26-01-06

DU NOUVEAU!


IDUCASSE


Denk je dat er nog woorden overblijven voor iets nieuws, iets wat de wereld versteld zou doen staan, op de manier waarop bijvoorbeeld Les Chants de Maldoror van Lautréamont dat moet hebben gedaan in de 19de eeuw? Dat is een vraag die me altijd heeft beziggehouden, en mij niet alleen natuurlijk. De vraag en misschien zelfs de antwoorden liggen voor de hand, maar het is nodig om af en toe bij iets stil te staan, en wellicht vooral bij iets dat voor de hand ligt.

19-01-06

PATTY HEARST EN HET ONZUIVERE LEVEN

sla,televisie,steely dan,raf,onzuiver,tegenstellingen,patty hearst,nietzsche,filosofie,naastenliefde

Ik ben volop bezig onzuiver te leven. Dat is ook niet slecht. Wat wit is is zwart en wat zwart is is wit. De woestijn een oceaan, de oceaan een woestijn. In mijn hart liefde voor degene die ver weg is, zoals Nietzsche me voorhoudt. Geen christelijke naastenliefde. Vriendschap dat wel. Maar de sneeuw is niet meer zoals vroeger. Dat wisten wel al, en elke dag weten we het beter. We kijken televisie, documentaires over de Rote Armee Fraktion, Rode Brigades, Symbionese Liberation Army met de charmante Patty Hearst als slachtoffer en ster, we zien de levende oorsprong van zowat alle hedendaagse muziek ten ondergaan in de zondvloed genaamd Katrina. Irma Thomas onverslagen bij haar verwoest huis, bij haar verpulpte inboedel. We kijken televisie en leven onzuiver. Not living the pure. Dat kan niet, in de vuile lucht, met leugenaars en dieven om ons heen. Gevaarlijke gekken op elke hoek van de straat. De groep Steely Dan bezong deze verschijnselen al in het begin van de jaren '70 van de vorige eeuw.

14-01-06

EENZAAMHEID EN PARADIJS


In het paradijs bestaat geen eenzaamheid. Een uitzonderlijke of geniale enkeling is er ondenkbaar. Zonderlingen en eenzaten, met een eigen wil, zijn er niet welkom. Overigens is de enkeling per definitie eenzaam. Hij lijdt omdat hij weet dat er voor hem geen paradijs is weggelegd: eenzaamheid en paradijs sluiten elkaar uit. De utopie van een paradijs, een gouden tijd, verwijst altijd naar de eenzaamheid, de mislukking van degene die een dergelijke utopie creëert.

dante2


"Dit kan niet zijn en dient door u begrepen,
als liefde wet is in het rijk der zaligen,
en u voor ogen staat van liefde 't wezen.
Juist tot het wezen van dit hemels leven
behoort het in de wil van God te blijven,
opdat in allen slechts één wil zal heersen."

Dante, Paradiso, iii, 76-81.

07-12-05

BERGMANESK, ETCETERA


zevende zegel
 

STILTE 1.

Heel stil ben ik en toch wordt wat ik niet zeg nog gehoord. Misschien wil ik wel dat mijn zwijgen wordt afgeluisterd, zoals de seriemoordenaar ernaar verlangt te worden gepakt (zegt het cliché). Zwijgen als de dood. Of van de dood een deugd maken? Dit klinkt allemaal wel Bergmanesk.

VRIJE WIL.

Het is mijn wens om vrij te zijn.Maar ik weet het niet. Ik voel me gebonden, opgesloten in een gevangenis van stilte en vergetelheid. "Free at last, free at last", maar toch werd hij doodgeschoten. Martin Luther King. Ik weet het echt niet of wij vrij kunnen zijn. Vaak citeer ik dan maar iemand, als ik het niet weet. Bob Dylan bijvoorbeeld:

“Life is sad
Life is a bust
All ya can do is do what you must.
You do what you must do and ya do it well,
I'll do it for you, honey baby,
Can't you tell?"
(Uit Buckets of Rain, op Blood On the Tracks)

SCHIMMEN.

Een schim is maar een woord. Maar een woord. Maar een woord kan diepe lagen aanboren, in de psyche, in het lichaam, in de wereld. Het woord schim is een pijl recht naar het hart. Het woord legt zenuwen bloot, haalt de grond onder de voeten weg. De schim waarover ik het onlangs had, was geen echte schim, geen visioen of hallucinatie, het was een woord, een metafoor, maar met een reële stem, met een duidelijk traceerbaar accent. Ik gebruik geen drugs en ben geen alcoholist.

VERONTWAARDIGING.

