09-10-05

ZIEKTE EN MORAAL


Na een lange slaap, hopend op beterschap, ben ik even in mijn werkkamer komen zitten. Komen zitten. Werken kan ik niet. Lezen? Als je wanhopig bent en ziek en als er niemand is om troost bij te vinden en als er geen zekerheid is over de volgende droom en de volgende nachtmerrie? Als het toeval geen uitweg meer biedt en de dood bijna aantrekkelijk lijkt (zonder enige romantiek of pathetiek, bedoel ik wel).

Ik zit te denken dat de wereld een goede plaats is. Of liever dat de wereld een goede plaats zou zijn zonder ons, mensen. Jim Morrison heeft daar op een enigszins pathetische manier over gezongen, maar hij had gelijk. Wat hebben wij mensen de aarde aangedaan! De mensen zijn een schimmel op de aardkorst. Wat wij elkaar aandoen is al even erg. Voor een paar euro snijden wij elkaar de strot over of verklikken elkaar, leveren elkaar over aan de bloeddorstigste vijand. Bij de mensen is het de gewoonte de zieken en de zwakken uit te stoten, op te sluiten, te vernietigen met medicijnen, of gewoonweg uit te roeien in kampen, zoals de nationaal-socialisten deden.

Wij vernietigen elkaar met precisie. Waarom? Om de race te winnen? Of gewoon zomaar, de theorie van Darwin bevestigend. Alsof we die theorie niet kunnen bevestigen en toch vrij zijn en zelf beslissen over wat we doen en niet doen. Een soort van moreel leven leiden, waarbij we ervan uitgaan dat iedereen gelijk is, waarbij we zeggen: bejegen de andere zoals je zelf bejegend zou willen worden. Kennelijk een eeuwenoude gedragsregel die niet meer is dan dat: eeuwen oud. Nu is het ieder voor zich. En toch weiger ik dat te aanvaarden. Ik blijf mijn oude waarden trouw. Maar zoals Bob Dylan zingt: I've been double crossed for the very last time.

01-10-05

BOB DYLAN, THE GREAT GATSBY, MOSSELEN


fitzgerald


Ondanks de vorige notities en in weerwil van medische problemen en bezoeken aan dokters en een ziekenhuis en allerlei andere misère heb ik toch een mooie week gehad. Over onze wandeling in Haspengouw heb ik het hiervoor al gehad, net zoals over de prachtige documentaire van Martin Scorsese over Bob Dylan. No Direction Home heeft me zin gegeven om alle muziek van Bob Dylan opnieuw te gaan beluisteren vanaf het begin tot vandaag, en dat zal ik ook doen als mij de tijd gegund is, want het werk van Dylan is omvangrijk.

De ellende laat ik buiten beschouwing. Laten we er even van uitgaan dat de ellende niet bestaat, of zich alleen in nachtmerries voordoet.

Wat heeft mijn week dan zo goed gemaakt? The Great Gatsby van F. Scott Fitzgerald! Misschien wel de beste roman die ik ooit heb gelezen, en ik druk me heel voorzichtig uit. Dat ‘misschien’ beschermt mij tegen roekeloosheid (wat een gek woord: ‘roekeloosheid’), wat in dit geval betekent een onverwerkt enthousiasme, de echo van een grootse stijl, van een meeslepend verhaal… Maar ik denk dat dat ‘misschien’ binnen korte tijd weg mag vallen, dat het dan ‘zeker’ zal worden. F. Scott Fitzgerald is niet de belangrijkste 20ste eeuwse schrijver, daarvoor is zijn oeuvre te beperkt en te ongelijkmatig. Maar The Great Gatsby is een geval apart, een subliem hoogtepunt – als dat maar geen pleonasme is – in vertelkunst en in stijl, een dun boekje dat van heel veel zogenaamde Amerikaanse meesterwerken (of Great American Novels, zoals Underworld van Don DeLillo) de schraalheid laat zien, ondanks hun omvang. Waarom zijn die recente Amerikaanse romans allemaal zo dik? Is het een weddenschap? En wie is er dan mee begonnen? Een – weliswaar voortreffelijke – pulpschrijver als Tom Wolfe? Het maakt niet uit. Jay Gatsby en de andere personages zijn voor altijd en een dag in mijn geheugen gegrift. Lieve hemel, sta me bij en laat me mijn gezond verstand bewaren tot het einde komt, zodat ik mijn geliefden kan blijven herkennen, maar toch ook zal kunnen terugdenken aan de boeken die ik heb gelezen en nog zal lezen (muziek, films, etcetera)!

