27-12-07

SLAM EN DE OBSCENE GRENZEN VAN PÖEZIE

Het is vreemd en opvallend dat er altijd weer enkelingen opduiken die graag op een podium gaan staan, een beetje hoger dan de andere mensen. Dat ze, zo lijkt het, door, gedurende de tijd dat zij, de enkelingen, zich boven hen verheffen wat lagere anderen, wensen beoordeeld te worden, en wellicht zelfs gestenigd of veel liever nog gekoesterd en begeerd.

En dat degenen die ervoor kiezen om tijdelijk een lagere plaats in te nemen, op de grond of op een ongemakkelijke stoel, en met te veel kleren aan, waardoor er gezweet wordt, graag om degenen die zich verheffen lachen, ze veroordelen, erom huilen, als het moet ze stenigen als waren ze martelaren, terwijl ze in dit bepaalde geval toch alleen maar de blues zingen – en sommigen hun gedachten laten afdwalen, laten afdalen naar de vreemden in henzelf aanwezig, en dat die laatsten, die weinigen, dan schrikken van dat vacuüm in hen.

 

Maar de dichters verlaten op tijd de zaal waar hoger en lager wordt gespeeld en keren huiswaarts, harden zich en wachten geduldig af. Af en toe peilen ze de diepte van hun afgrond, en soms lukt het hen een spoor te vinden van de weg die ze gingen toen ze de hoge, zacht glooiende heuvels van hun kinderjaren beklommen. Geduld moet je oefenen, zei de meester, daar komt het op neer, tot je het wijsje hoort, je diepste gezang. Van dat ogenblik af, en misschien al veel eerder, laat je je niet meer van de wijs brengen door harde stemmen en ingewikkelde manifesten op grijs papier gedrukt.


Het is vreemd dat er zulke mensen bestaan, die de ‘obscene grenzen’ die Lawrence Ferlinghetti ontwaarde nog langer willen bestrijden. En dat er anderen zijn die beamen wat Marcel Proust zei: degene die lijdt onder de liefde – als hij lijdt – is degene die ze ontvangt, niet degene die liefde schenkt. Maar hij moet het wel weten, anders is hij een dwaas. Alleen dwazen lijken gelukkig te zijn.

02-12-07

WEEKEND

Toevallige ontmoetingen vinden nog plaats. Ongetwijfeld. Eveneens ontstaan nog beelden zonder naam. Zoals in de winter als de machines verstommen en de vorst talloze velden en polders tegen bouwondernemers beschermt.


Wij doen ons werk niet meer. Overdag staren wij voor ons uit of lezen iets in een boek van deze of gene schrijver. Niet lang, want onze gedachten dwalen af. Memphis, Tennessee is al voldoende voor een paar uren dromerij.


Dan is het opeens avond, tijd om ons te verbergen in een hoek van de kamer. In een aanpalend huis klinkt de stem van Charlotte Gainsbourg. Of we verkleden ons, gaan de deur uit, lopen elkaar tegen het lijf, kijken elkaar nauwelijks in de ogen. Een geheim woekert in ons, wij kennen het niet, of weten niet hoe het te vertalen.

22-10-07

WALK UNAFRAID

 

Ik stap uit de sfeer van het alledaagse, nu meer dan ooit, en begeef me in de richting van de werkelijkheid – die ik probeer terug te vinden in het zogenaamde bedrog van mijn fantasmata.


Soms zet een eigenaardige druk, die met koortsachtige gevoelens gepaard gaat, mijn hand tot schrijven aan. Ik zie mijn hand bewegen, ze vormt letters, woorden, zinnen op een blad papier. Tekens en betekenissen. Soms denk ik dan achteraf, zo moet het schrijven worden opgevat, zo moet het worden toegepast. Soms vraag ik me af: waar komt die druk tot stand? In mijn hersencellen? In mijn verbeelding? In mijn ‘geest’?


Ik beluister een stem in mij die me toefluistert: “het zijn allemaal leugens, doe niet zo moeilijk, zwijg en leer, luister, je hebt niets te vertellen, het heeft geen belang, het is allesbehalve interessant…”


Een tegenstem, echo van mijn oorsprong, roert zich dan: “ik ben het leven in jou, laat van me horen, van de rivier die door je heen stroomt, het vuur dat in je lichaam brandt, woordenstorm die woedt en gaat liggen of verwoest, de adem van je ‘ziel’, het ritme van je muziek, laat je de mond niet snoeren, ‘walk unafraid’”.

25-09-07

VAN MONUMENTEN EN MENSEN

justitiepaleis,brussel,henri poelaert,sterfelijkheid

Het 'Paleis van Justitie': hoofdletters graag. Absurd, lelijk en toch onweerstaanbaar, door een onnoembare schoonheid aangetast, verheft het zich boven deze stad – een wanstaltig gedrocht, dat blijft fascineren, als een teken zonder betekenis.


