28-07-07

BERLIJNSE NOTITIES


berlijnse notities

27-07-07

BERLIJN SCHRIJVEN


don't look back

Het valt me moeilijk om nu al over Berlijn te schrijven. Ja, ik schrijf wel degelijk ‘nu al’, omdat waarnemingen, ervaringen en gesprekken eigenlijk een tijd zouden moeten bezinken. Wat belangrijk is blijft wel bovendrijven, zij het met als risico dat alles aan de vergetelheid wordt prijsgegeven. Als ik mij er nu toch aan waag resulteert dat in een wirwar van indrukken, van schamele woorden aan elkaar gerijgd. (En mijn ogen doen pijn omdat ik tot na middernacht obsessief lijstjes heb zitten maken op dit scherm. Bizar of belachelijk?)

Het lot - of is het toeval - dwingt mij ertoe om in de eerste plaats terug te denken aan het Begrgruen Museum, met de mooiste Picasso-verzameling die ik ooit zag, en ik heb er al vrij veel gezien, onder meer in Parijs, Malaga, Barcelona en New York. De Berggruen-verzameling grenst aan de perfectie. Zelden heb ik in een museum kunstwerken zo heerlijk stil bij elkaar zien hangen, alsof de kunstenaar niets anders beoogd heeft dan zijn werken op deze manier te presenteren. Behalve werk van Picasso zijn er schilderijen te zien van Matisse. Eén verdieping van het gebouw is aan Paul Klee gewijd. Heinz Berggruen, die dit jaar is overleden, was persoonlijk bevriend met Pablo Picasso, waardoor hij bijna vanzelf de belangrijkste verzamelaar van diens werk werd. Via Picasso kwam Berggruen in contact met veel andere kunstenaars, zoals Henri Matisse en Alberto Giacometti.

In het café Oranium, waar ik elke avond twee grote glazen bier van het merk Krusovice ging drinken, die heerlijk smaakten, omdat het zeer warm was en omdat het echt lekker bier is, maakte ik kennis met een stel oudere Duitsers. Iedere avond kwamen ze met hun gehandicapte zoon aan de tafel naast de mijne zitten en probeerden we – ondanks de grote verschillen in leeftijd en interesse – met elkaar te converseren. De man, Clemens, was geboren in 1933. Zijn vrouw, Inge, was veel jonger, ik geloof dat zij een oorlogskind was, 1941 of zo. Hun zoon, die in een rolstoel zat en met zijn tenen kon typen, was 41. Het was een guitige jonge man, die heel graag naar de prachtige Berlijnse vrouwen keek. Dat deed ik zelf ook met veel gretigheid, maar Bernd hoefde zich nergens voor te schamen, terwijl ik, om naar een schaars gekleed voorbijfietsend meisje te kijken, heel wat schroom moest overwinnen. Nergens zijn er mooiere vrouwen dan in Berlijn. Daarom wil ik er ook zo snel mogelijk gaan wonen. Voor het te laat is. Ik zat daar dan in de Oranienburgerstrasse, vlakbij de grote synagoge, halfdronken Duits te verzinnen om iets over Claus Schenk von Stauffenberg te vertellen, over wie ik die dag net een tentoonstelling had gezien, of over het Berggruen Museum. Die tentoonstelling – eigenlijk was het een museum – toonde dat er veel verzet bij sommige Duitsers (katholieken, communisten, sociaal-democraten) is geweest tegen het nazi-regime. Von Stauffenberg was een van de voortrekkers van de samenzwering tegen Hitler. Over Cindy Sherman hield ik mijn mond, ik wilde die oude mensen niet beschamen. Ze dronken altijd limonade. Bernd, de zoon, kreeg wodka orange, die hij met een rietje dronk. Ik denk dat hij ongeveer dezelfde roes moet gevoeld hebben als ik. Een combinatie van alcohol, hitte, de drukke rust van Berlijn, de verleidelijke vrouwen, evenals een aantal zeer langbenige prostituees.

Later op de avond spraken de prostituees mij aan. I can give you a great, great time, zeiden ze. I already have a great time, zei ik. And I don’t have the money to pay a pretty woman like you. That doesn’t matter, zeiden ze. For you we do it for free. Misschien hadden ze die dag al genoeg verdiend, wie zal het zeggen. Ik heb me vlug uit de voeten gemaakt. De plaat gepoetst. De aftocht geblazen. Hotelwaarts om er de slaap der onschuldigen te slapen. Met mijn Duitse vrienden zou ik nog vaak van gedachten wisselen. Hier moet ik om dwingende redenen mijn relaas afbreken… Wordt waarschijnlijk vervolgd.



Afbeelding: Volksbühne am Rosa-Luxemburg-Platz. Foto: Martin Pulaski.

15-07-07

NAAR BERLIJN


Dag vrienden, trouwe lezers, toevallige bezoekers. Ik ben er een week tussenuit, weg naar Berlijn, een stad waar ik een groot gedeelte van mijn hart verloren heb. Ik zal er logeren in de buurt van de Oranienburgerstrasse, vlakbij de prachtig gerenoveerde synagoge. Het is een aangename buurt, met veel grote cafés en niet te dure restaurants. Er is een supermarkt in de buurt waar ik bronwater en als het nodig is bananen zal kunnen kopen. Ik heb geen programma, ik zal me laten leiden door het toeval. Veel wandelen in de heerlijke straten vol vreselijke geschiedenis, musea bezoeken, shoppen in de boekwinkels, wellicht enkele cd’s kopen. We zien wel. Volgende zaterdag ben ik terug en breng ik misschien verslag uit. Maar voor van die toeristische praatjes waar de magazines vol mee staan, ben je bij mij aan het verkeerde adres.

Ik ga alleen naar Berlijn. Dat ik nu afscheid moet nemen van mijn geliefde valt me moeilijk. Elk afscheid is een kwelling. Maar dit is het moeilijkste. Ik heb deze reis echter zelf gekozen, dan moet ik nu maar sterk genoeg zijn ook. Kom jongen, we zijn weg.

01-06-07

HET GRAF VAN HERBERT MARCUSE: WEITERMACHEN!


herbert marcuse's tombstone

Een van de meest 'opmonterende' grafstenen die ik ken is die van Herbert Marcuse met het epitaaf 'weitermachen!'. Het graf bevindt zich op het Dorotheenfriedhof in Berlijn. Spoedig ga ik het nog eens opzoeken. Brecht, Schelling en Hegel liggen er ook begraven.

Over kerkhoven gesproken. Als student filosofie aan de VUB zwierf ik al graag rond op het het kerkhof van Elsene in de buurt van de oude campus. Ik kon er heerlijk tot rust komen. Tijdens mijn reizen zoek ik nog geregeld kerkhoven op, bijvoorbeeld het Dorotheenfriedhof in Berlijn, kortbij de Oranienburgerstrasse, of het wonderlijke Père Lachaise, met zijn honderden zwerfkatten, in Parijs. Ook in Massachussetts heb ik mooie kerkhoven en graven gezien, vooral in Boston en Rockport. Begraafplaatsen behoren tot de indrukwekkendste verwezenlijkingen van de mens, vind ik. In de tijd van de romantiek genoten begraafplaatsen nog veel meer belangstelling dan nu - en de Pre-rafaëlieten waren echte meesters in de voorstelling van het rouwen en de rituelen van de dood. Philippe Ariès heeft een aantal belangrijke werken geschreven over de dood in de Westerse cultuur, onder meer (Nederlands titels) Het uur van onze dood en Beelden van de dood.

Foto: Martin Pulaski, Graf van Herbert Marcuse.

