23-03-06

ALDABARAN IS EEN WOORD

 

muziek,schrijven,joni mitchell,for free,pop,denken,woorden

Het was het allergrootste waar hij aan kon denken, het meest abstracte, datgene waar hij geen naam voor vond. Geen woord. Beelden had hij niet ter beschikking, en hij bezat evenmin de vaardigheid, bijvoorbeeld in zijn handen, zijn goed verzorgde vingers, om wat zijn ogen zagen in begrijpelijke vorm te gieten. Hij zat stil op een stoel, kon slechts denken. Denken, denken, denken. Zelfs een flesje coca cola, ijskoud in de zon, betekende niets. Lola, Lolita, Aldabaran, niets. (Ïèëîò ðàñïîëàãàëñÿ ë¸æà â íåáîëüøîé êàáèíå â íîñó, ñ áîëüøîé ïëîùàäüþ çàñòåêëåíèÿ.)

Een appelboom, fluisterende stemmen van vrouwen in een dorp in de poesta. De verwoesting van dat dorp. De uitroeiing van volkeren. Niets. Hij zat stil op een stoel. Stoel betekende niets. Rolstoel, leunstoel, elektrische stoel. Denken. Tegenover zijn gedachten zag hij zich zitten als een volkomen vreemde. Er waren geen verwantschappen, geen aanknopingspunten, geen mogelijkheden voor een sprong in het duister, niets. Het was een afschuwelijke ontmoeting met …, die, zoals het zich liet aanzien, lang zou duren. Tot zuurstofgebrek en hersenbeschadiging zouden intreden. In de salon klonk Joni Mitchells heldere stem: 


Now me I play for fortunes
And those velvet curtain calls
I’ve got a black limousine
And two gentlemen
Escorting me to the halls
And I play if you have the money
Or if you’re a friend to me.

He was playing real good for free...

GEHEIME LEVENS

 

schrijven,toeval,lente,melancholie,andy warhol,beroemd,vrienden,paul auster,paul theroux,guy debord

Guy Debord


Toevallige dingen die in je leven gebeuren: daar moet je op letten, ze vormen je geheime leven. Dat heb ik van Paul Auster geleerd, en van Paul Theroux ook wel een beetje. Wie had ooit gedacht dat de zoon van Paul Theroux, Louis, beroemder zou worden dan zijn beroemde reizende vader? Paul Theroux heeft een boek, Mijn geheime leven. Er staat niets in over de roem van zijn zoon. Dat kan ook niet, die jongen was toen nog niet beroemd.

Elke mens heeft een geheim leven, een ander leven, een schaduw, een dubbelganger (hij is zelf zijn eigen dubbelganger). Ik bied mijn verontschuldigingen aan de vrouwen aan voor het gebruik van de hij-vorm, de hele tijd. Maar wat doe je eraan? Het zijn conventies.

Ik ontdekte vorige nacht dat een goede vriend van me, die ik al een tijd niet meer heb gezien, 'beroemd' is op het Internet. Heel toevallig ontdekt door een tekst van Guy Debord op te zoeken. Ik vertel er nu niets over, ik geef zijn identiteit niet prijs. Eerst met hem over praten.

Het is wel fantastisch toch dat de lente is begonnen. Maar om daar nu meteen een gedicht over te gaan schrijven? Ik schrijf, denk ik, liever over kelders, junkies, ellendige toestanden, de 'zwarte zon van de melancholie' dan over aprilvissen en krokussen en dergelijke meer.

Andy Warhol had echt wel gelijk met zijn boutade dat we allemaal 15 minuten roem zullen kennen. Het is al zo ver.

Ik liep voorbij een etalage en zag een dvd van Buñuel liggen, vijfendertig euro. Een surrealistische grap waarschijnlijk.

