23-11-07

ONVERTAALBAAR LICHAAM


Onvertaalbaar lichaam, welk woord bevat jou? Welke zin heeft je opgenomen zoals je op een warme zomeravond ergens op een houten bank zit met een glas witte wijn in je hand, boven je hoofd het geruis van de bladeren van de lindenboom?

11:34 Gepost in Proza | Permalink | Commentaren (3) | Tags: vraag, zin, woord, lichaam |  Facebook

21-11-07

EEN TREINRIT


Op de trein. Ik heb plaats genomen in een coupé die veel weg heeft van een badkamer. Er staat de reizigers zelfs een wastafel met stromend water – koud en warm – ter beschikking.

Thomas is bij me komen zitten om wat met me te praten, over ernstige dingen. Zo vertelt hij me onder meer dat hij een paar weken geleden geprobeerd heeft zich van kant te maken, met een scheermesje.

“Het is natuurlijk weer mislukt”, zegt hij, “ik ben zo zenuwachtig”.

“Dat is van de koffie”, zeg ik op vertrouwelijke, medeplichtige toon, “we drinken teveel koffie”.

Thomas knikt instemmend.

“Ik weet het”, zucht hij dan.

We zwijgen even, kijken niet naar het landschap maar recht voor ons uit.

“Toch is zelfmoord een goede oplossing”, zegt Thomas.

“Ik vind dat helemaal geen oplossing”, zeg ik. “Mensen die zelfmoord plegen zijn laf. Ze kunnen hun eigen ellende niet meer de baas, ze kunnen niet meer verder leven met hun schuldgevoelens en hun angsten. Dus wat doen ze? Ze onttrekken zich eraan. Ze zetten er een punt achter.”

“Dat is geen lafheid”, zegt Thomas, “het getuigt veeleer van inzicht, van een nuchtere kijk op de stand van zaken in de wereld en in het leven.”

“Het is lafheid omdat ze er niets mee oplossen”, zeg ik, “ellende, schuld en angst gaan niet mee de dood in… Dat is de nalatenschap voor degenen die hen gekend, met hen samengeleefd, aan hen gedacht hebben”.

“Die moeten dan ook maar zelfmoord plegen”, lacht Thomas.

“Je bedoelt een soort ‘kosmische zelfmoord’?”, vraag ik enigszins spottend. (Ik kan dit gesprek niet langer au sérieux nemen).

“Ja ongeveer zoals Spinoza dat zag”, zegt Thomas.

Gekscheert hij nu, of meent hij dit ernstig? Ik weet het niet meer. Onzekerheid en verwarring maken zich van me meester. Moet ik hem, er zorg voor dragend hem niet te kwetsen, op de denkfout wijzen? Maar als het om een grap ging, wat heel goed mogelijk is met Thomas, zou ik me op die manier belachelijk maken. Aan de andere kant kan ik toch moeilijk doen alsof die fout geen fout was, want dat zou pas echt kleinzielig zijn – als het Thomas ernst was.

Dan komt de trein aan in Roosendaal, waar ik moet uitstappen voor zaken.

thomas

Foto: AA, Martin Pulaski in de trein.

06-10-07

ZIEKTES


anatomie

Wat aangevangen als ziektes niet meer zijn dan mooie woorden? Al dat geld verspild aan overbodige geneesmiddelen. Alleen een vlakgom had je nodig om de naam van je ziekte uit te gommen. Symptomatologie niets anders dan terminologie. Niets anders dan indeling, classificatie, orde.

Wat zei je? Is niet elke mens ongeneeslijk ziek? Meen je dat echt? Ik leerde nochtans dat hij een ziekte van de materie is, een ongewenste eruptie, het resultaat van een hardvochtige strijd tussen moeilijk te ontwarren krachten. Ik leerde dat de mens een schimmel is op de aardkorst. Ik leerde dat de mens een zak is, gevuld met faeces. En nu zeg je dat de mens niet ziek is… Misschien heb je gelijk, misschien is hij niet ziek, misschien is hij zelf de ongeneeslijke ziekte. (Een lawine. Een kettingreactie. Een aaneenschakeling van hysterische associaties.) Zeker is de mens verzot op woorden die naar allerlei ziektes en aandoeningen verwijzen. Is het dan ook niet omdat hij zelf ziek is, dat de mens zo graag zulke woorden hoort, ze uitspreekt, ze koestert, er duizenden en duizenden boeken mee vult? Anemie, leukemie, epidemie, astma, euforie, echolalie, schizofrenie. Ziektes.