18-05-07

JIMI HENDRIX IN DIABET


essaouira straathoek

In Essaouira in het restaurant van de schelpen, aan de vissershaven, bestelde ik Tajine van Daurade, maar ik kreeg gewoon een gebakken Daurade, die - dat geef ik toe - ook uitstekend smaakte. Daarna ging ik met Laura nog maar eens een keer op zoek naar de regenboogbrug van Jimi Hendrix en naar zijn 'Castle made of sand'. Ik weet wel dat de echte Rainbow Bridge in Maui, een eiland nabij Hawaï, is gesitueerd, maar voor mij zal ze altijd de ingestorte brug naar het dorp Diabet zijn. Het 'Castle made of sand' ligt voor de kust van Diabet. Ik weet nog steeds niet wat het precies is: een rots, of iets wat door mensen in geconstrueerd. Het lijkt toch wel kantelen te hebben. Diabet zelf is een mythisch dorp, dat we ook tijdens onze derde reis naar Marokko en Essaouira niet hebben bereikt. Toch zijn we er nooit dichter bij geweest dan toen. We hadden zelfs plannen gemaakt om er de volgende dag met de fiets naartoe te rijden. Maar iets onnoembaars heeft ons daar doen van afzien. We wisten bovendien dat er in Diabet helemaal niets te zien, dat er niets te beleven valt. Volgens de Guide du Routard heeft Jimi Hendrix er vijf jaar gewoond. Mijn vriend en reisgenoot Jean vertelde me dat de gitarist er – volgens zijn Engelse reisgidsen - helemaal niet heeft gewoond, dat hij er wellicht een keer heeft overnacht in een vervallen huis. Dat zal wel dichter bij de waarheid zijn. In de Guide du Routard wordt ongelooflijk veel onzin verteld.


Foto: Martin Pualski, Straathoek in Essaouira.

 

12-05-07

CATANIA, ONDER DE VULKAAN

catania,sicilie,nacht,alleen,autobiografie,nachtleven,steden,vulkaan,etna


Teruggevonden notities.

's Avonds alleen op het terras van the Other Place in Catania maak ik de volgende notities:
"Catania lijkt een gezellige stad. Is dat alleen vandaag zo? Vandaag is het een jaar geleden dat ik werd overvallen en in elkaar geramd. Toch laat Laura mij alleen in deze stad, waarvan beweerd wordt dat ze gevaarlijk is. Maar laat ik niet aan zelfbeklag doen. Wie moe is, is moe. En wie van de nacht houdt, houdt van de nacht.
Maar wie alleen is wil soms ook wel eens sterven. Bij mij is dat toch zo. Als ik alleen ben, ben ik echter ook sterker. Ben ik beter opgewassen tegen de dood. Als ik alleen ben, wen ik aan het alleen zijn.

Wie had kunnen verwachten dat Catania zo levendig zou zijn. Ik had een donkere, dreigende stad verwacht, helemaal opgetrokken uit lavasteen. De schroeiende zon heft dat dreigende op, laat het zwart een hele dag lang baden in licht. En de hitte die 's avonds in de straten blijft hangen, verwarmt je geest en verjaagt je boze gedachten. Ik zou de sfeer hier niet meteen vrolijk noemen, of uitbundig, maar er is toch iets lichts rondom mij, dat aanstekelijk werkt. Misschien voel je je zo in de nabijheid van een vulkaan. De Etna is hier maar dertig kilometer vandaan. Maar die aangename sfeer geeft ook duidelijke contouren aan mijn eenzaamheid. Ik zit hier alleen in mijn boekje te noteren, er mij van bewust dat de mensen rondom mij me zitten te bekijken.

Wat is een gevaarlijke stad? Het gevaar zit vooral in jezelf en in degenen die je liefhebben. Al de rest heeft weinig belang. Als niemand je liefheeft heeft niets belang. De enige stad die telt is de stad van de liefde - en haar spiegelbeeld, de stad van de haat. (Huwelijk en scheiding, vader en zoon, hemel en hel...).
Ze lopen met hun lichaam rond. De vrouwen. De mannen. Wij lopen met z'n allen met ons lichaam rond. Mijn lichaam berust in zichzelf, zijn aftakeling. Mijn lichaam is voorbijgegaan. Ik heb het laten voorbijgaan. Momenten, uren, dagen zijn aan mij voorbijgegaan. Vrouwen, kinderen, mannen. Religies zijn aan mij voorbijgegaan. Ismen zijn aan mij voorbijgegaan. Vrienden, kennissen, relaties zijn aan mij voorbijgegaan.

De vulkaan die er is. Achter mij en voor mij. De vulkaan waar ik van gedroomd heb. Die mij zou beschermen tegen de goden. Zwart en vurig tegen het witte schuim, het papier. Wit schuimend speeksel. De vulkaan is er en ik denk aan de sprong van Empedocles. Dezelfde sprong maken? Dat alles ophoudt. Dat degenen die achterblijven de brand dan maar blussen? De vulkaan nodigt mij uit. En een god en een anti-god en een mens van vlees en uitgestippelde wegen.

De vulkaan is er en laat mij in mezelf verdwalen. Ik wil uit mezelf verdwijnen. Zoals Empedocles na al zijn dorre jaren. Zoals Hölderlin. Onder de vulkaan worden alle leugens ondraaglijk. Hoe te zijn?"

13-04-07

REISBESTEMMINGEN


Later op de avond, kort voor zonsondergang, aan tafel, terwijl ik in een stukje staartvis hapte, vroeg ik Laura: wat is onze volgende reisbestemming? Allerlei plaatsen die we al bezocht hebben of die we nog graag wilden bezoeken passeerden de revue. Seattle, San Antonio, Flagstaff, Chicago, Nashville, New York, Macao, Singapore, Hong Kong, Tokyo, Kyoto, Berlijn, Hamburg, Dresden, Sofia, Riga, Sint-Petersburg, Kransnovodsk, Bangkok, Warschau, Krakau, Calcutta, Bombay, Damascus, Beiroet, Aleppo, Napels, Todi, Spoleto, Lucca, Ferrara, Parma, Siracuse, Istanbul, Izmir, Mandalay, Rangoon, Yokohama, Shanghai, Surabaja, Manilla, Buenos Aires, Sao Paolo, Rio De Janeiro, Lima, Montevideo, Caracas, Valparaiso, Guadalajara, Budapest, Eger, Nice, Parijs, Aix-en-Provence, Bordeaux, Tarbes, Salamanca, Cadiz, Sanlucar de Barameda, Sevilla, Porto, Lissabon, Stockholm, Oslo, Constanta, Tirana, Arad, Sarajevo, Caïro, Fez, Essaouira, Kaapstad, Johannesburg, Jeruzalem. En toen zwegen we en sloegen duidend andere reisbestemmingen over.

Is het niet paradoxaal dat je droomt van reizen als het in je eigen stad zo stemmig en lustopwekkend is door het mooie weer en de vele mooie mensen die zo opeens de straten vullen? Is het niet vreemd? Zijn wij geen bizarre wezens? Zijn wij wel normaal? Dat is de vraag.

25-03-07

CARPE DIEM


coimbra philosophy

Ik ben terug uit Portugal, vermoeid maar tevreden. Het lijkt of mijn hoofd nu helemaal leeg is, maar uit ervaring weet ik dat dergelijke schijn bedriegt. Wellicht zijn mijn hersencellen bezig met het verwerken van alle nieuwe informatie en komen de resultaten daarvan spoedig aan de oppervlakte. De thuiskomst, gisterenmiddag, was geen pretje. Een donker, vochtig en koud Brussel. Een leeg, donker, koud en vochtig huis. Onze benedenbuur, de enige buur die we hadden, is verhuisd. Geen spatje warmte van anderen valt ons nog te beurt. In onze kamers was het maar tien graden en het duurde tot deze ochtend eer de temperatuur draaglijk werd. Wat een verschil met Portugal, waar we vorige vrijdag nog bier hadden zitten drinken en inktvis eten op een zonovergoten terras. Maar ik wil niet klagen. De kaartjesknipster in de trein van Zaventem naar Brussel had veel gevoel voor humor. Humor is het licht in de duisternis. Bovendien wil ik me graag houden aan de levensregel die ik in universiteitsstad Coimbra op een muur las en die hierboven staat afgebeeld.

