18-05-06

DE WAARHEID OVER BETTYE LAVETTE EN DE ECHTE SOUL


Bettye lAVETTE


Ik wil hier – zij het wat laat, maar wat is tijd? – reageren op een stukje van een zekere Marlon Vanco. Ik denk dat de brave man in een parallel universum leeft. Dat was zeker zo die avond toen Bettye Lavette in de AB optrad. De heer Vanco bevond zich in een geheel andere AB en heeft een geheel andere Bettye Lavette & band bezig gezien en gehoord dan de rest van het publiek. Ik schreef het hier eerder al, het was een schitterend concert, maar, toegegeven, de zangeres en haar muzikanten waren moe.
De heer Vanco heeft kritiek op de haardracht van twee van die vermoeide, maar toch uitstekend spelende muzikanten. Ik ben van mening dat iedereen met zijn haar mag doen wat hij wil. Bovendien had ik menen te begrijpen dat de parallelle heer een bepleiter was van authenticiteit, van zoveel mogelijk jezelf zijn, wars van trends en hypes.

Wat de heer Vanco niet schijnt te weten is dat wat hij ‘geïmproviseerde reclame’ noemt, de intro’s en het geklets tussen de songs, de bluf ook, zoals Bettye Lavette deed, typisch is voor soulconcerten. Het hoort bij de stijl. Ze hield alvast geen pleidooi voor zinloos geweld of stond niet lekker cool te wezen met haar rug naar het publiek.
Tars Lootens ken ik niet en de verwijzing naar Mac Rebennack (Dr. John) is volledig uit de lucht gegrepen. In verband met Janis Joplin draait Vanco de zaken om. Het was Joplin die soulzangeressen als Bettye Lavette imiteerde. Piece Of My Heart was oorspronkelijk een single van Erma Franklin (zus van Aretha). Janis Joplin heeft daarnaast nog soulnummers gecoverd van onder meer Bobby Womack, Howard Tate, Garnett Mimms (van The Enchanters), Nina Simone en Big Mama Thornton. Bettye Lavette had net zo goed in dat rijtje kunnen staan. Waarschijnlijk zou dat ook gebeurd zijn, als Janis Joplin niet zo jong zou gestorven zijn. Maar het gekrijs van Janis Joplin zou nooit de sublieme kracht hebben gehad van de echte soul, waar Bettye Lavette een voortreffelijke ambassadrice van is.
In tegenstelling tot wat onze paralllelle reporter beweert was er trouwens uitbundig applaus, en waar ik stond werd, vooral door mooie jonge mensen, flink wat gedanst. Overigens is het spelen en zingen van encores of bisnummers pas uitgekiend spektakel. Een echte kunstenaar houdt op als het gedaan is. Wel sympathiek dat Vanco de aanwezigheid van mijn schaduw vermeldt.

15-05-06

NEKO CASE: HOLD ON HOLD ON

neko case,pop,country,live,hold on

Volgende zondag treedt de onvolprezen en volmaakt zichzelf zijnde nieuwe pornograaf Neko Case op in de Botanique. Ik verheug er mij nu al op. Wegens tijdgebrek en leeghoofdigheid (mijn kop lijkt wel een lege Brillo Box van Andy Warhol – was het maar waar, dan kon ik er een goede prijs voor vragen, ha ha) plaats ik hier dan maar voor een keer eens een tekst van Neko Case, waar ik me bijzonder graag even mee identificeer. Mag ik? Dank u.


HOLD ON HOLD ON

The most tender place in my heart is for strangers
I know it's unkind but my own blood is much too dangerous
Hangin' round the ceiling half the time
Hangin' round the ceiling half the time

Compared to some I've been around
But I really tried so hard
That echo chorus lied to me with its
"Hold on, hold on, hold on, hold on"

In the end I was the mean girl
Or somebody's in-between girl
Now it's the devil I love
And that's as funny as real love

I leave the party at three a.m.
Alone, thank God
With a valium from the bride
It's the devil I love
And that's as funny as real love
And that's as real as true love

That echo chorus lied to me with its
"Hold on, hold on, hold on, hold on"

That echo chorus lied to me with its
"Hold on, hold on, hold on, hold on"

10-05-06

IN MEMORIAM GRANT MCLENNAN,

grant mclennan,pop,australie,go betweens,dood

Een van de mooiere stemmen in de popmuziek, die van Grant McLennan, is voor altijd het zwijgen opgelegd. Samen met Robert Forster schreef hij de songs voor de uitstekende Australische band The Go-Betweens. Ze maakten onvergetelijke elpees als 'Before Hollywood', 'Spring Hill Fair' en 'Liberty Belle and the Black Diamond Express' (ook op cd uitgebracht). Songs als 'Cattle and Cane', 'Days Of Steam' en 'Dusty In Here' zijn voor altijd in mijn geheugen gegrift. Grant McLennan maakte ook mooie, romantische soloplaten, waaronder de schitterende dubbel-cd 'Horsebreaker Star'.

grant mclennan,pop,australie,go betweens,dood

03-05-06

EDDIE HINTON EN AL DE ANDERE EDDIES

associaties,pop,muziek,toeval,eddie hinton,drive-by truckers,eddie cochran,eddie merckx,frederico bahamontes,eddie vedder,eddie constantine,marco zuidpolo,duvel

