31-01-13

EEN WERELD ZONDER DICHTERS?

2012_11_PORTO_VOLLEDIG 195.JPG

Regen. Martin Pulaski, november 2012.

 

'Schaf het stadsdichterschap af en engageer deze schrijvers om nieuw inzicht te geven in de geschiedenis van de Vlaamse literatuur, in wat zij nu schrijven.’ Dat zijn de woorden van een NVA-politicus in Antwerpen. Stonden gisteren in de Vlaamse ‘kwaliteitskranten’. Het ging over de stadsdichter, een nutteloze functie. Tom Naegels, een schrijver, was van mening dat dichters en hun verwanten teveel ophef maakten over wat onschuldig gewauwel. Kranten publiceren zulk gekwetter om aandacht te trekken, beweerde hij. Verontwaardiging was nergens voor nodig. Tom Naegels zal wel weten waarom kranten gekwetter publiceren: ga maar na. Maar hij vergist zich: verontwaardiging is altijd nodig. En indien niet altijd, nu zeker. De domme uitspraken van de Vlaams-nationalistische politicus lijken een bagatel, en zijn dat misschien ook. Maar soms – er zijn helaas voorbeelden - leidt een bagatel tot een catastrofe.

Alles in dienst van het nut is het uitgangspunt van bepaalde politici, dienaren van bankiers, traders en casinobezitters. Maar we weten dat alles van waarde kwetsbaar is en nooit is het nuttig. Poëzie is niet nuttig, dichters zijn evenmin nuttig. Wat dichters zeker niet zijn: historici van de Vlaamse literatuur. Dichters schrijven en lezen gedichten en zijn kwetsbaar en van geen enkel nut, maar openen werelden. Zij laten zien dat de Vlaamse literatuur Nederlandstalig is, en dat de Nederlandstalige literatuur niet aan een streek is gebonden, maar tot de wereld behoort. Poëzie, in welke taal ook, is een wereldtaal. Ik ben een kosmos, zei Walt Whitman. Hoe zielsveel dichters ook houden van wat hen nabij is (hun geliefde, hun dorp, een stukje touw), het zal nooit hun opdracht kunnen zijn om dat nabije in een vacuüm te plaatsen, om dat nabije als behorend tot een stam, een volk voor te stellen. Wat zij echter in zo’n geval kunnen doen is het nabije met hun woorden openen en het op die manier onderbrengen in het grote geheel. Nuttig is dat niet, maar het heeft ongetwijfeld zin. Het vaderland van de dichter is niet de bodem, maar is het water, de rivier naar de oceaan en in de hoge lucht staat hij met zijn voeten stevig op de grond.

Een wereld zonder gedichten is een ongrond, een afgrond; een wereld zonder dichters is een catastrofale wereld.

11-12-12

MELANCHOLISCHE WARMTE IN PORTO EN ELDERS

porto,vriendschap,gesprek,restaurant,eten,drinken,wijn,lezen,schrijven,nederlands,portugees,guimarães,taal,kafka,joyce,hölderlin,pessoa,horror,western,aki kaurismäki,tavern man,humanisme,zwarte humor,mededogen

Matti Pellonpää in 'La Vie de Bohème', Aki Kaurismäki.

Op een frisse novemberavond in Porto zat ik met mijn goede vriendin Cristina in restaurant Vitoria. Een rustige, aangename plek, die ik op mijn eentje nooit had gevonden. Ik had een immens bord vol lamskoteletten, waar ik niet bijzonder veel zin in had. Maar je kunt toch niet elke dag twee keer vis eten? Het was mij meer om de rode wijn te doen, een lekkere Dialogo – en nog veel meer om het gesprek. Een dialoog met Cristina is altijd een vrolijke gebeurtenis, zelfs al is de ondertoon melancholisch, soms bijna fatalistisch. Alleen al om dat te kunnen meemaken reis ik graag naar Porto. We houden van heel uiteenlopende dingen, maar zijn denk ik toch zielsverwanten. We praten graag over kwalen en ziektes, maar doen dat niet zonder zelfspot en bevrijdend lachen.
Onze gesprekken zijn associatief: zo heb ik ze het liefst. Zowel Cristina als ik lezen weinig auteurs van ‘eigen bodem’.  Welke Portugese auteurs moet ik lezen, vraagt ze zich af. Welke Nederlandstalige auteurs moet ik lezen, vraag ik me af? Wat hebben ze ons te vertellen? Maar verarmt onze woordenschat daardoor niet? En door zoveel Engels te lezen, want dat doen we beiden, ontspoort onze syntaxis misschien wel? Misschien wel, ja. Maar is een arme woordenschat een ramp? Ik heb altijd van de magere taal van iemand als Kafka gehouden. Zijn wereld spreekt me veel meer aan dan die van bijvoorbeeld James Joyce in ‘Finnegans Wake’. En Hölderlins ontspoorde syntaxis, wellicht te wijten aan zijn vertalingen uit het Grieks, maakt zijn poëzie net zo uitzonderlijk.

