30-05-14

AARDBEIENJAM EN BITTER: MIJN FIFTIES

 elvis army 2.jpg

 Als ik er iets mee ga doen, met die notities, dan zal het in muzikale zin zijn. Hoe ben ik doorheen mijn jaren tot de muziek gekomen waar ik nu van houd, of waarvoor ik nog uit mijn zetel kom om een of andere geluidsdrager in gang te zetten, voldoende luid, zonder enige rekening te houden met de buren, zodat ik er al bij al nog enig plezier aan kan beleven?

Dat was de opdracht. Dit is het eerste deel van de jaren vijftig. Meer sociologie dan musicologie, maar zo zoet als aardbeienjam en zo bitter als een of ander Italiaans digestief drankje.

mitzietc.jpg

De jaren vijftig waren voor mij, zoals voor de meeste kinderen in het Westen, zowel een tijd van intens, bijna paradijselijk geluk als van allesdoordringende angst. De vreselijkste en meest mensonterende oorlog ooit was voorbij, alles in West-Europa veranderde razendsnel, maar diezelfde oorlog wierp nog een donkere schaduw op het dagelijks leven van mijn ouders, mijn familie, ons land, Europa en het grootste deel van de wereld. De wonden waren niet geheeld, de herinneringen aan de verschrikkelijke gebeurtenissen (bombardementen, ‘vliegende bommen’, nazi-uniformen, bunkers, prikkeldraad, gevangenschap) waren nog levendig. Het ergste, wat ons allen tekent, is me pas later verteld, maar niet veel later.

Over die tijd, hoe ik hem beleefde, heb ik al té vaak geschreven; ik wil niet in herhaling vallen. Ik wil me aan mijn voornemen houden: mijn muzikale ontwikkeling beschrijven. En daarmee bedoel ik geenszins dat ik ooit een muzikant ben geweest: ik weet nauwelijks iets van muziek, kan geen enkel instrument bespelen, zing vals, kan geen noten lezen… noem maar op. In deze nieuwe notities heb ik het niet over spelen, maar over mijn passionele liefde voor muziek, die van emotionele aard is, zoals bijna alles in mijn leven. Van in het begin al ben ik gevoelig, romantisch, sentimenteel, om niet te zeggen hypersensitief. Mijn wereld is een kleine wereld, een wereld van verwondering, nieuwsgierigheid, verlangen en angst om verlaten te worden, allemaal karaktertrekken waar je in zekere zin mee geboren wordt, of die in je kindertijd ontstaan en tot rijping komen.

Tot mijn achtste, het jaar van expo 58, heb ik op een kleine aak geleefd, zo’n schip van veertig meter dat vrachten vervoert van de ene streek naar de andere, met mijn ouders en mijn broer. Ik had weinig contact met andere kinderen, nog minder met grote mensen. Ik weet nog altijd niet waar die schrik vandaan komt, maar ik was voor iedereen bang, met uitzondering van mijn moeder. Mijn broer was intern op een schippersschool in Brugge, mijn moeders familie woonde in Antwerpen, die van mijn vader in Neerharen en Lanaken. Ik was altijd aan boord, als baby, kleuter, kleine cowboy, Jan zonder vrees en fan van Elvis Presley en Bobbejaan Schoepen.

Mijn ouders waren niet bepaald muzikaal. Moeder had een mooie mandoline, die ze als jong meisje had bespeeld, vertelde ze me soms, maar ik geloof niet dat ze er, eens volwassen, ooit op gespeeld heeft. Mijn vader bezat een gele accordeon, het merk ben ik vergeten, waar hij één liedje op kon spelen, ‘J’attendrai’, meen ik mij te herinneren. Dat speelde hij zo vaak dat ik al gauw geeuwerig werd van Franse liederen en van valse musette in het bijzonder. Echter, als ik nu zulke deuntjes hoor smelt mijn hart en zie ik meteen mijn vader voor me als een soort van Jean Gabin met Arletty in zijn armen. Hij kon mooi fluiten, wat mij altijd weer ontroerde. Fluiten, roken, de blik in zijn ogen, verhalen over de oorlog, over zijn krijgsgevangenschap en zijn kleine heldendaden in het verzet. Vreemd genoeg was er in vaders verhalen meer fascinatie voor de vijand dan voor de vriend. Ik heb hem nooit iets horen vertellen over de Engelsen, Canadezen en Amerikanen, maar wel over de Duitsers en de Oostenrijkers. Vooral over de Oostenrijke boerendochters kon hij urenlang doorgaan; hij was een jaar lang krijgsgevangene geweest niet ver van Innsbrück. Mijn fascinatie voor alles wat Midden-Europees is komt van hem, denk ik nu, van wat hij vertelde aan andere schippers op lange zomeravonden, als er licht bier werd gedronken en veel gelachen. De vrouwen bevestigden wat werd gezegd, hun schaars commentaar leek op een modern Grieks koor, zonder drama, zonder tragische implicaties. Later zag ik zulke situaties terug in films van Rainer Werner Fassbinder, de regisseur die deze periode het best in beeld heeft gebracht. En hoe het zo ver gekomen is zie je in zijn ‘Berlin Alexanderplatz’, een van de grootste films van de twintigste eeuw, met een geweldige, bijzonder sentimentele soundtrack. En in ‘Heimat’, van Edgar Reitz. Kijk, hier heb je al mijn gehechtheid aan Duitsland, maar het is in mijn ogen net dat Duitsland dat de nazi’s wilden uitroeien, waar ze – en dat is de tragedie – gedeeltelijk in geslaagd zijn.

Wij hadden zo’n grote lampenradio aan boord, met korte, midden- en lange golf. Voor mij was die radio een andere wereld, magisch, mysterieus, onbereikbaar. De namen van de zenders alleen al waren toverformules, Beograd, Hilversum, Moskwa, Istanbul, Belgrado, Luxembourg, Beromünster… Onder meer Sam Shepard, John Cale en Van Morrison hebben daar ontroerend over geschreven en gecomponeerd. Luister maar eens naar John Cales ‘Risé, Sam and Rimsky-Korsakov’, op tekst van Sam Shepard, een man in wie ik me vanwege die emotionele kwaliteiten herken. Risé, de toenmalige vrouw van John Cale, reciteert de tekst en het timbre en de kleur van haar stem doen me altijd weer terugdenken aan mijn kinderjaren, toen de radio een boodschapper van een ander sterrenstelsel voor me was.

De radio was voor mij als kind vooral een taal- geluidsfenomeen. Ik luisterde vaak, vooral als het donker was, naar de vreemde klanken die uit de luidspreker kwamen als je aan de zenderknop draaide. Het waren klanken uit die vreemde wereld ergens in het verleden verdwenen, maar eveneens uit de toekomst opdoemend en voor mij als kind en nu nog altijd verwant aan de wetenschap, die in de verte een geheim was dat moest worden ontsluierd. Sindsdien is er wat dat betreft weinig veranderd. Hoeveel we ook mogen weten over DNA, kanker en de big bang. De flarden gesproken woord die ik hoorde, in onverstaanbare talen, meestal waren het vrouwenstemmen, gaven me zin om in de radio te kruipen en op zoek te gaan naar de mysterieuze steden en landen van waar die klanken de ruimte in werden gestuurd. Meestal was er op de achtergrond het rumoer van de wind op het water, de Schelde, de Maas, het Albertkanaal, het gedaver van de scheepsmotor en de chaotische geluiden van de activiteiten in de havens waar we aanmeerden en het schip werd gelost en geladen.

Maar hoe kwam ik dan in aanraking met rock & roll en hoe is het zo ver gekomen dat ik nu naar concerten van Emmylou Harris en the Flaming Lips ga? Daar moet ik nog wat over nadenken, de volgende dagen lees je er meer over. Ik weet wel al zeker dat ik het over vonken zal hebben. En spatten. De poëzie van Meister Eckhart en de schilderijen van Jackson Pollock.

vader1.jpg

21-05-14

EMMYLOU HARRIS EN DANIEL LANOIS IN ANTWERPEN

EmmylouHarris.jpg

Gisteren Daniel Lanois en Emmylou Harris in Antwerpen. In tegenstelling tot wat Bart Steenhaut beweert was het een memorabel dubbelconcert. Lanois bespeelt zijn steelgitaar op heel eigen wijze, ik kan hem met niemand vergelijken tenzij eventueel met Bruce Kaphan en BJ Cole. Als je geen gevoel hebt voor subtiliteit is het mogelijk dat je bij die weemoedige klanken in slaap valt. Over de stem van Emmylou Harris valt veel te zeggen. Dat ze zingt als een vogel of een engel is afgezaagd en klopt ook niet (meer), al lang niet meer. In 1995, op ‘Wrecking Ball’, is haar zangstem veranderd, wat ruiger, wat doorleefder geworden. Na negentien jaar is dat nog meer het geval. Niet dat haar stem even toegetakeld is als die van Dylan, maar toch… De eerste twee nummers lieten het ergste vermoeden, ze leek haar ‘draai’ niet te kunnen vinden, er was iets mis met de frasering. Bart Steenhaut heeft gelijk als hij zegt dat de vertolking van 'Goodbye' niet goed uit de verf kwam. Wat hij daarna schrijft vind ik zeer overdreven. Vanaf ‘All My Tears’, het derde nummer, was de zangeres vertrokken. Wat daarna volgde bestond uit niets dan hoogtepunten. Onmogelijk er één uit te kiezen. Of het zou ‘Going Back To Harlan’ moeten zijn. Als je een voorkeur hebt voor de jonge Emmylou was het laatste gedeelte het meest genietbare, met als hoogtepunt ‘Calling My Children Home’.

