04-02-07

DORP IN VLAANDEREN


Vooral dynamiet moet dit dorp voeden
en regen, een beetje onnozelenregen.
In de polders de mannen ploeteren
en met hun dikke wollen poten de paarden
dankbaar zweten in de laffe zon.
Ook gooien de vrouwen hun patatten en zie je
kinderen pisbloemen en klaver bepissen.

Rondom hun eigen kerk bidden de fermettes
zich zonder man en paard een groots geluk.
De schepenen sleutelen aan wonen
en heel het volkse volk stemt tevreden
met de priester in die met zijn kleinen
op 't oude kerkhof speelt, van beenderen

ontdaan. Terwijl in de wei wat koeien
staan en liggen en loeien dat het zomer is.
Zo is het leven hier in het dorp, dat je kent
als de binnenzak van de pooier, de pooier
en de moordenaar zijn touw en mes.

29-01-07

NAAKTE OLYMPIA

manet,station,eros,theater,olympia,erotiek,exhibitionisme,seks

In een station. Stel je voor: honderden vrouwen en mannen spoeden zich weg van elkaar. Maar welke bestemming, wat te doen? Ruighoudt, waar lood om glas lacht en ja, nee, niets, liggen liegen. 


Plotseling staat met rode lippen Olympia naakt in hun midden, haar huid wit afgetekend tegen hun uittocht. Kijk naar me. Mijn geslacht oog in oog met wat moet gebeuren, de zwaluwen boven het slagveld.

De zon op, dinsdagochtend. Stemmen van Grieken. Weg van haar schande geven zij zich aan licht, branding, als vermoeide, overwinterende sfinksen.

28-01-07

PRETTY FRAULEIN - EEN GEDICHT IN PROZA


Opgedragen aan Townes Van Zandt

Het begon allemaal moeilijk. Je moest bewijzen dat je de woorden bezat. Ideeën reikten in de tijd tot voor Socrates. Boeddha's volgelingen reden op hun rode motorfietsen naar Italië, tot helemaal in Rome, bezochten daar Caracalla's baden, en Cinecittà in een vuile buitenwijk. Het hart van Percy Shelley rustte voor eeuwig in een boek van zand en zaad, lag begraven onder een maansteen in de Pisaanse heuvels, waarop je de liefde bedreef voor de mooie ogen van de soldaten. Pretty Fraulein!

Oog in oog met de vijand van het verdriet viel eenvoud over je land, hand en woordenschat. ‘Van een blik tot een moord’, (Zwart Beertje), kon hier nu in, net zo goed als ‘On the road (again)’, je Plechtige Communie en de hele mikmak van je uiteengespatte, verspilde leven.

Dat je er toch nog iets schoons van maakt! Dat je hogerop geraakt. Tussen zwervers, protestanten, goochelaars en beambten. Tussen komedianten die aangenaam je tijd verdrijven. En al het zachte dat er is zul je nog geduldig tot je nemen. Tot de laatste dag komt, tot de eindeloze en verblindend parelende nacht.

23-01-07

LIED VAN WIE DRONKEN IN EEN TAXI ZIT


Alle katten waren zwart die nacht toen we verdwaalden: heldere sterrenwichelaar en uit een aardappelkelder ontsnapte idiot savant, raaskallend als een kind dat donker is van schrik. Geduld en trouw zijn rake plekken in the heart of darkness. Als je vervolgens elkaar in elkaars stemmen herkent, hees van droeve herinnering en plannen smeden, dan moet je maar gaan zingen samen, zelfs wat zuchten volstaat als de andere door jouw ogen kijkt. En kijk, kijk dan toch: alles is wat het lijkt.

Genetisch bepaald ontsnapten wij aan onbekende soldaten in onze spraakverwatering en liepen in vrede elkaar tegemoet. Tegen beter weten in ging het verlangen in het ongewisse van elkaars woorden rusten. Op die wijze – muzikaal - was de roes helder zien. In kobaltblauwe nacht zag ik de ogen van een blijvende, onvervangbaar, a son, a cosmos. Een mens, jij, die me ook nu weer naar het hoofd stijgt.

