19-09-13

GRAM PARSONS IN NEERHAREN EN ELDERS

anita-pallenberg-gram-parsons-keith-richards.jpg

Op 19 september 1973, vandaag veertig jaar geleden, overleed Cecil Ingram Connor III, nu ook in deze streken beter bekend als Gram Parsons.

De grondlegger van de countryrock en van wat soms Americana wordt genoemd was en is een van mijn muzikale helden. Zijn breekbare stem hoorde ik voor het eerst in 1968 op de elpee ‘Sweetheart Of The Rodeo’ van The Byrds. Een jaar later wist hij me samen met zijn kompanen van The Flying Burrito Brothers helemaal voor zich te winnen.

Hun elpee ‘The Gilded Palace Of Sin’, een juwelenkist zo groot als ‘The Gilded Palace Of Sin’ (er is geen vergelijking mogelijk), heeft mij en sommige van mijn vrienden de weg gewezen naar het Amerikaanse platteland, naar de weidse landschappen die ik hier onlangs al noemde, en vooral naar het muziekgenre dat daar ontstaan is, country.

Toen de eerste elpee van The Flying Burrito Brothers verscheen bracht ik mijn weekends en vakanties door op het binnenvaartschip van mijn ouders, meestal in Neerharen aangemeerd. Ik draaide de plaat daar op mijn kleine gele platenspeler, die ik buiten op het voordek had geplaatst. Het valt bijna niet te beschrijven hoe ik me voelde bij het horen van de hemelse samenzang van Gram Parsons en Chris Hillman en van de bijna onwerelds klinkende steelgitaar van ‘Sneaky’ Pete Kleinow. Hoe die klanken even boven het veld bleven hangen, waar zelfs de paarden verwonderd leken te staan luisteren, en vervolgens tegen de brug botsten en daarna bij me terugkeerden. Magie die mijn kleine wereld voor altijd verruimde. De rest is mooie en bijzonder droeve geschiedenis.

Weinigen verwachtten in die dagen dat Gram Parsons de erkenning zou krijgen die hij zo verdiende. Wat is het dan ook geweldig dat hij hier nu zomaar op de vaderlandse radio wordt herdacht en geëerd.

 gram parsons,1973,1968,1969,2013,legende,held,country,country rock,americana,roots,neerharen,flying burrito brothers,byrds,muziek,landschap,ruimte,tijd

...

Foto'sAnita Pallenberg, Keith Richards en Gram Parsons in Joshua Tree © MICHAEL COOPER; Gram Parsons in Joshua Tree © MICHAEL COOPER

24-12-07

COMES A TIME, VROEG ZIJ

“De meeuwen op het water hebben het roerloze en blanke van waterlelies”, zo meende hij zich te herinneren uit een boek. En zo zei hij het tegen haar, omdat hij zelf niets kon bedenken.

“Heb je al eens een albatros gezien”, vroeg ze.

“Ik denk het wel, op Long Island, geloof ik,” zei hij.

“Bij sommige albatrossen is de schaduw van hun vleugels zo zwaar dat ze niet meer kunnen vliegen”, zei ze.

“Zeker niet bij vochtig weer”, voegde ze eraan toe.

“Heel goed mogelijk”, zei hij, terwijl hij een blik naar buiten wierp, waar vuile mist hun eenzame spar aan het oog onttrok.

“We kunnen hier niet blijven”, zei hij.

“Zodra we geld hebben, verhuizen we naar een ander land”, zei ze.

“Zodra we geld hebben…”, mompelde hij.

“Een eiland, zuivere lucht, bomen, loslopende dieren…” ging ze verder.

“Hebben we daar nog tijd voor, om aan dat geld te komen”, vroeg hij.

“Voor de ziel bestaat geen tijd”, zei ze.

“Maar mijn botten kraken, en vorige nacht heb ik die van jou ook horen piepen”, zei hij.

“Misschien moet alles een keer gesmeerd worden”, zei ze.

“Er zouden garages voor het lichaam moeten bestaan”, zei hij.

“En wat denk je van een alternatieve carwash, een bodywash, een gang waar je door moet lopen en als je eruit komt ben je weer proper en ruik je lekker…”, opperde zij.

“Ja, daar zit muziek in”, zei hij.

“Ik heb zulke zware voeten”, zei zij.

“Bij mij zit het op de longen”, zei hij.

“Laten we nog een glaasje wijn drinken”, zei zij.

“Het leven is toch niets waard”, beaamde hij met andere woorden uit het boek.

