09-08-06

MIJN KONINKRIJK VOOR EEN PAARDENMIDDEL

energie,slapen,paardenmiddel,new york dolls,patti smith,doping,antidepressiva,pop,popcultuur

Waarom schrijf ik veel gemakkelijker over ziekte, pijn en dood dan over genot en plezier? Waarom breng ik graag slecht nieuws? Nochtans zie ik mezelf als een hedonist. Als ik kon kiezen zou ik helemaal niets doen, denk ik. Gewoon wat in de wereld zijn. Nu eens hier, dan weer eens daar. Vroeger zou ik hier meteen aan hebben toegevoegd: en mensen ontmoeten. Maar dat verlangen is sterk afgenomen. En toch zie ik ze nog graag, vooral als ze namen en gezichten hebben.


Het is duidelijk komkommertijd in mijn hoofd. Ik val in slaap bij mijn eigen gedachten. Gisteren ben ik aan mijn dokter doping gaan vragen. Als coureurs dat nemen, waarom ik, doodgewone sterveling, dan niet? Hij wilde me meteen antidepressiva voorschrijven, tegen posttraumatische depressie. Maar dat wil ik niet. Dan lig ik zeker de hele dag te slapen. Ik heb een paardenmiddel nodig. Mijn koninkrijk voor een paardenmiddel. 

Lord give me something, zong Patti Smith ooit. Energy! En te denken dat ze nu alleen nog maar mineraalwater drinkt. Misschien moet ik inderdaad, zoals mij hier al werd aanbevolen, gewoon nog maar eens naar die goede oude New York Dolls luisteren. 'Personality Crisis' of zo. Misschien is dat nog de beste remedie.

'Too Much Too Soon' is een schitterende elpee van The New York Dolls, geproduceerd door de legendarische Shadow Morton. 'Personality Crisis' staat op de eerste elpee van the New York Dolls, eveneens een aanrader.

 

energie,slapen,paardenmiddel,new york dolls,patti smith,doping,antidepressiva,pop,popcultuur

Shadow Morton

23-07-06

"EEUWIGE ROEM"


Het is geen toeval dat Hölderlin hier weer opduikt. Er is een duidelijk verband met Syd Barrett, zij het niet uitgesproken inhoudelijk. Wat beide mannen verbindt is de verbluffende uniciteit; zij sprongen uit de band, waren op artistiek vlak ver vooruit op hun tijd. Zij waren heldere sterren, onverschrokken in hun jeugd, overmoedige ontdekkers – maar wat doofden zij snel uit! Beiden gingen al op jonge leeftijd de nacht van de waanzin in, zij trokken zich terug in een soort van kunstmatige baarmoeder, de ene in een toren, de andere in het huis van zijn moeder, bij wie hij vaak in de tuin zat, zo wordt beweerd. Wellicht hebben zij het leven ervaren als een ballingschap uit het paradijs, dat gelegen is kort bij het hart van de moeder.

Hölderlin was in zijn tijd geen populaire dichter, maar hij oefende desondanks aantrekkingskracht uit op de jongere generatie. Hij kreeg heel wat bezoek, in weerwel van zijn weinig coherente monologen en zijn eentonig pianospel. Syd Barrett was een levende legende. Bekende en minder bekende, vooral Britse, popzangers volgden zijn voorbeeld, zoals David Bowie en Kevin Ayers. Hölderlins dood heeft weinigen beroerd, later is zijn aanzien gestegen, vooral bij filosofen als Nietzsche en Heidegger. Een van zijn voornaamste volgelingen in de Nederlandse taal was Lucebert, een van onze beste dichters. Syd Barretts dood heeft velen geraakt, zowel tijdgenoten, mensen van mijn leeftijd, als jongeren. Beide kunstenaars zullen zolang er mensen bestaan verder leven.

14-06-06

JE MOET DOOR EN DOOR MODERN ZIJN


ascenseur


“Wie weet waar ik terechtkom, moet ik hebben gepeinsd. Ik ben nog altijd thuis, en ik blijf dromen van Timboektoe. Maar waar zal ik morgen zijn?” Dat schreef ik gisteren. Nu is het vandaag en ik ben nog steeds thuis, waar het eten en de wijn het beste smaken. Hier thuis zing ik zoals ik gebekt ben. Of zing ik helemaal niet. Ik kan nog altijd kiezen. Of is dat ook al van tevoren voor me uitgestippeld, wat ik zal kiezen? Laten we maar niet over Plato’s grot beginnen, over onze blindheid – of is het verblinding? -, over de afwezigheid van religie in de hedendaagse maatschappij, “once i was blind now I can see”. Over de tijd toen je kon zeggen dat je op weg was naar het licht. Ik zal daar niet over praten. We zijn niet op weg en er is geen licht. Dat geeft ook niet. Er is de gewone weg, er zijn straten, autosnelwegen, die echt bestaan, ook al duiden we ze met woorden aan, om elkaar erop te wijzen dat ze bestaan. Er is ook licht, maar het is het gewone licht van de zon, of van een of andere lamp of straatlantaarn. Het licht in de werken van Edward Hopper was al zulk licht: het kwam niet van god noch engel noch duivel. Het was het aanwezige licht. Die werken van Hopper, met dat licht, hebben de beeldenwereld waarin we nu leven sterk bepaald. Heeft hij er zelf kunnen voor kiezen om zo te schilderen of heeft hij gewoon gedaan wat hij dacht te moeten doen?

