10-02-06

BRIAN JONES' GRAF

brian jones,rolling stones,dood

Brian’s grafsteen bevindt zich op dit kerkhof:

 

Prestbury Cemetery

Prestbury, Gloucestershire, England

Plot: Plot V11393

 

Prestbury ligt ten noorden van Cheltenham, waar Brian vandaan kwam. We zullen Brian nooit vergeten. Hij heeft the Rolling Stones opgericht en hun een naam en een stijl gegeven.


Foto: fotograaf mij onbekend.

21-01-06

IN MEMORIAM WILSON PICKETT

pop,popcultuur,kreet,schreeuw,dood,im,wilson pickett,soul,rhythm and blues,memphis,muscle shoals,dansen,gospel,blues,rock,ritme,anderlecht,dorpspolitiek,vincent kompany,jaloezie,black power

Wilson Pickett met Jimi Hendrix,Harlem, 1966. Foto: William Randolph.

In plaats van Wilson Pickett’s in memoriam te schrijven at ik vis en schelpen en dronk ik Chileense wijn, waarna ik me met A naar het cultureel centrum van Anderlecht begaf. De eerste keer dat ik een voet zette in een cultureel centrum buiten het centrum van Brussel-Hoofdstad! We konden er gratis drinken en frieten eten, waardoor ik nu zat ben (niet van de frieten, want daar bleef ik wijselijk af). Ik heb er voetballers van den Anderlecht gezien, talloos veel bejaarden, een fanfare, en biefstukkenpolitici natuurlijk, want straks zijn er weer verkiezingen in de dorpen. Liberalen, socialisten, katholieken, alsof het nog de negentiende eeuw is lopen ze elkaar voor de voeten en proberen een populaire mascotte te versieren. Een zekere Vincent Kompany bijvoorbeeld, bijna een gouden schoen. Maar waarom denken ze niet aan Wilson Pickett? Niet populair genoeg in deze contreien? Hij heeft toch ooit, in de jaren ’60, zijn absolute liefde verklaard aan ons allen: I’m In Love… Luister nog maar eens, dan wordt het allemaal duidelijk. Als je dacht dat je weinig betekende, dan weet je na beluistering wel dat daar niets van klopt: Wilson Pickett houdt van je. En reken maar dat hij, als je toch aan iemand gehecht mocht zijn, of aan nog iemand anders, - dat hij jaloers is op al je lieverds. A Jealous Mind, dat heeft die kerel.

Wilson Pickett’s schreeuw gaat niet in je kouwe kleren zitten. Of net wel. Have mercy children. Een kreet die door merg en been gaat, zoals de mensen zeggen. Maar wat betekent ze? Kunnen we ze vergelijken met de ‘betekenisloze’ uitingen van Antonin Artaud? Het theater van de wreedheid? Forget it! Bij Wilson Pickett waren het geen wrede kreten. Eerder drukten ze de absolute liefde voor de wereld, voor het leven uit. Een liefde waar hij geen weg mee wist, of toch niet altijd. Hij had er teveel van, denk ik. Teveel ziel had hij ook. Maar kun je wel teveel liefde voor de wereld en teveel ziel hebben? Wat moet ik met deze liefde, zonder god? zal hij zich misschien hebben afgevraagd. Ray Charles was daar mee begonnen: religieuze liederen, gospel, niet voor god maar voor de vrouw, op het ritme van de ziel en aangevuurd door seks en drugs (bij Ray Charles sigaretten en heroïne). De soms rauwe, soms satijnen stem, de gillende stem, het ingehouden en toch opzwepende tempo, de beat… Rhythm & blues’s got soul! Solomon Burke zette nog een stap verder met Everybody needs somebody to love (and I need you you you). The Rolling Stones toonden zich vlijtige leerlingen, imiteerden, vonden succes. Ze pikten Time Is On My Side van Irma Thomas. Maar ik lach niet met die Britse bleke kunstschoolstudentjes. Door hen leerde ik de blues en de soulmuziek kennen. If you need me was een mooi voorbeeld. Die Wilson Pickett-song stond op 12x5 van The Rolling Stones (1964). Op die LP stond ook It’s All Over Now, van Sam Cooke, goede vriend en medewerker van Pickett. Of waren het toch niet the Rolling Stones die mij met soulmuziek vertrouwd maakten? Want ik kende Ray Charles toch al. De eerste single die ik ooit kocht was I Can’t Stop Loving You. Met Brother Ray is het allemaal begonnen, en dan Solomon Burke. En dan….

Maar laten we nu, al na middernacht, Wilson Pickett in onze gedachten houden. The Wicked Pickett, met zijn kreet die zo verschilde van die van Edvard Munch. Hoezo verschilde? Ik zei het hierboven reeds, Wilson Pickett's kreet was geen uiting van wreedheid en al evenmin van wanhoop. Wilson Pickett was een gelukkige danser, een goedgeklede exegeet van het ritme van de wereld. Altijd de beste kostuums van de stad, met bijpassende overjassen en paraplus. A woman’s man die ook mannenhoofden op hol brengt. Verleidelijke blik en steeds bereid, tot middernacht. Na middernacht wordt het moeilijker. De liefde heeft op dat uur het podium betreden. Of is met Wilson in de coulissen gedoken, een spoor van lipstick achterlatend op de trombone of de saxofoon.

