31-03-18

PERROS NO? PERROS SI! [1]

IMG_5664 (2).JPG

Na een middag lezen en schrijven maak ik een korte wandeling naar Playa del Inglés. Ik slenter door de Calle Normara, waar zich het lekkere Maleisische restaurant El Baifo bevindt. ’s Avonds is het er altijd druk, je reserveert best enkele dagen op voorhand, ook al omdat het zo klein is. De baas van het eethuisje, die ook kok is, heet Andy. Enkele jaren geleden vertelde hij me een en ander over zijn leven. In de dagen voor de postmoderne tijdrekening was hij een Maleisische hippie die al liftend door Indië, Pakistan, Afghanistan, Iran, Turkije, Joegoslavië, Italië, Frankrijk, Spanje op de Canarische eilanden verzeilde. La Gomera, het tweede kleinste eiland van de archipel, dat in die dagen op toeristisch gebied nog grotendeels onontgonnen was, stal meteen zijn hart. Toch keerde hij naar zijn thuisland terug om orde op zaken te stellen. Wat later vestigde hij zich in Valle Gran Rey, waar hij met het restaurant van start ging waar ik nu voor sta om het menu nog een keer te bekijken. Andy is een uitstekende kok en een uitzonderlijk vriendelijke en goedlachse man. Die karaktertrekken stralen duidelijk af op het personeel in zijn zaak. 

Ik sla links af, dan rechts, en kom zo op Carretera de Playa del Inglés uit. Een gps heb je hier beneden niet nodig, zelfs een blinde vindt hier nog zijn weg. Sinds ik hier de eerste keer kwam, in 2003, is er zo te zien niets veranderd. Voor je aan het naaktstrand komt, loop je voorbij een klein stukje natuurreservaat. Ik ben niet wat je noemt een natuurmens, over de vogels die daar bescherming vinden kan ik bijgevolg weinig vertellen. Het valt wel op dat er in heel La Gomera weinig vogels te zien zijn. Ik las over de tjiftjaf, de pimpelmees en de pieper, maar ik heb alleen wat duiven en meeuwen gezien. Al die andere vogels mogen er natuurlijk ook wezen, maar een uurtje wat meeuwen observeren volstaat voor mij. Voyeurs zullen op het naaktstrand niet aan hun trekken komen. Het is al te fris om in je blootje te zwemmen of te zonnebaden. De surfers zijn wel nog ter plaatse, hun elegantie en souplesse is altijd een lust voor het oog. En straks komen de zonne-aanbidders; over twee uur gaat de zon onder.
Ik sla de geasfalteerde weg omhoog in die langs een voetbalveld en een tennisterrein voert. Altijd weer blijf ik naar de raadselachtige heliport kijken. Nog nooit heb ik er een helikopter gezien. Vandaag ga ik in het midden van het helipad staan. Vanuit de lucht gezien zal het lijken of ik in het centrum van een grote schietschijf sta. Ik ben de roos, doelwit voor onbekende luchtwezens. Heel zeker zijn bewakingscamera’s mij nu aan het filmen. De weg eindigt aan een poort die open staat. Daarachter ontwaar ik een gebouw dat al even mysterieus is als de heliport. Is het eigendom van de Guardia Civil, of van een of andere geheime dienst? Mogelijk, maar waarom staat die poort dan open?
Ik loop door in de richting van de uitnodigende poort. Opeens komen er twee gevaarlijk blaffende honden op me af gerend. Wat nu? Vreemd genoeg ben ik helemaal niet bang. Ik blijf staan, beweeg niet, kijk onverschrokken naar de grootste van de twee honden, die me lijkt te willen aanvallen. Omdat hij, zo denk ik, ziet dat ik niet bang ben, doet hij dat niet. Hij zal geen angstzweet ruiken. In plaats van mij te bijten snuffelt hij wat aan mijn been en laat een slijmspoor achter op mijn pas gewassen broek. De andere, wat kleinere hond houdt zich afzijdig. Ik aai de ‘gevaarlijke’ hond over het hoofd. Lief beest, zeg ik, loebas. Hij kijkt me met trieste hondenogen aan, draait zich dan om en loopt kwispelstaartend samen met zijn kameraad terug naar het huis van de vele mysteries. Beseffend dat ik aan een gewisse dood ben ontsnapt keer ik terug naar vertrouwder terrein. Al gauw mis ik de dieren al. Herinneringen aan andere honden in mijn leven maken hun entree in het theater binnenin mijn hoofd. Een van die viervoeters heet Jimpy, een andere Laika, nog andere honden kruisten onze weg in Eze, in de buurt van Nice, en er was ook een heel bijzondere Lassie op heilige Indiaanse grond in Taos in de Amerikaanse staat New Mexico. Daarover meer in een volgende aflevering van dit relaas van mijn grootse avonturen.


Maar toch nog dit. Als liefde een hond uit de hel is, zoals Charles Bukowski [2] beweert, wat is dan een hond uit de hemel?

[Wordt vervolgd]

IMG_6290.JPG

[1] Deel 8 van een reeks impressies van een reis naar Valle Gran Rey in La Gomera, Canarische Eilanden.

[2] Charles Bukowski, Love Is A Dog From Hell, Black Sparrow Press, 1981.

Foto's: Martin Pulaski, Valle Gran Rey, februari 2014.

28-03-18

GHOSTWRITER [1]

2018-03-03-LAGOMERA 210.JPG

“Dikwijls heb ik mij afgevraagd wat gemakkelijker te doorgronden is: de diepte van de oceaan of de diepte van het menselijk hart!”[2]

 Een reis begint altijd in de verbeelding, schreef ik een tijdje geleden. En ook tijdens de reis en zelfs daarna tijdens je verblijf op de plaats waar je je zo lang van tevoren al een idee van hebt gevormd, dool je meer rond in je eigen hoofd dan in de wereld daarbuiten. Hoeveel van de werkelijke uren in taxi’s, vliegtuigen, autobussen, veerboten en ook in de Gomera Lounge in Valle Gran Rey, waar je je al gauw thuis bent gaan voelen, breng je door met aandacht voor uiterlijke verschijnselen? Met heldere gedachten over wat zich daar voordoet? (En zie je die verschijnselen ooit wel zoals ze zijn? Een eeuwenoude filosofische vraag, natuurlijk.) Soms realiseer je je dat aan de binnenkant van iemand die tegenover je zit, bijvoorbeeld in de wachtkamer bij de huisarts, dingen gebeuren. Dat die mens, die soortgenoot van je, mijmert, nadenkt, verdriet en pijn voelt, zich dingen herinnert. Soms moet je je zelfs al inspannen om hem of haar te zien als gewoon maar een aanwezig iemand. In dat geval zie je de buitenkant, meer niet. En net zoals je die mens niet ziet, of er alleen de buitenkant van waarneemt, zo is het met alles in de zichtbare wereld. Slechts een fractie daarvan dringt tot je door. Gelukkig is dat tijdens een reis enigszins anders. De wereld zegt dan opnieuw: hier ben ik. Je kunt er niet langer naast kijken, zelfs al blijf je ook dan een mijmeraar, een dagdromer, een hypochonder. De wereld is dan sterker en jij bent gevoeliger voor indrukken, je zintuigen gaan open.

We wandelen langs de oceaan naar Borbalan, om daar koffie te gaan drinken en te lezen en te schrijven. Op het terras van Sal Y Pimiento zit ik koortsachtig in een Muji-notitieboekje te noteren. Waarom noteer ik deze banale dingen en waarom moet het zo snel gaan? Wil ik dan niet nauwkeurig zijn, met aandacht voor details?
Waarom schrijf jij je observaties niet neer, zeg ik tegen A. Je ziet en hoort veel meer dan ik, dat is mij van in het begin al opgevallen. Je hebt een buitengewoon observatievermogen. Ik moet altijd weer allerlei hindernissen overwinnen eer mijn blik zich naar buiten kan keren. Alsof ik uit een beschermend cocon moet kruipen of een muur om mij heen moet stukslaan. Allerlei obsessies en angsten maken mij vaak blind voor wat mij omgeeft. Gelukkig hebben we hier die machtige oceaan. Die kan ik niet negeren. Je zou hem opdringerig kunnen noemen. Maar het is een opdringerigheid die ik in alle nederigheid aanvaard. Je bent piepklein, buldert de oceaan, in een oogwenk sleur ik je mee naar de diepte, zoals ik dat doe met een muis, of een huis, of een vergeet-me-nietje. Dat begrijp ik, antwoord ik. Ik vind het niet erg dat je mij kleineert en vernedert. Jij bent de enige die dat mag doen, ontzagwekkende oceaan.
Voor de rest is er weinig dat mijn aandacht trekt. Er was dat meisje met de wilde haren op de veerboot naar San Sebastian. Er was de vrouw met de sleutels, die ik nauwelijks heb bekeken, en toch heb ik haar het profiel van een junkie gegeven. Je moet maar durven. Er is de goede maar vergeetachtige Maria. Er is Gloria, die ik aanbid. G-L-O-R-I-A. Heb je al veel over Gloria geschreven, vraagt A. Nog niets, zeg ik. Misschien komt dat nog wel. Hoewel… wat kan ik over Gloria schrijven zonder in gedweep te vervallen? Zou jij dat niet veel beter kunnen? Bij mij staan troebele gevoelens in de weg. Nog voor ik haar aankijk is mijn waarneming al verstoord door verlangens, remmingen, onzekerheden.
Misschien vind je dat je minder goed formuleert? Dat is echter alleen maar een kwestie van oefening en tijd. Bovendien zijn ruwe diamanten ook diamanten. Als jij ze al te ruw vindt zou ik ze kunnen slijpen. Weet je, ik zou me je waarnemingen kunnen toe-eigenen. Je wordt dan een beetje mijn ghostwriter, en ik zeg er niemand wat van. Na mijn dood verneemt het grote publiek dan wat een oplichter ik altijd ben geweest. Goed, we laten dat onderwerp nog even rusten.
We keuvelen nog wat over Eilis, het hoofdpersonage in ‘Brooklyn’ van Colm Toibin, en over de arme steenrijke Divers, uit ‘Teder is de nacht’ van F. Scott Fitzgerald. Die F. staat voor Francis, zegt A. Ach, zo, zeg ik en mompel wat over mister Jones en een zwaardslikker op hoge hakken die voor je neerknielt. Ja, ja, hoe we het ook draaien of keren, we komen altijd bij Bob Dylan uit. En met de enigszins dreigende piano-akkoorden uit ‘Ballad Of A Thin Man’ in mijn hoofd sta ik op en sta jij op (met of zonder die akkoorden in je hoofd, dat zal ik nu wel nooit meer te weten komen) en keren we terug naar de Gomera Lounge.


Op de terugweg, via Avenida El Llano, lopen we voorbij een wat raadselachtige tentoonstellingsruimte die Laurasilva heet en ontdekken we wat een nieuwe wijk lijkt, maar dat bij nader inzien niet is. Waarom hebben we dit deel van Valle Gran Rey vier jaar geleden niet gezien? Of zes jaar geleden?  Er wordt hoe dan ook nog altijd weinig gebouwd in Valle Gran Rey en op het hele eiland. Dat is een goede zaak. Het massatoerisme is hier nog niet opgerukt. Maar hoe zit het met de vele percelen brakke grond? Liggen zij niet te wachten op mastodonthotels, op immense flatgebouwen voor toeristen. Wie zijn de eigenaars van die grond? Hopelijk zijn het mensen van hier. Maar de volgende vraag is dan wie die mensen van hier zijn. Zullen we dat nog onderzoeken, of zijn het onze zaken niet, of interesseert het ons niet echt, vinden we dat literatuur en songs en films volstaan om ons leven boeiend te maken?

bo dylan feinstein-39.jpg

[1] Deel 7 van een reeks impressies van een reis naar Valle Gran Rey in La Gomera, Canarische Eilanden.

[2] Comte de Lautréamont, De zangen van Maldoror.

 Foto's: Martin Pulaski door Agnes Anquinet, februari 2018; Bob Dylan door Barry Feinstein, 1966.

19-03-18

DE DIVERS EN WIJ[1]

2018-03-03-LAGOMERA 098.JPG

Sommige mensen hebben alle geluk. Maar hoe vaak zouden die gelukkige mensen zich bewust zijn van hun geluk?


Reizen doe je niet alleen in de uiterlijke, zichtbare ruimte en in de objectieve tijd. Net zoals thuis reis je tijdens een reis en op vakantie ook in je eigen innerlijke ruimte en in je eigen tijd. De objectieve tijd van agendapunten, werk, de routine van huiselijke taken, enzovoort, maakt plaats voor de subjectieve tijd. Mijn ervaring is dat ik me in Valle Gran Rey minder in de dwang van de objectieve tijd (die van economie en rekenkunde) bevind. Dagdromen, mijmeren lijken opnieuw een tweede natuur te worden. Tijdens wandelingen, vaak op het ritme van de alomtegenwoordige oceaan, komen herinneringen spontaan naar boven. En soms is het bijna alsof ik tijdens die herinneringen de lang geleden gebeurtenissen opnieuw beleef. Wat zo goed als onmogelijk is. In ‘Tijd’ merkt Rüdiger Safranski met veel inzicht het volgende op: “De vergankelijkheid betreft de uiterlijke dingen, maar de innerlijke nog sterker. Want die hebben helemaal geen plek waar ze kunnen voortduren. Ze zijn in een oogwenk voorbij en kunnen niet als zichzelf, maar alleen in uiterlijke talige of sedert kort technische media bewaard worden. Het zijn uiterlijke tekens die op iets innerlijks wijzen, dat echter zelf altijd al is vergaan.”[2]

f scott and zelda 1919.jpg

A. leest de Nederlandse vertaling van ‘Tender Is The Night’ van F. Scott Fitzgerald. Hoewel mijn vrouw en ik een heel ander leven leiden – en de uiterlijke tijd waarin wij leven nauwelijks vergeleken kan worden met de periode tussen de twee wereldoorlogen – dan de hoofdpersonages in dat boek, Richard en Nicole Diver, zie ik toch ook overeenkomsten. Het zou me echter te ver leiden om hier nu veel dieper op in te gaan. Elke mens heeft geheimen nodig. Zonder geheimen kun je niet leven. Er is veel waar ik eerlijk in wil zijn. Eerlijkheid en waarheid waren echt wel uitgangspunten toen ik dertien jaar geleden met dit blog begon. Maar hier stoot ik op een grens. Ik schaam me er niet voor dat ik die grens vandaag niet overschrijd. Bovendien ben ik geen exhibitionist. Ik loop niet met mezelf te koop, al lijkt het voor sommige lezers misschien wel zo. De belangrijkste overeenkomst is overigens niet zo persoonlijk. Elke mens die ouder wordt, moet door een periode van ontnuchtering en uiteindelijk van aftakeling. De momenten van geluk liggen in het verre verleden. In je herinneringen vang je er soms nog een glimp van op, maar dat maakt je nog droeviger dan je al was voor de herinnering naar boven kwam. Je kunt nooit meer terug naar die momenten van geluk. Richard Diver raakt gedesillusioneerd, hij verliest zijn soepelheid, veerkracht, inventiviteit, zijn energie neemt af. Zijn liefde voor zijn jongere vrouw Nicole en voor zijn minnares – al is dat niet het juiste woord – Rosemary dooft uit. De ooit zo begaafde en veelbelovende psychiater begint meer en meer te drinken. Verbittering maakt hem agressief. Zijn feestelijk leven is ten einde. De neergang van Diver en zijn gezin vindt voornamelijk plaats tegen de achtergrond van mondaine steden in Zwitserland en de Middellandse Zee. Als A. me scènes uit het boek navertelt, versmelt voor mij die azuren zee met de ruwere Atlantische oceaan die ik door het raam van ons appartement kan zien.