Walg ik dan niet van deze ‘pseudo-eeuwigheid’ opgetrokken uit voornamelijk steen? Deze megalomanie, de hunker naar het overstijgen van ruimte en tijd, de illusie dat de dood kan worden overwonnen. In een soort van ‘godsroes’ stierf de bouwmeester, Henri Poelaert. Dat zou geen verbazing mogen wekken.

En willen velen van ons zich niet verheffen boven de anderen, beter zijn, sterker, verstandiger, rijker, meer gestaald? Zijn velen van onze lelijke soort toch niet aangetast door een onnoembare schoonheid, wat de fascinatie en het verlangen verklaart, het behagen en de behaagzucht, de moed om te kussen en de gedweeheid om zich te laten kussen? Leven velen van ons niet in de illusie dat ze onsterfelijk zijn en denken ze - alsof ze kleine goden zijn – dat ze het uur van de grote ontgoocheling, het moment van de val,  kunnen blijven uitstellen?

14-09-07

ORAAL PESSIMISME

 

pessimisme,robert musil,karl corino,oraal sadisme


Ben ik een ‘orale pessimist’? Het lijkt er wel op, want lees maar: “De orale pessimist zou een ‘zorgelijke instelling’ ten aanzien van het leven bezitten, hij maakt het zichzelf moeilijk, zelfs van de simpelste dingen in het leven maakt hij nog een probleem, hij krijgt het aan de stok met zijn weldoeners en is in laatste instantie de geniale organisator van zijn eigen mislukkingen.” Ik las dit in de Musil-biografie van Karl Corino.

‘De man zonder eigenschappen’ kan inderdaad in zekere zin een mislukking worden genoemd omdat de immense roman niet werd beëindigd. Maar wie zou niet op zo’n manier willen mislukken? Helaas zal mij een gelijkaardige mislukking nooit lukken, ook al ben ik dan nog net als Musil misschien een ‘orale pessimist’.

Overigens gaat die vorm van pessimisme nogal eens gepaard met een bepaald sadisme dat zich uit in “bijten, bitsheid, nijd, afgunst en jaloezie.” Bijten doe ik alleen maar als ik eet en bitsheid is mij onbekend. De andere genoemde karaktertrekken komen mij wel bekend voor.


Nu ik ziek ben voel ik mij minder een ‘orale pessimist’ dan een onnozel kind. Ziek zijn is altijd een regressie naar de kindertijd. Inderdaad een regressie, ook al noemen sommigen de kinderjaren paradijselijk. Het mooiste liedje dat ik ken, She Said She Said van the Beatles, gaat daarover – en het werk van Marcel Proust ook voor een deel. Ik ben echter nooit graag kind geweest. Zodra ik tot ‘de jaren van verstand’ was gekomen wilde ik zo snel mogelijk het ouderlijke nest verlaten. Er was daar niets wat me gelukkig kon maken. (Over het paradijs heb ik vroeger al geschreven dat ik daar ongeveer hetzelfde over denk als Georg Groddeck: het bevindt zich in de baarmoeder, of in de verbeelding.)

07-09-07

CULTUREEL ERFGOED


Je kunt over alles schrijven maar niet alles door iedereen geschreven is boeiend. Veel moet worden behouden, schreef Hölderlin, wat een last is op de schouders. Cultureel erfgoed, vaak alleen maar goed om wat bij te lopen, staan of zitten geeuwen. Veel verdient terecht de vergetelheid of het hellevuur. We moeten onze ogen en andere zintuigen zoveel mogelijk sparen om ze op - magische - momenten de kost te kunnen geven. Het leven is kort en de tijd dringt. Miljoenen schreven over de zee, maar wie deed het zo boeiend als Herman Melville? Wie durft zich dan nog aan de zee te wagen?

28-06-07

VOORBEREIDENDE OEFENINGEN VOOR DE DOOD II

dood,leven,literatuur,popcultuur,ontspanning,seks,lust,film,muziek,pop,westerns,opsomming,lijst

