05-05-07

RENE POLLESCH / L'AFFAIRE MARTIN

rene pollesch,theater,kunstenfestival,party,waanzin,volksbuhne,kaaitheater,politiek

Wie zijn toch de anderen? Dat is de vraag die René Pollesch zichzelf en ons, de anderen, stelt. De anderen blijken altijd andere anderen te zijn. Je raakt er gewoon niet uit. Ben ik niet altijd de andere, zelfs mijn eigen andere, omdat ik gescheiden ben van mijn taal en mijn denken los lijkt te zweven, zonder deel uit te maken van mijn lichaam? Ik ben als mens gescheiden van het dier dat ik desondanks ben. Over zulke dingen hebben de personages van René Pollesch het bijna de hele tijd. Wie durft nog beweren dat de Duitsers geen gevoel voor humor hebben? René Pollesch is de geniale regisseur van de Volksbühne Am Rosa-Luxemburg-Platz in Berlijn. Ik zag gisteren in het kader van het kunstenfestivaldesarts zijn stuk ‘L’affaire Martin! Occupe-toi de Sophie! Par la fenêtre, Caroline! Le mariage de Spengler. Christine est en avance’. Inderdaad, een kanjer van een titel, maar die is op zichzelf al grappig, en ik vind het bovendien leuk dat mijn naam erin voorkomt. Enkele maanden, nu jaren geleden, ben ik vanop een afstand verliefd geweest op een meisje dat Christine heette. Ik heb haar mijn liefde nooit verklaard. Maar dat doet hier niet terzake. Als u alles wilt weten over het leven van de anderen, over het verschil tussen een ouderwetse in stofjas gehulde regie-assistent en een regie-assistent met een eigen mening, over Jane Goodall en de chimpansees en hoe de Tanzanianen in de mist verdwijnen, over het leven van bacteriën en virussen, waarom de Duitsers neo-nazi’s nodig hebben, hoe dat nu eigenlijk zit met de Sileziërs en de Tsjechen en de Polen, over de ware, niet-biologische aard van Jan Ulrich en de echte betekenis van de gele trui, dan moet u vanavond naar dit stuk gaan kijken, in het Kaaitheater. Het is uitermate boeiend en het lijkt nergens anders op, ook niet op het leven van de anderen. 


In het programmablad zegt René Pollesch het volgende: “Mijn voorstellingen vallen bepaalde denkwerelden en beelden aan die we nog met ons meedragen en waar we ook naar willen handelen. Maar dat lukt ons niet meer. Ik ben erg geïnteresseerd in dat conflict. Als er bij mij sprake is van een desoriëntatie in de sociale omgang, dan oriënteer ik me met mijn teksten.” En ook: “Wij zijn geen autonome subjecten, zoals het klassieke drama die kent. We hebben de controle verinnerlijkt, en onze subjectiviteit is datgene waaraan we werken, wat we verkopen.”

Nu moet ik boodschappen gaan doen en daarna vertrek ik naar Antwerpen voor mijn radioprogramma. Mijn playlist hebt u nog van mij te goed. Het thema dat ik heb gekozen is de nacht. Het vervelende is dat er massa’s songs zijn over de nacht; het was dan ook moeilijk om een selectie te maken. Maar dat zijn de kleine ups en downs van het leven. Niets om over te klagen. Mijn kater daarentegen!

26-11-06

HEEFT MEFISTO DE TOEKOMST IN HANDEN?