A. en ik gaan niet al te diep in op de kleine overeenkomsten tussen ons en de Divers. Het feit dat ze zo rijk zijn – vooral Nicole is dat, ze komt uit een schatrijke familie – maakt het ons gemakkelijker om die zelfs niet te zien. Des te beter zien we zwakheden in de vorm, in de uiterlijkheden van het boek. De vertaling is bedroevend slecht, zegt A. Waarom wordt er zo weinig zorg besteed aan het vertalen van een meesterwerk als ‘Tender is the Night’? Het ligt niet aan de vertalers, denk ik. Ze doen hun best en worden daar slecht voor betaald. Vertalen moet bijzonder snel gaan. Het economische denken heeft ook de cultuur volledig in zijn greep. Daar zijn we het over eens. Fitzgeralds zinnen zijn soms onbegrijpelijk, zegt A. Jammer dat ik het origineel niet heb meegebracht om te vergelijken. Ik herinner me wel dat F. Scott Fitzgerald nogal moeilijk formuleert, moeilijker zelfs dan Marcel Proust. Maar dat impliceert nog niet dat hij onzorgvuldig is in zijn zinsconstructies. En dan is er nog iets met de chronologie in deze vertaling (van Henne van der Kooy). Wat daar aan scheelt, kan ik niet zo meteen achterhalen. Ik wil best wel een en ander opzoeken op mijn smartphone, al doe ik dat altijd met enige tegenzin. Want tast je zo je fragiele geheugen nog niet meer aan? Straks of morgen misschien… Laten we eerst maar een verfrissende wandeling maken naar Playa del Ingles, daar is het rustig en kunnen we de zonsondergang zien. Misschien zijn er nog surfers, altijd een plezier om naar te kijken. En California Girls? Nee, California Girls vind je hier niet, dat is wel zeker. Maar wel lekkere wijn in de supermarkt hier om de hoek. Van die heerlijke Martin Codax uit Galicië. Wat denk je? A marvelous idea, my darling!

f scott.jpg

...

[1] Deel 6 van een reeks impressies van een reis naar Valle Gran Rey in La Gomera, Canarische Eilanden.

[2] Rüdiger Safranski, Tijd, pag. 156-157

Foto's: Boven: Martin Pulaski, februari 2018; Midden: F. Scott Fitzgerald & Zelda Sayre; Onder: F. Scott Fitzgerald.

17-03-18

HET LICHAAM IN VALLE GRAN REY, DE GEEST IN CALIFORNIË[1]

reizen, valle gran rey, la gomera, canarias, gomera lounge, lichaam, geest, mijmeren, dagdromen, vergeten, filosoferen, tijdverdrijf, californië, mike nesmith, michael nesmith, bette nesmith graham, uitvinding, liquid paper, tipp-ex, mistake out, monkees, geld, don kirshner, bob rafelson, bert schneider, mikey dolenz, pete tork, davy jones, last train to clarksville, i'm a believer, neil diamond, circle sky, talent, nieuwsgierigheid, veelzijdigheid, beatles, a hard days night, mtv, televisie, schrijven produceren, acteren, first national band, country rock, pop, rock, spar, taal, duits, nederlands, frans, engels, belgië, vlamingen, dialect, koeterwaals, piano bar, lawaai, rumoer, rijkdom, erven, geluk, vluchtigheid

Hoeveel uur per dag zou je je bewust zijn van je aanwezigheid in een ander land, op een eiland, in Valle Gran Rey? Zo vaak vergeet je waar je bent, bijvoorbeeld als je in gedachten verzonken of aan het mijmeren bent, als je zit te lezen. Als je niet weet waar je bent, waar ben je dan eigenlijk? Uiteraard is je lichaam op die bepaalde plek, maar je geest schijnt ergens anders rond te spoken, ook al zijn lichaam en geest één. Die gedachten kwamen bij me op nadat ik met veel aandacht een interview met Michael Nesmith had gelezen. Een paar keer onderbrak ik mijn lectuur om op het terrasje een blik te gaan werpen op de oceaan, alsof ik mij ervan wilde vergewissen dat die nog bestond. Of omdat ik hem zo lang ik hier was zo vaak mogelijk wilde zien en in mij opnemen. Of mij er in onderdompelen, er één mee worden, lichaam en geest versmolten met het grote geheel dat het universum is. Na een tijdje, soms kort, soms langer, heb ik weer genoeg van die hele oceaan en ga ik opnieuw binnen in de zetel zitten en lees verder over the Monkees en Michael Nesmiths tweede groep, the First National Band.

reizen, valle gran rey, la gomera, canarias, gomera lounge, lichaam, geest, mijmeren, dagdromen, vergeten, filosoferen, tijdverdrijf, californië, mike nesmith, michael nesmith, bette nesmith graham, uitvinding, liquid paper, tipp-ex, mistake out, monkees, geld, don kirshner, bob rafelson, bert schneider, mikey dolenz, pete tork, davy jones, last train to clarksville, i'm a believer, neil diamond, circle sky, talent, nieuwsgierigheid, veelzijdigheid, beatles, a hard days night, mtv, televisie, schrijven produceren, acteren, first national band, country rock, pop, rock, spar, taal, duits, nederlands, frans, engels, belgië, vlamingen, dialect, koeterwaals, piano bar, lawaai, rumoer, rijkdom, erven, geluk, vluchtigheid

Mensen die Nesmith niet kennen zullen misschien denken, moet je daarvoor film en filosofie gestudeerd hebben, om een interview met een nogal bejaarde ex-Monkee te lezen? Maar dat is het nu net: zij kennen Nesmith niet. Ik ook niet zo goed trouwens, daarom lees ik dat interview. Als het een degelijk vraaggesprek is stel je al gauw vast of de geïnterviewde boeiende dingen te vertellen heeft of niet. In het laatste geval sla je het tijdschrift weer toe.
Ik wil hier het hele verhaal van Mike Nesmith niet navertellen, het heeft weinig met mijn reis te maken en geïnteresseerden kunnen het terugvinden in Mojo van maart 2018 en online op zoek gaan naar meer informatie. Een kleine samenvatting verdient de man echter wel.
Mike Nesmith werd opgevoed door zijn alleenstaande moeder Bette Nesmith Graham. Zij verdiende de kost als grafisch vormgever en secretaresse. Toevallig vond ze in haar keuken Liquid Paper uit, een correctievloeistof (vergelijkbaar met Tipp-Ex bij ons). Dat was in 1956. Twee jaar later richtte ze het bedrijfje Mistake Out op. Wat later probeerde ze Liquid Paper te verkopen aan IBM, zonder resultaat. In 1979 echter kon ze haar hele bedrijf van de hand doen aan Gillette Company voor een bedrag 47,5 miljoen dollar. Haar zoon Mike Nesmith werd in 1965 naar aanleiding van een advertentie, waarin gevraagd werd naar acteurs die vier gekke jongens konden spelen, geselecteerd voor de sitcom ‘The Monkees’. Muzikaal talent was van minder belang: de muziek voor de serie zou worden ingespeeld door sessiemuzikanten, de songs geschreven door professionals uit de muziekindustrie. Zingen zouden de gekke jongens wel mogen doen. De producers, Bob Rafelson en Bert Schneider, hadden zich voor de televisieshow laten inspireren door ‘A Hard Days Night’, de eerste succesfilm met the Beatles in de hoofdrollen. Muziekmogul Don Kirshner werd gevraagd om op maat gesneden liedjes aan te leveren. Mike Nesmith vertelt dat er een groot verschil bestond tussen aan de ene kant Schneider en Rafelson en aan de andere kant Kirshner. Rafelson en Schneider[2] waren geïnteresseerd in kunst en cultuur en zagen meteen het talent van de vier groepsleden, Davy Jones, Mickey Dolenz, Peter Tork en Mike Nesmith. Vooral Nesmith was een begenadigd songschrijver[3]. Don Kirshner was daar blind voor, hij zag alleen maar dollars. Al gauw wilden the Monkees op hun singles en elpees hun eigen ding doen, maar ze waren met handen en voeten gebonden aan hun contract. Op een dag in 1970 had Nesmith genoeg van de beperkingen die hem en de andere Monkees werden opgelegd: hij verbrak zijn contract, wat hem 186.000 dollar kostte, een klein fortuin in die dagen. “It’s more or less true that everything I got out of it, I had to put back in”, vertelt Nesmith. Na zijn vertrek bij the Monkees richtte de songschrijver-gitarist the First National Band op, een zeker bij ons miskend country rock-kwartet (met de virtuoze steelgitarist Red Rhodes). Daar bleef het evenwel niet bij. Net als zijn moeder was Nesmith een nieuwsgierige zoeker. Zo komt het dat de vroegere Monkee mee aan de basis ligt van MTV. In de jaren tachtig had hij zijn eigen televisieshow, Television Parts, met als gasten onder meer Whoopi Goldberg, Jay Leno en Jerry Seinfeld, later stuk voor stuk beroemde Amerikaanse mediafiguren. Daarnaast richtte Mike Nesmith een mediabedrijf op, was filmproducer, acteerde in langspeelfilms, was lid van het American Film Institute en schreef twee romans. In 2016 verscheen zijn autobiografie, ‘Infinite Tuesday: An Autobiographical Riff’.  Momenteel werkt hij aan een onderzoek naar de impact van televisie op het dagelijks leven en de cultuur. “There’s something in the television/internet/computation that will create a meme that we’ll live with for generations”, verklaart Nesmith in het interview. En er is ook nog altijd de muzikant in hem: in januari was er opnieuw een tournee met the First National Band[4]****.
reizen, valle gran rey, la gomera, canarias, gomera lounge, lichaam, geest, mijmeren, dagdromen, vergeten, filosoferen, tijdverdrijf, californië, mike nesmith, michael nesmith, bette nesmith graham, uitvinding, liquid paper, tipp-ex, mistake out, monkees, geld, don kirshner, bob rafelson, bert schneider, mikey dolenz, pete tork, davy jones, last train to clarksville, i'm a believer, neil diamond, circle sky, talent, nieuwsgierigheid, veelzijdigheid, beatles, a hard days night, mtv, televisie, schrijven produceren, acteren, first national band, country rock, pop, rock, spar, taal, duits, nederlands, frans, engels, belgië, vlamingen, dialect, koeterwaals, piano bar, lawaai, rumoer, rijkdom, erven, geluk, vluchtigheid

In de Spar, om de hoek van de Gomera Lounge, is het vrieskoud. Het is alsof ik van de warme zomer een strenge winter binnenstap. Af en toe zien we daar een man die we van vier jaar geleden kennen. Hoewel dat kennen best met een korreltje zout mag worden genomen. Wanneer ken je iemand? Hij is mooi gebruind, heeft grijze haren, ziet er fit uit. Verplaatst zich met een zware motor, maar we zagen hem ook al met een dure BMW vertrekken.
A. zegt dat de man, zoals zovelen hier een Duitser, de concerten in de pianobar organiseert. Dat zal wel zo zijn want op een keer vraagt hij ons - een beetje verwijtend,  vind ik - waarom we niet op de flamenco-avond waren. Waar komen jullie ook alweer vandaan, is zijn volgende vraag. Uit België, zeg ik. Brussels. Daar wordt toch Frans gesproken, niet? Toch vreemd dat nog steeds zoveel mensen niet schijnen te weten dat België toch ook heel wat Nederlandstalige inwoners telt. Zestig procent ongeveer? Nu ja, het taaltje dat veel Vlamingen in het buitenland spreken lijkt ook niet echt op Nederlands. Geen mens die weet waar het dan wel op lijkt. Koetervlaams? Stop! ik mag niet veralgemenen. Niet alle Vlamingen heten Piet of Griet.
Elke avond houden die optredens me uit mijn slaap. Eigenlijk niet zozeer de muziek, wel de klanten die voor de ingang luid staan te praten. Vervelend, maar je went eraan. En je gaat je dank zij dat rumoer ook weer een beetje thuis voelen, of alleszins in een grote stad. Zou de Duitser misschien ook de eigenaar van de Gomera Lounge zijn, vraag ik me af. Die vraag durven we de man niet stellen, dat zou wat te onbeschaamd zijn. Ik probeer in alles een gentleman te blijven. Hij ziet er alleszins niet arm uit, nee, helemaal niet arm. Misschien heeft hij, net zoals Mike Nesmith, een pak geld geërfd van zijn moeder. Sommige mensen hebben alle geluk. Maar hoe vaak zouden die gelukkige mensen zich bewust zijn van hun geluk?

reizen, valle gran rey, la gomera, canarias, gomera lounge, lichaam, geest, mijmeren, dagdromen, vergeten, filosoferen, tijdverdrijf, californië, mike nesmith, michael nesmith, bette nesmith graham, uitvinding, liquid paper, tipp-ex, mistake out, monkees, geld, don kirshner, bob rafelson, bert schneider, mikey dolenz, pete tork, davy jones, last train to clarksville, i'm a believer, neil diamond, circle sky, talent, nieuwsgierigheid, veelzijdigheid, beatles, a hard days night, mtv, televisie, schrijven produceren, acteren, first national band, country rock, pop, rock, spar, taal, duits, nederlands, frans, engels, belgië, vlamingen, dialect, koeterwaals, piano bar, lawaai, rumoer, rijkdom, erven, geluk, vluchtigheid



[1] Deel 5 van een reeks impressies van een reis naar Valle Gran Rey in La Gomera, Canarische Eilanden. De impressies zijn gerangschikt volgens thema. Hier: tijd / ruimte en tijdverdrijf.

