11-04-18

HOOCHIEKOOCHIE VERDWIJNT

TWIN PEAKS.jpg

Alle skynetblogs (vroeger Belgacom, nu Proximus) worden definitief vernietigd, dus ook mijn literair blog, hoochiekoochie. Dertien jaar van leven en werk in een klik weg!

Dat is even slikken. Het betekent dat niet alleen al mijn teksten verdwijnen (alle verhalen, gedichten, poëtisch proza, mijmeringen, schetsen, herinneringen, reisverslagen, beschouwingen over muziek en film, etcetera), maar ook alle layout, waar ik zovele jaren hard en nauwgezet aan heb gewerkt, alle foto's, alle links, alle commentaren en mijn soms uitgebreide commentaren daarop (vooral in de beginjaren, na de opkomst van facebook is die vorm van communicatie afgenomen). En niet alleen voor mij is het een ramp. Al mijn collega-bloggers bij skynetblogs zitten in hetzelfde schuitje. Alles geofferd aan de god van de vrije markt en de vooruitgang. Voor technocratische doelstellingen en een ondernemersmissie.

Er zijn ergere dingen, maar dit is toch van het allerergste nieuws dat ik ooit heb ontvangen. Ik had er nooit bij stil gestaan dat hoochiekoochie op een dag zou verdwijnen. Naast minder geslaagde want tijdgebonden teksten staat daar het beste wat ik ooit heb geschreven (en nog zal schrijven). Voor sommige verhalen, (proza)gedichten en mijmeringen heb ik veel lof gekregen, dat verdwijnt nu ook allemaal, samen met alle andere commentaren. De door mij zeer bewonderde schrijver Geerten Meijsing (alias Joyce & Co) heeft me ooit aangeraden om voor mijn blog subsidie aan te vragen bij het Fonds voor de letteren, maar daar was ik te trots (of te bescheiden) voor.

Ik ben nu op zoek naar een mogelijkheid om dit heel stuk verleden nog te redden en opnieuw toegankelijk te maken maar ik heb weinig praktische kennis van websites en recente informatica-ontwikkelingen. Ondertussen heb ik van enkele vrienden al wel wat tips gekregen en Proximus zelf raadt aan om de overstap naar WordPress te maken. Dat zou niet zo moeilijk zijn. Maar ik heb mijn twijfels.

07-04-18

ZERO DE CONDUITE: SURRENDER TO BRIAN ENO [1]

Eno-Brian-1974-01_2.jpg

Zéro de conduite is een sfeervol, (meestal) thematisch programma gewijd aan pop/cultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Een muzikaal evenement heel specifiek voor tweeëntwintig liefst niet bekakte bakvissen, drieënzeventig zwaardviskoppen en twaalfduizend uitgeprocedeerde aartsbisschoppen - en voorts voor iedereen die het maar horen wil. Uniek in het zich steeds verder uitdijende universum, maar dat weet je al. Stem af op 106.7 FM!
Je kunt Zéro via 
streaming beluisteren. Hier
 vind je meer informatie over Radio Centraal en andere radiomakers.

eno glam with roxy music 1973.jpg

Brian Eno wordt op 15 mei 70 jaar, voldoende reden om zijn werk met een aflevering van Zéro de conduite te vereren.

Roxy Music zag ik een eerste keer in Théâtre Marni in Brussel op 6 december 1973. Sinds Rudy S. mij de eerste elpee (1972) had laten horen was ik een fan van de groep. Vooral Brian Eno vond ik fascinerend, al wist ik niet goed welke rol hij in de band speelde. Helaas had de extavagante non-muzikant (zo omschreef hij zichzelf) de artistieke Britse groep al omstreeks maart 1973, kort na de opname van de tweede elpee, ‘For Your Pleasure’, verlaten. Het optreden in Marni was opwindend maar ik miste de enigszins feminiene man met het blonde kapsel en het veelkleurige gevederte, degene van wie ik vermoedde dat hij het ‘genie’ was in Roxy Music. Dat vermoeden zou later bevestigd worden. Ik bleef Roxy Music daarna nog een tijdje trouw, maar na hun vierde album, ‘Country Life’ (1974) haakte ik af. Brian Eno ben ik tot nu toe blijven volgen. Hoewel ik een voorkeur heb voor zijn avant-pop uit de jaren zeventig, waartoe ik de meesterwerken ‘Another Green World’, ‘Taking Tiger Mountain By Strategy’ en ‘Before and After Science’ reken, houd ik ook van zijn ambient-producties[2] en van zijn indrukwekkende reeks samenwerkingen met vooral David Byrne, maar ook met John Cale, David Bowie, Harold Budd en andere einzelgängers. Zijn productiewerk voor ‘Fear Of Music’ en ‘Remain in Light’ van Talking Heads was baanbrekend. Afrikaanse ritmes, samples, electronica, de techniek die hij Oblique Strategies noemt – allemaal was en is het bijzonder invloedrijk op heel diverse vormen van populaire muziek.
Dat Brian Eno, ondanks zijn hoge begaafdheid en belangrijke rol in de westerse cultuur[3], zo bescheiden is gebleven siert hem des te meer. En misschien komt er nog eens een dag dat ik hem live aan het werk kan zien, al zal dat dan wel niet in Théâtre Marni zijn.

Veel luisterplezier!

june 1st 2.jpg

This - Brian Eno - Another Day On Earth - Brian Eno - 2005

If There Is Something - Roxy Music - Roxy Music - Bryan Ferry - 1972

Baby's On Fire - Brian Eno, John Cale, Nico & Kevin Ayers - Brian Eno, John Cale, Nico, Kevin Ayers - Live June 1, 1974 - Brian Eno - 1974

On Some Faraway Beach - Brian Eno - Here Come The Warm Jets - Brian Eno - 1974

Big Day - Phil Manzanera - Diamond Head – Manzanera, Eno - 1975

Schöne Hände - Cluster & Eno - Cluster & Eno - Moebius, Roedelius , Eno - 1977

Fuseli - Brian Eno - More Music For Films - Brian Eno - 1983

China My China - Brian Eno - Taking Tiger Mountain By Strategy - Brian Eno - 1974

Warszawa - David Bowie - Low - David Bowie, Brian Eno - 1977

The Man Who Couldn't Afford To Orgy - John Cale featuring Judy Nylon - Fear - John Cale - 1974

R.A.F. - Snatch - Snatch (with Brian Eno) – Brian Eno - 1978

Segue - Algeria Touchshriek - David Bowie - 1. Outside - Brian Eno, Michael Garson, Sterling Campbell, Erdal Kizilcay, Reeves Gabrels - 1995

Above Chiangmai - Brian Eno & Harold Budd - Ambient 2 The Plateaux Of Mirror - Brian Eno - 1980

Deep Blue Day - Brian Eno - Apollo: Atmospheres & Soundtracks - Roger Eno, Brian Eno, Daniel Lanois – 1983

I'll Come Running - Brian Eno - Another Green World - Brian Eno - 1975

Kurt's Rejoinder - Brian Eno - Before And After Science - Brian Eno - 1977

The Jezebel Spirit - Brian Eno & David Byrne - My Life In The Bush Of Ghosts - Brian Eno, David Byrne - 1981

Listening Wind - Talking Heads - Remain In Light - Brian Eno, Chris Frantz, David Byrne, Jerry Harrison, Tina Weymouth - 1980

Heaven - Talking Heads - Fear Of Music - Talking Heads - 1979

brian eno,eno,muziek,zéro de conduite,zero,radio centraal,106.7 fm,antwerpen,pop,rock,blues,soul,country,potpourri,ambient,artrock,punk,afro,oblique strategies,roxy music,john cale,talking heads,david byrne,david bowie,daniel lanois,snatch,cluster,phil manzanera,harold budd,producer,uitvinder,voorloper,denker,conceptueel,kunstenaar,voorbeeld

Mongoloid - Devo - Q: Are We Not Men? A: We Are Devo – G. Casale - 1978

Optimism - Lady June - Lady Junes Linguistic Leprosy - June Campbell Cramer, Kevin Ayers, Brian Eno  1974

Healthy Colours III - Robert Fripp & Brian Eno - The Essential Fripp & Eno - Brian Eno, Robert Fripp - 1994

The Secret Life Of Arabia - David Bowie - "Heroes" – Brian Eno - 1977

One Word - Brian Eno & John Cale - Wrong Way Up – Brian Eno, John Cale - 1990

Strange Overtones - Brian Eno & David Byrne - Everything That Happens Will Happen Today - Brian Eno, David Byrne - 2008

A Beautiful War - Robert Wyatt - Comicopera - Brian Eno, Robert Wyatt - 2007

2 Forms Of Anger - Brian Eno With John Hopkins & Leo Abrahams - Small Craft On A Milk Sea - Brian Eno - 2010

Indian Summer Sky - U2 - The Unforgettable Fire - Adam Clayton, Bono, Larry Mullen, The Edge - 1984

The Pearl - Brian Eno & Harold Budd  with Daniel Lanois - The Pearl - Brian Eno, Harold Budd - 1984
remain-in-light.jpg

Bonus Tracks

More Dust - Brian Eno & J. Peter Schwalm - Drawn from Life - Brian Eno, J. Peter Schwalm - 2001

White Mustang II - Daniel Lanois - Acadie - Daniel Lanois, Brian Eno - 1989

By This River - Brian Eno - Before And After Science - Dieter Moebius, Hans Roedelius - 1977

The Soul Of Carmen Miranda - John Cale - Words For The Dying - Brian Eno, John Cale

Shadow - Brian Eno - Ambient 4: On Land - Brian Eno - 1982

An Ending (Ascent) - Brian Eno - Apollo: Atmospheres & Soundtracks – Roger Eno, Brian Eno, Daniel Lanois – 1983

Fantastic Voyage - David Bowie - Lodger - Brian Eno -1979

Alhondiga - Brian Eno - The Shutov Assembly - Brian Eno - 1992

What Actually Happened? - Brian Eno - Nerve Net – Brian Eno - 1992

Tal Coat - Brian Eno - Ambient 4: On Land - Brian Eno - 1982

harmonia brian eno.jpg

[1] “I think of surrendering as an active verb, not a passive verb.” Brian Eno, in ‘Re-valuation (A Warm Feeling), 2013

[2] “My original intention with Ambient music was to make endless music, music that would be there as long as you wanted it to be. I wanted also that this music would unfold differently all the time - ‘like sitting by a river’: it’s always the same river, but it’s always changing.” http://www.brian-eno.net/about/index.html

[3] “Eno is frequently referred to as one of popular music's most influential artists. Eno forever altered the ways in which music is approached, composed, performed, and perceived, and everything from punk to techno to new age bears his unmistakable influence. Eno has spread his techniques and theories primarily through his production; his distinctive style informed a number of projects in which he has been involved, including Bowie's "Berlin Trilogy" (helping to popularise minimalism) and the albums he produced for Talking Heads (incorporating, on Eno's advice, African music and polyrhythms), Devo, and other groups. Eno's first collaboration with David Byrne, 1981's My Life in the Bush of Ghosts, pioneered sampling techniques that would prove to be influential in hip-hop, and broke ground by incorporating world music into popular Western music forms. Eno and Peter Schmidt's Oblique Strategies have been used by many bands, and Eno's production style has proven influential in several general respects: "his recording techniques have helped change the way that modern musicians;– particularly electronic musicians;– view the studio. No longer is it just a passive medium through which they communicate their ideas but itself a new instrument with seemingly endless possibilities.”
Wikipedia, bewerkt

loud and quiet.jpg

Research, presentatie en techniek: Martin Pulaski

31-03-18

PERROS NO? PERROS SI! [1]

IMG_5664 (2).JPG

Na een middag lezen en schrijven maak ik een korte wandeling naar Playa del Inglés. Ik slenter door de Calle Normara, waar zich het lekkere Maleisische restaurant El Baifo bevindt. ’s Avonds is het er altijd druk, je reserveert best enkele dagen op voorhand, ook al omdat het zo klein is. De baas van het eethuisje, die ook kok is, heet Andy. Enkele jaren geleden vertelde hij me een en ander over zijn leven. In de dagen voor de postmoderne tijdrekening was hij een Maleisische hippie die al liftend door Indië, Pakistan, Afghanistan, Iran, Turkije, Joegoslavië, Italië, Frankrijk, Spanje op de Canarische eilanden verzeilde. La Gomera, het tweede kleinste eiland van de archipel, dat in die dagen op toeristisch gebied nog grotendeels onontgonnen was, stal meteen zijn hart. Toch keerde hij naar zijn thuisland terug om orde op zaken te stellen. Wat later vestigde hij zich in Valle Gran Rey, waar hij met het restaurant van start ging waar ik nu voor sta om het menu nog een keer te bekijken. Andy is een uitstekende kok en een uitzonderlijk vriendelijke en goedlachse man. Die karaktertrekken stralen duidelijk af op het personeel in zijn zaak. 

Ik sla links af, dan rechts, en kom zo op Carretera de Playa del Inglés uit. Een gps heb je hier beneden niet nodig, zelfs een blinde vindt hier nog zijn weg. Sinds ik hier de eerste keer kwam, in 2003, is er zo te zien niets veranderd. Voor je aan het naaktstrand komt, loop je voorbij een klein stukje natuurreservaat. Ik ben niet wat je noemt een natuurmens, over de vogels die daar bescherming vinden kan ik bijgevolg weinig vertellen. Het valt wel op dat er in heel La Gomera weinig vogels te zien zijn. Ik las over de tjiftjaf, de pimpelmees en de pieper, maar ik heb alleen wat duiven en meeuwen gezien. Al die andere vogels mogen er natuurlijk ook wezen, maar een uurtje wat meeuwen observeren volstaat voor mij. Voyeurs zullen op het naaktstrand niet aan hun trekken komen. Het is al te fris om in je blootje te zwemmen of te zonnebaden. De surfers zijn wel nog ter plaatse, hun elegantie en souplesse is altijd een lust voor het oog. En straks komen de zonne-aanbidders; over twee uur gaat de zon onder.
Ik sla de geasfalteerde weg omhoog in die langs een voetbalveld en een tennisterrein voert. Altijd weer blijf ik naar de raadselachtige heliport kijken. Nog nooit heb ik er een helikopter gezien. Vandaag ga ik in het midden van het helipad staan. Vanuit de lucht gezien zal het lijken of ik in het centrum van een grote schietschijf sta. Ik ben de roos, doelwit voor onbekende luchtwezens. Heel zeker zijn bewakingscamera’s mij nu aan het filmen. De weg eindigt aan een poort die open staat. Daarachter ontwaar ik een gebouw dat al even mysterieus is als de heliport. Is het eigendom van de Guardia Civil, of van een of andere geheime dienst? Mogelijk, maar waarom staat die poort dan open?
Ik loop door in de richting van de uitnodigende poort. Opeens komen er twee gevaarlijk blaffende honden op me af gerend. Wat nu? Vreemd genoeg ben ik helemaal niet bang. Ik blijf staan, beweeg niet, kijk onverschrokken naar de grootste van de twee honden, die me lijkt te willen aanvallen. Omdat hij, zo denk ik, ziet dat ik niet bang ben, doet hij dat niet. Hij zal geen angstzweet ruiken. In plaats van mij te bijten snuffelt hij wat aan mijn been en laat een slijmspoor achter op mijn pas gewassen broek. De andere, wat kleinere hond houdt zich afzijdig. Ik aai de ‘gevaarlijke’ hond over het hoofd. Lief beest, zeg ik, loebas. Hij kijkt me met trieste hondenogen aan, draait zich dan om en loopt kwispelstaartend samen met zijn kameraad terug naar het huis van de vele mysteries. Beseffend dat ik aan een gewisse dood ben ontsnapt keer ik terug naar vertrouwder terrein. Al gauw mis ik de dieren al. Herinneringen aan andere honden in mijn leven maken hun entree in het theater binnenin mijn hoofd. Een van die viervoeters heet Jimpy, een andere Laika, nog andere honden kruisten onze weg in Eze, in de buurt van Nice, en er was ook een heel bijzondere Lassie op heilige Indiaanse grond in Taos in de Amerikaanse staat New Mexico. Daarover meer in een volgende aflevering van dit relaas van mijn grootse avonturen.


