11-10-06

MUZIEK: JE MOET ZELF MAAR KIEZEN WAT JE MOOI VINDT


De website Last-fm laat mij elke week zien welke mijn favoriete muzikanten, elpees en songs zijn. Het is is een soort van alternatief marktontderzoek van mijn ‘onbewuste’ muziekkeuze. Maar houd ik echt zoveel van Vashti Bunyan? Helemaal niet. Ik zou zelfs niet één titel van een lied van deze zangeres kunnen noemen. Dat noemen van titels en namen wordt trouwens hoe langer hoe moeilijker. Think! Maar ik weet weliswaar dat ik van the Rolling Stones, Bob Dylan, the Who, Fairport Convention, Hank Williams en Aretha Franklin nog altijd zonder nadenken tientallen titels zou kunnen noemen.

Ik zit nu na te denken over een bewuste en noodzakelijke – noodlottige - lijst van favoriete platen in plaats van een onbewuste en toevallige. Maar het hangt toch altijd allemaal af van het moment, van het seizoen, van de stand van de sterren en de maan, van de armen van je geliefde en van de inhoud van je glas. Niets is definitief. (Zelfs god is ooit gestorven. Niemand schijnt daar nog wakker van te liggen, maar in de 19de eeuw was dat pagina één-nieuws. Nu hebben we Tom Boonen en Bush.)

Daarnet hoorde ik Shine van Daniel Lanois. Ik kreeg er geen kippenvel van, maar volgende week behoort Lanois wellicht bij mijn select clubje. Te mooi om waar te zijn. Wat me wel tot tranen toe ontroerde vanavond was Innocent When You Dream van Tom Waits, zoals het lied ‘gebruikt’ wordt in Wayne Wangs en Paul Austers morele fabel Smoke. Te waar om mooi te zijn. Tom Waits? Ja. Wayne Wang? Ja. Paul Auster? Ja. Met deze lofbetuiging en deze droom zeg ik u tot ziens, mesdames et messieurs.

06-10-06

RYAN ADAMS IN HET KONINKLIJK CIRCUS

 

flying burrito brothers,ryan adams,cardinals,brussel,koninklijk circus,grateful dead,allman brothers,pop,rock,country,blues,popcultuur,live,concert,batman,robin,maskers,communicatie

Gisteren traden Ryan Adams & the Cardinals op in het Koninklijk Circus in Brussel, een heerlijke ouderwetse concertzaal, met staanplaats voor de mensen die dicht bij het podium willen staan of die graag wat dansen en met knusse zetels voor degenen met stramme leden of een zwak gestel. Ryan Adams trekt heel wat dronkaards aan: die kunnen ook in de zetels terecht.

Wat hebben wij gisteravond gehoord? Veel, heel veel. Ik probeer een korte opsomming te geven. Singer-songwriter stuff; traditionele en alternatieve country; Canned Heat-stijl blues; Rolling Stones-achtige blues & gospel funk, denk hierbij aan Tumbling Dice of Can’t You Hear Me Knocking; Bo Diddley beat, acid rock in de traditie van the Grateful Dead (met heel wat schitterende spacy jams); door Prince geïnspireerde funk; piano-pop met een knipoog naar Elton John; een flard van The Wind Cries Mary; een beetje disco en punk rock, denk hierbij vooral aan The Clash; en nog het meest southern boogie in de stijl van de grootmeesters van het genre, de Allman Brothers; en natuurlijk ook harmonieuze country rock met als referentie de perfectie van Chris Hillman en Gram Parsons ten tijde van The Gilded Palace of Sin. En dat allemaal zonder aan eigenheid in te boeten: Ryan Adams, dames en heren, een man die de zich de hele geschiedenis van de rock & roll van 1950 tot nu eigen heeft gemaakt. Ik denk dat hij zijn hele platencollectie – die ongetwijfeld zeer uitgebreid is – kan naspelen. Maar nogmaals, Ryan Adams is geen epigoon, hij is geheel en al zichzelf. Een wonderkind van 32 jaar.
In The Cardinals heeft Ryan Adams de ideale band gevonden om zijn songs op de beste manier vorm te geven, om zijn soms extreme emoties enigszins aan banden te leggen, om hem in zekere zin met zijn voeten op de grond te houden, ook al bereiken ze samen grote hoogten. Of zoals Adams zingt: To Be Young (Is To Be Sad Is To Be High), wat, nu de zanger toch ook al weer 32 is, bijzonder nostalgisch klonk. Want is het alles bij mekaar niet mooi om jong te zijn, en droevig, en high?

Ryan Adams en zijn band speelden zo lang en zoveel songs dat het onbegonnen werk is ze hier allemaal op te sommen. Bovendien heb ik lang niet alles herkend. De man is trouwens bijzonder productief. Vorig jaar alleen al heeft hij drie cd’s uitgebracht, waarvan één dubbele. Toch een aantal titels die me door hun intense, vaak emotioneel overweldigende uitvoering zijn bijgebleven. A Kiss Before I Go, The End (over zijn geboortestad Jacksonville), Cold Roses (uit de gelijknamige dubbel-cd), Easy Plateau, het hierboven al genoemde To Be Young, New York, New York (prachtige versie van de eerste track uit ‘Gold’), Dear Chicago (uit Demolition), Magnolia Mountain, Peaceful Valley, Beautiful Sorta, Rescue Blues, Blue Hotel, 29 (dit was qua stijl echt een mix van Canned Heat en Grateful Dead), Shakedown On 9th Street, Wharf Rat (een Grateful Dead cover) en tot slot I See Monsters, uit Love Is Hell. Ik dacht ook Elton Johns Rocket Man te hebben gehoord. Maar na meer dan twee uur hemelse muziek ga je misschien hallucineren.

Ryan Adams is niet bepaald verbaal communicatief. Maar vergeleken met concerten in andere Europese steden viel het in Brussel nogal mee.Zo excuseerde hij zich voor zijn rasperige stem, vanwege een griepje. Zijn stem deed hem denken aan die van zijn oude grootmoeder. Of stel je voor dat je ontwaakt naast de wat oudere Judy Garland, na een nachtje uit, hoe ze dan ’s morgens moet hebben geklonken… Zijn monoloog ontspoorde, ik had niets anders verwacht. Wel, zegt hij, dit is mijn manier om jullie ‘hello’ te zeggen. Let er maar niet op, spreken brengt me altijd in moeilijkheden, maar ik kan wel songs spelen. En dan zijn we weer vertrokken voor een uurtje muziek.

En andere keer heeft hij het over Batman en Robin. Ik begreep er geen woord van. De monoloog hield waarschijnlijk verband met zijn Batman t-shirt. Afsluiter I See Monsters zou hij trouwens uitvoeren met een Batman cape om de schouders en een soort van grinnikende berenkop-masker op het hoofd (of was het een weerwolfkop?). Een vreemd en vervreemdend zicht. Niemand in het publiek die nog om een encore durfde vragen. Dat had ook weinig zin. Ryan Adams & the Cardinals hadden bijna 150 minuten gespeeld en alles gegeven wat ze in zich hadden.

Dit concert staat reeds genoteerd in de toptien van de beste concerten die ik ooit heb bijgewoond (en die nu in mij wonen).

28-09-06

FRANCOISE HARDY MET WITTE LAARSJES

 

muziek,helden,favorieten,pop,popcultuur,francoise hardy,zangeres,chanson,ye ye

Françoise Hardy met witte botjes aan. Leve internet en de verzuchtende liedjes van de Franse yé ye.

16-09-06

WERKEN IN MUZIEK II

zero de conduite,radio centraal,jobs,popcultuur,pop,radio,soul,rock,antwerpen,werken,folk,blues,country


Met veel vertraging volgt hier mijn playlist van Zero de conduite van 2 september. Voor de lezers die het niet weten: Zero de conduite is mijn maandelijks programma op radio centraal in Antwerpen.

