28-02-13

AWOPBOPALOOBOP ALOPBAMBOOM

2012_11_PORTO_VOLLEDIG 336.JPG

Foto: Martin Pulaski, 2012.

Bernard, de illusie van rock & roll heb ik al lang opgegeven. Heb ik ze ooit gekoesterd? Het ging denk ik meer om een droom in verband met het geheel. Met versmelting in klanken, ritmes en woorden zonder betekenis.  Awopbopaloobop alopbamboom. Een bijna religieuze droom van eenwording, van transsubstantiatie. Een droom die leek op die van Martin Luther King en van John Lennon. Maar John Lennon zong het lang geleden al: “the dream is over”. Wat voor mij daarna bleef was een soort van leeg ritueel, hoewel dat soms gevoelens van welbehagen kan teweegbrengen, en heel af en toe diepe emoties laat opflakkeren.

 

Ik weet dat ik geen nar ben op het narrenschip, maar het is tegelijk heel moeilijk om dat van jezelf te beweren omdat je zelf op dat schip vaart. Je hebt ervoor gekozen om mee te varen, aan te monsteren, zo je wilt. En elke dag maak je die keuze opnieuw, als een blinde, dove, stomme, onwetende nar. Tot het schip doormidden breekt of tegen een ijsberg aan vaart. Als je het zinkende schip verlaat ben je geen nar maar een rat. Van rottigheid gesproken.

17-02-13

VITA BREVIS

P1010305.jpg

Terugdenkend aan de slaapwandelaar die met zijn hond voorbijstrompelde. Aan de sterren van dronken woorden die de hele nacht richting Venus van de grond om ons heen opstegen. Bloemen die nooit konden verwelken, alleen thuis in een romantisch gedicht. Keats, Gérard de Nerval. Terwijl toch menige oorlog woedde en soortgenoten werden gefolterd. Bloed, vuur en tranen... Maar wat stond geluk in de weg? Welke god beval ons onze oneindige kus te staken?

Hoewel Seneca beweert dat het niet waar, is het wel waar: het leven is kort.

08-02-13

BERLIJN, AUGUSTUS 1998

berlijn1998-1.jpg
Hier kun je nooit meer terug naartoe. Een oude stad die van gedaante verandert, die voor je ogen een nieuwe stad wordt. Berlijn in augustus 1998. David Bowies 'Where Are We Now?' heeft me doen teruggrijpen naar dit beeld, en naar alles wat het bij mij oproept aan herinneringen en sentimenten.

Foto: Martin Pulaski 

31-01-13

EEN WERELD ZONDER DICHTERS?

2012_11_PORTO_VOLLEDIG 195.JPG

Regen. Martin Pulaski, november 2012.

 

'Schaf het stadsdichterschap af en engageer deze schrijvers om nieuw inzicht te geven in de geschiedenis van de Vlaamse literatuur, in wat zij nu schrijven.’ Dat zijn de woorden van een NVA-politicus in Antwerpen. Stonden gisteren in de Vlaamse ‘kwaliteitskranten’. Het ging over de stadsdichter, een nutteloze functie. Tom Naegels, een schrijver, was van mening dat dichters en hun verwanten teveel ophef maakten over wat onschuldig gewauwel. Kranten publiceren zulk gekwetter om aandacht te trekken, beweerde hij. Verontwaardiging was nergens voor nodig. Tom Naegels zal wel weten waarom kranten gekwetter publiceren: ga maar na. Maar hij vergist zich: verontwaardiging is altijd nodig. En indien niet altijd, nu zeker. De domme uitspraken van de Vlaams-nationalistische politicus lijken een bagatel, en zijn dat misschien ook. Maar soms – er zijn helaas voorbeelden - leidt een bagatel tot een catastrofe.