Foto: Martin Pulaski

18-03-07

BRIEF UIT EVORA


Zo ben ik dan in Evora in Alentejo aangekomen. Dank zij mijn rusteloze geest. Lissabon is een parel aan de Atlantische oceaan. Later, als ik weer azerty ter beschikking heb, vertel ik er meer over. Dit is moeilijk typen. In Evora is het zo stil dat ik de echo van mijn eigen voetstappen kan horen weerklinken. Als ik zelfs niet meer dan fluister weerkaatsen de zuilen van de Romeinse tempel van Diana mijn stemgeluid.

Het water smaakt niet als wijn maar de wijn uit Alentejo smaakt heerlijk en zacht als de zon op mijn huid. Ik ben in een romantische bui. Nog niet helemaal heb ik de duisternis van me afgeschud, but I'm getting there. Ik volg mijn voetstappen. Morgen ben ik in Coimbra en misschien tref ik daar mijn goede vriendin Cristina. Ze is net terug in Porto van een verblijf in Amsterdam. Maar ook met alleen Laura aan mijn zijde is het hier aangenaam verblijven. Gisteren bijvoorbeeld was ik in de Kapel van de Beenderen. Schedels een beenderen van vijfduizend doden liggen er hoog opeengestapeld. Monniken hebben er muren en zuilen mee opgetrokken. De beenderen fluisteren ons toe dat ze op ons wachten. Ik neem nog even de tijd en drink een glas wijn op de gezondheid van Fernando Pessoa. Zijn geest dwaalt hier ongedurig rond. Kijk, op dit ogenblik doet hij een paar danspasjes. Ik denk dat hij graag een glaasje wijn met me zou drinken, maar de kloof tussen de levenden en de doden is te groot. Het zijn trouwens kleine schedels daar in die kapel. Dat daar zoveel hersens in kunnen...

Wij hebben het hier bijzonder goed getroffen met het weer. Alle dagen tussen de twintig en de vijfentwintig graden. Het zal wennen zijn in België, waar ik ondanks alles met enig heimwee naar terugverlang, als een zieke hond naar zijn hok. Het meest van al verlang ik terug naar mijn rock & roll en naar mijn vrienden. Maar de tijd vliegt en het leven is vluchtig als een schaduw op een witgeverfd huis. Ik maak me daarover geen zorgen: weldra ben ik weer in de oude vertrouwde kamers. Ik groet jullie allen.

10-03-07

WAAR HET WATER SMAAKT ALS WIJN

portugal,lissabon,woody guthrie,folk,reizen,wijn,verkoudheid,evora,coimbra,aveiro

Over enkele uurtjes vliegen we naar Lissabon. We blijven twee weken in Portugal en bezoeken uiteraard Lissabon, maar ook Evora, Coïmbra en Aveiro. En wie weet wat nog allemaal? Ik ben ziek, maar dat ben ik altijd voor ik op reis vertrek. No big deal. Maar onwillekeurig dacht ik aan het lied van Woody Guthrie, Goin’ Down The Road Feeling Bad:

I'm blowin' down this old dusty road,
I'm a-blowin' down this old dusty road,
I'm a-blowin' down this old dusty road, Lord, Lord,
An' I ain't a-gonna be treated this a-way.

I'm a-goin' where the water taste like wine,
I'm a-goin' where the water taste like wine,
I'm a-goin' where the water taste like wine, Lord,
An' I ain't a-gonna be treated this way.

I'm a-goin' where the dust storms never blow,
I'm a-goin' where them dust storms never blow,
I'm a-goin' where them dust storms never blow, blow, blow,
An' I ain't a-gonna be treated this way.

Woody Guthrie, Goin’ Down The Road Feeling Bad


Het vooruitzicht dat het water als wijn zal smaken is alvast goed. Misschien raak ik zo van mijn verkoudheid af. Ik heb mijn hart en ziel verloren in Portugal. Zal ik ze terug mee naar huis brengen over veertien dagen? We zullen wel zien. Ik moet me eerst nog scheren. Tot over veertien dagen, stekelige egels en zachte slakken. Ik wens jullie allen veel zon en liefde.

20-11-06

UIT HET HART (EEN LANG VERHAAL KORT II)

misia,astrud gilberto,porto,fado,herman brood,vrouwen,stemmen,james joyce,miranda richardson,muziek,pop,rock,cuby and the blizzards,ramones,alfred doblin,franz biberkopf,namen,paula rego

Zeven dagen lang op en af door de rua Alegria, van en naar het hotel. In de Rua de Passos Manuel koop je op een zonnige dag cd’s van Madredeus (O Paraiso), Mariza (Fado Curvo), Cesaria Evora (Miss Perfumado) en Mísia (Drama Box). Misia heeft je inmiddels helemaal ingepalmd. Op 4 december ga je samen met Theo H. naar haar concert in het Koninklijk Circus. Een koninklijke drama queen uit Porto in een koninklijke concertzaal. Drama Box bevat herinneringen aan Maria de Medeiros, Ute Lemper en Miranda Richardson. De laatste een van de mooiste Britse stemmen, ook als de moordenares Ruth Ellis, in Dance With A Stranger (scenario van Shelagh Delaney), een film waar mijn zoon als kleine jongen helemaal weg van was. Wat je volkomen begreep, je wilde zelf zo’n kleine jongen zijn, betoverd door Miranda Richardsons stem, en door de blik in haar ogen. 


Je denkt nu onwillekeurig – neen, niet werkelijk onwillekeurig - aan Herman Brood, die je in de jaren zeventig verfoeide, vooral vanwege de drugs en de slechte smaak; nu heb je echter het gevoel dat je hem enigszins hebt miskend. In de sixties bewonderde je hem nog als pianist van Cuby & the Blizzards en als herrieschopper. Maar dat hele gedoe met Wild Romance – en die leren broeken en al dat zweet - stond je niet aan. Je droeg toen zelf witte pakken, uit Firenze afkomstig. Excuseer, ik was even afgeleid: die verdomde kranten ook.

Je geeft je over aan de clichés van een stad en tegelijk ontwricht je ze ook. Fado komt oorspronkelijk uit Lissabon meen je je te herinneren, zoals Fernando Pessoa en al zijn heteroniemen, zoals Amalia Rodriguez. Toch hoor je die bijna denkbeeldige fado uit vele huizen in de binnenstad van het oude Porto opklinken. Mísia groeide op in Porto. Ze is niet zuiver op de graat wat de fado betreft. Wat een prachtige stem ook! Portugees is misschien de mooiste, de meest muzikale taal van de wereld. Luister naar Astrud Gilberto’s Take Me To Aruanda, een lied waar Haruki Murakami je de weg naar wees. Niet dat je The Girl From Ipanema niet kende. Ja, in het Engels zingt zij – maar het blijft een Braziliaanse stem. Luister daarna naar haar liederen in de Portugese taal: Tristeza, So Tinha De Ser Com Voce. Haar stem zalft zachter dan palmolie.