Daar staat Peter Gorissen met een revolver in de hand. Bijna op de rand van het podium. Ik heb nog dertien kogels, zegt hij. Ik geef mij niet over. Ik maak er een eind aan en neem er twaalf van jullie mee. Ik zit in de zaal, niet ver van deze man, die De Dikke speelt, de naamloze nazi-minister van cultuur, waar ik meteen Göring in had herkend. Peter Gorissen speelt niet, hij is. Daarom ben ik nu heel bang dat hij echt dertien kogels in zijn revolver heeft en dat hij echt op het publiek, en misschien op mij, zal schieten. Ik acht Peter Gorissen daartoe in staat. Zozeer bewonder ik hem als acteur. Maar nu ben ik doodsbang. Ik kan me ook niet verbergen achter de theaterbezoeker voor me, want die heeft tijdens de pauze de zaal verlaten. Vreemd is dat, want dit is theater zoals het maar zelden te zien is, van een overweldigende schoonheid getuigend, elke seconde, in elk aspect – maar het is geen vrijblijvende schoonheid, dit is gevaarlijke schoonheid. Of beter nog: schoonheid die ons wijst op het gevaar rondom ons, en op de grote verantwoordelijkheid die wij met zijn allen hebben. Maar dat zijn bedenkingen achteraf. Met angst en beven kijk ik toe hoe Peter Gorissen de revolver richt. Zijn demonische blik, vol doodsverachting. Maar dan keert hij de zaal de rug toe, stopt het wapen in de mond en…

Ik heb hier nu een boek voor me liggen, de Gedichten van Hugo Claus, een verzamelbundel uit de periode 1948-1963. Dat boek heb ik lang geleden van Peter gekocht. Hij was op bezoek bij mijn beste vriend Jos, Peters neef. Peter deed zijn boeken van de hand omdat hij naar de Verenigde Staten vertrok, om er te gaan studeren in Los Angeles. Dat is bijna dertig jaar geleden. Sindsdien is er veel gebeurd in de wereld en in onze persoonlijke levens. Jos heeft zich het leven benomen. Als ik me niet vergis heeft Peter ernstige geestelijke inzinkingen gekend. Maar ondanks die tegenslagen is hij een schitterend acteur gebleven. Ook in dit stuk, Mefisto Forever, van Guy Cassiers en Tom Lanoye, schittert hij. De andere spelers moeten overigens nauwelijks voor hem onderdoen. De klasse van Dirk Roofthooft kennen we allemaal. Zijn melancholische pretoogjes kunnen de tragiek van een verhaal zeer geloofwaardig maken. Ik zal nooit vergeten hoe hij me in het café van De Bottelarij ooit troostte toen ik door te veel alcohol, en na een lang gesprek met een Amerikaanse operazangeres, ten prooi viel aan diepe melancholie – een zware aanval van verlatingsangst. Het werk van Guy Cassiers volg ik op de voet van sinds hij als jonge theatermaker van start ging. Vroeg in de jaren ’80 zag ik hem samen met zijn vader aan het werk in een gelijkvloerse verdieping aan de Cogels-Osylei. Was het een theatervoorstelling? Met zo’n twintig lotgenoten mochten we het appartement betreden. Er werd ons koffie aangeboden. Al gauw kregen vader en zoon ruzie. Er ontstond een stevige scheldpartij. Was dit komedie? Moesten we lachen? Huilen? De scène duurde gelukkig niet al te lang. Vervolgens mochten we de woning weer verlaten. Ik weet nog altijd niet wat ik toen heb meegemaakt. Wat ik wel weet is dat de vier Proust-voorstellingen van Guy Cassiers tot het beste theater behoren dat ik ooit heb gezien. En nu bereikt hij – samen met zijn ploeg - met Mefisto Forever weer zulk hoog niveau. Alleen ga je niet echt met een gelukzalig gevoel naar huis, na een voorstelling die je waarschuwt voor het reële gevaar van het huidige fascisme. Ik was me daar al wel van bewust, maar wat deed ik er eigenlijk tegen? Kunnen wij ooit voldoende doen? Wegkijken is niet de boodschap. Maar wat is dan wel de boodschap? Weinigen van ons hebben het talent van Guy Cassiers om de waarheid tot diep in de ziel te laten doordringen.

