14-11-11

DODENHUIZEN

 

khnopff.jpg

Door novemberzon en daarna mist, paarden en schapen in nevel gehuld, kwam ik naar je toe, huis van de dood en van leven. In de stad van de doden, waar ik dat huis dacht te vinden, raakte ik al spoedig de weg kwijt. Een groot, naar beton en verf geurend gebouw, oude mensen in rolstoelen, met krukken, druk bezige secretaresses, eindeloze gangen, trage, overvolle liften. Een labyrint. En dan nog het verkeerde labyrint.

Praatte ik met iemand? Nee. Ik belde, belde, sms’te. En zag mijn vergissing in: het verkeerde dodenhuis. Niet bus 13 had ik moeten nemen, maar bus 2. In het andere dodenhuis (en van de levenden) ontving mij een man, een vriend van een vriend, een man met goede ogen. Ik vertrouw niemand meer, met wat ik allemaal heb meegemaakt. Maar deze man vertrouwde ik. En maar goed ook, want toen we afscheid namen gaf hij me een handdruk en dat was die van een mens. Niet vaak schudt iemand je op die manier de hand. Deze man die ik vertrouwde zei me dat ik niet meteen zou sterven. Integendeel. Ik had een lange strijd tegen de dood geleverd. Hij somde van het begin tot het einde op welke daden artsen en ikzelf (onbewust), hadden verricht om mij in leven te houden. Heldendaden. Dat zei hij niet, hij bleef bescheiden over zijn collegae. Hij zei, je hebt vreselijke dingen meegemaakt, de dood voor ogen, wekenlang. Je bent getraumatiseerd. Geen wonder dat je in de mist verdwaalt en in het verkeerde dodenhuis belandt. Geen wonder dat je hier voor me staat met je geschonden lichaam. Een gevallen engel, zei hij. En: een gevallen engel is ook een engel. Je gaat niet zo gauw dood. Je gaat nog veel vrienden ontmoeten, nog veel plezier beleven, nog veel reizen. Je gaat diep doordringen in de dorpen, de straten en rivieren van je leven. Niets staat je in de weg om dat te doen. Er valt nog veel te ontdekken. Er staan je nog verrassingen te wachten, aangename, maar ook onaangename. Je hebt oude en jonge vrienden, en je familie, al is het een heel kleine, het blijft een familie. En er is de horizon die nu boven de mist opduikt. Er zijn steden en landen, bergen, sterren. Straten met namen van dichters en dictators, van operazangeressen. Wist je dat er in New York een steegje naar Thelonious Monk is genoemd? Er zijn crisissen en geboortes. In ruimtestations herinneren mannen en vrouwen zich hun leven op aarde. Hun passies, hun verdriet. Zolang iemand aan je denkt ben je niet verloren. Ga naar huis, door de mist, de zon is nu ondergegaan. Ga naar huis en rust en slaap en leef. Reis daarna naar het Oosten, het Westen, het Zuiden. En kom dan terug naar hier. Je bent hier welkom. Dit is geen huis van de dood. Een huis van de dood bestaat niet. Stel je voor! Nee, dat kun je niet. Noch zo'n huis, noch je verscheiden. Alleen de buitenkant is kenbaar, het ritueel, of noem het uitvaart. Je bent toch een schipperszoon? Vaart. Lange omvaart, korte omvaart. Ik ben vertrouwd met de vormen van wat de dood wordt genoemd, zei hij nog, maar niet met wat hij is. Voor mij bestaat de dood niet. Met de dood moet je lachen. Vooral als je nog leeft. Ga nu maar, je zal niet verdwalen. Ga nu maar. 

04-11-11

WEER EEN NIEUWE WEERLEGGING VAN DE TIJD?

 

borges_1921.jpg

De jonge Jorge Luis Borges, een momentopname.

Ik hecht veel meer waarde aan de commentaren van zoveel lieve en tedere en aandachtige mensen (op flickr) dan aan mijn eigen foto's. Daarom, ik herhaal het, heb ik die zo vluchtige reacties op een foto uit 1968 in de tekst van 1-11-11 even aan de vergetelheid willen onttrekken. Het gaat echt niet, in zoverre ik dat kan weten, om een narcistisch oprakelen van een voor mij idyllische tijd. Ik ben niet die jongen op de foto. Ik ben een andere, en dat moment is voor goed vervlogen. Evenmin was het een idyllische tijd. Ik geloof dat niemand ongelukkiger is dan een tiener, een jongen of een meisje van zeventien. En ik geloof nu dat in 1968 alle jongeren ongelukkig en ontevreden waren. Vandaar zoveel onrust, opstandigheid, escapisme. De beste mensen van mijn generatie gingen aan wanhoop en frustatie ten onder, om even Allen Ginsberg te parafraseren.

Woorden van waardering en liefde worden gauw vergeten. Ze aan de vergetelheid onttrekken? Onbegonnen werk, misschien, net zoals Borges' 'Nieuwe weerlegging van de tijd'. Bij Borges heb je vaak die tegenstelling tussen het vergankelijke en de eeuwigheid, de tijd die duurt, en doordat hij duurt ook vloeit en voorbijgaat, en het moment dat eeuwig lijkt, omdat het niet duurt, niet vloeit, omdat het stilstaat. 

Wij denken niet graag na over onze vergankelijkheid, kunnen ons niet voorstellen dat we er op een dag niet meer zullen zijn. We blijven plannen maken, al gauw is onze agenda voor een heel jaar ondergesneeuwd. Reizen, ontmoetingen, afspraken waarvan je zeker lijkt te zijn, maar die als drijfzand zijn, als onmogelijk te tellen zandkorrels op een vertrouwd strand. Nee, zandkorrels worden niet geteld, evenmin als haren. Zandkorrels nemen de golven mee naar niet vertrouwde streken, haren worden grijs en vallen uit. Om de tijd te trotseren draag je dan nog even een hoed. Of je wist de wilde dagen uit met wat plastische chirurgie. In een erger geval met niet-plastische chirurgie. Het zand raakt ondergesneeuw, onze agenda's vergelen in het zonlicht. Wij ademen de maan in en de sterren, maar ook dat duurt niet lang. Elk moment heeft zijn tijd en wat gebeurt en gebeurd is valt niet te weerleggen.

Wat een dom idee om mooie woorden, wensen en gedachten te willen onttrekken aan de tijd, de tijd die met zijn momenten de eeuwigheid nabootst.

28-10-11

VETTE VIS, MAGERE VIS


The-Idiot-22.jpg

De idioot, Akira Kurosawa.

Noem mij Martin Pulaski. Ik lig uitgeteld op een allesbehalve grasmatachtige vloer te wachten op een vette vis. Iedereen heeft het altijd maar over vette vissen, doch die van mij zijn zo mager als suikerriet. Vel over graat. Dokter, kun jij hier iets aan doen, nu het nog kan? In mijn buik is nog plaats voor zeker twee vette vissen. Maar dan moet je me wel een pilletje geven om dit gehoest te doen ophouden. Tegelijk hoesten en slikken, dat gaat niet. Cortisone, morfine, het maakt niet uit. Als dit gerochel maar ophoudt. Gelukkig hoor je mij niet praten. Ach, ik zeg natuurlijk ook niets. Zo ver is het met me nog niet gekomen. 

De voorbije nacht was ik een boze wolf zonder roodkapje. Ik had nochtans veel trek in zo'n 'kapje. In het diepst van mijn gedachten ben ik geen god maar een lekkerbek. Een weerwolf, een echte gek. In diepst van mijn gedachten ben ik eveneens een magere heilige, zoals die van Rudolf Geel (vergeten schrijver). De voorbije nacht lag ik te hoesten en te ijlen. Waar was je toch, ik had zo'n zin om je op te eten? Vind je het dan zo erg om door een heilige wolf verorberd te worden? Of schaam je je voor zulke verlangens? Het verlangen om verslonden te worden. De begeerte naar een wild beest. Alsof de dagen je nog niet hebben ontrukt aan de natuur. Aan de natura naturata en de natura naturans. (Waarom maakt Spinoza dit onderscheid, als de twee hoedanigheden toch een en hetzelfde zijn?) De dagen van oktober, als de zon je het mooist maakt, je haren oranje, je huid bleekblauw en rose, je jurk die een voor een zijn rode bladeren verliest.

Wakker werd ik als een raaskallende idioot, niet die van Dostojewski, noch die van Kurosawa: ik was King Lear, maar dan zonder kroon, zonder Cordelia, zonder iets. Ik bakte een ei, dronk zwarte koffie, zong de Blanket Roll Blues en wachtte op de arts. Wel een arts, maar geen verlossing in het verschiet. Ja, benedictie misschien, dat wel, zoals in het lied van Thurston Moore. Voor de rest geen gebenedijd woord meer. Maar geloof je me?

