16-11-13

DE SLECHTE ONEINDIGHEID 1

IMG_4743.JPG

IMG_4754.JPG

IMG_4761.JPG

Foto's: Martin Pulaski

28-10-13

LOU REED SONGS

LouReed_WarholMotion.jpg

Over Lou Reed zal nu wel al voldoende geschreven zijn, en op dit ogenblik zullen voornamelijk de clichés bovengehaald worden of al in de bladen en op de blogs en websites staan. Het zij zo, het hoort bij het spektakel en vaak is het zelfs goedbedoeld. Toch zou je om de muzikant/dichter eer aan te doen iets moeten kunnen schrijven, zingen of anderszins maken dat op een even hoog niveau staat als zijn beste werk, ongeveer alles wat in “Between Thought And Expression” te lezen valt en een behoorlijk deel van zijn songs, solo en met The Velvet Underground. Die gave bezit ik niet.
Het enige wat ik kan doen, en dat is ook niet bepaald origineel en er blijkt evenmin veel eerbied uit, maar wat wil je, is een lijst maken met titels van songs die me van 1967, toen the Velvet Underground mijn hart veroverde tot A.D. 2000, het jaar waarin ik, na aanschaf van ‘Ecstasy’, om een mij onbekende reden ophield met nieuw werk van Lou Reed te kopen.

loureed transformerguitarlb0.jpg

1972

“Lou Reed”

I Can't Stand It
Wild Child

“Transformer”

Vicious
Andy’s Chest
Satellite Of Love

1973

“Berlin”

Men Of Good Fortune
Caroline Says I
How Do You Think It Feels
Oh, Jim

1974

“Sally Can’t Dance”

N.Y. Stars
Kill Your Sons
Ennui

1975

“Coney Island Baby”

She's My Best Friend
Kicks
A Gift
Coney Island Baby

1976

“Rock And Roll Heart”

Rock And Roll Heart
Vicious Circle
Temporary Thing

1978

“Street Hassle”

Dirt
Street Hassle
I Wanna Be Black
Real Good Time Together

1979

“The Bells” 

Disco Mystic
Families

1980

“Growing Up In Public”

The Power Of Positive Drinking
Teach The Gifted Children

1982

“The Blue Mask”

My House
Women
The Day John Kennedy Died

1983

“Legendary Hearts”

Make Up Mind

1984

“New Sensations”

Fly Into The Sun

1986

“Mistrial”

I Remember You
Tell It To Your Heart

1989

“New York”

Romeo Had Juliette
Dirty Blvd.
Halloween Parade

1990

“Songs For Drella” met John Cale

Slip Away
Nobody But You

1996

“Set The Twilight Reeling”

NY City Man
Hang On To Your Emotions

“Lost Highway” (soundtrack)

This Magic Moment

2000

“Ecstasy”

Tatters

velvet-undeground.jpg

Aan een opsomming uit de vier ‘officiële’ albums van the Velvet Underground begin ik niet: alles wat daar op te horen valt is uniek, zowel het werk van Lou Reed als dat van John Cale, zonder Sterling Morrison, Moe Tucker, Nico en Doug Yule te vergeten.


Alle hierboven genoemde songs kun je terugvinden op YouTube en Spotify, maar het verdient aanbeveling om alle platen zelf aan te schaffen, zodat je ze in de juiste context en omstandigheden kunt horen.

22-10-13

WAT IS WERKELIJK?

IMG_5329.JPG

Wat hier volgt is niet veel meer dan een voetnoot bij ‘Leven en dood in de Van Praetlei’. Het betreft het begrip ‘defunctus’.

Wanneer precies het woord* zich in mijn bewustzijn heeft genesteld weet ik niet meer, 1978 of 1979 dat zeker, maar ik herinner me wel waar: het was in een kleine werkkamer op de eerste verdieping van het huis dat wij huurden in de Dolfijnstraat vlakbij de Dageraadplaats in Antwerpen. Ik las het in een dun boekje van Samuel Beckett over Marcel Proust.

