28-04-15

EEN GEVECHT


Kleine schermutseling van je gedachten met cijfers

Op de dag dat je verdacht bent
Van wat met stomheid werd geslagen.

Bedacht een ijdeltuit daar iets nieuws voor het nieuws?

Verwacht het water een vuur aan de hemel
Als de varens groen opengaan en geel de gulzige vogels
Hun dorst lessen?

Een groot gevecht lijkt het al gauw en niet eens begonnen.
Er is niets nieuws onder de sterren.
In je gedachten is iedereen al onderweg naar de maan.

22-04-15

VERSLAG VAN EEN WANDELING

herman claeys 001.jpg

Om wat gemoedsrust te vinden besluit ik een wandeling te maken. Links van mij de drukke steenweg, aan mijn rechterhand groene velden achter een prikkeldraadomheining. Een vriendelijke blonde jongen, echt het outdoor type, is mijn gids. Hij zal me tot aan een verkoelende veldweg leiden en nog een eindje verder. Onderweg vertelt hij me een en ander over zichzelf. Hij toont me zijn armen – allebei zijn ze gebroken geweest, aan de polsen. Nog niet helemaal geheeld. Een brutale medeleerling van hem heeft dat gedaan. Die had de jongen gewoon even krachtig bij de polsen gegrepen. In een oogwenk was het gebeurd. Eerst had hij geen pijn gevoeld, maar daarna, een minuut of vijf later!
“Gebruld dat ik heb!”
“Die gast moet zich dan wel schuldig gevoeld hebben, zeker?” vraag ik.
“Helemaal niet” zegt de jongen lachend, “die was er zelfs trots op…”
Zo’n echt fascistisch mannetje, denk ik bij mezelf en ik vermoed dat de jongen er net zo over denkt.
“Zie je daar recht voor je dat bordje. ‘Aurora’ staat er in Pruisisch blauwe letters op. Wel, daar moeten we rechts afslaan. Daar wordt het bijzonder fijn om te wandelen.”

We slenteren door zomerse velden. Idyllisch op het eerste zicht, maar er hangt iets dreigends in de lucht. Het verhaal van de jongeman laat me maar niet met rust. Een half uur laten komen we in een dorp aan. Was dit niet het doel van mijn korte reis? We nemen afscheid en ik begeef me naar de grote dorpsgelagzaal waar ‘Just A Gigolo’, een film van David Hemmings, wordt vertoond. Ik heb het gevoel dat ik binnenstap in een mij uit mijn kinderjaren vertrouwde omgeving. In de zaal doven de lichten.
De film begint.

In de eerste sequens zien we een ogenschijnlijk gewone misdadiger een trappenhal van een Berlijns herenhuis binnenkomen. Wij – of is het de camera? – bevinden ons op de eerste verdieping van het huis. We zien de wenteltrap met grillige Jugendstilleuning in metaal. Vervolgens beneden de man, die omhoog kijkt. Zijn gezicht is nog in schaduw gehuld. Daarna een close-up van zijn gezicht. Het is Hitler. Zijn ogen zwart omrand, een priemende, boosaardige blik. Een zwarte lok over zijn voorhoofd. Ik hoor een stem die ik van ergens ken vragen:
“Zou Hitler er zo uitgezien hebben?”
Zelf vraag ik me af hoe een acteur zo sterk op Hitler kan lijken.
Nu ben ik niet langer toeschouwer: ik ben in de ruimte van de film, van het verhaal zelf… Maar passief, niemand van de anderen kan me zien.
David Bowie, die de hoofdrol speelt, richt zich rechtstreeks tot het publiek.
“Wat je nu ziet,” zegt hij, “zijn mijn 32 Elvis Presley-films in één keer”.

De jongen die mijn gids was heeft zich in een klaslokaal van een naburige school teruggetrokken. Niet op zijn gemak, schichtig om zich heen kijkend, alleen. In een gebroken wit geverfde wand van het lokaal zie ik grote openingen die toegang geven tot een tweede klaslokaal. In het klaslokaal aan mijn linkerkant zitten de Nationalisten. Deze jongeren zien eruit als brave smeerlapjes: ze spreken en zingen in de Duitse taal, zoals die in de jaren dertig klonk. Ze verdedigen de fascistische ideologie van het Vaderland. In het andere lokaal zitten de Socialisten, die Italiaans spreken en zingen. Straatjochies, zo lijkt het wel. Duidelijk minder ernstig dan de Duitstaligen. In hun ogen blikkert dezelfde humor als die van de oude film ‘Zéro de conduite’. De jongen die mijn gids was moet kiezen tussen een van de twee klassen maar zou zich veel liever afzijdig houden. Wat gebeurt er daarna met de lieve jongen?

Af en toe steekt iemand van de ene klas zijn hoofd door een van de gaten in de gebroken wit geschilderde wand om met de andere klas mee te doen, ja, om zogenaamd te sympathiseren met het andere kamp. Ik span me in om te verstaan wat de Socialisten zeggen. Maar eenvoudig is dat niet – deze potpourri van klanken. En toch geeft het een mooi effect, al die talen door elkaar. Ik onderscheid nu zelfs Nederlandse woorden. Een oudere man houdt een aanvankelijk onverstaanbare redevoering. Geleidelijk aan gebruikt hij meer Nederlandse woorden. Na een poos hoor ik geen enkele andere taal meer.

Nu heb ik het door. Dankzij een of andere truc heb ik de ruimte van de film kunnen verlaten en ben ik weer een gewoon toeschouwer. Woedend wend ik me tot de uitbater.
“Dit is een groot bedrog. Wat hier vertoond wordt is een gedubde versie, er zijn immers geen ondertitels.”
"..."
“Ik wil mijn geld terug” zeg ik.
De man bekijkt me onderzoekend en weigert.
“U had buiten moeten aankondigen dat het geen oorspronkelijke versie is,” zeg ik.
“Ga dan maar eens kijken buiten” zegt hij.
Uitzinnig van woede loop ik naar de bar, waar een aantal dorpelingen staan te praten en te drinken.
“David Bowie heeft een prachtige stem!” roep ik uit.
Dit herhaal ik een keer of drie.
Niets dan apathie. Toch blijf ik hopen op de solidariteit van de aanwezigen. Waar is mijn jonge gids dan gebleven? Ik bestel een dubbele bourbon en drink hem snel leeg.
“Nog veel nationalistisch genot!” brul ik voor ik de deur van de grote dorpsgelagzaal achter me dichtsmak.

Enkele straten met niets dan verweerde huisjes en ik ben weg uit de dorpskom. Daarna terug langs de veldweg. De mist hangt dicht boven de velden.

17-04-15

JUDITH MALINA IS DOOD

JMJB-photo-74.jpg

Judith Malina, een van de heldinnen uit de lange en mooie dagen van mijn adolescentie, overleed een week geleden. Ik verneem het nu pas - terwijl ik een film van Mike Leigh programmeer om later te bekijken. Het valt me moeilijk om over haar te schrijven. Wat kun je vertellen over iemand die je nooit hebt gekend maar die desondanks je enigszins starre en zelfingenomen wereldbeeld mede heeft verbrijzeld? Want dat heeft ze samen met haar partner Julian Beck en hun radicaal en experimenteel theatergezelschap Living Theatre gedaan. Hun voorstellingen, als je ze zo mag noemen, van ‘Paradise Now’ in Théâtre 140 in Brussel in 1969 hebben mijn leven voor altijd veranderd, hoezeer de utopie die Judith Malina en Julian Beck - een droom van liefde en geweldloosheid - ook is mislukt. In ‘Paradise Now’ herkende ik mezelf zoals ik nooit geweest was en zoals ik dacht nooit te zullen worden: bevrijd van de ketens van religie, gezin en onderwijs; open voor het stichten van een paradijs op aarde, een paradijs zoals John Lennon het bezingt in ‘Imagine’.

