16-03-06

WINKELEN MET SOFIE

muziekwinkels,caroline,cd,fnac,da vinci code,van morrison,jenny lewis,bright eyes,muziek,pop,popcultuur,brussel

Nog meer berichten over het dagelijks bestaan. Ik heb niet alleen tickets voor concerten gekocht maar ook cd’s. Nu heb ik nog een keer mijn hart laten spreken en heb de globale entertainmentwinkels rechts laten liggen en ben een kleine cd-winkel binnengestapt. Caroline heet hij, al wil ik geen reclame maken. Maar het moet gezegd, dit is een zaak die liefde voor de muziek uitstraalt (voor de muziek die er verkrijgbaar is), en er werkt personeel dat geïnteresseerd is in de ‘koopwaar’, ook als is het maar consumptiemateriaal en heeft het op zich geen blijvende waarde. Met dat laatste bedoel ik de dragers en niet wat gedragen wordt. Een fijne zaak. Maar hoe lang zullen zulke kleine winkels nog bestaan? Met boekwinkels net hetzelfde. In Brussel kun je voor Nederlandstalige boeken helaas alleen maar in de Fnac terecht, waar het aanbod schraal is. De Standaard binnenstappen heeft echter geen enkele zin, tenzij je een seminarist bent of op zoek naar Snoecks of nog een exemplaar van de Da Vinci Code.


Bij Caroline kocht ik de nieuwe cd van Van Morrison, Pay The Devil, waar ik nu zit naar te luisteren. Klinkt goed, country maar zonder nasale Appalachiaanse stemmen. Gezellige, vrijblijvende muziek, maar duidelijk toch vanuit het hart en de ziel gezongen. Niet zomaar een verzetje. Dan heb ik ook nog de solo-cd van Jenny Lewis aangeschaft, Rabbit Fur Coat. Dat zal een verrassing zijn. Maar niet helemaal, want ik ken haar van Rilo Kiley en ik heb haar vorig jaar live aan het werk gezien met haar band. Ik denk dat mijn allereerste notitie op hoochiekoochie over dat concert ging. Niet alleen haar stem heeft toen indruk op me gemaakt! Het was desondanks, ha ha, echt een goed popconcert, en daarna kwam dan nog Bright Eyes, een jonge singer-songwriter vol leven en intensiteit en vooral inventiviteit. Ik was er samen met Sofie, en zij was zeer in haar nopjes! (Dag Sofie, hoe gaat het met je?)

Ik had graag nog iets geschreven over Eels, maar dat zal voor later zijn, ik moet nu naar de keuken afdalen voor weer ander soort dagelijks bestaan.

13-03-06

DE WERELD VAN JIM THOMPSON

 

pop,popcultuur,jim thompson,pulp fiction,pulp,green on red,dan stuart,chuck prophet,bertrand tavernier

The Getaway, een meesterwerk van Sam Peckinpah

Dit heb ik altijd een zeer grappige uitspraak gevonden: "I was so far down even midgets couldn't look me in the eyes." 
Dat komt uit een of andere song van Green On Red, ik weet niet meer welke. Ooit eens opzoeken. Green On Red met Dan Stuart en Chuck Prophet: een bijzonder intense rock & roll band. Helemaal tegen de stroom van de tijd in, met hun gitaren en narratieve songs, toen synthesizers en lollipopteksten je oren teisterden.

Dan Stuart was en is hopelijk nog een grote bewonderaar van Jim Thompson, de schrijver van onder meer The Getaway (verfilmd door Sam Peckinpah, de remake wil ik niet noemen), Pop.1280 (verfilmd door Bertrand Tavernier onder de titel Coup de torchon), The Grifters (verfilmd door Stephen Frears) en The Killer Inside Me. Prachtig noir allemaal.

BEGIN IN DROMEN

muziek,pop,live,botanique,country

Max Ernst, The Eye Of Silence, 1943

 

In dromen begint je verantwoordelijkheid, schreef Delmore Schwartz. En als je wakker wordt blijf je verantwoordelijk.

Met dromen is er net zoveel mis als met het nuchtere bestaan. En net zo weinig. Droom en werkelijkheid zijn verstrengeld, zoals geliefden, zoals dag en nacht, zoals leven en dood, zoals oorlog en vrede, zoals het bewuste en het onbewuste.

 

Uit westerns heb ik geleerd dat er vooral iets mis is met mensen die vals spelen. Maar ook zij hebben hun redenen (die ze niet noodzakelijk kennen).

12-03-06

HOE LUCINDA WILLIAMS IN MIJN LEVEN KWAM

 

pop,folk,popcultuur,country,patje,1992,bob dylan,michael cimino,gent,randy newman,ms,radio,invloed,schakels,mao,vinyl,new york,victoria williams,david mansfield

Niemand ‘ontdekt’ iemand zomaar vanuit zichzelf. Wie is de eerste? Wie zal het zeggen? Ooit gaf een werkgever mij een boekje getiteld ‘Waar komen de juiste ideeën vandaan?’, ontsproten aan het brein van voorzitter Mao. Ik heb het nooit gelezen, saai en taai geschreven als het was. Eén zin volstond om tientallen onvruchtbare ideeën in slecht geformuleerde frasen te laten emaneren. Met alle respect voor voorzitter Mao’s zwemcapaciteiten en de goede bedoelingen van mijn toenmalige werkgever, die overigens zelf aan de culturele revolutie had 'deelgenomen'. (Van hem heb ik geleerd om een goede knoop te leggen.)