En dan ga je opieuw via metrostation São Bento naar de Ponte Dom Luis I tot aan Jardim do Morro. Daar, aan de overkant, in de Gaia wijk, ga je langs de oever van de Douro wandelen, langs de portozaken en de bootjes voor de toeristen. Je laat je niet verleiden voor een bezoek aan een portomagazijn. De geur, de sfeer volstaan. Geen polonaise aan mijn lijf, Alfred Döblin indachtig, Franz Biberkopf. Opeens staat hij hier voor je, de anti-held par excellence, met in zijn gevolg tal van uitvreters die jenever drinken en sardientjes uit blik eten. Tom Waits begeleidt hun schranspartij met een hemels-helse versie van Danny Says, de beste song van the Ramones. Die jongens zijn nu bijna allemaal dood. Ook weer zo’n droevige zaak.

“Hangin' out in L.A.
And there's nowhere to go.
It ain't Christmas if there ain't no snow.
Listening to Sheena on the radio.
Oh-ho oh-ho."

Om tranen bij in de ogen te krijgen. Ook als je aan zo’n vijvertje zit in het park van Palácio de Cristal en je denkt aan je jeugd, en aan de verwoesting van de tijd en de gedane zaken die geen keer nemen. Zou je niet beter alles de rug toekeren, zoals Portugal tot voor kort met Europa deed? Nu nog steeds de ogen gericht op de oude oceaan. Jij aan verwarring ten prooi, nu in deze tekst. Was je echte mentor de bijna blinde James Joyce, tegen wie Vivane Demuynck als Claire Goll gisteren in 'Alles is ijdelheid' zo tekeer ging? Gisteravond in het Kaaitheater herinnerde je je weer waarom je zo’n afkeer had gehad van die Claire Goll. Een vrouw zonder betekenis, die zichzelf als het centrum van de wereld beschouwde. Zoals Alma Mahler. Zoals Yoko Ono. In tegenstelling tot de miljoenen vrouwen die wel een centrum van de wereld zijn. Paula Rego. PJ Harvey. Patti Smith. Neko Case. Virginia Woolf. Jane Bowles. Isabelle Huppert. Ach. Namen noemen is soms zo vervelend. Aan de Cais da Ribeira is het heerlijk flaneren, en in de meer binnensteedse straatjes. Overal lekkere vis en de wijn van de Douro. Blijven dagdromen, jongen, de tijd tikt door, blijven dromen, tegen de tijd, tegen de demonen, de machtshongerigen.

Foto: Misia en Maria de Medeiros.

19-11-06

UIT HET HART (EEN LANG VERHAAL KORT I)

bar,oceaan,steden,porto,vriendschap,stemmen,lautreamont,zon,isidore ducasse,herbie hancock,strand,conversatie,cristina regadas,david lynch,kkk,pulaski,casimir pulaski,cafes,francis bacon,ronette pulaski,cafe majestic

Je drinkt Bitterzoete Beirao-likeur, ’s avonds in een bar aan de oude oceaan.“Oude oceaan, je bent het symbool der volkomen gelijkheid: altijd aan jezelf gelijk. Jij verandert niet wezenlijk, en als je golven op één plaats in opstand zijn, dan verkeren zij wat verder, in een andere streek, in de volmaaktste rust. Jij bent niet als de mens, die op straat stil blijft staan om te kijken naar twee buldoggen die elkaar naar de keel vliegen, maar die niet stil blijft staan, als er een begrafenisstoet voorbijgaat; die vanmorgen genaakbaar is en vanavond in een slecht humeur; die vandaag lacht en morgen huilt. Ik groet je oude oceaan!” Dat schreef Lautréamont in De zangen van Maldoror. Of mal d’aurore? Isidore Ducasse, in Montevideo geboren, in Brussel gepubliceerd. In die bar, daar, aan de oude oceaan. Muziek van Herbie Hancock op de achtergrond, Canteloupe Island, terwijl we converseren over Parijs, Brussel, Amsterdam, Porto. Door de bizarre verlichting lijkt het strand op een maanlandschap. Snelle foto’s, alsof de momenten eeuwig willen duren. In een kleine auto over de brede boulevard, en door de nauwe, steile straatjes. De nieuwe metro dendert over de brug van de Belgische architect Théophile Seyrig, de Ponte Dom Luís I, wij tevoet over het gangpad ernaast, diep onder ons het verlokkelijke water van de Douro, dat het land binnenstroomt. Op de heuvels in de verte de druiven. De naam van de architect wekt herinneringen op aan de diepbetreurde actrice. Delphine Seyrig. In galerij 111, tegenover het Palacio de Cristal het verbluffende werk van de Portugese kunstenares Paula Rego. Vrouwen die veel weten van het leven, die tederheid en berusting uitstralen in de nabijheid van hulpeloze varkens. De mannen even hulpeloos als de varkens. Oker, groen, oud roze, bruin. Wastafels, een man met schildpaddenhanden, abortus als een soort van mysterie. Een portret van een zachtaardige jongeman die nooit meer zal boksen. De ogen doen een beetje denken aan die van dokter Paul Gachet, de oren aan een boer in Novecento. 


Later in park van het Palacio de Cristal, waar je helemaal alleen op een eilandje zit te mediteren. Het zeer mooie park van Fundaçao de Serralves. De zalvende warmte van november. De sobere, strakke metrostations met de opschriften in een buitengewoon stijlvol lettertype. Een koude vrijdagnacht op een onbekend plein in het hart van de oude stad. De vriendinnen van Cristina zijn dronken. Wat ze allemaal niet willen weten over België. Ze zeggen dat het in België altijd donker is. Neen, zeg je, in de zomer schijnt er de zon. Zelfs nu nog, in de late herfst. Een van hen studeert filosofie. Maar alcohol nivelleert ons, maakt ons leden van een groot broeder- en zusterschap. Misérable miracle.

Hoe Agnes en Cristina elkaar vinden. Hoe ze praten over familietragedies en elkaar herkennen in hun zeer persoonlijke doden. Zelf heb je het gevoel dat er een ander leven begint in Porto. Een beter leven. Geld speelt geen rol meer, tijd, vergankelijkheid. Ofwel, alles is vergankelijk. Waarom je er dan nog langer zorgen over maken? Het vriendelijke personeel in het hotel aan de Rua da Alegria. Een van de mooiste cafés van Europa is café Majestic in de Rua de Santa Catarina, de winkelstraat van Porto. Bij Zara koop je witte hemden, gestreepte t-shirts (denkend aan Andy Warhol).

In weer een andere bar, jaren zeventig stijl, lang na middernacht, drink je bier en discussieer je met Cristina over Francis Bacon. Zijn geweld schrikt haar af. Je vertelt over je schuilnaam, Pulaski, waar hij vandaan komt. Dat je niet wist dat Pulaski een stadje was in het Zuiden van de Verenigde Staten, waar de KKK werd gesticht. Er zijn daar trouwens meer stadjes die Pulaski heten. Dat je je daar over schaamt. Maar dat generaal Casimir Pulaski, een vrijheidsstrijder was. Je hebt je pseudoniem in Twin Peaks gevonden, de serie van David Lynch, vertel je haar. Ronette Pulaski was helemaal aan het begin van de serie verkracht en gefolterd door een bende wilde vetzakken. Daarna lag ze voortdurend in het ziekenhuis. Je vond het een gepaste naam voor je openbare alter ego. De rest heb je pas later ontdekt. Nu moet je ermee door het leven. En hoochiekoochie dan? Dat schijnt slang te zijn voor zuipen en neuken. Dat wist je natuurlijk wel. Je hebt die naam met veel ironie gekozen. Het laatste wat men van je kan denken is dat je een macho bent. Voor Muddy Waters is het echter een perfect epitheton ornans, zonder dat het in enige mate afbreuk doet aan de waarde en de schoonheid van zijn blues. Vaak heeft Cristina het over haar geliefde vriend die in Amsterdam werkt. Hij is een Bosniër. Hij is bij het leger geweest. Een ongelovige moslim. Hoe kun je geloven, na zulke wrede burgeroorlog? Hoe kun je hoe dan ook geloven als er ooit een KKK werd gesticht? We praten alsof ons leven er van afhangt. En het is waar: ons leven hangt ervan af. De vriendschap is het hoogste goed.