Ik ben met niets tevreden en heb niet echt iets. Niets om over naar huis te schrijven. Soms is er een kleinigheid, soms is er helemaal niets. Zelfs geen grond onder je voeten. Zelfs geen schim. Zelfs geen stem. Misschien heb je wel veel als je met alles tevreden bent, als je berust in je lot. Maar dat is dan ook weer niet goed. Gisteren las ik in de krant het woord 'verontwaardiging'. Dario Fo wil burgemeester van Milaan worden en zegt dat we te weinig verontwaardigd zijn over allerlei onaanvaardbare gedragingen en toestanden. Ik denk dat hij gelijk heeft en dan kun je natuurlijk niet berusten in je lot en met alles tevreden zijn.

STILTE 2.

Ik heb me stil gehouden. Door de ramen van de wereld gekeken tot ik erbij neerviel. Tegen die ramen gesproken, als er zich schimmen lieten zien. Naar de schimmen achter die ramen heb ik geluisterd. Vooral geluisterd, ja. Me stil gehouden. Nu ben ik op van de zenuwen, zoals men zegt. Schimmen. Woorden. Kon ik maar aan mezelf ontsnappen in een mooie, grote auto met een goedgeklede en zwijgzame chauffeur, om het even waar naartoe als het maar weg is van de wereld (zoals Baudelaire het wenste). Maar je weet dat ik dat niet kan, mijn lief, net zomin als ik een Bergman kan zijn.

27-11-05

SPOREN IN AUTOMATISCHE ZINNEN


Werelddingen, wendingen. Waarom dit en niet dat? When the night has fallen. Stand by me? Vrienden stellen geen vragen. Maken geen lijstjes? Geen lijsterbessen? Waarom niet? Angst voor waanzin, dronkenschap, afdwalen, verdwalen.

Een heel avontuur: van Antwerpen naar Brussel met natte voeten in de trein. Een sneeuwstorm, na de warme dagen, en nu wennen aan het vuur. Het vuur in mij, in jou. Het vonkje van de ziel. Ik kan geen zin meer zien en geen zinnen bouwen. Had ik een huis of een auto, dan misschien… Automatische zinnen. Zingenot. Maar de gave blijkt te verdwijnen. Een gebrek, een open wonde. Jongens, meisjes, vrolijkheid gevraagd op dit late uur, als de geliefden al lang te slapen liggen!

De nachtwacht ploetert door de sneeuw, maar waarschijnlijk heeft hij geen natte voeten. Of zij? Rode laarsjes? Cowboy boots. Blijft ze even staan voor mijn deur? Belt ze aan? Laat ik haar binnen? Sporen. Ja, ze laat sporen na. Uitwissen. Een nieuw leven beginnen, waar alles mogelijk is, geen draadjes, geen rafels, geen stenen tafels. Een vrij leven. Een toekomst tegemoet. Aan ziekte en dood ontsnappen en voor de liefde leven. Sporen van rode laarsjes, van Arthur Schnitzler en alle andere namen uitgewist.

25-11-05

WEG MET DE NACHTMERRIES


Het leven. Hoe we leven. Wat we doen. Dat. Woorden. Ik ben geen negativist. Ik heb de wereld lief, het leven, mijn leven, jullie. Dat we er zijn. Weg met de nachtmerries!

15-11-05

DE MYTHE VAN HET VERHAAL


Het is niet mijn intentie om van deze notities literatuur te maken. Niets spectaculairs, geen ‘voorstelling’, geen gepsychologiseer mag het worden. Zelfs als het daar soms op lijkt is het toch nooit psychologie, in sommige gevallen gaat het om na-zeggen, met woorden van anderen spreken, woorden die je je nog maar pas hebt toegeëigend die nog niet helemaal de jouwe zijn. Je moet daarbij natuurlijk wel op je hoede zijn.

Niemand kan in mijn plaats spreken. Niemand kan mijn plaats vervangen, niemand kan het verhaal van mijn leven vertellen. Er is geen verhaal. Het enige wat men over mij kan vertellen bestaat uit (al dan niet goedbedoelde) leugens. Of zal ik het, wat vriendelijker, verzinsels noemen? Wacht even. Er is wel een verhaal: dat is mijn leven zelf. Schrijven is daar een onderdeel van, een laag, maar zeker niet de enige. Tussen feitelijk verhalen en uitvinden (fictie) moet hier geen onderscheid worden gemaakt. De fictie als schriftuur behoort net zoals alle andere vormen van schrijven of uitdrukken tot mijn verhaal, mijn leven.