22-03-06

WERKEN EN DROMEN



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 




Het is al een hele tijd geleden dat ik een dagboek bijhield. Ik moest er elke dag iets in noteren, ook op dagen dat ik niets te vertellen had, het was een ware obsessie. Geleidelijk aan nam die innerlijke dwang af. Ik ging berusten in het feit dat er periodes zijn in het leven die niet de moeite waard zijn om bij stil te staan, of dat die er wel zijn maar dat je de energie niet hebt om er iets mee te doen. Er kwam minder en minder in mijn dagboeken terecht. Soms kreeg ik maar twee of drie bladzijden op een heel jaar gevuld. Ik ben er dan maar mee gestopt. Wellicht had ik voldoende gezeten en gezwegen, mijn ‘onbewuste’ dwong mij om in beweging te komen, om te leven. De stad in, de nacht, dansen, rock & roll, reizen. De orde die het dagboek aan mijn leven had gegeven maakte plaats voor chaos. Alles verbrokkelde. Waar geloofde ik nog in? Wat waren mijn idealen? Waarom was ik tegen uitbuiting en onderdrukking, waarom noemde ik mij progressief en verdedigde ik de vrijheid van denken en doen? Ik had geen houvast meer. Erger nog, misschien, was dat ik mijn dromen vergat. Ik werd ’s morgens of ’s middags of ’s avonds wakker en er was niets meer over van het ‘nachtelijk’ bestaan, geen spoor (zeker geen bewust spoor). Ik wist met zekerheid dat ik nog droomde maar doordat ik de dromen niet meer systematisch noteerde in mijn dagboek – of nachtboek – bleven ze in het onbewuste achter. De hersenen waren niet soepel genoeg meer om ze in heldere beelden en zinnen om te zetten, om ze te vertellen. Af en toe noteerde ik nog wel eens iets op een stukje papier, maar dat was uitzonderlijk, op reis bijvoorbeeld. En zo is het nog altijd. Maar ik wil daar verandering in brengen. Ik houd nu ongeveer een jaar een weblog bij. Dat is natuurlijk niet hetzelfde als een dagboek. Een dagboek is een gesprek met jezelf, een weblog is mededeling. Je spreekt de anderen rechtstreeks aan (of toe). Wees gerust: ik zal hier geen bladzijden vol dromen noteren, want dat is zeer vervelend. Maar ik wil samen met het werk aan deze notities toch ook opnieuw op zoek gaan naar mijn nachtelijke schatten en verschrikkingen, en wat ik op die manier opdelf als grondstof gebruiken voor allerlei kunststukjes en duizelingwekkende evenwichtsoefeningen.

In ‘Donderslag op muziek. Een keuze uit zijn kladboeken’ van Lichtenberg (1742-1799) las ik vanmorgen het volgende:

“Wanneer ik in een droom met iemand redetwist en hij weerspreekt en onderricht mij, ben ik het die mijzelf onderricht, dus nadenkt. Dat nadenken wordt dus als een vorm van gesprek beschouwd. Kunnen wij ons er dan over verbazen dat volken in vroegere tijden datgene wat zij met betrekking tot de slang dachten (zoals Eva deed) als volgt uitdrukten: ‘De slang sprak tot mij. De Heer sprak tot mij. Mijn geest sprak tot mij.’ Omdat wij eigenlijk niet precies weten waar wij denken, kunnen wij onze gedachten de plaats toewijzen die wij verkiezen. Zoals men kan spreken dat het lijkt alsof het gesprokene van een ander afkomstig is, zo kan men ook denken dat het lijkt alsof wat wij denken tegen ons wordt gezegd: het daimonion van Socrates enzovoort. Hoe verbazend veel zou nog door middel van dromen kunnen worden ontwikkeld.”

16-03-06

QUE SERA SERA


Net zoals in oktober vorig jaar blijf ik met een hardnekkige hoest zitten en wil ik er eigenlijk niet over klagen. Ik zal deze keer ook niet naar Kafka verwijzen en naar de sterfelijkheid van al het ondermaanse leven. Samen met alle Belgen kijk ik reikhalzend uit naar de lente; naar zachte avonden en lichtvoetige ochtenden vooral. Zo ben ik dan toch zoals iedereen. Ik ken alvast niemand die niet van ‘onze’ zachte lenteavonden ergens dicht bij het water of onder een boom zit te dromen. Dat de twee magnolia’s bij ons om de hoek maar vlug in bloei staan, hoe kort dat ook duurt!
Deze middag liep ik vliegensvlug door de koude stad, met twee t-shirts, een hemd, een vestje, een dikke trui, een dikke sjaal, een warme leren jas aan en een Baskische pet op. En nog had ik kou. Dat is hoegenaamd niet normaal. ’t Zal allemaal wel door die hoest komen.

Toch ging ik, door de stad lopend, van een positieve veronderstelling uit: dat ik in april en zelfs in mei nog onder de levenden zou zijn. Ik ben namelijk kaartjes gaan kopen voor Bettye Lavette, Emiliana Torrini en Jenny Lewis (in de AB) en voor Neko Case (in de Botanique). Met Lucinda Williams heb ik nog wat gewacht. Ze komt pas op 3 november, zo optimistisch ben ik nu ook weer niet. Of toch wel. Ik denk dat ik op 3 november in Andalusië zal zijn, in Cordoba misschien, of in het geliefde Cadiz, om er met mijn oude vrienden samen te zijn en te lachen met elkaars grappen, ook al verstaan we elkaar nauwelijks. Of zal ik naar Miami vliegen en het gezelschap opzoeken van dames met purperen haar? Of in Mexico op zoek naar het hoofd van Alfredo Garcia.