Door ons niet te verdiepen in de ‘eigen’ literatuur blijft onze taal authentiek; we worden niet beïnvloed door geografisch bepaalde trends en hypes, zielige opflakkeringen van bijna uitgedoofde geesten. Desondanks zullen we altijd beïnvloed worden door wat dieper stroomt, door filosofische ideeën, door globale ‘evenementen’, door gesprekken, door wat ons uit sociale netwerken tegemoet komt. Het zijn onvermijdelijke en misschien wel noodzakelijke invloeden. Tegelijk onderhevig aan de fenomenen die onze tijd bepalen en oneigentijds (“unzeitgemäss”, bij Nietzsche) zijn, daar is het ons om te doen, denk ik.

Tijdens ons lang, intens gesprek hadden we het over angstaanvallen, astma, paniek, horror (‘The Shining’, ‘Rosemary’s Baby’), poezen, hoe je een kat kunt oproken, allergieën, William Burroughs en de beat generation, mijn liefde voor westerns, het verschil tussen ‘linkse’ en ‘rechtse’ westerns (Fred Zinnemans ‘High Noon’ tegenover John Fords ‘The Searchers’: de revolutionaire Jean Luc Godard had een zwak voor de republikeinse, soms racistische John Ford), over geesten, werkelijke en onwerkelijke spoken, de vraag ‘wat is realiteit’, Paul Auster (zijn werk verschijnt eerder in het Nederlands dan in het Engels, zo ben ik gedwongen een meestal niet erg elegante Nederlandse vertaling te lezen), Haruki Murakami (‘Kafka On The Shore’, ‘Norwegian Wood’), ‘Le Rouge et le Noir’, vakanties, reizen, vliegangst, ziekenhuizen, hallucinaties, openbaringen, onthullingen, liefde en het verdriet dat daarmee gepaard gaat, mensen die zich willen dooddrinken (dachten we aan Fernando Pessoa?), hedendaagse kunst, onafhankelijke platenlabels, boeken aanschaffen via internet, de onbetrouwbaarheid van de Brusselse post en Guust Flater.

Cristina vertelde me dat Guimarães, de geboortestad van haar vriend José, culturele hoofdstad van Europa 2012 is. Ze zei dat ze nog niet zo lang geleden de kans had gehad om met Aki Kaurismäki, wiens werk we beiden bewonderen, te praten in een bar in Guimarães. Maar ze heeft het niet gedaan, wellicht uit schuchterheid. Of was het er te druk?
Samen met Manoel de Oliveira, Pedro Costa en Victor Erice was de Finse filmregisseur door de Stichting Cidade de Guimarães gevraagd om een film te maken over het collectieve, historische, geheugen van Portugal (onder de gemeenschappelijke noemer ‘Centro Historico’). Kaurismäki’s bijdrage, ‘Tavern Man’, vertelt het verhaal van een eenzame barman in het historische centrum van de stad. Een typisch onderwerp voor de zwarthumoristische Fin, lijkt me.
Ik heb de film nog niet gezien. Variety schrijft er dit over: “and humanity spreads to every corner of the frame with compassionate, melancholy warmth.” Meer verwacht ik van Kaurismäki niet. Evenmin verwacht ik meer van mijn vrienden, in Portugal, in België, waar dan ook.

 

03-12-12

MISLUKKING EN SUCCES

adjani5.jpg

Isabelle Adjani in 'Possession', Andrzej Zulawski.

Is het geen vorm van zelfbehoud om over je teleurstellingen en vooral over je mislukkingen te schrijven? Anderzijds vraag je je soms af of je ooit wel echt teleurgesteld bent geweest: verwachtte je dan zoveel van het leven, van de dingen, van de andere mensen? Was je uitgangspunt niet al heel vroeg de ontnuchtering en de teleurstelling? En hoe kun je mislukken als je nooit – diep in je hart – succes hebt nagestreefd, als je succes meestal, tenzij in momenten van verblinding en zelfbedrog, als een valkuil hebt beschouwd?