23-10-06

STRIPTEASE EN RODE ROZEN

striptease,kaaitheater,victoria,bloot,bioy casares,cecilia,stripper,verlangen,morel,eeuwigheid,brussel,amsterdam,cafe,nacht

Victoria - Nachtschade - Eric De Volder


In het café van het Kaaitheater liep de stripper voorbij de grote tafel in het midden, waaraan we nog wat zaten na te genieten. Hij fronste zijn wenkbrauwen toen hij me zag zitten. De grappige blik in zijn ogen bracht me aan het lachen. Even later kwam hij naast me zitten. Je keek zo boos, zei hij. Ik ben nochtans niet boos, zei ik, integendeel. Het zal mijn natuurlijke gelaatsuitdrukking zijn.Ja, dat zeg ik ook altijd, als ze mij zeggen dat ik boos kijk, zei de stripper lachend.

Een vriendelijke en vooral zeer gespierde jongeman, dat wel; maar waarom moest nu uitgerekend van de zes strippers de ene mannelijke naast me komen zitten en een gesprek met me aanknopen? Zeker vier van de vrouwelijke strippers waren nog in het café aanwezig. Ze hadden bovendien niet veel meer kleren aan dan toen ze op het podium hun act deden. Net voldoende om niet gearresteerd te worden wegens openbare zedenschennis. Maar het zij zo. Hij was een vriendelijke jonge man, uit Amsterdam. Waarschijnlijk voelde hij zich wat eenzaam. Hij vond het wel leuk in Brussel, zei hij. Maar wat was het moeilijk om met de fiets uit de stad weg te raken. Hij vertelde een paar weetjes over het leven als mannelijke stripper. Wat hij nu had gedaan was echter iets helemaal anders. Victoria had van het zinnenprikkelend uitkleden kunst gemaakt. Choreografen hadden er andere ruimtes en andere bewegingen voor bedacht. De wereld van de striptease werd binnenstebuiten gekeerd. De stripper was zeer tevreden over de samenwerking. Het was heerlijk geweest, zei hij. En overal werden ze goed ontvangen, daverend applaus, rode rozen.

Later op de avond had ik toch nog een kort gesprek met Cecilia. Ik was die onzichtbare stripteaseuse, zei ze. Ze was inderdaad onzichtbaar geweest, behalve op het einde van haar performance. Dan zagen we haar blote kont. Eindelijk wat licht! Ze kwam uit Buenos Aires.
Ik woon in Parijs met mijn Russische vriend, zei Cecilia. Toen ze hoorde dat mijn zoon ook in Parijs woont schreef ze haar mobiel nummer – en dat van haar Russische vriend – op een bierviltje. Bel me eens op als je in Parijs bent, zei ze. Voilà, nu weet ik bij wie ik terecht kan als ik me eens een keer eenzaam voel in een luizig Parijs hotel. Bij het afscheid gaf Cecilia me nog een hele zachte zoen. Vandaag heb ik gelezen dat ze in een Argentijnse film heeft meegespeeld. Een echte filmster heeft me gekust!

Bioy Casares heeft een roman geschreven die ik iedereen graag aanbeveel: De uitvinding van Morel.

27-03-06

INTERMEZZO: IBSEN'S SPOKEN


Dit is een fragment uit ‘Spoken’ van Henrik Ibsen:

"Mevrouw Alving (over hem heengebogen). Dat is een vreselijke voorstelling van je geweest, Oswald. Niets dan verbeelding. Al die emoties heb je niet kunnen verdragen. Maar nu moet je uitrusten, thuis bij je eigen moeder, jij mijn hartenkind! Alles waar je maar naar wijst, zal je hebben, net als toen je een klein kindje was… Ziezo. Nu is de aanval voorbij. Zie je wel, hoe gemakkelijk het over ging? O, dat wist ik ook wel… En kijk eens, Oswald, wat een mooie dag we krijgen? Heerlijke zonneschijn! Nu kan je je land pas goed zien. (Zij gaat naar de tafel en draait de lamp uit. Zonsopgang. De gletsjer en de bergtoppen op de achtergrond liggen in het stralende morgenlicht.)