Maar toch nog dit. Als liefde een hond uit de hel is, zoals Charles Bukowski [2] beweert, wat is dan een hond uit de hemel?

[Wordt vervolgd]

IMG_6290.JPG

[1] Deel 8 van een reeks impressies van een reis naar Valle Gran Rey in La Gomera, Canarische Eilanden.

[2] Charles Bukowski, Love Is A Dog From Hell, Black Sparrow Press, 1981.

Foto's: Martin Pulaski, Valle Gran Rey, februari 2014.

28-03-18

GHOSTWRITER [1]

2018-03-03-LAGOMERA 210.JPG

“Dikwijls heb ik mij afgevraagd wat gemakkelijker te doorgronden is: de diepte van de oceaan of de diepte van het menselijk hart!”[2]

 Een reis begint altijd in de verbeelding, schreef ik een tijdje geleden. En ook tijdens de reis en zelfs daarna tijdens je verblijf op de plaats waar je je zo lang van tevoren al een idee van hebt gevormd, dool je meer rond in je eigen hoofd dan in de wereld daarbuiten. Hoeveel van de werkelijke uren in taxi’s, vliegtuigen, autobussen, veerboten en ook in de Gomera Lounge in Valle Gran Rey, waar je je al gauw thuis bent gaan voelen, breng je door met aandacht voor uiterlijke verschijnselen? Met heldere gedachten over wat zich daar voordoet? (En zie je die verschijnselen ooit wel zoals ze zijn? Een eeuwenoude filosofische vraag, natuurlijk.) Soms realiseer je je dat aan de binnenkant van iemand die tegenover je zit, bijvoorbeeld in de wachtkamer bij de huisarts, dingen gebeuren. Dat die mens, die soortgenoot van je, mijmert, nadenkt, verdriet en pijn voelt, zich dingen herinnert. Soms moet je je zelfs al inspannen om hem of haar te zien als gewoon maar een aanwezig iemand. In dat geval zie je de buitenkant, meer niet. En net zoals je die mens niet ziet, of er alleen de buitenkant van waarneemt, zo is het met alles in de zichtbare wereld. Slechts een fractie daarvan dringt tot je door. Gelukkig is dat tijdens een reis enigszins anders. De wereld zegt dan opnieuw: hier ben ik. Je kunt er niet langer naast kijken, zelfs al blijf je ook dan een mijmeraar, een dagdromer, een hypochonder. De wereld is dan sterker en jij bent gevoeliger voor indrukken, je zintuigen gaan open.

We wandelen langs de oceaan naar Borbalan, om daar koffie te gaan drinken en te lezen en te schrijven. Op het terras van Sal Y Pimiento zit ik koortsachtig in een Muji-notitieboekje te noteren. Waarom noteer ik deze banale dingen en waarom moet het zo snel gaan? Wil ik dan niet nauwkeurig zijn, met aandacht voor details?
Waarom schrijf jij je observaties niet neer, zeg ik tegen A. Je ziet en hoort veel meer dan ik, dat is mij van in het begin al opgevallen. Je hebt een buitengewoon observatievermogen. Ik moet altijd weer allerlei hindernissen overwinnen eer mijn blik zich naar buiten kan keren. Alsof ik uit een beschermend cocon moet kruipen of een muur om mij heen moet stukslaan. Allerlei obsessies en angsten maken mij vaak blind voor wat mij omgeeft. Gelukkig hebben we hier die machtige oceaan. Die kan ik niet negeren. Je zou hem opdringerig kunnen noemen. Maar het is een opdringerigheid die ik in alle nederigheid aanvaard. Je bent piepklein, buldert de oceaan, in een oogwenk sleur ik je mee naar de diepte, zoals ik dat doe met een muis, of een huis, of een vergeet-me-nietje. Dat begrijp ik, antwoord ik. Ik vind het niet erg dat je mij kleineert en vernedert. Jij bent de enige die dat mag doen, ontzagwekkende oceaan.
Voor de rest is er weinig dat mijn aandacht trekt. Er was dat meisje met de wilde haren op de veerboot naar San Sebastian. Er was de vrouw met de sleutels, die ik nauwelijks heb bekeken, en toch heb ik haar het profiel van een junkie gegeven. Je moet maar durven. Er is de goede maar vergeetachtige Maria. Er is Gloria, die ik aanbid. G-L-O-R-I-A. Heb je al veel over Gloria geschreven, vraagt A. Nog niets, zeg ik. Misschien komt dat nog wel. Hoewel… wat kan ik over Gloria schrijven zonder in gedweep te vervallen? Zou jij dat niet veel beter kunnen? Bij mij staan troebele gevoelens in de weg. Nog voor ik haar aankijk is mijn waarneming al verstoord door verlangens, remmingen, onzekerheden.
Misschien vind je dat je minder goed formuleert? Dat is echter alleen maar een kwestie van oefening en tijd. Bovendien zijn ruwe diamanten ook diamanten. Als jij ze al te ruw vindt zou ik ze kunnen slijpen. Weet je, ik zou me je waarnemingen kunnen toe-eigenen. Je wordt dan een beetje mijn ghostwriter, en ik zeg er niemand wat van. Na mijn dood verneemt het grote publiek dan wat een oplichter ik altijd ben geweest. Goed, we laten dat onderwerp nog even rusten.
We keuvelen nog wat over Eilis, het hoofdpersonage in ‘Brooklyn’ van Colm Toibin, en over de arme steenrijke Divers, uit ‘Teder is de nacht’ van F. Scott Fitzgerald. Die F. staat voor Francis, zegt A. Ach, zo, zeg ik en mompel wat over mister Jones en een zwaardslikker op hoge hakken die voor je neerknielt. Ja, ja, hoe we het ook draaien of keren, we komen altijd bij Bob Dylan uit. En met de enigszins dreigende piano-akkoorden uit ‘Ballad Of A Thin Man’ in mijn hoofd sta ik op en sta jij op (met of zonder die akkoorden in je hoofd, dat zal ik nu wel nooit meer te weten komen) en keren we terug naar de Gomera Lounge.


Op de terugweg, via Avenida El Llano, lopen we voorbij een wat raadselachtige tentoonstellingsruimte die Laurasilva heet en ontdekken we wat een nieuwe wijk lijkt, maar dat bij nader inzien niet is. Waarom hebben we dit deel van Valle Gran Rey vier jaar geleden niet gezien? Of zes jaar geleden?  Er wordt hoe dan ook nog altijd weinig gebouwd in Valle Gran Rey en op het hele eiland. Dat is een goede zaak. Het massatoerisme is hier nog niet opgerukt. Maar hoe zit het met de vele percelen brakke grond? Liggen zij niet te wachten op mastodonthotels, op immense flatgebouwen voor toeristen. Wie zijn de eigenaars van die grond? Hopelijk zijn het mensen van hier. Maar de volgende vraag is dan wie die mensen van hier zijn. Zullen we dat nog onderzoeken, of zijn het onze zaken niet, of interesseert het ons niet echt, vinden we dat literatuur en songs en films volstaan om ons leven boeiend te maken?

bo dylan feinstein-39.jpg

[1] Deel 7 van een reeks impressies van een reis naar Valle Gran Rey in La Gomera, Canarische Eilanden.

[2] Comte de Lautréamont, De zangen van Maldoror.

 Foto's: Martin Pulaski door Agnes Anquinet, februari 2018; Bob Dylan door Barry Feinstein, 1966.

24-03-18

ZERO DE CONDUITE: COWBOYS & COWGIRLS

 Shane-6.jpg


Zéro de conduite is een sfeervol, meestal thematisch programma gewijd aan pop/cultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. (Vandaag uitzonderlijk op een andere zaterdag.) Een muzikaal evenement heel specifiek voor twee liefst niet bekakte bakvissen, drie zwaardviskoppen en twaalf uitgeprocedeerde aartsbisschoppen - en voorts voor iedereen die het maar horen wil. Uniek in het zich steeds verder uitdijende universum, maar dat weet je al. Stem af op 106.7 FM. 
Je kunt Zéro via streaming beluisteren. Hier
 vind je meer informatie over Radio Centraal en andere radiomakers.

Als kind droomde ik van een leven als cowboy. Meer zelfs, soms was ik een cowboy en dan nog wel een heel eenzame. Jazeker, de veel bezongen lonesome cowboy, dat was ik. Bijna altijd na het zien van weer een western in een van de vele kleine en grotere bioscopen die Antwerpen toen nog rijk was veranderde ik in een revolverheld of een outlaw. Meestal was ik een goede jongen, volledig opgetrokken uit morele stelregels. Een beetje zoals de mythische John Wesley Harding van Bob Dylan ‘(who) was never known to hurt an honest man’. Ik bestreed slechte mensen en confederates, maar ook gevaarlijke indianen. Samen met mijn ouders woonde ik op een binnenvaartschip, dat vaak in de haven van Antwerpen lag te wachten voordat het zou gelost of geladen worden. Of wachtend op een nieuwe bevrachting. Ik hing graag op de kades rond om de geur op te snuiven van exotische landen, sinaasappels, bananen, hout. Vol gretigheid las ik de namen van de grote zeeschepen die in de haven lagen en verzon avonturen die zich afspeelden in de steden en landen waar ze vandaan kwamen. Ik leerde de namen van zoveel mogelijk landen uit het hoofd en de vlaggen die erbij hoorden. Maar liefst van al ging ik met mijn ouders naar de bioscoop. En bijna altijd zagen we dan een western.

Een mens kan maar beschikken over een drietal ideeën, die meestal reeds vroeg opduiken en waarmee hij zijn hele leven aan de slag moet. Op dat drietal ideeën brengt hij als hij geluk heeft wat variaties aan. Een van die ideeën is voor mij alles wat bij het mythische Amerika hoort. De Far West, cowboys en indianen, de Amerikaanse burgeroorlog, enzovoort. In deze korte inleiding bij mijn radioprogramma wil ik niet te veel uitweiden, het is hem tenslotte om de muziek, om de songs te doen. Zeker is dat die vroege identificatie met het cowboybestaan en vast ook met outlaws als Billy the Kid en Jesse James ertoe bijgedragen heeft dat ik mij in de sixties in de underground heb begeven. De tegencultuur was een substituut voor de far west. De Amerikaanse counterculture greep nogal eens terug naar symbolen ontleend aan de westerncultuur. Denk maar aan de kleding en de platenhoezen van sommige westcoast-bands zoals the Charlatans en Quicksilver Messenger Service.

En verwees eveneens naar de mysterieuze wereld van de indianen, die toen ik klein was nog roodhuiden werden genoemd. Denk aan Neil Young. De songs van Dylan, maar niet alleen van hem, krioelen van de verwijzingen naar de westernhelden. Naar outlaws, dieven, gokkers, hoeren, saloons, Lily, Rosemary & the Jack Of Hearts, Billy the Kid, Frank & Jesse James, gunslingers, moonshine whisky, Pat Garrett, stoomboten, huifkarren, indianen, Crazy Horse, Sitting Bull, Kit Carson, Buffalo Bill, rodeo, corrals, vuurgevechten, duels, spookstadjes, kampvuurliedjes, zadels, boots, sporen, enzovoort. De helden van de tegencultuur, zoals Jerry Rubin, Allen Ginsberg, Angela Davis, Tom Hayden, Abbie Hoffman, Jane Fonda, Jerry Garcia, Dennis Hopper, Ken Kesey, de Plaster Casters en vele anderen, waren de nieuwe outlaws en indianen.
Ook mijn verknochtheid aan blues, folk en country – en zelfs aan singer-songwriters – is onbewust in mijn kinderjaren in de bioscoop en al spelend in mijn cowboykostuum op het schip ontstaan.

Maar hoe zit het dan met mijn dweperij met cowgirls met lange haren en lange benen? Blond, bruin-, zwart- of roodharig… Droomde ik ook al van zulke meisjes, een soort van groupies avant la lettre, als ik op het dek van ons schip in mijn cowboykleren, met mijn hoed op, met mijn zilverkleurige revolver een denkbeeldige bad man in het stof deed bijten? Daar moet ik eens lang en diep over nadenken.
Wat nu volgt zijn de liedjes die bij mijn jonge westerndromen hoorden, ook al moesten de meeste ervan toen nog geschreven en opgenomen worden.

Veel luisterplezier!



high-noon.jpg

Greyhound Bus Depot - Ann-Margret & Lee Hazlewood - The Cowboy & the Lady - B. George

Trucker's Atlas - Sun Kil Moon - Tiny Cities - Modest Mouse

Way Out West - Big Star - Radio City - Andy Hummel

Western Stars - Chris Isaak - Silvertone - Chris Isaak

High Desert - Bruce Kaphan - Slider- Ambient Excursions for Pedal Steel Guitar - Bruce Kaphan

How The West Was Won And Where It Got Us - R.E.M. - New Adventures In Hi-Fi – R.E.M.