Wat betreft Lucinda Williams weet ik wel zeker wie mij voor de eerste keer over haar sprak, en mij zelfs een elpeehoes van haar toonde, en mij naar de erin verpakte elpee liet luisteren. Het was Guido P., alias Teddy Bear, met wie ik nu nog steeds een radioprogramma maak. Hij is dan ook niet de eerste de beste. Hij is mijn beste vriend. De plaat – toen nog op vinyl, zo oud zijn we dan ook al weer – had als titel gewoonweg ‘Lucinda Williams’ en er stonden enkele songs op die mij toen kippenvel bezorgden: ‘I Just Wanted To See You So Bad’ en ‘Am I Too Blue’. Guido P. en ik verloren elkaar daarna enkele jaren uit het oog. (Dat was in de jaren ’80 in Antwerpen. Vanwege de verveling daar verhuisden we in 1991 naar Brussel.)

In september 1992 was ik in New York. Lucinda Williams was toen uit mijn geheugen verdwenen, ik had er geen muziek van in huis. Er was wel een concert van de prettig gestoorde Victoria Williams, bij wie toen net MS was vastgesteld. Zij was de liefste vrouw van de wereld en iedereen wilde een bijdrage leveren om haar te helpen genezen. Alleen was haar concert uitverkocht. In de Village Voice zagen we dan dat er nog een zekere Lucinda Williams optrad, ook ergens in Manhattan, niet te ver van ons hotel. Ik dacht meteen aan het lied 'Lucinda' van Randy Newman, niet aan de plaat die mijn oude vriend me had getoond en laten beluisteren. Lucinda Williams was toen - gelukkig voor ons - nog niet beroemd: er waren nog kaartjes. Een onvergetelijk concert was dat! De engelachtige jongen David Mansfield speelde viool. David Mansfield kenden we van bij Bob Dylan. Hij speelde ook mee in ‘Heaven’s Gate’ van Michael Cimino, een van mijn favoriete films. Die avond is Lucinda Williams mijn heldin geworden. Ik weet niet welke rol zij speelt in mijn leven… De zus die ik nooit heb gehad, misschien? Met wie je tot 2 uur ’s nachts kan zitten drinken in een bar een sentimenteel doen en sigaretten roken als je al twintig jaar gestopt bent?
Te moe om dit verhaal af te maken. Er moest nog een paragraaf over Lucinda Williams in Gent volgen, maar dat is dan voor een andere keer.

11-03-06

ROCK & ROLL BRUSSEL


Wat is Brussels toch een prachtige stad, vooral omdat er zoveel te doen is. Je kunt elke dag wel ergens naartoe. Je moet eigenlijk jong zijn om in een stad te wonen. Maar kijk, ik aanvaard mezelf zoals ik ben en ik ga naartoe waar ik naartoe kan gaan en vooral waar ik naartoe wil gaan.
De volgende concerten staan alvast op mijn verlanglijstje. Ik beveel ze jullie natuurlijk ook heel erg aan.

4/4 Jane Siberry (AB)
11/4 Jenny Lewis – Emiliana Torrini – Adam Green (AB)
12/4 Isobel Campbell (AB). Isobel Campbell heeft net een prachtige cd uit samen met Mark Lanegan, ‘Ballad Of the Broken Seas’.
14/4 Vashti Bunyan (AB)
24/4 Ray Davies (AB)
28/4 Calexico + Iron and Wine (Koninklijk Circus)
10/5 Bettye Lavette (AB)
21/5 Neko Case (AB). Uitstekende zangeres. Ze is wel al een keer niet komen opdagen.
26/5 Emmylou Harris (Vorst Nationaal). Dit heb ik van een Amerikaanse vriend vernomen.
30/5 Josh Ritter (AB)
3/11 Lucinda Williams (AB). Lucinda Williams is gewoon de beste: geheel zichzelf. Je kunt haar met niemand vergelijken. Daar moet je naartoe.


Wat me opvalt aan dit lijstje is dat het grotendeels om vrouwen gaat. Toevallig of toch niet zo toevallig?

25-02-06

COMFORT OF STRANGERS (REVISITED)


BETH ORTON


One love is better than not enough
I'd rather have no love, than messing with the wrong stuff,
It's just the comfort of strangers
Oh it's the comfort of strangers.