04-11-05

KONING VAN MIJN KAMERS


with javier 3


Waarom heb ik mij de voorbije nacht zo opgewonden over Dirk Steenhaut. Hij en zijn schrijfsels zijn dat niet waard. Waarschijnlijk reageer ik zo intens omdat ik oververmoeid ben. Ik heb de voorbije twee weken gemiddeld vier à vijf uur geslapen, soms, zoals afgelopen nacht, maar twee uur. Ik ben niet moe en ik ben uitgeput. Neen, hij is het niet waard. Steenhaut niet, en al de anderen niet. Schrijven moet je over het goede en over het bijzondere, over het ongewone en het unieke, maar dat is veel moeilijker. Je vindt er heel vaak geen woorden voor, bijzondere, ongewone, unieke woorden. Een eigen taal, zoals Louis Paul Boon er een had, zoals James Joyce er een had, zoals Franz Kafka er een had. Jij hebt die taal niet. Daardoor verval je snel in boosheid en geklaag. De boze mens voegt niets toe aan de wereld, tenzij hij zijn boosheid verrukkelijk verwoordt of in beelden uitdrukt. Ik voeg niets toe aan de wereld, alleen maar lacunes, ongenoegen, twistvragen. Ook ik ken geen synoniemen voor bloemkool of kabeljauw.

Ik heb weer dertigtal foto's op flickr gepost, van mijn studiereis naar Jaén, een provincie in Andalousië. En nu heb ik al zin om ze ongeveer allemaal weer te wissen, maar dat kan niet meer, want bezoekers hebben al hier en daar commentaren geschreven. Waarom wil ik ze weer wissen? Omdat ik ze niet uniek en ongewoon vind. Omdat iedereen die foto's had kunnen maken. Je moet alleen maar een digitaal fototoestel hebben en klikken, klikken, klikken. Ja, ik voel me weer eens dom en waardeloos. Maar dat gaat wel weer voorbij en dan ben ik weer de koning van mijn kamers en weet ik over alles alles.

19-10-05

VERNIETIGING EN ZELFVERNIETIGING

gauguin,muziek,neil young,pessimisme,ecologie,vernietiging,zelfvernietiging,pop,popcultuur

De orkanen blijven komen. Westerse excellentie. Wij vernietigen onszelf bijzonder graag met precisie. Hoe meer we ons met techniek omringen hoe ongelukkiger en hulpelozer we worden. We vernietigen niet alleen onszelf maar ook de aarde die ons heeft voortgebracht, en de dieren die ons vooraf gingen en waaruit we ontstaan zijn. Had Gauguin dan toch gelijk: best van al de 'wildernis' en zo ver mogelijk van de beschaving weg leven en sterven? Of zoals Neil Young nu zingt: bury me on the prairie. Neil Young zingt dat lied op een cd en een dvd, technische hulpmiddelen die ons de das omdoen, de nek omwringen, de adem benemen. Neen, ik ben in geen goede stemming. De goede vibraties vullen niet langer de ether. Welke remedies voor deze weltschmerz? Opium, morfine, ether, spinazie? Of toch nog een keer het utopische 'After The Goldrush' beluisteren?

09-10-05

ZIEKTE EN MORAAL


Na een lange slaap, hopend op beterschap, ben ik even in mijn werkkamer komen zitten. Komen zitten. Werken kan ik niet. Lezen? Als je wanhopig bent en ziek en als er niemand is om troost bij te vinden en als er geen zekerheid is over de volgende droom en de volgende nachtmerrie? Als het toeval geen uitweg meer biedt en de dood bijna aantrekkelijk lijkt (zonder enige romantiek of pathetiek, bedoel ik wel).

Ik zit te denken dat de wereld een goede plaats is. Of liever dat de wereld een goede plaats zou zijn zonder ons, mensen. Jim Morrison heeft daar op een enigszins pathetische manier over gezongen, maar hij had gelijk. Wat hebben wij mensen de aarde aangedaan! De mensen zijn een schimmel op de aardkorst. Wat wij elkaar aandoen is al even erg. Voor een paar euro snijden wij elkaar de strot over of verklikken elkaar, leveren elkaar over aan de bloeddorstigste vijand. Bij de mensen is het de gewoonte de zieken en de zwakken uit te stoten, op te sluiten, te vernietigen met medicijnen, of gewoonweg uit te roeien in kampen, zoals de nationaal-socialisten deden.

