24-05-07

VARIANTEN VAN RELIGIEUZE BELEVING


i saw the light (after reading 'specimen days')

"Ik lijd bovenmatig in dit ziekenhuis, zowel lichamelijk als geestelijk. Behalve de brandende pijn en slapeloosheid (want ik slaap niet meer sinds ik hier ben opgesloten, en het beetje rust dat mijn deel is wordt onderbroken door boze dromen, en 's nachts schrik ik wakker door nachtmerries, afschuwelijke visioenen, bliksem, donder, enz.) drukt vrees, een afschuwelijke vrees mij neer, houdt mij in zijn greep zonder respijt, en laat mij niet los. Is dit alles rechtvaardig? Wat heb ik gedaan om zo'n overmatige strengheid te verdienen? In welke vorm zal deze vrees mij verpletteren? Hoe dankbaar zou ik zijn als iemand mij van dit leven bevrijdde!"

Uit: William James, Varianten van religieuze beleving.

08-05-07

ANGST EN AFGROND


Op een dag nu lang geleden werd me duidelijk wat angst is. Je bent alleen en je voelt hem en hij kwelt je maar je weet niet waar hij zit. In je hoofd? In je hart? In je ingewanden? En je kunt het tegen niemand zeggen. Het is een geheim dat je liever niet zou bewaren, maar je moet wel, je bent tot geheimhouding gedwongen. Je hebt geen woorden ter beschikking en had je die wel dan waren er toch geen toehoorders. Het is alsof iemand zijn tanden in je hersens zet. Iemand? Ratten! Nee, zelfs dat niet. De angst is een schreeuw van afwezigheid. De angst is de afwezigheid van om het even wat. Een gesloten cirkel, een beest dat zijn eigen staart opvreet. Daar hebben we de Oeroboros weer, hij is hier geregeld te gast. Analogieën in overvloed. Je spreekt, zonder dat er ooit van die bepaalde banale afwezigheid sprake kan zijn. ‘God is dood’ – dat klinkt als een reclameslogan.

Wellicht kennen wij allen dit grote geheim, dit ontzettende ding. Misschien maken we onszelf wijs dat het onuitsprekelijk is, misschien doen we alleen maar alsof. Alsof het ontzettende ding er niet is. Toen we nog in de wieg lagen werden we al bedrogen. Dat was het begin. Al meteen werd ons gezegd dat het leven niet veel te betekenen heeft. Het spelletje zou hier niet lang duren. Het was echt niet nodig onszelf zoveel vragen te stellen. Het volstond dat je gewoon braaf was: ouders, familie, kerk, de school, later het werk. De politie, het leger. Zo was het altijd geweest en zo zou het altijd doorgaan. Zelfs geen nucleaire oorlog zou daaraan iets veranderen. Maar de angst was reeds gezaaid. En wat nu, wat nu, zonen en dochters? Gaan wij door met bedriegen? Houden wij niet op? (Opeens denk ik aan de film Magnolia.)

Ik las dat cultuur niet langer betekent ‘ik wil je grijpen’ maar wel ‘ben je bang voor dezelfde dingen als ik?’. De omineuze dreiging van het alleen-zijn. De angst van het kind om alleen te blijven in een donkere kamer. Ik herinner me een song van the Outsiders, Afraid Of the Dark, met een quasi-onverstaanbare tekst. Ik herinner me Little Hands Clapping van Alexander Spence. Met herinneringen probeer ik mijn angst te bezweren.

‘Wie met monsters vecht’, schreef Nietzsche, ‘moet oppassen zelf geen monster te worden. En als je lang in een afgrond kijkt, kijkt de afgrond ook bij jou naar binnen.’

24-04-07

TEGEN HET WANTROUWEN

katholicisme,fanatisme,schoonheid,film,kunst,wantrouwen,literatuur,hypocrisie,denkfouten,hollywood,bush,moraal,guattari,deleuze,consumentisme

Contes Immoraux, Walerian Borowczyk

Op mijn vorige stuk, voornamelijk een lofzang op de schoonheid van sommige stemmen in film, muziek en – in de verbeelding dan wel – in de literatuur, kwam nogal bedenkelijk commentaar. Ik zou er niet op mogen reageren, maar ik kan het niet laten.

De commentator schrijft dat film en literatuur bedrieglijk zijn. In mijn stuk had ik het helemaal niet over de waarheid van film en literatuur. Iedereen doet wat hij wil, maar ik begrijp desondanks niet waarom deze man zijn ‘ideeën’ over de éne goddelijke waarheid uitgerekend onder mijn nogal religieus aandoende tekst komt plaatsen.
Hij schrijft dat ‘in films en literatuur op subtiele wijze aan de consument duidelijk wordt gemaakt wat en wie goed of kwaad is’. In één zinnetje maakt hij op zijn minst drie denkfouten. Dat is althans mijn overtuiging. Films en literatuur worden niet geconsumeerd. Ik ben geen consument van films en boeken. Ik lees en becommentarieer boeken, ik denk erover na; ik bekijk films, ik spreek erover, denk erover na, schrijf er soms iets over, laat mij er door inspireren, maak mij boos, et cetera. Ik ben geen consument van om het even welke vorm van kunst. Kunst opent mijn wereld (als kunst mij aanspreekt). Dat is één. Een tweede fout is de veronderstelling dat films subtiel zijn. Talloos veel films zijn allesbehalve subtiel. De moraal wordt er bij de ‘consument’ met veel gedreun en bombast ingeramd. Film made in Hollywood maar ook op andere plaatsen, met de goedkeuring van George W. Bush en de boekhouders van de Heer. ‘Literatuur’ is evenmin subtiel. Is Herman Brusselmans subtiel? Een gebrek aan subtiliteit is misschien wel zijn belangrijkste stijlmiddel. Een derde fout is het uitgangspunt dat literatuur, film en kunst zeer nauwkeurig gedefinieerd kunnen worden. Er zijn talloze literaturen, ook subtiele, zeer kleine en zeer grote. Gillles Deleuze en Félix Guattari hebben hier aandacht aan besteed, onder meer in verband met Kafka. Er zijn meerdere vormen van films, ook subtiele, ook zeer morele, ook immorele (denk aan Contes Immoraux van Walerian Borowczyk), ook amorele, etcetera. En ik zie zoveel verschillende soorten kunsten en kunstjes op tentoonstellingen en in musea dat ik er duizelig van word. De commentator ziet voornamelijk kunst ‘die een vuil spel kan spelen met het ethisch bewustzijn van de mensen’. Alsof, indien dat zo zou zijn, de mensen geen verweer hebben, geen kritisch vermogen, geen eigen ethica.

 

katholicisme,fanatisme,schoonheid,film,kunst,wantrouwen,literatuur,hypocrisie,denkfouten,hollywood,bush,moraal,guattari,deleuze,consumentisme


“Wantrouw dus de kunst – nog veel meer dan de politiek!” voegt hij er nog aan toe. En op die manier zet hij zijn handtekening, die van een ware katholiek. Want, zoals ik hier onder in een woede-uitbarsting al schreef, en ik blijf erbij, ook nu ik wat kalmer ben, in wantrouwen en paranoia zijn katholieken altijd heel goed geweest. Ze waren bijzonder vindingrijk in het stichten van paranoïde, vervolgende, mensverwoestende ordes. Ze hadden een zeer duidelijke moraal: die van de foltering en de brandstapel. Nu zijn hun vormen van repressie heel wat subtieler geworden. Het spijt me, maar dit moest me even van de lever.

18-04-07

EEUWIGE TERUGKEER


éternel retour

Ik wil toch nog even terugkomen op de Oeroboros en de vicieuze cirkel. In de Wikipedia las ik dat vicieuze cirkel niet noodzakelijk een negatieve betekenis heeft. De term is afgeleid, zo staat er, van het Latijnse circulus viciosus, waarbij viciosus ‘wederkerig’ betekent. Het ene leidt tot het andere waarbij het andere weer tot het ene leidt. De verwarring ontstaat doordat ‘vicieus’ ook een afleiding kan zijn van het Latijnse vitiosus, ‘schadelijk’. Als gevolg van deze verwarring wordt de term tegenwoordig meestal wel als negatief opgevat. Aldus de Wikipedia. De Vicious Circle van Lou Reed is duidelijk een negatieve constructie, de eeuwige terugkeer van Nietzsche niet.

