25-01-16

EENDAGSVLIEG

babel Cleve-van_construction-tower-babel.jpg

Eendagsvlieg boven je tafel je stilte
je hartritme spraakzaam gefluisterd
daar handenvol glas in de sterren geschreven
daar handenvol klaver koningen staven
daar biefstuk koeterwaals onmin dwarse blikken

In de wind weet iedereen dat niemand iemand liefheeft
zelfs als het hart om geen beurs geen concours geeft
alleen kilte is besneeuwd slagveld verdorde varens
de mond dood van versterven verzwijgen verzaken

Buiten staat onafgewerkt de toren volgestouwd
met oude onuitgesproken boeken en tekens en talen
van mensen die zich vestigen wilden ver weg
buiten de grenzen van het koude verstand
buiten redevoeringen van modelbouwers racepiloten.

Wie kent nog deze aardbewoners hun holle wegen
de wijze waarop zij bewogen hun magere gebaren
kleine blauwe aders van liefde in het verschiet
wijd open ogen waarin altijd alle vergif vergaat

...

Hendrick van Cleve (circa 1525–1589), Bouw van de Toren van Babel.


17-03-06

DE STAD COCAIGNE


torenbabel


Laura en ik bevinden ons ergens in het Oosten, in een land dat op Nepal lijkt. We bereiken een stad die waarschijnlijk ‘Cocaigne’ heet. Ze heeft niets gemeen met de toeristische foto's die je vaak te zien krijgt maar beantwoordt wel enigszins aan de 'Heilige Stad' die ik soms in mijn verbeelding zie. Bepaalde scènes uit Pasolini's '1001 Nacht' komen in de buurt van wat ik bedoel. In deze Stad bestaat geen tijd, ze is er altijd geweest. ‘Cocaigne’ straalt een verblindende schoonheid uit. (Literatuur is benadering, meestal zinloze poging, kunstmatigheid; schoonheid is echt.) Komen er geen reizigers naartoe? Toch wel. Vooral pelgrims willen deze Stad bezoeken. Het reusachtige bouwwerk waar we nu binnengaan heeft maar één functie: de stad laten zien. Daartoe zijn helemaal boven in gebouw kijkgaten gemaakt, net iets groter dan schietgaten. Het bouwwerk, dat spiraalsgewijs hemelwaarts klimt, en in dat opzicht doet het denken aan Breughels ‘Toren van Babel’, is voorzien van reusachtige roltrappen waarlangs duizenden mensen stijgen en dalen. Ondanks dat grote aantal bezoekers wordt de stilte hier niet verstoord. Lange tijd blijven we door de kijkgaten de betoverende pracht van de 'Heilige Stad' aanschouwen. Nog helemaal onder de indruk gaan we weer naar beneden. Pas na een tijd valt me de hoge snelheid van de roltrappen op. Plotseling dreig ik Laura te verliezen: haar roltrap schiet opeens nog veel sneller dan de mijne de diepte in. Zonder ook maar na te denken ruk ik aan een noodrem, met als enig resultaat dat mijn roltrap bruusk tot stilstand komt en Laura voorgoed in de diepte verdwijnt. Nooit zal ik haar terugvinden. Toch zoek ik, blijf ik zoeken, binnen en buiten en aan elke uitgang ook al is het aantal uitgangen van dit gebouw niet te tellen. Aan welke uitgang heb ik de meeste kans om haar terug te zien? Ik zal er een moeten uitkiezen en daar op de uitkijk blijven staan, hopend op een gelukkig toeval. Maar ik weet dat het zinloos is in deze menigte, in dit labyrint. Had ik toch maar haar adres.