 

Toch waren er die andere, belangrijke momenten. Plotse opflakkeringen van een diep vertrouwen in het goede dat in elke mens op zijn minst potentieel aanwezig is, in zijn aangeboren zin voor rechtvaardigheid en broederlijkheid. Als je heel eerlijk met jezelf bent moet je ook toegeven dat je niet alleen maar behoefte aan succes, aan erkenning hebt gehad in momenten van zwakheid, van koorts, van algemene negativiteit. Dat er ook zulke verlangens de kop opstaken op heldere dagen, als je je goed voelde. De vraag is zelfs of niet elke mens succes en zeker erkenning nastreeft, op welk gebied dan ook. Het is niet eens een vraag.

Je moet over je teleurstellingen en mislukkingen schrijven.  Maar doe je wel iets anders? Verraadt niet elk woord dat je neerschrijft je falen, je ontgoocheling – en, als gevolg daarvan, je verbittering en je eenzaamheid?

Wat beteken dat, falen, mislukken,  een succesvol leven leiden? Misschien moet je andere mislukte levens onder de loep nemen? Maar als die mislukkelingen – je bondgenoten - bestudeerd kunnen worden, zijn ze dan wel mislukt? Wellicht hebben ze buiten hun wil om toch erkenning gekregen, zij het in veel gevallen na hun dood, zoals onder meer Fernando Pessoa. In de jaren zeventig kende nog bijna niemand hem, ook jij niet. Enkele jaren later stond hij al afgebeeld op een bankbiljet van 100 escudo’s. Nu zie je hem, in wapperende regenjas en met hoed op, zich door de straten van alle middelgrote en grote Portugese steden spoeden – waarheen zal altijd een raadsel blijven.

Ja, je schrijft over die bondgenoten om jezelf te behoeden, te behouden, om niet aan eenzaamheid ten onder te gaan, om je niet dood te drinken, of een te hoge dosis morfine te nemen. Om te kunnen volharden in je dagelijks bestaan. Jij hebt je mislukkelingen nodig, richt er schrijnen voor op, zoals de jonge Antoine Doinel* dat voor zijn literaire helden doet. Het is een vorm van broederschap. De mislukkelingen zijn de goede mensen. Degenen die hen niet hebben erkend zijn de slechten. En wat daarna komt is collectief schuldbesef. Waarom hebben we niet eerder ingezien wie er onder ons heeft geleefd? Waarom hebben we hen niet bedankt voor wat ze ons hebben gegeven, waarom hebben we hen niet hartstochtelijk omhelsd, waarom hebben we hen niet onze onvoorwaardelijke liefde gegeven?


*Met name in 'Les quatre cents coups' van François Truffaut uit 1959. Antoine Doinels grote held in dit meesterwerk van de nouvelle vague is Honoré de Balzac. Dat de jonge Doinel een schrijfmachine steelt is ook niet zomaar een trouvaille van de regisseur.