In Memphis, in Muscle Shoals is het allemaal gebeurd. Daar in de studio’s was geen sprake van seks en drugs en al de andere clichés. In rhythm & blues en soul en rock gedrenkte muzikanten bespeelden hun vertrouwde instrumenten. De beste songschrijvers zaten koffiedrinkend bij elkaar en bedachten titels, verleidelijkheden, slagzinnen, woorden die rijmden op het ritme van de stad en van het hart, bedachten bijhorende danspassen. Daarna gingen ze aan de slag met de beste op het ritme van de stad en het hart rijmende zanger van de wereld. Zo ontstond Funky Broadway, Mustang Sally, In The Midnight Hour, I’m In Love, I’m A Midnight Mover. De plaats (Memphis, Muscle Shoals), de tijd (de jaren zestig), de muzikanten (de op dat ogenblik beste ritmespelers van de wereld), de componisten (Bobby Womack, Isaac Hayes, Steve Cropper, Eddy Floyd en vele anderen) en de traditie (gospel en blues). Zo. Laten we nu, lang na middernacht, Wilson Pickett maar in vrede rusten. Amen, brother, amen.

23-12-05

HET BESTE VAN 2005



NY PRAIRIE WIND


Uit het hoofd: Neil Young – “Prairie Wind”. Cat Power – “The Greatest”. Sufjan Stevens – “Illinoise”. South San Gabriel - “The Carlton Chronicles: Not Until The Operation’s Through”. Bettye Lavette – “I’ve Got My Own Hell To Raise”. Bob Dylan – “No Direction Home”. Iron & Wine / Calexico – “In the Reins”. My Morning Jacket – “Z”. Aimée Mann – “The Forgotten Arm”. Bright Eyes – “I 'm Wide Awake, It's Morning “. Ro Theater / Guy Cassiers - “Proust 4”. Jim Jarmusch - “Broken Flowers”. Alexander Payne – “Sideways”. Walt Whitman – “Leaves Of Grass – Grasbladen. Vertaald door 22 dichters.” Murakami Haruki – “Norwegian Wood”. Bright Eyes in Botanique, Rilo Kiley in Botanique. Bettye Lavette in AB club. Mercury Rev in Koninklijk Circus. Walkabouts in AB. Edgar Reitz – “Heimat 3”. Bettina Rheims' foto's. Alles van the Kinks. Alles van Mazzy Star en Hope Sandoval.

Ziezo, dat is uit het hoofd. De rest zit in het onbewuste of is voor altijd uitgewist.

11-12-05

THE KINKS : TOO MUCH ON MY MIND


‘There’s too much on my mind’ van Ray Davies (the Kinks) is een van de meest melancholische songs ooit gemaakt. Het is een lied vol troost en schoonheid. Dit is de tekst:

There's too much on my mind,
There's too much on my mind,
And I can't sleep at night thinking about it.
I'm thinking all the time,
There's too much on my mind,
It seems there's more to life than just to live it.

There's too much on my mind,
And there is nothing I can say.
There's too much on my mind,
And there is nothing I can do
About it,
About it.

My thought just weigh me down,
And drag me to the ground,
And shake my head till there's no more life in me.
It's ruining my brain,
I'll never be the same,
My poor demented mind is slowly going.

There's too much on my mind,
And there is nothing I can say.
There's too much on my mind,
And there is nothing I can do
About it,
About it.

There's too much on my mind.

05-12-05

IN MEMORIAM LINK WRAY

 

link wray,ab,rock and roll,rock,pop,popcultuur,robert gordon,dood,gitarist,gitaar,pulp fiction

Zanger en gitarist Link Wray overleed begin november in Kopenhagen. Dat is precies een maand geleden. En ongeveer even lang ben ik op de hoogte van zijn dood. Waarom heb ik er dan met geen woord over gerept, terwijl ik zijn muziek bijna dagelijks op mijn iPod hoor? Ik weet het niet, ik moet het antwoord schuldig blijven. Link Wray was zeker geen muzikaal genie, maar hij was origineel en echt. Het door velen geprezen instrumentale ‘Rumble’ (ook te horen in Pulp Fiction) heeft mij nooit zo kunnen bekoren, maar ik ben wel gek op de platen die Link Wray in het begin van de jaren negentienzeventig heeft opgenomen, voor het grootste deel in een schuur. Link Wray was een halfbloed Shawnee Indiaan. Zulke mensen krijgen altijd minder kansen dan anderen en wellicht heeft hij om die reden zijn toevlucht moeten zoeken tot een dergelijke minimalistische studio. 

Muziekliefhebbers die geïnteresseerd zijn in stevige gitaarrock met country- en gospelinvloeden (of americana) raad ik de volgende elpees aan: LINK WRAY (1971), MORDICAI JONES (1971), BEANS AND FATBACK (1973), BE WHAT YOU WANT TO (1973), THE LINK WRAY RUMBLE (1974) en de twee platen die hij samen met Robert Gordon opnam, ROBERT GORDON WITH LINK WRAY (1977) en FRESH FISH SPECIAL (1977). Allemaal zeer de moeite waard.