Alles in dienst van het nut is het uitgangspunt van bepaalde politici, dienaren van bankiers, traders en casinobezitters. Maar we weten dat alles van waarde kwetsbaar is en nooit is het nuttig. Poëzie is niet nuttig, dichters zijn evenmin nuttig. Wat dichters zeker niet zijn: historici van de Vlaamse literatuur. Dichters schrijven en lezen gedichten en zijn kwetsbaar en van geen enkel nut, maar openen werelden. Zij laten zien dat de Vlaamse literatuur Nederlandstalig is, en dat de Nederlandstalige literatuur niet aan een streek is gebonden, maar tot de wereld behoort. Poëzie, in welke taal ook, is een wereldtaal. Ik ben een kosmos, zei Walt Whitman. Hoe zielsveel dichters ook houden van wat hen nabij is (hun geliefde, hun dorp, een stukje touw), het zal nooit hun opdracht kunnen zijn om dat nabije in een vacuüm te plaatsen, om dat nabije als behorend tot een stam, een volk voor te stellen. Wat zij echter in zo’n geval kunnen doen is het nabije met hun woorden openen en het op die manier onderbrengen in het grote geheel. Nuttig is dat niet, maar het heeft ongetwijfeld zin. Het vaderland van de dichter is niet de bodem, maar is het water, de rivier naar de oceaan en in de hoge lucht staat hij met zijn voeten stevig op de grond.

Een wereld zonder gedichten is een ongrond, een afgrond; een wereld zonder dichters is een catastrofale wereld.

03-12-12

HET WARE BEELD VAN DE HEER*

ware beeld.jpg
Martin Pulaski, Via Dolorosa, Guimarães, 12 november 2012. 
"Jezus wordt van zijn kleren beroofd."

Voorlopige stuur ik je gedachtensnippers, flarden van denkbeeldige gesprekken met jou. Je antwoordt me niet, wat ik begrijp: antwoorden is een kwestie van tijd en temperament. Om van die conversaties geen monologen te maken verzin ik je reacties. Waarom ben je het over alles wat ik beweer met me eens? Of vergis ik me in wat ik verzin?


Zo kort duurt mijn verblijf in Guimarães dat het lijkt op een droom die ik ergens tussen vijf voor zeven en zeven uur ’s ochtends had. Deze oorspronkelijke hoofdstad in het Noorden van Portugal is een mooie, relatief klein en proper, vergelijkbaar met Brugge maar dan op zijn Portugees. Geen Minnewater maar groene, glooiende heuvels rondom. Veel pleinen en terrassen waar bijna geen mens te zien is. Het is maandag, de musea en andere bezienswaardigheden zijn gesloten. Een ideale dag om hier te lanterfanten. 

Waarom lijkt alles veel duurder dan in Porto, dan in Lissabon? Waarschijnlijk omdat het de culturele hoofdstad van Europa is… Maar volgend jaar dan? Blijft alles dan net zo duur als nu? Gelukkig geldt dat niet voor de sardienen… Die zullen wel altijd goedkoop zijn.

’s Avonds, opnieuw aan tafel, in Porto, vroeg ik mijn vriend José of het normaal is dat er zoveel helder bloed in die vissen zit. Terwijl ik daar in dat oude Guimarães aan die sardienen zat te wriemelen vreesde ik even dat de kok mij wilde vergiftigen. Zulke dingen gebeuren in zulke stadjes. Misschien kwam die gedachte ook wel bij me op door de Vinho Verde die mij werd uitgeschonken. Ik houd van zowat alle Portugese wijnen, alleen de Vinho Verde smaakt me niet. Ja, zei José, dat heldere bloed wijst erop dat de sardienen vers waren. Prijs jezelf gelukkig, vriend.

Niet alleen in Porto is iedereen vriendelijk tegen me, ook in Guimarães is dat het geval. Zelfs de garçon die me Vinho Verde brengt is vriendelijk. En nog ongewoner: het meisje in het toeristisch informatiecentrum is vriendelijk. Ze is vriendelijk en schuchter en lijkt op een Portugese heilige – een bevallige combinatie, hoewel ik een voorkeur heb voor zondaars. Een vriend van me, overleden in 1991, schreef me ooit uit Lissabon – in de zomer van de grote brand - dat de Portugezen een ‘onbeschoft volkje’ waren. Onzin, maar dat wist ik toen niet. Ik ben al vaak in Portugal geweest en heb nog maar een onbeschofte Portugees ontmoet. Dat was in het toeristisch informatiecentrum van Sagres, van god en bijna alle mensen verlaten stadje.  Mocht er toch een god bestaan, hij zou die man streng straffen. Ja, zijn lijden zou misschien vergelijkbaar zijn met wat ik zag op afbeeldingen van de veertien staties van de via dolorosa, in de buurt van Lagos.