Maar mogen artiesten veranderen of moeten ze zich tot het einde der dagen blijven herhalen, zich blijven herhalen zoals ze op hun vijfentwintigste waren? Bovendien waren we daar in de Stadsschouwburg bijeengekomen om een stevige uitvoering van 'Wrecking Ball' te horen, bijna twintig jaar na het verschijnen van deze mijlpaal in de populaire muziek, en niet voor Emmylou Harris de perfecte zangvogel. Perfectie bestaat niet, wel beschadigde schoonheid. Mij ontroert het bijzonder als ik op zulke sublieme manier herinnerd word aan onze aftakeling op weg naar het einde. Ik hoop dat dat einde voor Emmylou Harris nog lang op zich zal laten wachten en ben daar sinds gisteravond eigenlijk gerust in.


emmylou harris,daniel lanois,antwerpen,stadsschouwburg,wrecking ball,20 mei 2014

28-11-13

JASON ISBELL & AMANDA SHIRES

amandashires & jason isbell.jpg

Ik had al een tijdje het gevoel dat Americana dood was. Maar ik zal me vergist hebben. Gisteren zag ik de toekomst van Americana, en tegelijk veel meer dan dat – want zelfs al mocht Americana dood zijn, dan zou Jason Isbell nog altijd een van de beste songschrijvers van zijn generatie zijn. Dat bewees hij gisteren met zijn no-nonsense concert in de ongezellige Witloof Bar van de Botanique, waar de helft van het publiek tegen bakstenen zuilen moet opkijken. Isbells Texaanse vriendin (of echtgenote, mocht je dat liever horen) Amanda Shires speelde het mooie openingsconcertje, zichzelf begeleidend op ukulele en viool. In de metro naar huis las ik haar teksten: helemaal anders dan die van haar vriend, minder verhalend, maar erg goed geschreven. Het poëtische en prozaïsche vullen elkaar hier uitstekend aan. Dat hoor je ook in het felle gitaarspel van Jason Isbell en de lyrische viool van Amanda Shires. Ik ben voor altijd gewonnen.

 

amanda shires,jason isbell,americana,country,pop,folk,singer-songwriter,verhalen,poëzie

27-10-13

2013: 30 UITVERKOREN MUZIEKALBUMS

phosphorescent-muchacho.jpg


In strijd met mijn principes heb ik vandaag al een lijst gemaakt met de titels van mijn uitverkoren muziekalbums (elpees, cd’s) verschenen in 2013. Ik wil nooit vooruitlopen op een evenement: als ik al Pasen vier, vier ik het op de dag zelf en niet in januari; de winter begint voor mij op 21 december, niet meteen na de zomer. Kerstversieringen in oktober of november zijn volstrekt lachwekkend. Zo weiger ik oud te zijn als ik het gevoel heb dat ik nog jong ben, zelfs al is het verouderingsproces onontkoombaar en zijn de rimpels zichtbaar. 

Maar een mens moet ook soepel zijn en zijn principes soms aan de kant schuiven. Intuïtie en spontaniteit hebben ook hun rechten. De voorbije dagen stond muziek centraal in mijn leven, ik heb veel platen beluisterd, erover gelezen en gepraat. Er waren een aantal mooie concerten, waaronder het mooiste van het jaar, dat van tindersticks – en het beste moet misschien nog komen. In die sfeer zag me bijna verplicht om dit voorlopig overzicht te maken. De lijst is ook al een basis voor mijn jaaroverzicht in Zéro de conduite op 7 december (de dag nadat ik mijn sinterklaascadeaus heb gekregen). Ik heb de stellige indruk dat 2013 een uitstekend jaar was – en dus nog meer dan twee maanden is – voor populaire muziek, ook voor de minder populaire populaire muziek.

Goldfrapp-Tales-of-Us-2013.png

  1. Phosphorescent - Muchacho
  2. Goldfrapp - Tales Of Us
  3. Mazzy Star - Seasons of Your Day
  4. Guy Clark - My Favorite Picture Of You
  5. Volcano Choir – Repave
  6. Willard Grant Conspiracy - Ghost Republic
  7. Neko Case - The Worse Things Get, The Harder I Fight, The Harder I Fight, The More I Love You
  8. Bill Callahan - Dream River
  9. Mavis Staples - One True Vine
  10. Tindersticks – Across Six Leap Years
  11. Low - The Invisible Way
  12. Valerie June - Pushin' Against A Stone
  13. Jim James - Regions Of Light And Sound Of God
  14. Ohm - Yo La Tengo – Fade
  15. Ron Sexsmith - Forever Endeavour
  16. Iron & Wine - Ghost On Ghost
  17. Jason Isbell - Southeastern
  18. Emmylou Harris & Rodney Crowell - Old Yellow Moon
  19. Steve Earle & The Dukes (& Duchesses) - The Low Highway
  20. Elvis Costello & The Roots - Wise Up Ghost
  21. Van Dyke Parks - Songs Cycled
  22. The National - Trouble Will Find Me
  23. The Handsome Family – Wilderness
  24. Dawn McCarthy & Bonnie 'Prince' Billy - What The Brothers Sang
  25. Geva Alon - In The Morning Light
  26. She & Him - Volume 3
  27. Nick Cave & The Bad Seeds - Push The Sky Away
  28. David Bowie - The Next Day (Deluxe Edition)
  29. Lloyd Cole - Standards
  30. Eels - Wonderful, Glorious

mazzy-star.jpg
Mazzy Star (David Roback, Hope Sandoval)

12-10-13

HOE HET DAN ALLEMAAL BEGONNEN IS?

van straten 001 (2).jpg

Enkele dagen geleden ben ik van start gegaan met schetsen voor een ‘geestelijke’ genealogie. In het eerste deel behandelde ik August Strindberg en, heel kort, Kurt Cobain. Vandaag wilde ik het over de Duitse schilder Max Beckmann (Leipzig, 12 februari 1884 - New York, 27 december 1950) hebben. Zeker niet in de eerste plaats omdat hij gestorven is in het jaar dat ik ben geboren. Ik besefte echter dat ik die kunstenaar niet zomaar, zonder enige introductie, op het podium kon roepen. Voor mijn verhaal over Max Beckmann zal het om die reden nog even wachten zijn.
moeder-vader.jpg

Hoe zit het met de kunst en de kunstenaars in mijn leven? Hoe ben ik tot de kunst gekomen en hoe de kunst tot mij? Alvast niet via mijn opvoeding, noch thuis noch op school. Mijn ouders waren wat ‘eenvoudige lieden’ wordt genoemd, hoewel hun bestaan verre van eenvoudig wàs. Ze hadden weinig school gelopen; mijn moeder wel iets langer en met betere resultaten dan mijn vader. Op kostschool in Lokeren was zij gedwongen geweest Frans te leren en boeken, zij het met het nihil obstat van de Katholieke Kerk, waren er niet verboden. Mijn vader was de zoon van een arme boerin in de Maasvallei in Limburg: enkele jaren lagere school moesten volstaan om hem klaar te stomen voor het werk op de boerderij of in de koolmijn. Kunst en literatuur behoorden niet tot zijn wereld. Wel was er de volksmuziek van feesten, kermissen, cafés en dancings. Via mijn vader en later mijn broer, zes jaar ouder dan ik, ben ik als een bezetene van muziek gaan houden. (Film was belangrijk voor mijn ouders, en zeker ook voor mijn broer en mezelf, maar als ‘ontspanning’, als ‘vlucht’.)

Op de lagere school werd er niet over kunst gesproken, alleen over de Goddelijke Drievuldigheid, de heiligen in de hemel, Jezus en de Heilige Maagd Maria. In de klas werd gelezen en geschreven en gerekend. Essentieel waren goed gedrag en zeden en Godsdienst. Later, op het Koninklijk Atheneum in Tongeren, waren kunst en kunstenaar bijna scheldwoorden. Ik herinner me leraren die lachten met het werk van Picasso (die ik niet kende, dus zal ik wel meegelachen hebben). Ik herinner me niet één leraar die me interesse voor welke kunstvorm dan ook heeft bijgebracht. Hopelijk laat mijn geheugen me hier even in de steek.

Hoe het dan allemaal begonnen is? Geen idee. Wat ik met zekerheid weet is dat ik door dat gebrek aan opvoeding, door dat afschuwelijke onderricht, nu nog altijd niet in staat ben om over kunst te spreken of te schrijven. Als ik een kunstwerk zie word ik sprakeloos. Er valt geen woord aan toe te voegen. Het werk is er en dat volstaat voor mij. Ik ben ook helemaal niet kritisch ten aanzien van kunst. Wat ik niet mooi vind vind ik niet mooi, wat mij aantrekt en aanspreekt vind ik goed en mooi en soms overweldigend. Ook al heb ik al buitengewoon veel kunst gezien – wellicht, onbewust, om de achterstand van mijn kinderjaren en middelbare schooltijd in te halen – en er voldoende over gelezen, niet alleen biografieën maar ook veel theorie, kunstkritiek, manifesten, esthetica, et cetera, toch blijf ik grotendeels een analfabeet en een idioot inzake kunst.  (Waarbij ik nog een keer wil benadrukken dat ‘idioot’ voor mij geen negatieve betekenis heeft.)

