11-10-15

HOE IK REMCO CAMPERT WERD

remco-verjaardag 001 (2).jpg

Lang geleden was ik gedurende enkele maanden Remco Campert. Wat mooi dat hij met de Prijs der Nederlandse Letteren werd vereerd en hoe blij het me maakt dat de schrijver van wie ik in mijn jongensjaren het meeste hield nog in leven is, in tegenstelling tot veel van zijn tijdgenoten. Zo zag ik in De Standaard een foto van Remco Campert drie jaar geleden wandelend in Amsterdam: zo wil ik er over twintig jaar ook uitzien.

Op school moesten we Ernest Claes, Felix Timmermans en vooral Ward Ruyslinck en Jos Vandeloo lezen. Geen buitenlandse auteurs, geen Nobelprijswinnaars, geen vrouwen, en vooral niets hedendaags. Ruyslinck en Vandeloo waren weliswaar uitzonderingen op die laatste regel, hoewel hun stijl toch al enigszins voorbijgestreefd was. Las ik hen graag? Ik kan het mij niet herinneren. Van Claes en Timmermans had ik enkele romans gelezen (onder meer ‘De witte’ en ‘Pallieter’) toen ik ongeveer dertien was. Ik hield er niet van. Hendrik Conscience en Alexandre Dumas spraken veel meer tot mijn verbeelding. Dat waren tot mijn veertiende mijn twee literaire helden. Misschien had ik ook al verhalen van Edgar Allan Poe gelezen? Met zekerheid kan ik het niet zeggen. Zo jong hield ik geen dagboek bij. De dagen duurden lang, de tijd bestond niet, of was alleen maar toekomstig. Zeker op saaie momenten in de klas – bijna altijd dus – en in het internaat droomde ik voornamelijk van wat ik in de toekomst zou doen. Dat alles wat ik in die jaren deed zo kostbaar en vergankelijk was, vermoedde ik zelfs niet. Geen dagboek, en in de pocket ‘Verhalen van mysterie en fantasie', uitgegeven bij LJ Veen, staat geen datum. Wat maakt het uit: Poe is vanaf mijn vijftiende de schrijver die mijn verbeelding en dromen stimuleert. Andere schrijvers waar ik van hield waren Ian Fleming, Georges Simenon en, wat later, Dylan Thomas. Maar van hedendaagse Nederlandse literatuur kende ik haast niets. Het Koninklijk Atheneum in Tongeren, waar ik vijf jaar leerling en ‘geïnterneerde’ was, heeft me ook op dat gebied bijna niets bijgebracht.

Lange tijd heb ik graag catalogi gelezen. In 1967 ontstond in Vianen ECI, een boekenclub die, zo herinner ik mij, een aantrekkelijke catalogus had, waarin ik Hugo Claus, Simon Vinkenoog, Harry Mulisch, Louis Paul Boon en wonder boven wonder Remco Campert ontdekte. Van al die schrijvers bestelde ik boeken. Ik geloof dat er om de drie maanden een stapeltje bij mijn ouders aankwam. Een nieuwe, opwindende wereld ging open: (taal)spel, liefde en seks, wreedheid, huwelijk, dood, de echte wereld van echte mensen. Hugo Raes en Jerzy Kosinski vergat ik bijna. Maar vooral toch Remco Campert. Ik geloof dat ‘Een ellendige nietsnut’ het eerste boek was dat ik van hem las. Het was verschenen in 1960, maar in 1967 was het nog door en door modern. Wat vond ik er zo goed aan? Weet ik veel, na al die jaren… De speelsheid, nogmaals, de luchtigheid, maar ook de ernst, en zeker de eenvoud. Wat ironie was zal ik nog wel niet geweten hebben, hoewel we in de lessen Nederlands te horen kregen wat het verschil was tussen ironie, sarcasme en cynisme. Vervolgens las ik de prachtige verhalenbundel ‘De jongen met het mes’, die toen al bijna tien jaar oud was. ‘Liefdes schijnbewegingen’ en ‘Het gangstermeisje’ volgden. In 1968 verscheen ‘Tjeempie! Of Liesje in Luiletterland’, een grappige roman in ‘progressieve spelling’ en uitgegeven onder de naam Remko Kampurt. Er was verwantschap met ‘Candy’ van Terry Southern en ook wel een beetje met ‘Lolita’ van Vladimir Nabokov, maar die boeken waren toen nog buiten mijn bereik.
Van de ene dag op de andere werd ik zelf een Remko Kampurt. Niet uiterlijk, want daar had ik Brian Jones en Steve Marriott voor, en ook niet innerlijk, daar speelden mijn dagdromen en verlangensfantasieën zich af. Waar werd ik dan wel Remko? Ook dat weet ik niet met zekerheid. Wel weet ik dat hij zich meester maakte van mijn schrijfstijl en spelling. Voortaan schreef ik in de Tjeempie!-stijl. Of ik dat ook in mijn schoolopstellen deed kan ik niet achterhalen en evenmin hoe lang ik het volhield Ik vermoed tot mijn 21ste, toen ik filosofie ging studeren en wijs werd.

In 1970, in mijn kleine kamer in de Karmelietenstraat te Brussel, las ik 'Tjeempie!' opnieuw en opnieuw. Al mijn oude en nieuwe vrienden verplichtte ik ertoe het eveneens te lezen, zoniet ging ik ze als idioten beschouwen. Ook in 1970 kocht ik de verhalenbundel ‘hoe ik mijn verjaardag vierde’, met Remco - in rode blazer en bloemenstropdas - omringd door halfblote vrouwen, ongetwijfeld een wensdroom (ook van mij). Het werd een jaar lang de gids bij mijn reis door de dagen van films, wierook, hasjies en liefde.
remcocampert-het-leven-is-vurrukkulluk.jpg

Op de een of andere manier was ‘Het leven is vurrukkulluk’ aan mij voorbijgegaan. Dat las ik ook in 1970, maar het was al te laat. Het leven was lang niet meer zo vreugdevol en luchtig als het voor Remco Campert en zijn vrienden en vriendinnen in 1961 zal geweest zijn. Misschien vond ik het boek ook minder magisch omdat het zo’n goedkope herdruk met geel omslag was. (De tekening van Wout Muller was echter wel erg mooi, dat zie ik nu pas.) Bovendien was het niet in progressieve spelling.

Inmiddels had mijn missionariswerk vruchten afgeworpen. De meesten van mijn toenmalige vrienden hadden op z’n minst één werk van Remco gelezen.  Boeken uitlenen deed ik met enige tegenzin. Maar voor de werken van mijn lichtvoetige held maakte ik een uitzondering. Zo raakte ik eerst ‘Tjeempie!’ kwijt. Erwin, aan wie ik het uitleende, belandde in een gevangenis en later in een psychiatrische instelling. In een van die twee lugubere oorden zal Liesje wel op de brandstapel zijn beland. Ik ben niet vergeten hoe Erwin en ik en als we weer een keer stoned waren zaten te schaterlachen als we elkaar een stukje voorlazen uit ‘Het paard van Ome Loeks’. Mijn vriend Jos D. stapte in 1991 uit het leven. Het stapeltje boeken dat hij nog van me had zag ik nooit meer terug. Maar dat geeft niet. Hij gaf me tientallen kostbare boeken, die ik nog altijd koester.

Nu het leven niet langer verrukkelijk was kon ik Remco Campert voorlopig de rug toekeren en me met ernstiger dingen gaan bezig houden: huwelijk, Hegel en bluegrass. De rest is niet om over naar huis te schrijven.
tjeempie1.jpg

 

09-10-15

ONTWERP VOOR EEN DOGMA-GEDICHT, MET HET AANWEZIGE LICHT

ontwerp, gedicht, dogma, aanwezig licht, juliette lewis


Pisgeur, gebroken witte straathonden,
straat verlaten vanwege verzengende zon,
jukebox met twee wat oudere hoeren -
vaal ondanks veel lipstick en make-up,
de stem van Juliette Lewis
of van een andere would-be actrice en would-be zangeres,
James Ellroys pulp staccato zwart op wit,
nietszeggende avonturen in Laredo,
goedkope drugs en tequila,
een onvervuld verlangen naar vrouwen,
ja, een onvervuld verlangen naar vrouwen,
blond en met kleine tieten, harde tepels.
Meer niet.

 

29 12 2002

...

Foto: Anicée Alvina in 'Glissements progressifs du plaisir', Alain Robbe-Grillet, 1974

08-10-15

DE WEERBARSTIGE SCHOONHEID VAN LES RENDEZ-VOUS D’ANNA

rendezvous-anna5.jpg

Gisteravond, twee dagen na het overlijden van Chantal Akerman, “uit het leven gestapt”, zag ik na vele jaren opnieuw ‘Les rendez-vous d’Anna’, met Aurore Clément in de titelrol. Anna is het alter ego van Chantal Akerman. In de film is iedereen ongelukkig, de zwijgzame maar alles observerende en aanvoelende Anna misschien nog het meest van allemaal. De film is adembenemend mooi, op elk gebied: fotografie, acteursprestaties, licht, locaties, dialogen en monologen, geluid. Hoewel ‘Les rendez-vous d’Anna’ al in 1978 uitkwam, Chantal Akerman was toen 28, is er niets verouderd of gedateerd aan. De locaties zijn veranderd, maar dat heeft geen belang. Of toch wel: het maakt de droefheid die van de beelden uitgaat nog intenser. Wie heeft beslist om het schitterende gebouw dat het Brusselse Zuidstation was zo te verminken? Ik was vergeten hoe mooi het was. De lokettenzaal, de prachtige art-deco cafetaria… En de sfeervolle cafés als je buitenkwam… Allemaal weg. Nu staan er aan beide zijden van het station niets dan 21ste-eeuwse misbaksels. Wat verderop lijkt het alsof er een burgeroorlog heeft gewoed. Verwoesting, braakland wachtend op wild ondernemerschap, ontwikkelaars die er vluchtige bunkers neer zullen zetten, zeer tijdelijke ruimtes voor financiële transacties, het verkopen van niets aan niemand. “De bouw van bedrijfsruimten en winkels neemt de komende jaren fors toe.”

Er gaat veel droefheid uit van de film, zeker, maar de beelden bieden ook troost, omdat ze zo mooi zijn. Waarom zijn ze zo mooi? Wat maakt ze zo mooi? Dat valt moeilijk uit te leggen. Je kunt het alleen maar zo verwoorden: kijk zelf een keer, twee keer, drie keer. De beelden spreken hun eigen taal, die traag is, aandachtig, goed gearticuleerd, zonder opsmuk. Onder de beelden zit niets, een station is een station, een telefooncel een telefooncel, een hotelkamer een hotelkamer. Onder de beelden zit niets, zoals er onder de pullover en de rok van Aurore Clément ook niets zit. Ze draagt geen ondergoed, dat is nergens voor nodig in een vluchtig bestaan, onderweg van de ene kamer naar de andere, nergens thuis. Een man zou zeggen: waar ik mijn hoed leg ben ik thuis. Maar die man is natuurlijk ook nergens thuis.

Chantal Akermans beelden zijn essenties. In de werkelijkheid zien een station  en een hotelkamer er net zo uit als in ‘Les rendez-vous d’ Anna’, maar toch anders, aangetast door de dagen, geschonden door voetstappen en blikken, door huid, zweet, urine, sperma. In de film zijn die sporen net zo goed aanwezig, maar je hoeft ze niet te zien, je kunt je bijvoorbeeld concentreren op de ogen van Aurore Clément, hoe ze wegkijkt van iemand, of hoe ze iemand aankijkt, met tristesse, geconcentreerd, geïnteresseerd, wegdromend, nooit met afschuw of boosheid. Aan haar ogen zie je dat Anna alles hoort, ook als ze lijkt te dagdromen. Anna luistert. Ze neemt de waarheid waar. Dat is wat Chantal Akerman zelf ook doet: de waarheid waarnemen en die in beelden omzetten, beelden van een sublieme, weerbarstige schoonheid. Zo weerbarstig dat je er twee uur lang geen seconde naast kunt kijken.
rendezvous-anna7.jpg

 

03-10-15

ZERO DE CONDUITE: AMERICANA

008-william-eggleston-theredlist.jpg


Zéro de conduite is een POPprogramma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Een muzikaal evenement voor allen en voor niemand. Uniek in de kosmos. Stem af op 106.7 FM. Je kunt Zéro eveneens via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.