21-09-07

DE KOM


Een atoombom ontplofte in de omgeving van ‘Brussel’. De vrouw en ikzelf waren ongedeerd. Het beeld van de paddenstoel die langzaam opsteeg, nu al triomfantelijk boven de velden en de boomgaarden van het Pajottenland hing, bracht me geheel van streek. “Laten we vluchten!”, riep ik uit. “Laten we rennen zo hard als we kunnen. Laten we op z’n minst toch de metro nemen in de tegenovergestelde richting van de rookzuil.”

Mijn voorstel viel in een diepe kloof van stilte. Een verlossende reactie kwam er niet. We waren als verlamd, en toch werd ook wat stilletjes gelachen, ergens in de schaduw van een kleerkast.

 

De paddenstoelwolk ging overhellen, verplaatste zich schuin en dreigend, roodgrijs, in onze richting. Een man ging buiten kijken of het al regende. Toen hij weer binnen kwam vroeg ik hem naar de stand van zaken. Hij antwoordde bevestigend noch ontkennend. Er bleef mij nog de hoop ‘het huis’ hermetisch te kunnen afsluiten, dan zouden we toch, in zekere zin, beschut zijn tegen de radioactieve regen en allerhande giftige gassen.

 

Even later kwam de vrouw binnen met een porseleinen kom waarin ze, naar ze beweerde, radioactief water uit de hemel had opgevangen. Ze ging zitten, waarbij haar jurk wat openviel, en plaatste de kom in haar schoot. Ze viste er een heel aantal volstrekt identieke voorwerpen uit, die mij onbekend en nutteloos voorkwamen. Dat vissen deed ze zonder haar handen onder te dompelen in het water; ze maakte gebruik van een lange, metalen haak, die nu een roestige kleur had.

 

De kom in de schoot van de vrouw kreeg een onverklaarbare aantrekkingskracht op me, wat me dichter naar haar toe dreef. Alsof mijn armen en handen over een eigen vrije wil beschikten, strekten ze zich uit in de richting van de kom, met daarin het raadselachtige water.

Enkele druppels van de vloeistof raakten mijn vingers, die meteen werden verschroeid. Vooral duim en wijsvinger waren aangetast, ernstig verbrand zelfs. Het duurde niet lang eer ze helemaal waren verschrompeld. Ik vreesde dat deze vorm van besmetting, van degeneratie, zich over heel mijn lichaam zou uitzaaien.

03-01-07

ELVIS IN NACHT EN NEVEL

elvis,fantasie,nacht,brussel,poezie

Het was een dag vol nevel, schimmen en nachtsporen, rode ogen, rode baarden, wegglijdende gebouwen, een gele flits uit de hemel die in concentrische cirkels rond een gehaaste blauwe regenjas bleef wentelen.Het flatgebouw ging almaar meer overhellen, de was hing te drogen, vlaggen wapperden. 


In één van de vele identieke studio’s lag een Elvis-fan op zijn bed me toe te roepen. Ik hoorde zijn trillende stembanden, ik hoorde de golven breken op de kusten van Nova Zembla, ik hoorde de woorden buigen, trekken, spuwen, grijpen, lossen, strelen, luwen, ik hoorde in die woorden iets van zijn vochtige ogen, waarin voor een moment zee en zon in het huwelijk traden.

30-12-06

DE HUID VAN ORPHEUS

orpheus,hel,verlaten stad,gangen,bob dylan,muziek,stad


"And if my thought-dreams could be seen
They'd probably put my head in a guillotine
But it's alright, Ma, it's life, and life only."

Bob Dylan


De buitengewone ervaringen escaleren. Op mijn zintuigen kan ik niet langer rekenen. Toch weiger ik elke mystificerende interpretatie: niet de religie zal me klein krijgen.