Ook heb ik lekkere mosselen gegeten, en pasta met zeevruchten, en parelhoen met krielaardappeltjes en prinsessenbonen zoals wij die groente noemen, en goede wijn gedronken, en dan ook nog bananen en sinaasappelen en reines-claudes.

Vrienden hebben mij gebeld of gemaild en mij aangemoedigd en mij op die wijze gelukkig gemaakt. Mensen die ik niet ken heb ik een gezicht gegeven en zij hebben waarschijnlijk hetzelfde gedaan met mij. Ik kan niet haten. Ik zou boos willen zijn op velerlei dingen in de wereld maar kan het niet. De wereld heeft te veel goeds te bieden in de zomer en in de lente. Zelfs de winter heeft de schoonheid van de sneeuw en de kale bomen, ook al brengt hij veel schade toe en maken de koude dagen het leven duur en zien wij er met rode wangen en blauwe neuzen veel minder goed uit dan met een bleke huid op een zomerstrand. Alle seizoenen hebben hun eigen, goede kwaliteiten, behalve de herfst misschien, als alles zo weerloos staat te sterven, maar de zon maakt de zichtbare dingen dan allemaal weer zo afgetekend en troosteloos dat je ze je hart aanbiedt om hen op die manier kracht te geven tot 21 december. En met kerstmis wordt eigenlijk al het begin van de lente gevierd, het nieuwe leven. Dan is het weer tijd om elkaar te benaderen of ons van elkaar te verwijderen al naargelang onze stemming of onze verhouding met elkaar en met de wereld.

Sommige mensen weten niet wat ze missen door boos te zijn op de wereld en op de mensen. Ik ben alleen maar boos op mezelf omdat ik soms boos ben op de wereld en op de mensen en op mezelf. Houd me tegen, maak me gelukkig!

25-09-05

ALLES WAT HET GEVAL IS?


Vandaag was de wereld zoals hij was. Een verzameling feiten, alles wat het geval was. Wie haalt het in zijn hoofd om daar nog iets aan te toe te voegen? Aan de wrede hemel, de mooie hemel, de wind die het zaad van de bomen verspreidt over de aarde en die jonge en zeer oude bomen uit de grond rukt. Mensen die elkaar liefhebben en vernietigen, of beide relaties combineren. Molshopen, mos, klavertjes, hallucinogene paddestoelen, hongersnood. Alle talen die wij spreken, en alle woorden van die talen. Het ongezegde laat je ongezegd. Je kijkt naar de beelden van de storm. Wat heeft de storm aangericht. De mensen zijn weggereden, daarna zijn ze teruggekeerd. Ik ben een tijdje wakker geweest, ik heb een tijdje geslapen. Op de achtergrond was er muziek van Art Pepper - en veel stilte. Het is halfacht, boven Brussel kleurt de hemel rood.

18-09-05

GEZONDHEID! SALUD! SANTE!


telefoneren

Ik weet niet wat me bezielt om zo laat nog hier tegen onbekenden te komen spreken. Ik ben zelf een onbekende. Spreek ik tegen mezelf? Misschien? Maar ook tegen jullie, in de eerste plaats tegen jullie, die mijn eenzaamheid delen maar niet mijn momenten van geluk en vreugde. Ik verheug mij over jullie aanwezigheid, jullie korte of langere bezoeken aan mijn sober salon, jullie nieuwsgierigheid, jullie herkenning, jullie afkeer, jullie genoegens, jullie wrevels, jullie eenvoudigweg bestaan! Ik wil jullie daarvoor - en voor alles wat ik niet kan noemen - bedanken, plechtig lijkt het wel, maar net zo goed lallend en brallend en razend als een tot de dood veroordeelde stier. Ik hef mijn glas voor jullie, ik proef het schuim, mijn vrienden. En inmiddels verblijf ik.

