14-10-08

CALEXICO IN DE AB: MUCHAS GRACIAS!


calexico - feast of wire



Calexico gisteravond in de AB was overweldigend. Muzikaal uitstekend, alle nummers mooi en juist uitgevoerd, met aandacht voor elk detail. Het was een subliem esthetisch-muzikaal avontuur, met geen enkele valse noot: honderd procent eerlijk. De eerlijkheid van poëzie en echt engagement, ik verwijs naar het lied ‘Victor Jara’s Hands’ als voorbeeld. Maar ik zou net zo goed ‘The News About William’ kunnen noemen, over de verwoesting die de orkaan Katrina (‘Cathy’) heeft aangericht in New Orleans, en de zware verantwoordelijkheid van de politici voor de gevolgen van die natuurramp. Maar vergis je niet, geen moment was de somberheid of de weemoed troef. Er werd feest gevierd, gedanst, meegezongen, zelfs mijn ouder wordende hart klopte vaak heftig.

De muzikanten die Calexico bevolken – het is eerder een gehucht dan een stadje - worden almaar beter; Joey Burns' stem gaat er op vooruit, zingt nu al bijna soulvoller dan Gram Parsons, en John Convertino lijkt mij een van de allerbeste drummers in de hedendaagse populaire muziek. Die 'oude' kern omringt zich met voortreffelijke muzikanten, waarvan een deel op hun laatste elpee, ‘Carried To Dust’, is te horen. Gastzangeressen als Amparo Sanchez voegen de nodige kruiden toe aan de mix.

Zoals ik al zei was het publiek – alle leeftijden waren vertegenwoordigd - razend enthousiast. Ik zat op de tweede rij van het balkon. Van daar heb je een goed zicht op de mensen beneden en de muzikanten op het podium. Op het balkon kun je eveneens het intens plezier beleven van een staande ovatie.

Een paar dagen geleden heb ik Steve Stills verdedigd, niet alleen omdat ik hem echt goed vond, maar eveneens vanwege de legende en de daarmee gepaard gaande kwetsbaarheid van de man. Daarom kon en mocht ik er niets negatiefs over zeggen. Maar in dit geval is het anders. Deze lofzang is voor Calexico zelf, Calexico nu, los van legende of kwetsbaarheid of wat dan ook, deze lofzang is voor Calexico’s muziek zonder meer, de levendigheid van hun performance, voor hun betrokkenheid bij wat er in de wereld gebeurt. (Meer dan eens heb ik vol bewondering zitten kijken naar de bescheiden maar meesterlijke steelgitarist, Paul Niehaus.) Viva Calexico!

08-10-08

STEPHEN STILLS IN BRUSSEL II

muziek,concert,pop,rock,blues,bob dylan,live,commentaren,de morgen,fan,recensies,negativisme,dirk steenhaut,stephen stills

Het is nooit mijn bedoeling geweest een recensie te schrijven over het concert van Stephen Stills in de AB eergisteren. Daarvoor ben ik te zeer bevooroordeeld. Ondanks mijn leeftijd ben ik nog steeds een fan van Stills. Dat schreef ik vorige maandag al. Misschien niet letterlijk, maar het zal toch duidelijk geweest zijn.

In de commentaren bij mijn vorig stuk over Stephen Stills is willens nillens toch recensieachtig materiaal binnengeslopen, zij het minimaal en in stukken en brokken. Voor degenen die de commentaren - die soms interessanter zijn dan de tekst erboven - niet lezen: mijn standpunt kwam erop neer dat ik de eerste, akoestische helft van het optreden schitterend vond. Prachtige songs, bevlogen gespeeld, met veel expressie en intensiteit gezongen. De cover van Dylans 'Girl From the North Country' raakte me in mijn ziel. Het tweede, elekrische gedeelte kon mij minder bekoren. Stephen Stills wilde teveel bewijzen dat hij een echte bluesman was. Maar slecht, laat staan vervelend, was hij nooit.

In de hierboven genoemde commentaren zijn kritische opmerkingen te lezen over de heren en dames recensenten. Waarom doen ze er niet het zwijgen toe, als ze iets niet goed vinden dat toch goed IS? Ik moet daar nu eerlijkheidshalve aan toevoegen dat ik de
recensie van Dirk Steenhaut in De Morgen over het optreden van Stephen Stills heel juist vind. Ik kan er mij volledig in herkennen: hij beschrijft het concert dat ik heb bijgewoond. Geen pretentieus geleuter, geen gelul over vals zingen, of slecht gitaarspelen, maar een eerlijke beschrijving van een concert zoals er veel te weinig te zien en te horen zijn.

06-10-08

STEPHEN STILLS IN BRUSSEL




Ongeduldig wacht ik op het optreden vanavond in de AB van een van mijn jeugdhelden, Stephen Stills. De man is een monument, maar een monument waar vaak achteloos aan voorbij wordt gelopen. Het is waar dat Stills minder tot de verbeelding spreekt dan zijn compaan / rivaal Neil Young. Hij heeft evenmin meesterwerken gemaakt als 'Everybody Knows This Is Nowhere', 'After the Goldrush' en 'Comes A Time'. Maar ten tijde van Buffalo Springfield schreef hij wellicht de meer gedenkwaardige songs, waaronder de hit 'For What It's Worth', 'Rock & Roll Woman', 'Everydays', 'Bluebird', 'Hung Upside Down', 'Special Care' en een van mijn uitveroren Buffalo Springfield-nummers, 'Four Days Gone' (met die typische Stephen Stills gitaarsound). Ik ben ook zeer verslingerd aan mijn exemplaar van Super Session, waarop niet alleen Mike Bloomfield (kant 1) maar ook Stephen Stills huiveringwekkend gitaar speelt (kant 2, vooral op Donovan's 'Season Of the Witch'). De eerste elpee van Crosby, Stills & Nash was grotendeels het werk van Stills. De mooiste track op 'Déjà Vu', 'Helpless', is van Neil Young, maar Stills' '4+20' is bijna net zo mooi. Daarnaast zijn er de eerste twee sublieme solo-elpees van Stephen Stills op het Atlantic label, waarvan vooral de eerste een meesterwerk mag worden genoemd. De eerste Manassas-dubbelelpee, waar Stills gezelschap kreeg van onder meer Chris Hillman draai ik nog heel regelmatig. Voor mij is het een soort tijdscapsule: in elke song van die plaat zitten een onbekend aantal herinneringen. Mijn favoriete Stephen Stills-nummers zijn Sit Yourself Down (met de regels: "When I get restless / what can I do?") en het romantische 'To A Flame' (met Ringo op drums).

Het is onbegonnen werk mijn bewondering voor Stephen Stills goed te verwoorden, en al evenmin kan ik u laten voelen wat ik nu voel en nog voelen zal in afwachting van het moment dat de man op het podium van de AB verschijnt. In zulke gevallen schieten woorden te kort.



De clip boven dit artikel is een stukje live-concert van Manassas, de clip onderaan is Stephen Stills solo live met het nummer Treetop Flyer. Tot straks!

02-10-08

UN ARBRE POUR MOI çA SERA TOUJOURS ‘EEN BOOM'

 “Un arbre pour moi ça sera toujours ‘een boom’”.
Jacques Brel.


Vier verdiepingen.

Iemand uit een ander tijdperk begroet je in de lift.

Hoe oud ben je nu eigenlijk?

Zo herkent hij je: je wordt ouder jongen.

Voor hij uitstapt klopt hij eens op je buikje.

In een lift in het centrum van de stad.

Op een steenworp van het Centraal Station.

Een Limburgs accent na al die jaren nog.

Zie je: het is allemaal zo erg niet.

Iedereen is alleen en allen krijgen een buikje.

Als je maar lang genoeg leeft.

En bier drinkt met mosselen en garnalen.

Iedereen woont in een vergeten straat.

Schimmel op de muren.

Een lekkend dak.

Iedereen ligt iedere nacht wakker

En vervoegt werkwoorden, telt op.

Het is genoteerd, mijnheer Bourgeois.

Overal schilderijen (licht uit het Noorden).

Begroet leugens en verwen ze.

Om ze vroeg in de morgen te kunnen verwerpen.

Verwen ook de levensgenieter.

Om hem het leven zuur te maken met het leven.

Zoals het leven is.

En dan daalt de lift tot zij muziek wordt.

En de muziek ben jij, je voetstappen, je hart.

Jij die me van de verdoemenis redt.

Jij die me van verbrokkeling redt.

Uit de lift, uit de hal, zie je de meisjes.

Bloemen in bloei, zei de ene.

Bloemen des verderfs, de andere.

Sha la la la la, zingt de gekwetste.

Dit gebeurt in tweeduizend acht.

Zingt om niets te voelen van de nacht.

Om niets te voelen.

Sta op!

Ga eens eten met een vriend.

Drink met een vriendin een koffie, een martini dry.

De Bruges à Gand.

Zie dat het goed is op straat.

Omhels het sociaal contact.

Vergeet het gevaar, de stedelijke legendes.

Sta op!

Nu de zon je heeft gezien en jij de kleuren.

Sta op markies en droog haar tranen.

30-09-08

MARC MOULIN R.I.P.

Marc Moulin was een van de beste Belgische muzikanten / componisten / dj's. In de jaren '70 luisterde ik vaak naar zijn programma Cap de Nuit. In die tijd was het nog normaal dat we naar Franstalige zenders luisterden. Bovendien was Marc Moulin een homo universalis. Le Soir heeft op zijn blog een mooie hulde gebracht.

29-09-08

WRECKING CREW


wreckingcrew

Ik las een bericht van Denny Tedesco naar aanleiding van het overlijden van Earl Palmer en Larry Levine:

"I also want to send out our prayers to the families of  Earl Palmer and Larry Levine. Earl was one of the world's greatest drummers and Larry was one of the world's greatest engineers of all time. These two men helped shape the sound of Rock and Roll in the 50's, 60's and all the decades that followed. They were not only the best at what they did, but they were also two of the finest men I've met in my lifetime. My father had utmost respect for them. They will truly be missed."

Earl Palmer was inderdaad een van de beste rock & roll-drummers. Larry Levine was een geluidsingenieur die samen met Phil Spector de Wall Of Sound uitvond. Denny Tedesco is de zoon van Tommy Tedesco, die - evenals Earl Palmer - deel uitmaakte van The Wrecking Crew. The Wrecking Crew is de benaming voor een aantal legendarisch geworden sessiemuzikanten, die op honderden, zoniet duizenden popsongs meespeelden. Vooral bekend is hun sessiewerk voor the Byrds (Mr. Tambourine Man), The Beach Boys (Pet Sounds) en Phil Spector (ongeveer alles). Denny Tedesco heeft nu een film gemaakt over zijn vader en zijn compañeros. Ik kijk er naar uit. Meer informatie over The Wrecking Crew en de film vind jehier en daar.

Dit is een tweede prelude bij het verhaal over de dood en de vele wedergeboortes van rock & roll (en mijn liefde voor Americana).

26-09-08

HET ZELF EN MIJN POPULAIRE MUZIEK


In verband met mijn vorige twee stukjes, niet veel meer dan lijsten eigenlijk, en de interessante commentaren daarop wil ik een aantal dingen verduidelijken.

Richard Rorty wijdt in ’Contingentie, ironie en solidariteit’ een hoofdstuk aan wat hij noemt de contingentie van het zelf. Ik wil hier niet de hele argumentatie herhalen; Nietzsche en Freud zijn wat dit betreft zijn belangrijkste inspiratiebronnen. Hij sluit het hoofdstuk af met deze woorden:


“We zullen de bewuste behoefte van de sterke dichter om te demonstreren dat hij geen kopie of replica is zien als louter een speciale vorm van een onbewuste behoefte om te leren leven met de onzichtbare afdruk die het toeval hem heeft gegeven, om voor zichzelf een zelf te maken door het opnieuw te beschrijven van die afdruk in bewoordingen die, misschien slechts marginaal, de zijne zijn.”

Ik haal dit hier aan omdat ik evenmin aanneem dat wij onszelf hebben gemaakt, noch dat we alles wat we op dit ogenblik boeiend, interessant, mooi vinden, zelf hebben gekozen. Dat is gewoonweg niet zo. Wat wellicht wel mogelijk is, is dat we met wat het toeval ons heeft gegeven een nieuwe combinatie maken en indien mogelijk en wenselijk ‘ons zelf’ heruitvinden.

Om wat ik wil verduidelijken heb ik een jaar nodig, want er komt zoveel bij kijken dat ik er op zijn minst een boek aan zou moeten wijden. Maar ik zal het kort proberen te houden. En daarna zien we dan wel weer.

Ik ben opgegroeid, eerst op een binnenvaartschip, later in internaten en oubollige scholen in een nog grotendeels godvrezend Limburg. Mijn ouders waren zoals dat wordt genoemd eenvoudige mensen. Ze hadden niet eens de basisschool kunnen beëindigen. Toch sprak en schreef mijn moeder voortreffelijk Frans en was ze geïnteresseerd in boeken. Zij heeft me leren lezen toen ik vijf was. Toen ik nog jong was kon mijn vader heel goed en boeiend vertellen. Dat had hij tijdens de oorlog geleerd, in krijgsgevangenschap en daarna in het verzet. Beiden hielden van eenvoudige liedjes, ik herinner me vooral ‘J’attendrais’ (het enige liedje dat mijn vader op zijn mooie gele accordeon kon spelen), Dalida, Mario Lanza, Edith Piaf, Bobbejaan Schoepen, en zo meer. Zulke liedjes, minderwaardig dan chansons, hoorde je ook wel op de radio. Al dat brave en sentimentele gekweel heeft mijn jonge oortjes geteisterd en gevleid. Wat ik mij er nu nog van herinner is de sfeer, het gevoel – iets zachts, fluweligs, eigenschappen die David Lynch in ‘Blue Velvet’ binnenstebuiten keert. Zo was toevallig een basis gelegd voor mijn latere muzikale smaak. Sentimenteel vermaak, tranerig gekweel. Ik bedoel dit geenszins negatief. Op  de lagere school werden zulke schlagers afkeurend straatliedjes genoemd. Vreemd, want ze waren zo onschuldig. Hoewel ze bij Fassbinder iets zeer subversiefs krijgen. Maar Fassbinder kende ik toen natuurlijk nog niet. De man had zelfs nog geen films gemaakt.

MARIAO LANZA


Toevallig had ik niet alleen ouders maar ook nog een zes jaar oudere broer, die al gauw in de ban raakte van de muziek van de duivel: rock and roll. Ik was zes toen ik Elvis Presley ontdekte, en met Elvis Presley alle Verenigde Staten. Dat had ik aan mijn opstandige broer te danken. Een nozem, zo werd luidkeels gefluisterd. Het zou nooit goed komen met hem. En dan die rock and roll, dat vreselijk lawaai. Elvis, Fats Domino, Little Richard, Wanda Jackson en Brenda Lee. Al begreep ik niets van de seksualiteit van die nieuwe muziekcultuur, toch was ik er van in de ban. Ik hield ook veel van de twist, bij ons bekend geworden dankzij Chubby Checker, die veel braver was dan Hank Ballard, de man die de twist had ‘uitgevonden’. Er ontstond een hele nieuwe cultuur van rock and roll, expo 58, broodroosters, milkshakes, honden die Laïka werden genoemd, jukeboxen, elke maand een andere dansrage, ‘scoobidoo’ en ‘hoola hoop’. Toen Elvis naar het leger moest, Chuck Berry in de gevangenis zat en Little Richard een predikant was geworden, was het einde van de rock and roll in zicht. Brylcreemkoppen als Fabian, Bobby Vee en Frankie Avalon werden nu populair. Bij ons had je vele Franse sterretjes die Amerikaanse songs in het Frans vertaalden, onder meer Johnny Hallyday en Richard Anthony.

LITTLE RICHARD 2

Vanaf mijn twaalfde beschouwde ik mezelf als een volwassene. Ik droeg een lange broek en had een polshorloge. Af en toe rookte ik stiekem een sigaret van het merk Peter Stuyvesant. Met mijn ouders en broer mocht ik zaterdags mee naar de ‘dancings’, de Orchidee en de Congo Bar. Ik kreeg dan repen chocolade of dronk Coca Cola. In een van die dansgelegenheden hoorde ik ‘Twist And Shout’ van The Beatles. Dat het een nummer van de zwarte Isley Brothers was, heb ik pas veel later ontdekt, en zelfs dat is niet de originele versie. Maar ‘Twist And Shout’ van the Beatles! Dat was mijn Damascus. De adrenaline als elektrische stroom door mijn jonge lijf. Die overrompelende stemmen, vooral die van John Lennon. Dit was niet langer de muziek van mijn broer, dit was mijn muziek.

BEATLES TWIST AND SHOUT

Een van de volgende dagen ging ik naar de plaatselijke platenzaak (ze verkochten er vooral stofzuigers en radio’s) en vond er de single ‘She Loves You’. Dat nummer heb ik wel duizend keer gedraaid. Ik veranderde mijn haarstijl, ging me anders kleden. Vooral de schoenen waren belangrijk. Nog wat later hoorde ik op onze transistorradio ‘Tell Me’ van the Rolling Stones. Dat was het! De heilige graal. Dat geluid, dat ritme, die gitaren, die stem gingen voor mij nog veel verder dan die liedjes van The Beatles. Hoe dat kwam kan ik niet verklaren, maar ik werd er veel dieper door geraakt. Ik kan het alleen maar euforie noemen. Zo begon mijn zelf zich af te tekenen door wat ik toevallig hoorde, en waaruit ik dan een keuze maakte. Zo werd mijn toekomst voor een groot deel bepaald. In 1965 gaf Bob Dylan met ‘Like A Rolling Stone’ mij volledige zekerheid dat ik had gevonden wat van mij was.

LIKE A ROLLING STONE 2

Daardoor luister ik nu nog steeds naar Engelstalige, vaak op blues gebaseerde muziek, vooral rock & roll en alles wat daar mee verwant is, of eraan is vooraf gegaan, zoals blues, rhythm and blues en country. En daardoor heb ik weinig affiniteit met klassieke muziek of muziek uit Azië, Afrika en de Slavische landen. Soms hoor ik iets in een film, zoals in het meesterwerk ‘De Muziekkamer’ van Satyajit Ray, en word ik diep ontroerd. Maar daarna grijp ik toch weer terug naar Bob Dylan of Lucinda Williams.

 

Over de crisis van de rock en de Westerse populaire muziek wil ik het in een volgend stukje hebben. Ik zal daarin mijn 'liefde' voor de Amerikaanse cultuur en subculteren onder de loep nemen.

 
OUT OF OUR HEADS

25-09-08

DE TWINTIG BESTE ROCKBANDS?

 

muziek,pop,rock,lijst,popcultuur,subjectief,bands,groepen,kinderspel,top-20

Op basis van de lijst die ik gisteren en samenstelde en rekening houdend met de reacties van Roen, Peerke, Jahsonic en Marc stel ik hieronder een voorlopige top-20 voor. Het is nog altijd mijn subjectieve lijst, maar hij is al wat democratischer tot stand gekomen dan de vorige. Argumenten ter verdediging van deze rangschikking heb ik niet. Ik baseer me op emoties, op intuïtie.

 

1.    The Band

2.    The Rolling Stones

3.    The Byrds

4.    The Velvet Underground

5.    Creedence Clearwater Revival

6.    The Kinks

7.    The Beach Boys

8.    Fairport Convention

9.    Led Zeppelin

10.  The Beatles

11.  Allman Brothers Band

12.  The Who

13.  The Clash

14.  R.E.M.

15.  The Flying Burrito Brothers

16.  Eels

17.  Love

18.  The Walkabouts

19.  Wilco

20.  Joy Divsion


Tot mijn spijt zijn niet in de lijst opgenomen: the Doors, Jefferson Airplane, CSNY, the Temptations, the Small Faces, Grateful Dead, Big Star, Los Lobos, Buffalo Springfield, Televison, the Ramones, Mazzy Star, Flaming Lips, Mercury Rev, Green On Red, Dream Syndicate, the Animals, New York Dolls, the Stooges, Lynyrd Skynyrd, 16 Horsepower, Talking Heads en the Undertones.

Dit zouden de beste rockbands moeten zijn. Nu wordt het stilaan tijd voor een volledige lijst, waarin bands, zangeressen, zangers, muzikanten en singer-songwriters opgenomen worden.

24-09-08

DE TIEN BESTE ROCKGROEPEN?


Een tijd geleden zag ik in Humo een lijstje van de favoriete rockgroepen van de onuitstaanbare Noel Gallagher, van de meest onuitstaanbare band die ooit grammofoonplaten heeft gemaakt. En dan de naam Oasis, kan het nog idioter? In die lijst van Gallagher stonden aleen maar Engelse bands. Je moet nogal lef hebben of geheel en al onnozel zijn.

Dit is mijn enigszins voorspelbare eigen lijst, die verandert met de seizoenen en naargelang welke wijn ik heb gedronken of net niet gedronken.

 

1.      The Byrds

2.      The Beach Boys

3.      Velvet Underground

4.      The Band

5.      The Rolling Stones

6.      The Temptations

7.      The Kinks

8.      The Beatles

9.      R.E.M.

10.    Eels

 

Je ziet dat hier ook Engelsen tussen staan. Ik ben duidelijk geen honderd procent 'Americanafiel'. Ik ben een heel eenvoudige hoochiekoochie man, zoals het hoort.

notorious byrd brothers

En dit is een afbeelding van de hoes van de beste elpee tot op dit ogenblik gemaakt: The Notorious Byrd Brothers, van The Byrds.

18-09-08

PAPA WAS A ROLLING STONE : IN MEMORIAM NORMAN WHITFIELD




Papa was a rolling stone, and so was Norman Whitfield. A great composer. Never to be forgotten. Hoe vaak heb ik niet op zijn songs gedanst! Papa was a rolling stone, yes.

Dan toch alleen nog maar over de doden berichten?

17-09-08

MORE : IN MEMORIAM RICK WRIGHT II


De dood van Pink Floyds Rick Wright heeft me letterlijk met verstomming geslagen. Ik kon er geen woord over kwijt. Ik was bedroefd, maar dacht ook meteen: weer schrijven over iemand die ik in mijn jeugd bewonderde en die nu dood is, iemand van mijn generatie, net iets ouder. Ik had er geen zin meer in. Straks doe ik niets anders meer dan over doden schrijven. En de levenden dan?

En toch. Samen met Syd Barrett, Brian Jones en Steve Marriott was Rick Wright een van mijn jeugdhelden, ik vond hem mooi, hield van zijn stijl en van zijn orgel- en pianospel. De rol van Rick Wright in Pink Floyd is altijd te weinig aan bod gekomen. Terecht werd Syd Barrett als de meest creatieve geest beschouwd. Sommigen noemen hem een genie, maar dat woord gebruik ik niet graag. Syd Barrett was Pink Floyd, de anderen begeleidden hem, Nick Mason op drums, Rick Wright op de hiervoor genoemde instrumenten, Roger Waters op bas. Toen Syd de band verliet, wellicht wegens een vertroebelde geest, zoniet waanzin, ontstond er een vacuüm: de jonge muzikanten wisten niet waarheen. Het was een goede zaak dat Syds vriend, David Gilmour, Syd verving. Niet alleen was hij een uitstekend gitarist, hij zong ook mooi, en schreef songs. Rick Wright was in die overgangsperiode van psychedelische undergroundgroep naar commercieel instituut het meest creatief. Hij zorgde ervoor dat de ruimtelijke sfeer in het geluid van de groep aanwezig bleef. Van de vier oorspronkelijke leden vind ik dat hij na Syd Barrett het meest ‘Pink Floyd’ was. Dat kun je ook horen op de songs die hij in die tijd schreef: 'Paint Box' (de b-kant van de single 'Apples and Oranges' uit 1967, nog geschreven door Syd) en de single A-kant 'It Would Be So Nice' uit 1968. Op de tweede elpee van Pink Floyd, ‘A Saucerful Of Secrets’, een werk vol ruimte, licht (en de woedeuitbarstingen van Roger Waters), stonden twee heerlijke composities van Rick Wright: het sublieme ‘Remember A Day’, helemaal in de sfeer van Syd Barretts meesterwerk ‘See Emily Play’, en ‘See-Saw’, dat ook weer bijzonder sprookjesachtig is.

In 1969 bracht Pink Floyd de soundtrack van Barbet Schroeders hippiefilm ‘More’ uit. Het is de mooiste plaat van de groep, na het debuut, 'The Piper at  the Gates of Dawn’, uiteraard. Rick Wright schrijft mee aan de meeste songs van de soundtrack. De teksten zijn van Roger Waters. Na de interessante mislukking 'Ummagumma', een dubbel-elpee uit 1969, met één minder boeiende, experimentele kant gecomponeerd en geïmproviseerd door Rick Wright. Ik moet echter toegeven dat ik er in 1970 dol op was.  Ik moet er honderden keren naar hebben geluisterd, daar op mijn kamer in de Karmelietenstraat, die nu al lang afgebroken is. In plaats van de kapperszaak waarboven ik woonde staat nu een ministeriegebouw lelijk te wezen. Vervolgens krijgt het zogenaamde progresssieve aspect van de groep de bovenhand. Pink Floyd is geen undergroundband meer, wordt geaccepteerd door het grote publiek, brengt elpees uit die veertig miljoen exemplaren verkopen. Rick Wright schreef ook aan deze platen mee, maar ze werden beheerst door Roger Waters, en in mindere mate door David Gilmour. Ik kan er weinig over zeggen omdat ik ze nauwelijks beluisterd heb. Ik heb nooit van bombast gehouden.

Ik heb er bovendien helemaal geen idee van wat Rick Wright van dit alles heeft gedacht. Hij was een stille, bescheiden man. In interviews nam hij zelden het woord. Vrienden van vroeger vonden dat ik – uiterlijk – op Rick Wright leek. Dat beschouwde ik als een compliment. Nu denk ik dat mijn karakter meer op het zijne lijkt: ik zou mijn stempel wel willen drukken op mijn omgeving, en in zekere zin op mijn tijd, maar ik beschik niet op de sociale vaardigheden om daarin te slagen.

Ik zag Pink Floyd drie keer live. Op 23 februari 1968 in Antwerpen in café Het Pannenhuis, ik had Rick Wright kunnen aanraken, maar zo gek was ik nu ook weer niet, op 26 september 1969 in théâtre 140 in Brussel (dag Marc, hoe gaat het met je?) en op 12 juli 1970 op een hippiefestival in Aken, waar mijn vrouw en ik, samen met Amerikaanse ‘soldaten’ en Duitse hippies, in een oude oorlogsbunker moesten overnachten. Het eerste en het tweede concert waren overweldigend mooi, met die zeer ruimtelijke muziek, het derde, in Aken, was weinig geïnspireerd. Ik ben erbij in slaap gevallen. De groep was op zoek naar iets anders. De muzikanten wisten ongetwijfeld nog niet dat ze enkele jaren later schatrijk zouden zijn.

Rick Wright cijferde zichzelf weg. En dat heb ik in deze tekst ook gedaan: Rick Wright weggecijferd. Rick Wright is definitief weg. Maar nog vaak zal de lieve man opduiken als we weer een keer 'Paint Box', 'It Would Be So Nice' en 'Remember A Day' beluisteren. En ‘More’.


in memory of rick wright II

De eerste single van Pink Floyd zonder Syd Barrett. Rick Wright schreef de A-kant, 'It Would Be So Nice'.

16-09-08

REMEMBER A DAY : IN MEMORIAM RICK WRIGHT


rick wright


In memoriam Rick Wright.

"Remember a day before today
A day when you were young.
Free to play alone with time
Evening never came.
Sing a song that can't be sung
Without the morning's kiss
Queen - you shall be it if you wish
Look for your king
Why can't we play today
Why can't we stay that way
Climb your favorite apple tree
Try to catch the sun
Hide from your little brother's gun
Dream yourself away
Why can't we reach the sun
Why can't we blow the years away
Blow away
Blow away
Remember
Remember."

'Remember A Day', van Rick Wright, terug te vinden op Pink Floyds 'A Saucerful Of Secrets' (1968).

SAUCERFUL2

08-09-08

MY FAVORITE THINGS

muziek,jazz,genie,john coltrane,my favorite things

A few of my favorite things. John Coltrane, 1961. Goed voor een maandagmiddag in september.

18-08-08

IN MEMORIAM JERRY WEXLER EN ISAAC HAYES


wexler

In het voorwoord van Jerry Wexlers autobiografie, ‘Rhythm and the Blues – A Life in American Music’ schrijft David Ritz het volgende:

“At seventy-five, Wexler is still a holy terror. He runs around like an impatient kid, shopping for baby white eggplants at distant farm stands, booking acts for the local jazz association, talking on the Phone to musician pals, celebrating the latest Hank Crawford or T-Bone Walker reissues, making Benny Goodman tapes for his butcher, dominating the dinner conversation with war stories of song pluggers and smash records. His eyes twinkle; his fingers nervously smooth over his white beard. The mind is racing. Compulsive, cunning, extravagantly verbal, he stays two beats ahead. His rapid-fire speech blends a promotor’s hype with a scholar’s precision, his lexicon a mixture of the mean streets and the graduate library.”

Na Jerry Wexler tientallen keren gezien en gehoord te hebben in documentaires over de geschiedenis van rock, blues, rhythm and blues en soul geloof ik dat elk woord hierboven waar is. Jerry Wexler was een universum, ik respecteerde hem, hield van hem als van een ideale vader. Jerry Wexler heeft misschien meer gedaan voor de populaire muziek dan wie ook. Wie Jerry Wexler niet kent beveel ik het hierboven vermelde boek aan. Wie hem wel kent weet wat ik bedoel en hoe ik me voel.

Of misschien toch niet. Jerry Wexler is dood, maar heeft een buitengewoon ‘rijk’ leven geleid. Bovendien is hij 91 geworden; dat moet volstaan. Echt treuren doe ik daarom niet. Ik ben eerder in een feestelijke stemming en denk dankbaar terug aan alle muziek die ik door Jerry Wexler heb leren kennen. Let the good times roll!

wexler2


Tegelijk neem ik ook afscheid van Isaac Hayes. Met uitzondering van ‘Shaft’ deed zijn muziek me niet zoveel. Maar natuurlijk heeft hij onvergetelijke songs geschreven voor Sam & Dave, waarschijnlijk het allerbeste soulduo ooit. Rust in vrede, Isaac Hayes, in je blote torso en met je gouden kettingen om je nek! Als ik nog eens in New York ben ga ik zeker weer langs bij Café Reggio en zal ik daar aan je denken. Je was nog te jong om nu al te sterven.

isaachayes

05-08-08

LIEFDE IS VOOR DWAZEN : DE NIEUWE POPULAIRE MUZIEK IS VOOR IEDEREEN


Het gaat goed met de jonge populaire muziek. Ik hoor geregeld mooie nieuwe songs, en luister op MySpace vaak verbaasd en verwonderd naar opnames van bands, zangers en zangeressen waarvan ik nooit eerder had gehoord. De echte ‘Americana’ (een term waar ik niet echt gek op ben, evenmin houd ik van de benaming alt.country) van bands als Drive-By Truckers, Gillian Welch & Dave Rawlings, Calexico en zo meer is nog altijd springlevend. Een band als Willard Grant Conspiracy wordt almaar beter door met nieuwe vormen te experimenteren. Dat kan ook wel eens tegenvallen, zoals bij Wilco (‘a ghost is born’) en Calexico (‘Garden Ruin’) in het verleden: wellicht kreeg het experiment meer aandacht dan de traditie, en zorgde dat voor een wanverhouding. Het is nu eenmaal een regel dat alle vormen van populaire muziek, ook jazz, op traditie zijn gebaseerd. Als daar te gretig van wordt afgeweken, zoals in bepaalde extreme vormen van Free Jazz, dan valt de spanning uit de muziek weg en haakt de luisteraar af. Het is dan alleen maar experiment, er is geen vaste grond, de luisteraar voelt zich duizelig worden of krijgt plotseling hevige hoofdpijn, zonder familiale voorgeschiedenis. Maar hoe dan ook moet populaire muziek het van experiment, van vernieuwing hebben om levendig te blijven en aan te spreken. Als je altijd maar hetzelfde herhaalt bloed je dood. Dat lijkt me voor alle kunstvormen een geldige analyse. Bij iemand als Dwight Yoakam lijkt me dat het geval te zijn.

Veel van wat ik op MySpace hoor en echt fascinerend vind lijkt me een verzoening te zijn van diverse soorten populaire muziek (folk, blues, country) en avant-garde. Junkie XL had het vorige zondag in Zomergasten nog over het belang van een avant-garde componist als Stockhausen. Frank Zappa verwees heel vaak naar Edgar Varèse. Je stuit ook vaak op John Cage, Gyorgy Ligeti en Luigi Nono. Allerlei experimenten met oude instrumenten gecombineerd met elektronica en meestal voorzien van een beat klinken nu vaak bijzonder boeiend. Experimenten met elektronica voor allerlei obscure soundtracks spelen een belangrijke rol, maar ook mainstreamfilmcomponisten als Henry Mancini, Ennio Morricone en Bernard Hermann leveren vruchtbare grondtonen. Er wordt bovendien weer veel aandacht aan de stem gegeven. Men zegt dan: die of die band grijpt terug naar Crosby, Stills & Nash. Maar heel wat van de jongere zangers en zangeressen zijn klassiek geschoold en kennen heel wat meer dan de pop en folk uit de jaren zestig en zeventig. De stemmen van Fleet Foxes bijvoorbeeld zijn even mooi als die van de Beach Boys, maar je hebt de indruk dat de Foxes ook goed naar Gregoriaanse muziek hebben geluisterd.

Om een kort verhaal kort te houden: ik heb op dit ogenblik de indruk dat 2008 een vruchtbaar jaar is voor de popmuziek, vergelijkbaar met 1956, 1965, 1977 en 1991. Ik hoop later dit jaar wat meer berichten uit de chaos van mijn muzikale microcosmos de wereld in te kunnen sturen. Muziek is tenslotte een van de weinige menselijke verwezenlijkingen die mij nog kunnen ontroeren en op die manier in leven houden.

Hieronder Bon Iver (een alias voor Justin Vernon) begeleid door the Bowerbirds met 'Love's For Fools', live in the Bowery Ballroom in New York, een erg fijne concertzaal. Bon Iver treedt op in de Brusselse Botanique op 3 oktober later dit jaar.

01-08-08

JE BENT NIET ANDERS DAN DE ANDEREN, OF WEL SOMS?


Al te vaak misschien wil ik schrijven over enkele antihelden, in mijn ogen vaak de echte helden, als we dat woord tenminste nog wensen te gebruiken.… Mijn gedachten gaan dan onwillekeurig naar in een of ander opzicht geniale muzikanten, performers, singer-songwriters, ‘wijze dwazen’, die destijds verstoten en verguisd werden, naar Alexander Spence, Karen Dalton, Nick Drake en Syd Barrett, muziek- en woordkunstenaars die nu evenwel door een globale elite aanbeden worden. Ik zou nog veel andere namen kunnen noemen, maar vandaag doe ik het niet. Beweren zou ik kunnen dat ik wat hen betreft een van de eerste ingewijden was. Dat ik zes kilometer verwachtingsvol langs de Zuid-Willemsvaart liep, van Neerharen naar Maastricht, om in platenwinkel De Harp ‘Oar’ te kopen, en dan weer zes kilometer terug. Ik zou kunnen schrijven over de diepe emoties die ik voelde bij het beluisteren van de gebroken stem van Skip Spence, die de kleine luidspreker van mijn gele Philips materialiseerde. “I’ve searched everywhere in heaven but I never found a friend like you…” De platenspeler had dezelfde kleur als mijn Garelli brommer. Het genot dat ik voelde bij het horen van de diepe wanhoop van een gebroken mens, toen ik nog zo jong en naïef was en nooit van Hölderlin had gehoord. Waarom had ik niet van hem gehoord? Omdat ik slechte leraren had, zonder enige twijfel. Het genot was overigens geen leedvermaak, maar identificatie, de wanhoop en het verdriet die Skippy bezong, waren ook mijn wanhoop en verdriet. Dacht ik, meende ik.

Al te vaak wil ik daarover schrijven, maar heeft het enige zin? Je hemelt die mensen op om jezelf te vergeten en maakt lijstjes tegen het verdriet. Je wilt de wereld bezitten, maar alles valt uiteen in partikels, in atomen. Ergens moet er een eenheid zijn, een Zijn dat al de zijnden samenhoudt en zin geeft, bestaansrecht. Daarom is het ook niet erg dat ik er nu niet over schrijf.

Ik heb me nooit lang in de marge opgehouden. Ik wilde geen snob zijn. Iemand die boeken leest die niemand kent, die platen koopt waar maar vijf exemplaren van bestaan, die nachtenlang naar onbegrijpelijke films uit Nieuw-Zeeland zit te kijken. Af en toe ging ik eens kijken in de donkere straatjes, nam ik zijwegen, luisterde ik naar schril gekras, bekeek ik films over geweld en geestelijke verminking, gaf me over aan het wrede theater van Antonin Artaud en Sarah Kane, je weet wel. Maar veel vaker koos ik voor Elvis Presley, the Rolling Stones, John Fogerty, Francis Ford Coppola, François Truffaut, Haruki Murakami, Paul Auster, Franz Kafka. Kunstenaars die iedereen kent. Ik was niet anders dan de anderen, dacht ik.

Een mooie kromme lijn door alles waar ik me door liet overspoelen trok Bob Dylan. Hij was er altijd, van in het begin en hij is er nog altijd. En het laatste lied dat ik zal horen, mocht ik ooit sterven, zou er een van Dylan zijn. De beste song die ik van hem ken is, denk ik, ‘It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry’. Misschien is het gewoonweg de beste song. De mooiste versie is de originele op ‘Highway 61 Revisited’, maar op de soundtrack van ‘The Concert For Bangladesh’ staat ook een uitstekende versie. Bob Dylan wordt er begeleid door twee Beatles en Leon Russell, nog zo’n miskende held.

 

 

30-07-08

BOVEN DE WOLKEN MET BRUCE KAPHAN


bruce kaphan

Ik onderschat Ry Cooder, Daniel Lanois en BJ Cole niet. Evenzeer houd ik van de traditionele pedalsteelgitaristen uit Nashville. En Sneaky Pete Kleinow van the Flying Burrito Brothers heeft mijn oren geopend voor dit unieke instrument. Maar nooit was me echt opgevallen hoe mooi en uniek Bruce Kaphan de steelgitaar bespeelt. Ik heb hem nochtans vaak zien optreden als lid van the American Music Club. De hierboven afgebeelde cd is ongetwijfeld de juwelenkist van een zachte magiër.
Je kunt hier enkele tracks beluisteren.

18-07-08

TIM HARDIN : EEN VERLOREN DROOM


tim hardin
Foto: Martin Pulaski

Ik wil al heel lang iets schrijven over Tim Hardin, een van mijn antihelden, (waarvan ik er nogal wat heb, geloof ik). Antihelden zijn vaak de echte helden, net omdat ze geen echte helden zijn. Je kunt Arthur Rimbaud toch moeilijk een held noemen? Rambo? President John F. Kennedy? De zeven samoerai? Koningin Fabiola? Ach, laat maar, ik mag vooral de draad niet verliezen, terwijl ik daar nu net zoveel zin in heb. Verdwalen in vreemde woorden, in vertrouwde zinnen, als in gevaarlijke steegjes, na middernacht.  'Cul-de-sac' heb ik overigens altijd al een mooie uitdrukking gevonden. Maar mijn wijze van verdwalen is geen echt dwalen, ik blijf meestal op mijn hoede, mijn bewustzijn is minder vaak uitgeschakeld dan je wel eens zou kunnen denken. Ik ben meestal voorzichtig, in steden net zo goed als in woestijnen. Ja, en ook in wat ik schrijf ben ik een voorzichtige jongen, en beland ik al snel weer op het juiste pad.

Dinsdagavond ben ik aan dit stukje begonnen, maar door allerlei toestanden, waaronder aangename, een etentje met een goede vriendin, en onaangename, fijn stof in het appartement, de indringende geur van verf, een bezoek aan het UZ in Jette (waarover later misschien meer), heb ik niet door kunnen werken. Schrijven is inderdaad werken, ook als is het maar voor een blog (iets waar Supermannen als Serge Simonart op neerkijken), ook al is het een aangenaam tijdverdrijf. Schrijven is niet wachten op inspiratie, want die komt niet. Schrijven is bedenken, combineren, uitvinden. Is het niet vooral vragen stellen?

Nu wil ik dit ‘verhaal’ toch afwerken. Gisteren liep ik na het bezoek aan het ziekenhuis even een consumptietempel binnen, en daar vond ik een zeer ontroerende langspeelplaat, getiteld ‘The Future Is Unwritten – Joe Strummer’. Joe Strummer bewonder ik mateloos. Dank zij hem en enkele van zijn geestverwanten ben ik destijds opnieuw naar rock & roll gaan luisteren. Tot mijn spijt heb ik Joe’s radioprogramma nooit kunnen beluisteren. Deze soundtrack van een documentaire film van Julien Temple is een hulde aan de muzikant Joe Strummer, maar ook aan de radiomaker van Radio Clash. Waarom vertel ik dit nu eigenlijk? Omdat een van de songs op de soundtrack, toevallig of niet, ‘Black Sheep Boy’ van Tim Hardin is. En deze middag kreeg ik een sms van mijn vriend, mister Koen, verblijvend in het Verre Westen van België, of ik niet eens een best-of-cd van Tim Hardin wil samenstellen (en aan mijn Laura vragen welke liederen van Hardin zij het liefste hoort). Toevalligheden.

joe strummer

Zoals je weet of niet weet ben ik al zeer lang een bewonderaar van John Lennon. Maar was het niet zielig – en typisch - dat niemand, ook ik niet, treurde toen Tim Hardins dode lichaam een paar dagen na de moord op John werd aangetroffen, als ik me nog goed herinner in een stinkend appartement ergens aan de Westkust, waarschijnlijk in Los Angeles. Onze vreselijke woede en onze ontzaglijke droefheid waren uitsluitend naar een dode held, gevallen aan de ingang van de New Yorkse Dakota Building gegaan, en we wisten meteen dat 'Rosemary’s Baby' daar voor een deel was gefilmd en dat die en die er hadden gewoond of nog woonden, onder meer Lauren Bacall. Over John Lennon wisten we alles, maar dan ook alles.

Wat wisten we over Tim Hardin? Laat in december 1980 drong het tot me door dat hij dood was, gestorven van de drugs waar hij al jaren mee knoeide. Sinds hij als vrijwilliger (‘marine’) gevochten had in een of andere kleine smerige oorlog, waar het Amerikaanse bestel – ook nu nog - zo in excelleert. Misschien vocht hij ook helemaal nergens tegen niemand, want Tim was net zoals Bob Dylan zeer goed in het verzinnen van zijn biografie. Tim Hardin beweerde ooit dat hij een rechtstreekse afstammeling was van de bloeddorstige outlaw John Wesley Hardin. Wat wisten we nog meer? Dat hij een bewonderaar was van Hank Williams, hij had er een lied over geschreven, waarin hij hem 'mijn vriend' noemde. En Nico had ongetwijfeld veel van Tim Hardin gehouden, vermoedden we. Zij was geen ‘hypnotist collector’ maar verzamelde gretig singer-songwriters zoals onder meer de jonge Jackson Browne, John Cale, Lou Reed, Jim Morrison, en wie weet wie nog allemaal. Haar mooiste elegie zong ze voor een andere junkie, Lenny Bruce. Het was een song van Tim Hardin. Zo staat het toch op de hoes van ‘Nico: Chelsea Girl’. De originele versie heb ik nooit gehoord. Arnold Rijpens zal daar wel meer over weten.

Ik hield van de songs van Tim Hardin en hoe ouder ik word hoe meer ik er van houd. Ik weet niet meer hoe ik de zanger ontdekt heb, maar zeer waarschijnlijk door zijn songs. Want daar was hij een meester in. Hoewel hij heel vaak stal, zoals alle folkzangers en singer-songwriters en rock & rollers deden en nog altijd doen. Maar waren het the Four Tops met ‘If I Were A Carpenter’, of was het de halve crooner / halve rock & roller en deeltijdse folkie Bobby Darin, (herinner je 'Splish Splash' en ‘Dream Lover’) door wie ik hem op het spoor kwam? Er waren tevens uitstekende beatgroepen die zijn composities coverden, zoals the Small Faces (‘Red Balloon’, ‘If I Were A Carpenter’),  en Tee-Set (‘Hang On To A Dream’). Dan was er nog de cover van ‘Reason To Believe’ door the Youngbloods, die mij tot tranen bewoog. Rod Stewarts versie van dat nummer is trouwens ook erg mooi.

Ongetwijfeld heb ik Tim Hardin voor het eerst gehoord op Radio London of in het Nederlandse radioprogramma Superclean Dream Machine. En het was zeker in Amsterdam, op het Waterlooplein, op een zeer koude dag in maart of april 1970, dat ik de eerste keer een elpee van Tim Hardin kocht. Ik bezit ze nog altijd en zal er pas afscheid van nemen als de tijd is gekomen. Maar laten we niet melodramatisch worden. Ik heb mijn cd’s al op een stapeltje gelegd. Straks of morgen begin ik aan die compilatie. Ik zal er wat mooie covers tussen mixen, ‘Black Sheep Boy’ door Scott Walker, ‘Shiloh Town’ door Mark Lanegan, een nummer dat ik als ik met wat vrienden heb zitten drinken soms ook wel eens stukzing. Ik kan namelijk helemaal niet zingen. Maar je moet slechts enkele akkoorden kennen om het te kunnen spelen. En voldoende whisky drinken om er zeker van te zijn dat je het kunt zingen.

tim simple

Tim Hardin was een tedere, echt mannelijke zanger. Daarom denk ik dat alle vrouwen hem graag horen. Zoals de mooie actrice die zijn geliefde werd en waarover hij zo aandoenlijk zingt in ‘Lady Came From Baltimore’. Her name was Susan Moore. Maar in werkelijkheid enigszins anders gespeld. Zoals de ‘John Wesley Harding’ van Bob Dylan.

Als je niets van Tim Hardin bezit raad ik deze compilaties aan:

Hang On To A Dream: The Verve Recordings (Polydor / Chronicles)

Simple Songs Of Freedom : The Tim Hardin Collection (Columbia / Legacy)

De Verve-opnamen werden geproduceerd door Erik Jacobsen, die ook met the Lovin' Spoonful samenwerkte, en later tegen de tijdsgeest van de jaren tachtig in voor de fijne sound van Chris Isaak zou zorgen. Ik vergat nog te vermelden dat Tim Hardins 'You've Got A Reputation' een stevige country-uitvoering kreeg van the Byrds, met Gram Parsons als zanger. Het was bedoeld voor hun 'Sweetheart Of the Radio', maar werd uiteindelijk niet geselecteerd. Pas in 1990 gaf Columbia het nummer vrij, op de eerste Byrds box.

Ik moet hier nog aan toevoegen dat de compilatie 'Hang On To A Dream', een absolute aanrader, nog maar moeilijk te vinden is. Zelf heb ik deze dubbel-cd in een klein winkeltje in Cambridge, vlakbij de Harvard universiteit, gevonden. Vreselijk duur, want het was in een tijd dat een dollar heel veel geld kostte. Bovendien is Cambridge geen goedkoop stadje. Maar Tim Hardin was die prijs en die reis waard.

tim hardin dream

Foto boven: Martin Pulaski. Op de foto een afbeelding van 'The Best Of Tim Hardin', de elpee die ik op het Waterlooplein vond. De 'figurante' komt niet uit Baltimore, en het is nooit mijn bedoeling geweest haar geld en juwelen te stelen, en toch kreeg ik haar liefde.
 

 

14-07-08

RAINER PTACEK: HET INTEGERE HART VAN DE MUZIEK

 

 
 


Ik dank Sezaar voor het ontdekken van deze clip. Het leek mij onmogelijk dat er van Rainer Ptacek degelijke beelden te vinden waren, ook niet op YouTube. Rainer Ptacek was een van de beste gitaristen die ik ooit heb gehoord, jammer genoeg nooit live. Samen met mijn vriend Pat ontdekte ik Rainers magische muziek in 1986 op de elpee 'Barefoot Rock With Rainer And Das Combo'.  Dat 'das' staat niet zomaar in de titel. Rainer Ptacek kwam oorspronkelijk uit Berllijn maar emigreerde op vijfjarige leeftijd met zijn ouders naar Chicago. Later vestigde hij zich in Tucson, waar hij bevriend raakte met Howe Gelb en in plaatselijke scene van zogeheten woestijnrockers werd opgenomen. Iedereen kent nu Giant Sand en Calexico, maar aanvankelijk waren dat undergroundfenomenen. Calexico was in het begin een hobbygroepje.

Toen Pat en ik die elpee voor de eerste keer hoorden, waren we met verstomming geslagen. In de jaren '80 kreeg je niet vaak muziek van de duivel te horen, maar hier was hij dan... De duivel hoorde je zowel in Rainers stem als in zijn gitaarspel. Zijn covers van Robert Johnsons 'If I Had Possession over Judgment Day' en 'Last Fair Deal' waren bijna even intens als die van de meester. Ik gebruik het woord 'duivel' natuurlijk als een metafoor. Duivelse muziek is vurig, maar de mens Ptacek had meer van een engel dan van Satan, daar twijfel ik niet aan. Dat engelachtige kun je trouwens op al zijn latere platen horen, waarop hij vaak alleen en soms met 'das combo' te horen was. Een zeer menselijke engel, met een hevig brandend innerlijk vuur, dat was Rainer. Platen als 'Nocturnes', 'Alpaca Lips' en 'Live At the Performance Center' worden hier nog vaak uit het rek genomen.
Overigens valt het ook op dat Howe Gelb zijn oude vriend niet vergeet, geregeld neemt hij nog songs van hem op. 
Rainer Ptacek was net als ik een tweeling (ik weet niet waarom ik dat vermeld, want ik geloof niet in astrologie), een jaar jonger dan ik. Hij stierf in 1997. Kort voor Rainers dood verscheen een mooie tribute-cd, 'The Inner Flame', met bijdragen van onder meer PJ Harvey, Robert Plant, Evan Dando, Emmylou Harris, Victoria Williams en Mark Olson.
Bekijk vooral deze buitengewoon ontroerende performance uit 1993.

28-06-08

JOHN CALE : FRAGMENTEN VOOR EEN NIEUWE MAATSCHAPPIJ


johncale4kl

johncale5kl

johncale6kl

Foto's: Martin Pulaski. Cover art copyright of the artists.