 

link wray,ab,rock and roll,rock,pop,popcultuur,robert gordon,dood,gitarist,gitaar,pulp fiction

In de periode dat Link Wray met de wat overroepen Robert Gordon samenwerkte heb ik hem ook live aan het werk gezien in de AB. Dat was een van de meest intense concerten die ik ooit heb bijgewoond. Ik ben er met nogal zware koorts naartoe gegaan, op de vooravond van mijn verjaardag, aan het begin van de zomer, en als een genezen jongeman heb ik de AB toen verlaten. Miraculeuze genezing! Natuulijk had ik wel behoorlijk wat Jim Beam gedronken, want dat hoorde bij die muziek en bij de wijze waarop ik toen leefde, en die drank helpt ook tegen griepjes wordt beweerd. Om te weten in welk jaar dat precies was, zou ik mijn dagboeken moeten gaan uitpluizen, maar het zal waarschijnlijk in 1979 zijn geweest, de tijd van the Clash, the Jam en the Slits (waar ik toen ook nog van hield, dat is nu veel minder het geval).
Link Wray was een man naar mijn hart. Niemand speelde gitaar zoals hij. Om je er een idee van te vormen, mocht je hem niet kennen, raad ik je aan om te beginnen met I’m So Glad op Beans And Fatback, terug te vinden op de compilatie-CD Guitar Preacher - The Polydor Years.
Link Wray werd geboren op 2 mei 1929 en stierf op 5 november 2005: voor een rock & roller kan dat tellen.

29-11-05

BREAKFAST AT NIGHT : VOOR PAM


velvetundergroundcolor0il


Deze woorden van Lou Reed (Velvet Underground) draag ik op aan Pam. Kan dat wel, woorden van iemand anders opdragen aan iemand? Ik doe het toch. Vanwege een foto op flickr.

Well, I'm beginning to see the light
I wanna tell all you people, now
Now, now, baby, I'm beginning to see the light
Hey, now, baby, I'm beginning to see the light
Wine in the mornin', and some breakfast at night
Well, I'm beginning to see the light

16-11-05

CHRISTINA'S WORLD - ANDREW WYETH

be good tanyas,townes van zandt,song,folk,muziek,pop,country,popcultuur

Christina's World van Andrew Wyeth (1948), in het Museum Of Modern Art in New York.

Zo'n werk dat je altijd bljift fascineren. Het spreekt me meer aan dan alles wat Edward Hopper ooit heeft geschilder - waarmee ik niets negatiefs over het oeuvre van Hopper wil zeggen. Christina's World was een belangrijke inspiratiebron voor de fotografie van Terrence Malicks 'Days Of Heaven'.

14-11-05

ELEGIE VOOR TOWNES VAN ZANDT


townesphoto1


Zaterdagnacht, nadat onze vrienden het huis uit waren, nadat we lekker gegeten hadden, en wijn gedronken, en plaatjes gedraaid, van Bob Dylan, the Kinks, Traffic, the Rolling Stones, Irma Thomas, the Beatles, Muddy Waters, Howlin’ Wolf en vele anderen, nadat we met z’n allen hadden meegezongen op Don’t You Fret (the Kinks), nadat de Spaanse buurman had gebeld om zijn beklag te doen over het ‘lawaai’, daarna, toen we alleen achter waren gebleven, overviel mij een onuitsprekelijke droefheid. Dat heb ik wel vaker na het afscheid nemen. Ik lijd kennelijk aan wat in de psychoanalyse ‘verlatingsneurose’ wordt genoemd. Er valt mee te leven, maar het is niet gemakkelijk.

Om de leegte die er was ontstaan na het vertrek van de vrienden uit Antwerpen op te vullen nam ik mijn gitaar en speelde enkele akkoorden, en begon wat te ‘zingen’, een soort van elegie voor Townes Van Zandt (jammer genoeg herinner ik me melodie noch tekst); na enige minuten sloeg het zingen om in huilen, dikke tranen rolden over mijn wangen, voor Townes Van Zandt. Terwijl echte mannen toch niet huilen! Ik heb Townes twee keer zien optreden; het waren bijzonder intense en lange concerten van een eenzame man, een van de beste liedjesschrijvers van zijn generatie, even goed als Bob Dylan of John Prine, maar weinig gekend, waarschijnlijk vanwege zijn schuchterheid en zijn alcoholisme. Ik huilde en was ook boos omdat ik de man nooit had aangesproken en hem mijn grote bewondering nooit had meegedeeld, terwijl ik daar toch voldoende gelegenheid voor had gehad. Ik had met hem zelfs een nacht kunnen doorzakken hier in Brussel; ik vermoed dat hij dat wel zou geapprecieerd hebben, want hij zag er beide keren erg eenzaam en hulpeloos uit. Maar ik heb het niet gedaan en nu is het natuurlijk niet meer mogelijk. Al zeven of acht jaar niet meer. Sinds zijn overlijden in 1997 is hij wat bekender geworden, dankzij onder meer the Cowboy Junkies, Emmylou Harris, Steve Earle en Lucinda Williams. De tranen zijn opgedroogd, maar de droefheid gaat niet weg. To Live Is To Fly blijft in mijn hoofd spoken.