In welke stad dool ik rond? Het jachtseizoen is geopend. Ik loop tussen flatgebouwen, tussen paardenkastanjes, ben opgejaagd wild. De schaduwen groeien, de zon wordt zeer klein. Alleen lichamen zie ik, ongedifferentieerde, hoofdloze lichamen. Uit gaten in gebouwen schieten handen tevoorschijn. Ook de lichamen hangen hun handen om mij. Andere handen omklemmen revolvers, de loop op mijn voorhoofd gericht. Ronde, zwarte gaten: ingangen van solide, stalen corridors. In een van de gangen zie ik mijn spiegelbeeld rennen. Ik bevind me in een gang in een gebouw waar ik een grote hoeveelheid projectieschermen zie hangen. Er wordt niets op geprojecteerd. Ook hier lopen lichamen op en af, moeiteloos, zonder voeten en zonder een uitgesproken gezicht.

Maar wat nu? Wat moet ik nu denken? Nu ik sommige steriele lichamen herken: vrienden van vroeger, kennissen, familie. Ik vraag hen of zij me ook zien, of zij me ook herkennen. Nee. Ze reageren niet eens. Niet één van de sterielen geeft een antwoord. Ze lachen ook niet. Nee, helemaal niets.

Een wirwar van kamers. Allemaal te sterk verlicht. Ik krijg er pijn van aan de ogen. Waar is mijn zonnebril? Toch ga ik ergens binnen. Hier zitten sommigen op stoelen. Alweer sterielen, die niet bewegen. De anderen, die niet op stoelen zitten, lopen in kringetjes. Ze zijn zo overdreven onrustig dat ik er zelf onrustig van word. Hun insectachtige silhouetten kruipen over de vaalgroene wanden. Het mechanische van hun stappen. De manier waarop zij elk obstakel vermijden. Een beetje zoals slakken dat doen. Waarom zien ze me niet? Ik krijg het koud, voel me koortsig. Ik word duizelig. Ik roep het uit: dat toch iemand me ziet, dat toch iemand me ziet.

Een brede boulevard in de middagzon. Bomen met zilvergrijze bladeren. Geen blad dat trilt. De rijstroken zijn leeg, geen auto’s, geen verkeer. Ik zit op de trappen voor het portaal van een kathedraal. Duizenden voetgangers glijden voorbij. Nu verbaast het me niet meer dat ze me niet opmerken: ik heb niet één voorbijganger gezien die geen kogelhoofd had. Voor het portaal van de kathedraal van de stad der kogelhoofdigen kom ik weer tot bewustzijn.

Ik ben me ten volle bewust van mijn bestaan. Er zijn tranen in mijn ogen. Waarom werd ik de voorbije nacht nog een keer in de huid van Orpheus genaaid? Ik neem een slok water en zet mijn geheugen van me af.

29-12-06

DE TOEKOMST VAN EEN ILLUSIE

"... iedereen mag dus voortaan iedere vrouw die hem bevalt als seksueel object kiezen, mag zijn rivaal bij vrouwen, of wie hem verder in de weg staat, zonder aarzelen doodslaan..."
Freud, De toekomst van een illusie. 

In het kielzog van de tijd. De dauw druppelt van de daken. Kijk! Een culturele missie achtervolt een herdershond door de steegjes van de antieke kuststad, waar Pier Paolo Pasolini nog heeft gefilmd. 

Dit is het geschikte weer voor een wereldramp. Deze morgen reeds werden er kleine schokgolven opgemerkt in de hoerenbuurt. In de rode burcht echter worden vlaggen en wimpels opgegeten. Met sardienenblikjes betalen ze de gedurende jaren hoog opgelopen schuld terug aan hun schuldeisers.

Vredesmanifestanten vechten voor een plaats op de veerboot over de Lethe. Maar de andere oever is onbereikbaar. Er is teveel modder aangeslibt. De baggeraars vergaten hun handen. Of neen… Ze vergaten hoe ze die moeten gebruiken. Het is een belachelijk schouwspel. Hoe ze bijvoorbeeld proberen om met hun handen zeemansliedjes te zingen.