“Ach, dat is allemaal relatief”, zei zij.

“Ik zal nog een plaatje opleggen van Neil Young”, zei hij.

“Comes a time, toch”, vroeg zij.

“Comes a time”, zei hij.

 

kerstwensen,foto,1973,comes a time,neil young,geld,eiland,gesprek,mijmering,verlangens,vuile lucht,martin pulaski,holsbeek

Oprechte kerstwensen voor iedereen. Don't get lost on the human highway!

15-01-06

WIM WENDERS : ALICE IN DEN STÄDTEN


alice 2

Als de hemel opklaart en de zon zo fel als nu door het raam naar binnen schijnt, dan ben je een ogenblik verblind, wat zeker omdat het maar kort duurt een prettig gevoel teweegbrengt.

Tijdens een donkere winter de zon je huid voelen strelen, je verrukt voelen door haar warmte, opeens weer blij zijn dat je leeft. De kille dood, die iedereen treft, heeft je nog niet klein gekregen. Zulke vreugde kan niet worden uitgedrukt, tenzij in een lied zonder woorden, een wijsje dat wordt gefloten of geneuried, een mooi voorbeeld is Bob Dylans 'Wigwam' op Selfportrait.

In De dood van Artemio Cruz van Carlos Fuentes, een schrijver met wie je vroeger wel enige verwantschap voelde, las je een mooie zin:
"Maar een mens wordt er moe van, van dat denken over zijn lichaam".
En wat verder:
"Lichaam dat blijft. Lichaam dat weggaat, dat vertrekt, dat oplost in zenuwknopen en schilferende huid en cellen en bloedlichaampjes: mijn lichaam waarop deze dokter zijn vingers legt. Angst. Ik voel de angst die een mens voelt als hij nadenkt over zijn lichaam."

Flashback naar 1973. In Alice in de Städten van Wim Wenders, van wie je ooit dacht dat hij de filmmaker par exellence van onze generatie was, is net zoals in zijn beste film, Im Lauf der Zeit, de fictie (het verhaal) van ondergeschikt belang. In de Alice wordt dit geïllustreerd door de 31-jarige journalist (Patrick Kreuzer), die voor een Duits tijdschrift een artikel moet schrijven maar daar niet kan (of wil) in slagen, omdat hij overrompeld wordt door beelden. Het is een obsessie voor hem: hij wil elk moment vastleggen in polaroids, die hij dan meteen met de altijd en onvermijdelijk ontsnappende werkelijkheid vergelijkt.
Dat heeft te maken met zijn onzekerheid. Bestaat hij wel? Bestaat de werkelijkheid? Onzekerheid en angst. Angst voor de angst noemt hij het. Hier hebben we het verhaal al verlaten.
Keerpunt in dit stadium van zijn leven is de ontmoeting met Alice van Dam, een tienjarig en zeer onafhankelijk meisje, in New York. Met haar wil hij naar München terugkeren om zijn artikel te beëindigen. Hun reis, waarbij zij eveneens op zoek gaan naar de oma van Alice, voert hen van New York naar Amsterdam en van daar naar Wüppertal, het Roergebied (Duisburg, Oberhausen, Gelsenkirchen) en tenslotte München. Het verhaal van die reis is een eenvoudig raam waarbinnen de invloed van Alice's persoonlijkheid (haar kinderlijke kijk op de wereld, de cultuur, de natuur, het menselijk gedrag) op het doen en laten (de existentie) van haar oudere vriend-begeleider in kaart wordt gebracht.

Zoals in veel andere films van Wim Wenders is in Alice in den Städten popmuziek een essentieel bestanddeel, onder meer flitsen van een optreden van Chuck Berry (Memphis, Tennessee). In het openingsshot zit Patrick Kreuzer op het strand, maakt een foto van de zee en zingt een stukje uit 'Under the Boardwalk':

Under the boardwalk
down by the sea
that's where I want to be.


Dat was heel sterk, nog meer omdat je die song had voelen aankomen.

Genot van het lichaam, angst voor de dood. Het plezier van voorgevoelens die bewaarheid worden. Namen van kunstenaars. Namen van plaatsen. Verwijzingen naar fotografie. Obsessies. Bezweringen van het verleden. Zo vul jij je dagen. Zo bedwing jij de winter. Maar er zijn nog andere dingen. Sirenes die zingen, katten die willen worden gegeseld. Boodschappers die op nu nog onbekende plaatsen op je wachten. Impulsen, gedachtenkronkels, zinsverbijsteringen. Kleine levens.