Gisteravond zag ik Paul Weller live op televisie. Ik was verrast door zijn jeugdige levendigheid. Ik ben niet echt gek op zijn solowerk, en the Style Council kon mij ook maar matig boeien. Wel boeiend vond ik Setting Sons en Sound Affects van the Jam, dat was echte pop in de voetsporen van the Who, the Kinks en the Beatles. Paul Weller ziet er nog steeds goed uit, een echte mod. Sommigen noemen hem the changing man (waarom die clichés altijd?), maar eigenlijk verandert hij niet. Misschien verandert alleen zijn portret?

Omdat ik bang was dat mijn computer zou crashen heb ik zaterdag, voor het bezoek van de vrienden, snel nog zoveel mogelijk foto’s op flickr gepost, zonder echt goed op de kwaliteit te letten. Niet dat dat zoveel uitmaakt. Het is eigenlijk meer een soort van autobiografie in beelden dan een poging tot artistieke expressie. Maar moet een autobiografie in beelden ook niet aan bepaalde kwaliteiten voldoen? Ik weet het nog altijd niet goed. Moet je vooral niet zo eerlijk mogelijk zijn? Ben ik dat? Dat weet ik ook niet. Ik probeer het te zijn. Ik probeer geen mythe te creëren, maar de waarheid van een leven te tonen. Of liever een aantal elementen van dat leven. Dat leven vanuit een welbepaald perspectief bekeken. Meer de vluchtlijnen van dat leven, dan het alledaagse, hoewel je niet goed het onderscheid kunt maken. Eigenlijk zijn er geen nauwkeurig afgebakende grenzen. Ik wil eerlijk zijn en de waarheid laten spreken, maar ik wil geen exhibitionist zijn. Ik wil geen kicks krijgen van mezelf aan vreemden te tonen. Daar is het mij helemaal niet om te doen. Het gaat vooral om dat vonkje, denk ik, waar ik het een paar dagen geleden over had. Ik moet er zorg voor dragen dat het vonkje niet uitdooft. Zorg dragen, zorgvuldig zijn, geduldig… Uit het ene vonkje kan, als ik voldoende geduld heb, een veelvoud ontstaan, uit een stem, een veelvoud van stemmen. Stemmingen en ontstemmingen. Sporen en ontsporingen. Ben ik nu bezig aan een manifest? Ik denk het niet. Ik laat me gewoonweg even aan het woord.

10-11-05

PATTI SMITH: DE CONVULSIEVE SCHOONHEID VAN HET TOEVAL



PATTI 4



Patti Smi... Vreemd verschijnsel, alweer. Toeval of geen toeval? Ik wil de naam ‘Patti Smith’ neerschrijven en net op hetzelfde moment selecteert iTunes (die op willekeurige volgorde staat en kan kiezen tussen 5776 songs) Free Money van diezelfde Patti Smith, wat ik altijd al het beste nummer vond op ‘Horses’ uit 1975. Ik wilde de naam Patti Smith neerschrijven om mee te delen dat ‘Horses’, wegens dertigste verjaardag en zeer zeker ook wegens commerciële motieven, opnieuw, in een luxe-editie, wordt uitgebracht. Het was destijds baanbrekende muziek, en dat blijft zo. Free Money klinkt voor mij nog steeds goddelijk. Kon ik toch maar winnen met de loterij, oh baby, that would mean so much to me! De tweede LP van Patti Smith, ‘Radio Ethiopia’ vond ik ook bijzonder mooi: de bezwerende liederen (Ask the Angels, Ain’t It Strange, Poppies, Pumping, Distant Fingers) maar ook de hoes en de hoesteksten. Op de achterkant van die hoes citeert Patti Smith één van mijn uitverkoren uitspraken: ‘Schoonheid zal CONVULSIEF zijn of zal niet zijn’. Toen ik die uitspraak van André Breton voor de eerste keer las, ging mijn hart waarschijnlijk veel te snel kloppen, bijna zoals dat van een wielrenner bij het beklimmen van een of andere col van een of andere categorie. Want was onze liefde geen schoonheid? Eén en hetzelfde? En was onze liefde niet convulsief? Natuurlijk was ze dat. Ik heb er veel over geschreven, en gedicht. Nu kan ik dat niet meer. Ik weet ook niet meer of schoonheid convulsief moet zijn. Ik weet zelfs niet goed meer wat André Breton daar mee bedoelde. Het zijn de laatste woorden in zijn ‘roman’ Nadja. In ‘L’amour fou’ schrijft hij het volgende:
« Le mot ‘convulsive’, que j’ai employé pour qualifier la beauté qui seule, selon moi, doive être servie, perdrait à mes yeux tout sens s’il etait conçu dans le mouvement et non à l’expiration exacte de ce mouvement même. Il ne peut, selon moi, y avoir beauté - beauté convulsive – qu’au prix de l’affirmation du rapport réciproque qui lie l’objet considéré dans son mouvement et dans son repos. »

Gisteren heb ik me overgegeven aan convulsief koopgedrag, wat van weinig schoonheid getuigt. Hoewel… Het verzameld werk van Borges in een aantal mooi ingebonden banden (in plaats van de versleten paperbacks die nu in mijn bibliotheek staan) en acht ingebonden boeken van Nabokov. Oogstrelende uitgaven voor in mijn bibliotheek en om te (her)lezen als, later, de donkere dagen aanbreken, na het vele licht dat me misschien, wellicht, nog toe zal schijnen.