Beth Orton, Comfort Of Strangers

THE STARS ALL SEEM TO WEEP - BETH ORTON


Stayed true to the things I knew when I was younger
And food and love was all but left to hunger
It's when I stray from the truth as I grow older
Too much leaves an empty hollow hunger

I think about you on a moonlit night
And all the stars all seem to weep
When there's so much love to lose
There's never any time for sleep

Look at me doing all these things without you
We always laughed at and you were untrue
Where was it we tried hard not to go?
I think that's how I finally came through

All the things we took for granted
The words still live on in my head
All the times I took for granted
All the words I never said

I think about you in the moonlit night
And the stars all seem to weep
When there's so much love to give
There's never any time for sleep

So I stayed true to the things I knew when I was younger
And you and I was all but left to hunger
It's when I stray from the tuth as I grow older
Too much leaves an empty hollow hunger


19-02-06

PJ HARVEY: POLYMORF PERVERS EN SEXY

sexy,pj harvey,seks,pervers,polymorf pervers,androgyn,patti smith,david bowie,schoonheid,pop,wellust,confetti,nick cave,popcultuur

Net zoals Patti Smith en David Bowie is Polly Jean Harvey van het androgyne type. Die eigenschap van haar benadert de perfectie, in die zin dat zij de twee ‘platonische helften’, zullen we maar zeggen, met een knipoog naar Enscho en Evy, in zich verenigt. In weerwil van die perfectie, zingt ze toch vaak liederen over (hart)verscheurende liefde, in hun mooiste vorm op To Bring You My Love en Stories From The City, Stories From The Sea. Nick Cave, haar vroegere geliefde, heeft een aantal van zijn beste songs voor haar geschreven. In ‘West Country Girl’ heeft hij het over: 


Amongst the rubble of her body
Her lovely lidded eyes I've sipped
Her fingernails, all pink and chipped


Polly Jean is geen klassieke schoonheid, maar ze strooit de schoonheid om je heen als was het confetti. Dat schreef ik gisteren, maar ik heb het inmiddels geschrapt, omdat het toen nog niet echt wat betekende. Ik doelde gisteren niet op haar eigen schoonheid, maar op de schoonheid van die confetti als het ware. Maar hoe langer ik erover nadenk, hoe meer ik denk dat ik het ook over haar convulsieve schoonheid had, over haar polymorf perverse uitstraling. Wellust, perversie, schunnigheid, hebben we dat niet nodig in tijden van schijnheiligheid, rabiaat schuim op de mond van godsdienstfanaten allerhande, in tijden van vrijheidsberoving en infantiele oorlogsonanie? Ik ben honderd procent voor PJ Harvey en haar rotplaten zoals Is This Desire? neem ik er graag bij. Ze strooit de schoonheid om je heen als was het confetti.

 

sexy,pj harvey,seks,pervers,polymorf pervers,androgyn,patti smith,david bowie,schoonheid,pop,wellust,confetti,nick cave,popcultuur

18-02-06

SYD BARRETT EN JAMES JOYCE


madcap-laughs


Gisteren verwees ik terloops naar de waanzinnige stem die “my book is closed, i read no more” zingt. Ik had het over de antiheld par excellence, Syd Barrett, de oprichter van Pink Floyd, een band die maar één geslaagde lp maakte: de eerste en meteen ook de enige met Syd, het meesterwerk van de psychedelica, The Piper At the Gates Of Dawn. Het dromerige, feeërieke en hallucinante van de muziek die daarop te horen, te beleven valt, heeft mijn jonge jaren diep beïnvloed. Na Syds vertrek in 1968 maakte de groep nog wel aangename achtergrondmuziek, geschikt om jasmijnthee bij te drinken of te blowen en wat te zitten dromen, met de nadruk op zitten. Liggen kon ook nog wel. Bij The Piper At the Gates Of Dawn kon je echter niet zomaar wat zitten wegdromen. De ongewone muziek, de vreemde gitaarsolo’s, de bizarre verhalen, de door en door Britse stem van Syd Barret, namen je mee naar een andere wereld, heel ver weg en toch heel dichtbij, waar je gedurende ongeveer een half uur – hoewel tijd in werkelijkheid ophield te bestaan - een ander leven leidde, vol vuur, interstellaire blauwe regen en eigenzinnige aardmannetjes. Ik ga echter niet de geschiedenis van Pink Floyd of van Syd Barrett schrijven, die vind je op talloze websites en in slecht geschreven boekjes. Ooit, als ik meer tijd heb, en mijn Ome Wim-gehalte nog zal zijn toegenomen, zal ik over mijn eigen avonturen met Syd Barret en Pink Floyd vertellen.

Over het optreden van Pink Floyd in het Pannenhuis in Antwerpen (toen een van de hipste steden van Europa), op 23 feburari 1968, toen Syd Barrett de groep net had verlaten, heb ik het hier waarschijnlijk al gehad. Ik zou het eens moeten opzoeken. Vaak als ik dat verhaal vertel geloven mijn toehoorders me niet. Hoe kan dat nu, zulke ‘supergroep’ n zo’n klein café! En toch is het waar, ik heb getuigen en een dagboek of wat daar in die tijd moest voor doorgaan.

Syd Barrett leed helaas aan wat toen nog schizofrenie werd genoemd. Eigenlijk wist niemand precies wat het was waar hij aan leed. Zelfs Ronald Laing, de beroemde anti-psychiater, schrijver van The Politicis of Experience And the Bird of Paradise, wist het niet. In die toestand heeft Syd twee met niets vergelijkbare elpees gemaakt, The Madcap Laughs en Barrett. Er is ook nog Opel, een samenraapsel van restjes, waar de platenmaatschappij hoopte munt uit te slaan, toen Syd Barrett bekend was geworden bij een nieuwe generatie. Mijn generatie vrat haar kinderen op en spuwde ze weer uit, zeker als ze wat vreemd of eigenzinnig deden.
Op The Madcap Laughs staat een hemelsmooi gezongen gedicht van James Joyce, Goldenhair. Voor mij zegt het alles over de geestesgesteldheid van Syd en over zijn beslissing om zich terug te trekken uit het publieke leven. Voor James Joyce is het een eenvoudig gedicht; gezongen door Syd Barrett wordt het een epifanie die je telkens weer naar de keel grijpt.