In ‘Het boek van de denkbeeldige wezens’ schrijf Borges over de Uroboros (zijn spelling) onder meer het volgende:

“Heraclitus had gezegd dat bij een cirkelomtrek het begin en het einde hetzelfde punt zijn. Op een Griekse amulet uit de derde eeuw die in het British Museum wordt bewaard, staat een afbeelding waardoor die oneindigheid beter voor ons wordt geïllustreerd: de slang die in zijn eigen staart bijt, of zoals Martinez Estrada het fraai zegt ‘die bij het eind van zijn staart begint’. Uroboros (hij die zijn staart verslindt) is de technische naam van dit monster die later door de alchimisten werd verspreid.”

De illustratie hierboven is een kopie van pagina’s 54 en 55 uit mijn exemplaar van Pierre Klossowki’s ‘Nietzsche et le cercle vicieux’. Ik lees daar nu het volgende:
Or, à partir de l’expérience de l’Eternel Retour, qui s’énonce en tant qu’une rupture de l’irréversible une fois pour toutes, se développe aussi une version nouvelle de la fatalité: celle du Cercle vicieux qui, précisément, supprime le but et le sens, le commencement et la fin se trouvant toujours confondus l’un dans l’autre.” Ook hier bijt de slang weer in zijn eigen staart.
De Britse filosoof Roger Scruton, die wat op Brian Jones lijkt, hoorde ik op televisie ooit beweren dat de zeventig jaar die je krijgt – in de veronderstelling dat je zeventig wordt – volledig de jouwe zijn. Ze zijn voor alle eeuwigheid van jou. In zekere zin is die gedachte zeer verwant aan de eeuwige terugkeer van Nietzsche, en zo zijn we terug bij de circulus viciosus en bij het begin dat tevens het einde is. Voorlopig toch.

09-03-07

MAX STIRNER : IK HEB ME UIT HET NIETS OPGETROKKEN


Max Stirners ‘Der Einzige und sein Eigentum’ moet ik zeker grondig herlezen. Je moet tegen het denken in denken, schrijft hij. Het niets is geen leeg niets, maar je creëert jezelf elk moment opnieuw uit dat niets. Je bouwt jezelf op uit dat niets. Leopold Flam nam vaak de uitspraak in de mond, ‘ik heb mijn zaak op niets gesteld’. Dat begreep ik niet goed. Het is kennelijk een kwestie van formulering. ‘Ik heb me uit het niets opgetrokken’, dat vind ik veel duidelijker. Nu, na het nuttigen van een glaasje Southern Comfort, en met Joy Divsion op de achtergrond, die meteen voorgrond wordt, doet de uitspraak me denken aan Baron von Münchhausen, die zichzelf, zoals iedereen weet, aan zijn eigen vlecht uit een moeras kon trekken. Het niets is voor hem inderdaad geen leeg niets, maar een moeras-niets.

Joy Division, Heart and Soul, onovertroffen uitdrukking van het niet-lege niets. Die jazzy drumrolls, die gitaar zo metalig (New Orders dansmuziek wordt hier al aangekondigd). Als ik dit lied hoor zie ik een beeld van ijs waarin een ziel van vuur brandt. Maar ik dwaal af, ik wilde gewoonweg mezelf een leesopdracht geven – en de lezer van dit stukje een hint. Mission accomplished.

22-02-07

DE HUMANISTISCHE TUIN BLIJFT ONVOLTOOID


Bij het doorbladeren van Tzvetan Todorovs ‘De onvoltooide tuin’ heb ik nog twee voortreffelijke ‘tuinteksten’ aangetroffen:

“Aan het humanistische streven kan nooit een einde komen. Het wijst het ideaal af van een paradijs op aarde waarbij de definitieve orde tot stand zou worden gebracht. Het beschouwt de mensen in hun reële onvolmaaktheid en denkt niet dat die stand van zaken kan veranderen; het aanvaardt, met Montaigne, de gedachte dat hun tuin voor altijd onvoltooid zal blijven.”

“God is ons niets verschuldigd; noch de Voorzienigheid, noch de natuur. Het menselijk geluk is altijd voorlopig. Toch kunnen we boven elk ander koninkrijk de voorkeur geven aan de onvoltooide tuin van de mens, niet als een noodoplossing maar omdat die tuin ons in staat stelt waarlijk te leven.”

Tzvetan Todorov, De onvoltooide tuin – Het humanistische denken in Frankrijk.

17-02-07

MIJN ONVERDRAAGZAAMHEID

amour fou,opstand,kant,andre breton,verward,verontwaardiging,verdraagzaamheid,spektakel,onverdraagzaamheid,apocalyps,themroc,huizinga,potemkin

Een tijdje geleden viel ik de komediantenmaatschappij aan, waar wij met zijn allen deel van uitmaken. Individuen als Johan Huizinga (van Homo Ludens) en André Breton (van L’amour fou) zijn niet meer mogelijk, denk ik. Authentieke mensen, die volledig autonoom denken en handelen. Iedereen gedraagt zich min of meer volgens dezelfde regels en stilzwijgende afspraken. Alleen misdadigers wijken daar nog van af - of bevestigen ze net door ze te ontkennen, door ze te overtreden. Iedereen handelt alsof hij/zij de wereld aangenaam vindt en niet ziet wat voor een schandaal het bestaan in werkelijkheid is. Alsof het doodgewoon is dat de armen razendsnel armer worden, de ellendigen ellendiger, en dat de minderheid die bezit zich zeer ellendig voelt (zonder het te uiten, tenzij tegen de psychiater). Alsof het vanzelfsprekend is dat niets nog iets betekent. 


Ging ik te ver met mijn tirade? Ik weet het niet. Ik was in de war. Vandaag ben ik nog meer in de war. Ik heb zo van die dagen. Niets schijnt dan nog steek te houden. Supermarkten, televisietoestellen, hondenhokken, sterrenstelsels. Wat maakt onze samenleving kapot? Moeilijk te zeggen. In de eerste plaats onze verdraagzaamheid, denk ik. Ik heb het nu niet over het omgaan met mensen uit andere landen, over onze houding tegenover onze broeders en zusters, onze gelijken. Ik heb het over de verdraagzaamheid ten aanzien van alles wat ik hierboven al heb genoemd. Wij zwijgen en doen wat van ons wordt verwacht. Uit ons midden staat geen Themroc op, of, zoals in de Pantserkruiser Potemkin, een matroos die weigert nog langer rot vlees te eten.
Is het de teleologie die onze wereld vernietigt? Het kantiaanse doelgerichte denken? Where will it end? De managersmaatschappij? Ik manage jou als jij mij managet. Come on baby, scratch my back!

We lijden aan het onvermogen om werkelijk kritisch te leven, onszelf telkens opnieuw uit te vinden, we zijn slaven van onze gewoonten, van onze dagelijkse routines. Wij zij arrogant in onze zelfgenoegzaamheid. Wij zijn niet brutaal als we brutaal zouden moeten zijn en verbannen de waanzin van de liefde uit ons bestaan. Lef is een lelijk woord, maar ik vind geen ander. Of toch wel… Opstandigheid, rebellie, gelukzalige ontevredenheid, verontwaardiging, woede, razernij, tederheid, ziedend verlangen, niets ontziende liefde, alles ontziend egoïsme, openheid… Zijn die begrippen geen sporen die in de juiste richting wijzen? Die ons opnieuw wortel kunnen laten schieten in een vruchtbare afgrond? Ja, afgrond, want ik huiver van de grond, die met bloed doordrenkt is. Ik ben in de war vandaag. Hoe kunnen wij de wereld zuiveren van al dat bloed? Hoe kunnen wij de eeuwige vrede vinden? Hoe kunnen wij de laatste oorlog luidkeels een halt toeroepen? Hoe? Ik ben in de war vandaag en zeer onverdraagzaam. Hoe kan ik anders zijn?

08-02-07

VLINDERS, HANDGEKLAP EN STRAATMUZIKANTEN

chaos,muziek,vlinders,tim hardin,tanya donelly,blaise pascal,pop,popcultuur,woning,thuis

“Tout le malheur de l’homme est de ne pas savoir rester sage dans sa chambre.”

Blaise Pascal.

Om nog eens terug te komen op de chaostheorie. Een bekend voorbeeld is dat de vleugelslag van een vlinder een orkaan kan veroorzaken. Betekent dit dat we - zoals Blaise Pascal al bepleitte, maar om andere redenen – beter in onze kamer blijven en ons met onze eigen zaken bezighouden? Als we in onze salon in onze handen klappen na het beluisteren van een liedje van Tim Hardin, bijvoorbeeld Reason To Believe, is de kans misschien kleiner dat we een ramp teweegbrengen dan wanneer we een straatzanger een muntstuk geven. Of kunnen de muren van onze woningen de rampspoed niet tegenhouden? Ik weet het niet, ik ben geen chaostheoreticus en ben evenmin zinnens zo iemand te worden.
Ik heb vorige zaterdag een liedje van Tanya Donelly beluisterd, Butterfly Thing, en sindsdien houdt dat onschuldige met de vleugels slaan van vlinders me uit mijn slaap, ook al klinkt Tanya Donelly zacht en lief in dat lied. Overigens geef ik geen geld aan straatmuzikanten, om de eenvoudige reden dat er te veel zijn in Brussel. Met pijn in het hart loop ik ze voorbij en doe alsof ze niet bestaan, terwijl ze mij niet zelden weten te ontroeren met hun doorleefd gezang. In deze wereld leef ik. Binnenkort zijn de vlinders er weer. De tijd vliegt.