Opeens heb ik het gevoel dat ik nu in Parijs zou moeten zitten, in een café op de linkeroever, Les Deux Magots of zo, maar dan in de jaren vijftig, toen het nog geen peperdure toeristenval zal geweest zijn. Daar zaten de mannen te filosoferen over de nieuwe wereld, de wereld die sommigen van hen hadden helpen bevrijden van de nazi’s. Ik denk dat ze een beetje filosofeerden zoals ik nu doe, maar zij deden het onder invloed van amfetamine, dat leek toen nog iets onschuldigs; soldaten namen de drug om ’s nachts wakker te kunnen blijven, om nog beter kanonnenvlees te zijn, vlees dat ten gevolge van de artificiële energie en daarmee gepaard gaande waakzaamheid, net iets langer meegaat. Ze filosofeerden en kleedden zich in het zwart. Dat valt minder op in de grot van Plato. Ze rookten talloos veel sigaretten. De cafés waar zij zaten moesten blauw zien van de rook. Gitanes. Gauloises. Enkele vrouwen zongen levensliederen, die daar chansons werden genoemd. Er werd geluisterd naar Django Reinhardt, Chet Baker, Miles Davis. Miles Davis speelde de muziek voor L’ascenseur pour l’échafaud. Existentialisme comme il faut. Simone De Beauvoir werd verliefd op een Amerikaanse schrijver, Nelson Algren, als ik me niet vergis, de auteur van Walk On The Wild Side (een titel met nog altijd veel repercussies). Yves Montand ging met Marilyn Monroe naar bed. Simone Signoret werd nostalgisch. Arthur Miller keek toe en zag hoe alles ineenstortte. Wat waren de mensen toen pessimistisch! Zelfs een handelsreiziger moest sterven. En dichter bij ons, dank zij Roland Verhavert, de meeuwen in de haven.

Ik laat me door namen en emoties meeslepen. Ik heb al die dingen meegemaakt en niet meegemaakt. Ik denk er nu aan dat Timboektoe, waarover ik het gisteren had, en hierboven nog een keer, een hond is. Timboektoe is een taalvaardige hond in een boek van Paul Auster.
In Kafka On The Shore komen vooral sprekende katten voor, en een man, Nakata genaamd, die kats kan spreken. Vandaag, in de metro, heb ik nog een paar pagina’s gelezen en Nakata heeft nu een sprekende hond ontmoet, een beetje zoals Timboektoe, maar een veel minder sympathiek exemplaar. Hij heeft voorlopig ook nog geen naam. Maar misschien moet de lezer het boek zelf maar lezen, ik beveel het van harte aan: Kafka On The Shore, van Haruki Murakami.

Ik heb pijn aan mijn ogen, van teveel naar schermen te staren, van teveel woorden – en oorden - zien tevoorschijn komen, alsof je naar schaduwen kijkt op de wanden van een grot, kleine, onvermijdelijke schaduwen. Zal ik blind worden zoals Sartre? Ik neem nochtans geen amfetamine. Als ik dat wel zou doen zou ik me als kanonnenvlees van de literatuur voelen. Een fel schitterende ster, die daarna weer snel uitdooft.
Ik wil nochtans veel vertellen. Over het pessimisme, over de liefde, over de lust en het leed van de dagen. Ik houd van de werkende mens, maar hij kan me ook vreselijk de keel uithangen. Met hij bedoel ik vanzelfsprekend ook zij. Het zij zo.

Was Schopenhauer de eerste moderne filosoof, met zijn pessimisme, zijn filosofie van de wil en zijn zogenaamde vrouwenhaat? Ik denk het niet. Zijn leerling, Nietzsche, was de eerste moderne filosoof. Hij leek wel vrouwonvriendelijk, maar vermoedelijk was hij dat niet. Waarschijnlijk had een vrouw hem ziek gemaakt. Een andere vrouw beantwoordde zijn liefde niet. Daarna is hij gek geworden. Tussendoor heeft hij die boeken geschreven die nu iedereen leest. Het leven is kort, maar kijk wat je allemaal kunt doen gedurende die korte tijd. Misschien moet ik toch eens naar Timboektoe?

08-06-06

LAAT DE ARMEN DE BELASTINGEN BETALEN

hamburg,justine henin,monaco,film,julie delpy,killing zoe,bruno ganz,wim wenders,rita hayworth,stockholm,steden,rio,bangkok,ljubljana,istanbul,lisa kreuzer,dagdroom

Julie Delpy in Killing Zoe van Roger Avary

Mijn gedachten dwalen af van mijn werk. Ik denk aan vliegtuigen die opstijgen, die naar plaatsen vertrekken waar ik niemand ken, waar alles nog mogelijk is. Vliegtuigen naar Stockholm, naar Rio, naar Bangkok, naar Ljubljana, naar Istanbul. Ik zou een vlucht kunnen boeken. Jij zou een vlucht kunnen boeken. Ik zou een auto kunnen kopen, een oude, kersenrode kever, rood als de lippen van Rita Hayworth. Net zo’n auto als in Der Amerikanische Freund van Wim Wenders. Herinner je Dennis Hopper, de grootse Bruno Ganz, de vergeten Lisa Kreuzer!
We zouden naar Hamburg kunnen rijden, Zimmerman een bezoekje brengen. Hem vertellen dat alles in orde is. “If you don’t bring good news, don’t bring any”, zou ons motto zijn. We zouden verder reizen, almaar verder. Tot in het land dat ons bij onze geboorte beloofd werd. Met de legoblokjes uit onze verbeelding zouden we een droomhuis bouwen, en daarin een nieuw leven beginnen, zonder verdriet en zonder zinloos verlangen.