Wellicht omdat de ervaring die wij – langharig werkschuw tuig - toen deelden zo intens was valt het nu zo moeilijk om er iets over te zeggen. De barrières die worden opgeworpen door de ‘helden van deze tijd’, mannen en vrouwen die een reële dystopie willen installeren, een maatschappij van beschuldiging, vernedering, racisme, geweld, wild kapitalisme en permanente oorlog, zijn te groot. Van de utopische schoonheid die uitging van het werk van Judith Malina en Julian Beck blijft zo te zien niets meer over. Het radicale theater, gebaseerd op de ideeën van Erwin Piscator en een hele reeks anarchistische denkers, is al lang ten grave gedragen. Fijnzinnig tijdverdrijf voor belezen mensen, wonend in ruime lofts of in groene zones gelegen woningen met grote ramen waar veel oogverblindend licht binnenvalt, is ervoor in de plaats gekomen. Of zou er op aarde toch nog een Pasolini, een Pierre Clementi, rondlopen?

En teruggaan in de tijd, zoals hij in 1969 voor mij was, is onmogelijk. Of anders gezegd: ik ben er te moe, te zwak voor, mijn herinneringen zijn door zwaarmoedigheid zo aan banden gelegd dat ik er onmogelijk nog woorden voor kan vinden. Tenzij ik ze zou kunnen uitschreeuwen op een groot plein, niets dan woede, razernij… Maar dat zou niet in overeenstemming zijn met de woorden van Judith Malina, woorden waarmee ze haar dagboek ‘The Diaries of Judith Malina. 1947-1957’ besluit:

Where there is love
There is only love.

Judith Malina is dood. Nu is het tijd voor nieuwe woorden en nieuw leven. Laat het dan komen.

judith-malina-julian-beck-prison-1971.jpg

13-04-15

AGNES MATZERATH

blechtrommel_szenenfoto_16_5_4_01_020_1024.jpg

Zuchtend sloeg Zwart de krant open, hierbij enige hinder ondervindend van de windvlagen. Op pagina 2 stond een foto van Françoise Villers afgedrukt, die hij met een onverklaarbaar gevoel van welbehagen aan een onderzoek onderwierp. Ze heeft behalve een mooie naam (Zwart las Villiers in plaats van Villers) ook nog een lief gezicht. Snoet is een afschuwelijk woord. Beledigend. Waarom dan? Ze heeft iets van een actrice. Bulle Ogier. De salamander. Nou. Ik zit vandaag wel met actrices in mijn hoofd. Stijl heeft ze vast, met die lange zwarte sjaal. Of zou het een andere kleur zijn? Niets is wat het lijkt. Bevallige hals en arm. Zwart bladerde door tot hij de Filmagenda vond. Niet één film die de moeite loonde. Of toch wel één, maar die had hij al een keer gezien.

Zodra de lichten waren gedoofd werd hij weer ondergedompeld in het afschuwelijke. Angst kneep hem de keel toe, zijn hart sloeg op hol. Hij vreesde dat hij zou verstikken. Zo onopvallend mogelijk slikte hij een valium. Elke beweging leek gevaarlijk; je zo stil mogelijk houden was de boodschap. Daar hij evenwel wist dat hij aan de duisternis zou wennen, werd hij al gauw rustiger en ging regelmatiger ademhalen. De filmische ruimte had ook een aandeel in deze herwonnen rust: het licht dat van het witte doek afstraalde werkte op hem in als een hypnoticum. Alleen zijn vochtige handpalmen rukten hem af en toe weg uit die zweverige toestand en stopten hem dan telkens gedurende enkele seconden weer in zijn sterfelijke, van angst verstarde, lichaam.

De naam Angela Winkler verbergt en onthult, ook voor wie de actrice niet kent, een bijna tastbare schoonheid. Voor Zwart was de film ‘De blikken trommel’ vooral het verhaal van Agnes Matzerath. Haar zachte, felle zinnelijkheid overrompelde hem. Hij betreurde het dat zij al halverwege het verhaal sterven moest. Maar dat was haar noodlot. De dood stond in al haar gebaren geschreven.

Hoe zou ik evenveel kracht kunnen leggen in mijn woorden als in deze kleuren? Dood proza. Onnodig te zoeken naar een equivalent voor dat zo erotische bloedwarme rood, voor het bruin van verdorde velden, puinen. Voor de kinderlijke alwetende ogen van Oskar Matzerath. Voor de stemmen van Bebra en Roswitha Raguna. Hier schiet elke vergelijking, elke metafoor tekort. Onnodig, inderdaad. De kritiek van Menno ter Braak op de tachtigers zou ik nooit mogen vergeten. Geen schilderijen, geen films maken met woorden.

Toen hij uit de bioscoop kwam trof hem het verblindende licht en de zachte, lichtzoete geur die in de straat hing. Tijdens de begrafenis van Agnes Matzerath was de zon door de wolken gebroken en onmiddellijk daarna was de wind gaan liggen. Mannen droegen hun regenjas onder de arm; sommigen floten een wijsje. Vrouwen, die net zo gewichtloos leken als in reclameclips, zweefden over de brede trottoirs. Nog half versuft keek Zwart om zich heen, hopend in een van de voorbijgangsters de vitale en melancholische trekken van Agnes Matzerath te ontdekken. Een ontroostbare jonge vrouw die rondzwierf in deze stad, op zoek naar hem.

AGNESMATZERATH.jpg

Fragment uit de onafgewerkte roman ‘De weg naar het centrum’ (1987-1990). Gedeeltelijk gepubliceerd in het tijdschrift Letters, 6de jaargang, nr. 4, december 1990.

11-04-15

DE RODE KAMER

STOCKHOLM 053.JPG

Tussen mijn boeken zag ik August Strindbergs ‘De Rode Kamer’ (1879) staan, een autobiografische roman, die ik lang geleden met, zo meende ik mij te herinneren, veel aandacht en bewondering had gelezen. Het kon niet anders of ik had er destijds iets over geschreven.

In mijn dagboek uit 1980 vond ik enkele notities terug. Ik was toen inderdaad zeer onder de indruk van deze bijtende roman van een verbitterde schrijver. Ja, ik voelde me in een aantal opzichten – van innerlijke aard - zelfs verwant met het personage Olle Montanus. Strindberg introduceert hem als volgt:

“De ander was een geciviliseerd boerentype, met een gebroken maar corpulent lichaam, hangende oogleden, een mongolensnor; hij was uitermate slecht gekleed en leek op Joost mag weten wat – sjouwer ambachtsman of artiest – op een bepaalde manier zag hij er verwaarloosd uit.”

Olle Montanus is kunstenaar, bohemien en anarchist. Hij heeft zijn hele jeugd zwaar lichamelijk werk verricht, als landarbeider. Voor de boeren bestaat de natuur alleen als iets nuttigs – ze bezit, in hun ogen, geen ‘schoonheid’, geen ‘ziel’, wat ze voor veel kunstenaars en filosofen als Rousseau juist wel bezit of zeker in die tijd bezat.

Montanus onttrekt zich aan de nuttige arbeid, “de vloek van de zondeval”, en wordt artiest: hij gaat nutteloze arbeid verrichten. Hij geeft gehoor aan zijn vrijheidsbegeerte, en aan die andere drijfveer die iemand ertoe aanzet kunstenaar te worden, met name de hoogmoed. De kunstenaar wil herscheppen, beter maken, mooier maken, als het ware voor god spelen.

Nu ontstaat al gauw de behoefte aan erkenning van zijn nutteloze arbeid – zonder deze erkenning ziet hij onvermijdelijk zijn eigen nietigheid voor ogen, “dan houdt zijn scheppingsvermogen dikwijls op en gaat hij ten onder, want om weer te keren tot zijn juk, als hij eenmaal de vrijheid geproefd heeft, kan alleen de godsdienstige”. Montanus verliest nu het geloof aan de zin (“het hogere”) van zijn kunst, probeert zich weer “in de slavernij te begeven” maar dat is onmogelijk: de enige uitweg uit deze onhoudbare toestand is zelfmoord.

Het belangrijkste is uiteraard dat de kunstenaar het geloof in de zin van zijn werk niet mag verliezen. Maar beslist hij daar zelf over? Is daar inderdaad niet een zekere erkenning voor nodig? En wat als hij die erkenning uit de weg gaat of onmogelijk maakt? Betekent dit dat een kunstenaar of schrijver die voor de miskenning kiest ook voor de zelfmoord kiest?

STOCKHOLM 032.JPG

...

Foto's: Martin Pulaski, Stockholm, 18 8 2013, Strindbergs werkkamer; enkele van zijn publicaties.