14-01-07

VERSTROOIING (Genesis 11 : 1-10)


Aan de aarde ontsprong één taal toen ik nog hele dagen in onbekende bomen adem vond. Rondom mij kwamen ze samen en legden de zoveelste steen. De toren van hun eenheid die tot in de stomme mond van de hemel moest reiken. En ik in de bladeren schreide. Maar zij bouwden boven mij uit en boven de bomen en in schaduw hoorde mij niemand. Zij brachten glas naar het hoogste, verborgen zich voor spiegels, geeuwden en neukten elkaar waar ze maar konden. Waarna zij zich over de aarde verspreidden en zochten en brandden en groeven. Ik bleef in de stad die er stond om toch nog wat op te hemelen wie over de brug kwam naar mij.

02-01-07

ORTIGIA


Religies zijn aan mij voorbijgegaan.
Talloze goden en hun afgezanten.
Hiërofanten zonder naam en geslacht.
Vrouwen zijn aan mij voorbijgegaan.
Hun modes, kussen, strelingen.
Hun doorzichtige kanten.
Mannen zijn aan mij voorbijgegaan.
Hun ego flos en dronken tranen.
Hun solide garanties.

Kinderen zijn achter mij gebleven.
Hun ongetemd geschater.
Vrolijke leugens zijn achter mij gebleven.
Wetenschappen, mystificaties, wijwater.

16-12-06

DE HEL VAN CHUBBY CHECKER


De hel, dat zijn niet de anderen, zegt ze.
De hel is een voortdurende limborock, zegt ze.
In de hel ben je de dubbelganger van Chubber Checker, zegt ze.
Je moet onder die stok door, zegt ze.
Naar de overkant, zegt ze.
Maar er is geen overkant, zegt hij.
Precies, zegt ze, dat is de hel.
Je gaat onder die stok door en bereikt de overkant, zegt ze.
En die overkant is helemaal hetzelfde als de kant waar je vandaan komt, zegt hij.
Ja, zegt ze, het is er het spiegelbeeld van.
Er is geen overkant, zegt hij, dat is de hel.
Er is alleen maar een spiegelbeeld, zegt ze.
Er is alleen maar een hiernumaals, zegt hij.

13-12-06

ONDERWEG


Het vliegtuig trekt een kromme lijn naar halverwege hun agenda, de witte pagina’s van de zee in het Zuiden. Onbestendige stippen worden hagedissen stil in het zonlicht, olijfbomen, krekels.

Met een dodenhoed op het jaar door, zonder een sterrenbeeld boven hun hoofd, komen ze elke dag weer in weer of geen weer de hoek om naar nabij de kathedraal waar waarheid uit voorzorg in kaftjes verdwijnt.

Onder ons is het voorzichtig zijn en zeker. Is het met een zwarte teerling werpen. Op televisie kleur en toeval ontkennen: landsknecht of niets. Visie tussen de tanden geklemd, voor de aanwezigen een vriendelijke moord.

De afwezigen vluchtten nadat ze hun tulpen stuk sloegen op een terras. Witte asters zonder enige geur. Of toch een vleugje erbarmen en sperma, terwijl de vaas leeg op de kersenhouten tafel bleef staan.

Perfect is de scène van betekenis beroofd. Laat hen in plattelandsmodder wegzinken waar de knotwilgen hun namen vergeten. Naar een tweede adem happend gaan de bladzijden wit in vervulling.

09-12-06

PROSTITUTIE

verveling,zaad,pubis,del,ballerina,orpheus,mythe,gitaarspel

Op de vlucht voor een tuin met een appelboom in het midden en vogelgezang en vlinders dwarrelend in het zonlicht. Maar vooral, obstinaat, op de vlucht voor verveling droeg hij zijn zweet en zijn bloed naar de nachtmarkt. Gratis. Hij was lazarus toen een roodharige dame genadevol tegen het purperen raam tikte.


In ruil voor enige zilveren munten slikte zij zijn zaad – hij zonder idee van de smaak - en onthulde daarna haar pubis. Wat fluisterde ze hem in het oor? Haar pudieke geheimen?

De volgende ochtend danste de ballerina over zijn scherm. Een korte rode, fluwelen jurk, zilveren schoentjes. Een verzonnen beeld, een sirene, even onschadelijk als Orpheus en zijn oorverdovend gitaarspel. Nu wordt alles anders, dacht hij. Gedaan met de tijd van valse verlichting.

24-11-06

DUEL IN DE ZON

western,jennifer jones,king vidor,gedicht,film

Voor Jennifer Jones


Onder Texaanse zon duikt zij op
In teveel landschap, verdwijnt

Meteen weer uit het zicht
Haar oogverblind lichaam

In gevaarlijke bochten gevangen,
de droge rivier.