Wij vernietigen elkaar met precisie. Waarom? Om de race te winnen? Of gewoon zomaar, de theorie van Darwin bevestigend. Alsof we die theorie niet kunnen bevestigen en toch vrij zijn en zelf beslissen over wat we doen en niet doen. Een soort van moreel leven leiden, waarbij we ervan uitgaan dat iedereen gelijk is, waarbij we zeggen: bejegen de andere zoals je zelf bejegend zou willen worden. Kennelijk een eeuwenoude gedragsregel die niet meer is dan dat: eeuwen oud. Nu is het ieder voor zich. En toch weiger ik dat te aanvaarden. Ik blijf mijn oude waarden trouw. Maar zoals Bob Dylan zingt: I've been double crossed for the very last time.

01-10-05

BOB DYLAN, THE GREAT GATSBY, MOSSELEN


fitzgerald


Ondanks de vorige notities en in weerwil van medische problemen en bezoeken aan dokters en een ziekenhuis en allerlei andere misère heb ik toch een mooie week gehad. Over onze wandeling in Haspengouw heb ik het hiervoor al gehad, net zoals over de prachtige documentaire van Martin Scorsese over Bob Dylan. No Direction Home heeft me zin gegeven om alle muziek van Bob Dylan opnieuw te gaan beluisteren vanaf het begin tot vandaag, en dat zal ik ook doen als mij de tijd gegund is, want het werk van Dylan is omvangrijk.

De ellende laat ik buiten beschouwing. Laten we er even van uitgaan dat de ellende niet bestaat, of zich alleen in nachtmerries voordoet.

Wat heeft mijn week dan zo goed gemaakt? The Great Gatsby van F. Scott Fitzgerald! Misschien wel de beste roman die ik ooit heb gelezen, en ik druk me heel voorzichtig uit. Dat ‘misschien’ beschermt mij tegen roekeloosheid (wat een gek woord: ‘roekeloosheid’), wat in dit geval betekent een onverwerkt enthousiasme, de echo van een grootse stijl, van een meeslepend verhaal… Maar ik denk dat dat ‘misschien’ binnen korte tijd weg mag vallen, dat het dan ‘zeker’ zal worden. F. Scott Fitzgerald is niet de belangrijkste 20ste eeuwse schrijver, daarvoor is zijn oeuvre te beperkt en te ongelijkmatig. Maar The Great Gatsby is een geval apart, een subliem hoogtepunt – als dat maar geen pleonasme is – in vertelkunst en in stijl, een dun boekje dat van heel veel zogenaamde Amerikaanse meesterwerken (of Great American Novels, zoals Underworld van Don DeLillo) de schraalheid laat zien, ondanks hun omvang. Waarom zijn die recente Amerikaanse romans allemaal zo dik? Is het een weddenschap? En wie is er dan mee begonnen? Een – weliswaar voortreffelijke – pulpschrijver als Tom Wolfe? Het maakt niet uit. Jay Gatsby en de andere personages zijn voor altijd en een dag in mijn geheugen gegrift. Lieve hemel, sta me bij en laat me mijn gezond verstand bewaren tot het einde komt, zodat ik mijn geliefden kan blijven herkennen, maar toch ook zal kunnen terugdenken aan de boeken die ik heb gelezen en nog zal lezen (muziek, films, etcetera)!

Ook heb ik lekkere mosselen gegeten, en pasta met zeevruchten, en parelhoen met krielaardappeltjes en prinsessenbonen zoals wij die groente noemen, en goede wijn gedronken, en dan ook nog bananen en sinaasappelen en reines-claudes.

Vrienden hebben mij gebeld of gemaild en mij aangemoedigd en mij op die wijze gelukkig gemaakt. Mensen die ik niet ken heb ik een gezicht gegeven en zij hebben waarschijnlijk hetzelfde gedaan met mij. Ik kan niet haten. Ik zou boos willen zijn op velerlei dingen in de wereld maar kan het niet. De wereld heeft te veel goeds te bieden in de zomer en in de lente. Zelfs de winter heeft de schoonheid van de sneeuw en de kale bomen, ook al brengt hij veel schade toe en maken de koude dagen het leven duur en zien wij er met rode wangen en blauwe neuzen veel minder goed uit dan met een bleke huid op een zomerstrand. Alle seizoenen hebben hun eigen, goede kwaliteiten, behalve de herfst misschien, als alles zo weerloos staat te sterven, maar de zon maakt de zichtbare dingen dan allemaal weer zo afgetekend en troosteloos dat je ze je hart aanbiedt om hen op die manier kracht te geven tot 21 december. En met kerstmis wordt eigenlijk al het begin van de lente gevierd, het nieuwe leven. Dan is het weer tijd om elkaar te benaderen of ons van elkaar te verwijderen al naargelang onze stemming of onze verhouding met elkaar en met de wereld.