King Of The Road - Jim White - No Such Place – Roger Miller

Cowboy Movie - David Crosby - If I Could Only Remember My Name.... - David Crosby

God Out West - Link Wray - Link Wray – Steve Verroca

Let's All Help The Cowboys (Sing The Blues) - Chuck Prophet & Stephanie Finch - Dreaming Waylon’s Dreams – Waylon Jennings

Wanted One Good Cowboy - Kacey Musgraves - Wanted One Good Cowboy – Kacey Musgraves

Don't Take Your Guns to Town - Ry Cooder - Blue City (Motion Picture Soundtrack) – Johnny Cash

Cowboy Song - Arlo Guthrie - Last of the Brooklyn Cowboys - Arlo Guthrie

Singing Saddle - The Dillards - Wheatstraw Suite - Altman

Cowboy - Van Dyke Parks - Tokyo Rose - Van Dyke Parks

Astral Cowboy - Curt Boettcher - Misty Mirage- Boettcher

West Coast Blues - Merle Travis And Joe Maphis - Country Music's 2 Guitar Greats Merle Travis & Joe Maphis - Merle Travis

Cowboy Boots - Howe Gelb - The Listener - Howe Gelb

Trigger - Calexico - The Black Light - Joey Burns

Street Scene In A Frontier Town - Bill Frisell - Have A Little Faith - Aaron Copland

Western Cowboy - Hurray For The Riff Raff - My Dearest Darkest Neighbor - Alynda Lee Segarra

Poor Ellen Smith – Canadian Amp – Neko Case - Traditional

Kern River - Emmylou Harris - All I Intended To Be - Merle Haggard

Tulare Dust - Merle Haggard - Down Every Road: 1962-94 - Merle Haggard

Blue Yodel No. 4 - Jimmie Rodgers - The Early Years, 1928 - 1929 - J. Rodgers

I Want To Be A Cowboy's Sweetheart - Patsy Montana & The Prairie Ramblers - Columbia Country Classics - Volume 1: The Golden Age - Patsy Montana & The Prairie Ramblers

Don't Fence Me In - Gene Autry - Sing, Cowboy, Sing!: The Gene Autry Collection – Cole Porter

Cool Water - The Sons Of The Pioneers – Cool Water – Bob Nolan

Cheyenne - Ennio Morricone - Once Upon A Time In The West - Ennio Morricone

Old Western Movies - William Burroughs - Breakthrough In The Grey Room – William Burroughs

Western Movies - The Olympics - Golden Age Of American Rock & Roll - Vol 3 - C. Goldsmith, F. Smith

Wyatt Earp - The Maquees featuring Marvin Gaye, with Bo Diddley - The OKeh Rhythm & Blues Story 1949-1957 - Elias McDaniel, Reese Palmer

Billy The Kid - Woody Guthrie - Outlaw Blues, Murder Ballads & Prison Songs - Jenkins

Frank And Jesse James - Warren Zevon - Warren Zevon - Warren Zevon

Billy - Los Lobos - I'm Not There - Bob Dylan

Me and Billy the Kid - Joe Ely - Lord of the Highway - Joe Ely

The Last Gunfighter Ballad - Guy Clark - Texas Cookin' - Guy Clark

andy warhol lonesome cowboys 3.jpg

Bonus Tracks:

Butch Cassidy - My Morning Jacket - The Tennessee Fire – Jim James

Western Sky - American Music Club - California – Mark Eitzel

Western Plain - Van Morrison - The Philosopher's Stone [Disc 2] - Huddie 'Ledbelly' Ledbetter

Back To California - Carole King - Music - C. King

Traces Of The Western Slopes - Rickie Lee Jones - Pirates - Rickie Lee Jones

Bullitt, Guitar Solo - Lalo Schifrin - Bullitt: Original Motion Picture Soundtrack - Lalo Schifrin

Happy Trails - Roy Rogers & Dale Evans With Frank Worth & His Orchestra - Theme Time Radio Hour - Season 3 [Disc 2] – Dale Evans

millie-perkins 2.jpg

Research, techniek en presentatie: Martin Pulaski
Afbeeldingen: Shane, George Stevens; High Noon, Fred Zinneman; Andy Warhol's Lonesome Cowboys; The Shooting, Monte Hellman.

19-03-18

DE DIVERS EN WIJ[1]

2018-03-03-LAGOMERA 098.JPG

Sommige mensen hebben alle geluk. Maar hoe vaak zouden die gelukkige mensen zich bewust zijn van hun geluk?


Reizen doe je niet alleen in de uiterlijke, zichtbare ruimte en in de objectieve tijd. Net zoals thuis reis je tijdens een reis en op vakantie ook in je eigen innerlijke ruimte en in je eigen tijd. De objectieve tijd van agendapunten, werk, de routine van huiselijke taken, enzovoort, maakt plaats voor de subjectieve tijd. Mijn ervaring is dat ik me in Valle Gran Rey minder in de dwang van de objectieve tijd (die van economie en rekenkunde) bevind. Dagdromen, mijmeren lijken opnieuw een tweede natuur te worden. Tijdens wandelingen, vaak op het ritme van de alomtegenwoordige oceaan, komen herinneringen spontaan naar boven. En soms is het bijna alsof ik tijdens die herinneringen de lang geleden gebeurtenissen opnieuw beleef. Wat zo goed als onmogelijk is. In ‘Tijd’ merkt Rüdiger Safranski met veel inzicht het volgende op: “De vergankelijkheid betreft de uiterlijke dingen, maar de innerlijke nog sterker. Want die hebben helemaal geen plek waar ze kunnen voortduren. Ze zijn in een oogwenk voorbij en kunnen niet als zichzelf, maar alleen in uiterlijke talige of sedert kort technische media bewaard worden. Het zijn uiterlijke tekens die op iets innerlijks wijzen, dat echter zelf altijd al is vergaan.”[2]

f scott and zelda 1919.jpg

A. leest de Nederlandse vertaling van ‘Tender Is The Night’ van F. Scott Fitzgerald. Hoewel mijn vrouw en ik een heel ander leven leiden – en de uiterlijke tijd waarin wij leven nauwelijks vergeleken kan worden met de periode tussen de twee wereldoorlogen – dan de hoofdpersonages in dat boek, Richard en Nicole Diver, zie ik toch ook overeenkomsten. Het zou me echter te ver leiden om hier nu veel dieper op in te gaan. Elke mens heeft geheimen nodig. Zonder geheimen kun je niet leven. Er is veel waar ik eerlijk in wil zijn. Eerlijkheid en waarheid waren echt wel uitgangspunten toen ik dertien jaar geleden met dit blog begon. Maar hier stoot ik op een grens. Ik schaam me er niet voor dat ik die grens vandaag niet overschrijd. Bovendien ben ik geen exhibitionist. Ik loop niet met mezelf te koop, al lijkt het voor sommige lezers misschien wel zo. De belangrijkste overeenkomst is overigens niet zo persoonlijk. Elke mens die ouder wordt, moet door een periode van ontnuchtering en uiteindelijk van aftakeling. De momenten van geluk liggen in het verre verleden. In je herinneringen vang je er soms nog een glimp van op, maar dat maakt je nog droeviger dan je al was voor de herinnering naar boven kwam. Je kunt nooit meer terug naar die momenten van geluk. Richard Diver raakt gedesillusioneerd, hij verliest zijn soepelheid, veerkracht, inventiviteit, zijn energie neemt af. Zijn liefde voor zijn jongere vrouw Nicole en voor zijn minnares – al is dat niet het juiste woord – Rosemary dooft uit. De ooit zo begaafde en veelbelovende psychiater begint meer en meer te drinken. Verbittering maakt hem agressief. Zijn feestelijk leven is ten einde. De neergang van Diver en zijn gezin vindt voornamelijk plaats tegen de achtergrond van mondaine steden in Zwitserland en de Middellandse Zee. Als A. me scènes uit het boek navertelt, versmelt voor mij die azuren zee met de ruwere Atlantische oceaan die ik door het raam van ons appartement kan zien.

A. en ik gaan niet al te diep in op de kleine overeenkomsten tussen ons en de Divers. Het feit dat ze zo rijk zijn – vooral Nicole is dat, ze komt uit een schatrijke familie – maakt het ons gemakkelijker om die zelfs niet te zien. Des te beter zien we zwakheden in de vorm, in de uiterlijkheden van het boek. De vertaling is bedroevend slecht, zegt A. Waarom wordt er zo weinig zorg besteed aan het vertalen van een meesterwerk als ‘Tender is the Night’? Het ligt niet aan de vertalers, denk ik. Ze doen hun best en worden daar slecht voor betaald. Vertalen moet bijzonder snel gaan. Het economische denken heeft ook de cultuur volledig in zijn greep. Daar zijn we het over eens. Fitzgeralds zinnen zijn soms onbegrijpelijk, zegt A. Jammer dat ik het origineel niet heb meegebracht om te vergelijken. Ik herinner me wel dat F. Scott Fitzgerald nogal moeilijk formuleert, moeilijker zelfs dan Marcel Proust. Maar dat impliceert nog niet dat hij onzorgvuldig is in zijn zinsconstructies. En dan is er nog iets met de chronologie in deze vertaling (van Henne van der Kooy). Wat daar aan scheelt, kan ik niet zo meteen achterhalen. Ik wil best wel een en ander opzoeken op mijn smartphone, al doe ik dat altijd met enige tegenzin. Want tast je zo je fragiele geheugen nog niet meer aan? Straks of morgen misschien… Laten we eerst maar een verfrissende wandeling maken naar Playa del Ingles, daar is het rustig en kunnen we de zonsondergang zien. Misschien zijn er nog surfers, altijd een plezier om naar te kijken. En California Girls? Nee, California Girls vind je hier niet, dat is wel zeker. Maar wel lekkere wijn in de supermarkt hier om de hoek. Van die heerlijke Martin Codax uit Galicië. Wat denk je? A marvelous idea, my darling!

f scott.jpg

...

[1] Deel 6 van een reeks impressies van een reis naar Valle Gran Rey in La Gomera, Canarische Eilanden.

[2] Rüdiger Safranski, Tijd, pag. 156-157

Foto's: Boven: Martin Pulaski, februari 2018; Midden: F. Scott Fitzgerald & Zelda Sayre; Onder: F. Scott Fitzgerald.

17-03-18

HET LICHAAM IN VALLE GRAN REY, DE GEEST IN CALIFORNIË[1]

reizen, valle gran rey, la gomera, canarias, gomera lounge, lichaam, geest, mijmeren, dagdromen, vergeten, filosoferen, tijdverdrijf, californië, mike nesmith, michael nesmith, bette nesmith graham, uitvinding, liquid paper, tipp-ex, mistake out, monkees, geld, don kirshner, bob rafelson, bert schneider, mikey dolenz, pete tork, davy jones, last train to clarksville, i'm a believer, neil diamond, circle sky, talent, nieuwsgierigheid, veelzijdigheid, beatles, a hard days night, mtv, televisie, schrijven produceren, acteren, first national band, country rock, pop, rock, spar, taal, duits, nederlands, frans, engels, belgië, vlamingen, dialect, koeterwaals, piano bar, lawaai, rumoer, rijkdom, erven, geluk, vluchtigheid

Hoeveel uur per dag zou je je bewust zijn van je aanwezigheid in een ander land, op een eiland, in Valle Gran Rey? Zo vaak vergeet je waar je bent, bijvoorbeeld als je in gedachten verzonken of aan het mijmeren bent, als je zit te lezen. Als je niet weet waar je bent, waar ben je dan eigenlijk? Uiteraard is je lichaam op die bepaalde plek, maar je geest schijnt ergens anders rond te spoken, ook al zijn lichaam en geest één. Die gedachten kwamen bij me op nadat ik met veel aandacht een interview met Michael Nesmith had gelezen. Een paar keer onderbrak ik mijn lectuur om op het terrasje een blik te gaan werpen op de oceaan, alsof ik mij ervan wilde vergewissen dat die nog bestond. Of omdat ik hem zo lang ik hier was zo vaak mogelijk wilde zien en in mij opnemen. Of mij er in onderdompelen, er één mee worden, lichaam en geest versmolten met het grote geheel dat het universum is. Na een tijdje, soms kort, soms langer, heb ik weer genoeg van die hele oceaan en ga ik opnieuw binnen in de zetel zitten en lees verder over the Monkees en Michael Nesmiths tweede groep, the First National Band.

reizen, valle gran rey, la gomera, canarias, gomera lounge, lichaam, geest, mijmeren, dagdromen, vergeten, filosoferen, tijdverdrijf, californië, mike nesmith, michael nesmith, bette nesmith graham, uitvinding, liquid paper, tipp-ex, mistake out, monkees, geld, don kirshner, bob rafelson, bert schneider, mikey dolenz, pete tork, davy jones, last train to clarksville, i'm a believer, neil diamond, circle sky, talent, nieuwsgierigheid, veelzijdigheid, beatles, a hard days night, mtv, televisie, schrijven produceren, acteren, first national band, country rock, pop, rock, spar, taal, duits, nederlands, frans, engels, belgië, vlamingen, dialect, koeterwaals, piano bar, lawaai, rumoer, rijkdom, erven, geluk, vluchtigheid