Mijn gedachten dwalen af van mijn werk. Ik denk aan Julie Delpy, nog jong, in Killing Zoe, ik denk aan de tijd dat ik Justine Henin bewonderde, een meisje met het profiel van een loser,die keer op keer won. Tot zij naar Monaco vertrok. “Laat de armen maar belasting betalen”, zou haar motto kunnen zijn. Mijn gedachten dwalen af. Ik wil nooit rijk worden. Monaco behoort niet tot mijn dromen.

hamburg,justine henin,monaco,film,julie delpy,killing zoe,bruno ganz,wim wenders,rita hayworth,stockholm,steden,rio,bangkok,ljubljana,istanbul,lisa kreuzer,dagdroom

Julie Delpy in Killing Zoe van Roger Avary

07-06-06

OFFER AAN EEN DODE BOOM


De stilte is hersteld. De donkere wolken zijn weggetrokken. Ik heb mijn woorden naar het Noorden gestuurd. Mijn offer aan de dode boom, in dit wereldwijde web met kleine letters. Zo wordt gezegd. Ik wacht geduldig tot hij zijn jonge, elektronische blaadjes toont. Tot dan geef ik mij over aan de stille verrukking van beelden.

22-05-06

IF THE RIVER WAS WHISKEY



If the river was whiskey I'd stay drunk all the time.

03-05-06

SPECIMEN DAY


Vandaag was een echte 'specimen day'. Van de ene zon kom ik in de andere terecht. En het is toch dezelfde. Ik voel me genezen. Dat het allemaal weer goed komt ook. Er is veel toevalligs onder die ene zon, maar er zit ook een lijn in, er zitten meerdere lijnen in, die veel richtingen uitgaan. Spiralen, zullen we maar zeggen. Naar het middelpunt toe, van het middelpunt weg.

Nu komt het erop aan me van het genezende gif te ontdoen, en mijn eigen kracht weer terug te vinden. Ik zou geen goede monnik zijn, geloof ik. De natuur overweldigt maar ik gedij het best in de nabijheid van de stad, waar alles gebeurt. Waar de mensen elkaar zoeken en elkaar uit de weg gaan.

02-05-06

DUVEL ALS MEDICIJN


Ik drink nu een lekkere frisse Duvel en voel me al gezonder worden, maar ook wel dronken. Veel sneller dan op 'gewone' dagen. De medicijnen moeten nog weggespoeld worden, zoals kalk uit de kraantjes. Ik luister naar Elvis, dat doe ik altijd als ik pas terug ben van een reis of een vakantie. From Elvis in Memphis. Gewoon de beste thuiskomplaat. Shake it. The power of our love. There's just no stopping. Niemand kon zo lijfelijk en tegelijkertijd spiritueel zingen als Elvis. Ik geloof dat ik al geen Duvel meer heb gedronken sinds Jos dood is. Dat is al een hele tijd.

31-03-06

AAN VERWARRING TEN PROOI


De zon, de regen, de metro, het begin van een brandje, collega’s die al hun jassen uittrekken, maar aarzelen. Ontruimen? Is er wel brand? Kleinigheden. Een doordringende stank. Draadjes van het alarmsysteem gesmolten. Een schip zinkt ergens voor een kust, 5000 doden. Of meer? Of minder? Ik luister maar met één oor naar de radio. Of met geen oor. Ik ben met moede oren uit bed gestapt. Naar de apotheek met de trein. Geneesmiddelen kopen. Of je ervan geneest? 1 op drie mensen krijgen kanker. Je kunt genezen. Aan een vogelgriepvaccin wordt gewerkt. Van vogelgriep ga je dood. Vogels zijn mooie dieren, je kunt er uren naar kijken. Hitchcock. Vergaderen. Het verslag noteren op een laptop. Die verdomde oren die niet meewillen. Cijferdyslexie? Angst voor falen, tekortschieten. Te weinig woorden, teveel woorden. Van de regen in de drup. De liften zijn hersteld. We moeten niet te voet naar beneden. Lust, onlust. Onrust. Alle lust wil diepe, diepe onrust. Of citeer ik verkeerd. Ik ben Borges niet. Ik ben niet ik. Persoonsbeschrijving: verontwaardigd machinist, zonder rijbewijs. Beperkte mobiliteit. Leve het vliegtuig, de trein en de tram. Tingeling. Toen ik jong was reed ik op een Garelli. Dat lawaai in Italië, en ondanks de adembenemende uitlaatgassen de euforie bij het zien van al die Trabantjes in Boedapest. Ik moet mijn hart daar nog eens gaan terugeisen. Bij de verloren voorwerpen. Zouden ze nog altijd zulke goede bureaucratie hebben? Dan moet het terug te vinden zijn. Ik luister er niet naar maar ik maak wel radioprogramma’s. Een playlist. Alles moet samenhangen. Niets wordt aan het toeval overgelaten. Geen letter. Tenzij haast en spoed boos komen doen. Weldoordacht door regen en wind. Maar vat geen kou, beste vrienden. Droge voeten zijn belangrijk.