Door de stad flanerend en hier en daar een ‘rommelwinkel’ binnenstappend verzamelde ik ook nog vier dvd’s en één cd: A Doll’s House (gebaseerd op het stuk van Ibsen), Rear Window van Hitchock, Straw Dogs van Sam Peckinpah en The Million Dollar Hotel van Wim Wenders. Van die laatste film kocht ik dan ook nog eens de soundtrack. Toen ik met de hele vracht thuiskwam en alles uitpakte stelde ik vast dat de vier dvd’s en de cd allemaal over wonen gaan, rechtstreeks of onrechtsreeks. Nora zit opgesloten in haar poppenhuis, vreemde mensen wonen in het Million Dollar Hotel in Los Angeles, in Rear Window kan James Stewart wegens een gebroken been zijn appartement niet verlaten en in het zeer gewelddadige Straw Dogs trekt de wiskundige Dustin Hoffman zich samen met zijn vrouw terug in een huis op het Engelse platteland. Een poppenhuis, een hotel, een appartement, een plattelandshuis… Toeval? Free Money van Patti Smith. Toeval? Ik weet het allemaal niet meer. Ik word er stilaan convulsief van. Welke avonturen staan me nog te wachten als ik straks de stad inga? Misschien win ik wel met de lotto en kan ik dan een nieuwe computer kopen of een wereldreis maken.

02-11-05

BOB DYLAN EN BETTYE LAVETTE IN BRUSSEL


BETTY LAVETTE AFFICHE

Ik ga bijna nooit naar Vorst Nationaal (de naam alleen al!), het is een droevig verkoperscircus. Alleen als Bob Dylan er speelt maak ik een uitzondering. Het Allerheiligenconcert was echt buitengewoon goed en genereus. De hele geschiedenis van blues, soul, country en rock & roll samengevat en met ongeëvenaarde poëzie geïnjecteerd. Hank Williams, Ray Charles, Little Richard, Bill Monroe, Howlin’ Wolf, Jimi Hendrix, Arthur Rimbaud, TS Eliot en al de rest. En zoveel stijl, zo gracieus. Ik ben nog altijd sprakeloos, euforisch en moe tegelijk. En nu ga ik even rusten en dan naar Bettye Lavette, underground queen van de soul.

Voor de geïnteresseerden, de playlist van gisteravond.

To Be Alone With You
The Times They Are A-Changin'
Lonesome Day Blues
Love Minus Zero/No Limit
It's Alright, Ma (I'm Only Bleeding)
Under The Red Sky
Cold Irons Bound
Girl Of The North Country
Stuck Inside Of Mobile With The Memphis Blues Again
John Brown
Desolation Row
Down Along The Cove
Masters Of War
Highway 61 Revisited
encore
Like A Rolling Stone
All Along The Watchtower

See you later, beste alligators. Ik heb nu verder weinig te vertellen, en dan zwijg je beter. Straks de vrienden uit Antwerpen en Bettye Lavette. Het leven is zoet. Soms.

01-11-05

BOB DYLAN'S NEVER-ENDING-TOUR : WETZLAR


De Bob-Dylan-in-Vorst-spanning neemt toe.

bob dylan live

Vanavond is Bob Dylan’s band als volgt samengesteld:

Bob Dylan - keyboard, harp
Stu Kimball - lead guitar
Denny Freeman - guitar
Donnie Herron - violin, electric mandolin, pedal steel, lap steel
Tony Garnier - bass
George Recile – drums

De setlist in Wetzlar in Duitsland, op 30 oktober, laat weinig verrassingen zien:
Drifter's Escape
Señor (Tales Of Yankee Power)
God Knows
The Times They Are A-Changin'
Cry A While
Don't Think Twice, It's All Right
Highway 61 Revisited
Shooting Star
You Ain't Goin' Nowhere
Just Like A Woman
Honest With Me
A Hard Rain's A-Gonna Fall
New Morning
Summer Days
(encore)
Like A Rolling Stone
All Along The Watchtower

Ondanks die keuze voor een greatest hits concert kijk ik er halsreikend naar uit, en ben ik er van overtuigd dat het een groot feest zal worden. (Met dank aan expecting rain).

22-10-05

BETTYE LAVETTE : I'VE GOT MY OWN HELL TO RAISE


BETTYE LAVETTE 3


Je weet het al of je weet het nog niet of het maakt je niet uit: op de dag van alle heiligen treedt Bob Dylan op in Vorst. Maar wat je misschien nog niet weet en wat je misschien wel interesseert is dat Bettye Lavette, de meest miskende queen van de soul, op de dag van alle zielen, alle zielen jongens en meisjes!, optreedt in de AB club, voor 10 euro. Nog nooit van Bettye Lavette gehoord? Geloof me dan op mijn woord: het is een buitengewone soulzangeres, die zichzelf trouw is gebleven, die zich niet heeft laten kapot maken door pooiers, drank, drugs, geld en platenmaatschappijen (zoals bijvoorbeeld Aretha Franklin) en die nu pas eigenlijk de kans krijgt om echte platen te maken en ze ook uit te brengen. Hieronder citeer ik een tekst van He Made A Woman Out Of Me, een song geschreven door Burch/Hill en een ‘moderne’ kitchensink versie van The Taming Of the Shrew en in de jaren zestig net geen hit voor Bettye Lavette. Bobbie Gentry coverde het lied, en het werd ook gebruikt in de soundtrack van Alamo Bay in een productie van Ry Cooder. In dat laatste geval ging het om een schuchtere maar moedige, zeer blanke, en enigszins perverse versie door de actrice Amy Madigan. De uitvoering van Bettye Lavette werd echter nooit overtroffen. Ivo Van Hove had ze kunnen gebruiken in zijn bewerking van Het temmen van de feeks (waar wel een prachtig Cheree van Suicide in werd gebruikt).

