03-12-12

LIEFDEVOLLE OVERGAVE

liefdevolle overgave.jpg
Martin Pulaski, Porto 2009.

"She knows there's no success like failure
And that failure's no success at all."

Bob Dylan, Love Minus Zero / No Limits


Schwarz stond zonder het houvast van een gedachte of een vooruitzicht op een hoek van de Anspachlaan. Irina Vega stak de straat over in de richting van de Beurs. Voor altijd op die plaats, in het schemerachtige licht van eind september, keerde ze hem de rug toe, of zo leek het toch. Het leek op een droom waar je niet uit kunt ontwaken toen hij haar gehaast het zebrapad zag oversteken en veilig de overkant bereiken. Ze keek niet om. Zou het iets hebben veranderd aan de pijnlijke en kennelijk voor goed vastgelopen situatie?

Irina’s tred leek vastberaden, vond hij, maar hij zag er toch op een wat verdoken wijze iets aarzelends in, sporen van verdriet zelfs, van het besef van de onnodige wreedheid die ze beging. De manier waarop ze haar hoofd wat schuin hield wees op mededogen. Ze keek niet om, maar hij besefte dat het niet uit onverschilligheid met zijn lot was. Sporen van iets goeds, maar die mocht je niet tonen bij een afscheid – dat was een ongeschreven wet: afscheid nemen moest meedogenloos zijn of daar alleszins op lijken. Waarom dat zo moest zijn begreep hij niet. Hoe zou hij: hij kon niet denken. Eerst had hij verondersteld dat het een vorm van wreedheid was dat ze haar minst flatterende kleren had aangetrokken, zodat ze er in haar tenue al wat verder verwijderd van hem uitzag, uren voor de laatste koude omhelzing. Maar ook die lelijke kledingstukken waren symbolen van mededogen, want hoe kun je afscheid nemen als je aantrekkelijk bent als een vrouw van Amedeo Modigliani?

Eens Irina Vega uit het gezicht was verdwenen stortte Schwarz’ wereld in. Er was helemaal niets meer. De straat had geen naam, in de gebouwen om hem heen gebeurden zinloze handelingen, de woorden van passanten waren wartaal. Alleen een engel of een god had hem kunnen beletten in de afgrond te storten, maar er was god noch engel. Hij was nu helemaal alleen en hij kon nergens meer naartoe. Niet naar topless bars, casino’s, bibliotheken, exotische steden: nergens. Zelfs de troost van vreemden, waar hij sinds hij er de eerste keer over had gelezen zo hoog mee had opgelopen, was niet langer mogelijk.

Veel later zat Schwarz aan een tafel met een glas al wat lauw geworden pils. Hij vroeg zich af of hij haar met zijn liefde had vergiftigd. Waren zijn amoureuze pijlen werkelijk giftig geweest? Ach, in zijn verblinding had hij zelfs niet aan die pijlensymboliek gedacht; de boogschutter was voor hem altijd een sterrenbeeld geweest, het enige dat hij ooit had kunnen thuisbrengen.
Zo lang al doe ik je pijn, dacht hij. Hij voelde zich nog dieper wegzinken in de donkere wereld waar niemand ooit van teruggekeerd is. Misschien is het voor jou beter zo, dacht hij, met al de pijn en verdriet die mijn bezeten liefde bij jou al teweeggebracht heeft. Misschien heb je mijn verliefde woorden wel als geweld ervaren, zag je mij in je nachtmerries opdagen als een gevaarlijke meester en was jij mijn machteloze slavin. Mijn afhankelijkheid van jou is infantiel, dacht hij. Elk uur van de dag moet je me troosten. Je kind, en dat op mijn leeftijd. Ja, beter voor jou, dacht hij.

