12-07-06

SYD BARRETT: WHEN I LIVE I DIE


Syd Barrett is dood. De echte plaatsvervanger van Hölderlin. ‘Gekke pauzen’ worden niet verkozen, ze verkiezen elkaar en zichzelf en wij herkennen hen meteen. Heiligen. Ik heb voldoende geschreven over Syd Barrett. De man heeft mijn leven veranderd zoals niemand tevoren en niemand sindsdien, tenzij misschien Bob Dylan (waar Syd de spot mee dreef). Hoe heeft hij mijn leven veranderd? The Piper At the Gates of Dawn, is het antwoord. Ja, ik heb genoeg gepraat en geschreven over Syd Barrett. Ik was vaak in zijn nabijheid, in zeer verschillende situaties en levensomstandigheden. “I really love you and I mean you”. Talloze zinnen en fragmenten, in dat mooie Syd-Engels, dringen zich aan me op, en maken me duidelijk dat ik niet nog meer onzin moet neerschrijven dan hijzelf al deed. “When I live I die”, een bijna willekeurige zin uit No Man’s Land (The Madcap Laughs). "The wind blows in tropical heat". Ik heb Syd Barretts teksten nooit willen lezen en zeker niet doorgronden. Zijn woorden, elk woord een afgrond, zijn ongeëvenaarde uitspraak ervan, volstonden. Hij was de eerste popzanger die uitgesproken, delicaat Engels zong, en niet een soort van ‘blues-Amerikaans’, wat in zijn tijd in Groot-Brittannië de gewoonte was. Niemand schreef songs zoals Syd Barrett, niemand bespeelde op zulke originele wijze de elektrische gitaar. Sprookjes, vuurwerkvonken, dromende subtiliteit, romantisch futurisme. Hybris en 'waanzin'. Een nieuwe plaatsvervanger heeft zich nog niet aangediend. Er is geen Olympische medaille aan deze discipline verbonden.

"Oh where are you now
pussy willow that smiled on this leaf?
When I was alone you promised the stone from your heart
my head kissed the ground
I was half the way down, treading the sand
please, please, lift a hand
I'm only a person whose armbands beat
on his hands, hang tall
won't you miss me?
Wouldn't you miss me at all?"

"I tattooed my brain all the way."

Goodbye Syd: my book is closed, I read no more.

25-06-06

GESPREK MET CHRISTA PAFFGEN

muziek,antwerpen,de kat,kevin ayers,wijn,nachtleven

Voor Marco Polo

In die tijd kende Zwart alle titels van zijn boeken uit het hoofd, vond betekenis in zijn dromen en sprak zijn geliefde vrouwen bij hun voornaam aan. Dat vertelde hij op een late zomeravond in café De Kat tegen ‘Nico’. Hij zei dat hij - ook in die tijd - met ‘Kevin Ayers' kreeft had gegeten, Gewürztraminer gedronken en Frans gesproken. “Puis je m’asseoir près de toi” had Kevin Ayers gezegd. “‘No kidding” had Nico geantwoord. En daarna: “Deutschland über alles”.
“Kindness I suppose”, zei Zwart, maar hij besefte meteen dat hij met zulke onzin aan het verkeerde adres was. De conversatie was afgelopen; in weerwil van haar traagheid snelde de donkerharige vrouw, als een bliksemflits op de purperen heide, de deur uit, haar harmonium aan haar zoontje 'Ari' toevertrouwend.

Later diezelfde nacht strompelde Zwart door de Venusstraat, vond zijn hotelkamer terug, zijn vrouw lag al in bed met twee vertrouwde gezichten waarvan de namen ontbraken. Hij had ze nochtans uren tevoren op alfabet op zijn planken gezet.

muziek,antwerpen,de kat,kevin ayers,wijn,nachtleven

Foto's: 

Boven: de hoes van Nico's Chelsea Girl, een van de mooiste en meest melancholische elpees in mijn bezit.
Onder: Kevin Ayers, John Cale, Nico, Brian Eno.

12-06-06

NEIL YOUNG, ALLEN TOUSSAINT EN ELVIS COSTELLO MAKEN DE WERELD BETER

allen toussaint,new orleans,elvis costello,neil young,muziek,pop,soul,popcultuur,bush,politiek,ohio,katrina,pathos,joe henry

Als ik Neil Youngs Living With War beluister, en zeker ook als ik Allen Toussaint en Elvis Costello hoor verbroederen op hun prachtige nieuwe cd, The River In Reverse, dan denk ik dat het misschien toch nog goed komt met de wereld. 


Neil Young is politiek niet bepaald rechtlijnig, hij heeft destijds Ronald Reagan gesteund en vader Bush kreeg ook zijn goedkeuring. Maar nu gaat hij flink tekeer tegen de zoon. Het is van de single Ohio geleden dat Neil Young zich nog zo boos gemaakt heeft op ‘the powers that be’. Een song als Let’s Impeach The President laat weinig aan de verbeelding over en in dit geval is dat ook nergens voor nodig. Het moet maar eens gedaan zijn met die verdomde oorlog. Weg met de president!

Van Elvis Costello’s enthousiasme voor ongeveer alle muziek smelt mijn hart. De muzikale keuzes die hij maakt hebben net zo goed een politieke achtergrond. Zoals nu de samenwerking met Allen Toussaint, die tijdelijk in New York verblijft, omdat de orkaan Katrina zijn huis heeft verwoest. Met Costello’s stem heb ik het altijd wat moeilijk gehad; soms klinkt hij toch wat te pathetisch, maar ik heb er vrede mee genomen, al sinds My Aim Is True. Zijn klassieke zijsprongen kunnen mij echter minder boeien.


De producer Joe Henry verdient ook alle lof. Amerikaanse enigszins ‘vergeten’ artiesten, die een onmiskenbaar belang hebben gehad voor de cultuur – en dat belang nog hebben – brengt hij opnieuw onder de aandacht. Solomon Burke en Betty Lavette passeerden al de revue, nu is Allen Toussaint, de grootmeester uit New Orleans aan de beurt. Ik hoop dat Costello, Toussaint, samen met hun band spoedig naar België komen.

06-06-06

DAN PENN EN SPOONER OLDHAM: BESCHEIDEN MEESTERS

brugge,verjaardag,weekend,cactus,honky tonk,vrienden,dan penn,spooner oldham,soul,pop,muziek,stoepa,hits,muscle shoals,memphis,nashville,vs,patrick riguelle

Vorige zaterdag in Brugge hing er, zoals het cliché zegt, ‘magic in the air’. Ondanks een lichte kater na het vieren van mijn zoveelste verjaardag, de avond ervoor, met lieve vrienden, was ik in een uitstekende stemming. De rust van een zonovergoten Brugge zal daar zeker een rol in hebben gespeeld. We liepen vol verwachting door de straatjes en langs de reien, pratend over weer andere vakantiebestemmingen (Budapest, Lissabon), maar vooral over Dan Penn en Spooner Oldham, en denkend aan onze vrienden Anne-Marie en Theo, die we spoedig zouden ontmoeten. De laatste keer dat we elkaar hadden gezien was op 2 januari in Charleroi, na een heuglijk verblijf in Barcelona. 