10-10-11

HET GEWICHT VAN DE DAGEN

indiana-robert-love-.jpg

Veel soortgenoten lopen gebukt onder het gewicht van de dagen. Sommigen lijken geen last te hebben van de dagelijkse sleur van hun arbeid, ze lijken energie in overvloed te hebben.Ik heb er zelf zo gekend op het werk. Misschien zien zij niet dat er naast het werk het 'echte' leven is. Ik begrijp dat iemand zijn werk graag kan doen, maar ook dat het je uitput en je vaak belet je 'echte' leven te leven. Je 'echte' leven is geen hersenschim, maar is alles wat je graag doet, alles waar je naar verlangt. 

Als ik aan die grote vermoeidheid denk, waar zovelen in dreigen te verzinken, schaam ik me voor mijn zelfbeklag. Hoe kan ik soms zo blind zijn voor de zorgen van anderen, hoe kan ik zo opgesloten zitten in mijn begeerte, in mijn verlangen? Misschien werd ik als kind, als jongeman te zeer verwend, misschien kreeg ik te veel aandacht en te veel liefde en is er daardoor gewenning opgetreden, waardoor ik niet meer zonder grote hoeveelheden kan. Ja, ik geloof dat mijn honger te groot is, mijn zelf-honger, daar komt het wellicht op neer.  

Zal ik nog kunnen veranderen? Ik blijf me aan het onmogelijke vastklampen, als ik dat niet zou doen, zou ik niet graag meer leven, denk ik. Ik moet sterk zijn, oefenen. Echt zwak voel ik me niet, alleen ergert het mij dat ik sommige dingen niet aankan, dat mijn lichaam zo veranderd is sinds 25 mei, dat mijn geheugen niet meer even goed werkt.

Veel te vaak voel ik me eenzaam.En als ik me eenzaam voel, komt dat door de gewenning waar ik het hierboven over had. Ik ben eenzaam als ik mij schitterende dagen herinner, alleen doorgebracht, of met een vriend of een geliefde. Ik kan heel goed alleen zijn, als ik maar weet dat er ergens iemand is die misschien met tederheid aan me denkt. Als ik weet dat er ergens iemand is die om me geeft. 

Ik ben ongeduldig. Ik wil nu al sterk zijn. Ik wil kunnen dansen, reizen, mijn 'echte' leven leiden (zelfs ik doe dat niet, ook al werk ik niet). Schrijven wil ik, lezen, luisteren, spreken, mezelf geven, mezelf verliezen, je in mijn armen houden, je de adem benemen. Zo sterk zijn dat ik me niet meer voor mijn zwakte hoef te schamen.

 

05-10-11

ECHTE EN ONECHTE VRIENDSCHAPPEN

vriendschap,vrienden,betekenis,zelf,aristoteles,filosofie,baltasar gracian

 Ik schrijf veel over vrienden en vriendschap, maar weet ik wel wat die woorden betekenen? Een vriend is een ander zelf, zoals Aristoteles al zei. En het woord 'vriend' is ongetwijfeld vaak een metafoor. Vriendschap en liefde liggen in elkaars verlengde, betekenen soms hetzelfde. Als je het over vrienden hebt moet je tegen wil en dank een onderscheid maken tussen 'echte' en 'onechte', zoals Baltasar Gracian doet. Ik heb heel weinig echte vrienden en heb daar geen behoefte aan. Op facebook heb ik meer dan duizend vrienden, waarvan velen alleen maar namen zijn en een profielfoto. Van de meesten weet ik niet eens of ze echt bestaan, of ze ooit geboren zijn. Hun geboortejaar verzwijgen ze angstvallig. Ik denk dat ze, net als ik, bang zijn voor de ouderdom, voor de dood. Ik ben in 1950 geboren.

Nee, enkele vrienden volstaan, enkele vrienden en een geliefde vrouw. Mijn echte vrienden kennen me en noemen me bij mijn naam. Zij weten dat ik, net als god meerdere namen heb, zij het nog altijd geen 99.

n zijn 'Handorakel en kunst van de voorzichtigheid' schrijft Baltasar over de vriendschap onder meer dit: "Er zijn echte en onechte vriendschappen. De eerste onderhouden wij voor ons genoegen, de tweede om ons succes in het leven te bevorderen. Weinigen zijn vrienden van uzelf, de meesten zijn het van uw positie. Begrip van een enkele vriend is van meer nut dan veel sympathie van de buitenwereld."

Vrienden van de eerste soort, die mijn succes in het leven zouden bevorderen, heb ik niet. Ik heb dan ook geen succes.

03-10-11

OVERWOEKERDE PADEN

bassani.jpg

Giorgio Bassani.

Vier uur lang slenterde ik door het centrum, van het Sint-Katelijneplein naar de Oude Graanmarkt, naar de Passaporta, waar ik slaperig als ik me voelde 'Slaap' heb gekocht, een verhaal van Murakami met mooie illustraties, en een roman van Arthur Japin, de auteur die ik op dit ogenblik het liefst lees. Telkens als ik uit een boekwinkel kom heb ik wat surrealisme aangeschaft; nu was dat 'Onbevlekte Ontvangenis' van André Breton en Paul Eluard. En na dat uur of zo van boekgengestreel vervolgde ik mijn wandeling over de Adolphe Maxlaan, naar Waterstone's voor wat tijdschriften, tot in het voorgeborchte* van de hel dat Fnac heet. De moed ontbrak me om op een van de gezellige terrassen te gaan zitten. Met niemand om mee te praten, en niet wetend wat gedronken. Ik zag me daar in betere tijden samen met vrienden praten, lachen, een Westmalle of een Orval drinkend, een met de bron van het leven.  Wat waren we destijds gelukkig (ook al wisten we het niet), zoals veel mensen die daar nu zaten.

Die avond was ik moe van in de stad rond te dolen, op zoek naar mezelf. Ik zat op het terras naar de sterren te kijken, maar die waren te ver weg om me te kunnen troosten. Een heerlijke zomeravond, maar ik voelde me ellendig, heel precies door de bijna magische weersomstandigheden, en omdat ik me al die mooie dagen en avonden met mijn vrienden bleef herinneren. Ik heb lang in het donker gewacht op slaap. Eerst had ik geprobeerd Vittorio De Sica's 'Il Giardino Dei Finzi-Contini' te bekijken, een film die ik waardeer, net als de gelijknamige roman van Georgio Bassani waarop hij is gebaseerd. Lang heb ik niet gekeken, mijn gedachten dwaalden af naar zomervelden in Limburg, naar al lang overwoekerde paden. 

 andre breton,giorgio bassani,ferrara,finzi-contini,vittorio de sica,cesare pavese,knut hamsun,nostalgie,eenzaamheid,wandelen,de wandelaar en zijn schaduw,brussel,stad,droefheid,vrienden,liefde,ziekenhuis,slaap,murakami,sterren,troosteloosheid,tijdverspilling,facebook,surrealisme,dérive

Dominique Sanda, in Il Giardino dei Finzi-Contini.

Sinds ik thuis ben uit het ziekenhuis ben ik niet meer blij, niet meer gelukkig. Ik heb het gevoel dat niemand meer van me houdt. Misschien is het niet waar, misschien is het een obsessie van me, maar ik zak dieper en dieper weg en ik weet niet hoe ik verder moet. Ik sta op een kruispunt, zonder zelfs een ziel om aan de duivel te verkopen. Was er maar een duivel, was er maar iets. Maar er is niets, er is niemand.

Hoe traag ik nu ben. De geringste inspanning is mij te veel. Meermaals zet ik het op een bijna hysterisch huilen omdat ik de eenvoudigste dingen niet kan doen. Denk ik. Als ik hard genoeg ben voor mezelf kunnen veel dingen toch wel. Er wordt gezegd dat ik sterk ben, omdat ik de beproevingen in het hospitaal overleefd heb, maar ik voel me extreem zwak. Het is heel moeilijk om je dat voor te stellen.

Ik zit hier maar de hele dag, te wachten op ik weet niet wat. Als de zon schijnt zoals vandaag word ik bijna gek van onbestemde emoties, van rusteloosheid, van het verlangen om ver weg te zijn van hier, met vrienden te praten en te lachen. Alles wat er niet is. Ik denk dan aan de melancholische romans van Cesare Pavese, en aan het lot dat in het midden van zijn leven op hem wachtte. En dan overvalt mij wanhoop, troosteloosheid. Ik verval in negativiteit, kan niet meer lachen, schrijf een slecht gedicht of verspil mijn tijd met zinloos gedoe op Facebook. Binnenkort ga ik weer met de kaarten spelen, of Domino.Stoer

 

surrealisten.jpg

Surrealisten. André Breton: bovenste rij, midden.