Workin' Man Blues - Merle Haggard - Down Every Road
I'm The Man That Built The Bridges - Tom Paxton - Ramblin' Boy & Ain't That News
Spike Driver Blues - Mississippi John Hurt - Avalon Blues: The Complete 1928 OKeh Recordings
Pick A Bale Of Cotton – Leadbelly - The Songsters Tradition - Before The Blues
Unemployment Stomp - Big Bill Broonzy - News And The Blues: Telling It Like It Is
Deportees - Billy Bragg - Tracks Inspired By Bob Dylan
Good Morning Mr. Railroad Man - Ry Cooder - Boomer’s Story
Brakeman’s Blues - The Kentucky Colonels - Long Journey Home
Truck Drivin' Man - Jim & Jesse - Y'All Come: The Essential Jim & Jesse
Mama Hated Diesels - Commander Cody & His Lost Planet Airmen- Too Much Fun-The Best of Commander Cody and His LPA
Drug Store Truck Drivin' Man - The Byrds - Dr. Byrds & Mr. Hyde
The Carpenter - Guy Clark -Craftsman
Workin' For The Man - Roy Orbison - the BIG O: THE Original Singles Collection
Guitar Man - Elvis Presley - Tomorrow Is A Long Time
Six Days On The Road - Taj Mahal - Giant Step & De Ole Folks At Home
Working In The Coalmine - Lee Dorsey - Chartbusters USA Volume 1
Please Mr. Postman - The Marvelettes - Hitsville U.S.A., The Motown Singles Collection 1959-1971
Captain Of Your Ship - Reperata And The Delrons - The Best Of Reperata And The Delrons
Corporal Clegg - Pink Floyd - A Saucerful Of Secrets
Taxman - The Beatles – Revolver
Spaceman – Nilsson - Son of Schmilsson
Big Shot - Bonzo Dog Doo-Dah Band – Gorilla
New York Mining Disaster 1941 - Bee Gees - Bee Gees 1st
Factory Girl - The Rolling Stones -Beggars Banquet
Truly Fine Citizen - Moby Grape - Vintage, The Very Best Of Moby Grape
Singing Cowboy - Love - Four Sail
Smugglin' Man - Tim Hardin - Hang On To A Dream: The Verve Recordings
Sisters Of Mercy - Leonard Cohen - The Essential Leonard Cohen
Sailor Song - Rickie Lee Jones - - Duchess of Coolsville
Waitress In The Sky - The Replacements – Tim
The Whores Hustle And The Hustlers Whore - PJ Harvey - Stories From The City, Stories From The Sea
The Greatest - Cat Power - The Greatest
Sinaloa Cowboys - Bruce Springsteen - The Ghost Of Tom Joad
Some Bartenders Have the Gift of Pardon - Mark Eitzel - 60 Watt Silver Lining
Understanding Salesmen – Eels - Blinking Lights And Other Revelations
Undertaker - M. Ward - Tranfiguration of Vincent
Working Class Hero - John Lennon - John Lennon/Plastic Ono Band


Het zal wel duidelijk zijn dat de nadruk op liederen over werk en jobs lag, waaronder het oudste beroep van de wereld – Sisters Of Mercy van Leonard Cohen en ook wel The Whores Hustle And The Hustlers Whore van PJ Harvey. Illegaal werk werd niet buiten beschouwing gelaten. De Sinaloa Cowboys van Bruce Springsteen zijn geen cowboys maar immigranten uit Mexico, die in een lab werken waar metamfetamine wordt gemaakt, sterk spul, jongens. Overigens heeft Mark Lanegan een al even sterke song gemaakt over metamfetamine, waarschijnlijk gebaseerd op jarenlange ervaring met de materie. Understanding Salesmen van Eels lijkt me geïnspireerd door Death Of A Salesman van Arthur Miller (Volker Schlöndorf maakte er een aangrijpende film van met Dustin Hoffman). Truly Fine Citizen van Moby Grape gaat, terloops, over een boekverkoper. Taxman van The Beatles is een nogal reactionaire protestsong tegen het feit dat er belastingen moeten worden betaald. The Jam heeft dit nummer gewoon gekopieerd en Start! genoemd. Terug te vinden op Sound Affects. Cat Powers The Greatest gaat over een bokser. Op 4 november treedt Cat Power op in de AB, ik kan er echter niet naartoe want ik maak dan weer mijn radioprogramma. De ironie van de geschiedenis? Drug Store Truck Driving Man van The Byrds is een anekdotisch verhaal over een trucker uit Nashville die als nevenberoep dat van dj had. Wellicht was hij lid van de KKK. Alleszins weigerde hij de plaatjes van the Byrds – drugverslaafde hippies ! - te draaien, ook al speelden daar heel wat muzikanten uit Nashville op mee en hadden McGuinn en zijn vrienden hun haar in die periode kort geknipt, zoals het echte rednecks betaamt. Corporal Clegg is van Roger Waters. Het lied gaat over een militair, zoals veel van Waters’ songs. I’m The Man That Built The Bridges van Tom Paxton is overduidelijk een communistisch strijdlied. Waitress In The Sky is erg grappig. Het is een persiflage op Spirit In The Sky van de hippie-troubadour Norman Greenbaum. In Factory Girl drijven Jagger en Richard de spot met een meisje met dikke knieën. Mysogynie is de heren nooit vreemd geweest. Under My Thumb, Stupid Girl, Amanda Jones, Brown Sugar, “black girls just want to get fucked all night”, etcetera. Het grappigste lied van de avond was, wat niet zal verbazen, Big Shot van The Bonzo Dog Doo-Dah Band (“You got a light, mac? No...but I've got a dark brown overcoat.”)

We hebben het klaargespeeld om niet één song van Bob Dylan te draaien. Het was desondanks een leuke avond.

04-09-06

LACHEN MET KURT WAGNER EN BOB DYLAN

bob dylan,kurt wagner,lambchop,wolken,letters,film,schrijven,david lynch

De wolken. Stemmen op de achtergrond. Op de voorgrond luid gewenk. Lambchop kwam me vertellen dat de letter p verdwijnt. Het is niets nieuws. Geleidelijk aan verdwijnen alle letters. De Fransen zijn daarmee begonnen. Altijd weer de Fransen, eerst hoofden afhakken van nobele mensen, daarna gedichten schrijven over zeep en uiteindelijk de letters doen verdwijnen. Neen, beste Kurt Wagner, hoe mooi je ook zingt, en hoe mysterieus je ook mag klinken, de boodschap is niet nieuw. Maar je bent een vriendelijke kerel en een integere muzikant. Voor jou steek ik mijn handen in het vuur. De zon breekt door de wolken. Zondag op aarde.

Just walkin’ through the world mysterious and vague, zingt Bob Dylan. Zo is het helemaal. De films van David Lynch zijn doodgewoon, de doodgewone wereld is mysterieus en vaag. Bob Dylan klinkt wel wat gevaarlijk als hij zegt dat hij zijn opponenten zal afslachten als hij ze ooit in slapende toestand aantreft. Wat gaat er om in het hoofd van zo’n man? Ik weet niet eens wat er omgaat in mijn eigen hoofd. Wel weet ik dat ik mijn opponenten nooit zou afslachten, zeker niet als ze slapen. Iemand die slaapt is onschuldig. Een vrouw die slaapt is heilig. De volgende dagen zal Bob Dylan hier nog vaak komen rondspoken, denk ik. En Kurt Wagner ook, denk ik. Twee ernstige heren. Maar hebben ze het lachen verleerd? Dat denk ik niet. Kurt met zijn pet, Bob met zijn hoed.