06-04-15

HET GEHEIME LEVEN

pasqal quiqnard,james salter,schrijven,visioen,worry doll,wit blad,tafel,pagina,kunst


Vie Secrète’ van Pascal Quignard wordt wellicht, zoals ‘Het boek der rusteloosheid’ van Fernando Pessoa / Bernardo Soares, een boek om te koesteren, een boek dat wil blijven.

Mozart vertelde Röchlitz dat bij het componeren alles in gehelen komt, opeens, niet beetje bij beetje zich ontvouwend. Neen: opeens, als een panorama dat plots opduikt. Dat vermoeit op een bijna onvoorstelbare manier de geest en het lichaam. De componist moet over veel moed en wilskracht beschikken om dat ‘geheel’ te noteren.

Het visioen ondergaan is niet de essentie van kunst, schrijft Pascal Quignard: je moet de moed hebben om terug te keren naar het visioen, en om het neer te schrijven. Je aandacht mag niet verslappen: je moet in een keer het panorama dat je zag te boek stellen.

De pagina’s die elkaar opvolgen openen een ruimte die degene die noteert niet kan zien. Een componist, een schrijver ziet nooit het blad waarop hij schrijft. Noch ziet hij ooit al schrijvend zijn geschrift. Nooit is er voor de schrijver een wit blad, schrijft Pascal Quignard. Het zijn alleen maar professoren en journalisten die het over een ‘wit blad’ hebben. Ik heb mijn hand nog nooit zien schrijven, schrijft hij.

En of het niet waar is. Als je schrijft bevind je je altijd in een andere wereld. Het is de wereld waar je naar terugkeert: daar waar het visioen zich voltrokken heeft, zich voltrekt. Heel moeilijk voor sommigen, zoals ik, gemakkelijker voor anderen, die ’s ochtends aan hun tafel gaan zitten en vertrekken. Ik geloof dat het bij mij met de plaats te maken heeft. Als ik aan mijn tafel ga zitten geraak ik er ternauwernood weg, ik zit vast in wat mij omringt en in routines. Pas als ik op straat loop kan ik de stap zetten naar de andere wereld, die ik zo nodig heb – om hem te kunnen neerschrijven. Gelukkig zijn er dagen dat het wel lukt, zoals toen ik ‘Worry Doll’ schreef, een tekst die als het ware uit de lucht kwam vallen.

In ‘Burning the Days’ schrijft James Salter – in verband met William Faulkner - over hetzelfde onderwerp dit: A writer cannot really grasp what he has written. It is not like a building or a sculpture; it cannot be seen whole. It is only a kind of smoke seized and printed on a page.

04-04-15

ZERO DE CONDUITE: STIJL

thecramps.jpg

Zéro de conduite is een POPprogramma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Heerlijk als je druk bezig bent in de keuken, of bij het aperitief, en later aan tafel bij de antipasti, de zeeduivel en wat nog meer, het mysterieuze dessert. Stem af op 106.7 FM. Je kunt het programma eveneens via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

the-who-0.jpg

Vanavond hebben we het over Stijl. Voor elkeen wat, maar toch vooral rock & roll-stijl. Een stijl die geen stijl is en tegelijk alle bestaande stijlen omvat of impliceert. 'Stijl' gaat niet alleen over mode en ook niet alleen over wat zichtbaar is: deze aflevering van zéro de conduite gaat net zo goed over bijvoorbeeld muziek en - zijdelings - literatuur en filosofie. In dit programma alleen al komen een vijftal muziekstijlen aan bod. Wat nog iets anders is dan hokjes of genres en sub-genres. Het thema van vanavond is vooral gekozen omdat het morgen Pasen is. Het is lichtvoetig, dansbaar, en soms zelfs vrolijk, zoals veel mensen dat zijn op zo’n mooie feestdag. Qua statement trekt vooral Sly Stone’s ‘Everyday People’ de aandacht:  Sometimes I'm right and I can be wrong / My own beliefs are in my song / The butcher, the banker, the drummer and then / Makes no difference what group I'm in / I am everyday people, yeah, yeah. Misschien moeten we toch weer wat meer naar die ‘idealistische hippie stuff’ gaan luisteren. Het wordt tijd om een punt te zetten achter veel nodeloze tragiek. Moedig en met stijl door het leven gaan, goede mensen van goede wil.

Veel luistergenot en vergeet niet te dansen!
Elvis1.jpg

 

Sweetest Smile and the Funkiest Style - Aretha Franklin - ['Hey Now Hey (The Other Side of the Sky)' Outtake]

Everyday People - Sly & The Family Stone - Stand

Hot Pants - James Brown - Star Time

Mini-Skirt Minnie - Sir Mack Rice - The Complete Stax/Volt Singles: 1959-1968

Soulful Dress - Sugar Pie DeSanto - Chess Chartbusters Vol. 1

Shoppin' For Clothes - The Coasters - Yakety Yak

Devil With The Blue Dress - Shorty Long - Hitsville U.S.A., The Motown Singles Collection 1959-1971

Pink Shoe Laces - Dodie Stevens - Early Girls, Vol. 1: Popsicles & Icicles

Levi Jacket (& A Long Tail Shirt) - Carl Perkins - Restless: The Columbia Recordings

Blue Suede Shoes - Elvis Presley - The King Of Rock 'n' Roll: The Complete 50s Masters

Betty Lou Got A New Pair Of Shoes - Bobby Freeman - Golden Age Of American Rock & Roll - The Follow-Up Hits

The Way I Walk - Cramps - Off The Bone

Leopard-Skin Pill-Box Hat - Bob Dylan - Blonde On Blonde

Hi-Heel Sneakers - Tommy Tucker - Chess Chartbusters Vol. 6

Fancy - Bobbie Gentry - The Fame Studio Story 1961-1973 - Home Of The Muscle Shoals

High Fashion Queen - The Flying Burrito Brothers - Burrito De Luxe

Wedding Dress - Alice Gerrard - Follow the Music

Little Red Shoes - The Monroe Brothers - What Would You Give In Exchange For Your Soul?

Famous Blue Raincoat - Leonard Cohen - Songs Of Love And Hate

Style It Takes - Lou Reed & John Cale - Songs For Drella

Esquivel: Mini Skirt - Kronos Quartet, Luanne Warner - Nuevo

Big Shot - Bonzo Dog Doo-Dah Band - Gorilla

I Love My Shirt – Donovan - Barabajagal

Indian Style  - Asylum Choir - Look Inside The Asylum Choir

I'm A Boy - The Who - Thirty Years Of Maximum R&B

Dedicated Follower Of Fashion - The Kinks - The Kink Kontroversy

Pretty Flamingo - The Everly Brothers - Two Yanks In England

Pretty Ballerina - The Left Banke - There's Gonna Be A Storm: The Complete Recordings 1966-1969

Funky Pretty - The Beach Boys - Holland

Fashion - David Bowie - Scary Monsters (And Super Creeps)

The Model - Kraftwerk - The Man Machine

Diamonds, Fur Coat, Champagne - Suicide / The Second Album

Posed By Models - Young Marble Giants - Colossal Youth

Improperly Dressed - The Slits - Return of the Giant Slits

My Hat - Pere Ubu - Datapanik in the Year Zero (1980-1982)

This Year's Girl - Elvis Costello & The Attractions - This Year's Model

Cadillac Walk - Mink De Ville - Cabretta

Rick James Style - The Lemonheads - Come On Feel The Lemonheads

Dress - PJ Harvey - Dry

The Dress Looks Nice On You - Sufjan Stevens - Seven Swans

young marble giants.jpg


Research & presentatie: Martin Pulaski

28-03-15

ZERO DE CONDUITE EXTRA: UNSUNG HEROES

running down the road 2.jpg

Zéro de conduite is een POPprogramma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Heerlijk als je druk bezig bent in de keuken, of bij het aperitief, en later aan tafel bij de karakollen, de met uitsterven bedreigde tonijn, het mysterieuze dessert! Stem af op 106.7 FM. Je kunt het programma eveneens via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

Deze aflevering van Zéro de conduite is een tussendoortje, als goedmaker voor mijn lange afwezigheid. Wegens meermaals de griep, waaronder in februari een die hardnekkig was, heb ik januari en februari moeten overslaan. In maart was ik aan herstel toe, waarvoor ik me naar zonniger oorden begaf. Deborah Anné heeft me dan vervangen, waarvoor veel dank en een zoen.