Opgedragen aan Joost Zwagerman.

De term ‘Americana’ heeft meerdere betekenissen. Deze vond ik in de Wikipedia:

“Americana refers to artifacts, or a collection of artifacts, related to the history, geography, folklore and cultural heritage of the United States. Many kinds of material fall within the definition of Americana: paintings, prints and drawings; license plates or entire vehicles, household objects, tools and weapons; flags, plaques and statues, and so on. Patriotism and nostalgia play defining roles in the subject. The things involved need not be old, but need to have the appropriate associations. The Atlantic described the term as "slang for the comforting, middle-class ephemera at your average antique store -- things like needle-pointed pillows, Civil War daguerreotypes, and engraved silverware sets." The term may be used to describe the theme of a museum or collection, or of goods for sale.

The term can also be used to describe studies of American culture, especially studies based in other countries. Americana music is contemporary music that incorporates elements of various American roots music styles, including country, roots-rock, folk, bluegrass and blues, resulting in a distinctive roots-oriented sound.”

In Zéro de conduite hanteren we de tweede betekenis, maar niet op een orthodoxe manier. Voor ons is Americana namelijk niet alleen maar hedendaagse muziek die elementen uit Amerikaanse rootsmuziek overneemt. Waarom zouden we ons daartoe beperken als die rootsmuziek zelf ook door en door Amerikaans is? Waarbij we er altijd rekening mee houden dat Amerikaanse cultuurfenomenen altijd onzuiver zijn, een mengelmoes van diverse culturen en stijlen. Wanda Jackson, David Bowie, the Rolling Stones, the United States of America, Frank Zappa en Furry Lewis zijn net zo goed Americana, maar niet altijd. Het hangt in de eerste plaats af van de songs, hun thema, hun stijl, hun geschiedenis. Voor ons is Americana geenszins begonnen met de band Uncle Tupelo, zoals vaak wordt beweerd. Americana is niet hetzelfde als alt.country en No Depression. Het is een veel rijkere vorm en sluit wat dat betreft meer aan bij pop art en de geschriften van onder meer Cormac McCarty, Flannery O’Connor, Gilles Leroy (een Fransman) en – uiteraard – Jack Kerouac, William Burroughs en Allen Ginsberg. De grootste Americana-kunstenaar is Bob Dylan, maar hij is veel meer dan dat. Terwijl Merle Haggard, Ry Cooder en Van Dyke Parks bijna samenvallen met het genre.
robert-frank-_drive-in-movie-detroit-1955_-.jpg

De lijst hieronder is niet zomaar een playlist. Het is een voorzichtig experiment. Ongevaarlijk grensoverschrijdend gedrag. Het is mogelijk dat niet alles wordt gedraaid, of in een enigszins gewijzigde volgorde. Onder aan de lijst staan enkele titels voor jullie eigen gebruik. Twee uur zendtijd is weinig, maar het zou moeten volstaan. De lijst lees je als volgt: titel, artiest, titel elpee of cd, componist.

Veel luisterplezier!

Once Upon A Time In America - Ennio Morricone - Movie Masterpieces – Ennio Morricone

Only In America - Jay & The Americans - The Leiber & Stoller Story - Volume 3 - Leiber & Stoller

Born A Woman - Sandy Posey - A Single Girl: The Very Best of the MGM Recordings - Martha Sharp

U.S. Male - Elvis Presley - Tomorrow Is A Long Time - Jerry Reed

Tupelo Blues - John Lee Hooker - The Country Blues Of John Lee Hooker - John Lee Hooker

Casey Jones - Furry Lewis - Fourth And Beale - Traditional

Strange Fruit - Nina Simone - Pastel Blues - Lewis Allan

March! For Martin Luther King - John Fahey - Best Of The Vanguard Years - John Fahey

Huntsville - Merle Haggard - Down Every Road 1962-1994 - Merle Haggard, Red Simpson

Dixie [Bob Dylan] - Bob Dylan - Masked & Anonymous [OST] - Traditional

Small Town Heroes - Hurray For The Riff Raff - Small Town Heroes - Alynda Lee Segarra

Guitar Town - Emmylou Harris - At The Ryman - Steve Earle

Born In The U.S.A. - Bruce Springsteen - 18 Tracks - Bruce Springsteen

Fourth Of July - Dave Alvin - Romeo's Escape - Dave Alvin

Highway 61 - The Blasters - Testament: The Complete Slash Recordings - Traditional

Back In The USA (Single Version) - Chuck Berry - Gold: Chuck Berry - Chuck Berry

Route 66 - The Rolling Stones - England's Newest Hit Makers - Robert William Troup Jr.

Psycho - The Sonics - Here Are the Sonics - Gerry Roslie

Riot In Cell Block #9 - Wanda Jackson - Queen Of Rockabilly - Jerry Leiber, Mike Stoller

The All American Boy - Bobby Bare - Essential Bobby Bare – Bobby Bare

Amusement Parks U.S.A. - The Beach Boys - Summer Days (And Summer Nights!!) - Brian Wilson/Mike Love

Rockin' Shopping Center - Jonathan Richman & The Modern Lovers - Home Of The Hits: The Best Of Jonathan Richman & The Modern Lovers - Jonathan Richman

House Un-American Blues Activity Dream - Richard & Mimi Fariña - Reflections in a Crystal Wind - Richard Fariña

Living In The U.S.A. - The Steve Miller Band - Sailor - Steve Miller

Bing Crosby - Van Dyke Parks - Discover America - Van Dyke Parks

The American Metaphysical Circus - The United States Of America - The United States Of America - Joseph Byrd

American Is Waiting - Brian Eno & David Byrne - My Life In The Bush Of Ghosts - Brian Eno, David Byrne

The Message - Grandmaster Flash & Melle Mel - A Retrospective Garage: Volume 2 -  J. Chase, E. Fletcher, M. Glover, S. Robinson

Young Americans - David Bowie - Young Americans - David Bowie

Ashes Of American Flags - Wilco - Yankee Hotel Foxtrot – Jay Bennett

Flint (For The Unemployed And Underpaid) - Sufjan Stevens - Greetings From Michigan: The Great Lake State - Sufjan Stevens

Trucker's Atlas - Sun Kil Moon - Tiny Cities - Modest Mouse

On the Banks of the Old Kishwaukee - Ryley Walker - Primrose Green - Ryley Walker

Thrice All American - Neko Case & Her Boyfriends - Furnace Room Lullabye -  B. Connelly, J. Trueblood, N. Case, S. Betts

I'm So Lonesome I Could Cry - Yo La Tengo - Stuff Like That There - Hank Williams

Lost Highway - Hank Williams - Lost Highway December 1948 - March 1949 - Leon Payne

I'm A Honky Tonk Girl - Loretta Lynn - Gold - Loretta Lynn

This Land Is Your Land - Woody Guthrie - Smithsonian Folkways: American Roots Collection - Woody Guthrie

Days Before Custer - Link Wray - Mordicai Jones - Link Wray, Steve Verroca

Checkout Time In Vegas - Drive-By Truckers - Brighter Than Creation's Dark - Drive-By Truckers

America! - Bill Callahan - Apocalypse - Bill Callahan

America Drinks And Goes Home - Frank Zappa & The Mothers Of Invention - Absolutely Free - Frank Zappa

Jack & Neal/California Here I Come - Tom Waits - Foreign Affairs - Tom Waits

Camptown Races - Ry Cooder - Primary Colors - Stephen Foster/Ry Cooder 

An American Trilogy (An American Trilogy - Frisco Mabel Joy 1971) - Mickey Newbury - Frisco Mabel Joy – Traditional

American Without Tears – Elvis Costello – The King Of America – Elvis Costello

stephen-shore-elpaso-large.jpg


Research & presentatie: Martin Pulaski
DJ: Sofie Sap

Foto's:  William Eggleston, Robert Frank, Stephen Shore.

23-09-15

EPIC FAIL VAN DE MINISTER VAN PERFIDITEIT

2015-09-BERLIJN 152.JPG

Een Duitsland dat geen gastvrijheid voor vluchtelingen kent is niet langer mijn Duitsland. Dat waren vrij vertaald de emotionele woorden* van Angela Merkel in een Duitse krant die ik vorige week dinsdag in Berlijn tijdens de boodschappen in een warenhuis toevallig las. Ik las die woorden met verbazing en ontroering. Bijna stond ik daar midden in de Rewe te huilen. Is me dat al eerder overkomen? Ik geloof het niet. Nochtans ben ik geen bewonderaar van de Duitse bondskanselier. Hoe zij zich tegenover Griekenland opstelde vond ik wraakroepend. Nu echter zag ik Angela Merkel in een ander daglicht. Ik was blij dat ik me in haar land bevond, ik voelde me een klein beetje een Berlijner. Op dit ogenblik, twee dagen terug in het vaderland, voel ik me veel meer Berlijner dan Brusselaar. Vlaming voel ik me al lang niet meer.

De gastvrijheid van mevrouw Merkel kreeg meteen kritiek binnen haar eigen partij en vooral van de CSU, de zusterpartij van Merkels CDU. Die  wil dat de massale toestroom van vluchtelingen wordt beperkt. De Beierse minister Herrmann van Binnenlandse Zaken noemde het openstellen van de grens 'een verkeerd signaal'. In de Nederlandse Volkskrant wordt haar humanistisch standpunt als een sprookje weggewuifd. In zijn gastcollege aan de Universiteit Gent noemt de minister van perfiditeit Bart De Wever de bondskanselier ‘mutti Merkel’ en beschrijft hij haar humanisme als volgt: “’Herzlich wilkommen’. Dat is wat ik noem een epic fail.” Wat een epic fail precies is weet ik niet, maar ongetwijfeld niets fraais. Ik weiger me al te veel bezig te houden met de oproerkraaier, maar soms kan het niet anders. Vreemd blijft het echter wel dat een burgemeester van een middelgrote stad voortdurend de volle aandacht van zowat alle media in dit land krijgt. Hij heeft duidelijk een uitstekende knecht van propaganda, of mogelijk is hij zijn eigen Goebbels? Mijn enige troost is dan dat het duizendjarige rijk van de nazischurken niet echt lang heeft geduurd. Gisteren zag ik nog op televisie hoe hun verhaal geëindigd is. Wat van hen overbleef was een hoopje verpulverde botten; van Hitler, de massamoordenaar van allen die ‘anders’ waren en van zijn eigen volk, restte niet meer dan een kaakbeen.

Als Angela Merkel op de ingeslagen weg doorgaat zal ze in de geschiedenisboeken worden vermeld als de vrouw die het humanisme in Europa heeft gered. Maar ze heeft nog een lange weg te gaan. Die van de minister van perfiditeit loopt nu al dood. En aan het eind van zijn tunnel is alleen maar duisternis. To everything there is a season, turn, turn, turn.

...


*"Ich muss ganz ehrlich sagen: Wenn wir jetzt anfangen, uns noch entschuldigen zu müssen dafür, dass wir in Notsituationen ein freundliches Gesicht zeigen, dann ist das nicht mein Land."

Foto: Martin Pulaski, Berlijn, 9 9 2015

22-09-15

WEITERMACHEN

2015-09-BERLIJN 825.JPG


Na twee weken in Berlijn, zo dichtbij en toch een andere wereld, kijk ik weer door hetzelfde raam van mijn zelfde kamer naar andere wolken. Heel wat donkerder dan veertien dagen geleden. Verhuizen naar daar zit er voorlopig niet in. Al deze boeken wegen zo zwaar. En echt slecht is het hier nu ook weer niet. Alleen moeten we ervoor zorgen dat dit land opnieuw een democratie wordt. Eén keer het nieuws beluisteren en ik weet al genoeg: uitsluiting, uitstoting, intolerantie, enggeestigheid, angst, onderdanigheid en berusting bepalen het dagelijks leven hier. Laten we dat veranderen. Liever lief, was het motto van onze jeugd. Waarom niet opnieuw dat motto hanteren? Maar nooit liefde voor degenen die geen liefde kennen, degenen die alleen maar haat en onverdraagzaamheid schijnen te kennen.