Mensen die Nesmith niet kennen zullen misschien denken, moet je daarvoor film en filosofie gestudeerd hebben, om een interview met een nogal bejaarde ex-Monkee te lezen? Maar dat is het nu net: zij kennen Nesmith niet. Ik ook niet zo goed trouwens, daarom lees ik dat interview. Als het een degelijk vraaggesprek is stel je al gauw vast of de geïnterviewde boeiende dingen te vertellen heeft of niet. In het laatste geval sla je het tijdschrift weer toe.
Ik wil hier het hele verhaal van Mike Nesmith niet navertellen, het heeft weinig met mijn reis te maken en geïnteresseerden kunnen het terugvinden in Mojo van maart 2018 en online op zoek gaan naar meer informatie. Een kleine samenvatting verdient de man echter wel.
Mike Nesmith werd opgevoed door zijn alleenstaande moeder Bette Nesmith Graham. Zij verdiende de kost als grafisch vormgever en secretaresse. Toevallig vond ze in haar keuken Liquid Paper uit, een correctievloeistof (vergelijkbaar met Tipp-Ex bij ons). Dat was in 1956. Twee jaar later richtte ze het bedrijfje Mistake Out op. Wat later probeerde ze Liquid Paper te verkopen aan IBM, zonder resultaat. In 1979 echter kon ze haar hele bedrijf van de hand doen aan Gillette Company voor een bedrag 47,5 miljoen dollar. Haar zoon Mike Nesmith werd in 1965 naar aanleiding van een advertentie, waarin gevraagd werd naar acteurs die vier gekke jongens konden spelen, geselecteerd voor de sitcom ‘The Monkees’. Muzikaal talent was van minder belang: de muziek voor de serie zou worden ingespeeld door sessiemuzikanten, de songs geschreven door professionals uit de muziekindustrie. Zingen zouden de gekke jongens wel mogen doen. De producers, Bob Rafelson en Bert Schneider, hadden zich voor de televisieshow laten inspireren door ‘A Hard Days Night’, de eerste succesfilm met the Beatles in de hoofdrollen. Muziekmogul Don Kirshner werd gevraagd om op maat gesneden liedjes aan te leveren. Mike Nesmith vertelt dat er een groot verschil bestond tussen aan de ene kant Schneider en Rafelson en aan de andere kant Kirshner. Rafelson en Schneider[2] waren geïnteresseerd in kunst en cultuur en zagen meteen het talent van de vier groepsleden, Davy Jones, Mickey Dolenz, Peter Tork en Mike Nesmith. Vooral Nesmith was een begenadigd songschrijver[3]. Don Kirshner was daar blind voor, hij zag alleen maar dollars. Al gauw wilden the Monkees op hun singles en elpees hun eigen ding doen, maar ze waren met handen en voeten gebonden aan hun contract. Op een dag in 1970 had Nesmith genoeg van de beperkingen die hem en de andere Monkees werden opgelegd: hij verbrak zijn contract, wat hem 186.000 dollar kostte, een klein fortuin in die dagen. “It’s more or less true that everything I got out of it, I had to put back in”, vertelt Nesmith. Na zijn vertrek bij the Monkees richtte de songschrijver-gitarist the First National Band op, een zeker bij ons miskend country rock-kwartet (met de virtuoze steelgitarist Red Rhodes). Daar bleef het evenwel niet bij. Net als zijn moeder was Nesmith een nieuwsgierige zoeker. Zo komt het dat de vroegere Monkee mee aan de basis ligt van MTV. In de jaren tachtig had hij zijn eigen televisieshow, Television Parts, met als gasten onder meer Whoopi Goldberg, Jay Leno en Jerry Seinfeld, later stuk voor stuk beroemde Amerikaanse mediafiguren. Daarnaast richtte Mike Nesmith een mediabedrijf op, was filmproducer, acteerde in langspeelfilms, was lid van het American Film Institute en schreef twee romans. In 2016 verscheen zijn autobiografie, ‘Infinite Tuesday: An Autobiographical Riff’.  Momenteel werkt hij aan een onderzoek naar de impact van televisie op het dagelijks leven en de cultuur. “There’s something in the television/internet/computation that will create a meme that we’ll live with for generations”, verklaart Nesmith in het interview. En er is ook nog altijd de muzikant in hem: in januari was er opnieuw een tournee met the First National Band[4]****.
reizen, valle gran rey, la gomera, canarias, gomera lounge, lichaam, geest, mijmeren, dagdromen, vergeten, filosoferen, tijdverdrijf, californië, mike nesmith, michael nesmith, bette nesmith graham, uitvinding, liquid paper, tipp-ex, mistake out, monkees, geld, don kirshner, bob rafelson, bert schneider, mikey dolenz, pete tork, davy jones, last train to clarksville, i'm a believer, neil diamond, circle sky, talent, nieuwsgierigheid, veelzijdigheid, beatles, a hard days night, mtv, televisie, schrijven produceren, acteren, first national band, country rock, pop, rock, spar, taal, duits, nederlands, frans, engels, belgië, vlamingen, dialect, koeterwaals, piano bar, lawaai, rumoer, rijkdom, erven, geluk, vluchtigheid

In de Spar, om de hoek van de Gomera Lounge, is het vrieskoud. Het is alsof ik van de warme zomer een strenge winter binnenstap. Af en toe zien we daar een man die we van vier jaar geleden kennen. Hoewel dat kennen best met een korreltje zout mag worden genomen. Wanneer ken je iemand? Hij is mooi gebruind, heeft grijze haren, ziet er fit uit. Verplaatst zich met een zware motor, maar we zagen hem ook al met een dure BMW vertrekken.
A. zegt dat de man, zoals zovelen hier een Duitser, de concerten in de pianobar organiseert. Dat zal wel zo zijn want op een keer vraagt hij ons - een beetje verwijtend,  vind ik - waarom we niet op de flamenco-avond waren. Waar komen jullie ook alweer vandaan, is zijn volgende vraag. Uit België, zeg ik. Brussels. Daar wordt toch Frans gesproken, niet? Toch vreemd dat nog steeds zoveel mensen niet schijnen te weten dat België toch ook heel wat Nederlandstalige inwoners telt. Zestig procent ongeveer? Nu ja, het taaltje dat veel Vlamingen in het buitenland spreken lijkt ook niet echt op Nederlands. Geen mens die weet waar het dan wel op lijkt. Koetervlaams? Stop! ik mag niet veralgemenen. Niet alle Vlamingen heten Piet of Griet.
Elke avond houden die optredens me uit mijn slaap. Eigenlijk niet zozeer de muziek, wel de klanten die voor de ingang luid staan te praten. Vervelend, maar je went eraan. En je gaat je dank zij dat rumoer ook weer een beetje thuis voelen, of alleszins in een grote stad. Zou de Duitser misschien ook de eigenaar van de Gomera Lounge zijn, vraag ik me af. Die vraag durven we de man niet stellen, dat zou wat te onbeschaamd zijn. Ik probeer in alles een gentleman te blijven. Hij ziet er alleszins niet arm uit, nee, helemaal niet arm. Misschien heeft hij, net zoals Mike Nesmith, een pak geld geërfd van zijn moeder. Sommige mensen hebben alle geluk. Maar hoe vaak zouden die gelukkige mensen zich bewust zijn van hun geluk?

reizen, valle gran rey, la gomera, canarias, gomera lounge, lichaam, geest, mijmeren, dagdromen, vergeten, filosoferen, tijdverdrijf, californië, mike nesmith, michael nesmith, bette nesmith graham, uitvinding, liquid paper, tipp-ex, mistake out, monkees, geld, don kirshner, bob rafelson, bert schneider, mikey dolenz, pete tork, davy jones, last train to clarksville, i'm a believer, neil diamond, circle sky, talent, nieuwsgierigheid, veelzijdigheid, beatles, a hard days night, mtv, televisie, schrijven produceren, acteren, first national band, country rock, pop, rock, spar, taal, duits, nederlands, frans, engels, belgië, vlamingen, dialect, koeterwaals, piano bar, lawaai, rumoer, rijkdom, erven, geluk, vluchtigheid



[1] Deel 5 van een reeks impressies van een reis naar Valle Gran Rey in La Gomera, Canarische Eilanden. De impressies zijn gerangschikt volgens thema. Hier: tijd / ruimte en tijdverdrijf.

[2] Bob Rafelson en Bert Schneider produceerden de film ‘Easy Rider’. Bob Rafelson regisseerde onder meer het meesterwerk ‘Five Easy Pieces’, met Jack Nicholson en Karen Black.

[3] Naast poëzie had Mike Nesmith al heel wat songs geschreven, waaronder ‘Different Drum’ voor the Geenbriar Boys (later opgenomen door Linda Ronstadt & the Stone Poneys) en ‘Mary, Mary’ voor the Butterfield Blues Band

[4] In one of the more unexpected moves of Michael Nesmith's career, a reconstituted First National Band hit the road in early 2018 with Christian Nesmith (guitar), Jonathan Nesmith (piano/guitar/vocals), Circe Link (vocals), Christopher Allis (drums), Jason Chesney (bass), Amy Spear (vocals), and Pete Finney (pedal steel). Sadly, original members Rhodes and London have passed away, but Ware gave his blessing to the project and wished everyone well.
Monkeeslivealmanac.com (blog).

...


Foto's La Gomera: Martin Pulaski, februari 2014 en februari 2018.
Foto's Mike Nesmith en the Monkees: fotograaf niet bekend.

13-03-18

VAN CASA MARIA NAAR VUELTAS*

2018-03-03b-LAGOMERA HUAWEI 452 (2).jpg

Helemaal beneden aan Avenida de la Calera vind je Casa Maria, de enige fijne bar van Valle Gran Rey. Bij aankomst met de bus uit San Sebastian had ik al gezien dat Casa Maria toe was. Vanwege mijn aangeboren optimisme ging ik er echter van uit dat dinsdag sluitingsdag was. Maar op woensdag was de bar nog steeds dicht. Ik ging van kortbij een kijkje nemen. Inderdaad, het hele pand stond te koop, de bar was definitief gesloten. Het hart en de ziel van Valle Gran Rey. Dit was een nog veel grotere teleurstelling dan het voorval met ons appartement in Gomera Lounge. Zoveel euforische avonden heb ik aan de toog en op het terras van Casa Maria doorgebracht, niet zozeer vanwege het bier (Dorada pils is nogal flauw, een beetje zoals Heineken) maar wel vanwege de livemuziek. Meerdere avonden per week speelden er plaatselijke muzikanten akoestische Spaanse liederen, vergelijkbaar met die van de Cubaanse Buena Vista Social Club. Gitaren, accordeon, bas en samenzang. De grootste aantrekkingskracht op mij had de zangeres en gitarist Gloria. Ik was verliefd op haar stem. En niet alleen op haar stem, ook op haar ogen. Mocht een zeemeermin kunnen glimlachen zou ze het als Gloria doen. G-L-O-R-I-A. Elke avond als het optreden afgelopen was en ik haar met haar gitaar naar huis zag gaan was ik een beetje triest. Ik wilde langer bij haar zijn, met haar praten. Maar ik was natuurlijk niet alleen, en mocht ik alleen geweest zijn zou ik het evenmin hebben gedaan. Je zou eens moeten weten hoe schuchter ik ben. Nu was Gloria zo te zien voor altijd naar huis, net zoals de fantastische muzikanten met wie ze musiceerde en Casa Maria was definitief gesloten. Wat een opdoffer. Ik voelde mijn hart krimpen.

IMG_6518 (2).JPG

Maar een hart is elastisch en droefheid maakt meestal gauw plaats voor andere gevoelens. Als je Casa Maria de rug toekeert strekt zich daar de onmetelijke oceaan voor je uit met zijn golven in meer tinten blauw en groen en wit dan ik ergens anders ooit heb gezien. De wandeling via Avenida Maritima van Playa naar La Puntilla, waarbij ik nog altijd aan ‘Herr Puntila und sein Knecht Matti’**, het toneelstuk van Bertolt Brecht, moet denken, is een steeds anders klein avontuur. De golven lijken op het eerste zicht allemaal eender, maar dat is natuurlijk niet zo. De stand van de zon, lichtinval, windrichting en windkracht maken dat ze er altijd anders uitzien en ook altijd een beetje anders klinken. In het begin dat ik aan zee verbleef had ik daar geen oog en oor voor. Nu Casa Maria dicht was en ik ’s morgens vroeger uit bed was, had ik er veel meer aandacht voor. In La Puntilla is niet bepaald veel te zien en helemaal niets te beleven. Ook dat is iets wat je pas na een tijd leert te waarderen, dat ‘niets te beleven’. Je moet eerst de onrust en de drukte van de grote stad van je afgeschud hebben. Een stukje landinwaarts kom je via de Avenida de Llano in het piepkleine nieuwere gehucht Borbalan. Daar drinken we bijna elke dag een cappuccino, ofwel in het wat drukkere La Odisea ofwel aan de overkant bij Sal Y Pimiento. Na een paar dagen stond bij wijze van spreken de cappuccino voor ons al klaar. Als je nog wat over de Avenida Maritima doorloopt in Zuidelijke richting bereik je Vueltas en Puerto. In Vueltas vind je winkeltjes met hippiekleding, kruiden, wierook, bioproducten, plaatselijke wijn, juwelen enzovoort. De winkeliers zijn grotendeels uit Duitsland afkomstige, ondernemende hippies of pseudo-hippies, die zich hier jaren geleden hebben gevestigd. Over de hippies en de andere inwoners van Valle Gran Rey zal ik het later nog hebben. En zeker ook over de muzikanten van Valle Gran Rey en in het bijzonder over Gloria.
In Puerto is een mooie kleine jachthaven en aan de pier komen de veerboten aan en vertrekken ze weer. Nog wat verder langs het water kom je aan wat ik de weg van de gevaarlijke rotsen noem. Die leidt naar het Playa de Argaga en de Tropischer Fruchtgarten Argaga. Ik ben er jaren niet meer geweest. Ik wil niet het slachtoffer worden van zo’n gevaarlijke rots. Mijn eeuwige hoed zal me daar niet tegen beschermen, en een panamahoed al helemaal niet. Wist je overigens dat panamahoeden in Ecuador worden gemaakt? Het is zoals met de Belgische frieten, die bijna overal french fries worden genoemd.

IMG_6230 (2).JPG

* Deel 4 van een reeks impressies van een reis naar Valle Gran Rey in La Gomera, Canarische Eilanden. De impressies zijn gerangschikt volgens thema. Hier: Casa Maria / rituelen.
Foto's: Martin Pulaski, februari 2014 en februari 2018. Boven: Casa Maria in februari 2018; midden de gitaar van een muzikant in Casa Maria in februari 2014; onder: Casa Maria in februari 2014.

** ”In de zomer van 1940 schrijft Brecht dit stuk over de goede en de slechte mens, verenigd in één persoon. Het stuk gaat over de verhouding tussen meerderen en minderen, de rol die iedereen moet spelen en uiteindelijk vrijwillig speelt en over wederzijdse uitbuiting. De protagonist Puntila is een rijke grootgrondbezitter, nuchter is hij een keiharde zakenman die zich aan niets of niemand wat gelegen laat liggen. Maar aangeschoten is hij de goedheid zelve, een man die lieveheersbeestjes terugzet op het gras. Een aloud thema dat we kennen uit Goethes Faust. De antagonist Matti is de chauffeur en daarmee ondergeschikte van Puntila. In nuchtere toestand gedraagt Puntila zich honds tegenover Matti, Matti gedraagt zich onderdanig. Eenmaal dronken ziet Puntila Matti als gelijke, zijn grote vriend. Waardeert Matti dat? Nee, Matti is berekenend en probeert misbruik te maken van zijn baas. Dat is een omslag in de stukken van Brecht: we zien hier niet één goede en één slechte partij maar twee slechten die beiden proberen gebruik te maken van elkaar zodra de situatie dat toelaat.”
Wikipedia

10-03-18

EEN ONTGOOCHELING*

valle gran rey, la gomera, canarias, reizen, ontgoocheling, canarische eilanden, busreis, aankomen, garajonay, onvriendelijkheid, appartement, studio, genieten, raymond roussel, des esseintes, a rebours, san sebastian, jk huysmans, huysmans, verwelkoming, ermita san pedro, sleutels, huissleutels, computer, bars, nors, onbeschoft, lui, vakantie

Ik heb het over reizen, niet over vakantie. Sinds 2010 is mijn leven één lange vakantie, wat niet bepaald een pretje is. Het is zoals het einde van die lange zomervakanties toen je nog een tiener was. Dat was een vervelende periode, waar maar geen einde aan kwam. Hoewel je daar zeker niet naar uitkeek want dan moest je weer naar de orde en tucht van het internaat terug. Achter de lange vakantie die je nu beleeft wil je al zeker geen punt zetten. Een doodswens heb je nooit gehad.