Toch kon hij alles – ook al betekende het op dat ogenblik niets - niet zomaar loslaten, kon hij zich niet geheel en al overgeven aan het absoluut donkere getij. Er zijn nog zoveel dingen die ik moet doen, dacht hij. Zijn harde ego en zijn wat absurde hang naar erkenning bestreden zijn doodsdrift. Een liefdevolle overgave aan de dood was die avond nog niet binnen bereik. Maar spoedig misschien, dacht hij. Spoedig, als de zomer weer voorbij zal zijn. Spoedig, als de herfst je haar laatste kleuren heeft geschonken. 

~~~

Oorspronkelijk gepubliceerd op 28-11-2012. 

27-08-12

MAASTRICHT

 

Met een zware vracht
in mijn verraderlijk hart
uit regengebied terug.

Taal van mijn vader
die ik in die dagen
niet horen wilde.

Kerken zo oud
als de tijd daar
die ik niet betrad.

Water van de stroom
waarin ik niet ging 
verdrinken.

Spreeuwen in de wei-
landen die ik er voor altijd
achterlaat.


21-08-12

STOCKHOLM ii

 

P1060660.JPG
Stockholm, juni 2012.


Bij mijn tekst over Stockholm (of liever over een vergeten Stockholm) scheef Bernard het volgende:

“Ik las deze tekst enkele weken geleden, en ik wist niet zo goed wat er mee te doen. Denk ik daarover hetzelfde als jij? Moet men alle vorige steden vergeten om in een stad te kunnen leven? Ik denk dat je gelijk hebt. Hoe meer steden men ziet, hoe meer je merkt dat ze op elkaar lijken. Het komt er dus op neer de 'illusie van het nieuwe' te koesteren, een soort van zelfbedrog, opdat men van een nieuwe stad kan genieten. Ik ga hier niet het lijstje herhalen dat je zo mooi weergeeft: gebouwen, trams, bedelaars, kerken, cafés, etc. Elke stad gaat meer en meer op alle vorige lijken. Ik denk ook aan een aforisme van Nietzsche, waarin hij zegt dat de last, de ballast van de eeuwen en eeuwen te groot geworden is om nog echt gefascineerd te zijn door het 'nieuwe' Vandaar de nood - dat zeg ik - van zelfillusie, het vergeten van het verleden, de eindeloze reeks van steden die men gezien heeft.”

Mijn antwoord:

Bernard, ik weet niet of we er hetzelfde over denken. Ik weet ook niet of alle steden op elkaar gaan lijken. Natuurlijk treffen we overal dezelfde merken, trends en popmuziek aan. Maar er zijn ook altijd verschillen, de mensen zien er een beetje anders uit, hun gebaren verschillen van de ‘onze’, ze spreken andere talen. Wat mij betreft heeft het vergeten met heimwee te maken, en tegelijk met zwerven, je nergens kunnen hechten, je nergens thuisvoelen. Om die reden voel je je al gauw op veel plaatsen thuis. Je hecht je aan al die dingen die ik in mijn tekst opsomde en aan nog veel andere. Als je weer thuiskomt moet je die plaatsen vergeten, zoniet ben je de hele tijd ongelukkig, zit je met dat heimwee naar die andere plaatsen. Alleen al de namen van sommige steden kunnen je ernaar doen hunkeren (wat Proust zo mooi en juist heeft beschreven). Je moet vergeten en jezelf ervan overtuigen dat de plaats waar je woont mooi is, je moet er de positieve kanten van bekijken, de mensen zijn er zo slecht nog niet, de sociale voorzieningen, et cetera, vallen er best mee… Bij mij heeft het daarom heel veel met overleven in mijn eigen stad te maken. Als ik voortdurend opgezadeld zit met beelden van, herinneringen aan New Orleans, Arles, Cadiz, Porto, Berlijn, New York, Essaouira, noem maar op, kan ik hier niet meer leven. Vroeger was ik daar erg radicaal in: ik maakte geen foto’s als ik reisde. De illusie waar jij het over hebt heeft dus met de stad waarin ik leef te maken, en niet zozeer met de schrik dat een volgende stad die ik zal bezoeken er als een vorige uit zal zien.

Mijn korte tekst drukt – niet expliciet – nog iets anders uit: de huivering die het besef dat je al zoveel bent vergeten teweeg brengt. De vergetelheid is dus niet alleen maar een illusie om te koesteren, het is het object van wellicht mijn grootste angst, die samenhangt met een diepe angst voor de dood. Maar daar wil ik het nu liever niet over hebben.

 