[2] Bob Rafelson en Bert Schneider produceerden de film ‘Easy Rider’. Bob Rafelson regisseerde onder meer het meesterwerk ‘Five Easy Pieces’, met Jack Nicholson en Karen Black.

[3] Naast poëzie had Mike Nesmith al heel wat songs geschreven, waaronder ‘Different Drum’ voor the Geenbriar Boys (later opgenomen door Linda Ronstadt & the Stone Poneys) en ‘Mary, Mary’ voor the Butterfield Blues Band

[4] In one of the more unexpected moves of Michael Nesmith's career, a reconstituted First National Band hit the road in early 2018 with Christian Nesmith (guitar), Jonathan Nesmith (piano/guitar/vocals), Circe Link (vocals), Christopher Allis (drums), Jason Chesney (bass), Amy Spear (vocals), and Pete Finney (pedal steel). Sadly, original members Rhodes and London have passed away, but Ware gave his blessing to the project and wished everyone well.
Monkeeslivealmanac.com (blog).

...


Foto's La Gomera: Martin Pulaski, februari 2014 en februari 2018.
Foto's Mike Nesmith en the Monkees: fotograaf niet bekend.

13-03-18

VAN CASA MARIA NAAR VUELTAS*

2018-03-03b-LAGOMERA HUAWEI 452 (2).jpg

Helemaal beneden aan Avenida de la Calera vind je Casa Maria, de enige fijne bar van Valle Gran Rey. Bij aankomst met de bus uit San Sebastian had ik al gezien dat Casa Maria toe was. Vanwege mijn aangeboren optimisme ging ik er echter van uit dat dinsdag sluitingsdag was. Maar op woensdag was de bar nog steeds dicht. Ik ging van kortbij een kijkje nemen. Inderdaad, het hele pand stond te koop, de bar was definitief gesloten. Het hart en de ziel van Valle Gran Rey. Dit was een nog veel grotere teleurstelling dan het voorval met ons appartement in Gomera Lounge. Zoveel euforische avonden heb ik aan de toog en op het terras van Casa Maria doorgebracht, niet zozeer vanwege het bier (Dorada pils is nogal flauw, een beetje zoals Heineken) maar wel vanwege de livemuziek. Meerdere avonden per week speelden er plaatselijke muzikanten akoestische Spaanse liederen, vergelijkbaar met die van de Cubaanse Buena Vista Social Club. Gitaren, accordeon, bas en samenzang. De grootste aantrekkingskracht op mij had de zangeres en gitarist Gloria. Ik was verliefd op haar stem. En niet alleen op haar stem, ook op haar ogen. Mocht een zeemeermin kunnen glimlachen zou ze het als Gloria doen. G-L-O-R-I-A. Elke avond als het optreden afgelopen was en ik haar met haar gitaar naar huis zag gaan was ik een beetje triest. Ik wilde langer bij haar zijn, met haar praten. Maar ik was natuurlijk niet alleen, en mocht ik alleen geweest zijn zou ik het evenmin hebben gedaan. Je zou eens moeten weten hoe schuchter ik ben. Nu was Gloria zo te zien voor altijd naar huis, net zoals de fantastische muzikanten met wie ze musiceerde en Casa Maria was definitief gesloten. Wat een opdoffer. Ik voelde mijn hart krimpen.

IMG_6518 (2).JPG

Maar een hart is elastisch en droefheid maakt meestal gauw plaats voor andere gevoelens. Als je Casa Maria de rug toekeert strekt zich daar de onmetelijke oceaan voor je uit met zijn golven in meer tinten blauw en groen en wit dan ik ergens anders ooit heb gezien. De wandeling via Avenida Maritima van Playa naar La Puntilla, waarbij ik nog altijd aan ‘Herr Puntila und sein Knecht Matti’**, het toneelstuk van Bertolt Brecht, moet denken, is een steeds anders klein avontuur. De golven lijken op het eerste zicht allemaal eender, maar dat is natuurlijk niet zo. De stand van de zon, lichtinval, windrichting en windkracht maken dat ze er altijd anders uitzien en ook altijd een beetje anders klinken. In het begin dat ik aan zee verbleef had ik daar geen oog en oor voor. Nu Casa Maria dicht was en ik ’s morgens vroeger uit bed was, had ik er veel meer aandacht voor. In La Puntilla is niet bepaald veel te zien en helemaal niets te beleven. Ook dat is iets wat je pas na een tijd leert te waarderen, dat ‘niets te beleven’. Je moet eerst de onrust en de drukte van de grote stad van je afgeschud hebben. Een stukje landinwaarts kom je via de Avenida de Llano in het piepkleine nieuwere gehucht Borbalan. Daar drinken we bijna elke dag een cappuccino, ofwel in het wat drukkere La Odisea ofwel aan de overkant bij Sal Y Pimiento. Na een paar dagen stond bij wijze van spreken de cappuccino voor ons al klaar. Als je nog wat over de Avenida Maritima doorloopt in Zuidelijke richting bereik je Vueltas en Puerto. In Vueltas vind je winkeltjes met hippiekleding, kruiden, wierook, bioproducten, plaatselijke wijn, juwelen enzovoort. De winkeliers zijn grotendeels uit Duitsland afkomstige, ondernemende hippies of pseudo-hippies, die zich hier jaren geleden hebben gevestigd. Over de hippies en de andere inwoners van Valle Gran Rey zal ik het later nog hebben. En zeker ook over de muzikanten van Valle Gran Rey en in het bijzonder over Gloria.
In Puerto is een mooie kleine jachthaven en aan de pier komen de veerboten aan en vertrekken ze weer. Nog wat verder langs het water kom je aan wat ik de weg van de gevaarlijke rotsen noem. Die leidt naar het Playa de Argaga en de Tropischer Fruchtgarten Argaga. Ik ben er jaren niet meer geweest. Ik wil niet het slachtoffer worden van zo’n gevaarlijke rots. Mijn eeuwige hoed zal me daar niet tegen beschermen, en een panamahoed al helemaal niet. Wist je overigens dat panamahoeden in Ecuador worden gemaakt? Het is zoals met de Belgische frieten, die bijna overal french fries worden genoemd.

IMG_6230 (2).JPG

* Deel 4 van een reeks impressies van een reis naar Valle Gran Rey in La Gomera, Canarische Eilanden. De impressies zijn gerangschikt volgens thema. Hier: Casa Maria / rituelen.
Foto's: Martin Pulaski, februari 2014 en februari 2018. Boven: Casa Maria in februari 2018; midden de gitaar van een muzikant in Casa Maria in februari 2014; onder: Casa Maria in februari 2014.

** ”In de zomer van 1940 schrijft Brecht dit stuk over de goede en de slechte mens, verenigd in één persoon. Het stuk gaat over de verhouding tussen meerderen en minderen, de rol die iedereen moet spelen en uiteindelijk vrijwillig speelt en over wederzijdse uitbuiting. De protagonist Puntila is een rijke grootgrondbezitter, nuchter is hij een keiharde zakenman die zich aan niets of niemand wat gelegen laat liggen. Maar aangeschoten is hij de goedheid zelve, een man die lieveheersbeestjes terugzet op het gras. Een aloud thema dat we kennen uit Goethes Faust. De antagonist Matti is de chauffeur en daarmee ondergeschikte van Puntila. In nuchtere toestand gedraagt Puntila zich honds tegenover Matti, Matti gedraagt zich onderdanig. Eenmaal dronken ziet Puntila Matti als gelijke, zijn grote vriend. Waardeert Matti dat? Nee, Matti is berekenend en probeert misbruik te maken van zijn baas. Dat is een omslag in de stukken van Brecht: we zien hier niet één goede en één slechte partij maar twee slechten die beiden proberen gebruik te maken van elkaar zodra de situatie dat toelaat.”
Wikipedia

10-03-18

EEN ONTGOOCHELING*

valle gran rey, la gomera, canarias, reizen, ontgoocheling, canarische eilanden, busreis, aankomen, garajonay, onvriendelijkheid, appartement, studio, genieten, raymond roussel, des esseintes, a rebours, san sebastian, jk huysmans, huysmans, verwelkoming, ermita san pedro, sleutels, huissleutels, computer, bars, nors, onbeschoft, lui, vakantie

Ik heb het over reizen, niet over vakantie. Sinds 2010 is mijn leven één lange vakantie, wat niet bepaald een pretje is. Het is zoals het einde van die lange zomervakanties toen je nog een tiener was. Dat was een vervelende periode, waar maar geen einde aan kwam. Hoewel je daar zeker niet naar uitkeek want dan moest je weer naar de orde en tucht van het internaat terug. Achter de lange vakantie die je nu beleeft wil je al zeker geen punt zetten. Een doodswens heb je nooit gehad.

Mijn manier van reizen kun je moeilijk avontuurlijk noemen; het is niet veel meer dan een poging om te ontsnappen aan de monotonie van het alledaagse leven. Hoewel de rituelen van het dagelijks bestaan ook veel troost bieden is het heilzaam die af en toe te onderbreken, al is het maar om nieuwe of tijdelijke rituelen een kans te geven.

Reizen is zelden een genot. Zoals liefde, vriendschap en het leven zelf gaat het met ontgoochelingen en teleurstellingen gepaard. Een reis begint bijna altijd in de verbeelding. Je hebt je eigen denkbeelden, je kent je bestemming uit reisgidsen, romans, films of je hebt je er een idee van gevormd bij het zien van oude prenten en schilderijen. De grootmeester J.-K. Huysmans heeft – in A Rebours** - wellicht het meest treffend over de denkbeeldige reis geschreven, over de reis die je in je hoofd maakt voor je écht vertrekt. Het hoofdpersonage van de roman, Des Esseintes, bereidt zich voor op een reis naar Londen. Na een dag in Parijs, waar hij de Engelse boekwinkel Galignani’s Messengers bezoekt, een wijnkelder die Bodega heet, waar het wemelt van de Engelsen die er Sanlucar, Pale Dry, Oloroso en Amontillado komen drinken en om de uitstap af te ronden een restaurant waar toevallig ook nogal wat ‘eilandbewoners’ hun honger komen stillen. Des Esseintes geniet er van een rijke Engelse maaltijd van onder meer haddock, rosbief met aardappelen en zachte, blauwe Stiltonkaas. Hij drinkt er bier en koffie met gin. Na deze immersie vraagt hij zich af wat hij nog in Londen kan gaan doen. Het echte Londen zou vast alleen maar een teleurstelling zijn. “Hij kwam in Fontenay terug met zijn koffers, dozen, valiezen, reisdekens, paraplu’s en wandelstokken en voelde de lichamelijke uitputting en geestelijke vermoeidheid van een man die is thuisgekomen van een lange en gevaarlijke reis.”

Voor een reis naar Valle Gran Rey, een dorp op het kleine eiland La Gomera, is er wat mij betreft niet veel voorbereiding nodig. Ik weet waar ik mij aan kan verwachten, ik ben er al vier of vijf keer geweest. Ik heb voor de derde keer een appartement gehuurd in de coole Gomera Lounge, vlakbij de promenade en de Atlantische oceaan. De mogelijke teleurstelling is nu minder een gevolg van de verbeeldingskracht, van ingebeelde verwachtingen maar wel van de zekerheid over de eindbestemming.

Vanuit San Sebastian, het hoofdstadje van La Gomera, waar de veerboot uit Tenerife aanmeert, stuurde ik een sms met het uur waarop de bus in Valle Gran Rey zou aankomen, om er zeker van te zijn dat er iemand aanwezig zou zijn om ons de sleutels te overhandigen. Daar kreeg ik geen antwoord op. Ach, nonchalance die samenhangt met een Zuiders land, dacht ik. Vervolgens twee uur met de bus, eerst door het wilde, sprookjesachtige laurierwoud van Garajonay en vervolgens langs de duizelingwekkende afgronden naar de vallei van de grote koning. Overweldigd door emoties stappen we vlakbij Ermita San Pedro, de mij welbekende kapel aan de oceaan, uit de bus. Ik haast me naar de Gomera Lounge en stap een ‘juwelierszaakje’ binnen, waar ik verwacht de sleutels te zullen krijgen. De winkelierster gunt me geen blik waardig als ze me toebijt dat ik in het winkeltje (annex kantoor) ernaast moet zijn. Als we weer buiten staan komt een jonge vrouw op ons af, bleek, met een zonnebril op de neus, al even onvriendelijk als de dame van de kitschjuwelen. Ik heb jullie sleutels, zegt ze in het Engels met een Duits accent. Geen glimlach, niets. Eerder verbeten, bars. Ik vind dat ze er onheilspellend uitziet, ze heeft iets van een junkie, maar gevaarlijker. Mijn verbeelding zal me wel parten spelen. Maar alleszins een volstrekt andere ‘verwelkoming’ dan ik verwacht had. Niet alleen verwacht had, maar zeker van was. Gomera Lounge telt als ik me niet vergis twee grote appartementen aan de voorkant, met rechtstreeks uitzicht op de oceaan, en negen kleinere studio’s  aan de zijkant. Ons is een studio op de tweede verdieping toegewezen, degene die zich het verst van de oceaan bevindt. Helaas kunnen we jullie geen appartement op de derde verdieping geven, en ook niet dichter bij de oceaan, zegt de vrouw met de zonnebril. Die appartementen zijn allemaal al lang geleden geboekt. Hoezo, zeg ik, ik heb al in maart vorig jaar geboekt. De anderen al veel langer, zegt ze. Het zijn mensen die hier elk jaar komen. Met kinderen. We kunnen niets meer veranderen. Komt er de volgende tweeëntwintig dagen dan niets vrij, vraag ik. Nee, zegt ze. Je hoeft geen psycholoog te zijn om te zien dat ze staat te liegen. Ze kijkt niet eens op de computer om na te gaan of er niets mogelijk is. Ik stel voor om een duurder appartement te nemen, aan de voorkant, maar dat gaat ook niet. (Later blijkt dat heel wat appartementen en studio’s geregeld vrijkomen).
A. heeft zich tot mijn verbazing de hele tijd nogal rustig gehouden maar verandert nu opeens in een furie. Zelf probeer ik er kalm bij te blijven. Met vriendelijkheid en beleefdheid, ook al zijn die niet gemeend, kun je vaak meer bereiken dan met schelden en brullen. Maar daar heeft mijn lieve levensgezellin geen oren naar. Ze vliegt de junkie nog net niet naar de keel. Je bent een leugenaar, roept ze. Ik geloof geen woord van wat je zegt. Je bent zelfs te lui om in je computer te kijken. Je bent hier niet op je plaats!
Maria, de huishoudster, die ons meteen herkent, is blij ons terug te zien en probeert ons te sussen. Ze zal kijken of er morgen geen ander appartement zal vrijkomen. Maar ik weet dat ze dat alleen maar uit vriendelijkheid zegt. Tegen de stugge brutaliteit van de Duitse vrouw beneden kan haar Spaanse warmte niet op.