Vandaag is er geen thema, tenzij talent, eigenzinnigheid, vastberadenheid en - in sommige gevallen - miskenning ook thema’s mogen worden genoemd. Er komen uitverkoren songs aan bod van songwriters die ik als persoonlijke ‘helden beschouw’, al zijn het grotendeels antihelden. Onterecht heeft een aantal van hen weinig aandacht gekregen van het publiek en van de muziekpers. In sommige gevallen gebeurde dat wel, maar dan was het vaak te laat – aan postume bijval heeft de artiest niets meer. Maar niet alle muzikanten die aan bod komen zijn miskend of hebben te weinig succes gehad. En niet iedereen is jong gestorven; sommigen leven zelfs nog en stellen het goed.

Voor deze selectie heb ik me, zoals ik meestal doe, door toeval en intuïtie laten leiden.

Veel luisterplezier. Volgende zaterdag, de dag voor Pasen, ben ik er terug, met een reguliere thematische uitzending.

moby grape 69-2.jpg


May You Never - John Martyn - Solid Air

My Front Pages - Arlo Guthrie - Running Down the Road

Trout Steel - Mike Cooper - Trout Steel

Frank's Tune - Sid Selvidge - The Cold Of The Morning

Down Along the Border - Bob Carpenter - Silent Passage

Tongue in Cheek - Anne Briggs - Sing a Song For You

Harper Road - Sun Kil Moon - April

Desert Trip - Jonathan Wilson - Fanfare

Gringo Go Home - Dan Stuart - The Deliverance Of Marlowe Billings

Are we Dreaming - Kevin Coyne - Dynamite Daze

Day By Day - Kevin Ayers - The Confessions Of Doctor Dream And Other Stories

Her Eyes Are A Blue Million Miles - Captain Beefheart & The Magic Band - Clear Spot

79th Street Blues - Humble Pie - Town And Country (bonus track)

Up The Wooden Hills To Bedfordshire -The Small Faces – The Small Faces

Stranger In A Strange Land - Leon Russell - Leon Russell And The Shelter People

Darlin' Be Home Soon - Joe Cocker - Joe Cocker!

My Captain - Jesse Ed Davis - Ululu

Cody, Cody - The Flying Burrito Brothers - Burrito De Luxe

I Am Not Willing - Moby Grape - Moby Grape 69'

Going Back To Iuka - Don Nix - Living By The Days

Make A Little Love - Alex Chilton - High Priest

Down In The Dumps - Lonnie Mack - The Wham Of That Memphis Man

Down in the Alley - Ronnie Hawkins - Ronnie Hawkins

Move 'Em Out - Delaney & Bonnie - Delany & Bonnie Together

Wish Someone Would Care - Irma Thomas - Time Is On My Side

I Loved Another Woman - Fleetwood Mac - Peter Green's Fleetwood Mac

He's Got All The Whiskey - Bobby Charles - Bobby Charles

New Mexico - Rick Danko - Rick Danko

I Don't Want - Sir Douglas Quintet - Mendocino

Nothing Will Take Your Place - Boz Scaggs - Boz Scaggs & Band

delaney&bonnie.jpg

Research & presentatie: Martin Pulaski

27-03-15

BRINGING IT ALL BACK HOME

 

bringing it all back home.jpg

Vijftig jaar geleden, op 22 maart 1965, verscheen in de Verenigde Staten de baanbrekende, gedeeltelijk elektrische langspeelplaat ‘Bringing It All Back Home’ van Bob Dylan. De zanger en liedjesschrijver keerde folk, realisme en protest de rug toe. Zijn teksten waren nu symbolistisch, surrealistisch en autobiografisch. In Nederland en België zouden we nog tot 1967 moeten wachten op deze lp, die hier onder de titel ‘Subterranean Homesick Blues’ verscheen. Pas in 1970 zou het album in mijn bezit komen. Met de opbrengst van mijn verkoop van ‘The Freewheelin’ Bob Dylan’ aan mijn toenmalige vriend Marc D., kon ik me eindelijk de Nederlandse persing van ‘Subterranean Homesick Blues’ aanschaffen. Ik herinner me nog dat ik ze met trillende handen in de Maison Bleue in Brussel in ontvangst nam. Pas toen hoorde ik nummers als ‘On The Road Again’ en ‘Outlaw Blues’ voor het eerst. Of had Francis Heselmans ze mij al een keer laten horen? Hij was alvast minder arm dan ik en bezat bijgevolg ook een grotere platencollectie. Met de meeste andere songs was ik al vertrouwd via singles en ep’s.

Over symbolistische dichters vond ik dit: “Symbolistische dichters roepen liever de maan op dan de zon, liever de herfst dan de lente, liever stilstaand dan snelstromend water en liever regen dan een blauwe hemel”, schrijft filosoof en kunsthistoricus Michael Francis Gibson: “Ze klagen over treurigheid en verveling, over teleurstelling in de liefde, over machteloosheid en over matheid en eenzaamheid. Ze zijn bedroefd omdat ze ondervinden dat ze in een wereld leven die in doodsnood verkeert”.
Zegt dat niet heel veel over deze fase in het werk van Bob Dylan? Meer wil ik over deze tijdloze plaat niet kwijt. De geschiedenis van ‘Bringing It All Back Home’ is bekend. Hoewel ik dat soms ook wel eens durf betwijfelen.

21-03-15

STILTE

match factory girl 2.jpg

Een paar dagen geleden zag ik voor de zoveelste keer ‘Het meisje van de luciferfabriek’ (Tulitikkutehtaan tyttö) van Aki Kaurismäki, een film die niet verjaart, alsof hij buiten de tijd werd gemaakt. Wat mij dit keer bovenal opviel was de stilte, de vele scènes zonder dialoog. Misschien was ik vergeten dat ik die eigenschap vroeger ook al opgemerkt had.

Wat heerlijk toch, zulke stille mensen en bijna geen lawaai, alleen wat rommelige rockabilly en ‘zigeunermuziek’ - en af en toe een gebenedijd woord. Was het vroeger, toen ik nog een kleine jongen was, bij ons ook niet zo? Waren met name de Vlamingen geen in zichzelf gekeerde, zwijgzame mensen? Misschien vergis ik me, maar ik herinner me die oudere generaties zo. Ook mijn ouders spraken weinig; mijn moeder wat meer dan mijn vader. Die zwijgzaamheid is niet altijd een zegen. Zo heb ik met mijn vader nooit een gesprek gehad, waardoor ik nu bijna niets over hem weet. Als het in mijn psychoanalyse over mijn vader gaat moet ik er bijna altijd het zwijgen toe doen. Omdat er van mijn familie bijna niemand meer overblijft, zeker niet van de generatie van mijn ouders, kan ik ook aan niemand meer iets over hem vragen. Aan mijn oudere broer? Hij is al net zo zwijgzaam als mijn vader. En van het vele drinken zit zijn geheugen vol gaten. Ik kan bijvoorbeeld niemand vragen welke rol mijn vader gespeeld heeft in de weerstand. Waarom mijn ouders in Lanklaar gedomicilieerd waren, een gemeente waar ze nooit hebben gewoond. Of hoe mijn halfbroer heet – want dat ik een halfbroer heb, dat weet ik wel zeker.
Nicolas-de-STAEL.jpg

Al gaat er in het leven weinig boven een gesprek met een vriendin of een vriend houd ik van stilte. Van stille mensen, van stille schilderijen, zoals die van Giorgio Morandi en Nicolas De Staël, van stille muziek, zoals die van Claude Debussy, Karen Dalton en Nick Drake, van stille wegen en van straten op een zondagmiddag als de winkels toe zijn, van de stille geluiden in bossen. Ik heb een afkeer gekregen van bijna alle televisieprogramma’s, het inhoudsloos gekwetter en getetter en betweterig gebrabbel. Geef mij dan maar het getsjilp van de vogels of muziek die daar op lijkt, die van Olivier Messiaen bijvoorbeeld. Wat hebben die drukke mensen toch allemaal te vertellen? 'Praatjesmakers' noemde iemand hen onlangs terecht. De radio zet ik ook bijna nooit meer aan. Al dat gewauwel. Zelfs het nieuws maakt een neurotische wrak van me, zeker als het belangrijkste item de moeilijkheid betreft om met de auto van Geel in Brussel te geraken. Neem dan toch de trein. Af en toe luister ik nog wel eens naar Klara, omdat de stemmen daar wat zachter zijn, maar dan schrik ik opeens op van de deprimerende tonen van Vivaldi en draai ik vliegensvlug de knop om.