26-08-06

EEN BEELD VAN EEN MAN


joe boyd


Joe Boyd is de jonge man in het wit met de hoed en de zonnebril. De mooie vrouw op de voorgrond is Maria D’Amato, de latere Maria Muldaur. Ze heeft een hit gehad met Midnight At The Oasis, waar Ry Cooder op meespeelde. Maar weet je wat, lees het boek, het is erg goed geschreven en is meeslepend als thriller. Wat leiden sommige mensen een benijdenswaardig leven. Als je hun autobiografieën leest lijkt het wel alsof alles hen in de schoot werd geworpen. ze waren altijd op het juiste moment op de juiste plaats en ontmoetten er de juiste mensen. Man Ray was ook zo iemand. Ik denk dat hij er nooit een inspanning voor heeft gedaan om beroemd te worden. Het ging allemaal vanzelf. Zulke mensen maken mij afgunstig, bijna als een Salieri.

25-08-06

JOE BOYD: POP IN DE SIXTIES

popmuziek,elpees,popcultuur,sixties,joe boyd,pop,nick drake,ufo,favoriete platen,lijst,verleden,voorbij

Ik lees white bicycles, een schitterend boek van Joe Boyd over muziekmaken in de sixties, Joe Boyd heeft een boeiend leven gehad, en hij is nog lang niet dood. We kennen hem vooral als producer van Fairport Convention en Nick Drake en van zijn Hannibal platenlabel. Maar hij heeft een massa andere, zeer uiteenlopende dingen gedaan. Op zijn eenentwintigste bracht hij Muddy Waters naar Europa. Hij organiseerde Europese toernees voor Roland Kirk en Coleman Hawkins, hij stond aan de wieg van de UFO in Londen (de plek waar de underground ontstond en ten onder ging.) Enzovoort. Het is een geweldig boek, inderdaad, maar het maakt me ook wel een beetje jaloers en afgunstig. Waarom heb ik niet meer met mijn leven gedaan? In zekere zin lag een dergelijk bestaan binnen mijn bereik. Alleen was ik te jong. Ik ben te laat geboren. Het voordeel daarvan is dat ik nu nog relatief jong ben, ha ha. Naar aanleiding van dat boek bedenk ik dat bijna al mijn favoriete elpees in die periode zijn opgenomen. Er is nog wel goede hedendaagse muziek, bijvoorbeeld van Cat Power of the Walkabouts, maar een volledige cd – van om het even wie - heeft niet meer de emotionele impact, de pertinentie en de melodieuze rijkdom van wat toen verscheen. Ik denk nu spontaan aan deze meesterwerken: 


Butterfield Blues Band – East West
Pink Floyd – The Piper At the Gates Of Dawn
Pretty Things – S.F. Sorrow
Fairport Convention – Unhalfbricking
Bob Dylan – Blonde On Blonde
Bob Dylan – John Wesley Harding
Byrds – The Notorious Byrd Brothers
Beatles – Revolver
Beach Boys – Pet Sounds
Beach Boys – Smiley Smile
The Fantastic Expedition Of Dillard & Clark
Flying Burrito Brothers – The Gilded Palace Of Sin
Aretha Franklin – I Never Loved A Man
Beatles – Revolver
The Band – Music From Big Pink
Pearls Before Swine - One Nation Underground
Bee Gees - Bee Gees 1st
Cream – Disraeli Gears
Jimi Hendrix Experience – Are You Experienced?
Nick Drake - Five Leaves Left
Kinks - Face To Face
Syd Barrett – The Madcap Laughs
Tim Buckley – Blue Afternoon
Rolling Stones – Beggar’s Banquet
Incredible String Band - The Hangman's Beautiful Daughter
Doors – Waiting For The Sun
Velvet Underground & Nico
Nico – Chelsea Girl
Who – The Who Sell Out
Love – Da Capo
Jefferson Airplane – Surrealistic Pillow
Steve Miller Band – Children Of the Future
Moby Grape – Moby Grape ‘69
Alexander Spence – Oar
Captain Beefheart & the Magic Band – Safe As Milk
Mothers Of Invention - Absolutely Free

En zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Maar de lezer kan zelf wel aanvullen. Overigens laat ik de singles (Atlantic, Stax, Philles, Fire, Fury, Motown, enzovoort) dan nog buiten beschouwing. In die groeven bevond zich de perfecte dansmuziek, die ik nog steeds opzoek als ik wat beweging in mijn leven wil brengen.

24-08-06

TOM WAITS, BOB DYLAN, VISPOTJE

bob dylan,delhaize,tom waits,leeghoofd,vis,mule variations,three angels,vispotje

Mijn hoofd – of wat er allemaal in zit – is nog steeds met vakantie. Ik lees bijna niets, ik schrijf niet, ik zie weinig of geen films en beluister omzeggens geen muziek. Vanochtend dacht ik, ik moet die Mule Variations van Tom Waits nog eens opleggen. Ja, dat greep me toch wel aan. Bij de laatste twee songs, Take It With Me en Come On Up To The House, kreeg ik bijna tranen in de ogen. Ook daarna, op weg naar de Delhaize, kon een lied van Dylan, Three Angels, mij diep ontroeren. Alleen het koortje op het einde van het nummer is een beetje ‘overdone’. Maar de stem, de frasering, en vooral de tekst! Ik zal hem hier niet citeren. Je hoeft maar even de titel in te tikken in google en hij komt al tevoorschijn.

Straks maak ik mijn vispotje, eigen recept. Ik denk dat het lekker zal worden. Het moet wel. Lekker eten bereiden in plaats van intellectueel bezig zijn. Waarom ook niet? Alle illusies hebben enig nut.

12-08-06

BOB DYLAN ALS PAUS EN ANTI-PAUS

blues,bob dylan,country,kunst,protest,radio,paus,bloot,20ste eeuw,popcultuur,theme time radio hour,pop,protestzangers,kunstenaar

Het vorige artikel gaat niet over Bob Dylan als zanger of songschrijver of filmregisseur of autobiograaf of schilder of Enigma. Het gaat over Bob Dylan als deejay van het onvolprezen radioprogramma Theme Time Radio Hour. Misschien was ik niet duidelijk? Dat geeft niet. Het is altijd de moeite waard om over Bob Dylan te praten. Om te horen wat anderen over hem denken. Of ze van hem houden, of ze hem haten (zoals de meeste van mijn vriendjes op de middelbare school, in de jaren zestig). Of ze…?


Kennelijk laat Bob Dylan niemand onberoerd. Hoe zou het ook kunnen? Heeft iemand ons ooit meer troost en inspiratie geboden gedurende onze voorbijgevlogen jaren? Ik ben een onvoorwaardelijke bewonderaar van de man, sinds ik voor de eerste keer, in 1965, Like A Rolling Stone op een transistorradio hoorde. Onvoorwaardelijk? Ik kan moeilijk zeggen dat ik alles wat hij gemaakt en gedaan heeft even goed vond of er altijd bijzonder opgetogen over was. Maar zijn dwarsliggerij en zijn dwaasheid zag ik gewoon door de vingers. Zelfs zijn door velen verguisd optreden voor die vermaledijde paus zag ik als een surrealistische grap.

(Overigens ben ik ervan overtuigd dat Dylan het concept van zijn radioprogramma van mij heeft afgekeken. Ik maak al een themaprogramma sinds 1982; zo lang al dat ik geen thema's meer kan bedenken. Waarschijnlijk kent de zanger en danser heel goed Nederlands, net zoals de paus voor wie hij optrad, zalig Pasen, ofwel heeft hij excellente adviseurs.)