Een dag of twee later is dit allemaal bezonken en vraag ik me zelfs af waarover we ons zo druk hebben gemaakt. Want ook dit is een mooi appartement en vijf meter verder van de zee is toch niet echt een straf? De tweede avond konden we zelfs al over een leeslamp beschikken. Maar de vrouw met de zonnebril, die van 11 tot 3 uur over het kantoortje van de Gomera Lounge heerst, krijgt ons niet meer te zien (en wij haar ook niet). Much ado about nothing, maar het blijft een teleurstelling die je op zijn minst enkele uren of zelfs dagen doet vergeten dat buiten de zon schijnt en dat je lucht inademt die zoveel schoner is dan thuis.

De gefortuneerde schrijver Raymond Roussel, voorloper van de nouveau roman, bewonderd door surrealisten en oulipisten, was een doorwinterde reiziger. Hij bezat een van de allereerste caravans, een luxevoertuig waarmee hij Europa doorkruiste. De Franse schrijver reisde eveneens door Indië, Australië, Nieuw Zeeland, de archipels in de Stille Oceaan (waaronder Tahiti), Egypte, Noord-Afrika, Perzië, Constantinopel (Istanbul), maar op zijn werk had dat allemaal nauwelijks invloed. Slechts zelden verliet hij zijn caravan of zijn kajuit. Hij reisde voornamelijk om de ideeën die hij zich over de te bezoeken steden en landen had gevormd bevestigd te zien. Zijn boeken, waaronder Impressions d’Afrique en Locus Solus, waren de neerslag van de reizen die hij in zijn verbeelding had gemaakt. Wat er in de werkelijke wereld te beleven viel interesseerde Raymond Roussel nauwelijks. Misschien is dat wel de beste manier van reizen om nooit ontgoocheld te worden?

 

valle gran rey, la gomera, canarias, reizen, ontgoocheling, canarische eilanden, busreis, aankomen, garajonay, onvriendelijkheid, appartement, studio, genieten, raymond roussel, des esseintes, a rebours, san sebastian, jk huysmans, huysmans, verwelkoming, ermita san pedro, sleutels, huissleutels, computer, bars, nors, onbeschoft, lui, vakantie


* Deel 3 van een reeks impressies van een reis naar Valle Gran Rey in La Gomera, Canarische Eilanden. De impressies zijn gerangschikt volgens thema. Hier: ontgoocheling.
Foto's: Martin Pulaski, februari 2018.

** In schitterend Nederlands vertaald door Jan Siebelink, onder de titel ‘Tegen de keer’.



08-03-18

WOELIGE OCEAAN*

2018-03-03-LAGOMERA 004 (2).JPG


Om niet meteen op onze bestemming aan te komen reizen we er met enige vertraging naartoe, met een paar zelfgekozen hindernissen, voornamelijk saaie, karakterloze hotels – alleen maar geschikt om in te slapen. Na een dag in de kitsch, in de lusteloze decadentie van Los Cristianos is het tijd voor de overtocht naar het kleine, lieflijke eiland La Gomera.

We nemen de oude vertrouwde ferry van Olsen, de Benchijigua Express. Wel altijd een gedoe om de juiste lockers voor de bagage te vinden. Je moet muntstukken hebben, sommige sloten zijn stuk, er is geen personeel om uitleg aan te vragen, enzovoort. Voor iemand met een aangeboren onzekerheid en een flinke dosis wantrouwen zoals ik is dat niet prettig. Soms denk ik dan met afgunst aan personages als Richard en Nicole Diver, die nooit zelf voor hun bagage moesten zorgen.
Al gauw voel ik hoe woelig de oceaan wordt. Ik heb deze overtocht al vier of vijf keer gemaakt en dit is de eerste keer dat ik me ongemakkelijk voel. Vanwege de deining lukt het me zelfs niet om een coca cola te gaan halen aan de bar. Ik probeer wat te lezen in ‘Brooklyn’ van Colm Toibin maar dat gaat me al gauw tegenstaan. Toevallig ben ik aan het hoofdstuk gekomen waarin het hoofdpersonage Eilis Lacy, een meisje dat van een stadje in Ierland naar Brooklyn emigreert, zich aan boord van een lijnboot bevindt die haar van Liverpool naar New York zal brengen. Ze deelt een piepkleine kajuit derde klasse met een andere vrouw. Tijdens de overtocht, die ongeveer een week duurt, doet Eilis niet veel meer dan overgeven. “She got down on her knees; it was the only way she could manage since the ship was swaying so much. She realized that she should try to vomit everything up as quickly as possible before she was discovered by one of her fellow passengers, or by the ship’s authorities, but each time she stood up thinking she had finished, the nausea came back.”
Nee, dan liever de andere passagiers observeren. Niemand schijnt er erg aan toe te zijn. Ik voel me ook niet bepaald ziek. Alleen bang dat ik ziek ga worden. Het enige dat je moet vrezen is de vrees zelf. Vanwege de koude, stevige wind zitten de meeste passagiers binnen. Op het achterdek houden twee meisjes zich sterk; ze hebben duidelijk geen kou en lijken zich ook geen zorgen te maken over zeeziekte of erger. Een herinnering aan de Herald Of Free Enterprise dringt zich even op, maar die gedachte duw ik meteen weer weg in het troebele water van de Acheron, waar ze thuishoort, samen met zoveel ander leed.
Het mooiste van de twee meisjes, die met de wilde blonde haren, viel me op toen de Benchijigua Express al een eindje van de aanmeerkade weg was. Ze wuifde naar iemand in de vuurtoren en lachte kleine rimpeltjes rond haar blauwige ogen. Het leek een gebaar dat ouder was dan de tijden. Ik vermoedde dat ik haar in Valle Gran Rey terug zou zien, ze was er het type voor. Nu ik dit neerschrijf besef ik dat dat niet alleen niet gebeurd is, maar dat ik er tot nu ook niet meer aan teruggedacht heb. Waarom zou ik ook? Elke dag dat je buitenkomt zie je wel ergens een meisje met wilde haren dat een of ander onbestemd verlangen in je oproept. Zoals de wilde oceaan doet, waar je altijd opnieuw naar wilt terugkeren. Of op zijn minst naar een plek dicht bij de oceaan.

Uiteindelijk verbaast het me dat ik me niet helemaal op mijn gemak voel op zo’n veerboot. Dat ik me zelfs zorgen maak over zeeziekte. Tenslotte ben ik op een schip opgegroeid. Tot mijn achtste heb ik bijna al mijn tijd op het water doorgebracht. In al die dagen ben ik nooit bang geweest voor het water. Ik was gelukkig op het water. Nu heeft het zoals zoveel dingen twee of meer kanten. Als je ouder wordt is niets meer alleen maar onschuldig en mooi en goed. Het spreekwoord “stille waters hebben diepe gronden” wint elke dag aan betekenis.

2018-03-03-LAGOMERA 007 (2).JPG

* Deel 2 van een reeks impressies van een reis naar Valle Gran Rey in La Gomera, Canarische Eilanden. De impressies zijn gerangschikt volgens thema. Hier: onderweg / overtocht.
Foto's: Martin Pulaski, februari 2018.

06-03-18

VERTREK*

IMG_5355.JPG


Hoe beschrijf je een vriendelijke taxichauffeur, de manier waarop hij je om vier uur ’s morgens begroet, hoe hij je rode reiskoffers in de kofferbak zet en dan de autodeuren opendoet? De stilte tijdens de rit van Anderlecht naar de luchthaven, die sommigen Zaventem noemen, anderen Brussel Nationaal of Brussels Airport, over de ring waar nu nauwelijks een andere auto te bespeuren valt en fijn stof bijna ondenkbaar wordt.

Hoe beschrijf je een doodgewone vlucht van vier uur met een Airbus van Brussels Airlines, zonder enige turbulentie of welk ander onheil dan ook? Als een bevrijding na het lange wachten in de luchthaven in de vertrekhal waarvan bijna twee jaar geleden een aanslag gebeurde waarbij veertien mensen om het leven kwamen en ongeveer honderd andere gewond raakten? Aan die aanslag heb je zelfs geen ogenblik gedacht toen je daar de slaap uit je ogen zat te wrijven.
De luchthaven van Tenerife Sur wil je niet eens beschrijven. Je wil meteen naar buiten, de zon op je huid voelen, de bus nemen naar je hotel, de rode koffers daar afgeven want om in je kamer binnen te kunnen is het nog veel te vroeg. Maar welke bus was het ook alweer? Het is tenslotte al vier jaar geleden dat je hier was en het lijkt wel alsof je al die praktische dingen elke keer weer opnieuw moet leren. Terwijl je met je slaapkop op de borden met de lijnnummers de bestemmingen en vertrekuren staat te bestuderen komt een vrouw op je af. Ze keert naar huis terug, zegt ze, en heeft nog een rittenkaart die voor haar geen nut meer heeft, of ik er iets mee kan doen.
Hoe beschrijf je zo’n moment van goedheid en dankbaarheid en naar woorden zoeken, van iemand heel even ontmoeten en meteen al afscheid nemen, terwijl op dat ogenblik bus 450 aankomt, de bus die je naar Los Cristianos brengt, de hel op aarde, bij wijze van spreken?

---

* Deel 1 van een reeks impressies van een reis naar Valle Gran Rey in La Gomera, Canarische Eilanden. De impressies zijn gerangschikt volgens thema. Hier: onderweg / vertrek.

03-12-17

DUIVEL VAN DE ONRUST

night and the city 2.jpg

Je had genoeg van de stad. Ze had je afgemat: het rumoer, de kitsch, de uitlaatgassen, de shoppers, de junkies en dronkaards en het nachtelijk geweld. Het gebrek aan manieren, aan savoir-vivre. Je dacht aan Will Oldhams woorden, “I could fuck a mountain". Zo kwam het dat je naar de bergen ging, één week, twee weken… Daar vergat je de tijd, de dagen. Je was in goed gezelschap. Friedrich Nietzsche, Thomas Mann, Werner Herzog, Percy Shelley. Maar die mannen hadden nog een air van stedelijkheid. Je ging naar de hillbillies. Naar Dolly Parton met haar bergluchtstem. Naar Bill Monroe, en de vele bluegrassbroers, de McReynolds, de Stanleys, de Delmores… Je zag er muzikanten hun instrumenten inpluggen en hoorde ze je oren verdoven, maar onder die laag elektriciteit hoorde je nog steeds de ziel van de hillbilly. En zo, met een reiskoffer vol bergliederen, keerde je terug naar de stad, waar je altijd naar was blijven verlangen. Omdat de stad nooit inslaapt en het er nooit volstrekt donker is. Maar je wist dat je er op een dag weer van zou gaan walgen, dat je weer naar de heuvellanden zou afreizen. Naar Kentucky of, dichterbij, naar Tirol, Umbrië, de Twelve Bens in Ierland. En zo zou het blijven duren, met die duivel van de onrust in je ziel.


... 

Afbeelding: Jules Dassin, Night and the City.

16-12-16

HELDEN VAN DEZE TIJD

rimbaud Le-cercle-du-poete-disparu.jpg


TIEN DAGEN DIE MIJN WERELD DEDEN WANKELEN (hoofdstuk 10)

Dag 7: 8 november 2016

Opgedragen aan Jan Decorte en Sigrid Vinks

Stilaan kom ik tot het besef dat elke dag mijn wereld wankelt, omdat de wereld zelf gedurig wankelt. Alles verandert, alles stroomt. Veel lijkt hetzelfde te blijven maar dat moet gezichtsbedrog zijn, want niets blijft aan zichzelf gelijk. Een moment bevat miljoenen momenten. Zonder zelfs maar een stap in de stroom te zetten stroomt hij door me heen en ook al heb ik nooit een noemenswaardige overstroming meegemaakt overstromen elke dag grote gebieden van de aarde die ook mijn aarde is, ook al is mijn verblijf hier kort.

heraclitus.jpg

In dat grotere geheel bekeken betekenen de Amerikaanse verkiezingen weinig. Wij herinneren ons de farao’s nog levendig, soms lijken ze nog onder ons te zijn. Maar waar is Giscard d’Estaing en waar president Woodrow Wilson? Bij de naam Wilson denk ik meteen aan de hond van Hilde Van Mieghem. En aan Colin Wilson, zelf een niet erg bekende schrijver. Er zijn echter veel Wilsons, te veel om op te sommen. Bij d’Estaing denk ik aan ‘destin’, ‘destiny’, ‘My Destiny’, een liedje van the Byrds, gezongen door de veel te jong gestorven Clarence White.