Golden Hair

Lean out your window, golden hair
I heard you singing in the midnight air
my book is closed, I read no more
watching the fire dance, on the floor
I've left my book, I've left my room

For I heard you singing through the gloom
singing and singing, a merry air
lean out the window, golden hair...


Mag ik hier de volledige Piper At the Gates Of Dawn, Madcaps Laugh, Barrett en ook nog ‘Jugband Blues’, het enige lied van Syds hand op ‘A Saucerful Of Secrets, de tweede elpee van Pink Floyd (als geheel zeer beluisterbaar omdat de geest van onze antiheld er nog in rondwaart), sterk aanbevelen? Of heeft iedereen dit allemaal al?

11-02-06

DIRTY DOZEN BRASS BAND

voodoo,martin pulaski,jazz,muziek,pop,popcultuur,fotografie,dirty dozen brass band,new orleans

This is in English, for my American friends. Went to see the Dirty Dozen Brass Band, yesterday here in Brussels. Had great fun, dancing and singing songs of joy, like I’ll Fly Away. I don’t believe in the ‘sweet lord’ but the spirit was in the house and moved us all. The spirit and the soul. It was as if we were back in good old New Orleans watching Eddie Bo performing in a bar on Decatur Street. And then when the Dirty Dozen Brass Band played the last song, Do You Know What It Means To Miss New Orleans, I had tears in my eyes, once again. I don’t know what to call it? A happy sad voodoo concert?

10-02-06

BRIAN JONES' GRAF

brian jones,rolling stones,dood

Brian’s grafsteen bevindt zich op dit kerkhof:

 

Prestbury Cemetery

Prestbury, Gloucestershire, England

Plot: Plot V11393

 

Prestbury ligt ten noorden van Cheltenham, waar Brian vandaan kwam. We zullen Brian nooit vergeten. Hij heeft the Rolling Stones opgericht en hun een naam en een stijl gegeven.


Foto: fotograaf mij onbekend.

21-01-06

IN MEMORIAM WILSON PICKETT

pop,popcultuur,kreet,schreeuw,dood,im,wilson pickett,soul,rhythm and blues,memphis,muscle shoals,dansen,gospel,blues,rock,ritme,anderlecht,dorpspolitiek,vincent kompany,jaloezie,black power

Wilson Pickett met Jimi Hendrix,Harlem, 1966. Foto: William Randolph.

In plaats van Wilson Pickett’s in memoriam te schrijven at ik vis en schelpen en dronk ik Chileense wijn, waarna ik me met A naar het cultureel centrum van Anderlecht begaf. De eerste keer dat ik een voet zette in een cultureel centrum buiten het centrum van Brussel-Hoofdstad! We konden er gratis drinken en frieten eten, waardoor ik nu zat ben (niet van de frieten, want daar bleef ik wijselijk af). Ik heb er voetballers van den Anderlecht gezien, talloos veel bejaarden, een fanfare, en biefstukkenpolitici natuurlijk, want straks zijn er weer verkiezingen in de dorpen. Liberalen, socialisten, katholieken, alsof het nog de negentiende eeuw is lopen ze elkaar voor de voeten en proberen een populaire mascotte te versieren. Een zekere Vincent Kompany bijvoorbeeld, bijna een gouden schoen. Maar waarom denken ze niet aan Wilson Pickett? Niet populair genoeg in deze contreien? Hij heeft toch ooit, in de jaren ’60, zijn absolute liefde verklaard aan ons allen: I’m In Love… Luister nog maar eens, dan wordt het allemaal duidelijk. Als je dacht dat je weinig betekende, dan weet je na beluistering wel dat daar niets van klopt: Wilson Pickett houdt van je. En reken maar dat hij, als je toch aan iemand gehecht mocht zijn, of aan nog iemand anders, - dat hij jaloers is op al je lieverds. A Jealous Mind, dat heeft die kerel.