For I have known them all already, known them all:—
Have known the evenings, mornings, afternoons,
I have measured out my life with coffee spoons;
I know the voices dying with a dying fall
Beneath the music from a farther room.

TS Eliot, uit: The Love Song of J. Alfred Prufrock

15-03-06

GEMISTE KANSEN?

trein,dagdroom,meisje,gedicht,baudelaire,voorbijgangster,lezen,antwerpen,brussel,berchem,musil,schrijven

Gemiste kansen, gemiste ontmoetingen. Wat had er niet allemaal kunnen gebeuren op de trein Berchem-Brussel en terug, elke werkdag van november 1988 tot juli 1991? Ik dacht dat het een lange periode was, maar als ik die data nu zie staan, is het eigenlijk maar kort geweest. Zo schreef ik ooit een gedicht voor een voorbijgangster, die ik bijna elke ochtend tegenkwam op weg naar het station van Berchem, het was een vrij jong meisje, met veel zwart rond de ogen. Ze keek me altijd recht in de ogen, wat toch wel ongewoon is, en wat mij soms kippenvel deed krijgen. Ik heb haar het gedicht nooit durven geven. Ik weet ook niet waar het is. Het zal wel een bijzonder slecht gedicht geweest zijn, een beetje in de stijl van Baudelaire’s ‘A une passante’.

Een andere zaak is dat ik tijdens die treinritten honderden boeken heb gelezen, waaronder 'De man zonder eigenschappen' van Robert Musil. Heb ik dan wel iets gemist?

10-03-06

DE WEG NAAR HET LICHT

anselm kiefer,tim buckley,pop,leven,boeken,nietzsche,holderlin,kunst

Vandaag van hoog naar laag en van laag naar hoog. Laag na laag. Licht en donker. Heavy metal onder de leden, pluimgewichtkampioen in mijn kamer. Noem mij maar Hamlet. Ik zat te lezen in de krant. Ik zat te lezen in Anselm Kiefers loden boeken. Hun betekenis heb ik lang geleden ontdekt. Het is ook het geheim van Hölderlin en Nietzsche. (Is het dan nog wel een geheim?) Je bent zowel thuis waar je woont als in het vreemde. Het vreemde is je vriend en is een veld vol doden. De loden boeken worden in de toekomst gelezen: zij bevatten, bewaard op hun bladzijden, de huid van de wereld. Vanuit een redelijke hoogte bekeken.

Anselm Kiefer en daarna Tim Buckley’s Buzzin’ Fly en alles is goed. Zoals het moet zijn. Huid van de wereld en droefheid. Lachend als de boeddha die je nog moet ontmoeten, onder kersenboom in bloesem. Wachtend op de geliefde, om mee te eten en drinken en slapen.

Excentrieke mensen leven langer, zei me eens iemand. Hij of zij had het ergens gelezen of op televisie gezien, misschien in een talkshow. Misschien dat een wijsneus dat daar beweerde. Ik ken alleen maar dode excentrieke mensen. Ik wil heel lang leven. Dat heb ik Simon Vinkenoog ooit eens horen zeggen: ik wil heel lang leven. Die excentrieke wegwijzer is goed bezig.

07-03-06

SUB SPECIE AETERNITATIS


love itself

De zon schijnt door de wat vuile ramen, daarbuiten de nu nog kale bomen van het Astridpark en het groteske voetbalstadion. Nog verder de stad met al haar verlokkingen en gevaren. Je kunt er te voet naartoe, maar dat is ver. Beter de metro nemen, of de tram, of de bus – allemaal mogelijkheden vlak bij de deur. Maar ik blijf binnen omdat het moet. Ik ben ziek. Ik typ dit nu vlug met één hand, mijn rechter; mijn linkerarm kan ik niet bewegen, omdat een spier in mijn nek is ontstoken. Dat doet nogal wat pijn, vooral ’s nachts als ik er wakker van lig. Het is ook bijzonder vervelend omdat ik nu niet kan werken. Ik kan bijvoorbeeld mijn hoofd niet draaien, naar links noch rechts. Ik kijk nu recht naar het scherm. Wees gerust, ik zal niets citeren, dat gaat gewoon niet, of ik zou het citaat van een andere website moeten knippen en hier dan in plakken. Maar dat zal ik niet doen. Naast die spierontsteking ben ik ook nog opgezadeld met een virale infectie van de luchtwegen. Kop, keel, neus… Veel geklaag en veel wol, tegen de kou. Dat de winter maar gauw het land verlaat. Hij is nu lang genoeg onder ons geweest.

Ach, het is allemaal niet zo belangrijk, sub specie aeternitatis. Ik moet mezelf gewoon beter verzorgen, binnen mijn grenzen blijven, de gulden middenweg niet uit het oog verliezen. Nu moet ik deze kleine kwalen verduren. Er zijn boeken, misschien kan ik toch een uiltje knappen na het lichte middagmaal en daarna als het kan een film bekijken. Wat zachte muziek beluisteren, een glaasje water drinken. Vooral niet moeilijk doen en het niemand lastig maken.