President-Woodrow-Wilson.jpg


Desondanks staat vandaag, 8 november, bijna volledig in het teken van die vermaledijde Amerikaanse presidentsverkiezingen. Geen ontsnappen mogelijk. Ik kan me dan wel even opwinden over de mist en de vervuilde lucht en wat notities over Avignon herwerken, maar op de achtergrond is er voortdurend die lelijke ruis. Overigens: waarom over Avignon schrijven, over het Palais des Papes en over paus Clemens V en zijn opvolgers (en de tegenpausen)? Het staat allemaal al in boeken. Ik heb in Avignon niets gezien. De Rhône is door mij heen gestroomd – terwijl ik in mijn hotelkamer lag te dromen – maar de Rhône heb ik niet gezien. Laat iemand anders me vertellen over Avignon, over de meisjes die dansen op de brug, over de schunnige, incestueuze pausen en tegenpausen. Iemand anders, een dichter, iemand die in Avignon geboren en getogen is, iemand die de tongval heeft. In Avignon zat ik in restaurants vis te eten en witte wijn te drinken en nam ik de bus naar Villeneuve, waar ik op een brocanterie signalen opving van een definitief afgesloten periode: de moderne tijd. De uitspraak van Rimbaud, dat je absoluut modern moet zijn, is voorbijgestreefd. Adieu! Kijk maar naar Trump, naar Hillary Clinton, naar Lady Gaga, naar Jan Jambon. Hier hebben we zo lang vol ongeduld op gewacht. En nu zijn we eindelijk volwassen: al het moderne, die tienerdromen, hebben we van ons afgeschud. De middeleeuwen zijn ons meer nabij dan Andy Warhol en Edie Sedgwick. Ketters, heksenverbrandingen, de pest zijn aan de orde van de dag.

jan decorte danny willems.jpg

Je begeeft je naar het Kaaitheater voor een held van deze tijd. Een held en een heldin: Jan Decorte en Sigrid Vinks. Ook zij zijn niet langer modern en evenmin postmodern. Waarom niet? Omdat ze echt zijn (“To thine own self be true”); ze zijn tegelijk zichzelf, degenen die ze altijd al geweest zijn, en iets vreemds, een kracht die bezit van hen neemt. Je weet zeker dat die kracht uit henzelf komt, maar dat het tegelijk de kracht van de wereld is. De wereld die ons zo aan het wankelen brengt. The time is out of joint, maar dat is oud nieuws. ‘Ne Swarte’ zo heet Jan Decorte’s bewerking van Othello. Zou het toeval zijn dat je net vanavond naar die leugenaar en bedrieger Jago zit te kijken, net nu de verkiezingen wat verderop, in vijftig staten, aan de gang zijn? Een Jago en een Othello van vlees en bloed. Is dit wel theater? Is het geen autobiografie en geschiedenisles (waar je niets uit kunt leren)? Tussen de bedrijven vertelt Jan Decorte over zijn leven, zijn moeder, zijn vader, over hemzelf. Het zijn echte, ware verhalen. Ze zijn van Jan Decorte maar ze behoren ook ons toe, ze zijn deel van onze geschiedenis, van ons mysterie. Als hij vertelt dat zijn vader een zwarte was, word je zelf ook een zwarte, een collaborateur, iemand die een verkeerde keuze maakte. En je vergeeft jezelf want je bent een mens en niets menselijks is je vreemd. Sigrid Vinks is een Jago van alle tijden, en zeker ook van deze donkere tijd waar wij nu in leven. Tegelijk weet je dat ze dat niet is. Je kent haar oppervlakkig, “in het echte leven”, ze is een moedige vrouw, ze zou nooit zo kunnen liegen en bedriegen als haar Jago. En toch doet ze het! En Jan Decorte zit in zijn cirkel, waar hij niet uit kan, en vertelt zijn cathartische verhalen en trommelt en trommelt omdat hij ne swarte is. Ne swarte kan heel goed trommelen, of wat dacht je anders. En je bent gelukkig omdat je dit allemaal ondergaat, als een onderdaan, een slaaf, een horige. Maar vooral omdat je beseft dat je een meester bent: zolang je niet dood bent leef je en kun je keuzes maken. Je hoeft geen Jago en zeker ook geen Othello te zijn. Je speelt de rol van je leven en je bent je eigen trommelaar en je bent niet alleen zwart maar ook wit – en alle kleuren van de regenboog. En als het allemaal gedaan is (dat denk je maar) zegt Sigrid Vinks tegen je: ah mijn instagramvriend, en Jan Decorte omhelst je en je herinnert je hoe hij je omhelsde toen je voor de eerste keer na drie maanden ziekenhuis in de Daringman kwam. Alsof hij je zelf ook nog een keer het leven wilde schenken. Je weet zelfs niet of hij op dat ogenblik wel wist dat je die zomer drie maanden had liggen sterven en herboren worden. Wat je wel weet is dat de Daringman een betere wereld is dan het UZ in Jette. Maar ook in de Daringman is de kans groot dat je gaat wankelen. En al wankelend keer je dan naar huis terug. Het is de hoogste tijd dat je gaat slapen. Alles is nog mogelijk. Er is nog niets beslist.

sigrid vinks danny willems.jpg

...

Afbeeldingen: Arthur Rimbaud in Aden (1880); Heraclitus door Hendrick ter Brugghen; Woodrow Wilson; Jan Decorte in 'Ne Swarte' door Danny Willems; Sigrid Vinks in 'Ne Swarte' door Danny Willems.

13-12-16

TIEN DAGEN DIE MIJN WERELD DEDEN WANKELEN (8)

Posada-bike-small_1.jpg


Dag 5: 6 november 2016

Omdat mijn tijd vaker versnelt dan vertraagt, omdat de werking van mijn geheugen aan dat tijdsverloop is gekoppeld, wil ik even terugkomen op deze reeks teksten die ik ‘Tien dagen die mijn wereld deden wankelen’ noemde.

De eerste dag schreef ik dit: “Een uur is kort, tien dagen kunnen lang duren. Tien dagen zijn kort, een uur kan lang duren.” Dat was een nogal intuïtieve vooropstelling, maar ze blijkt nog niet aan inflatie onderhevig te zijn.

En ik voegde er dit aan toe: “Niet alleen grote gebeurtenissen schudden je wereld door elkaar. Neem nu een obsessie: die kan met iets kleins beginnen, met een muggenbeet, met de geur van ether of, al wat groter, met een vlucht wilde eenden, et cetera. Meestal is wat in je omgaat of wat je bepaalt een combinatie van kleine en grote dingen. Zelfs als je het niet wilt leef je toch in de grote wereld. Je zit of staat of loopt altijd rond in een netwerk, een systeem, een macrokosmos. Of je zit gevangen in een web. Soms is het een doolhof, zoals bij Jack Torrance in ‘The Shining’. Daar kom je meestal niet levend uit.” Ook aan die woorden wens ik niets te wijzigen.

De tien dagen begonnen op de kalender op 2 november 2016. Allerzielen. Nu zijn we eenenveertig dagen later. Het mag inmiddels wel duidelijk wezen dat je een kroniek (of noem het verhaal, want er is nauwelijks verschil tussen fictie en non-fictie; het enige verschil, wellicht, is dat je bij fictie de namen van de personages en soms van de plaatsen verandert) niet op die manier kunt afbakenen in de tijd. Alleen al op 2 november 2016 zijn er tientallen, wellicht honderden ‘andere’ momenten – ik heb er geen idee van hoeveel - die tijdsgrens binnengedrongen. Momenten uit 1967, uit 1975, uit 2009, uit 2011, et cetera. Andere momenten die de wereld en mijn leven deden wankelen.
Maar een mens heeft imaginaire grenzen nodig, heeft een leidraad nodig, een structuur, een houvast. Vandaar die tien dagen. Die desondanks niet willekeurig gekozen zijn. We beleven ongetwijfeld een periode van voor onze generaties verontrustende veranderingen, van wereldschokkende gebeurtenissen, van bijna onbegrijpelijke chaos en van verwoestingen van ‘oude waarden’. Met die ‘oude waarden’ bedoel ik niet alleen moraal, politiek, geloof, manieren van samenleven, maar ook dorpen en steden, havens, kanalen en rivieren, heuvels en bergen, weilanden en velden, de hele natuur en de wereld zoals we haar tot vandaag kennen.

1957Alabama_bus.jpg

Ik droom dat ik op een vaste datum in de zomer, steeds op hetzelfde uur, elk jaar opnieuw met Laura in een gele autobus zit. We rijden elke keer door hetzelfde landschap, een dorpse omgeving - of eerder nog het gebied waar de stad overgaat in het platteland. Elke keer kijken we op hetzelfde moment door het enigszins vuile raam van de bus en zien daar bij een verkeerssignaal Laura staan wachten. Wil ze de straat oversteken of wacht ze op iemand? Of is ze in gedachten verzonken? Achter Laura zien we arbeidershuizen, die er elke keer als we er voorbijrijden anders uitzien. De kleur van de gevels, de grootte van de ramen, de gordijnen. Elk jaar zien ze er slechter uit, groezeliger, meer vervallen. Na een aantal ritten (of jaren) zijn de kleine huizen weg en staat er nieuwbouw. Maar het verkeerssignaal staat er nog altijd en ook Laura, die zelf niet verandert. De laatste rit voert ons naar een gigantisch grasveld, zo groen dat het pijn doet aan de ogen. Daar stappen we uit. Ver weg, ongeveer in het midden van het grasveld, zien we kleine rode stipjes, niet groter dan onzelievevrouwebeestjes (sommigen gewagen van lieveheersbeestjes; vroeger werden de diertjes ‘freyafugle’ genoemd, vogel van de godin Freya). We weten dat dat onze twee rode koffers zijn, waar we al lange tijd naar op zoek zijn. De koffers zijn open, zegt Laura. Ja, zeg ik, deze keer heb ik ze opgelaten. Waarom, vraagt Laura. Dat weet ik eigenlijk niet, zeg ik. Zo’n groot grasveld en dan die koffers openlaten, zegt Laura. Tsja, zeg ik.

 tijd,geheugen,ruimte,gebeurtenissen,wereld,kalender,tien dagen,fictie,non-fictie,namen,personages,momenten,chaos,verwoestingen,droom,bus,laura,onzelievevrouwbeestjes,freya,herhaling,grasveld,koffers,rood,geel,robert musil,schrijver,hubert van herreweghen,dichter,kleuren,saudade,portugal,dood

Op 6 november 1880 werd in Klagenfurt Robert Musil, een van mijn uitverkoren schrijvers, geboren. Eergisteren overleed in Dilbeek de Vlaamse, katholieke dichter Hubert van Herreweghen. Dat vernam ik vandaag. En van hem vond ik deze woorden terug:
“Mijn kinderen hebben nooit geweten dat ik verzen schreef. Ik las mijn verzen niet hardop. Poëzie moet je in je horen. Het hele klankspel binnensmonds - met medeklinkers en zo - lijkt op kleuren. De zang maakt duidelijk hoe het in de ziel van de dichter toegaat. Over de zang van Anton van Wilderode heb ik ooit gezegd: drink eens een borrel, dat er wat leven inkomt. Het was al prikkeldraad en doornen waar je tegenaan schuurde. Schreeuwen tegen het bestaan - innerlijk althans - heb ik voor het laatst gedaan met mijn gedichten over Portugal (Van Herreweghen maakte er een reis in 1949, red.). Ik hoorde daar Amália Rodrigues, werd getroffen door de saudade (weemoed) van de fado en heb daar gedichten bij geschreven. Dat was pas schreeuwen: machteloze revolte. Er werd muziek op gezet."”*

aleppo.jpg


...

*Brussel Deze Week, 24 1 2008

 

 

03-12-16

ZERO DE CONDUITE: HOGEROP, NAAR DE BERGEN

bill monroe.jpg

Zéro de conduite is een POPprogramma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Een muzikaal evenement voor allen en voor niemand. Uniek in het universum. Stem af op 106.7 FM. 
Je kunt Zéro via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

Je had genoeg van de stad. Ze had je afgemat: het rumoer, de kitsch, de uitlaatgassen, de shoppers, de junkies en dronkaards en het nachtelijk geweld. Het gebrek aan manieren, aan savoir-vivre. Je dacht aan Will Oldhams woorden, “I could fuck a mountain’. Zo kwam het dat je naar de bergen ging, één week, twee weken… Je vergat er de tijd, de dagen. Je was in goed gezelschap. Friedrich Nietzsche, Thomas Mann, Werner Herzog, Percy Shelley. Maar die mannen hadden nog een air van de stad. Je ging naar de hillbillies. Naar Dolly Parton met haar bergluchtstem. Naar Bill Monroe, en de vele bluegrassbroers, de McReynolds, de Stanleys, de Delmores… Je zag er muzikanten hun instrumenten inpluggen en hoorde ze je oren verdoven, maar onder die laag elektriciteit hoorde je nog steeds de ziel van de hillbilly. En zo, met een koffer vol bergliederen, keerde je terug naar de stad, waar je altijd naar bleef verlangen (omdat de stad nooit inslaapt en het er nooit helemaal donker is).