06-09-05

FUCK


travis


Na het enthousiasme en het verdriet van de voorbije week is opnieuw een tijd van leegte aangebroken.
Ik zit te wachten op wat? Ik zit te kijken naar wat? Moe. Suf. Korte zinnetjes kunnen nog net, maar ze zijn wel leeg. Wat moet ik hier dan? ’s Middags een broodje eten, even in de krant bladeren, wat onzin lezen over John Lennon. Zaterdag komen de Walkabouts. Who cares. Veel mensen, zie ik, maken foto’s van bloemen of van vlinders, van keitjes zelfs. Ze houden zich met de kleine dingen bezig en vervelen zich niet. Maar ik verveel me. Dat ik me verveel, zeg ik. Ik begrijp niet dat de kunstenaars in de 19de eeuw die ennui zo koesterden. Er is niets vervelenders dan verveling. Het enige wat je er waarschijnlijk kunt tegen doen is naar de fles grijpen of erger. Je ophangen, zal wel de beste oplossing zijn, maar wel erg definitief. Want morgen komt de kermis misschien naar de stad, en stelt een of ander mooi meisje je voor om met haar uit te gaan. De hele nacht. Dat dienstertje van in het Oerwoud, bijvoorbeeld, dat meisje dat zo kickt op Devendra Banhart! Ach, jongen, je bent een oude kerel, en nog getrouwd ook. En heb je die kop van jou al eens bekeken? Wel dan? Maar het is wel een kop natuurlijk. Dat kan niet iedereen zeggen, dat hij een kop heeft. En we zullen Roger McGuinn nog maar eens citeren: I trust everything will turn out alright. Als ze nu die verdomde Bush maar snel naar huis sturen. En dan eens lekker slapen.

25-07-05

VREDE ONDER DE DODEN / LONG JOHN BALDRY


andres serrano 2


De tragische gebeurtenissen van de voorbije weken en dagen - al het bloed dat door de straten van onze steden stroomt, al de verdwaasde jongens die zichzelf opblazen, al de jongeren en ouderen die uiteen worden gereten, en al spoedig vergeten zullen zijn – dreigen een gevoelloze toeschouwer van je te maken. Je blik wordt troebel, net zoals de foto’s die je maakt van je geliefde en van je vrienden. Je keert je rug naar de toekomst en laat je persoonlijke geschiedenis ophouden ergens in de jaren ’90. Je maakt jezelf wijs dat alles toen beter was. Wat natuurlijk niet zo is. Wij zijn altijd al wreed geweest voor elkaar. Slechte en dwaze mensen zijn van alle tijden. Toch is er ook veel liefde en mededogen in het hart van veel eenlingen. Arbeiders, schrijvers, kunstenaars, hoeren, priesters verkondigen nog altijd het evangelie van eros en agape. Een leger des heils van de verbeelding houdt ons, gewonde en troosteloze dieren, bij elkaar, in de verenigde staten van de potentiële vrede.
Maar wat ik eigenlijk wilde zeggen is dat door al deze gebeurtenissen de kleine dingen door de mazen van het net dreigen te vallen. Bijvoorbeeld de dood van Long John Baldry, een begaafde blueszanger, die vooral populair was in de jaren ’60 van de vorige eeuw. Als er geen vrede is onder de levenden, laat er dan ten minste vrede zijn onder de doden.

De foto is een werk van Andres Serrano.

06-07-05

ZOMER IN BRUSSEL, GEFLUISTERD


cardanus


De zomer.
Hier staan de twee woorden. Wat kun je daar nog aan toevoegen? Leegte, niets. Het is allemaal al gezegd. We vallen, staan weer op en vallen in herhaling. Vervelen elkaar met gezwans en gezanik. What’s new pussycat? Wow. Ook dat staat er. Je moet toch iets gezegd krijgen op een dag. Je hebt grote verwachtingen gewekt. Zwijgen kan niet meer. Dus de zomer. De zomer. Meer gefluisterd, nu, een beetje zoals Jane Birkin, maar dan mannelijker, vrees ik. Wat je natuurlijk niet kunt horen. Hoe meer ik je wil toespreken en zeggen wie ik ben en wat ik doe, hoe minder je me hoort. Hoe meer ik toenadering zoek tot de wereld hoe verder ik mij ervan verwijder. De mensen. Wat zijn jullie ver allemaal. En het verbetert er niet op, moet ik zeggen. Ja, ik moet alweer. Ik heb het beloofd en als ik iets beloof dan doe ik het ook. Ik kom ook altijd op tijd. Dat mag je gerust van me aannemen. Als ik te laat kom, is er iets aan de hand.