23-03-06

ALDABARAN IS EEN WOORD

 

muziek,schrijven,joni mitchell,for free,pop,denken,woorden

Het was het allergrootste waar hij aan kon denken, het meest abstracte, datgene waar hij geen naam voor vond. Geen woord. Beelden had hij niet ter beschikking, en hij bezat evenmin de vaardigheid, bijvoorbeeld in zijn handen, zijn goed verzorgde vingers, om wat zijn ogen zagen in begrijpelijke vorm te gieten. Hij zat stil op een stoel, kon slechts denken. Denken, denken, denken. Zelfs een flesje coca cola, ijskoud in de zon, betekende niets. Lola, Lolita, Aldabaran, niets. (Ïèëîò ðàñïîëàãàëñÿ ë¸æà â íåáîëüøîé êàáèíå â íîñó, ñ áîëüøîé ïëîùàäüþ çàñòåêëåíèÿ.)

Een appelboom, fluisterende stemmen van vrouwen in een dorp in de poesta. De verwoesting van dat dorp. De uitroeiing van volkeren. Niets. Hij zat stil op een stoel. Stoel betekende niets. Rolstoel, leunstoel, elektrische stoel. Denken. Tegenover zijn gedachten zag hij zich zitten als een volkomen vreemde. Er waren geen verwantschappen, geen aanknopingspunten, geen mogelijkheden voor een sprong in het duister, niets. Het was een afschuwelijke ontmoeting met …, die, zoals het zich liet aanzien, lang zou duren. Tot zuurstofgebrek en hersenbeschadiging zouden intreden. In de salon klonk Joni Mitchells heldere stem: 


Now me I play for fortunes
And those velvet curtain calls
I’ve got a black limousine
And two gentlemen
Escorting me to the halls
And I play if you have the money
Or if you’re a friend to me.

He was playing real good for free...

GEHEIME LEVENS

 

schrijven,toeval,lente,melancholie,andy warhol,beroemd,vrienden,paul auster,paul theroux,guy debord

Guy Debord


Toevallige dingen die in je leven gebeuren: daar moet je op letten, ze vormen je geheime leven. Dat heb ik van Paul Auster geleerd, en van Paul Theroux ook wel een beetje. Wie had ooit gedacht dat de zoon van Paul Theroux, Louis, beroemder zou worden dan zijn beroemde reizende vader? Paul Theroux heeft een boek, Mijn geheime leven. Er staat niets in over de roem van zijn zoon. Dat kan ook niet, die jongen was toen nog niet beroemd.

Elke mens heeft een geheim leven, een ander leven, een schaduw, een dubbelganger (hij is zelf zijn eigen dubbelganger). Ik bied mijn verontschuldigingen aan de vrouwen aan voor het gebruik van de hij-vorm, de hele tijd. Maar wat doe je eraan? Het zijn conventies.

Ik ontdekte vorige nacht dat een goede vriend van me, die ik al een tijd niet meer heb gezien, 'beroemd' is op het Internet. Heel toevallig ontdekt door een tekst van Guy Debord op te zoeken. Ik vertel er nu niets over, ik geef zijn identiteit niet prijs. Eerst met hem over praten.

Het is wel fantastisch toch dat de lente is begonnen. Maar om daar nu meteen een gedicht over te gaan schrijven? Ik schrijf, denk ik, liever over kelders, junkies, ellendige toestanden, de 'zwarte zon van de melancholie' dan over aprilvissen en krokussen en dergelijke meer.

Andy Warhol had echt wel gelijk met zijn boutade dat we allemaal 15 minuten roem zullen kennen. Het is al zo ver.

Ik liep voorbij een etalage en zag een dvd van Buñuel liggen, vijfendertig euro. Een surrealistische grap waarschijnlijk.