Met zeldzame liefde bekogeld
wild dier, tam beest.


Veel onzuiver bloed vloeit
over zijn vijandige handen

Vermengd met het zijne
bloeit het op dodenrotsen op.

15-11-06

JACK KEROUAC EN DE OUDE DUIVEL

san francisco,mexico,jack kerouac,malcolm lowry,poetisch proza

Doodshoofd van Jose Guadalupe Posada

De oude jonge man met de pet is op weg naar de regenboog in het Westen. Zijn huid is de huid van Adam in de eerste hagel, storm en sneeuw. God, vraagt hij, hoeveel kleuren zijn er onder uw zon, hoeveel mazen in uw net? Terwijl toestellen flitsen om zijn aftakeling voor eeuwig aan banden te leggen.

De jonge oude man met de pet is op weg naar de begrafenis van een junkiemeisje in Mexico Stad. Doodskoppen van suiker lachen hem vanuit etalages volmondig toe. Hij zucht als iemand in doodsstrijd als hij marmeren trappen beklimt en terugdenkt aan de dagen van dwaze misverstanden, kalverliefdes en andere vormen van onzalig nietsnutten.

De jonge oude man met de pet is op weg naar een bijeenkomst van ongeschoeide karmelietessen die zijn Boek willen horen. Aan de voet van Twin Peaks in de mist zit een oude onbekende meester met een ratelslang. Kom, zegt hij, ik heb op je gewacht, je bent moe, laten we ons Lazarus drinken. Je reis is ten einde. Je speeksel is op.

Trouwe bezoekers van hoochiekoochie herinneren zich dit fragment – oorspronkelijk gepost op 28/8/2006 - misschien nog. Vanwege de spam heb ik dit, jammer genoeg samen met het commentaar, moeten wissen. Ik wilde dit poëtisch proza echter niet verloren laten gaan, en daarom plaats ik het hier opnieuw. Nu kan ik er ook even bij vermelden dat ik mijn inspiratie gehaald heb bij Jack Kerouac (Mexico City Blues, met het ongeëvenaarde “The wheel of the quivering meat conception / Turns in the void expelling human beings…” en dan volgt een opsomming van een hele resem andere wezens), en Malcolm Lowry (Under The Vulcano). Voorts zijn er in dit stukje indrukken van een verblijf in San Francisco verwerkt. Twin Peaks verwijst niet naar de tv-serie van David Lynch maar naar een wijk in de stad aan de Stille Oceaan, waar beats en hippies zich zo thuisvoelden.

13-10-06

ADIOS SEÑOR


Droomt de jongen met z’n kattenogen
van wat ik zelf zie glinsteren
over the rainbow? Maar niet licht
is de nevel die om zijn verblijf speelt
en spookt in zijn rokerig leven.

Door een gat in de wall of sound
fluister ik zijn linkerslaap toe : ik kom
je nacht binnen. Schiet eerst en stel
daarna wat vragen. De valse tijd
die ons nekt zal ik de nek breken.

Mijn retoriek - valt van zijn kaken.
Zijn ziel? Een kolonie die moet knielen
en bloeden bloedt noch knielt. Maar
haar schatten zijn van mij en nemen mij
zolang ik duur - mijn zwarte slaap.

Ik ben hier en ik ben hier niet langer.
Adios señor. Dat ik mijn masker opzet
en vertrek : hij ziet het. Heroïne
zuigt het hart van zijn stad leeg,
slappe klaprozen - haar minnaars.

28-09-06

KLEINE BELGISCHE KUNSTGESCHIEDENIS

andre delvaux,gedicht,t serclaes,breughel,marvin gaye,john singer sargent,relativering,nationalisme,erfgoed,tijd,invloed


Een oude koewachter aanschouwde
In Brussel van Icarus de val.
Kuste daarna de arm van ’t Serclaes
En bewonderde de blote vrouwen
In het vervallen station.

Bij zijn geuzen slurpte hij aan een mossel
Dan was het weer de vlieger in
Terug naar zijn graanschuur
Diep in het zand van Arkansas.

Een zekere Russel, in zijn vrije tijd bokser,
Strandde aan de Belgische kust.
Is dit Oostende, vroeg hij, waar Marvin Gaye
Van seks en drugs genas
En al die spirituele boeken las?