En dit zijn je songs. Veel luisterplezier!

dolly parton.jpg

The Mountain Choir - Viva Last Blues - Will Oldham - Palace Music

I would sell my belongings
In the mountains where she's living
Just to be there when she comes every morning

The Mountain - Eisenhower Blues - J.B. Lenoir - J.B. Lenoir

That House On The Hill - Singing and Swinging – Henry Ballard - Hank Ballard

The Mountain's High - Golden Age Of American Rock & Roll, Vol 8 - Dick St. John - Dick & Dee Dee

Over The Mountain, Across The Sea - Golden Age Of American Rock & Roll, Vol 5 - Rex Garvin - Johnnie & Joe

Wolverton Mountain - The Golden Age Of American Rock& Roll: Special Country Edition - Claude King, Merle Kilgore - Claude King

My Tennessee Mountain Home - My Tennessee Mountain Home - Dolly Parton - Dolly Parton

The Mountain - The Mountain - Steve Earle - Steve Earle & The Del McCoury Band

Fire On The Mountain - Kentucky Blue Grass - Bill Cody, Carl Eugster - Bill Monroe & His Blue Grass Boys

How Mountain Girls Can Love - Stanley Brothers And The Clinch Mountain Boys - Ruby Rakes - The Stanley Brothers

Foggy Mountain Breakdown – The Complete Mercury Sessions - E. Scruggs - Lester Flatt & Earl Scruggs & The Foggy Mountain Boys

She Left Me Standing On The Mountain - Y'All Come: The Essential Jim & Jesse – A. Delmore - Jim & Jesse and the Virginia Boys

Rocky Top - Through The Morning, Through The Night - Boudleaux Bryant, Felice Bryant - Dillard & Clark

Redwood Hill - Summer Side Of Life - Gordon Lightfoot - Gordon Lightfoot

She'll Be Coming Round The Mountain - The Basement Tapes Complete: The Bootleg Series, Vol. 11 - Traditional - Bob Dylan & The Band

Good Ol' Mountain Dew – The Dylan/Cash Sessions - Traditional - Johnny Cash & Bob Dylan

Blue Canadian Rockies - Sweetheart Of The Rodeo – Cindy Walker - The Byrds

Oklahoma Hills - Running Down the Road - Woody Guthrie, Jack Guthrie - Arlo Guthrie

Blue Ridge Mountain - Small Town Heroes - Alynda Lee Segarra - Hurray For The Riff Raff

Climbing High Mountains - I See The Sign – Traditional - Sam Amidon

Over The Hill - Solid Air - John Martyn - John Martyn

These Hills - Infamous Angel – Iris Dement - Iris DeMent

Rocky Mountain Time - Diamonds In The Rough - John Prine - John Prine

Mansion On The Hill - Nebraska - Bruce Springsteen - Bruce Springsteen

ryan adams.jpg

Houses On The Hill - Strangers Almanac - Caitlin Cary - Whiskeytown

At the Mountains of Madness - H.P. Lovecraft II - Michaels, Edwards, Cavallari – H.P. Lovecraft

The Fool On The Hill - Magical Mystery Tour - John Lennon, Paul McCartney - The Beatles 

Bluebirds Over The Mountain - 20/20 - Ersel Hickey - The Beach Boys

I Am The Mountain - On My Way To Absence – Damien Jurado - Damien Jurado

Lookout Mountain - The Dirty South – Patterson Hood - Drive-By Truckers

Snake Mountain Blues - New West Motel - Townes Van Zandt - The Walkabouts

My Proud Mountains - Our Mother The Mountain - Townes Van Zandt - Townes Van Zandt

Riff-Raff.jpg

Bonus tracks

Black Mountain - Ballad Of The Broken Seas - Isobel Campbell - Isobel Campbell & Mark Lanegan

The Mountain - White Chalk  - PJ Harvey - PJ Harvey

Tiger Mountain Peasant Song - Fleet Foxes - Robin Pecknold - Fleet Foxes

Taking Tiger Mountain - Taking Tiger Mountain By Strategy - Brian Eno - Brian Eno

 Rif Mountain - Davy Graham (A Scholar & A Gentleman) - Davy Graham - Davy Graham

Rabbit Hills - Fully Qualified Survivor - Michael Chapman - Michael Chapman

Primrose Hill - The Road To Ruin – Beverly Martyn - John & Beverley Martyn

Ridge Rider - Judee Sill (1971) - Judee Sill - Judee Sill

High On A Hilltop - All The Same To You EP – Tommy Collins - Laura Cantrell

Silium's Hill - Acadie - Daniel Lanois - Daniel Lanois

It Covers The Hillsides - The Trials Of VAN Occupanther – Tim Smith - Midlake

Angry Hills - Zombie Birdhouse - Iggy Pop, Robert duPrey - Iggy Pop

Mountain Dew - Deliverance – Arr. Eric Weissberg & Steve Mandell - Eric Weissberg & Steve Mandell

The Mountain - Roll Back The Years -  Rainer Ptacek - Rainer Ptacek With Joey Burns & John Convertino

Moon Over Mount Olympus - The Ballad Of Evergreen Blueshoes – A.P. Rosenberg - Evergreen Blueshoes (Skip Battin)

Suicide On The Hillside Sunday Morning After Tea - A Gift From Euphoria - Hamilton Wesley/Willam Lincoln - Euphoria

deliverance-banjo.jpg
Research, presentatie, techniek: Martin Pulaski.

29-11-16

TIEN DAGEN DIE MIJN WERELD DEDEN WANKELEN (6)

barbara_ina.jpg

Dag 3: 4 november 2016 (avond/flashbacks)

“De woorden barbaar en barbarij zijn kwaadaardige en gewaagde woorden en ik durf ze niet zonder uitleg vooraf te gebruiken: en als het waar is dat de Grieken de tongval van uitheemse volken aanduidden als gekwaak en daar dus dezelfde uitdrukking voor gebruikten als voor kikkers, dan zijn barbaren kwakers – zinloos en lelijk gebrabbel. Gebrek aan esthetische opvoeding.”*

thomas-jefferson-.jpg

4 november 1800.Thomas Jefferson, een wijnkenner, wordt tot 3de president van de Verenigde Staten verkozen. De Amerikanen beschouwen Jefferson als de geestelijke vader van de Verenigde Staten. Hij ontwierp de grondslagen van hun natie: alle mensen zijn gelijk geschapen, volkssoevereiniteit, het recht op verzet tegen de overheid wanneer die zich zelf niet aan de wet zou houden, en het natuurlijke recht op individuele vrijheid, leven en het nastreven van geluk (the pursuit of happiness). Deze basiswaarden had hij voor een deel opgedaan uit geschriften van de Britse Verlichtingsfilosoof John Locke, bij wie hij het principe 'natuurrecht' vond. Spinoza was daarbij ook een inspiratiebron. Maar wacht even. Voor Jefferson waren de Indianen (‘native Americans’) kennelijk niet ‘gelijk geschapen’. Jefferson was een van de bedenkers van de Indian Removal Act. Zijn eerste stappen om de Indian Removal Act te promoten zette hij tussen 1776 en 1779, toen hij adviseerde om de Cherokee en de Shawnee van hun grondgebied te verdrijven naar het gebied ten westen van de Mississippi. Was de uitroeiing van de Indianen geen genocide? Amerikanen blijven daar nogal stil over (er zijn uitzonderingen). Heel lang geleden, toen ik nog niet kritisch denken kon, heeft Hollywood geprobeerd mij in te prenten dat zij wilden waren, geen echte mensen, eerder barbaren. En is daar sindsdien veel veranderd? Wie lag vorige nacht wakker van Standing Rock? Een handvol neo-hippies, kunstenaars en muzikanten, dat wel. Waaronder Maria McKee, de fantastische zangeres die korte tijd veel succes had maar nu al lang zo goed als onzichtbaar is geworden, with no secrets to conceal.

novemberrevolutie.jpg

4 november 1918. In Duitsland begint de Novemberrevolutie. Eind oktober plande de marineleiding eigenmachtig om de Duitse vloot tegen de Britse Royal Navy ten strijde te laten trekken. Ook al kon Duitsland de oorlog niet meer winnen, moest de vloot ten minste in een heldhaftige laatste slag ondergaan. De betrokken zeelui en mariniers zagen het echter niet zitten dat ze zich voor een verloren oorlog nog moesten opofferen: ze verzetten zich tegen dit plan en kwamen in opstand. Om hen te vertegenwoordigen kozen ze raden, de Arbeiter- und Soldatenräte. Deze beweging begon op 4 november in Kiel, Wilhelmshaven en andere havensteden en zette zich door in vele Noord-Duitse en later ook Zuid-Duitse steden. In Beieren werd zelfs de koning afgezet en de linkse sociaaldemocraat Kurt Eisner riep op 7 november in München een socialistische republiek uit.

tseliot.jpg

4 november 1948. T.S Eliot, een van mijn uitverkoren dichters, won de Nobelprijs literatuur. Dat was nog eens wat anders dan die Bob Dylan van nu. Een echte dichter! En vooral: hij zou tijdens een banket met vertegenwoordigers van de upperclass, bankiers en andere dieven, kortom: de nieuwe rijken, niet uit de toon vallen.
“With a bald spot in the middle of my hair —
(They will say: “How his hair is growing thin!”)
My morning coat, my collar mounting firmly to the chin,
My necktie rich and modest, but asserted by a simple pin —
(They will say: “But how his arms and legs are thin!”)”
Maar laten we aannemen dat deze verzen niet autobiografisch zijn, de titel van het gedicht is immers ‘The Love Song of J. Alfred Prufrock’.

Arrow_Cross_Party.jpg

4 november 1956.  Sovjettroepen trekken Hongarije binnen om de Hongaarse opstand die op 23 oktober begon, de kop in te drukken. Duizenden komen om, meer raken gewond en bijna een kwart miljoen mensen verlaten het land. Ik herinner me Mitzi, de moeder van mijn uitverkoren vriendinnetje, Henrietta P. Mitzi was een Hongaarse, aan haar keukentafel proefde ik voor het eerst paprika en goelasj. Uit haar mond hoorde ik voor het eerst het woord poesta en zo kwam ik ertoe van wilde paarden te gaan dromen. Zo werd Budapest later een van mijn uitverkoren steden. Maar dat is allemaal voorbij. Wie reist er nog af naar een land waar een fascist de scepter zwaait? Overigens is dat niets nieuws. Ooit hadden daar de Pijlkruisers (Nyilaskeresztes Párt – Hungarista Mozgalom) het voor het zeggen, een fascistische bende. Hun tegenstanders, communisten, joden werden aan de Donau langs achteren in het hoofd geschoten en vielen vervolgens voorover in de Donau. Ik kan me voorstellen dat er bij die opstandelingen van 1956 nogal wat van die Pijlkruisers betrokken waren. Maar rechtvaardigt dat de inval van de het Sovjetleger?

2016-11-20-thuis 022.JPG

4 november 1958. Kroning van Paus Johannes XXIII in Rome. Toen was ik een katholieke jongen, die elke dag naar de mis ging. Ik hield van onze Paus. Hij was de beste mens van de wereld. Was hij wel een gewone sterveling? Hij was de plaatsvervanger van god. Alles wat hij zei was waar. Hij kon zich niet vergissen. En zelf vergiste ik me zo vaak. Soms denk ik dat mijn hele leven een aaneenschakeling van vergissingen is. (“Once a Catholic, always a Catholic”, schrijft Bruce Springsteen in zijn autobiografie ‘Born To Run’.)

amos-gitai-.jpg

4 november 1995. Na een vredesdemonstratie te hebben bijgewoond, wordt in Tel Aviv premier Yitzchak Rabin dodelijk gewond door een extreemrechtse Israëlische schutter. Onlangs in Avignon zag ik een tentoonstelling over die aanslag. Van de Israëlische filmregisseur/beeldkunstenaar Amos Gitai. “Can there be a naive modern art? It seemed to me that without the naivete still found among children and old people and, to some extent, in ourselves, the work of art would be flawed. I tried to correct that flaw.” (Amos Gitai)

Gilles_Deleuze.jpg


4 november 1995. Ook in 1995 overleed op 70-jarige leeftijd Gilles Deleuze. Het verlangen is geen tekort, maar een productieve kracht. Deleuze maakt een eind aan zijn leven door uit het raam van zijn appartement te springen. Ik herinner me mijn worsteling in 1974 met ‘L’anti-Oedipe’ (van Gilles Deleuze en Félix Guattari). Ik herinner me zijn extreem lange nagels. Ik herinner me mijn experimentele - volgens mijn toenmalige beste vriend Jos ‘onleesbare’ - teksten ‘Anastasis’ en ‘Stasis’ - en nu moet ik huilen omdat een andere goede vriend, Paul Rigaumont, die mij aanmoedigde in mijn experimenten, mij vlak voor zijn dood, vorig jaar, schreef dat hij van mij geleerd had grenzen te overschrijden in schilderkunst en literatuur en zijn eigen weg te gaan.

paul rigaumont.jpg

Afbeeldingen: de zangeres Barbara; Thomas Jefferson; Duitse novemberrevolutie; TS Eliot; Hongaarse Pijlkruisers Partij; Bruce Springsteen, Born To Run; Amos Gitai; Gilles Deleuze; Paul Rigaumont leest voor uit zijn Anekdota.
...