Wilson Pickett’s schreeuw gaat niet in je kouwe kleren zitten. Of net wel. Have mercy children. Een kreet die door merg en been gaat, zoals de mensen zeggen. Maar wat betekent ze? Kunnen we ze vergelijken met de ‘betekenisloze’ uitingen van Antonin Artaud? Het theater van de wreedheid? Forget it! Bij Wilson Pickett waren het geen wrede kreten. Eerder drukten ze de absolute liefde voor de wereld, voor het leven uit. Een liefde waar hij geen weg mee wist, of toch niet altijd. Hij had er teveel van, denk ik. Teveel ziel had hij ook. Maar kun je wel teveel liefde voor de wereld en teveel ziel hebben? Wat moet ik met deze liefde, zonder god? zal hij zich misschien hebben afgevraagd. Ray Charles was daar mee begonnen: religieuze liederen, gospel, niet voor god maar voor de vrouw, op het ritme van de ziel en aangevuurd door seks en drugs (bij Ray Charles sigaretten en heroïne). De soms rauwe, soms satijnen stem, de gillende stem, het ingehouden en toch opzwepende tempo, de beat… Rhythm & blues’s got soul! Solomon Burke zette nog een stap verder met Everybody needs somebody to love (and I need you you you). The Rolling Stones toonden zich vlijtige leerlingen, imiteerden, vonden succes. Ze pikten Time Is On My Side van Irma Thomas. Maar ik lach niet met die Britse bleke kunstschoolstudentjes. Door hen leerde ik de blues en de soulmuziek kennen. If you need me was een mooi voorbeeld. Die Wilson Pickett-song stond op 12x5 van The Rolling Stones (1964). Op die LP stond ook It’s All Over Now, van Sam Cooke, goede vriend en medewerker van Pickett. Of waren het toch niet the Rolling Stones die mij met soulmuziek vertrouwd maakten? Want ik kende Ray Charles toch al. De eerste single die ik ooit kocht was I Can’t Stop Loving You. Met Brother Ray is het allemaal begonnen, en dan Solomon Burke. En dan….

Maar laten we nu, al na middernacht, Wilson Pickett in onze gedachten houden. The Wicked Pickett, met zijn kreet die zo verschilde van die van Edvard Munch. Hoezo verschilde? Ik zei het hierboven reeds, Wilson Pickett's kreet was geen uiting van wreedheid en al evenmin van wanhoop. Wilson Pickett was een gelukkige danser, een goedgeklede exegeet van het ritme van de wereld. Altijd de beste kostuums van de stad, met bijpassende overjassen en paraplus. A woman’s man die ook mannenhoofden op hol brengt. Verleidelijke blik en steeds bereid, tot middernacht. Na middernacht wordt het moeilijker. De liefde heeft op dat uur het podium betreden. Of is met Wilson in de coulissen gedoken, een spoor van lipstick achterlatend op de trombone of de saxofoon.

In Memphis, in Muscle Shoals is het allemaal gebeurd. Daar in de studio’s was geen sprake van seks en drugs en al de andere clichés. In rhythm & blues en soul en rock gedrenkte muzikanten bespeelden hun vertrouwde instrumenten. De beste songschrijvers zaten koffiedrinkend bij elkaar en bedachten titels, verleidelijkheden, slagzinnen, woorden die rijmden op het ritme van de stad en van het hart, bedachten bijhorende danspassen. Daarna gingen ze aan de slag met de beste op het ritme van de stad en het hart rijmende zanger van de wereld. Zo ontstond Funky Broadway, Mustang Sally, In The Midnight Hour, I’m In Love, I’m A Midnight Mover. De plaats (Memphis, Muscle Shoals), de tijd (de jaren zestig), de muzikanten (de op dat ogenblik beste ritmespelers van de wereld), de componisten (Bobby Womack, Isaac Hayes, Steve Cropper, Eddy Floyd en vele anderen) en de traditie (gospel en blues). Zo. Laten we nu, lang na middernacht, Wilson Pickett maar in vrede rusten. Amen, brother, amen.

23-12-05

HET BESTE VAN 2005



NY PRAIRIE WIND


Uit het hoofd: Neil Young – “Prairie Wind”. Cat Power – “The Greatest”. Sufjan Stevens – “Illinoise”. South San Gabriel - “The Carlton Chronicles: Not Until The Operation’s Through”. Bettye Lavette – “I’ve Got My Own Hell To Raise”. Bob Dylan – “No Direction Home”. Iron & Wine / Calexico – “In the Reins”. My Morning Jacket – “Z”. Aimée Mann – “The Forgotten Arm”. Bright Eyes – “I 'm Wide Awake, It's Morning “. Ro Theater / Guy Cassiers - “Proust 4”. Jim Jarmusch - “Broken Flowers”. Alexander Payne – “Sideways”. Walt Whitman – “Leaves Of Grass – Grasbladen. Vertaald door 22 dichters.” Murakami Haruki – “Norwegian Wood”. Bright Eyes in Botanique, Rilo Kiley in Botanique. Bettye Lavette in AB club. Mercury Rev in Koninklijk Circus. Walkabouts in AB. Edgar Reitz – “Heimat 3”. Bettina Rheims' foto's. Alles van the Kinks. Alles van Mazzy Star en Hope Sandoval.

Ziezo, dat is uit het hoofd. De rest zit in het onbewuste of is voor altijd uitgewist.

11-12-05

THE KINKS : TOO MUCH ON MY MIND


‘There’s too much on my mind’ van Ray Davies (the Kinks) is een van de meest melancholische songs ooit gemaakt. Het is een lied vol troost en schoonheid. Dit is de tekst:

There's too much on my mind,
There's too much on my mind,
And I can't sleep at night thinking about it.
I'm thinking all the time,
There's too much on my mind,
It seems there's more to life than just to live it.

There's too much on my mind,
And there is nothing I can say.
There's too much on my mind,
And there is nothing I can do
About it,
About it.