Ik herinner me dat ik toen ik ongeveer zeventien was een stapel monografieën aantrof in een wc op het Koninklijk Atheneum in Tongeren. Pico bello boekjes uitgegeven door De Sikkel te Antwerpen. Op het bovenste deeltje had iemand al enkele druppels urine gemorst. Om ze voor nog meer onheil te beschermen heb ik ze mee naar huis genomen. Toegegeven, ik was toen al verslingerd aan boeken, vooral Zwarte Beertjes vond ik te gek, zeker die van Georges Simenon, Leslie Charteris en Ian Fleming. James Bond was een tijd lang mijn stichtend voorbeeld: zo wilde ik later ook leven! Maar ik las ook nogal veel van wat er in de Reinaert-reeks verscheen, Dostojewski (‘De Speler’), Hendrik Conscience, Ernest Claes, Felix Timmermans en Seu Nai An. De pockets van LJ Veen vond ik al even boeiend, in de eerste plaats die van Edgar Allan Poe, Alexandre Dumas, en Poesjkin. Omstreeks 1966 kregen de Salamanders mij in hun greep, met name Franz Kafka en Louis Paul Boon. Wat een geweldige wereld ging er toen voor me open. En mijn wereld was al zo geweldig, dank zij de popmuziek en de mooie kleren en de meisjes en de vrienden en mijn Bahamontes-fiets en de magische transistorradio en de gele platenspeler en mijn singles en elpees en allerhande tijdschriften over popmuziek en meisjes – en de lange dromerige zomers.

seu nai an.jpg

Ik nam die monografieën mee naar huis. Naast die van boeken en muziek was dit de derde wereld die voor me openging. Dagenlang zat ik gefascineerd de meestal zwart-witte reproducties te bestuderen. Felix De Boeck, Rik Slabbinck, James Ensor, Frans Masereel, Antoine Mortier, Oscar Jespers… Nog een trapje hoger: Gustave Van De Woestijne (ik ontdekte dat hij een broer was van Karel Van De Woestijne, wiens ‘De boer die sterft’ ik had verslonden), Edgar Tytgat (met zijn wonderlijke zigeuners, bruiloften, kermistenten en boeteprocessies) en Leon Spilliaert (zijn zelfportret uit 1907 sloot ongetwijfeld aan bij de sombere gemoedsstemmingen die zich soms, ’s nachts, van me meester maakten, stemmingen die ik ook terugvond in de verhalen van Edgar Allen Poe.) Bovenal hield ik van het werk van de nu wat vergeten kunstenaar Henri van Straten. In zijn  houtsneden herkende ik zowel mijn milieu, dat van de binnenscheepvaart en de haven van Antwerpen, als dat van Louis Paul Boon. Bovendien kon ik heerlijk fantaseren bij zijn vele blote meisjes. Het boekje uit 1955 is nog altijd in mijn bezit.  In het voorwoord van Frank Van Den Wijngaert lees ik dit: “Henri van Straten was een niet alledaagse verschijning. Slank en lenig, gaf zijn wijdbeense, deinende gang, gepaard aan zijn donkere huidskleur, gitzwarte haren, dito ogen en scherp getekend profiel hem veeleer het uitzicht van een uitheems zeeman die vele oceanen had bevaren, dan van een geboren en getogen Antwerpse landrot aan wiens rasecht accent zich trouwens niemand zou bedrogen hebben.”

En weet je wat: al die mooi uitgegeven monografieën behandelden Belgische kunstenaars. Ik vermoed derhalve dat mijn liefde voor de kunst in een toilet van het Koninklijk Atheneum Tongeren is begonnen en dat de auteurs van de De Sikkel-boekjes mijn eerste leermeesters waren.

kafka 001.jpg

In volgende stukjes zal ik het over de kunstenaar par excellence Max Beckmann hebben, maar ook eerst nog over de rol van de televisie als educatief medium; een korte periode van dwepen met Salvador Dalí; pop art; het symbolisme; het surrealisme; Nicolas de Staël; Malevitsj en het suprematisme; 1973 en Europalia Groot-Brittannië; William Blake; William Turner, Francis Bacon en mijn onderdompeling in de Antwerpse kunstscène aan het eind van de jaren ’70. Wat daarna volgt kan moeilijk nog genealogie worden genoemd.

...

Illustraties:

Boven: La Java, van Henri van Straten, uit de gelijknamige monografie, uitgegeven door De Sikkel, met een voorwoord van Frank Van Den Wijngaert.
Midden 1: Mijn ouders, vroege jaren '50.
Midden 2: Seu Nai An, De Chinese Rovers, Reinaert-Uitgaven, Brussel 1962, Zedelijke kwalificatie IV-V.
Onder: Franz Kafka , Een hongerkunstenaar en andere verhalen, Salamander, Amsterdam, 1969.

11-10-13

DE FOTO VAN BOB DYLAN EN SARA NOZNIZSKY

bob & sara.jpg

Deze romantische foto van Bob Dylan en Sara Lownds vond ik onlangs via google terug. Ik had hem sinds mei 1975 niet meer gezien, maar herinnerde me hem goed. Dat kan moeilijk anders: van 1966 tot 1975 was hij altijd ergens op de achtergrond – en soms voorgrond – in mijn leven aanwezig. Ik weet niet wie de fotograaf is, heb het nooit geweten en vind het ook nu niet belangrijk. Niet omdat ik fotografen minacht of zo, integendeel, nee, maar dit is een ander verhaal. Een verhaal van herinneringen, van emoties, van het terugvinden van de verloren tijd, een beetje zoals bij Proust, inderdaad.

Ik heb hem destijds uit een tijdschrift geknipt, Teenbeat, Salut Les Copains, of nog een ander blad, en dan ingelijst. Het was de enige ingelijste foto die ik in die periode bezat. Ik knipte massa’s foto’s uit tijdschriften (waar ik verslingerd aan was), vooral van popsterren, met een voorkeur voor Brian Jones, the Small Faces, the Kinks, the Who en Jimi Hendrix. Daarnaast ook van half blote meisjes, vooral uit Lui – heel mooie kleurenfoto’s. Vervolgens knipte ik ze op maat zodat ze in elkaar pasten als (rechthoekige) stukjes van een puzzel en kleefde ze tegen een houten wand van mijn slaapvertrek op het schip van mijn ouders, mijn ‘thuis’ tijdens weekends en vakanties. Zo ontstond er op korte tijd een mozaïek van rock & roll en erotica: perfecte ingrediënten voor een melancholische adolescentie. Voor een tijd van twijfel, frustratie en honger naar wat onbereikbaar is. De beste soundtrack daarbij is ‘In My Room’ van The Beach Boys.

De foto van Bob en Sara kreeg echter een ereplaats: in een vergulde lijst, waaruit ik  een portret van een mij onbekend familielid, dat mij steeds met enigszins verwijtende blik leek aan te kijken, had verwijderd. De lijst ging bijna overal met me mee; alleen niet naar het internaat, omdat Bob Dylan daar verboden was, of toch afbeeldingen van hem. Toen ik naar Brussel verhuisde om er film te gaan studeren hing ik hem aan een haak in de vermolmde muur van mijn kamer in de Karmelietenstraat. Daarna trok ik ermee naar de Boomkwekerijstraat en in de Visélaan nam ik er, zonder er bij na te denken, afscheid van.

Sindsdien heb ik er af en toe nog eens aan teruggedacht, me afgevraagd wat er met de foto zou gebeurd zijn.

67pulaski 001.jpg

 

Meteen toen ik het romantische beeld van Bob Dylan en de lieftallige Sara terugzag herinnerde ik me dat er foto’s van me waren uit 1967 of daaromtrent waarop ik afgebeeld sta met de bewuste lijst. Ik moest er een tijdje naar zoeken, maar niet echt lang. Mijn leven wordt wel chaotischer met de dag, maar er is toch ook nog veel orde om me heen. Zo staan de boeken die ik voor 1991 aankocht nog alfabetisch geklasseerd. Ik herinnerde mij mijn eigenaardige vriendschap met Daantje, de jongen die de foto’s van me heeft gemaakt. Hij was ongeveer drie jaar jonger dan ik, en ik denk dat hij naar me opkeek, omdat ik anders was dan de anderen, in de manier waarop ik me kleedde, in mijn liefde voor wat toen psychedelische muziek en underground werd genoemd, en natuurlijk ook omdat ik ouder was. Vreemd is dat ik zijn leraar psychedelica was, maar dat ik toch ‘Crown Of Creation’ van Jefferson Airplane van hem cadeau kreeg voor de kerst. Ik kan me niet goed meer herinneren hoe er aan die wat oppervlakkige vriendschap een eind is gekomen. Waarschijnlijk is ze gewoonweg uitgedoofd, zoals dat zo vaak gebeurt.

CROWN OF CREATION.jpg

Wat vond ik nu zo fascinerend aan de foto van Bob Dylan en Sara? Waarom was hij niet in de collage beland? Alleszins heeft het te maken met Bob Dylan zelf, die voor mij een god was, de enige. Ja, ja, ik was een monotheïst. Van alle liederen die ik van Dylan bezat, de meeste op single of EP, kende ik de teksten uit het hoofd (nu helaas niet meer, hoewel mij onlangs weer hele stukken van ‘Just Like Tom Thumb’s Blues’ te binnen schoten). Alles wat hij zong en zei en deed fascineerde me en raakte me diep. Dan was er ook nog de mysterieuze, mooie jonge vrouw. Wie was dat? Ze zag er zo zachtaardig, lief, teder en exotisch uit… Ik wist een hele tijd helemaal niet dat ze Sara heette en dat ze de echtgenote van Dylan was. Ze was voor mij de vrouw van die foto, zoals Suze Rotolo (wier naam ik evenmin kende) het meisje was van de hoes van ‘The Freewheelin’ Bob Dylan’ en Sally Grossman, echtgenote van manager Albert Grossman zoals iedereen nu weet, de elegante jongedame van de foto op ‘Bringing It All Back Home’.