Foto: Tanya Donelly, 1989.

21-12-06

IDENTITEIT EN MASKERADE : SLAVOJ ZIZEK

namen,spelen,zizek,cyberspace,zelf,filosofie,psychoanalyse,hitchcock

Bij Slavoj Zizek, las ik een interessant stuk over cyberspace en identiteit. Het citaat kan gelezen worden als een – a priori – commentaar op de hele discussie die hier een paar dagen geleden werd gevoerd over onder meer authenticiteit, jezelf zijn, het ego en de maskerade:


“Bovendien bepleit een hele school van cyberspace-theoretici de notie dat cyberspace-verschijnselen in onze alledaagse ervaringswerkelijkheid het deconstructionistische ‘gedecentreerde subject’ tastbaar maken: men moet beamen dat er sprake is van een ‘uitzaaiing’ van het unieke Zelf in een veelvoud van met elkaar wedijverende aspecten, in een ‘collectieve geest’, in talloze zelfbeelden zonder globaal coördinatiecentrum die werkzaam zijn in de virtuele werkelijkheid en die het zelf losmaken van pathologische traumata – door in virtuele ruimten te spelen kan ik nieuwe aspecten van ‘mijzelf’ ontdekken, een rijkdom aan verschuivende identiteiten, aan maskers zonder ‘werkelijke’ persoon erachter.”

Overigens wijs ik er graag op dat Zizek een filosoof is die er duidelijk veel plezier aan beleeft om – met kennis van zaken – naar talloos veel films, schrijvers, kunstenaars, psychoanalytici en andere filosofen te verwijzen. Zo komen op één pagina van het boek ‘Geloof’, waarin ik het bovenstaande citaat aantrof, Pontius Pilatus en het personage Judy / Madeleine uit Hitchcocks Vertigo voor. En zo geeft hij me meteen de kans om zelf ook weer wat namen te noemen. Maar ben ik dat zelf wel, die zo graag aan namedropping noemt?

13-12-06

MENSENHATERS : GIACOMO LEOPARDI


"Iemand die weinig met mensen in contact komt, is zelden een mensenhater. Echte mensenhaters bevinden zich niet buiten, maar in de wereld. Want de praktische levenservaring en niet de filosofie, is het die de mensen tot haat brengt. En als iemand die zo is, zich van de samenleving afzondert, verliest hij in die afzondering zijn mensenhaat."

Giaocomo Leopardi, Gedachten.

30-11-06

MEFISTO EN MAO: ALLE DUIVELS


Op 26 november schreef ik een stukje over een aantal acteurs in het toneelstuk Mefisto Forever en sprak ik mijn bewondering uit voor regisseur Guy Cassiers en zijn ploeg. Daar vloeide een naar mijn mening vrij absurde maar toch zeer boeiende polemiek uit voort. Omdat niet iedereen de kleine lettertjes leest heb ik van alle uitspraken die oorspronkelijk als commentaar zijn verschenen een klein toneelstukje gemaakt. Voor de begrijpelijkheid – en niet uit ijdelheid - heb ik een ‘normale’ tekst van mezelf ingelast, die ik op 27 november al eens heb gepost.
Ik denk dat wat volgt heel wat aan het licht brengt over wat ons bewust en onbewust bezighoudt, op sociaal, individueel, erotisch, politiek en artistiek vlak. Enjoy!

Marlon Vanco: Martin, drie fameuze bedenkingen:
1. Guy Cassiers is recent op een meer onfrisse manier in het nieuws gekomen: hij wil zijn vaste acteurs op straat zetten, er heerst momenteel verbijstering in en rond het Toneelhuis...
2. Mefisto en het gevaar van fascisme: okee, dat verstaan we, ttz de dreiging van extreem-rechts, een dankbaar en zeer hip onderwerp in het trendy A'pen...
3. Op je eigen site vinden we een foto van een schone naakte, prachtig, ware het niet dat aan de wand een portret van Mao prijkt, euh, hoe zit dat met het erfgoed van fascistisch links, zijn we die terreur van de gele culturele revolutie reeds vergeten, kan zoiets? Waarom geen foto's van Hitler, Mussolini, Stalin, Hoessein... is Mao sexy?

Eva Vanhoorne: Ik wou net ook bemerking 1 van Marlon maken, maar de heer Vanco was me voor.

Martin Pulaski:
1. Marlon en Eva: ik woon sinds 1991 in Brussel en denk bovendien dat de wereld groter is dan Antwerpen. Mefisto gaat niet over Antwerpen. Zo heb ik het stuk toch niet gezien. Ik heb een groep acteurs gezien die samen iets brachten wat die akelige negativiteit – noem het gerust doodsdrift - overstijgt.
Van wat in het Toneelhuis gebeurt ben ik niet op de hoogte. Is het allemaal de schuld van Guy Cassiers, dan? Indien dat het geval is, doet het nog steeds geen afbreuk aan de kwaliteit van deze 'voorstelling', zoals ik ze, in al mijn subjectiviteit, heb gezien.
2. De verantwoordelijkheid van het individu in en voor de gemeenschap was al een belangrijk thema bij Sofokles. Kijk maar naar Antigone die, verwijzend naar ongeschreven 'goddelijke' (of matriarchale) wetten, zich verzet tegen de wereldse wetten (‘proclamaties’) van Creon.
3. Marlon, ik bezat in de jaren ‘70 – de punktijd, de tijd van No More Heroes van The Stranglers - helaas geen posters van Hitler, Mussolini, en zo verder. Hier in Brussel was er een winkel die Mao-posters verkocht die een werkloze jonge kunstenaar kon betalen. Overigens: 1) ken je Andy Warhol, 2) is de notie conceptuele kunst je bekend, 3) het begrip ironie kwam ook al bij de oude Grieken voor. 4) fascistisch links: daar kan alleen maar Salvador Dali mee bedoeld zijn.
(Een affiche van Lenin heb ik in 1978 op een feestje bij mij thuis in Antwerpen verbrand, al dansend op No More Heroes – No More Shakespearoes. Als je het dan toch wilt weten.)

Marlon Vanco: Rustig aan Martin, ik had ook wel door dat het die Warhol-Mao was, niet de Monroe-Warhol, et alors? In de jaren 70 werd (dictator) Mao als een afgod door weldenkend links bewierookt en bewonderd. Wie het Rode Boekje niet wou kopen, was een nerd (ikke!). Een tip: lees eens 'Wilde Zwanen' van Jung Chang. Je conceptuele Mao zal van schaamte van de muur afbrokkelen. En de ironie komt er achteraan gedonderd. Nee, fascistisch links was ook de Bende van Vier, je kent ze wel, de familiale terreurbrigade van je afficheman. Btw, Warhol was een geniale kunstenaar, maar hij had een zeer pragmatisch geweten (zoals Dali, inderdaad).

Martin Pulaski: Marlon, de poster van Mao die ik bezat, was een echte Chinese. Het was geen reproductie van een werk van Warhol. Maar dat betekent geenszins dat ik een Chinees was. Overigens heb ik filosofie gestudeerd in de jaren ’70. De leer van mijnheer Mao stond niet op het programma en niemand van mijn medestudenten bezat dat rode boekje. Ik kende zelfs niemand die het rode boekje bezat. In de winkel waar ik de Mao-poster had gekocht vond ik wel een boekje met rijmelarijen van dit heerschap.
Het woord nerd was toen nog niet uitgevonden. Hoe konden wij dan nerds zijn?
Je begrijpt dat ik je opmerkingen over mijn foto zeer ernstig neem, omdat ze zozeer naast de kwestie zijn. Dergelijke foto’s waren vooral geïnspireerd door echte individuen als Luis Buñuel (denk maar aan Fantôme de la liberté, en Cet obscur objet du désir). Ik vind Warhol geen groot kunstenaar, wel een grote persoonlijkheid met een immense invloed op deze laat-kapitalistische cultuur waar wij ons zo aan vergenoegen. Warhol was zo’n beetje de Mao van de New Yorkse kunstwereld en voor sommigen is hij dat nog steeds.
Ik vind het merkwaardig dat je op mijn andere punten niet ingaat. Het belang van het individu moet je toch nauw aan het hart liggen als thema.