 

*Cfr. Paus Gregorius I.

15-09-11

JE MOET JE LEVEN VERANDEREN

brief_encounter.jpg

Brief Encounter - David Lean: verboden liefde in 1945.

Notities september 2011

Waarom schrijf ik niet meer? Heb ik na die bijna vier maanden nog altijd geen energie? Misschien is het alleen maar het opnieuw beginnen wat me dwars zit. Ik heb het altijd  moeilijk om op gang te komen, dat had ik ook al als leerling en student, bijvoorbeeld na een zomervakantie. En ik heb nooit graag voor iemand anders gewerkt. Niet dat ik lui ben: hier liggen duizenden pagina's tekst van me stof te vergaren. En ik heb er geen idee van hoeveel er op harde schijven, intern en extern, dvd's, cd's, floppy's en weet ik veel wat nog meer staat. Maar nu wil het maar niet gebeuren. De woorden houden zich stil, verschuilen zich in het struikgewas van mijn dromen en nachtmerries.

Soms vind ik het jammer dat ik auto noch huis heb. Niet voor het bezit, maar voor het comfort. Als ik vandaag een auto had gehad was ik zeker ergens naartoe gereden, naar  Limburg, naar de Maas, waar ik zoveel van houd, of naar Luik, ook al aan de Maas.Heel graag zou ik nog een keer naar Amsterdam gaan, langs de grachten flaneren, en in boekwinkels rondhangen.

Maar nu ben ik binnen gebleven en heb ik gelezen en wat muziek beluisterd en geslapen. Ik voelde me niet slecht maar een beetje verveeld. Nog altijd dat binnenzitten, zo eentonig.

Gisteren heb ik 'Brief Encounter' opnieuw bekeken, die klassieker van David Lean. Een wat verouderde, maar mooie, melancholische film over 'verboden' liefde. Schuldgevoelens maken een dagelijkse sleur doorbrekende romance kapot. Schuldgevoelens zijn nergens goed voor. Het zijn zelfs geen echte schuldgevoelens in Brief Encounter. Britten tonen geen gevoelens. Het gaat meer om een bijna objectieve schuld, en om schaamte over de transgressie, het (bijna) breken met de burgerlijke normen en waarden van die na-oorlogse, door angst gedisciplineerde maatschappij. 

Overal waar ik kom bezoek ik kruidtuinen. Ik ben er gek op. Het zijn altijd andere, kleinere werelden, weg van de steden. Alles is er helder en ordelijk. Ik heb er veel mooie herinneringen aan, even helder als de kruidtuinen zelf. Maar zal het nog lang zo helder blijven? Soms ben ik bang voor geheugenverlies, Alzheimer en ander onheil. Stel je voor dat ik niemand meer zou herkennen. 

Ik wil tevreden zijn, ik wil dat die droefheid van me af valt. Als je leven je niet bevalt kun je het veranderen. Dat ben ik nu aan het lezen in een boek Peter Sloterdijk, 'Je moet je leven veranderen'. De titel verwijst naar een regel van Rainer Maria Rilke. Opgelet: het is niet de bedoeling dat je 'het' leven verandert. Ik zit nog niet in de helft van het lijvige boek maar heb er toch al heel wat uit geleerd. Zo besef ik nu veel beter dat oefeningen (elke dag kinésitherapie, na de middag lezen) mij goed doen. En dat er niets mis is met de liefde. Maar dat wist ik al langer (en Arthur Japin heeft het daar voortdurend over. Als het donker is lees ik nu in zijn Vaslav - over Nijinski.)

Ja, ik schreef het hier boven al: Ik beluister weer meer muziek. Ik heb de jongste cd's van Ry Cooder, Beirut, My Morning Jacket en the Jayhawks. Aan Ry Cooder beleef ik het meeste plezier, vooral omdat hij zich zo boos maakt, op bankiers en andere parasieten van de 'gewone' mens. Ry Cooders woede biedt veel troost aan deze boze man. 

"Identiteit levert (...) de superhabitus voor allen die willen zijn zoals ze op grond van hun lokale invloeden zijn geworden, en die denken dat dat ook goed is. Op deze manier verzekeren de identieken zich ervan dat ze buiten gehoorsafstand zijn als er onverhoopt weer ergens de imperatief 'Je moet je leven veranderen' te beluisteren valt."
Peter Sloterdijk, Je moet je leven veranden, 200.

briefencounter2.jpg

 Brief Encounter, David Lean: twee vrouwen in één.

12-09-11

TRANSFORMATIES UIT DE ONDERGROND

 proposition.jpg

Notities augustus-september 2011.
 

Wat ben ik soms toch een idioot. Ik heb de hele voormiddag tijd zitten verspillen met kijken en luisteren naar clips op youtube. Niets gelezen, niets geschreven. Ik voelde me leeg (hoewel fysiek beter dan ooit, nee beter dan de voorbije weken en maanden). Hoe komt dat? Die leegte? Waarschijnlijk van hier altijd maar binnen te zitten en, vicieuze cirkel, niets te doen.

Gisteravond heb ik naar enkele soulplaten geluisterd, maar ze deden me weinig, waarschijnlijk omdat ik niet in die groove kan komen: ik kan er niet op dansen. Westerns waar de protagonisten elkaar de kop afschieten vind ik wel leuk, zoals The Proposition. Scenario en muziek van Nick Cave. Een Australische western, met aboriginals in plaats van Indianen.

Straks laat ik mij een half uurtje radbraken door de kinesist, dan voel ik me pas echt goed.

Op 8 november ga ik naar Gillian Welch en Dave Rawlings, als ik aan kaartjes geraak (en voldoende hersteld zal zijn).

Nu en dan ben ik radeloos, weet niets meer, kan niet spreken, niet handelen, niet bewegen.Maar ik heb me voorgenomen om nog weinig rekening te houden met alles wat vijandig is aan het leven. Ik moet mezelf beschermen, mijn vrijheid, mijn openheid, mijn vermogen tot liefde. 

Nog een maand misschien eer ik weer werkelijk buiten kan, niet alleen die tien minuten tot bij de kinesitherapeut en terug.

Ik denk dat ik nogal wat negatieve gevoelens en gedachten krijg door altijd maar alleen te zijn. Ik mis de aanwezigheid van geliefde vrienden. Ik vind het erg dat ik niet in de stad kan flaneren, naar de boeken en platen kan kijken, in de Pêle-Mêle binnenspringen, enzovoorts. Soms mis ik zelfs kamer 428, daar waren ten minste nog verpleegsters, sommigen van hen zelfs heel menselijk en vriendelijk.

Nu op een terras zitten, met een koffie. En nog een koffie. Is dat niet iets om naar te verlangen?

Achterdocht, paranoia, afgunst. Wat een lelijke karaktertrekken.

Voor de machine van de Grote Vader ben ik bang. Wat zou hij bij mij niet allemaal detecteren! Ik geloof dat er in mijn hele lichaam niets meer behoorlijk werkt, zeker niet sinds 24 mei (al zo lang geleden). Zelfs mijn penis weigert dienst, al begint hij toch weer wat van zich te laten horen. Of misschien beeld ik me dat maar in? Hij zou wel wat meer groeikansen moeten krijgen. Nu doet hij me aan de kleine Oskar denken, het kind dat weigert te groeien. Je weet wel, het jongetje met de blikken trommel. Wat een voorbeeld van een weigeraar. Ik denk nog vaak aan Charles Aznavour in de filmversie van dat boek. En hoe zou het met Volker Schlöndorff gaan? 

16-08-11

FINIS GLORIAE MUNDI

 Andy-s-Chest-andy-warhol.jpg

Andy's Chest.


Het voordeel van bijna dood te zijn en vooral van in coma te liggen is dat de tijd stil blijft staan. Zo komt het dat ik niet verjaard ben op mijn verjaardag, 2 juni, ondanks de honderden gelukwensen op facebook. Niet dat het de wereld of mijn eigen kleine leven verandert. Maar ik ben er toch tevreden mee: een jaar langer om te leven. Andy Warhol, waar ik vaak aan denk, heeft dat geluk niet gehad. Hij is voor een routineoperatie naar het ziekenhuis gegaan en is er wegens allerlei verwikkelingen niet meer levend uitgekomen. Hij was nochtans sterk. In juni 1968 overleefde hij een drietal kogels in de borst, afgevuurd door de gefrusteerde feministe Valerie Solanas. Warhol leek wel trots op die immense littekens op zijn borst, littekens van de incisies langs waar ze de kogels hadden verwijderd. Ondanks de lange en zware strijd die ik heb geleverd - je bent twee keer door het oog van een naald gegaan, zeggen mijn vrienden - heb ik maar een klein litteken, waar ik niet trots op ben.