Ik was even een bericht aan het schrijven aan Marco, waarbij toevallig en nogal associatief Eddie Cochran, Eddie Constantine, Eddie Vedder (in Dead Man Walking), mijn goede vriend Eddie, Eddie Merckx, Federico Bahamontes en Eddie Hinton ter sprake kwamen. Op het moment dat ik Eddie Hinton intikte zette iTunes 'Yeah Man' van diezelfde Eddie Hinton in (een held van Willy DeVille en Drive-By Truckers, voor de jongeren onder ons). Ik gelooof dat ik drie of vier songs van hem op mijn schijf heb staan, tussen tienduizend andere. Hoe vaak heb ik dat nu al niet meegemaakt? Wat betekent het? Niets of alles? Met die Duvel zie ik de dingen natuurlijk niet meer in de juiste perspectieven, vooral niet na een lange ziekte en veel medicijnen, dat weet ik wel. Maar er is toch iets, er moet toch iets meer zijn. Wat is dat dan?

12-04-06

EMILIANA TORRINI IN BRUSSEL


EmilianaTorrini 2


Ik ben ziek, keelontsteking, piepende adem, hoofdpijn, the whole shenanigan. Van mij valt vandaag niets goeds te verwachten. Ik was gisteren ook al ziek, maar nog niet zo erg.
Niets, behalve dit. Ik heb gisteren in de AB een weergaloze zangeres gehoord: Emiliana Torrini. Het was een van de betere concerten van mijn leven. Ik zal als ik beter ben eens een lijstje proberen te maken. Nu moet ik werken, anders werken.

06-04-06

EENZAAMHEID EN VERDRIET


gene pitney


Soms is de eenzaamheid een zegen, soms is ze een vloek. Het leven in ballingschap - ook al heb ik er in een ogenblik van nuchterheid voor gekozen - in deze lelijke, vuile stad, is meestal een vloek. Je komt hier maar beter niet meer buiten; zelfs als de zon schijnt zie je overal het vuil en de onverschilligheid. Schoonheid speelt in dit oord geen rol meer. Sommigen durven Brussel de hoofdstad van Europa noemen, wat wel gek is voor een gat waar negentig procent van de bevolking maar één taal kent en ze dan nog gruwelijk mishandelt ook. Maar zelfs al zou Brussel helemaal ontworpen zijn door Frank Lloyd Wright in samenspraak met Victor Horta en Alvar Aalto, dan nog zou ik hier vaak ten prooi vallen aan vloekende eenzaamheid en verdriet. Ik heb vrienden in Gent en Antwerpen (en nog een aantal onnoembare plekken) en ik ken mensen in Canada, de Verenigde Staten, Denemarken, Spanje, Portugal en Ethiopië, maar in Brussel heb ik geen enkele vriend. Als mijn levensgezellin ziek is, zoals nu, en ik wil ergens naartoe, zoals morgen naar de heropening van de KVS - voor mij een historische gebeurtenis, een moment van schoonheid in onze lelijke stad, een teken van hoop, van mogelijkheden - dan is er niemand die mij kan vergezellen. Ik kan het aan niemand vragen. Er zijn geen vrienden, je staat er alleen voor, en alleen kom ik niet buiten. Ik herken me heel goed in de uitspraak van Raven Ruëll: “Ik ben heel melancholisch aangelegd en ween veel.” Vaak voel ik me overbodig, niet alleen een outsider, maar een uitgestotene uit de maatschappij.

Nu Gene Pitney dood is komen zulke gevoelens nog meer naar boven. Hij was samen met Roy Orbison en Del Shannon (zelfmoord) een meester in het bezingen van de eenzaamheid en het verdriet. Een van de droevigste liederen die ik ken is zijn ‘I’m gonna be strong’, met dit stukje perfecte wanhoop:

Our love is gone, there’s no sense in holding on
‘cause your pity now would be too much to bear
So I’m gonna be strong and pretend I don’t care

Nog droeviger is ‘I Must Be Seeing Things’. Through a tear I can see him kissing her. Pure paranoia en pathetische kitsch. Maar soms, heel soms, kan pathetische kitsch de perfectie benaderen. Dat was bij Gene Pitney vaak het geval. Toen ik jong was maakten zijn songs al veel indruk op me. Ik was gek op de twee hiervoor genoemde songs, maar nog meer op Backstage (I’m Lonely), met de volgende autobiografische regels:

Every night a different room
Every night a different club
And yet I'm lonely all the time
When I sign my autograph
When I hold an interview
Can't get you out of my mind

Zoveel troost kwam uit die stem gevloeid, uit die woorden, uit die melodramatische muziek (die de wereld van Douglas Sirk-films oproept). Door nu te zitten luisteren naar deze songs word ik helemaal sprakeloos. Verdriet grijpt me bij de keel. Ik ben al even pathetisch als Gene Pitney, maar dan zonder zijn stem en zonder de violen. Gene Pitney speelde mee op de allereerste elpee van the Rolling Stones, samen met zijn toenmalige producer, Phil Spector. Een van de eerste songs van Jagger en Richard kreeg de titel mee ‘Now I’ve Got A Witness’ (Like Uncle Phil and Uncle Gene). Pitney’s liefste lied, Hello Mary Lou, werd een hit voor Ricky Nelson.
En hier stopt mijn ‘biografietje’. Veel is te vinden op het Internet. Ik moet nu even zwijgen. Over die andere dingen zal ik het een andere keer hebben. De klantonvriendelijkheid van een kabelmaatschappij? Wat betekent dat nu nog? Laat mij maar wat zwelgen in eenzaamheid en verdriet en daarna luister ik nog eens naar Hello Mary Lou en ik twijfel er niet aan dat er dan weer een glimlach op mijn gezicht zal verschijnen.

