooit helemaal dat.

(Ik geloof dat ik de rest in derde persoon moet vertellen, Sylvia. Maar ik vind het moeilijk over je te schrijven alsof je een object bent. Ik kan je niet objectiveren. Lang geleden, in de jaren tachtig, kon ik mijn boezemvriend Joseph ook niet objectiveren. Als we samen waren versmolten we met elkaar, omdat onze woorden en zinnen met elkaar versmolten; soms wisten we niet eens wie wat had gezegd. Een vriend is een ander zelf, zei ik zo dikwijls tegen Joseph. Maar die versmelting gebeurde ook als we zwijgend zaten te luisteren naar een lied op de jukebox. Ik herinner me nu opeens "Bad Case of Loving You (Doctor, Doctor)" van Robert Palmer. Met jou heb ik hetzelfde. Niet meteen, maar toch al na een eerste glas Orval. Ik heb het gevoel dat we één worden in een soort van zachte razernij. Het is erg moeilijk om dit te beschrijven, om aan wat ik voel als ik bij jou ben recht te doen. Ik denk dat we zoals in de droom die ik vorige nacht droomde opnieuw kinderen worden, onschuldig en op een ongevaarlijke manier barbaars. We worden geheel zinnelijk en geheel geestelijk, maar tegelijk verheffen we ons daarboven. We worden heilig. Een andere woord kan ik niet vinden. Een heilige kent geen begeerte. De tijd valt stil, wat aan kitsch doet denken, maar het is de waarheid. De tijd valt stil. De begeerte heb ik niet op stoïcijnse wijze uit mijn leven verbannen. Ze is niet helemaal weg: ik voel nog liefde. Vriendschap is ook liefde, dat heb ik altijd gedacht en dat doe ik nog steeds. Laat me wat er tussen ons bestaat diepe vriendschap noemen, zielsverwantschap, ook al zijn we man en vrouw en is er altijd de seksuele onderstroom, de slang die in het paradijs rond de boom van goed en kwaad slingerde, om het wat bijbels uit te drukken. De mogelijkheid van de val blijft altijd bestaan. En dat is goed, want dat maakt mensen van ons, dat maakt ons kwetsbaar. Denk nu niet dat ik al deze dingen denk als ik met jou in Le Coq of in een ander café een glas bier zit te drinken.)

Bij nader inzien vind ik het toch geen goed idee om dit gedeelte in de derde persoon te schrijven. Weet je wat, ik zal me bij de eerste persoon in de tegenwoordige tijd houden, maar ik noem je Irina Vega. Dat heb ik eerder ook al eens gedaan. Of meerdere keren. Ik gaf je ongetwijfeld nog andere namen. (Door altijd maar namen te veranderen weet ik niet meer wie wie is. Was de ‘echte’ Irina Vega geen pornoactrice? Heeft Uvi, de vriend die ik nooit gezien heb, me daar niet een keer op gewezen?)
Sidney, Sylvia (Fury).jpg

‘Zullen we niet aan de overkant gaan zitten’, vraag ik.
‘Waarom’, vraag je.
‘Je zegt dat ik altijd op dezelfde plaats ga zitten’, zeg ik.
‘Ach, dat meende ik toch niet’, zeg je.
‘Goed dan blijven we hier zitten’, zeg ik.

Hoe heilig we ook mogen wezen, er is onrust, angst, bitterheid in ons. De bitterheid drinken we weg. We drinken veel meer dan goed is voor ons als we samen zijn. Waardoor ik het nu moeilijk heb om me nog meer dan wat details van onze gesprekken te herinneren. De onrust verdrijven we door van Le Coq naar Daringman en van Daringman naar Bonsoir Clara en van Bonsoir Clara naar de Archiduc (waar het ongezellig en veel te duur is) en van de Archiduc naar Lord Byron te verhuizen. Onophoudelijk pratend en lachend. Visconti is het hoofdthema van de avond. Irina zag onlangs zijn ‘Il gattopardo’, met Burt Lancaster en Claudia Cardinale en Alain Delon.

claudia-cardinale-and-alain-delon-in-il-gattopardo-directed-by-luchino-visconti-1963.jpg

 

‘Wat haat ik Alain Delon’, zeg ik, 'maar hij blijft een uitstekend acteur.' 
‘Destijds, zeker tien jaar geleden vond ik ‘Il gattopardo’ vervelend’, zeg je. ‘Maar nu zag ik een meesterwerk en niets verouderd. Die eenzaamheid!’
‘Ik vind ongeveer alles van Visconti vervelend’, zeg ik. ‘Vroeger, nog veel langer geleden dan jij, misschien was je nog niet geboren, zag ik in het filmmuseum en op het Ritcs heel wat van zijn films. De eerste was ‘The Damned’. Ik was meteen gewonnen. Nazi’s, decadente industriëlen, perverse seks, net wat ik als negentienjarige nodig had. Met Helmut Griem en Helmut Berger, geloof ik. En al de rest, ‘Senso’, ‘Dood in Venetië’… Allemaal meesterwerken waren het. Door Visconti ben ik naar Mahler gaan luisteren. Maar dat is allemaal voorbij. ‘Rocco en zijn broers’ probeerde ik onlangs nog eens te bekijken. Na een half uur afgezet. Zo vervelend.’