In de Honky Tonk, een cd- en platenzaak in de Brugse binnenstad, bevonden zich maar twee andere klanten; ze zouden ook naar Dan Penn en Spooner Oldham gaan. Ik kocht er een verzamel-cd van bekende en minder bekende soulzangeressen en bestelde een dubbel-cd van Al Green.
Met onze vrienden hadden we afgesproken in restaurant De Stoepa, kort bij het station en niet te ver van de Magdalenazaal, waar het concert plaats zou vinden. Een bevallig meisje, met prachtige ogen, bracht ons wijn en pasta. Even later stapten Spooner Oldham, Dan Penn en hun echtgenotes en vrienden het restaurant binnen. Aangename verrassing, en nog maar eens een toeval.

Het concert zelf was de eenvoud en bescheidenheid zelf: twee oudere mannen op een podium gezeten. Dan Penn op een stoel, de Martin gitaar als ritme-instrument in de handen, Spooner Oldham achter zijn elektrische Wurlitzer piano. Twee oudere mannen die wel een aantal van de allerbeste soulsongs hebben geschreven, vaak samen, soms alleen, soms met andere songsmeden als Donnie Fritts en Chips Moman: Out Of Left Field en It Tears Me Up (voor Percy Sledge), Dark End Of the Street (voor James Carr; er zijn talloze versies van, waaronder natuurlijk die van the Flying Burrito Brothers), I’m Your Puppet (voor James en Bobby Purify), Do Right Woman, Do Right Man (voor Aretha Franklin), Cry Like A Baby en I Met Her In Church (voor The Box Tops), Sweet Inspiration (voor the Sweet Inspirations), Is A Bluebird Blue (voor Conway Twitty, Dan Penns eerste hit), I’m Living Good (voor The Ovations), The Lord Loves A Rolling Stone (voor Roger McGuinn), de intentieverklaring Nobody’s Fool (oorspronkelijk op de gelijknamige elpee uit 1973 van Dan Penn, nu een collectors item, uitstekend gecoverd door Alex Chilton), Rainbow Road (voor Joe Simon, maar ook met veel klasse uitgevoerd door de diepbetreurde Arthur Alexander), She Ain’t Gonna Do Right en You Left The Water Running (voor Wilson Pickett, kennelijk ook opgenomen door Otis Redding, de beste versie is waarschijnlijk die van Sam & Dave), Woman Left Lonely (voor Janis Joplin) en Zero Willpower (voor Irma Thomas). Dan Penn, met zijn rijke, subtiele en gevoelige stem, en Spooner Oldham, met geïnspireerde begeleiding op de Wurlitzer, brachten doorleefde vertolkingen van bijna alle hierboven genoemde nummers, met daarbovenop nog eens het grappige Memphis Women and Chicken en de gospel Glory Train.
Zelden heb ik zulke koude rillingen gevoeld als bij Rainbow Road. De afsluiter Zero Willpower was puur gevoel, een perfecte synthese van hoe country soul hoort te klinken.
Deze blanke mannen hebben overigens bijzonder veel respect voor de meestal zwarte artiesten voor wie ze schreven en met wie ze in de studio’s in Muscle Shoals, Memphis, Nashville en Los Angeles samenwerkten. Op een bescheiden en soms wat humoristische manier werden een aantal verhalen verteld over Otis Redding, Arthur Alexander (het grote voorbeeld voor Dan Penn, als songschrijver) en Janis Joplin. 

Tijdens de pauze konden we bij de echtgenotes - echte Southern Ladies - terecht voor een poster, of gewoon een babbeltje. Na het concert mochten we samen met andere jonge snaken als Roland en Patrick Riguelle in de rij staan voor een handtekening. Een mooier verjaardagscadeau dan een dergelijk uniek concert kun je je niet wensen. Maar de vriendschap van Gerda, bij wie logeerden, is al even mooi. En wat zal ik in de brieven van Pessoa aantreffen, die ik van mijn Anderlechtse muze cadeau kreeg?

26-05-06

DESMOND DEKKER, ALTIJD JONG

 

desmond dekker,dood,in memoriam,vk,live,007,israelites,molenbeek,pop,reggae,ska,popcultuur


Desmond Dekker is op 64-jarige leeftijd gestorven. Een paar jaar geleden zag ik hem nog optreden in de VK hier in Brussel. Eén en al vitaliteit en overgave. Van niet eens zo ver zag hij er nog uit als een teenager, in zijn leren lekker, James Dean-stijl. Hij scheen ook evenveel energie te hebben als een teenager, alsof de tijd op hem geen vat had gehad. Desmond Dekker was geen ‘echte’ held van me, ik ben namelijk geen volbloed reggaeliefhebber, maar zoals velen kick ik nog altijd op ‘007’, ‘Israelites’ en ‘It Mek’.’ Ik herinner me dat ‘Israelites’ op een schitterende manier werd gebruikt in de film ‘Drugstore Cowboy’ van Gus Van Sant. Ik herinner me ook dat dat concert in Molenbeek bijzonder vrolijk was, en dat ik daar meer dan een uur als een jonge hond heb staan dansen. Dank je voor die momenten van zorgeloosheid en vreugde, Desmond.

24-05-06

LOF VOOR EIGENZINNIGHEID



In de Standaard las ik een intelligente, jubelende bespreking van het optreden van Neko Case in de Botanique vorige zondag. Het artikel van Peter Vantyghem is een hart onder de riem voor allen die van eigenzinnige kunstenaars houden, van mannen en vrouwen die hun eigen weg gaan en (daardoor) weinig bijval vinden bij het grote publiek en in de massamedia, wat voor deze outsiders wellicht een geluk is. Bedankt, Peter Vantyghem. Ik wil je graag even citeren:

“Ze is ook nog maar in kleine kring bekend. Country geniet in Vlaanderen sowieso weinig bijval en Case pakt die Amerikaanse traditie ook nog zo eigenzinnig aan, dat ze algauw voer voor fijnproevers wordt.”

“Dat ze zou eindigen met ,,Hold on, hold on'', de meest autobiografische song die ze ooit schreef, was te voorzien. Het is een van de beste songs die dit jaar al verschenen, een klein wonder van harmonie en sfeer, gezegend met een mysterieuze tekst over het gevecht tussen moraal en de demonen in jezelf.”

“Neko Case is een van de boeiendste Amerikaanse artiesten van het moment, zonder twijfel een groeier. Nu ze op een groter label (Anti) zit, is het tijd dat ze ook in Europa bekender wordt.”

Ik denk dat dit de eerste keer is dat ik de Vlaamse pers citeer. Maar ik kon er niet aan weerstaan. Het enige wat ik mij afvraag is waarom er geen woord af kon voor Catherine Irwin, nochtans ook een meer dan middelmatige ‘country noir’ zangeres. Ik vind ‘country noir’ overigens een uitstekende omschrijving voor dit genre. En het besef dat je als 'fijnproever' niet alleen staat geeft een bijzonder aangenaam gevoel. Mijn dag kan niet meer stuk, maar dat zeer terzijde gezegd.