Wat later, mijn glas rode wijn was leeg, vertelde ik José, nogal enthousiast denk ik, over de staties die ik in Guimarães aandachtig bekeken had, in het bijzonder over statie zes, “Veronica droogt het aangezicht van Jezus af”. Maar wie is toch die Veronica, ik heb al zoveel over haar gehoord, zei hij. Veronica, zei ik, is het ware beeld van de heer, Vera Icona… Moest ik nu echter die hele geschiedenis weer uit de doeken doen, vroeg ik me af. Ach nee, vervolgde ik, Veronica, dat was mijn eerste liefje. Mijn Portugese vriend lachten hartelijk, wat waarschijnlijk mijn bedoeling was; toch was ik zelden zo ernstig geweest.

Meer snippers volgen later misschien. Als ik minder overhoop lig met de tijd en met mijn temperament. Als je het in mijn monologen met jou wat minder met me eens bent. En zeker als ik snippers van jou ontvang. Snippers van je dagelijks geluk en je dagelijks afzien. Snippers van je denkbeeldige gesprekken.


*Bewerking van een notie van 30 november 2012. Gepubliceerd op 3-12-2012.

MISLUKKING EN SUCCES ii

mislukking en succes.jpg
Familiefeest Laken, 2005. Foto: Martin Pulaski.

MISLUKKING EN SUCCES

adjani5.jpg

Isabelle Adjani in 'Possession', Andrzej Zulawski.

Is het geen vorm van zelfbehoud om over je teleurstellingen en vooral over je mislukkingen te schrijven? Anderzijds vraag je je soms af of je ooit wel echt teleurgesteld bent geweest: verwachtte je dan zoveel van het leven, van de dingen, van de andere mensen? Was je uitgangspunt niet al heel vroeg de ontnuchtering en de teleurstelling? En hoe kun je mislukken als je nooit – diep in je hart – succes hebt nagestreefd, als je succes meestal, tenzij in momenten van verblinding en zelfbedrog, als een valkuil hebt beschouwd?

 

Toch waren er die andere, belangrijke momenten. Plotse opflakkeringen van een diep vertrouwen in het goede dat in elke mens op zijn minst potentieel aanwezig is, in zijn aangeboren zin voor rechtvaardigheid en broederlijkheid. Als je heel eerlijk met jezelf bent moet je ook toegeven dat je niet alleen maar behoefte aan succes, aan erkenning hebt gehad in momenten van zwakheid, van koorts, van algemene negativiteit. Dat er ook zulke verlangens de kop opstaken op heldere dagen, als je je goed voelde. De vraag is zelfs of niet elke mens succes en zeker erkenning nastreeft, op welk gebied dan ook. Het is niet eens een vraag.

Je moet over je teleurstellingen en mislukkingen schrijven.  Maar doe je wel iets anders? Verraadt niet elk woord dat je neerschrijft je falen, je ontgoocheling – en, als gevolg daarvan, je verbittering en je eenzaamheid?

Wat beteken dat, falen, mislukken,  een succesvol leven leiden? Misschien moet je andere mislukte levens onder de loep nemen? Maar als die mislukkelingen – je bondgenoten - bestudeerd kunnen worden, zijn ze dan wel mislukt? Wellicht hebben ze buiten hun wil om toch erkenning gekregen, zij het in veel gevallen na hun dood, zoals onder meer Fernando Pessoa. In de jaren zeventig kende nog bijna niemand hem, ook jij niet. Enkele jaren later stond hij al afgebeeld op een bankbiljet van 100 escudo’s. Nu zie je hem, in wapperende regenjas en met hoed op, zich door de straten van alle middelgrote en grote Portugese steden spoeden – waarheen zal altijd een raadsel blijven.