Maar vergis je niet: ik houd van stemmen, ik vind het fijn naar je te luisteren, naar je woorden, je lach, en niet één lied van Sam Amidon of Neko Case werkt me op de zenuwen. Ik mis alleen die zwijgende Vlaamse boeren uit mijn kinderjaren, toen ik geheel verdiept was in een of ander avontuur van Bob Morane of me liet meeslepen door de opzienbarende ontdekking van dr. Fleming. Daarom ben ik diep gelukkig met de films van regisseurs als Aki Kaurismäki. Wat hij toont is geen mooie wereld, maar alles bij hem straalt schoonheid uit. Hij schijnt geen lelijkheid te kennen. En is de ergste lelijkheid niet het lawaai?
match factory girl 3.png

...

Foto's: Het meisje van de luciferfabriek; Nicolas de Staël; Het meisje van de luciferfabriek.


20-03-15

EQUINOX

spring2 19 03 2008.jpg

Nog onder de indruk van de zonsverduistering wens ik alle lezers van hoochiekoochie en, waarom niet, alle mensen van goede wil, een heerlijke lente. Vandaag, de dag van de equinox. Liefde!

Huit sont les conséquences de l’amour. L’amour hâte le coeur, éteint les maux, écarte la mort, défait les liens qui ne le concernent pas, augmente le jour, raccourcit la nuit, rend l’âme audacieuse, illumine le soleil. Tels sont les huit effets de l’amour-passion.
Pascal Quignard, Vie secrète.

...

Foto: Agnes Anquinet, Brussel, 19 3 2008

09-03-15

TIEN JAAR LATER

 

IMG_1487.JPG

 

Gisteren bestond Hoochiekoochie precies tien jaar. Het leek mij een goed moment voor wat gemijmer over de tijd, en voor enige bedenkingen over bloggen, schrijven en publiceren. Over hoe en in welke mate de wereld op die tien jaar veranderd is en zeker ook de literatuur, die daar een – steeds minder belangwekkend – onderdeel van is. Over de media, de communicatiemiddelen, de sociale netwerken en de rol die ik daar zelf met mijn blog en op andere manieren in speel.

Maar ik bevind me op een klein eiland middenin de Atlantische Oceaan: La Palma. Een eiland waar ik me tien jaar geleden ook al bevond. Ik weet niet wat het is, maar hier hangt iets in de lucht of zit iets in de (vulkanische) grond dat redelijk denken noch schrijven bevordert. Of zit dat iets in mezelf, is het een weerstand die ik zou moeten overwinnen (maar niet kan)? Houdt mijn – hopelijk tijdelijke - onmacht verband met ver weg van huis zijn, ver weg van de ‘normale’ gedragspatronen, de gewoontes, de beweegsystemen, de af te leggen afstanden? Met het slapen in een weliswaar comfortabel maar toch vreemd bed (van waaruit ik zowel de bergen als de oceaan kan zien, als ik de gordijnen openlaat)? En met de maan, de volle maan, en de sterren zo helder en zo dichtbij?

Wie zal het zeggen? Ik vind niet één zinnig woord om nu iets over Hoochiekoochie mee te delen. Geen enkele gedachte komt mijn hersens pijnigen of strelen. Buiten waait de wind*, maar binnenin mij is het windstil.

Een ding wil ik echter zeker doen: alle trouwe en ontrouwe lezers van mijn blog vanuit het diepste van mijn hart dank zeggen voor hun tijd en aandacht en constructieve bijdragen. Zonder hen, zonder jullie, zou ik me ongetwijfeld al na enkele weken teruggetrokken hebben uit dit hachelijke avontuur. Er zou echt heel gauw een einde gekomen zijn aan deze ‘fantastic voyage’. Nu echter blijft de bestemming achter de horizon verborgen, ook al is dit werk altijd al een eindspel geweest, een laatste bedrijf, en zijn de teerlingen voor eens en voor altijd geworpen. Niet alleen omdat het een spel is laten we dit werk toch ook gedeeltelijk aan het toeval over. De stijl, de vorm, de inhoud, de duur van het laatste bedrijf kent niemand.

 


*Inmiddels is de wind gaan liggen. Het is een zachte, heldere dag geworden. De zon gaat stilaan onder. Tijd voor een glas wijn dat ik samen met mijn levensgezellin op jullie gezondheid zal drinken.

Foto: MP, Los Llanos, 9 3 2015

 

27-02-15

OVER DUNNE EN DIKKE BOEKEN

rimbaud-self-portrait.jpg

Rainer Maria Rilke is een van de moeilijkste dichters die ik heb gelezen. Je moet zowat de hele wereldliteratuur (en zeker Nietzsche) kennen om hem goed te kunnen begrijpen. Maar je kunt hem even goed als een onschuldige benaderen en zo - als de sterren goed staan - tot zijn kern doordringen. Is dat moeilijk of gebeurt het maar zelden? Misschien wel, maar het loont de moeite. Bovendien is het een moeite die eigenlijk geen moeite kost. Het vergt een open geest, een open hart. Van Morrison zingt erover in ‘Heart Is Open’, een wonderlijk lied op een wonderlijke plaat, ‘Common One’, verschenen in het ellendige jaar 1980. I believe I go walking in the woods.

Dunne boeken, zoals ‘Die Sonette an Orpheus’ of ‘Une saison en enfer’, kunnen je jaren kosten. Niet dat het verloren tijd is. Bijna elk woord kan een schatkamer zijn, of een sarcofaag met alleen tot jou gerichte inscripties aan de binnenkant. Dunne boeken, kort als het leven.

Maar het leven duurt soms ook lang. De dagen laten zich dan graag vullen met meeslepende verhalen, die je vaak aantreft in dikke boeken. Bijvoorbeeld in ‘Middlemarch’ van George Eliot (altijd weer moet ik opzoeken hoe je ‘Eliot’ spelt), ‘Misdaad en straf’ van Dostojewski of ‘Le rouge et le noir’ van Stendhal.

Of het leven nu kort is of lang – en zelfs als de duur je koud laat: het komt er in elk geval op aan het kaf te scheiden van het koren. In welk jaar een boek werd geschreven speelt daarbij geen rol. Het gaat om de gedachten die er in worden uitgedrukt, om de stijl, de oorspronkelijkheid, het inzicht, de schoonheid, de troost. Geen enkel boek dat je iets verrassends of inspirerends meedeelt is werkelijk moeilijk.

Waarom deze notities? Omdat ik morgen op reis vertrek en nog moet beslissen welke boeken ik mee zal nemen. Ik zal veel tijd hebben om te wandelen en te lezen. Een heerlijk vooruitzicht, na al die lange dagen van ziekte en donkere lucht.

rilke2.jpg

22-02-15

ALLEEN MAAR ADEM EN HUID

davidson_wales-1965.jpg

“De steden en landen verliezen hun vertrouwde geuren. En toch blijf je er naar op zoek gaan…” Mocht je kunnen zou je naar de verste uithoeken van de aarde reizen. Op de wereldkaart kijken en een willekeurige bestemming selecteren. Als kind wilde je al – samen met je oudere broer – ontdekkingsreiziger worden. Maar je kunt niet naar de verste uithoeken en er valt ook niets meer te ontdekken. De verste uithoeken zijn illusies, die voor eens en voor waarschijnlijk altijd tot het spektakel behoren. Tot de reisprogramma’s op televisie en de bijlagen van de kwaliteitskranten. In de keuze van je bestemmingen is er wel altijd een willekeur aanwezig. Maar je moet met allerlei factoren rekening houden: geld, zwakke gezondheid, ongedierte, afkeer van luchthavens, afwezigheid van verste uithoeken.