22-05-06

VERLIEFD OP NEKO CASE

pop,popcultuur,botanique,live,concert,neko case,catherine irwin,oekraiene,james ellroy

Neko Case

Gisteren dat concert van Neko Case & Her Boyfriends. Of hoe heet haar band? Want die schijnt nogal eens van naam te veranderen. Wat kan ik nog schrijven zonder op een teenager te zullen lijken? Ik denk dat ik voor een keer eens aan écriture automatique ga doen. Hold on to that teenage feeling… Impressies, associaties, dingen die in mijn hoofd zitten, feiten, verzinsels… Ik ben alleen al een bewonderaar van Neko Case omdat ze een heel mooie cover opnam van The Train From Kansas City van the Shangri Las. Minder goed dan de originele versie, maar beter dan die meisjes het deden is niet mogelijk: de Shangri Las waren het hoogtepunt van de meisjespopmuziek, ‘the leaders of the pack’. Neko Case werd in 1970 geboren in Alexandria. Misschien is het daardoor dat haar teksten zo literair zijn? Het is alvast geen bakvissenpoëzie in de ‘stijl’ van Avril Lavigne, Robbie Williams & Serge Simonart. Neko Case stamt af van een oud Oekraïens geslacht. Dat waren daar allemaal nihilisten in de negentiende eeuw. Er was daar in die jaren niets te doen. Daarom trokken vele Oekraïeners naar Canada en de wouden van Oregon, op zoek naar goud en pelsdieren. In zekere zin kan het nog altijd. Lees er TC Boyle maar op na. Niet dat die afkomst, dat ‘eigen volk’, veel uitmaakt. Of toch wel? Kennelijk heeft de zangeres voor de teksten van haar jongste cd, Fox Confessor Brings the Flood, inspiratie gezocht in de geschiedenis van haar voorouders, in verhalen, mythen en sagen uit Oekraïne. Daarmee is nogmaals bewezen dat countrymuziek niet zuiver op de graat is. Het is een hybride volksmuziekvorm, de invloeden komen van overal waar je reizen kan. Alexandria ligt in Virginia. België in Congo, Vlaanderen in Oost- en West-Vlaanderen.

Neko Case zag er gisteren uit als een vermoeide vos, niet meer in staat tot streken. Nogmaals een vermoeide zangeres! Ja, ook weer zulk uitgeput meisje, net als Bettye Lavette een week of zo geleden. Wat is dat toch met die vrouwen van tegenwoordig, jong en oud? Overigens is zondag niet de beste dag om naar een rockconcert te gaan. Zelf zit je al met ‘maandag op het werk’ in je hoofd en de muzikanten gaan onder hun kater of hun cold turkey gebukt en zijn verward en humeurig. Dat was nu niet anders dan toen ik ooit Television in de Botanique zag spelen. Tom Verlaine, een groots gitarist, was die avond bovendien zeer boos omdat een of andere klootzak zijn gitaar had gestolen. In die tijd werden trouwens geregeld wat oudere mannen vermoord tussen de struiken en plantjes van de Botanique. Ik had die avond een kater van hier tot in Antwerpen. Om vijf uur ’s ochtends had ik nog op de foor rondgehangen, tussen immense roze beren en miereneters. En toch niet vermoord. Some guys have all the luck.

Neko Case is een Oekraïense schone, of heb ik dat al geschreven, met haar dikke rode haren en doordringende oogopslag. Soms kijkt ze je echt brutaal in de ogen. Ik zag haar ook een jaloerse blik werpen op mijn Bettye Lavette T-shirt. Ze is sexy, zonder dat ze daar veel inspanningen voor doet. Ze had geen make-up op. Ze droeg een heel gewone, maar toch stijlvolle jeans en een Fleetwood Mac niemendalletje van een T-shirt aan. Ze had niets te vertellen. Ze zong. Eerst was dat gewoon zingen, geleidelijk aan werd het hart en ziel. (Dit lijkt wel wat op de stijl van James Ellroy, geloof ik. Of heb ik weer teveel bourbon gedronken? Die man begint elke zin met hetzelfde woord. Die man is een schrijven. Die man kan schrijven. Die man verdient veel geld.)

Haar tweede cd Furnace Room Lullaby, uit 2000 kreeg lovende kritieken in de ‘muziektijdschriften.’ Ook de daaropvolgende cd’s, Blacklisted en The Tigers Have Spoken kenden succes bij degenen die zich kenners noemen. Kenners... Pfff... De opkomst gisteren in de Botanique gaf eerder de indruk dat een debutante het podium zou betreden.

 

pop,popcultuur,botanique,live,concert,neko case,catherine irwin,oekraiene,james ellroy

Catherine Irwin

Het zogenaamde voorprogramma was ik bijna vergeten. Neen, Catherine Irwin (van de alternatieve countrygroep Freakwater) is evenmin een groentje. Haar set was boeiend en overtuigend. Het was zo’n vrouw alleen met gedeconstrueerde traditionele liederen uit de Appalachen en blasfemische gospel en ze stond daar op dat podium met in haar blikveld allemaal onbekenden, die in die kelder bijeen waren gekomen zonder eigenlijk goed te weten waarom. Waarom eigenlijk? Waarom in vredesnaam in deze witloofkelder? Songs uitgevoerd zoals het hoort, in de stijl van The Carter Family en the Louvin Brothers, maar koel en soms cynisch. Catherine Irwin vond het jammer dat de apothekers gesloten waren, omdat de “hoestsiroop zo goed is in België”. Ook ‘ons’ witloof werd bejubeld; daartegenover staat volgens Irwin dat Kentucky, waar zij woont, slechts weinig te bieden heeft. En bourbon dan, vroeg iemand in het publiek zich luid af. Ja, zei Catherine Irwin, en de Kentucky Derby (waar Hunter Thompson zo waanzinnig aanstekelijk over heeft geschreven, lang voor hij zich een kogel door de kop heeft geschoten). Het begon meteen goed met My One Desire, en ging door in de traditie van ontsporing, onoverkomelijke honger en doodsdrift, met als hoogtepunt Will You Miss Me When I’m Gone van The Carter Family. Een mooie, sterke vrouw, met ongetwijfeld haar zwakke kanten. Veel van haar liederen gaan over drank, religie, slechte seks en het zich verdrinken in diepe, donkere rivieren.

Als ik het goed heb begrepen werd Neko Case begeleid door Jon Rauhouse (pedal steel), Tom Ray (bas, maar we konden de man niet zien, omdat hij achter een zuil stond te spelen), Paul Rigby (gitaar), Kelly Hogan (backing vocals) en Jason Creps (drums). Jon Rauhouse is een van de de beste pedal steelgitaristen die ik ooit aan het ‘werk’ zag. Ik zet dit woord tussen aanhalingstekens omdat ik me afvraag of je musiceren werken mag noemen.