GENE PITNEY : BACKSTAGE I'M LONELY

gene pitney,dood,popcultuur,pop,in memoriam,ivor cutler,robert wyatt

Nu is Gene Pitney ook al dood. Ik moet er over schrijven. Zijn naam en zijn muziek roepen zoveel herinneringen op aan mijn jeugd. Backstage I’m Lonely… Maar ik moet er eerst over nadenken. En treuren. Al die in memoriams. Gisteren heb ik nog een dubbele cd van Wilson Pickett gekocht, me laten vangen door de platenmaatschappij. Ik las gisteren of eergisteren een zeer mooi in memoriam van de hand van Robert Wyatt voor Ivor Cutler, die onlangs gestorven is. Ook een heel eigenzinnige man was dat, die Ivor Cutler. Hij speelde nog mee in The Magical Mystery Tour. Maar hij was vooral een boeiende kunstenaar en dichter. 

Nu ga ik nadenken over de eenzaamheid, de liefde, en de dood van Gene Pitney. Ik wil daarna ook nog iets vertellen over de opening van de KVS en de groteske klantonvriendelijkheid van kabelmaatschappij Coditel.

28-03-06

IN MEMORIAM BUCK OWENS


buck-owens-buckaroos 2


“It’s crying time again, you’re gonna leave me.” Dit waren wellicht de eerste woorden uit een country & western song die ik ooit hoorde, of die een bewuste indruk achterlieten. Een grote droefheid sprak uit dat eindoordeel, maar het werd gezongen met een bepaalde vrolijkheid, en de melodie van het lied deed ook niet voor honderd procent naar euthanasie verlangen. Het waren overigens geen tijden van euthanasie, het begin van de jaren zestig van de vorige eeuw. Als je er een punt achter wilde zetten moest je je opknopen aan de hoogste boom in het meest nabije bos of een fles Javel La Croix leegdrinken (wat waarschijnlijk geen kans op slagen had, wel veel nare gevolgen). Ik hoorde die woorden van Buck Owens, die manier van zingen (op de manier van Bakersfield in Californië, waar veel ‘immigranten’ uit Oklahoma woonden), die eenvoudige levenswijsheid, die melodie meteen zeer graag.

Mijn vader bracht toen ik nog een kleine jongen was van zijn vrij zeldzame maar toch geregeld terugkerende nachtelijke escapades ‘afgedankte’ 45-toerenplaatjes mee, ‘singles’ noemden wij ze, het leken wel archeologische vondsten, sporen van een andere wereld. Sommige exemplaren, zoals ‘Diana’ van Paul Anka waren grijsgedraaid, andere zoals ‘The Boppin’ Rock Boogie’ van The Sparkletones waren nog zo goed als nieuw.
Ik wil eerlijk zijn in het oog van andermans dood. Ik weet niet meer of bij er die singles die mijn vader meebracht van de Rekemse nachtcafés, bijvoorbeeld van bij Leontine, of van de Congo Bar, een bij was van Buck Owens, maar ik denk het wel. Door Buck Owens en Ray Charles heb ik de buitengewone schoonheid en het sterke realisme van de countrymuziek ontdekt. De zogenaamde tranerigheid was het leven zoals het was. Toen, zonder dat het al een commercieel ‘format’ was, op maat van voyeurs gemaakt. Het leven was gewoon zoals in het lied. ‘Listen to what the blues are saying’, in de woorden van Willie Nelson.

Buck Owens was niet meteen een held van me. Wel hoorde ik het genre meteen graag. In zijn vaderland had Buck Owens veel succes, en veel epigonen. Veel fans ook, die in bars hun verdriet met hun vrolijkheid probeerden te combineren. In Groot-Brittannië had Buck Owens, en zijn begeleidingsgroep the Buckaroos, bijzonder veel bijval. In die periode verloor dat machtige imperium zijn macht; koloniën glipten als zand door zijn vingers. Het Verenigd Koninkrijk werd zelf een kolonie, van de Verenigde Staten, zeker op cultureel gebied. En wij luisterden naar Britse zenders, Amerika was te ver. WDIA zouden we pas veel later in bluesgeschiedenisboeken ontdekken, en bij bezoeken aan Memphis en New Orleans. Op die Britse zenders, en vooral op Radio Luxembourg, leerden we the Beatles kennen. Twist and Shout, een cover, natuurlijk. De Britten hadden zichzelf nog niet heruitgevonden. (De Belgen ook niet, overigens.) Buck Owens was een held van the Beatles, vooral van Ringo Starr (die altijd een zwak had gehad voor het erfgoed van de ‘rednecks’ en ‘the appalachians’). Buck Owens’ ‘Act Naturally’ maakte deel uit van de doorsnee merseybeatgroep, ook van the Beatles. Op die manier was de stap snel gezet.