Marlon Vanco: Martin, maar waarom hang je de (kunst)foto van een massamoordenaar aan je muur? Vorige week was er nog een rel in Nederland omdat Jan Marijnissen van SP een fan-blogger terugfloot omdat die zijn sympathie voor de oude linkse rakker had uitgedrukt met een gestyleerde affiche van Mao. Marijnissen zei zich gescandaliseerd te voelen, een grootmoedige geste van die man, hij is een gewezen communist. En heb je Wilde Zwanen niet gelezen, het is een bijbel en een antidotum tegen de terreur van rood (desgevallend: zwart, bruin...).
Martin, vat het niet persoonlijk op, maar jij lijkt me vaak zo verbijsterend wereldvreemd. Daarin zit ook je kwetsbaarheid. Alsof jij enkel in een bordkartonnen wereld van muziek, film en literatuur leeft. Kijk eens om je heen, naar het reële bestaan: daar wonen de mensen van vlees en bloed. Met schoon respect voor je persoon. Als individu schat ik je puur en hoog.

Martin Pulaski: Marlon, je praat volledig naast de kwestie. Jij begon plots te fulmineren over een foto, een kunstwerk van mij uit de jaren ’70 (of zeer waarschijnlijk uit 1980), terwijl mijn stukje over ‘Mefisto forever’ ging, een toneelproductie uit 2006. Aan mijn muur hangt geen foto van Mao, wel van Madonna en van James Brown. Die ‘foto’ van Mao waar jij het over hebt was deel van een enscenering (in 1980 dus, 26 jaar geleden). We construeerden een scène met als subtekst een aanval op de censuur van de culturele revolutie en meer bepaald van ziekelijke onderdrukkers als de heer Mao (figuren waar onder meer Wilhelm Reich ons zo voor gewaarschuwd heeft). Tegelijk was het tegen de toenmalige strakke maoïsten gericht. De inspiratie was Buñuel en meer nog Dusan Makavejev. Het was een deconstructie van de mythe van Mao en van de Bende van Vier, godnogantoe. Wel geen deconstructie van de Bende van de Stronk. Dat is voor een andere keer.

PAUZE

Martin Pulaski: Wat jij doet is insinueren. Je insinueert dat ik sympathie heb voor Mao en misschien zelfs voor maoïsten. Wat ik met mijn fotoserie – want er zijn meer foto’s dan die ene waar jij je zowat blind op staart - heb gedaan is net het tegenovergestelde aantonen. Je moet wel even naar de foto kijken, niet alleen naar het model, maar naar het geheel. Ook naar de titel en naar de tekst die er onlosmakelijk deel van uitmaakt. Ben je zo wereldvreemd en verblind dat je niet ziet dat dat een scène is? Dit maakt mij zo boos: het lijkt op Orwells Big Brother, mensen worden beschuldigd van net het tegendeel van waar ze voor staan. In 1984 is oorlog vrede. Zijn we nu ook zelf al zover gekomen? Dat kan toch niet in deze tijd, waar je met een klik in google de min of meer juiste informatie kunt krijgen.
Ik moet trouwens geen bestsellers lezen om te weten dat de Mao-dictatuur een bloederig regime was. Geen polonaise aan mijn lijf, ook geen wilde zwanen. De echte realiteit is veel gruwelijker dan de voorstelling ervan in een op Hollywood gerichte bestseller. Ik las destijds de kranten, Le Monde, om er maar één te noemen.
Zal ik het eens simpel zeggen: die foto die jij uit zijn verband rukt is een protest tegen Mao en tegen de toenmalige seksuele en andere repressie. Hij is een uitgesproken pleidooi voor de vrijheid. Overigens mag het duidelijk zijn dat ik destijds helemaal niet leefde en zeker nu niet leef in een wereld van boeken en muziek. Ik heb dit jaar nog maar één boek uitgelezen: The Wind Up Bird Chronicle van Haruki Murakami. Wellicht ook een bestseller. In de tegenspraak toont zich de meester. De realiteit is de wereld. Ik probeer zoveel mogelijk wereld te zien en te zijn. Maar ik ben wel zeer kwetsbaar. Gebrek aan empathie, gevoelloosheid en domheid maken sommige mensen inderdaad kwetsbaar.

Marlon Vanco: Met plaatsvervangende schaamte lees ik: "Geen polonaise aan mijn lijf, ook geen wilde zwanen. De echte realiteit is veel gruwelijker dan de voorstelling ervan in een op Hollywood gerichte bestseller. Ik las destijds de kranten, Le Monde, om er maar één te noemen"... Wel professor Pulaski, ik las toevallig (die dag) niet Le Monde, maar gedurende een etmaal het bloedstollende boek. Rot op le monde!
Waarom publiceer je die foto in kwestie niet? Vergeet niet om de originele datum te vermelden, die leek bedenkelijk recent. Ik wil je altijd helpen.

Martin Pulaski: Zulk dik boek op zulke korte tijd? Je bent geobsedeerd door een foto uit 1980. Of heb je het over een heel andere foto, dan? Misschien berust dit alles op een misverstand? En “rot op le monde”? Is dat jouw subtekst? En jij zegt dat ik wereldvreemd ben? Ik houd van de wereld. Ook als hij in het Frans wordt geformuleerd.

Marlon Vanco: Oké. Laten we het maar bij een misverstand houden, ik was gewoon vreselijk geschrokken van die foto, in schrille contradictie met de boodschap van Mefisto.

Marc Tiefenthal: Vanco is net geen Brando. Door al dit proza tussen Vanco en Brando zou je, bij wijze van hypothese en van grap, bang worden om de heer Vanco in Brussel in het duister tegen het lijf te lopen. Wat Marlon niet weet, niet schijnt te weten en allicht niet wil weten, is dat Martin Pulaski een dichter is, d.i. iemand die een wereldbeeld heeft. Sommigen, de meesten, hebben dat niet en houden het bij het beeld dat hen pakweg op de treurbuis wordt voorgehouden. Iemand die een wereldbeeld heeft is daarom niet wereldvreemd, integendeel. Het zijn de lieden met een clichébeeld van de wereld recht uit de treurbuis die vervreemd zijn van de wereld. Bovendien heeft Martin Pulaski door wijsbegeerte te studeren de middelen meegekregen om een wereldbeeld te bouwen.

Martin Pulaski: Marc, you took the words right out of my mouth! Maar ik ben niet eens bang voor Virginia Woolf, waarom zou ik dan bang zijn voor Marlon Brando (met gestold bloed dan nog.)

Evy Zinnen: Mooi stukje bio van mp door mr mt.

daphne mao


Martin Pulaski: De ondertitel van de foto (op flickr) luidt: A Great Admirer Of An Electric Chairman Mao And, Especially, the Subcultural Revolution Guided By Ken Kesey and Lead Belly And Advised By Hunter S. Thompson And Not Forgetting Warren Oates. As Produced By Martin Pulaski.

Marlon Vanco: Doelfoto: rechter bovenhoek (was ook uitvergroot). Misverstand, achteraf bekeken, na tekst en uitleg? Maar geef toe, als een VB-er een analoge kunstfoto van Hitler op zijn blog zou plakken, zonder duiding, dan wordt hij gelyncht door de linkse inquisitie. En ook, professor, er wordt in die kringen nog vaak gekoketteerd met mister monster Mao. Ondanks dat met bloed doordrenkte boek, respecteer het alsjeblief.

Martin Pulaski: Marlon, je blijft rond de pot draaien én insinueren. Ik heb geen kunstfoto van Mao op mijn blog geplakt. Het gaat om een goedkope affiche van dat heerschap die als 'prop' werd gebruikt om een ironisch tafereel - ter bespotting van het maoïsme en uniformen op te bouwen. Jij laat uitschijnen dat ik een kunstfoto van Mao zelf heb gemaakt - waar op zich zelfs niets eens iets mis mee is, de Duitse kunstenaar Anselm Kiefer werkte meermaals met de Hitler-figuur, Hans-Jürgen Syberberg deed hetzelfde, zonder dat iemand daar aanstoot aan nam - terwijl die Mao slechts een ironisch onderdeel van het geheel is (in de ondertitel wordt hij zelfs 'electric chairman' genoemd, zegt dat dan niet voldoende?). En nu ga je mij al – zij het onrechtstreeks met het VB associëren.
Van een linkse inquisitie in België weet ik overigens niets, staat daarover iets in de recente pers? Naar mijn weten pleiten sociaal-democraten ook niet voor de doodstraf. Maar wellicht ben jij beter geïnformeerd, wereldwijs als je bent. Ik denk dat een heer van stand ten minste zijn verontschuldigingen zou aanbieden, na het uiten van zoveel koppig volgehouden onjuistheden ten overstaan van een "wereldvreemd sujet".