Ik blijf de geest van opstandigheid en dwarsheid trouw. Ouder maar tegelijk jonger, op zoek naar andere jonge soul rebels. De revolutie waar ik deel van uitmaak heeft nog altijd geen naam. Haar oorsprong ligt in de jaren vijftig en zestig, in rock & roll, fluxus, beat, summer of love, happenings, Angela Davis, Rudi Dutschke, Albert Camus (L’homme révolté), Georg Groddeck, Norman O. Brown, Bucky Fuller, Donovan, Jimi Hendrix, Bob Dylan, Patti Smith, Antonin Artaud, Henry Miller, Anais Nin – je kent de namen, je kent de muziek. De revolutie waar ik deel van uitmaak is mooi en chaotisch, ze begint elke dag opnieuw, soms val je er bij neer, maar altijd sta je weer op en groet dan de dingen en de mensen, die vaak toch goed zijn. Nooit is in onze revolutie iets zeker, nooit iets af, altijd zijn er mogelijkheden, mogelijkheden, mogelijkheden. En ons andere motto las ik op Herbert Marcuse’s grafsteen: Weitermachen!

...

Foto: Martin Pulaski, Berlijn, 18 9 2015.

05-09-15

ZERO DE CONDUITE: ROCKS OFF

chuck berry 2.jpg

Zéro de conduite is een POPprogramma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Een muzikaal evenement voor allen en voor niemand. Uniek in de kosmos. Stem af op 106.7 FM. Je kunt Zéro eveneens via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

Vanavond veel rock & roll en weinig woorden. Zegt de tekst van Chuck Berry’s ‘Rock and Roll Music’ niet voldoende?

Don't care to hear 'em play a tango
I'm in the mood to dig a mambo
It's way to early for a congo
So keep a rockin' that piano
So I can hear some of that rock and roll music
Any old way you choose it
It's got a back beat, you can't lose it
Any old time you use it
It's gotta be rock and roll music.


Zeker, er bestaan veel interessante essays en boeken over het ontstaan, de geschiedenis en zelfs de dood van rock & roll. Maar hoe goed ook, het gaat bijna altijd om de visie van buitenstaanders. In ‘Do You Believe In Magic’ gebruikt John Sebastian deze enigszins xenofobe woorden: “I'll tell you about the magic, and it'll free your soul / But it's like trying to tell a stranger 'bout-a rock and roll.” Liefst interpreteer ik deze ‘stranger’ als iemand die geen enkele affiniteit heeft met deze muziekvorm. Dan is de uitspraak niet xenofoob, maar elitair. En elitair is in dit opzicht helemaal niet erg. De ‘magic’ waar John Sebastian over zong was - en is dat misschien nog altijd - iets voor ingewijden. In 1965, toen deze single van the Lovin’ Spoonful uitkwam, was dat zeker in dit landje een bijzonder kleine minderheid, ook al lijkt het nu alsof in die dagen iedereen hip en groovy was.
Origineel zal het uitgangspunt niet zijn, maar ik vond het toch de moeite waard om de geschiedenis van rock & roll een keer door de zangers, zangeressen en muzikanten te laten vertellen. Rechtstreeks van hen tot ons. Verwacht niet alleen hoogtepunten uit de klassieke rock & roll-periode (dan zouden mijn favorieten, Buddy Holly, Little Richard, Eddie Cochran, Fats Domino en Elvis Presley erbij moeten zijn, wat niet het geval is). De spirit van rock & roll is wél in elk nummer aanwezig. Stay tuned for more rock & roll en veel luisterplezier!
BeatlesForSale_1.jpg

 

Do You Remember Rock 'n' Roll Radio? - The Ramones - End Of The Century (1979)

Good Rockin' Tonight - Jerry Lee Lewis – Jerry Rocks (Bear Family Records)

Rock With Me Baby - Billy Lee Riley -  The Legendary Sun Performers (Single, 1956)

Rock House Boogie - John Lee Hooker - The Legendary Modern Recordings: 1948-1954

Rocks Off - The Rolling Stones - Exile On Main Street  (Rolling Stones Records, 1972)

Rock Hard - Alex Chilton - Like Flies On Sherbert (Peabody, 1979)

Barefoot Rock - Rainer & Das Combo - Barefoot Rock With ...  (Making Waves Records, 1986)

Castro Rock - Jay Chevalier & The Moon Men - Goldband Rockabilly (Goldband Records, 1960)

Uranium Rock - Warren Smith - The Legendary Story Of Sun Records (1957)

Goose Rock - Buck Owens - Act Naturally: The Buck Owens Recordings 1953-1964

Rock It - George 'Thumper' Jones - Real Raw Rockabilly (Starday single, 1956)

Rock The Bop - Brenda Lee - Rockin' From Coast To Coast Volume 1 (1958)

Rock Therapy - Johnny Burnette - Johnny Burnette And The Rock 'n' Roll Trio (Decca, 1956)

Mr & Mrs Rock & Roll - Bobby Day - Rockin' Robin (Rendezvous Records, 1960)

Hang Up My Rock 'n' Roll Shoes - Chuck Willis - Atlantic Rhythm & Blues Vol 4 (1957-1960)

Get Your Rocks Off - Bob Dylan & The Band - The Basement Tapes Complete: The Bootleg Series, Vol. 11 (1967)

I Don't Wanna Rock - Mickey Newbury - Better Days (Drag City, 2011)

So You Want To Be A Rock 'n' Roll Star - The Byrds - Younger Than Yesterday (Columbia, 1967)

Rock & Roll Woman - Buffalo Springfield - Buffalo Springfield Again (Atco, 1967)

Rock And Roll Doctor - Little Feat - Feats Don't Fail Me Now (WB, 1974)

Rock And Roll Records - J.J. Cale – Okie (Shelter, 1974)

Even Trolls Love Rock And Roll - Tony Joe White – Train I’m On (WB, 1972)

It's Only Rock 'n' Roll (Rodney Crowell) - Emmylou Harris - White Shoes (WB, 1983)

Country Boy Rock 'n' Roll - Don Reno & Red Smiley - The Talk Of The Town (King Records, 1956)

Bongo Rock - Preston Epps - Golden Age Of American Rock & Roll - Vol 1 (Original Sound, 1959)

Sweet Little Rock And Roller - Chuck Berry - (Chess single, 1958)

Rock And Roll Music - The Beatles - Beatles For Sale (Parlophone) 1964)

Crocodile Rock - Elton John -  Don't Shoot Me I'm Only The Piano Player (DJM, 1973)

Rock & Roll Suicide - David Bowie - The Rise And Fall Of Ziggy Stardust And The Spiders From Mars (RCA, 1972)

Rock & Roll - The Velvet Underground – Loaded (Cotillion, 1970)

Last Of The Rock Stars - Elliott Murphy – Aquashow (Polydor, 1973)

Rock N Roll Nigger - Patti Smith – Easter (Arista, 1978)

Dirty Ass Rock 'N' Roll - John Cale – Slow Dazzle (Island, 1975)

Rock N Roll Disease - Green On Red - Here Come The Snakes  (China Records, 1989)

Rockin' All Over The World - John Fogerty - John Fogerty (Fantasy, 1975)

I Knew The Bride (When She Used To Rock And Roll) - Nick Lowe & His Cowboy Outfit – (Columbia single, 1985)

Rock And Roll - Led Zeppelin - Led Zeppelin IV (Atlantic, 1971)
patti-smith-mapplethorpe.jpg

Research & presentatie: Martin Pulaski
Techniek: Sofie Sap

28-08-15

STEMMEN UIT DE WOODSTOCK BAR

woodstock-002-jimi-cocker-custom.jpg

In Cadiz bestaat een echte Woodstock Bar, waar ik meer dan eens aan de toog heb gehangen of met vrienden aan een van de lage tafeltjes San Miguel en zelfs Duvel heb zitten drinken. Mooie herinneringen. Het onderstaande is geen verslag van een gesprek in een werkelijk bestaande bar maar een verzameling commentaren die gelukkig wat nuances aanbrengen in mijn strenge beoordeling van Pukkelpop en mijn misschien wat overdreven bejubeling van de film en ideologie van ‘Woodstock’.

Eerst wil ik nog even verduidelijken wat ik met popmuziek uit de sixties bedoel, waarvan ik in mijn betoog beweerde dat die nooit werd en zal worden geëvenaard. Wat genres betreft gaat het over beatmuziek, blues, Britse blues, pure pop (denk aan de producties van Phil Spector), bossa nova, soul (vooral Motown en Stax), folk rock, psychedelische pop en rock, acid rock, tropicalia, underground en progressieve rock, country rock - en alle varianten en mengvormen van die genres. Pop is trouwens vaak een mengvorm. The Beatles hebben niet alleen maar beat gespeeld, the Beach Boys niet alleen maar surf (wel integendeel), Bob Dylan niet alleen maar folk. Popmuziek uit de sixties werd gaandeweg meer en meer een bastaard; niet het kind van alle genres, maar meer dan eens van twee of meer. Vandaar dat het weinig zin heeft om duidelijk afgelijnde categorieën te hanteren. Hoewel het hokjesdenken altijd heeft bestaan – kijk maar naar hoe muziek op de jukebox werd ingedeeld - is dat  vanaf de jaren zeventig toegenomen.
Iedereen weet dat mooie liedjes niet lang duren. Ooit moet er een eind aan komen. Om precies te zijn: wanneer hielden de sixties op? Dat is echter moeilijk te zeggen. Zeker niet op 31 december 1969. Misschien toen de liedjes te lang werden om op een jukebox te kunnen worden gedraaid? In dat geval hebben Bob Dylan en the Velvet Underground de genadeslag toegediend. Of heeft het met de business te maken, met de industrialisering van wat toch in de eerste plaats een spontane kunstvorm was? Soms denk ik dat sixties pop nooit ophield. Ongetwijfgeld bleef de spirit nog lang voortleven. Voorbeelden genoeg, denk maar aan the Ramones, Blondie, Nick Lowe, en zelfs the Allah-Las, die deze zomer op Pukkelpop optraden.

Maar genoeg. Hier volgen twee nuchtere stemmen uit de Woodstock Bar. In werkelijkheid is het de letterlijke weergave van een discussie op facebook naar aanleiding van mijn tekst ‘Leve Woodstock’. Die stemmen wil ik zeker niet opnieuw laten horen om mijn gelijk te halen, wel integendeel.