Ik leerde Buck Owens echt kennen via een zwarte rhyhtm & blueszanger, Ray Charles. Hij was wel een van mijn eerste muzikale helden, wat ik hier al heb verteld. De eerste single die ik ooit kocht was zijn ‘I Can’t Stop Loving You’, op ABC-Paramount. Ik bezit hem nog altijd, maar waar? Niet veel later had de blinde zanger (en junkie) een hit met Buck Owens’ Crying Time.

Ik herinner me nu ook een feestje in het Atheneum van Tongeren. Er trad een Nederlandse zangeres op, misschien was het Conny Vandenbos (van ‘Ik ben gelukkig zonder jou’ en ‘Paleis met gouden muren’), maar ik ben niet zeker, ik zou het moeten opzoeken, maar een mens is moe, en zijn energie is uitputtelijk. Misschien was het iemand anders, dat kan ook. In ieder geval zong ze dat overrompelende lied, Crying Time, en wij internen zongen allemaal mee, zij het niet met tranen in de ogen. Want wilden wij niet zelf op dat podium staan zingen, of liever nog, gitaar spelen of drummen? Zoals Mick Jagger, Keith Richards, Keith Moon, En hoe kun je dan om die kleine mislukkingen van het leven huilen? Je kent dat nog niet. Je hebt nog niet geleefd.

Korte tijd later werd ik een part time countrymuziekliefhebber (ongeveer vijftig procent, ik hield ook wel van Soft Machine, Albert Ayler, Led Zeppelin en the United States Of America, en vanzelfsprekend van the Velvet Underground). The Byrds en the Flying Burrito Brothers hadden mij de weg gewezen naar de ‘echte country’. Alleen vond ik nergens platen. Niet één elpee. Ooit heb ik een Duitse plaat gekocht, vol vreselijke covers van allerlei bekende bluegrass- en countryliedjes, om toch met iets te kunnen meezingen. Er was niets anders te vinden. Uit pure ellende heb ik me aangesloten bij een boeken- en platenclub en zo ben ik in het bezit gekomen van een verzamelelpee, de titel ben ik vergeten, met één of twee liedjes van een aantal countryzangers en –zangeressen op, waaronder Merle Haggard en Buck Owens (en vooral mindere goden). Van Buck Owens was het Sweet Rosie Jones. Inmiddels was ik in Brussel gaan wonen om er naar de filmschool te gaan. De studenten daar hadden, zoals je wel kunt raden, nooit van Buck Owens maar evenmin van The Velvet Underground gehoord. Ze hielden vooral van kleinkunst., genre Zjef Vannuytsel. De progressieven onder hen hadden een voorkeur voor Yes, Pink Floyd, Deep Purple. Die jongens waren de toekomst van Vlaamse cinema en televisie. Lang ben ik er niet gebleven. Ik vond het prettiger joints te roken met mijn vriend O. en onder invloed naar al die heerlijke landelijke muziek te luisteren, ondertussen boekend lezend van Henry Miller, Dylan Thomas en Remco Campert.

Kort nadien ben ik getrouwd. Ik had kennis gemaakt met de groep Pendulum, de eerste en enige echte countryrockgroep in België. Erik Vaneigen is korte tijd een goede vriend van me geweest. We hadden elkaar ontmoet in een Brussels café en ontdekt dat we allebei fans waren van the Byrds en heel veel van countrymuziek hielden, vooral van Buck Owens. Erik heeft dan met een paar leden van Pendulum op ons trouwfeeest gespeeld, onder meer Sweet Rosie Jones. Zij zaten gewoon op ons bed, en wij zaten op de grond te luisteren en goedkopen Chianti te drinken. (We hadden maar twee kamers.) De benedenverdieping was een zwarte club, Les Anges Noirs. De tegenstelling kon niet groter geweest zijn: boven de rednecks, beneden de negers. Maar hoe zat dat dan met Ray Charles, en Buck Owens zelf die rock & roll speelde van Chuck Berry? Dat is een ander verhaal. Het was een alleszins gedenkwaardig trouwfeest, waar ik Erik Vaneigen nog altijd dankbaar voor ben. En de politie die plotseling binnenviel om allerlei dingen te controleren!Want eigenlijk leefden we in die dagen in een politiestaat. Als je nog maar aan marihuana dacht werd je voor een tweetal maanden in Leuven, Gent of Antwerpen opgesloten. Ik overdrijf niet. Maar ik ben de jongens in uniform toch dankbaar, want zij maakten de avond nog spannender.

Ik sla tenminste tien jaar over.

Later, na punk en new wave, kwam ik weer op het spoor van Buck Owens door de betere epigoon Dwight Yoakam (die tevens een stukje kan acteren). Dwight Yoakam maakte duidelijk waar het allemaal vandaan komt. De Bakersfield Sound, Buck Owens, The Buckaroos. Ik heb enkele weken een radioprogramma gemaakt dat Buckaroo heette. Nu is de de echte Buckaroo dood. Laten we toch nog maar eens naar dat liedje luisteren, en naar Crying Time, en naar The Streets Of Bakersfield. Laten we vooral deze minzame pionier nooit vergeten.