Oswald (zit in de stoel met zijn rug naar de achtergrond zonder zich te bewegen. Plotseling zegt hij) Moeder, geef mij de zon.

Mevrouw Alving (bij de tafel ziet hem verschrikt aan) Wat zeg je?

Oswald (herhaalt dof en toonloos) De zon. De zon.

Mevrouw Alving (springt wanhopig op, grijpt met beide handen in haar haren en roept): Dat kan ik niet verdragen! (fluistert als verstijfd van schrik). Dat kan ik niet verdragen! Nooit!"

Waanzin, zelfmoord... Wie is verantwoordelijk?

22-03-06

ENKELE WOORDEN OVER DE KERSENTUIN


eels


Ik zou nog terugkomen op ‘De kersentuin’ van Tsjechov in de regie van Raven Ruëll. Bij nader inzien heb ik er niet veel meer over te vertellen. Ik zou dan een studie moeten maken over het werk van Tsjechov, over thema’s als eenzaamheid, melancholie, verveling en berusting. Daar heb ik geen tijd voor. Bovendien is dit niet de geschikte plaats voor zulke beschouwingen. Ik kan de voorstelling in de KVS wel warm aanbevelen. In weerwil van de melancholische ondertoon van het stuk kan er veel worden gelachen, vooral met de onweerstaanbare Lukas Smolders als de zakenman Lopachin. De regie van Ruëll is gebaseerd op aanbevelingen van Tsjechov zelf: hij zag De kersentuin als een komedie, niet als een melodrama. Revolutionair theater is dit dus niet. Maar dat geeft niet. Het is gewoon heel goed. Ga eens een avondje uit, het is echt genieten. En zoals ik al zei: voor degenen die op zoek zijn naar echte schoonheid gekoppeld aan acteertalent is er Katrien De Ruysscher.

Over Mark Everett alias eels zou ik ook nog iets vertellen. Maar dat tragische verhaal heeft al in Humo gestaan, in de inleiding van de bespreking van ‘eels with Strings, Live at Town Hall’. Waarom het hier dan nog een keer herhalen? Het leven is kort, we moeten onze tijd niet verknoeien. Laten we gewoon naar de man zijn werk luisteren. Al mijn woorden zijn in vergelijking daarmee veel drukte om niets. Mag ik aan de liefhebber van melancholische liederen dan meteen nog drie cd’s van Richard Hawley aanbevelen: Coles Corner, Lowedges en vooral Late Night Final. Ik heb deze hemelse muziek, die niet van deze tijd is, nu pas ontdekt. Is dat erg? Natuurlijk niet, want ik geniet er nu van, en zal dat zonder twijfel over tien jaar ook nog doen.

Foto: Mark Everett.

22-02-06

SHAKESPEARE'S HELDEN


shakesp08


Deze monotone dagen zijn het dieptepunt van het jaar. Overdag is er niets dat me boeit en kan ik ook nergens energie uit putten. Vaak als ik me zo moedeloos (futloos of hoe zal ik het noemen - niet: melancholisch) voel, denk ik aan de woorden van Patti Smith:

Sometimes my spirit is empty
Don't have the will to go on
I wish that someone would send me
ENERGY!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

en meestal hoor ik dan ook de melodie van dat lied, hoor ik die ergens in mijn hoofd en dan gaat het beter, want dan voel ik me niet meer alleen in deze grauwe, suffige toestand. Vandaag echter kon ik er niet bovenop geraken, ik bleef moe en futloos.

s' Avonds gaat het beter. Om tien uur ga ik in bed, dan ben ik wat rustiger, dan kan ik tenminste lezen. Gisteren tot 3 uur 's ochtends: ik wilde Hamlet uitlezen, en het is me gelukt. Daarna was het tijd voor King Lear.