Er zijn zo van die dagen dat zelfs muziek me maar matig kan boeien. Sinds vorige zondag heb ik eigenlijk niet echt meer naar iets geluisterd, ook al loop ik halve dagen met de oortjes van mijn ipod in mijn oren. Ik probeer naar Aimée Mann te luisteren, omdat ik volgende zaterdag naar haar concert ga, maar ik hoor niets. Misschien wil ik te veel? Ben ik te gulzig? Want terwijl Aimée Mann mijn oren binnendringt, zonder dat ik haar stem hoor, glijden mijn ogen over de woorden van Italo Calvino. Italo Calvino tracht me ervan te overtuigen de klassieken te lezen. Vanmorgen in de metro raadde hij me nog aan om in navolging van Hamlet eens een boek van Hieronymus Cardanus te lezen. Dat zou zeer de moeite waard zijn. Wie is Hieronymus Cardanus? Ik moet nu naar de Delhaize, mosselen gaan kopen, groenten, een paar flessen witte wijn. Een kleine fles voor in de mosselen, een grote om uit te drinken. Daarna worden de mosselen schoongemaakt, evenals de groenten, en bereid zoals het hoort. Vervolgens gaan we aan tafel en eten we en praten we wat over de plantjes. De bladluizen, de rupsen. Dat het er niet goed mee gaat. Etcetera. Na het eten zijn we moe. Of wat dacht je? Misschien heb ik nog een beetje energie over om wat foto’s te scannen en op flickr.com te zetten? Voor mijn autobiografie. Leegte, niets? Mijn leven is er overvol van deze zomer. Wat me helemaal moedeloos maakt is het besef dat ik de zaterdag van mijn leven beleef. Dat las ik gisteren in een interview met Ian McEwan. Na zaterdag komt met een beetje geluk nog zondag. Dan eten we kip en zwijgen we erover. Nu hoor ik toch een liedje, zij het in mijn hoofd: Summer’s Almost Gone, van the Doors. De zomer. De lange hete zomer.

21-06-05

OP EEN ZOMERNACHT...


my dad

Hier zit ik dan in een hete kamer, zeker wel veertig graden, en Lucinda Williams zingt Too cool to be forgotten, en de drugs willen niet werken. Er zijn niet eens drugs. Alleen rode wijn, witte mag niet van de dokter, daarom: schenk me nog maar een glaasje Vino Nobile in, want het leven is niets, zoals Pessoa al zei. Niet dat ik zijn voorbeeld wil volgen: ik ben veel te bang voor ziekte, armoede en dood. Een levensgenieter wil ik zijn, zoals mijn vader. Mijn vader is nu al twaalf jaar dood. Gisteren, na de grote schoonmaakbeurt, heb ik zijn foto op mijn bureau gezet. Hier staat zijn portret nu, bijna recht voor me, mijn vader met een zomerhoed op en een sigaret in zijn mond. Ik ben niet langer bang voor hem. Ik word geleidelijk aan zelf mijn vader en na mijn dood zal mijn zoon mij wel overnemen, denk ik. Zo geven wij onszelf enigszins door aan elkaar. Maar aan alles komt een einde, ook aan het doorgeven. Aan alles komt een eind, zelfs aan deze warme nacht, de kortste van het jaar... En zelfs aan de songs van James Brown. En aan James Brown zelf. I love you so, please don't go, please stay here with me in Mendocino. Doug Sahm, ook al een tijdje zes voet onder de grond, zoals ze in Texas zeggen. Wat was dat toch een zalige zomerhit, misschien wel de allermooiste, met dat orgeltje van Augie Meyers. Ik heb the Sir Douglas Quintet in 1983 in Hof Ter Lo zien optreden. Ik werd er zo extatisch van, zonder drugs en nauwelijks alcohol in mijn lijf, niet meer dan drie Stella's, dat ik er het hoofd bij verloor en achterover viel, op mijn rug, en er met de schrik van af kwam. Waarom vertel ik dit? Het zal de hitte zijn.
 