Een paar dingen over Dylan zijn voor mij duidelijk als geslepen glas: als 20ste eeuwse kunstenaar is hij even belangrijk als Francis Bacon, Henri Matisse, Marcel Proust, Franz Kafka, Frederico Fellini en John Ford. Waarom? Omdat hij zich in een traditie plaatst, vanuit die traditie een visie ontwikkelt, en vanuit die visie op een oorspronkelijke wijze, met een geheel eigen stem, de maatschappij waarin hij leeft en de mensen rondom hem en zichzelf observeert en analyseert – en mogelijkheden suggereert, plaats openlaat voor het mysterie dat toekomst heet.

Wat Dylan vooral nooit was: een protestzanger. Tegen dat ‘label’ heeft hij altijd bijzonder heftig en soms nogal ludiek geprotesteerd! Protestzangers waren deze mensen die een paar songs van Dylan als model namen, songs die sowieso al mimetisch van aard waren, vaak gebaseerd op oude Britse volksliederen. Protestzangers waren deze mensen die deze ‘archetypische’ songs imiteerden, er banale teksten over atoombommen en zo bij verzonnen, en hoopten op die manier veel geld te verdienen, zodat ze nooit meer zouden moeten zingen en optreden. Bob Dylan echter treedt altijd op. Bob Dylan is niet meer en niet minder dan een country- en blueszanger. Hij heeft nog nooit tegen iets geprotesteerd. Wel heeft hij al een en ander vastgesteld. Onder meer dat het geen leuke wereld is, waar we in leven. Onder meer dat sommige mensen het verschil maken. Onder meer dat het plezierig is om af en toe een danspasje in die weinig leuke wereld te zetten. Onder meer dat de paus soms ook in zijn blote staat. Bob Dylan, dames en heren!

10-08-06

BOB DYLANS THEME TIME RADIO HOUR

bob dylan,radio,ogen,onnozel,theme time radio hour,programma,visionair,thema s,soul,country,blues,pop,popcultuur,legende,mythes

Ik luister naar Theme Time Radio Hour met als presentator deejay Bob Dylan. Het thema van het programma is dit keer ‘ogen’ (Ik beluister de programma’s in willekeurige volgorde). Wat Dylan vertelt over de muzikanten en de muziek is onovertroffen poëzie, en ik gebruik dat woord niet onnadenkend. Alleen al de stem - de intonatie, het timbre, de klankkleur, de consonanten en dissonanten, het gefluister, de ironie, de speelse ernst en fijne nuances. Dan heb ik het nog niet over de muziekkeuze. Misschien ligt die voor ons wat voor de hand, maar voor de fans van Black Eyed Peas, Belle Perez en andere hedendaagse ‘sterren’ valt er ongetwijfeld veel te ontdekken. Misschien opent Dylan voor hen wel een doos van Pandora? Het Theme Time Radio Hour als geheel, met de presentatie, de stukjes dialoog uit films, de songs (met veel aandacht voor de teksten), de bijbel- en literatuurcitaten, de lijstjes, is een kunstvorm die nog geen naam heeft. Het is een vorm die sterk aanleunt bij poëzie, luisterspel, vertelling, perfomance en theater.

De luisteraar krijgt gedurende de show Chuck Berry’s Brown Eyed Handsome Man te horen (met een treffend citaat uit de song). ‘If you want to give rock and roll another name, call it Chuck Berry', zegt Dylan nog. Over Jimmy Martin leert hij dat deze muzikant bij Bill Monroe’s Bluegrass Boys zong en vorig jaar overleden is. Jimmy Martin zelf heeft het over “20/20 vision and walking around tired”.
Dylan noemt zijn vriend Van Morrison George Ivan en citeert een lang fragment uit Brown Eyed Girl.

Ik wil hier niet alle songs opsommen maar een speciale vermelding verdient zeker wel Al Martino’s Blue Spanish Eyes, met een verwijzing naar the Godfather (stukje dialoog).
Na Sonny Boy Williamsons Eyesight To The Blind, gecoverd door the Who op Tommy, wordt de luisteraar verwend met een lijstje van blinde blueszangers; volgens Dylan hadden ze allen een perfecte visie. George Jones, zo verneemt de aandachtige luisteraar bezit onder meer een worstenfabriek. En ‘George’s drinking was legendary’, zegt Dylan. Dat is geen breaking news, maar we horen het hem toch graag zeggen. Nick Lowe was gehuwd met de stiefdochter van Johnny Cash, Carlene Carter. Bij een lied van Wynonie Harris geeft Dylan een aantal mogelijke oorzaken van bloeddoorlopen ogen. Het is duidelijk dat hij uit ervaring spreekt.The Flamingos (met I Only Have Eyes For You) noemt Dylan The Flaming O’s. Dylan is ernstig maar tegelijk erg geestig en, ja, onnozel, wat een ander woord is voor onschuldig. Op de dag van de onnozele kinderen worden de door Herodes vermoorde kinderen herdacht. Ook al is het helemaal niet zeker dat de slachtpartij echt heeft plaatsgevonden.
Maar heel zeker is the Theme Time Radio Hour een genot voor het oor en een streling voor de ziel.

07-08-06

LOVE, CHARLEROI, FRANSE PERSINGEN

charleroi,love,franse persingen,platenwinkels,pop,vs,1967,beursschouwburg,brussel,da capo,autobiografie,jeugd,popcultuur,steden,frankrijk,cultuur

Omstreeks 1967 was er in Charleroi een platenwinkeltje dat undergroundgrammofoonplaten verkocht. Zo waren er nog wel meer in België, maar dat in Charleroi was toch wel uniek. The Electric Prunes, The Velvet Underground, Love – dat waren bands die niemand kende en er dus ook de muziek niet van kocht. Zeker niet in Charleroi, waar Jean Vallée en Marc Aryan de scepter zwaaiden. Waarom die undergroundelpees daar werden verkocht is me nog altijd een raadsel. Maar alleszins is het daar dat ik Love’s Da Capo heb aangeschaft. Dat was zoals de titel al aangeeft de tweede langspeelplaat van Love. Ik kende de groep van de single My Little Red Book (terug te vinden op het debuut), maar die eenvoudige folkrock had me niet voorbereid op de magische wereld van Da Capo. En nog minder op het daaropvolgende meesterwerk Forever Changes. Terloops wil ik hier even vermelden dat er sindsdien bijzonder veel veranderd is in de muziekindustrie (een woord dat we destijds zouden hebben vervloekt). Ongeveer alles is nu in handen van enkele Amerikanen. Maar in die tijd was België op cultureel gebied nog een ‘kolonie’ van Frankrijk. De meeste grammofoonplaten, ook de Amerikaanse, kwamen hier in Franse persing uit, iets waar mijn vrienden en ik ons mateloos aan ergerden. De Fransen hadden kennelijk niet veel respect voor pop (dachten wij). De stevige Amerikaanse hoezen vervingen zij door dunne geplastificeerde exemplaren. Het Franse vinyl was veel lichter en sneller gekrast. Soms gingen de Fransen zover dat ze uit te knippen bons op de hoezen afdrukten. Je moest je prachtige psychedelische hoes stuk knippen om die bon te kunnen gebruiken voor een of ander onzinnig voordeel.

De lezer zal denken dat dit gezeur weinig verband houdt met de dood van Arthur Lee. Het verband is dat ik dankzij het Franse vogue-label en dat winkeltje in Charleroi in het bezit kwam van die prachtige plaat (en van een heel aantal andere bizarre juweeltjes, die toen niemand kende en die nu door zowat iedereen als mainstream stuff worden weggewuifd). Zelfs in het midden van de jaren zeventig waren er denk ik maar drie Belgen die genoeg van Love hielden om een concert van de band te willen bijwonen. Op een avond stonden Laura en ik voor de nog gesloten deur van de Beursschouwburg, waar Arthur Lee met zijn opnieuw opgerichte Love zou optreden. Enkele minuten later kwam onze vriend Guy Bleus - met wie we niets hadden afgesproken – ons vervoegen. Met zijn drieën zijn we een uurtje blijven wachten, tot het duidelijk werd dat de deuren nooit zouden opengaan. Zo komt het dat ik Arthur Lee nooit aan het werk heb gezien – en nu zijn alle kansen verkeken.