22-03-06

WERKEN EN DROMEN



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 




Het is al een hele tijd geleden dat ik een dagboek bijhield. Ik moest er elke dag iets in noteren, ook op dagen dat ik niets te vertellen had, het was een ware obsessie. Geleidelijk aan nam die innerlijke dwang af. Ik ging berusten in het feit dat er periodes zijn in het leven die niet de moeite waard zijn om bij stil te staan, of dat die er wel zijn maar dat je de energie niet hebt om er iets mee te doen. Er kwam minder en minder in mijn dagboeken terecht. Soms kreeg ik maar twee of drie bladzijden op een heel jaar gevuld. Ik ben er dan maar mee gestopt. Wellicht had ik voldoende gezeten en gezwegen, mijn ‘onbewuste’ dwong mij om in beweging te komen, om te leven. De stad in, de nacht, dansen, rock & roll, reizen. De orde die het dagboek aan mijn leven had gegeven maakte plaats voor chaos. Alles verbrokkelde. Waar geloofde ik nog in? Wat waren mijn idealen? Waarom was ik tegen uitbuiting en onderdrukking, waarom noemde ik mij progressief en verdedigde ik de vrijheid van denken en doen? Ik had geen houvast meer. Erger nog, misschien, was dat ik mijn dromen vergat. Ik werd ’s morgens of ’s middags of ’s avonds wakker en er was niets meer over van het ‘nachtelijk’ bestaan, geen spoor (zeker geen bewust spoor). Ik wist met zekerheid dat ik nog droomde maar doordat ik de dromen niet meer systematisch noteerde in mijn dagboek – of nachtboek – bleven ze in het onbewuste achter. De hersenen waren niet soepel genoeg meer om ze in heldere beelden en zinnen om te zetten, om ze te vertellen. Af en toe noteerde ik nog wel eens iets op een stukje papier, maar dat was uitzonderlijk, op reis bijvoorbeeld. En zo is het nog altijd. Maar ik wil daar verandering in brengen. Ik houd nu ongeveer een jaar een weblog bij. Dat is natuurlijk niet hetzelfde als een dagboek. Een dagboek is een gesprek met jezelf, een weblog is mededeling. Je spreekt de anderen rechtstreeks aan (of toe). Wees gerust: ik zal hier geen bladzijden vol dromen noteren, want dat is zeer vervelend. Maar ik wil samen met het werk aan deze notities toch ook opnieuw op zoek gaan naar mijn nachtelijke schatten en verschrikkingen, en wat ik op die manier opdelf als grondstof gebruiken voor allerlei kunststukjes en duizelingwekkende evenwichtsoefeningen.

In ‘Donderslag op muziek. Een keuze uit zijn kladboeken’ van Lichtenberg (1742-1799) las ik vanmorgen het volgende:

“Wanneer ik in een droom met iemand redetwist en hij weerspreekt en onderricht mij, ben ik het die mijzelf onderricht, dus nadenkt. Dat nadenken wordt dus als een vorm van gesprek beschouwd. Kunnen wij ons er dan over verbazen dat volken in vroegere tijden datgene wat zij met betrekking tot de slang dachten (zoals Eva deed) als volgt uitdrukten: ‘De slang sprak tot mij. De Heer sprak tot mij. Mijn geest sprak tot mij.’ Omdat wij eigenlijk niet precies weten waar wij denken, kunnen wij onze gedachten de plaats toewijzen die wij verkiezen. Zoals men kan spreken dat het lijkt alsof het gesprokene van een ander afkomstig is, zo kan men ook denken dat het lijkt alsof wat wij denken tegen ons wordt gezegd: het daimonion van Socrates enzovoort. Hoe verbazend veel zou nog door middel van dromen kunnen worden ontwikkeld.”

16-03-06

QUE SERA SERA


Net zoals in oktober vorig jaar blijf ik met een hardnekkige hoest zitten en wil ik er eigenlijk niet over klagen. Ik zal deze keer ook niet naar Kafka verwijzen en naar de sterfelijkheid van al het ondermaanse leven. Samen met alle Belgen kijk ik reikhalzend uit naar de lente; naar zachte avonden en lichtvoetige ochtenden vooral. Zo ben ik dan toch zoals iedereen. Ik ken alvast niemand die niet van ‘onze’ zachte lenteavonden ergens dicht bij het water of onder een boom zit te dromen. Dat de twee magnolia’s bij ons om de hoek maar vlug in bloei staan, hoe kort dat ook duurt!
Deze middag liep ik vliegensvlug door de koude stad, met twee t-shirts, een hemd, een vestje, een dikke trui, een dikke sjaal, een warme leren jas aan en een Baskische pet op. En nog had ik kou. Dat is hoegenaamd niet normaal. ’t Zal allemaal wel door die hoest komen.

Toch ging ik, door de stad lopend, van een positieve veronderstelling uit: dat ik in april en zelfs in mei nog onder de levenden zou zijn. Ik ben namelijk kaartjes gaan kopen voor Bettye Lavette, Emiliana Torrini en Jenny Lewis (in de AB) en voor Neko Case (in de Botanique). Met Lucinda Williams heb ik nog wat gewacht. Ze komt pas op 3 november, zo optimistisch ben ik nu ook weer niet. Of toch wel. Ik denk dat ik op 3 november in Andalusië zal zijn, in Cordoba misschien, of in het geliefde Cadiz, om er met mijn oude vrienden samen te zijn en te lachen met elkaars grappen, ook al verstaan we elkaar nauwelijks. Of zal ik naar Miami vliegen en het gezelschap opzoeken van dames met purperen haar? Of in Mexico op zoek naar het hoofd van Alfredo Garcia.

For I have known them all already, known them all:—
Have known the evenings, mornings, afternoons,
I have measured out my life with coffee spoons;
I know the voices dying with a dying fall
Beneath the music from a farther room.