Sommige mensen weten niet wat ze missen door boos te zijn op de wereld en op de mensen. Ik ben alleen maar boos op mezelf omdat ik soms boos ben op de wereld en op de mensen en op mezelf. Houd me tegen, maak me gelukkig!

25-09-05

ALLES WAT HET GEVAL IS?


Vandaag was de wereld zoals hij was. Een verzameling feiten, alles wat het geval was. Wie haalt het in zijn hoofd om daar nog iets aan te toe te voegen? Aan de wrede hemel, de mooie hemel, de wind die het zaad van de bomen verspreidt over de aarde en die jonge en zeer oude bomen uit de grond rukt. Mensen die elkaar liefhebben en vernietigen, of beide relaties combineren. Molshopen, mos, klavertjes, hallucinogene paddestoelen, hongersnood. Alle talen die wij spreken, en alle woorden van die talen. Het ongezegde laat je ongezegd. Je kijkt naar de beelden van de storm. Wat heeft de storm aangericht. De mensen zijn weggereden, daarna zijn ze teruggekeerd. Ik ben een tijdje wakker geweest, ik heb een tijdje geslapen. Op de achtergrond was er muziek van Art Pepper - en veel stilte. Het is halfacht, boven Brussel kleurt de hemel rood.

18-09-05

GEZONDHEID! SALUD! SANTE!


telefoneren

Ik weet niet wat me bezielt om zo laat nog hier tegen onbekenden te komen spreken. Ik ben zelf een onbekende. Spreek ik tegen mezelf? Misschien? Maar ook tegen jullie, in de eerste plaats tegen jullie, die mijn eenzaamheid delen maar niet mijn momenten van geluk en vreugde. Ik verheug mij over jullie aanwezigheid, jullie korte of langere bezoeken aan mijn sober salon, jullie nieuwsgierigheid, jullie herkenning, jullie afkeer, jullie genoegens, jullie wrevels, jullie eenvoudigweg bestaan! Ik wil jullie daarvoor - en voor alles wat ik niet kan noemen - bedanken, plechtig lijkt het wel, maar net zo goed lallend en brallend en razend als een tot de dood veroordeelde stier. Ik hef mijn glas voor jullie, ik proef het schuim, mijn vrienden. En inmiddels verblijf ik.

06-09-05

FUCK


travis


Na het enthousiasme en het verdriet van de voorbije week is opnieuw een tijd van leegte aangebroken.
Ik zit te wachten op wat? Ik zit te kijken naar wat? Moe. Suf. Korte zinnetjes kunnen nog net, maar ze zijn wel leeg. Wat moet ik hier dan? ’s Middags een broodje eten, even in de krant bladeren, wat onzin lezen over John Lennon. Zaterdag komen de Walkabouts. Who cares. Veel mensen, zie ik, maken foto’s van bloemen of van vlinders, van keitjes zelfs. Ze houden zich met de kleine dingen bezig en vervelen zich niet. Maar ik verveel me. Dat ik me verveel, zeg ik. Ik begrijp niet dat de kunstenaars in de 19de eeuw die ennui zo koesterden. Er is niets vervelenders dan verveling. Het enige wat je er waarschijnlijk kunt tegen doen is naar de fles grijpen of erger. Je ophangen, zal wel de beste oplossing zijn, maar wel erg definitief. Want morgen komt de kermis misschien naar de stad, en stelt een of ander mooi meisje je voor om met haar uit te gaan. De hele nacht. Dat dienstertje van in het Oerwoud, bijvoorbeeld, dat meisje dat zo kickt op Devendra Banhart! Ach, jongen, je bent een oude kerel, en nog getrouwd ook. En heb je die kop van jou al eens bekeken? Wel dan? Maar het is wel een kop natuurlijk. Dat kan niet iedereen zeggen, dat hij een kop heeft. En we zullen Roger McGuinn nog maar eens citeren: I trust everything will turn out alright. Als ze nu die verdomde Bush maar snel naar huis sturen. En dan eens lekker slapen.