Veel van de songs die de vermoeide maar vurige zangeres ten gehore bracht met haar dwingende, aan Patsy Cline’s verwante stem, kwamen uit Fox Confessor Brings the Flood: Maybe Sparrow (met een mooi la dee da dee da dee dum), Star Witness, Dirty Knife, Fox Confessor Brings the Flood, Margaret Vs. Pauline, That Teenage Feeling (alleen al de titel is een manifest), en Hold On, Hold On (“the most tender place in my heart is for strangers”), de afsluiter voor de encores kwamen. Tussen die songs werden wat oude parels rondgestrooid, zoals I Wish I Was The Moon Tonight (uit Black Listed) en een onvergetelijke versie van Dylans Buckets Of Rain, echt perfect uitgevoerd.

Een mooi assortiment instrumenten stond op het veel te kleine podium van de witloofzaal, waaronder een aantal oogstrelende akoestische gitaren, ook zo’n rode Gibson Hummingbird, die Neko Case regelmatig ter hand nam. Met haar zeer kleine vingers. Deze gitaar past goed bij haar liedjes, waar vogels vaak in figureren, en bij haar aantrekkelijke rode lokken.

En dan was er de tweede en laatste afsluiter, de gospel John Saw That Number. Waarna we in de kou van de witloof bar stonden. De concertzaal is een gezellige ongezellige kelder, met zuilen die het zicht hinderen. Gisteravond bevond zich daar bovendien nogal wat onbeschoft volk. Tijdens het optreden van Catherine Irwin stonden er twee mannen van zeker twee meter voor ons, en voor alle andere kleine(re) mensen. Of is dat niet onbeschoft? Vermoedelijk wordt daar niet meer over nagedacht. Zoals de Belgen niet nadenken bij het instappen in bussen of treinen of trams. (Ikke ikke ikke en de rest kan stikke.) Tijdens het optreden van Neko Case en haar vrienden kronkelde, ik weet niet hoe ik het anders moet noemen, voor me een vreselijk onbeschoft schepsel, volgens A. was het een vrouw, vet en met heel veel haar op het hoofd. Vanaf een bepaald ogenblik zag ik geen Neko Case meer maar alleen nog die vette kop en dat haar (dat ik helaas ook kon ruiken). Maar wat geeft het! Laat de mensen maar onbeschoft zijn. Ik geraak altijd nog wel op de metro, op de bus, op de tram, op de trein. Desnoods sta ik een kwartiertje. Als ik maar niet ben zoals de anderen. Als ik maar een glimp kan opvangen van een vrouw als Catherine Irwin, van een vrouw als Neko Case, van een steelgitaarspeler als Jon Rayhouse, van een Gibson Hummingbird. Dat volstaat. Dat maakt me gelukkig. En ook dit nog:

Last night I dreamt I've forgotten my name
'Cause I sold my soul
But I woke just the same
I'm so lonely,
I wish I was the moon tonight.

21-05-06

BEAT THE DEVIL

film,autobiografie,melancholie,medrol,cortisone,discussie,blogs,vijand,pop,popcultuur,bach,fugs,john coltrane,wiliam blake,beat the devil,john huston,truman capote,sonny boy williamson,schrijven,paul auster

Beat the Devil, John Huston

Na enige jaren opgewekt door het leven te zijn gegaan ben ik opnieuw ten prooi gevallen aan zwaarmoedigheid, en dat nog wel in het hart van de lente. Vloeit die gemoedsstemming nog altijd voort uit het gebruik van bepaalde ‘geneesmiddelen’ en, vooral, uit het ontwenningsproces? Ik weet het niet. We zullen wel zien. Ik heb er genoeg over gezeurd. 

Ik ben niet echt in de ‘mood’ om te schrijven. De interessantste uitspraken, wat mij betreft, staan in de commentaren bij dat polemisch stukje hiervoor. Ik vond het een boeiende discussie, maar ik wil er nu een punt achter zetten. Als ik er naar verwijs is het alsof ik het over een tekst van lang vergeten schrijvers heb, onverwachts ontdekt en enthousiast over die ontdekking. Het heeft niets met mezelf te maken. Het leek me gewoon goed om even vijand te zijn, om mezelf te definiëren, niet om iemand anders neer te sabelen. En nu die zeer tijdelijke ‘vijand’ met vakantie is wil ik hem zeker niet meer bestrijden. Ik neem aan dat deze zaak nu afgesloten is, ook al zijn er geen conclusies getrokken en werd niemand tot enige straf veroordeeld. Evenmin werd iemand vrijgesproken.

Ik kocht gisteren of eergisteren de nieuwe cd van the Flaming Lips, maar ik heb er nog niet naar geluisterd. Het zal wel de moeite lonen om dat wel te doen, maar ik heb voorlopig geen zin in muziek. Ik was zelfs vergeten mijn ‘jukebox’ in gang te zetten; dat heb ik nu wel gedaan, ik hoor the Cramps een nummer van Ricky Nelson verknoeien, dat moet ik maar snel wissen. Er is een tijd geweest dat ik van the Cramps hield, die is nu voorbij. Hun 'muziek' klinkt fake, je luistert dan veel beter naar Ricky Nelson zelf. En naar Bach, altijd naar Bach. Naar John Coltrane. Altijd naar John Coltrane. En waarom niet naar the Fugs, met hun Coca Cola Douche en How Sweet I Roamed From Field To Field? Dank zij the Fugs ben ik William Blake gaan lezen. En the Beach Boys, natuurlijk. De enige popmuziek die de popmuziek overstijgt, die groots is, tijdloos, overweldigend.

Gisteren en vanavond opnieuw zat ik te schaterlachen bij John Hustons Beat The Devil. Een oude film die ik nog niet had gezien. Je houdt het niet voor mogelijk. Alsof ik in een trailer woon, aan de rand van de stad. Met moordlust in mijn hart. Dat is natuurlijk niet zo… Ik heb Beat the Devil gewoon altijd gemist, ook destijds in het Filmmuseum, toen ik daar bijna elke dag het donker en het licht opzocht. Ik dacht dat ik daar alle films van John Huston had gezien. Maar niet. Ik heb in mijn hele lange leven geen gekkere, merkwaardigere film gezien dan Beat the Devil. Vraag me niet waar het over gaat, ik weet het niet. Het verhaal betekent niets. Truman Capote heeft het geschreven, als ik me niet vergis. In deze film van schitterende, geïnspireerde beelden, die vaak doen denken aan Bunuel en Vigo, en aan John Huston zelf, spelen de woorden de hoofdrol. Vanwege die woorden en het spel met die woorden heb ik zo gelachen. En natuurlijk vanwege de acteurs en actrices die die woorden uitspreken, ze op hun gezicht uitstrijken, vanwege de belichting die de woorden op hun gezicht accenten geeft, nuances, schakeringen, drama; vanwege John Huston, die middenin een woordenstroom de scène stopzet en overschakelt naar ‘something completely different’. >
Mijn hele lange leven heb ik niet eens geweten dat Jennifer Jones een echte sterke actrice was, even goed in het opwekken van de schaterlach als Groucho Marx of John Cleese.