De muziek is er altijd, soms luid en verlammend, verstommend, soms zacht en fluisterend en inspirerend. Ten minste tot ruwe brokken stof, waarin je later kan gaan zoeken naar het edele materiaal, of naar een stuk glas dat soms opeens heel zeldzaam kan lijken en daardoor "diamant kan doen misprijzen". Het is een zaak van alles of niets. Voor niets is het nu te laat, mijn leven is ver gevorderd, en de nacht is dat ook, al ligt de wijn wal wat dwars (helaas geen Vino Nobile, dat was ijdele praat) en zijn er de talloze voorbeelden uit het verleden en natuurlijk ook heden. De dode helden, die ik alle eer betoon maar daar blijft het bij. Hun doodlopend spoor volg ik niet.
 
Mag ik je nog eens iets aanbevelen? Ken je de tweede elpee (of cd) van Television, Adventure? Luister dan eens naar Days... En nu ga ik op mijn matras liggen wachten tot de ochtend komt.

08-06-05

TROOSTENDE ENGEL


jonathan donahue


Een heel goede vriendin was boos op me omdat ik me zaterdagnacht doelbewust in een onveilige situatie had begeven.
Ze zegt dat ik zoals de hindoes moet vertrouwen op God maar wel een paraplu meenemen. Voor een atheïst als ik, zegt ze, komt dat neer op vertrouwen op het leven maar niet dansen op dun ijs. Ze heeft natuurlijk gelijk en nog belangrijker is dat ik me getroost voel door haar bezorgdheid, die volkomen in tegenspraak is met wat ik schreef over het egoïsme van de mensen. Er zijn toch nog lievelingen in deze hel die wij zelf maken. Mensen die we graag engelen zouden noemen en lang in onze armen houden om hun warme te voelen, het vibreren van hun ziel. Toch zou ik nog altijd de vrijheid willen hebben om te kunnen dansen wanneer ik dat wil, ijs of geen ijs. En als je geen risico's neemt verandert er ook niets en blus je na een tijdje uit. Dat dreigt nu te zullen gebeuren. Wat aanbreekt is een periode van aangename zomeravonden met vrienden, thuis of op terrassen, een gezellige babbel, een paar glazen wijn en dan naar bed. Gedaan met onverwachte ontmoetingen en 'the kindness of strangers'. Maar wie bepaalt ons lot en hoe weten wij waar wij naartoe gaan? Waar zijn wij eigenlijk? En wie zijn wij?

Foto: Jonathan Donahue (Mercury Rev).

01-06-05

OMGEVEN DOOR ALLERHANDE OBJECTEN


lucian freud - closed_eyes


Problemen!
Ik heb een iPod gekocht, en toch ben ik geen dief. Als je een dergelijk toestelletje aanschaft word je nochtans via een sticker gewaarschuwd dat diefstal van liederen een doodzonde is, of iets dergelijks. Je kunt er zelfs voor gestraft worden, geloof ik. Met wat is me onduidelijk, het zou wel eens verbanning kunnen zijn naar een streek waar geen muziek bestaat. Dat is dan zeker niet de hel, want daar zitten de allerbeste muzikanten, onder wie Wolfgang Amadeus Mozart en Robert Johnson. Iedereen weet toch dat Wolfgang een vrijmetselaar was; en Robert verkocht op een kruispunt in de staat Mississippi zijn ziel aan de duivel, net zoals Faust. Op mij is die waarschuwing echter niet van toepassing, want zoals ik al zei ben ik geen dief. Voorlopig toch niet. Wat ik doe met die iPod is combineren, verbanden leggen, verzamelingen maken, radioprogramma’s - alleen maar voor mezelf - samenstellen. Ik gebruik daarvoor mijn zeer uitgebreide cd-collectie, die onder meer door iPod en i-tunes stilaan overbodig wordt. Soms laat ik mijn iPod gewoon zijn zin doen en dan word ik telkens weer verrast door zijn goede smaak: hij is een uitstekend mixer. Maar wat is er dan aan de hand? Het probleem is dat ik niets meer doe. Ik schrijf niet meer, lees niet meer, bekijk geen films meer en beluister nog nauwelijks muziek! Al mijn vrije tijd gaat naar het op harde schijf zetten van mijn uitverkoren songs en daar dan weer selecties uit maken voor mijn ipod. Doodmoe van dat zenuwslopend met schijfjes jongleren ga ik dan (veel te laat) naar bed en doe meteen het licht uit, zonder eerst nog een uurtje of een half uurtje wat te lezen in het verzameld werk van Giorgio Bassani of in 'Op zoek naar de verloren tijd', of in om het even welk ander meesterwerk. Wel stop ik voor ik het licht uitdoe de oortjes van de ipod in mijn oren, na eerst vlug een selectie gemaakt te hebben van wat ik bij het in slaap vallen wil horen. (Dat boek van Martha Nussbaum over de emoties zal nog lang ongelezen blijven liggen, denk ik.) Die ipod is een verjaardagsgeschenk aan mezelf: morgen is het mijn verjaardag (ook die van Markies De Sade, Thomas Hardy en Charlie Watts). Ik begin te vermoeden dat ik mezelf er de duivel mee heb aangedaan. Hoe meer je toestaat dat de objecten je leven gaan beheersen, hoe ongelukkiger of ontevredener je wordt. ’s Nachts keer je dan terug naar een wereld zonder objecten en ’s morgens word je uitgeput en vooral boos wakker: terug in de werkelijkheid. Het paradoxale van zo’n iPod is dat het een object is waarmee je je voor de andere objecten kunt afsluiten. Een ideaal cadeau voor narcisten en escapisten die vol angst en beven door het leven gaan.