Ik zit hier nu te herstellen en te hopen dat ik herstel, hoewel ik geen Volvo ben noch een BMW; ik ben een simpele mens, die er geen idee van heeft wat hem nog allemaal te wachten staat. Zal ik ooit nog bergwandelingen kunnen maken, zal ik nog kunnen dansen, zal ik feest kunnen vieren met mijn vrienden, 's nachts in de straten van Brussel, Antwerpen, Cadiz, Porto, Barcelona, Berlijn verdwalen? Zal ik nog zonder angst voor de dood kunnen leven? Het leven is kort. Ik mag niet alleen aan feest denken, maar ook aan ernst, aan werk. Zal ik nog iets van al mijn onafgewerkte werk kunnen voltooien?

 

Groeten uit kamer 428

14-04-11

GUMBO

 

professor.jpg

Professor Longhair.

Herinneren wij ons de dagen of is het net omgekeerd? Tijd bestaat en tijd bestaat niet. Toch laten wij onze sporen na in de velden, als het regent in de modder, in de winterse sneeuw, in de zomer klaprozen en insecten vertrappelend. Wij zijn er niet lang, maar willen desondanks niet graag worden uitgewist. Toen ik nog een jongetje was vond ik het altijd erg dat de leraar wat hij met een verzorgd handschrift met krijt op een bord had geschreven weer uitwiste voor nieuwe zinnen, nieuwe algebraformules. Naarmate ik ouder werd ben ik echter het potlood gaan hanteren: eenvoudig om te noteren, nog eenvoudiger om weer weg te gommen. Bijvoorbeeld een voorstelling van Antigone of Medea, waar je zo naar had uitgekeken, maar je moest in bed blijven wegens een astma-aanval, hoge koorst, of onverklaarbare zwaarmoedigheid.

Als de dagen zich de sneeuw herinneren, en daarna het nutteloze bloedspoor, nutteloos omdat het nergens naar leidt, en het gegil van vrouwen en kinderen, hongerige ogen, prikkeldraad, dan zie jij magnolia's in bloei. Alsof er niets ergs gebeurt; de mensen kleine vlekjes op een immens oppervlak. Je herinnert je opeens Pleasant Street, geen magnolia's maar overal de geur van tropische planten, en in de verte het geluid van de tram 'verlangen'. Niet zo heel ver daarvandaan viel de nacht, die zacht was en dreigend als het begin van een hevig onweer, met het enige licht dat van Tipitina's. Vier uur lang het ivoor van Professor Longhair, die nochtans al een hele tijd dood was. Je gezellin die in die hitte zat te rillen van de koorts. Misschien zag ze de sneeuwvlokken van de voorbije winter nog neerdwarrelen.
 
Op het kerkhof, 's anderendaags, was er geen voodoo, zelfs niet vlak bij het graf van Marie Laveaux. Je had een kater van de Corona's, en van het schijnbaar eindeloze gesprek met Eddie Bo over 'Slippin' and Slidin'', waarna heel muzikaal New Orleans de revue passeerde, en was bang dat een 'inboorling' je strot zou oversnijden, zoals ze dat in dat gezegende jaar al bij zeven toeristen hadden gedaan. Maar er gebeurde niets. De 'inboorlingen' waren vriendelijk, wezen je de weg, verkochten je platen voor een appel en een ei, namen je mee in hun taxi's en vertelden dat ze samen met Aaron Neville in de klas hadden gezeten. Ik kreeg de indruk dat in New Orleans ongeveer iedereen met een Neville Brother in de klas had gezeten.

Later zat je met zatte Engelsen in een bootje dat je tot diep in de swamps bracht. De alligators zagen er ongevaarlijk uit. De schipper riep 'Viens!' en gooide stukken kip in hun richting. Ongeveer dezelfde kip aten wij 's avonds in onze gumbo, met grijze naar modder smakende garnalen en catfish gemixt. En met rode bonen en rijst.

Denk je dat de hete, vochtige straten van New Orleans zich nog mijn voetstappen herinneren? Ik liep naar het busstation om te kijken hoe laat daar een bus naar Memphis vertrok. Vroeg - en je moest zien dat je nog veel vroeger bij de bushalte stond. First come, first served. Als de bus vol zat kon je er niet meer bij. Maar weet je, ik kom altijd te vroeg, wacht altijd op jou. En dan duren minuten uren. Vreemd toch hoe de tijd rekbaar is en zelfs niet bestaat. Wij maken de tijd. Wij delen ons leven in in minuten, uren, dagen. Ik wil nooit te laat komen, tenzij op mijn begrafenis. Maar daar zit ik niet bepaald naar uit te kijken. Nee, daar ga ik zeker te laat komen. Ik moet me nog zoveel herinneren. En zoveel moet zich mij nog herinneren, alsof de tijd, de dagen, het landschap mij betekenis moeten geven. Zoveel moet momenten in mijn leven onderlijnen, zoals studenten dat doen met sommige woorden in een zin. Een zin die ze na een dag of zo weer mogen vergeten. Maar niet allen vergeten. Sommigen vergeten nooit. Zij weten wat je onderlijnde momenten betekenen. Waarom? Omdat ze zich in die momenten herkennen. Omdat ze zich afvragen of wij ons de dagen herinneren of de dagen ons.

01-04-11

ROODKAPJE, LE CORBUSIER

Deze boze droom is een mooie droom. Maar wat is mooi en wat is boos? Roodkapje is boos en de wolf is mooi, maar gulzig. Wapenen we ons tegen wat onbekend is en ongenoten of laten we het ons welgevallen, sluiten we wat aan de overkant is en ons wat afschrikt (en soms van angst verlamt) in onze armen?

Roodkapje is mooi en de wolf is boos. Maar waarom zouden we bang zijn? We zijn gewaarschuwd. Iedereen is op de hoogte. Een vreemde uitdrukking, op de hoogte... Terwijl we ons eigenlijk op een laagvlakte bevinden, niet alleen wij, alles gaat naar beneden, naar de grond, naar de afgrond. Je kijkt naar een toren, bijvoorbeeld die van Eiffel, en je ziet hem zo in de afgrond storten. Daar is hij voor ontworpen. Zoals de linkeroever in Antwerpen ontworpen is om heel gauw weer een moeras te worden. Le Cobusier was er niet welkom. Gelukkig maar, want Le Corbusier heeft veel ellende in de wereld gebracht. Zonder hem waren die moorden misschien nooit gebeurd, stonden er nu geen torens en had ik toen ik jong was minder nachtmerries gehad. Daar aan de overkant gebeurden akelige dingen. Later, toen ik filosofie en esthetica studeerde, zag ik een tekening van Le Corbusier, met zijn twee gezichten. Ik meen me te herinneren dat ik er een scriptie over schreef. 

En Roodkapje dan? Is zij geen femme fatale? De wolf eet haar op maar krijgt geen vat op haar. Hij, met zijn akelig gehuil, vooral bij volle maan, delft het onderspit. Met zijn buik vol grafstenen, vol slijk, vol smurrie, vol motorolie. De mooie wolf, de bevallige duivel.

Ik heb je kinderen lief, zei hij. Zij zei, ik heb mijn kinderen lief. De wolven waren ver weg, ergens in Rusland, de rode bieten in glazen potten, muziek op mp3, gaarne zien een uitdrukking uit romantische verhalen, het ruige leven op straat een mythe. En de liefde dan, vroeg hij? De liefde? Kom uit je huid, zei zij. Kom uit je huid en wees een mens. Niets wijst erop dat je in iets zal mislukken, zei ze. Je bent een dier, maar ik zie je vleugels, zei ze.

Vergeet roodkapje, vergeet de boze wolf. Er is alleen wat er is. Maar vergeet de blikseminslag van de liefde niet. Nooit. 

01-02-11

WORSTELEN MET DE TIJD

 danièle delorme gérard blain.jpg

Danièle Delorme, Gérard Blain.

