09-01-17

WAPENSTILSTAND

2 peter sellers being there.jpg

TIEN DAGEN DIE MIJN WERELD DEDEN WANKELEN
(hoofdstuk 13)

Dag 10: 11 november 2016


“Ik wil steeds meer leren, het noodzakelijke aan de dingen als het schone beschouwen – zo zal ik een van diegenen zijn die de dingen schoonheid verlenen. Amor fati: dat zij van nu af aan mijn liefde! Ik wil geen oorlog voeren tegen al wat lelijk is. Ik wil niet aanklagen, ik wil niet eens de aanklagers aanklagen. Wegkijken zij mijn enige ontkenning! En, alles bij elkaar en in het groot: ooit wil ik nog eens uitsluitend iemand zijn die ja zegt!”*

Een talloos aantal werelden en zeker één die wankelt. En een zee van mogelijkheden. “Morgen zal ik niet schrijven”, schreef ik gisteren. Hoe lang heeft dat morgen geduurd? Ik wil er niet over nadenken, nooit goed geweest in rekenkunde. Ik zou kunnen opsommen wat ik allemaal gedaan en gelaten heb. Lijstjes maken. Een boek van Henri Bergson gekocht, dat heb ik, ‘Tijd en vrije wil’, niet toevallig een beschouwing over de tijd. De objectiveerbare, meetbare tijd tegenover de duur (la durée), die niet meetbaar is, omdat zij voortdurend stroomt en verandert. Gelezen heb ik het nog niet, maar dat zal niet lang meer duren… En voor de rest? Mijn ogen en oren gebruikt, gelegen, gezeten. Opgestaan is plaats vergaan.

BERGSON-TRANQUILLOU.jpg

Vandaag wapenstilstand, maar wat betekent dat nog? Bijna overal oorlog, moord en doodslag. Wat ooit ‘rebels without a cause’, hippies en yippies waren zijn nu jihadi’s. Hetzelfde fundamentele ongenoegen, een vergelijkbaar radicalisme, maar een andere ‘strijd’. ‘Terreur’ wordt dat fenomeen voorbij goed en kwaad, voorbij het humanisme, genoemd; maar is terreur wel de juiste term? We kennen de terreur van de Franse revolutie, het schrikbewind, omdat dàt tot de geschiedenis behoort, maar datgene waarvoor we nu bang zijn – en door de machthebbers bang voor worden gemaakt – is een nieuw fenomeen, het is in beweging, niet meetbaar, we kunnen er geen vat op krijgen. We kunnen er zelfs niet over nadenken, vandaar al die meningen en opinies. Van wapenstilstand geen sprake. Er zijn wapens, er worden aan de lopende band wapens geproduceerd, dus worden ze gebruikt. Opslagplaatsen zijn duur.

fuck the man.jpg

Leonard Cohen is dood. Gestorven op 7 november, net voor Donald Trump de Amerikaanse verkiezingen zou winnen. Op die dag schreef ik over Isabelle Huppert en de film ‘L’Avenir’, over vulgaire verkiezingsshows, over Karst Woudstra en August Strindberg. Bovendien zat ik me af te vragen of er tussen mij en Trump maar “six degrees of separation” bestaan. Indien dat zo is, wat houdt mij dan tegen om naar hem toe te gaan en hem op andere gedachten te brengen? Zoveel mogelijkheden. In ‘Being There’ van Jerzy Kosinski kan een tuinier zelfs president worden. Overigens vind ik de filmversie (Hal Ashby) beter. Maar het boek, in Nederlandse vertaling, wordt hier in huis gekoesterd: mijn Laura kreeg het in mei 1981 cadeau van onze vriend Joseph.

Eigenlijk mag je nooit vergelijken. Ik wil ik dat zeker niet doen met twee kunstenaars, de ene een starman en de andere een beautiful loser – de enige duidelijke overeenkomst is dat beiden nu dood zijn. Of wacht, er is nog een overeenkomst: ook bij de dood van Leonard Cohen lijkt het erop of heel de wereld in rouw is. Over mijn gevoelens over Cohens overlijden wil ik niet veel zeggen. Heel lang geleden heb ik ‘Beautiful Losers’ gelezen. Voor mij was Leonard Cohen een dichter. Een dichter die zijn recitaties begeleidde – of liet begeleiden - met gitaar, met enkele andere instrumenten, met een tweede of derde stem. In het begin hield ik veel van ‘Sisters of Mercy’ en ‘Bird on a Wire’. Vervolgens duurde het tientallen jaren eer ik Leonard Cohen opnieuw ging beluisteren. Ik luisterde naar zijn teksten. Ik las ze in een bundel. Ik verslond ze. Het waren parels, juwelen. Leonard Cohen was een goudsmid. Hij kon alles. Het mooiste aan de man vond ik dat hij deed alsof hij een niemendal was. En zelfs dat deed hij niet. Leonard Cohen leek op mij – of ik op hem: hij was er niet, is er niet en ik ben er ook niet**. Ooit ben ik er geweest, maar dat is lang geleden. Het was in de dagen dat ik naar ‘Sisters of Mercy’ en ‘Bird on the Wire’ luisterde. En meer nog naar ‘Sitting By the Window’, maar dat is een ander verhaal voor een andere dag. Deze tiende en laatste dag van mijn tien dagen in de ‘woestijn van de werkelijkheid’ wil ik afsluiten met woorden van Leonard Cohen:

Now I greet you from the other side of sorrow and despair, with a love so vast
And so shattered, it will reach you everywhere.
And I sing this for the captain whose ship has not been built, for the mother in
Confusion, her cradle still unfilled.
For the heart with no companion, for the soul without a king. for the prima
Ballerina who cannot dance to anything.
Through the days of shame that are coming, through the nights of wild distress,
Though your promise counts for nothing, you must keep it nonetheless.
You must keep it for the captain whose ship has not been built. for the mother in
Confusion her cradle still unfilled.
For the heart with no companion, for the soul without a king, for the prima
Ballerina who cannot dance to anything.***

lc-26-oct-1963-allan-r-leishman-montreal-star-library-and-archives-canada-pa-190166-light-scaled1000.jpg

~~~


* Friedrich Nietzsche, De vrolijke wetenschap, 276

**Versta me niet verkeerd: ik wil me op geen enkele manier met Leonard Cohen vergelijken en al zeker niet als dichter. Het gaat om een manier van in de wereld zijn. Maar zelfs mijn vorm van afwezig zijn, van onzichtbaar zijn is niet vergelijkbaar. Voor Leonard Cohen heb ik alleen maar respect. Voor mezelf? Dat denk ik niet. You're invisible now, you got no secrets to conceal.

***Leonard Cohen, Heart With No Companion

04-04-08

EEN 'WISKUNDIG' LEVEN


william burroughs the job 2

Ik heb discipline nodig. Dat is altijd al het geval geweest. En nu met die verdomde depressie is dat nog meer het geval. In ‘The Job’ van William Burroughs las ik deze naar mijn aanvoelen enigszins ironische passage:

“You are now going to learn how to dress and undress. You may think you already know this. Chances are you don’t. You may have heard of the man mentioned in Lord Chesterfield’s letters who killed himself because he could not stand to dress and undress himself and wash and shave. It wasn’t the monotony of these operations that killed him. It was the fact that he was not performing them properly. Any action not properly performed becomes increasingly painful. He was not performing these simple actions properly because he was not there. He considered these actions unimportant so he was thinking about something else while performing them. If you are thinking about something else while you do something you won’t do it right. That is why you fumble with your shoes and socks. That is why you leave your shirt half-buttoned to look for your tie or cuff links. That is why you wander out into the hall with one shoe on to see if there is any mail. In dressing as in any other operation always complete a cycle of action.”

Ironisch of niet, ik kan er veel uit leren. Veel van mijn dagelijks gedrag lijkt op wat hierboven beschreven staat. Terwijl ik dit noteer zit ik bijvoorbeeld al te denken aan mijn radioprogramma, dat ik dat nog moet voorbereiden, en aan de boodschappen die ik straks moet doen. Ik verwacht een telefoontje. Ik moet me nog scheren. Het wordt tijd dat ik eens wat nieuwe hemden koop. En zo gaat dat de hele dag door. Mijn sokken liggen in een ladenkast in de badkamer, mijn t-shirts in mijn kleerkast in de slaapkamer. Dat is ’s morgens altijd een gedoe. Neem ik, nog half slapend, al een t-shirt uit de kleerkast of keer ik na mijn douche met mijn sokken en mijn onderbroek al aan naar de koude slaapkamer terug om er een geschikt t-shirt te kiezen? Ondertussen vraag ik me af of ik de knop van het koffiezetapparaat wel heb aangezet. Brood is er, dat weet ik. Er is altijd brood.
Wat mij niet meer lukt – en wat ik eigenlijk nooit goed heb gekund – is een goede volgorde aanhouden, en met mijn gedachten bij zelfs de allerkleinste daad blijven. Deze vorm van discipline en controle voor de kleine dingen heb je ook nodig voor belangrijker werk, zoals schrijven of muziek maken. Het komt me echter voor dat met het toenemen van de leeftijd het almaar moeilijker wordt om orde in je leven te brengen en bij alles wat je doet, zoals William Burroughs zegt, aanwezig te zijn. Voor mij is dat altijd al moeilijk geweest, omdat ik, of ik het nu wilde of niet, heel vaak afwezig was. Tijdens de lessen wiskunde, zeven uur per week, was ik er zelden bij. Mijnheer Pulaski zit weer te dromen, zei de dog dan. De dog was de naam die wij de leraar wiskunde gaven. Niemand wist waarom precies. Ik heb in die periode, toen ik wiskunde studeerde, drie jaar de tijd gehad om te leren erbij te zijn, me de formules eigen te maken, zodat ik ze niet altijd weer moest gaan opzoeken, maar dat heb ik niet gedaan. Ik zat te dagdromen, van mooie meisjes, van reizen naar Istanbul, of ik zat met een regel voor een gedicht in mijn hoofd. Het is mijn mening dat ik als ik bij de wiskundeles was gebleven nu een geordend en gedisciplineerd leven zou leiden, wat voor mijn schrijven veel voordelen zou hebben gehad. Het heeft echter geen zin daar nu nog om te treuren. Wellicht kan ik mijn toestand nog veranderen. Time changes everything, zingt Bill Monroe. Tijd verandert alles, ten goede en ten kwade.