Mijn manier van reizen kun je moeilijk avontuurlijk noemen; het is niet veel meer dan een poging om te ontsnappen aan de monotonie van het alledaagse leven. Hoewel de rituelen van het dagelijks bestaan ook veel troost bieden is het heilzaam die af en toe te onderbreken, al is het maar om nieuwe of tijdelijke rituelen een kans te geven.

Reizen is zelden een genot. Zoals liefde, vriendschap en het leven zelf gaat het met ontgoochelingen en teleurstellingen gepaard. Een reis begint bijna altijd in de verbeelding. Je hebt je eigen denkbeelden, je kent je bestemming uit reisgidsen, romans, films of je hebt je er een idee van gevormd bij het zien van oude prenten en schilderijen. De grootmeester J.-K. Huysmans heeft – in A Rebours** - wellicht het meest treffend over de denkbeeldige reis geschreven, over de reis die je in je hoofd maakt voor je écht vertrekt. Het hoofdpersonage van de roman, Des Esseintes, bereidt zich voor op een reis naar Londen. Na een dag in Parijs, waar hij de Engelse boekwinkel Galignani’s Messengers bezoekt, een wijnkelder die Bodega heet, waar het wemelt van de Engelsen die er Sanlucar, Pale Dry, Oloroso en Amontillado komen drinken en om de uitstap af te ronden een restaurant waar toevallig ook nogal wat ‘eilandbewoners’ hun honger komen stillen. Des Esseintes geniet er van een rijke Engelse maaltijd van onder meer haddock, rosbief met aardappelen en zachte, blauwe Stiltonkaas. Hij drinkt er bier en koffie met gin. Na deze immersie vraagt hij zich af wat hij nog in Londen kan gaan doen. Het echte Londen zou vast alleen maar een teleurstelling zijn. “Hij kwam in Fontenay terug met zijn koffers, dozen, valiezen, reisdekens, paraplu’s en wandelstokken en voelde de lichamelijke uitputting en geestelijke vermoeidheid van een man die is thuisgekomen van een lange en gevaarlijke reis.”

Voor een reis naar Valle Gran Rey, een dorp op het kleine eiland La Gomera, is er wat mij betreft niet veel voorbereiding nodig. Ik weet waar ik mij aan kan verwachten, ik ben er al vier of vijf keer geweest. Ik heb voor de derde keer een appartement gehuurd in de coole Gomera Lounge, vlakbij de promenade en de Atlantische oceaan. De mogelijke teleurstelling is nu minder een gevolg van de verbeeldingskracht, van ingebeelde verwachtingen maar wel van de zekerheid over de eindbestemming.

Vanuit San Sebastian, het hoofdstadje van La Gomera, waar de veerboot uit Tenerife aanmeert, stuurde ik een sms met het uur waarop de bus in Valle Gran Rey zou aankomen, om er zeker van te zijn dat er iemand aanwezig zou zijn om ons de sleutels te overhandigen. Daar kreeg ik geen antwoord op. Ach, nonchalance die samenhangt met een Zuiders land, dacht ik. Vervolgens twee uur met de bus, eerst door het wilde, sprookjesachtige laurierwoud van Garajonay en vervolgens langs de duizelingwekkende afgronden naar de vallei van de grote koning. Overweldigd door emoties stappen we vlakbij Ermita San Pedro, de mij welbekende kapel aan de oceaan, uit de bus. Ik haast me naar de Gomera Lounge en stap een ‘juwelierszaakje’ binnen, waar ik verwacht de sleutels te zullen krijgen. De winkelierster gunt me geen blik waardig als ze me toebijt dat ik in het winkeltje (annex kantoor) ernaast moet zijn. Als we weer buiten staan komt een jonge vrouw op ons af, bleek, met een zonnebril op de neus, al even onvriendelijk als de dame van de kitschjuwelen. Ik heb jullie sleutels, zegt ze in het Engels met een Duits accent. Geen glimlach, niets. Eerder verbeten, bars. Ik vind dat ze er onheilspellend uitziet, ze heeft iets van een junkie, maar gevaarlijker. Mijn verbeelding zal me wel parten spelen. Maar alleszins een volstrekt andere ‘verwelkoming’ dan ik verwacht had. Niet alleen verwacht had, maar zeker van was. Gomera Lounge telt als ik me niet vergis twee grote appartementen aan de voorkant, met rechtstreeks uitzicht op de oceaan, en negen kleinere studio’s  aan de zijkant. Ons is een studio op de tweede verdieping toegewezen, degene die zich het verst van de oceaan bevindt. Helaas kunnen we jullie geen appartement op de derde verdieping geven, en ook niet dichter bij de oceaan, zegt de vrouw met de zonnebril. Die appartementen zijn allemaal al lang geleden geboekt. Hoezo, zeg ik, ik heb al in maart vorig jaar geboekt. De anderen al veel langer, zegt ze. Het zijn mensen die hier elk jaar komen. Met kinderen. We kunnen niets meer veranderen. Komt er de volgende tweeëntwintig dagen dan niets vrij, vraag ik. Nee, zegt ze. Je hoeft geen psycholoog te zijn om te zien dat ze staat te liegen. Ze kijkt niet eens op de computer om na te gaan of er niets mogelijk is. Ik stel voor om een duurder appartement te nemen, aan de voorkant, maar dat gaat ook niet. (Later blijkt dat heel wat appartementen en studio’s geregeld vrijkomen).
A. heeft zich tot mijn verbazing de hele tijd nogal rustig gehouden maar verandert nu opeens in een furie. Zelf probeer ik er kalm bij te blijven. Met vriendelijkheid en beleefdheid, ook al zijn die niet gemeend, kun je vaak meer bereiken dan met schelden en brullen. Maar daar heeft mijn lieve levensgezellin geen oren naar. Ze vliegt de junkie nog net niet naar de keel. Je bent een leugenaar, roept ze. Ik geloof geen woord van wat je zegt. Je bent zelfs te lui om in je computer te kijken. Je bent hier niet op je plaats!
Maria, de huishoudster, die ons meteen herkent, is blij ons terug te zien en probeert ons te sussen. Ze zal kijken of er morgen geen ander appartement zal vrijkomen. Maar ik weet dat ze dat alleen maar uit vriendelijkheid zegt. Tegen de stugge brutaliteit van de Duitse vrouw beneden kan haar Spaanse warmte niet op.

Een dag of twee later is dit allemaal bezonken en vraag ik me zelfs af waarover we ons zo druk hebben gemaakt. Want ook dit is een mooi appartement en vijf meter verder van de zee is toch niet echt een straf? De tweede avond konden we zelfs al over een leeslamp beschikken. Maar de vrouw met de zonnebril, die van 11 tot 3 uur over het kantoortje van de Gomera Lounge heerst, krijgt ons niet meer te zien (en wij haar ook niet). Much ado about nothing, maar het blijft een teleurstelling die je op zijn minst enkele uren of zelfs dagen doet vergeten dat buiten de zon schijnt en dat je lucht inademt die zoveel schoner is dan thuis.

De gefortuneerde schrijver Raymond Roussel, voorloper van de nouveau roman, bewonderd door surrealisten en oulipisten, was een doorwinterde reiziger. Hij bezat een van de allereerste caravans, een luxevoertuig waarmee hij Europa doorkruiste. De Franse schrijver reisde eveneens door Indië, Australië, Nieuw Zeeland, de archipels in de Stille Oceaan (waaronder Tahiti), Egypte, Noord-Afrika, Perzië, Constantinopel (Istanbul), maar op zijn werk had dat allemaal nauwelijks invloed. Slechts zelden verliet hij zijn caravan of zijn kajuit. Hij reisde voornamelijk om de ideeën die hij zich over de te bezoeken steden en landen had gevormd bevestigd te zien. Zijn boeken, waaronder Impressions d’Afrique en Locus Solus, waren de neerslag van de reizen die hij in zijn verbeelding had gemaakt. Wat er in de werkelijke wereld te beleven viel interesseerde Raymond Roussel nauwelijks. Misschien is dat wel de beste manier van reizen om nooit ontgoocheld te worden?

 

valle gran rey, la gomera, canarias, reizen, ontgoocheling, canarische eilanden, busreis, aankomen, garajonay, onvriendelijkheid, appartement, studio, genieten, raymond roussel, des esseintes, a rebours, san sebastian, jk huysmans, huysmans, verwelkoming, ermita san pedro, sleutels, huissleutels, computer, bars, nors, onbeschoft, lui, vakantie


* Deel 3 van een reeks impressies van een reis naar Valle Gran Rey in La Gomera, Canarische Eilanden. De impressies zijn gerangschikt volgens thema. Hier: ontgoocheling.
Foto's: Martin Pulaski, februari 2018.

** In schitterend Nederlands vertaald door Jan Siebelink, onder de titel ‘Tegen de keer’.



08-03-18

WOELIGE OCEAAN*

2018-03-03-LAGOMERA 004 (2).JPG


Om niet meteen op onze bestemming aan te komen reizen we er met enige vertraging naartoe, met een paar zelfgekozen hindernissen, voornamelijk saaie, karakterloze hotels – alleen maar geschikt om in te slapen. Na een dag in de kitsch, in de lusteloze decadentie van Los Cristianos is het tijd voor de overtocht naar het kleine, lieflijke eiland La Gomera.

We nemen de oude vertrouwde ferry van Olsen, de Benchijigua Express. Wel altijd een gedoe om de juiste lockers voor de bagage te vinden. Je moet muntstukken hebben, sommige sloten zijn stuk, er is geen personeel om uitleg aan te vragen, enzovoort. Voor iemand met een aangeboren onzekerheid en een flinke dosis wantrouwen zoals ik is dat niet prettig. Soms denk ik dan met afgunst aan personages als Richard en Nicole Diver, die nooit zelf voor hun bagage moesten zorgen.
Al gauw voel ik hoe woelig de oceaan wordt. Ik heb deze overtocht al vier of vijf keer gemaakt en dit is de eerste keer dat ik me ongemakkelijk voel. Vanwege de deining lukt het me zelfs niet om een coca cola te gaan halen aan de bar. Ik probeer wat te lezen in ‘Brooklyn’ van Colm Toibin maar dat gaat me al gauw tegenstaan. Toevallig ben ik aan het hoofdstuk gekomen waarin het hoofdpersonage Eilis Lacy, een meisje dat van een stadje in Ierland naar Brooklyn emigreert, zich aan boord van een lijnboot bevindt die haar van Liverpool naar New York zal brengen. Ze deelt een piepkleine kajuit derde klasse met een andere vrouw. Tijdens de overtocht, die ongeveer een week duurt, doet Eilis niet veel meer dan overgeven. “She got down on her knees; it was the only way she could manage since the ship was swaying so much. She realized that she should try to vomit everything up as quickly as possible before she was discovered by one of her fellow passengers, or by the ship’s authorities, but each time she stood up thinking she had finished, the nausea came back.”
Nee, dan liever de andere passagiers observeren. Niemand schijnt er erg aan toe te zijn. Ik voel me ook niet bepaald ziek. Alleen bang dat ik ziek ga worden. Het enige dat je moet vrezen is de vrees zelf. Vanwege de koude, stevige wind zitten de meeste passagiers binnen. Op het achterdek houden twee meisjes zich sterk; ze hebben duidelijk geen kou en lijken zich ook geen zorgen te maken over zeeziekte of erger. Een herinnering aan de Herald Of Free Enterprise dringt zich even op, maar die gedachte duw ik meteen weer weg in het troebele water van de Acheron, waar ze thuishoort, samen met zoveel ander leed.
Het mooiste van de twee meisjes, die met de wilde blonde haren, viel me op toen de Benchijigua Express al een eindje van de aanmeerkade weg was. Ze wuifde naar iemand in de vuurtoren en lachte kleine rimpeltjes rond haar blauwige ogen. Het leek een gebaar dat ouder was dan de tijden. Ik vermoedde dat ik haar in Valle Gran Rey terug zou zien, ze was er het type voor. Nu ik dit neerschrijf besef ik dat dat niet alleen niet gebeurd is, maar dat ik er tot nu ook niet meer aan teruggedacht heb. Waarom zou ik ook? Elke dag dat je buitenkomt zie je wel ergens een meisje met wilde haren dat een of ander onbestemd verlangen in je oproept. Zoals de wilde oceaan doet, waar je altijd opnieuw naar wilt terugkeren. Of op zijn minst naar een plek dicht bij de oceaan.

Uiteindelijk verbaast het me dat ik me niet helemaal op mijn gemak voel op zo’n veerboot. Dat ik me zelfs zorgen maak over zeeziekte. Tenslotte ben ik op een schip opgegroeid. Tot mijn achtste heb ik bijna al mijn tijd op het water doorgebracht. In al die dagen ben ik nooit bang geweest voor het water. Ik was gelukkig op het water. Nu heeft het zoals zoveel dingen twee of meer kanten. Als je ouder wordt is niets meer alleen maar onschuldig en mooi en goed. Het spreekwoord “stille waters hebben diepe gronden” wint elke dag aan betekenis.

2018-03-03-LAGOMERA 007 (2).JPG

* Deel 2 van een reeks impressies van een reis naar Valle Gran Rey in La Gomera, Canarische Eilanden. De impressies zijn gerangschikt volgens thema. Hier: onderweg / overtocht.
Foto's: Martin Pulaski, februari 2018.

06-03-18

VERTREK*

IMG_5355.JPG


Hoe beschrijf je een vriendelijke taxichauffeur, de manier waarop hij je om vier uur ’s morgens begroet, hoe hij je rode reiskoffers in de kofferbak zet en dan de autodeuren opendoet? De stilte tijdens de rit van Anderlecht naar de luchthaven, die sommigen Zaventem noemen, anderen Brussel Nationaal of Brussels Airport, over de ring waar nu nauwelijks een andere auto te bespeuren valt en fijn stof bijna ondenkbaar wordt.

Hoe beschrijf je een doodgewone vlucht van vier uur met een Airbus van Brussels Airlines, zonder enige turbulentie of welk ander onheil dan ook? Als een bevrijding na het lange wachten in de luchthaven in de vertrekhal waarvan bijna twee jaar geleden een aanslag gebeurde waarbij veertien mensen om het leven kwamen en ongeveer honderd andere gewond raakten? Aan die aanslag heb je zelfs geen ogenblik gedacht toen je daar de slaap uit je ogen zat te wrijven.
De luchthaven van Tenerife Sur wil je niet eens beschrijven. Je wil meteen naar buiten, de zon op je huid voelen, de bus nemen naar je hotel, de rode koffers daar afgeven want om in je kamer binnen te kunnen is het nog veel te vroeg. Maar welke bus was het ook alweer? Het is tenslotte al vier jaar geleden dat je hier was en het lijkt wel alsof je al die praktische dingen elke keer weer opnieuw moet leren. Terwijl je met je slaapkop op de borden met de lijnnummers de bestemmingen en vertrekuren staat te bestuderen komt een vrouw op je af. Ze keert naar huis terug, zegt ze, en heeft nog een rittenkaart die voor haar geen nut meer heeft, of ik er iets mee kan doen.
Hoe beschrijf je zo’n moment van goedheid en dankbaarheid en naar woorden zoeken, van iemand heel even ontmoeten en meteen al afscheid nemen, terwijl op dat ogenblik bus 450 aankomt, de bus die je naar Los Cristianos brengt, de hel op aarde, bij wijze van spreken?