‘Helemaal niet vervelend’ zeg je, ‘een prachtige, prachtige film. Dat feest dat moet je toch goed vinden!’
‘Zo ver zal ik niet geraakt zijn’, zeg ik. ‘De enige film van Visconti die ik nog goed vind is ‘Ossessione’’ zeg ik. ‘Maar waarschijnlijk komt dat door mijn fascinatie voor James Cain. Hoewel Visconti die bron niet vermeld heeft.’
‘Ik denk dat ik die niet goed vond’, zeg je.
‘Dat kan niet’, zeg ik. ‘Dan heb je hem niet gezien’.
‘Gaat het over die Griek en zijn vrouw en hun baanrestaurant en de zwerver die roet in het eten komt gooien. En dan vermoorden de vrouw en de zwerver de Griek?’
‘Ja’, zeg ik, ‘dat is hem, loontje komt om zijn boontje’.
‘Rocco en zijn broers’ is veel beter’, zeg je.
‘Heb je Vaghe Stelle del Orso ooit gezien?’
‘Nee’.
‘Die was onlangs in het Filmmuseum. Wat nu de Cinematek wordt genoemd. De idioten met hun idiote benamingen, Villo, Mobib, Bruzz, Bozar… Die wilde ik graag nog eens zien. Maar ik was nog maar eens een keer ziek.’
‘Wat zijn sommige schrijvers toch macho’s’, zeg je.
‘Wat bedoel je?’
 ‘Je hebt er enkele genoemd in je tekst over Bob Dylan en de Nobelprijs’, zeg je.
‘O ja, daar heb ik me wat laten gaan’, zeg ik.
‘Ik was onlangs op een boekvoorstelling. Een van die schrijvers stelde daar zijn nieuw boek voor. Terwijl hij een zogenaamde erotische passage uit zijn boek voorlas, keek hij de hele tijd in mijn richting. Nu ja, er was niet zo veel volk in de zaal aanwezig’, zeg je.
‘Verbaast me niets’, zeg ik. ‘Ik zou hetzelfde doen. Of misschien net niet, want ik ben daar veel te schuchter voor.’
‘Laten we ergens anders gaan’, zeg je.

helmut berger damned.jpg


Om middernacht moeten de heilige barbaren afscheid nemen. In het leven bestaat er niets moeilijkers dan dat. Maar in beschonken toestand is het wat minder pijnlijk. Alcohol is het zwaarste verdovend middel.

Hoe we naar huis terugkeren? Per trein? Per taxi? Te voet? Wankelend en zingend? Of huilend? Vind je niet dat dat een mysterie moet blijven? Ik ben wel openhartig, maar er zijn grenzen. En elke autobiografie is een opeenstapeling van verzinsels en leugens. Elke schrijver die over zichzelf schrijft is een bedrieger. Of een gokker, een oplichter. Hij beschouwt de wereld als een casino. Vals spelen is toegestaan. Winner takes all.
WinnerTakeAll7.png



*Op Sylvia Sydney echter(herinner je ‘You Only Live Once' en 'Fury', van Fritz Lang), rustte geen vloek. Ze rookte haar hele leven lang en werd 88.

Afbeeldingen: 'Il Gattopardo, Luchino Visconti'; Le Coq, Martin Pulaski; Sylvia Sydney in 'Fury', Fritz Lang; 'Il Gattopardo', Luchino Visconti; 'The Damned', Luchino Visconti; 'Winner Take All', Roy Del Ruth.