  1. Ik heb vandaag ‘Easy Tiger’ van Ryan Adams en ‘Dear Companion’ van Meg Baird, de zangeres van Espers, gekocht. Geen van beide plaatjes verrast me nog. Ik zal niet zeggen: verveling, gegeeuw, maar wel een grote onverschilligheid. Wat was the Cake levensbevestigend in vergelijking met dit zoeken-en-niet-vinden-van-melodieën.
  2. Ik heb mijn knie tegen de trapleuning gestoten.
  3. De zon schijnt, maar hoelang nog?
  4. Ik heb vandaag afscheid genomen van een goede collega, die vandaag verjaart en op pensioen gaat.
  5. Toen ik vandaag thuis kwam lag een boekje van Paul Nougé binnen handbereik. Ik sloeg het open en las dit: “Seule une longue patience nous garde de mourir.” (uit: Quelques Bribes).
  6. Ga terug naar af, u mag de kassa niet passeren, betaal en ga terug naar de gevangenis.
  7. Louis-Ferdinand Céline.
  8. Michel Houellebeck.
  9. Auto’s, motoren, fabrieken, tabakrokende soortgenoten, madame Pijp, Petoetje en Petatje.
  10. Het idee van Irak en Afghanistan in het hoofd van Bush (en zijn trawanten).
  11. Het Belgische zakenleven in China.
  12. Het zakenleven in China.
  13. Avonturiers die orkanen trotseren, of Polen bedwingen.
  14. In de modder liggen luisteren naar het in het hoofd wereldverbeterend gezeur van Peter Gabriel – de naam alleen al – en het navelgezanik van Tori Amos.
  15. Elke zin van Gustave Flaubert.
  16. De films van Abel Ferrara.
  17. De prijzen van hotels in Venetië.
  18. De buurt rondom de Beurs van Brussel na middernacht (en vroeger).
  19. Mannen met haar op hun bovenlijf die bovendien graag boksijzers en andere geniepige wapens hanteren.
  20. Mannen en vrouwen die graag wapens hanteren.
  21. Huurlingen.
  22. Wapenfabrikanten.
  23. Cafébazen die niet om hun klanten geven.
  24. De foto’s van Nan Goldin.
  25. Billy the Kid en de overige helden in het Wilde Westen.
  26. Het Wilde Westen.
  27. Scholen en kazernes.
  28. Het stille leven.
  29. Het dagelijks bestaan in kleine dorpen ver weg van alles en iedereen.
  30. Om de zoveel minuten wordt een vrouw verkracht.
  31. Syd Barrett: “When I live I die.”
  32. Ik heb eergisteren naar de film ‘Thief ‘ van Michael Mann gekeken en ik vond het een heerlijke ervaring.

11-05-07

NA EEN ONWEER

 

Er waren dagen waarop ik veel in de bijbel las, niet omdat ik in een monotheïstische en wrede god geloofde, maar omdat ik de teksten zo welsprekend vond. Bijvoorbeeld de beschrijving van Jeruzalems muren in Openbaringen 21, 18-20. Die lectuur van lang vervlogen dagen – want ik neem de bijbel nog zelden ter hand – drukt een stempel op alles wat ik schrijf, en vooral op de manier waarop ik schrijf. De opsomming is een van de stijlmiddelen die ik veel gebruik, vaak tegen mijn zin, ik kan gewoonweg niet anders.

 

Het regent. Water van de hemel, was mijn somberheid weg. En als je opklaart, hemel, laat het dan opklaren hier binnen in mijn kleine ruimte. Soms lijkt het of alle dingen zingen. Luister je aandachtig dan hoor je niets dan schorre, verstikte stemmen en doffe ogen denk je er ogenblikkelijk bij.

Platanen versteend in de taal. Evenmin als er nimfen zijn bestaat voor ons de natuur. Waarom soms nog tranen vloeien? Tranen van ons, wij die op het asfalt zullen moeten sterven?

Toch kan ook lofzang nog goed zijn, van mensen en machines. Wat is er slecht aan motoren, boortorens, analogieën, boomkwekerijen?

Bloedloos, boven het leven aan de dokken en in de mijnen verheven, is vaak het mentale. Graag stellen mensen hun kwetsende grenzen en overschrijden gaat dan niet meer. En sommigen vergeten dat ook het redelijke ten dienste kan worden gesteld van het banale profijt. Rijk is de aarde maar de meeste mensen zijn arm gebleven doordat zij hun tijd moesten afstaan en zodoende van niets konden genieten.

 

Gewoon doorspoelen! Een stinkende draaikolk. “Splendid! We’re stranded!” mompelde ik tegen de donkere spiegel. Het was een aardedonkere nacht. Dwaas klonk dat en het stemde helemaal niet overeen met mijn stemming. Het was onzin. Ik had die woorden in een lied of in een Britse oorlogsfilm gehoord. Het was inderdaad onzin, want aards water klaarde dit zaakje.

Buiten is het middernacht maar in mijn hoofd schijnt nu de middagzon. De bliksem heeft mij goed gedaan.