Er is echter nog iets, iets wat ik pas nu heb opgemerkt. Op de achtergrond van de foto van Bob en Sara zie je iets wat op een houten boshut lijkt. Ik had, vanwege astma, meerdere jaren in de bossen doorgebracht. Dat zal ergens ook wel het fetisjkarakter van de afbeelding (voor mij) verklaren. Bovendien zijn er boven het hoofd van Sara tegen de voorkant van de hut enkele prenten te zien. Weliswaar is het geen collage zoals die van mij, met half blote meisjes en popsterren, maar het zou een begin kunnen zijn… Er is ook iets met de stoel. Zonder te weten dat ik door de foto was beïnvloed – en misschien is het alleen maar toeval - heb ik ongeveer twintig jaar op een bijna identieke stoel gezeten (soms, als ik dronken was, heb ik er songs van Dylan op zitten spelen en zingen). En zelfs nu, nu het al zo laat is, draag ik nog altijd een leren jasje dat sterk lijkt op dat van Dylan.

Een leven heeft iets magisch. Er zijn zoveel niet altijd duidelijke verbanden en toevallige, ogenschijnlijk onbelangrijke gebeurtenissen kunnen grote gevolgen hebben.

 

bob dylan,sara dylan,sara lownds,sara noznizsky,sally grossman,albert grossman,suze rotolo,foto,fotgrafie,herinneringen,daantje,1967,adolescentie,pop,popcultuur,muziek,popmuziek,singles,ep's,seks,erotica,heldenverering,interpretatie,invloed,toeval,verbanden,vriendschap,vergetelheid,herinnering


 ...

Illustraties:

Boven: Foto van Bob Dylan en Sara Noznizsky alias Sara Lownds alias Sara Dylan.

Midden: Foto van mezelf in 1967 of 1968. Mijn toenmalige vriend Daantje heeft de foto van mij gemaakt, met mijn fototoestel. Op de achtergrond is de woning te zien op het schip van de ouders van Daantje. Ik had de ingelijste foto van Bob & Sara speciaal meegebracht voor de sessie. Je ziet heel goed dat kappers de rol van priesters hadden overgenomen.

Midden 2: Crown Of Creation, Jefferson Airplane.

Onder: Daantje in mijn slaapvertrek. Op de achtergrond een deel van mijn popcollage. Boven Daantjes schouder zie je een stuk van de lijst waarin de foto van Bob en Sara. Enkele afleveringen van mijn lijfblad Hitweek / Witheek op het bed. Evenals enkele flessen, om de grote Jan uit te hangen.

 

 

05-10-13

ZERO DE CONDUITE: ALL IN YOUR MIND

surfer-rosa.jpg

Zéro de conduite is een POPprogramma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Heerlijk als je druk bezig bent in de keuken, of bij het aperitief, en later aan tafel bij de mosselen! Stem af op 106.7 FM. Je kunt het programma eveneens via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.
 

Misschien nooit meer een themaprogramma, dacht ik vorige maand. Goed dat er ‘misschien’ in de zin stond. Want ik ben in de oude zonde hervallen: ik heb opnieuw voor een thema gekozen. Bij de voorbereiding van deze aflevering voelde ik me opeens helemaal verloren, zo zonder dat vertrouwde houvast. Ik las in de commentaren bij mijn playlist van vorige maand dat het beter is op je intuïtie of gevoel af te gaan dan op je verstand. Maar ik heb vastgesteld dat ik zonder de ratio aan het dolen ga, wat op zich niet slecht is, maar ik zal moeten aan wennen zulke zwerftochten. Bovendien houd ik enorm van thema’s. Van het thema van deze maand, MIND, houd ik zoveel dat ik aanvankelijk acht uur muziek had, en alle songs waren goed. Heel moeilijk om dan te gaan snoeien. Het is een harde wereld. Mogelijk breng ik volgende maand een tweede MIND. Maar ik doe geen beloften meer, vandaar dat ‘mogelijk’. (Hoe dan ook blijven de concepten ‘sfeer’ en ‘stemming’ overeind: daar moet de volgorde van de songs voor zorgen.)

Ik geloof dat ik voor vandaag al een behoorlijke selectie heb gemaakt en hoop dat jullie er opnieuw van kunnen genieten.

john-hartford.jpg

 

 

Satisfied Mind - The Walkabouts - Satisfied Mind

All In Your Mind - Beck - Sea Change

Open Mind - Wilco - The Whole Love

Where Is My Mind??? - Pixies - Surfer Rosa

Bend Your Mind - Elysian Fields - Queen Of The Meadow

Wanna Be On Your Mind - Valerie June - Pushin' Against A Stone

Something On Your Mind - Karen Dalton - In My Own Time

I Got Love On My Mind - Captain Beefheart - Unconditionally Guaranteed

Stoned Out Of My Mind - The Chi-Lites - The Very Best Of The Chi-Lites

Didn't I (Blow Your Mind This Time) - The Delfonics - La-La Means I Love You: The Definitive Collection

Packed Up And Took My Mind - Little Milton - The Very Best Of Little Milton

Diamond In Your Mind - Solomon Burke - Don't Give Up On Me

Her Mind Is Gone - Professor Longhair - Hot in New Orleans! / The 1949-1957 Recordings

Ramblin' On My Mind - Robert Johnson - King of the Delta Blues Singers

Yesterday Where's My Mind - The Box Tops - The Best Of The Box Tops

Suspicious Minds - Elvis Presley - From Elvis In Memphis [bonus]

Mirror Of Your Mind - Joe South - Retrospect: The Best Of Joe South

Total Destruction To Your Mind - Swamp Dogg - Total Destruction of Your Mind

I Can't See Your Face In My Mind - The Doors - Strange Days

Keep Your Mind Open - Kaleidoscope - Egyptian Candy

Your Mind And We Belong Together  - Love - [Single A-Side]

My Mind's Eye - The Small – Faces - Nuggets II: Original Artyfacts From The British Empire And Beyond, Vol. 1

Friday On My Mind - The Easybeats - Nuggets II: Original Artyfacts From The British Empire And Beyond, Vol. 2

Too Much On My Mind - The Kinks - Face To Face

You're On My Mind - The Animals - Animalisms

Mama, You Been On My Mind - Bob Dylan - The Bootleg Series, Vols. 1-3 : Rare And Unreleased, 1961-1991

I Can't Get You Off Of My Mind - Hank Williams – The Best Of Hank Williams     

You're Still On My Mind - George Jones - The Best Of Geoge Jones / Volume 1: Hardcore Honky Tonk

I'm Looking For My Mind - Merle Haggard - Down Every Road / 1962-1994

You Don't Know My Mind - Jimmy Martin - You Don't Know My Mind

Maybe You Will Change Your Mind - Reno & Smiley - The Talk Of The Town

Gentle On My Mind - John Hartford - Earthwords And Music

Did You Ever Have To Make Up Your Mind? - Lovin' Spoonful - Do You Believe In Magic

I'd Like to Walk Around in Your Mind - Vashti Bunyan - Just Another Diamond Day

I've Got Something On My Mind - Left Banke - There's Gonna Be A Storm: The Complete Recordings 1966-1969

Lost In My Mind - The Head And The Heart - The Head And The Heart

Dark Turn Of Mind - Gillian Welch - The Harrow & The Harvest

Keep Me In Mind Sweetheart - Isobel Campbell - Keep Me In Mind Sweetheart

valerie-June-1350x900 (1).jpg

 

Research & presentatie: Martin Pulaski

26-09-13

WAAROM IK SOMS LIEVER NIETS MEER SCHRIJF (1)

muddy waters and james cotton.jpg

Het zou me maar eens moeten overkomen dat ik het volgende zou beweren:

“Dat de blues ontstond bij Afrikaanse slaven in de Amerikaanse katoenplantages klopt ook niet helemaal. In feite waren het de blanke pioniers – Engelsen, Schotten en Ieren – die hun volkse en religieuze muziek meebrachten toen ze de plantages oprichtten in het zuiden van de States. Nadien hebben de Afrikaanse slaven daar hun eigen draai aan gegeven. Om maar te zeggen: het is allemaal één grote mix!”

Dat is een diepzinnige gedachte van Ronald Verhaegen, presentator van het radioprogramma ‘Sonar’, vorige week geopperd in het tijdschrift Humo. Er staat evenwel heel duidelijk ‘in feite’. Voor mij betekent ‘in feite’ dat het een feit is. De blues is er dank zij de blanke pioniers en slavenhandelaren, zegt de man. Er is inderdaad wel een verband tussen beide muziekvormen: het zijn muziekvormen. Er is ook een verband tussen de grotschilderingen in Lascaux en het werk van, om maar iemand te noemen, Picasso: het zijn ‘afbeeldingen’. En er is ook een verband tussen Shakespeare en mezelf: niemand weet wie wij in feite zijn.

 

Wat ik echter wil zeggen: het is heel goed mogelijk dat ik zelf soms ook zulke onzin neerschrijf, of me aan onzinnige replieken als hierboven bezondig. Daarom schrijf ik soms liever helemaal niets meer.

...

Foto: James Cotton en Muddy Waters

28-03-13

NIETSDOEN VERGT EEN SPONSOR

de goede rechters ensor.gif

De goede rechters, James Ensor, 1891

Ik ben vooringenomen. Mijn bestaan is gebaseerd op versies van de waarheid, op verhalen, mythen, leugens, verzinsels, vooroordelen. Denk nu niet dat ik niet goed wil leven. Ik wil goed en matig leven. Ik wil mijn soortgenoten niet lichtvaardig beoordelen. Maar er zijn grenzen. Een van die grenzen heet Serge Simonart. Eigenlijk zou ik deze elektronische pagina’s niet mogen bevuilen met zijn naam. Dat wordt elders al voldoende gedaan. Ik zou de man moeten verdedigen, want ik vermoed dat hij veel vijanden heeft. Maar dat is in dit geval te veel gevraagd. Een vijand van me is hij zeker niet, hij heeft mij niets in de weg gelegd. Maar ik lust de kerel niet. Alles aan hem irriteert me.