Je zit te wachten op de tijd, de dagen toen zij er nog niet was. Toen jij er nog niet was. Iets wat lijkt op een voorafgegane geschiedenis, een biografie die nog moet geschreven worden. Er was eens. Er zal eens. Once upon a time you dressed so fine. Dat moest nog komen, zal nog komen. Er is altijd die rode jurk die je vanuit het verleden naar de toekomst zal dragen en Van Morrison hoor je al zingen: Fair play to you. Je zit te wachten op haar vermoeide blik, die zo betovert, ook als ze niet moe is, alleen maar door het leven geraakt, als door een blinde god, een engel met net iets te kleine vleugels om als een kraanvogel weg te vliegen, naar landen die we in die dagen nog niet kenden.


Wat kenden we voor de tijd? Alsof de kinderjaren de sleutel bezitten tot een geheim dat ons leven rijker zou kunnen maken en onze omhelzingen hartstochtelijker. We kennen niets en we weten niets zonder de jaren. Dagen in valleien en op heuvels, in Europese steden en in Azië, films, oude trofeeën door grootouders uit Congo meegebracht, souvenirs uit de tweede wereldoorlog, het gekreun in een kleine koude kamer in Amsterdam. Postzegelverzamelingen met beeltenissen van alle koningen van de wereld, allemaal dood nu. Het leven van onontdekte volkeren door televisieploegen ontluisterd. En vervolgens breekt de algemene ontluistering aan. Beautiful friend!

Het was mooi om op klokken te schieten, zodat de wijzers stilvielen, las ik in een oud boek. Ja, dat moet mooi zijn geweest. Toen we nog geen namen hadden, of onze namen nog niet besmeurd waren door de anderen, degenen die ons de das om willen doen, degenen die het nooit goed met ons voor hebben gehad. Want je weet heel goed dat zulke mensen bestaan. Ze zitten hun ziel uit  te spuwen als ze het water van hun aardappelen afgieten in de gootsteen. Ze weten niet wat ze willen. Ze willen vooruit in het leven en gaan over lijken. Ze gaan ervoor. Ze hebben nooit een ziel gehad. De ziel bestaat niet, zeggen ze, en er bestaat nog veel minder een eeuwig leven.

Had ik een geweer ik schoot niet op mensen of dieren, maar op klokken. Maar waarom op klokken? Is er iets mooiers dan een klok? Je mag nooit onberedeneerde uitspraken doen. Op wat zou ik dan wel schieten? Mieren zijn dieren. Laat me even nadenken; misschien zou ik best op geweren schieten. Ik heb altijd van westerns gehouden, vooral van die scènes in westerns waar de ene revolverheld de andere zijn revolver uit de hand wegschiet. Niemand sterft, maar er is een spel gespeeld en een van beiden heeft gewonnen. Het mooie is ook hoe ze eerst met hun voetstappen de grond meten, en dat je weet dat ze zich aan de regels kunnen onttrekken en de andere in de rug schieten. Dat gebeurt. Ik denk dat het nu de regel is. Als ik nog kan denken, in deze sterke tijd, die zich zo wellustig aan me opdringt, bijna alsof hij wil zeggen dat ik niet besta, geen voetnoot ben in de geschiedenis, maar een atoom tussen massa’s andere atomen.

De tijd bestaat niet, maar telt toch al onze stappen, naar elkaar toe en van elkaar weg – en alle andere denkbare stappen die we zetten, en zelfs datgene wat sommigen misstappen noemen. Er is geen maat, maar alles wordt gemeten. Elk lied is wiskunde, ook al voel je alleen je hart kloppen. Maar je hart klopt matig. Ook al is het een verraderlijk hart, of een trouw hart, of een laf hart, het klopt matig. In een huis of in een schip op de donkere oceaan. Je hart klopt op het ritme van je verlangen. Het verlangen van je ziel. Vergis je niet! De menselijke driften maken een mens driftig en dom. Maar je verlangen wijst je de weg naar de sirene die je niet kent en niet wil kennen maar wil ontsluieren. Je verlangen is een raadsel op zoek naar een raadsel. In haar mysteries wil het worden ingewijd – en daarna vallen licht en duisternis in je leven samen en misschien kan de tijd dan gewoon zijn zin doen. Alsof hij het voor het zeggen heeft, zonder taal, zonder teken.

tijd, kindertijd, western, paradijs, klok, dagen, uren, verlangen, driften, freud, psychoanalyse, dood, leven, genot, lust,

Finis Gloriae Mundi, Valdes Leal

17-12-10

EEN JAAR ZONDER HOOFD

 

YvesKlein-BlueVenus.jpg

Yves Klein - Blauwe Venus.

Ik ben een popartiest die niet populair is, een dief die niet kan stelen. Een man zonder ambitie, en zodoende tevreden. De enige eigenschap die ik heb is dat ik geen eigenschappen heb, net zoals Ulrich. Als ik terugkijk op 2010 besef ik dat ik een heel jaar zonder hoofd heb geleefd. Of eigenlijk wel met een hoofd – met dat van jou, zoals in een hindoeïstisch sprookje. En voor ik het vergeet: al de steden en de straten waar ik rondzwierf hadden jouw naam en zullen altijd jouw naam hebben.

En nu dwarrelen de sneeuwvlokken langzaam naar beneden, de sneeuwvlokken die evenmin populair zijn. Alleen bij onnozele kinderen, die graag op straat spelen en er mannen maken.




(Het staat de lezer vrij om Venus' lichaam van een hoofd te voorzien.)




06-09-10

HOOG GRAS, HEROÏNE, LIEFDE

 

waanzinprins.jpg

Als je kind bent loop je door hoog gras. Dat gras wordt alsmaar lager naarmate je ouder wordt. Het verdort. Veel mensen om je heen verdorren. Je mag zelf niet verdorren, niet door de zon, maar ook niet door het leven. Je gaat op zoek naar anderen, naar niet verdorde mensen, geen wandelende takken. Je gaat op zoek naar mensen die je in je dromen hebt ontmoet, sprankelend van leven, van inventiviteit. Ze spreken altijd wel een min of meer andere taal dan de jouwe, maar je begrijpt hen. Je herkent je eigen levensverhaal in wat zij je in een onbewaakt moment vertellen. Het is alsof je zo’n andere versie van Strawberry Fields Forever hoort dan degene waar je vertrouwt mee bent. Of van Wouldn’t It Be Nice. De gebeden uit je jeugd: je aanvaardt dat de andere versies daar van afwijken, sterker nog, je hebt niet liever. Waarom ook niet: er is geen groter verschil dan dat tussen de idealistische songs van Brian Wilson en zijn dagelijks leven en lijden.

Wellicht zijn kunstenaars als Brian Wilson en Syd Barrett nog veel meer kind gebleven dan jij. Jij hebt je veel meer geplooid naar de alledaagsheid. Je moest overleven, je moest leven, je had een kind, een vrouw, een vriendin, en je eigen merkwaardige behoeften en verlangens.

 

Het egoïsme, het egocentrisme en de eigenwijsheid waren wellicht de grootste problemen van je generatie. Snotneuzen in popgroepjes dachten opeens dat ze het licht hadden gezien, dat ze iets konden vertellen over de waarheid. Terwijl ze in het beste geval alleen maar instrumenten konden bespelen en zingen, zoals Jimmy Page en Robert Plant. Wat alleszins opviel was dat het voornamelijk blanke jongens waren  die ‘meningen’ verkondigden – de meisjes, de zwarten, de ‘anderen’ zwegen. En sommige van die blanke jongens waren destructief, zogenaamde rebellen zonder een ‘object’ – destructiviteit was hun wijze van spreken. Uit die destructieve verlangens, zoals ook uitgedrukt in films als ‘Themroc’ van Claude Farraldo en ‘Les Valseuses’ van Bertrand Blier, vloeide ook mijn vernietigingsdrang en (helaas ook) zelfvernietigingsdrang voort.

Vreemd genoeg waren dat Franse films, terwijl de muziek die zulke gevoelens uitdrukte meestal Angelsaksisch was, denk maar aan the Who, the Move (een popgroep die graag televisietoestellen tot elementaire deeltjes herleidde). Of toch niet, er was bijvoorbeeld ook ‘Zabriskie Point’ van Michelangelo Antonioni, een film die eindigt met een gigantische ontploffing van alle mogelijke materialistische symbolen (met muziek van Pink Floyd op de soundtrack).

 

Wat wil ik nu eigenlijk zeggen? Weet jij het? Weet jij het waar je vandaan komt en naartoe gaat?  Soms denk ik dat het allemaal genoeg is geweest – de waanzin van de kleine burgers, die me nooit hebben toegestaan om mezelf te zijn, en jou ook niet. Maar mag ik dat argument als apologie voor mijn berusting gebruiken? Niemand heeft er mij fysiek toe gedwongen om een gezapig leven te leiden, om braaf te zijn, en alleen maar te stemmen op zogenaamde democratische partijen. Nee, ik weet niet wat ik wil zeggen, ik ben eens te meer aan verwarring ten prooi. De wereld is van mij en de wereld is het meest vreemde ding dat ik ken.