22-04-07

STEMMEN, STEMMINGEN


isabelle huppert































In boeken, films, toneelstukken, ga ik zelden of nooit op zoek naar structuren. Ik laat me liever meeslepen door het narratieve, en betoveren door woorden, zinnen, beelden; af en toe zie ik een symbool en blijf dan even stilstaan bij de betekenis. Maar meestal glijd ik over de oppervlakte verder. Ik houd van originele uitdrukkingen en ‘echte’ dialogen. Ik houd van films waar niets in gebeurt; een mooi voorbeeld is In The Mood For Love van Wong Kar Wai. Natuurlijk gebeuren er wel allerlei dingen in die film, maar ik bedoel: er wordt niet geschoten, gevochten, gemoord, men loopt niet met grote machinegeweren rond, er verschijnen geen groene monsters, niets van dat alles. En ik kan dat allemaal missen. De films van Rohmer zijn ook een mooi voorbeeld. Daar wordt vooral in gepraat, en, vaak via de woorden, verleid. La collectioneuse, Le genou de Claire. Of de vele uren durende films van Jacques Rivette, zoals La belle noiseuse, over een schilder en zijn model. De schilder blijft aan de oppervlakte van zijn model, haar huid, haar ogen. Ja, haar ogen, de ogen van Emmanuelle Béart, een van de mooiste vrouwen van de wereld. 

Ja, ik blijf ook graag aan de oppervlakte. Ik ben geen intellectueel, wel een moreel mens. Ik denk en handel intuïtief. Ik hoef niet diep te graven om te weten wanneer iets verkeerd is, wanneer een mens slecht is. Is het een zesde zintuig? Alleszins weet ik meestal van een moreel slechte mens dat hij een moreel slechte mens is. Aan een kunstwerk zie ik ook vaak of het echt is of fake, zonder er eerst over te lezen. Het is wel prettig om er achteraf wat over te lezen. Om te vernemen wat ik nu eigenlijk heb gezien. Wat betekenden die rozen op de achtergrond, of die dode vogel op de voorgrond? Maar ik moet die betekenissen niet noodzakelijk allemaal kennen om van een werk te kunnen genieten. Ik ben geen intellectueel, ook al staat mijn kamer vol boeken en liggen ze nu al in stapels op de vloer en op de tafeltjes. Ik lees die boeken ook wel, maar louter voor het plezier van de tekst, voor het genot. Wijzer word ik er niet van, geloof ik. Ik blijf altijd dezelfde naïeve dromer. I don’t want to lose that teenage feeling. Het enthousiasme moet blijven, als dat er niet meer is, hoeft het voor mij niet meer. Ach, ik zal wel een hedonist zijn. Zou ik dat erg moeten vinden?

Ik houd ook zo van stemmen. Stemmen van actrices en acteurs in films. Delphine Seyrig in Le jardin qui bascule, die van Sami Frey in dezelfde film, de stemmen van Caroll Baker en Jean Simmons in The Big Country, de stem van Jean-Pierre Léaud in de Antoine Doinel-films van Truffaut. De stem van Arletty in Les Enfants du Paradis. De stem van Isabelle Huppert in La pianiste (en in alle andere films waar ze in meespeelt). De stem van Bruno Ganz in Der Amerikanische Freund. De stem van Willem Dafoe in Light Sleeper. De kinderstem van Brandon DeWilde in Shane. (Brandon DeWilde was later een goede vriend van Gram Parsons, en stierf net zoals zijn vriend op jonge leeftijd, zij het in zijn geval niet van de drugs maar in een auto-ongeval). Marlon Brando’s stem in Last Tango In Paris, in On The Waterfront. Sissy Spaceks verhalende stem in Badlands, die van Linda Manz in Days Of Heaven. Wat zou er met Linda Manz gebeurd zijn? Nooit meer iets van gehoord. Sam Shepard – in Days Of Heaven een man van weinig woorden - leeft alleszins nog. Hij speelt zelfs mee op de nieuwe cd van Patti Smith, nog zon’ bijzondere stem. Ja, natuurlijk ook de stemmen van zangers en zangeressen. De stem van Bob Dylan in Just Like Tom Thumb’s Blues. Die van Kris Kristofferson in Me And Bobbie McGee. De stemmen van The Be Good Tanyas. De stem van Chan Marshall. De stem van Eleni Mandell, de mooie stem van Françoise Hardy. De stem van Aretha Franklin in Try Matty’s, die van Billie Holiday in I Cover The Waterfront. De fictieve stemmen van Tess, Madame Bovary en Anna Karenina. De goddelijke stem van Teresa Salgueiro. Goddelijk bij wijze van spreken. Duizenden stemmen, miljoenen stemmen. Een oneindig aards en hemels koor dat over de aardse en hemelse liefde zingt en over een eeuwigdurend Pasen, een eeuwigdurende Summer of Love.

Foto: Isabelle Huppert.