Via Facebook en mijn kameraad Jan Van den Eynden werd ik nog maar eens een keer met de Vlaamse popkenner par excellence geconfronteerd. De man die ontwaakt en slapen gaat met de groten der aarde: David Bowie, Lou Reed en David Sylvian.

Ik las over dit heerschap – pervers en masochistisch als ik ben - een artikel dat gisteren in De Morgen online verscheen.  “De uitzending van Radio 1-programma 'Hautekiet' over luiheid is uitgemond op een vilein moddergevecht tussen rockjournalist Serge Simonart en komiek en acteur Iwein Segers”, stond daar vetgedrukt.
En wat minder vet: “ "Nu ga ik zoals gewoonlijk heel wat mensen tegen mij in het harnas jagen. Maar het is nu eenmaal zo: nietsdoen vergt een sponsor", stelde Simonart. "Dat is bij heel veel mannen zo, zeker in de pseudo-artistieke wereld. Daarstraks sprak u met Iwein Segers. Wel, ik gok erop dat Iwein Segers ofwel jarenlang aan den dop heeft gestaan, ofwel vriendinnen had die zorgden dat het huishouden functioneerde of hem sponsorden. Er zijn in Vlaanderen heel veel schrijvers en dichters wiens zogenaamde kunstenaarschap de facto financieel en praktisch gesponsord wordt door hun werkende vrouw."”

Een man moet durven. Een popkenner die met de groten der aarde slaapt en droomt is het aan zichzelf verplicht sterke uitspraken te doen. Niet dat hij, zoals Louis Paul Boon, de mensen een geweten moet schoppen. Neen, hij moet hun geweten – eenmaal ze dat hebben - harde schoppen geven. De mensen moeten weer gewetenloos worden, rancuneus, afgunstig, zuur en nijdig.

In zijn boek ‘Nadja’ schreef André Breton dat je niets aan je leven hebt als je werkt. Hoe vaak heb ik dat al niet geciteerd… Het zal een vorm van luiheid van me zijn. De surrealist wilde hoegenaamd niet beweren dat mensen niet moeten werken, maar wel beschouwde hij arbeid als een noodzakelijk kwaad. De bewering dat ‘zogenaamde kunstenaars’ profiteurs en parasieten zijn is achterlijke onzin. De facto, zegt hij. In Vlaanderen, zegt hij. Zulke uitspraken dus. Dat is gedurfd. Daar is moed voor nodig. Daarvoor moet je op hetzelfde niveau staan als de groten der aarde.

Niet alle kunstenaars werken even hard, maar ik ken er nogal wat die zich doodgewerkt hebben. Met of zonder mecenas. Ik geef maar een voorbeeld: Rainer Werner Fassbinder. O, maar dat was geen Vlaming. Daniel Robberechts dan? Roger van de Velde?

Interviews afnemen zoals Simonart doet is niet werken. Interviews zijn veeleer – voor hem dan toch - gezellige onderonsjes. Het probleem is dat hij ze niet eens in behoorlijk Nederlands kan vertalen. In het artikel in DM las ik dat hij nooit van iemand een cent heeft gekregen, ook niet van zijn ouders. Daar is hij trots op, zegt hij. Maar misschien zouden zijn ouders hem kunnen helpen om zijn ‘interviews’ wat bij te schaven. Misschien kunnen ze hem meteen ook duidelijk maken dat Ornette Coleman een man is en bijgevolg geen vrouw (tenzij hij dat inmiddels al op Wikipedia heeft gevonden). Ik heb in mijn leven maar enkele interviews afgenomen (onder meer van Kevin Ayers, Buddy Guy, Junior Wells, John Hammond Jr.): het waren van de plezierigste en meest ontspannende momenten in mijn leven. Over je werk geïnterviewd worden (is me ook al eens overkomen): dat is pas werken.

Overigens vind ik dat elke mens recht op luiheid heeft.  Ook Serge Simonart. Dat hij een lui schepsel is, te lui om even over enkele essentiële zaken na te denken, is hem dus vergeven.

08-03-13

PINK FLOYD IN ANTWERPEN, 1968

pink floydbrussel1968.jpg

Pink Floyd in Brussel, in 1968.

Op 23 februari 1968, ik was toen zeventien, reisde ik met enkele vrienden van Hasselt naar het verre Antwerpen, toen net als Amsterdam een magisch centrum voor beatniks, hippies en langharig werkschuw tuig. Het was een dag, een avond, waar we al lang naar hadden uitgekeken, en veel over hadden gepraat en gefantaseerd. The  Pink Floyd trad op in het Pannenhuis in Antwerpen. Een droom ging in vervulling.  Al uren voor het begin rinkelden belletjes en klokjes en brandde wierook op het Consciencelein.  Op andere plaatsen in de stad deden onze multicolor-kleren de grijze burgers pijn aan de ogen. We waren zo anders, en daar waren we trots op. Zelf ben ik nooit trotser geweest, denk ik, dan die dag. Of misschien was ik het hele jaar 1968 zo trots. Het jaar van mijn droom. Gisteren schreef ik hoe hij een jaar later al doorprikt werd. Al gauw moesten we op zoek gaan naar nieuwe illusies of volkomen ontnuchterd verderleven.

Maar filosoferen deden we toen nog niet zo. We stapten het beatnikcafé het Pannenhuis binnen voor de onaardse klanken en kleuren van the Pink Floyd. Syd Barrett, de jonge god die we aanbaden, had de meest psychedelische groep van de wereld helaas net verlaten; David Gilmour was nu de gitarist. Maar de hele avond lang hoorde en zag ik de geest van Syd Barrett. Ja, in die dagen konden geesten nog zingen en musiceren. Een eenvoudige verklaring voor het fenomeen is dat de band nog bijna geen nieuwe nummers had en daarom niet anders kon dan de sprookjes/songs van Barrett spelen, zoals Matilda Mother, Flaming, Astronomy Dominé en Lucifer Sam. Sindsdien heb ik al honderden reizen gemaakt, in de realiteit en in de verbeelding; nooit, geloof ik, ben ik zo ver weg geweest van huis en van mezelf.

Een van de mooiste momenten van mijn leven – iets wat me altijd bij zal blijven, tot in de kleinste details. Vreemd is dat maar weinig mensen bereid zijn om me te geloven als ik dit verhaal vertel. Pink Floyd (het lidwoord ‘the’ werd later weggelaten) in een beatnikcafé waar maximaal tweehonderd mensen konden staan? Wat maakt het ook uit. Mijn vrienden en ik hebben het meegemaakt – en dat volstaat. Bovendien kan ik het bewijzen, in 1968 hield ik een dagboek bij.

Een dag later trad the Pink Floyd op in the Cheeta Club in Brussel. Ook dat weten maar weinigen. Het was een nieuw begin voor de Britse groep. Niet lang daarna volgden grootschaliger avonturen, waaronder vliegende varkens, de verovering van Pompeï en de donkere kant van de maan. Dat is allemaal veel geloofwaardiger dan wat er op 23 februari 1968 in het Antwerpse Pannenhuis gebeurde.

07-03-13

IN MEMORIAM ALVIN LEE (EN 1969)

Ten Years After.jpg

Een in memoriam van weinig woorden.  Ik heb maar korte tijd van de muziek  van Ten Years After en Alvin Lee gehouden. Ik herinner me weinig. Alleen een concert in het Brusselse Théâtre 140 in oktober 1969 (het jaar van de eeuw zeggen sommigen die het kunnen weten) is me bijgebleven. Hoe kan het ook anders: de hele prachtige theaterzaal vatte vuur, bijna letterlijk. Later besefte ik dat het het vuur was geweest van de jeugd die me verliet. En van de vlammen van de onschuld die ik samen met mijn generatiegenoten verloor. Denk maar aan Altamont en Charles Manson. Maar goed, heel even was Alvin Lee een god, een afgod, een duivelskunstenaar.  Toen we onze jassen al aangetrokken hadden, het was een wat kille herfstavond, stond Frank Zappa daar opeens op het podium. Twee van onze gitaarhelden ontmoetten elkaar. Na hun bliksems duel gingen we wat verslagen de nacht in. En nu is Alvin Lee dood.

28-02-13

AWOPBOPALOOBOP ALOPBAMBOOM

2012_11_PORTO_VOLLEDIG 336.JPG

Foto: Martin Pulaski, 2012.

Bernard, de illusie van rock & roll heb ik al lang opgegeven. Heb ik ze ooit gekoesterd? Het ging denk ik meer om een droom in verband met het geheel. Met versmelting in klanken, ritmes en woorden zonder betekenis.  Awopbopaloobop alopbamboom. Een bijna religieuze droom van eenwording, van transsubstantiatie. Een droom die leek op die van Martin Luther King en van John Lennon. Maar John Lennon zong het lang geleden al: “the dream is over”. Wat voor mij daarna bleef was een soort van leeg ritueel, hoewel dat soms gevoelens van welbehagen kan teweegbrengen, en heel af en toe diepe emoties laat opflakkeren.

 

Ik weet dat ik geen nar ben op het narrenschip, maar het is tegelijk heel moeilijk om dat van jezelf te beweren omdat je zelf op dat schip vaart. Je hebt ervoor gekozen om mee te varen, aan te monsteren, zo je wilt. En elke dag maak je die keuze opnieuw, als een blinde, dove, stomme, onwetende nar. Tot het schip doormidden breekt of tegen een ijsberg aan vaart. Als je het zinkende schip verlaat ben je geen nar maar een rat. Van rottigheid gesproken.

25-02-13

CLIFF GALLUP, GITAARHELD

cliffgallup9.jpg

EarlyBlueCapsinStudio.jpg

Gene Vincent & his Blue Caps. De echte rock & roll. Die van Blue Jean Bop, Be Bop A-Lula, Who Slapped John, I Flipped, Jumps, Giggles And Shouts, Bop Street, Git It.