TS Eliot, uit: The Love Song of J. Alfred Prufrock

15-03-06

GEMISTE KANSEN?

trein,dagdroom,meisje,gedicht,baudelaire,voorbijgangster,lezen,antwerpen,brussel,berchem,musil,schrijven

Gemiste kansen, gemiste ontmoetingen. Wat had er niet allemaal kunnen gebeuren op de trein Berchem-Brussel en terug, elke werkdag van november 1988 tot juli 1991? Ik dacht dat het een lange periode was, maar als ik die data nu zie staan, is het eigenlijk maar kort geweest. Zo schreef ik ooit een gedicht voor een voorbijgangster, die ik bijna elke ochtend tegenkwam op weg naar het station van Berchem, het was een vrij jong meisje, met veel zwart rond de ogen. Ze keek me altijd recht in de ogen, wat toch wel ongewoon is, en wat mij soms kippenvel deed krijgen. Ik heb haar het gedicht nooit durven geven. Ik weet ook niet waar het is. Het zal wel een bijzonder slecht gedicht geweest zijn, een beetje in de stijl van Baudelaire’s ‘A une passante’.

Een andere zaak is dat ik tijdens die treinritten honderden boeken heb gelezen, waaronder 'De man zonder eigenschappen' van Robert Musil. Heb ik dan wel iets gemist?

10-03-06

DE WEG NAAR HET LICHT

anselm kiefer,tim buckley,pop,leven,boeken,nietzsche,holderlin,kunst

Vandaag van hoog naar laag en van laag naar hoog. Laag na laag. Licht en donker. Heavy metal onder de leden, pluimgewichtkampioen in mijn kamer. Noem mij maar Hamlet. Ik zat te lezen in de krant. Ik zat te lezen in Anselm Kiefers loden boeken. Hun betekenis heb ik lang geleden ontdekt. Het is ook het geheim van Hölderlin en Nietzsche. (Is het dan nog wel een geheim?) Je bent zowel thuis waar je woont als in het vreemde. Het vreemde is je vriend en is een veld vol doden. De loden boeken worden in de toekomst gelezen: zij bevatten, bewaard op hun bladzijden, de huid van de wereld. Vanuit een redelijke hoogte bekeken.

Anselm Kiefer en daarna Tim Buckley’s Buzzin’ Fly en alles is goed. Zoals het moet zijn. Huid van de wereld en droefheid. Lachend als de boeddha die je nog moet ontmoeten, onder kersenboom in bloesem. Wachtend op de geliefde, om mee te eten en drinken en slapen.

Excentrieke mensen leven langer, zei me eens iemand. Hij of zij had het ergens gelezen of op televisie gezien, misschien in een talkshow. Misschien dat een wijsneus dat daar beweerde. Ik ken alleen maar dode excentrieke mensen. Ik wil heel lang leven. Dat heb ik Simon Vinkenoog ooit eens horen zeggen: ik wil heel lang leven. Die excentrieke wegwijzer is goed bezig.

07-03-06

SUB SPECIE AETERNITATIS


love itself

De zon schijnt door de wat vuile ramen, daarbuiten de nu nog kale bomen van het Astridpark en het groteske voetbalstadion. Nog verder de stad met al haar verlokkingen en gevaren. Je kunt er te voet naartoe, maar dat is ver. Beter de metro nemen, of de tram, of de bus – allemaal mogelijkheden vlak bij de deur. Maar ik blijf binnen omdat het moet. Ik ben ziek. Ik typ dit nu vlug met één hand, mijn rechter; mijn linkerarm kan ik niet bewegen, omdat een spier in mijn nek is ontstoken. Dat doet nogal wat pijn, vooral ’s nachts als ik er wakker van lig. Het is ook bijzonder vervelend omdat ik nu niet kan werken. Ik kan bijvoorbeeld mijn hoofd niet draaien, naar links noch rechts. Ik kijk nu recht naar het scherm. Wees gerust, ik zal niets citeren, dat gaat gewoon niet, of ik zou het citaat van een andere website moeten knippen en hier dan in plakken. Maar dat zal ik niet doen. Naast die spierontsteking ben ik ook nog opgezadeld met een virale infectie van de luchtwegen. Kop, keel, neus… Veel geklaag en veel wol, tegen de kou. Dat de winter maar gauw het land verlaat. Hij is nu lang genoeg onder ons geweest.

Ach, het is allemaal niet zo belangrijk, sub specie aeternitatis. Ik moet mezelf gewoon beter verzorgen, binnen mijn grenzen blijven, de gulden middenweg niet uit het oog verliezen. Nu moet ik deze kleine kwalen verduren. Er zijn boeken, misschien kan ik toch een uiltje knappen na het lichte middagmaal en daarna als het kan een film bekijken. Wat zachte muziek beluisteren, een glaasje water drinken. Vooral niet moeilijk doen en het niemand lastig maken.

02-03-06

GLIMLACH VAN DE KOSMOS


Max Ernst over de 'dubbele ervaring' in een bos. Je kunt er vrij ademen, zegt hij, maar je voelt je beklemd, opgesloten tussen al die bomen. En Tammy Wynette die ik nu I'm Only A Woman hoor zingen, met haar purperen stem. Al die werelden die je opsluiten en weer vrijmaken. De grote glimlach van de kosmos, de bodemloze droefheid van de sterren, de vrolijkheid van een niesbui.