400Balzac.jpg

Jean-Pierre Léaud als Antoine Doinel in 'Les quatre cents coups', François Truffaut.

~~~

Oorspronkelijk gepubliceerd op 29-11-2012. 

AURORA - EEN VERGETEN RUIMTE?

aurora.jpg
Onze kinderen in Ruimte Aurora, Antwerpen 1980.
Foto: Martin Pulaski.

Ik vind het nog altijd vreemd en onterecht dat je via google of andere zoekmachines zo weinig aan de weet komt over het in veel opzichten baanbrekende tijdschrift Aurora, van de gelijknamige filosofische kring. Aan een min of meer objectief artikel daarover waag ik mij niet: het is allemaal te lang geleden en ik ben maar een viertal jaar lid geweest van de redactie. Aurora zag het daglicht in 1976 aan de VUB, toen die universiteit nog geen eigen campus had, wat ik heerlijk vond. De stichter van het tijdschrift was de enigszins controversiële filosoof Leopold Flam, schrijver van talloze filosofische werken, die nog altijd zeer het lezen waard zijn. Stuwende kracht was de eigenzinnige schilder en schrijver Paul Rigaumont. Mijn vrienden en ik zijn Leopold Flam altijd als een mentor blijven beschouwen. 

Het secretariaat van ‘Aurora’ bevond zich niet in Brussel maar in Antwerpen. Spoedig werden in het pand aan de Lange Leemstraat allerlei boeiende activiteiten georganiseerd. Voor mij was dat een aansporing om na het behalen van mijn filosofiediploma en enkele mislukte experimenten met door Antonin Artaud geïnspireerd theater – in ons appartement in Sint-Joost-Ten-Node en in ‘Doorndal’ – naar mijn geboortestad terug te keren. In Ruimte Aurora werd werk tentoongesteld van toen nog onbekende kunstenaars (onder meer Ria Pacquée*, Guillaume Bijl, Guy Rombouts), er werden lezingen gehouden over poëzie, literatuur en uiteraard filosofie; er werden poëzienamiddagen georganiseerd, soms werd er zelfs gedanst.
Wat evenmin zou mogen vergeten worden zijn de talloze gesprekken, vaak een dialoog van kunst en filosofie. Naast het driemaandelijks tijdschrift publiceerde Aurora werk van Leopold Flam, Annie Reniers, Eldert Willems, Eric Min en anderen.


In het tijdschrift verschenen essays, beschouwingen, gedichten, experimentele teksten van bekende en minder bekende auteurs. Ik heb een sterk vermoeden dat er tussen decenniaoud kaf nog heel veel koren aan te treffen valt. Het is de hoogste tijd dat dit werk wordt ontsloten. Het is tevens de hoogste tijd dat Aurora als unieke experimentele ruimte de aandacht krijgt die ze verdient in de cultuurgeschiedenis van dat deel van België dat zich Vlaanderen noemt en zo begaan is met zijn cultureel erfgoed.


*”Na zelf enkele performances te hebben geïnitieerd, solo of in groep, stelt ze in 1977 samen met Guillaume Bijl tentoon in de Filosofische Kring Aurora in Antwerpen. Pacquée presenteert er assemblages met goedkope spulletjes die ze in een supermarkt had gestolen.” Koen Brams, Dirk Püttau, in: De Witte Raaf.
~~~
Oorspronkelijk gepubliceerd op 24-11-2012. 

17-07-12

STOCKHOLM

P1060210.JPG

Stockholm, juni 2012. 

 

Om te kunnen leven in je stad wordt je herinnering aan een vorige stad uitgewist. De ene stad na de andere verdwijnt uit je geheugen. Hoe meer steden je bezoekt, hoe meer je er vergeet. Kerken, kathedralen, kapellen, bibliotheken, musea, rivieroevers, kanalen, pleinen, straten, stranden, cafés, restaurants, spelende kinderen in voor jou ongewone klederdracht, fabrieken, minaretten, duiven, halfdronken tooghangers die traag met hun hoofden bewegen op het droeve tempo van ‘Caroline, No’, vermoeide stierenvechters, kaartspelers, meisjes in hun blote kont, roze flamingo’s, straatmuzikanten, cocktails, busritten, hittegolven, zomerfestivals, afbladderende gevels, vleermuizen, kakkerlakken, kampvuren in barokke parken, zonsondergangen, getijden, sterrenbeelden, dat alles vergeet je. Dat alles ben je vergeten. Om te kunnen leven in je stad wordt je herinnering aan een vorige stad uitgewist. Van Stockholm blijft niets over. Helemaal niets. 

AFSCHEID

1895_edvard_munch_jalousie_jealousy.jpg
Edvard Munch - Jaloezie (1895)

Afscheid nemen doet pijn aan het hart van de ziel. Aan het vlees van de ziel. Het is een donkere bedoening, het omgekeerde van een dans. Tijdens een dans benader je elkaar, beweeg je je in de richting van de andere: dansen is het genot van de ziel, het euforische ritme ervan. Zelfs een kleine dans kan wonderen verrichten, terwijl elk afscheid op een vergiftiging lijkt, op de vloek van een zwarte magiër.

 

28-02-12

AAN HET TOEVAL OVERGELATEN / BEELDEN

 