Je hebt vrienden die veel reizen. De ene dag zitten ze daar, de andere dag al daar; waar ze neerstrijken is altijd een verrassing. Maar vaak ook niet. Er lijkt een systeem in hun manier van reizen te zitten, en zeker in wat zij als bestemming kiezen. Misschien minder in de weg ernaartoe? Hun reizen zijn, denk je, in zekere zin doelgericht, zinvol, hebben nuttigheidswaarde – waar je hoegenaamd niets negatiefs in ziet. En of zij een grote ecologische voetafdruk maken? Wat maakt jou dat uit? Je vrienden zijn geen fabrieken, geen vliegtuigmaatschappijen, geen kernreactoren.

Jouw manier van reizen, waarbij de ecologische voetafdruk je evenmin zorgen baart (je leeft een bijzonder verantwoord leven wat dat betreft), is echter anders. Je reist anders dan zij, maar ook anders dan in de dagdromen van je kindertijd. Je verlangt niet naar ontdekkingen, zelden of nooit hoor je de lokroep van exotica, van nieuwe grenzen, van halfnaakte Balinese danseressen, van de ongerepte natuur en de wildernis. Er bestaat geen wildernis noch een ongerepte natuur. Je bestemmingen, nooit doelbewust of op basis van duidelijke plannen gekozen, zijn meestal dicht bij de deur. Grote steden, kleine steden of ergens dichtbij de oceaan. Meestal weet je al van tevoren wat je er zult aantreffen: geen verrassingen. Maar aangezien willekeur een belangrijke factor is bij de keuze van je bestemmingen is het toch heel goed mogelijk dat je wel verrast wordt. Net zoals wanneer je in je eigen stad de deur uitgaat en een ander parcours neemt dan datgene wat je vertrouwd is. Maar is het je daar om te doen? Wil je verrast worden door wat je vertrouwd is? En het gedwongen planmatige aspect van je keuzes houdt uiteraard eveneens de mogelijkheid in dat je verrast wordt. Want worden plannen niet altijd in mindere of meerdere mate gedwarsboomd?

Je reist, denk je, vooral om terug te kunnen keren, om weer naar huis te kunnen gaan. Niet noodzakelijk naar het huis waar je nu in woont, maar naar iets wat je bij gebrek aan een betere term ‘het oorspronkelijke huis’ durft noemen. Je bent ervan overtuigd dat dat huis, eigenlijk is het een ‘thuis’ (maar heel zeker geen ‘tehuis’) niet bestaat, nooit bestaan heeft, nooit zal bestaan. Maar als je op je bestemming bent aangekomen en je verlaat daar voor de eerste keer (of de tweede, derde keer) je hotel, dan neem je iets waar, een soort van metafysische tegenwoordigheid, wat je herinnert aan die oorsprong. Waar je misschien vandaan komt, maar misschien ook niet, want het kan net zo goed een voorstelling zijn, iets wat je je inbeeldt. Je loopt door de enigszins vreemde straten met het gevoel dat het de straten van het eerste begin zijn, van je verleden dat er nooit is geweest.

Je gaat op reis zonder er al te veel over na te denken. Maar toch gaat het om een fenomeen dat aandacht vraagt, dat misschien wel een diepere zin geeft aan je leven. In de oorden waar je naartoe trekt hoop je – meestal onbewust – de oorsprong aan te treffen van je leven, een oorsprong die er niet geweest is. Vooral hoop je er manieren te vinden om er naar terug te kunnen keren. Terug te keren naar het begin – toen er nog geen woorden waren, geen muren, geen huizen, geen straten, alleen maar adem en huid.

 

...

Foto: Bruce Davidson, Wales, 1965.

21-02-15

GEMURMEL VAN JE HART

P1000175.JPG

De rook om je hoofd zal wel nooit meer verdwijnen. I’m just trying to do this jigsaw puzzle until it rains anymore. Een regel uit een lied dat me rechtstreeks naar een kerstavond in de haven van Antwerpen leidt. Niet de regel op zich: het lied, de sfeer van het lied, de stem van de zanger. Of toch niet? Een puzzel is je hele leven nu. De kleurige stukken passen niet in elkaar, als ze dat ooit al deden. Hield je je ooit bezig met puzzels? Dat weet je niet meer zo goed. Zeker wel met monopolie, daar was je een krak in. Al heel jong klaargestoomd voor de markt, met een net pak in prince de galles met lange broek, gouden polshorloge en altijd als je buiten ging leren handschoenen aan.

Op weg naar de markt verloor je de weg. Je verdwaalde in smalle, donkere straatjes, in provinciesteden, in metropolen, in de dichte mist maar ook in de brandende zon. Er was geen weg terug. Je raakte de draad kwijt. Het besef van tijd. Wat was gisteren, wat veertig jaar geleden, wat is vandaag? Wat moet nog gebeuren? Angstvallig en reikhalzend wachtte je op het nieuwe millennium. Alles zou anders worden, niets maakte het verschil. De wereld verandert gedurig en toch lijken de gebeurtenissen op elkaar, zoals de uren en de dagen en de gezichten van mensen die je niet kent. Zou de mode een houvast kunnen bieden? In dat jaar groen, in dat blauw, en dan een keer fuchsia? Neen, ook de kleuren niet. Ook de mode niet. Je ziet geen verschillen. Op het ene feest dragen de vrouwen lange, donkere rokken, op het andere dansen ze vrolijk of cool in mini.

Wat je waarneemt is een caleidoscoop. Niets biedt houvast, alles wankelt, trilt, vervaagt. De steden en landen verliezen hun vertrouwde geuren. En toch blijf je er naar op zoek gaan, naar de geuren die je van een ver afgelegen oord terug thuis kunnen brengen en naar de vreemden die je weer naar een houten tafel kunnen begeleiden, waar je met een boezemvriend zit te praten alsof de tijd niet bestaat, of naar het bed van een bijna vergeten geliefde, waar de huid haar oneindige geheimen onthult. Ja. Ook al denk je dat je moedeloos en uitgeblust bent, toch verzet je je tegen de onverschilligheid, die je misschien onterecht aan de werkelijkheid toeschrijft. Je weet dat die onverschilligheid maar een laag is. Overal sluimert het verschil. En ook in jouw oor fluistert er nog ooit wel eens een stem die er alleen maar voor jou is. Woorden die rijmen op het genuanceerde gemurmel van je hart.
P1030683.JPG

...

Foto's: Martin Pulaski, Parijs 3 mei 2010; Antwerpen 21 maart 2010.

19-02-15

DUANE MICHALS

duane michals grandpa goes to heaven.jpg

duane michals letter-from-my-father-web.jpg


"Photographers tend not to photograph what they can't see, which is the very reason one should try to attempt it. Otherwise we're going to go on forever just photographing more faces and more rooms and more places. Photography has to transcend description. It has to go beyond description to bring insight into the subject, or reveal the subject, not as it looks, but how does it feel?"

 "I don't trust reality. So all of the writing on and painting on the photographs is born out of the frustration to express what you do not see."

Duane Michals

...

Duane Michals, 
Grandpa Goes to Heaven, 1989; A Letter from My Father, 1960/1975.

 

18-02-15

HOEVEEL WAARHEID?

stephen-shore-holocaust-ukraine.jpg

 ‘Hoeveel waarheid heeft de mens nodig?’ is een boeiende verzameling thematisch samenhangende essays van Rüdiger Safranski. Hij behandelt onder meer de noodlottige gevolgen van het verlangen naar waarheid bij Nietzsche, Kleist en Rousseau. Net voor zijn algehele instorting schreef Nietzsche dat het ‘herenvolk’ het lage ‘ongedierte’ moest uitroeien. Ook de waanvoorstellingen van Hitler en Goebbels, die zoals geweten door een groot deel van de Duitse bevolking voor ‘waarheid’ werden aanzien, komen aan bod. Een van de weinige schrijvers die in Safranski’s ogen genade vindt als het op waarheid en vrijheid aankomt is – geheel terecht – Franz Kafka. Hoewel zeker ook Musil en Canetti wat dat betreft alle lof verdienen. En inmiddels leven we in andere tijden. Soms lijkt het er wel op dat elke keer als je er een nacht over geslapen hebt een nieuwe tijd is aangebroken. Wat je denkt en voelt stemt niet meer overeen met wat er in de wereld lijkt te gebeuren.