23-03-06

HEY JACK KEROUAC

pop,jack kerouac,popcultuur,beat generation,allen ginsberg,nathalie merchant

Omdat ik zo’n beetje met de beat generation bezig was, als gevolg van de aanschaf van een cd met songs van Allen Ginsberg, luisterde ik nog eens naar ‘In My Tribe’ van de popgroep 10.000 Maniacs, met het als zangeres het bloemenmeisje Nathalie Merchant. ‘In My Tribe’ werd geproduceerd door Peter Asher (in de jaren ’60 de helft van het duo Peter And Gordon, en nog steeds broer van Jane Asher, destijds het liefje van Paul McCartney, if my memory serves me well). De plaat klinkt als pure pop, met veel folk-invloeden.

De stem van Nathalie Merchant heeft iets bijzonders, iets wat je naar de muziek toelokt, zoals een sirene naar de klippen, iets wat je aanvankelijke weerstand tegen dat popperige geluid doet afnemen. En toch is het geen geschoolde stem. Heel vaak versta je Nathalie Merchant niet, ze slikt haar woorden in, slaat er een aantal over, versmelt ze met elkaar, fraseert nogal eigenzinnig, ze maakt rare klanken die helemaal niet overeenstemmen met wat er op het tekstvel staat.

"You chose your words from mouth of babes got lost in the wood. Cool junk booting madman, street minded girls in Harlem howling at night. What a tear stained shock of the world, you've gone away without saying goodbye." Meer verwijzingen naar Ginsberg dan naar Kerouac, in het lied dat nochtans 'Hey Jack Kerouac' heet.

De beste tekst vind ik die van ‘A Campfire Song’:

"A lie to say 'O my garden is growing taller by the day'. He only eats the best and tosses the rest away. Never will he believe that his greed is a blinding ray."

21-03-06

THE JAYHAWKS : HOLLYWOOD TOWN HALL


jayhawks

Ik luister nog eens naar 'Two Angels' van the Jayhawks. Zo onwerelds mooi. Waar komen die stemmen vandaan? Hoe hebben ze elkaar gevonden? Waarom hebben ze zich daarna van elkaar verwijderd? Wat is dat toch? dat wij zo moeilijk samen kunnen leven en voor altijd samen blijven in harmonie, zoals deze stemmen van Mark Olson en Gary Louris? Vragen, vragen, vragen. Ik probeer zo weinig mogelijk te beweren, en geen uitroeptekens meer. Ik haat uitroeptekens. Maar desondanks, wat een schitterende elpee is dat toch ook, Hollywood Town Hall van the Jayhawks. Een echte, spontane terugkeer naar de toekomst van de Americana

Een tijdje geleden maakte ik een lijstje van verafschuwde mensen. Normalerwijs leg je grapjes niet uit, maar ik wil daar een uitzondering op maken. Die pijprokende mannen jonger dan 80 hoorden daar niet bij. Dat was een grapje!

16-03-06

WINKELEN MET SOFIE

muziekwinkels,caroline,cd,fnac,da vinci code,van morrison,jenny lewis,bright eyes,muziek,pop,popcultuur,brussel

Nog meer berichten over het dagelijks bestaan. Ik heb niet alleen tickets voor concerten gekocht maar ook cd’s. Nu heb ik nog een keer mijn hart laten spreken en heb de globale entertainmentwinkels rechts laten liggen en ben een kleine cd-winkel binnengestapt. Caroline heet hij, al wil ik geen reclame maken. Maar het moet gezegd, dit is een zaak die liefde voor de muziek uitstraalt (voor de muziek die er verkrijgbaar is), en er werkt personeel dat geïnteresseerd is in de ‘koopwaar’, ook als is het maar consumptiemateriaal en heeft het op zich geen blijvende waarde. Met dat laatste bedoel ik de dragers en niet wat gedragen wordt. Een fijne zaak. Maar hoe lang zullen zulke kleine winkels nog bestaan? Met boekwinkels net hetzelfde. In Brussel kun je voor Nederlandstalige boeken helaas alleen maar in de Fnac terecht, waar het aanbod schraal is. De Standaard binnenstappen heeft echter geen enkele zin, tenzij je een seminarist bent of op zoek naar Snoecks of nog een exemplaar van de Da Vinci Code.


Bij Caroline kocht ik de nieuwe cd van Van Morrison, Pay The Devil, waar ik nu zit naar te luisteren. Klinkt goed, country maar zonder nasale Appalachiaanse stemmen. Gezellige, vrijblijvende muziek, maar duidelijk toch vanuit het hart en de ziel gezongen. Niet zomaar een verzetje. Dan heb ik ook nog de solo-cd van Jenny Lewis aangeschaft, Rabbit Fur Coat. Dat zal een verrassing zijn. Maar niet helemaal, want ik ken haar van Rilo Kiley en ik heb haar vorig jaar live aan het werk gezien met haar band. Ik denk dat mijn allereerste notitie op hoochiekoochie over dat concert ging. Niet alleen haar stem heeft toen indruk op me gemaakt! Het was desondanks, ha ha, echt een goed popconcert, en daarna kwam dan nog Bright Eyes, een jonge singer-songwriter vol leven en intensiteit en vooral inventiviteit. Ik was er samen met Sofie, en zij was zeer in haar nopjes! (Dag Sofie, hoe gaat het met je?)