leo dohmen-l' ambitieuse-1958.png
Leo Dohmen - L'ambitieuse

Raymond Depardon - Brigitte Bardot 
Johan Grimonprez – Dial History

Martin Pulaski – Reflection (Rome)
François Truffaut - Domicile Conjugal
Martin Pulaski – Zelfportret met gemaskerde dame
Max Beckmann – Paris Society
Franz Radziwill – Eglise de Wehde en Frise
Joseph Severn – John Keats On His Deathbed
Roger Raveel – Herinnering aan het doodsbed van mijn moeder
Elia Kazan - Baby Doll
Martin Pulaski - Zaafrane (Tunesië)
Martin Pulaski – Reflections (Hotel Room, Umbria)
David Hockney – Man In A Shower In Beverly Hills
Michel Sima – Antonin Artaud
Fotograaf onbekend - Martin Pulaski in hotellobby (Helsinki)
Elvis Presley in Tickle Me
Domenico Di Michelino – Dante e il suo Poema
Leo Dohmen – L’ambitieuse
Harry Heirmans – Exposeert in Parbleu
Valdes Leal – Fin de la gloria del mundo
Martin Pulaski – Shoo-Bop (Building in New York)
François Lamorinière – Het sparrenbos
Yves Klein – Antropométrie (ANT 130)
Béla Utz – Vöröskatonák elöre
Nicolas de Staël – La route
Félicien Rops – Pornokrates
Man Ray – André Breton
Ken Heyman - Marylin Monroe & Arthur Miller,
Panamarenko – Zip Bangalore
Raghu Rai - Satiyajit Ray
Martin Pulaski – Reflections (Santiago de Compostela)
Kunstenaar onbekend - Voeten van de heilige Maagd
Andy Warhol – Jackie
Edward Hopper - Gas 


pornokrates.jpg
Félicien Rops - Pornokrates


Gebruik je verbeelding of google.

24-02-12

PATTI SMITH / JUDY LINN

 

patti smith,judy linn,robert mapplethorpe,sam shepard,fotografie,biografie,autobiografie

Patti Smith door Judy Linn.

Eergisteren in de boekwinkel van het Paleis Voor Schone Kunsten en gisteren in Fnac (twee bijzonder onaangename winkels) bladerde ik in een mooi boek van Judy Linn, 'Patti Smith 1969-1976'. Ik geloof dat ik nooit zulke fascinerende foto’s van de zangeres-dichteres heb gezien. Ik ken Judy Linn niet, maar het lijdt geen twijfel dat zij en Patti Smith vriendinnen waren. De foto’s getuigen stuk voor stuk van een samenzweerderige intimiteit.

patti smith,judy linn,robert mapplethorpe,sam shepard,fotografie,biografie,autobiografie

Patti Smith & Sam Shepard.

Voor wie de meeslepende autobiografie/biografie ‘Just Kids’ van Patti Smith heeft gelezen is dit fotoalbum van Judy Linn een bijna perfecte aanvulling. Maar de foto’s zijn ook zonder het werk van de zangeres een lust voor het oog en een flasback naar de periode uit de titel. 
patti smith,judy linn,robert mapplethorpe,sam shepard,fotografie,biografie,autobiografie

 patti smith,judy linn,robert mapplethorpe,sam shepard,fotografie,biografie,autobiografie

 

17-02-12

MISKEND (HISTOIRE À SUIVRE)

 

georggrosz.jpg

Georg Grosz, Straat in Berlijn, 1931.

In een kleine kunstgalerij in T. had hij, nadat de meeste genodigden waren vertrokken en hij zich voldoende moed had ingedronken, een gesprek met Irina Vega,  een kunstenares die hij bewonderde en die hij zelfs als een vriendin beschouwde, al wist hij niet zeker of dat wederzijds was.  Ze zei dat ze zich miskend voelde.  Je hebt zelf gezien hoe weinig mensen zijn komen opdagen, zei ze. En ze zijn nauwelijks geïnteresseerd in mijn werk. Ze komen voor de chablis, of om elkaar nog een keer terug te zien en herinneringen op te rakelen aan vroegere tijden, toen alles zoveel beter was. Terwijl het zo duidelijk is dat niets beter was en ook niets beter wordt. Je zou eens moeten weten hoe erg ik die onverschilligheid vind. Als ik mijn naam in google intik verschijnt er nauwelijks iets. En dat terwijl ik hier toch tentoonstel. Is mijn werk dan niet goed? Ik ben zelfs jaloers op jou, Martin Pulaski, mijn vriend.