Helemaal op het einde van het boek komt Beckett tot de conclusie dat de verteller in tegenstelling tot Charles Swann, die de ‘kleine frase’ in de Sonate van Vinteuil met zijn geliefde Odette de Crécy identificeert, die bijgevolg van iets buitenruimtelijks (muziek) iets ruimtelijks maakt, “l'air national de [leur] amour”, ziet de verteller in de rode frase van het Septet “de ideale onstoffelijke weergave van de essentie van een unieke schoonheid; van een unieke wereld, de onveranderlijke wereld en schoonheid van Vinteuil, schuchter uitgedrukt als een gebed in de Sonate, smekend als een inspiratie in het Septet; de ‘onzichtbare realiteit’, die het leven van het lichaam op aarde veroordeelt als opgelegde taak en de betekenis van het woord ‘defunctus’ onthult.”

Bij het lezen van dat woord 'defunctus' herinnerde ik me dat ik het eerder had opgemerkt in een boek dat ik van de bibliotheek had uitgeleend, een verzameling essays van Schopenhauer - met door de Nederlandse uitgever van de belachelijke titel 'Er is geen vrouw die deugt'** voorzien. In het essay 'Over het lijden van de wereld' trof ik dit aan: "Zeer te benijden is niemand, zeer te beklagen zijn talloze mensen. Het leven is een taak die af moet: in die zin is defunctus een mooi woord voor dood."

Ik besefte dat Beckett's 'Proust' grotendeels al door Arthur Schopenhauer was bedacht. Maar dat was niet zo belangrijk. Ik had dat woord gevonden. Misschien kan het geen kwaad hierbij te vermelden dat ik in die dagen vaak meer gefascineeerd was door woorden dan door zinnen; zelfs verhalen hadden niet meer zoveel belang. Dat zal wel verband hebben gehouden met de moderne poëzie. Ik had daar op mijn negentiende over gelezen in ‘De eendimensionale mens’ van Herbert Marcuse en wat later in ‘Le degré zéro de l’écriture’ van Roland Barthes. “Het woord weigert het verbindende, verstandige bewind van de zin”, schrijft Marcuse en bij Barthes luidt het: “Het woord dat zich heeft losgemaakt van de korst van geijkte clichés, en van de technische reflexen van de schrijver, verliest daarmee elke verantwoordelijkheid voor iedere mogelijke context; het brengt slechts één summier, dof geluid voort, dat in zijn gedemptheid zijn eenzaamheid en dus zijn onschuld bevestigt.”

Later heb ik deze theorieën en ‘inzichten’ weer voor het grootste deel verloochend en ben ik teruggekeerd naar de zin en het verhaal. Dat heeft mijn leven er heel wat eenvoudiger en plezieriger op gemaakt.

Dat Proust hier op het toneel verschijnt is overigens niet verwonderlijk. Als het over herinneringen en het geheugen gaat, het terugvinden van fragmenten uit de verleden tijd, komt Marcel wel vaker om de hoek kijken. Want toegegeven: de reeks ‘genealogie’ is ook de vrucht van wat hij 'onvrijwillig geheugen' noemt. Het geheugen en de herinnering – allesbehalve betrouwbaar, zoals zoveel schrijvers, waaronder Stendhal en W.G. Sebald, al hebben aangetoond. Zo neemt mijn ‘genealogie’*** ook een loopje met de werkelijkheid. Maar wat is werkelijk?

IMG_5318.JPG

*Hier past een dankwoord voor Gislinde Vercammen, die me – onrechtstreeks – om uitleg vroeg over het begrip ‘defunctus’ en zich enigszins uitdagend afvroeg of het wel bestond.


**In het Duits: ‘Parerga und Paralipomena, kleine philosophische Schriften’.

*** Genealogie. De reeks bestaat nu uit:
DE DOOS VAN PANDORA
HOE HET DAN ALLEMAAL BEGONNEN IS?
DE FOTO VAN BOB DYLAN EN SARA NOZNIZSKY
AUGUST STRINDBERG EN KURT COBAIN

Foto's: Martin Pulaski, 17 maart 2007, Capela dos Ossos, Evora. In deze kapel zijn de wanden en zuilen bedekt met de schedels en beenderen van meer dan vijfduizend monniken. Boven de deur staat het opschrift: "Nós ossos que aqui estamos pelos vossos esperamos" (Wij beenderen hier wachten op uw beenderen). 