Foto: Martin Pulaski, Cristina Regadas.

17-11-06

ROMANTIC AGONY?


Iemand voor het eerst in levenden lijve ontmoeten – MIP in de taal van de moderne mens - die je alleen maar kent van het internet is een vreemde ervaring. Toen we die maandagmiddag in Porto uit het vliegtuig stapten hadden we al een onnoemelijk stresserende ochtend achter de rug. Toevallig vertrokken we op de dag dat de nieuwe Europese veiligheidsmaatregelen voor luchthavens en vliegtuigen in voege traden. We waren goed op tijd in Zaventem, maar er stonden ellenlange rijen wachters bij de controle. Het leek uitgesloten dat we onze vlucht naar Porto nog zouden halen. Mijn reactie op dergelijke situaties is er een van verlamming, of is het catatonie? Ik ben niet meer tot handelen of beslissen in staat. In een rij is er trouwens niet veel handels- en beslissingmogelijkheid. Ik kan er over meespreken: ik heb al jaren in rijen gestaan. Maar wie niet eigenlijk? Mijn gezellin echter gaat zich in allerlei bochten wringen, windt zich op, maakt zich op zowat iedereen boos. Vooral op mij, vanwege mijn passiviteit. Die maandag scheelde het niet veel of ze zou de hele zeer trage rij neergemaaid hebben; gelukkig had ze geen machinegeweer bij. Toch is ze er in geslaagd ons helemaal naar voren in die vreselijke rij te loodsen. Heel vreemd vind ik dat die mensen aan de kop ons wilden laten voorgaan. Het lijkt me nog altijd een scène uit een mooie droom.
Bij de controle dacht ik opeens dat de vele medicijnen – ik heb altijd massa’s medicijnen bij, in navolging van Elvis; het verschil met hem is dat ik ze niet inneem, het is alleen maar voor het geval er iets zou gebeuren – misschien wel verboden producten waren. Kunnen pilletjes niet tot ontploffing gebracht worden? Je kunt er, als je er voldoende van gebruikt, in ieder geval iemand mee vergiftigen. Mijn rugzak ontlokte echter geen enkele opmerking bij het controlepersoneel. Mijn lichaam, geheel van metaal ontdaan, gaf wel een signaal. Wat de oorzaak was weet ik niet. Ik heb alvast geen ijzeren wil.

In Porto zou Cristina ons komen oppikken in de luchthaven. Hoewel ik al honderden foto’s van haar heb gezien en ze heel mooi en opvallend is, was ik toch bang dat ik haar niet zou herkennen. En wat moest ik zeggen? Kon ik wel spreken tegen een reeks foto’s? Bovendien schrikt schoonheid me af. Waarschijnlijk leg ik onbewust een verband met verschrikking en horror, zoals romantici als Shelley dat ook al deden. (Mario Praz heeft daar zeer boeiend over geschreven in zijn lijvige studie Lust, dood en duivel in de literatuur van de Romantiek, een boek dat beter bekend is onder de titel The Romantic Agony. Voor mij is het een werk dat een hele wereld heeft geopend.)

Er was niemand in de hal die ik meteen herkende. Was ze er niet? Hadden we slecht afgesproken? Had ik me iets op de mouw laten spelden? Terwijl ik een sms stond in te tikken – ik gebruik daarbij nog de gewone omgangstaal – stond ze echter opeens voor ons. Een jonge vrouw van vlees en bloed. Ze zag er minder extravagant uit dan op haar foto’s, wegens minder make-up, maar nog steeds bijzonder mooi. Maar wat was ze mager! Later zag ik haar van die fijne sigaretjes roken die heel goed bij haar pasten. Onze bagage ging maar net in haar kleine auto. Op een half uurtje waren we in ons hotel. Na de middag zou ze ons door het oude Porto gidsen. We zouden lang zitten praten in het bruine café Ceuta, we zouden elkaar goed leren kennen. We zouden ontdekken dat we zielsverwanten zijn. Ik zou vaststellen dat schoonheid niets met horror en verschrikking heeft te maken. Echte schoonheid is ook niet oppervlakkig, maar is de uitdrukking van diepe gedachten, een rijke verbeelding, empathie en mededogen, van een buitengewoon vermogen tot vriendschap en van nog wel wat andere dingen. Een mooi voorbeeld is Tom Waits: één en al schoonheid.

15-11-06

VRIJDAGAVOND IN PORTO

vrienden,museu serralves,wonen,porto,kunst,elis regina,evel,cristina regadas,antonio carlos jobim,platano,appartement,anos 80,uma topologia,muziek,zingen,eighties,midderenacht,drinken,stad

Gina Pane

Onze ideale gastvrouw Cristina had ons uitgenodigd voor een vegetarisch etentje in haar ruime en smaakvol ingerichte appartement dat uitkijkt op de Avenida dos Aliados. Aan de overkant van de boulevard, die veel weg heeft van een plein, kun je lekker gaan eten of koffie drinken in Guarany, een van de mooiste cafés van Porto. Bij het binnenkomen in Cristina’s salon werden wij meteen zacht ondergedompeld in de samba van de Braziliaanse zangeres Elis Regina en de tijdloze composities van Antonio Carlos Jobim. 


We hadden rode Evel en witte Platano Reserva meegebracht, lekkere wijn uit de Douro-streek. Cristina’s woning is een oord van muziek, poëzie en kunst. Ze bezit honderden tijdschriften, de meeste over kunst, literatuur en mode. Het enthousiasme waarmee ze boeken, tijdschriften en voorwerpen toont waar ze van houdt, en erover praat, doet me terugdenken aan jaren ’70 en ’80, toen ik zelf zulk enthousiasme ten toon spreidde als er vrienden te gast waren. Heel even had ik weer de indruk dat tijd niet bestaat, dat mijn jonge geest nog steeds in een jong lichaam huist. Maar een of andere spierkramp of een ander symptoom van aftakeling brengt me snel terug tot de realiteit. We praten over onze levens, onze families, vaak zijn het verhalen over ziekte en dood, alsof de melancholie van Porto ons aan haar onweerstaanbare wetten onderwerpt. Maar we hebben desondanks veel plezier; we drinken er lustig op los; af en toe laat de kat Marcello zich zien, hij wordt graag gestreeld; Cristina rookt de hele tijd flinterdunne sigaretten. Af en toe maakt zij een foto met een van haar Nikons. Ik durf mijn Canon niet eens uit mijn rugzakje halen, ik bevind me in het gezelschap van een echte fotografe.

Als het bijna middernacht is begeven we ons naar het Museu Serralves, waar een tentoonstelling opent over de jaren ‘80 (ANOS 80: UMA TOPOLOGIA). Het museum ligt een heel eind buiten het centrum van Porto. Na eerst een korte botsing zonder blikschade – voor Cristina’s deur - en een woordenwisseling met een boze chauffeur wordt het toch nog een vrolijke rit: om in de stemming te komen zingen we flarden liedjes van Duran Duran, Human League en ABC. Weet je waar Duran Duran die gekke naam vandaan heeft, vraag ik? Natuurlijk, zegt Cristina, dat komt uit Barbarella. Ondanks haar jonge leeftijd weet ze alles over die antieke films. Ze houdt het meest van Polanski’s Rosemary’s Baby.
In het museum is het buitengewoon druk. Veel bezoekers hebben zich in de stijl van de jaren ‘80 gekleed (of zoals zij zich die stijl voorstellen; sommigen zullen wellicht het tijdschrift The Face ter hand hebben genomen om wat voorbeelden te vinden.) Hoewel ik denk dat heel wat van hen op de gratis drank zijn afgekomen zie ik toch niemand met een glas wijn of bier. Aangezien ik al wat aangeschoten ben, vind ik dat niet erg. Later blijkt dat de drank in een rokerige kelder wordt geschonken. Het is dan al veel te laat om nog iets anders dan Coca Cola te bemachtigen.