 

Soms denk ik, zou ik op latere leeftijd ook niet eens met heroïne beginnen, zoals destijds al die jonge jongens en meisjes? Niet omdat ik denk dat het leven dan eenvoudiger zal worden, of dat de drugs mij een antwoord zullen geven op welke vraag dan ook. (“Go on mister business man, you can’t dress like me”, zingt Jimi Hendrix nu.) Niet omdat ik iets denk. Maar gewoon maar nuchter zitten wachten op de dood lijkt me ook maar niks. Heroïne, morfine, sterke drank,  is een tweede keus, laat me daar duidelijk over zijn, mijn eerste keus is de liefde – maar als de liefde uit mijn leven zou verdwijnen zou ik graag snel en vooral pijnloos de grond in gaan. Geloof me, pijn heb ik genoeg gehad hier tussen en onder jullie. Hoezeer ik sommigen van jullie ook liefheb. En ik wil nog heel lang leven en liefhebben. Zullen we dan niet beter samen door het hoge gras lopen, ook al moeten we het ons verbeelden? En wij zijn weer klein, zoals het hoort – want we zijn echt wel heel erg klein, zelfs op latere leeftijd.

 

Laat me nu nog even naar David Bowie luisteren en door het hoge gras lopen en wachten op jou, een engel die boven deze stad ’s nachts mijn gebeden beantwoordt.

31-08-10

KEERPUNT: JOHNNY ACE

 

leven,liefde,muziek,verliefdheid,johnny ace,subcultuur,leugens,surrealisme,écriture automatique,wending,russische roulette,v,for you

Als ik zou zeggen, ‘Pledging My Love’ van Johnny Ace is het mooiste lied dat ik ken? Wat zou dat betekenen? Niets. Miljoenen mensen noemen de titel van het mooiste lied dat ze kennen; ze worden op de ritmes, melodieën, stemmen van die songs verwekt, ze huwen op de klanken van hun charme, ze sterven bij het gesnik van hun verdriet. Toevallig ben ik - toen ik al geen tiener meer was - gek geraakt op oude bluesballads als ‘Pledging My Love’, wellicht omdat ik in die tijd mijn eigen emoties wilde herkennen, en songs als die van Johnny Ace aan het resultaat van die queeste tegemoet kwamen. Mijn leven was begonnen in en met mijn moeder. Als kind kende ik alleen maar het water. Op de achtergrond rookte mijn vader zelfgerolde sigaretten. Ik groeide op met ‘Ben Hur’, ‘Spartacus', 'Shane', Elvis, the Beatles en the Rolling Stones. ‘De leeuw van Vlaanderen’ en ‘De zwarte tulp’. Dit is geen autobiografie, ik sla hele stukken over.

Met Henry (soms ook Harry genoemd), een reptielenvriend, speelde ik luchtgitaar op ‘Vincebus Eruptum’ vooral op hun versie van ‘Summertime Blues’. Eddie Cochran behoorde mijn oudere broer toe, dit was onze muziek, de jongens en meisjes van de jaren zestig. Blue Cheer speelde op dat ogenblik de luidste muziek ter wereld. Honderden honden stierven tijdens hun openluchtconcerten. Het vreemde is dat niemand klacht indiende. In België hebben ze nooit opgetreden.

leven,liefde,muziek,verliefdheid,johnny ace,subcultuur,leugens,surrealisme,écriture automatique,wending,russische roulette,v,for you


Johnny Ace zingt nu, voor hij zich op een kerstavond bij een spelletje Russische roulette een kogel door het hoofd jaagt;  hij croont, “I’m crazy to be in love with you”. Vele jaren later, ik had ‘Touchez pas au grisbi’, ‘L’Atalante’, en ‘High Noon’ gezien, hoorde ik ‘Strawberry Fields Forever’ op de transistorradio. En een nieuw leven begon. Bijna heel dat leven is terug te vinden in vroegere notities hier op hoochiekoochie. Ik was gelukkig en ongelukkig, droef als een clown, opgewekt als een VTM-superster. En daarmee bedoel ik niet Viva, noch Edie Sedgwick.

We zullen voor altijd samenblijven, als vreemden in de nacht. Ik bewaar mijn liefde voor jou. Verrassingen zijn er niet meer. Iedereen weet alles. Ik verwijs niet naar de manifesten van André Breton. Je weet dat ik vanavond aan écriture automatique doe. Geen sleutels in mijn handen, en de handjes van de tijd staan – helaas – even stil.

Ik wil om deze avond te vieren niet afzakken naar de lagere regionen van de hel, waar extreemrechtse nationalisten in helverlichte frituren rondhangen. De clichés van de dag. Maar om deze avond te vieren wil ik er desondanks op wijzen dat er een lied van John Lennon bestaat dat ‘Across The Universe’ heet, en dat Hüsker Dü de schoonheid van ‘Eight Miles High’ onderkende, zoals Mario Praz dat in zijn 'Romantic Agony' - ik gebruik bewust de Engelse titel - deed met alle romantische schrijvers, ook al moest hij, vanwege politieke omstandigheden, er een moraliserend sausje over gieten. Ik heb de indruk dat er nu alleen nog maar sausjes worden gegoten, umsonst, en bijna niemand nog echt om iemand geeft. Dat het verleden het verleden moet blijven; en wij scheuren de pagina’s uit onze agenda’s – de pagina’s van elke gebeurtenis die ons heeft getekend. Onze media schotelen ons brood en spelen voor. Iemand springt van een berg, die of die is dood, de Amerikanen trekken zich terug uit Irak (of is het eigenlijk Iran?), maar niet echt. De doden alleszins niet. Wij leven maar tegelijk leven we niet.

Je wordt oud als je het avontuur mist. Maar wat is het avontuur? Al die mensen die het gaan zoeken aan de voet van de Himalaya en dan hun luxe naar boven laten dragen door sherpas en dan toch nog naar beneden tuimelen of echtelijke ruzies krijgen? Al die mensen die op exotische stranden liggen, om Oostende toch maar te vermijden – een stad waar alles gebeurde, waar op zijn minst James Ensor hun maskers schilderde, zoals Jean Vigo die van de bourgeoisie op het strand van Nice. Je moet toch zeker naar Timboektoe gaan, al is het maar omdat je hond zo heet. Want een hond heb je ongetwijfeld, nu, op deze vergevorderde leeftijd.

Wat doe je dan, als je iedereen de rug toekeert? Je toont allen die je kennen of een beetje kennen je ware gezicht. Je keert niemand echt de rug toe. Je vrienden, kennissen, vijanden moeten je maar aanvaarden zoals je bent. Je hebt niets te verbergen. Je zit voor het raam met je vrouw, met je vriendin. Je zegt dat je ongelukkig bent, dat je gelukkig bent, dat je teveel drinkt, dat je een zeurpiet bent, dat je gek bent, dat je je leven moet veranderen. Je moet je leven veranderen, liefste. Het leven is kort. Wellicht was je ooit wild en ben je uit wilde ouders geboren, maar die tijden zijn lang voorbij. De tijd heeft je zeden verzacht. De tijd heeft je op je knieën gebracht. Wat wil je nog meer?

 

leven,liefde,muziek,verliefdheid,johnny ace,subcultuur,leugens,surrealisme,écriture automatique,wending,russische roulette,v,for you

Richard Brautigan


Je wil het leven liefhebben, zoals Hendrik Marsman, zoals die en die. Je wil niet in droefheid verzinken zoals de schrijver van Trout Fishing In America, die altijd zo opgewekt leek, maar zich een kogel door de kop schoot vanwege alcoholisme, in navolging van zijn grote voorbeeld, Ernest Hemingway. Je wil je ook niet dooddrinken, zoals de beste schrijver van de 20ste eeuw, Fernando Pessoa. Je wil leven en liefhebben, zoals niemand anders. Je weet wie je liefhebt. En wie je liefhebt heeft jou ook lief. En zo, op die manier, blijven deze woorden, deze melodieën bestaan. En niet anders. Er zijn geen andere woorden. Er is niets anders. Maar wat er is, is mooi, zoals ‘Les Nuits d’été’ van Berlioz. En zoals 'Plegding My Love' van Johnny Ace.