25-07-05

VREDE ONDER DE DODEN / LONG JOHN BALDRY


andres serrano 2


De tragische gebeurtenissen van de voorbije weken en dagen - al het bloed dat door de straten van onze steden stroomt, al de verdwaasde jongens die zichzelf opblazen, al de jongeren en ouderen die uiteen worden gereten, en al spoedig vergeten zullen zijn – dreigen een gevoelloze toeschouwer van je te maken. Je blik wordt troebel, net zoals de foto’s die je maakt van je geliefde en van je vrienden. Je keert je rug naar de toekomst en laat je persoonlijke geschiedenis ophouden ergens in de jaren ’90. Je maakt jezelf wijs dat alles toen beter was. Wat natuurlijk niet zo is. Wij zijn altijd al wreed geweest voor elkaar. Slechte en dwaze mensen zijn van alle tijden. Toch is er ook veel liefde en mededogen in het hart van veel eenlingen. Arbeiders, schrijvers, kunstenaars, hoeren, priesters verkondigen nog altijd het evangelie van eros en agape. Een leger des heils van de verbeelding houdt ons, gewonde en troosteloze dieren, bij elkaar, in de verenigde staten van de potentiële vrede.
Maar wat ik eigenlijk wilde zeggen is dat door al deze gebeurtenissen de kleine dingen door de mazen van het net dreigen te vallen. Bijvoorbeeld de dood van Long John Baldry, een begaafde blueszanger, die vooral populair was in de jaren ’60 van de vorige eeuw. Als er geen vrede is onder de levenden, laat er dan ten minste vrede zijn onder de doden.

De foto is een werk van Andres Serrano.

06-07-05

ZOMER IN BRUSSEL, GEFLUISTERD


cardanus


De zomer.
Hier staan de twee woorden. Wat kun je daar nog aan toevoegen? Leegte, niets. Het is allemaal al gezegd. We vallen, staan weer op en vallen in herhaling. Vervelen elkaar met gezwans en gezanik. What’s new pussycat? Wow. Ook dat staat er. Je moet toch iets gezegd krijgen op een dag. Je hebt grote verwachtingen gewekt. Zwijgen kan niet meer. Dus de zomer. De zomer. Meer gefluisterd, nu, een beetje zoals Jane Birkin, maar dan mannelijker, vrees ik. Wat je natuurlijk niet kunt horen. Hoe meer ik je wil toespreken en zeggen wie ik ben en wat ik doe, hoe minder je me hoort. Hoe meer ik toenadering zoek tot de wereld hoe verder ik mij ervan verwijder. De mensen. Wat zijn jullie ver allemaal. En het verbetert er niet op, moet ik zeggen. Ja, ik moet alweer. Ik heb het beloofd en als ik iets beloof dan doe ik het ook. Ik kom ook altijd op tijd. Dat mag je gerust van me aannemen. Als ik te laat kom, is er iets aan de hand.

Er zijn zo van die dagen dat zelfs muziek me maar matig kan boeien. Sinds vorige zondag heb ik eigenlijk niet echt meer naar iets geluisterd, ook al loop ik halve dagen met de oortjes van mijn ipod in mijn oren. Ik probeer naar Aimée Mann te luisteren, omdat ik volgende zaterdag naar haar concert ga, maar ik hoor niets. Misschien wil ik te veel? Ben ik te gulzig? Want terwijl Aimée Mann mijn oren binnendringt, zonder dat ik haar stem hoor, glijden mijn ogen over de woorden van Italo Calvino. Italo Calvino tracht me ervan te overtuigen de klassieken te lezen. Vanmorgen in de metro raadde hij me nog aan om in navolging van Hamlet eens een boek van Hieronymus Cardanus te lezen. Dat zou zeer de moeite waard zijn. Wie is Hieronymus Cardanus? Ik moet nu naar de Delhaize, mosselen gaan kopen, groenten, een paar flessen witte wijn. Een kleine fles voor in de mosselen, een grote om uit te drinken. Daarna worden de mosselen schoongemaakt, evenals de groenten, en bereid zoals het hoort. Vervolgens gaan we aan tafel en eten we en praten we wat over de plantjes. De bladluizen, de rupsen. Dat het er niet goed mee gaat. Etcetera. Na het eten zijn we moe. Of wat dacht je? Misschien heb ik nog een beetje energie over om wat foto’s te scannen en op flickr.com te zetten? Voor mijn autobiografie. Leegte, niets? Mijn leven is er overvol van deze zomer. Wat me helemaal moedeloos maakt is het besef dat ik de zaterdag van mijn leven beleef. Dat las ik gisteren in een interview met Ian McEwan. Na zaterdag komt met een beetje geluk nog zondag. Dan eten we kip en zwijgen we erover. Nu hoor ik toch een liedje, zij het in mijn hoofd: Summer’s Almost Gone, van the Doors. De zomer. De lange hete zomer.