Sonny Boy Williamson zingt inmiddels ‘Stop Right Now’ en dan zal ik dat maar doen. Wat ik nog wilde vermelden was de aanschaf van een nieuw scheerapparaat (voor mezelf!) en een nieuwe mobiele telefoon (voor A.) Waarom zulke banaliteiten vermelden? Binnenkort op dit scherm: de wederwaardigheden in verband met het gebruik van deze toestellen. Nu moet ik dringend naar the Flaming Lips gaan luisteren of, misschien veel beter, in bed met Paul Auster.

18-05-06

DE WAARHEID OVER BETTYE LAVETTE EN DE ECHTE SOUL


Bettye lAVETTE


Ik wil hier – zij het wat laat, maar wat is tijd? – reageren op een stukje van een zekere Marlon Vanco. Ik denk dat de brave man in een parallel universum leeft. Dat was zeker zo die avond toen Bettye Lavette in de AB optrad. De heer Vanco bevond zich in een geheel andere AB en heeft een geheel andere Bettye Lavette & band bezig gezien en gehoord dan de rest van het publiek. Ik schreef het hier eerder al, het was een schitterend concert, maar, toegegeven, de zangeres en haar muzikanten waren moe.
De heer Vanco heeft kritiek op de haardracht van twee van die vermoeide, maar toch uitstekend spelende muzikanten. Ik ben van mening dat iedereen met zijn haar mag doen wat hij wil. Bovendien had ik menen te begrijpen dat de parallelle heer een bepleiter was van authenticiteit, van zoveel mogelijk jezelf zijn, wars van trends en hypes.

Wat de heer Vanco niet schijnt te weten is dat wat hij ‘geïmproviseerde reclame’ noemt, de intro’s en het geklets tussen de songs, de bluf ook, zoals Bettye Lavette deed, typisch is voor soulconcerten. Het hoort bij de stijl. Ze hield alvast geen pleidooi voor zinloos geweld of stond niet lekker cool te wezen met haar rug naar het publiek.
Tars Lootens ken ik niet en de verwijzing naar Mac Rebennack (Dr. John) is volledig uit de lucht gegrepen. In verband met Janis Joplin draait Vanco de zaken om. Het was Joplin die soulzangeressen als Bettye Lavette imiteerde. Piece Of My Heart was oorspronkelijk een single van Erma Franklin (zus van Aretha). Janis Joplin heeft daarnaast nog soulnummers gecoverd van onder meer Bobby Womack, Howard Tate, Garnett Mimms (van The Enchanters), Nina Simone en Big Mama Thornton. Bettye Lavette had net zo goed in dat rijtje kunnen staan. Waarschijnlijk zou dat ook gebeurd zijn, als Janis Joplin niet zo jong zou gestorven zijn. Maar het gekrijs van Janis Joplin zou nooit de sublieme kracht hebben gehad van de echte soul, waar Bettye Lavette een voortreffelijke ambassadrice van is.
In tegenstelling tot wat onze paralllelle reporter beweert was er trouwens uitbundig applaus, en waar ik stond werd, vooral door mooie jonge mensen, flink wat gedanst. Overigens is het spelen en zingen van encores of bisnummers pas uitgekiend spektakel. Een echte kunstenaar houdt op als het gedaan is. Wel sympathiek dat Vanco de aanwezigheid van mijn schaduw vermeldt.

15-05-06

NEKO CASE: HOLD ON HOLD ON

neko case,pop,country,live,hold on

Volgende zondag treedt de onvolprezen en volmaakt zichzelf zijnde nieuwe pornograaf Neko Case op in de Botanique. Ik verheug er mij nu al op. Wegens tijdgebrek en leeghoofdigheid (mijn kop lijkt wel een lege Brillo Box van Andy Warhol – was het maar waar, dan kon ik er een goede prijs voor vragen, ha ha) plaats ik hier dan maar voor een keer eens een tekst van Neko Case, waar ik me bijzonder graag even mee identificeer. Mag ik? Dank u.


HOLD ON HOLD ON

The most tender place in my heart is for strangers
I know it's unkind but my own blood is much too dangerous
Hangin' round the ceiling half the time
Hangin' round the ceiling half the time

Compared to some I've been around
But I really tried so hard
That echo chorus lied to me with its
"Hold on, hold on, hold on, hold on"

In the end I was the mean girl
Or somebody's in-between girl
Now it's the devil I love
And that's as funny as real love

I leave the party at three a.m.
Alone, thank God
With a valium from the bride
It's the devil I love
And that's as funny as real love
And that's as real as true love

That echo chorus lied to me with its
"Hold on, hold on, hold on, hold on"

That echo chorus lied to me with its
"Hold on, hold on, hold on, hold on"

10-05-06

IN MEMORIAM GRANT MCLENNAN,

grant mclennan,pop,australie,go betweens,dood

Een van de mooiere stemmen in de popmuziek, die van Grant McLennan, is voor altijd het zwijgen opgelegd. Samen met Robert Forster schreef hij de songs voor de uitstekende Australische band The Go-Betweens. Ze maakten onvergetelijke elpees als 'Before Hollywood', 'Spring Hill Fair' en 'Liberty Belle and the Black Diamond Express' (ook op cd uitgebracht). Songs als 'Cattle and Cane', 'Days Of Steam' en 'Dusty In Here' zijn voor altijd in mijn geheugen gegrift. Grant McLennan maakte ook mooie, romantische soloplaten, waaronder de schitterende dubbel-cd 'Horsebreaker Star'.

grant mclennan,pop,australie,go betweens,dood

03-05-06

EDDIE HINTON EN AL DE ANDERE EDDIES

associaties,pop,muziek,toeval,eddie hinton,drive-by truckers,eddie cochran,eddie merckx,frederico bahamontes,eddie vedder,eddie constantine,marco zuidpolo,duvel

Ik was even een bericht aan het schrijven aan Marco, waarbij toevallig en nogal associatief Eddie Cochran, Eddie Constantine, Eddie Vedder (in Dead Man Walking), mijn goede vriend Eddie, Eddie Merckx, Federico Bahamontes en Eddie Hinton ter sprake kwamen. Op het moment dat ik Eddie Hinton intikte zette iTunes 'Yeah Man' van diezelfde Eddie Hinton in (een held van Willy DeVille en Drive-By Truckers, voor de jongeren onder ons). Ik gelooof dat ik drie of vier songs van hem op mijn schijf heb staan, tussen tienduizend andere. Hoe vaak heb ik dat nu al niet meegemaakt? Wat betekent het? Niets of alles? Met die Duvel zie ik de dingen natuurlijk niet meer in de juiste perspectieven, vooral niet na een lange ziekte en veel medicijnen, dat weet ik wel. Maar er is toch iets, er moet toch iets meer zijn. Wat is dat dan?