02-03-06

GLIMLACH VAN DE KOSMOS


Max Ernst over de 'dubbele ervaring' in een bos. Je kunt er vrij ademen, zegt hij, maar je voelt je beklemd, opgesloten tussen al die bomen. En Tammy Wynette die ik nu I'm Only A Woman hoor zingen, met haar purperen stem. Al die werelden die je opsluiten en weer vrijmaken. De grote glimlach van de kosmos, de bodemloze droefheid van de sterren, de vrolijkheid van een niesbui.

19-02-06

MONSTERS, FILMS, SLAPELOZE NACHTEN

las vegas,zelfportret met vrienden,nabokov,pop,associaties,droom,slaap,william blake,frida kahlo,monsters,film,billy wilder,ray milland,syd barrett,goya,irrationeel,rationeel,fantasmen

Tussen waken en dromen, vorige nacht, dacht ik terug aan een passage uit de nostalgische trip ‘Zelfportret met vrienden’ (15 juni 2005 in hoochiekoochie). Oude gezichten kwamen me weer voor de geest: ik zag de naam van een vriend, die in de tekst zeker voorkomt, opflitsen als op een billboard in Las Vegas (of in een film die zich daar afspeelt, Casino bijvoorbeeld, of Leaving Las Vegas, zelf ben ik nooit in die ‘stad van de zonde’ geweest). Die naam hield me door alle associaties die eruit voortvloeiden lange tijd uit mijn slaap, maar nu ik er wil naar teruggrijpen, omdat ik denk dat het belangrijk was, en er iets over wil schrijven, schiet me niets meer te binnen. Ik heb de autobiografische tekst al twee keer nagelezen en hier en daar een correctie aangebracht, en zelfs een paar namen veranderd, maar de associaties blijven achterwege. Natuurlijk had ik de voorbije nacht moeten opstaan en snel noteren wat me door het hoofd ging, maar ik was ervan overtuigd dat ik me alles nog zou kunnen herinneren. Niet dus. Wellicht was het dan toch niet zo belangrijk, maar ik voel me desondanks behoorlijk gefrustreerd. Het is alsof je een voorwerp binnen handbereik hebt, maar je kunt er net niet aan, en er is ook geen enkel voorwerp dat je kan helpen om het toch nog naar je toe te halen. Misschien heb ik daarna te goed geslapen, en is de herinnering daardoor te diep weggezonken?


De nacht ervoor had ik nauwelijks geslapen. Ik dacht werkelijk dat ik gek werd. Als ik mijn ogen sloot doken allerlei monsters op, eerder van menselijke dan van niet-menselijke aard. Zoals ik nu de associaties met de naam niet kan oproepen, kon ik toen de wangestalten niet verjagen. Waar kwamen ze vandaan? Wat was er met me aan de hand. Als ik dan even het licht aandeed verdwenen ze meteen, alsof het vampiers waren. Misschien moet ik voortaan met een groot kruisbeeld op mijn borst naar bed of wat lookbollen op mijn nachtkastje leggen in plaats van boeken. Ongetwijfeld was het een soort van delirium, maar hoe ben ik daaraan ten prooi gevallen? William Blake zag engelen en duivels en kon daar goed mee leven, hij converseerde er zelfs mee. Dat was bij mij niet het geval. Ik hoopte alleen maar dat ik niet gek zou worden, dat ik mijn ogen zou kunnen sluiten en niets meer zien van die gedrochten, dat ik de slaap zou kunnen vatten. Voor het slapen gaan had ik naar de vrij middelmatige Frida – over het leven van Frida Kahlo – gekeken. Daar komen ook nogal wat monsters en vreemde creaturen in voor, goed in beeld gebracht, maar niets om bang voor te worden, speels als eruitzagen, ook al waren het vaak geraamtes en doodshoofden.: typisch Mexicaans. Zouden zulke oppervlakkige beelden, als dagrest, zulke ernstige gevolgen kunnen hebben? Moeilijk te geloven. Gelukkig waren het geen beestjes, die ik zag, of ik zou nog gaan denken dat ik alcoholist ben, zoals Nicholas Cage in de hierboven genoemde film Leaving Las Vegas, of erger nog, zoals Ray Milland in The Lost Weekend, Billy Wilders schitterend portret van een alcoholist .