28-03-07

BESTAAN OF NIET BESTAAN


Ik woon sinds 1991 in Brussel, in de deelgemeente Anderlecht. Ik spreek meestal van Brussel omdat ik tegen de artificiële indeling in baronieën ben. Negentien burgemeesters en honderden schepenen zijn nergens voor nodig. Aan de negentien verschillende reglementeringen op allerlei vlak heb ik al helemaal een broertje dood. Maar wat ik eigenlijk wilde zeggen: ondanks het feit dat ik hier al zo lang woon ben ik nog altijd een vreemde – of zal ik schrijven ‘een vreemdeling’, daarbij verwijzend naar het lang geleden ophef makende boek van Albert Camus.

Ik verbleef onlangs anderhalve week in Lissabon en daar werd ik in sommige restaurants en cafés na één of twee bezoeken al begroet alsof ik een goede klant was. In een muziekwinkel in Coimbra knoopte de zaakvoerder met mij een gesprek aan over de stand van zaken in de muziekbusiness. Hij beweerde dat de meeste Portugezen slecht opgevoed zijn en weinig van muziek kennen. Als ik hem zijn zin had laten doen was hij nu nog altijd met me aan het praten. Ik weet niet of de Portugezen slecht opgevoed zijn. De treinen in Portugal rijden in ieder geval op tijd en worden zelfs schoongemaakt. De meeste gevels zijn netjes geverfd. De mensen zijn vriendelijk en vaak ook hoffelijk. In stations word je duidelijke informatie gegeven. De echte onbeschofteriken werken volgens mij allemaal in toeristische informatiecentra. Daar ben ik niet bepaald over te spreken. De Portugezen zullen een hekel hebben aan toeristen omdat velen er op aangewezen zijn voor hun levensonderhoud. Is dit een vreemde gevolgtrekking? Ja, ik weet het, ik zit niet logisch in elkaar. Ik spring ook graag van de hak op de tak. Maar toch kom ik altijd weer met mijn voeten op de grond.

In Brussel word ik nooit begroet in winkels, cafés of restaurants, zelfs niet als ik er al fortuinen heb uitgegeven zoals in de Fnac. Ik durf er niet over nadenken hoeveel franken en euro’s ik daar al naartoe heb gebracht, in ruil voor kortstondige eeuwigheid. Met dat bedrag had ik een huis kunnen laten bouwen en een bosje aanleggen. Misschien geen villa maar toch ook geen fermette.

In onze straat wordt evenmin gepraat of geglimlacht. Niemand neemt zijn hoed af of geeft een tikje tegen de rand ervan. Als men je passeert kijkt men een andere richting uit, of richt de blik naar de grond. Op die grond liggen nochtans vaak hondendrollen. Zou het daardoor zijn dat wij op straat niet worden begroet? Uit schrik om in zo’n drol te trappen? John Donne schreef dat niemand een eiland is. Ik zou willen dat het waar was en dat de wereld, zoals ook vaak wordt beweerd, een dorp is. Ik zou graag veel mensen groeten en zelf ook begroet worden zoals dat in de dorpen gebeurt (of gebeurde, want ik ben al lang niet meer in Belgische dorpen geweest). Ik zou willen gezien worden, zodat ik opnieuw, zoals in mijn kinderjaren, het gevoel krijg dat ik besta. Nu ziet noch hoort iemand mij en dat is juist de pest. Kan dit spoedig veranderen?

13-02-07

MEESTERWERKEN


Al die harde schijven vol meesterwerken, die stof liggen te vergaren in toekomstige antiekwinkels.

24-01-07

LARVATUS PRODEO

descartes,schrijven,nutteloosheid,raymond carver,treinreis,sin city

In de trein lees ik een verhaal van Raymond Carver, The Compartment. Over een man die met de trein reist. Om het even waar naartoe, als hij zijn zoon maar niet hoeft te zien. Alles vergeten wil hij. Zich herinneren doet teveel pijn. Raymond Carver verwoordt telkens weer zeer genuanceerd en helder wat ik zelf soms voel.


Veel te snel moet ik hier alles noteren, hier op de zoveelste verdieping van een oud neo-klassiek gebouw in Sin City. Niemand in mijn omgeving mag het zien, mag het weten: dat ik teksten voor niets of niemand schrijf. Het is volkomen nutteloze energieverspilling. Iets onnoemelijks, lijkt het wel, een ‘tijdverdrijf’ waar zware straf op staat. Gemaskerd ga ik door het leven. Larvatus pro deo, noemde Descartes deze levenswijze. Het is tevens de naam van een Australische centrum-linkse groepsblog.