Maar de waarheid - hoe kunnen we daar dan mee omgaan? In het laatste hoofdstuk van zijn boek maakt Safranski een onderscheid tussen de culturele waarheidssfeer en de politieke waarheidssfeer. Eerst merkt hij op dat de werkelijkheid ‘waar’ is noch ‘onwaar’: ze is gewoon werkelijk. Alleen interpretaties van de werkelijkheid kunnen waar of onwaar genoemd worden. Het is de angst voor de vrijheid die ons doet geloven in een van onszelf onafhankelijke waarheid.

Dat onderscheid dan. De culturele waarheidssfeer, beweert Safranski, is hoogst individueel; het betreft existentiële daden van zingeving van het zinloze. “Die waarheidssfeer is fantasierijk, vindingrijk, metafysisch, imaginair, experimenteel, uitbundig, afgrondelijk…” De culturele waarheidssfeer is er niet toe verplicht consensus na te streven. Ze hoeft niet het algemeen belang noch het leven te dienen. Er kan sprake zijn van doodsdrift, vernielzucht, zelfdestructie, haat en terreur. De andere waarheidssfeer, de politieke, “waarin de ervaring van het onoverbrugbare anders-zijn van de ander en het respect voor diens vrijheid is opgenomen”, is verplicht consensus na te streven en is daarom redelijk, zakelijk, prozaïsch, pragmatisch – zij dient het algemeen belang en het leven. De politieke waarheid aanvaardt het compromis. Er bestaat misschien wel een tegenstrever maar geen absolute vijand.

De vraag is echter of je die twee waarheden wel zo goed uit elkaar kunt houden. Enerzijds de avontuurlijke cultuur, anderzijds de nuchtere en afgeslankte politiek. Het is misschien een wat vergezochte vergelijking, maar het doet me denken aan het onderhouden van een dubbele tuin: in de ene helft groeien de ‘ongevaarlijke’ plantensoorten, in de andere het onkruid. Dat lijkt me niet bepaald realistisch. En dan heb ik het nog niet over mollen.

En hoever kun je meegaan in de idee van een politieke consensus? Want bestaat er niet nog steeds een ‘herenvolk’? Een elite die beweert dat er geen alternatief is, dat zich in de economie en het neoliberalisme de absolute waarheid toont… Terwijl dagelijks wordt aangetoond hoe perfide die waarheid is, en zeker niet alleen in de culturele wereld maar in elke levenssfeer. De Arabische Lente en Russische Revolutie mogen dan wel mislukt zijn, er blijven altijd dromen en utopieën. Dromen en utopieën kunnen verwezenlijkt worden. Wat nu in Griekenland gebeurt is een 'kleinigheid', maar wel hoopgevend. De twee waarheidssferen van Safranski lijken daar samen te vallen.


...

Foto: Stephen Shore,
Tzylia Bederman, Bucha, Ukraine, July 18, 2012.

16-02-15

LIEFDE IN BARRE LANDEN

sandro_Botticelli.jpg

Nog zwak en uitgeput van de voorbije griepweken zag ik op televisie de film ‘Groenland’ van Thomas Kaan, over onmogelijke liefde, jaloezie, obsessie. Was het dan toch Valentijn geworden? Een fotograaf, Belg in Amsterdam, en een jonge vrouw verlangen naar elkaar en lijken hun levens met elkaar te willen delen. Maar ze kijken helemaal verschillend naar wat hen omgeeft – en naar elkaar. Hoe zij kijken en wat zij zien is hoe en wat zij zijn. Hij heeft de blik van een fotograaf – iemand die veel wil behouden, wat hij ziet, de tijd, de momenten. Zij is beweeglijk en merkt scheuren in wat hij als ‘ideale’ beelden ziet. Wat verwacht hij van haar? Dat ze zoals hij wordt? Dat ze met elkaar versmelten? Dat ze zijn spiegelbeeld wordt? Of gewoonweg zijn beeld, een beeld waar hij alles voor over heeft? Maar dan moet ze wel stil staan, niet veranderen van de voorstelling die hij van haar heeft. Dat kan alleen maar heel slecht aflopen, zoals de liefdes in ‘A la recherche du temps perdu’. De liefde van Charles Swann voor Odette de Crécy bijvoorbeeld. Zoals zoveel obsessionele liefdes. In werkelijkheid is de fotograaf niet echt geïnteresseerd in de jonge vrouw. Het gaat alleen maar om liefde. Liefde die soms kouder is dan de dood.

‘Groenland’ is niet echt een geslaagde film. De fotografie is ondermaats en nogal willekeurig. Maar hij zet wel tot denken aan.  Ik herinnerde me dat ik een paar dagen eerder iets over de liefde had gelezen in Rüdiger Safranski’s biografie van Friedrich Schiller. Lang moest ik niet zoeken, heb boek lag nog binnen handbereik. Het fragment gaat over Schiller’s toneelstuk ‘Luise Millerin’ (Kabale und Liebe).

“De volledige transparantie die Ferdinand van Luise verlangt laat bij de ander het verontrustende geheim verdwijnen. Maar leeft die liefde niet ook van de geheimzinnige ondoordringbaarheid van de ander? Kun je iemand nog liefhebben als je hem helemaal hebt doorzien? Zeker, je zult hem tot vervelens toe kunnen beheersen. Maar is het liefde als de geliefde je niet meer voor een verrassing kan plaatsen? In elk geval wil Ferdinand voor zijn liefde het volmaakt transparante ‘jij’. Maar zo’n transparante ander houdt op een ‘jij’ te zijn. Want elk ‘jij’ vormt een uitdagend andere wereld, waarmee je niet eindeloos een kunt worden. Zo’n verlangen naar eenheid berooft de ander van zijn realiteit en maakt hem, als is het maar in mijn beleving, aan mijzelf gelijk. Dat kan een tijdje goed gaan, maar uiteindelijk zal de ander in zijn anders-zijn des te nadrukkelijker uit de beelden waarin mijn verlangen naar eenheid hem heeft opgesloten, tevoorschijn treden. Zo komt het uiteindelijk tot dat zo pijnlijk heen en weer gaan tussen grote communie en hevige vijandigheid, tussen euforisch eenheidsgevoel en grenzeloos wantrouwen.”

Groenland werd veroverd door Erik de Noorman. Leif Erikson bracht er het christendom. Later werd het immense eiland een kolonie van Denemarken. Inmiddels is het een autonome regio, maar mij is de status niet helemaal duidelijk. Denemarken heeft er ongetwijfeld nog veel macht. Van de oorspronkelijke bevolking, de Inuit, schijnt er niet veel over te blijven. De bodem is er echter rijk, en nu de ijskap smelt zal er weldra wellicht ook olie kunnen worden ontgonnen. Erik de Noorman noemde het land Groenland als een vorm van public relations. Een land met zo’n naam leek hem heel wat interessanter dan bijvoorbeeld ‘Bar land’.
eric-de-noorman.jpg

Wat is dat toch met Denemarken? De avond dat ik ‘Groenland’ zag werden in Kopenhagen aanslagen gepleegd. Ik heb de reacties niet gezien, maar ik kan ze mij voorstellen: kil en afstandelijk. De voorbije weken zag ik de Deense serie ‘The Legacy’ (Arvingerne). Zo ben ik ertoe gekomen de Denen op die manier te zien, wat ongetwijfeld kortzichtig van me is. Baseer je oordeel nooit op snelle en populaire fictie. Maar een cultuur die zulke kille personages kan voortbrengen moet zelf toch ook iets kils hebben? In ‘Borgen’ zag ik al zulke ijskoude karakters de revue passeren. Ze slikken hun woorden in en tonen geen passie. Soms zijn ze wel heftig in hun negativiteit. Soms wil ik wel eens naar Kopenhagen. Er wordt verteld dat het een mooie stad is en heel vriendelijk voor voetgangers en fietsers. Echt ecologisch. Maar ik denk niet dat ik er ooit geraak. Wel wil ik mijn vriendin Agata – die ik nooit in het zogenaamde echte leven heb ontmoet – graag eens opzoeken. Ik ken Agata nu bijna tien jaar. We schrijven elkaar niet veel meer. Dat is ooit wel anders geweest. Ik geloof dat we elkaar goed kennen, maar er bestaat natuurlijk een groot verschil tussen geloven en weten. Soms denk ik dat zij het moeilijk heeft als Poolse vrouw in dat geestelijk barre land (zo stel ik het me voor). Maar ongetwijfeld vergis ik me. Agata is sterker dan om het even welke Deen die ik mij inbeeld. Haar eenzaamheid maakt haar hard en stralend als een kleine diamant. Misschien ontmoet ik haar best in een ander land, in Vietnam, Argentinië of ik weet veel waar. Ergens waar kleine diamanten op hun zachtst zijn. Of gewoon in een droom? Dat gaat ook als je ziek bent.