---

* Deel 1 van een reeks impressies van een reis naar Valle Gran Rey in La Gomera, Canarische Eilanden. De impressies zijn gerangschikt volgens thema. Hier: onderweg / vertrek.

09-01-18

SALUT LES COPAINS

france gall 8.jpg


Zolang ik me kan herinneren heb ik van muziek gehouden. In elke straat in elke stad waar ik kwam ging ik op zoek naar melodieën. Aan de hand van mijn moeder, met vrienden, en later – liefst van al – alleen. Soms zelfs in het gezelschap van mijn vader, over een paadje wandelend door een veld ergens in Limburg. Het gekwetter van vogels, het zingen van de wind in de bladeren. Ik herinner me nog hoe de klank van dat geruis veranderde in de herfst, alsof er een akkoord bestond tussen kleuren en geluiden.


Nu zijn we in het hart van de winter en France Gall is dood. Zo herinner ik mij opeens een korte maar intense vriendschap omstreeks 1965. Florentin Vleminckx was net als ik een schipperskind en leed bovendien ook aan astma. In tegenstelling tot wat zijn naam doet vermoeden was hij Franstalig opgevoed. In die dagen voelde ik me aangetrokken tot de Franse popmuziek. Florentin was de enige jongen met wie ik over France Gall, Sylvie Vartan, Claude François en zo meer kon praten. Samen met Florentin luisterde ik naar de Franstalige programma’s op Radio Luxembourg en bladerde ik in het glossy magazine Salut les copains, met de nog altijd onovertroffen foto’s van Jean-Marie Périer. Zijn mooiste model was zonder twijfel Françoise Hardy, maar misschien bekoorde France Gall ons nog meer omdat ze er zo jong en opgewekt uitzag. Bovendien had ze met ‘Poupée de cire, poupée de son’ het Eurovisiesongfestival gewonnen! Een schitterende compositie van Serge Gainsbourg, maar wisten wij toen veel. Hij zou nog meer uitstekende liedjes voor France Gall schrijven, onder meer ‘Baby Pop’, ‘Les sucettes’ en ‘Les petits ballons’.
Mijn fascinatie voor wat yéyé wordt genoemd hield even snel op als ze begonnen was. Aan de vriendschap met Florentin kwam al gauw een einde. Bij schipperskinderen was dat niet ongewoon. Je ontmoette elkaar toevallig en even toevallig zag je elkaar nooit meer terug. Ik herinner me nu dat ik soms nog wel eens naar hem vroeg als ik met mijn moeder over die onschuldige dagen van Salut les Copains zat te keuvelen. Maar wat antwoordde ze toch ook weer? Het is meer dan een halve eeuw geleden dat ik Florentin voor het laatst zag. Nu France Gall dood is zit ik opnieuw met hem op het schip van mijn ouders naar ‘Poupée de cire, poupée de son’ op de transistorradio te luisteren. Zie je ons glimlachen?

***
In de zomer van 1980 liftten A. en ik door Frankrijk. In alle steden waar het toeval ons naartoe bracht weerklonk France Galls ‘Il jouait du piano debout’. In winkels, in bars, in restaurants. Als we een wandeling maakten over een veldweg hoorden we het in de verte door de openstaande ramen van een auto de wereld ingestuurd worden. De hemel tegemoet. Een lied voor de engelen die boven de wolken wonen. Of misschien toch niet.

france gall 6.jpg

*
[Il n'y a que pour la musique, qu'il était patriote
Il s'rait mort au champ d'honneur pour quelques notes
Et pour quelles raisons étranges
Les gens qui tiennent à leurs rêves, ça nous dérange

Il jouait du piano debout, Michel Berger
Het nummer is een hommage aan Jerry Lee Lewis.]

 

03-01-18

KWETSBARE LICHAMEN

nieuw begin, begin, 2018, dagboeknotitie, herfst, winter, 2017, ziekte, pijn, terugblik, binnen, binnenskamers, isolatie, afzondering, asociaal, vrienden, afspraken, koorts, visioenen, dromen, melancholie, troost, familie, ouders, schoonvader, agnes, moeder, broer, foto's, fotografie, sneeuw, woorden, dood, wout vercammen, guche vercammen, antwerpen, provo, kunst, kunstenaars, conscienceplein, pannenhuis, bitter, ziel, stilte, niet vergeten


Begin in weerwil van veel een nieuw begin. Maar kun je dan al je eerste notitie van het jaar aanvangen met klachten over ziekte? Sta me toe te noteren dat 2017 op gebied van gezondheid voor mij ronduit een slecht jaar was. Het kan altijd erger, en dat is het ook voor mij soms geweest. Het dieptepunt was 2011, toen ik drie maanden lang in ziekenhuiskamers verbleef (maar zelfs een septische shock heeft me toen niet klein gekregen)… Nee, zo erg was wat het kwetsbare lichaam betreft het afgelopen jaar niet. Toch waren oktober, november en december maanden van kwellingen, pijn, ongemakken en daarmee samenhangende angsten en depressie. Ten gevolge van dat fysieke en mentale onbehagen sloot ik me nog meer dan anders af voor mijn vrienden en voor elke vorm van sociaal leven. Het kostte me veel moeite om naar theater, concert of de bioscoop te gaan. Tijdens een week in Porto zat ik soms halve dagen in het appartement dat we huurden aan Praça do Marquês de Pombal, niet alleen vanwege de regen. Meerdere afspraken, in Porto, Antwerpen, Brussel, moest ik afzeggen of verplaatsen. Het ergste was misschien nog dat ik op dertig december hoge koorts kreeg, waardoor ik twee van mijn trouwste en oudste vrienden, die ons in Bredene hadden uitgenodigd voor ons traditionele samenzijn tijdens de nieuwjaarsfeestdagen, ongetwijfeld heb teleurgesteld. Maar ik was zo zwak dat ik me niet eens recht kon houden. Tot eten en drinken was ik al helemaal niet in staat. Pure ellende, ook al omdat ik me zo schuldig voelde, terwijl zo’n koortsaanval toch niet iets is waar je voor kiest.

Wat ik in dergelijke situaties probeer te doen is zoveel mogelijk troost putten uit de denkbeelden en visioenen die uit mijn koortsige roes voortkomen. De nacht van dertig december ging ik onder meer terug naar 1975, toen ik pas was gaan samenwonen met A. Haar vader was niet bepaald op me gesteld. Toen A. bij haar vader was weggegaan had hij haar gewaarschuwd dat ze binnen zes maanden, of al veel eerder, terug bij hem zou zijn. De gevoelens die ik daar toen bij had kwamen nu weer helder naar boven. Misschien ging het zelfs om gevoelens die ik toen niet heb gehad, of meteen had verdrongen? Nu voelde ik een diep verdriet. Wat had die man, mijn toekomstige schoonvader, tegen me? Waarom heeft hij me tot zijn dood nooit willen aanvaarden als zijn zoon? Mijn ouders, die toch ook niet de meest vooruitstrevende mensen van België waren, ontvingen A. meteen met open armen.
Troost putten? Terwijl herinneringen als deze me toch ook triest maken. Maar het is een verwarde en zelfs warme melancholie. De denkbeelden vloeien in elkaar over. De herinneringen aan de strenge schoonvader, mijn tedere en gastvrije moeder. Hoe toen ik nog een kind, een puber was, mijn vriendjes bij ons thuis altijd welkom waren. Mijn moeder een en al aandacht en meegaandheid, zonder zich evenwel aan ons op te dringen. Zonder onze jeugdige dromen met allerlei regeltjes en bevelen te beschadigen. Aan mijn broer die ik nooit meer zie. Ja, die verschijnt nu ook op het toneel. Wat verwijdert ons van elkaar? Ik moet zeker nog eens naar hem toe voor de oude familiefoto’s, sommige zijn wel honderd jaar oud. Of ouder. Portretten van familieleden, mensen van wie ik de gezichten niet meer herken, de namen niet heb kunnen onthouden. Of misschien wel. Dat valt nog te bezien.

nieuw begin, begin, 2018, dagboeknotitie, herfst, winter, 2017, ziekte, pijn, terugblik, binnen, binnenskamers, isolatie, afzondering, asociaal, vrienden, afspraken, koorts, visioenen, dromen, melancholie, troost, familie, ouders, schoonvader, agnes, moeder, broer, foto's, fotografie, sneeuw, woorden, dood, wout vercammen, guche vercammen, antwerpen, provo, kunst, kunstenaars, conscienceplein, pannenhuis, bitter, ziel, stilte, niet vergeten


Nu ik hier in deze roes terechtgekomen ben en de woorden op dikke sneeuwvlokken zijn beginnen te lijken, een ordeloze dwarreling van niet voltrokken gedachten, verneem ik dat Wout Vercammen dood is. Ik ben sprakeloos. De woorden dwarrelen zelfs niet meer. Ze eten zichzelf en elkaar op. De eerste dode van het jaar. Wat kan ik zeggen over Wout? Dat ik hem graag zag? Het is allemaal zo lang geleden. De jaren tachtig in Antwerpen, die glansrijke periode zonder toekomst. Wout was in dat maffe theater een van de protagonisten, een van de pioniers van de nieuwe tijd, die was begonnen met de happenings van provo op het Conscienceplein. De plek waar we elkaar in de jaren zeventig en tachtig nog altijd ontmoetten. In het legendarische Pannenhuis. Nu kom ik nooit meer op dat pleintje. Er is niets meer overgebleven van toen. Alles is opgeofferd aan de vooruitgang, de groei. Het geld. Niet bitter worden, Pulaski. Wout Vercammen is dood. Ik denk aan zijn levensgezellin, Guche. Een dierbare vriendin, een zielsverwante. Een klein stuk uit mijn ziel gehapt, een groot stuk uit die van haar. Wout is dood. Stilte. Maar geen vergeten.

Afbeeldingen: familiefoto's M.P.

03-12-17

DUIVEL VAN DE ONRUST

night and the city 2.jpg

Je had genoeg van de stad. Ze had je afgemat: het rumoer, de kitsch, de uitlaatgassen, de shoppers, de junkies en dronkaards en het nachtelijk geweld. Het gebrek aan manieren, aan savoir-vivre. Je dacht aan Will Oldhams woorden, “I could fuck a mountain". Zo kwam het dat je naar de bergen ging, één week, twee weken… Daar vergat je de tijd, de dagen. Je was in goed gezelschap. Friedrich Nietzsche, Thomas Mann, Werner Herzog, Percy Shelley. Maar die mannen hadden nog een air van stedelijkheid. Je ging naar de hillbillies. Naar Dolly Parton met haar bergluchtstem. Naar Bill Monroe, en de vele bluegrassbroers, de McReynolds, de Stanleys, de Delmores… Je zag er muzikanten hun instrumenten inpluggen en hoorde ze je oren verdoven, maar onder die laag elektriciteit hoorde je nog steeds de ziel van de hillbilly. En zo, met een reiskoffer vol bergliederen, keerde je terug naar de stad, waar je altijd naar was blijven verlangen. Omdat de stad nooit inslaapt en het er nooit volstrekt donker is. Maar je wist dat je er op een dag weer van zou gaan walgen, dat je weer naar de heuvellanden zou afreizen. Naar Kentucky of, dichterbij, naar Tirol, Umbrië, de Twelve Bens in Ierland. En zo zou het blijven duren, met die duivel van de onrust in je ziel.


... 

Afbeelding: Jules Dassin, Night and the City.

07-11-17

EEN MEXICO VAN HET HART

alfredo garcia_edited.jpg

“Solitude is the profoundest fact of the human condition. Man is the only being who knows he is alone, and the only one who seeks out another. His nature - if that word can be used in reference to man, who has ‘invented’ himself by saying ‘no’ to nature - consists in his longing to realize himself in another. Man is nostalgia and a search for communion. Therefore, when he is aware of himself he is aware of his lack of another, that is, of his solitude.”
Octavio Paz, The Labyrinth Of Solitude.

Ik herinner mij een rit met de Greyhound van San Antonio in Texas naar Laredo, een stadje gelegen op de Noordelijke oever van de Rio Grande. Aan de overkant, in Mexico, ligt Nuevo Laredo, dat ik kende van een Tex Mex-liedje van the Sir Douglas Quintet. In Laredo vluchtte ik vanwege de verzengende hitte meteen een hotel in waar de koelte van de lobby mij voor een gewisse dood behoedde. Ik dacht aan The Streets 0f Laredo van Johnny Cash, voor mij een van zijn mooiste songs, hoewel hij het niet zelf heeft geschreven. I spied a young cowboy all dressed in white linen. Daarna te voet de streng bewaakte grens over. Bedelaars, dealers, hoeren, tandartsen, slechte tequila. Nuevo Laredo, Mexico.

Ik herinner mij de films van Sam Peckinpah, Pat Garrett and Billy the Kid, The Wild Bunch en vooral The Getaway, waarin  Steve McQueen en Ali McGraw, met de hulp van Slim Pickens, kunnen ontsnappen naar Mexico. In weinig films loopt het met misdadigers  zo goed af. Het is niet toevallig dat Dan Stuart van de rockgroep Green On Red Slim Pickens in een van zijn songs bij naam noemt. Dan Stuart heeft het wel vaker over zulke karakteracteurs, ook over Warren Oates, hoofdrolspeler in Bring Me The Head Of Alfredo Garcia, ook van Peckinpah. Oates doorkruist in die film Mexico, met het bewuste hoofd in een vuile linnen zak, bebloed, vol vliegen. Hijzelf ook stinkend van het zweet, bebloed, onder de vliegen. Zijn van de Mexicaanse hitte en moordlust op hol geslagen blik.