My thought just weigh me down,
And drag me to the ground,
And shake my head till there's no more life in me.
It's ruining my brain,
I'll never be the same,
My poor demented mind is slowly going.

There's too much on my mind,
And there is nothing I can say.
There's too much on my mind,
And there is nothing I can do
About it,
About it.

There's too much on my mind.

05-12-05

IN MEMORIAM LINK WRAY

 

link wray,ab,rock and roll,rock,pop,popcultuur,robert gordon,dood,gitarist,gitaar,pulp fiction

Zanger en gitarist Link Wray overleed begin november in Kopenhagen. Dat is precies een maand geleden. En ongeveer even lang ben ik op de hoogte van zijn dood. Waarom heb ik er dan met geen woord over gerept, terwijl ik zijn muziek bijna dagelijks op mijn iPod hoor? Ik weet het niet, ik moet het antwoord schuldig blijven. Link Wray was zeker geen muzikaal genie, maar hij was origineel en echt. Het door velen geprezen instrumentale ‘Rumble’ (ook te horen in Pulp Fiction) heeft mij nooit zo kunnen bekoren, maar ik ben wel gek op de platen die Link Wray in het begin van de jaren negentienzeventig heeft opgenomen, voor het grootste deel in een schuur. Link Wray was een halfbloed Shawnee Indiaan. Zulke mensen krijgen altijd minder kansen dan anderen en wellicht heeft hij om die reden zijn toevlucht moeten zoeken tot een dergelijke minimalistische studio. 

Muziekliefhebbers die geïnteresseerd zijn in stevige gitaarrock met country- en gospelinvloeden (of americana) raad ik de volgende elpees aan: LINK WRAY (1971), MORDICAI JONES (1971), BEANS AND FATBACK (1973), BE WHAT YOU WANT TO (1973), THE LINK WRAY RUMBLE (1974) en de twee platen die hij samen met Robert Gordon opnam, ROBERT GORDON WITH LINK WRAY (1977) en FRESH FISH SPECIAL (1977). Allemaal zeer de moeite waard.

 

link wray,ab,rock and roll,rock,pop,popcultuur,robert gordon,dood,gitarist,gitaar,pulp fiction

In de periode dat Link Wray met de wat overroepen Robert Gordon samenwerkte heb ik hem ook live aan het werk gezien in de AB. Dat was een van de meest intense concerten die ik ooit heb bijgewoond. Ik ben er met nogal zware koorts naartoe gegaan, op de vooravond van mijn verjaardag, aan het begin van de zomer, en als een genezen jongeman heb ik de AB toen verlaten. Miraculeuze genezing! Natuulijk had ik wel behoorlijk wat Jim Beam gedronken, want dat hoorde bij die muziek en bij de wijze waarop ik toen leefde, en die drank helpt ook tegen griepjes wordt beweerd. Om te weten in welk jaar dat precies was, zou ik mijn dagboeken moeten gaan uitpluizen, maar het zal waarschijnlijk in 1979 zijn geweest, de tijd van the Clash, the Jam en the Slits (waar ik toen ook nog van hield, dat is nu veel minder het geval).
Link Wray was een man naar mijn hart. Niemand speelde gitaar zoals hij. Om je er een idee van te vormen, mocht je hem niet kennen, raad ik je aan om te beginnen met I’m So Glad op Beans And Fatback, terug te vinden op de compilatie-CD Guitar Preacher - The Polydor Years.
Link Wray werd geboren op 2 mei 1929 en stierf op 5 november 2005: voor een rock & roller kan dat tellen.

29-11-05

BREAKFAST AT NIGHT : VOOR PAM


velvetundergroundcolor0il


Deze woorden van Lou Reed (Velvet Underground) draag ik op aan Pam. Kan dat wel, woorden van iemand anders opdragen aan iemand? Ik doe het toch. Vanwege een foto op flickr.

Well, I'm beginning to see the light
I wanna tell all you people, now
Now, now, baby, I'm beginning to see the light
Hey, now, baby, I'm beginning to see the light
Wine in the mornin', and some breakfast at night
Well, I'm beginning to see the light

16-11-05

CHRISTINA'S WORLD - ANDREW WYETH

be good tanyas,townes van zandt,song,folk,muziek,pop,country,popcultuur

Christina's World van Andrew Wyeth (1948), in het Museum Of Modern Art in New York.

Zo'n werk dat je altijd bljift fascineren. Het spreekt me meer aan dan alles wat Edward Hopper ooit heeft geschilder - waarmee ik niets negatiefs over het oeuvre van Hopper wil zeggen. Christina's World was een belangrijke inspiratiebron voor de fotografie van Terrence Malicks 'Days Of Heaven'.

14-11-05

ELEGIE VOOR TOWNES VAN ZANDT


townesphoto1


Zaterdagnacht, nadat onze vrienden het huis uit waren, nadat we lekker gegeten hadden, en wijn gedronken, en plaatjes gedraaid, van Bob Dylan, the Kinks, Traffic, the Rolling Stones, Irma Thomas, the Beatles, Muddy Waters, Howlin’ Wolf en vele anderen, nadat we met z’n allen hadden meegezongen op Don’t You Fret (the Kinks), nadat de Spaanse buurman had gebeld om zijn beklag te doen over het ‘lawaai’, daarna, toen we alleen achter waren gebleven, overviel mij een onuitsprekelijke droefheid. Dat heb ik wel vaker na het afscheid nemen. Ik lijd kennelijk aan wat in de psychoanalyse ‘verlatingsneurose’ wordt genoemd. Er valt mee te leven, maar het is niet gemakkelijk.