Ja, je schrijft over die bondgenoten om jezelf te behoeden, te behouden, om niet aan eenzaamheid ten onder te gaan, om je niet dood te drinken, of een te hoge dosis morfine te nemen. Om te kunnen volharden in je dagelijks bestaan. Jij hebt je mislukkelingen nodig, richt er schrijnen voor op, zoals de jonge Antoine Doinel* dat voor zijn literaire helden doet. Het is een vorm van broederschap. De mislukkelingen zijn de goede mensen. Degenen die hen niet hebben erkend zijn de slechten. En wat daarna komt is collectief schuldbesef. Waarom hebben we niet eerder ingezien wie er onder ons heeft geleefd? Waarom hebben we hen niet bedankt voor wat ze ons hebben gegeven, waarom hebben we hen niet hartstochtelijk omhelsd, waarom hebben we hen niet onze onvoorwaardelijke liefde gegeven?


*Met name in 'Les quatre cents coups' van François Truffaut uit 1959. Antoine Doinels grote held in dit meesterwerk van de nouvelle vague is Honoré de Balzac. Dat de jonge Doinel een schrijfmachine steelt is ook niet zomaar een trouvaille van de regisseur.

400Balzac.jpg

Jean-Pierre Léaud als Antoine Doinel in 'Les quatre cents coups', François Truffaut.

~~~

Oorspronkelijk gepubliceerd op 29-11-2012. 

ZONDER MEER

zondermeer.jpg
Brussel, 2005.

"Altijd wekte hij de indruk dat hij nergens bijhoorde maar wel ergens bij zou willen horen."

Pascal Mercier, De pianostemmer. 

Deze foto van mezelf op een Brusselse tram, in het najaar van 2005, met een communistische pin op de rever van mijn jas – bovendien had ik een rood hemd aan  - vond ik passen bij het citaat van Pascal Mercier. Die pin ben ik kwijt, het was slecht materiaal, uit de Sovjet-Unie. Gekocht op een rommelmarkt in Berlijn in 1998.

Waarom droeg ik die dag - en ik geloof alleen die dag - die pin? Waarschijnlijk om andere tramgebruikers op stang te jagen. Ik denk namelijk dat veel inwoners van deze en andere Belgische steden zich meer ergeren aan zo'n onbenullig symbool dan aan bijvoorbeeld een gewelddaad in de publieke ruimte of waar dan ook. Ik weet het niet met zekerheid. In juni 1997 hebben crapuleuze types mij op een zonnige avond in elkaar geklopt; ik was bijna dood (heb er foto's van, polaroids die mijn gezellin gemaakt heeft als bewijsmateriaal voor de verzekering - die laat ik niemand zien, voorlopig toch niet, het is werkelijk een horrorshow): auto's reden voorbij, zelfs voetgangers liepen door alsof er niets aan de hand was. Maar ik dwaal af...

Ik ben nooit lid geweest van een communistische partij; heb een ambiguë 'verhouding' met het communisme. Er is zo'n kloof tussen de praktijk (Sovjet-Unie, DDR) en de vaak heel goede ideeën van Marx, Gramsci, Sartre, Zizek en anderen. Tegen wil en dank ben ik een individualist (maar nog steeds op zoek naar een gemeenschap). Zoals Mercier schrijft: ik wek de indruk dat ik nergens bijhoor, maar zou zeker wel ergens bij willen horen. Wat ik heel goed weet is waar ik niet bij wil horen. Ik vermoed dat lezers van hoochiekoochie dat net zo goed weten. Maar wat ik niet weet is waar ik wel bij wil horen. 

~~~

Oorspronkelijk gepubliceerd op 27-11-2012 

AURORA - EEN VERGETEN RUIMTE?

aurora.jpg
Onze kinderen in Ruimte Aurora, Antwerpen 1980.
Foto: Martin Pulaski.