22-02-13

HERINNERINGEN AAN KEVIN AYERS

kevin1.jpg

Kevin Ayers is dood. Hoewel ik hem maar enkele keren heb ontmoet – het waren intense, onvergetelijke uren – beschouwde ik hem in mijn verbeelding als een ware vriend en in werkelijkheid als een lange afstandsvriend. ‘I have a friend I’ve never seen, he hides his head inside a dream’ zingt Neil Young in ‘Only Love Can Break Your Heart’. Het zou over Kevin Ayers kunnen gaan, en een klein beetje over mezelf.

Ik hield van zijn songs, zijn stem, zijn elegantie, zijn merkwaardige schoonheid, zijn speelsheid, zijn intelligentie. Toen ik hem ontmoette was ik nog naïef. Hij vertelde me waar the Soft Machine vandaan kwam. Van William Burroughs. Net zoals Steely Dan. Kevin Ayers vertelde me dat er logica in dromen zit. Kijk naar de bananen op zijn schaakbord (op de hoes van ‘Bananamour’).

Kevin Ayers was een muzikant met een ziel, geen showman. Dat zie je meteen op het livemateriaal dat er op YouTube voorhanden is.  Hij hield van Nico, beschouwde haar als een vrouw met talent en niet als een freak. Over haar heeft hij het mooie ‘Decadence’ geschreven. Op Ayers’ meesterwerk, ‘The Confessions Of Dr Dream And Other Stories’ uit 1974, zingt Nico mee (op ‘Irreversable Neural Damage’, een titel waar ik destijds weinig van begreep, geestelijk gezond als ik was). Op zijn platen liet hij zich begeleiden door voortreffelijke muzikanten zoals David Bedford, zijn oude vriend van the Soft Machine Robert Wyatt, de jonge Mike Oldfield, Steve Hillage, Ollie Halsall en Lol Coxhill. Niet voor niets heette zijn band ‘The Whole World’.

Syd Barrett, die hij wellicht nooit goed gekend heeft, zag hij als een ‘soulmate’ en een vriend. Voor hem zette hij het sprookjesachtige ‘Oh! Wot A Dream!’ op plaat. Een van mijn lievelingsnummers. Eens gehoord vergeet je het nooit en het is zeer geschikt als slaapliedje voor de kinderen.

Op een avond zaten we samen aan tafel. Kevin Ayers had meer aandacht voor de wijn dan voor het eten. Maar niet alleen voor de wijn. Tussen ons in stond een vaas met een warmrode roos erin; van een van haar bladeren viel een vochtdruppel in mijn glas . “Look”, zei hij, “the rose is crying in your wine”. Weinigen zien zoiets kleins, en als ze het zien zeggen ze het niet. Zeker mannen doen dat niet. Ik kende in die dagen niets van wijn. Hij vertelde me dat hij graag Gewurztraminer dronk. Daarna heb ik die vrij fruitige wijn nog jaren geregeld gedronken, tot ik me door bourbon en tequila heb laten verleiden, dranken die ik al lang weer heb afgezworen: nu is er opnieuw plaats voor wijn in mijn leven. En zeker ook voor Gewurztraminer.

Soms hoor ik Kevin Ayers in mijn dromen zingen. Why are you sleeping, zingt hij. Va pisser dans un violon, zingt hij. Stranger in blue suede shoes, zingt hij. Colores para Dolores, zing hij. Puis-je, vraag ik hem dan. En vervolgens word ik wakker, ontbijt, de zon schijnt, ik maak een lange wandeling, loop voorbij een café waar een mooie vrouw alleen aan een tafel thee zit te drinken. Zou ik haar durven vragen of ik dicht bij haar mag komen zitten? Nee dat durf ik niet, zeg ik tegen mijn spiegelbeeld.

Nog zoiets: mede dank zij Kevin Ayers ben ik nooit oud geworden. Hij was een van die kunstenaars die me hebben leren dromen, dagdromen, mijmeren… Kevin Ayers heeft me geholpen om van het leven een feest te maken, ook al krijg je soms alleen maar een naakte lunch.

Kevin Ayers is dood. Maar hij blijft mijn heel bijzondere gezel, tot het einde. Ik zal hem elke dag missen.

---

Op 25 juni 2006 schreef ik nog over Kevin Ayers in De roos van Kevin Ayers en op 27 juni 2006 in Gesprek met Christa Pfaffgen.

02-02-13

ZERO DE CONDUITE: DANS

 

WATUSI3.jpg


Zéro de conduite is een programma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Heerlijk als je druk bezig bent in de keuken, of bij het aperitief, en later aan tafel! Stem af op 106.7 FM. Je kunt het programma eveneens via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

De liederen die ik voor vanavond heb geselecteerd gaan over dansen. Het is niet per se dansmuziek, en zeker is het geen ‘dance’. Evenmin zijn het dansen, zoals daar zijn: watusi, funky penguin, wals, tango, jive, mashed potato, moonwalk, shimmy, fly, alligator, twist, freddy, frug, lambada, loco-motion, bump en al de rest. Die dansen worden wel bijna allemaal opgesomd in ‘Land Of 1000 Dances’ van Chris Kenner. Wat hebben de selecties dan wel met dansen te maken? Heel veel, zou ik zeggen. Je kunt er zelfs op dansen, mocht je dat echt willen.  Als kleine jongen heb ik al gedanst op het onvergetelijke ‘Save The Last Dance For Me’ (een hoofdstuk uit de bijbel voor Willy DeVille) van the Drifters. Bovendien kan een mens op bijna alles dansen. Als het maar ritme heeft. En ‘Silence is a rhythm too’ zongen the Slits. We beginnen met de dansvloer van Jim James en zijn vrienden. Vervolgens kan er de hele nacht worden gedanst, zelfs door jongens als Gram Parsons die niet kunnen dansen. Zeker wordt er op blote voeten met de duivel en de engel gedanst. Enkele dansende beren passeren de revue. We horen hoe het er in New Orleans aan toe gaat. En je weet toch wel hoe heerlijk het is om in de zomer op straat te dansen? Als je de dansvloer verlaat besef je dat dansen veel met liefde en met extase te maken heeft. Dansen is een vorm van religie. 


Geniet van de deuntjes!

drifters.jpg



Dancefloors - My Morning Jacket - It Still Moves

Dance All Night - Ryan Adams & The Cardinals - Cold Roses

I Can't Dance - Gram Parsons - G.P. / Grievous Angel

Dance, Dance, Dance - Crazy Horse - Crazy Horse

When You Dance You Can Really Love - Neil Young - After The Goldrush

Dance To Another Tune - First Aid Kit - The Lion's Roar

The Dancing Bear - Natalie Merchant - Leave Your Sleep

Simon Smith and the Amazing Dancing Bear - Harpers Bizarre - Feelin' Groovy

Dance Of Death - John Fahey - The Dance Of Death & Other Plantation Favorites

Danse Kalinda Ba Doom - Dr. John - Gris-Gris

Dancing With Mr. D. - The Rolling Stones - Goats Head Soup

Dancing Barefoot - The Patti Smith Group - Wave

Dance The Night Away – Cream - Disraeli Gears

Angel Dance - Los Lobos - Just Another Band From East L.A.

Dancin' - Chris Isaak - Wicked Game

The Dance - American Music Club - The Golden Age

Dancing – Tindersticks - Curtains

Let's Dance - M. Ward - Tranfiguration of Vincent

For A Dancer - Jackson Browne - Late For The Sky

Dance Dance Dance - The Steve Miller Band - Fly Like An Eagle

Slow Dancer - Boz Scaggs - Slow Dancer

Save The Last Dance For Me - The Drifters - Save The Last Dance For Me

When You Dance - The Turbans - The Birth Of Doo Wop (1946-1955)

I Gotta Dance To Keep From Crying - Smokey Robinson & The Miracles     Anthology

Dancing In The Street - Martha Reeves & The Vandellas - Chartbusters USA, Vol. 2

Dance To The Music - Sly & The Family Stone - The Essential Sly & The Family Stone

I Can't Stop Dancing - Archie Bell & The Drells - Sock It To 'Em Soul

Land Of 1000 Dances - Chris Kenner - Atlantic Rhythm & Blues Vol. 5 (1961-1965)

Dance, Dance, Dance- The Beach Boys - Today!

Dance To The Bop - Gene Vincent - Golden Age Of American Rock & Roll-Follow Up Hits

Let's Dance - Chris Montez - Golden Age Of American Rock 'n' Roll

Mystery Dance  Elvis Costello - My Aim Is True

The Modern Dance - Pere Ubu – The Modern Dance

smokey-robinson.jpg

Research en presentatie: Martin Pulaski

05-01-13

ZERO DE CONDUITE: LIEDEREN OVER DE LUCHT

SPARKLEHORSE.jpg
Mark Linkous (Sparklehorse)

Zéro de conduite is een programma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Heerlijk als je druk bezig bent in de keuken, of bij het aperitief, en later aan tafel! Stem af op 106.7 FM. Je kunt het programma eveneens via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.


In deze aflevering van Zéro gaat onze aandacht naar het thema ‘lucht’. Lucht zoals in blauwe lucht, donkere lucht. Synoniem: hemel. Niet wat je inademt en uitademt. Dat is natuurlijk ook lucht. Maar het is ons om het Engelse ‘sky’ te doen, en niet ‘air’ of ‘heaven’. Soms is het jammer dat wij in het Nederlands zo weinig woorden hebben om iets uit te drukken. Maar het zorgt wel voor duidelijkheid en helderheid, in tegenstelling tot de lucht vandaag. Liederen over de lucht benadrukken vaak de blauwheid ervan. Omdat de lucht in België zo zelden blauw is ben ik daar al gauw van afgeweken en ben op zoek gegaan naar andere eigenschappen van de hemel. Zoals je zal horen is er voldoende ander materiaal, en gelukkig klinkt het af en toe onheilspellend. Zo kunnen er allerlei dingen uit de lucht vallen, en soms valt zelfs de hele lucht op ons.