15-10-13

DE MUZIEKKAMER

IMG_4657.JPG

Aan ‘De muziekkamer’ – uitgebracht in 1958 maar tijdloos - van Satyajit Ray zou je je toch één keer in je leven moeten overgeven: alles loslaten en je laten betoveren door het wit en het zwart, door de vermoeide, verdoofde, zich van al het aardse loswekende aangezichten (vooral dat van het hoofdpersonage, de zamindar* Roy) en ledematen.  Je laten hypnotiseren door de onwereldse muziek, die uit het verval lijkt te ontstaan, zoals sommige bloemen uit giftige grond - en heel af en toe schoonheid uit lijden. Je maakt dan een mysterieuze reis diep in jezelf naar een ander zelf,  naar ‘iets’ wat je nog niet kende maar er al lang moet hebben liggen sluimeren, in een of ander bloedvat of in een hersencel die met geen enkele scan kan worden opgespoord, en tegelijk zover van jezelf weg als mogelijk is, naar eindeloze ruimte, waar je ook de geur van het Mogolrijk achter je laat, en uiteindelijk het hermetisch wit vindt van Ahabs walvis en van het poeder, op as gelijkend, dat neervalt op de kano van Arthur Gordon Pym.

Als je daarna, weer tot jezelf gekomen, in de spiegel kijkt zie je dat je gelaat de volkomen blankheid van sneeuw vertoont. Dan doe je er best aan een glas rode wijn te drinken en wat met je lijf te bewegen op ‘The Fire Of Love’ van The Gun Club, de songs zacht meeprevelend alsof het duivelse gebeden zijn (wat ze in werkelijkheid ook zijn).  

IMG_4651.JPG

*Samindar: adellijke grootgrondbezitter.

 

10-06-13

FILOSOFIE

poëzie, filosofie, hölderlin, wanhoop

Een citaat dan maar:

"Ach! de wereld heeft mijn geest vanaf mijn vroegste jeugd in zichzelf teruggejaagd, waaraan ik nog steeds lijd. Weliswaar bestaat er een hospitaal waarheen iedere, op mijn wijze verongelukte dichter met eer kan vluchten - de filosofie. Maar ik kan van mijn eerste liefde, van de verwachtingen van mijn jeugd, niet scheiden en liever wil ik roemloos ten onder gaan dan het zoete vaderland der muzen verloochenen, waaruit het toeval me heeft verdreven."
Friedrich Hölderlin,  Aan Neuffer, 12 november 1798.

22-12-12

NACHTGEDACHTEN

cyclopodilonredon.jpg
Odilon Redon, De cycloop, 1898-1900.

’s Nachts wervelen mijn gedachten, zwerven ze koortsig van de ene onbestemde plek naar de andere, altijd onbeheerst, altijd gehaast. Zoals Don Giovanni, met zijn boekje, van de ene vrouw naar de andere. Grillig, ongegrond, niet als tulpen of andere bloemen, ontworteld, zinloos, op zoek – misschien – naar een zin. De donkere nachten van december. Op de tast in de richting van een nieuw verhaal, een nieuwe liefde. In de verte, aan het voeteinde van het bed, de contouren van een muze, het kloppende hart van een syntaxis even streng als de Grondwet.

 

03-12-12

AURORA - EEN VERGETEN RUIMTE?

aurora.jpg
Onze kinderen in Ruimte Aurora, Antwerpen 1980.
Foto: Martin Pulaski.

Ik vind het nog altijd vreemd en onterecht dat je via google of andere zoekmachines zo weinig aan de weet komt over het in veel opzichten baanbrekende tijdschrift Aurora, van de gelijknamige filosofische kring. Aan een min of meer objectief artikel daarover waag ik mij niet: het is allemaal te lang geleden en ik ben maar een viertal jaar lid geweest van de redactie. Aurora zag het daglicht in 1976 aan de VUB, toen die universiteit nog geen eigen campus had, wat ik heerlijk vond. De stichter van het tijdschrift was de enigszins controversiële filosoof Leopold Flam, schrijver van talloze filosofische werken, die nog altijd zeer het lezen waard zijn. Stuwende kracht was de eigenzinnige schilder en schrijver Paul Rigaumont. Mijn vrienden en ik zijn Leopold Flam altijd als een mentor blijven beschouwen. 