Het is alsof ik 's nachts, in Shakespeare's theatrale wereld, pas echt tot leven kom, alsof ik dan, in mijn passiviteit (van het lezen), pas echt actief word. Wat zijn de mensen, ikzelf inbegrepen, banaal in vergelijking met de helden van Shakespeare, wat is het leven zinloos en kleurloos vergeleken bij het leven dat Shakespeare's personages leiden.

King Lear, Cordelia, Gloster, Glosters zoon Edgar (en zijn smeerlap van een broer Edmond): mensen van vlees en bloed, elk van hen een wereld op zichzelf, een afgrond, een noodlot. Wie, van allen die nu in leven zijn, kunnen wij daar tegenover, of daar naast plaatsen ? Bush, Saddam, Koningin Paola, Mijnheer Leterme, Brad Pitt, Angelina Jolie, Bob Dylan, Bono, Sharon, Kate Ryan? Het lijken mij eerder figuren van bordkarton dan helden of zelfs gewoon maar hartstochtelijke mensen.

Misschien ligt de kracht, de onverwoestbaarheid van Shakespeare’s personages in hun wezenlijke onechtheid, in hun 'fictionaliteit'. Maar ook aan fictieve helden is onze tijd arm. Er zijn geen helden, geen personages meer. Onze laatste mythische helden – en dat was ook al mijn mening in 1980 - waren de gunfighters, de desperado's, de outlaws, de killers, de sheriffs en de marshalls uit de western. Niet John Wayne, Henry Fonda, Gary Cooper, Joan Crawford maar de personages die zij vertolkten. Zij hebben nog steeds nut en waarde voor het leven. Kunstenaars als Andy Warhol hebben dat overigens goed gezien.

Maar meteen trek ik al in twijfel wat ik hierboven heb beweerd. Want eigenlijk verafschuw ik helden; en heldenverering nog meer. Maar ik doe niet echt aan heldenverering: ik wilde in de eerste plaats een onderscheid maken tussen echte en onechte personages, helden. "What's real & what is not". Mijn paradoxale vaststelling dat fictie echter, reëler is dan de realiteit verbaast me enigszins. Voor dergelijke conclusies moet ik ongetwijfeld op mijn hoede zijn.

Als je schrijft ben je eenzaam? Je bent altijd eenzaam. De eenzaamheid weegt minder zwaar als je ze niet als tijdverlies ervaart, wel als een mogelijkheid om met jezelf in het reine te komen. Als een manier om jezelf langzaam te openen, als een blikje sardienen. Wat je te bieden hebt zijn die sardienen. Kom ze maar opeten!

Ik heb een mooie nieuwe cd gekocht van Beth Orton: Comfort Of Strangers. Later meer daarover. Nu ga ik proberen te slapen.

21-10-05

IVO VAN HOVE TEMT DE FEEKSEN!