Dirk Steenhaut: Mooi stukje, Martin. Ik zag 'Woodstock' voor het eerst in de zomer van 1971 en ik was wèl zeer onder de indruk. Ik was dan ook nog jong, ik moest nog dertien worden, maar de performances van Joe Cocker, Ten Years After en The Who deden me dromen van een wereld waarin véél, zoniet alles mogelijk was. Alleszins méér dan in het wereldje vol beperkingen waar ik toen nog in opgesloten zat. Maar laten we één ding voor ogen houden: 'Woodstock', tenminste de versie van Michael Radleigh of die van de platen (eerst de driedubbele, daarna de dubbele) was geen festival - het was een FILM over een festival. Een bepaalde visie erop. Een edit. Want er was heel veel aan het evenement dat op het split screen (indrukwekkend, ik had nog nooit zoiets gezien) NIET getoond werd. De verveling, het urenlange wachten, het gebrek aan eten en sanitair.. De organisatoren waren nu eenmaal niet voorzien op zoveel volk en de optredens begonnen wanneer ze begonnen. Soms uren te laat dus. Ik bedoel maar, of je nu een fan van Woodstock was of niet, een hippie of niet, het beeld dat in ons collectieve geheugen leeft door de documentaire, is in heel veel opzichten gemanipuleerd. Sommige artiesten waren helemaal niet in de film te zien omdat ze, zoals Neil Young, weigerden gefilmd te worden. Tim Hardin haalde evenmin de final cut. Maar betekent dat per se dat zijn optreden minder memorabel was dan dat van Joe Cocker? En was Joe's concert over de hele lijn wel zo goed als zijn versie van 'With A Little Help from My Friends?' Zeker, 'Freedom', de improvisatie van Richie Havens, was memorabel. Maar misschien was de rest van zijn set boring as hell? Ik wéét dat natuurlijk niet. Alleen: ik heb verder van meneer Havens nooit veel andere nummers gehoord waar ik echt warm van werd. En dat brengt me bij je commentaar op Pukkelpop die, vergeef me dat ik het zeg, nergens op slaat. Zeker, het is, zoals alle festivals vandaag de dag, een commerciële bedoening; iets dat gerund wordt als een bedrijf. Je kunt dat betreuren, maar als je straks in Vorst naar Bob Dylan gaat kijken, zal dat niet anders zijn. Het voordeel is nu tenminste wel dat je een artiest precies te zien krijgt op het aangekondigde tijdstip, en niet om vijf uur 's ochtends. En er zijn echte toiletten, voor wanneer de nood hoog is. Je hoeft niet met een knorrende maag naar bed, want er is genoeg ongezonde kost voor iedereen. En het verkeer wordt netjes geregeld, zodat je de festivalsite vlot in en uit kunt. Dat was ten tijde van Woodstock wel anders. Het grote verschil is dat er tijdens de sixties maar één echte subcultuur bestond. Vandaag bestaan er minstens tien. Dat maakt het allemaal minder overzichtelijk. Is de muziek écht walgelijk op Pukkelpop? Dat is een kwestie van smaak, natuurlijk. Ik vond Sha-Na-Na destijds ook geen hoogvlieger. In Kiewit staan, gespreid over drie dagen en acht podia meer dan 250 acts geprogrammeerd. Die kun je sowieso niet allemaal zien en dus destilleert eenieder uit het aanbod zijn eigen festival. Wie de shit wil zien, wel, iedereen zijn eigen trip, nietwaar? Maar voor wie zich tot de fijnproevers rekent, is de keuze nog altijd behoorlijk groot. Ik heb per dag gemiddeld 6 à 8 bands gezien (méér lukte niet omdat ik ter plekke recensies moest schrijven) en vrijwel alles wat op mijn programma stond (méér dan wat destijds op de affiche van Woodstock prijkte) was uitstekend. Ik bedoel maar: Pukkelpop is niet één maar vele dingen. En in wat ik er daarna van op tv te zien krijg, herken ik nooit, maar dan ook NOOIT, het festival waar ik jaarlijks naartoe ga. Dat heeft met keuzes te maken: de mijne en die van de reportagemakers. En dat geldt ook voor Woodstock. Mijn conclusie: de dingen zijn nooit wat ze lijken. Dat was zo in 1969 en dat is nog steeds zo in 2015. Generaliseringen, hoe verleidelijk ook, bewijzen niemand een dienst. En ze hebben een bedenkelijk waarheidsgehalte. Woodstock en Pukkelpop waren/zijn elk een beetje verschrikkelijk en een beetje fantastisch. Zoals het leven zelf, met andere woorden.

Martin Pulaski: Dank je voor de nuanceringen, Dirk. En nee, het is mij niet om de waarheid te doen. Met te veel waarheid zou ik niet kunnen leven. Het gaat om subjectieve ervaring en de uitdrukking daarvan. Mijn korte beschouwing is inderdaad gebaseerd op de film ‘Woodstock’ en niet op het festival zelf, en mijn evaluatie van Pukkelpop op wat ik erover zag en las in de media. Sinds 1969 ben ik maar vier keer op een festival geweest (een keer in Bilzen voor Kevin Ayers, twee keer in Peer, waar ik interviews deed en een keer op de weide van Pukkelpop voor Neil Young).

Wat de tijd betreft. In de dagen van Woodstock en de tegencultuur bestond er zeer waarschijnlijk een ander tijdsbegrip dan nu. De tijd was een vijand en werd daarom genegeerd. In films uit die dagen zie je vaak dat klokken worden vernietigd. Bijvoorbeeld in ‘Dagboek van een Shinjuku-dief’ van Nagisa Oshima. In zekere zin bestond de tijd niet meer. Sam Cooke zong het al: “We're gonna stay here till we soothe our souls If it takes all night long” (waar the Rolling Stones nog aan toevoegden: “Time don't mean that much to me”). De 'tegencultuurmensen' hadden veel geduld, meen ik me te herinneren. Als een band twee uur te laat was of zo werd gewoonweg een jointje gerookt.

Of er maar één echte subcultuur bestond betwijfel ik. Alleen al binnen de politieke underground had je verscheidene elkaar bestrijdende fracties. Black Panthers stonden lijnrecht tegenover escapistische 'terug naar de tuin van Eden'-hippies, om maar één voorbeeld te geven.

Maar het was natuurlijk niet allemaal rozengeur en manenschijn. Daarom bleef ik ook van festivals weg. Waar ik het echter vooral over heb is de utopie. De droom is weg, zo lijkt me. Het verlangen naar een andere, betere wereld, en het verlangen naar zelfverwezenlijking door inzicht en kennis, door ‘bewustzijnsverruiming’ (zoals het werd genoemd). De blik die je ziet in de ogen van de jongeren in de film van Michael Wadleigh, die zie ik gewoon niet meer. Nergens. Maar je hebt gelijk, het is maar een film.

Dat de dingen nooit zijn wat ze lijken, dat is volstrekt waar. Maar valt er mee te leven? (Overigens vond ik dat stuntelige van Woodstock ook wel mooi. Hoe bijvoorbeeld de geluidsinstallatie met plastic moest verpakt worden toen het onweer al bezig was. En de zorg voor elkaar, door en door christelijk eigenlijk.)

Dirk Steenhaut: Dat van die subculturen klopt, Martin. Er waren er inderdaad meerdere, maar wat ik bedoel is: rockmuziek (en daartoe reken ik ook folk, blues en soul) was nog relatief jong en verenigde het overgrote deel van de jongeren. Op Woodstock stond alles door elkaar. Vandaag is alles meer verbrokkeld: op Pukkelpop zijn er velen die de hele dag in de dancehall en boiler room (elektronische dansmuziek) of The Shelter (punk en metal) doorbrengen en naar niets anders gaan kijken. En popmuziek is al lang geen exclusieve jongerencultuur meer, waardoor het naïef-utopische vanzelf is verdwenen. In de sixties dacht men nog dat men de Vietnamoorlog kon stoppen. Zovele vuurhaarden verder - Afghanistan, Irak, Syrië, 9/11, IS… - weten we helaas dat geen enkele betoging of sit-in iets tegen de waanzin vermag. In de sixties waren veel dingen nog relatief nieuw en opwindend: de seksuele revolutie, de pil.. Dat bracht (de illusie van) een nieuw soort vrijheid mee. Vandaag weten we dat velen die in mei '68 op de barricades stonden, daarna even machtsgeil zijn geworden als vorige generaties. Het is onvermijdelijk dat zoiets het cynisme voedt. Is zorg dragen voor elkaar door en door christelijk? Ik zou het niet weten, ik ben als ketter opgevoed. Maar het lijkt me een uitspraak waar je veel niet-christelijke volkeren mee te kort doet. Laten die elkaar systematisch in de steek dan? Overigens, het onweer dat ik enkele jaren geleden tijdens Pukkelpop heb meegemaakt en dat vele malen erger was dan op Woodstock (er vielen vijf doden en andere slachtoffers raakten voor het leven verlamd) bracht toch ook in heel veel festivalgangers het beste naar boven. Ik heb toen met eigen ogen gezien hoezeer jong en oud, Pukkelpopbezoekers maar ook omwonenden, voor elkaar zorg droegen en solidair waren met elkaar. Sommige menselijke waarden zijn nu eenmaal niet tijdsgebonden. Je hebt wel gelijk als je stelt dat de Woodstockgeneratie niet dezelfde is als die van vandaag. De wereld is intussen meer dan ooit 'vercorporatiseerd' en het is eigen aan het menselijke ras dat het zich aanpast aan nieuwe contexten. Maar ik zie nog altijd veel jongeren zich engageren voor, pakweg, artsen zonder grenzen, Amnesty, Greenpeace en noem maar op. Ik zie jonge klokkenluiders opstaan die machten aan de kaak stellen die zoveel groter zijn dan zijzelf. De droom is dus niet weg, de droom heeft zich aangepast. En een beetje pragmatiek kon die sixties-generatie nog wel gebruiken...

Martin Pulaski: Je weet natuurlijk dat ik net zo'n ketter ben als jij, Dirk. Ik wil uiteraard helemaal niet beweren dat in andere religies dan het christendom en in het atheïsme geen mededogen, solidariteit, naastenliefde bestaan. Maar ik noemde het door en door christelijk in de context van de Verenigde Staten in 1970. Om dat hier uit te leggen is wat moeilijk. Toch denk ik dat je me zonder verwijzingen naar de bijbel en naar boeken van utopische denkers ook wel begrijpt.

Dat onweer op Pukkelpop zal ik nooit vergeten. Het lijkt wel of ik het zelf heb meegemaakt. Ik lag in het ziekenhuis en was na een tweetal maanden pas weer tot bewustzijn gekomen. Het was geen fijn ontwaken: Breivik, Amy Winehouse dood en het onweer op Pukkelpop.

Met het laatste, dat de droom niet weg is, ben ik het helemaal eens. In mijn tekst gaat het, denk ik, uitsluitend over de unieke droom van alle enkelingen op dat festival dat Woodstock heet. Een utopische droom. Ik spreek me nergens uit over de jongeren nu. Natuurlijk bestaan al die mooie dingen die jij hierboven opsomt nog.

Dirk Steenhaut:  Voilà, hebben we intussen toch maar weer even een interessante discussie gehad, Martin.

Martin Pulaski: Dat is zeker zo, Dirk. Je kritische opmerkingen zijn niet in dovemansoren gevallen.

woodstock, woodstock nation, pop, sixties, sixties pop, rock, popcultuur

 

24-08-15

LEVE WOODSTOCK

joan baez woodstock-1970-03-g.jpg


Als twintigjarige keek ik neer op het hele gedoe dat Woodstock heet. Of ik er al in 1969 over gelezen of gehoord had, kan ik me niet herinneren: ik had geen televisie, geen radio en las geen kranten. Wel is de maanlanding me bijgebleven: ik zag er beelden van door het raam van een of ander huis of appartement ergens aan de Belgische kust toen ik daar een wandeling maakte. Omdat the Byrds er een mooie kleine song over maakten, ‘Armstrong, Aldrin and Collins’, herinner ik mij het evenement des te beter. Ook weet ik nog hoe de moorden van de Manson Family me schokten, en enkele beelden van Altamont zijn me eveneens bijgebleven.

De film Woodstock zag ik in 1970 in de Variétés, een mooie bioscoop met groot scherm, nu verloederd of afgebroken, zoals bijna alle waardevolle gebouwen in Brussel. Ondanks de technische hoogstandjes en de geweldige sound maakte hij niet veel indruk op me. Hoewel ik langharig en werkschuw was herkende ik me niet in de bezoekers van het festival, een kudde hippies, vond ik, die the Woodstock Nation werd genoemd, alsof elke festivalganger deel uitmaakte van een stralende nieuwe wereld, terwijl ze er toch alleen maar stoned bijliepen, ‘no more rain’ scandeerden en pret maakten in de modder. Joni Mitchell, die zelf niet in Woodstock optrad, benadrukte het utopische aspect in haar lied over het festival:

By the time we got to Woodstock
We were half a million strong
And everywhere there was song and celebration
And I dreamed I saw the bombers
Riding shotgun in the sky
And they were turning into butterflies
Above our nation

In weerwil van mijn afkeer, al is dat een te sterk woord, van wat ik in de bioscoop zag, was ik in die dagen toch ook zeer hoopvol gestemd en geloofde ik in de utopie die Joni bezong, al hoorde ik de versie van Crosby, Stills, Nash & Young toen liever. Ik denk dat ik nogal gespleten was: een idealistische dromer maar tegelijk tegen het spektakel en het kuddegedrag van de andere dromende jongeren. Woodstock zei me niets, maar ik las met vuur in mijn hart de berichtgeving in Rolling Stone en andere undergroundbladen over communes, ecologie, vrije liefde en zo meer.

Woodstock 1969-2.jpg

Doorheen de jaren veranderde er niet erg veel aan mijn kijk op het fenomeen Woodstock. Een te gek feest in de modder, met weliswaar geweldige muziek. Maar… things have changed. De voorbije maanden luister ik veel naar pop, rock en soul uit de sixties in de overtuiging dat de kwaliteit van die muziekgenres nooit werd of zal worden geëvenaard. Ik heb mijn best gedaan om iets beters – of ten minste even goed – te vinden, maar tevergeefs. Punk, New Wave, Paisley Underground, Grunge, R&B, Indierock, noem maar op: ik heb het allemaal op de voet gevolgd, en vaak was ik enthousiast, maar nooit was iets even opwindend als ‘I’m Down’ van the Beatles, ‘Paint It Black’ van the Rolling Stones of ‘I Want You’ van Bob Dylan. Ik zou hier honderden songs kunnen noemen, maar deze drie voorbeelden volstaan.