18-08-10

AAN DE WATERTOREN (PRENZLAUER BERG)

 wasserturm prenzlauer berg.jpg

Foto: Martin Pulaski


Met de stilte van stille panters en achtergrondgeweld. Moord en doodslag in de zo te horen diepe rust. Een stad die rust en roest en slaapt en een rollerskate leven leidt levert weinig stof voor nieuwe moordverhalen in de stijl van Raymond Chandler en ‘Total Destruction To Your Mind’.  James Cain misschien, afgezwakt door Joan Crawford, door haar quasi-perfecte tics. Afgunstig dat zij nooit een Gloria Grahame kon zijn of worden? Maar de postbode keert altijd terug, ook voor Mildred Pierce. Je moet je rekeningen betalen, ook als je honderd keer van adres verandert.

 

We zitten hier in symbolisch zand en proberen stil te zijn, weer thuis, al doen we ons best om het te ontkennen. Zoals we de regen ontkennen, en alles wat met visie en spektakel en spiegels en voyeurisme te maken heeft. Het meest spectaculaire vandaag is het boek ‘La société du spectacle.’ De geest van de elektriciteit huilt bittere tranen bij elk woord in dat boek. Vaarwelkussen aan Guy Debord, de dronkaard, een Godard zonder gitaar, zonder camera. Je moet sterk zijn om buiten de wet te leven, niet? Om het allemaal anders te doen. Guy Debord was zwak, dronk zich dood – alles was toch al om zeep, en wat heb je aan zeep als je geen water hebt, alleen maar tequila en mezcal?

 

In Berlijn wordt het geweld naar het verleden verbannen alsof het al decennia lang vrede is in de wereld en tussen jou en mij. Alsof er geen parasieten zijn, en geen dronken waanzinnige geweldenaars, en bruten die president worden en de wereld willen veroveren vanwege absurde, eeuwen geleden verjaarde belangen. Alsof er altijd vrede was en iedereen iedereen bemint. Zoals in de jaren zestig van de vorige eeuw, toen napalm een groot deel van onze wereld verwoestte. En toen iemand zong: ‘who is he and what is he to you’? En: ‘what’s going on’? Zelfs onder invloed van heel wat drugs. Alsof we toen van elkaar hielden. Alsof dit en dat en hier en daar.

 

Maar pils en donkere, bittere wind uit het Oosten brengen niet alleen algebraïsch leugenachtige koningen maar ook slecht nieuws naar het Westen. Van lucht ga je dood, als je niet voorzichtig de straat op gaat, met op zijn minst een masker op. Een, twee, drie. Je hoorde dat je zelfs geen voyeur meer kon zijn in Moskou. Een meter verder was er niets meer te zien dan donker giftig stof. Zo te sterven, met je vleugels van papier? Nee, toch?

 

Je zit kort bij een watertoren. Een watertoren waar de eerste moorden op woorden werden gepleegd. Men moest zwijgen of… De watertoren. De watertoren. Of als je gezicht onbemind was. Je gedicht niet werd begrepen. Vertel me leugens, of de watertoren. Het vaderland of de dood. Daar dronk je bier tot je erbij neerviel, of toch bijna. Omdat de watertoren zo mooi was. Je kon je het bloed niet voorstellen, het gegil, het gekreun, zo vroeg nog – het regime was net begonnen. De geschiedenis van Europa moest nog een definitieve naam krijgen. Moet ik hem noemen? Lieg maar tegen me, dan lieg ik tegen jou. En daarna gaan we naar zo’n nieuw hotel waar ze karaoke zingen, en dan zingen we karaoke. Wild thing, you make my heart sing, you make everything groovy. But I wanna know for sure.

16-07-10

DONKERE NACHT VAN DE ZIEL

brussel,nachtleven,cafés,vrienden,dromen,liefde,film,chabrol,stephane audran,a streetcar named desire,vivian leigh,blanche dubois,dnots

Blanche Dubois (Vivien Leigh).


Kom je uit het Noorden? Is de Noordenwind niet het ergste als je geen huis hebt en geen vooruitzichten? Je zit in een kroeg en drinkt halflauw bier en wacht op iemand die je niet kent. Iemand om mee te praten. Je vroegere vrienden, als je die al had, en collega’s, noemden je een eenzaat, “ iemand die nog eens aan eenzaamheid ten onder zal gaan”. Om het grote woord, sterven niet te noemen. Dood gaan. Het einde. Heeft het belang? Je hebt je buik vol van grote woorden. Je zit te wachten op iemand, om het even op wie, man, vrouw of dier, om over het leven te praten, over alles wat je hebt beleefd, over de wind, de zee, de dakpannen die net niet op je hoofd vielen, over films van Claude Chabrol – en de andere de regisseurs die zoveel valsspelende mensen, tricheurs, hebben uitgekleed tot op hun diepste huidlaag.

Met je gezelschap, dat tegen wil en dank is komen opdagen,  praat je niet over je eenzaamheid, over elkaars alleen zijn. Alsof dat een zonde is. Je praat evenmin over verlangens. Hoe je naar je vrouw verlangt, die nu ergens is, je weet niet eens waar. In een bed, in een bos? In haar eigen donkere nacht van de ziel? Hoe je haar in je armen wilt houden en tegen je zweterige borst aandrukken. Haar borsten zullen ook wel zweterig zijn, denk je, terwijl je met je toevallige vriend over La Femme Infidèle praat. Stéphane Audran. Haar tepels niet zo hard als in de winter, minder opwindend, maar haar geur zou je kunnen bedwelmen als de beste parfum uit Grasse. Dat weet je zo, ook al heb je haar geur nooit zo opgesnoven in deze lucht, in dit licht, in deze eenzaamheid.

 

Je praat en je kijkt naar de sterren en je wilt haar stem horen. Ver weg en dichtbij. Je volgt het gesprek niet langer. Mensen vertrekken. Het café raakt leeg.  Stoelen worden op tafels geplaatst. Ik ben Phaedra, zegt een barmeisje. Wist je dat dan niet? Oh, ben jij Phaedra, zeg jij. Je bent heel erg mooi, Phaedra, maar ik moet dringend plassen, zeg je. De sterren nog altijd aan de hemel. Een stinkend toilet waar mannen de hele nacht hebben gepist. Later aan een tafel buiten bij jonge mensen uit het Pajottenland, feestvierders die je niet kent. Een scène die aan A Streetcar Named Desire doet denken. Maar ik ben Blanche niet. Een wat zielige scene: “we mogen die arme Pulaski hier toch niet alleen achter laten. Stel dat hij weer wordt overvallen of zo”.

 

Op weg naar huis denk je aan je verleden, flitsen, flarden,fragmenten, niets is uitgewist, en denk je aan je geliefde, die je spoedig  weer in je armen zal houden en die je veel meer troost zal bieden dan om het even welke onbekende. Dan om het even welke bekende. Maar nog enkele uren, nog enkele dagen moet je in je hoofd de Noordenwind trotseren, en het gewauwel van kranten en televisie. The Dark Night Of The Soul, je weet wat hier staat, ook al is niets wat het lijkt. Nog enkele dagen. Je heb te veel geduld. Of toch niet, misschien?

brussel,nachtleven,cafés,vrienden,dromen,liefde,film,chabrol,stephane audran,a streetcar named desire,vivian leigh,blanche dubois,dnots

 Stephane Audran, La femme infidèle.

29-06-10

SPANJE EN PORTUGAL

 fernando_pessoa

Ik hang uit het raam, maandagavond. Of is het al dinsdag? Ik weet niet wat met de tijd gebeurt, de tijd in mij en de tijd van de wereld. De tijd van wat is en zijn zal. Van het al. De Spanjaarden hebben gewonnen, dat weet ik, terwijl ik achter de Portugezen stond. Waarom? Omdat Portugal een klein land is, arm en mooi en sterk en intelligent. Geloof nu niet dat ik niet van Spanje houd. Ik heb er veel gereisd. Net als Wannes Vandevelde heb ik mijn hart verloren in Cadiz, een stadje waar niets gebeurt en niets te beleven valt, maar waar elke keer als je er door de straten dwaalt iets omineus je overvalt. Iets zoals wanneer je voor de eerste keer ‘Cinnamon Girl’ van Neil Young hoort. En in de kleine witte steden van Andalousië.