In de vele zalen van het schitterende museum zien we werk van heel wat Belgen: onder meer van Thierry De Cordier, Lili Dujourie, Luc Tuymans en Jan Vercruysse. Het valt op hoezeer België en de Belgische kunsten geliefd zijn in Porto. Al de eerste dag van ons verblijf in de stad troffen we in het kleine museum waar Cristina werkt monografieën aan van Belgische kunstenaars en zagen we vertalingen in het Portugees van gedichten van Leonard Nolens. In het Museu Serralves liep een kleine tentoonstelling over het lichaam in de kunst van de 20ste eeuw net af. Heel interessant, met werk van Hugo Ball, Marcel Duchamp, Herman Nitsch, Günther Brus en het Wiener Aktionismus, de performances van Gina Pane, de bizarre aanwezigheid van Valie Export, de lichaamskunst van Yves Klein, de poëtische lichaamstaal van Joseph Beuys en de directe lichamelijkheid in het abstract expressionisme van de manisch-depressieve kunstenaar Jackson Pollock. De curator van die tentoonstelling was de Belg Guy Schraenen. Een overzichtstentoonstelling van het werk van Luc Tuymans was net afgelopen. De banieren hingen nog in de straten. Cristina zelf was vol lof over toneelgroep Stan, Ultima Vez, Anne Teresa De Keersmaeker, de Belgische rock van deus, Dead Man Ray, Rudy Trouvé en nog heel wat andere(n). Als anti-chauvinist was het bijzonder moeilijk om aan deze passie te weerstaan. Toch heb ik sinds die avond nog altijd geen Belgische cd’s gekocht.

Maar ik wil even terugkeren naar de jaren ’80-tentoonstelling. De curator, een mij onbekende Duitser, had zeer veel materiaal uit de periode bijeengebracht. Naast de reeds genoemde Belgen werd ik vooral getroffen door het werk van Marleen Dumas, Richard Deacon, Jenny Holzer, Ilya Kabakov, Martin Kippenberger, Matt Mullican, Raymond Pettibon, Richard Prince, Cindy Sherman en Jeff Wall.

Lang na middernacht begaven we ons met een groepje dronken vrienden – zeer nieuwsgierig naar de Belgische politiek en demografie - van Cristina naar de goedkoopste bar van Porto, die echter net ging sluiten. Een geluk, zo kon ik zaterdagochtend, the day after, toch nog op tijd uit bed voor het ontbijt. In mijn hoofd zoemde nog steeds Inutil Paisagem van Antonio Carlos Jobim en Elis Regina. Ik had het klaargespeeld de hele vrijdag geen druppel Porto te drinken.

vrienden,museu serralves,wonen,porto,kunst,elis regina,evel,cristina regadas,antonio carlos jobim,platano,appartement,anos 80,uma topologia,muziek,zingen,eighties,midderenacht,drinken,stad

13-11-06

EEN ZWERVER KOMT THUIS


casa de serralves

De rusteloosheid zit me in het bloed. Ik ben graag thuis tussen mijn boeken en mijn muziek en ik breng veel tijd door aan mijn computer, werkend aan oude en nieuwe teksten, of contacten onderhoudend met mijn cyberspacevrienden. Vroeger zat ik graag aan een tafel met een boek en potloden. Al lezend onderstreepte ik en schreef uitspraken die me troffen over in een werkschrift. Dat was grondstof voor mijn eigen schriftuur. Nu gebeurt het nog maar zelden dat ik met een boek aan tafel zit en nog minder dat ik zinnen onderstreep. Ik vind het zin-loos en nutteloos, haast compulsief gedrag. Als ik nog lees is het vooral in bed. Aan tafel eet en drink ik wijn, en als er bezoek is praat ik ook wel wat. Maar van thuis blijven is de pret af. Genieten van de hierboven genoemde bezigheden doe ik niet langer. Zelfs de beste film op dvd gaat me al snel vervelen. Een volledige cd beluisteren is onbegonnen werk. Na drie songs heb ik het wel gehoord. Meer van hetzelfde! Bespaar mij het cocoonen. Het zwerven zit me in het bloed. Ik wil weg van huis. Het liefst verblijf ik in een hotelkamer. Daar kom ik eindelijk wat tot rust, daar slaap ik enige uren aan een stuk. Ja, ik cocoon in een hotelkamer, en zelfs in een metrostation. Ik houd van het flaneren in een nog niet kapotgeflaneerde stad. Ik verplaats me wel graag met metro en tram, desnoods zelfs met de bus, maar wat ik echt boven al verkies is te voet gaan. Dat is in mijn ogen de beste manier om een stad of een land te verkennen. De voorbije dagen in Porto heb ik mijn schoenzolen niet gespaard. Het is een heerlijke stad om in te wandelen. Vervallen, maar schrijnend mooi van (oude) architectuur. ’s Middags de geur van gebakken vis en altijd – ook al hoor je hem niet echt – de droeve klanken van de fado. Beleefde, bescheiden, wat schuchtere mensen. Ze spreken stil, alsof ze zich enigszins schamen voor hun aanwezigheid. Het katholicisme heeft er zijn akelige sporen getrokken, maar ook de kerken, vaak parels van barokkunst, baden in het helderste licht van de Atlantische Oceaan. Overal waar je kijkt zie je azulejo’s – en bovenal in het São Bento station -, een troost voor het te veel gelezen en geleden hebbende, vermoeide oog.

Terug in België, in Brussel: de duisternis hier is wat mij meteen opvalt, de terneerdrukkende duisternis en pas daarna de vochtige kou. Je hele appartement is al na een week afwezigheid een vreemde plek geworden, vijandig aan je lichaam. Het is gaan toebehoren aan die donkere wereld van vocht, kou. Het heeft iets vijandigs gekregen. Net als veel inwoners van dit land is het niet gastvrij, zelfs niet jegens zijn oude vertrouwde bewoners, die het nochtans koesteren en zelfs met liefde bejegenen. Misschien is het appartement zich bewust van mijn ontrouw, van mijn diepe wens om het voor altijd de rug toe te keren en een zwervend bestaan te gaan leiden. Mijn kamers mogen echter op twee oren slapen: gebrek aan financiën, zwakte en vermoeidheid kluisteren mij gemiddeld veertien uur per dag aan ze vast. Tussen hun muren ontvang ik nieuwe woorden en luister ik naar soul, blues, country, en voortaan ook fado of bekijk ik nog een keer Days Of Heaven. De straten van mijn stad ontwijk ik zoveel mogelijk. God die niet bestaat, laat het maar regenen op de slechte mensen!

Foto: Martin Pulaski,
Casa Seralves in Porto.

12-08-06

MIJN NEVER-ENDING-TOUR

rusteloosheid,budapest,never-ending-tour,reizen,donau,claudio magris,gyorgy konrad,boeken,foto,martin pulaski

Net zoals Bob Dylan heb ik een ‘never ending tour’, zo lijkt het wel. Vandaag zal mijn eigen rusteloosheid me naar Boedapest voeren. Een week lang zal hier niets van me te lezen zijn en een week lang zal ik jullie commentaren missen. Maar Budapest en de Donau, waarover György Konrad en Claudio Magris zo treffend hebben geschreven, zullen veel goedmaken. En ik ben in goed en veilig gezelschap. Tot binnenkort! Take care of yourself and get plenty of rest…


Foto: Martin Pulaski, Groen zelfportret.