Ik vind het nog altijd vreemd en onterecht dat je via google of andere zoekmachines zo weinig aan de weet komt over het in veel opzichten baanbrekende tijdschrift Aurora, van de gelijknamige filosofische kring. Aan een min of meer objectief artikel daarover waag ik mij niet: het is allemaal te lang geleden en ik ben maar een viertal jaar lid geweest van de redactie. Aurora zag het daglicht in 1976 aan de VUB, toen die universiteit nog geen eigen campus had, wat ik heerlijk vond. De stichter van het tijdschrift was de enigszins controversiële filosoof Leopold Flam, schrijver van talloze filosofische werken, die nog altijd zeer het lezen waard zijn. Stuwende kracht was de eigenzinnige schilder en schrijver Paul Rigaumont. Mijn vrienden en ik zijn Leopold Flam altijd als een mentor blijven beschouwen. 

Het secretariaat van ‘Aurora’ bevond zich niet in Brussel maar in Antwerpen. Spoedig werden in het pand aan de Lange Leemstraat allerlei boeiende activiteiten georganiseerd. Voor mij was dat een aansporing om na het behalen van mijn filosofiediploma en enkele mislukte experimenten met door Antonin Artaud geïnspireerd theater – in ons appartement in Sint-Joost-Ten-Node en in ‘Doorndal’ – naar mijn geboortestad terug te keren. In Ruimte Aurora werd werk tentoongesteld van toen nog onbekende kunstenaars (onder meer Ria Pacquée*, Guillaume Bijl, Guy Rombouts), er werden lezingen gehouden over poëzie, literatuur en uiteraard filosofie; er werden poëzienamiddagen georganiseerd, soms werd er zelfs gedanst.
Wat evenmin zou mogen vergeten worden zijn de talloze gesprekken, vaak een dialoog van kunst en filosofie. Naast het driemaandelijks tijdschrift publiceerde Aurora werk van Leopold Flam, Annie Reniers, Eldert Willems, Eric Min en anderen.


In het tijdschrift verschenen essays, beschouwingen, gedichten, experimentele teksten van bekende en minder bekende auteurs. Ik heb een sterk vermoeden dat er tussen decenniaoud kaf nog heel veel koren aan te treffen valt. Het is de hoogste tijd dat dit werk wordt ontsloten. Het is tevens de hoogste tijd dat Aurora als unieke experimentele ruimte de aandacht krijgt die ze verdient in de cultuurgeschiedenis van dat deel van België dat zich Vlaanderen noemt en zo begaan is met zijn cultureel erfgoed.


*”Na zelf enkele performances te hebben geïnitieerd, solo of in groep, stelt ze in 1977 samen met Guillaume Bijl tentoon in de Filosofische Kring Aurora in Antwerpen. Pacquée presenteert er assemblages met goedkope spulletjes die ze in een supermarkt had gestolen.” Koen Brams, Dirk Püttau, in: De Witte Raaf.
~~~
Oorspronkelijk gepubliceerd op 24-11-2012. 

DE JONGEN VERDRINKT IN ZICHZELF

jongenverdrinkt.jpg
Foto François Brouns.

De jongen zinkt als het ware weg in zichzelf, je zou bijna willen zeggen: hij verdrinkt in zichzelf. Het is de aangrijpendste uitdrukking van teleurstelling die ik ken." 


Pascal Mercier, De pianostemmer.

~~~


Oorspronkelijk gepubliceerd op 23-11-2012.

EEN OGENBLIK IN SERRALVES

serralves.jpg
Martin Pulaski, Serralves (Porto), 11 november 2012.