22-01-07

NATTIGHEID

hotel,feest,spa,treinreis,gesprek,landschap,winter,wijn,duvel,boudewijn de groot,brussel,muziek,soul,regen,lezen,boeken,conversatie,luc sante,dansen,james brown,pop

Ik ben dan toch als dezelfde man uit Spa teruggekeerd. Niets veranderd. De treinreis erheen was aangenaam en vooral zeer goedkoop. Ik heb geen Simenon gelezen, evenmin iets anders. We hebben gepraat over reizen, over New York, Chicago, Nashville. Over Lissabon, waar we in maart naartoe gaan. Over allerlei bestemmingen, maar niet over Spa. Ik heb veel naar de winterse landschappen gekeken en zitten mijmeren. Sommige vergezichten deden me aan Breughel denken. In Verviers gingen mijn gedachten naar Luc Sante en zijn schitterend boek over – onder meer - deze streek, ‘De feitenfabriek’.
In Spa regende het hard, en het was een heel eind naar het hotel. Druipnat worden in de nabijheid van de thermen, dat was weer eens iets anders. Aangezien het hotel maar niet in zicht kwam hebben we in een toeristisch informatiecentrum een taxi laten bellen. Het stadje telt er drie. Drie taxi's.

Dat ik ondanks de goede nachtrust niet zou veranderen, daar had ik al een vermoeden van, ik had me dan ook wijselijk ingedekt.

Over het verblijf in het hotel en het feest heb ik weinig te melden. Het was een personeelsfeest zoals er twaalf in een dozijn zijn. Drinken, eten, speeches, muziek en dansen op oubollige muziek. Af en toe wat praten over wat je nog te binnen wil schieten. Laat op de avond vroeg iemand me, wat heb je graag gelezen in 2006? Ik kon geen antwoord geven, ik wist niets meer, geen enkele titel, geen enkele naam. Na een paar minuten of zo hebben we het over Borges gehad, en nog wat later over Paul Auster en Ian McEwan. Ik zei dat ik die hedendaagse schrijvers zeer bewonderde. Mijn hersens hadden zich kennelijk helemaal op het oppervlakkige ingesteld en waren niet meer soepel en scherp genoeg om dieper te graven. Na al de wijn moest ik dringend een Duvel drinken om weer wat op gang te komen. Maar zoals Boudewijn De Groot al zong, we zijn niet meer als toen.

En zo ben ik nu weer thuis in Brussel, dezelfde man voor het raam, de man die zichzelf moet aanvaarden, die geen vat heeft op de dagen en het klimaat. De man die zich afzondert en vanuit de verte bewondert en liefheeft.
Neen, het was geen gewoon feest, het was een mooi feest. Ik heb fijne mensen ontmoet, lekker gegeten en gedronken, fijn gepraat, mezelf vergeten. Ook heb ik op muziek van James Brown gedanst. Een in memoriam dans.

07-12-06

STORM EN CHAOS


Als ik zo stil blijf zal ik mijn kroon snel kwijt zijn. Bij Sargasso kijken ze onder meer naar gaten in je blog. Ik denk dat ze heel wat punten aftrekken als je een paar dagen niets meedeelt. Maar maakt het iets uit, een kroon of geen kroon? Als je stil bent, ben je stil en dat is nog meer zo als de wereld je sprakeloos maakt. In mijn geval is de toestand omkeerbaar, denk ik. Want deze sprakeloosheid heeft zowel met vreugde als met verdriet te maken. Als het alleen maar droefheid zou zijn, erger dan blues, dan zou ik wellicht niet meer spreken en zeker niet meer schrijven. Maar gelukkig zijn er momenten van diepe vreugde, van extase zelfs. Ik denk dat ik vooral stil ben omdat ik die momenten moet verwerken. Ik moet nog wat afstand nemen van wat ik de voorbije dagen heb beleefd. Daarna zal ik er wellicht iets over vertellen. Nu zoemen ruzies, ongenoegen, schaterlachen met een verre vriendin, WC Fields, David Lynch, een adembenemend concert van Misia, twee feestjes en een leuk avondje met een nabije vriendin als een hoorbare koorts in mijn hoofd. Alsof het een droom was herinner ik me ook twee zingende meisjes met wie ik vorige dinsdag in Le Coq zat. Alsof het een droom was, maar het was geen droom. Bijna een zelfde storm als buiten woedt in mijn denken, in mijn onbewuste en in mijn verbeelding. Dat is niet de geschikte toestand van waaruit je een samenhangende tekst kunt opbouwen. Storm en chaos kunnen wel interessant zijn, maar de chaos meedelen is voor mij – zeker op dit ogenblik – onbegonnen werk. Ik heb kennelijk de weg naar de (positieve) leegte, die open plek in mijn metaforisch bos, nog niet gevonden. Maar ik geef het zoeken niet op. Misschien moet ik eerst wat bomen omhakken, ook al is dat ecologisch weinig verantwoord. Tenzij het zo goed als dode bomen zijn. Terwijl ik die bomen omhak zal ik eveneens mijn ego wat strelen.

stilte,zwijgen,storm,chaos,ego,verbeelding,lamoriniere,nachtleven,drinken,zingen,vriendschap

Afbeelding: landschap van Jean-Pierre-François Lamorinière.