He made a woman out of me

I was born on a levy
A little bit south of Montgomery
Mama worked in the big house
And daddy he worked for the County
I never had no learnin'
Until I turned 16
When Joe Henry come up the river, yonder
Law, made a woman out of me
Lord, he made a woman outta me
I used to tease Joe Henry
Guess it served me right
Wasn't long till he left me
Crying out in the night
Joe Henry had his say
He wouldn't set me free
I fear to tell everybody
That the man made a woman outta me
Lord, he made a woman outta me
When I think back to that day
So long ago
I get a little feelin' on my mind
Although it hurt me
There's one thing I know
When he left, he left him a woman behind
When I meet another young man
Wantin' to love and run
My mind goes back to Joe Henry James
And a heck of a job he done
Ain't no other man let me down
You see I been set free
Ever since way back yonder
When Joe made a woman outta me
Lord, he made a woman outta me
Lord, he made a woman outta me
Joe made a woman outta me
Lord, he made a woman outta me
Joe made a woman outta me
Lord, he made a woman outta me

09-10-05

ALLE MUZIEK ONTSTAAT UIT EENVOUD


goya ets


Koorts geeft me zin om erop los te gaan. Art Pepper's jazz vult de kamer, Lucinda Williams met haar hitsige stem hebben we net gehad, niet letterlijk maar wel onbeteugeld. Did you only want me for these three days? En altijd the Beatles weer, You never give me your money.

Martin Scorsese over de blues op BBC. Kan iemand beter in de huid kruipen van een ontdekkingsreiziger op zoek naar de wortels van een muziekvorm? Wat blijkt? Alle muziek ontstaat uit eenvoud, bijvoorbeeld een klein fluitje, met twee gaatjes, en wat tromgeroffel. Wat wij al doen om te overleven! Atomen splitsen, Hiroshima bombarderen, dictators uitlachen, na ze een gouden troon te hebben geschonken en hun bananen te hebben gegeten. En dan 's avonds psychedelisch wortelsap drinken en op fluitjes blazen en seks op vele manieren, om te vergeten, of net niet, om de volgende dag opnieuw de dansvloer te kunnen betreden, waar de Tighten Up wordt gedanst.

Van een mens kan alles worden afgenomen, hoorde ik in de documentaire van Scorsese, behalve de cultuur. Niemand weet wat cultuur is. Wat is cultuur? Waar komt cultuur vandaan? Ik dacht aan Free Money van Patti Smith. Laat ons dat geld toekomen, op ons neerwaaien, dan kunnen Agnes, Annukka, Laura, Pat, Diana, de drie Jannen, Gary, Boris, Stephen, Charlie, Inge en de anderen nachtenlang de Watusi dansen in the land of thousand dances. Pascale zal ons eerst het beste bier inschenken of een andere Elixir d'Anvers, en daarna geeft zij de toon aan, tot een volgende danser aan de beurt is om de toon aan te geven. Tot de ochtend komt van een van die dagen. En dan koffie in Timbouktou of in die buurt. Zoveel en zoveel kilometer van hier tot daar.

14-09-05

BOB DYLAN, EDIE SEDGWICK EN DE CHELSEA GIRLS


warhol, sedgwick

Een paar dagen geleden had ik het over Bob Dylan’s Leopard Skin Pillbox Hat, met name dat die tekst een heel bijzondere prijs verdient.
Boven het stuk staat een foto van Edie Sedgwick op de set van zo’n vervelend New Yorks meesterwerk van Andy Warhol. De echte regisseur van die Warhol-films was trouwens niet Warhol zelf, maar de misantroop Paul Morrissey. Edie Sedgwick was een van de vele supersterren die Andy Warhol’s Factory frequenteerden en in zijn films ‘acteerden’, veel drugs gebruikten (vooral amfetamine en barbituraten), aan kinky seks deden en hoopten ofwel heel snel beroemd te worden ofwel heel snel dood te gaan (en op die manier mooi te blijven).

In mijn ogen was Edie Sedgwick de enige echte superster in de entourage van Andy Warhol. Ze is er trouwens in geslaagd om zowel jong te sterven als relatief beroemd te worden en te blijven. In de tweede helft van de jaren ’60 was ze de mooiste vrouw van de wereld. Ze was toen al fotomodel geweest voor onder meer Time, Life en Vogue. Maar wilde meer dan alleen maar fotomodelletje spelen. Haar kort, mooi en tragisch leven wordt bijzonder goed beschreven in de biografie van Jean Stein, en John Palmer en David Weisman hebben in de periode 1970-1971 een vrij goede documentaire over haar gemaakt onder de titel Ciao Manhattan!