feeks


Verveling, zuchten. Waar vindt een mens energie? Zoals de actrices en acteurs van Toneelgroep Amsterdam. Gisteren zag ik een verbluffende opvoering van De getemde feeks (of Het temmen van de feeks) door dit illustere gezelschap. Ivo van Hove is een visionair, pervers en uitdagend regisseur. Shakespeare’s komedie was niet echt komisch, hoewel ik vaak heb gelachen, vooral bij situaties waar het ‘normale’ abnormaal werd genoemd, en het abnormale - bijvoorbeeld het hooliganisme - tot norm verheven. Het fijne stijlmiddel van de omkering! Ik heb ook hard gelachen met de zakenman Baptista Minola (Hugo Koolschijn, een schitterend acteur) toen die zelf in de lach schoot. Hans Kesting als Petruchio is weergaloos. Halina Reijn als Katarina, de feeks die moet worden getemd en Karina Smulders, als haar ‘brave’ zus Bianca lijken met plezier hun perverse en tegendraadse rollen te vertolken. Ze schrikken voor niets terug, niet om in een koelkast te kruipen, niet om zich voor een zaal bejaarde Rotary-leden te 'laten' neuken, niet om op een tafel te gaan staan en daar te pissen, niet om – ergste feit van de hele voorstelling volgens De Standaard – een werkelijk ontroerend pleidooi te houden voor de onderdanigheid van de vrouw. Waarom vinden sommigen dit zo erg? Dat is gewoon The Taming Of the Shrew: de vrouw wordt haar plaats gewezen, uiteindelijk is ze getemd en geeft ze toe dat ondergeschiktheid en gehoorzaamheid aan de man de natuurlijke toestand is. Dat staat zo in het stuk. Betekent dat ook dat Halina Reijn en Ivo van Hove dat vinden? Dat weet ik niet en dat maakt me niets uit. Ik weet wel dat Halina Reijn op een tafel heeft staan pissen. Dat lijkt me niet echt onderdanig. Dat is gewoon polymorf pervers. Het stuk was na twee uur al gedaan en kreeg helaas geen staande ovatie. De bejaarde leden van de Rotary club hebben nog tot een stuk in de nacht schuimwijn en bier staan drinken. Ze hadden nette pakken aan, geen hooligan-kostuums. Wij hebben zelf schuimwijn en bier staan drinken en hebben de bejaarde leden van de Rotary club goed in de gaten gehouden. We voelden ons zeer jong. Tot deze morgen de wekker begon te rinkelen.

03-09-05

4.48 PSYCHOSE / NANETTE EDENS / SARAH KANE


geen bloemen geen decor


Donderdagavond heb ik tijdens het theaterfestival hier in Brussel een voorstelling gezien van 4.48 Pyschose van Sarah Kane, een toneelauteur die op jonge leeftijd zelfmoord heeft gepleegd en mede daardoor waarschijnlijk veel belangstelling heeft gekregen, zoals dat wel vaker gebeurt. Haar toneelteksten zijn geschreven in de traditie van Antonin Artaud, als je dat al een traditie kunt noemen. Artaud was natuurlijk veel radicaler in zijn waanzin en werd dan ook zelden of nooit opgevoerd, alleen een bewerking van Shelley’s The Cenci kende wat bijval. Artaud had het stuk vertaald zonder enige kennis van het Engels. Dat had hij ook