De misthoorn heeft iets diep melancholisch, vooral in de herfst. Geen mens vraagt zich af hoe dat zo komt. Deze bedenking dreigt de betovering te verbreken. Er is geen houvast. Je moet wel in leugens geloven, in illusies, in toverkunst. En je om niets bekommeren.

dagdroom,freud,psychoanalyse,film,pasolini

14-11-05

OM WOORDEN GAAN (EEN OMMETJE)

ommetje,stilte,blok,wachten

Days Of Heaven, Terrence Malick
 

Het blijft een beetje stil in deze kamer. Woorden laten zich niet om de tuin leiden of in de luren leggen. Je ligt wel op de loer. Maar ze houden zich stil. Afwachten. Een smeulend vuurtje. Een vonkje. Maar je hebt ze wel nodig, zoniet word je wanhopig. 

Ach, jongen, maak eens een ommetje in de herfslucht. Dat zal je goed doen. De bomen, de auto's, hier en daar een voetganger.

14:23 Gepost in Proza | Permalink | Commentaren (0) | Tags: ommetje, stilte, blok, wachten |  Facebook

19-10-05

POSTMODERNE HERFSTSONATE


De mooie dagen hebben we gehad. De moeilijke weken en maanden ook. De herfst is er: paddenstoelen, rode wijn, kastanjes, en druk druk druk. Voor velen zal het een heerlijke zomer zijn geweest, maar voor velen ook niet. Ik denk nu aan de mensen die getroffen werden door orkanen en aardbevingen of ten prooi vielen aan zware ziektes en geweld. Het verhaal van de gelukkigen wordt niet verteld. Zij hebben met hun bootjes op een kalme zee gevaren en zijn veilig teruggekeerd naar de thuishaven.
Zelf mag ik niet klagen. Er is mij niets tragisch overkomen. Maar allerlei echte of vermoede kwalen hebben mij vaak verhinderd van het leven te genieten, of zelfs alleen nog maar mensen te ontmoeten. Ik heb wel veel ontmoetingen gehad met artsen allerhande. Gisteren nog was ik te gast bij een cardioloog. Een van de vriendelijkste mensen die ik ooit heb ontmoet, maar ik was er niet op de koffie of om over boeken te praten. Ik moest onderzocht worden. Ik geloof niet dat ik ooit zo zorgvuldig ben nagekeken. De dokter zei dat ik een moedige man ben! Waarom? Omdat ik zo heb zitten trappen en duwen en hijgen op die fiets. Ik ben er nog altijd zeer moe van. Maar met mijn hart is er niets mis, dat is nu duidelijk, daar moet ik me geen zorgen meer over maken. Ik mag fietsen, lopen, zwemmen, dansen… Maar wijn en koffie moet ik achterwege laten. En ik moet veel slapen, dat schijnt gezond te zijn. De dokter zei dat er niets mis is met mijn hartsaangelegenheden. Mijn duivel verschuilt zich in mijn darmen, het is een duivel die mijn ziel in leven heeft geroepen. Een zware last die ik tors, sporen uit het verleden, moedeloosheid, slapheid, berusting… Gebrek aan zelfvertrouwen. Ja, dat is mijn grote kwaal: gebrek aan zelfvertrouwen. En een cardioloog moet me dat zeggen, terwijl ik al een tweetal psychoanalyses achter de rug heb, die telkens jaren hebben aangesleept!

Neen, ik ben een gezonde man, behalve dat hoesten natuurlijk. Maar genoeg daarover. Er spoken Spaanse woorden in mijn hoofd. Ik ben nog maar net terug uit de Spaanse les, hier in Anderlecht. Veel heb ik nog niet geleerd, maar het zal zeker de moeite lonen. Als een mens dingen bijleert is hij tevreden. Spaans is ook niet zo maar gekozen, uit verveling of iets dergelijks. Ik vind het een mooie taal, ik houd van de Spaanse cultuur, Borges en Lorca horen bij mijn favoriete schrijvers en ik ga ook vaak naar Spanje en naar La Palma.