Evy Zinnen: Waarom dat strikje?

Martin Pulaski: Evy, wat had die strik te betekenen? Ik moet diep nadenken, want het gaat over iets dat ongeveer honderd jaar gelegen plaatsvond.
Die Mao-poster kwam uit een Chinese winkel in Sint-Joost. Ze hadden daar ook zeer grappige propaganda-posters. Een beetje zoals taferelen van heiligenlevens of van Jezus de heer. We vonden die Mao-poster wel grappig. De naïviteit van dat sociaal-realisme.
Ik heb sinds mijn kinderjaren een hevige afkeer van uniformen, ook van Chinese. Om dat Mao-uniform, dat op zich al belachelijk was, nog belachelijker te maken, had mijn vriendin daar zo'n strikje op gekleefd. Ligt dat niet voor de hand?
Die poster heeft daar - dat moet ik toegeven - een paar weken gehangen. Onze vrienden moesten er hartelijk om lachen. Daarna heb ik er de elektrische stoel van Andy Warhol gehangen.

Marlon Vanco: Martin, bedankt voor je uitleg achteraf. Maar waarom zou ik mij moeten verontschuldigen? De foto die aanleiding gaf tot een dubbelzinnige interpretatie stond toch op jouw blog. De duiding is geschied, het was dus om te lachen. Ik heb die seventies nooit grappig gevonden, de humor van dat intellectueel sérieux is mij steeds ontgaan. Ik ga simpel verder, volks en solo. Dag jong.

Eva Vanhoorne: (Zonder iets te willen insinueren maar... (-; )Is er een reden dat je zo hevig reageert, Martin?

Martin: Ja, Eva, er is een gefundeerde reden waarom ik zo hevig reageerde. Insinueren dat iemand het tegenovergestelde is van wat hij is, is een bedenkelijke tactiek, die me onder meer aan de schijnprocessen in de voormalige Sovjet-Unie doet denken. Dat wekt zeer terecht mijn verontwaardiging. Ik heb dat trouwens allemaal al uitvoerig uitgelegd. Maar ik vind - inderdaad - dat ik er nu voldoende woorden in heb geïnvesteerd. De hele zaak zal nu wel duidelijk zijn. Maar wat het voorbestaan van zulke tactieken betreft, ben ik pessimistisch.
Wat wou je eigenlijk niet insinueren, Eva?

Eva Vanhoorne: Ik bedoelde gewoon dat een mens zich meestal pas echt aangevallen voelt als 2 voorwaarden vervuld zijn:
a) de aangevallene de aanvaller een zekere autoriteit (recht van spreken, intelligentie, inzicht...) verleent (kwestie van te kunnen raken)
b) een kern van waarheid zit in wat de aanvaller insinueert en/of de aangevallene in het verleden een soortgelijke insinuatie te horen kreeg.
Maar je moet je niet aangevallen voelen door mij, hé. Ik ben een simpel meisje en observeer gewoon dat de reactie mij nogal disproportioneel tov de actie lijkt. Tenzij er achter de schermen ook vanalles is geschreven of gezegd, natuurlijk.

Martin Pulaski: Eva, hoe kom je aan voorwaarde b)? Mij lijkt verontwaardiging net zeer gerechtvaardigd als er geen kern van waarheid in de bewering zit, maar als het om een type bewering gaat die voor de gemeenschap en voor het vrije woord ernstige implicaties heeft en zelfs gevaarlijk kan zijn. Ergens in de polemiek stelde Marlon Vanco de vraag of "zoiets wel geoorloofd is" (doelend op een kunstwerk, of iets wat door de maker als een kunstwerk wordt beschouwd). Een zeer gevaarlijke uitspraak vind ik dat, en ik vind dat ik daar zeer terecht op heb gereageerd. Maar je hebt gelijk: het is buiten alle proporties. Waarschijnlijk tref je hier sporen aan van de kritisch-paranoïde methode.

Evy Zinnen: Volgens mij liep deze polemiek van in den beginne verkeerd; de 3 'fameuze bedenkingen', zoals Marlon ze zelf noemde.
We moeten verder kijken dan onze neus lang is. Minstens proberen. Onderwerp van de week.

Martin Pulaski: Ik begrijp niet goed wat je bedoelt, Evy. Ik dacht niet alleen aan mezelf, hoewel ik me beledigd voelde. Ik dacht zeker ook aan de maatschappelijke implicaties van de uitspraken van Marlon Vanco. Het vrije woord, de vrijheid van de kunstenaar, en zo van die dingen. Bovendien stoorde ik me zeer aan de tactiek - typisch voor autoritaire en paranoïde karakters - van de insinuatie. Ik probeer de dingen zoveel mogelijk in een ruimere context te plaatsen, wat me uiteraard niet altijd lukt.

Evy Zinnen: Neen, Martin, ik had het hier ook niet enkel over jou. Ik bedoelde dat ik vind dat Marlon’s opmerkingen onvoldoende gefundeerd zijn. De maatregelen die Cassiers genomen heeft zijn waarschijnlijk niet zijn individuele beslissingen. Bovendien is hij niet de eerste in de toneelwereld die dergelijke ‘strategie’ toepast. En er zijn acteurs die ‘afvloeien’ maar er zijn ook nieuwelingen in de ‘poule’ van het Toneelhuis, waaronder, bijvoorbeeld, Dirk Roofthooft. Zie artikels in de pers. Ikzelf heb ‘Mefisto’ niet gezien. Maar ik vermoed dat de context veel ‘breder’ is dan enkel maar die van het ‘duidelijke’ extremisme, meerbepaald de verdokenheid, de hypocrisie, het gevaar dat kunstenaars (gewild en soms ongewild) partij kiezen en die boodschap verdoken uitdragen in hun kunst. De maatschappelijke implicaties, zoals je zelf schrijft. Vermoed ik. Vérstrekkende maatschappelijke implicaties zelfs. Wat betreft Mao moeten de kleine lettertjes gelezen worden. Die vragen een beetje moeite. Ze staan overal. Klik klik en scroll scroll. Het hangt trouwens samen met Mefisto. Mijn bescheiden mening.
Tenslotte wil ik nog zeggen dat ik me in feite niet in deze polemiek wou mengen (Wat ben ik hier dan aan het doen?). Ze gaat zelfs mijn petje te boven omdat ik bijzonder weinig weet over toneel en kunst in het algemeen.
Maar ondertussen heb ik weer wat bijgeleerd. Hier en elders. Als een kip zonder kop misschien. Dan is dat maar zo. Maar ik heb net even gekeken en hier zijn geen kippen, wel bij de overburen, dat zijn boeren. ;-)

Foto: Martin Pulaski, Daphne & Mao

18-10-06

NIEUWE BEKENTENISSEN VAN EEN CONSUMENT

boeken,cd s,dvd s,blog,logboek,consumeren,koopgedrag,rousseau,eerlijkheid,exhibitionisme,ziekte,consumentisme,tom waits,bekentenissen,lijst

Toen ik op 8 maart vorig jaar met deze weblog van start ging had ik de eerste zinnen uit Rousseaus Bekentenissen voor ogen: “Ik ga iets ondernemen dat nooit eerder is gedaan en dat, als het eenmaal is uitgevoerd, niet zal worden nagevolgd. Ik wil aan mijn medemensen een mens laten zien zoals hij werkelijk is en die mens, dat ben ik zelf.” Wat voor Rousseau mogelijk was geweest, moest voor mij ook mogelijk zijn, vond ik. Inmiddels zijn we anderhalf jaar later… Ben ik even eerlijk geweest als Rousseau? Heb ik me laten zien zoals ik werkelijk ben? In het begin maakte ik alleen gebruik van woorden, een paar maanden later is er flickr bijgekomen, waardoor ik mijn autobiografie ook kon illustreren. Voortdurend moest ik op mijn hoede zijn om toch maar niet de grens tussen openhartigheid en exhibitionisme te overschrijden. Ik wilde laten zien wie ik was zonder mijn intimiteit prijs te geven. Dat zal wel een paradox zijn, denk ik nu. Ik wilde praten over mijn geluk en mijn ongeluk, over mijn gezondheid en mijn kwalen. (Op dit ogenblik kan ik nauwelijks schrijven van de pijn. Ik heb opnieuw een opflakkering van het ‘irritable bowel syndrome’, een ziekte die ik niemand toewens. Bij nader inzien wens ik niemand om het even welke ziekte toe.) 