Ach, zei hij, op mij moet je niet jaloers zijn. Ik voel me wellicht net zo miskend als  jij, ook al kom je mijn naam vaker tegen op internet. Is dat trouwens wel zo?  Nu ja, ik ken het gevoel - het doet veel pijn. Vooral als je al die opgeblazen nitwits  in de media en elders bezig ziet, mensen die niets dan onzin vertellen of, erger nog, de wereld lelijk maken met hun zogenaamde kunst - en hoe die dan bewonderd worden, aanbeden zoals vroeger de heiligen... Het is om bitter van te worden. Maar leggen we ons daar bij neer? Zelf heb ik nooit roem gezocht, al schrijft mijn oude vriend Guido me dat ik als achttienjarige altijd in het centrum van de belangstelling wilde staan, en voortdurend door vrienden omringd was. Misschien wilde ik toen wel nog beroemd worden, maar dat is lang geleden. Nu volstaat het dat ik door een paar verwante zielen erkend word. Of dat het geval is betwijfel ik. Ik denk dat jij mijn werk goed vindt. Voor de rest weet ik het niet. Ik heb zogenaamde vrienden, die zelf schrijven en veel lezen, die nooit iets zeggen over mijn gedichten of over wat dan ook van mij. Behalve jij is er maar een persoon die me recent heeft gezegd dat hij mijn werk heel goed vindt, en dat is Marcel. Misschien vergeet ik nu iemand. Ik troost me met de gedachte dat jij er bent. 

De kunstenares  zag er moe en droef uit, maar bleef toch luisteren naar wat een monoloog was geworden. Hij was nu goed op dreef. Dat was uitzonderlijk en kwam doordat hij al lang alleen was. Hij had al weken met niemand meer gepraat. Niets anders had hij gedaan dan gedichten geschreven, wat op facebook rondgehangen en melancholische muziek beluisterd.  Irina Vega maakte grote figuratieve schilderijen. Op veel doeken waren toeristen te zien, die op soldaten leken, terugkerend van het slagveld, zwetend en bloedend, soms verminkt. Haar werk deed hem aan dat van Georg Grosz, Max Beckmann en Francis Bacon denken, maar het was anders, het was van zijn tijd, wrang en lusteloos. De liefde zat – bijna verborgen – in sommige details, een vuurrode bloem, een straatlantaarn op een promenade, een mandoline in de handen van een straatmuzikant. Al de rest was doodstrijd. Hij vond het geweldig en zei haar dat ook. Hij vond het echter bijzonder moeilijk te verwoorden hoe goed hij haar doeken vond en waarom. Alle predicaten die naar het kwalitatieve verwijzen maken een uitgebluste, muffe indruk. Er valt niets origineels te zeggen over een origineel kunstwerk. Het enige wat je kunt doen is stotteren, of een gedicht schrijven.

Wat ons ontbreekt, zei hij, is de gave of de capaciteit om in het daglicht te gaan staan, om anderen ervan te overtuigen hoe goed we wel zijn. We zijn trots en bescheiden tegelijk, en dat maakt ons verdrietig en bitter. Of heb ik het alleen maar over mezelf?

Ik weet niet of ik zo bescheiden ben, zei Irina. En evenmin of ik trots ben. Ik ben vooral moe, uitgeblust, maar dat gaat wel weer over. Je weet dat ik wel vaker van die donkere momenten heb. Eens lekker slapen en ik ben wel weer opgemonterd. En als dat niet helpt moet ik maar gaan dansen. Dansen is het beste medicijn. Dansen en werken. En vooral niet met die twitterende nitwits van jou in mijn hoofd zitten. 

23-12-11

HET VRUCHTBARE SAP VAN DE WERELD

 Andrei-Rublev-Andrei-Tarkovsky.jpg

Andrej Tarkovski's 'Andrej Roebljov'.

De tekst ‘Zwijgen en niet luisteren’, met de foto van Jacques Lacan, destijds eigenaar van ‘L’Origine du Monde’ (1886) van Gustave Courbet, een kunstwerk dat op Facebook nog altijd niet mag worden getoond, heb ik op 20 december teruggevonden tussen oude notities. Een datum stond er niet bij. Ik vermoed eind jaren ‘tachtig. Wat me opviel was hoe weinig ik ogenschijnlijk veranderd ben. Die stilte – die me na al die jaren aan Ingmar Bergman en vooral aan Andrej Tarkovski doet denken - en dat zwijgen zijn er nog steeds. Soms dagen aan een stuk niet kunnen spreken. Een soort geestelijke verlamming.

Psychoanalyse is al lang niet meer in het spel. Destijds had ik die Freudiaanse / Lacaniaanse therapie nodig om het alledaagse te kunnen aanvaarden, om me met mijn eigen alledaagsheid te kunnen verzoenen. Met de banaliteit om mij heen en binnenin mij. Want hoe je je ook tegen een fenomeen verzet, verinnerlijken doe je het toch. In een wereld van dwazen word je op den duur zelf een dwaas.