Ik had graag nog iets geschreven over Eels, maar dat zal voor later zijn, ik moet nu naar de keuken afdalen voor weer ander soort dagelijks bestaan.

13-03-06

DE WERELD VAN JIM THOMPSON

 

pop,popcultuur,jim thompson,pulp fiction,pulp,green on red,dan stuart,chuck prophet,bertrand tavernier

The Getaway, een meesterwerk van Sam Peckinpah

Dit heb ik altijd een zeer grappige uitspraak gevonden: "I was so far down even midgets couldn't look me in the eyes." 
Dat komt uit een of andere song van Green On Red, ik weet niet meer welke. Ooit eens opzoeken. Green On Red met Dan Stuart en Chuck Prophet: een bijzonder intense rock & roll band. Helemaal tegen de stroom van de tijd in, met hun gitaren en narratieve songs, toen synthesizers en lollipopteksten je oren teisterden.

Dan Stuart was en is hopelijk nog een grote bewonderaar van Jim Thompson, de schrijver van onder meer The Getaway (verfilmd door Sam Peckinpah, de remake wil ik niet noemen), Pop.1280 (verfilmd door Bertrand Tavernier onder de titel Coup de torchon), The Grifters (verfilmd door Stephen Frears) en The Killer Inside Me. Prachtig noir allemaal.

BEGIN IN DROMEN

muziek,pop,live,botanique,country

Max Ernst, The Eye Of Silence, 1943

 

In dromen begint je verantwoordelijkheid, schreef Delmore Schwartz. En als je wakker wordt blijf je verantwoordelijk.

Met dromen is er net zoveel mis als met het nuchtere bestaan. En net zo weinig. Droom en werkelijkheid zijn verstrengeld, zoals geliefden, zoals dag en nacht, zoals leven en dood, zoals oorlog en vrede, zoals het bewuste en het onbewuste.

 

Uit westerns heb ik geleerd dat er vooral iets mis is met mensen die vals spelen. Maar ook zij hebben hun redenen (die ze niet noodzakelijk kennen).

12-03-06

HOE LUCINDA WILLIAMS IN MIJN LEVEN KWAM

 

pop,folk,popcultuur,country,patje,1992,bob dylan,michael cimino,gent,randy newman,ms,radio,invloed,schakels,mao,vinyl,new york,victoria williams,david mansfield

Niemand ‘ontdekt’ iemand zomaar vanuit zichzelf. Wie is de eerste? Wie zal het zeggen? Ooit gaf een werkgever mij een boekje getiteld ‘Waar komen de juiste ideeën vandaan?’, ontsproten aan het brein van voorzitter Mao. Ik heb het nooit gelezen, saai en taai geschreven als het was. Eén zin volstond om tientallen onvruchtbare ideeën in slecht geformuleerde frasen te laten emaneren. Met alle respect voor voorzitter Mao’s zwemcapaciteiten en de goede bedoelingen van mijn toenmalige werkgever, die overigens zelf aan de culturele revolutie had 'deelgenomen'. (Van hem heb ik geleerd om een goede knoop te leggen.)


Wat betreft Lucinda Williams weet ik wel zeker wie mij voor de eerste keer over haar sprak, en mij zelfs een elpeehoes van haar toonde, en mij naar de erin verpakte elpee liet luisteren. Het was Guido P., alias Teddy Bear, met wie ik nu nog steeds een radioprogramma maak. Hij is dan ook niet de eerste de beste. Hij is mijn beste vriend. De plaat – toen nog op vinyl, zo oud zijn we dan ook al weer – had als titel gewoonweg ‘Lucinda Williams’ en er stonden enkele songs op die mij toen kippenvel bezorgden: ‘I Just Wanted To See You So Bad’ en ‘Am I Too Blue’. Guido P. en ik verloren elkaar daarna enkele jaren uit het oog. (Dat was in de jaren ’80 in Antwerpen. Vanwege de verveling daar verhuisden we in 1991 naar Brussel.)

In september 1992 was ik in New York. Lucinda Williams was toen uit mijn geheugen verdwenen, ik had er geen muziek van in huis. Er was wel een concert van de prettig gestoorde Victoria Williams, bij wie toen net MS was vastgesteld. Zij was de liefste vrouw van de wereld en iedereen wilde een bijdrage leveren om haar te helpen genezen. Alleen was haar concert uitverkocht. In de Village Voice zagen we dan dat er nog een zekere Lucinda Williams optrad, ook ergens in Manhattan, niet te ver van ons hotel. Ik dacht meteen aan het lied 'Lucinda' van Randy Newman, niet aan de plaat die mijn oude vriend me had getoond en laten beluisteren. Lucinda Williams was toen - gelukkig voor ons - nog niet beroemd: er waren nog kaartjes. Een onvergetelijk concert was dat! De engelachtige jongen David Mansfield speelde viool. David Mansfield kenden we van bij Bob Dylan. Hij speelde ook mee in ‘Heaven’s Gate’ van Michael Cimino, een van mijn favoriete films. Die avond is Lucinda Williams mijn heldin geworden. Ik weet niet welke rol zij speelt in mijn leven… De zus die ik nooit heb gehad, misschien? Met wie je tot 2 uur ’s nachts kan zitten drinken in een bar een sentimenteel doen en sigaretten roken als je al twintig jaar gestopt bent?
Te moe om dit verhaal af te maken. Er moest nog een paragraaf over Lucinda Williams in Gent volgen, maar dat is dan voor een andere keer.