Ik herinner mij de Border Trilogy van Cormac McCarthy. All The Pretty Horses, The Crossing, Cities of the Plain. Tragische liefdesavonturen in het woeste Noorden van Mexico. Paarden, vacqueros (in enkele Noord-Amerikaanse staten heten ze buckaroos), bandieten. De mythische deelstaten Sonora, Chihuahua, Durango. Bob Dylan’s Romance In Durango, gedeeltelijk geïnspireerd door zijn samenwerking met Peckinpah. En net als Elvis trekt Dylan naar Acapulco, om er fun te beleven. Op zoek naar goedkope cocaïne, hoeren, pokerpartners?
Fun-In-Acapulco.jpg

Tientallen films herinner ik mij over het labyrint van de eenzaamheid, zoals begenadigd dichter Octavio Paz het land noemt. John Hustons The Treasure Of The Sierra Madre. Met Walter Huston en Humphrey Bogart. Hebzucht stort de goudzoekende antihelden in de afgrond. Niet alleen koorts leidt naar het inferno. “Hell is my natural habitat,” zijn de woorden van Geoffrey Firmin, de aan alcohol verslaafde Consul uit Quauhnahuac (Cuernavaca), in Mexico – uit de sublieme roman Under The Vulcano van Malcolm Lowry, een auteur die zich heeft doodgedronken in Mexico en elders. John Huston heeft het boek verfilmd, een moeilijke opdracht, ook al kon hij over Albert Finney beschikken voor de rol van de Consul. Een indrukwekkende Canadese documentaire uit 1976: Volcano: An Inquiry Into the Life and Death of Malcolm Lowry, van Donald Brittain en John Kramer. Met Richard Burtons stem als hoofdacteur.
MALCOLM LOWRY.jpg

Ik vermeld terloops nog John Sayles’ kleine maar sterke film Lone Star, gesitueerd in het grensstadje Frontera in Texas. Een originele en kritische kijk op de problemen van zo’n melting pot. Met een prima soundtrack, die mij vertrouwd maakte met de liederen van Lydia Mendoza.

Mexico is tegelijk reëel en een verzinsel. Alleen al de muziek uit en over dat land zit barstensvol stof waar je dromen van gemaakt zijn. Of verhalen. Je ontmoet er bizarre mensen, engelen, duivels, uit de echt gescheiden gokkers; je gaat op uitstap naar Laredo, Ciudad Juarez, Acapulco, Tijuana; er is Amor en de taal van de liefde, extase, uitputting, hitte, seks, verdovende middelen, moordlust, wanhoop, eenzaamheid.  Je zwerft door grensstadjes in Arizona, Californië en Texas. Slangen, woestijn, tequila, mezcal, zwetende paarden, macho’s met gevaarlijke messen en machinegeweren. De hel en de hemel op aarde. Mexico City Blues van Jack Kerouac. Neonlicht. Lost highways. Mexicaanse country & western. Een Mexico van de verbeelding. Een Mexico van het hart.
nuevo laredo, mexico II (2).jpg

Afbeeldingen: Warren Oates in 'Bring Me the Head of Alfredo Garcia' (Sam Peckinpah); Elvis Presley in 'Fun In Acapulco' (Richard Thorpe); Malcolm Lowry; Nuevo Laredo (Martin Pulaski)

17-08-17

ELVIS IS DOOD

elvis.jpg


“Elvis Aaron Presley died August 16th at his home, Graceland Mansion, in Memphis. The victim of a heart attack, he was 42. He was born in January 8th, 1935, in Tupelo, Mississippi, the son of a truck driver and a sewing machine operator.”

Dagboeknotitie. Antwerpen, 17 augustus 1977.

09-04-17

UITSTELGEDRAG

Goya-Disparate-Los-Ensacados-1815-19-etching-etc-Prado-8.jpg


“Vermoedelijk, in mijn luiheid gewend geraakt mijn werk dag in dag uit tot morgen uit te stellen, verbeeldde ik mij dat het net zo zou gaan wat de dood betrof.” Dat schrijft Marcel Proust in ‘De tijd hervonden’. Ik ga er voor het gemak van uit dat de verteller hier samenvalt met de schrijver. Marcel Proust zegt bijgevolg dat hij zijn werk aan ‘A la recherche du temps perdu’ tot morgen uitstelt. En morgen stelt hij het opnieuw uit. Dus geraakt het werk nooit af. En toch liggen de drie delen van de Pléiade en de zeven delen van de Nederlandse vertaling hier naast me. Ik leid hier uit af dat de schrijver liegt of ten minste overdrijft. De recherche is inderdaad nooit helemaal af geraakt, maar er is verdomd hard aan gewerkt. Elke zin is een kunstwerk, elk woord staat waar het staan moet. Elk personage heeft de naam die het moet hebben.


Het uitstelgedrag wijt de schrijver aan zijn luiheid. Maar ook dat geloof ik niet. Waarom stel ik zelf al maanden ongeveer alles uit wat ik wil doen, niet alleen werk maar ook plezier? Zeker niet uit luiheid. Waarschijnlijk is er al onderzoek gedaan naar uitstelgedrag, maar dat ken ik niet. Ik weet echt niet wat de oorzaak is. Ik heb honderden ideeën voor verhalen, korte prozateksten, gedichten, beschouwingen; meestal borrelen die ’s nachts op. ’s Nachts leid ik een rijk maar uiterst vermoeiend leven.
Na het ontbijt wil ik eraan beginnen, maar het gaat niet. Ik stel uit. Ik schrijf één bladzijde in mijn dagboek, onder meer dat ik de vorige dag niets heb kunnen schrijven. Na die ene bladzijde ben ik uitgeput. Mijn hoofd is helemaal leeg. Het lijkt of ik rustig ben, maar toch kan ik me niet concentreren. Ik lees een paar paragrafen in ‘Op zoek naar de verloren tijd’ en sla het boek alweer toe. Een stukje Heidegger (‘Wat is denken?’) dan maar… Daar moet ik me wel op concentreren… Maar ook dat houd ik niet lang vol. Ondertussen zijn alle ideeën van de voorbije nacht in een dichte mist verdwenen. En met het verdwijnen van die ideeën lijkt de kern van mijn existentie eveneens door het grote niets te zijn verzwolgen. Of uiteen te zijn gespat in honderden brokstukken die elk hun eigen mij onbekende weg willen gaan.

Ik kan niet meer tegen deze ledigheid, tegen deze verveling (die ik tot voor kort nooit gekend heb). Ik ben moe. Terwijl ik zeg dat ik niet wil verdwijnen verdwijn ik, terwijl ik zeg dat ik niet wil berusten berust ik. Terwijl ik zeg dat ik bang ben voor de dood trekt de dood mij aan. Terwijl ik door het raam kijk naar de wolken zie ik betekenisloze vormen. Ik hoef de wolken niet te tellen om in slaap te vallen. Ik val in slaap. Elke dag val ik in slaap terwijl ik toch wakker wil blijven. Wakker en helder en boordevol energie. Vrij van zwaartekracht en zelfbeklag. Een man met een plan, vastberaden en sterk. En dan hoor ik John Lennon het uitschreeuwen: Yes I’m lonely, wanna die. Girl if I ain’t dead already then you know the reason why. Is dit nu wat de blues wordt genoemd? De muziekvorm die mij altijd zozeer heeft weten te bekoren… Ik weet het niet. Ik heb het gevoel dat ik niets meer weet. Als je niet bestaat kun je niet denken en als je niet kunt denken kun je niet weten. Ik heb er veel voor over om uit de nachtmerrie die mijn leven geworden is te kunnen ontwaken.

... 

Afbeelding: Goya,Los Esacados, 1815-1819

09-01-17

WAPENSTILSTAND

2 peter sellers being there.jpg

TIEN DAGEN DIE MIJN WERELD DEDEN WANKELEN
(hoofdstuk 13)

Dag 10: 11 november 2016


“Ik wil steeds meer leren, het noodzakelijke aan de dingen als het schone beschouwen – zo zal ik een van diegenen zijn die de dingen schoonheid verlenen. Amor fati: dat zij van nu af aan mijn liefde! Ik wil geen oorlog voeren tegen al wat lelijk is. Ik wil niet aanklagen, ik wil niet eens de aanklagers aanklagen. Wegkijken zij mijn enige ontkenning! En, alles bij elkaar en in het groot: ooit wil ik nog eens uitsluitend iemand zijn die ja zegt!”*

Een talloos aantal werelden en zeker één die wankelt. En een zee van mogelijkheden. “Morgen zal ik niet schrijven”, schreef ik gisteren. Hoe lang heeft dat morgen geduurd? Ik wil er niet over nadenken, nooit goed geweest in rekenkunde. Ik zou kunnen opsommen wat ik allemaal gedaan en gelaten heb. Lijstjes maken. Een boek van Henri Bergson gekocht, dat heb ik, ‘Tijd en vrije wil’, niet toevallig een beschouwing over de tijd. De objectiveerbare, meetbare tijd tegenover de duur (la durée), die niet meetbaar is, omdat zij voortdurend stroomt en verandert. Gelezen heb ik het nog niet, maar dat zal niet lang meer duren… En voor de rest? Mijn ogen en oren gebruikt, gelegen, gezeten. Opgestaan is plaats vergaan.

BERGSON-TRANQUILLOU.jpg

Vandaag wapenstilstand, maar wat betekent dat nog? Bijna overal oorlog, moord en doodslag. Wat ooit ‘rebels without a cause’, hippies en yippies waren zijn nu jihadi’s. Hetzelfde fundamentele ongenoegen, een vergelijkbaar radicalisme, maar een andere ‘strijd’. ‘Terreur’ wordt dat fenomeen voorbij goed en kwaad, voorbij het humanisme, genoemd; maar is terreur wel de juiste term? We kennen de terreur van de Franse revolutie, het schrikbewind, omdat dàt tot de geschiedenis behoort, maar datgene waarvoor we nu bang zijn – en door de machthebbers bang voor worden gemaakt – is een nieuw fenomeen, het is in beweging, niet meetbaar, we kunnen er geen vat op krijgen. We kunnen er zelfs niet over nadenken, vandaar al die meningen en opinies. Van wapenstilstand geen sprake. Er zijn wapens, er worden aan de lopende band wapens geproduceerd, dus worden ze gebruikt. Opslagplaatsen zijn duur.

fuck the man.jpg

Leonard Cohen is dood. Gestorven op 7 november, net voor Donald Trump de Amerikaanse verkiezingen zou winnen. Op die dag schreef ik over Isabelle Huppert en de film ‘L’Avenir’, over vulgaire verkiezingsshows, over Karst Woudstra en August Strindberg. Bovendien zat ik me af te vragen of er tussen mij en Trump maar “six degrees of separation” bestaan. Indien dat zo is, wat houdt mij dan tegen om naar hem toe te gaan en hem op andere gedachten te brengen? Zoveel mogelijkheden. In ‘Being There’ van Jerzy Kosinski kan een tuinier zelfs president worden. Overigens vind ik de filmversie (Hal Ashby) beter. Maar het boek, in Nederlandse vertaling, wordt hier in huis gekoesterd: mijn Laura kreeg het in mei 1981 cadeau van onze vriend Joseph.

Eigenlijk mag je nooit vergelijken. Ik wil ik dat zeker niet doen met twee kunstenaars, de ene een starman en de andere een beautiful loser – de enige duidelijke overeenkomst is dat beiden nu dood zijn. Of wacht, er is nog een overeenkomst: ook bij de dood van Leonard Cohen lijkt het erop of heel de wereld in rouw is. Over mijn gevoelens over Cohens overlijden wil ik niet veel zeggen. Heel lang geleden heb ik ‘Beautiful Losers’ gelezen. Voor mij was Leonard Cohen een dichter. Een dichter die zijn recitaties begeleidde – of liet begeleiden - met gitaar, met enkele andere instrumenten, met een tweede of derde stem. In het begin hield ik veel van ‘Sisters of Mercy’ en ‘Bird on a Wire’. Vervolgens duurde het tientallen jaren eer ik Leonard Cohen opnieuw ging beluisteren. Ik luisterde naar zijn teksten. Ik las ze in een bundel. Ik verslond ze. Het waren parels, juwelen. Leonard Cohen was een goudsmid. Hij kon alles. Het mooiste aan de man vond ik dat hij deed alsof hij een niemendal was. En zelfs dat deed hij niet. Leonard Cohen leek op mij – of ik op hem: hij was er niet, is er niet en ik ben er ook niet**. Ooit ben ik er geweest, maar dat is lang geleden. Het was in de dagen dat ik naar ‘Sisters of Mercy’ en ‘Bird on the Wire’ luisterde. En meer nog naar ‘Sitting By the Window’, maar dat is een ander verhaal voor een andere dag. Deze tiende en laatste dag van mijn tien dagen in de ‘woestijn van de werkelijkheid’ wil ik afsluiten met woorden van Leonard Cohen:

Now I greet you from the other side of sorrow and despair, with a love so vast
And so shattered, it will reach you everywhere.
And I sing this for the captain whose ship has not been built, for the mother in
Confusion, her cradle still unfilled.
For the heart with no companion, for the soul without a king. for the prima
Ballerina who cannot dance to anything.
Through the days of shame that are coming, through the nights of wild distress,
Though your promise counts for nothing, you must keep it nonetheless.
You must keep it for the captain whose ship has not been built. for the mother in
Confusion her cradle still unfilled.
For the heart with no companion, for the soul without a king, for the prima
Ballerina who cannot dance to anything.***