Toch is er een verschil met de periode toen ik die notitie heb geschreven: ik geloof niet in inspiratie. Ik vermoed dat ik er toen ook al niet meer in geloofde. Het gebruik van dat woord was een automatisme, dat ik om eerlijkheidsreden heb laten staan. In enthousiasme geloof ik wel nog: diep ingaan in de wereld, en de wereld diep bij je naar binnen laten komen. En ik geloof in hard werken. Het belangrijkste echter denk is het zwijgen te boven komen. Je moet spreken en luisteren, soortgenoten, verwante en niet zo verwante zielen ontmoeten, je moet liefhebben. Ik denk dat een kunstwerk, een gedicht alleen uit liefde (eros) - en mededogen - kan voortkomen, of uit zijn tegendeel: afkeer, weerzin; noem het haat. Of heilige verontwaardiging. Alleen liefde maakt je sterk genoeg om een wereld te maken. En haat om een wereld te vernietigen.

Ik las iets treffends in het recentste werk (2011) van Stefan Hertmans, ‘De mobilisatie van Arcadia’: “Schrijven wordt een praktijk, een dagelijkse oefening die het leven bevestigt, door de eigen eindigheid om te zetten in een innerlijke oneindigheid: die van de eindeloze mogelijkheden van de schriftuur. We moeten dus de eigen dood op ons nemen om te kunnen schrijven; niet zomaar de anonieme, indifferente dood, maar de eindigheid die is toegesneden op het eigen leven." 

16-12-11

CYDIA POMONELLA ii

gerhard richter_appelbomen3b.jpg

Gerhard Richter, appelbomen.

 

Sap van appels zijn je oude woorden

als de appels in de boom van je buren

rijp voor de oogst in opgespaarde zomer,

ongeplukt, geur en smaak in de lucht

als huid van onbegrepen vrouwen.

Na zonnige Europese doem in oktober

rotten ze op te weinig bezongen gras,

elke zondag zo zorgvuldig gemaaid.

 

Je denkt als een havik aan David Lynch

zijn trage escapade, een laat weerzien

met broer: wat woorden over vader,

moeder, stoppen met roken, dit en dat.

Omdat ver verwant wat familie volhardt.

 

Je ziet een gedicht: maak ik terzines,

binnenrijm, tel ik afgunstig voeten

als waren het Dante's of van m'n zestien?

 

Wat essentie beweert men zou blijven,

niet van appels, van vrouwen niet. Nee,

van duidelijke woorden. Essentie

van de essentie als het lukken mocht:

op goede voet te staan als gewervelde

met het vruchtbare sap van de wereld.

Dan blijven die kleine druppels nog even

tegen slecht spijsverteren, bloedbaden,

tegen schrik en beven, tegen vergeten.

26-10-11

AFDALING IN DE HEL

tintoretto-descent-into-hell-15681.jpg

                  Tintoretto - Afdaling in de hel  (1568)

21-10-11

ÀNGELS RIBE'S LABYRINT

labyrinth

Àngels Ribé's Labyrint - MACBA, Barcelona.
Foto: Martin Pulaski 

05-10-11

RENAISSANCE (J.W. WATERHOUSE, ALFRED LORD TENNYSON)

 

waterhouse_the_lady_of_shalott02.jpg

The Lady Of Shalott, J.W. Waterhouse.

 

Daar kwam ik roeien tussen de lelies

van jouw verdriet. Mijn roeispaan peilde diep,

mijn arm in het blauw haalde je boven.

17-05-11

ANDY WARHOL'S BLUE JEAN BOP


kunst,filosofie,andy warhol,levi-strauss,mode,popcultuur,pop art

‎""No, American are the best. Levi Strauss. With the little copper buttons.
Studded for evening wear."
"How do you keep them clean, B?"
"You wash them."
"Do you iron them?"
"No I put fabric softener. The only person who irons them is Geraldo Rivera.""

Andy Warhol, The Philosophhy Of Andy Warhol (From A To B and Back Again).

18-04-11

PISS CHRIST

 

Piss_Christ_by_Serrano_Andres_(1987).jpg

Andres Serrano, Piss Christ, 1987.

 

Wat hieronder staat is een combinatie van poëzie en manifest. Ik heb het in een ruk in het Engels geschreven. In het Engels omdat het niet alleen van belang is voor het Nederlands taalgebied, maar voor alle taalgebieden. Als kunst wordt verboden of vernietigd word ik boos, zelfs als het om kunst gaat waar ik niet van houd. De misdadiger Vangheluwe is welkom in gastvrij Frankrijk, maar de Piss Christ van Andres Serrano wordt er door fanatieke vandalen beschadigd. Terwijl het werk net een sterk religieuze inslag heeft.