Ook nog voor het slapengaan had ik wat liggen lezen in Nabokovs eigen voorwoord bij zijn Bend Sinister. Ik had het vervelend en vergezocht gevonden: zijn verwijzingen die me niet echt meer interesseerden, zijn woordspelingen, anagrammen en ‘russismen’, zijn gecultiveerde wereldvreemdheid en politieke onverschilligheid. Ik had daarop toch een paar bladzijden in de roman zelf gelezen, maar zonder dat het me iets deed. Daarna duisternis en monsters. Misschien, en dat hoop ik echt, zal het de slaap van de rede geweest zijn. Ik ben zeer verheugd dat de rede er weer terug is, ook al verheerlijk ik vaak, misschien te vaak, het irrationele, zoals gisteren in mijn lofzang op Syd Barrett. Maar zo is het nu eenmaal en zo ben ik nu eenmaal: ik zal met mezelf moeten leven. De rede gaat niet zonder het irrationele, zoals het leven niet zonder de dood gaat en liefde niet zonder haat en ontmoeting niet zonder afscheid.

01-02-06

LAURA'S EPILEPSIE

epilepsie,rousseau,ziekenhuis,stendhal,parma,mazzy star,belgie,ziel,psychoanalyse,val,beth orton,geliefde,verlangen

Agnes Anquinet door Martin Pulaski


Het eerste lied dat iTunes vanavond voor me selecteert is Give You My Loving van Mazzy Star. Het gaat over absolute liefde, liefde tegen beter weten in. Toeval? Ik wil niet meer geloven in toevalligheden. Ik wil nergens in geloven. Ook niet in de val, en evenmin in de hoogmoed die voor de val komt. Ik ben niet hoogmoedig, maar ik zal toch wel vallen, zoals iedereen. Maar ik geloof niet in de val, in die verdomde metafoor. In mijn hoofd dwarrelt alles. Alles dwarrelende zwarte sneeuw. Alsof het van de honger zou zijn. Maar dat hebben we niet, honger. Een kap op je hoofd, tegen beter weten in. Ja, want geen kap is tegen fijne stofdeeltjes bestand. Geen kap tegen de alledaagse dramady. Devil Was An Angel is ook niet slecht gekozen. Dat is het tweede lied dat voor me wordt gespeeld. Zelf kies ik niet meer. Ik laat het aan automaten over om mijn val door gepaste muziek te laten begeleiden. Beth Orton is dat. I’ll take the plane to Madrid. Dat zou ik ook willen doen, met mijn geliefde, die nu te slapen ligt. Mijn engel en duivel. Kon ik maar alles vertellen! Maar dat wil ik niet. Ik wil mijn ziel niet blootleggen. Of toch wel, die van mij wel, in navolging van Rousseau, dat heb ik hier al gezegd. Maar ik wil de zielen van degenen die ik liefheb niet blootleggen. 

Wat vandaag gebeurd is, is al vaker gebeurd. Een medische val. Onderzoeken, scans, medicatie. Afwezige ogen waar ik mij in spiegel, alsof ze vijvers zijn en ik Narcissus. De dokter een jonge Duitse vrouw, met een stevige handdruk. Een fijne vrouw, met veel karakter en gezonde medische twijfels. Meer onderzoeken? Ja, meer onderzoeken. Vallende ziekte? Niets is zeker. Het lichaam bestaat uit veel water, veel bloed, en organen, en onzekerheid, geheimen. Geheimen, daar kan ik niet mee leven. Ik wil het lichaam en de geest en alles, in wiskundige formules. Alles zoals het is, zonder poespas. In duidelijke, heldere woorden. Een stevige handdruk.


Vanochtend, toen ik afscheid nam van de gravin uit Parma, dacht ik dat ik zelf het slachtoffer zou zijn. De lucht die wij hebben verwoest, zou mij op haar beurt verwoesten. De gassen. Het vergif dat in de groote oorlog miljoenen soldaten verwoestte. Hetzelfde gif, maar een andere soort. Ik dacht, ik haal het niet. Maar een mens is sterk. Ik probeer nu mijn verwarring te boven te komen en duidelijke taal te spreken. De wirwar weg te jagen. Spinnenwebben, tentakels, spiralen, geknoei met woorden, gesukkel met taal. Mijn grootste geliefde. Ik zou deze tekst al kunnen indelen in paragrafen, bijvoorbeeld.