17-07-12

STOCKHOLM

P1060210.JPG

Stockholm, juni 2012. 

 

Om te kunnen leven in je stad wordt je herinnering aan een vorige stad uitgewist. De ene stad na de andere verdwijnt uit je geheugen. Hoe meer steden je bezoekt, hoe meer je er vergeet. Kerken, kathedralen, kapellen, bibliotheken, musea, rivieroevers, kanalen, pleinen, straten, stranden, cafés, restaurants, spelende kinderen in voor jou ongewone klederdracht, fabrieken, minaretten, duiven, halfdronken tooghangers die traag met hun hoofden bewegen op het droeve tempo van ‘Caroline, No’, vermoeide stierenvechters, kaartspelers, meisjes in hun blote kont, roze flamingo’s, straatmuzikanten, cocktails, busritten, hittegolven, zomerfestivals, afbladderende gevels, vleermuizen, kakkerlakken, kampvuren in barokke parken, zonsondergangen, getijden, sterrenbeelden, dat alles vergeet je. Dat alles ben je vergeten. Om te kunnen leven in je stad wordt je herinnering aan een vorige stad uitgewist. Van Stockholm blijft niets over. Helemaal niets. 

29-10-11

DOS EVANGELISTES


"He who thinks he is bigger than the rest must go to the cemetery. There he will see what life really is: a handful of dirt." Jim Jarmusch, The Limits Of Control.
 

morales.jpg

Foto: Martin Pulaski, Sevilla, Februari 2011.

Sevilla is voor mij vooral de Guadalquivir en het café Morales. Mijn wereld leg ik beperkingen op, grenzen, eenvoud. Al doe ik soms het omgekeerde en ga ik mezelf te buiten in een schijnbaar onbegrensde werkelijkheid. La Cartuja en Casa Pilatos mogen ook worden vermeld. De sinaasappelbomen. De warme, heldere lucht. En op de achtergrond, die soms voorgrond wordt, altijd weer de Giralda, als teken van de Islamitische cultuur, die ooit Europa verrijkte.

's Avonds zit ik Fino van het huis te drinken bij Morales. Christine en Markus uit München zijn bij me aan tafel komen zitten, er was nergens anders plaats. 

You don't speak Spanish, right?

No.

Onze voornamen.

We zijn twee evangelisten en een christin, zeg ik.

Ik ben politieagent, zegt Markus.

We bestellen nog een rondje, luisteren naar het rumoer van de Andalousiërs, raken bedwelmd door de geur van de Sherry in grote eiken vaten achter ons.

Je moet naar Nieuw-Zeeland, of beter nog, naar Australië, zegt Christine.

Markus daarentegen wil alle hoofdsteden van Europa bezoeken.

Hoeveel landen is nu ex-Joegoslavië, zegt Markus.

Markus somt de hoofdsteden op, ik help hem, maar we komen er niet. Een stad blijft ons ontsnappen.

Als we afscheid nemen vraag ik Markus of hij me gaat arresteren.

Jou zal ik nooit arresteren, zegt Markus, wees daar maar zeker van.

Dan is het goed, zeg ik, dan kom ik een keer naar München naar de bierfeesten.

Na het omhelzen ga ik nog even zitten genieten van mijn bedwelming. Sevilla, dat is café Morales. Meer heeft een reiziger niet nodig. Of het zouden twee espresso's op een zonovergoten terras moeten zijn.

 

***

Hoe goed weet Jim Jarmusch de sfeer van Sevilla te vatten in enkele beelden, in zijn film 'The Limits Of Control'. De eenvoud van de herhaling. Het verhaal van de herhaling. De Torre de l'Oro was ik nog vergeten. En de sporen van een ongeremde botellón, het debris dat ik daar op een zonnige zondagochtend aantrof, met het lied van Kris Kristofferson in mijn hoofd.

01-11-09

GELUKKIGE DAGEN


friends


Terug naar de vrienden in Porto. De warmte en schoonheid van die stad aan de Douro. De geuren, het licht, de mooie dagen en nachten. Tot ziens, lezers, Belgische en Nederlandse vrienden. Het ga je goed. Maar af en toe is het nodig aan de oever van een rivier te verblijven. Een kanaal is geen rivier, en de Zenne in Brussel zit onder de grond verborgen, alsof het een melaatse is, een hoer met een SOA. Daarom andere rivieroevers opgezocht en andere vissen, gastvrije mensen, hospitalité en de wijn van Pessoa. De wijn van de passie en het verdriet. Tot binnenkort. Ik hoop dat jullie aangename herfstdagen mogen beleven, luisterend, al veel te vroeg, naar de gekke kerstplaat van Bob Dylan. Wie had gedacht dat we ooit zo'n geschenk zouden krijgen?