19-02-06

MONSTERS, FILMS, SLAPELOZE NACHTEN

las vegas,zelfportret met vrienden,nabokov,pop,associaties,droom,slaap,william blake,frida kahlo,monsters,film,billy wilder,ray milland,syd barrett,goya,irrationeel,rationeel,fantasmen

Tussen waken en dromen, vorige nacht, dacht ik terug aan een passage uit de nostalgische trip ‘Zelfportret met vrienden’ (15 juni 2005 in hoochiekoochie). Oude gezichten kwamen me weer voor de geest: ik zag de naam van een vriend, die in de tekst zeker voorkomt, opflitsen als op een billboard in Las Vegas (of in een film die zich daar afspeelt, Casino bijvoorbeeld, of Leaving Las Vegas, zelf ben ik nooit in die ‘stad van de zonde’ geweest). Die naam hield me door alle associaties die eruit voortvloeiden lange tijd uit mijn slaap, maar nu ik er wil naar teruggrijpen, omdat ik denk dat het belangrijk was, en er iets over wil schrijven, schiet me niets meer te binnen. Ik heb de autobiografische tekst al twee keer nagelezen en hier en daar een correctie aangebracht, en zelfs een paar namen veranderd, maar de associaties blijven achterwege. Natuurlijk had ik de voorbije nacht moeten opstaan en snel noteren wat me door het hoofd ging, maar ik was ervan overtuigd dat ik me alles nog zou kunnen herinneren. Niet dus. Wellicht was het dan toch niet zo belangrijk, maar ik voel me desondanks behoorlijk gefrustreerd. Het is alsof je een voorwerp binnen handbereik hebt, maar je kunt er net niet aan, en er is ook geen enkel voorwerp dat je kan helpen om het toch nog naar je toe te halen. Misschien heb ik daarna te goed geslapen, en is de herinnering daardoor te diep weggezonken?


De nacht ervoor had ik nauwelijks geslapen. Ik dacht werkelijk dat ik gek werd. Als ik mijn ogen sloot doken allerlei monsters op, eerder van menselijke dan van niet-menselijke aard. Zoals ik nu de associaties met de naam niet kan oproepen, kon ik toen de wangestalten niet verjagen. Waar kwamen ze vandaan? Wat was er met me aan de hand. Als ik dan even het licht aandeed verdwenen ze meteen, alsof het vampiers waren. Misschien moet ik voortaan met een groot kruisbeeld op mijn borst naar bed of wat lookbollen op mijn nachtkastje leggen in plaats van boeken. Ongetwijfeld was het een soort van delirium, maar hoe ben ik daaraan ten prooi gevallen? William Blake zag engelen en duivels en kon daar goed mee leven, hij converseerde er zelfs mee. Dat was bij mij niet het geval. Ik hoopte alleen maar dat ik niet gek zou worden, dat ik mijn ogen zou kunnen sluiten en niets meer zien van die gedrochten, dat ik de slaap zou kunnen vatten. Voor het slapen gaan had ik naar de vrij middelmatige Frida – over het leven van Frida Kahlo – gekeken. Daar komen ook nogal wat monsters en vreemde creaturen in voor, goed in beeld gebracht, maar niets om bang voor te worden, speels als eruitzagen, ook al waren het vaak geraamtes en doodshoofden.: typisch Mexicaans. Zouden zulke oppervlakkige beelden, als dagrest, zulke ernstige gevolgen kunnen hebben? Moeilijk te geloven. Gelukkig waren het geen beestjes, die ik zag, of ik zou nog gaan denken dat ik alcoholist ben, zoals Nicholas Cage in de hierboven genoemde film Leaving Las Vegas, of erger nog, zoals Ray Milland in The Lost Weekend, Billy Wilders schitterend portret van een alcoholist .

Ook nog voor het slapengaan had ik wat liggen lezen in Nabokovs eigen voorwoord bij zijn Bend Sinister. Ik had het vervelend en vergezocht gevonden: zijn verwijzingen die me niet echt meer interesseerden, zijn woordspelingen, anagrammen en ‘russismen’, zijn gecultiveerde wereldvreemdheid en politieke onverschilligheid. Ik had daarop toch een paar bladzijden in de roman zelf gelezen, maar zonder dat het me iets deed. Daarna duisternis en monsters. Misschien, en dat hoop ik echt, zal het de slaap van de rede geweest zijn. Ik ben zeer verheugd dat de rede er weer terug is, ook al verheerlijk ik vaak, misschien te vaak, het irrationele, zoals gisteren in mijn lofzang op Syd Barrett. Maar zo is het nu eenmaal en zo ben ik nu eenmaal: ik zal met mezelf moeten leven. De rede gaat niet zonder het irrationele, zoals het leven niet zonder de dood gaat en liefde niet zonder haat en ontmoeting niet zonder afscheid.