Doch! Wil ik dat wel? Wil ik helderheid als niets helder is? De Vlamingen zijn gek, dat wel. De koning van België. Laten we er niet over beginnen. Mijn geliefde viel nog eens een keer. Nee, ze struikelde niet over metaforen. Over zichzelf struikelde ze, over haar verwarde jaren. Te veel gevoelens, te veel pijn overgehouden, te dicht bij het schroeiende kwaad gestaan. Onlangs vergeleek iemand haar met Gwyneth Paltrow. Gisteren zag ik, glunderend, The Royal Tenenbaums, en ik zag dat het waar was. Onder andere heeft ze dezelfde tenen. Dat heb ik deze middag in het hospitaal nog kunnen observeren, in zo’n spoedgevallenkamertje waar iedereen voorbijloopt en even binnenkijkt.
En dat lied van Mazzy Star? Je moet je er natuurlijk de stem van Hope Sandoval bij voorstellen. Dit zijn alleen maar de woorden:

Give you my lovin’,
Seven days a week
I’ll be a honey,
If you’ll be sweet
I know I’m the only one for you
I know that you think this is not true
Man says it’s rainin’, rainin’ outside
I’ll be out there in a little while,
Cause you see rain reminds me of you,
And everything has turned to you
See you in places,
I’m following you
You’ll be upstairs,
And I’ll be there too
Everywhere you go I will follow
I know it won’t be the same tomorrow
People give me warnings,
Stay away from you
They say you’ll hurt me,
I don’t think that’s true
Discomfort arouses when I speak of you
As if you’ve been sayin’ something bad
About me
When I see you,
I want to kiss you
But I know that ain’t right
So I ask if I can hold you
Oh babe I need you so bad
Oh babe I only want to make you
Glad

31-01-06

HERINNERING AAN DOUG SAHM


Een beeld van een herinnering. Het beeld is de herinnering. De onophoudelijke strijd tegen het vergeten. In memory of wasted days and wasted nights. Doug Sahm in Hof Ter Lo. Een levende jukebox met een ziel. Jos en Leo en ik waren daar toen. Ik viel op m'n rug met drie glazen bier.

muziek,hof ter lo,antwerpen,herinnering,pop,doug sahm,foto,dak,jos d,leo,laura,jukebox

Op het dak haar rode benen onder het blauw van de hemel. Die zie je niet op de foto, die hemel. Ik zie hem wel. Nu, in de vuile donkere lucht. Nu in de miserie van de slechtere tijden. Ik postte dit gisteren al, maar de techniek liet het afweten. Wat hier stond was niet wat ik wilde zeggen. Wat wil ik zeggen? Wat wil ik betekenen?

26-01-06

DU NOUVEAU!


IDUCASSE


Denk je dat er nog woorden overblijven voor iets nieuws, iets wat de wereld versteld zou doen staan, op de manier waarop bijvoorbeeld Les Chants de Maldoror van Lautréamont dat moet hebben gedaan in de 19de eeuw? Dat is een vraag die me altijd heeft beziggehouden, en mij niet alleen natuurlijk. De vraag en misschien zelfs de antwoorden liggen voor de hand, maar het is nodig om af en toe bij iets stil te staan, en wellicht vooral bij iets dat voor de hand ligt.

19-01-06

PATTY HEARST EN HET ONZUIVERE LEVEN

sla,televisie,steely dan,raf,onzuiver,tegenstellingen,patty hearst,nietzsche,filosofie,naastenliefde

Ik ben volop bezig onzuiver te leven. Dat is ook niet slecht. Wat wit is is zwart en wat zwart is is wit. De woestijn een oceaan, de oceaan een woestijn. In mijn hart liefde voor degene die ver weg is, zoals Nietzsche me voorhoudt. Geen christelijke naastenliefde. Vriendschap dat wel. Maar de sneeuw is niet meer zoals vroeger. Dat wisten wel al, en elke dag weten we het beter. We kijken televisie, documentaires over de Rote Armee Fraktion, Rode Brigades, Symbionese Liberation Army met de charmante Patty Hearst als slachtoffer en ster, we zien de levende oorsprong van zowat alle hedendaagse muziek ten ondergaan in de zondvloed genaamd Katrina. Irma Thomas onverslagen bij haar verwoest huis, bij haar verpulpte inboedel. We kijken televisie en leven onzuiver. Not living the pure. Dat kan niet, in de vuile lucht, met leugenaars en dieven om ons heen. Gevaarlijke gekken op elke hoek van de straat. De groep Steely Dan bezong deze verschijnselen al in het begin van de jaren '70 van de vorige eeuw.

14-01-06

EENZAAMHEID EN PARADIJS


In het paradijs bestaat geen eenzaamheid. Een uitzonderlijke of geniale enkeling is er ondenkbaar. Zonderlingen en eenzaten, met een eigen wil, zijn er niet welkom. Overigens is de enkeling per definitie eenzaam. Hij lijdt omdat hij weet dat er voor hem geen paradijs is weggelegd: eenzaamheid en paradijs sluiten elkaar uit. De utopie van een paradijs, een gouden tijd, verwijst altijd naar de eenzaamheid, de mislukking van degene die een dergelijke utopie creëert.

dante2


"Dit kan niet zijn en dient door u begrepen,
als liefde wet is in het rijk der zaligen,
en u voor ogen staat van liefde 't wezen.
Juist tot het wezen van dit hemels leven
behoort het in de wil van God te blijven,
opdat in allen slechts één wil zal heersen."