Het secretariaat van ‘Aurora’ bevond zich niet in Brussel maar in Antwerpen. Spoedig werden in het pand aan de Lange Leemstraat allerlei boeiende activiteiten georganiseerd. Voor mij was dat een aansporing om na het behalen van mijn filosofiediploma en enkele mislukte experimenten met door Antonin Artaud geïnspireerd theater – in ons appartement in Sint-Joost-Ten-Node en in ‘Doorndal’ – naar mijn geboortestad terug te keren. In Ruimte Aurora werd werk tentoongesteld van toen nog onbekende kunstenaars (onder meer Ria Pacquée*, Guillaume Bijl, Guy Rombouts), er werden lezingen gehouden over poëzie, literatuur en uiteraard filosofie; er werden poëzienamiddagen georganiseerd, soms werd er zelfs gedanst.
Wat evenmin zou mogen vergeten worden zijn de talloze gesprekken, vaak een dialoog van kunst en filosofie. Naast het driemaandelijks tijdschrift publiceerde Aurora werk van Leopold Flam, Annie Reniers, Eldert Willems, Eric Min en anderen.


In het tijdschrift verschenen essays, beschouwingen, gedichten, experimentele teksten van bekende en minder bekende auteurs. Ik heb een sterk vermoeden dat er tussen decenniaoud kaf nog heel veel koren aan te treffen valt. Het is de hoogste tijd dat dit werk wordt ontsloten. Het is tevens de hoogste tijd dat Aurora als unieke experimentele ruimte de aandacht krijgt die ze verdient in de cultuurgeschiedenis van dat deel van België dat zich Vlaanderen noemt en zo begaan is met zijn cultureel erfgoed.