Tijdens het ontbijt zat ik mij weer eens af te vragen waar mijn consumptiedrang vandaan komt. Ik zie nu dat mijn eerste notitie in dit elektronisch dagboek daar ook al over ging. “Kopen om te ontsnappen”, schreef ik. “Mijn huis staat vol oud, waardeloos papier.” Sindsdien is er veel nieuw waardeloos papier bijgekomen. En niet alleen papier! Aan wat wil ik ontsnappen? Wellicht aan het besef dat het leven kortstondig is. Aan de angst voor ziekte en dood. Aan de zekerheid dat de beste jaren van mijn leven voorbij zijn. Ook al zijn de dingen die ik koop vanuit economisch gezichtspunt waardeloos, toch zullen ze zeer waarschijnlijk langer bestaan dan ik. Ook hier zit weer iets paradoxaals in. Want hoe meer ik mij omring met boeken en films en muziek hoe moeilijker het zal zijn om er afstand van te doen en om afscheid te nemen van het leven. Al dat papier en plastic, waarop en waarin eeuwigheid vervat zit, is mij dierbaar en ketent mij aan het leven.

Ach, waar maak ik me druk over. Op dit ogenblik gebeuren de ergste dingen in de wereld. Tot mijn achtendertigste heb ik een mooi en soms avontuurlijk leven gehad. Ik heb het interessantste decennium van de vorige eeuw als tiener mee gemaakt (ik bedoel echt mee maken). Na mijn achtendertigste – toen ik een vast beroep heb aangevat - heb ik nog talloze gelukkige momenten beleefd en vooral veel boeiende reizen gemaakt. En de toekomst? We zullen wel zien. Nu leef ik nu.
Ik zal nog maar eens eerlijk zijn en opbiechten wat mijn spilzucht heeft opgeleverd:

Polycarbonaat (met geluid):

Bonnie ‘Prince’ Billy – The Letting Go
Hacienda Brothers – What’s Wrong With Right
Lambchop – Damaged
Matt Ward – Post-War
John Philips – John The Wolfking Of L.A.
Bert Jansch – The Black Swan
Mercury Rev – The Essential Mercury Rev
Solomon Burke – Nashville
Sparklehorse – Dreamt For Light Years In The Belly Of A Mountain
Hard Workin’ Man – The Jack Nitzsche Story Volume 2
Yo La Tengo – I Am Not Afraid Of You And I Will Beat Your Ass

Polycarbonaat (met beelden en geluid):

Terrence Malick – Days Of Heaven
Brian De Palma – Carlito’s Way
Brian De Palma – Carrie
Tom Tykwer – Lola Rennt
Paul Auster – Lulu On The Bridge
Sam Peckinpah – The Wild Bunch
John Ford – The Searchers
Richard Linklater – Before Sunset
Martin Scorsese – The Last Waltz
Frederico Fellini – De Witte Sjeik
Michael Powell – Peeping Tom
James Mangold – Walk The Line
Margaret Brown – Be Here To Love Me
Blake Edwards – Breakfast At Tiffany’s
Richard Brooks – In Cold Blood
Bennett Miller – Capote
Wong Kar Wai – Chung King Express
Wong Kar Wai – Fallen Angels
Wong Kar Wai – In The Mood For Love
Wong Kar Wai – 2046

Papier:

Dictionary Of Idioms
Berlin Atlas
Portugal Rough Guide
40 digitale fotobewerkingtechnieken
George Pelecanos – Drama City
Laurence Sterne – Tristram Shandy
Hanif Kureishi – My Ear At His Heart
Geerten Meijsing en Doeschka Meijsing - Moord en Doodslag
Voltaire – Fransman in Londen – Brieven uit Engeland
Stefan Hertmans – Het Putje van Milete
Tom Piazza – My Cold War
Michael Cunningham – Specimen Days (nog een keer)
John Irving – My Movie Business – A Memoir
Sean Hepburn Ferrer - Audrey Hepburn, An Elegant Spirit
Film Posters of the 70s
Diverse tijdschriften.

Benzine heb ik echter niet gekocht.

Over veel van die dvd’s en cd’s en over een aantal boeken zou ik nu al verhalen kunnen vertellen, over In Cold Blood bijvoorbeeld, of over The Black Swan, of over Days Of Heaven. Maar ik laat het allemaal bezinken. En misschien zal ik het dan later, stuk voor stuk, bezingen of verwensen. Wat ik koop is vaak goud waard. Alleen is het geen tastbaar goud. Het zijn stuk voor stuk oliebronnen voor de geest: ze geven hem energie en voeding. Zo kan hij in beweging blijven en zich blijven kenbaar maken. Zo kan hij zich laten kennen in een zo eerlijk mogelijk verhaal. Zo kan hij beelden uit het leven grijpen en er kleine muziekjes van maken. En wie weet zal hij ze ooit voor het voetlicht brengen als een zanger zonder naam. Als’t god belieft, pleegde mijn moeder te zeggen. Die moeten we dan ook nog maar eens een keer uitvinden.

“The world is not my home
I’m just a-passing through
You got to come on up to the house.”
Tom Waits

29-08-06

EEN LIJST VAN DE WERELD

lijsten,categorieen,borges,bunuel,bob dylan,chinese encyclopedie,surrealisme,films

Ik houd van lijsten als absurde, willekeurige opsommingen. Het is me daarbij niet te doen om de wereld overzichtelijk te maken of er hiërarchie in aan te brengen door opdelingen in soorten. Ik wil categoriseren noch catalogiseren. De lijsten waar ik van houd maken de wereld alleen maar chaotischer. Dat is de bedoeling. Wat ik ermee beoog is dat ze inspiratiebron worden en de fantasie stimuleren. De lijsten die ik bewierook bevatten bijna altijd een surrealistisch element. Er komen zaken in terecht die er niet in thuis horen, of het na elkaar plaatsen van twee elementen veroorzaakt een schaterlach. Twee grootmeesters van de opsomming (en in zekere zin van lijsten) zijn Luis Buñuel en Jorge Luis Borges. Bob Dylan kan er ook goed weg mee, bijvoorbeeld in A Hard Rain’s A-Gona Fall. 


De lijst die ik wil maken - geïnspireerd door een artikel van Chris Petit in 1OOO Films To Change Your Life (het hele boek is een lijst) - is een zeer subjectieve aangelegenheid en heeft ongeveer alles met de herinnering en de waarneming te maken. Een haarlok of zelfs een wenkbrauw kan er even belangrijk zijn als een aardbeving (willekeurige voorbeelden, die waarschijnlijk niet in de lijst zullen voorkomen). Het is een vorm van autobiografie. En door de klank van de woorden en de magie van de namen, en de volgorde waarin alles wordt geplaatst zal de lijst tevens een - bijna episch - gedicht zijn.

Dit is een zeer bekend maar onovertroffen voorbeeld:

“Dergelijke dubbelzinnigheden, overbodigheden en onvolkomenheden doen denken aan die welke Dr. Franz Kuhn toeschrijft aan een bepaalde Chinese encyclopedie, getiteld Hemels Emporium van welwillende kennis. Op die pagina's uit een grijs verleden staat geschreven dat de dieren zijn te onderscheiden in a) toebehorend aan de Keizer, b) gebalsemd, c) getemd, d) speenvarkens, e) zeemeerminnen, f) fabeldieren, g) zwerfhonden, h) die welke in deze classificatie zijn opgenomen, i) die welke tekeergaan als dwazen, j) ontelbare, k) die welke zijn getekend met een heel fijn kameelharen penseel, l) enz., m) die welke net een vaas hebben gebroken, n) die welke in de verte op vliegen lijken.”
J.L. Borges, De analytische taal van John Wilkins.