In de vierde strofe stond een gigant op
Die - conceptueel - varkens kon maken
Met blauwe paardenstaarten. Schilderen
Deed hij in de stijl van John Singer Sargent:
Aan palmbomen slingerden
Rokende dames in witte gewaden.

...

(Waarmee nogmaals bewezen wordt dat geen nationale kunstgeschiedenis bestaat, en nationaal erfgoed onzin is. Alles loopt in elkaar over. Iedereen beïnvloedt elkaar, rechtstreeks en onrechtstreeks. Kunst heft de tijd op. Maakt van iedereen tijdgenoten.)

09-09-06

EEN ROMANCE


Als ik toch eens zou schrijven
wat jij me vroeg:
de abrikozen op tafel,
frambozen van vroeger
toen de zomer een spel was
op het water, de oevers nabij.

Als ik toch eens zou blijven
bij jou in het wit
en een bij mocht me kussen,
prinses van de liefde.
Bij jou in het krijt staan -
mij weer aan je honing verslaven.

Als ik toch eens zou drijven
op een droom van tranen
en asters. In deze zomer
van ernstige stenen - en sterren
waarnaar je stem opstijgt,
ver boven donkere wolken.

19-07-06

VEEL ECHTER MOET BLIJVEN


(Een halssnoer van hölderlinwoorden. Voor wie het past. Enige nieuwe namaakparels erin verwerkt).



rijp zijn
in vuur ondergedompeld
gekookt zijn de vruchten
en ook is de aarde beproefd

een Wet waarin alles past
en elk ding weegt op de hand
ook op de heuvels de vlammen
donker blaffende honden
in overstelpende zomer

ook slangen leven van de hemel
van de aarde de vogels

veel moet blijven
een last op de schouders
en een juk verbrand
as in de aarde

vele wegen zijn wild
hoe zouden zij ergens heen kunnen leiden
hun vuurstenen en chaotische sporen
materia prima

helder afgetekend
in de vlakte waarboven het blauw immens
en moeder aardes groene wenkbrauw

op de veldwegen worden wilde paarden getemd
en de tamme wild-
gapend geleid naar het slachthuis

maar altijd in het ongebondene
gaat een begeerte

veel echter moet blijven
moet passen in het ene-al
ook op een feestdag
als niemand toekijkt

voorwaarts wagen wij ons
omkijken durven we niet

ons
wiegen laten we
als in wankel evenwicht
een kano op het water

...

en de tijd die alles

25-06-06

GESPREK MET CHRISTA PAFFGEN

muziek,antwerpen,de kat,kevin ayers,wijn,nachtleven

Voor Marco Polo

In die tijd kende Zwart alle titels van zijn boeken uit het hoofd, vond betekenis in zijn dromen en sprak zijn geliefde vrouwen bij hun voornaam aan. Dat vertelde hij op een late zomeravond in café De Kat tegen ‘Nico’. Hij zei dat hij - ook in die tijd - met ‘Kevin Ayers' kreeft had gegeten, Gewürztraminer gedronken en Frans gesproken. “Puis je m’asseoir près de toi” had Kevin Ayers gezegd. “‘No kidding” had Nico geantwoord. En daarna: “Deutschland über alles”.
“Kindness I suppose”, zei Zwart, maar hij besefte meteen dat hij met zulke onzin aan het verkeerde adres was. De conversatie was afgelopen; in weerwil van haar traagheid snelde de donkerharige vrouw, als een bliksemflits op de purperen heide, de deur uit, haar harmonium aan haar zoontje 'Ari' toevertrouwend.

Later diezelfde nacht strompelde Zwart door de Venusstraat, vond zijn hotelkamer terug, zijn vrouw lag al in bed met twee vertrouwde gezichten waarvan de namen ontbraken. Hij had ze nochtans uren tevoren op alfabet op zijn planken gezet.

muziek,antwerpen,de kat,kevin ayers,wijn,nachtleven

Foto's: 

Boven: de hoes van Nico's Chelsea Girl, een van de mooiste en meest melancholische elpees in mijn bezit.
Onder: Kevin Ayers, John Cale, Nico, Brian Eno.