12-04-06

EMILIANA TORRINI IN BRUSSEL


EmilianaTorrini 2


Ik ben ziek, keelontsteking, piepende adem, hoofdpijn, the whole shenanigan. Van mij valt vandaag niets goeds te verwachten. Ik was gisteren ook al ziek, maar nog niet zo erg.
Niets, behalve dit. Ik heb gisteren in de AB een weergaloze zangeres gehoord: Emiliana Torrini. Het was een van de betere concerten van mijn leven. Ik zal als ik beter ben eens een lijstje proberen te maken. Nu moet ik werken, anders werken.

06-04-06

EENZAAMHEID EN VERDRIET


gene pitney


Soms is de eenzaamheid een zegen, soms is ze een vloek. Het leven in ballingschap - ook al heb ik er in een ogenblik van nuchterheid voor gekozen - in deze lelijke, vuile stad, is meestal een vloek. Je komt hier maar beter niet meer buiten; zelfs als de zon schijnt zie je overal het vuil en de onverschilligheid. Schoonheid speelt in dit oord geen rol meer. Sommigen durven Brussel de hoofdstad van Europa noemen, wat wel gek is voor een gat waar negentig procent van de bevolking maar één taal kent en ze dan nog gruwelijk mishandelt ook. Maar zelfs al zou Brussel helemaal ontworpen zijn door Frank Lloyd Wright in samenspraak met Victor Horta en Alvar Aalto, dan nog zou ik hier vaak ten prooi vallen aan vloekende eenzaamheid en verdriet. Ik heb vrienden in Gent en Antwerpen (en nog een aantal onnoembare plekken) en ik ken mensen in Canada, de Verenigde Staten, Denemarken, Spanje, Portugal en Ethiopië, maar in Brussel heb ik geen enkele vriend. Als mijn levensgezellin ziek is, zoals nu, en ik wil ergens naartoe, zoals morgen naar de heropening van de KVS - voor mij een historische gebeurtenis, een moment van schoonheid in onze lelijke stad, een teken van hoop, van mogelijkheden - dan is er niemand die mij kan vergezellen. Ik kan het aan niemand vragen. Er zijn geen vrienden, je staat er alleen voor, en alleen kom ik niet buiten. Ik herken me heel goed in de uitspraak van Raven Ruëll: “Ik ben heel melancholisch aangelegd en ween veel.” Vaak voel ik me overbodig, niet alleen een outsider, maar een uitgestotene uit de maatschappij.

Nu Gene Pitney dood is komen zulke gevoelens nog meer naar boven. Hij was samen met Roy Orbison en Del Shannon (zelfmoord) een meester in het bezingen van de eenzaamheid en het verdriet. Een van de droevigste liederen die ik ken is zijn ‘I’m gonna be strong’, met dit stukje perfecte wanhoop:

Our love is gone, there’s no sense in holding on
‘cause your pity now would be too much to bear
So I’m gonna be strong and pretend I don’t care

Nog droeviger is ‘I Must Be Seeing Things’. Through a tear I can see him kissing her. Pure paranoia en pathetische kitsch. Maar soms, heel soms, kan pathetische kitsch de perfectie benaderen. Dat was bij Gene Pitney vaak het geval. Toen ik jong was maakten zijn songs al veel indruk op me. Ik was gek op de twee hiervoor genoemde songs, maar nog meer op Backstage (I’m Lonely), met de volgende autobiografische regels:

Every night a different room
Every night a different club
And yet I'm lonely all the time
When I sign my autograph
When I hold an interview
Can't get you out of my mind

Zoveel troost kwam uit die stem gevloeid, uit die woorden, uit die melodramatische muziek (die de wereld van Douglas Sirk-films oproept). Door nu te zitten luisteren naar deze songs word ik helemaal sprakeloos. Verdriet grijpt me bij de keel. Ik ben al even pathetisch als Gene Pitney, maar dan zonder zijn stem en zonder de violen. Gene Pitney speelde mee op de allereerste elpee van the Rolling Stones, samen met zijn toenmalige producer, Phil Spector. Een van de eerste songs van Jagger en Richard kreeg de titel mee ‘Now I’ve Got A Witness’ (Like Uncle Phil and Uncle Gene). Pitney’s liefste lied, Hello Mary Lou, werd een hit voor Ricky Nelson.
En hier stopt mijn ‘biografietje’. Veel is te vinden op het Internet. Ik moet nu even zwijgen. Over die andere dingen zal ik het een andere keer hebben. De klantonvriendelijkheid van een kabelmaatschappij? Wat betekent dat nu nog? Laat mij maar wat zwelgen in eenzaamheid en verdriet en daarna luister ik nog eens naar Hello Mary Lou en ik twijfel er niet aan dat er dan weer een glimlach op mijn gezicht zal verschijnen.

GENE PITNEY : BACKSTAGE I'M LONELY

gene pitney,dood,popcultuur,pop,in memoriam,ivor cutler,robert wyatt

Nu is Gene Pitney ook al dood. Ik moet er over schrijven. Zijn naam en zijn muziek roepen zoveel herinneringen op aan mijn jeugd. Backstage I’m Lonely… Maar ik moet er eerst over nadenken. En treuren. Al die in memoriams. Gisteren heb ik nog een dubbele cd van Wilson Pickett gekocht, me laten vangen door de platenmaatschappij. Ik las gisteren of eergisteren een zeer mooi in memoriam van de hand van Robert Wyatt voor Ivor Cutler, die onlangs gestorven is. Ook een heel eigenzinnige man was dat, die Ivor Cutler. Hij speelde nog mee in The Magical Mystery Tour. Maar hij was vooral een boeiende kunstenaar en dichter. 

Nu ga ik nadenken over de eenzaamheid, de liefde, en de dood van Gene Pitney. Ik wil daarna ook nog iets vertellen over de opening van de KVS en de groteske klantonvriendelijkheid van kabelmaatschappij Coditel.

28-03-06

IN MEMORIAM BUCK OWENS


buck-owens-buckaroos 2


“It’s crying time again, you’re gonna leave me.” Dit waren wellicht de eerste woorden uit een country & western song die ik ooit hoorde, of die een bewuste indruk achterlieten. Een grote droefheid sprak uit dat eindoordeel, maar het werd gezongen met een bepaalde vrolijkheid, en de melodie van het lied deed ook niet voor honderd procent naar euthanasie verlangen. Het waren overigens geen tijden van euthanasie, het begin van de jaren zestig van de vorige eeuw. Als je er een punt achter wilde zetten moest je je opknopen aan de hoogste boom in het meest nabije bos of een fles Javel La Croix leegdrinken (wat waarschijnlijk geen kans op slagen had, wel veel nare gevolgen). Ik hoorde die woorden van Buck Owens, die manier van zingen (op de manier van Bakersfield in Californië, waar veel ‘immigranten’ uit Oklahoma woonden), die eenvoudige levenswijsheid, die melodie meteen zeer graag.