19-07-06

BOZE EN BOOSAARDIGE MENSEN


Omdat mijn bril gestolen werd door de hoofdstedelijke aasgieren moet ik gebruik maken van een oud exemplaar. Veel zie ik daar niet mee. In Italië zal ik er misschien wat artistieke foto’s mee kunnen maken. Niet met de bril, natuurlijk, maar je weet wat ik bedoel. De vertroebelde blik, het vermoeide oog, een acht jaar oude focus. ‘Mijn’ opticien gaat met vakantie en kan hoe dan ook op drie of vier drie dagen geen degelijke bril klaar hebben.
Ik wil alleen maar zeggen dat het wat moeilijk is om nu te schrijven. Het is natuurlijk ook zeer warm, ongeveer veertig graden in deze veredelde zolderkamer. Hot stuff… Ik kan eieren bakken op mijn boeken. Maar ik ben niet gek. Als er iets op de grond valt, een potlood bijvoorbeeld, laat ik het gewoon liggen. Koorts in het bloed. Vroeger was ik gek op de hitte, nu houd ik veel meer van de koude dagen. ‘Alaska’, zoals in het lied van Lou Reed. Ik denk trouwens dat ik wat in de war ben. Hoe heet het? Post-traumatische shock? Niets nieuws onder de zon, ik ben ten slotte 56 geworden en zoek geregeld het gevaar op. Ik vier feest en verlies mijn verstand, vergeet zelfs dat er slechte mensen bestaan.
Ik zou graag relaas uitbrengen van wat me overkomen is, maar dat gaat nog altijd niet goed. Het wordt trouwens een afgezaagd verhaal. Iedereen kent het al. Je krijgt een aantal rake klappen, er wordt wat tegen je geschopt; men wil zijn geweld kwijt, omdat men geen liefde heeft gekregen als kind, men laat je bloedend op het trottoir liggen, men maakt zich uit de voeten met het weinige dat je naar de stad hebt meegebracht. Heeft men wel al je zakken afgetast? Je loopt weg van die akelige plek, harder dan je ooit gelopen hebt. De adrenaline en endorfine doen hun werk, maar maken je nog kwetsbaarder. Een auto komt aangereden, vertraagt, stopt. Bezorgde mensen? Je hebt geen bril op, die is al lang gestolen of onder zware schoenzolen vermorzeld. Elke vreemde zou nu troost moeten bieden. Wat is er aan de hand, vragen ze. Een van de jonge mannen stapt uit. Een blonde, met een vriendelijke stem. Kunnen we je helpen, vraagt hij? Gaat het niet goed met je, vriend? De woorden zijn nog niet uitgesproken of hij heeft je ook al een flinke mep gegeven en vliegensvlug je broekzakken doorzocht naar bruikbaar materiaal, vooral geld, kredietkaarten, weet ik veel wat ze willen. Ze mogen alles hebben, het weinige dat ik nog heb, als ze me maar laten leven.
Ik denk aan mijn dode vrienden, Jos en Willy, die er zelf een eindpunt achter hebben gezet. Zij zijn aan deze algemene ontmenselijking ontsnapt. Hadden zij het voorvoeld? Zoals Hölderlin kort na de Franse revolutie en in 1970, na de omwentelingen van de jaren zestig, Syd Barrett? En zoals zovele anderen. Beroemden, naamlozen. Virginia Woolf, Cesare Pavese, Adrian Borland, Richard Manuel. De namen van de naamlozen ken ik niet.
Een aantal zinnen van Peter Sloterdijk uit ‘Het kristalpaleis’ kunnen deze pijnlijke gebeurtenis misschien in een bredere context plaatsen.

“De naïeve aanname van een potentiële openheid van allen voor allen wordt door de globalisering ad absurdum gevoerd. Integendeel, hoe meer de wereld in een netwerk verandert, hoe duidelijker de onvermijdelijke eindigheid van de belangstelling van mensen voor mensen wordt – er treedt alleen een morele accentverschuiving op, en wel in de richting van een steeds toenemende belastbaarheid ondanks verhevigende stress. Men moet er niet raar van opkijken als blijkt dat hoe meer de wereld in een netwerk gevangen raakt, hoe meer de symptomen van misantropie in aantal zullen groeien. Als mensenvrees een antwoord is op onwelkome nabuurschap, dan kan men op grond van de gedwongen nabuurschap-op-afstand van de meerderheid met de meerderheid een ongekende epidemie van misantropie voorspellen. Dat zal alleen diegenen verbazen die vergeten zijn dat de uitdrukkingen ‘buur’ en ‘vijand’ van oudsher nagenoeg synoniem waren. Tegen deze achtergrond krijgen begrippen als ‘beschaving’ en ‘wereldburgerschap’ een andere betekenis: ze verwijzen naar de horizon van misantropie onderdrukkende maatregelen.”

En ook dit nog:

“Om antropologisch te spreken: de homo sapiens heeft van alle levende wezens de breedste rug – hij heeft hem nodig om hem zijn medemensen toe te keren. In-de-wereld-zijn heeft altijd al de trekken gehad van een overweldigend wijd verspreid veronachtzamen-van-al-datgene-wat-niet-direct-opgenomen-kan-worden.”

Schitterend boek, overigens, dat kristalpaleis.

11-07-06

INTIMITEIT: DE PENIS VEROVERT HOLLYWOOD

penis,zizek,hanif kureishi,intimiteit,tegencultuur,hollywood,jane campion,meg ryan,themroc,sixties,blow job,eros,thanatos,kierkegaard,dood,tolerantie,porno

Als voorproefje op mijn bemoeienissen met Slavoj Zizek wil ik graag even iets citeren uit ‘Welkom in de woestijn van de werkelijkheid’. De filosoof gaat in op Hanif Kureishi’s ‘Intimacy’. Lange tijd was deze Britse schrijver, met zijn aparte en tolerante standpunten, mijn steun en toeverlaat. Vooral ‘The Buddha Of Suburbia’ en ‘The Black Book’ hebben mij zeer geboeid. De voorbije jaren is Kureishi, zoals veel tegencultuurmensen die in de jaren ’60 zijn opgegroeid, steeds meer zijn heil gaan zoeken in een magische en seksuele ruimte, weg van de wereld en de werkelijkheid. ‘Intimacy’ is daar een goed voorbeeld van: een man en een vrouw neuken elkaar keer op keer zonder dat ze elkaar kennen. Ze zoeken in elkaars lichaam de extase op, en die anonieme daad moet dan de revolutie voorstellen. Kureishi heeft zich daarmee ver verwijderd van de ‘dancing in the street’- ideologie en van de kleine, zwervende gemeenschappen die de wereld zouden veranderen. Vergelijk de film ‘Intimacy’ met ‘Themroc’ en je weet wat ik bedoel. In ‘Themroc’, een tegenculturele film, werden geen geslachtsorganen getoond, in ‘Intimacy’, een mainstreamfilm, wel. Dat laatste wordt overigens bon ton, zelfs in het nieuwe Hollywood. Nog deze avond zag ik de doorgaans brave Meg Ryan toekijken hoe een al even naamloze vrouw in het toilet van een nightclub een man een blowjob gaf, met een close up van de penis in erectie. Ik heb het over de commerciële film ‘In the Cut’ van Jane Campion. In de ‘dancing in the street’-ideology was een penis in een film op zijn minst een metafoor voor de bevrijding van Eros en een uitdaging van de gevestigde Thanatos-orde. Nu is dezelfde – of een andere, het aanhangsel van een doublure – penis een doodgewoon object in de snelcomsumptiegemeenschap. In dit verband, en meer bepaald naar aanleiding van ‘Intimacy’ schrijft Zizek het volgende:


“Zich terugtrekken in de privé-sfeer betekent vandaag de dag dat men de formules van een persoonlijke authenticiteit overneemt die de recente cultuurindustrie in omloop heeft gebracht – van het les nemen in geestelijke verlichting en het volgen van de laatste culturele en andersoortige modes, tot aan jogging en body-building. De uiteindelijke waarheid van de terugtrekking in de privé-sfeer is de publieke bekentenis van intieme geheimen in een tv-show. Tegenover dit soort privacy moeten we benadrukken dat het uitvinden van een nieuwe collectiviteit vandaag de enige manier is om uit de ketenen van ‘vervreemde’ verdinglijking te breken.”

Volgens Zizek, in het interview in Magazine Littéraire, leven we niet langer in een consumptiemaatschappij. Typische hedendaagse koopwaren zijn koffie zonder cafeïne, bier zonder alcohol en room zonder vetstoffen. Zizek ziet daarin angst voor het consumeren. De mensen willen wel, maar ze weigeren er de prijs voor te betalen. Hij vergelijkt dit in een snelle, maar terechte, gedachtesprong met de zogenaamde tolerantie. De tolerantie is in werkelijkheid intolerantie. Het subject vouwt zicht terug in zichzelf, wordt narcistisch; het bouwt zich op op de angst voor de nabijheid van de anderen. Hij verwijst daarbij naar Kierkegaards vraag en antwoord: “Wie is de naaste die men moet beminnen?”. “Degene die dood is.”

Zoals ik hierboven al aankondigde was dit een voorproefje.