Reproductie: Lucian Freud, Closed Eyes.

06-05-05

MELANCHOLIE, DOODSANGST


repulsion3


Ik zit vandaag vooral veel voor me uit te staren en te piekeren.
Niet echt voor me uit staren: de blik is veeleer naar binnen gericht, ik zie nauwelijks wat er zich om mij heen bevindt. In de supermarkt ben ik vervreemd van de andere consumenten. Ik zet zonder iemand te zien mijn waren op de transportband, stop de etenswaren in mijn rugzak, betaal en ben weer weg. Mijn huidige toestand doet me denken aan die van Cathérine Deneuve in 'Repulsion'. Dacht zij ook zo veel aan de dood? Dat is vandaag namelijk bij mij het geval. De dood zit mij dwars. Het is diepe melancholie, die verlammend werkt. De zekerheid dat je moet sterven. Het treuren om de dood van vrienden, familieleden, ouders, bewonderde helden.
 
De kwaal waar ik het enkele dagen geleden over had zit in mijn onderlijf, maar ze zit natuurlijk ook als idee in mijn hoofd - en langs die weg heeft ze mij al nare dromen over knekels en uiteenspattende vruchten bezorgd, dromen die zich afspelen in het onder een gouden nevel rustende rijk van de dood.Ik probeer aan die melancholie te ontsnappen met Brian Wilson en the Beach Boys ('Cabinessence', 'Wind Chimes', 'Heroes and Villains'), maar veel helpt het allemaal niet. Ik zal geduld moeten oefenen en wachten tot de zon weer gaat schijnen, of me wat meer inspannen en troost zoeken in de wijsbegeerte.

08-04-05

HET EVANGELIE VAN JUDAS


bobby bland


Door al het gedoe in verband met de dood van die verduivelde paus zou je nog gelovig worden.
Er wordt over niets anders meer geschreven. De televisie zet ik in ieder geval niet aan: dat is al Johannes Paulus II wat de klok slaat, als er tenminste geen wielerwedstrijden of voetbalmatchen gaande zijn. Voor de rest schijnt er niets meer te gebeuren. Ondanks al die drukte om niets heb ik toch kunnen lezen dat Saul Bellow overleden is. Niet meteen de beste schrijver die ik ooit heb gelezen, maar toch zeker iemand die boven de middelmaat uitsteekt. Humboldt’s Gift zal ik nooit vergeten, onder meer omdat het over Delmore Schwartz gaat (in het boek heet de dichter Von Humboldt Fleisher), en over de dood natuurlijk. Delmore Schwartz’s werk leerde ik dan weer kennen via de hoes van de eerste LP van the Velvet Underground. Het nummer The European Son was opgedragen aan de dichter. Later las ik dat Lou Reed veel had geleerd van Schwartz.
 