05-08-06

TRANEN VOOR ARTHUR LEE

arthur lee,dood,scheepvaart,da capo,syd barrett,in memoriam,radio centraal,orange skies,radio,zero de conduite,pop,popcultuur

We hebben geen tijd. We nemen geen tijd en we geven geen tijd. Ik wil iets schrijven over Arthur Lee, maar ik heb geen tijd, ik moet naar Antwerpen vertrekken voor mijn radioprogramma. Vanavond in Zéro de conduite zal ik natuurlijk wel iets vertellen over Arthur Lee. Enkele songs draaien van Love. Want Arthur Lee is dood. Vreemd, zo kort na Syd Barrett. Arthur Lee was immers net zo eigenzinnig en invloedrijk als Syd. De muziek van Love heeft me van de mooiste momenten van mijn leven bezorgd. Toen ik nog vaak bij mijn ouders verbleef, op de aak, luisterde ik lange tijd bijna dagelijks naar de elpee Da Capo. Zulke mooie en bijzondere muziek had ik nooit eerder gehoord. Teder en gewelddadig tegelijk. En dan waren er ook nog die vreemde, fascinerende titels, zoals Seven and Seven Is en Orange Skies. Vaak zat ik naar de hoes van Da Capo te kijken en me af te vragen wie nu toch die Arthur Lee was. Er stonden zeven jonge mannen op de foto: één van hen moest het zijn, maar wie? Waarschijnlijk de enige gast op de foto die zat te roken. Hij was immers de leider, de bezieler. Het kon niet anders of hij week een beetje af. Hij zat daar ook wat verheven boven de anderen. Arthur Lee, die zich soms arthurly noemde. 


Ik zal er morgen meer over schrijven. Arthur Lee mag niet vergeten worden.

12-07-06

SYD BARRETT: WHEN I LIVE I DIE


Syd Barrett is dood. De echte plaatsvervanger van Hölderlin. ‘Gekke pauzen’ worden niet verkozen, ze verkiezen elkaar en zichzelf en wij herkennen hen meteen. Heiligen. Ik heb voldoende geschreven over Syd Barrett. De man heeft mijn leven veranderd zoals niemand tevoren en niemand sindsdien, tenzij misschien Bob Dylan (waar Syd de spot mee dreef). Hoe heeft hij mijn leven veranderd? The Piper At the Gates of Dawn, is het antwoord. Ja, ik heb genoeg gepraat en geschreven over Syd Barrett. Ik was vaak in zijn nabijheid, in zeer verschillende situaties en levensomstandigheden. “I really love you and I mean you”. Talloze zinnen en fragmenten, in dat mooie Syd-Engels, dringen zich aan me op, en maken me duidelijk dat ik niet nog meer onzin moet neerschrijven dan hijzelf al deed. “When I live I die”, een bijna willekeurige zin uit No Man’s Land (The Madcap Laughs). "The wind blows in tropical heat". Ik heb Syd Barretts teksten nooit willen lezen en zeker niet doorgronden. Zijn woorden, elk woord een afgrond, zijn ongeëvenaarde uitspraak ervan, volstonden. Hij was de eerste popzanger die uitgesproken, delicaat Engels zong, en niet een soort van ‘blues-Amerikaans’, wat in zijn tijd in Groot-Brittannië de gewoonte was. Niemand schreef songs zoals Syd Barrett, niemand bespeelde op zulke originele wijze de elektrische gitaar. Sprookjes, vuurwerkvonken, dromende subtiliteit, romantisch futurisme. Hybris en 'waanzin'. Een nieuwe plaatsvervanger heeft zich nog niet aangediend. Er is geen Olympische medaille aan deze discipline verbonden.

"Oh where are you now
pussy willow that smiled on this leaf?
When I was alone you promised the stone from your heart
my head kissed the ground
I was half the way down, treading the sand
please, please, lift a hand
I'm only a person whose armbands beat
on his hands, hang tall
won't you miss me?
Wouldn't you miss me at all?"

"I tattooed my brain all the way."

Goodbye Syd: my book is closed, I read no more.

25-06-06

GESPREK MET CHRISTA PAFFGEN

muziek,antwerpen,de kat,kevin ayers,wijn,nachtleven

Voor Marco Polo

In die tijd kende Zwart alle titels van zijn boeken uit het hoofd, vond betekenis in zijn dromen en sprak zijn geliefde vrouwen bij hun voornaam aan. Dat vertelde hij op een late zomeravond in café De Kat tegen ‘Nico’. Hij zei dat hij - ook in die tijd - met ‘Kevin Ayers' kreeft had gegeten, Gewürztraminer gedronken en Frans gesproken. “Puis je m’asseoir près de toi” had Kevin Ayers gezegd. “‘No kidding” had Nico geantwoord. En daarna: “Deutschland über alles”.
“Kindness I suppose”, zei Zwart, maar hij besefte meteen dat hij met zulke onzin aan het verkeerde adres was. De conversatie was afgelopen; in weerwil van haar traagheid snelde de donkerharige vrouw, als een bliksemflits op de purperen heide, de deur uit, haar harmonium aan haar zoontje 'Ari' toevertrouwend.

Later diezelfde nacht strompelde Zwart door de Venusstraat, vond zijn hotelkamer terug, zijn vrouw lag al in bed met twee vertrouwde gezichten waarvan de namen ontbraken. Hij had ze nochtans uren tevoren op alfabet op zijn planken gezet.

muziek,antwerpen,de kat,kevin ayers,wijn,nachtleven

Foto's: 

Boven: de hoes van Nico's Chelsea Girl, een van de mooiste en meest melancholische elpees in mijn bezit.
Onder: Kevin Ayers, John Cale, Nico, Brian Eno.

12-06-06

NEIL YOUNG, ALLEN TOUSSAINT EN ELVIS COSTELLO MAKEN DE WERELD BETER

allen toussaint,new orleans,elvis costello,neil young,muziek,pop,soul,popcultuur,bush,politiek,ohio,katrina,pathos,joe henry

Als ik Neil Youngs Living With War beluister, en zeker ook als ik Allen Toussaint en Elvis Costello hoor verbroederen op hun prachtige nieuwe cd, The River In Reverse, dan denk ik dat het misschien toch nog goed komt met de wereld. 


Neil Young is politiek niet bepaald rechtlijnig, hij heeft destijds Ronald Reagan gesteund en vader Bush kreeg ook zijn goedkeuring. Maar nu gaat hij flink tekeer tegen de zoon. Het is van de single Ohio geleden dat Neil Young zich nog zo boos gemaakt heeft op ‘the powers that be’. Een song als Let’s Impeach The President laat weinig aan de verbeelding over en in dit geval is dat ook nergens voor nodig. Het moet maar eens gedaan zijn met die verdomde oorlog. Weg met de president!

Van Elvis Costello’s enthousiasme voor ongeveer alle muziek smelt mijn hart. De muzikale keuzes die hij maakt hebben net zo goed een politieke achtergrond. Zoals nu de samenwerking met Allen Toussaint, die tijdelijk in New York verblijft, omdat de orkaan Katrina zijn huis heeft verwoest. Met Costello’s stem heb ik het altijd wat moeilijk gehad; soms klinkt hij toch wat te pathetisch, maar ik heb er vrede mee genomen, al sinds My Aim Is True. Zijn klassieke zijsprongen kunnen mij echter minder boeien.