Om de leegte die er was ontstaan na het vertrek van de vrienden uit Antwerpen op te vullen nam ik mijn gitaar en speelde enkele akkoorden, en begon wat te ‘zingen’, een soort van elegie voor Townes Van Zandt (jammer genoeg herinner ik me melodie noch tekst); na enige minuten sloeg het zingen om in huilen, dikke tranen rolden over mijn wangen, voor Townes Van Zandt. Terwijl echte mannen toch niet huilen! Ik heb Townes twee keer zien optreden; het waren bijzonder intense en lange concerten van een eenzame man, een van de beste liedjesschrijvers van zijn generatie, even goed als Bob Dylan of John Prine, maar weinig gekend, waarschijnlijk vanwege zijn schuchterheid en zijn alcoholisme. Ik huilde en was ook boos omdat ik de man nooit had aangesproken en hem mijn grote bewondering nooit had meegedeeld, terwijl ik daar toch voldoende gelegenheid voor had gehad. Ik had met hem zelfs een nacht kunnen doorzakken hier in Brussel; ik vermoed dat hij dat wel zou geapprecieerd hebben, want hij zag er beide keren erg eenzaam en hulpeloos uit. Maar ik heb het niet gedaan en nu is het natuurlijk niet meer mogelijk. Al zeven of acht jaar niet meer. Sinds zijn overlijden in 1997 is hij wat bekender geworden, dankzij onder meer the Cowboy Junkies, Emmylou Harris, Steve Earle en Lucinda Williams. De tranen zijn opgedroogd, maar de droefheid gaat niet weg. To Live Is To Fly blijft in mijn hoofd spoken.

Gisteravond zag ik Paul Weller live op televisie. Ik was verrast door zijn jeugdige levendigheid. Ik ben niet echt gek op zijn solowerk, en the Style Council kon mij ook maar matig boeien. Wel boeiend vond ik Setting Sons en Sound Affects van the Jam, dat was echte pop in de voetsporen van the Who, the Kinks en the Beatles. Paul Weller ziet er nog steeds goed uit, een echte mod. Sommigen noemen hem the changing man (waarom die clichés altijd?), maar eigenlijk verandert hij niet. Misschien verandert alleen zijn portret?

Omdat ik bang was dat mijn computer zou crashen heb ik zaterdag, voor het bezoek van de vrienden, snel nog zoveel mogelijk foto’s op flickr gepost, zonder echt goed op de kwaliteit te letten. Niet dat dat zoveel uitmaakt. Het is eigenlijk meer een soort van autobiografie in beelden dan een poging tot artistieke expressie. Maar moet een autobiografie in beelden ook niet aan bepaalde kwaliteiten voldoen? Ik weet het nog altijd niet goed. Moet je vooral niet zo eerlijk mogelijk zijn? Ben ik dat? Dat weet ik ook niet. Ik probeer het te zijn. Ik probeer geen mythe te creëren, maar de waarheid van een leven te tonen. Of liever een aantal elementen van dat leven. Dat leven vanuit een welbepaald perspectief bekeken. Meer de vluchtlijnen van dat leven, dan het alledaagse, hoewel je niet goed het onderscheid kunt maken. Eigenlijk zijn er geen nauwkeurig afgebakende grenzen. Ik wil eerlijk zijn en de waarheid laten spreken, maar ik wil geen exhibitionist zijn. Ik wil geen kicks krijgen van mezelf aan vreemden te tonen. Daar is het mij helemaal niet om te doen. Het gaat vooral om dat vonkje, denk ik, waar ik het een paar dagen geleden over had. Ik moet er zorg voor dragen dat het vonkje niet uitdooft. Zorg dragen, zorgvuldig zijn, geduldig… Uit het ene vonkje kan, als ik voldoende geduld heb, een veelvoud ontstaan, uit een stem, een veelvoud van stemmen. Stemmingen en ontstemmingen. Sporen en ontsporingen. Ben ik nu bezig aan een manifest? Ik denk het niet. Ik laat me gewoonweg even aan het woord.