Een week geleden nam ik Woodstock op. Ik neem wel vaker films op die ik nooit bekijk. Enkele dagen geleden zag ik op Canvas terloops enkele fragmenten van Pukkelpop. Welke bands of zangers of zangeressen het precies waren weet ik niet: daar was mijn walging te groot voor. Ik werd er werkelijk misselijk van. Ik besefte, wellicht niet voor de eerste keer, dat een evenement als Pukkelpop in alles het tegenovergestelde is van de festivals in de jaren zestig. In de eerste plaats door de ondermaatse muziek, wat essentieel is, maar zeker ook omdat de droom ontbreekt, ook al is die naïef. Alles wat ik zag was fake. Maar omdat ik een verdediger ben van de populaire cultuur twijfelde ik meteen. Was het geen vooroordeel? Werd ik misschien toch oud?

Ter vergelijking bekeek ik vervolgens een flink deel van Woodstock. Glorieus, vond ik nu. Een wonder. Richie Heavens*, die ik nooit echt heb gemogen, was pure passie: Freedom, freedom, freedom. Canned Heat, met de beer Bob Hite en Blind Owl Alan Wilson, con brio geslaagde studenten van de blues, ingehouden intensiteit, bezetenheid, de ziel vastgeklonken aan iets hogers; en dan Joan Baez, waar ik evenmin een bewonderaar van was, die helemaal alleen met haar gitaar voor een half miljoen muisstille luisteraars, haar stem puur als de sneeuw van toen (niet van nu), het opzwepende vakbondslied ‘Joe Hill’ ten gehore gaf, vervolgens, nu alleen nog haar kristalheldere stem, zelfs geen gitaar meer, de oude negro spiritual ‘Swing Low, Sweet Chariot’. En wat te denken van Joe Cockers ‘With A Little Help From My Friends’? Vertel het me maar, ik heb er geen woorden voor, net zomin als voor de molenwiekende rockarbeider Pete Townshend tijdens de uitvoering van ‘Summertime Blues’. In 1970 hadden de blote borst van Roger Daltrey, de jurk van Richie Havens, het schijnbaar stuntelige gedrum van Adolfo de la Parra en het kapsel van Joan Baez me gestoord; nu zag ik in dat dat uiterlijke details waren, het echte grandioze zat hem in de muziek, in elk detail, in elke noot, maar ook in elk dromerig gezicht van elke festivalganger. Niet een van hen leek op een andere, ze waren stuk voor stuk individuen, jongeren op zoek naar een betere wereld in zichzelf en buiten zichzelf. Ik zag nu dat de jonge hippies de vlinders van Joni Mitchell waren – de bommenwerpers gingen door met bommen werpen.

Wij mogen ons gelukkig noemen. We zijn opgegroeid in vermoedelijk een van de mooiste en meest creatieve periodes in de recente geschiedenis. Lang leve Woodstock!

Woodstock 1969-1.jpg


...

*Jimi Hendrix, John Sebastian, Tim Hardin, Sly & the Family Stone, et cetera, heb ik nog niet herbekeken.

17-08-15

HET BOEK ASTRID

astrid,dood,herinneringen,kroniek,blog,schrijven,vrijheid,openbaarheid,leugen,waarheid,verzinsel,uitgeven,zwijgen,stilte,maskerade,2005,relaas,verlangen,vorm,inhoud,dwang,zinsverbijstering,leesbaarheid,personages,fictie,moraal,zedelijkheid,verantwoordelijkheid,ethiek,elegie,boris vian,boeken,kroniekschrijver

Boeken zou je kunnen schrijven over Astrid. Maar wat ik schrijf zijn kronieken. Of is één enkele, doorlopende kroniek, een dag-tot-dag relaas met onderbrekingen. Die onderbrekingen drukken de dagen, weken uit waarin er niets gebeurt of waarin wat gebeurt niet tot opflakkeringen of ‘oplevingen‘* van het bewustzijn leidt.

Deze kroniek heeft in 2005 de vorm aangenomen van een blog. Tot dan was de kroniek bijna altijd privé geweest, nu werd hij openbaar. Tot dan kon ik schrijven wat ik wilde over wie of wat ik wilde. Rekening houden met wat of wie dan ook was niet nodig. Dat was een mooie compensatie voor het dagelijks leven waarin ik voortdurend met alles en iedereen rekening houd, wat mij jarenlang tot passiviteit, die soms extreem was, heeft gedwongen. In mijn schrijven was ik in zekere zin vrij: ik was nergens verantwoordelijk voor. Ik kon van reële of verzonnen personages tot in de kleinste details hun slechtheid beschrijven, maar net zo goed kon ik hun vaak onbestaande schoonheid en heiligheid bezingen. Dat laatste deed ik doorgaans in wat ik ‘gedichten’ noemde. Voor de wereld buiten mij maakte het geen verschil. Tot 2005 kon ik beslissen of ik mijn kroniek – of delen ervan – al dan niet openbaar zou maken. Of uitgevers konden dat doen, in het geval ik me tot hen richtte, wat zelden gebeurde. Dat laatste waarschijnlijk omdat ik vooraf wist dat ze mij de vrijheid die ik in het schrijven bezat, als het enigszins wilde lukken, zouden afnemen door het in een leesbare vorm te gieten, of mij daar toe te dwingen.

Sinds 2005 is de kroniek een blog. Hoewel ‘blog’ een lelijk woord is ben ik sindsdien gedwongen al wat ik schrijf daar naar te richten. Het gaat om een kracht, een verlangen, waar ik geen vat op heb, om een soort van zinsverbijstering. Soms verlang ik in extreme mate naar die uitingen, naar die in zekere zin toch erg banale vorm van openbaar maken: er bestaan miljoenen blogs. Maar gaandeweg heeft de vrijheid van het schrijven, van de kroniek mij bang gemaakt. Deze openbaarheid legt mij evenzeer aan banden. Een blog is net zo goed een keurslijf als een boek uitgegeven bij een gerespecteerde of verwenste uitgever. De vorm moet niet noodzakelijk leesbaar zijn, hoewel je toch altijd, en steeds meer, gelezen wilt worden. Omdat een blog openbaar is moet je vooral rekening houden met de inhoud, met de beschrijving van je personages, met wat je het ‘reële’ zou kunnen noemen – hoewel filosofen beweren dat je het ‘reële’ het zwijgen oplegt zodra je het in een relaas onderbrengt. Het is onmogelijk om in de openbaarheid om het even wat te doen. Dat geldt ook voor het schrijven. Ik heb het niet eens over de banaliteit van het legale, maar over de ernst van de morele verantwoordelijkheid.

Zoveel woorden heb ik nodig om te zeggen dat ik er aangaande Astrid, mijn overleden ex-schoonzus, grotendeels het zwijgen moet toe doen. Een bloemrijke elegie zal nog wel worden toegestaan (zou ik mezelf toestaan). Wat ik vanuit de vrijheid die ik me nog enigszins kan voorstellen zeer betreur. Zoals ik betreur dat ik in de openbaarheid niet over mezelf kan schrijven, over mijn** vrouwen, over de vrouwen naar wie ik verlangde en verlang, over mijn vrienden, over mijn ouders, over de hele mikmak die het echte leven wordt genoemd. Het enige wat ik kan doen is van Astrid en van alle anderen een andere maken. Haar een masker opzetten, een ander lichaam geven en een andere naam. Dat zou ik kunnen doen. Zoals, bijvoorbeeld, Boris Vian deed, toen hij zich Vernon Sullivan noemde. Een van zijn onder dat pseudoniem uitgebrachte boeken draagt de titel: ‘J'irai cracher sur vos tombes’. Maar ben ik dan nog een kroniekschrijver? Is mijn tekst dan nog een relaas en ben ik dan nog een heel klein beetje vrij?

astrid,dood,herinneringen,kroniek,blog,schrijven,vrijheid,openbaarheid,leugen,waarheid,verzinsel,uitgeven,zwijgen,stilte,maskerade,2005,relaas,verlangen,vorm,inhoud,dwang,zinsverbijstering,leesbaarheid,personages,fictie,moraal,zedelijkheid,verantwoordelijkheid,ethiek,elegie,boris vian,boeken,kroniekschrijver

...

*Martha Nussbaum noemt het ‘upheavals’.
**Het bezittelijk voornaamwoord drukt hier uiteraard geen bezit uit.

Foto's:
Boven: Mijn broer en ik.
Onder: gemaskerd ga ik door het leven.

14-08-15

HERINNER JE JE ASTRID?

broer+astrid.jpg

Astrid is nu bijna zes maanden dood. Heeft ze van haar ouders de naam van de geliefde Belgische koningin gekregen? Ik weet het niet. Hoewel ze vijftien lange jaren met mijn broer lief en vooral leed heeft gedeeld heb ik nooit een gesprek gehad met haar ouders. Wel met haar jongere zus, Lucienne, maar met haar praatte ik net zomin over het vorstenhuis als over de familie. Nolf, de vader, was een groentenboer. Van hem herinner ik me alleen nog zijn stofjas en zijn aftandse bestelwagentje. Van Astrids moeder niets meer. Van haar broer alleen maar dat hij zelden zijn kamer verliet. Hij zal wel een zonderling geweest zijn. En Lucienne? Lucienne was een tijd lang mijn vriendinnetje, maar dat is een ander verhaal. Van haar bezit ik een foto, waardoor ik weet hoe ze eruitzag. 

Het is allemaal erg lang geleden. We leven nu in een andere wereld; niets lijkt nog op hoe het in die dagen was, zelfs de muziek en de boeken niet. Niets kan die tijd weer oproepen, zelfs de herinneringen zijn aangetast door de dagen, maanden, jaren die daarna gekomen en gegaan zijn, en door het nu. Elk ogenblik vervormt, verminkt de herinneringen of wist ze uit.

Ik was erbij toen mijn broer Astrid ontmoette. Ongeveer dertien jaar zal ik geweest zijn. Het gebeurde waarschijnlijk in het laatste jaar van mijn gevangenschap in het Kinderdorp van Rekem, waar ik de geliefde jongen was van de juffrouwen, vooral van de stagiaires, en een doorn in het oog van Moeder Overste. Die laatste was van mening dat ik te veel wist en, erger nog, te veel naar de muziek van de duivel luisterde. De twist dansen, wat ik ‘s avonds soms deed met een van de stagiaires, was, denk ik nu, nog zondiger dan in de appel van de kennis bijten. Het was mijn geluk dat ik niet lang meer in het Kinderdorp zou moeten blijven. Mijn ouders, die er mij niet met slechte bedoelingen hadden laten opsluiten, hadden na drie jaar gedaan gekregen dat ik elk weekend naar huis mocht. De eerste jaren was dat alleen maar met Kerstmis, Pasen en in de grote vakantie.
Op zaterdagavond mocht ik soms mee naar de Metropole, het danscafé van Leontine. Daar werden vooral Duitse schlagers gedraaid. Ik herinner mij nog ‘Leila’ van Die Regenpfeifer, ‘Sag' Mir Was Du Denkst’ van  Conny Froboess & Peter Kraus en ‘Schuld war nur der Bossa Nova’ van Manuela, singles die al grijs aan het worden waren. Elke keer als mijn vader en mijn broer een pintje bestelden, en mijn moeder een koffie of een limonade, kreeg ik een reep chocolade. Mijn voorkeur ging naar bananensmaak.
In de Orchidee was het zwoeler dan in de Metropole. Er was een dansvloer met verlichte glazen tegels. Paars, blauw en rood – de kleuren die ik ook van op de kermis kende. Ook daar namen ze mij, ondanks mijn jeugdige leeftijd, soms mee naartoe. Mijn broer danste er met de meisjes op de opwindende muziek van Elvis, Fats Domino, Paul Anka en Brenda Lee. Van die meisjes vond ik Astrid de mooiste, de aantrekkelijkste, degene die het beste danste. Dat meisje, drukte ik mijn broer op het hart, moet je lief worden. Ik denk dat mijn advies niet echt nodig was. Na die eerste avond was François stapelgek op Astrid.