08-07-06

VERLANGEN

psychoanalyse,god,justine henin,zizek,freud,lacan,verlangen,gesprek,magazine litteraire

Vandaag las ik in Magazine Littéraire een interessant interview met Slavoj Zizek. Omdat het thema van de maand van het tijdschrift ‘het verlangen’ is, gaat het gesprek daar ook voornamelijk over. Zizek heeft een bijzonder originele kijk op de maatschappij waarin wij leven, die vaak als een ‘consumptiemaatschappij’ wordt aangeduid. Ook over Freud en Lacan heeft hij ongewone en vooral boeiende dingen te vertellen. De filosoof verwijst in het interview meermaals naar zijn boek ‘Welkom in de woestijn van de werkelijkheid’, een werk dat diepe indruk op me heeft gemaakt, en waarschijnlijk ook sporen heeft achtergelaten in mijn teksten. Ik ben nu echter te moe om mijn bedenkingen bij het gesprek nog neer te schrijven. Ik heb geen zin in gewauwel.


Er werd nochtans veel bij me wakker geschud, omdat het verlangen en de psychoanalyse thema’s zijn die me nauw aan het hart liggen (en niet alleen theoretisch) . We zijn echter maar splinters in de vinger van god, bij wijze van spreken. Waarmee ik wil zeggen – want ik geloof in geen enkele god - dat we niet sterker kunnen zijn dan we zijn en niet meer kunnen doen dan we doen. Ik denk in dit verband meteen aan Justine Henin, die vandaag alles heeft gegeven wat ze kon, maar toch het onderspit moest delven, omdat haar tegenstreefster sterker en, waarschijnlijk, minder moe was. Ik heb vol bewondering naar haar spel – en natuurlijk ook dat van Mauresmo – zitten kijken, of ze nu aan de winnende of aan de verliezende hand was.


Luister, ik kan vandaag het veld niet op. Morgen of maandag kom ik hier echter op terug. It seems like a mighty long time. Maar zo is het leven.

20-06-06

ZEN











                                                   .

29-05-06

THUISKOMST

                                                                                                                                                          

agnes, johny and corine in cap gris nez, france


In een al wat oudere tekst van mijn oude en goede vriend Johny Lenaerts (op de website http://www.yabasta.be/), las ik over de afname van de communicatie, van de ontmoeting. Wij zouden met zijn allen veel te veel televisie kijken en ons gezellig opsluiten in onze woonkamers, lekker bij de flikkerende beelden van soaps en reality shows. Cocooning, heet dat. Er zouden mede daardoor veel te weinig ontmoetingsplaatsen zijn. Dat zal wel waar zijn, maar geldt ongetwijfeld niet voor iedereen. Een eerste opmerking die ik daarbij wil plaatsen is dat afzondering vaak onder dwang gebeurt. Innerlijke dwang, sociale dwang, psychologische dwang, enzovoort. Ik zit veel thuis omdat ik niet anders kan. Buiten is heel vaak nergens. Ontmoetingsplaatsen zijn er in overvloed. Brussel, Gent en Antwerpen krioelen van de cafés, waar je vaak lang moet wachten op een ‘vrije’ stoel. Mogelijkheid tot ontmoeting is er zeker wel voldoende. Maar welke projecten hebben al die mensen die elkaar ontmoeten? Ik weet het niet. Ik voel me onder hen niet thuis. Of zoals Bob Dylan zei: ‘a house is not a home’. Als ik me in een ‘ontmoetingsplaats’ bevind, met name in een café, kan ik twee dingen doen: ofwel me bedrinken (en na verloop van tijd gaan denken dat ik een soort van Malcolm Lowry ben, of Guy Debord), ofwel me niet bedrinken en zo spoedig mogelijk weer naar huis gaan. Als ik niet drink in een café ben ik er alleen. Als ik wel drink ben ik ook alleen maar leef ik even in de illusie dat er diepe contacten zijn met verwante zielen.

Thuis echter is er de zelfwerkzaamheid, de communicatie via nieuwe sociale groepen (zoals die van de bloggers, en ook wel die van flickr); thuis luister je naar muziek, je bespeelt een instrument, zingt als je er zin in hebt, drinkt of drinkt niet, thuis kijk je naar films, niet zomaar naar het eerste het beste shitprogramma op het eerste het beste shitkanaal. Daarom denk ik dat het onderscheid tussen ‘binnen’ en ‘buiten’ nogal artificieel is. Ik weet dat de dialoog noodzakelijk is en dat je alleen jezelf kunt zijn (of worden) door communicatie met de anderen. Maar er worden voortdurend andere, nieuwe vormen van ontmoeting bedacht. Ik denk dat op die manier het kapitalisme zichzelf ondermijnt. Natuurlijk moeten wij niet passief zitten toekijken op die nieuwe vormen, maar moeten wij ze ons toe-eigenen. Ik neem aan dat we daar volop mee bezig zijn, thuis en op andere plaatsen. Het heeft geen zin het ene tegenover het andere te plaatsen. Thuis zijn, thuis komen, is fundamenteel voor de menselijke existentie. Johny Lenaerts verwijst in zijn artikel naar Leopold Flam, van wie we beiden heel veel hebben geleerd. Ik wil dat ook graag even doen in dit verband: Leopold Flam had het namelijk vaak over ‘het huis van de wereld’. Zonder een thuis kan de wereld onmogelijk ons huis zijn. We voelen ons dan vreemden op deze planeet. De eenzame Johnny Guitar, die zegt: ‘I’m a stranger here myself’. We vluchten dan weg in de religie van Born Again Christians en andere sekten en zingen (gemeend) liederen in de trant van ‘this world is not my home’ of we zoeken ons (on)heil in het nihilisme van Baudelaire (die overigens meestal in hotelkamers woonde) met zijn ‘anywhere out of the world.’ Het belangrijkste is dat iedereen naar huis gaat, en weet dat hij thuiskomt. Dat geldt nog het meest van al voor alle soldaten die nu ergens oorlog voeren zonder goed te weten waarom, zonder een doel voor ogen. All the soldiers must go home.

Foto: Martin Pulaski, met mijn vrienden in Cap Griz Nez

04-04-06

ONTSNAPPEN AAN DIONYSUS EN APOLLO


Sinds ik dat Sargasso-kroontje heb gekregen lijk ik aan writer’s block te lijden. Hoe is dat mogelijk? Die lauwerkrans zou me net moeten stimuleren. Maar misschien ben ik gewoon te moe, vanwege het vele werk en allerlei andere beslommeringen en zorgen.

Bij Evy las ik over Dionysus en Apollo. Er staat “dat je zo veel mogelijk moet ontsnappen aan Apollinische beschavingspogingen. Dat je minstens één keer per dag naar de lucht, of naar de sterren moet kijken. Je overgeven aan de stroom van het leven.” Ik ben het daar volledig mee eens. Ik zou dat maar al te graag doen, ontsnappen aan de Apollinische beschaving. Maar ik kan dat niet. Ik ben niet vrij. Ik heb geen keuze? Soms is er wel eens, helemaal onaangekondigd, een uitweg uit de routine, het alledaagse. Je slaat een zijweg in en ziet de dingen zoals ze zijn: extase. Maar hoe komt het dat je die zijweg inslaat? Ben jij dat? Of laat je je leiden door iets onbekends? (Freud zou dit het onbewuste noemen, denk ik).

Maar dan nog. Als ik me vanuit een vrije wil zou kunnen overgeven aan Dionysus zou ik toch nog aarzelen. Want het lijkt me gevaarlijk. Het doet me denken aan een sprong in de chaos, of in de Etna, zoals Empedocles, en aan de waanzin van Nietzsche. Wij hebben ook orde nodig, redelijkheid, moraal, schoonheid. Dingen die ik allemaal als apollinisch beschouw. Dionysus staat dan voor de roes, de extase, en uiteindelijk (zelf)vernietiging.
Natuurlijk is hier al zeer veel over nagedacht en geschreven, maar dat geeft niet. Ik denk dat we hier bij de basis van onze cultuur zijn aanbeland. Nu ga ik even naar de wolken kijken. Met dank aan Evy voor de inspiratie.

29-03-06

VLEES II

 

vlees,lichamelijkheid,vragen,muziek,pop,colin blunstone

Door de vele beslommeringen vergat er ik op te wijzen dat ik het stukje ‘Vlees’ wat herschreven heb. Bovendien heb ik er veel twijfels bij, en veel vragen bij alle vragen die daar worden gesteld. Ja, ik twijfel een beetje aan de authenticiteit van de woorden die daar staan. Ik vraag me af of ik mij niet te zeer heb laten meeslepen door mijn eigen ‘liturgie’, zij het zonder brood en zonder wijn. Toch wil ik het niet schrappen, primo vanwege het feit dat het er staat, secundo vanwege de commentaren (die ik zeer op prijs stel.) 


Ik kom op dit ogenblik volledig tot rust dankzij de zalvende stem van Colin Blunstone, die nu mijn oortjes streelt. Toevallig gevonden tijdens een korte ‘dérive’ tussen twee regenbuien door in een winkel waar tweedehandsspullen worden verkocht.