11-03-06

ROCK & ROLL BRUSSEL


Wat is Brussels toch een prachtige stad, vooral omdat er zoveel te doen is. Je kunt elke dag wel ergens naartoe. Je moet eigenlijk jong zijn om in een stad te wonen. Maar kijk, ik aanvaard mezelf zoals ik ben en ik ga naartoe waar ik naartoe kan gaan en vooral waar ik naartoe wil gaan.
De volgende concerten staan alvast op mijn verlanglijstje. Ik beveel ze jullie natuurlijk ook heel erg aan.

4/4 Jane Siberry (AB)
11/4 Jenny Lewis – Emiliana Torrini – Adam Green (AB)
12/4 Isobel Campbell (AB). Isobel Campbell heeft net een prachtige cd uit samen met Mark Lanegan, ‘Ballad Of the Broken Seas’.
14/4 Vashti Bunyan (AB)
24/4 Ray Davies (AB)
28/4 Calexico + Iron and Wine (Koninklijk Circus)
10/5 Bettye Lavette (AB)
21/5 Neko Case (AB). Uitstekende zangeres. Ze is wel al een keer niet komen opdagen.
26/5 Emmylou Harris (Vorst Nationaal). Dit heb ik van een Amerikaanse vriend vernomen.
30/5 Josh Ritter (AB)
3/11 Lucinda Williams (AB). Lucinda Williams is gewoon de beste: geheel zichzelf. Je kunt haar met niemand vergelijken. Daar moet je naartoe.


Wat me opvalt aan dit lijstje is dat het grotendeels om vrouwen gaat. Toevallig of toch niet zo toevallig?

25-02-06

COMFORT OF STRANGERS (REVISITED)


BETH ORTON


One love is better than not enough
I'd rather have no love, than messing with the wrong stuff,
It's just the comfort of strangers
Oh it's the comfort of strangers.

Beth Orton, Comfort Of Strangers

THE STARS ALL SEEM TO WEEP - BETH ORTON


Stayed true to the things I knew when I was younger
And food and love was all but left to hunger
It's when I stray from the truth as I grow older
Too much leaves an empty hollow hunger

I think about you on a moonlit night
And all the stars all seem to weep
When there's so much love to lose
There's never any time for sleep

Look at me doing all these things without you
We always laughed at and you were untrue
Where was it we tried hard not to go?
I think that's how I finally came through

All the things we took for granted
The words still live on in my head
All the times I took for granted
All the words I never said

I think about you in the moonlit night
And the stars all seem to weep
When there's so much love to give
There's never any time for sleep

So I stayed true to the things I knew when I was younger
And you and I was all but left to hunger
It's when I stray from the tuth as I grow older
Too much leaves an empty hollow hunger


19-02-06

PJ HARVEY: POLYMORF PERVERS EN SEXY

sexy,pj harvey,seks,pervers,polymorf pervers,androgyn,patti smith,david bowie,schoonheid,pop,wellust,confetti,nick cave,popcultuur

Net zoals Patti Smith en David Bowie is Polly Jean Harvey van het androgyne type. Die eigenschap van haar benadert de perfectie, in die zin dat zij de twee ‘platonische helften’, zullen we maar zeggen, met een knipoog naar Enscho en Evy, in zich verenigt. In weerwil van die perfectie, zingt ze toch vaak liederen over (hart)verscheurende liefde, in hun mooiste vorm op To Bring You My Love en Stories From The City, Stories From The Sea. Nick Cave, haar vroegere geliefde, heeft een aantal van zijn beste songs voor haar geschreven. In ‘West Country Girl’ heeft hij het over: 


Amongst the rubble of her body
Her lovely lidded eyes I've sipped
Her fingernails, all pink and chipped


Polly Jean is geen klassieke schoonheid, maar ze strooit de schoonheid om je heen als was het confetti. Dat schreef ik gisteren, maar ik heb het inmiddels geschrapt, omdat het toen nog niet echt wat betekende. Ik doelde gisteren niet op haar eigen schoonheid, maar op de schoonheid van die confetti als het ware. Maar hoe langer ik erover nadenk, hoe meer ik denk dat ik het ook over haar convulsieve schoonheid had, over haar polymorf perverse uitstraling. Wellust, perversie, schunnigheid, hebben we dat niet nodig in tijden van schijnheiligheid, rabiaat schuim op de mond van godsdienstfanaten allerhande, in tijden van vrijheidsberoving en infantiele oorlogsonanie? Ik ben honderd procent voor PJ Harvey en haar rotplaten zoals Is This Desire? neem ik er graag bij. Ze strooit de schoonheid om je heen als was het confetti.