Ongeveer een jaar later waren ze man en vrouw. Over die vijftien jaar huwelijk zou je een boek kunnen schrijven, zoals de mensen zeggen. Meerdere boeken. Een romance, een zedenschets, een William Faulkner-achtige streekroman, vol geraas en gebral, een tragedie. Verwacht iets dergelijks niet van mij. Hoewel ik Astrid niet helemaal aan de vergetelheid zal prijsgeven. Alzheimer heeft vijftien jaar tijd gehad om dat te doen, net zo lang als het huwelijk, dat ergens in het begin van de jaren tachtig in een café in Heusden, terwijl ik er met mijn geliefde op 'Da Ya Think I’m Sexy' danste, op dat ogenblik ook al een roestige single, op de klippen liep.

08-08-15

EEN KLEINE EICHMANN

stratego.jpg

Enkele dagen geleden voelde ik me opeens een kleine Eichmann. Sinds juni 2005 heb ik een account bij Flickr, een populair sociaal netwerk voor voornamelijk amateurfotografen dat enkele jaren geleden leek te zullen verdwijnen, vooral na de opkomst van Facebook, maar nu bezig is de schade in te halen. Aanvankelijk was Flickr ook zeer geschikt voor geschreven communicatie, wel altijd met als uitgangspunt bepaalde foto’s, maar de dialoog kon alle richtingen uitgaan. Op die manier heb ik enkele vrienden gemaakt, die ik ook in het echte leven heb ontmoet. Dat aspect van Flickr is zo goed als verdwenen.

Na al die jaren had ik honderden contacten, mensen die ik volgde of vice versa. Van velen had ik geen idee wie ze waren, vaak had ik er al jaren niets meer van gehoord. Onder meer omdat sommige van de ‘followers’ – ik noem ze graag volgelingen – een schaduwbestaan lijken te lijden. Ze hebben niet echt een profiel, ze posten zelf geen foto’s, vaak zijn ze enkel geïnteresseerd in erotische foto’s of in porno. Dat zie ik als ik naar hun zogenaamde favorieten ga kijken: bijna niets dan vunzigheid. Die laatste categorie, die van de perverten, lijkt me evenwel een kleine minderheid van de Flickr-gebruikers. Toch besloot ik om in mijn contacten te gaan snoeien. Ik begon met iedereen die de voorbije zesendertig maanden geen foto’s had gepost te schrappen. Dat leek me zeer tolerant. Je bent toch op flickr om beelden met de wereld, met de anderen te delen? Na het lezen van enkele namen of pseudoniemen van mensen die ik tien jaar geleden bijna als vrienden was gaan beschouwen (flickr was toen nog vrij klein, het leek of iedereen iedereen kende), kwamen herinneringen naar boven. Aan foto’s, aan wat ik me over de levens van de mensen die ze hadden gemaakt had voorgesteld. Een soort van ingebeelde of verzonnen herinneringen. In je verbeelding creëer je op basis van enkele gegevens het leven van de anderen. Doordat die herinneringen, vrij schaars weliswaar, naar boven kwamen veranderden de contacten in échte mensen, waarvan ik in sommige gevallen gedacht had dat ik ze redelijk goed had gekend. Dat was natuurlijk niet voor iedereen zo. Heel veel namen en pseudoniemen zeiden me niets, ook al omdat ze me waarschijnlijk nooit iets hadden gezegd. Maar na het schrappen van een honderdtal contacten – voor degenen die ik echt goed had gekend maakte ik een uitzondering, zelfs al hadden ze zes jaar niets meer gepost – hield ik het voor bekeken.

Met wat was ik bezig? Wat was er gebeurd met de fotografen die wel nog een account hadden maar zwegen? Ik vermoedde dat een deel van hen was getrouwd en nu hard moest werken en voor de kinderen zorgen. Het huis afbetalen, de auto. Geen tijd meer voor foto’s, zeker niet die van anderen, van vreemden. Voor anderen was de fotografie een vluchtig tijdverdrijf geweest, ze hadden zich nu toegelegd op tekenen of tuinieren of op de studie van het Sanskriet. Een enkeling was blind geworden na een auto-ongeval. Sommigen waren aan aids ten prooi gevallen, of aan kanker. Ja, de dood gooit overal roet in het eten. Mij heeft hij in de zomer van 2011 ook bijna te grazen genomen. Nu vier jaar geleden lag ik al bijna twee maanden in het ziekenhuis, gelukkig met het vooruitzicht van een bijna volledig herstel.

Ja, met wat was ik bezig? Hoe kunnen wij ons soms zo onbezonnen, zo onnadenkend zijn, ons zo onverantwoordelijk gedragen? Ik kreeg het gevoel dat ik bezig was mensen vanop een afstand, via mijn laptop, fysiek uit te schakelen. Een kleine Eichmann. Ik hield er meteen mee op. Maar de honderd of zo contacten die ik al verwijderd had zijn definitief weg. Nooit zal ik weten wat met de mensen achter die verdwenen namen is gebeurd.
communie1.jpg

...

Foto's: uit de reeks 'Autobiografie'. Fotografen onbekend. Boven: Jean-Pierre en ik spelen Stratego, Neerharen, 1965. Onder: Plechtige Communie, Tournebride, 1962.

 

01-08-15

ZERO DE CONDUITE: HELLO, IT'S ME

la notte 1.jpg

Zéro de conduite is een POPprogramma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Een muzikaal evenement voor allen en voor niemand. Uniek in de kosmos. Stem af op 106.7 FM. Je kunt Zéro eveneens via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

Net zoals in pop kan in Zéro de conduite heel veel, traagheid, onzin, slecht gedrag, liefdesverdriet, vals gezang, wiskunde, zelfs psychoanalyse. Hoewel ik zelf geen discipel ben van Sigmund Freud, en al evenmin van Jacques Lacan, heb ik toch niet zo’n diepe afkeer van deze stroming in de psychologie en filosofie als Vladimir Nabokov. ‘Ik’, ‘zelf’ en ‘zelfs’: we komen al in de buurt van het nieuwe thema, waar we maar geen Nederlands woord voor vinden: het Franse ‘moi’ en het Engelse ‘me’. Er is natuurlijk altijd ‘ik’, om het met Elvis te zeggen (‘There’s Always Me’), maar dat is toch nog een ander ding. ‘Ik’ volstaat niet. ‘Je est un autre’. Is it ‘me’? Laten we voorlopig maar niet verloren lopen in woorden en spielereien en laten we ons evenmin door spiegelbeelden en dubbelgangers laten bedriegen. Laten we als uitgangspunt het liedje ‘I Me Mine’ van The Beatles nemen:

All I can hear I me mine, I me mine, I me mine,
Even those tears I me mine, I me mine, I me mine,
No-one's frightened of playing it,
Everyone's saying it,
Flowing more freely than wine,
All through the day I me mine.


Deze woorden van George Harrison duiden het complexe probleem op een eenvoudige manier aan. Vanavond komen heel wat eigenschappen van het ‘zelf’, om het ‘ik’ zo maar een keer te noemen, aan bod. In een dertigtal songs, gekozen uit een preselectie van ongeveer vijf uur muziek. Met pijn in het hart heeft de man in mij – of is het een beest? - tientallen zelven het spreken ontzegd. Desondanks is twee uur voor één psychoanalytische sessie bijzonder lang. Maar jullie, luisteraars, zijn bijzondere patiënten, die deze DJ gaarne verwent. Geniet van de tranen en het gelach van het ego.

bobdylan_dougsahm.jpg

Hello It's Me - Todd Rundgren - Something/Anything? (1972)

The Darker Days Of Me & Him - PJ Harvey - Uh Huh Her (2004)

Why did I come here?
Please tell me again
Why did you ask me?
Don't say you forget

The Age Of Self - Robert Wyatt – Old Rottenhat (1985)

Give Me Back My Name - Talking Heads - Little Creatures (1985)

The Selfishness In Man (Leon Payne) - Buddy & Julie Miller - Written In Chalk (2009)

And Me - Ian Matthews & Matthews' Southern Comfort - Later That Same Year (1970)

Less Of Me - The Everly Brothers – Roots (1968)

A Picture Of Me (Without You) - George Jones - Columbia Country Classics - A Picture Of Me (Without You)

The Beast In Me - Johnny Cash - American Recordings  I (1994)

Up To Me - Roger McGuinn – ‘Dylan Uncovered’ (Mojo 2005)

Hey Mister, That's Me Up On The Jukebox - James Taylor - Mud Slide Slim And The Blue Horizon (1971)

You Turn Me On I'm A Radio - Joni Mitchell - For The Roses (1972)

A Brand New Me - Aretha Franklin – Young, Gifted And Black (1972)

All Of Me - Billie Holiday With Eddie Heywood & His Orchestra - Lady Day: The Best Of Billie Holiday

I Want Everyone To Like Me - Randy Newman - Bad Love (1999)

I want everyone - to like me.
That's one thing I know for sure.
I want everyone - to like me.
'Cause I'm a little insecure.

aretha-franklin.jpg

I Said Goodbye To Me - Harry Nilsson - Aerial Ballet (1968)

Don't Think It's Me - Smokey Robinson & The Miracles - Make It Happen (1967)

I Can't Be Me - Eddie Hinton - Country Got Soul Volume Two (2004)

Just Like Me - Paul Revere & The Raiders – Just Like Us (1966)

Call Me Animal - MC5 - Back In The USA (1970, produced by Jon Landau)

The Real Me - The Who – Quadrophenia (1973)

Poor Poor Pitiful Me - Warren Zevon - Warren Zevon (1976, produced by Jackson Browne)

Why Am I So Short? - Soft Machine - The Soft Machine Volume One (1968)

Am I What I Was Or Am I What I Am - Traffic - Here We Go 'Round The Mulberry Bush (1968)

I Me Mine - The Beatles - Let It Be (1970)

That's Not Me - The Beach Boys - Pet Sounds (1966)

I went through all kinds of changes
Took a look at myself and said that's not me
I miss my pad and the places I've known
And every night as I lay there alone I will dream


I Am A Child - Buffalo Springfield - Last Time Around (1968)

Who Am I - Country Joe & the Fish - I-Feel-Like-I'm-Fixin'-To-Die (1967)

Did She Mention My Name - Gordon Lightfoot - Did She Mention My Name (1968)

It Ain't Me Babe - Bob Dylan - Another Side Of Bob Dylan (1964)

Me And My Destiny - Sir Douglas Quintet - The Return Of Doug Saldana (1971)

Nancy And Me - Lee Hazlewood - Poet, Fool Or Bum (1973)

Creeps Like Me - Lyle Lovett - I Love Everybody (1994)

Where I Lead Me - Townes Van Zandt - Delta Momma Blues (1971)

Ask the boys down in the gutter
Now they won't lie cause you don't matter
The street's just fine if you're good and blind
But it ain't where you belong

Things That Scare Me - Neko Case – Blacklisted (2002)

Bittersweet Me - R.E.M. - New Adventures In Hi-Fi (1996)

Heart Of Darkness - Sparklehorse – Vivadixiesubmarinetransmissionplot (1995)

Not Me (Colin Newman) - This Mortal Coil - It'll End in Tears (1984)
morgan-a-suitable-case-for-treatment-1966-001-david-warner-vanessa-redgrave-00m-vnq.jpg

Research & presentatie: Martin Pulaski & Me.

28-07-15

EEN MEISJE IN AMSTERDAM

2015-07-11-amsterdam 287.JPG

Op facebook stelde Tim Donker enkele vragen bij een foto van een meisje in Amsterdam die ik daar – na wat geaarzel – publiek maakte. Ik zet zijn commentaar hier in wat beter leesbaar Nederlands om (in voetnoot het origineel*).

“Jij maakt een foto van een meisje dat je niet kent en zet die vervolgens op facebook? Ik mag hopen dat je haar dat gevraagd hebt? Versta me goed, het is een mooie foto. Het meisje, de schaduw, de achtergrond - het kon welhaast geënsceneerd zijn. Ik kan hem als een voorbeeld van realistische (verslaggevende) fotografie zien en begrijpen. Zelfs als kunst. Niettemin IS dat meisje iemand, en ze wordt hier (buiten haar medeweten?) becommentarieerd. Iets hieraan geeft me een ongemakkelijk gevoel…”

Ook aan mijn erg snel geformuleerd antwoord heb ik wat de vorm, niet de inhoud, betreft enkele kleine verbeteringen aangebracht.