 

Schiller-Kabale-und-Liebe-3.-Akt-6.-Szene.jpg

...


31-01-15

STILTE VOOR DE STORM

IMG_1284.JPG

Stilte. Tijdens elke periode van stilte, van zwijgen in mijn leven, denk ik onwillekeurig aan Hölderlin. Aan zíjn lange tijd van zwijgen, aan de toren in Tübingen, aan zijn kamer daar en het uitzicht op de Neckar. De kamer die ik ooit als een soort van bedevaarder bezocht, liftend via Keulen en Stuttgart. Duitse automobilisten met afgrijzen naar me kijkend vanuit hun Mercedes of BMW, alsof ik een lid was van de Baader-Meinhof-Groep. Misschien begrijpelijk want het was kort na de Duitse Herfst. In het tijdschrift Aurora had ik teksten geschreven met verwijzingen naar de ellendige Heinrich Von Kleist en naar zijn zuster Ulrike. Misschien had de geheime dienst haar naam met die van Ulrike Meinhof verward? Onwillekeurig ook denk ik aan de onderdanige brieven aan zijn moeder: uw gehoorzaamste zoon, Hölderlin. Verzeihen Sie, liebste Mutter! Wenn ich mich Ihnen nicht für sie verständlich machen können.

Altijd denk ik als ik niet spreken kan aan hem. Niet aan Rimbaud, niet aan Nietzsche, niet aan Virginia Woolf, niet aan Gérard de Nerval. Waarom heb ik me zo aan hem gehecht? Ik weet het echt niet. Maar ik ben er wel dankbaar voor. Want ik denk liever aan hem dan aan de stilte zelf en aan de dood, waar zij zo op lijkt. En dankbaar ben ik ook de hemel, de wolken, die ik vanuit mijn kamer zie. Soms hangen ze stil, alsof ze slapen, maar even later komen ze weer in beweging. Op dit ogenblik hangt er sneeuw in de lucht en morgen woedt er misschien een storm, die met de hoeden aan de haal gaat en zelfs de wilgen en berken uit de grond rukt.

21-01-15

EEN VARKEN IS GEEN MENS

IMG_0884.JPG

Van sommige lezers van mijn blog krijg ik soms wat ongewone vragen. Wellicht gaat het om retoriek, maar mogelijk verwachten zij desondanks enig advies van me. Meestal kan ik dat niet geven, omdat ik wat betreft de gebieden waarover de vragen handelen zelf in het duister tast. Omdat ik echter een goede opvoeding heb genoten, waar wellevendheid en hoffelijkheid een onderdeel van waren, probeer ik toch meestal een antwoord te geven. Ik ben er mij bewust van dat ik met mijn antwoorden tekortschiet. Bovendien vermoed ik dat geen enkel antwoord van mij aan geen enkele verwachting kan voldoen. Twee recente voorbeelden.

1.

Wat is er in godsnaam gebeurd met Brussel, Belegerd, Bezet, wat in hemelsnaam bezielt Mayeur*? En dan vandaag op het nieuws: 300.000 mensen verliezen hun uitkering. Wat een meesterlijke strategie van Di Rupo, mooi getimed deze maatregel. Dat we dat niet hadden zien aankomen, zo blind, zo naïef, zo veel vertrouwen in de socialistische zwijnen. 300.000 mensen in de armoede gedumpt, vooral in Wallonië, Brussel belegerd en in Verviers knalt de linkse politie onschuldige moslims neer. Wir haben es nicht gewusst: rood=het nieuwe bruin? Hoe verblind zijn wij geweest mijn rode vriend?
Gepost door: geert de hooghe | 19-01-15

Beste Geert, je commentaar houdt geen verband met wat ik hierboven** schrijf. Echter: als Brussel belegerd is, is dat niet alleen een beslissing van de burgemeester maar net zo goed van de federale regering, en met name van minister Jambon. Dat in geval van dreiging sommige ambassades en dergelijke extra beveiligd worden - in de hoofdstad van Europa - lijkt me normaal. Het gevaar voor een aanslag is daar niet denkbeeldig. Maar militairen op straat blijft beangstigend en maakt de bevolking ongerust. Veel meer nog in een klein stadje als Antwerpen, neem ik aan - een stadje waar je normaliter nooit militairen met machinegeweren en dergelijke op straat ziet. En waar ze ook helemaal niet nodig zijn.

Van die driehonderdduizend mensen, dat moet je mij niet zeggen. Ik kreeg gisterochtend zelf de tranen in de ogen toen ik het nieuws hoorde (ik was vergeten dat die maatregel er zat aan te komen). Het is een ware schande! Natuurlijk is Di Rupo daar niet alleen verantwoordelijk voor, maar hij is wel 'medeplichtig'. Deze maatregel zal de problemen die er al zijn zeker niet oplossen, integendeel. 300.000 desperado's op een dag erbij...

Of de politieagenten in Verviers links waren, dat weet ik niet. Weet jij het dan wel? En of de slachtoffers al dan niet onschuldig waren, al dan niet moslims, weet ik ook niet. Ze waren verdacht, of dat wordt toch beweerd. De toestand is chaotisch, dubbelzinnig, onduidelijk, gevaarlijk. Het lijkt erop dat deze regering of degenen die de macht hebben bewust verwarring willen zaaien.

Bedoel je mij met 'rode vriend'? Naar mijn weten ben ik noch je vriend, noch rood. Ik ben eerder kleurloos. Maar als je het esthetisch bedoelt is het goed. Rood is een mooie kleur.

En socialistische zwijnen? Ook nu betreur ik het weer dat degenen met wie je het niet eens bent ontmenselijkt worden. Het is niets nieuws, maar het is gevaarlijk. Je zou het een vorm van verbaal terrorisme kunnen noemen. Het is immers veel gemakkelijker om zwijnen uit te roeien dan socialistische mensen.

2.

Best interessant, en waarom in Luik dan ook, is dat ook een hoofdstad of is er een andere reden? Of is het ook een onnodig belegerd bezet stadje nu zoals Antwerpen? Want na Antwerpen en Brussel doet nu ook Luik een beroep op het leger ....

Maar jazeker, diegenen waarmee we het niet eens zijn gaan we niet ontmenselijken. Bij ontmenselijken zit daar ook het aanduiden als fascisten in?
Gepost door: Valerie | 20-01-15

Dag Valerie, waarom vragen jullie mij om advies over zaken die ik niet goed ken? Ik ben alvast geen terrorismebestrijder, wel een pacifist en een gewetensbezwaarde. Mijn aanvoelen is dat in België geen permanente militaire aanwezigheid in de straten van de grote en kleine steden nodig is. Niet in Antwerpen, niet in Luik, niet in Bouillon en niet in De Panne. Misschien op kwetsbare plekken in de hoofdstad, omdat het ook de hoofdstad van Europa is. Misschien. Maar zoals je weet heeft de aanwezigheid van soldaten in Parijs de aanslagen daar ook niet kunnen beletten.

Je vraag over fascisten begrijp ik niet goed. Ik heb het in mijn tekst hierboven** niet over fascisten, maar over het fenomeen 'miskenning'. Nu is het wel zo dat naar mijn weten fascisten en nazi's altijd mensen waren, geen dieren of andere wezens. Bijgevolg sluit je iemand niet uit van de menselijk soort door hem een fascist te noemen. Een fascist een varken noemen echter is weer iets geheel anders. Een varken is namelijk geen mens. En een zwijn is dat evenmin.

Nog een prettige dag, Valerie.

 

*In de post van Geert De Hooghe heb ik enkele tikfouten verbeterd.
**Vlaamse schrijvers over de bloedige aanslagen in Parijs.

Foto: Martin Pulaski, Neerpede, 23 11 2014