01-11-14

ZERO DE CONDUITE: BARFLIES

bettie-page.jpg

Zéro de conduite is een POPprogramma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Heerlijk als je druk bezig bent in de keuken, of bij het aperitief, en later aan tafel bij de antipasti, de vissoep, de Roma-tomaten! Stem af op 106.7 FM. Je kunt het programma eveneens via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

patsy cline4.jpg

Vanavond begeven we ons naar de bars, om er bourbon, scotch en tequila te drinken, te jiven, muntjes in de juke box te stoppen, te dansen met de vrouwen en mannen aan de bar, te boppen en te rocken, te slowen en te zoenen, nog meer te drinken, tot we de hik krijgen. Op een klein podium voor een roodfluwelen gordijn doen Ruby en Ida een striptease. Op straat onder het gelige lantaarnlicht vechten twee jongens, ze worden gevaarlijk, halen de stiletto’s boven, de blondines, brunettes, de rood- en zwartharige meisjes juichen hun toe of gaan met hun zachtaardigere vriendjes naar een andere club. Zware jongens met een hart van peperkoek, lichte meisjes op de rand van een inzinking. Allemaal dansen ze op de waanzinnige rockabilly van Johnny & Dorsey Burnette, met Paul Burlison op gitaar. Jeani laat de afwas voor wat hij is en komt meedansen. Ze is hier elke nacht. Juke Box Mama kiest voor A1: There Is A Light That Never Goes Out. In de bar waar we nu zijn aanbeland bestaat de tijd niet langer. Daar buiten is er geen leven meer. Hier is het te doen. We staan hier nu al vier nachten te drinken. Hoe houden we het vol? Nog wat amfetamine jongens! Dan schrijf ik gauw nog een ode aan de man daar helemaal op het einde van de bar, de eenzame jongen die niets zegt. En ik kom hier al zo vaak dat je best een drankje naar mij mag noemen, beste barman. Ik heb toch eigenlijk alleen maar in bars geleefd. De zevende hemel. Ik heb er gesprekken gevoerd met consuls en circusartiesten, met frontsoldaten en secretarissen-generaal, met playboys en playgirls, die denken dat ze over de wereld heersen. Dat denken ze, ja. Maar kijk ons hier, hier heersen wij, met onze honky tonk music, onze blues en onze rock & roll.
hank williams 001 (2).jpg

Let's Go Boppin' Tonight - Al Ferrier - The  Goldband Records Story - 1956         

Honky Tonkin' - Townes Van Zandt - The Late Great Townes Van Zandt - 1972

Honky Tonk Blues - Hank Williams - Let's Turn Back The Years - 1951

Let The Jukebox Keep On Playing - Carl Perkins - The Real Rock Master - 1957

Gambling Bar Room Blues - Jimmie Rodgers - Jimmie Rodgers 1932 : No Hard Times - 1932

Honky Tonk Merry Go Round - Patsy Cline - Patsy Cline's 50 Golden Greats: Complete Early Years - 1955

I'm A Honky Tonk Girl - Loretta Lynn – Gold - 1960

Sittin' At The Bar - Little Junior's Blue Flames -Sun Records The Blues Years 1950-1958

Gettin' Drunk Johnny "Guitar" Watson - Space Guitar - 1954

Rock 'n' Roll Ruby - Warren Smith - Real Raw Rockabilly - 1956

Honky Tonk Hiccups - Neko Case & Her Boyfriends - The Virginian - 1997

Dirty Dishes - Jeani Mack - Rockin' From Coast To Coast Volume 1 - 1958

Juke Joint Boogie - Freddie Hart - Juke Joint Boogie –  s.d.

Drinking Wine, Spo-Dee-O-Dee - Johnny Burnette -Johnny Burnette And The Rock 'n' Roll Trio - 1956

One Bourbon, One Scotch, One Beer - John Lee Hooker - Chill Out - 1995

Country Honk - The Rolling Stones - Let It Bleed - 1969

Juke Box Mama - Link Wray - Link Wray - 1971

Jockey Full Of Bourbon - Tom Waits - Rain Dogs - 1985

The Fourth Night of My Drinking - Drive-By Truckers - The Big To-Do - 2010

Outside This Bar -American Music Club - Engine - 1987

Ode to the Man at the End of the Bar - Moby Grape - 20 Granite Creek - 1971

N.S.U – Cream - Fresh Cream – 1966 - In memory of Jack Bruce

Barstool Blues - Neil Young - Zuma - 1975

I Want To See The Bright Lights Tonight - Richard & Linda Thompson - Want To See The Bright Lights Tonight - 1974

There Is A Light That Never Goes Out - The Smiths - The Queen is Dead - 1986

Dancing With The Women At The Bar - Whiskeytown - Strangers Almanac - 1997

One Drink Down - Gerry Rafferty - Can I Have My Money Back? - 1971

Barroom Girls - Gillian Welch - Revival - 1996

Lived In Bars - Cat Power - The Greatest - 2006

Yes I Guess They Oughta Name A Drink After You - John Prine - Diamonds In The Rough - 1972

What Made Milwaukee Famous - Rod Stewart – Single B-side - 1972

He'll Have To Go - Jim Reeves - Golden Age Of American Rock & Rol: Vol 10 - 1959

Bartender Blues (with Trisha Yearwood) - George Jones - Bradley Barn Sessions - 1994

Honky Tonk Masquerade - Joe Ely - Honky Tonk Masquerade - 1978

It Won't Hurt - Dwight Yoakam - Guitars, Cadillacs, Etc., Etc. - 1986

Close Up The Honky Tonks (Early Version) - Buck Owens - Buck 'Em: The Music Of Buck Owens - 1964

Dim Lights - The Flying Burrito Brothers - Sleepless Nights - 1970

Honky Tonk Downstairs – Poco - Poco - 1970

Hey Mister, That's Me Up On The Jukebox - James Taylor- Mud Slide Slim And The Blue Horizon - 1971

neko case 2.jpg

Research & presentatie: Martin Pulaski.
Foto's: Bettie Page, Patsy Cline, Hank Williams, Neko Case.