Net als in Portugal heb je vrienden in Spanje. Waarom dan toch tegen beter weten in achter Portugal gaan staan? Ik zei het al: het is een klein land, met kleine, mooie mensen, de mooiste mensen van Europa, denk ik, en degenen die zich het meest van Europa afkeren. Europa de rug toekeren. Dat zie je bijvoorbeeld in Lissabon, een stad die zich overgeeft aan de Atlantische Oceaan, aan de verte, aan de horizon in het Westen. Aan de andere kant is Pessoa wellicht de meest Europese dichter van ons allemaal. Een ingewikkeld land, zoals België, maar zonder de taalproblemen. Portugal had de dictatuur – wel een ietwat ernstiger probleem dan welke taal iemand spreekt.
Nu is Portugal naar huis gestuurd. Ik ben geen voetballiefhebber, maar ik wed graag op paarden – niet echt, zoals in Amerikaanse romans en films, maar bij wijze van spreken. Het paard waar ik nu op wed is Duitsland. Het is een mooi land en de ploeg weet hoe samen te spelen. Op een sportieve manier zullen zij de wereld veroveren. Dat is eens iets anders dan met tanks, vliegtuigen, maarschalken en uitroeiingskampen. Die tijd is lang voorbij. Duitsland is een ander land geworden. De nazi’s tref je nu in andere landen aan, in België bijvoorbeeld, meer bepaald in het Noordelijke gedeelte van het land.

Binnenkort vertel ik over wat ik de voorbije maanden heb gedaan. Over mijn geluk, mijn ongeluk, mijn ziektes, mijn grote gezondheid, mijn liefde en mijn verdriet. Nu moet dit even volstaan. Het is te warm voor veel woorden.  

 

07-06-10

VERLOREN PARADIJS


Power

Bestaat de lineaire tijd? Er wordt beweerd dat ik nu zestig ben, maar ik geloof er niets van. Dat getal is pure uiterlijkheid, simplistische rekenkunde – en ik heb nooit graag gerekend. Ik ben zo oud of zo jong als ik ben – niemand weet het met absolute zekerheid. Hetzelfde geldt voor jou. Tenzij je in die nonsens gelooft. Het enige, onvermijdelijke, - waar ik me tegen verzet -, is dat de afschuwelijke dood dichterbij komt. Moet je de sterfelijkheid echter aanvaarden? Elias Canetti deed dat alvast niet. Overigens is hij de enige schrijver die zich met man en macht tegen de dood verzette. Is hij oud geworden? Als ik de ‘logica’ van hierboven volg niet. Zeker niet zo oud als Methusalem (969 jaar).

Ik wil niet beweren dat er niets verandert in mijn leven – dat zou pas erg zijn. Stasis. Ik heb er vroeger nogal wat over geschreven. Verandering is noodzakelijk. Niet veranderen is bijna hetzelfde als ophouden met ademhalen. Maar de veranderingen in mijn leven hebben niets met leeftijd te maken. Mijn leven verandert, geloof ik, toevallig. Zoals sommige ontmoetingen en sommige kortsluitingen toevallig gebeuren, en sommige bloemen die zomaar opeens, toevallig, op een oude cactus beginnen te bloeien.

Samen met veel andere Belgen volg ik op dit ogenblik de politiek van nabij. Er valt wat mij betreft niet echt veel over te zeggen. Ik ben geen rationalist, maar reageer vooral emotioneel, ook al lees ik boeken en denk ik na. De bewering dat het nationalisme een verwerpelijke doctrine is, is evenwel helemaal op rationele en historische argumenten gebaseerd. De morele en emotionele verontwaardiging versterkt in dit geval de ratio alleen maar. Toch ziet het er naar uit dat in het gebied dat Vlaanderen wordt genoemd – een streek waar sommige idioten niets liever doen dan met vlaggen zwaaien – dat verwerpelijke nationalisme de overhand zal halen. Voor mijn hart is het goed dat ik me op de dag van de verkiezingen in het buitenland zal bevinden. Nee, dat is geen escapisme. Ik zal zeker wel stemmen. Van woede en walging is mijn vel al wat groen gekleurd. Zo weet de nieuwsgierige lezer op welke partij deze eeuwige tiener zal stemmen.

Ik wil niet haten. Ik wil liefhebben. Ik wil geen vijanden, ik wil vrienden. Net als jij ben ik een mens die moet eten en drinken en vrijen. Geloof me vrij, als ik een keer lieg, is het alleen om bestwil. Ik streef naar het goede, maar weet niet wat het is. Het kwaad wil ik leren kennen. Als ik het kwaad door en door ken, zal ik misschien ooit eens iets goeds doen. Nu kan ik me daar alleen maar een voorstelling van vormen. Soms denk ik dat ik al die dingen heb geweten, toen ik een kind was, een paradijselijke periode, waar ik me hoegenaamd niets meer van herinner. Uit dat paradijs ben ik al lang verbannen. In de woestijn van de werkelijkheid maakt leeftijd niets uit.

De afbeelding van de hoes van New Order's 'Power, Corruption And Lies' (Fact 75) mag gezien worden als commentaar op de politieke situatie in België. Op de voorkant van hoes een reproductie van 'Roses' van Fantin-Latour (1836-1904). Ik raad je aan deze plaat uitsluitend in vinyl-versie te draaien, en draag er zorg voor dat je jong bent!

 

11-05-10

ZANGZAAD IN UTOPIA


utopia

Zoals sommige van je vrienden en helden van vroeger, die symbolisch verdronken zijn, zoals de vlinder van Boudewijn De Groot, heb je nu ook wel eens zin om je aan de goede ouderwetse morfine over te geven en in een roes – die je nooit hebt gekend – op een wolk van vergetelheid ver van hier weg te zweven. Naar een land waar zelfs geen goede prinsen heersen, een land waar goden gedichten schrijven zonder er ook maar een ogenblik trots op te zijn. Een groen land, een ijsland. Maar je hebt geen morfine bij de hand en gaat er ook niet naar op zoek. Zo’n land bestaat trouwens niet. Je leeft hier en nu, met in je achterhoofd het verleden en in je voorhoofd de mogelijkheden van de toekomst. Je hebt altijd affiniteit gehad met het begrip ‘het mogelijke’, dat je wellicht voor het eerst bij Ernst Bloch hebt aangetroffen.

Het is waar dat je je dagenlang, soms weken, onttrekt aan de ‘realiteit’ en soelaas zoekt in wijn en muziek – wat natuurlijk ook een realiteit is. Maar nu moet de gemeenschap voorrang krijgen op de eenzaamheid van het individu. De machtigen, de superrijken, tussen de twee en de vijf procent van de mensheid, geloof ik, die denken eeuwig te zullen leven, hebben het in hun hoofd gehaald ons nog veel meer uit te buiten dan ze ooit hebben gedaan. Hun families hebben hele continenten onvruchtbaar en ziek gemaakt, alsof ze de aliens waren van Stephen Hawking. In die uitgeputte streken valt echter niet zoveel meer te rapen. Nu is het ‘oude Europa’ en het ‘Rijk van het Kwaad’ aan de beurt. Portugal, Griekenland, Spanje, Ierland, België, Oost-Europa… Niemand weet waar het ophoudt, en niemand weet heel precies welke wapens de uitbuiters hanteren. Ze hebben de beurzen, de media, het goud. En als het erop aankomt hebben ze ook de wapens en de huurlingen.

Een van hun – met ‘hun’ verwijs ik naar die kleine groep parasieten - wapens is zeker het virus van de verlamming. Ons zover brengen dat we denken dat niets kan worden veranderd, dat er geen mogelijkheden zijn. Dat we hard moeten werken, onze belastingen betalen en naar spektakelfilms uit Hollywood kijken (waarin op cynische wijze onze levens worden nagebootst)… en kort daarna het ziekenhuis, de ziekenhuisbacteriën en het vuur van het crematorium. Niet in de grond: we hebben teveel van hun antidepressiva en antibiotica geslikt en van hun giftig voedsel gegeten, waardoor we de weinige vruchtbare grond die er nog is wel eens zouden kunnen vervuilen met ons dood vlees.

Ik klink somber, maar ik ben niet somber. Omdat ik in het mogelijke geloof. Ik weet dat het een abstract, vaag begrip is. Maar als je erover nadenkt, als je er met je kameraden over praat wordt dat begrip al heel wat begrijpelijker en concreter. Ik bedoel dat we het gesprek en de dialoog nodig hebben om deze georkestreerde, spectaculaire ‘crisis’ te kunnen en durven ontmaskeren… en dat we op die manier met veel inzet en inspanning en verbeelding van de wereld een vruchtbare tuin kunnen maken, waar we met z’n allen onszelf kunnen verwezenlijken. (Ik geloof echter niet in een utopie, in een wereld zonder haat, jaloezie, conflicten, etcetera. Maar gelijkertijd geloof ik wel in een wereld van broeder- en zusterschap, een muzikale wereld.) Een tuin leggen we aan, waar mogelijk mooie vogels zullen zingen. Hun gezang, en dat van onszelf, zal papavervelden en kalasjnikovs overbodig maken. Er zal zangzaad worden geoogst. En we zullen samenwerken en samen plezier maken en het leven leven dat ons toebehoort.