Waarom stond die foto nu boven dat stukje over Leopard Skin Pillbox Hat? Heel eenvoudig omdat al van in 1966 werd beweerd dat die song, net zoals Just Like a Woman, over Edie Sedgwick gaat. Waarschijnlijk zullen we het nooit met zekerheid weten, want Dylan zelf vindt het leuker allerlei dingen over zijn leven en zijn werk te verzinnen dan wat dan ook te verhelderen of verduidelijken. Hoe meer hij over zichzelf vertelt, zoals onlangs nog in Chronicles 1, hoe onzichtbaarder hij wordt.

11-09-05

WALKABOUTS IN DE ERELIJST


walkabouts

Ik luister op dit ogenblik naar een bijzonder mooie cd van M Ward, The 'Transfiguration Of Vincent' en heb weinig zin om nog iets anders te doen. Dat zou ook moeilijk gaan want ik zit met een kater. Geen idee hoe dat zo gekomen is, want ik heb gisteravond niet echt veel gedronken bij het concert van The Walkabouts. Het zal de vermoeidheid zijn die me parten speelt. The Walkabouts waren overigens uitstekend. Het is nog wat vroeg om het optreden definitief te beoordelen, maar ik vermoed dat het tot de tien beste behoort die ik ooit heb bijgewoond. Neil Young in Vorst (1975), Townes Van Zandt boven de Fallstaff, Bob Dylan in Rotterdam (1978), Lucinda Williams (in New York, 1992) en Calexico (Botanique) zitten daar ook tussen. The Walkabouts hebben me gisteravond zo in vuur en vlam gezet dat ik een veel te grote T-shirt heb gekocht. We hebben in de bar van de AB nadien nog zitten praten met Chris en Carla, en drinken natuurlijk. Carla zei dat ik de T-shirt nog altijd als 'nightgown' kan gebruiken. Ik heb lang geslapen, maar de T-shirt heb ik toch maar niet aangetrokken.

09-09-05

LEOPARD SKIN PILLBOX HAT / BOB DYLAN


Edie Sedgwick 2


Dit stukje poëzie van Bob Dylan, uit Leopard Skin Pillbox Hat, verdient de - nog niet bestaande - Tristan Tzara Prijs voor Surrealistische Hogere Onzin. Heel graag zou ik het hoedje zien nadat de verteller er wat op heeft staan springen, alsook de gelaatsuitdrukking van de bezitster van het pillendooshoedje in kwestie.

"Well, you look so pretty in it
Honey, can I jump on it sometime?
Yes, I just wanna see
If it's really that expensive kind
You know it balances on your head
Just like a mattress balances
On a bottle of wine
Your brand new leopard-skin pill-box hat"

Foto: Edie Sedgwick.

08-09-05

BOB DYLAN: NO DIRECTION HOME


Dylan 1965


Er ligt een nieuwe cd van Bob Dylan in de winkels, een eigenzinnige soundtrack bij de documentaire film No Direction Home van Martin Scorsese.
De film is binnenkort te zien op BBC. Ik zit nu al te popelen en de voorraad railroad gin en texas medecine staat klaar. Ik heb de indruk dat No Direction Home de beste collectie songs van Bob Dylan is die er tot nu toe is verschenen. Ik heb nu geen tijd om deze eerste indruk nader toe te lichten. Het enige wat ik kan zeggen is dat de verzameling alleen maar meesterwerken bevat (met uitzondering van de eerste twee nummers op cd 1, When I Got Troubles en Rambler, Gambler, dat zijn louter curiosa), in takes die vaak krachtiger, emotioneler en soms ook grappiger - echt hilarisch - zijn dan de originele versies. De eerste cd moet het vooral van de teksten, de eeuwenoude stem en de dictie van Dylan hebben, en is daardoor soms wat eentonig. Maar in de eentonigheid toont zich de meester! Op de tweede cd vindt Dylan zijn versie van rock & roll uit, en die is nog altijd niet geëvenaard. Er wordt bijzonder goed gemusiceerd door zijn bandleden, niet in het minst door Michael Bloomfield, maar natuurlijk ook door Al Kooper, de leden van the Butterfield Blues Band (op een schroeiende versie van Maggie's Farm, live in Newport), Joe South en the Hawks. No Direction Home is de Bob Dylan-plaat waar we altijd van gedroomd hebben. We zullen een andere droom moeten bedenken.

05-09-05

NEW ORLEANS EN DE MUZIEK VAN DE HEIDENSE ZIEL


wild tchoupitoulas


Ik heb hier al meermaals verteld dat ik een muziekliefhebber ben en dat ik een radioprogramma maak op radio centraal in Antwerpen. Het heet Zéro de conduite en is genoemd naar één van de drie of vier films die Jean Vigo tijdens zijn korte leven heeft gemaakt. Die film gaat, heel kort samengevat, over jongens in een internaat die in opstand komen tegen het verstikkende gezag van de lesgevers en de directie van de school. Mijn programma heeft daar weinig mee te maken; de enige link is, denk ik, mijn liefde voor die film en het feit dat ik weinig rekening houd met ‘muzikaal gezag’. Modes en trends laat ik aan mij voorbijgaan, ik doe gewoon mijn zin. Soms ben ik op mijn tijd vooruit, soms raak ik op een zijweg en vind ik het peloton niet meer terug. Maar is er ooit een peloton geweest? In ieder geval heb ik nooit deelgenomen aan een race.