Wat al deze liederen ons in de eerste plaats leren, denk ik, is dat we meer naar de lucht moeten kijken. Wat daar niet allemaal waar te nemen valt.

 ELMORE JAMES.jpg

 Elmore James

 

Blue Sky - The Allman Brothers Band - Eat A Peach

Blue Skies - Willie Nelson - Legend: The Best Of Willie Nelson

When The Sky Began To Fall - John Hartford - Looks At Life / Earthwords And Music

See The Sky About To Rain - Neil Young - On The Beach

It Came Out Of The Sky - Creedence Clearwater Revival - Willy And The Poor Boys

Under The Falling Sky - Jackson Browne - Saturate Before Using

Northern Sky - Nick Drake - Bryter Layter

Sky Blue Sky – Wilco - Sky Blue Sky

Under The Red Sky - Bob Dylan - Under The Red Sky

Under A Stormy Sky - Daniel Lanois - Acadie

Sky Saw - Brian Eno  - Another Green World

Southern Sky - John Murry – The Graceless Age

Ghost In The Sky – Sparklehorse - Dreamt For Light Years In The Belly Of A Mountain

The Sky Lit Up - PJ Harvey - Is This Desire?

Fall On Me - R.E.M. - Singles Collected

Western Sky - American Music Club - California

Periwinkle Sky - Victoria Williams - Musings Of A Creek Dipper

Arizona Skies - Los Lobos – Kiko And The Lavender Moon

Blue Spanish Sky - Chris Isaak - Wicked Game

Orange Skies – Love - Da Capo

Circle Sky - The Monkees - Head

Big Sky - The Kinks - The Kinks Are The Village Green Preservation Society

Sky Pilot - Eric Burdon & The Animals - The Twain Shall Meet

The Sky Is Crying - Elmore James - The Sky Is Crying

Up From The Skies - The Jimi Hendrix Experience - Axis: Bold As Love

Point Me At The Sky - Pink Floyd - The Pink Floyd Early Singles

Armenia City In The Sky - The Who - The Who Sell Out

Standing At The Sky's Edge - Richard Hawley - Standing At The Sky's Edge

Wild Sky Revelry - The Walkabouts - Travels in the Dustland

Céu Da Mouraria – Madredeus - Ainda

Look To The Sky - Antônio Carlos Jobim  - One Note Samba

Concrete Sky - Beth Orton – Daybreaker

 

PJ+Harvey.jpg

PJ Harvey

03-12-12

ZERO DE CONDUITE: ZWART

zwart1.jpg

Zéro de conduite is een programma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Heerlijk als je druk bezig bent in de keuken, of bij het aperitief, en later aan tafel! Stem af op 106.7 FM. Je kunt het programma eveneens via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

Is zwart een kleur? Of is het de afwezigheid van kleur en licht? Als het van mij afhangt is zwart een zeker een kleur – zoniet zou ik vandaag geen thema hebben voor zéro de conduite. Mijn radiogramma heeft niet bijster veel eigenschappen op basis waarvan het onderscheiden kan worden van duizenden andere popprogramma’s. Als ik naar de radio luister hoor ik echter weinig kleur – ik kan alleen maar hopen dat zéro daar een uitzondering op vormt. Kleur, goede smaak en stijl. (En ik lees net dat alleen zwarte gaten echt zwart zijn.)

Dus de kleur zwart is het thema, de lievelingskleur van decadenten, goths, van hogere en lagere priesters en grafschenners. Van gelovigen en bastaards. Niet mijn lievelingskleur, dat is rood. Maar zwart is er een veelzeggende tegenhanger van, zoals in het meesterwerk van Stendhal.

Vanavond gaat de aandacht niet in de eerste plaats naar wat ‘zwarte muziek’ wordt genoemd (blues, soul, hiphop en dergelijke). Zwarte muziek is helemaal niet overwegend zwart – toch niet als we het over de kleur van het geluid hebben. Zwarte muziek kan net zo goed rood zijn, of wit, of oranje, rainbow road, weet je wel. Nee, het is me om het thema ‘zwart’ te doen. Vaak gaat het om een betekenisvol adjectief, de zwarte limousine van Elvis Presley, de zwarte kleren van the Shangri-Las, het zwarte oog van Uncle Tupelo, de zwarte long van David Eugene Edwards, et cetera.

Eerst dacht ik dat het een nogal somber, donker lijstje zou worden, zwart is immers de kleur van de dood en de rouw. Maar nu heb ik de indruk dat het meevalt. ‘Sweet Black Angel’ is alvast geen treurlied. Nee, met zwart kun je net zo goed naar een uitvaart als naar een swingend feest. En zo is alles altijd goed.

zwart2.jpg

Back To Black -  Amy Winehouse - Back To Black - Amy Winehouse/Mark Ronson

Dressed In Black -The Shangri-Las - Myrmidons Of Melodrama – Shadow Morton

Black Pearl - Sonny Charles & Checkmates Ltd. - Phil Spector: Back To Mono (1958-1969) -Irwin Levine, Phil Spector, Toni Wine

Sweet Black Angel - The Rolling Stones - Exile On Main Street -Keith Richards/Mick Jagger

Black Widow Spider- Dr. John – Babylon – Mac Rebennack           

Black Cat Blues - John Lee Hooker - Blues From the Motor City - B. Besman/John Lee Hooker

Black Gypsy Blues - Furry Lewis - Memphis "That's All Right! From Blues To Rock'n'Roll"     - Unknown

Black Betty - John Koerner, Tony Glover & Dave Ray - Blues Rags And Hollers – Trad.         

I'm Gonna Dress In Black - Version 2 – Them - The Story of Them Featuring Van Morrison - Van Morrison

Black Crow Blues - Bob Dylan - Another Side Of Bob Dylan (2010 Mono Version) – Bob Dylan

Black Jack David - The Carter Family - Can the Circle Be Unbroken - A. P. Carter

Black Lung - 16 Horsepower - Low Estate -16 Horsepower/David Eugene Edwards

Black Eye - Uncle Tupelo - March 16-20 1992 - Jeff Tweedy

Black Queen - Stephen Stills 1st - Stephen Stills - Stephen Stills

Long Black Limousine - Elvis Presley - From Elvis In Memphis - Stovall, George

Black Maria - Todd Rundgren - Something/Anything? - Todd Rundgren

Black Country Rock - David Bowie - The Man Who Sold The World - David Bowie

Big Black Car - Big Star - Third/Sister Lovers - Alex Chilton

Black Sheep Boy - Okkervil River - Black Sheep Boy – Tim Hardin / Will Sheff

My My, Hey Hey (Out Of The Blue) - Neil Young - Rust Never Sleeps - Neil Young

Black River - Green On Red - Gas Food Lodging – Prophet, Stuart

Deep Black Vanishing Train - Mark Lanegan Band - Blues Funeral - Mark Lanegan

Black Hearted Love - PJ Harvey & John Parish - A Woman A Man Walked By - PJ Harvey/John Parish

The Black Angel's Death Song- The Velvet Underground   & Nico - Lou Reed-John Cale

Black Mask - Cabaret Voltaire - Red Mecca – Kirk, Mallinder, Watson

Black Heart – Calexico - Feast Of Wire – Burns, Convertino           

Black Acres - Elysian Fields - Queen Of The Meadow - Bloedow/Charles

Black Market Baby - Tom Waits - Mule Variations - Kathleen Brennan

Black Flowers  - Yo La Tengo - I Am Not Afraid Of You And I Will Beat Your Ass - Ira Kaplan, Georgia Hubley, James McNew