Wat hebben we toch weinig tijd. Ik wil films zien, naar het theater, allerlei dingen schrijven, vrienden ontmoeten, lezen, muziek beluisteren. De voorbije weken heb ik maar enkele cd’s beluisterd: No Direction Home en The Gaslight Tapes van Bob Dylan, Laura Veirs, Neko Case en vooral Ryan Adams, die met Jacksonville City Lights, wellicht zijn beste plaat heeft gemaakt.

Ik heb veel tijd besteed aan de flickrvrienden. De verwante zielen in cyberspace. Hoewel het geen echte contacten zijn, bieden de woorden van sommige van deze mensen me toch vaak veel troost. Bij sommigen heb ik het gevoel dat ik ze al jaren ken. Het is wel een verslaving geworden, waar mijn sociaal leven en mijn huwelijk onder lijden. En zo komt het ook dat ik veel te weinig slaap en zelfs de lokroep van seks me niet altijd meer als sirenenzang in de oren klinkt. Maar nu moet ik echt in bed. Volgende maandag vertrek ik naar Jaén, en dan moet ik genezen en uitgerust zijn, zodat ik daar in het verre Andalousië niet de impressie nalaat dat wij Belgen slappelingen zijn, altijd moe, lusteloos, besluiteloos en met een ziekelijk gebrek aan zelfvertrouwen.

Toch nog dit: luister eens naar Me and the Devil Blues van Robert Johnson.

16-10-05

ELVIS, KANSAS CITY WINE, HOESTEN


elvis 2


Ik geraak maar niet van mijn hoest af. Overdag gaat het wel, maar vanaf acht uur 's avonds ongeveer begint het. Een soort van geblaf dat van heel diep komt, en elke dag een beetje dieper, lijkt het wel. Ik moet er de dagboeken van Kafka eens op nalezen. Die man kon daar heel levendig over schrijven, over zijn kwalen en het verschrikkelijke dat ons allemaal te wachten staat. Lucinda Williams, Sharon Stone, Bob Dylan, Koningin Paola, alle baliemensen van alle hotels waar ik ooit heb gelogeerd, al mijn vrienden, mijn nichtje in Ontario, mijn broer in Lanaken, de muggen die om mijn hoofd zoemen (en het is al midden oktober, wat zit ik te klagen als we nog zo'n mooie dagen mogen meemaken).

Was ik toch maar van die hoest af en bevond ik mij maar in Zweden of ergens in Rusland, in zo'n naargeestig stuk van Tsjechov of Strindberg of Ibsen of in een film van Bergman. Die personages lijken nooit te zullen sterven en als ze al hoesten is het eerder kuchen, heel lichtjes, met een fijn zakdoekje voor de mond. Ook al gaat het over de dood en het eeuwige zwijgen, iets wat Franse filosofen onbekend is, toch blijft het enigszins lichtvoetig en luchtig, als slaapkamers die net zijn schoongemaakt, met de hoofdkussens weer mooi op hun plaats en... Terwijl in Kansas City geile mannen hun whisky zitten te drinken ergens op de hoek van 12th Street en Vine. Het is whiskey met een e maar ze noemen het Kansas City Wine. Ze hebben bloeddoorlopen ogen en leven niet veel langer dan een vlinder, een mus die van het stadsbestuur gif wordt toegediend. Lastposten die liedjes zingen over lust en ongenoegen.

They got a crazy way of loving.

Als de bussen maar op tijd rijden.

Verboden: dialecten, benzedrine, Lucky Strike en alle andere sigaretten, alle whiskymerken maar ook drankjes waar maar 2° alcohol in zit, pulpromans, boekskes, slechte vrienden, sport, kunstlicht, kunstenaars, katholieken, gezelligheid, gebraden kippen die in de rij staan te wachten voor een treinkaartje of voor om het even wat, de catechismus, het rode boekje, boekenrekken van ikea, pseudo-surrealisten, 'grapjassen', Andy Warhol na zijn dood, Luc Tuymans. Enozovoort. Kom mij maar niet vertellen dat je van de Las Vegas Elvis houdt. Bullshit! Elvis was cool in 1954 op Sun, dan nog enkele singles op RCA, zoals Don't Be Cruel en tenslotte, zijn hoogtepunt, From Elvis In Memphis in 1968, een laatste stuiptrekking voor de karatelessen en de bananenburgers. Long Black Limousine, het grootste kunstwerk ooit.