What follows is a mix of poetry and manifesto. I wrote it in breathless anger, immediately in English. In English and not in Dutch because it concerns every one of us. I think religion and fanaticism are opposites. (I'm not a religious person, though.) When fanatics destroy art, even if it's art that I don't like much, I get angry and sad. The criminal Belgian bishop Vangheluwe is welcome in France, but Andres Serrano's Piss Christ is not. Vandals tried to destroy an important work of art, a work which is truly religious and human. Maybe all too human.

PISS CHRIST

I open the book:
page five of The History Of Sex, Immersions,
Piss Christ - heavenly gold
and fiery red.

Oh you devil, Andres Serrano
what have you done.
Isn't it a sin against every law,
written and unwritten?

You made Jesus Christ glow,
filled him with human need
and passion and desire.
You baptized him in the warmth
of your bodily fluids.

Did you crucify Jesus?
No way did you crucify the Nazarene.
So many of us did that already.
The ones who threw the first stones did it.
The ones who burned the crosses.
The ones who tortured the innocent.
The priests, the bishops and popes who raped our children.
The generals and presidents who sent us to war.

And you!
Who are you to blame an artist?
Who are you to banish a truth?
Who are you to destroy an intimate world?
Who are you, the better ones?
The good-hearted ones?
The ones who once were lost but now are found?

Today I returned to my beloved Piss Christ
and now I wait for the full moon
to piss on the crowd of fanatics,
to piss on you who believe in violence and hatred,
in lies, in indifference, in wealth, in eternal life.

I piss on you who only believe in yourself
in your illusions of cleanliness:
no piss, no blood, no semen, nothing at all.
You who never do any harm.

I piss on you who throw the first stones.
And after that I'll  close the book
and look at you, the one I cherish,
the one I love like blood and fire.
 

10-03-11

SERAPHIM i


anselm_kiefer_seraphim.jpg

Anselm Kiefer, Seraphim.

30-03-10

APFELBÄUME: INSPIRATIE

gerhard richter - appelbomen 2


Gerhard Richter - Apfelbäume (1987

11:22 Gepost in Kunst | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook

16-11-09

SATURNALIA

 

gedicht,jose almeida pereira,sterren,jupiter,saturnus,tekens


Voor José Almeida Pereira.


Geen witte lijnen in je hemel. Helemaal geen lijnen. Alleen sterren en goden (noem ze symbolen, tekens. Speel ze op je cimbalen, orgels, glazen harpen).

Hemelsblauwe hemel met sterren bezaaid. Hoor je hun belofte van leven, liefde, genot? Hun muziek zacht gefluisterd, in cirkels herhaald. En op hun ritme marcheren engelen naar elektrische oorlog; bijna als mensen musiceren en marcheren ze en draaien ze om elkaar heen in liefde en afkeer.

Jupiters moeder mompelde, net niet onverstaanbaar: man, neem dit brood, wit en zacht. Hoe anders dood je een Titaan die zijn eigen kinderen verslindt? Je bent Goya niet. Je zet hem een zachte, ronde steen voor, nog warm. Het dode brood dat je bakte in je donkere winterse wonderland.

(verwonder hem met je blauw en gouden, ronde steen)

Maar is er nu recht geschied? Nee, er is geen rechtvaardigheid. Er is alleen lust en lust die macht wil en er is de pijn van huid en gebeente. Toch bedel je niet, toch leen je niet, val je niet op je knieën en prevelt geen gebed.

Je weet dat de sterren sterker zijn dan de giftige punt van de pijl – en je hart is een zwarte ster, sterker dan liefde en dood en glorie.

Je ogen, je hart: een deur die open gaat en sluit, en weer open gaat, opnieuw. Je hart een orgaan dat in de leegte zweeft, dat in je richting slingert, in elke richting die vriendschap vraagt.

Niet Jupiters kwalen, niet de eeuwige strepen, niet de betekenis noch het betekende. Alleen het blauw, de gouden velden – de waanzin van miljoen sterren en jij die maar blijft draaien en draaien, voor altijd draaien in schitterende leegte.

***

 

Oorspronkelijke Engelstalige versie op facebook.

***

http://josealmeidapereira.blogspot.com/

 

30-10-09

SLAPSTICK - MARTHA ROSLER




Semiotics of the Kitchen (1975) van Martha Rosler. Buitengewoon serieus en buitengewoon grappig.