Dante, Paradiso, iii, 76-81.

07-12-05

BERGMANESK, ETCETERA


zevende zegel
 

STILTE 1.

Heel stil ben ik en toch wordt wat ik niet zeg nog gehoord. Misschien wil ik wel dat mijn zwijgen wordt afgeluisterd, zoals de seriemoordenaar ernaar verlangt te worden gepakt (zegt het cliché). Zwijgen als de dood. Of van de dood een deugd maken? Dit klinkt allemaal wel Bergmanesk.

VRIJE WIL.

Het is mijn wens om vrij te zijn.Maar ik weet het niet. Ik voel me gebonden, opgesloten in een gevangenis van stilte en vergetelheid. "Free at last, free at last", maar toch werd hij doodgeschoten. Martin Luther King. Ik weet het echt niet of wij vrij kunnen zijn. Vaak citeer ik dan maar iemand, als ik het niet weet. Bob Dylan bijvoorbeeld:

“Life is sad
Life is a bust
All ya can do is do what you must.
You do what you must do and ya do it well,
I'll do it for you, honey baby,
Can't you tell?"
(Uit Buckets of Rain, op Blood On the Tracks)

SCHIMMEN.

Een schim is maar een woord. Maar een woord. Maar een woord kan diepe lagen aanboren, in de psyche, in het lichaam, in de wereld. Het woord schim is een pijl recht naar het hart. Het woord legt zenuwen bloot, haalt de grond onder de voeten weg. De schim waarover ik het onlangs had, was geen echte schim, geen visioen of hallucinatie, het was een woord, een metafoor, maar met een reële stem, met een duidelijk traceerbaar accent. Ik gebruik geen drugs en ben geen alcoholist.

VERONTWAARDIGING.

Ik ben met niets tevreden en heb niet echt iets. Niets om over naar huis te schrijven. Soms is er een kleinigheid, soms is er helemaal niets. Zelfs geen grond onder je voeten. Zelfs geen schim. Zelfs geen stem. Misschien heb je wel veel als je met alles tevreden bent, als je berust in je lot. Maar dat is dan ook weer niet goed. Gisteren las ik in de krant het woord 'verontwaardiging'. Dario Fo wil burgemeester van Milaan worden en zegt dat we te weinig verontwaardigd zijn over allerlei onaanvaardbare gedragingen en toestanden. Ik denk dat hij gelijk heeft en dan kun je natuurlijk niet berusten in je lot en met alles tevreden zijn.

STILTE 2.

Ik heb me stil gehouden. Door de ramen van de wereld gekeken tot ik erbij neerviel. Tegen die ramen gesproken, als er zich schimmen lieten zien. Naar de schimmen achter die ramen heb ik geluisterd. Vooral geluisterd, ja. Me stil gehouden. Nu ben ik op van de zenuwen, zoals men zegt. Schimmen. Woorden. Kon ik maar aan mezelf ontsnappen in een mooie, grote auto met een goedgeklede en zwijgzame chauffeur, om het even waar naartoe als het maar weg is van de wereld (zoals Baudelaire het wenste). Maar je weet dat ik dat niet kan, mijn lief, net zomin als ik een Bergman kan zijn.

27-11-05

SPOREN IN AUTOMATISCHE ZINNEN


Werelddingen, wendingen. Waarom dit en niet dat? When the night has fallen. Stand by me? Vrienden stellen geen vragen. Maken geen lijstjes? Geen lijsterbessen? Waarom niet? Angst voor waanzin, dronkenschap, afdwalen, verdwalen.

Een heel avontuur: van Antwerpen naar Brussel met natte voeten in de trein. Een sneeuwstorm, na de warme dagen, en nu wennen aan het vuur. Het vuur in mij, in jou. Het vonkje van de ziel. Ik kan geen zin meer zien en geen zinnen bouwen. Had ik een huis of een auto, dan misschien… Automatische zinnen. Zingenot. Maar de gave blijkt te verdwijnen. Een gebrek, een open wonde. Jongens, meisjes, vrolijkheid gevraagd op dit late uur, als de geliefden al lang te slapen liggen!

De nachtwacht ploetert door de sneeuw, maar waarschijnlijk heeft hij geen natte voeten. Of zij? Rode laarsjes? Cowboy boots. Blijft ze even staan voor mijn deur? Belt ze aan? Laat ik haar binnen? Sporen. Ja, ze laat sporen na. Uitwissen. Een nieuw leven beginnen, waar alles mogelijk is, geen draadjes, geen rafels, geen stenen tafels. Een vrij leven. Een toekomst tegemoet. Aan ziekte en dood ontsnappen en voor de liefde leven. Sporen van rode laarsjes, van Arthur Schnitzler en alle andere namen uitgewist.