*”Na zelf enkele performances te hebben geïnitieerd, solo of in groep, stelt ze in 1977 samen met Guillaume Bijl tentoon in de Filosofische Kring Aurora in Antwerpen. Pacquée presenteert er assemblages met goedkope spulletjes die ze in een supermarkt had gestolen.” Koen Brams, Dirk Püttau, in: De Witte Raaf.
~~~
Oorspronkelijk gepubliceerd op 24-11-2012. 

16-12-09

EEN EIGENZINNIG JUBILEUM II


John_William_Godward_Erato_at_Her_Lyre

Een virus in de darmen maakt me het leven zuur. Ik was er gisteren al bang voor dat het zou verergeren – en verergerd is het. Nu zal ik mijn vrienden en kennissen in Antwerpen en de muze moeten teleurstellen. Ik kan helaas niet deelnemen aan het eigenzinnige jubileum op het Conscienceplein. Door mijn zwakke gezondheid moet ik wel vaker mensen teleurstellen. Waardoor ik me dan schuldig voel en waardoor ik nog minder gezond word. Maar ik wil niet klagen. Ik wil de mensen die daar in Antwerpen de kou zullen trotseren voor Doel en voor moeder aarde een hart onder de riem steken. Jullie zijn moedig en sterk. Ik ben trots op jullie. In gedachten zal ik straks ook op het Conscienceplein zijn, een plein waar ik zoveel uren van mijn leven heb doorgebracht. Maak er een feest van, maak van het plein een mooie kleine wereld. Een schakel van een groter geheel.

 

En toch ook nog even het programma:

EEN EIGENZINNIG JUBILEUM
Voor Doel en Mother Earth  - en voor een zeer kortstondige opwarming van de aarde, en meer bepaald op het
Hendrik Conscienceplein, Antwerpen
woensdag 16 december 2009

16u00 Antistresspoweet
16u15 Silke Vanhoof
16u30 David Vandepitte
16u45 Stille Beer
17u00 Michaël Vandebril
17u15 Dirk Elst
17u30 Christoffel Hendrickx
17u45 Frans Vlinderman
18u00 Bart van Peer
18u15 Dolf B Wolf
18u30 Koen Flameng
18u45 Niko Rubbens
19u15 Pierre Magis
19u30 Frank De Vos
19u45 Ferre Denis
20u00 Vincent Bio
20u15 Martin Pulaski (geannuleerd)
20u30 Wim Geysen en Hanne De Backer
20u45 Herman J. Claeys
21u00 Peter Holvoet-Hanssen
21u15 Didi De Paris
21u30 Luk Paard, Kristof 'Kristo' Van Hooymissen en Charles Jarvis"

Afbeelding: Erato.

15-12-09

EEN EIGENZINNIG JUBILEUM


green and grey

Morgen begeef ik me met de trein der traagheid naar mijn geboortestad, de stad aan de stroom die me zo lief is, Antwerpen, om er deel te nemen aan een eigenzinnig jubileum. Als mijn ingewanden het toestaan. (Mijn ingewanden hebben hun meester overmeesterd en onderwerpen hem aan nog net niet helse pijnen…) Waarom staat die zin tussen haakjes in de derde persoon, alsof ik Antonin Artaud ben of zo? Terwijl ik doodgewoon Martin Pulaski ben, een dichter met buikkrampen en een (soms manische) depressie. Stemmingsstoornissen. Verliefdheden, doodsangsten. En al de rest. Je kent me al, je weet welk vlees je in de kuip hebt. Het verschilt niet zo van dat van jullie. We zijn allemaal vlees en we gaan allemaal de dieperik in. Maar – om even te prediken – we mogen de toekomst niet uit het oog verliezen, de aarde, die niet van ons is, die wij alleen maar even mogen ‘gebruiken’. Wat wij hebben aangericht kan wellicht niet meer worden hersteld, maar er is nog tijd om opnieuw te beginnen, om van de woestijn een zee te maken, en wat grijs en grauw is groen en veelkleurig. Er is nog tijd…

EEN EIGENZINNIG JUBILEUM
Voor Doel en Mother Earth  - en voor een zeer kortstondige opwarming van de aarde, en meer bepaald op het
Hendrik Conscienceplein, Antwerpen
woensdag 16 december 2009

PROGRAMMA

16u00 Antistresspoweet
16u15 Silke Vanhoof
16u30 David Vandepitte
16u45 Stille Beer
17u00 Michaël Vandebril
17u15 Dirk Elst
17u30 Christoffel Hendrickx
17u45 Frans Vlinderman
18u00 Bart van Peer
18u15 Dolf B Wolf
18u30 Koen Flameng
18u45 Niko Rubbens
19u15 Pierre Magis
19u30 Frank De Vos
19u45 Ferre Denis
20u00 Vincent Bio
20u15 Martin Pulaski
20u30 Wim Geysen en Hanne De Backer
20u45 Herman J. Claeys
21u00 Peter Holvoet-Hanssen
21u15 Didi De Paris
21u30 Luk Paard, Kristof 'Kristo' Van Hooymissen en Charles Jarvis"

 

Foto: Martin Pulaski, Antwerpen, linkeroever. 

 

07-03-08

JUNGLELAND

Hoe beschrijf je een leegte, een afwezigheid? Hoe verwoord je datgene waarvoor je geen woorden vindt? Hoe uit je je diepste ‘binnenin’? En ook dit: waarom zeg je ‘stop’ als je nog niet bent begonnen?

Ooit gaf ik een lezing over ‘wat is poëzie’. Ik herinner me dat het vooral gericht was tegen de verheven opvattingen over poëzie van Jacques Hamelink. Ik was net aan mijn tweede jeugd begonnen, had me een frisse, onverschrokken punk attitude aangemeten. Geen zwart leder weliswaar maar een wit linnen pak uit Firenze. Mijn lange haren afgeknipt, niet echt kort en zeker geen hanenkam. Maar veel korter dan voorheen, al die jaren in de wildernis. Terzake. Aan de luisteraars in het zaaltje in de Ommeganckstraat in Antwerpen gaf ik een banaan, een baksteen. Doorgeven alstublieft! Dat is poëzie, verkondigde ik. Ook een kroontjespen liet ik door de luisterende handen gaan. Dit was niets nieuws, natuurlijk. In Cabaret Voltaire hadden zich nog wel straffere zaken afgespeeld. Maar waarom het nieuwe van dada niet nog eens herhalen, zal ik gedacht hebben. Het nieuwe opnieuw. Ik praatte nog wat, meanderde, omcirkelde, zweeg tenslotte. Drukte op de knop van de cassettespeler en zei, dit is poëzie. Wat weerklonk was Bruce Springsteens ‘Jungleland’.

DADA

Nu besef ik dat ik toen al, op die mooie zaterdagmiddag in 1978, geen woorden vond. De leegte van vandaag kondigde zich reeds aan in een baksteen, in de wall of sound van ‘Jungleland’, waarin ik zo graag verdwaalde.

20-11-07

IK RUIM PLAATS VOOR e.e. cummings


De late herfst en geneesmiddelen waar ik maar half in geloof maken mij moe, het lijkt wel of ik wegkwijn, alsof alle energie wegvloeit uit mijn lichaam. Over de liefde doe ik er het zwijgen toe, evenals over haar tegendeel. Ik wacht af. In mijn zwak lichaam voel ik een sterke kern.

 

Maar het blad zomaar wit laten, dat kan ik niet toestaan. Daarom laat ik vanavond een dichter aan het woord, en door hem de stem van de tederheid zelf.

i like my body when it is with your
body. It is so quite a new thing.
Muscles better and nerves more.
i like your body. i like what it does,
i like its hows. i like to feel the spine
of your body and its bones, and the trembling
-firm-smooth ness and which i will
again and again and again
kiss, i like kissing this and that of you,

i like, slowly stroking the, shocking fuzz
of your electric fur, and what-is-it comes
over parting flesh . . . . And eyes big love-crumbs,

and possibly i like the thrill

of under me you quite so new


e.e. cummings, uit: a selection of poems, harcourt-brace, 1965

09-11-07

L'AMOUREUSE - PAUL ELUARD

 

Elle est debout sur mes paupières
Et ses cheveux sont dans les miens,
Elle a la forme de mes mains,
Elle a la couleur de mes yeux,
Elle s'engloutit dans mon ombre
Comme une pierre sur le ciel.

Elle a toujours les yeux ouverts
Et ne me laisse pas dormir.
Ses rêves en pleine lumière
Font s'évaporer les soleils
Me font rire, pleurer et rire,
Parler sans avoir rien à dire.

Paul Eluard, L’amoureuse, uit ‘Capitale de la douleur’. Deze tekst zou je de leidraad kunnen noemen van Godards meesterlijke film ‘Alphaville’.

alphaville

Hierboven: de onvolprezen actrice en zangeres Anna Karina en de acteur Eddie Constantine in 'Alphaville'.

12-10-07

PROJECT VOOR 20 GEDICHTEN OVER ‘AFSCHUW’

 

  1. De Dubbelganger
  2. Mijnheer Dood
  3. Emma Small
  4. Dr. Joseph Goebbels
  5. De Uitvinder van de Hel
  6. Iñigo Lopez de Loyola
  7. William Zanzinger
  8. Het einde van de wereld
  9. De Boze Wolf
  10. De plots kapotte Muis
  11. De Privé-ambulancier
  12. Quintianus
  13. De Vrouw zonder Schaduw
  14. Paus Pius XII
  15. Het slijmerige Wezen
  16. De ‘Separatist’
  17. De ‘Fotograaf’ van Abu Ghraib
  18. De Architect van de ‘Muur’ in opbouw
  19. De Bommenwerper
  20. Judith Fellowes

08-10-07

OUDE LIEDEREN (ZUSTER BERTKEN)

zuster bertken,lied,utrecht,aurora

Oude liederen klinken altijd goed, zeker op gekraste grammofoonplaten. Een zeer oud lied is dat van Zuster Bertken, die zich in een kluisje aan de Buurkerk te Utrecht liet inmetselen, waar ze pas zestig jaar later zou sterven. Ik heb er nooit een versie van gehoord, tenzij die van mezelf (niet om aan te horen denk ik).

“Ic sie den engen wech bereyt,

Met doernen is hi al bespreyt,

Nature en ghi moet sterven;

Dat ic dus lange verloren heb,

Hope ick noch te verwerven.”


Zie: L. Leopold en W. Pik, Nederlandsche Letterkunde – Schrijvers en Schrijfsters voor 1600. Zie ook: Aurora, tijdschrift van de Filosofische Kring Aurora, Antwerpen, Jaargang 1, nummer 3, zomer 1976, het verhaal ‘Anastasis’ van Matthias Brouns.

30-05-07

LIED VAN ONSCHULD - WILLIAM BLAKE


HOW SWEET I ROAM'D FROM FIELD TO FIELD
William Blake   

HOW sweet I roam'd from field to field,
And tasted all the summer's pride,
'Till I the prince of love beheld,
Who in the sunny beams did glide! -  

He shew'd me lilies for my hair,
And blushing roses for my brow;
He led me through his gardens fair
Where all his golden pleasures grow. -  

With sweet May dews my wings were wet,
And Phoebus fir'd my vocal rage;
He caught me in his silken net,
And shut me in his golden cage. -  

He loves to sit and hear me sing,
Then, laughing, sports and plays with me;
Then stretches out my golden wing, A
nd mocks my loss of liberty. 
 





Dit is een ‘song of innocence’ van William Blake, waar ik het een paar dagen geleden over had. Af en toe gebeurt het nog wel eens dat ik mijn gitaar neem en dit lied speel en probeer te zingen, meestal als er niemand in de buurt is. Een versie van de song is terug te vinden op The Fugs First Album, waar ook pareltjes op staan als I Couldn’t Get High. Het onschuldige lied van William Blake is een van mijn uitverkoren gedichten. Lange tijd heb ik het uit het hoofd gekend. Patti Smith is een grote bewonderaar van deze dichter-schilder. Op haar cd Trampin' vind je een nummer getiteld My Blakean Year. Ik heb het genoegen gehad haar dat te horen zingen in het Paleis voor Schone Kunsten naar aanleiding van het Rimbaud-jaar in Brussel (nog zo'n held van Patti Smith). Wie meer wil weten over het leven en werk van Blake raad ik de biografie van Peter Ackroyd aan, een meesterwerk op zichzelf.



15-03-06

GEDICHTEN VAN KAVAFIS


Gedichten die mij van mijn stuk hebben gebracht : 'Trouweloosheid' en 'Wachtende op de Barbaren', allebei van Kavafis. Het eerste gedicht gaat over het verraad van Apollo, die Achilles' moeder, Thetis, een lang en gezond leven beloofde voor haar zoon, maar die later zelf de Trojanen steunt in de strijd tegen de Grieken, waarbij Achilles sneuvelt. In het tweede gedicht wordt een hele reeks scènes opgevoerd die allemaal betrekking hebben op de komst van de barbaren. Alles is op de inval van die gevreesde barbaren geconcentreerd. Uiteindelijk komen ze niet en dat is een grote teleurstelling, want wat moet nu gebeuren?

“-Waarom begint nu ineens die onrust
en die verwarring. (Wat werden de gezichten ernstig).
Waarom lopen nu snel de straten en de pleinen leeg,
en gaan allen naar huis terug, diep in gedachten?

Omdat het avond werd en de barbaren niet gekomen zijn
.En er kwamen mensen aan uit het grensgebied.
Die zeiden dat er geen barbaren meer zijn.

En wat moeten wij nu zonder barbaren.
Die mensen waren tenminste een uitweg.”

Fragment uit ‘Wachtende op de Barbaren’ van Kavafis. Werkelijk een profetisch gedicht.

10-02-06

TROONSAFSTAND NU!


Wat is poëzie, wat betekent ze in je leven? Om te beginnen is poëzie geen autobiografie, hoewel je gebruik maakt van autobiografische elementen, als bouwstenen, als basismateriaal. Bepaalde emoties, waarnemingen, belevenissen kunnen uitgangspunten zijn voor een gedicht.

In poëzie probeer je, zonder je daar altijd bewust van te zijn, iets te zeggen over wat ogenschijnlijk onzegbaar is. Vaak raakt het gedicht die leegte aan in jezelf, die holte die je zo onrustig maakt, die je maar niet gevuld krijgt. Afwezigheden, lacunes, zwarte gaten… Ik denk dat om die reden elk gedicht gedoemd is op de ene of andere manier te mislukken. Je krijgt het maar niet gezegd, je blijft aarzelen, twijfelend over je woorden struikelen. De woorden leiden je om de tuin, terwijl je een tuin van woorden wilde maken.

Sommige van je gedichten gaan over zichzelf, en vertellen hoegenaamd niets, drukken alleen maar zichzelf uit; het zijn spelletjes waar geen vaste regels voor bestaan. Een ander deel van je gedichten is meer verhalend. Maar het gaat dan ook weer om verhalen die je onmogelijk als een verhaal kunt vertellen. In het gedicht vind je alleen maar de sporen (het tracé) van dat verhaal. Woorden en beelden, metaforen zijn zulke sporen.