21-06-05

OP EEN ZOMERNACHT...


my dad

Hier zit ik dan in een hete kamer, zeker wel veertig graden, en Lucinda Williams zingt Too cool to be forgotten, en de drugs willen niet werken. Er zijn niet eens drugs. Alleen rode wijn, witte mag niet van de dokter, daarom: schenk me nog maar een glaasje Vino Nobile in, want het leven is niets, zoals Pessoa al zei. Niet dat ik zijn voorbeeld wil volgen: ik ben veel te bang voor ziekte, armoede en dood. Een levensgenieter wil ik zijn, zoals mijn vader. Mijn vader is nu al twaalf jaar dood. Gisteren, na de grote schoonmaakbeurt, heb ik zijn foto op mijn bureau gezet. Hier staat zijn portret nu, bijna recht voor me, mijn vader met een zomerhoed op en een sigaret in zijn mond. Ik ben niet langer bang voor hem. Ik word geleidelijk aan zelf mijn vader en na mijn dood zal mijn zoon mij wel overnemen, denk ik. Zo geven wij onszelf enigszins door aan elkaar. Maar aan alles komt een einde, ook aan het doorgeven. Aan alles komt een eind, zelfs aan deze warme nacht, de kortste van het jaar... En zelfs aan de songs van James Brown. En aan James Brown zelf. I love you so, please don't go, please stay here with me in Mendocino. Doug Sahm, ook al een tijdje zes voet onder de grond, zoals ze in Texas zeggen. Wat was dat toch een zalige zomerhit, misschien wel de allermooiste, met dat orgeltje van Augie Meyers. Ik heb the Sir Douglas Quintet in 1983 in Hof Ter Lo zien optreden. Ik werd er zo extatisch van, zonder drugs en nauwelijks alcohol in mijn lijf, niet meer dan drie Stella's, dat ik er het hoofd bij verloor en achterover viel, op mijn rug, en er met de schrik van af kwam. Waarom vertel ik dit? Het zal de hitte zijn.
 
De muziek is er altijd, soms luid en verlammend, verstommend, soms zacht en fluisterend en inspirerend. Ten minste tot ruwe brokken stof, waarin je later kan gaan zoeken naar het edele materiaal, of naar een stuk glas dat soms opeens heel zeldzaam kan lijken en daardoor "diamant kan doen misprijzen". Het is een zaak van alles of niets. Voor niets is het nu te laat, mijn leven is ver gevorderd, en de nacht is dat ook, al ligt de wijn wal wat dwars (helaas geen Vino Nobile, dat was ijdele praat) en zijn er de talloze voorbeelden uit het verleden en natuurlijk ook heden. De dode helden, die ik alle eer betoon maar daar blijft het bij. Hun doodlopend spoor volg ik niet.
 
Mag ik je nog eens iets aanbevelen? Ken je de tweede elpee (of cd) van Television, Adventure? Luister dan eens naar Days... En nu ga ik op mijn matras liggen wachten tot de ochtend komt.

08-06-05

TROOSTENDE ENGEL


jonathan donahue


Een heel goede vriendin was boos op me omdat ik me zaterdagnacht doelbewust in een onveilige situatie had begeven.
Ze zegt dat ik zoals de hindoes moet vertrouwen op God maar wel een paraplu meenemen. Voor een atheïst als ik, zegt ze, komt dat neer op vertrouwen op het leven maar niet dansen op dun ijs. Ze heeft natuurlijk gelijk en nog belangrijker is dat ik me getroost voel door haar bezorgdheid, die volkomen in tegenspraak is met wat ik schreef over het egoïsme van de mensen. Er zijn toch nog lievelingen in deze hel die wij zelf maken. Mensen die we graag engelen zouden noemen en lang in onze armen houden om hun warme te voelen, het vibreren van hun ziel. Toch zou ik nog altijd de vrijheid willen hebben om te kunnen dansen wanneer ik dat wil, ijs of geen ijs. En als je geen risico's neemt verandert er ook niets en blus je na een tijdje uit. Dat dreigt nu te zullen gebeuren. Wat aanbreekt is een periode van aangename zomeravonden met vrienden, thuis of op terrassen, een gezellige babbel, een paar glazen wijn en dan naar bed. Gedaan met onverwachte ontmoetingen en 'the kindness of strangers'. Maar wie bepaalt ons lot en hoe weten wij waar wij naartoe gaan? Waar zijn wij eigenlijk? En wie zijn wij?

Foto: Jonathan Donahue (Mercury Rev).