LES ENFANTS DU PARADIS


Mijn buurvrouw zal het wel ontkennen maar ik geloof dat er niets mooiers bestaat dan die twee joodse jongetjes die daar beneden op hun rode fietsen dansen. In hun spel ontstaat een betere wereld, hun fietsbellen rinkelen een zacht verzoek: laat ons binnen in het paradijs door de kleine wijnrode hemelpoort.

21-06-06

TRY-OUT


Wat is er met je aan de hand, dat je weer naar het hospitaal moet?
Niets ergs.
Alleen maar een routineonderzoek en allergietesten.
Je moet jezelf goed verzorgen.
Dat doe ik, ik verzorg me goed.
Ik drink niet te veel, ik gebruik geen drugs.
Wel medicijnen, natuurlijk.
Ik eet groenten, vis, neem vitamines.
Maar er zijn, zoals je weet, veel spanningen, stress.
Soms heb ik het gevoel dat ik de wereld verlies.
Alles wordt donkerder, letterlijk.
Mijn hoofd zit in een donkere wolk.
De stemmen van de mensen rondom me klinken irreëel.

Ik wil niet over problemen praten.
Ik zou liever wat lachen.
Onnozel doen.
Doe me eens lachen…
Neen, je hebt gelijk, we moeten niet over onze problemen praten.
Laat dat maar aan Elvis over.

Jammer dat dit gisteren allemaal gebeurde.
Net voor de zomer begon.
Nog een onderzoek, bij weer een andere dokter.
Een gepeperde rekening.
Gisteren.
Toen je de leegte omhelsde en er een punt achter zette.

Vandaag begint de zomer.
Omelet?
Iets uit de diepvries?
Iets van bij de Chinees?
De mozzarella zal nu wel bedorven zijn.

Dit is geen bijster creatieve periode voor jou.
Ik heb veel te zeggen, maar ik heb nog meer te zwijgen.
Er is een diep verdriet in de kern van al wat leeft.
Het is ons verdriet dat wij daar aantreffen.
Wij vernietigen elkaar met precisie.
Neen, geen creatieve periode.
Punten, gesloten deuren.
Ik moet nochtans kunnen schrijven.
Maar nu ben ik stil, er zijn geen woorden.

Ben je bang?
Je moet niet bang zijn.
Voor wat ben je bang?
Voor gedachten.
Ik kan moeilijk met iets beginnen.
Beginnen, dat is het moeilijkste.
Je mag niet bang zijn voor gedachten.
Gedachten kunnen je geen pijn doen.
Ik zou veel kunnen schrijven, maar ik zou sommige mensen kwetsen met mijn woorden.
Als ik alles zou schrijven.
De waarheid.
De waarheid die ik voel.
Als ik woorden zou schrijven zonder erbij na te denken.
Gedachteloze woorden.
Zelfs over die omelet heb ik nagedacht.
Dat domme woord.
Dom woord, maar zo verwant met Hamlet.

Houd je geen dagboek bij?
Neen, al jaren niet meer.
Ik zet alles hier op de elektronische pagina’s.
Voor mij behoort het dagboek tot het verleden.
Soms schrijf ik een gedicht.
Vijf of zes per jaar, dat volstaat.
Ik verkies de dialoog boven de monoloog.
Maar met wie kan ik praten?
Er zullen toch wel wat mensen zijn?
Je moet vrienden hebben.
Je mag niet eenzaam zijn.

En je foto’s, zijn die dan geen dagboek?
De foto’s van jezelf?
Ik weet het niet.
Ik maak foto’s van mezelf omdat er op dit ogenblik niets anders is.
Misschien wil ik wel bewijzen dat ik besta.
Voor wie zijn die bewijzen?
Ik ben niet egotistisch, denk ik.

Gisteravond heb ik de zon zien ondergaan.
Ik zat nog wat op het terras voor ik naar mijn kamer ging.
Mooie zonsondergang net voor het begin van de zomer.
Maar het heeft geen zin daarover te schrijven.
Iedereen kan dat fenomeen met zijn eigen ogen zien.
Ik heb daar niets aan toe te voegen.
Neen, dat is niet waar.
Niet iedereen ziet de dingen op dezelfde wijze.
Ik zou graag lezen wat jij hebt gezien.