De producer Joe Henry verdient ook alle lof. Amerikaanse enigszins ‘vergeten’ artiesten, die een onmiskenbaar belang hebben gehad voor de cultuur – en dat belang nog hebben – brengt hij opnieuw onder de aandacht. Solomon Burke en Betty Lavette passeerden al de revue, nu is Allen Toussaint, de grootmeester uit New Orleans aan de beurt. Ik hoop dat Costello, Toussaint, samen met hun band spoedig naar België komen.

06-06-06

DAN PENN EN SPOONER OLDHAM: BESCHEIDEN MEESTERS

brugge,verjaardag,weekend,cactus,honky tonk,vrienden,dan penn,spooner oldham,soul,pop,muziek,stoepa,hits,muscle shoals,memphis,nashville,vs,patrick riguelle

Vorige zaterdag in Brugge hing er, zoals het cliché zegt, ‘magic in the air’. Ondanks een lichte kater na het vieren van mijn zoveelste verjaardag, de avond ervoor, met lieve vrienden, was ik in een uitstekende stemming. De rust van een zonovergoten Brugge zal daar zeker een rol in hebben gespeeld. We liepen vol verwachting door de straatjes en langs de reien, pratend over weer andere vakantiebestemmingen (Budapest, Lissabon), maar vooral over Dan Penn en Spooner Oldham, en denkend aan onze vrienden Anne-Marie en Theo, die we spoedig zouden ontmoeten. De laatste keer dat we elkaar hadden gezien was op 2 januari in Charleroi, na een heuglijk verblijf in Barcelona. 


In de Honky Tonk, een cd- en platenzaak in de Brugse binnenstad, bevonden zich maar twee andere klanten; ze zouden ook naar Dan Penn en Spooner Oldham gaan. Ik kocht er een verzamel-cd van bekende en minder bekende soulzangeressen en bestelde een dubbel-cd van Al Green.
Met onze vrienden hadden we afgesproken in restaurant De Stoepa, kort bij het station en niet te ver van de Magdalenazaal, waar het concert plaats zou vinden. Een bevallig meisje, met prachtige ogen, bracht ons wijn en pasta. Even later stapten Spooner Oldham, Dan Penn en hun echtgenotes en vrienden het restaurant binnen. Aangename verrassing, en nog maar eens een toeval.

Het concert zelf was de eenvoud en bescheidenheid zelf: twee oudere mannen op een podium gezeten. Dan Penn op een stoel, de Martin gitaar als ritme-instrument in de handen, Spooner Oldham achter zijn elektrische Wurlitzer piano. Twee oudere mannen die wel een aantal van de allerbeste soulsongs hebben geschreven, vaak samen, soms alleen, soms met andere songsmeden als Donnie Fritts en Chips Moman: Out Of Left Field en It Tears Me Up (voor Percy Sledge), Dark End Of the Street (voor James Carr; er zijn talloze versies van, waaronder natuurlijk die van the Flying Burrito Brothers), I’m Your Puppet (voor James en Bobby Purify), Do Right Woman, Do Right Man (voor Aretha Franklin), Cry Like A Baby en I Met Her In Church (voor The Box Tops), Sweet Inspiration (voor the Sweet Inspirations), Is A Bluebird Blue (voor Conway Twitty, Dan Penns eerste hit), I’m Living Good (voor The Ovations), The Lord Loves A Rolling Stone (voor Roger McGuinn), de intentieverklaring Nobody’s Fool (oorspronkelijk op de gelijknamige elpee uit 1973 van Dan Penn, nu een collectors item, uitstekend gecoverd door Alex Chilton), Rainbow Road (voor Joe Simon, maar ook met veel klasse uitgevoerd door de diepbetreurde Arthur Alexander), She Ain’t Gonna Do Right en You Left The Water Running (voor Wilson Pickett, kennelijk ook opgenomen door Otis Redding, de beste versie is waarschijnlijk die van Sam & Dave), Woman Left Lonely (voor Janis Joplin) en Zero Willpower (voor Irma Thomas). Dan Penn, met zijn rijke, subtiele en gevoelige stem, en Spooner Oldham, met geïnspireerde begeleiding op de Wurlitzer, brachten doorleefde vertolkingen van bijna alle hierboven genoemde nummers, met daarbovenop nog eens het grappige Memphis Women and Chicken en de gospel Glory Train.
Zelden heb ik zulke koude rillingen gevoeld als bij Rainbow Road. De afsluiter Zero Willpower was puur gevoel, een perfecte synthese van hoe country soul hoort te klinken.
Deze blanke mannen hebben overigens bijzonder veel respect voor de meestal zwarte artiesten voor wie ze schreven en met wie ze in de studio’s in Muscle Shoals, Memphis, Nashville en Los Angeles samenwerkten. Op een bescheiden en soms wat humoristische manier werden een aantal verhalen verteld over Otis Redding, Arthur Alexander (het grote voorbeeld voor Dan Penn, als songschrijver) en Janis Joplin. 

Tijdens de pauze konden we bij de echtgenotes - echte Southern Ladies - terecht voor een poster, of gewoon een babbeltje. Na het concert mochten we samen met andere jonge snaken als Roland en Patrick Riguelle in de rij staan voor een handtekening. Een mooier verjaardagscadeau dan een dergelijk uniek concert kun je je niet wensen. Maar de vriendschap van Gerda, bij wie logeerden, is al even mooi. En wat zal ik in de brieven van Pessoa aantreffen, die ik van mijn Anderlechtse muze cadeau kreeg?

26-05-06

DESMOND DEKKER, ALTIJD JONG

 

desmond dekker,dood,in memoriam,vk,live,007,israelites,molenbeek,pop,reggae,ska,popcultuur


Desmond Dekker is op 64-jarige leeftijd gestorven. Een paar jaar geleden zag ik hem nog optreden in de VK hier in Brussel. Eén en al vitaliteit en overgave. Van niet eens zo ver zag hij er nog uit als een teenager, in zijn leren lekker, James Dean-stijl. Hij scheen ook evenveel energie te hebben als een teenager, alsof de tijd op hem geen vat had gehad. Desmond Dekker was geen ‘echte’ held van me, ik ben namelijk geen volbloed reggaeliefhebber, maar zoals velen kick ik nog altijd op ‘007’, ‘Israelites’ en ‘It Mek’.’ Ik herinner me dat ‘Israelites’ op een schitterende manier werd gebruikt in de film ‘Drugstore Cowboy’ van Gus Van Sant. Ik herinner me ook dat dat concert in Molenbeek bijzonder vrolijk was, en dat ik daar meer dan een uur als een jonge hond heb staan dansen. Dank je voor die momenten van zorgeloosheid en vreugde, Desmond.

24-05-06

LOF VOOR EIGENZINNIGHEID



In de Standaard las ik een intelligente, jubelende bespreking van het optreden van Neko Case in de Botanique vorige zondag. Het artikel van Peter Vantyghem is een hart onder de riem voor allen die van eigenzinnige kunstenaars houden, van mannen en vrouwen die hun eigen weg gaan en (daardoor) weinig bijval vinden bij het grote publiek en in de massamedia, wat voor deze outsiders wellicht een geluk is. Bedankt, Peter Vantyghem. Ik wil je graag even citeren:

“Ze is ook nog maar in kleine kring bekend. Country geniet in Vlaanderen sowieso weinig bijval en Case pakt die Amerikaanse traditie ook nog zo eigenzinnig aan, dat ze algauw voer voor fijnproevers wordt.”