Behalve over de paus is er ook veel te doen over het Judas Evangelie. Vorige week toen ik in de file stond aan de kassa van de Delhaize begon een wildvreemde man die achter mij stond erover. En vandaag las ik zelfs fragmenten van dat Evangelie in de Standaard. Die gnostische tekst spreekt me wel aan. De bijbelse god is eigenlijk slecht en Judas is goed omdat hij Jezus heeft verraden. Als Judas Jezus niet had verraden was de heiland nooit de heiland geworden, want niet aan het kruis gestorven. En dan bevonden zich op dit ogenblik geen miljoenen pelgrims, verblinde uilen eigenlijk, in Rome. Wat vind je trouwens van dit fragment: “Zie op mij neer en hoor mij aan, omdat ik in het lege eenzame land ben” ? Ik hoor er meteen de stem van Bobby Bland bij, vooral als hij zingt “I know how it feels to be a stranger in this unfriendly land” (uit Lead Me On). Ik kon me daar altijd heel goed in herkennen, en nu blijkt dat Judas zich daar ook heel goed in zou kunnen herkennen, als hij nog zou leven. Maar hij is natuurlijk dood. Deze middag, op weg om de neurotische honger te stillen met een aantal muzikale schijfjes, zag ik arbeiders de straat betegelen. Het was lang geleden dat ik er nog bij had stilgestaan hoe belangrijk deze mensen zijn. Zonder hen zouden er geen straten zijn; zonder dergelijke echt werkende mensen zou er bijna niets zijn. Wat betekenen wij dan, wij die geen arbeiders zijn, wij die soms denken dat we veel inzicht hebben en onmisbaar zijn omdat we denken dat we veel weten of omdat we wat woorden aan elkaar kunnen rijgen? Helaas moet ik deze diepgravende overwegingen onderbreken omdat ik me klaar moet maken voor een belangrijk gesprek. Daar buiten wacht iemand op mij, aan wie ik mijn zorgen en mijn angsten kan vertellen. En daarna zien we wel weer.

Foto: Bobby 'Blue' Bland

30-03-05

HELDEN EN HYPOCHONDERS


ave maria


België is een goed land voor hypochonders.
Hier is altijd wel iets wat je ziek maakt of je het gevoel geeft dat je ziek bent of binnenkort ziek zal worden. Gisteren hoorde ik dat we binnenskamers voortdurend formaldehyde, een kankerverwekkende stof, inademen en vandaag las ik in de krant dat de lucht buitensporig vervuild is. Ik had al net zo goed mijnwerker kunnen worden… Van mijnwerkers gesproken: ik heb een paar dagen geleden beslist dat Working Class Hero – in de originele versie van John Lennon – op mijn begrafenis ten gehore zal worden gebracht. Ik ben bezig aan een nieuwe lijst begrafenisliedjes… Dat is een lastige onderneming. Er is zoveel keuze. De requiems kan ik natuurlijk al elimineren, want die liggen te zeer voor de hand (ook al is het requiem van Berlioz zeer opwindend). Het is overigens de tijd van de helden: de media zijn koortsachtig op zoek naar grote Belgen, waarschijnlijk omdat er geen grote Belgen meer zijn of niemand nog durft zeggen dat hij of zij een Belg is. Ik ben alleszins een echte Belg, maar dan wel een kleine. (Tenzij na middernacht, onder invloed van voldoende wijn, of soms ook wel overdag en nuchter, maar dan in het diepst van mijn gedachten). Er is een tijd geweest dat er geen helden meer waren; het was in ieder geval niet cool en niet politiek correct om aan heldenverering te doen. Zelfs Thomas Carlyle werd om die reden fascisme - avant la lettre – aangewreven. Alleen met kunstenaars en filmsterren mocht nog gedweept worden, maar ook dat deden alleen naïeve mensen. No more heroes anymore, zoals the Stranglers al zongen. Ik heb me daar nooit om bekommerd. Voor mij zijn er altijd helden geweest, grote historische figuren, lichtende voorbeelden, kunstenaars, filosofen, schrijvers, songschrijvers… Van Alexandre Dumas, Edgar Allen Poe en Elvis Presley in mijn kinderjaren via Jean Eustache, Virginia Woolf en Friedrich Nietzsche in mijn studententijd tot Paul Auster en Gillian Welch in deze prachtige tijd waarin we nu leven. En honderden anderen natuurlijk. Lijstjes volgen later. Lijstjes maken, een mooie obsessie.

Vorige 3 4 5 6 7 8 9 10 11