Black Moon – Wilco - The Whole Love - Jeff Tweedy

zwart3.jpg

Research & Presentatie: Martin Pulaski 

~~~

Oorspronkelijk gepubliceerd op 1-12-2012. 

VIJFTIG x ROLLING STONES

rollingstones1.jpg

Ik heb er geen idee van waarom ik meedoe aan dit Rolling Stones-spektakel. Ben ik dan niet langer tegendraads? Ik zou kunnen beweren dat het toeval is, want ik kocht geheel toevallig ‘Some Girls’ tijdens een kort maar uiterst aangenaam verblijf in Porto, omdat ik me hoe dan ook iets wilde aanschaffen (en niet voldoende kapitaalkrachtig was voor een brilmontuur van Marc Jacobs en zeker niet voor een Leica X2-fototoestel), maar in dat geval zou ik de realiteit veel meer geweld aandoen dan nodig is. Hoezeer we ons ook inspannen om ons niet te laten beïnvloeden door trends, hypes en allerlei door de media opgeklopte ‘evenementen’ – het lukt ons nooit om eraan te ontsnappen: interiorisering van het ons omgevende spektakel is onvermijdelijk. In het geval van the Rolling Stones vind ik dat niet eens zo erg. Tenslotte ben ik met de muziek van deze heren opgegroeid en heb ik er als puber en adolescent misschien wel meer plezier aan beleefd dan aan masturbatie. Misschien, want het is te lang geleden om nog te kunnen achterhalen hoe intens beide ervaringen waren, om de ene vorm van plezier met de andere te kunnen vergelijken. Zelfs een lange psychoanalyse zou wat dit betreft geen vruchten afwerpen. Maar gewoon al deze lijst samenstellen ging met genot gepaard, hoewel nu meer van cerebrale dan erotische aard, maar toch nog altijd voldoende sensueel. En ja, cerebraal genot bestaat.

Dit zijn vandaag, op 17 november 2012, in min of meer chronologische volgorde, vijftig van mijn uitverkoren Rolling Stones-songs.  Mijn selectie houdt op met ‘Heaven’ uit de elpee ‘Tattoo You’, die in 1981 verscheen. Waarschijnlijk was dat het jaar waarop aan mijn adolescentie een eind kwam. Vanaf dan was het voor mij keep on walking and don’t look back, om een door Mick Jagger en Peter Tosh gecoverde song van The Temptations te citeren. Een stelregel waar ik me nooit aan heb gehouden en die ik ook nu weer overtreed. Je kunt nooit voldoende in tegenspraak met jezelf leven.

rollingstones2.jpg
Tell Me
I Need You Baby (Mona)
Honest I Do
Confessin’ The Blues
It's All Over Now
Good Times Bad Times
If You Need Me
Pain In My Heart
Heart Of Stone
The Last Time

rollingstones3.jpg

Play With Fire
Oh Baby (We Got A Good Thing Going)
The Under Assistant West Coast Promotion Man
I’m Free
Gotta Get Away
Out Of Time
Stupid Girl
Think
Get Off My Cloud
Please Go Home
rollingstones4.jpg
My Obsession
Dandelion
Child Of The Moon
Citadel
She’s A Rainbow
Sympathy For The Devil
Street Fighting Man
Factory Girl
Stray Cat Blues
Parachute Woman

rolling sones5.jpg

Gimme Shelter
You Got The Silver
Monkey Man
Love In Vain
Dead Flowers
Moonlight Mile
Wild Horses
Happy
Torn And Frayed
Sweet Virginia

rollingstones6.jpg
Sweet Black Angel
Rip This Joint
Coming Down Again
Winter
Miss You
Some Girls
Imagination
Before They Make Me Run
Tops
Heaven

rollingstones7.jpg

~~~

Oorspronkelijk gepubliceerd op 17-11-12.

SEKS, BLUES EN THE ROLLING STONES

seksbluesrollingstones.jpg

Uit Porto bracht ik ‘Some Girls’ van The Rolling Stones mee, de editie uit 2011 met bonustracks. Zonder een duidelijke reden, zeker niet vanwege de tien toegevoegde songs. Wellicht om toch iets te kopen, je kunt niet met lege handen naar huis. Daags na mijn thuiskomst verraste de muziek mij met haar levendigheid en levenslust. Ik werd meteen teruggeslingerd in de tijd, naar 1978, toen ik nog maar net in Antwerpen woonde, waar ik leefde van filosofie, zwarte inkt en amfetamine. Joggen deed ik niet, veel te gevaarlijk, dan veel liever elke vrijdag en zaterdag de hele nacht gaan dansen. Punk en disco waren in die periode heerlijke en uiterst eenvoudige vormen van popmuziek. ‘Some Girls’ is een combinatie van beide genres, en van seks. Ik stelde vast dat ‘Imagination’, een cover van een Temptations-hit, mij na al die jaren het meest zin gaf om mij opnieuw op de dansvloer te wagen (in de salon van ons appartement). De manier waarop Mick Jagger het woord ‘rhapsody’ uitspreekt roept de geest van Laurence Olivier op, of die van Mick Jagger zelf, als hij in 1969 in Hyde Park een fragment uit Shelley’s ‘Adonais’ voorleest, voor Brian Jones, die enkele dagen eerder gestorven is. Mick Jagger als Percy Shelley, Brian Jones als John Keats.

In mijn enthousiasme plaatste ik een video van ‘Imagination’ op Facebook, in de hoop dat de song op veel vrienden aanstekelijk zou werken. Vreemd genoeg was dat niet het geval. Maar ik ontdekte dat een facebook-vriendin, Greet van Hecke, een dag eerder – in verband met ‘Some Girls’ het concept ‘sex blues’ had gelanceerd, een mooi toeval en bovendien een term die uitstekend past bij een aantal songs van the Rolling Stones, zeer zeker bij ‘Stray Cat Blues’ en ‘Parachute Woman’.  ‘Sex Blues’ dekt echter een ruimere lading dan alleen maar enkele nummers van the Rolling Stones. Ik vind ‘Manish Boy’ van Muddy Waters, om maar een voorbeeld te geven, ‘sex blues’ bij uitstek. Blues heeft overigens vaker met seks te maken dan met droefheid en melancholie. En ook bij the Rolling Stones draait ongeveer alles om seks, zelfs misogyne nummers als ‘Under My Thumb’, ‘Yesterday’s Papers’ en ‘Stupid Girl’.   

De voorbije nacht lag ik er nog altijd wakker van, van die duivelse Rolling Stones. Ik herinnerde me dat ik in 1964 voor het eerst ‘Tell Me’ op de radio hoorde. Ik had kort voordien van mijn vader een draagbare bandopnemer cadeau gekregen. ‘Tell Me’ klonk als een opwindend mysterie, ik had nooit tevoren zoiets gehoord, ik werd meegezogen in die sound, in de stem, in de hele sfeer van het lied. Toch lukte het mij om ongeveer de helft op te nemen. Dagenlang luisterde ik naar dat tweede gedeelte van die single. Tot mijn broer, die zeven jaar ouder is dan ik, het mysterie uitwiste, omdat hij zonodig Elvis en Fats Domino moest openemen. Op mijn bandopnemer! Een vreselijke ruzie was het gevolg. Het is nooit meer goed gekomen tussen ons.

Anekdotes, ja. Maar als er al niet zoveel stompzinnige pulp fiction over the Rolling Stones op de markt zou zijn, zou ik mij aan een boek over mijn favoriete beatgroep wagen. Ik zou de mooiste juwelen uit mijn scheepskist halen,  want elk woord in dat boek zou moeten fonkelen, even glinsterend en verleidelijk als ‘You Got The Silver’ op ‘Let It Bleed’. Onbegonnen werk zal dat boek moeten blijven. Mijn mooie woorden mogen niet op die markt liggen rotten of beschimmelen.

Wat zijn de Rolling Stones-songs waar ik het meest van houd? Tell Me, I Need You Baby (Mona), Honest I Do, Confessin’ The Blues, It's All Over Now, Good Times Bad Times, If You Need Me, Pain In My Heart, Heart Of Stone, The Last Time, Play With Fire, Oh Baby (We Got A Good Thing Going), The Under Assistant West Coast Promotion Man, I’m Free, Gotta Get Away, Out Of Time, Stupid Girl, Think, Get Off My Cloud, Please Go Home, My Obsession, Dandelion, Child Of The Moon, Citadel, She’s A Rainbow, Sympathy For The Devil, Factory Girl, Stray Cat Blues, Parachute Woman, Gimme Shelter, You Got The Silver, Monkey Man, Love In Vain, Dead Flowers, Moonlight Mile, I Got The Blues, Happy, Torn And Frayed, Sweet Virginia, Black Angel, Rip This Joint, Coming Down Again, Winter, Memory Motel, Miss You, Some Girls, Temptation, Before They Make Me Run, Tops, Heaven.

~~~

Oorspronkelijk gepubliceerd op 16-11-2012.
 

ONENIGHEID / TEMPEST

ONENIGHEID.jpg

Bob Dylan is de grootmeester van de onenigheid. Lees zijn teksten, beluister zijn songs, hoor zijn unieke stem. Niet is het eens met niets, niemand met niemand. Al van in het begin, en van voor het begin. I wish that for just one time you could stand inside my shoes and I could be you. You’d know what a drag it is to see you.

Die week hoorde ik niets anders dan Bob Dylan. Niet zo ongewoon voor mij, maar ik wilde te weten komen welke Bob Dylan mij het meest raakte, het meest ontroerde. Ik kon het maar niet eens worden met mezelf, met de stemmen in mij, met de stemmen in jou, met de vele stemmen - en maskers - van de zanger. Op een donderdag koos ik voor ‘John Wesley Harding’, jij koos voor ‘Blonde On Blonde’, Dylan gaf kennelijk de voorkeur aan zijn nieuw werk, ‘Tempest’.

In het station omhelsden we elkaar, zoals Renaldo en Clara, of waren het Bob en Sara – of waren het onze doodgewone, ongemaskerde zelven, zonder show, zonder make up? Het leek of er jaren tussen ons waren verzonken in vergetelheid; jaren, die ondanks hun onzichtbaarheid prikkels als van cactussen, sporen als van vossen of wolven hadden achtergelaten. Zoals zo vaak als we elkaar terugzagen hadden we weinig te verbergen: we waren open en oprecht voor elkaar. Wat verhuld bleef wisten we niet of wilden we niet weten.

Ik had er veel zin in. Je ogen, de wind die door de gemene straten joeg, de late zomerzon, het schuim in de cafés, elkaar dromen vertellen, en liever nog, verhalen van alledaagse waanzin. Niet weten waar je loopt omdat de wind in je hoofd is gaan liggen en de zon opeens niets meer wil verklaren. Wat is het heerlijk om op die manier te verdwalen en ergens aan te komen waar alles vertrouwd lijkt, maar toch unheimlich is. Alsof gele rozen geen doornen hebben en iedereen heeft leren lachen. De hele wereld, of dat stuk dat je ervan ziet, wordt opeens even erotisch als jij. Lust dringt binnen in voorbijgangers, in interieurs, in het spel van licht en schaduw, lust geeft alle dingen een bedwelmende geur.

En zo opeens verdwijnt de onenigheid. Is iedereen het eens met iedereen en niemand leeft nog in onmin met niemand. Want van in het begin is iedereen heilig als een eiland, is iedereen een naakt lichaam dat moet beminnen om te kunnen vergaan.

~~~


Oorspronkelijk gepubliceerd op 4-11-2012.