In de boekwinkel van Fundacão Serralves sloeg ik op een willekeurige plaats een willekeurig boek open (essays over hedendaagse kunst). Ik las dat de essentie van de kunst is: het leven zoveel mooier en beter maken dan de kunst. Ik was niet naar Serralves gekomen voor de kunst. De man van het Cale Hotel, waar ik logeer, had me gewaarschuwd dat de tentoonstellingsruimte gesloten was. Ik was er voor het park, een van de aangenaamste plekken die ik ken. Daar vond ik het leven opeens overweldigend, het leven en de wereld rondom me, met de zon die mijn lichaam verwarmde, met de dwarrelende kleuren van de herfst en de verrukkelijke tinten -  onnoemelijk veel kleurschakeringen - van het water, het water dat misschien nog beter en mooier is dan het leven, het water dat de essentie van het leven is. Alles zoals het op dat ogenblik was – want de tijd was stil blijven staan, was alleen nog moment – was voldoende, was alles. Wat diep binnendrong in mij, een immense en tegelijk erg zachte kracht, kon mij verzoenen met jou en kon me verzoenen met mezelf.

~~~~

Oorspronkelijk gepubliceerd op 11-11-12.

13-10-12

AAN DE RAND VAN EUROPA: CABO DE SÃO VICENTE

 

2012_09_ALGARVEpanasonic 062.JPG
"... angst voor de dood, die geen angst is om de wereld te moeten verlaten maar de angst om daar achter te blijven waar geen wereld meer is."
Roland Breeur, De tijd bestaat niet. Essays over domheid, vrijheid en emoties. 

02-08-12

BLOOT

PALERMObis.jpg

De dichter als melancholische levensgenieter. Tijdens een hittegolf in Taormina, op 23 juni 1998. Wat bezielde mij toen? Misschien dacht ik aan 'La piscine' van Jacques Deray, toch een van mijn favoriete films uit de late jaren zestig.

17-07-12

STOCKHOLM

P1060210.JPG

Stockholm, juni 2012. 

 

Om te kunnen leven in je stad wordt je herinnering aan een vorige stad uitgewist. De ene stad na de andere verdwijnt uit je geheugen. Hoe meer steden je bezoekt, hoe meer je er vergeet. Kerken, kathedralen, kapellen, bibliotheken, musea, rivieroevers, kanalen, pleinen, straten, stranden, cafés, restaurants, spelende kinderen in voor jou ongewone klederdracht, fabrieken, minaretten, duiven, halfdronken tooghangers die traag met hun hoofden bewegen op het droeve tempo van ‘Caroline, No’, vermoeide stierenvechters, kaartspelers, meisjes in hun blote kont, roze flamingo’s, straatmuzikanten, cocktails, busritten, hittegolven, zomerfestivals, afbladderende gevels, vleermuizen, kakkerlakken, kampvuren in barokke parken, zonsondergangen, getijden, sterrenbeelden, dat alles vergeet je. Dat alles ben je vergeten. Om te kunnen leven in je stad wordt je herinnering aan een vorige stad uitgewist. Van Stockholm blijft niets over. Helemaal niets. 

30-06-12

REFLECTIES ii

P1060695.JPG

REFLECTIES i

 

P1060698.JPG


19-06-12

ROUW EN HUWELIJK

 Voor Richard Hawley

duanemichals01Thisphotograph ismyproof1974.jpg
Duane Michals - This Photograph Is My Proof, 1974
 

Wat zeg je over de geur van onze lelies, zei ze.
Een code van berouw, zei hij
Jij warhoofd vol kronkels, zei ze.
Het is maar een lied, zei hij.
Dat hoor ik, zei ze, maar een droef lied.
De stem van de wereld, zei hij.
Ondergangsstemming, dat is wat het is, zei ze.
Als nu de zon nog zou schijnen, zei hij.
Ja, zei ze, lang genoeg rouwkleren gedragen.
Rouw is altijd wel stijlvol, zei hij.
Rouw en huwelijk, zei ze.

13-04-12

HEARTBREAK HOTEL BREAKFAST, ALONE

heartbreak hotel breakfast, alone

Foto: Martin Pulaski, 2005.

26-03-12

FRÜLINGS ERWACHEN

DSC_0005.JPG

Martin Pulaski, 25 maart 2012.

11-03-12

"I WAS DREAMING OF THE PAST"

hemelsblauw.jpg

Hemelsblauw, Martin Pulaski. 2009.