Vorige zaterdag heb ik Zéro de conduite opgedragen aan de inwoners van New Orleans, de staten Louisiana, Mississippi en Alabama. Aan alle slachtoffers van de orkaan, aan de armen, zieken, minderheden, mensen zonder geld voor verzekeringen, mensen zonder auto’s. Aan alle mensen die in de hel zijn achtergebleven en door de regering-Bush aan hun lot werden overgelaten. Ik heb heel bewust geen benefietprogramma gemaakt. Er moest vooral geen geld worden gestort. De VS is een zeer rijk land en de regering-Bush heeft duizenden miljarden dollars over voor de verwoesting van Irak en de ontwrichting van de rest van de wereld. Dan zal ze toch ook wel wat dollars hebben voor de steun aan de slachtoffers van de orkaan en de wederopbouw van New Orleans en de andere getroffen steden en dorpen. Dollars voor Amerikanen, ook zijn het armen en vaak zwarten. Dollars om deze mensen zo snel mogelijk te evacueren. (Daar is men inmiddels, na bijna een week van onverschilligheid en wellicht racisme, dan toch mee begonnen. Met veel vertoon, of wat dacht je, alsof Bush die week van schande nog kan uitwissen.) Mijn programma van vorige zaterdag was een teken van empathie, van liefde. In mijn muziekkeuze kon je, hoop ik, de vonken horen van mijn heidense ziel. Muziek uit de ziel voor de ziel. New Orleans heeft op dat gebied een unieke traditie. Ik heb songs gedraaid van Neil Young (Like a Hurricane), Randy Newman (Louisiana), Jimi Hendrix (In From the Storm), Curtis Mayfield, John Convertino, Jesse Winchester (Biloxi), Emmylou Harris (Where Will I Be), Lucinda Williams (Jackson), Bobby Charles, Clarence Garlow (Bon Temps Rouler), Albert Chevalier, Clifton Chenier, Balfa Brothers (Enterre-moi pas), Link Wray, Johnny Jenkins, Neville Brothers (Falling Rain), Eddie Bo, Dr. John (I Thought I Heard Buddy Bolden Say), Louis Armstrong (Basin Street Blues), James Booker, Professor Longhair, Smiley Lewis, Fats Domino (Do You Know What It Means To Miss New Orleans?), Larry Williams, Muddy Waters(Louisiana Blues), Charley Patton (High Water Everywhere), Tony Joe White, Eddie Hinton, Bob Dylan (Mississippi), Bobbie Gentry, Shelby Lynne (Where I’m From) en tot slot, als troost, het idyllische Blue Bayou van Roy Orbison. De mensen die daar proberen te overleven hebben natuurlijk niets gehad aan dit alles. Maar wie weet hoe de wereld in elkaar zit? Later die nacht, toen ik na lange omzwervingen weer thuis was in Brussel, heb ik gehuild bij het zien van een foto in De Standaard. Daarop stond een jonge wanhopige zwarte verpleegster afgebeeld die hulp wilde bieden aan een zeer oude, zeer zieke en zwakke blanke vrouw. Op de achtergrond zag je het restaurant Mulate’s, waar ik ooit lekker heb gegeten, en waarvan ik me zaterdagochtend nog had afgevraagd wat ermee was gebeurd. Het restaurant staat er nog, zo te zien, maar het zal nooit meer hetzelfde zijn.

Zaterdagavond heb ik overigens tederheid en warmte gekregen van mijn oude Antwerpse vrienden, vooral van mijn compagnon de route Guido G., alias Teddy Boy, maar ook van zijn buddy - en uitstekende kok - DD en diens broer Jan. Later, in een Brussels café, heb ik kennisgemaakt met twee zeer fijne jonge mensen, een Belgische man en een Spaanse dame, en uiteindelijk heb ik toch ook nog de tweede vriendelijkste taxichauffeur op aarde ontmoet. De vriendelijkste taxichauffeur reed destijds in New Orleans en bracht mij en Laura, die helaas ziek was, naar de club Tipitina’s. Het zag er daar in die buurt, zonder straatverlichting, niet helemaal veilig uit en de man merkte mijn ongerustheid. We moesten ons geen zorgen maken, zei hij. Het zijn hier allemaal goede mensen, nobody’s gonna kill you here. Hij had nog met een aantal Neville Brothers op school gezeten, vertelde hij terloops. Nooit zal ik weten wat er met deze man is gebeurd.

06-07-05

BOB DYLAN IN VORST
















Op 1 november komt Bob Dylan naar Vorst. Alle duivels!

05-07-05

JANE BIRKIN POUR TOUJOURS


janebirkin


Een sujet genaamd Karel Michiels beweert in een Vlaamse katholieke krant - eigenlijk het partijblad van Harry Potter alias Yves Leterme - dat het stemgeluid van Jane Birkin naar kattengejank neigt. Hoewel ik allergisch ben voor katten, zou ik voor dat beestje toch graag een uitzondering maken, en ze zou van mij elke dag tot zonsondergang mogen miauwen. Niet alleen 'Je t'aime moi non plus', maar ook bijvoorbeeld de liedjes uit Arabesque. 'Je t'aime moi non plus' mag ook na zonsondergang.
Mijn goede vriendin Didi is vorige zondag naar het concert van Jane Birkin geweest en vond het heel mooi. Ik vertrouw veel meer op haar oordeel dan op dat van die kerel die ik hierboven jammer genoeg al heb genoemd.