“Dat ze zou eindigen met ,,Hold on, hold on'', de meest autobiografische song die ze ooit schreef, was te voorzien. Het is een van de beste songs die dit jaar al verschenen, een klein wonder van harmonie en sfeer, gezegend met een mysterieuze tekst over het gevecht tussen moraal en de demonen in jezelf.”

“Neko Case is een van de boeiendste Amerikaanse artiesten van het moment, zonder twijfel een groeier. Nu ze op een groter label (Anti) zit, is het tijd dat ze ook in Europa bekender wordt.”

Ik denk dat dit de eerste keer is dat ik de Vlaamse pers citeer. Maar ik kon er niet aan weerstaan. Het enige wat ik mij afvraag is waarom er geen woord af kon voor Catherine Irwin, nochtans ook een meer dan middelmatige ‘country noir’ zangeres. Ik vind ‘country noir’ overigens een uitstekende omschrijving voor dit genre. En het besef dat je als 'fijnproever' niet alleen staat geeft een bijzonder aangenaam gevoel. Mijn dag kan niet meer stuk, maar dat zeer terzijde gezegd.

22-05-06

VERLIEFD OP NEKO CASE

pop,popcultuur,botanique,live,concert,neko case,catherine irwin,oekraiene,james ellroy

Neko Case

Gisteren dat concert van Neko Case & Her Boyfriends. Of hoe heet haar band? Want die schijnt nogal eens van naam te veranderen. Wat kan ik nog schrijven zonder op een teenager te zullen lijken? Ik denk dat ik voor een keer eens aan écriture automatique ga doen. Hold on to that teenage feeling… Impressies, associaties, dingen die in mijn hoofd zitten, feiten, verzinsels… Ik ben alleen al een bewonderaar van Neko Case omdat ze een heel mooie cover opnam van The Train From Kansas City van the Shangri Las. Minder goed dan de originele versie, maar beter dan die meisjes het deden is niet mogelijk: de Shangri Las waren het hoogtepunt van de meisjespopmuziek, ‘the leaders of the pack’. Neko Case werd in 1970 geboren in Alexandria. Misschien is het daardoor dat haar teksten zo literair zijn? Het is alvast geen bakvissenpoëzie in de ‘stijl’ van Avril Lavigne, Robbie Williams & Serge Simonart. Neko Case stamt af van een oud Oekraïens geslacht. Dat waren daar allemaal nihilisten in de negentiende eeuw. Er was daar in die jaren niets te doen. Daarom trokken vele Oekraïeners naar Canada en de wouden van Oregon, op zoek naar goud en pelsdieren. In zekere zin kan het nog altijd. Lees er TC Boyle maar op na. Niet dat die afkomst, dat ‘eigen volk’, veel uitmaakt. Of toch wel? Kennelijk heeft de zangeres voor de teksten van haar jongste cd, Fox Confessor Brings the Flood, inspiratie gezocht in de geschiedenis van haar voorouders, in verhalen, mythen en sagen uit Oekraïne. Daarmee is nogmaals bewezen dat countrymuziek niet zuiver op de graat is. Het is een hybride volksmuziekvorm, de invloeden komen van overal waar je reizen kan. Alexandria ligt in Virginia. België in Congo, Vlaanderen in Oost- en West-Vlaanderen.

Neko Case zag er gisteren uit als een vermoeide vos, niet meer in staat tot streken. Nogmaals een vermoeide zangeres! Ja, ook weer zulk uitgeput meisje, net als Bettye Lavette een week of zo geleden. Wat is dat toch met die vrouwen van tegenwoordig, jong en oud? Overigens is zondag niet de beste dag om naar een rockconcert te gaan. Zelf zit je al met ‘maandag op het werk’ in je hoofd en de muzikanten gaan onder hun kater of hun cold turkey gebukt en zijn verward en humeurig. Dat was nu niet anders dan toen ik ooit Television in de Botanique zag spelen. Tom Verlaine, een groots gitarist, was die avond bovendien zeer boos omdat een of andere klootzak zijn gitaar had gestolen. In die tijd werden trouwens geregeld wat oudere mannen vermoord tussen de struiken en plantjes van de Botanique. Ik had die avond een kater van hier tot in Antwerpen. Om vijf uur ’s ochtends had ik nog op de foor rondgehangen, tussen immense roze beren en miereneters. En toch niet vermoord. Some guys have all the luck.

Neko Case is een Oekraïense schone, of heb ik dat al geschreven, met haar dikke rode haren en doordringende oogopslag. Soms kijkt ze je echt brutaal in de ogen. Ik zag haar ook een jaloerse blik werpen op mijn Bettye Lavette T-shirt. Ze is sexy, zonder dat ze daar veel inspanningen voor doet. Ze had geen make-up op. Ze droeg een heel gewone, maar toch stijlvolle jeans en een Fleetwood Mac niemendalletje van een T-shirt aan. Ze had niets te vertellen. Ze zong. Eerst was dat gewoon zingen, geleidelijk aan werd het hart en ziel. (Dit lijkt wel wat op de stijl van James Ellroy, geloof ik. Of heb ik weer teveel bourbon gedronken? Die man begint elke zin met hetzelfde woord. Die man is een schrijven. Die man kan schrijven. Die man verdient veel geld.)

Haar tweede cd Furnace Room Lullaby, uit 2000 kreeg lovende kritieken in de ‘muziektijdschriften.’ Ook de daaropvolgende cd’s, Blacklisted en The Tigers Have Spoken kenden succes bij degenen die zich kenners noemen. Kenners... Pfff... De opkomst gisteren in de Botanique gaf eerder de indruk dat een debutante het podium zou betreden.

 

pop,popcultuur,botanique,live,concert,neko case,catherine irwin,oekraiene,james ellroy

Catherine Irwin

Het zogenaamde voorprogramma was ik bijna vergeten. Neen, Catherine Irwin (van de alternatieve countrygroep Freakwater) is evenmin een groentje. Haar set was boeiend en overtuigend. Het was zo’n vrouw alleen met gedeconstrueerde traditionele liederen uit de Appalachen en blasfemische gospel en ze stond daar op dat podium met in haar blikveld allemaal onbekenden, die in die kelder bijeen waren gekomen zonder eigenlijk goed te weten waarom. Waarom eigenlijk? Waarom in vredesnaam in deze witloofkelder? Songs uitgevoerd zoals het hoort, in de stijl van The Carter Family en the Louvin Brothers, maar koel en soms cynisch. Catherine Irwin vond het jammer dat de apothekers gesloten waren, omdat de “hoestsiroop zo goed is in België”. Ook ‘ons’ witloof werd bejubeld; daartegenover staat volgens Irwin dat Kentucky, waar zij woont, slechts weinig te bieden heeft. En bourbon dan, vroeg iemand in het publiek zich luid af. Ja, zei Catherine Irwin, en de Kentucky Derby (waar Hunter Thompson zo waanzinnig aanstekelijk over heeft geschreven, lang voor hij zich een kogel door de kop heeft geschoten). Het begon meteen goed met My One Desire, en ging door in de traditie van ontsporing, onoverkomelijke honger en doodsdrift, met als hoogtepunt Will You Miss Me When I’m Gone van The Carter Family. Een mooie, sterke vrouw, met ongetwijfeld haar zwakke kanten. Veel van haar liederen gaan over drank, religie, slechte seks en het zich verdrinken in diepe, donkere rivieren.

Als ik het goed heb begrepen werd Neko Case begeleid door Jon Rauhouse (pedal steel), Tom Ray (bas, maar we konden de man niet zien, omdat hij achter een zuil stond te spelen), Paul Rigby (gitaar), Kelly Hogan (backing vocals) en Jason Creps (drums). Jon Rauhouse is een van de de beste pedal steelgitaristen die ik ooit aan het ‘werk’ zag. Ik zet dit woord tussen aanhalingstekens omdat ik me afvraag of je musiceren werken mag noemen.