01-08-06

REIS NAAR HET BEGIN VAN DE DAG

anderlecht,martin pulaski,foto,inge v,lucca,italie,charleroi,taxi,snelheid,gevaar,vertraging,pisa

Foto: Inge Vande Walle

Ik ben weer thuis, oud en vertrouwd, zij het met een nieuwe bril. Mijn wonden heb ik gelikt. Niet dat ze genezen zijn. Later vertel ik over de mooie dingen die ik gezien heb en de fijne mensen met wie ik heb gereisd. Vriendschap is het hoogste goed. Nu ben ik nog moe. Dat is bij mij meestal het geval, dat ik moe terugkeer van een reis. Of ziek. Nu ben ik niet ziek. Ik voel me zelfs enigszins genezen. Maar de zin om de hoofdstad in te gaan en feest te vieren, - hé, jongens, ik ben weer thuis -, dat heb ik niet meer. Ik blijf weg uit de stad. Zodra ik mij een bodyguard kan veroorloven, dan keer ik misschien terug naar mijn vertrouwde plekken. Voorlopig houd ik het veilig. Ik moet natuurlijk wel gaan werken, en dat is ook in diezelfde schrikbarende stad. 

Ryanair was de laatste keer. Dat was de enige negatieve ervaring van mijn reis. De vlucht naar Pisa kost echt weinig. Terugkeren is al wat duurder. Ze weten dat je wel terug moet, dus kunnen ze dat doen. Een ritje met de taxi van Charleroi naar Brussel kost echter 90 euro. Ongeveer evenveel als de prijs van de gehele vlucht. Er zijn wel shuttles naar Brussel Zuid, dertig per dag zeggen ze, maar niet als het vliegtuig vertraging heeft. Ik had geen zin om een nachtje in Charleroi door te brengen, een wellicht nog gevaarlijker stad dan ‘my hometown’. Dat vertelde de taxichauffeur mij althans. Er zitten geregeld gewapende mannen in zijn wagen. Hij houdt dat stil, geen politie, te gevaarlijk, represailles. Bloedende mensen op straat blijven liggen tot ene toevallige en onverschrokken voorbijganger ze vindt. Dat is het eerste verhaal dat je hoort als je terug in België bent! Drugdealers, bendes, afrekeningen, omerta. Terwijl we aan 167 km over de autosnelweg rijden. Die helse rit maakte me niet eens bang. Dat zal wel normaal zijn als je twee weken tevoren de dood in de ogen hebt gekeken. Van de luchthaven van Charleroi (“Brussels South”) tot in Anderlecht aan het stadspark in 20 minuten. Ik denk dat de taxichauffeur zowat alle verkeersregels heeft overtreden. Zeker weet ik het niet, want ik heb geen auto en ken de verkeersregels niet. Ik denk dat je in een zone 60 maar 60 mag rijden en geen 149. Maar ik was vroeg thuis, en tevreden, zij het blut. Om 2 uur had ik mijn koffer al uitgepakt. Om 3 uur lag ik in bed. Ja, Ryanair is een klant kwijt. Maar Lucca krijgt een verlenging. En mijn reisgezellinen ook, zulke charmante en begripvolle dames bestaan er niet veel meer, denk ik. Hun gezelschap is ongetwijfeld zeer heilzaam voor me geweest.

24-07-06

SALUT AU MONDE!

vertrek,toscane,afscheid,reizen,vriendinnen,vrienden,martin pulaski,vriendschap,hittegolf,muziek,pop,john fahey,nico,ipod,foto

Ik laat onze gevaarlijke maar toch ook overweldigende hoofdstad een weekje verder schoeien in de zon en begeef me naar waar het gras groener is, zoals de mensen zeggen. Over enkele uren vertrek ik naar Toscane, volgende maandag ben ik terug. Ik reis in het gezelschap van fijne vrienden; daarom ben ik er gerust in, ook al ben ik nog niet helemaal hersteld van de harde klappen en schoppen. Vandaag zat er overigens een brief in de bus van de Brusselse politie – in het Frans, maar het was goed bedoeld – dat ik recht heb op slachtofferhulp, psychologische steun en zo. Dat zal moeilijk zijn, want ik ben er niet. Zodra ik terug ben ga ik toch eens poolshoogte nemen, om te zien wat deze mensen zoal te bieden hebben. Misschien leer ik er weer iets bij… Maar dat zijn plannen voor later. Nu moet ik mij dringend klaar maken voor de reis. Doodzenuwachtig, en de hitte in deze kamer maakt het er niet beter op. Ik heb de allerrustigste muziek opgezet, Nico en daarna John Fahey. Maar nu moet ik er toch een voorlopig punt achter zetten. De Toscaanse schoonheid wacht op me, in de verte hoor ik haar sirenenzang al. Nu nog wat boeken selecteren om mee te nemen. Mijn iPod zit al vol uitverkoren muziek. Zo neem ik toch een klein deel van mijn vertrouwde omgeving met me mee. Het meest vertrouwde laat ik met spijt in het hart achter.

Foto: Martin Pulaski, zelfportret.

12-05-06

DORPSTAFERELEN


natural harmony

Een aantal ‘invallen’, afkomstig uit La Palma. Waarom wil ik ze prijsgeven? Ik weet het niet. Er is geen reden om het wel te doen, er is evenmin een reden om het niet te doen.

Jij met je zigeunerachtige verleden, met je Poolse heteroniem. Jij was bijna een racist en leek in je reactie op de dood van de zeventienjarige jongen op de donkere mannen en vrouwen van de Vlaamse zuiverheid. Zoals Nietzsche voortdurend op zijn hoede was voor de Duitsers en de ‘Duitse gedachte’ moet jij voortdurend op je hoede zijn voor Vlaanderen en de Vlaamse gedachte. (Dit betekent niet dat er in Oost-Vlaanderen en in West-Vlaanderen niets moois en niets goeds aanwezig is. Inderdaad situeer ik Vlaanderen in deze twee provincies. Limburg, Antwerpen en Brabant hebben een heel andere geschiedenis en vertellen andere verhalen. Alles wat anders is en afwijkt moet je koesteren.)

Ondanks de ziekte en de sombere gedachten over België vandaag toch even verrukking gevoeld, staande bij een landschap genaamd ‘de kloof van de angsten’.

Als je ziek bent kunnen er momenten zijn dat kleine dingen je veel dieper raken. Hoe heerlijk een glas Rioja plots kan smaken! Je hoeft niet eens meer naar Umbrië voor de Montefalco, of naar Montalcino voor de Brunello. In deze eenvoudige wijn is alle wijn van de wereld aanwezig.

In het Palacio del Vino in Los Llanos werden we bediend door een bijzonder vriendelijke ober. We aten er ham en kaas afkomstig van het schiereiland, zoals ze Spanje in La Palma noemen, en dronken wijn uit het dorp Puntagorda. De naam van de ober was Jesus. Die avond heb ik Michael Cunninghams ‘Specimen Days’ uitgelezen. Het is een schitterende, visionaire roman over (onder meer) New York en Walt Whitman. De grote Amerikaanse dichter is bijna in elke regel aanwezig.