*Nietzsche, Nagelaten fragmenten 1, 19 [313]

16-07-16

EEN MIDDAG IN CADIZ

2016-05-Andalusië-Canon-Totaal 054.JPG

Een middag en avond met A. en mijn vrienden Maria Jesus (Menchu), Carmen, Harvey en Juan. Menchu is een en al liefde, caritas, passie, ze is voor mij al sinds 1999 de ziel van Cadiz. Na zeventien jaar nog steeds dezelfde fonkelende ogen.
Zoveel woorden aan politiek verspild. Menchu, Carmen en A. houden zich wat dat betreft enigszins afzijdig. Vooral de mannen voeren het woord. De blijvende corruptie in Spanje… Maar is corruptie niet van alle tijden en woekert ze niet in de harten van miljoenen mensen? Maakt ze niet telkens weer hele samenlevingen kapot? Corruptie en afgunst, de twee grote kwalen. In Cadiz is Podemos aan de macht gekomen. Mijn vrienden vragen zich af of er nu iets veranderen zal. De Panama Papers geven aanleiding tot veel achterdocht en zelfs paranoia. Mijn vrienden zijn al bij al pessimistisch: de grote massa blijft voor de Partido Popular stemmen, zeggen ze.
Ik verneem dat er weinig moslims in Andalusië leven. Degenen die hier destijds zijn aangekomen – ik heb ooit een groot schip vol Afrikaanse vluchtelingen in Algeciras zien binnenvaren - zijn naar andere streken vertrokken, vooral naar Duitsland, België, Nederland. Nogal wat meisjes en jonge vrouwen belanden in de prostitutie in Madrid en Barcelona. Ik hoor de onuitgesproken vraag of West-Europa zoals Spanje in 711 veroverd zal worden door de Arabieren? Zo’n vaart zal het niet lopen, maar we kunnen de toekomst niet voorspellen. Ik heb geen problemen met moslims, zeg ik. (Dat lijkt bijna een racistische uitspraak. Als je geen problemen met de moslims hebt hoeft dat ook niet verwoord te worden. Maar we praten Engels en Spaans ‘zonder moeite’, dan druk je je niet bepaald subtiel uit.)
2016-05-Andalusië-Canon-Totaal 225.JPG

Harvey, een Canadees die al tientallen jaren in Spanje woont, was in 1973 in onze hoofdstad. Je zou de stad niet herkennen, zeg ik. Zelf ben ik in Brussel in de herfst van 1969 aangekomen. Een groot dorp was het hier, of zo leek het toch. Hoewel de stad nog steeds, zoals in de tijd van Lautréamont, Baudelaire en Marx, een internationaal subversief bolwerk was: ik herinner me Living Theatre, Mothers Of Invention, Free Press Book Shop, et cetera. Harvey herinnert zich dan weer dat de Brusselse Vlamingen gastvrij en open van geest waren.
Juan en Menchu hebben weinig mogelijkheden om te reizen. Ze gaan graag naar Marokko, houden van de lekkere maghrebijnse keuken. Essaouira is hun droombestemming. Maar ze zijn ook trots op hun Andalucia, en in het bijzonder op Granada, die parel aan de Andalusische kroon. Menchu is met ziekteverlof geweest, een depressie door omstandigheden op het werk. Haar baas is een fundamentalistische katholiek. Ja, die bestaan ook. Ik kom niet te weten wat Juan doet. Hij is intelligent en spreekt veel beter Engels zonder moeite dan ik. Carmen, uit Barcelona afkomstig, schildert. Ze is vol lof over Rafael Alberti uit Malaga. Ik herinner me dat ik ooit een boekje van hem las, ‘De 8 namen van Picasso’, maar dat krijg ik moeilijk uitgelegd. Rafael Alberti was een goede vriend van Picasso, hoewel hij twintig jaar jonger was dan de grootmeester van het kubisme. En dan bestellen we nog een rondje en lachen nog wat en worden wat melancholisch. Inmiddels is het donker geworden. We werpen ongemakkelijke blikken op de openstaande deur en denken aan de wegen die elk van ons in eenzaamheid zal moeten begaan, aan de vragen waarop niemand van ons een antwoord zal vinden.

2016-05-Andalusië-Canon-Totaal 218.JPG

...

Foto's: Martin Pulaski, Cadiz, april 2016

20-05-16

DE ROKENDE MAN

2016-05-Andalusië-Canon-Totaal 040.JPG

     Zondagmiddag. Ik ben al een paar dagen in Cadiz. De zuivere lucht van de Atlantische Oceaan doet me goed. Het ziet er naar uit dat ik spoedig zal herstellen. Gisteren schaamde ik me voor de koortsblaas op mijn lip en de zware hoest. Maar dat was niet nodig. Maria Jesus omhelsde me alsof ik een reis rond de wereld had gemaakt en nu weer thuis was gekomen, alsof ik grote gevaren en fatale verleidingen had getrotseerd. Later stonden we in de bars te praten en te lachen en plannen te maken alsof er niets aan de hand was. Nergens, met niemand. Wat maakte die hoest uit… Drink nog een glas bier, eet nog wat boquerones!
     En nu zit ik op dit terras. Wat zou er op deze zonnige middag in het hoofd van de man daar aan het andere tafeltje omgaan? Je hebt geen idee. Of toch wel? Denkt hij aan invasies van goddelozen, aan nieuwe veroveringen, aan bloedvergieten? Waarom die zonnebril in de schaduw van een parasol? Waarom de burgerlijke blazer, de zegelring, het gekleed hemd? Hoe hij zijn brandende sigarettenpeuken op de vijandige grond gooit. Met zwier, met kracht, met minachting, met onverschilligheid. Hij lijkt niet in de richting van de vijandige grond te kijken, maar dat kan ik niet zien. Ik heb een vermoeden dat zijn ogen bloeddoorlopen zijn. Of nietszeggend, leeg. Misschien koortsig, onverschillig, wanhopig… Verdelgd.

     Ik zou graag met je praten over gisteren, over Menchu – niemand noemt haar Maria Jesus - en over de nieuwe vrienden, Carmen, Harvey en Juan. Over de sublieme heiligen van Murillo. Hun donkere, extatische ogen. Maar de rokende man neemt me volledig in beslag. Wie weet hoeveel verrukkelijke Gaditanas in dunne zomerjurkjes hier inmiddels al voorbij zijn gelopen. Zijn vijftiende sigaret reeds. Ik heb ze een voor een geteld. Nu gaat ook het lege pakje tegen de grond. Zijn het zijn laatste uren? Heeft hij zijn dagen gewikt en gewogen? Is deze performance zijn adieu? Of is het gewoon maar routine? Een elke zondagmiddag herhaald leren wennen aan het snel naderend onheil? Is het geen invasie waar hij aan denkt maar een catastrofe?
     De glazen bier die hij drinkt tel ik niet, ik beperk me tot de sigaretten. Anders wordt het te chaotisch in mijn hoofd. Dag ga ik zelf misschien ook pils drinken en krijg ik nog zin in een sigaret ook. Want wat moet het heerlijk zijn om zo’n brandende peuk met zoveel levensverachting weg te slingeren. In de richting van de vijandige aarde. De aarde die met haar rampen en catastrofes zoveel schade aanricht bij mensen en dieren en planten en die ons allen zo weinig tijd gunt voor ze ons naar zich toetrekt.
     
     Kom schat, laten we de rekening vragen, zeg je. Ik wil nog even naar de nieuwe stad, wat uitwaaien op het strand daar. Heel goed, zeg ik. Wat ik me afvraag is of we ooit Toronto en Vancouver zullen zien. Dat komt door Harvey, die lang geleden uit Canada hierheen is gekomen. Je vraagt je af waarom. Is Canada dan niet het beloofde land? Ik weet het niet. Het lijkt er wel op of ik helemaal niets meer weet. We zullen de bus nemen, zeg ik, dan kunnen we wat langer op het strand wandelen.

...

Foto: Martin Pulaski, Cadiz, 15 april 2016

23-09-15

EPIC FAIL VAN DE MINISTER VAN PERFIDITEIT

2015-09-BERLIJN 152.JPG

Een Duitsland dat geen gastvrijheid voor vluchtelingen kent is niet langer mijn Duitsland. Dat waren vrij vertaald de emotionele woorden* van Angela Merkel in een Duitse krant die ik vorige week dinsdag in Berlijn tijdens de boodschappen in een warenhuis toevallig las. Ik las die woorden met verbazing en ontroering. Bijna stond ik daar midden in de Rewe te huilen. Is me dat al eerder overkomen? Ik geloof het niet. Nochtans ben ik geen bewonderaar van de Duitse bondskanselier. Hoe zij zich tegenover Griekenland opstelde vond ik wraakroepend. Nu echter zag ik Angela Merkel in een ander daglicht. Ik was blij dat ik me in haar land bevond, ik voelde me een klein beetje een Berlijner. Op dit ogenblik, twee dagen terug in het vaderland, voel ik me veel meer Berlijner dan Brusselaar. Vlaming voel ik me al lang niet meer.

De gastvrijheid van mevrouw Merkel kreeg meteen kritiek binnen haar eigen partij en vooral van de CSU, de zusterpartij van Merkels CDU. Die  wil dat de massale toestroom van vluchtelingen wordt beperkt. De Beierse minister Herrmann van Binnenlandse Zaken noemde het openstellen van de grens 'een verkeerd signaal'. In de Nederlandse Volkskrant wordt haar humanistisch standpunt als een sprookje weggewuifd. In zijn gastcollege aan de Universiteit Gent noemt de minister van perfiditeit Bart De Wever de bondskanselier ‘mutti Merkel’ en beschrijft hij haar humanisme als volgt: “’Herzlich wilkommen’. Dat is wat ik noem een epic fail.” Wat een epic fail precies is weet ik niet, maar ongetwijfeld niets fraais. Ik weiger me al te veel bezig te houden met de oproerkraaier, maar soms kan het niet anders. Vreemd blijft het echter wel dat een burgemeester van een middelgrote stad voortdurend de volle aandacht van zowat alle media in dit land krijgt. Hij heeft duidelijk een uitstekende knecht van propaganda, of mogelijk is hij zijn eigen Goebbels? Mijn enige troost is dan dat het duizendjarige rijk van de nazischurken niet echt lang heeft geduurd. Gisteren zag ik nog op televisie hoe hun verhaal geëindigd is. Wat van hen overbleef was een hoopje verpulverde botten; van Hitler, de massamoordenaar van allen die ‘anders’ waren en van zijn eigen volk, restte niet meer dan een kaakbeen.

Als Angela Merkel op de ingeslagen weg doorgaat zal ze in de geschiedenisboeken worden vermeld als de vrouw die het humanisme in Europa heeft gered. Maar ze heeft nog een lange weg te gaan. Die van de minister van perfiditeit loopt nu al dood. En aan het eind van zijn tunnel is alleen maar duisternis. To everything there is a season, turn, turn, turn.

...


*"Ich muss ganz ehrlich sagen: Wenn wir jetzt anfangen, uns noch entschuldigen zu müssen dafür, dass wir in Notsituationen ein freundliches Gesicht zeigen, dann ist das nicht mein Land."

Foto: Martin Pulaski, Berlijn, 9 9 2015

05-09-15

ZERO DE CONDUITE: ROCKS OFF

chuck berry 2.jpg

Zéro de conduite is een POPprogramma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Een muzikaal evenement voor allen en voor niemand. Uniek in de kosmos. Stem af op 106.7 FM. Je kunt Zéro eveneens via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

Vanavond veel rock & roll en weinig woorden. Zegt de tekst van Chuck Berry’s ‘Rock and Roll Music’ niet voldoende?

Don't care to hear 'em play a tango
I'm in the mood to dig a mambo
It's way to early for a congo
So keep a rockin' that piano
So I can hear some of that rock and roll music
Any old way you choose it
It's got a back beat, you can't lose it
Any old time you use it
It's gotta be rock and roll music.


Zeker, er bestaan veel interessante essays en boeken over het ontstaan, de geschiedenis en zelfs de dood van rock & roll. Maar hoe goed ook, het gaat bijna altijd om de visie van buitenstaanders. In ‘Do You Believe In Magic’ gebruikt John Sebastian deze enigszins xenofobe woorden: “I'll tell you about the magic, and it'll free your soul / But it's like trying to tell a stranger 'bout-a rock and roll.” Liefst interpreteer ik deze ‘stranger’ als iemand die geen enkele affiniteit heeft met deze muziekvorm. Dan is de uitspraak niet xenofoob, maar elitair. En elitair is in dit opzicht helemaal niet erg. De ‘magic’ waar John Sebastian over zong was - en is dat misschien nog altijd - iets voor ingewijden. In 1965, toen deze single van the Lovin’ Spoonful uitkwam, was dat zeker in dit landje een bijzonder kleine minderheid, ook al lijkt het nu alsof in die dagen iedereen hip en groovy was.
Origineel zal het uitgangspunt niet zijn, maar ik vond het toch de moeite waard om de geschiedenis van rock & roll een keer door de zangers, zangeressen en muzikanten te laten vertellen. Rechtstreeks van hen tot ons. Verwacht niet alleen hoogtepunten uit de klassieke rock & roll-periode (dan zouden mijn favorieten, Buddy Holly, Little Richard, Eddie Cochran, Fats Domino en Elvis Presley erbij moeten zijn, wat niet het geval is). De spirit van rock & roll is wél in elk nummer aanwezig. Stay tuned for more rock & roll en veel luisterplezier!
BeatlesForSale_1.jpg

 

Do You Remember Rock 'n' Roll Radio? - The Ramones - End Of The Century (1979)

Good Rockin' Tonight - Jerry Lee Lewis – Jerry Rocks (Bear Family Records)

Rock With Me Baby - Billy Lee Riley -  The Legendary Sun Performers (Single, 1956)

Rock House Boogie - John Lee Hooker - The Legendary Modern Recordings: 1948-1954

Rocks Off - The Rolling Stones - Exile On Main Street  (Rolling Stones Records, 1972)

Rock Hard - Alex Chilton - Like Flies On Sherbert (Peabody, 1979)

Barefoot Rock - Rainer & Das Combo - Barefoot Rock With ...  (Making Waves Records, 1986)

Castro Rock - Jay Chevalier & The Moon Men - Goldband Rockabilly (Goldband Records, 1960)

Uranium Rock - Warren Smith - The Legendary Story Of Sun Records (1957)

Goose Rock - Buck Owens - Act Naturally: The Buck Owens Recordings 1953-1964

Rock It - George 'Thumper' Jones - Real Raw Rockabilly (Starday single, 1956)

Rock The Bop - Brenda Lee - Rockin' From Coast To Coast Volume 1 (1958)

Rock Therapy - Johnny Burnette - Johnny Burnette And The Rock 'n' Roll Trio (Decca, 1956)

Mr & Mrs Rock & Roll - Bobby Day - Rockin' Robin (Rendezvous Records, 1960)

Hang Up My Rock 'n' Roll Shoes - Chuck Willis - Atlantic Rhythm & Blues Vol 4 (1957-1960)

Get Your Rocks Off - Bob Dylan & The Band - The Basement Tapes Complete: The Bootleg Series, Vol. 11 (1967)

I Don't Wanna Rock - Mickey Newbury - Better Days (Drag City, 2011)

So You Want To Be A Rock 'n' Roll Star - The Byrds - Younger Than Yesterday (Columbia, 1967)

Rock & Roll Woman - Buffalo Springfield - Buffalo Springfield Again (Atco, 1967)

Rock And Roll Doctor - Little Feat - Feats Don't Fail Me Now (WB, 1974)

Rock And Roll Records - J.J. Cale – Okie (Shelter, 1974)

Even Trolls Love Rock And Roll - Tony Joe White – Train I’m On (WB, 1972)

It's Only Rock 'n' Roll (Rodney Crowell) - Emmylou Harris - White Shoes (WB, 1983)

Country Boy Rock 'n' Roll - Don Reno & Red Smiley - The Talk Of The Town (King Records, 1956)