“De foto is een ode aan dat meisje en aan de omgeving, het Waterlooplein in Amsterdam. Ik heb het meisje niets gevraagd; ik ken haar niet, ze was een passante. Ze kwam toevallig in beeld. Tijdens mijn vrij korte wandeling maakte ik tientallen foto's op het Waterlooplein. Pas toen ik thuiskwam zag ik de schoonheid en het bijzondere van het meisje. Haar houding, de blik in haar ogen. Dat had ik allemaal niet opgemerkt toen ik de foto nam. Ik was erg blij met het resultaat, en die blijdschap wilde ik met jullie delen. Het is een beetje de blijdschap die ik tijdens mijn verblijf in Amsterdam voelde. Ja, Amsterdam is een stad die me blij maakt. Dat meisje is daar voor mij een symbool van. Veel meer dan de coffeeshops, het Van Gogh Museum of het Red Light District. Dat meisje is ongetwijfeld iemand, en als een werkelijk iemand staat ze hier ook afgebeeld.

Overigens, beste Tim Donker, denk je dat Baudelaire aan het model voor 'A une passante' gevraagd heeft of hij dat gedicht mocht publiceren? Niet dat ik mij met de grote dichter wil vergelijken. Versta me echter niet verkeerd: ik vind je vragen belangrijk en ik begrijp je bezorgdheid. Vandaar mijn vrij uitgebreid antwoord op je commentaar.

Er bestaat natuurlijk een traditie van straatfotografie. Veel betere en zelfs beroemde fotografen maakten in het verleden al foto's van mensen die ze niet kenden. Bijvoorbeeld in de metro in New York, met een fototoestel verborgen onder een jas, het knoopsgat voldoende groot voor de lens. Sommigen maakten, om niet door hun onderwerp gezien te worden, foto’s van blinden. Pickpockets van de fotografie maakten op die manier soms schitterende en beroemde foto’s. Ik verwijs naar 'The Ongoing Moment' van Geoff Dyer voor meer informatie daarover. Zelf maak ik zo geen foto's. Ik stop me niet weg en gebruik geen telelens. Dat meisje had me kunnen zeggen dat ze het niet prettig vond dat ik haar fotografeerde. Ongetwijfeld zou ik dan geschrokken zijn en me vervolgens verontschuldigd hebben. Maar ik ben blij dat ze stilzwijgend ingestemd heeft met wat jij wellicht een schending van haar intimiteit noemt.



*“Jij maakt een foto van een meisje dat je niet kent en zet die vervolgens op je feesboek? ik mag hopen dat je haar dat gevraagd hebt? versta me goed, het is een moje photo. het meisje, de schaduw, de hintergrund - het kon welhaast geënsceneerd ween. ik kan het verstaan als realistieke (rapporterende?) photographie;;; ik kan het verstaan als kunst (zelfs). maar niettemin, dat meisje IS iemand, en ze wordt hier (buiten haar medeweten?) becommentariëerd. iets hieraan doet me ongemakkelijk voelen, of ben ik dan een zeikerd?”

Foto: Martin Pulaski, Amsterdam, 10 7 2015.

24-07-15

BLUE VELVET, OPNIEUW

BLUE VELVET 1.jpg

Gisteravond zag ik nog een keer ‘Blue Velvet’, de magistrale film van David Lynch. Na al die jaren – hij kwam uit in 1986 – is ‘Blue Velvet’ een andere film geworden. Films bestaan niet als ze niet worden bekeken. Geldt niet hetzelfde voor alle andere kunstvormen? Er wordt wel eens gezegd dat de tijd geen vat heeft op dit of dat werk – maar dat is niet zo. Weinig kunstwerken zijn niet gedateerd – ze zijn in grote mate bepaald door de tijd waarin ze werden gemaakt. De grootste kunstwerken echter zijn tijdloos, maar tegelijk moeten ze elke keer als ze worden bekeken of aangevoeld of op een andere manier waargenomen en ervaren terugkeren in de tijd. ‘Blue Velvet’ is zo’n paradoxaal tijdloos kunstwerk. Je kunt ‘Blue Velvet’ als toeschouwer niet heel precies situeren in een bepaalde periode, de jaren vijftig, zestig, zeventig of de tijd waarin hij werd gedraaid*. De plaats van handeling is een stadje in de Verenigde Staten, maar welk stadje? Ik heb er heel wat rondgereisd en ben gelukkig – of ongelukkig – nooit in zo’n ‘small town’ terechtgekomen. Lumberton lijkt een typisch Amerikaans slaapstadje, maar het bevindt zich nergens anders dan in Lynchland – en in het hoofd van de toeschouwer.
BLUE VELVET 3.jpg


‘Blue Velvet’ is een andere film geworden omdat je zelf een andere mens bent geworden. Je fascinatie voor de personages, die destijds mogelijk enige perverse trekjes had, is in mededogen veranderd. In mededogen voor vrouwen als Dorothy Vallens, in met afgrijzen gemengd begrip voor mannen als Frank Booth. Was Frank Booth in 1986 een waanzinnige sadist, van wiens geweld je in stilte genoot, dan is hij nu veel meer een clown, de ‘candy-colored clown’ uit ‘In Dreams’, de geniale song van Roy Orbison. Dat lied is niet alleen het muzikaal hoogtepunt van ‘Blue Velvet’, het is ook een commentaar op de film. Het verhaal is niet realistisch of surrealistisch maar het is een droom. Of noem het een mysterie. Zodra je het oor wordt binnengezogen beland je in het avontuur van Jeffrey Beaumont. Een jongeman met een goed hart en goede bedoelingen, die niet alleen de donkere zijde in de andere leert kennen maar ook die in hemzelf. Een mooie en wat dromerige, maar bijzonder nieuwsgierige jongen die de strijd aangaat met het Kwaad en daar als een geschonden maar toch gelouterde man weer uit tevoorschijn komt. Daarna mag je het oor weer uit en heel de nare geschiedenis vergeten in een zee van romantiek en kitscherige kleuren.

‘Blue Velvet’ is niet alleen een superieure film-noir in kleuren, niet alleen een geniale psychologische horrorfilm, niet alleen een ijzingwekkende en zenuwslopende thriller – het is een van de grootste films die in de Verenigde Staten ooit werden gemaakt. Dat hij Roy Orbison – een zanger op wie door de coole jongeren in die dagen met misprijzen werd neergekeken - opnieuw onder de aandacht bracht is mooi meegenomen. Zelfs al wilde Roy aanvankelijk niets te maken hebben met wat hij - samen met vele anderen - als de geperverteerde wereld van Lynch beschouwde. Terwijl het werk van Lynch, dat - toegegeven - bijna alle denkbare boosaardigheid toont waartoe de mens in staat is, toch in teken staat van het goede. Want David Lynch is een moralist, maar wel dan wel een moralist buiten categorie.
BLUE VELVET 2.jpg

*(De tijd waarin hij werd gedraaid: misschien vind je hier en daar enige sporen van Ronald Reagan en New Wave).

17-07-15

HET GELD VAN DE RIJKE FAMILIES

lanotte-nothing.jpg

Ik heb weinig verstand van economie. Wel ken ik het verschil tussen rijkdom en armoede, tussen rechtvaardigheid en sadisme, tussen solidariteit en uitbuiting. Bestaat er geen eenvoudige oplossing voor wat met zoveel gretigheid ‘de Griekse tragedie’ wordt genoemd?

De familie Saverys is een van de belangrijkste redersfamilies in België. Zij controleert onder meer de bedrijven CMB-groep, Bocimar, Delphis, ASL Aviation, Euronav en Exmar. Het gezamenlijk vermogen in 2012 van de families Saverys werd geschat op 1,353 miljard euro. Als we dat geld nu al eens zouden verdelen onder die Grieken die het werkelijk nodig hebben? Uiteraard is de familie Saverys niet de enige extreemrijke familie in België? Wel integendeel. Er bestaat zelfs een lijst van: http://derijkstebelgen.be/de-lijst/

En dan heb het ik alleen nog maar over België. Als we alle Europese extreemrijke families nu eens hun geld zouden afnemen (ze mogen wat mij betreft per familie 1 miljoen euro houden, daar kunnen ze toch mooi van leven, en noem mij dan ook maar geen communist) en dat vervolgens op een weloverwogen wijze verdelen onder de armen van Europa, de daklozen, de vluchtelingen, de sans-papiers, de zieken die hun rekeningen niet kunnen betalen, de werklozen, vul het lijstje zelf maar aan, als we dat nu eens zouden doen? Uit eigen beweging zullen ze het nooit doen. Sommige rijken, zoals Bill Gates, doen wel aan liefdadigheid, maar we weten of weten niet waar dat toe leidt: meestal tot afhankelijkheid, onderwerping, nog meer ellende. Daarom moeten wij, burgers van Europa, het doen. Dat is de enige oplossing voor dit probleem. Dat was al van in het begin duidelijk en het is sinds het begin van de crisis almaar duidelijker geworden.

De belangrijkste vraag is vervolgens: hoe zullen we dat organiseren? Zelf ben ik een voorstander van geweldloosheid. Maar kan een revolutie zonder geweld? Ik weet het niet. Dat het echter om een revolutie zal gaan, daar twijfel ik nauwelijks aan. Want hoe moet je dit anders noemen? De introductie van rechtvaardigheid in de Westerse wereld, een nieuwe democratie, hervorming?

Ik weet dat dit allemaal bijzonder naïef klinkt in vergelijking met wat politici en economen vertellen  - ik ben dan ook maar een dromer. John Lennon zong het echter al: ‘I’m not the only one’. Nu komt het er op aan om onze droom te verwezenlijken. Met een kleine inspanning moet dat lukken.

...

Afbeelding: La Notte, Michelangelo Antonioni.

15-07-15

BLOND OP BLOND

nico1.jpg

Als je me volgt naar de vergeten straat vergeet ik alles wat het vergeten waard is en meer. Zinloos is het leven in de waarheid als de waarheid je waardevolste leugens vernietigt. Je springt op de bühne, een automatische reflex, en spreekt de toeschouwers toe. Een audiëntie bij een ongehoorde vijand met ‘n ontwapenende blik in de ogen.

De dagen zijn kogels die verloren zielen afvuren, misschien wel uit schrik om ze onderweg te verliezen. Want wat voor, welke zin hebben ze in hun hulzen met het kruit en het koper, ongeschonden? Op jou vuren ze; in je hart, in heel je wezen word je geraakt. La vida, Alselma, mi corazon.

Heeft de dwaasheid je nu ingekapseld, de nuchtere waanzin je zinnen verbijsterd? Luister je niet langer naar de stem van de raadgever, oud en wijs en voorbij elk kruispunt. Terwijl jij knielt, geknield ligt, onderweg ergens voor een hotel op een hoek waar de wegen uiteenlopen. Geknield of gebogen een wiegenlied zingend, een lullabye voor de nog niet slapende baby. Baby die niet in je armen ligt, in een rode jurk onthuld, of balschoenen uitschoppend, even rood als de ochtendzon.

Als je me volgt naar de vergeten straat vergeef ik alles wat het vergeven waard is en meer. Wat ik nooit heb gekregen, nooit heb gegeven, nooit uit mijn lijf heb geperst – en wat is een leugen? Of meer nog, wat is een leugen om bestwil? Van mij verneem je dat niet, nooit – de eeuwigheid (of een dag) is mijn getuige.

In Tempus Fugit drink ik koffie tegen de maagpijn en water omdat jij dorst hebt. Het is een genoegen of is het een ongenoegen om genoeg van dit alles te hebben. Het niet meer te willen doorstaan en er geen iota van te verstaan – of bedoelde je begrijpen?

De vergeten straat in het Noorden waar je altijd blond bent zoals de zangeres, blond op blond. En een zilveren jurk onder de sterren betekent er niet eens veel, weinig zelfs, helemaal niets. Op het gegeven woord komt het aan in het Noorden, buiten de wet staan van de mensen, alleen de goden begroeten. En alleen de goden de rug toekeren als waren ze vrienden of teerbeminde slavinnen.