23-11-06

VADERLANDSE OORDEN EN WOORDEN


In het vaderland moet je de weg naar de leegte en het niets terugvinden. Als je die oorden en hun woorden hebt teruggevonden moet je waarschijnlijk aan de wederopbouw beginnen. Het moet een soort van Wirtschaftswunder worden. Een wonder van de verbeelding. Daar zullen geen ontslagen vallen. Er rijden trouwens geen Volkswagens rond. Gerichte mobiliteit is er overbodig. Zul je er vrouwen kussen, vreemde huid strelen, juichend in het rond springen? Dat is nog maar de vraag. Ernst is je vreemd, Martin Pulaski, ook al kun je goed klagen en krijg je soms hoofdpijn van je eigen gezeur. In het vaderland moet je veel slapen. Je bent moe en je hebt allerlei klachten. Mensen in kamers, kantoren en op straat vallen je lastig met hun aanwezigheid. Ze zijn gemaskerd, je kent hun beweegredenen niet. Soms komen ze op je toe en vragen je geld of diensten. Anderen spuwen op de zitjes in de metro. Dat is niet de leegte en dat is niet het niets naar waar je moet terugkeren. Als je die oorden en woorden hebt teruggevonden kan er geen spoor van walging meer zijn. Nu lijk je op een kip zonder kop. Niet als je in de spiegel kijkt. Maar als je jezelf bedenkt. Ja, jezelf bedenkt in de toestand waarin je nu verkeert. Een kip zonder kop, maar wel moe en ten prooi aan hoofdpijn. Slachtoffer van slechte bedoelingen en boosaardigheid. Vanuit dat geometrisch punt vertrekkend, als je het vindt, laat je slechte mensen achter en spelen goede en slechte bedoelingen geen rol meer. Het is een open ruimte, zoals een open plek in een bos, waar plotseling de zon op schijnt. Je bent er welkom. Ik weet dat ik je er zal vinden. En jou ook. Het klinkt allemaal minder erg dan het is. Neen, ik maak een grapje. Het is allemaal minder erg dan het klinkt.

26-10-06

AVONTUREN MET VROUWEN



De vele andere vrouwen in mijn leven waar ik nooit avonturen mee had… Avonturen. Ja, dan moeten we elkaar eerst begrijpen. Waarover hebben we het als we zeggen: avonturen? In de context van de het gesprek met Laura vorige zaterdag in de taxi zal het woord wel een seksuele connotatie hebben. Het spreekt vanzelf dat je met vrouwen (en met mannen) ook heel andere en misschien wel boeiendere avonturen kunt hebben dank seksuele. Maar in die taxi ging het echt wel over avonturen van seksuele aard. Niet-avonturen moet ik zeggen. Zal ik wat namen noemen? Dat doe ik toch zo graag. Het noemen van een naam, hem proeven op mijn tong, zijn geur ruiken, mij laten meeslepen door de associaties die hij oproept, is al een avontuur op zich. Sommige namen van vrouwen met wie ik geen avonturen heb gehad ben ik vergeten. Ze zijn verdwenen in de tijd, samen met de rook om mijn hoofd. De vriendin van Ginette, uit Zonhoven. Gabriella. Maria M. (het zusje van Eva), we zaten zo vaak samen op café, Angèle…

Ik zie dat het tijd is voor een afspraak. Ik moet mijn mijmering hier afbreken. Maar ik beloof dat ik erop terug zal komen. Nog een fijne avond, beste lezer.

05-10-06

ESSE EST PERCIPI

bomen,zon,fantasie,realiteit,dak,borges,foto,martin pulaski

De zon schijnt, maar niet door de bomen. Ik zie namelijk geen bomen, alleen maar een grijs dak. En wat ik niet zie, bestaat niet. 

Wandelaars, geniet van uw wandeling! Fantasten, geniet van uw gefantaseerde tuinen en parken!

"Tevergeefs tracht ik los te raken van mijn lichaam
en het waken van een onophoudelijke spiegel
die het verspilt en bespiedt
en van het huis dat zijn patio's herhaalt
en van de wereld die doorgaat tot aan een verscheurde buitenbuurt
van stegen waar de wind versaagt en van grof slijk."

Jorge Luis Borges, Slapeloosheid.

Esse est percipi.

Foto: Martin Pulaski, Zelfportret (werelden in werelden).