10-11-05

PATTI SMITH: DE CONVULSIEVE SCHOONHEID VAN HET TOEVAL



PATTI 4



Patti Smi... Vreemd verschijnsel, alweer. Toeval of geen toeval? Ik wil de naam ‘Patti Smith’ neerschrijven en net op hetzelfde moment selecteert iTunes (die op willekeurige volgorde staat en kan kiezen tussen 5776 songs) Free Money van diezelfde Patti Smith, wat ik altijd al het beste nummer vond op ‘Horses’ uit 1975. Ik wilde de naam Patti Smith neerschrijven om mee te delen dat ‘Horses’, wegens dertigste verjaardag en zeer zeker ook wegens commerciële motieven, opnieuw, in een luxe-editie, wordt uitgebracht. Het was destijds baanbrekende muziek, en dat blijft zo. Free Money klinkt voor mij nog steeds goddelijk. Kon ik toch maar winnen met de loterij, oh baby, that would mean so much to me! De tweede LP van Patti Smith, ‘Radio Ethiopia’ vond ik ook bijzonder mooi: de bezwerende liederen (Ask the Angels, Ain’t It Strange, Poppies, Pumping, Distant Fingers) maar ook de hoes en de hoesteksten. Op de achterkant van die hoes citeert Patti Smith één van mijn uitverkoren uitspraken: ‘Schoonheid zal CONVULSIEF zijn of zal niet zijn’. Toen ik die uitspraak van André Breton voor de eerste keer las, ging mijn hart waarschijnlijk veel te snel kloppen, bijna zoals dat van een wielrenner bij het beklimmen van een of andere col van een of andere categorie. Want was onze liefde geen schoonheid? Eén en hetzelfde? En was onze liefde niet convulsief? Natuurlijk was ze dat. Ik heb er veel over geschreven, en gedicht. Nu kan ik dat niet meer. Ik weet ook niet meer of schoonheid convulsief moet zijn. Ik weet zelfs niet goed meer wat André Breton daar mee bedoelde. Het zijn de laatste woorden in zijn ‘roman’ Nadja. In ‘L’amour fou’ schrijft hij het volgende:
« Le mot ‘convulsive’, que j’ai employé pour qualifier la beauté qui seule, selon moi, doive être servie, perdrait à mes yeux tout sens s’il etait conçu dans le mouvement et non à l’expiration exacte de ce mouvement même. Il ne peut, selon moi, y avoir beauté - beauté convulsive – qu’au prix de l’affirmation du rapport réciproque qui lie l’objet considéré dans son mouvement et dans son repos. »

Gisteren heb ik me overgegeven aan convulsief koopgedrag, wat van weinig schoonheid getuigt. Hoewel… Het verzameld werk van Borges in een aantal mooi ingebonden banden (in plaats van de versleten paperbacks die nu in mijn bibliotheek staan) en acht ingebonden boeken van Nabokov. Oogstrelende uitgaven voor in mijn bibliotheek en om te (her)lezen als, later, de donkere dagen aanbreken, na het vele licht dat me misschien, wellicht, nog toe zal schijnen.

Door de stad flanerend en hier en daar een ‘rommelwinkel’ binnenstappend verzamelde ik ook nog vier dvd’s en één cd: A Doll’s House (gebaseerd op het stuk van Ibsen), Rear Window van Hitchock, Straw Dogs van Sam Peckinpah en The Million Dollar Hotel van Wim Wenders. Van die laatste film kocht ik dan ook nog eens de soundtrack. Toen ik met de hele vracht thuiskwam en alles uitpakte stelde ik vast dat de vier dvd’s en de cd allemaal over wonen gaan, rechtstreeks of onrechtsreeks. Nora zit opgesloten in haar poppenhuis, vreemde mensen wonen in het Million Dollar Hotel in Los Angeles, in Rear Window kan James Stewart wegens een gebroken been zijn appartement niet verlaten en in het zeer gewelddadige Straw Dogs trekt de wiskundige Dustin Hoffman zich samen met zijn vrouw terug in een huis op het Engelse platteland. Een poppenhuis, een hotel, een appartement, een plattelandshuis… Toeval? Free Money van Patti Smith. Toeval? Ik weet het allemaal niet meer. Ik word er stilaan convulsief van. Welke avonturen staan me nog te wachten als ik straks de stad inga? Misschien win ik wel met de lotto en kan ik dan een nieuwe computer kopen of een wereldreis maken.

02-11-05

BOB DYLAN EN BETTYE LAVETTE IN BRUSSEL


BETTY LAVETTE AFFICHE

Ik ga bijna nooit naar Vorst Nationaal (de naam alleen al!), het is een droevig verkoperscircus. Alleen als Bob Dylan er speelt maak ik een uitzondering. Het Allerheiligenconcert was echt buitengewoon goed en genereus. De hele geschiedenis van blues, soul, country en rock & roll samengevat en met ongeëvenaarde poëzie geïnjecteerd. Hank Williams, Ray Charles, Little Richard, Bill Monroe, Howlin’ Wolf, Jimi Hendrix, Arthur Rimbaud, TS Eliot en al de rest. En zoveel stijl, zo gracieus. Ik ben nog altijd sprakeloos, euforisch en moe tegelijk. En nu ga ik even rusten en dan naar Bettye Lavette, underground queen van de soul.

Voor de geïnteresseerden, de playlist van gisteravond.

To Be Alone With You
The Times They Are A-Changin'
Lonesome Day Blues
Love Minus Zero/No Limit
It's Alright, Ma (I'm Only Bleeding)
Under The Red Sky
Cold Irons Bound
Girl Of The North Country
Stuck Inside Of Mobile With The Memphis Blues Again
John Brown
Desolation Row
Down Along The Cove
Masters Of War
Highway 61 Revisited
encore
Like A Rolling Stone
All Along The Watchtower

See you later, beste alligators. Ik heb nu verder weinig te vertellen, en dan zwijg je beter. Straks de vrienden uit Antwerpen en Bettye Lavette. Het leven is zoet. Soms.