Schitteringen in je donkerste nachten zijn klanken die soms woorden worden, meer niet. Want zo is het altijd, dat er niet veel meer is dat waarde voortbrengt dan woorden. Als je me volgt naar het Noorden schenk ik je de weinige woorden die ik ken of ik zing ze. En dan luister je en lig ik aan je voeten en ben ik de teerbeminde en voel geen pijn. Want in elk woord lost de lust op en de pijn, net zoveel als je lief is en je goedkeuring verdient. Vingers op snaren, op toetsen, op huid. Zo zijn de woorden die je neerschrijft op een wit. Die ik neerschrijf, wit op een wit, en net zoals jij, blond op blond.

04-07-15

ZERO DE CONDUITE: SPACE IS THE PLACE

01tim_buckley-starsailor(6).jpg

Zéro de conduite is een POPprogramma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Een muzikaal evenement voor allen en voor niemand. Uniek in de kosmos. Stem af op 106.7 FM. Je kunt Zéro eveneens via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

Vanavond gaan we naar de ruimte. Letterlijke en figuurlijke, echte en verbeelde planeten, sterren, asteroïden, en zelfs de hele kosmos. Ik kies nooit een thema, thema’s kiezen mij. Onlangs zat bij het muziektijdschrift Uncut een cd ‘Beyond Saturn’: dat leek me meteen een goed uitgangspunt. Van de compilatie heb ik echter maar een nummer gekozen, anders zou het wat te gemakkelijk zijn. Terwijl net moeilijkheid vereist is. Je gaat niet zomaar naar de maan en het kost veel moeite om in de armen van Venus te vallen. Een gitarist als Tom Verlaine speelt niet zomaar wat noten, het zijn constellaties. Hij kijkt naar de sterren voor inspiratie, maar oefening baart kunst. Zo gaat het ook met een radioprogramma: het komt niet uit de lucht vallen, al kan het zo wel lijken. Toen ik de meeste muziek al gekozen had hoorde ik over Venus, helder te zien aan de hemel. Mij is dat niet gelukt. Van Venus kan ik alleen maar dromen, en ik zal net zomin als James Salter ooit op de maan wandelen. Het is zelfs mogelijk dat ik nooit Antwerpen bereik, met deze hitte. (Vorige woensdag zat ik in een trein naar Gent: zonder airconditioning.) Maar ik hoop van wel, want al deze muziek is bijzonder cool, een geschenk voor jullie, lieve luisteraars.

De titel ‘Space Is the Place’ is geleend van Sun Ra. Het is de titel van een compositie en een elpee van hem, uitgebracht op Impulse in 1972.

Deze aflevering wil ik graag opdragen aan de Griekse bevolking, niet echter het rijke gedeelte dat de media in handen heeft. Zijn dat wel Grieken, die oligarchen?

 
Veel luisterplezier.

01Beth-Orton-Sugaring-Season-Press-Shot-4-Photo-by-Jo-Metson-Scott.jpg

Space Odyssey - The Byrds - The Notorious Byrd Brothers - 1968

Lopin' Along Thru The Cosmos - Judee Sill - Judee Sill - 1971

Watch The Stars - Bert Jansch  featuring Beth Orton - The Black Swan - 2006

Stars All Seem To Weep - Beth Orton - Central Reservation - 1998

A Love From Outer Space - Tahiti 80 – Puzzle - 1999

Corcovado (Quiet Nights Of Quiet Stars) - Miles Davis – Quiet Nights, arranged and conducted by Gil Evans - 1964

Stars Fell On Alabama - Billie Holiday - Songs For Distingué Lovers – 1958

Tapestry From An Asteroid - Sun Ra - The Futuristic Sounds Of Sun Ra - 1962

Star Sailor - Tim Buckley – Starsailor - 1970

In And Out The Chakras We Go (Formerly: Shaft Goes To Outer Space) - Todd Rundgren – Todd -1974

Wandering Star - Portishead – Dummy - 1994

Vein Of Stars - The Flaming Lips - At War With The Mystics - 2006

Stars Of Leo - M. Ward - Hold Time - 2009

A Thousand Stars - Kathy Young & The Innocents – Single, 1960

Lucky Star - Rick Nelson - Rick Is 21 -1961

Under Stars - Brian Eno - Apollo: Atmospheres & Soundtracks - 1983

Stars Are in Your Eyes - Kendra Smith - The Guild of Temporal Adventurers - 1995

Outer Space - John Grant - Queen Of Denmark – 2010

Guiding Star - Teenage Fanclub – Bandwagonesque – 1991

I Am The Cosmos - Chris Bell - I Am The Cosmos – postuum, 1992

Point Me At The Sky - Pink Floyd - The Pink Floyd Early Singles - 1968

Have You Seen The Stars Tonite - Jefferson Starship - Blows Against The Empire -1970

Planet Queen - T.Rex - Electric Warrior [Bonus Tracks] - 1971

Planet Claire - The B-52's – The B52’s - 1979

Another Girl, Another Planet - The Only Ones - The Only Ones - 1978

Lonely Planet Boy - New York Dolls - New York Dolls - 1973

Life On Mars - David Bowie - Hunky Dory - 1971

Venus - Television - Marquee Moon - 1977

Space Monkey (Tom Verlaine) - Patti Smith – Easter - 1978

Big Eyed Beans From Venus - Captain Beefheart & The Magic Band - Clear Spot

Space Cowboy - The Steve Miller Band - Brave New World – 1969

2000 Light Years From Home - The Rolling Stones - Their Satanic Majesties Request - 1967

Heaven Is 10 Zillion Light Years Away - Stevie Wonder - Fulfillingness' First Finale -1974

01todd.jpg

Research & presentatie: Martin Pulaski
Foto Beth Orton: Jo Metson Scott

30-06-15

DE GEEST VAN EMILY DICKINSON*

emily-dickinson2.jpg

Voor Emily Dickinson en het Griekse volk.

Een ontmoeting met de geest van Emily Dickinson. Durf ik deze ervaring zo noemen? Een moeder met haar dochter, uit Amherst, Massachussetts gekomen. In de bus naar Elafonisi verklappen we elkaar onze vredesidealen, de oude en de nieuwe. “Je bent altijd welkom bij ons thuis, in Amherst”, zegt de moeder, “je moet wel je slaapzak meebrengen.” “Slapen op een houten vloer”.

Ik wandel alleen over het eiland, mijn vrouw is achtergebleven, bang voor de zeevogels. Tussen de rotsen zitten enkele naakte mensen, uit oudere tijden achtergebleven. Hun gezichten lijken op maskers. Ze hebben geen duidelijk geslacht.

In het zonlicht - heerlijk - begeef ik mij naar de kapel en zie haar daar - de moeder -, geknield, in oude Religieuze Extase. Ze zingt “Kyrie Eleison.” Ik sta in de deuropening, denk aan mijn maanden als misdienaar. Moet ik niet invallen? “Christe Eleison”? Ik zwijg. De moeder uit Amherst ziet me niet eens. Ik zou haar aan het schrikken brengen.

"Alles wat je hebt beleefd zal je je ook één keer herinneren".

Als ik de kapel verlaat, opnieuw de brandende zon – overweldigend. Reusachtige meeuwen vallen me aan. Neen, toch niet. Ze klapwieken met hun vleugels. Omineuze bewakers van het - mysterie. Voor het heilige – op de vlucht.

De moeder struikelt over een steen op het strand. Haar witte jurk, witte huid, bloedende knieën. Ze glimlacht als ze haar lang gewaad opschort tot boven de knieën. Dan wast ze haar wonden schoon met water uit de Libische zee.

Later eten we honinggebakjes en drinken - rode wijn. “Jullie zijn echt welkom in Amherst”, zegt de moeder nogmaals. De Griekse buschauffeur en de dochter, die Cricket heet, zitten - wat te flirten. De hemelse moeder en de aardse dochter. De renaissance komt weer tot leven. Ik ruik haar geuren en proef haar smaken. Haar extase zie ik ontstaan, in alle rust en vrede, zoals de geboorte van Venus.

’s Avonds in de hotelkamer in Chania, waar ik mijn strijd tegen de kakkerlakken heb gestaakt, kijk ik even door het raam naar de passanten beneden. De Griek en het meisje slenteren voorbij. Hun lichamen op weg - naar de goddelijke eenwording. Ik neem mijn vrouw in mijn armen. Met dit dak boven ons hoofd zijn we veilig voor het witte geweld van de vogels. Veilig - voor de leugens van God.

...

*Oorspronkelijk verschenen op 16 juni 2006 (Bloomsday).

26-06-15

SCHIMMEL

IMG_2800.JPG

Ik bevind me in een gigantisch gebouw, een ministerie of een ziekenhuis, of is het een archief? Herinneringen aan de gangen in het Markiesgebouw, waar ik van 1991 tot 2012 werkte; nu is er de beurs van Brussel in ondergebracht.  Ik zit op de vloer, met aantekeningen of dagboeknotities. Wat moet er met al deze geschriften van me gebeuren? Samen met mijn boeken een onoverzichtelijke massa, zeker voor anderen. Een drietal jonge vrouwen blijft bij me staan. Een van hen, later verneem ik dat zij de jongere zuster is van Chantal S., spreekt me aan. Ze hebben hulp nodig bij het oplossen van een belangrijk probleem van bestuurlijke aard. Of ik wil helpen? Hoewel ik helemaal niet weet waar het om gaat en zelfs de vraag niet goed heb begrepen, stem ik toe. Ze nemen me mee naar een vergadering, waar al een aantal specialisten om de tafel zit. Op weg ernaartoe vertelt ‘de zus van Chantal S.’, hoe ze heet zegt ze niet, wat over haar oudere zus (waar ze bedrieglijk veel op lijkt). Chantal (de echte) vindt het zo erg dat jullie elkaar nooit meer zien, zegt ‘de jongere zus’. Ja, het is zeker tien jaar geleden, zeg ik. Waarschijnlijk meer. En haar oudere zus, Renée S… Zo erg hoe zij aan haar eind is gekomen… Ja, zegt ‘de jonge zus van Chantal’, wie had dat destijds kunnen denken. Ik heb jarenlang in dit gebouw naar Chantal gezocht, zeg ik, maar zonder resultaat. Als ik al een spoor van haar vond in een of ander bureau werd het meteen weer uitgewist. Het is hoe dan ook erg moeilijk om hier iets of iemand te vinden. Ooit moest ik dringend een arts raadplegen, maar zelfs dat lukte me niet. Hier is vast wel een geneeskundige dienst, maar die zit dan wel goed verborgen in een of andere doodlopende gang, ver van een lift of een trap verwijderd. Je mag je niet voorstellen wat daar allemaal gebeurt.

Tijdens de vergadering probeer ik zoveel mogelijk van wat wordt gezegd te noteren in mijn klein notitieboekje van Muji. Maar enerzijds begrijp ik geen woord van de ambtelijke taal, anderzijds slaag ik er niet in om ook maar één zin op een leesbare manier neer te schrijven. Wat op papier verschijnt is werkelijk beschamend. En dan te weten dat mijn handschrift vroeger zo duidelijk was en mijn woordenschat zo omvangrijk; mij mijn grenzeloze verbeelding te herinneren! Neen, ik breng er niets van terecht. Des te meer maak ik mij zorgen over de bestemming en bewaring van mijn oude teksten, cahiers, dagboeken, verhalen en brieven; mijn hele onoverzichtelijke archief.

Ik ga even bij Erik langs, een collega die in een bureau in de buurt werkt en over een klein deel van mijn archief waakt: de Muji-notitieboekjes. Wat erg, zegt Erik, ze zijn allemaal door schimmel en insecten, vooral papiervisjes, aangevreten. Nog een geluk dat deze beestjes het driehonderd dagen zonder eten kunnen volhouden. Je zou best op zoek gaan naar een huis, een voldoende grote en luchtige ruimte om alles in onder te brengen, zeker ook het materiaal dat je op het schip bewaart. Dat zal zeker nog meer aangetast zijn dan de Muji-boekjes hier. Ja, dat is ook mijn vrees, zeg ik.  Overigens moet ik hoe dan ook weg van dat schip: het wordt verkocht en dan gesloopt. Veel tijd om er mijn bezittingen weg te halen heb ik niet meer. Maar waar kan ik naartoe, beste Erik?

...

Foto: Martin Pulaski, Brussel, juni 2015.