10-03-08

IS ER LEVEN NA DE WITTE NACHT?

Zwart stapte al wat aangeschoten de Archiduc binnen. Wat hij zag waren mensen die stonden te drinken en praten. Achter de bar jongleerden twee barmannen met drankjes en glazen. Hij hoorde het gerinkel, het gelach, het geroezemoes, zag iemand betalen. 

In een ander café, de Mort Subite, had hij een pakje Amerikaanse sigaretten gevonden; het lag gewoon bovenop zijn jas, die opgevouwen op een stoel lag. Hij had met Venetiaanse studenten en hun leraar zitten praten.

Nu, na zevenentwintig jaar abstinentie, stak hij een Marlboro op. Hoe moest je zo’n sigaret vasthouden om jezelf niet belachelijk te maken? Gemakkelijk was het niet. Het kostte Zwart minder moeite om een stukje blues op zijn gitaar te spelen. Maar die had hij niet bij zich. Eerst was het wat donker geweest in de Archiduc maar nu was het al heel wat lichter. A clear well-lighted place, daar hield hij van. En van bier en rumoerige mensen, en nu ook van die sigaret. Naast hem aan de bar stond een jongeman, een mooi gezicht, lange zwarte lokken, expressieve ogen. Lijkt hij niet wat op Benicio Del Toro? Ik kan me vergissen. Zwart bood de jongen een sigaret aan, een glas bier. Ik ben geen homo, hoor, zei hij, ik ben gewoon goed gezind. Wat later rolde de jongen een joint. Zwart nam voorzichtig een trekje. Hij vreesde voor zijn longen, eerst een sigaret en nu dit. Maar het was goed. Er was geen reden voor angst of paniek. Het ging allemaal goed. De mooie jongen zei niet veel. Hij rolde liever joints. Beiden keken om zich heen naar de andere mensen in de bar. Iedereen zag er tevreden uit. De barmannen lachten, alsof ze een grappige, goed belichte scène speelden.

Een zwaargebouwde man met een groot rond, kaal hoofd kwam op Zwart toegestapt. Zag hij er niet boosaardig uit? Zwart was bang. Hij wilde niet nog een keer bloedend over straat rollen, zijn jas en hemd stukgescheurd. Een gebroken neus of erger. Nu stond de man met het ronde hoofd voor hem en leek hem dreigend aan te kijken. Is dit nu de hel? En ik die zonet nog dacht dat het de hemel was. Toen glimlachte de man met het ronde hoofd. Hij vroeg waarom Zwart zo geschrokken uit zijn ogen keek. Zwart zei dat hij had gedacht dat de man hem zou slaan. De man lachte. Ik zal je nooit slaan, zei hij. De man bestelde Zwart een drankje. Alle spanning viel van hem af. De wereld liet zich opnieuw van de goede kant zien. Goede mensen bestaan. Zwart werd euforisch, maakte plannen. Hij stelde de man met het ronde hoofd voor om samen festivals, feesten, verklede bals, poëzienachten te organiseren. Zwart zou ervoor zorgen dat de goede mensen binnen zouden komen, de man met het ronde hoofd zou de slechte mensen buiten houden. Zo zouden de taken worden verdeeld. Benicio Del Toro liet nog een jointje rondgaan. Elk ogenblik wordt het minder donker om me heen. Sta ik hier dan toch niet te sterven? Het leven en de dood gaan hand in hand. Van heel ver kwam de bebop jazz, blauwe wolken in het heldere licht. Je kunt je leven niet plannen. Je zegt, ik doe dit en je doet het andere. Is het toeval of is het noodlot? Je leeft er maar op los, als een insect, een eendagsvlieg, een vlinder, een mens.


’s Morgens vroeg bij zijn geliefde kroop Zwart op handen en voeten door de kamer en deed een leeuw na. Een leeuw met het begin van een kater. Wat later had hij zijn gitaar vast. Hij wilde een serenade spelen maar vond de snaren niet. En dan werd het weer donker. Het was het begin van een lange, donkere reis naar de volgende dag.