Foto: Martin Pulaski. José Almeida Pereira, Cristina Regadas & Agnes Anquinet in Porto.

29-08-08

HITLERS BUNKER, KLEISTS GRAF


Van de Potzdamerplatz liep je via de Leipziger Platz naar de Leipziger Strasse en sloeg vervolgens de Gertrude-Kolmar-strasse in. Hoewel er niet veel meer te zien was dan wat sociale woningblokken bleef je staan.

We zijn er, zei je.

Was het hier op deze plek, vroeg ze.

Nee, het was daar, waar die sociale woningenblok nu staat, denk ik, zei je.

Daar? Dat zou je niet zeggen, ze ze. Allemaal kleine flats, met geraniums op de balkons.

Maar ik zou er alvast niet willen wonen, boven zo’n akelige bunker.

Er is geen bunker meer, zei ik. De bunker werd opgeblazen. Het Rode Leger. Daarna, toen de blokken werden gebouwd, werden de overgebleven gaten met steenafval opgevuld.

De bunker bestaat nog wel in de herinnering van veel mensen, zei ze.

Ja, het idee van de bunker, zei je.

Je zweeg en probeerde je de bunker voor te stellen. Maar je zag alleen maar beelden die je op televisie en in films had gezien. Fictie heeft de werkelijkheid gevuld, zoals het steenafval de gaten van de opgeblazen bunker. Maar hier heeft Hitler (Bruno Ganz) een punt gezet achter het duizendjarige rijk. Hitler, Eva Braun, Goebbels en de ‘onschuldige’ kinderen. Wie was er nog aanwezig in de bunker? In de verre toekomst zal dat misschien even raadselachtig zijn als de kruisiging van Jezus Christus nu. Het is immers al vaak betwist wie er bij het kruis stond, toen Jezus Christus stierf. Jezus Christus…

Het is in iedere geval een duidelijke map, zei ze. De contouren van waar de Rijkskanselarij en de bunker zich bevonden zijn goed aangegeven.

Maar je ziet er niets meer van, zei je. Alsof je teleurgesteld was.

Je wilde overspoeld worden door de recente geschiedenis van Berlijn. Misschien omdat je je schuldig voelde over je liefde voor het huidige Berlijn. De volgende dag ging je naar de Wannsee. Het is een romantische buurt, ideaal om te wandelen, te fietsen, te lopen. Maar in een van de prachtige villa’s aan de Wannsee werd tijdens een conferentie op 20 januari 1942 over  de ‘Endlösung’ van het 'Joodse probleem' beslist. Je las het lange, taaie, saaie, zeer technische verslag van de vergadering. Het was moeilijk om je emoties onder controle te houden. Het was moeilijk om  niet in huilen uit te barsten. Het was moeilijk om niet luidkeels te gaan schreeuwen.

Je ging weer buiten en kwam al wandelend over een zandpad onder de dennenbomen weer wat tot rust. Op de terugweg naar het station maakte je een omweg voor het graf van Heinrich von Kleist. Deze geniale Duitse schrijver en toneelauteur ligt er begraven in een klein bosje, tussen dicht struikgewas. Alsof men zich schaamt voor zijn zelfmoord. Terwijl het verhaal van de uitroeiing van miljoenen mensen een bijna aangenaam tijdverdrijf is geworden. Je schaamde je ervoor dat je de villa van de Wannseeconferentie had bezocht en je besloot nooit een stap te zetten in een van die oorden van de verschrikking.

Je keerde terug naar de Auguststrasse, naar je hotel. Overal op de terrasjes zaten jonge mensen van het leven te houden. Je kon je niet voorstellen dat zij ooit een uniform zouden aantrekken. Je kon je niet voorstellen.


out in the street, the shiny happy people

10-07-07

AUSCHWITZ-BIRKENAU


auschwitz-birkenau

Zeer toevallig kwam ik op de website CityToGoTravel terecht, meer bepaald op de pagina over Krakau. Daar las ik het volgende:
“Interessante uitstapjes buiten de stad voeren naar het beruchte concentratiekamp Auschwitz-Birkenau en naar de ondergrondse zoutmijn Wielicka.”