You gotta make up your mind between me and the cherry wine.

22-09-05

DE RIVIER VAN HERACLITUS


RIVER 2


In dezelfde rivier treden wij en treden wij niet, wij zijn en wij zijn niet. Die uitspraak van Heraclitus duikt overal en altijd op. Op droge zolders, in vochtige kelders, in de schaduw van een eenzame spar daar beneden in de vallei waar wij soms wandelen. Uit het lood geslagen doordat er weer iemand te jong is gestorven. Als we elkaar - scherpe lippen en vurige ogen - haten en vernietigen of – ook hier de natuur nabootsend, met het vel van abrikozen - liefhebben en leven geven. In de koude rivier waden wij als jonge meisjes, bijna, en op een harde steen leggen wij ons hoofd te rusten. De zomer komt en de libellen fluisteren moeraskoorts in onze oren. Een gevaarlijk leven begint. Slechte vrienden en vrouwen, drank en drugs, de stad opengevouwen. Daarna de rust van de tropen: je kent elk stijlbeeld en niets brengt je nog van de wijs. Je leeft het leven van een ambtenaar die elke wet naar zijn hand zet.

Maar op een lenteavond heeft je lieverd je toch van de wijs gebracht. Ze wist je te vinden en je te treffen in je – symbolische – hart. De boogschutster is een leeuwin die geen aflaten kent. Werd je genoeg geknuffeld als kleine jongen, als baby? Neen! Je gaat de mensen en de wereld uit de weg en zegt dat het water te koud is en de rivier te breed. Je hoort de aarde niet zingen en de sterren zijn niet meer dan sterren. Gloeiende stenen. Dat je tijdens je leven maar een paar keer de volle maan ziet? Het zal je een zorg wezen. Wij verschillen niet van de dieren, zeg je. Een koe die naar een Apollo kijkt. Op een lenteavond was dat. Wie sprak je aan? Je keek in de spiegel en maakte een foto: zo zie ik er uit. Dit ben ik in deze kamer. Maar morgen? Wat gebeurt met mijn vlees na deze lente, deze zomer, deze herfst? In de winter? Als het ijzelt en rijmt op de oude mijnen? Als de stilte ondoordringbaar wordt en water als smeltend ijzer over ons heen stroomt. Als wij afscheid hebben genomen van de wereld en de wereld aan onze voeten ligt of ons naar het hoofd stijgt. Als wij naar de ark snakken, die ons uit het vocht weghaalt, of de karavaan uit de droogte en nu, nu wij dorst hebben, de dorst van een matroos, na zeven dagen koorts eindelijk in de haven. Zijn handen gevouwen bij een hoer. Maar nog wat mos op zijn vloeiende slapen. De oevers van de rivier die door zijn dorp stroomt vergeten. Het koude, het warme water. Het smeulende vuur op de heuvels en vader’s rabarberwijn onaangeroerd in de grote vaten. Tot je dan weer Strawberry Fields Forever hoort en de tijd aanbreekt om een gedicht te bedenken.

09-07-05

GEVOELLOOS EN LEEG


repulsion cathérine deneuve


Douglas Coupland, over geen gevoelens hebben: "Waar ik mee bezig was: ik maakte me de laatste tijd zorgen omdat mijn gevoelens steeds meer begonnen te verdwijnen - het was me opgevallen dat ik steeds minder leek te gaan voelen. … Ik had het gevoel dat ik een reptiel aan het worden was, een leguaan op een steen, met een geheugen dat hard achteruitging en geen enkele compassie met wie of wat dan ook." Douglas Coupland, Leven na God.

"En hoe is het mogelijk dat ons leven zo leeg kan worden dat zelfs een kleine goede daad al een krachtige herinnering wordt die we levenslang met ons meedragen? Hoe kan het in je leven eigenlijk zover komen?" Douglas Coupland, Leven na God

Afbeelding: Cathérine Deneuve in Repulsion van Roman Polanski