Mijn vader bracht toen ik nog een kleine jongen was van zijn vrij zeldzame maar toch geregeld terugkerende nachtelijke escapades ‘afgedankte’ 45-toerenplaatjes mee, ‘singles’ noemden wij ze, het leken wel archeologische vondsten, sporen van een andere wereld. Sommige exemplaren, zoals ‘Diana’ van Paul Anka waren grijsgedraaid, andere zoals ‘The Boppin’ Rock Boogie’ van The Sparkletones waren nog zo goed als nieuw.
Ik wil eerlijk zijn in het oog van andermans dood. Ik weet niet meer of bij er die singles die mijn vader meebracht van de Rekemse nachtcafés, bijvoorbeeld van bij Leontine, of van de Congo Bar, een bij was van Buck Owens, maar ik denk het wel. Door Buck Owens en Ray Charles heb ik de buitengewone schoonheid en het sterke realisme van de countrymuziek ontdekt. De zogenaamde tranerigheid was het leven zoals het was. Toen, zonder dat het al een commercieel ‘format’ was, op maat van voyeurs gemaakt. Het leven was gewoon zoals in het lied. ‘Listen to what the blues are saying’, in de woorden van Willie Nelson.

Buck Owens was niet meteen een held van me. Wel hoorde ik het genre meteen graag. In zijn vaderland had Buck Owens veel succes, en veel epigonen. Veel fans ook, die in bars hun verdriet met hun vrolijkheid probeerden te combineren. In Groot-Brittannië had Buck Owens, en zijn begeleidingsgroep the Buckaroos, bijzonder veel bijval. In die periode verloor dat machtige imperium zijn macht; koloniën glipten als zand door zijn vingers. Het Verenigd Koninkrijk werd zelf een kolonie, van de Verenigde Staten, zeker op cultureel gebied. En wij luisterden naar Britse zenders, Amerika was te ver. WDIA zouden we pas veel later in bluesgeschiedenisboeken ontdekken, en bij bezoeken aan Memphis en New Orleans. Op die Britse zenders, en vooral op Radio Luxembourg, leerden we the Beatles kennen. Twist and Shout, een cover, natuurlijk. De Britten hadden zichzelf nog niet heruitgevonden. (De Belgen ook niet, overigens.) Buck Owens was een held van the Beatles, vooral van Ringo Starr (die altijd een zwak had gehad voor het erfgoed van de ‘rednecks’ en ‘the appalachians’). Buck Owens’ ‘Act Naturally’ maakte deel uit van de doorsnee merseybeatgroep, ook van the Beatles. Op die manier was de stap snel gezet.

Ik leerde Buck Owens echt kennen via een zwarte rhyhtm & blueszanger, Ray Charles. Hij was wel een van mijn eerste muzikale helden, wat ik hier al heb verteld. De eerste single die ik ooit kocht was zijn ‘I Can’t Stop Loving You’, op ABC-Paramount. Ik bezit hem nog altijd, maar waar? Niet veel later had de blinde zanger (en junkie) een hit met Buck Owens’ Crying Time.

Ik herinner me nu ook een feestje in het Atheneum van Tongeren. Er trad een Nederlandse zangeres op, misschien was het Conny Vandenbos (van ‘Ik ben gelukkig zonder jou’ en ‘Paleis met gouden muren’), maar ik ben niet zeker, ik zou het moeten opzoeken, maar een mens is moe, en zijn energie is uitputtelijk. Misschien was het iemand anders, dat kan ook. In ieder geval zong ze dat overrompelende lied, Crying Time, en wij internen zongen allemaal mee, zij het niet met tranen in de ogen. Want wilden wij niet zelf op dat podium staan zingen, of liever nog, gitaar spelen of drummen? Zoals Mick Jagger, Keith Richards, Keith Moon, En hoe kun je dan om die kleine mislukkingen van het leven huilen? Je kent dat nog niet. Je hebt nog niet geleefd.

Korte tijd later werd ik een part time countrymuziekliefhebber (ongeveer vijftig procent, ik hield ook wel van Soft Machine, Albert Ayler, Led Zeppelin en the United States Of America, en vanzelfsprekend van the Velvet Underground). The Byrds en the Flying Burrito Brothers hadden mij de weg gewezen naar de ‘echte country’. Alleen vond ik nergens platen. Niet één elpee. Ooit heb ik een Duitse plaat gekocht, vol vreselijke covers van allerlei bekende bluegrass- en countryliedjes, om toch met iets te kunnen meezingen. Er was niets anders te vinden. Uit pure ellende heb ik me aangesloten bij een boeken- en platenclub en zo ben ik in het bezit gekomen van een verzamelelpee, de titel ben ik vergeten, met één of twee liedjes van een aantal countryzangers en –zangeressen op, waaronder Merle Haggard en Buck Owens (en vooral mindere goden). Van Buck Owens was het Sweet Rosie Jones. Inmiddels was ik in Brussel gaan wonen om er naar de filmschool te gaan. De studenten daar hadden, zoals je wel kunt raden, nooit van Buck Owens maar evenmin van The Velvet Underground gehoord. Ze hielden vooral van kleinkunst., genre Zjef Vannuytsel. De progressieven onder hen hadden een voorkeur voor Yes, Pink Floyd, Deep Purple. Die jongens waren de toekomst van Vlaamse cinema en televisie. Lang ben ik er niet gebleven. Ik vond het prettiger joints te roken met mijn vriend O. en onder invloed naar al die heerlijke landelijke muziek te luisteren, ondertussen boekend lezend van Henry Miller, Dylan Thomas en Remco Campert.

Kort nadien ben ik getrouwd. Ik had kennis gemaakt met de groep Pendulum, de eerste en enige echte countryrockgroep in België. Erik Vaneigen is korte tijd een goede vriend van me geweest. We hadden elkaar ontmoet in een Brussels café en ontdekt dat we allebei fans waren van the Byrds en heel veel van countrymuziek hielden, vooral van Buck Owens. Erik heeft dan met een paar leden van Pendulum op ons trouwfeeest gespeeld, onder meer Sweet Rosie Jones. Zij zaten gewoon op ons bed, en wij zaten op de grond te luisteren en goedkopen Chianti te drinken. (We hadden maar twee kamers.) De benedenverdieping was een zwarte club, Les Anges Noirs. De tegenstelling kon niet groter geweest zijn: boven de rednecks, beneden de negers. Maar hoe zat dat dan met Ray Charles, en Buck Owens zelf die rock & roll speelde van Chuck Berry? Dat is een ander verhaal. Het was een alleszins gedenkwaardig trouwfeest, waar ik Erik Vaneigen nog altijd dankbaar voor ben. En de politie die plotseling binnenviel om allerlei dingen te controleren!Want eigenlijk leefden we in die dagen in een politiestaat. Als je nog maar aan marihuana dacht werd je voor een tweetal maanden in Leuven, Gent of Antwerpen opgesloten. Ik overdrijf niet. Maar ik ben de jongens in uniform toch dankbaar, want zij maakten de avond nog spannender.

Ik sla tenminste tien jaar over.