Die deur en dat punt zijn er toevallig gekomen.
Ik heb die daar niet bewust gezet.
Misschien wijzen ze niet op een einde maar op een nieuw begin.
Dat betwijfel ik, maar je weet het nooit met zekerheid.
In ieder geval weet ik niet hoe ik het moet doen.
Hoe moet ik herbeginnen?
Waar?
Misschien komt de verandering vanzelf, zoals het weer verandert, of een stemming.
Dat is een mooie gedachte, ik hoop dat het zo zal gebeuren.
Zie je nu dat je niet bang moet zijn voor gedachten.
Onbedachtzame woorden kunnen pijn doen.
Gedachten niet.
Het is zoals met de liefde, die is ook onbedachtzaam.
En wat doet meer pijn dan liefde?
Woorden van liefde, misschien?
Neen, gedachten kunnen ook pijn doen.
Bijvoorbeeld, in het begin van de zomer denken aan het einde van de zomer.
Ja, dat is waar.
Daar had ik niet aan gedacht.

19-06-06

EEN SCHADUWLIED


do you want to dance?

Waar ben ik?
Waar ben je?
Wat is er gebeurd?
Waar zijn de bomen?
Waar is het bos?
Waar is de ware wereld?
Of zit die misschien in het hoofd van zo'n Oude Griek?
Waar zijn de vrienden?
De beatniks met hun lange pullovers aan?
Om eens een dichter te citeren.
Waar is de dolfijn?
Waar is Rembrandt?
Waar is van Eyck?
Waar is mijnheer Flaubert?
Waar zijn de kermismeisjes van mijn 13 jaar?
De Zanzi Bar-Engelen?
De Congo Bar-Koninginnen?
De Nieuwe Memlinc-meisjes met de witte beatbotjes aan?
Waar is de droomgeliefde uit het Bobby Darin-lied?
Gibt mir Antwort weite Wälder !
Waar is Edie Sedgwick?
Waar is Neil Cassady?
In welk huis woont mijnheer Barrett?
Waar is de diepbedroefde met de blauwe stem?
De blauwe.
Je weet wie ik bedoel.
De jonge countryzanger die stierf in Joshua Tree.
“Some may come and some may go…”
Waar is ons geheugen?
Onze geschiedenis?
De de de deum, de de de deum.

18-06-06

PARADIJS : EEN ALLES VERGETEN NU


Dit geheugen verdient geen lauwerkrans.
Het herinnert zich niets.
Van die rijke verzameling woorden.
Van die rijke verzameling namen.
Van die veelzijdige waarheid.
Geen muze kan dit lege vat weer vullen.
Hier is niets te vinden.

Geen longziekten.
Geen kanker.
Geen aids.
Geen brood en wijn.
Geen blikken parade.
Geen mislukking.
Geen domme triomfen.
Geen oorlogsveteranen.
Geen heiligentranen.
Geen stronthoofden van het Vlaams Blok.
Geen met purper en geel begroeide kanaaloevers.
Geen oranje.
Geen andere kleuren.
Geen rustige waters.
Geen geur van het dorp in mijn jeugd.
Geen roeibootjes in het park.
Geen eiland Robinson.
Geen Straatsburgdok.
Geen Zoniënwoud.
Geen Rolling Stones.
Geen lied van The Beatles.
Geen Jambalaya van Hank Williams.
Geen Ne me quitte pas.
Geen Tombe la neige.
Geen Jimmie Reed.
Geen Aretha Franklin.
Geen Patti Smith.
Geen People Have the Power.
Geen enkele Elvis.
Geen geile danseressen.
Geen schatjes in zwarte kant.
Geen Marcel Proust.
Geen Franz Kafka.
Geen Vergilius.
Geen Isidore Ducasse.
Geen enkele dichter te jong gestorven van teveel dit of dat.
Geen River of Life van William Blake.
Geen minnaar.
Geen minnares.
Geen geliefde.
Geen menselijke of goddelijke komedie.
Geen Campanella.
Geen bruisend Walhalla.
Geen zoet El Dorado.
Geen Shangri La glanzend in de zon.
Geen woordenboeken.
Geen allergieën.
Geen allegorieën.
Geen handschoenen.
Geen orkanen.
Geen spraak.
Geen taal.
Geen teken.
Geen licht.
Geen donker.
Geen schaduw.
Geen nuance.
Geen toeval.
Geen god.
Geen boeddha.

Alleen wat gelach.
Een ogenblik.
Wat rinkelend lachen.
Dat het een lust is.
Een lusthof.
Een eeuwig (h)eden.
Een alles vergeten nu.