01-02-06

LAURA'S EPILEPSIE

epilepsie,rousseau,ziekenhuis,stendhal,parma,mazzy star,belgie,ziel,psychoanalyse,val,beth orton,geliefde,verlangen

Agnes Anquinet door Martin Pulaski


Het eerste lied dat iTunes vanavond voor me selecteert is Give You My Loving van Mazzy Star. Het gaat over absolute liefde, liefde tegen beter weten in. Toeval? Ik wil niet meer geloven in toevalligheden. Ik wil nergens in geloven. Ook niet in de val, en evenmin in de hoogmoed die voor de val komt. Ik ben niet hoogmoedig, maar ik zal toch wel vallen, zoals iedereen. Maar ik geloof niet in de val, in die verdomde metafoor. In mijn hoofd dwarrelt alles. Alles dwarrelende zwarte sneeuw. Alsof het van de honger zou zijn. Maar dat hebben we niet, honger. Een kap op je hoofd, tegen beter weten in. Ja, want geen kap is tegen fijne stofdeeltjes bestand. Geen kap tegen de alledaagse dramady. Devil Was An Angel is ook niet slecht gekozen. Dat is het tweede lied dat voor me wordt gespeeld. Zelf kies ik niet meer. Ik laat het aan automaten over om mijn val door gepaste muziek te laten begeleiden. Beth Orton is dat. I’ll take the plane to Madrid. Dat zou ik ook willen doen, met mijn geliefde, die nu te slapen ligt. Mijn engel en duivel. Kon ik maar alles vertellen! Maar dat wil ik niet. Ik wil mijn ziel niet blootleggen. Of toch wel, die van mij wel, in navolging van Rousseau, dat heb ik hier al gezegd. Maar ik wil de zielen van degenen die ik liefheb niet blootleggen. 

Wat vandaag gebeurd is, is al vaker gebeurd. Een medische val. Onderzoeken, scans, medicatie. Afwezige ogen waar ik mij in spiegel, alsof ze vijvers zijn en ik Narcissus. De dokter een jonge Duitse vrouw, met een stevige handdruk. Een fijne vrouw, met veel karakter en gezonde medische twijfels. Meer onderzoeken? Ja, meer onderzoeken. Vallende ziekte? Niets is zeker. Het lichaam bestaat uit veel water, veel bloed, en organen, en onzekerheid, geheimen. Geheimen, daar kan ik niet mee leven. Ik wil het lichaam en de geest en alles, in wiskundige formules. Alles zoals het is, zonder poespas. In duidelijke, heldere woorden. Een stevige handdruk.


Vanochtend, toen ik afscheid nam van de gravin uit Parma, dacht ik dat ik zelf het slachtoffer zou zijn. De lucht die wij hebben verwoest, zou mij op haar beurt verwoesten. De gassen. Het vergif dat in de groote oorlog miljoenen soldaten verwoestte. Hetzelfde gif, maar een andere soort. Ik dacht, ik haal het niet. Maar een mens is sterk. Ik probeer nu mijn verwarring te boven te komen en duidelijke taal te spreken. De wirwar weg te jagen. Spinnenwebben, tentakels, spiralen, geknoei met woorden, gesukkel met taal. Mijn grootste geliefde. Ik zou deze tekst al kunnen indelen in paragrafen, bijvoorbeeld.

Doch! Wil ik dat wel? Wil ik helderheid als niets helder is? De Vlamingen zijn gek, dat wel. De koning van België. Laten we er niet over beginnen. Mijn geliefde viel nog eens een keer. Nee, ze struikelde niet over metaforen. Over zichzelf struikelde ze, over haar verwarde jaren. Te veel gevoelens, te veel pijn overgehouden, te dicht bij het schroeiende kwaad gestaan. Onlangs vergeleek iemand haar met Gwyneth Paltrow. Gisteren zag ik, glunderend, The Royal Tenenbaums, en ik zag dat het waar was. Onder andere heeft ze dezelfde tenen. Dat heb ik deze middag in het hospitaal nog kunnen observeren, in zo’n spoedgevallenkamertje waar iedereen voorbijloopt en even binnenkijkt.
En dat lied van Mazzy Star? Je moet je er natuurlijk de stem van Hope Sandoval bij voorstellen. Dit zijn alleen maar de woorden:

Give you my lovin’,
Seven days a week
I’ll be a honey,
If you’ll be sweet
I know I’m the only one for you
I know that you think this is not true
Man says it’s rainin’, rainin’ outside
I’ll be out there in a little while,
Cause you see rain reminds me of you,
And everything has turned to you
See you in places,
I’m following you
You’ll be upstairs,
And I’ll be there too
Everywhere you go I will follow
I know it won’t be the same tomorrow
People give me warnings,
Stay away from you
They say you’ll hurt me,
I don’t think that’s true
Discomfort arouses when I speak of you
As if you’ve been sayin’ something bad
About me
When I see you,
I want to kiss you
But I know that ain’t right
So I ask if I can hold you
Oh babe I need you so bad
Oh babe I only want to make you
Glad

31-01-06

HERINNERING AAN DOUG SAHM


Een beeld van een herinnering. Het beeld is de herinnering. De onophoudelijke strijd tegen het vergeten. In memory of wasted days and wasted nights. Doug Sahm in Hof Ter Lo. Een levende jukebox met een ziel. Jos en Leo en ik waren daar toen. Ik viel op m'n rug met drie glazen bier.

muziek,hof ter lo,antwerpen,herinnering,pop,doug sahm,foto,dak,jos d,leo,laura,jukebox

Op het dak haar rode benen onder het blauw van de hemel. Die zie je niet op de foto, die hemel. Ik zie hem wel. Nu, in de vuile donkere lucht. Nu in de miserie van de slechtere tijden. Ik postte dit gisteren al, maar de techniek liet het afweten. Wat hier stond was niet wat ik wilde zeggen. Wat wil ik zeggen? Wat wil ik betekenen?