25-11-05

WEG MET DE NACHTMERRIES


Het leven. Hoe we leven. Wat we doen. Dat. Woorden. Ik ben geen negativist. Ik heb de wereld lief, het leven, mijn leven, jullie. Dat we er zijn. Weg met de nachtmerries!

15-11-05

DE MYTHE VAN HET VERHAAL


Het is niet mijn intentie om van deze notities literatuur te maken. Niets spectaculairs, geen ‘voorstelling’, geen gepsychologiseer mag het worden. Zelfs als het daar soms op lijkt is het toch nooit psychologie, in sommige gevallen gaat het om na-zeggen, met woorden van anderen spreken, woorden die je je nog maar pas hebt toegeëigend die nog niet helemaal de jouwe zijn. Je moet daarbij natuurlijk wel op je hoede zijn.

Niemand kan in mijn plaats spreken. Niemand kan mijn plaats vervangen, niemand kan het verhaal van mijn leven vertellen. Er is geen verhaal. Het enige wat men over mij kan vertellen bestaat uit (al dan niet goedbedoelde) leugens. Of zal ik het, wat vriendelijker, verzinsels noemen? Wacht even. Er is wel een verhaal: dat is mijn leven zelf. Schrijven is daar een onderdeel van, een laag, maar zeker niet de enige. Tussen feitelijk verhalen en uitvinden (fictie) moet hier geen onderscheid worden gemaakt. De fictie als schriftuur behoort net zoals alle andere vormen van schrijven of uitdrukken tot mijn verhaal, mijn leven.

04-11-05

KONING VAN MIJN KAMERS


with javier 3


Waarom heb ik mij de voorbije nacht zo opgewonden over Dirk Steenhaut. Hij en zijn schrijfsels zijn dat niet waard. Waarschijnlijk reageer ik zo intens omdat ik oververmoeid ben. Ik heb de voorbije twee weken gemiddeld vier à vijf uur geslapen, soms, zoals afgelopen nacht, maar twee uur. Ik ben niet moe en ik ben uitgeput. Neen, hij is het niet waard. Steenhaut niet, en al de anderen niet. Schrijven moet je over het goede en over het bijzondere, over het ongewone en het unieke, maar dat is veel moeilijker. Je vindt er heel vaak geen woorden voor, bijzondere, ongewone, unieke woorden. Een eigen taal, zoals Louis Paul Boon er een had, zoals James Joyce er een had, zoals Franz Kafka er een had. Jij hebt die taal niet. Daardoor verval je snel in boosheid en geklaag. De boze mens voegt niets toe aan de wereld, tenzij hij zijn boosheid verrukkelijk verwoordt of in beelden uitdrukt. Ik voeg niets toe aan de wereld, alleen maar lacunes, ongenoegen, twistvragen. Ook ik ken geen synoniemen voor bloemkool of kabeljauw.

Ik heb weer dertigtal foto's op flickr gepost, van mijn studiereis naar Jaén, een provincie in Andalousië. En nu heb ik al zin om ze ongeveer allemaal weer te wissen, maar dat kan niet meer, want bezoekers hebben al hier en daar commentaren geschreven. Waarom wil ik ze weer wissen? Omdat ik ze niet uniek en ongewoon vind. Omdat iedereen die foto's had kunnen maken. Je moet alleen maar een digitaal fototoestel hebben en klikken, klikken, klikken. Ja, ik voel me weer eens dom en waardeloos. Maar dat gaat wel weer voorbij en dan ben ik weer de koning van mijn kamers en weet ik over alles alles.

19-10-05

VERNIETIGING EN ZELFVERNIETIGING

gauguin,muziek,neil young,pessimisme,ecologie,vernietiging,zelfvernietiging,pop,popcultuur

De orkanen blijven komen. Westerse excellentie. Wij vernietigen onszelf bijzonder graag met precisie. Hoe meer we ons met techniek omringen hoe ongelukkiger en hulpelozer we worden. We vernietigen niet alleen onszelf maar ook de aarde die ons heeft voortgebracht, en de dieren die ons vooraf gingen en waaruit we ontstaan zijn. Had Gauguin dan toch gelijk: best van al de 'wildernis' en zo ver mogelijk van de beschaving weg leven en sterven? Of zoals Neil Young nu zingt: bury me on the prairie. Neil Young zingt dat lied op een cd en een dvd, technische hulpmiddelen die ons de das omdoen, de nek omwringen, de adem benemen. Neen, ik ben in geen goede stemming. De goede vibraties vullen niet langer de ether. Welke remedies voor deze weltschmerz? Opium, morfine, ether, spinazie? Of toch nog een keer het utopische 'After The Goldrush' beluisteren?