Veel van de songs die de vermoeide maar vurige zangeres ten gehore bracht met haar dwingende, aan Patsy Cline’s verwante stem, kwamen uit Fox Confessor Brings the Flood: Maybe Sparrow (met een mooi la dee da dee da dee dum), Star Witness, Dirty Knife, Fox Confessor Brings the Flood, Margaret Vs. Pauline, That Teenage Feeling (alleen al de titel is een manifest), en Hold On, Hold On (“the most tender place in my heart is for strangers”), de afsluiter voor de encores kwamen. Tussen die songs werden wat oude parels rondgestrooid, zoals I Wish I Was The Moon Tonight (uit Black Listed) en een onvergetelijke versie van Dylans Buckets Of Rain, echt perfect uitgevoerd.

Een mooi assortiment instrumenten stond op het veel te kleine podium van de witloofzaal, waaronder een aantal oogstrelende akoestische gitaren, ook zo’n rode Gibson Hummingbird, die Neko Case regelmatig ter hand nam. Met haar zeer kleine vingers. Deze gitaar past goed bij haar liedjes, waar vogels vaak in figureren, en bij haar aantrekkelijke rode lokken.

En dan was er de tweede en laatste afsluiter, de gospel John Saw That Number. Waarna we in de kou van de witloof bar stonden. De concertzaal is een gezellige ongezellige kelder, met zuilen die het zicht hinderen. Gisteravond bevond zich daar bovendien nogal wat onbeschoft volk. Tijdens het optreden van Catherine Irwin stonden er twee mannen van zeker twee meter voor ons, en voor alle andere kleine(re) mensen. Of is dat niet onbeschoft? Vermoedelijk wordt daar niet meer over nagedacht. Zoals de Belgen niet nadenken bij het instappen in bussen of treinen of trams. (Ikke ikke ikke en de rest kan stikke.) Tijdens het optreden van Neko Case en haar vrienden kronkelde, ik weet niet hoe ik het anders moet noemen, voor me een vreselijk onbeschoft schepsel, volgens A. was het een vrouw, vet en met heel veel haar op het hoofd. Vanaf een bepaald ogenblik zag ik geen Neko Case meer maar alleen nog die vette kop en dat haar (dat ik helaas ook kon ruiken). Maar wat geeft het! Laat de mensen maar onbeschoft zijn. Ik geraak altijd nog wel op de metro, op de bus, op de tram, op de trein. Desnoods sta ik een kwartiertje. Als ik maar niet ben zoals de anderen. Als ik maar een glimp kan opvangen van een vrouw als Catherine Irwin, van een vrouw als Neko Case, van een steelgitaarspeler als Jon Rayhouse, van een Gibson Hummingbird. Dat volstaat. Dat maakt me gelukkig. En ook dit nog:

Last night I dreamt I've forgotten my name
'Cause I sold my soul
But I woke just the same
I'm so lonely,
I wish I was the moon tonight.

21-05-06

BEAT THE DEVIL

film,autobiografie,melancholie,medrol,cortisone,discussie,blogs,vijand,pop,popcultuur,bach,fugs,john coltrane,wiliam blake,beat the devil,john huston,truman capote,sonny boy williamson,schrijven,paul auster

Beat the Devil, John Huston

Na enige jaren opgewekt door het leven te zijn gegaan ben ik opnieuw ten prooi gevallen aan zwaarmoedigheid, en dat nog wel in het hart van de lente. Vloeit die gemoedsstemming nog altijd voort uit het gebruik van bepaalde ‘geneesmiddelen’ en, vooral, uit het ontwenningsproces? Ik weet het niet. We zullen wel zien. Ik heb er genoeg over gezeurd. 

Ik ben niet echt in de ‘mood’ om te schrijven. De interessantste uitspraken, wat mij betreft, staan in de commentaren bij dat polemisch stukje hiervoor. Ik vond het een boeiende discussie, maar ik wil er nu een punt achter zetten. Als ik er naar verwijs is het alsof ik het over een tekst van lang vergeten schrijvers heb, onverwachts ontdekt en enthousiast over die ontdekking. Het heeft niets met mezelf te maken. Het leek me gewoon goed om even vijand te zijn, om mezelf te definiëren, niet om iemand anders neer te sabelen. En nu die zeer tijdelijke ‘vijand’ met vakantie is wil ik hem zeker niet meer bestrijden. Ik neem aan dat deze zaak nu afgesloten is, ook al zijn er geen conclusies getrokken en werd niemand tot enige straf veroordeeld. Evenmin werd iemand vrijgesproken.

Ik kocht gisteren of eergisteren de nieuwe cd van the Flaming Lips, maar ik heb er nog niet naar geluisterd. Het zal wel de moeite lonen om dat wel te doen, maar ik heb voorlopig geen zin in muziek. Ik was zelfs vergeten mijn ‘jukebox’ in gang te zetten; dat heb ik nu wel gedaan, ik hoor the Cramps een nummer van Ricky Nelson verknoeien, dat moet ik maar snel wissen. Er is een tijd geweest dat ik van the Cramps hield, die is nu voorbij. Hun 'muziek' klinkt fake, je luistert dan veel beter naar Ricky Nelson zelf. En naar Bach, altijd naar Bach. Naar John Coltrane. Altijd naar John Coltrane. En waarom niet naar the Fugs, met hun Coca Cola Douche en How Sweet I Roamed From Field To Field? Dank zij the Fugs ben ik William Blake gaan lezen. En the Beach Boys, natuurlijk. De enige popmuziek die de popmuziek overstijgt, die groots is, tijdloos, overweldigend.

Gisteren en vanavond opnieuw zat ik te schaterlachen bij John Hustons Beat The Devil. Een oude film die ik nog niet had gezien. Je houdt het niet voor mogelijk. Alsof ik in een trailer woon, aan de rand van de stad. Met moordlust in mijn hart. Dat is natuurlijk niet zo… Ik heb Beat the Devil gewoon altijd gemist, ook destijds in het Filmmuseum, toen ik daar bijna elke dag het donker en het licht opzocht. Ik dacht dat ik daar alle films van John Huston had gezien. Maar niet. Ik heb in mijn hele lange leven geen gekkere, merkwaardigere film gezien dan Beat the Devil. Vraag me niet waar het over gaat, ik weet het niet. Het verhaal betekent niets. Truman Capote heeft het geschreven, als ik me niet vergis. In deze film van schitterende, geïnspireerde beelden, die vaak doen denken aan Bunuel en Vigo, en aan John Huston zelf, spelen de woorden de hoofdrol. Vanwege die woorden en het spel met die woorden heb ik zo gelachen. En natuurlijk vanwege de acteurs en actrices die die woorden uitspreken, ze op hun gezicht uitstrijken, vanwege de belichting die de woorden op hun gezicht accenten geeft, nuances, schakeringen, drama; vanwege John Huston, die middenin een woordenstroom de scène stopzet en overschakelt naar ‘something completely different’. >
Mijn hele lange leven heb ik niet eens geweten dat Jennifer Jones een echte sterke actrice was, even goed in het opwekken van de schaterlach als Groucho Marx of John Cleese.

Sonny Boy Williamson zingt inmiddels ‘Stop Right Now’ en dan zal ik dat maar doen. Wat ik nog wilde vermelden was de aanschaf van een nieuw scheerapparaat (voor mezelf!) en een nieuwe mobiele telefoon (voor A.) Waarom zulke banaliteiten vermelden? Binnenkort op dit scherm: de wederwaardigheden in verband met het gebruik van deze toestellen. Nu moet ik dringend naar the Flaming Lips gaan luisteren of, misschien veel beter, in bed met Paul Auster.