Later, na punk en new wave, kwam ik weer op het spoor van Buck Owens door de betere epigoon Dwight Yoakam (die tevens een stukje kan acteren). Dwight Yoakam maakte duidelijk waar het allemaal vandaan komt. De Bakersfield Sound, Buck Owens, The Buckaroos. Ik heb enkele weken een radioprogramma gemaakt dat Buckaroo heette. Nu is de de echte Buckaroo dood. Laten we toch nog maar eens naar dat liedje luisteren, en naar Crying Time, en naar The Streets Of Bakersfield. Laten we vooral deze minzame pionier nooit vergeten.

23-03-06

HEY JACK KEROUAC

pop,jack kerouac,popcultuur,beat generation,allen ginsberg,nathalie merchant

Omdat ik zo’n beetje met de beat generation bezig was, als gevolg van de aanschaf van een cd met songs van Allen Ginsberg, luisterde ik nog eens naar ‘In My Tribe’ van de popgroep 10.000 Maniacs, met het als zangeres het bloemenmeisje Nathalie Merchant. ‘In My Tribe’ werd geproduceerd door Peter Asher (in de jaren ’60 de helft van het duo Peter And Gordon, en nog steeds broer van Jane Asher, destijds het liefje van Paul McCartney, if my memory serves me well). De plaat klinkt als pure pop, met veel folk-invloeden.

De stem van Nathalie Merchant heeft iets bijzonders, iets wat je naar de muziek toelokt, zoals een sirene naar de klippen, iets wat je aanvankelijke weerstand tegen dat popperige geluid doet afnemen. En toch is het geen geschoolde stem. Heel vaak versta je Nathalie Merchant niet, ze slikt haar woorden in, slaat er een aantal over, versmelt ze met elkaar, fraseert nogal eigenzinnig, ze maakt rare klanken die helemaal niet overeenstemmen met wat er op het tekstvel staat.

"You chose your words from mouth of babes got lost in the wood. Cool junk booting madman, street minded girls in Harlem howling at night. What a tear stained shock of the world, you've gone away without saying goodbye." Meer verwijzingen naar Ginsberg dan naar Kerouac, in het lied dat nochtans 'Hey Jack Kerouac' heet.

De beste tekst vind ik die van ‘A Campfire Song’:

"A lie to say 'O my garden is growing taller by the day'. He only eats the best and tosses the rest away. Never will he believe that his greed is a blinding ray."

21-03-06

THE JAYHAWKS : HOLLYWOOD TOWN HALL


jayhawks

Ik luister nog eens naar 'Two Angels' van the Jayhawks. Zo onwerelds mooi. Waar komen die stemmen vandaan? Hoe hebben ze elkaar gevonden? Waarom hebben ze zich daarna van elkaar verwijderd? Wat is dat toch? dat wij zo moeilijk samen kunnen leven en voor altijd samen blijven in harmonie, zoals deze stemmen van Mark Olson en Gary Louris? Vragen, vragen, vragen. Ik probeer zo weinig mogelijk te beweren, en geen uitroeptekens meer. Ik haat uitroeptekens. Maar desondanks, wat een schitterende elpee is dat toch ook, Hollywood Town Hall van the Jayhawks. Een echte, spontane terugkeer naar de toekomst van de Americana

Een tijdje geleden maakte ik een lijstje van verafschuwde mensen. Normalerwijs leg je grapjes niet uit, maar ik wil daar een uitzondering op maken. Die pijprokende mannen jonger dan 80 hoorden daar niet bij. Dat was een grapje!

16-03-06

WINKELEN MET SOFIE

muziekwinkels,caroline,cd,fnac,da vinci code,van morrison,jenny lewis,bright eyes,muziek,pop,popcultuur,brussel

Nog meer berichten over het dagelijks bestaan. Ik heb niet alleen tickets voor concerten gekocht maar ook cd’s. Nu heb ik nog een keer mijn hart laten spreken en heb de globale entertainmentwinkels rechts laten liggen en ben een kleine cd-winkel binnengestapt. Caroline heet hij, al wil ik geen reclame maken. Maar het moet gezegd, dit is een zaak die liefde voor de muziek uitstraalt (voor de muziek die er verkrijgbaar is), en er werkt personeel dat geïnteresseerd is in de ‘koopwaar’, ook als is het maar consumptiemateriaal en heeft het op zich geen blijvende waarde. Met dat laatste bedoel ik de dragers en niet wat gedragen wordt. Een fijne zaak. Maar hoe lang zullen zulke kleine winkels nog bestaan? Met boekwinkels net hetzelfde. In Brussel kun je voor Nederlandstalige boeken helaas alleen maar in de Fnac terecht, waar het aanbod schraal is. De Standaard binnenstappen heeft echter geen enkele zin, tenzij je een seminarist bent of op zoek naar Snoecks of nog een exemplaar van de Da Vinci Code.


Bij Caroline kocht ik de nieuwe cd van Van Morrison, Pay The Devil, waar ik nu zit naar te luisteren. Klinkt goed, country maar zonder nasale Appalachiaanse stemmen. Gezellige, vrijblijvende muziek, maar duidelijk toch vanuit het hart en de ziel gezongen. Niet zomaar een verzetje. Dan heb ik ook nog de solo-cd van Jenny Lewis aangeschaft, Rabbit Fur Coat. Dat zal een verrassing zijn. Maar niet helemaal, want ik ken haar van Rilo Kiley en ik heb haar vorig jaar live aan het werk gezien met haar band. Ik denk dat mijn allereerste notitie op hoochiekoochie over dat concert ging. Niet alleen haar stem heeft toen indruk op me gemaakt! Het was desondanks, ha ha, echt een goed popconcert, en daarna kwam dan nog Bright Eyes, een jonge singer-songwriter vol leven en intensiteit en vooral inventiviteit. Ik was er samen met Sofie, en zij was zeer in haar nopjes! (Dag Sofie, hoe gaat het met je?)

Ik had graag nog iets geschreven over Eels, maar dat zal voor later zijn, ik moet nu naar de keuken afdalen voor weer ander soort dagelijks bestaan.

13-03-06

DE WERELD VAN JIM THOMPSON

 

pop,popcultuur,jim thompson,pulp fiction,pulp,green on red,dan stuart,chuck prophet,bertrand tavernier

The Getaway, een meesterwerk van Sam Peckinpah

Dit heb ik altijd een zeer grappige uitspraak gevonden: "I was so far down even midgets couldn't look me in the eyes." 
Dat komt uit een of andere song van Green On Red, ik weet niet meer welke. Ooit eens opzoeken. Green On Red met Dan Stuart en Chuck Prophet: een bijzonder intense rock & roll band. Helemaal tegen de stroom van de tijd in, met hun gitaren en narratieve songs, toen synthesizers en lollipopteksten je oren teisterden.

Dan Stuart was en is hopelijk nog een grote bewonderaar van Jim Thompson, de schrijver van onder meer The Getaway (verfilmd door Sam Peckinpah, de remake wil ik niet noemen), Pop.1280 (verfilmd door Bertrand Tavernier onder de titel Coup de torchon), The Grifters (verfilmd door Stephen Frears) en The Killer Inside Me. Prachtig noir allemaal.