Bongo Rock - Preston Epps - Golden Age Of American Rock & Roll - Vol 1 (Original Sound, 1959)

Sweet Little Rock And Roller - Chuck Berry - (Chess single, 1958)

Rock And Roll Music - The Beatles - Beatles For Sale (Parlophone) 1964)

Crocodile Rock - Elton John -  Don't Shoot Me I'm Only The Piano Player (DJM, 1973)

Rock & Roll Suicide - David Bowie - The Rise And Fall Of Ziggy Stardust And The Spiders From Mars (RCA, 1972)

Rock & Roll - The Velvet Underground – Loaded (Cotillion, 1970)

Last Of The Rock Stars - Elliott Murphy – Aquashow (Polydor, 1973)

Rock N Roll Nigger - Patti Smith – Easter (Arista, 1978)

Dirty Ass Rock 'N' Roll - John Cale – Slow Dazzle (Island, 1975)

Rock N Roll Disease - Green On Red - Here Come The Snakes  (China Records, 1989)

Rockin' All Over The World - John Fogerty - John Fogerty (Fantasy, 1975)

I Knew The Bride (When She Used To Rock And Roll) - Nick Lowe & His Cowboy Outfit – (Columbia single, 1985)

Rock And Roll - Led Zeppelin - Led Zeppelin IV (Atlantic, 1971)
patti-smith-mapplethorpe.jpg

Research & presentatie: Martin Pulaski
Techniek: Sofie Sap

30-05-15

RUE DAGUERRE

IMG_2296.JPG

Ik was al eerder in rue Daguerre geweest, wellicht op zoek naar sporen van Agnès Varda, maar de straat had toen weinig indruk op me gemaakt. Mogelijk had ik er maar een stukje van gezien, van de kant van Avenue du Maine, in de dagen dat ik nog in hotel Istria in rue Campagne Première logeerde, aan de overzijde van het kerkhof van Montparnasse. Istria biedt weinig comfort of gezelligheid maar wel mythe en legende: Francis Picabia, Marcel Duchamp, Man Ray, Kiki de Montparnasse, Erik Satie, Rainer Maria Rilke, Tristan Tzara en Louis Aragon logeerden er ooit.

Onlangs verbleef ik, eerder toevallig, een week in een hotel in rue Daguerre. Meestal kan ik me in een grote stad goed oriënteren, maar niet als ik uit de metro boven de grond kom. Deze keer echter liep ik, samen met mijn vrouw, bijna blindelings van het station Denfert-Rochereau naar mijn tijdelijke verblijfplaats. Wat zag rue Daguerre er volkomen anders uit op die zondagmiddag! Overal op de terrasjes – ik verafschuw dat verkleinwoord, maar in dit geval kan het niet anders - zaten opgewekte mensen dicht bij elkaar te eten en te drinken. De kleine winkels waren open. De geuren en kleuren van de uitgestalde etenswaren deden me watertanden. Aardbeien, kersen, groene en witte asperges, artisjokken, huisgemaakte pasta’s in alle denkbare vormen, konijnen, eenden, parelhoenen, kwartels, worstjes, tientallen kazen uit alle hoeken van Frankrijk, verse en bereide vis, waaronder zeeduivel met sinaasappel bereid, en in de drankwinkels honderden wijnen, champagnes en likeuren.

In de war geraakt van het zien en ruiken van al die lekkernijen stapte ik het verkeerde hotel binnen. Er zijn twee hotels die Daguerre heten, maar niet op hetzelfde adres. Het duurde even voor de man aan de balie besefte dat we een eind verder in de straat, bijna op de hoek van Avenue du Maine, hadden geboekt.
Eens op het juiste adres, in de juiste kamer, op de vijfde verdieping, met een fraai uitzicht op de straat en de zinken daken aan de overkant en gelukkig niet op de afschuwelijke Tour Montparnasse, aten we boterhammen met kaas, meegebracht van thuis. Mijn financiële situatie is duidelijk niet aangepast aan het leven in Parijs.
IMG_2305.JPG

In rue Daguerre woont (of woonde) Agnès Varda. Op nummer 88 bevindt zich Ciné-Tamaris, waar je dvd’s en wat merchandise wordt genoemd van de regisseuse en van haar te jong gestorven echtgenoot Jacques Demy kunt aanschaffen. Demy is het genie uit Nantes, beroemd geworden met de unieke films ‘Lola’, ‘Les Parapluies de Cherbourg’, ‘Les Demoiselles de Rochefort’ en  ‘Peau d'Âne’. Zijn levensgezellin maakte over hem de film ‘Jacquot de Nantes’. Over haar straat en haar buren draaide ze in 1975 een documentaire, ‘Daguerrotypes’. Ik heb Varda’s werk in de vroege jaren zeventig leren kennen; vooral haar ‘Cléo de 5 à 7’ (1961) en zeker ook ‘Le Bonheur’ (1965) maakten grote indruk. Maar ook de documentaires die ze tien jaar later in de Verenigde Staten filmde, zoals ‘Lions Love’ (met Viva in een hoofdrol) en ‘Black Panthers’, waren boeiend.

Door vlakbij de woning van Agnès Varda te logeren ben ik meer over haar te weten gekomen. Dat ze in Elsene geboren werd, dat ze net als haar man een tweeling is, dat ze een van de weinige aanwezigen was op de begrafenis van Jim Morrison, en dat ze de Franstalige dialogen schreef voor een van mijn uitverkoren films, ‘Last Tango In Paris’ van Bernardo Bertolucci. Overigens ben ik vanwege die film op een ochtend naar de metrostations Bir-Hakeim en Dupleix gereden. Ik hoopte onder het viaduct boven Boulevard de Grenelle iets van de eenzaamheid en wanhoop van Paul, het personage van Marlon Brando, te kunnen voelen maar tot mijn spijt was het er net bijzonder druk vanwege een markt. Of maakte dat gekrioel van die menigte in de verte me net écht eenzaam en wanhopig? Melancholisch werd ik er zeker van. Even weinig als rue Daguerre nog lijkt op de beelden uit 1975 in ‘Daguerrotypes’ lijkt het metrostation Bir-Hakeim op de locatie in ‘Last Tango’: het behoort toe aan de vluchtige wereld van de toeristen die zich naar de Eiffeltoren spoeden. Als je niet voorzichtig bent word je er van de trappen geduwd en vertrappeld.
IMG_2724.JPG

Rue Daguerre is inderdaad veranderd, maar het blijft, zoals ik hierboven al aangaf, een prettige straat. Een keer werd ik onaangenaam verrast. Een winkelier maakte zich buiten alle proporties boos op me omdat ik een foto wilde maken van een grote vette eend, die er erg lekker uitzag maar toch ook mijn medelijden opwekte, met haar witte vel met kleine rode stipjes op. De man kon zijn razernij nauwelijks onderdrukken, ook niet toen omstaanders, mensen uit de buurt, hem tot kalmte probeerden aan te sporen. Laat die man toch rustig een foto maken, zeiden ze. Ik maakte me in stilte uit de voeten, me pas te laat realiserend dat de straat genoemd werd naar Louis Daguerre, een van de uitvinders van de fotografie. Zijn naam staat op de Eiffeltoren gegrift. Dat zal met die van mij nooit gebeuren, zeker niet als ik geen foto’s van dode eenden mag maken.

...

Foto's: Martin Pulaski, Parijs, 17-24 mei 2015

27-02-15

OVER DUNNE EN DIKKE BOEKEN

rimbaud-self-portrait.jpg

Rainer Maria Rilke is een van de moeilijkste dichters die ik heb gelezen. Je moet zowat de hele wereldliteratuur (en zeker Nietzsche) kennen om hem goed te kunnen begrijpen. Maar je kunt hem even goed als een onschuldige benaderen en zo - als de sterren goed staan - tot zijn kern doordringen. Is dat moeilijk of gebeurt het maar zelden? Misschien wel, maar het loont de moeite. Bovendien is het een moeite die eigenlijk geen moeite kost. Het vergt een open geest, een open hart. Van Morrison zingt erover in ‘Heart Is Open’, een wonderlijk lied op een wonderlijke plaat, ‘Common One’, verschenen in het ellendige jaar 1980. I believe I go walking in the woods.

Dunne boeken, zoals ‘Die Sonette an Orpheus’ of ‘Une saison en enfer’, kunnen je jaren kosten. Niet dat het verloren tijd is. Bijna elk woord kan een schatkamer zijn, of een sarcofaag met alleen tot jou gerichte inscripties aan de binnenkant. Dunne boeken, kort als het leven.

Maar het leven duurt soms ook lang. De dagen laten zich dan graag vullen met meeslepende verhalen, die je vaak aantreft in dikke boeken. Bijvoorbeeld in ‘Middlemarch’ van George Eliot (altijd weer moet ik opzoeken hoe je ‘Eliot’ spelt), ‘Misdaad en straf’ van Dostojewski of ‘Le rouge et le noir’ van Stendhal.

Of het leven nu kort is of lang – en zelfs als de duur je koud laat: het komt er in elk geval op aan het kaf te scheiden van het koren. In welk jaar een boek werd geschreven speelt daarbij geen rol. Het gaat om de gedachten die er in worden uitgedrukt, om de stijl, de oorspronkelijkheid, het inzicht, de schoonheid, de troost. Geen enkel boek dat je iets verrassends of inspirerends meedeelt is werkelijk moeilijk.

Waarom deze notities? Omdat ik morgen op reis vertrek en nog moet beslissen welke boeken ik mee zal nemen. Ik zal veel tijd hebben om te wandelen en te lezen. Een heerlijk vooruitzicht, na al die lange dagen van ziekte en donkere lucht.

rilke2.jpg

22-02-15

ALLEEN MAAR ADEM EN HUID

davidson_wales-1965.jpg

“De steden en landen verliezen hun vertrouwde geuren. En toch blijf je er naar op zoek gaan…” Mocht je kunnen zou je naar de verste uithoeken van de aarde reizen. Op de wereldkaart kijken en een willekeurige bestemming selecteren. Als kind wilde je al – samen met je oudere broer – ontdekkingsreiziger worden. Maar je kunt niet naar de verste uithoeken en er valt ook niets meer te ontdekken. De verste uithoeken zijn illusies, die voor eens en voor waarschijnlijk altijd tot het spektakel behoren. Tot de reisprogramma’s op televisie en de bijlagen van de kwaliteitskranten. In de keuze van je bestemmingen is er wel altijd een willekeur aanwezig. Maar je moet met allerlei factoren rekening houden: geld, zwakke gezondheid, ongedierte, afkeer van luchthavens, afwezigheid van verste uithoeken.

Je hebt vrienden die veel reizen. De ene dag zitten ze daar, de andere dag al daar; waar ze neerstrijken is altijd een verrassing. Maar vaak ook niet. Er lijkt een systeem in hun manier van reizen te zitten, en zeker in wat zij als bestemming kiezen. Misschien minder in de weg ernaartoe? Hun reizen zijn, denk je, in zekere zin doelgericht, zinvol, hebben nuttigheidswaarde – waar je hoegenaamd niets negatiefs in ziet. En of zij een grote ecologische voetafdruk maken? Wat maakt jou dat uit? Je vrienden zijn geen fabrieken, geen vliegtuigmaatschappijen, geen kernreactoren.

Jouw manier van reizen, waarbij de ecologische voetafdruk je evenmin zorgen baart (je leeft een bijzonder verantwoord leven wat dat betreft), is echter anders. Je reist anders dan zij, maar ook anders dan in de dagdromen van je kindertijd. Je verlangt niet naar ontdekkingen, zelden of nooit hoor je de lokroep van exotica, van nieuwe grenzen, van halfnaakte Balinese danseressen, van de ongerepte natuur en de wildernis. Er bestaat geen wildernis noch een ongerepte natuur. Je bestemmingen, nooit doelbewust of op basis van duidelijke plannen gekozen, zijn meestal dicht bij de deur. Grote steden, kleine steden of ergens dichtbij de oceaan. Meestal weet je al van tevoren wat je er zult aantreffen: geen verrassingen. Maar aangezien willekeur een belangrijke factor is bij de keuze van je bestemmingen is het toch heel goed mogelijk dat je wel verrast wordt. Net zoals wanneer je in je eigen stad de deur uitgaat en een ander parcours neemt dan datgene wat je vertrouwd is. Maar is het je daar om te doen? Wil je verrast worden door wat je vertrouwd is? En het gedwongen planmatige aspect van je keuzes houdt uiteraard eveneens de mogelijkheid in dat je verrast wordt. Want worden plannen niet altijd in mindere of meerdere mate gedwarsboomd?

Je reist, denk je, vooral om terug te kunnen keren, om weer naar huis te kunnen gaan. Niet noodzakelijk naar het huis waar je nu in woont, maar naar iets wat je bij gebrek aan een betere term ‘het oorspronkelijke huis’ durft noemen. Je bent ervan overtuigd dat dat huis, eigenlijk is het een ‘thuis’ (maar heel zeker geen ‘tehuis’) niet bestaat, nooit bestaan heeft, nooit zal bestaan. Maar als je op je bestemming bent aangekomen en je verlaat daar voor de eerste keer (of de tweede, derde keer) je hotel, dan neem je iets waar, een soort van metafysische tegenwoordigheid, wat je herinnert aan die oorsprong. Waar je misschien vandaan komt, maar misschien ook niet, want het kan net zo goed een voorstelling zijn, iets wat je je inbeeldt. Je loopt door de enigszins vreemde straten met het gevoel dat het de straten van het eerste begin zijn, van je verleden dat er nooit is geweest.

Je gaat op reis zonder er al te veel over na te denken. Maar toch gaat het om een fenomeen dat aandacht vraagt, dat misschien wel een diepere zin geeft aan je leven. In de oorden waar je naartoe trekt hoop je – meestal onbewust – de oorsprong aan te treffen van je leven, een oorsprong die er niet geweest is. Vooral hoop je er manieren te vinden om er naar terug te kunnen keren. Terug te keren naar het begin – toen er nog geen woorden waren, geen muren, geen huizen, geen straten, alleen maar adem en huid.

 

...

Foto: Bruce Davidson, Wales, 1965.