In de twee bars van Tazacorte zitten de vijftigers, moe van in de bananenplantages te werken, aan de toog tv te kijken en Haig whisky te drinken. De barman mengt die whisky met limonade. Het moet afschuwelijk smaken, maar deze mannen vinden het lekkker. Waarom ook niet. Dit jaar kan ik alleen maar even van buiten naar binnen kijken. Maar dat is niet erg. Ik weet hoe het er binnen aan toe gaat. Er gebeurt niet veel. De televisie staat aan, de mannen drinken hun whisky en wachten geduldig op de dood. Wat verderop, op een pleintje in de schaduw van de kerk, zitten de nog ouderen nog geduldiger hun beurt af te wachten. Niets schijnt deze mensen te verontrusten. Zij zitten op enkele bankjes, een paar honderd meter van de oude oceaan. De enige die hier bang is voor de dood ben ik, geloof ik.

Ik droomde van een concert van Bob Dylan. Hij zong een paar liedjes samen met Axelle Red. Zijn haar was geblondeerd en piekerig als van een jonge sportgod uit Vlaanderen. Zo’n kerel met een koelkast vol drugs. Bob Dylan was net als ik de dag voordien aan zijn hart geopereerd. M., vertelde me dat hij in hetzelfde schuitje zat. Allemaal hartpatiënten bijeen! Een zekere Guido Van Liefferinghe (dat je van zo’n man kunt dromen!) nodigde ons uit in de VIP-ruimte. Ik moest echter eerst om mijn rode leren jas, die lag nog ergens op een stoel. Daarna vond ik de weg naar die ruimte niet meer. Ik had mijn kans om met Bob Dylan te praten schoon verkeken. Het concert zelf stelde niet veel voor. Dylan zong alleen maar wat fragmenten, geen enkele song werd afgerond, het waren meestal maar wat bluesstukjes. Hij speelde wel één mooi Spaans stukje op zijn gitaar.

Ik luister nu naar the Scud Mountain Boys. Ze zingen ‘Where’s the Playground Susie?’, met hun mooie Amerikaanse jongensstemmen.

Foto: Martin Pulaksi (La Palma).

08-05-06

FUNERARIUM LA PAZ


the old men and the tree


In het dorp Tazacorte, op La Palma, logeren we al vier jaar na elkaar in een appartement in een gebouw op zo’n twintig meter afstand van een funerarium, Funerario La Paz. De voorbije jaren gebeurde daar nooit iets. We liepen er vier, vijf, zes keer per dag voorbij, de heuvel af, de heuvel op. Na een dag in Tazacorte dacht ik al niet meer aan de dood en nog minder aan dat funerarium. Maar nu lag er elke dag een dode opgebaard. Gezeten op ons terras, een glaasje Cava drinkend en een gevuld olijfje etend zien we dan familieleden en vrienden afscheid komen nemen van de overledene. Recht voor ons bananenbomen en nog wat verder de Atlantische oceaan, met soms een pittoreske zonsondergang, links, wat lager in de straat, de rouwenden, die druk staan te praten en te lachen. Het waren altijd oude doden, tachtig, negentig jaar. Dat is nog een geluk bij een ongeluk, dat ze zo oud zijn. Ik dacht, zou het een epidemie zijn, de vogelgriep misschien? Ik was zelf erg ziek, mijn lijf verzwakt van de antibiotica en de corticoïden. Ik kreeg argwaan. Er waren geen toeristen in Tazacorte. Geen buitenlander te zien. Ja, één, de Nederlandse eigenaar van het gebouw waar we ons appartement huren. Je moet Ketek nemen, zei hij. Dat is een stevig antibioticum. Ik heb hier nog een doosje liggen, zei hij. Heel vriendelijk van de man, maar het leek me toch veiliger me aan het voorgeschreven medicijn te houden, vooral omdat ik allergisch ben voor bijna alle antibiotica. Ik voelde me wel een beetje schuldig dat ik die Ketek moest weigeren. R., de man van het gebouw, beschreef het als een wondermiddel. Het leek wel of hij me het eeuwige leven aanbood. Overigens is hij een groot voorstander van antibioticagebruik. Alle dagen een pilletje antibiotica, dan kan je nooit iets overkomen, zegt hij. Cortisone is niet goed, zegt hij. Daar zwelt je kop van op. Ketek moet je nemen. We zijn zelfs met z’n beiden op het Internet gaan kijken om te zien wat de aanwijzingen waren. Ik las niets over bronchitis, luchtwegen en ik las ook niets over de vogelgriep. Mijn excuses, R., maar geen Ketek voor mij. Overigens zijn er weinig vogels op La Palma. Veel bananen en andere planten, maar geen gevederde vrienden, tenzij kippen en hanen. Daar kun je natuurlijk ook vogelgriep van krijgen. Maar goed, dat zal het niet geweest zijn, anders was ik nu al wel dood.
Ik had het over dat funerarium La Paz. Dat daar zoveel oude doden naartoe werden gevoerd.
Omdat ik ziek was zat ik vaak op ons terras, wat te kijken naar de oceaan. Dan zag ik ook dat ze bloemenkransen leverden en zo. Het ging er allemaal heel rustig aan toe. Het meisje dat de bloemenkransen bracht zag er bepaald sexy uit, met haar blote navel. Ja, zo dicht bij was het, dat ik haar navel kon zien. Maar als de stoet voorbijkwam lag ik toevallig altijd in bed. Ik zei tegen A., maak me wakker, als er een stoet is, maar dat deed ze niet. Ik vermoed dat ze mijn gevoelens wilde ontzien. Maar ik wilde heel graag zo’n begrafenis voorbij zien komen, de steile heuvel op. Dat zal dan voor een volgende keer zijn. Als er dan nog doden zijn.
Onze buurman heeft een kat in huis gehaald. Heel het huis begint er naar te ruiken. Ik denk aan verhuizen. Dieren zijn lieve beesten, maar ik kan niet goed tegen hun geur. Als ik de ramen openzet ruik ik de seringen en de blauwe regen. Ik zet de ramen zoveel mogelijk open.
Een uurtje geleden hoorde ik Smog (Bill Callahan), een kerel met een fijn gevoel voor humor:

Bury me in wood
And I will splinter
Bury me in stone
And I will quake

Bury me in water
And I will geyser
Bury me in fire
And I’m gonna phoenix
I’m gonna phoenix

zong hij. Of iets dergelijks. Hoe kan een pessimist zo optimistisch zijn? Dat was ook nog zo iets. Op een zondag, er lag net geen lijk opgebaard in funerarium La Paz, opende ik de grote ramen naar het terras. Altijd vult dan meteen, als het gelach van dolfijnen, die heerlijke, heilzame geur van de Atlantische oceaan, met een toets van vulkanische aarde en bananenbomen, de kamer. Die zondag werd er echter vuilnis verbrand, net naast het funerarium en recht voor ons appartement, op een klein stukje braakland. Braakland is een perfect woord. Net zoals in Anderlecht heb je in Tazacorte van die mannen die denken dat ze wel wat weten over het verbranden van rotzooi. Ze komen met een grote oude auto aangereden, een aftandse Ford of zo, of een Toyota misschien, stappen uit, een beetje schuw als reptielen, maar met toch heel veel zelfvertrouwen in hun bewegingen, laten de portieren openstaan, openen de immense kofferruimte, werpen vervolgens vrij snel hun voorraad giftige afval op een hoop, gieten er benzine over en steken de boel in brand (zonder zichzelf te verbranden!). En dan staan ze daar een paar uur op toe te kijken. In Tazacorte doen ze dat naast funerarium La Paz. Na een minuut al sluit ik de deur naar het terras, ga weer in bed, wat slapen, of lees enige uren in een boek van Murakami, tot de rook is weggetrokken en de grote ramen weer open kunnen. De zon gaat dan gelukkig weer onder, en dan drinken we nog een glaasje schuimwijn of iets anders om de wereld te vergeten.

Foto: Martin Pulaski