al gedaan met The Monk van Matthew Gregory Lewis. Artaud werd bewonderd door een tweetal kunstenaars en een drietal intellectuelen, en door Anaïs Nin natuurlijk. Ik bezit zijn volledig werk, dat eigenlijk zeer onvolledig is, in de witte reeks van Gallimard. Ik geloof dat het nu al in de Pléiade-reeks is uitgegeven. Aan zowat alle universiteiten worden er scripties en thesissen over Artaud geschreven. Waarschijnlijk zal de belangstelling voor Sarah Kane van meer voorbijgaande aard zijn. Haar teksten zijn zeker goed - ik heb vroeger ook al eens een voorstelling gezien van Cleansed in een regie van Franz Marijnen (zeer esthetisch, ja, maar mag dat wel, als het over geweld, psychose en doodsverlangen gaat?) – maar hebben niet de bezwerende en eigenzinnige kwaliteiten van die van Artaud. De voorstelling die ik vorige donderdag zag, door het Zuidelijk Toneel, in een regie van Olivier Povily, met Nanette Edens in de enige ‘rol’, vond ik zonder meer goed. Ik heb geboeid zitten luisteren naar de monoloog, naar sommige woorden, naar de verschillende taalregisters en tekstlagen. Ik heb zitten kijken naar de minimale lichaamstaal – het uitdoen van het jasje was een dramatisch moment van jewelste -, naar het zeer groot aantal ‘gezichten’ van de actrice. Bijna altijd speelde er een soort van sarcastische glimlach om haar lippen. Een keer heeft ze luid gebruld, haar gezicht kleurde rood, de sarcastische glimlach was weg, heel even maar. Ik heb niet alle woorden verstaan, soms sprak ze ook stil, mijmerend bijna. Er werden veel merken van medicijnen genoemd, waarbij de bijwerkingen werden vermeld. Positieve effecten hadden ze meestal niet gehad, volgens de tekst van Sarah Kane. Ik ben erg geschrokken van het feit dat ik zoveel van mezelf herkende in deze psychosevoorstelling (die geen voorstelling mocht zijn), niet alleen in verband met de medicatie die niet werkt, maar ook in verband met eenzaamheid, het gevoel van mislukking, de gedachte dat je je vrienden niets te bieden hebt, dat niets nog iets betekent, dat het leven niets waard is, dat de angst voor de dood je vaak zin geeft om er een punt achter te zetten. Soms dwaalden mijn gedachten af, dacht ik aan rekeningen die moesten worden betaald, of voelde ik pijn in de borststreek, in de keel, in de slokdarm. Het was warm, ik zweette. De avond tevoren had ik met een goede vriend veel te veel wijn gedronken. Dat is niet gezond, maar ik denk dat het helpt tegen psychose en tegen zelfmoord. Nanette Edens heeft een uitstekende monoloog gebracht. Sommige mensen vergeleken haar met Isabelle Huppert, maar ik vind dat je dat niet moet doen. Je moet zo iemand als zichzelf zien, die daar staat, met zo’n verschrikkelijke tekst. Maar zelf vergelijk ik natuurlijk ook de hele tijd. Ik heb dat nu nog gedaan met Artaud. We zijn maar mensen en hebben vergelijkingen, metaforen en metonymieën nodig.