 

sexy,pj harvey,seks,pervers,polymorf pervers,androgyn,patti smith,david bowie,schoonheid,pop,wellust,confetti,nick cave,popcultuur

18-02-06

SYD BARRETT EN JAMES JOYCE


madcap-laughs


Gisteren verwees ik terloops naar de waanzinnige stem die “my book is closed, i read no more” zingt. Ik had het over de antiheld par excellence, Syd Barrett, de oprichter van Pink Floyd, een band die maar één geslaagde lp maakte: de eerste en meteen ook de enige met Syd, het meesterwerk van de psychedelica, The Piper At the Gates Of Dawn. Het dromerige, feeërieke en hallucinante van de muziek die daarop te horen, te beleven valt, heeft mijn jonge jaren diep beïnvloed. Na Syds vertrek in 1968 maakte de groep nog wel aangename achtergrondmuziek, geschikt om jasmijnthee bij te drinken of te blowen en wat te zitten dromen, met de nadruk op zitten. Liggen kon ook nog wel. Bij The Piper At the Gates Of Dawn kon je echter niet zomaar wat zitten wegdromen. De ongewone muziek, de vreemde gitaarsolo’s, de bizarre verhalen, de door en door Britse stem van Syd Barret, namen je mee naar een andere wereld, heel ver weg en toch heel dichtbij, waar je gedurende ongeveer een half uur – hoewel tijd in werkelijkheid ophield te bestaan - een ander leven leidde, vol vuur, interstellaire blauwe regen en eigenzinnige aardmannetjes. Ik ga echter niet de geschiedenis van Pink Floyd of van Syd Barrett schrijven, die vind je op talloze websites en in slecht geschreven boekjes. Ooit, als ik meer tijd heb, en mijn Ome Wim-gehalte nog zal zijn toegenomen, zal ik over mijn eigen avonturen met Syd Barret en Pink Floyd vertellen.

Over het optreden van Pink Floyd in het Pannenhuis in Antwerpen (toen een van de hipste steden van Europa), op 23 feburari 1968, toen Syd Barrett de groep net had verlaten, heb ik het hier waarschijnlijk al gehad. Ik zou het eens moeten opzoeken. Vaak als ik dat verhaal vertel geloven mijn toehoorders me niet. Hoe kan dat nu, zulke ‘supergroep’ n zo’n klein café! En toch is het waar, ik heb getuigen en een dagboek of wat daar in die tijd moest voor doorgaan.

Syd Barrett leed helaas aan wat toen nog schizofrenie werd genoemd. Eigenlijk wist niemand precies wat het was waar hij aan leed. Zelfs Ronald Laing, de beroemde anti-psychiater, schrijver van The Politicis of Experience And the Bird of Paradise, wist het niet. In die toestand heeft Syd twee met niets vergelijkbare elpees gemaakt, The Madcap Laughs en Barrett. Er is ook nog Opel, een samenraapsel van restjes, waar de platenmaatschappij hoopte munt uit te slaan, toen Syd Barrett bekend was geworden bij een nieuwe generatie. Mijn generatie vrat haar kinderen op en spuwde ze weer uit, zeker als ze wat vreemd of eigenzinnig deden.
Op The Madcap Laughs staat een hemelsmooi gezongen gedicht van James Joyce, Goldenhair. Voor mij zegt het alles over de geestesgesteldheid van Syd en over zijn beslissing om zich terug te trekken uit het publieke leven. Voor James Joyce is het een eenvoudig gedicht; gezongen door Syd Barrett wordt het een epifanie die je telkens weer naar de keel grijpt.

Golden Hair

Lean out your window, golden hair
I heard you singing in the midnight air
my book is closed, I read no more
watching the fire dance, on the floor
I've left my book, I've left my room

For I heard you singing through the gloom
singing and singing, a merry air
lean out the window, golden hair...


Mag ik hier de volledige Piper At the Gates Of Dawn, Madcaps Laugh, Barrett en ook nog ‘Jugband Blues’, het enige lied van Syds hand op ‘A Saucerful Of Secrets, de tweede elpee van Pink Floyd (als geheel zeer beluisterbaar omdat de geest van onze antiheld er nog in rondwaart), sterk aanbevelen? Of heeft iedereen dit allemaal al?

11-02-06

DIRTY DOZEN BRASS BAND

voodoo,martin pulaski,jazz,muziek,pop,popcultuur,fotografie,dirty dozen brass band,new orleans

This is in English, for my American friends. Went to see the Dirty Dozen Brass Band, yesterday here in Brussels. Had great fun, dancing and singing songs of joy, like I’ll Fly Away. I don’t believe in the ‘sweet lord’ but the spirit was in the house and moved us all. The spirit and the soul. It was as if we were back in good old New Orleans watching Eddie Bo performing in a bar on Decatur Street. And then when the Dirty Dozen Brass Band played the last song, Do You Know What It Means To Miss New Orleans, I had tears in my eyes, once again. I don’t know what to call it? A happy sad voodoo concert?