01-06-05

OMGEVEN DOOR ALLERHANDE OBJECTEN


lucian freud - closed_eyes


Problemen!
Ik heb een iPod gekocht, en toch ben ik geen dief. Als je een dergelijk toestelletje aanschaft word je nochtans via een sticker gewaarschuwd dat diefstal van liederen een doodzonde is, of iets dergelijks. Je kunt er zelfs voor gestraft worden, geloof ik. Met wat is me onduidelijk, het zou wel eens verbanning kunnen zijn naar een streek waar geen muziek bestaat. Dat is dan zeker niet de hel, want daar zitten de allerbeste muzikanten, onder wie Wolfgang Amadeus Mozart en Robert Johnson. Iedereen weet toch dat Wolfgang een vrijmetselaar was; en Robert verkocht op een kruispunt in de staat Mississippi zijn ziel aan de duivel, net zoals Faust. Op mij is die waarschuwing echter niet van toepassing, want zoals ik al zei ben ik geen dief. Voorlopig toch niet. Wat ik doe met die iPod is combineren, verbanden leggen, verzamelingen maken, radioprogramma’s - alleen maar voor mezelf - samenstellen. Ik gebruik daarvoor mijn zeer uitgebreide cd-collectie, die onder meer door iPod en i-tunes stilaan overbodig wordt. Soms laat ik mijn iPod gewoon zijn zin doen en dan word ik telkens weer verrast door zijn goede smaak: hij is een uitstekend mixer. Maar wat is er dan aan de hand? Het probleem is dat ik niets meer doe. Ik schrijf niet meer, lees niet meer, bekijk geen films meer en beluister nog nauwelijks muziek! Al mijn vrije tijd gaat naar het op harde schijf zetten van mijn uitverkoren songs en daar dan weer selecties uit maken voor mijn ipod. Doodmoe van dat zenuwslopend met schijfjes jongleren ga ik dan (veel te laat) naar bed en doe meteen het licht uit, zonder eerst nog een uurtje of een half uurtje wat te lezen in het verzameld werk van Giorgio Bassani of in 'Op zoek naar de verloren tijd', of in om het even welk ander meesterwerk. Wel stop ik voor ik het licht uitdoe de oortjes van de ipod in mijn oren, na eerst vlug een selectie gemaakt te hebben van wat ik bij het in slaap vallen wil horen. (Dat boek van Martha Nussbaum over de emoties zal nog lang ongelezen blijven liggen, denk ik.) Die ipod is een verjaardagsgeschenk aan mezelf: morgen is het mijn verjaardag (ook die van Markies De Sade, Thomas Hardy en Charlie Watts). Ik begin te vermoeden dat ik mezelf er de duivel mee heb aangedaan. Hoe meer je toestaat dat de objecten je leven gaan beheersen, hoe ongelukkiger of ontevredener je wordt. ’s Nachts keer je dan terug naar een wereld zonder objecten en ’s morgens word je uitgeput en vooral boos wakker: terug in de werkelijkheid. Het paradoxale van zo’n iPod is dat het een object is waarmee je je voor de andere objecten kunt afsluiten. Een ideaal cadeau voor narcisten en escapisten die vol angst en beven door het leven gaan.

Reproductie: Lucian Freud, Closed Eyes.

06-05-05

MELANCHOLIE, DOODSANGST


repulsion3


Ik zit vandaag vooral veel voor me uit te staren en te piekeren.
Niet echt voor me uit staren: de blik is veeleer naar binnen gericht, ik zie nauwelijks wat er zich om mij heen bevindt. In de supermarkt ben ik vervreemd van de andere consumenten. Ik zet zonder iemand te zien mijn waren op de transportband, stop de etenswaren in mijn rugzak, betaal en ben weer weg. Mijn huidige toestand doet me denken aan die van Cathérine Deneuve in 'Repulsion'. Dacht zij ook zo veel aan de dood? Dat is vandaag namelijk bij mij het geval. De dood zit mij dwars. Het is diepe melancholie, die verlammend werkt. De zekerheid dat je moet sterven. Het treuren om de dood van vrienden, familieleden, ouders, bewonderde helden.
 
De kwaal waar ik het enkele dagen geleden over had zit in mijn onderlijf, maar ze zit natuurlijk ook als idee in mijn hoofd - en langs die weg heeft ze mij al nare dromen over knekels en uiteenspattende vruchten bezorgd, dromen die zich afspelen in het onder een gouden nevel rustende rijk van de dood.Ik probeer aan die melancholie te ontsnappen met Brian Wilson en the Beach Boys ('Cabinessence', 'Wind Chimes', 'Heroes and Villains'), maar veel helpt het allemaal niet. Ik zal geduld moeten oefenen en wachten tot de zon weer gaat schijnen, of me wat meer inspannen en troost zoeken in de wijsbegeerte.