Na het stuk waren we niet echt vrolijk gestemd, maar we hadden wel dorst. We zijn dan nog een Westmalle Tripel gaan drinken in de Greenwich. Vlakbij is een bushalte, waar ik even ben gaan kijken naar de uurregeling. Er hing alleen een rooster uit voor grote vakanties, kleine vakanties, zaterdagen en zondagen. De werkdagen waren afgeschaft. Een zeer goede zaak. Later toen de bus aankwam, stonden we wild teken te doen, omdat de chauffeur niet leek te willen stoppen. Dat heeft hij, een heel stuk verder, alsnog gedaan. De bus was helemaal leeg. Geen wonder als hij al zijn passagiers aan de bushokjes laat staan. Welke regeling van kracht was zou ik niet kunnen zeggen.

25-05-05

LEVE KARL MARX, CHARLOTTE RAMPLING (EN DE TEPELS VAN DE DANSERESSEN)

film,charlotte rampling,hallo hotel,rene pollesch,john cassavetes,karl marx,liliana cavani,slaap,kunstenfestival,rosas,anne teresa de keersmaeker,raga for the rainy season,a love supreme,john coltrane,mccoy tyner,danseressen,tepels,sublimatie,verkeeerde keuzes

Het kunstenfestival in Brussel is een theaterfestival (tenzij ik wat dingen mis, wat best mogelijk is, gelet op mijn omstandigheden, die ik hier de voorbije weken meer dan voldoende uit de doeken heb gedaan). Gisteren zag en hoorde ik Raga for the rainy season / A love supreme? Danspasjes geleid door Anne Teresa De Keersmaeker (wat een moeilijke naam, hoe kunnen Turken, laat staan Engelsen, die ooit goed gespeld krijgen?) en het Rosas clubje. Mooi gedaan, fijne kleertjes, een sober podium, heerlijke Aziatische muziek in het eerste deel en na de pauze de tijdloze John Coltrane in wellicht zijn beste suite (waarbij zeker ook McCoy Tyner niet mag worden vergeten). Maar grijpt dit spektakel je aan, verandert het je leven? Betekent het iets? Niet veel. Geen sterveling kan tot de hoogten van 'A Love Supreme' opstijgen, zelfs geen kunstenaar of choreograaf, maar ik geef toe dat dit een mooie poging was. Het eerste, Indische deel deed me echter meer: je zou kunnen zeggen dat het hele menselijke bestaan erin aanwezig was, met melancholie als boventoon. In het tweede deel werd een religieuze extase nagebootst. Tijdens beide delen dwaalden mijn gedachten meermaals af van de danseressen (en vergat ik ook hun tepels, die ondanks mijn hardnekkige pogingen tot sublimatie toch altijd weer mijn aandacht trekken) en gaf ik me onvrijwillig over aan gepieker over werk, ongezondheid en mislukking. Op twee uur tijd passeerden heel mijn leven en vooral alle verkeerde keuzes die ik ooit gemaakt heb de revue. Ik zat daar een soort van doodstrijd te beleven. Soms is naar het theater gaan geen pretje. Maar ik wil niet overdrijven. Ik zat bij Rosas niet de hele tijd aan de dood te denken. Ik heb ook fijn genoten, vooral van de muziek van Coltrane, die thuis nooit zo luid staat als in de Hallen van Schaarbeek. 


Wat ik een echt buitengewone voorstelling vond tijdens dit kunstenfestival was Hallo Hotel van René Pollesch, qua structuur en plot gebaseerd op 'Night Porter' van Liliana Cavani en Opening Night van John Cassavetes. Het stuk is vooral een aaneenschakeling van schizofrene scènes vol geschreeuw en gebral over het lichaam, de communicatie (of het gebrek daaraan) en de productiemiddelen. Karl Marx in de 21ste eeuw, maar ontspoord, ontregeld. Mooie Berlijnse vrouwen ook. Ze heten Stefanie Dvorak, Johanna Eiworth, Caroline Peters, Sophie Rois. Ik ben te moe om er dieper op in te gaan. Ik had graag nog wat verteld over de slaperige ogen van Charlotte Rampling, een echte actrice (onder meer in Night Porter) maar ook een personage in Hallo Hotel. Maar mijn eigen ogen vallen toe van de slaap. Ik kan dit zelfs niet meer nalezen.

07-04-05

MEISKES EN JONGENS


meiskes en jongens


Arne Sierens en Alize Zandwijk hebben me niet teleurgesteld
. Ik heb genoten van Meiskes en Jongens. Gelachen heb ik en ik ben ook wel geschrokken van die liefdeloze wereld en dat onderhuids geweld. Ik ben ook geschrokken van Katelijne Damen als jong meiske. Jongen toch, hoe speelt ze het klaar. Ze is kennelijk ook zeer bedreven in het tot scherven herleiden van (waarschijnlijk) dure serviezen. Haar zou ik niet op een feestje durven vragen, zeker niet samen met een kolonel. Niet dat ik ooit een kolonel zou uitnodigen, zeker niet een met een snor. Wat is dat toch met die snorren? Op een gegeven moment hadden alle Beatles snorren. Kijk maar eens naar de hoes van Sergeant Peppers. Maar ik wijk af. Zonder dat ik het doorheb zit ik al bijna in Hongarije. Trouwens, ik bezit niet eens een duur servies… Wat ik hier neerschrijf betekent natuurlijk niet echt veel voor de lezer die Meiskes en jongens niet heeft gezien. Ik wou alleen maar zeggen dat ik nogal opgetogen en gelouterd de KVS heb verlaten. Met dank aan de auteurs en de acteurs. En aan de buschauffeur die me zo snel naar huis voerde. Voor het slapengaan lees ik dan nog wat in Edward Bunkers Hoe word ik misdadiger, een verbluffende autobiografie. En dan gezellig de nacht weer in met Marina Yeah Yeah, omdat het kind een naam moet hebben. In die donkere landschappen van de blues zwoeg ik en zwijg ik tussen de andere benevelde agrariërs.