13-09-06

GEEN LEVENSTEKENS

verveling,levensmoeheid,afwachting

Marcel Duchamp, Paradise

De laatste dagen van de zomer houd ik me gedeisd. Het is stil en ik ben stil. Ik zonder me af, zonder te weten waarom. Ik zoek niemand op, er wordt niet gebeld. Geen gesprekken, geen e-mails. Niemand kijk ik in de ogen. Geen gebaren. Geen wenken. Geen levenstekens. Ik wacht af. Ik weet niet wat er zal gebeuren. Ik neem geen beslissingen. Een paar dagen geleden was het 11 september. Ik heb geen krant gelezen en de televisie niet aangezet. Waarom herdenken wij dingen die vijf jaar of vijftig jaar geleden zijn gebeurd? Wat hebben wij met het getal vijf? Ach, ik weet het allemaal niet. Verwacht van mij vooral geen antwoorden. Ik weet niet eens wat ik vanavond zal eten. 

Maar morgen is een nieuwe dag. Misschien open ik dan weer mijn ramen en nodig ik al mijn vrienden en kennissen uit. Misschien heb ik dan invallen, ideeën, inspiratie en werklust.

09-08-06

MIJN KONINKRIJK VOOR EEN PAARDENMIDDEL

energie,slapen,paardenmiddel,new york dolls,patti smith,doping,antidepressiva,pop,popcultuur

Waarom schrijf ik veel gemakkelijker over ziekte, pijn en dood dan over genot en plezier? Waarom breng ik graag slecht nieuws? Nochtans zie ik mezelf als een hedonist. Als ik kon kiezen zou ik helemaal niets doen, denk ik. Gewoon wat in de wereld zijn. Nu eens hier, dan weer eens daar. Vroeger zou ik hier meteen aan hebben toegevoegd: en mensen ontmoeten. Maar dat verlangen is sterk afgenomen. En toch zie ik ze nog graag, vooral als ze namen en gezichten hebben.


Het is duidelijk komkommertijd in mijn hoofd. Ik val in slaap bij mijn eigen gedachten. Gisteren ben ik aan mijn dokter doping gaan vragen. Als coureurs dat nemen, waarom ik, doodgewone sterveling, dan niet? Hij wilde me meteen antidepressiva voorschrijven, tegen posttraumatische depressie. Maar dat wil ik niet. Dan lig ik zeker de hele dag te slapen. Ik heb een paardenmiddel nodig. Mijn koninkrijk voor een paardenmiddel. 

Lord give me something, zong Patti Smith ooit. Energy! En te denken dat ze nu alleen nog maar mineraalwater drinkt. Misschien moet ik inderdaad, zoals mij hier al werd aanbevolen, gewoon nog maar eens naar die goede oude New York Dolls luisteren. 'Personality Crisis' of zo. Misschien is dat nog de beste remedie.

'Too Much Too Soon' is een schitterende elpee van The New York Dolls, geproduceerd door de legendarische Shadow Morton. 'Personality Crisis' staat op de eerste elpee van the New York Dolls, eveneens een aanrader.

 

energie,slapen,paardenmiddel,new york dolls,patti smith,doping,antidepressiva,pop,popcultuur

Shadow Morton

23-07-06

"EEUWIGE ROEM"


Het is geen toeval dat Hölderlin hier weer opduikt. Er is een duidelijk verband met Syd Barrett, zij het niet uitgesproken inhoudelijk. Wat beide mannen verbindt is de verbluffende uniciteit; zij sprongen uit de band, waren op artistiek vlak ver vooruit op hun tijd. Zij waren heldere sterren, onverschrokken in hun jeugd, overmoedige ontdekkers – maar wat doofden zij snel uit! Beiden gingen al op jonge leeftijd de nacht van de waanzin in, zij trokken zich terug in een soort van kunstmatige baarmoeder, de ene in een toren, de andere in het huis van zijn moeder, bij wie hij vaak in de tuin zat, zo wordt beweerd. Wellicht hebben zij het leven ervaren als een ballingschap uit het paradijs, dat gelegen is kort bij het hart van de moeder.

Hölderlin was in zijn tijd geen populaire dichter, maar hij oefende desondanks aantrekkingskracht uit op de jongere generatie. Hij kreeg heel wat bezoek, in weerwel van zijn weinig coherente monologen en zijn eentonig pianospel. Syd Barrett was een levende legende. Bekende en minder bekende, vooral Britse, popzangers volgden zijn voorbeeld, zoals David Bowie en Kevin Ayers. Hölderlins dood heeft weinigen beroerd, later is zijn aanzien gestegen, vooral bij filosofen als Nietzsche en Heidegger. Een van zijn voornaamste volgelingen in de Nederlandse taal was Lucebert, een van onze beste dichters. Syd Barretts dood heeft velen geraakt, zowel tijdgenoten, mensen van mijn leeftijd, als jongeren. Beide kunstenaars zullen zolang er mensen bestaan verder leven.