Worden de mensen helemaal gek of wat? Hebben ze geen enkel historisch besef meer. Ik werd opeens bijzonder woedend toen ik dat las en kreeg tegelijk heel veel zin om buitensporig veel wodka te gaan drinken. Maar ik heb het bij water gehouden. Over een uur of zo maak ik een interessant uitstapje naar de Delhaize. Misschien kom ik wel terug met een gebraden kip.

21-08-06

DE MELANCHOLIE VAN DE THUISKOMST

leeg hoofd,verjaardag,budapest,donau,laura,stad,vakantie,reizen,syd barrett,steden,foto,melancholie,schoonheid,martin pulaski

Blauwe Agnes, Martin Pulaski

Ik ben weer thuis. Het verblijf in Budapest was zoals ik verwachtte een intense en zeer opmonterende ervaring. ’s Morgens werd ik gewekt door het zonlicht, de warmte. Ik opende de gordijnen: zes verdiepingen lager stroomde de grootse Donau en aan de overkant van de brede rivier verhief zich het overdreven maar toch ook indrukwekkende parlementsgebouw. Kleinere en grotere boten trotseerden de diepte, met boven hen het verdwijnende ochtendrood en perfect gevormde wolken. 
Ik heb er niets gelezen (met uitzondering van enkele stukjes over de dood van Syd Barrett), weinig muziek gehoord, maar wel heel veel gezien en geproefd. Toch is mijn hoofd nu nog leger dan voor ik vertrok. Ik dacht dat mijn hoofd vol zou zijn van indrukken, maar dat is niet het geval. Ik weet niet of dit erg is. Zulke periodes komen vaker voor in mijn leven. Vermoedelijk zijn mijn hersens bezig met het allemaal te verwerken. Ik laat ze maar hun gang gaan en houd me vooral bezig met praktische dingen.
Het is ook weer wennen aan de donkerte die hier ingetreden is tijdens onze afwezigheid. Donkere dagen maken me zwaarmoedig. Een voordeel echter is dat deze koelte geschikter is om bij te werken.

Zal ik over Budapest schrijven? Ik weet het nog niet. Het is een wat pijnlijk proces omdat schrijven over de steden waar ik van houd (New York, Barcelona, San Antonio, Cadiz, New Orleans, Berlijn, Budapest) de afkeer van mijn ‘eigen’ stad doet toenemen. Toch denk ik dat het moet. De schoonheid en de melancholie bejubelen. De beleefdheid en hoffelijkheid van jonge Hongaren. Het neo-kapitalisme in gevatte bewoordingen verwerpen. En al de rest. Maar ik heb geen notities om op terug te vallen. Het moet allemaal uit mijn hoofd komen, dat nu, zoals ik zei, leeg is. Bovendien is het de verjaardag van mijn Laura. Er staan vandaag nog heel wat dingen op de agenda (hoewel die nog een week gesloten blijft).

08-09-05

ZIEKTE EN STANK


Ik hoorde in het ochtendnieuws dat de laatste inwoners van New Orleans nu uit hun huizen worden verjaagd.
Sommigen willen niet weg, omdat ze geen afscheid kunnen nemen van hun woning, van hun weinige bezittingen, of van bepaalde dierbare voorwerpen, en vooral omdat ze hun hond of poes niet mogen meenemen. Maar als ze niet vrijwillig vertrekken worden ze hardhandig uit hun woningen gehaald.
Het water dat de stad heeft overspoeld stinkt kennelijk heel erg, en is bijzonder giftig. Vreselijke ziektes liggen op de loer.
Ik herinner me de zoete geur van magnolia’s en subtropische flora. Blues op de pleinen, marching bands op straat, jazz in Louis Armstrong park. De raderboten op de bruine Mississippi, sinds mijn kinderjaren de rivier van mijn dromen. Mark Twain’s Huckleberry Finn heeft mij toen ik een kleine jongen was en nog maar net kon lezen de weg gewezen. Later verslond ik Life On the Mississippi.
Toen ik in New Orleans aankwam was het alsof ik thuis kwam… En nu… Ik kan me deze Apocalyps nog altijd niet voorstellen. De levendigste stad op aarde is in een spookstad veranderd. Een vreselijke stank van dieren- en mensenlijken, van uitwerpselen, van de rottende inhoud van diepvriezers en koelkasten hangt in de hete, vochtige straten, tussen de met exotische bloemen begroeide ijzeren balkons. Zal Pretty Baby ooit nog eens terugkeren naar dit verloren paradijs?