lc-26-oct-1963-allan-r-leishman-montreal-star-library-and-archives-canada-pa-190166-light-scaled1000.jpg

~~~


* Friedrich Nietzsche, De vrolijke wetenschap, 276

**Versta me niet verkeerd: ik wil me op geen enkele manier met Leonard Cohen vergelijken en al zeker niet als dichter. Het gaat om een manier van in de wereld zijn. Maar zelfs mijn vorm van afwezig zijn, van onzichtbaar zijn is niet vergelijkbaar. Voor Leonard Cohen heb ik alleen maar respect. Voor mezelf? Dat denk ik niet. You're invisible now, you got no secrets to conceal.

***Leonard Cohen, Heart With No Companion

24-12-16

MET RYLEY WALKER NAAR EEN ANDERE DIMENSIE

ryley walker 2.jpg

TIEN DAGEN DIE MIJN WERELD DEDEN WANKELEN 
(hoofdstuk 12)

Dag 9: 10 november 2016 

Waar waren we bijna verdronken? In Patti Smith’s zee van mogelijkheden? Goed mogelijk want in een imaginaire zee kun je niet echt verdrinken, tenzij je zoals Alice een denkbeeldig bestaan leidt. Vandaag hebben we nog natte voeten, maar we staan als alle echte stuurlui weer aan wal. Ja, we lopen op wankele benen, onze geest is beneveld, in onze kamers hangt een dikke mist, ook al schijnt daarbuiten de zon. Inmiddels is het 10 november. Onze nood aan een escapade is groot. Anywhere out of the world, schreef Baudelaire. Maar hoe wankel ons bestaan ook mag wezen, toch willen we hier blijven, willen we doorgaan met een intellectuele strijd tegen onszelf, tegen het negatieve in ons, en tegen alles wat ons slaafs maakt, alles wat ons onderdrukt en verblindt. Patti Smith alleen zal ons daar niet bij kunnen helpen, hoewel ik weinig mensen ken die zo moedig als zij volharden in hun levenswerk. In hun opdracht. Lees haar boeken om te vernemen hoe ze die gevonden heeft. Maar net als ik - en mijn generatiegenoten uit de sixties - wordt Patti Smith ouder. Heel wat van onze idolen, gidsen, bewonderde kunstenaars en ja, helaas, ook vrienden, zijn al vertrokken naar het donkere land waar nooit iemand van terugkeert. Er is jong bloed nodig, jonge verbeelding, nieuwe ideeën. Een nieuwe geest van verzet zal onze wereld moeten redden. Dat hij al aan het ontstaan is voel ik in mijn vingertoppen, hij is al aan het werk. Zoniet zou ik afreizen naar het Noorden en me daar voor altijd neervlijen in de sneeuw.
patti-smith.jpg

Hier wil ik dit onderdeel van mijn kroniek even onderbreken met een mededeling van Nietzsche:
“Ik wil steeds meer leren, het noodzakelijke aan de dingen als het schone beschouwen – zo zal ik een van diegenen zijn die de dingen schoonheid verlenen. Amor fati: dat zij van nu af aan mijn liefde! Ik wil geen oorlog voeren tegen al wat lelijk is. Ik wil niet aanklagen, ik wil niet eens de aanklagers aanklagen. Wegkijken zij mijn enige ontkenning! En, alles bij elkaar en in het groot: ooit wil ik nog eens uitsluitend iemand zijn die ja zegt!”*

Aan mijn therapeute doe ik verslag van de heerlijke momenten van de voorbije dagen (een avond met Irina, mijn radioprogramma in Antwerpen, een etentje en een vrolijke treinreis met mijn geliefde Laura), maar zeker ook van de dingen die me weerom terneerdrukken, nog los van de ellendige politieke gebeurtenissen. Als zo vaak in het verleden kom ik terug op mijn schuldgevoelens. Zo voel ik me vandaag schuldig omdat ik zelfbehoud laat voorgaan op zorg en altruïsme. Of beeld ik me dat schuldgevoel maar in? Schuldig voel ik me eveneens omdat ik te weinig doe. Mijn therapeute stelt me voor om een dag per week aan vrijwilligerswerk te gaan doen. Ik zou bijvoorbeeld bij bejaarde mensen kunnen langsgaan; zij zijn als al onze soortgenoten reservoirs van verhalen, ze beleven er plezier aan hun herinneringen met een aandachtige toehoorder te kunnen delen. Wat voor mij dan weer een inspiratiebron zou kunnen zijn. Maar dat kan ik toch niet, roep ik voor de misschien wel honderdste keer uit. Ik kan mensen die ik niet ken niet onder ogen komen, zeg ik. Ik ben mensenschuw. Als ik onder de mensen kom moet ik drinken en ik wil niet drinken. Want als ik drink kan ik niet schrijven. Nee, ik wil vooral niet drinken. Veel liever zou ik in mijn kamer blijven en werken, nu het nog kan, nu ik nog enigszins helder ben. Mijn tijd van veel buitenkomen is voorbij. Je weet toch dat ik nu al wankel als ik naar de metro loop. Dat komt door mijn voeten. Die doen vaak zo’n pijn en je weet dat ik liever geen zware pijnstillers neem, want dan kan ik niet helder denken. Helder denken is zonder drank of pillen al moeilijk. Ze kijkt me enigszins berustend aan. Het is jouw leven, zegt ze, maar als je je meer en meer gaat afzonderen zal je wel heel snel oud worden. Maar goed, het is weer tijd, tot volgende week en houd je sterk.

old1.jpg

Die avond ga ik met Laura naar de AB Club voor een andere held van deze tijd: Ryley Walker. In de populaire muziek beschouw ik hem als een van de grote beloften. Enkele jaren geleden was hij nog een epigoon, nu geldt hij al als een voorbeeld voor andere muzikanten en kunstenaars (en gewone mensen). Laura en ik hebben vanmorgen bij het lang uitgesponnen ontbijt zijn twee recentste platen beluisterd, ‘Primrose Green’ (2015) en ‘Golden Sings that Have Been Sung’ (2016). Zijn eerste elpee, ‘All Kinds Of You’ (2014), bezit ik niet, omdat Ryley Walker zelf dat jeugdwerk als een mislukking beschouwt.
In de AB Club weet ik nog voor het concert begint dat het een bijzondere avond zal worden. Ja, soms voel je dat aan, soms weet je het wel zeker. We hebben vlak voor het kleine podium plaats gevat. De jonge singer-songwriter uit Chicago balanceert op het randje van de dronkenschap, maar wankelen doet hij (nog) niet.. Ik zie dat hij stevig op zijn benen staat. Hij kan tegen een stootje. En zijn muzikanten beschermen hem tegen overdaad. Als hij even wegkijkt geven ze elkaar zijn fles whisky door en nemen zelf een slok. En tijdens het concert vraagt een luisteraar of hij eens mag proeven. Dat is goed: het schept een band met het publiek en er zit alweer wat minder in die verduivelde fles. Ryley heeft al de hele namiddag bier zitten drinken in de Bonnefooi. You guys have 3000 kinds of beer and I want to try them all, zegt hij.
Het lijkt of hij het meent. Zeker, hij mag zijn zintuigen ontregelen, maar vergeten dat hij voor een geïnteresseerd publiek staat, dat mag hij niet. En dat doet hij niet. Het concert van Ryley Walker en zijn band, dat begint met de kreet ‘Fuck Trump!!!!’, wordt een lange, chaotische – maar door de ritmesectie stevig in toom gehouden – trip. Daar staat hij voor me met zijn gitaar, zijn zoekende stem, een duiveluitdrijver, een sjamaan. Ja, de muziek die hij met zijn begeleidende band ten gehore brengt helpt ons de wereld daarbuiten te vergeten. Er ontstaat een ander, een magisch universum. Een net nog herkenbare song – een skelet - is voor hem en zijn band een muzikaal thema waarop langdurig geïmproviseerd wordt. Ik herken vier van die skeletten: ‘The Halfwit In Me’, ‘Funny Thing She Said To Me’, ‘Sullen Mind’ en ‘The Roundabout’. Ik hoor en zie zoektochten, in cirkels draaiend of spiraalvorming, op de elektrische en de twaalfsnarige akoestische gitaar. Ik ontwaar sporen van jazz, acid rock, folk, rembetica, Tim Buckley, John Coltrane, Jerry Garcia, John Martyn, Van Morrison en nog veel meer – Ryley Walker heeft het allemaal verwerkt in zijn freewheeling songs. Hij heeft zich al die invloeden toegeëigend – en nu staat er een eigen, sterke muzikale persoonlijkheid voor ons. Voortaan gaat hij zijn eigen weg, al weet ik niet waar die naartoe leidt en er zijn veel gevaren. Denk alleen nog maar aan Tim Buckley en zijn zoon. Vanavond heeft hij  ons alvast uit een boze droom wakker geschud en in een andere dimensie binnengeloodst.
IMG_9245.JPG

Laura en ik en mijn vrienden Wolf en Dirk en Ivo beseffen dat we iets bijzonders hebben meegemaakt. Tijd voor lange, bezielde gesprekken en voldoende drank. Morgen zal ik niet schrijven. Morgen is het wapenstiltand. Taxi!



* Friedrich Nietzsche, De vrolijke wetenschap, 276


19-12-16

THE TIME IS OUT OF JOINT

sly riot.jpg

TIEN DAGEN DIE MIJN WERELD DEDEN WANKELEN (hoofdstuk 11)

Dag 8: 9 november 2016

Met welk persoonlijk voornaamwoord deze dag te lijf gaan? Ik, jij, wij? Aangezien het vandaag 19 december is en de dag in kwestie 9 november zouden wij de eerste persoon meervoud kunnen gebruiken: niet alleen ik of jij weet wat er die dag is gebeurd, iedereen weet het, we weten het met z’n allen. De uitslag ligt onherroepelijk in het verleden. Een voorwerp dat stuk is kan soms nog worden hersteld, een gebeurtenis in het verleden kan niet ongedaan worden gemaakt. Wat was was, wat niet hetzelfde is als wat zal zijn, zal zijn.

Wij werden samen wakker, maar niet allemaal tegelijk. Ik ontwaakte uit een onrustige slaap, moe en futloos. Ik vroeg me af of er nog van die heerlijke winkels voor bureaubenodigdheden zouden bestaan maar kon er mij geen enkele voor de geest halen. Straks eens opzoeken, dacht ik. En dan drong het tot me door. Tot mij ja, want ik was alleen; Laura was op visite bij haar zus. Eigenlijk wilde ik er niet over nadenken, ik wilde het zelfs niet weten. Want ik had een voorgevoel, sterker dan de voorbije dagen. Ik wist bijna zeker wie het geworden was, die verdomde president-elect. Ik wilde niet uit ons bed komen en naar de keuken gaan om op de radio mijn voorgevoel te horen bevestigd worden. Geen radio vandaag, geen televisie! Nee, ik bleef lekker liggen. Lekker? Helemaal niet lekker, wel ongemakkelijk, bitter gestemd, boosheid in mijn ziel. Woede. Razernij. Terwijl ik nog niets wist. Na ongeveer een half uur begon ik toch wat hoop te krijgen. Zo gaat dat altijd bij mij. Eerst de hel, dan het purgatorium, dan (heel af en toe) het paradijs. Hoewel ik geen bewonderaar ben van Hillary Clinton, wel integendeel, hoopte ik toch dat niet hij maar zij de overwinning behaald zou hebben. Better the devil you know than the devil you don’t. Hoewel je natuurlijk nooit iemand echt kent, zeker de duivel niet. Op het nachtkastje ligt bijna altijd mijn smartphone. Die zette ik aan en om niet meteen met meningen en opinies overvallen te worden ging ik eens kijken op Instagram. Daar zie je weinig tekst en hoor je weinig geleuter. Trump. Donald Trump.
Ik blijf de hele dag in bed, dacht ik meteen. Mij krijg je er niet uit. Ik maakte een foto van mijn dekbed en postte die op Instagram, met als onderschrift “Feeling miserable on a miserable day. Better stay in bed. #trump #depression #elections #americanelections #usa

Henry_David_Thoreau_-_Dunshee_ambrotpe_1861.jpg

Een half uur later zat ik aan het ontbijt (ik was nog altijd alleen, maar voelde toch al een heel sterk ‘wij’) en hoorde Van Morrison zingen: “It ain’t why, why, why, it just is”. Die stem, die woorden gaven me wat moed. Ik nam mijn dagboek en schreef dit:
“”It ain’t why, why, why, it just is” hoor ik Van Morrison zingen. Het enige juiste antwoord? “It just is.” Waarom zou je je opwinden over iets dat nu vaststaat, dat onherroepelijk is, iets wat de hele wereld nu weet, een voldongen feit. Daar is toch niets meer op af te dingen? De strijd is gestreden en verloren. Eerst wilde ik de hele tijd in bed blijven liggen, maar dat heb ik nooit gekund, tenzij in geval van ernstige ziekte of zware kater. We moeten ons verzetten, het ‘andere’ Amerika – dat niet alleen geografisch bepaald is – moet zich verzetten. Denk aan Henry David Thoreau: civil disobedience, burgerlijke ongehoorzaamheid. De schunnige varkenskop is geen legitieme president, geen president voor alle Amerikanen, zelfs niet voor de meerderheid. “It just is”, maar dat betekent nog niet dat we ons bij die stand van zaken moeten neerleggen.”

Wat later las ik bij David Van Reybrouck het volgende:
“De wereld is er sinds vannacht een stuk onzekerder op geworden. Dit is niet alleen een electorale aardverschuiving, maar ook een geopolitieke landslide. De verkiezingsuitslag van vannacht zal naschokken door de hele wereld sturen en de kaart van decennia-oude allianties hertekenen. De verhouding tussen Europa en Amerika zal grondig veranderen. Mogelijk betekent het het einde van de Europese Unie: rechts-populisten ruiken hun kans om de Unie verder uit te kleden. De positie van Amerika als dominante speler op het wereldtoneel zal wijzigen. De verhouding Amerika-Rusland zal een nieuwe fase binnengaan. Syrië wordt het strijdperk waar die nieuwe krachtsverhoudingen zullen worden uitgeprobeerd. Het Midden-Oosten zal hertekend worden, met nieuwe machtsevenwichten tussen Turkije, Iran, Saoedi-Arabië en Egypte. “

WHATSGOINGON.jpg

Meer muziek om mij wat op te monteren, om mijn woede te ‘kanaliseren’! Zonder veel vreugde of strijdlust te voelen beluister ik ‘There’s a Riot Going On’ van Sly & the Family Stone, ‘What’s Going On’ van Marvin Gaye, ‘Forces Of Victory’ van Linton Kwesi Johnson, ‘London Calling’ van the Clash. Maar dat “it just is” blijft in mijn hoofd spoken. De muziek die ik hoorde kwam voort uit een geestesgesteldheid die niet veel meer is dan een herinnering. Voltooid verleden tijd. Ze biedt troost omdat ze mooi is en oprecht maar nu hebben we andere liederen, andere kunst, andere vormen van opstandigheid nodig. De eerste bemoedigende signalen vang ik op via het door velen vervloekte facebook. Daar zie ik de eerste dissidente beelden en hoor ik de eerste woorden van protest, van burgerlijke ongehoorzaamheid.

’s Avonds kunnen wij er niet aan weerstaan om naar Terzake te kijken. Daar hebben ze er niet beter op gevonden dan Filip Dewinter en Karel De Gucht als deskundigen inzake Amerikaanse politiek uit te nodigen. Dewinter noemt de verkiezing een “revolutie van de Amerikaanse kiezer”. Gelukkig heb ik bijl noch long rifle. Laura is het zo zwaar te moede dat ze meteen naar bed gaat.

Laten we een oude geest oproepen. Een film uit de gloriedagen van de film. Laten we ons verdoven met een meesterwerk van Orson Welles: ‘Othello’, een aan het waanzinnige grenzende versie, voor een groot deel gefilmd in de Marokkaanse kuststad Essaouira/Mogador. En daarna zien we wel weer. The time is out of joint, maar veel is nog mogelijk. Alles is beslist, maar er is tegelijk nog steeds een zee van mogelijkheden. Want zie je, onder de afvalmaatschappij waar we in leven is de verbeelding nog altijd aan de macht (bij wijze van spreken, want de verbeelding heft de macht op).

othello_2.jpg

...

Afbeeldingen: 'There's a Riot Going On, Sly & the Family Stone; Henry David Thoreau; 'What's Going On', Marvin Gaye; 'Othello', Orson Welles.

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende