04-02-09

THE ROLLING STONES & AMY WINEHOUSE

 

The Rolling Stones en Amy Winehouse, met een cover van 'Ain't Too Proud To Beg' van the Temptations. Om de dag vrolijk te beginnen. Mick Jagger, alles is vergeven en vergeten!

29-01-09

JOHN MARTYN: GEEN IN MEMORIAM




Op gedichtendag zwijgt voor altijd een van de dichterlijkste stemmen uit de populaire muziek. Maar ik laat de in memoriams aan anderen over. Dat was mijn voornemen: geen in memoriams meer. Daarom doe ik er het zwijgen toe en draai John Martyns beste platen.
De Engelstalige Wikipedia geeft je alle
informatie die je nodig hebt. De waarheid staat op zijn elpees.

09-01-09

BLESS YOUR SWEET LITTLE SOUL


take me to the river

Lijsten zijn nooit volledig. Dat hoeft ook niet, omdat niets volledig is: het woord zegt het al, wat vol is tegelijk ledig. Maar als je nog maar een week geleden een overzicht hebt gemaakt van wat je als de beste langspeelplaten van het afgelopen jaar beschouwde en dan beseft dat je de allerbeste over het hoofd hebt gezien, ja, dan klopt er iets niet. Toegegeven, het heeft geen zin te streven naar het absolute, het volmaakte, het perfecte, de essentie – omdat dat gewoonweg... geen zin heeft. Die woorden zijn niet meer dan filosofische begrippen, die in de menselijke werkelijkheid weinig om het lijf hebben, tenzij voor volgelingen van Plato of gelovige zielen. Maar een banale opsomming van wat je mooi vond/vindt zou echt wel uitdrukking moeten geven aan je ervaring, je kennis, je inzicht, je smaak. Aan een combinatie van geheugen, geïnformeerd zijn, goede smaak en persoonlijke historie.

Ik vond het al zeer verdacht dat er bijna geen zwarte muziek in mijn lijsten was terug te vinden, terwijl ik toch bijzonder veel van soul, rhythm and blues, blues, gospel, reggae en jazz houd. Is het overigens al niet verdacht dat ik niet verslingerd ben aan rap, terwijl ik toch beweer een dichter te zijn? Ik heb een heel belangrijke vorm van populaire cultuur afgezworen – op basis van wat eigenlijk? Vooroordelen? Waarschijnlijk. Ik kan niet meteen een antwoord geven, ik moet er over nadenken.

Laat me echter tot de kern van de zaak komen: de beste muziek die in 2008 is verschenen staat over drie cd’s verspreid, die samen met een bijzonder informatief, boeiend en mooi boekje in een doosje zitten waarop als titel te lezen staat “Take Me To The River – A Southern Soul Story 1961-1977”. Het lidwoord ‘a’ is hier al te bescheiden: het is gewoonweg dé geschiedenis van de soulmuziek uit het Zuiden van de Verenigde Staten, een muziekgenre dat mijns inziens tot de belangrijkste kunstvormen van de 20ste eeuw behoort. Gedurende een korte periode in de geschiedenis was het de droom van Martin Luther King die tot leven kwam, zowel in de studio, op de podia van de grote steden, op de radio, en – vooral - op duizenden dansvloeren overal ter wereld.

Voor soulliefhebbers is het een grote troost te weten dat de soulmuziek niet is vergeten. Ook niet door blanke muzikanten, van the Rolling Stones, via Todd Rundgren, Southside Johnny, Bruce Springsteen en Boy George tot Axelle Red en Amy Winehouse. Bless your sweet little soul! En bedankt, Ace en Kent om al deze juwelen in een kistje te stoppen en in betere vorm dan ooit beschikbaar te maken voor een nieuw publiek.

29-12-08

IN MEMORIAM DELANEY BRAMLETT


delaney-and-bonnie


Ik lees net het bericht dat een van mijn jeugdhelden, Delaney Bramlett, vorige zaterdag is overleden. Hij was negenenzestig jaar. Ik volgde eerlijk gezegd niet meer wat de muzikant tegenwoordig deed, maar heel regelmatig beluisterde ik nog met veel plezier platen van hem en zijn ex-echtgenote Bonnie Bramlett. Eind jaren zestig, begin jaren zeventig maakten zij samen bijzonder aanstekelijke blanke soulmuziek. Het vakmanschap van Delaney & Bonnie en hun muzikale vrienden werd in die periode terecht geprezen. Meerdere 'Friends' van Delaney & Bonnie zouden bekend worden als leden van Eric Clapton's enige echt goede band, Derek & the Dominos.

Zelf heb ik dankzij Delaney & Bonnie veel andere uitstekende muziek ondekt, van onder meer Don Nix, Leon Russell, Rita Coolidge, Bobby Whitlock, Bobby Keys en Jim Price. Hun elpees 'Accept No Substitute' , in 1969 uitgebracht op Elektra, en 'Home' in hetzelfde jaar op Stax verschenen, zouden in geen enkele behoorlijke platenverzameling mogen ontbreken. Ik heb een voorliefde voor hun laatste werk, 'D & B Together' in 1972 door Columbia uitgebracht. Er staan parels op als 'Only You Know And I Know', 'Comin' Home', 'Move 'Em Out' en 'Groupie (Superstar)', dat vooral bekend is in de kitsch-versie van the Carpenters. Een naam die je vaak terugvindt op de platen van Delanie & Bonnie Bramlett is die van Duane Allman, een van de beste gitaristen in het blues/rhythm & blues/soul-genre. Dat Delaney & Bonnie zulke uitstekende muzikanten rond zich konden verzamelen, wijst op hun bezielend kracht en hun gastvrijheid. Zelfs George Harrison was een groot bewonderaar van het duo. Delaney Bramlett is er altijd bescheiden bij gebleven.

Moge hij in vrede rusten.

"Things get better baby / when I'm with you."

delaney_bonnie-home

Website van Delaney Bramlett.
Een interessante discografie vind je 
hier.

23-12-08

2008: DE BESTE NIEUWE CD'S

 2008,pop,rock,cd s,keuze,popmuziek,songs,beste,calexico,varia,tegenvallers,populaire cultuur,drive-by truckers,fleet foxes,top-20

Joey Burns & John Convertino (Calexico)

Hier dan, na al dat getwijfel en gewik en geweeg, mijn top-20 van cd’s die mij het afgelopen jaar ontroering, plezier, en warme voeten hebben bezorgd. Sommige van de muzikanten, zangers en zangeressen hebben mij werkelijk verbaasd. Van andere was ik zeker dat ze goede platen zouden maken. Een verrassende lijst zal dit zeker niet zijn. Calexico staat op één omdat ze met ‘Carried To Dust’ hun beste elpee hebben gemaakt. Hun onvergetelijk optreden in de AB zal zeker ook niet vreemd zijn aan deze ereplaats. Over de overweldigende schoonheid van de muziek van Fleet Foxes is ongeveer iedereen het eens. Hun concert is voor altijd in mijn geheugen gegrift, zo lang mijn geheugen nog meegaat, bedoel ik. Ook Drive-By Truckers hebben dit jaar hun beste plaat gemaakt, een mix van stevige rock ‘n’ roll en kippenvelveroorzakende country ballads. Jason Isbell heeft de groep verlaten, maar blijkbaar heeft dat geen schade aangericht. Ook Bon Ivers plaats is geen verrassing. Het is echt wel een van de mooiste platen van het jaar. Zijn bezwerende falsetto kan je onmogelijk onberoerd laten. Lambchops ‘OH (ohio)’ is hun beste sinds ‘Nixon’. Hun concert in de AB was indrukwekkend:  sprankelende gitaarrock en funky gefluister van Kurt Wagner.

2008,pop,rock,cd s,keuze,popmuziek,songs,beste,calexico,varia,tegenvallers,populaire cultuur,drive-by truckers,fleet foxes,top-20

Ondanks mijn gevorderde leeftijd, of misschien juist daardoor, ben ik een onvoorwaardelijke fan van Cat Power. ‘Jukebox’ is een uitstekende coverplaat, met zeer eigenzinnige versies van klassiekers en minder bekende nummers zoals ‘Silver Stallion’ en ‘Aretha Sing For Me’. Sommige recensenten hadden problemen met haar liefdesverklaring aan Bob Dylan, ‘Song To Bobby’, maar ik vind het een ontwapenend nummer. Lang leve Cat Power! Met de klasse van Isobel Campbell en Mark Lanegan zijn we al vertrouwd. Het is een onwaarschijnlijk duo – dat er nu al twee keer in is geslaagd om op een unieke manier samen te werken en meeslepende, bluesy, folky en voodoo-achtige songs op te nemen. Emmylou Harris klinkt misschien wat braaf in vergelijking met wat ze op haar vorige elpees ten gehore bracht, maar na een voldoende aantal beluisteringen hoor je andere, niet zo brave lagen in deze bijna traditionele countryplaat.

Het haast tragische lot van Jakob Dylan is dat zijn vader de meest gerespecteerde songschrijver van de voorbije vijftig jaar is. Hoe kun je daar mee wedijveren? Hij probeerde het door met zijn Wallflowers mainstream rock te brengen. Een project dat moest mislukken, omdat mainstream mainstream blijft. Nu zoekt hij zijn echte stem, en heeft die grotendeels gevonden en aanvaard. Jakob Dylan heeft tevens aanvaard dat hij de zoon van zijn vader is.

Van Micah P. Hinson dacht ik eerst dat het een vrouw was. Ik kocht de cd voor de mooie foto’s van een sexy meisje op de hoes. Maar Micah P. Hinson is een man, en tevens een uitstekend singer-songwriter. Ik weet niet of Mariee Sioux’ elpee dit jaar is verschenen. Alleszins was het dit jaar dat ze mij heeft weten te betoveren met haar ijle, poëtische luisterliedjes. Dankzij deze dame is mijn lijstje ook niet volledig blank. Willard Grant Conspiracy heeft nog nooit een slechte plaat gemaakt. Wat ‘Pilgrim Road’ betreft vrees ik dat ze de heer hebben gevonden. Hoewel er mag getwijfeld worden. In ‘The Great Deceiver’ vraagt zanger Rober Fisher bijna wanhopig “where is my god and savior / where is my sharp-eyed son / where is my god and savior / where is my great deceiver?”

Ik houd nog altijd heel veel van Talking Heads’ ‘Remain In Light’, in de sound waarvan Brian Eno zo’n grote rol speelde. Ook ‘My Life In the Bush Of Ghosts’ is natuurlijk een mijlpaal. De nieuwe samenwerking tussen David Byrne en Brian Eno had een meer popachtige elpee als resultaat, maar toch met nog voldoende ‘twists’. Overigens is David Byrne nog altijd een uitstekend tekstschrijver. De jongste plaat van Elvis Costello & the Imposters is gewoon erg goed. ‘Okkervil River’ heb ik eigenlijk pas dit jaar ontdekt. Elk jaar word ik wat trager. Ik had een artikel over Tim Hardin geschreven, en zo vernam ik dat Will Sheff al een hele tijd geleden een concept-elpee heeft gewijd aan de tragische singer-songwriter, met als titel ‘Black Sheep Boy’. Dankzij Lonesome Zorro ben ik vertrouwd geraakt met de meeste platen van Okkervil River. ‘The Stand Ins’ is uitstekend, Will Sheffs teksten hebben een zeer hoog niveau. Ik weet niet waarom Conor Oberst in mijn top-20 staat. Ik heb een soort van haat-liefdeverhouding met de man. Live is hij overweldigend. Op de plaat staan een aantal schitterende songs. Ik wil hem een kans geven. Dat verdient hij. Als American Music Club een plaat uitbrengt moet ze in mijn lijst, zo simpel is dat. Mark Eitzel is misschien geen genie, maar het scheelt niet veel. En Vudi is een fantastische gitarist. Een van de beste concerten die ik dit jaar heb bijgewoond was dat van Mercury Rev. ‘Snowflake Midnight’ is wat een groeiplaat wordt genoemd. Geen cactus maar een exotische bloem, die vooral ’s nachts bedwelmende geuren vrijgeeft. Nick Cave is goede wijn, ook al is de man een geheelonthouder. Mooie editie, trouwens. Justin Townes Earle is de zoon van Steve Earle. ‘The Good Life’ is een zeer geslaagd en vrolijk debuut. Nog veel luisterplezier!

De twintig beste 

1.    Calexico – Carried To Dust
2.    Fleet Foxes – Fleet Foxes
3.    Drive-By Truckers – Brighter Than Creations Dark
4.    Bon Iver – For Emma, Forever Ago
5.    Lambchop – OH (ohio)
6.    Cat Power – Juke Box
7.    Isobel Campbell & Mark Lanegan – Sunday at Devil Dirt
8.    Emmylou Harris – All I Intended To Be
9.    Jakob Dylan – Seeing Things
10.  Mica P. Hinson and the Red Empire Orchestra
11.  Mariee Sioux – Faces in the Rocks
12.  William Grant Conspiracy – Pilgrim Road
13.  David Byrne/Brian Eno – Everything That Happens Will Happen Today
14.  Elvis Costello & the Imposters – Momofuku
15.  Okkervil River – The Stand Ins
16.  Conor Oberst – Conor Oberst
17.  American Music Club – The Golden Age
18.  Mercury Rev – Snowflake Midnight
19.  Nick Cave & the Bad Seeds – Dig!!! Lazarus Dig!!!
20.  Justin Townes Earle – the Good Life

2008,pop,rock,cd s,keuze,popmuziek,songs,beste,calexico,varia,tegenvallers,populaire cultuur,drive-by truckers,fleet foxes,top-20

Kwaliteit

De platen hieronder hebben zeker wel kwaliteiten, maar desondanks haalden ze de top-20 niet.

Al Green – Lay It Down
Deus – Vantage Point
Ry Cooder – I, Flathead
Joan As A Police Woman – To Survive
Randy Newman – Harps and Angels
The Felice Brothers – The Felice Brothers
The Last Shadow Puppets – The Age Of Understatement
Beck – Modern Guilt

Tegenvallers

En dit zijn de tegenvallers van het jaar. Ik wil hierover niet in details treden, omdat ik niet graag iets negatiefs zeg over muzikanten, kunstenaars, schrijvers. Deze mensen werken hard en doen hun best – maar het kan al eens tegenvallen.

Ryan Adams & the Cardinals – Cardinology
Lucinda Williams – Little Honey
Shelby Lynne – Just A Little Lovin’
The Gutter Twins – Saturnalia
Brian Wilson – That Lucky Old Sun
Gary Louris – Vagabonds

Songs

De songs die ik het liefst heb gehoord:

Calexico – Slowness
Fleet Foxes – White Winter Hymnal
Cat Power – I Believe In You
Deus – The Vanishing Of Maria Schneider
Jakob Dylan – On  Up The Mountain
Bon Iver – Skinny Love
Drive-By Truckers – I’m Sorry Huston

That’s all folks!

22-12-08

2008: BOB DYLAN EN NEIL YOUNG


theme time 2

Wat ben ik toch lui. Mijn vorige notitie – over een aantal van mijn favoriete platen uit 2008 – dateert alweer van vorige vrijdag. Maar het is niet alleen luiheid die me parten speel. Het is ook twijfel. Wat zijn nu toch die beste nieuwe platen! En ik ken er zo weinig. Nog niet zo lang geleden dacht ik dat ik een goed ‘beeld’ had van ongeveer alles wat op de ‘markt’ kwam, maar dat is al lang niet meer het geval. Ik koop nog steeds zeer veel muziek. Bijgevolg gaat een heel groot deel van mijn budget naar cd’s. En toch is dat maar een bijzonder kleine selectie van wat er allemaal verschijnt. In andere muziekblogs (Roen, Peerke) is het al vaker geopperd: er worden teveel platen uitgebracht. Het is onmogelijk te overzien, zeker niet als je een vrij brede smaak hebt.

Twijfels. Daarom duurt het zo lang eer ik mijn definitieve keuze kenbaar maak. Maar ik ben ermee bezig. Ik beluister alle elpees die ik dit jaar heb aangekocht. Hoeveel er dat precies zijn weet ik niet, maar het zijn er echt wel veel. Iemand heeft me ooit gezegd dat ik een huis had kunnen kopen met het geld dat ik in muziek heb geïnvesteerd. Misschien had ik dat beter gedaan. Maar naar een huis kun je niet luisteren. Huizen zijn meer iets voor slakken.

Een ding wil ik meteen duidelijk maken. Noch Bob Dylans ‘Tell Tale Signs’, noch de Ace-compilatie met nummers uit Dylans 'Theme Time Radio Hour’, noch de werkelijk verbluffende live-elpee van Neil Young, ‘Sugar Mountain. Live At Canterbury House 1968’ stonden in mijn lijstje(s) van vorige vrijdag. Ik kon die buitengewoon mooie platen daar niet in onderbrengen. Ze vormen een categorie apart. Of twee categorieën: Bob Dylan en Neil Young.

De Ace-compilatie ‘Theme Time Radio Hour With Your Host Bob Dylan’, heeft eigenlijk weinig met de meester te maken. Of toch wel: hij heeft uiteraard alle vijftig zeer gevarieerde songs in zijn show gedraaid. Zijn presentatie moet je er wel bij fantaseren. Met een beetje zoeken vind je de programma’s trouwens online. Je moet er dan wel een aantal dagen voor uittrekken want er zijn al veel afleveringen. Ik houd bijzonder veel van het programma, niet alleen omdat ik zelf al meer dan vijfentwintig jaar een thematische radioprogramma maak, maar vooral door de buitengewone songs, met zoveel kennis van zaken en gevoel voor humor samengebracht, in een geheel geplaatst waar ze pas echt tot hun recht komen. Overigens is deze compilatie reeds de aanschaf waard voor alleen al de lange versie van Aretha Franklins ‘Chain Of Fools’ en zeker ook voor ‘I Ain’t Drunk’ van Lonnie “The Cat” (waar Ike Turner op meespeelt). Er zit een uitstekend boekje bij de dubbel-cd: uitvoerige informatie over alle songs en hun uitvoerders, en hele mooie illustraties.

TellTaleSigns

In de Bootleg Series van Bob Dylan verscheen dit jaar volume 8: ‘Tell Tale Signs. Rare and Unreleased 1989-2006’. Er is al zoveel over geschreven – ik heb daar weinig aan toe te voegen. De dubbele cd, meer dan twee uur muziek, is over het algemeen goed ontvangen. Alleen is er veel kritiek geuit op de prijs van de luxe-uitgave, waar een twaalftal bijkomende nummers op staat. Er werd vastgesteld dat oudere mensen, minder begoede Dylan-fans die misschien van een klein pensioentje moeten leven, die nog nooit iets hadden gedownload, nu ook de weg naar de piraten hebben gevonden. Een slechte zaak voor jonge muzikanten die royalties letterlijk broodnodig hebben. Ik vraag me af of Dylan zich bewust is van deze vreemde strategie. Maar het zij zo. De dubbel-cd bevat voldoende schoonheid en de rest, dat zien we later wel.

Aanvankelijk vond ik de plaat niet zo goed. Maar nu heb ik ze toch al zo’n twintig keer gehoord, en ze wordt almaar beter. ‘Tell Tale Signs’ lijkt door de grote eenheid wel een gewone elpee en geen compilatie. Ik vind ze ook stukken beter dan zijn jongste sudioplaat, ‘Modern Times’, waar ik niet van houd. Het hoogtepunt van ‘Tell Tale Signs’ is ‘Most Of the Time’, al bijzonder mooi op ‘Oh Mercy’, maar hier zonder de Daniel Lanois-behandeling, en met de intensiteit van iets uit ‘Blood On the Tracks. ‘Someday Baby’ overtreft de versie op ‘Modern Times’. De gospel ‘Marchin’ to the City’ is een juweel. Dylan bewijst hier nog een keer hoe bijzonder zijn pianospel is.

neil young2

Voor mij hoort ‘Tell Tale Signs’ tot de beste platen van 2008. En hetzelfde geldt voor de nieuwe live-plaat van Neil Young. ‘Sugar Mountain’ is een tijdscapsule die je meeneemt naar 1968. Neil Young, jong, onschuldig, kwetsbaar, grappig: er was niemand zoals hij, er is nog altijd niemand zoals hij. Sommige mensen zijn van mening dat er teveel gepraat staat op de plaat. Maar dat vind ik er net zo mooi aan. Daardoor is het niet een tijdloze opname, maar geeft ze ook uitdrukking aan de tijdsgeest, toen lang haar, stoned worden, utopische idealen werkelijk iets betekenden, heel anders dan het postmoderne escapisme. Bij mij roept de plaat talloos veel herinneringen op. Aan Buffalo Springfield, aan Amsterdam (waar ik bij Onno en Cees voor het eerste een elpee van Neil Young hoorde), aan mijn studentenkamer in de Karmelietenstraat, waar Neils eerste elpee en ‘Everybody Knows this Is Nowhere’ dagelijks werden gedraaid. Ik herinner me ook nog hoe gelukkig ik was toen ik de single ‘Sugar Mountain’ voor vijf frank in de Pêle-Mêle vond. Ja, in die dagen was zelfs Neil Young nog goedkoop.

Nog meer goed nieuws is dat Bob Dylan op 22 april naar Brussel komt. Nu heb ik al een eerste datum om naar uit te kijken.

19-12-08

2008: MUSIC MAESTRO, PLEASE!


dillard&clark

Ik schreef het al op Roens blog: er valt voor mij niet aan overzichtslijsten te ontsnappen, het zit me in het bloed, ik doe het al sinds 1969, it’s too late to stop now. Eigenlijk doe ik dit al veel langer. Ik was een van de eerste medewerkers aan Humo’s Toppers van Tobbers. Elke week liet ik mijn medeleerlingen aan het Atheneum in Tongeren stemmen op een hitlijst die ik zelf had samengesteld. Meestal was ik eerlijk, maar ik moet tot mijn schaamte toegeven dat ik soms wel eens vals speelde om the Rolling Stones, the Kinks of the Who op nummer één te krijgen. Die lijsten werden aanvankelijk integraal per school gepubliceerd, met de naam van de samensteller erbij. Daar was ik dan zo trots op, mijn naam daar gedrukt te zien. Wilde ik eigenlijk in het diepst van mijn gedachten al een bekende Vlaming worden, een diersoort die toen nog niet bestond?

Er is geen weg terug, ik zal mijn voornemens van een week of zo geleden voornemens laten en mij naar het onvermijdelijke plooien. Verwacht van mij echter geen sterke uitspraken, sluitende argumenten, kreten van bewondering, krachttermen om mijn keuzes kracht bij te zetten. Niets van dat alles. Verwacht van mij enkele bondige lijstjes, gebaseerd op wat ik me nog herinner, op wat me ontroerd heeft of anderszins getroffen. Mijn kennis van de hedendaagse populaire muziek is beperkt. Ik vind het erg dat de zwarte muziek van nu mij zo vreemd is, terwijl ik toch door en door een soulliefhebber ben. Erg is ook dat ik bijna uitsluitend de Angelsaksische muziek ken, en dan nog vooral het genre dat Americana wordt genoemd. Mijn kennis van oudere populaire en minder populaire muziek is gelukkig wat ruimer. Ik mag graag luisteren naar coole jazz, reggae, blues, western swing, bepaalde klassieke muziek, soundtracks, Franse zangeressen, fado, flamenco, rockabilly, boogie woogie, tin pan alley deuntjes, gospel, muziek uit Mali en Pakistan. Maar dat is allemaal oud en onmogelijk in categorieën of lijsten onder te brengen.

Om al enigszins aan de mogelijke nieuwsgierigheid van de lezer tegemoet te komen volgt hier een overzicht van langspeelplaten die in 2008 opnieuw werden uitgebracht, en nieuwe compilaties, iets waar vooral het Britse label Ace bijzonder goed in is. Neem gerust van me aan dat dit geen volledige lijst is, ook niet van wat ik graag heb gehoord. Er zijn grote gaten in mijn geheugen.

Opnieuw uitgebracht

jesus of cool

Dillard & Clark – The Fantastic Expedition Of Dillard and Clark
The Lemonheads – It’s A Shame About Ray
Nick Lowe – Jesus Of Cool
Dennis Wilson – Pacific Ocean Blue
Creedence Clearwater Revival – Cosmo’s Factory
The Flying Burrito Bros – The Flying Burrito Bros / Last Of the Red Hot Burritos
Dave Mason & Cass Elliot - Dave Mason & Cass Elliott

Compilaties

jackie

Various Artists - Break-A-Way - The Songs Of Jackie DeShannon  1961-1967
Various Artists - Time Is On My Side - The Jerry Ragavoy Story 1953-2003
Various Artists - Blame It On the Dogg - The Swamp Dogg Anthology 1968-1978
Various Artists - Do-Wah-Diddy – Words And Music By Ellie Greenwich And Jeff Barry
Various Artists - On Vine Street - The Early Songs Of Randy Newman
Various Artists - Twist And Shout Volume 1 – The Bert Berns Story 1960-1964
Various Artists - In the Naked City
PF Sloan – Here’s Where I Belong – The Best Of the Dunhill Years 1965-1967
Bob Lind – Elusive Butterfly – The Complete Jack Nitzsche Sessions
The Undertones – An Anthology
Ry Cooder – The UFO has landed
Kevin Ayers – Songs For Insane Times: An Anthology 1969-1980
Eels – Useless Trinkets
Tammy Wynette & George Jones – Duets

Varia

bo diddley3

Enkele plaatjes die ik in het buitenland (Berlijn, Lissabon) en in de koopjes vond en die me plezierige momenten hebben verschaft:

Arlo Guthrie – Running Down the Road (met Ry Cooder en Clarence White!)
Blossom Toes – We Are Ever So Clean
Jackson Browne – Saturate Before Using
The Clique – Sugar On Sunday
Bo Diddley – Bo Diddley Is A Gunslinger (+ bonustracks)
The Adverts – Crossing the Red Sea with the Adverts
Aretha Franklin – Amazing Grace – The Complete Recordings
New York Dolls - New York Dolls
Richard & Linda Thompson - in Concert, November 1975

Deze laatste lijst moet zeker nog aangevuld worden, maar daar heb ik nu even geen zin in. In een volgende aflevering lees je wat ik gekozen heb als beste nieuwe elpees van 2008.

 

25-11-08

MERCURY REV : IN MY DREAMS I'M ALWAYS STRONG


mercury-rev

Wie - zoals ik - vindt dat hij in de jaren zestig the Velvet Underground live heeft gemist had er goed aan gedaan zich gisteravond door de kou naar de AB te spoeden. Daar speelde Mercury Rev, een Amerikaanse  experimentele rockgroep die in haar huidige incarnatie alleen maar met de band van Lou Reed en John Cale kan worden vergeleken. Mercury Rev is the Velvet Underground van nu en van morgen, maar veel luider. Ik was al gedeeltelijk doof, onder meer door concerten van the Who en Mott The Hoople, en door nachtenlang dansen op luide punkmuziek in Cinderella’s Ballroom. Ik vrees dat mijn gehoor sinds gisteren nog ernstiger beschadigd is. Maar wat geeft het, voor het merendeel hoor ik toch alleen maar onzin. Slechts muziek wil ik blijven horen en dialogen in films als The Hustler en Down By Law. Al het andere gelul en gebral, de wijsheden, grollen en bedreigingen, hoef ik niet meer te horen. Leve de gedeeltelijke, selectieve doofheid! Als dan een fundamentalistische moslim een bom op mijn hoofd terecht laat komen in plaats van op dat van de minister van landsverdediging, zal ik het niet geweten hebben. Niet dat ik vind dat de minister een bom op zijn hoofd moet krijgen. Dat zou ik niet durven beweren. Primo ben ik Cicatris niet, secundo ben ik een pacifist en gewetensbezwaarde. De minister mag ten hoogste in een asiel worden opgesloten, maar of dat echt nodig is, laat ik aan de weloverwogen beslissing van een commissie van asielzoekers over.

Mercury Rev heeft iets fascistisch maar dat is slecht een (verkeerde) indruk. De groep lijkt soms enigszins op Joy Division, maar met een wat minder verkrampte zanger. Ik bedoel dat ze je met hun ‘lawaai’ de mond snoeren, ze leggen je gedachten aan banden, het enige wat je nog kan is voelen. Het wonderlijke lawaai dat ze voortbrengen voel je in alle vezels van je lichaam, in je zenuwen, in je hart, in je oogballen, in je tenen, in je geslacht. Er is geen enkele andere hedendaagse band die enigszins op Mercury Rev lijkt: zulke op hol geslagen poëzie, zulke oorverdovende sprookjes, zulke fabrieksdromen hoor je nergens. Voelen, bedoel ik. Je voelt voortdurend een intense elektrische stroom die, mede door de geprojecteerde beelden, uit het centrum van je lichaam en uit het centrum van het universum lijkt te komen. Jonathan Donahue en zijn vrienden nemen je mee op een muzikale reis naar het middelpunt der aarde en de kern van het creatieve muzikantenhart. Als gekwetste dieren, als verloren schapen, gaat het publiek op de dreun af die uit de kern van de wereld opstijgt. Dieren met een sterke verbeelding en een vrije wil: je mag Jonathan Donahue volgen in zijn microkosmos, maar je mag ook buiten gaan, aan de bar een pils drinken, of zelfs een glas rode wijn van 4,40 euro.

Begin juni 2005 zag ik Mercury Rev in het Koninklijk Circus. Toen was alles nog een mooie droom, een lieftallige trip. Het leek wel of de band begeleid werd door een jonge, ongeschonden Timothy Leary. Nu lijkt de droom soms op een nachtmerrie, en de psychedelische Gene Pitney – zo noemde ik Jonathan Donahue drie jaar geleden – lijkt meer op een duivel dan op een gewone sterveling. Een duivel die kan dichten en soms zingt als een engel. Maar ja, duivels zijn sowieso gevallen engelen. Jonathan Donahue lijkt inderdaad ook gevallen. Hij schijnt niet meer hip te zijn. De AB was kil en half leeg. Sommige aanwezigen zagen er gevaarlijk uit. Je moest niet te kort bij hen gaan staan. Grote jonge mannen, met petten op hun kortgeknipte schedels,  namen recht voor me plaats, zodat ik niets meer zag van de arme Jonathan en zijn vrienden. Ik zweeg en liet mij bezweren door de dreun, en ergens zwevend in de dreun de stem van de duivelse, alternatieve Gene Pitney. “In my dreams I’m always strong”, zong hij. Maar hij moest het meermaals beklemtonen, waardoor hij er nog veel zwakker uitzag dan destijds in de rode gloed van het Koninklijk Circus. Ik hoop dat hij geen te zware kater heeft van de rode wijn: vanavond speelt Mercury Rev in Parijs.

21-11-08

FLEET FOXES IN DE AB: ZINGENDE ENGELEN

Gisteren woonde ik samen met een paar duizend andere muziekliefhebbers het concert van the Fleet Foxes in de AB bij, een van de mooiste muzikale momenten uit mijn leven. En ik ga al naar concerten sinds 1966 of daaromtrent. Ik vind geen woorden om uit te drukken wat ik hoorde en wat ik voelde en voel. Voor een keer moet ik gebruik maken van het cliché “je moet er zelf bij geweest zijn”. Als je er niet bij bent geweest geloof je niet een van mijn jubelende adjectieven. Ze zouden bovendien hol klinken, omdat ze al veel te vaak zijn gebruikt en geen enkele overtuigingskracht meer hebben. Alleszins zit ik hier nu nog te beven, niet van de kou, maar van dat onnoemelijke waar ik gisteren getuige van mocht zijn. Samen met een publiek dat één leek te worden met het gebeuren, een publiek dat ervoor zorgde dat de tijd ophield te bestaan. Samen werden wij Het Lied.

Als de mensen engelen zouden zijn zouden ze zingen en musiceren als the Fleet Foxes.



Een magisch moment tijdens een magisch concert: Robin Pecknold, leadzanger van the Fleet Foxes, solo en unplugged in een volledig verstilde AB. Met dank aan Roen Het Zwoen, die me op het spoor van deze clip bracht, en met dank aan de maker ervan, PhilBe. Katie Cruel is een traditional, maar zou net zo goed een song van the Fleet Foxes kunnen zijn.

26-10-08

LAMBCHOP : UP WITH PEOPLE




Wie had in de jaren zeventig kunnen denken dat Nixon ooit nog zo hip zou worden? Dit nummer, 'Up With People', komt uit de elpee 'Nixon'. Het is mijn favoriete Lambchop song. Ik hoop dat de band het vanavond zal spelen. Maar voor mijn part mag het net zo goed de hele OH (ohio) worden, een van de betere cd's van het bijna voorbije jaar. Alweer.

14-10-08

CALEXICO IN DE AB: MUCHAS GRACIAS!


calexico - feast of wire



Calexico gisteravond in de AB was overweldigend. Muzikaal uitstekend, alle nummers mooi en juist uitgevoerd, met aandacht voor elk detail. Het was een subliem esthetisch-muzikaal avontuur, met geen enkele valse noot: honderd procent eerlijk. De eerlijkheid van poëzie en echt engagement, ik verwijs naar het lied ‘Victor Jara’s Hands’ als voorbeeld. Maar ik zou net zo goed ‘The News About William’ kunnen noemen, over de verwoesting die de orkaan Katrina (‘Cathy’) heeft aangericht in New Orleans, en de zware verantwoordelijkheid van de politici voor de gevolgen van die natuurramp. Maar vergis je niet, geen moment was de somberheid of de weemoed troef. Er werd feest gevierd, gedanst, meegezongen, zelfs mijn ouder wordende hart klopte vaak heftig.

De muzikanten die Calexico bevolken – het is eerder een gehucht dan een stadje - worden almaar beter; Joey Burns' stem gaat er op vooruit, zingt nu al bijna soulvoller dan Gram Parsons, en John Convertino lijkt mij een van de allerbeste drummers in de hedendaagse populaire muziek. Die 'oude' kern omringt zich met voortreffelijke muzikanten, waarvan een deel op hun laatste elpee, ‘Carried To Dust’, is te horen. Gastzangeressen als Amparo Sanchez voegen de nodige kruiden toe aan de mix.

Zoals ik al zei was het publiek – alle leeftijden waren vertegenwoordigd - razend enthousiast. Ik zat op de tweede rij van het balkon. Van daar heb je een goed zicht op de mensen beneden en de muzikanten op het podium. Op het balkon kun je eveneens het intens plezier beleven van een staande ovatie.

Een paar dagen geleden heb ik Steve Stills verdedigd, niet alleen omdat ik hem echt goed vond, maar eveneens vanwege de legende en de daarmee gepaard gaande kwetsbaarheid van de man. Daarom kon en mocht ik er niets negatiefs over zeggen. Maar in dit geval is het anders. Deze lofzang is voor Calexico zelf, Calexico nu, los van legende of kwetsbaarheid of wat dan ook, deze lofzang is voor Calexico’s muziek zonder meer, de levendigheid van hun performance, voor hun betrokkenheid bij wat er in de wereld gebeurt. (Meer dan eens heb ik vol bewondering zitten kijken naar de bescheiden maar meesterlijke steelgitarist, Paul Niehaus.) Viva Calexico!

08-10-08

STEPHEN STILLS IN BRUSSEL II

muziek,concert,pop,rock,blues,bob dylan,live,commentaren,de morgen,fan,recensies,negativisme,dirk steenhaut,stephen stills

Het is nooit mijn bedoeling geweest een recensie te schrijven over het concert van Stephen Stills in de AB eergisteren. Daarvoor ben ik te zeer bevooroordeeld. Ondanks mijn leeftijd ben ik nog steeds een fan van Stills. Dat schreef ik vorige maandag al. Misschien niet letterlijk, maar het zal toch duidelijk geweest zijn.

In de commentaren bij mijn vorig stuk over Stephen Stills is willens nillens toch recensieachtig materiaal binnengeslopen, zij het minimaal en in stukken en brokken. Voor degenen die de commentaren - die soms interessanter zijn dan de tekst erboven - niet lezen: mijn standpunt kwam erop neer dat ik de eerste, akoestische helft van het optreden schitterend vond. Prachtige songs, bevlogen gespeeld, met veel expressie en intensiteit gezongen. De cover van Dylans 'Girl From the North Country' raakte me in mijn ziel. Het tweede, elekrische gedeelte kon mij minder bekoren. Stephen Stills wilde teveel bewijzen dat hij een echte bluesman was. Maar slecht, laat staan vervelend, was hij nooit.

In de hierboven genoemde commentaren zijn kritische opmerkingen te lezen over de heren en dames recensenten. Waarom doen ze er niet het zwijgen toe, als ze iets niet goed vinden dat toch goed IS? Ik moet daar nu eerlijkheidshalve aan toevoegen dat ik de
recensie van Dirk Steenhaut in De Morgen over het optreden van Stephen Stills heel juist vind. Ik kan er mij volledig in herkennen: hij beschrijft het concert dat ik heb bijgewoond. Geen pretentieus geleuter, geen gelul over vals zingen, of slecht gitaarspelen, maar een eerlijke beschrijving van een concert zoals er veel te weinig te zien en te horen zijn.

06-10-08

STEPHEN STILLS IN BRUSSEL




Ongeduldig wacht ik op het optreden vanavond in de AB van een van mijn jeugdhelden, Stephen Stills. De man is een monument, maar een monument waar vaak achteloos aan voorbij wordt gelopen. Het is waar dat Stills minder tot de verbeelding spreekt dan zijn compaan / rivaal Neil Young. Hij heeft evenmin meesterwerken gemaakt als 'Everybody Knows This Is Nowhere', 'After the Goldrush' en 'Comes A Time'. Maar ten tijde van Buffalo Springfield schreef hij wellicht de meer gedenkwaardige songs, waaronder de hit 'For What It's Worth', 'Rock & Roll Woman', 'Everydays', 'Bluebird', 'Hung Upside Down', 'Special Care' en een van mijn uitveroren Buffalo Springfield-nummers, 'Four Days Gone' (met die typische Stephen Stills gitaarsound). Ik ben ook zeer verslingerd aan mijn exemplaar van Super Session, waarop niet alleen Mike Bloomfield (kant 1) maar ook Stephen Stills huiveringwekkend gitaar speelt (kant 2, vooral op Donovan's 'Season Of the Witch'). De eerste elpee van Crosby, Stills & Nash was grotendeels het werk van Stills. De mooiste track op 'Déjà Vu', 'Helpless', is van Neil Young, maar Stills' '4+20' is bijna net zo mooi. Daarnaast zijn er de eerste twee sublieme solo-elpees van Stephen Stills op het Atlantic label, waarvan vooral de eerste een meesterwerk mag worden genoemd. De eerste Manassas-dubbelelpee, waar Stills gezelschap kreeg van onder meer Chris Hillman draai ik nog heel regelmatig. Voor mij is het een soort tijdscapsule: in elke song van die plaat zitten een onbekend aantal herinneringen. Mijn favoriete Stephen Stills-nummers zijn Sit Yourself Down (met de regels: "When I get restless / what can I do?") en het romantische 'To A Flame' (met Ringo op drums).

Het is onbegonnen werk mijn bewondering voor Stephen Stills goed te verwoorden, en al evenmin kan ik u laten voelen wat ik nu voel en nog voelen zal in afwachting van het moment dat de man op het podium van de AB verschijnt. In zulke gevallen schieten woorden te kort.



De clip boven dit artikel is een stukje live-concert van Manassas, de clip onderaan is Stephen Stills solo live met het nummer Treetop Flyer. Tot straks!

02-10-08

UN ARBRE POUR MOI çA SERA TOUJOURS ‘EEN BOOM'

 “Un arbre pour moi ça sera toujours ‘een boom’”.
Jacques Brel.


Vier verdiepingen.

Iemand uit een ander tijdperk begroet je in de lift.

Hoe oud ben je nu eigenlijk?

Zo herkent hij je: je wordt ouder jongen.

Voor hij uitstapt klopt hij eens op je buikje.

In een lift in het centrum van de stad.

Op een steenworp van het Centraal Station.

Een Limburgs accent na al die jaren nog.

Zie je: het is allemaal zo erg niet.

Iedereen is alleen en allen krijgen een buikje.

Als je maar lang genoeg leeft.

En bier drinkt met mosselen en garnalen.

Iedereen woont in een vergeten straat.

Schimmel op de muren.

Een lekkend dak.

Iedereen ligt iedere nacht wakker

En vervoegt werkwoorden, telt op.

Het is genoteerd, mijnheer Bourgeois.

Overal schilderijen (licht uit het Noorden).

Begroet leugens en verwen ze.

Om ze vroeg in de morgen te kunnen verwerpen.

Verwen ook de levensgenieter.

Om hem het leven zuur te maken met het leven.

Zoals het leven is.

En dan daalt de lift tot zij muziek wordt.

En de muziek ben jij, je voetstappen, je hart.

Jij die me van de verdoemenis redt.

Jij die me van verbrokkeling redt.

Uit de lift, uit de hal, zie je de meisjes.

Bloemen in bloei, zei de ene.

Bloemen des verderfs, de andere.

Sha la la la la, zingt de gekwetste.

Dit gebeurt in tweeduizend acht.

Zingt om niets te voelen van de nacht.

Om niets te voelen.

Sta op!

Ga eens eten met een vriend.

Drink met een vriendin een koffie, een martini dry.

De Bruges à Gand.

Zie dat het goed is op straat.

Omhels het sociaal contact.

Vergeet het gevaar, de stedelijke legendes.

Sta op!

Nu de zon je heeft gezien en jij de kleuren.

Sta op markies en droog haar tranen.

30-09-08

MARC MOULIN R.I.P.

Marc Moulin was een van de beste Belgische muzikanten / componisten / dj's. In de jaren '70 luisterde ik vaak naar zijn programma Cap de Nuit. In die tijd was het nog normaal dat we naar Franstalige zenders luisterden. Bovendien was Marc Moulin een homo universalis. Le Soir heeft op zijn blog een mooie hulde gebracht.

29-09-08

WRECKING CREW


wreckingcrew

Ik las een bericht van Denny Tedesco naar aanleiding van het overlijden van Earl Palmer en Larry Levine:

"I also want to send out our prayers to the families of  Earl Palmer and Larry Levine. Earl was one of the world's greatest drummers and Larry was one of the world's greatest engineers of all time. These two men helped shape the sound of Rock and Roll in the 50's, 60's and all the decades that followed. They were not only the best at what they did, but they were also two of the finest men I've met in my lifetime. My father had utmost respect for them. They will truly be missed."

Earl Palmer was inderdaad een van de beste rock & roll-drummers. Larry Levine was een geluidsingenieur die samen met Phil Spector de Wall Of Sound uitvond. Denny Tedesco is de zoon van Tommy Tedesco, die - evenals Earl Palmer - deel uitmaakte van The Wrecking Crew. The Wrecking Crew is de benaming voor een aantal legendarisch geworden sessiemuzikanten, die op honderden, zoniet duizenden popsongs meespeelden. Vooral bekend is hun sessiewerk voor the Byrds (Mr. Tambourine Man), The Beach Boys (Pet Sounds) en Phil Spector (ongeveer alles). Denny Tedesco heeft nu een film gemaakt over zijn vader en zijn compañeros. Ik kijk er naar uit. Meer informatie over The Wrecking Crew en de film vind jehier en daar.

Dit is een tweede prelude bij het verhaal over de dood en de vele wedergeboortes van rock & roll (en mijn liefde voor Americana).

26-09-08

HET ZELF EN MIJN POPULAIRE MUZIEK


In verband met mijn vorige twee stukjes, niet veel meer dan lijsten eigenlijk, en de interessante commentaren daarop wil ik een aantal dingen verduidelijken.

Richard Rorty wijdt in ’Contingentie, ironie en solidariteit’ een hoofdstuk aan wat hij noemt de contingentie van het zelf. Ik wil hier niet de hele argumentatie herhalen; Nietzsche en Freud zijn wat dit betreft zijn belangrijkste inspiratiebronnen. Hij sluit het hoofdstuk af met deze woorden:


“We zullen de bewuste behoefte van de sterke dichter om te demonstreren dat hij geen kopie of replica is zien als louter een speciale vorm van een onbewuste behoefte om te leren leven met de onzichtbare afdruk die het toeval hem heeft gegeven, om voor zichzelf een zelf te maken door het opnieuw te beschrijven van die afdruk in bewoordingen die, misschien slechts marginaal, de zijne zijn.”

Ik haal dit hier aan omdat ik evenmin aanneem dat wij onszelf hebben gemaakt, noch dat we alles wat we op dit ogenblik boeiend, interessant, mooi vinden, zelf hebben gekozen. Dat is gewoonweg niet zo. Wat wellicht wel mogelijk is, is dat we met wat het toeval ons heeft gegeven een nieuwe combinatie maken en indien mogelijk en wenselijk ‘ons zelf’ heruitvinden.

Om wat ik wil verduidelijken heb ik een jaar nodig, want er komt zoveel bij kijken dat ik er op zijn minst een boek aan zou moeten wijden. Maar ik zal het kort proberen te houden. En daarna zien we dan wel weer.

Ik ben opgegroeid, eerst op een binnenvaartschip, later in internaten en oubollige scholen in een nog grotendeels godvrezend Limburg. Mijn ouders waren zoals dat wordt genoemd eenvoudige mensen. Ze hadden niet eens de basisschool kunnen beëindigen. Toch sprak en schreef mijn moeder voortreffelijk Frans en was ze geïnteresseerd in boeken. Zij heeft me leren lezen toen ik vijf was. Toen ik nog jong was kon mijn vader heel goed en boeiend vertellen. Dat had hij tijdens de oorlog geleerd, in krijgsgevangenschap en daarna in het verzet. Beiden hielden van eenvoudige liedjes, ik herinner me vooral ‘J’attendrais’ (het enige liedje dat mijn vader op zijn mooie gele accordeon kon spelen), Dalida, Mario Lanza, Edith Piaf, Bobbejaan Schoepen, en zo meer. Zulke liedjes, minderwaardig dan chansons, hoorde je ook wel op de radio. Al dat brave en sentimentele gekweel heeft mijn jonge oortjes geteisterd en gevleid. Wat ik mij er nu nog van herinner is de sfeer, het gevoel – iets zachts, fluweligs, eigenschappen die David Lynch in ‘Blue Velvet’ binnenstebuiten keert. Zo was toevallig een basis gelegd voor mijn latere muzikale smaak. Sentimenteel vermaak, tranerig gekweel. Ik bedoel dit geenszins negatief. Op  de lagere school werden zulke schlagers afkeurend straatliedjes genoemd. Vreemd, want ze waren zo onschuldig. Hoewel ze bij Fassbinder iets zeer subversiefs krijgen. Maar Fassbinder kende ik toen natuurlijk nog niet. De man had zelfs nog geen films gemaakt.

MARIAO LANZA


Toevallig had ik niet alleen ouders maar ook nog een zes jaar oudere broer, die al gauw in de ban raakte van de muziek van de duivel: rock and roll. Ik was zes toen ik Elvis Presley ontdekte, en met Elvis Presley alle Verenigde Staten. Dat had ik aan mijn opstandige broer te danken. Een nozem, zo werd luidkeels gefluisterd. Het zou nooit goed komen met hem. En dan die rock and roll, dat vreselijk lawaai. Elvis, Fats Domino, Little Richard, Wanda Jackson en Brenda Lee. Al begreep ik niets van de seksualiteit van die nieuwe muziekcultuur, toch was ik er van in de ban. Ik hield ook veel van de twist, bij ons bekend geworden dankzij Chubby Checker, die veel braver was dan Hank Ballard, de man die de twist had ‘uitgevonden’. Er ontstond een hele nieuwe cultuur van rock and roll, expo 58, broodroosters, milkshakes, honden die Laïka werden genoemd, jukeboxen, elke maand een andere dansrage, ‘scoobidoo’ en ‘hoola hoop’. Toen Elvis naar het leger moest, Chuck Berry in de gevangenis zat en Little Richard een predikant was geworden, was het einde van de rock and roll in zicht. Brylcreemkoppen als Fabian, Bobby Vee en Frankie Avalon werden nu populair. Bij ons had je vele Franse sterretjes die Amerikaanse songs in het Frans vertaalden, onder meer Johnny Hallyday en Richard Anthony.

LITTLE RICHARD 2

Vanaf mijn twaalfde beschouwde ik mezelf als een volwassene. Ik droeg een lange broek en had een polshorloge. Af en toe rookte ik stiekem een sigaret van het merk Peter Stuyvesant. Met mijn ouders en broer mocht ik zaterdags mee naar de ‘dancings’, de Orchidee en de Congo Bar. Ik kreeg dan repen chocolade of dronk Coca Cola. In een van die dansgelegenheden hoorde ik ‘Twist And Shout’ van The Beatles. Dat het een nummer van de zwarte Isley Brothers was, heb ik pas veel later ontdekt, en zelfs dat is niet de originele versie. Maar ‘Twist And Shout’ van the Beatles! Dat was mijn Damascus. De adrenaline als elektrische stroom door mijn jonge lijf. Die overrompelende stemmen, vooral die van John Lennon. Dit was niet langer de muziek van mijn broer, dit was mijn muziek.

BEATLES TWIST AND SHOUT

Een van de volgende dagen ging ik naar de plaatselijke platenzaak (ze verkochten er vooral stofzuigers en radio’s) en vond er de single ‘She Loves You’. Dat nummer heb ik wel duizend keer gedraaid. Ik veranderde mijn haarstijl, ging me anders kleden. Vooral de schoenen waren belangrijk. Nog wat later hoorde ik op onze transistorradio ‘Tell Me’ van the Rolling Stones. Dat was het! De heilige graal. Dat geluid, dat ritme, die gitaren, die stem gingen voor mij nog veel verder dan die liedjes van The Beatles. Hoe dat kwam kan ik niet verklaren, maar ik werd er veel dieper door geraakt. Ik kan het alleen maar euforie noemen. Zo begon mijn zelf zich af te tekenen door wat ik toevallig hoorde, en waaruit ik dan een keuze maakte. Zo werd mijn toekomst voor een groot deel bepaald. In 1965 gaf Bob Dylan met ‘Like A Rolling Stone’ mij volledige zekerheid dat ik had gevonden wat van mij was.

LIKE A ROLLING STONE 2

Daardoor luister ik nu nog steeds naar Engelstalige, vaak op blues gebaseerde muziek, vooral rock & roll en alles wat daar mee verwant is, of eraan is vooraf gegaan, zoals blues, rhythm and blues en country. En daardoor heb ik weinig affiniteit met klassieke muziek of muziek uit Azië, Afrika en de Slavische landen. Soms hoor ik iets in een film, zoals in het meesterwerk ‘De Muziekkamer’ van Satyajit Ray, en word ik diep ontroerd. Maar daarna grijp ik toch weer terug naar Bob Dylan of Lucinda Williams.

 

Over de crisis van de rock en de Westerse populaire muziek wil ik het in een volgend stukje hebben. Ik zal daarin mijn 'liefde' voor de Amerikaanse cultuur en subculteren onder de loep nemen.

 
OUT OF OUR HEADS

25-09-08

DE TWINTIG BESTE ROCKBANDS?

 

muziek,pop,rock,lijst,popcultuur,subjectief,bands,groepen,kinderspel,top-20

Op basis van de lijst die ik gisteren en samenstelde en rekening houdend met de reacties van Roen, Peerke, Jahsonic en Marc stel ik hieronder een voorlopige top-20 voor. Het is nog altijd mijn subjectieve lijst, maar hij is al wat democratischer tot stand gekomen dan de vorige. Argumenten ter verdediging van deze rangschikking heb ik niet. Ik baseer me op emoties, op intuïtie.

 

1.    The Band

2.    The Rolling Stones

3.    The Byrds

4.    The Velvet Underground

5.    Creedence Clearwater Revival

6.    The Kinks

7.    The Beach Boys

8.    Fairport Convention

9.    Led Zeppelin

10.  The Beatles

11.  Allman Brothers Band

12.  The Who

13.  The Clash

14.  R.E.M.

15.  The Flying Burrito Brothers

16.  Eels

17.  Love

18.  The Walkabouts

19.  Wilco

20.  Joy Divsion


Tot mijn spijt zijn niet in de lijst opgenomen: the Doors, Jefferson Airplane, CSNY, the Temptations, the Small Faces, Grateful Dead, Big Star, Los Lobos, Buffalo Springfield, Televison, the Ramones, Mazzy Star, Flaming Lips, Mercury Rev, Green On Red, Dream Syndicate, the Animals, New York Dolls, the Stooges, Lynyrd Skynyrd, 16 Horsepower, Talking Heads en the Undertones.

Dit zouden de beste rockbands moeten zijn. Nu wordt het stilaan tijd voor een volledige lijst, waarin bands, zangeressen, zangers, muzikanten en singer-songwriters opgenomen worden.

24-09-08

DE TIEN BESTE ROCKGROEPEN?


Een tijd geleden zag ik in Humo een lijstje van de favoriete rockgroepen van de onuitstaanbare Noel Gallagher, van de meest onuitstaanbare band die ooit grammofoonplaten heeft gemaakt. En dan de naam Oasis, kan het nog idioter? In die lijst van Gallagher stonden aleen maar Engelse bands. Je moet nogal lef hebben of geheel en al onnozel zijn.

Dit is mijn enigszins voorspelbare eigen lijst, die verandert met de seizoenen en naargelang welke wijn ik heb gedronken of net niet gedronken.

 

1.      The Byrds

2.      The Beach Boys

3.      Velvet Underground

4.      The Band

5.      The Rolling Stones

6.      The Temptations

7.      The Kinks

8.      The Beatles

9.      R.E.M.

10.    Eels

 

Je ziet dat hier ook Engelsen tussen staan. Ik ben duidelijk geen honderd procent 'Americanafiel'. Ik ben een heel eenvoudige hoochiekoochie man, zoals het hoort.

notorious byrd brothers

En dit is een afbeelding van de hoes van de beste elpee tot op dit ogenblik gemaakt: The Notorious Byrd Brothers, van The Byrds.

18-09-08

PAPA WAS A ROLLING STONE : IN MEMORIAM NORMAN WHITFIELD




Papa was a rolling stone, and so was Norman Whitfield. A great composer. Never to be forgotten. Hoe vaak heb ik niet op zijn songs gedanst! Papa was a rolling stone, yes.

Dan toch alleen nog maar over de doden berichten?