Sommige van je gedichten - of misschien allemaal - zijn muren die je optrekt. Waarom je die muren optrekt weet je niet goed. In een boek van Paul Auster, The Music Of Chance, wordt ook zomaar een muur gebouwd. Als een soort van weddenschap met de afwezigheid. Dat je het toch kunt, ook al zegt die kunde niemand wat. Een muur van stenen. De woorden moeten stenen zijn. Dat hebben dichters al vaker gezegd. Waarom zouden ze niet de waarheid spreken? Een dichter is een bouwmeester. Een bouwmeester van kathedralen, wolkenkrabbers, blokhutten, iglo’s, shotgun shacks, labyrinten, casino royales. Woorden zijn sneeuwvlokken. Wit op zwart, hanteerbaar maar vluchtig, gedoemd om te verdwijnen.

Een gedicht schrijven betekent troonsafstand doen. Een gedicht is de bekentenis, de aanvaarding van de troonsafstand. Een dichter kan onmogelijk heersen over mensen of dingen.

Je wilt met je gedichten een soort van religie beoefenen. Je weet wel dat er geen goden en geen echte priesters bestaan. Daarom moet jij, dichter, sommige dingen kunnen bezweren. Soms kun je die bezweringen meedelen, als je een opening kunt laten, langs waar de andere naar binnen kan kijken.

Een gedicht moet open zijn, of gesloten. Fijnmazig of ruw als rotsen. Een gedicht moet onzuiver zijn. Elke aanspraak op zuiverheid is verdacht. Er bestaan geen absoluut goede mensen. Er bestaan geen absoluut goede gedichten. Een perfect gedicht is een glazen cirkel met zijn centrum in de eeuwigheid.

Met een gedicht geeft de dichter realiteit terug aan de realiteit. Poëzie is een verheven materie. Poëzie is iets schandelijks. Elke dichter is een revolutionair. Hij onttrekt tijd aan de tijd, productie aan de productie, leven aan het leven. De dichter is een bedrieger, een verrader, een ontrouw minnaar. Wat is een dichter eigenlijk? Wat is een gedicht? Wat betekent poëzie in je leven?

Foto's: Vanessa Beecroft.

04-12-05

ALL IS A PROCESSION / WALT WHITMAN


Die ode aan de grote beer is niet geschreven. Wel de ervaring van een treinreis, maar die tekst onthul ik vandaag nog niet. Er is nog werk aan. Gisteren op de trein heb ik niet alleen wat zitten schrijven maar ook gelezen in de nieuwe Nederlandse vertaling van Walt Whitman's Leaves Of Grass. Dit stukje wil ik toch even citeren, maar dan wel in het origineel:

The man's body is sacred and the woman's body is sacred... it is no matter who,
Is it a slave? Is it one of the dullfaced immigrants just landed on the wharf?

Each belongs here or anywhere just as much as the welloff... just as much as you,
Each has his or her place in the procession.

All is a procession,
The universe is a procession with measured and beautiful motion.

21-11-05

UIT HET HARNAS

 

droom,gedicht,muziek,alcohol,actrices,monica bellucci,paz vega,siri hustvedt,cat power,muze

Valt het donkere weer je niet te zwaar, het lichte je niet te licht, mijn liefste? Als ik gulzig tijd drink, hem zelfs verdrijf met gezeur van talloze oude knarren, waar sluimer jij dan en waar strooi je dan je woorden, de schuimspatten van je glimlach rond? Ik wil je voor me zien en voor je zijn. Want deze dagen gaan nu zo hun gang dat ik al hun uren naar jou toe moet dragen.

Anders is er niets dan onopgesmukt in metro's staan, een prooi voor ieders blik, en in het huis, om blind te worden, Pinot Noir en Codeïne. Verdoofd met Monica Belluci en Paz Vega, met Siri Hustvedt en Cat Power's gefluisterd Satisfaction.

Daarna naar het eiland van de korte dromen waar paradijsvogels vergrijzen zoals mijn slapen en nachtegalen mij nuchter verwijten toeslingeren:"Jij die je doof houdt voor de muze, jij verdorde speler."

Wat zal het zijn, mijn liefste, elke vrijdagmiddag een Martini aan je zijde en beschaafd over Freud en Fellini geconverseerd of toch maar aan het raadsel van de liefde geofferd, en samen ten strijde tegen wat ons in het harnas jaagt? "

Each night when I go to bed I pray
Take me with you...(The Jayhawks)

12-11-05

NATURE IS A HERACLITEAN FIRE : GERARD MANLEY HOPKINS


Een van mijn uitverkoren gedichten is al lange tijd 'That Nature Is a Heraclitean Fire and Of the Comfort Of the Resurrection' van Gerard Manley Hopkins waarin de volgende verzen voorkomen:

"Million-fuelèd, nature's bonfire burns on.
But quench her bonniest, dearest to her, her clearest-selvèd spark
Man, how fast his firedint, his mark on mind, is gone!
Both are in an unfathomable, all is in an enormous dark
Drowned. O pity and indignation. Manshap, that shone
Sheer off, disseval, a star, death blots black out; nor mark
Is any of him at all so stark
But vastness blurs and time beats level."