26-01-07

THE MAN WHO FELL TO EARTH

nicholas roeg,david bowie,film,overeenkomsten,odyssee,the man who fell to earth,wrelden,ulysses,james joyce,stephen dedalus,1970,hippies,tegenculuur,pop,popcultuur,misdaad,leopold bloom,performance,analogie,gelijkenis,poezie

Iets over The Man who Fell to Earth, van de geniale filmregisseur Nicolas Roeg. Met David Bowie in de rol van Thomas Newton, Candy Clark (Mary-Lou) en Buck Henry (Oliver Farnsworth).
Een film over vervreemding? Het personage van David Bowie is de ‘alien’, afkomstig van een andere, uitgedroogde planeet. Hij is op zoek naar water. Maar misschien heeft hij – bewust of onbewust - ook een ‘geestelijke’ opdracht, een zending. Misschien is zijn werkelijke missie: de aardbewoners erop wijzen dat ze ‘gealiëneerd’ zijn, van zichzelf, van hun werk, van elkaar, van de natuur? Zoals hij vaak doet behandelt Roeg ook in deze sciencefiction film de fatale consequenties van een ontmoeting van twee werelden of twee culturen. Ontmoeting? Het is veleer een botsing. Zoals in het lied When two worlds collide:

“Your world was so different from mine, don't you see
And we couldn't be close, though we tried
We both reached for heavens, but ours weren't the same.
That's what happens when two worlds collide.

Your world was made up of things sweet and good.
My world could never fit in, I wish it could.
Two hearts lie in shambles and oh, how they've cried.
That's what happens when two worlds collide."

The Man Who Fell To Earth is naast het verhaal van een odyssee een onderzoek van het beeld in de Westerse cultuur. Van de voor- en nadelen van het beeld. Tegenover het statische beeld (ook het filmbeeld is statisch : 24 beeldjes per seconde) plaatst Nicholas Roeg het reizen en het zien. Elke reis is een ontdekkingsreis. Elk landschap opent een wereld. Elke ontmoeting schept mogelijkheden, positieve of negatieve.
Er is een overeenkomst tussen Thomas Newton en Stephen Dedalus in Ulysses van James Joyce; en Farnsworth verwijst in zekere zin naar Leopold Bloom uit dezelfde roman. In Performance – de eerste film van Nicholas Roeg (in een co-regie met Donald Cammell) - heb je een gelijkaardige botsing van culturen, met name van die van de ex-rockster en hipster Turner en die van Chas, de misdadiger. De wereld van de hippies – in 1970, toen Performance uitkwam, was er sprake van ‘underground’ en ‘tegencultuur’ - komt in ‘aanraking’ met die van de misdaad. Harry Flowers, de naam van een ander personage uit Performance, is overigens ook een pseudoniem van Leopold Bloom in diens correspondentie met een jong meisje.

Wat mij bij deze tekst ook weer opvalt is mijn zoeken naar overeenkomsten, gelijkenissen, analogieën. Wijst dat op innerlijke onzekerheid? Ik denk het niet. Liggen analogie, gelijkenis, en overeenkomst niet aan de basis van alle poëzie?

 

nicholas roeg,david bowie,film,overeenkomsten,odyssee,the man who fell to earth,wrelden,ulysses,james joyce,stephen dedalus,1970,hippies,tegenculuur,pop,popcultuur,misdaad,leopold bloom,performance,analogie,gelijkenis,poezie

17-01-07

TAAL, SEKS EN APOCALYPS


haneke


Ik houd niet van ‘seks’, ‘neuken’, ‘lul’, ‘kut’ en dergelijke woorden. Ik vind ze lelijk en gebruik ze in mijn teksten zo weinig mogelijk, hoewel ik graag erotische taferelen beschrijf (maar het veel te weinig doe, waarschijnlijk als gevolg van de afkeer van dat seksuele vocabularium). Toch, ondanks mijn weerzin, ben ik soms in zekere zin genoodzaakt om sommige van deze woorden te hanteren in een tekst. Bijvoorbeeld een paar dagen geleden in de korte poëtische schets, met als titel ‘Verstrooiing’. Ik had het woord daar nodig om de banaliteit van die handeling uit te drukken, en meer nog om de sereniteit van het geschrevene stuk te slaan, als kostbaar porselein met een zware hamer. Het was bijvoorbeeld niet mogelijk om de uitdrukking ‘de liefde bedrijven’ te gebruiken. Dat zou belachelijk zijn geweest.

Waarom geef ik nu deze uitleg? Waarschijnlijk omdat ik er gisteravond heb zitten aan denken toen ik zat te kijken naar die vreselijke film van Michael Haneke, Le temps du loup, waarin een man een vrouw brutaal en met een grote onverschilligheid ‘neemt’, ’s nachts in de hal van een station vol ‘verstrooide’ mensen die er slapen of wakker liggen van de honger, de dorst of een andere kwelling.

Ik bedoel met ‘vreselijke film’ niet dat hij slecht gemaakt is, integendeel. Met het woord ‘vreselijk’ verwijs ik naar de inhoud. De film beschrijft een apocalyptische wereld waar geen morele wet meer bestaat en men doet waar men zin in heeft. De sterkste of degene met de krachtigste wapens geeft de bevelen, de zwakkeren gehoorzamen, zoals paarden, schapen en geiten. De vorm van de film is even vreselijk, doordat hij geen identificatie met een van de personages toestaat, tenzij helemaal op het einde. Tijdens het bekijken van die apocalyptische film (apocalyps=ontsluiering) bedacht ik heel even dat het goed was dat ik het woord ‘neuken’ gebruikt heb in mijn ‘poëtisch’ commentaar bij enkele regels uit Genesis.

08-01-07

HET BESTE HEBBEN WE GEHAD


Het schrijven over Cadiz en Menchu heeft me weer zin gegeven om te vertrekken. Reizen, ver weg van hier. Dit ellendige oord waar men van twee provincies – Oost- en West-Vlaanderen – een land wil maken.
Het donkere, vochtige weer maakt me lusteloos. Ik heb geen zin in mijn werk, muziek doet me niets. Schrijven doe ik al helemaal niet.
Om toch iets te doen heb ik gisteren twee films bekeken, Last Days van Gus Van Sant en Crash van Paul Haggis. Ik heb me erbij zitten vervelen, maar was te lethargisch om op de stopknop te drukken. Ik weet niet waarom ik de Kurt Cobain-film vervelend vond. In gewone omstandigheden houd ik wel van de films van Gus Van Sant. Mala Noche, Drugstore Cowboy en My Own Private Idaho vond ik prima. De stijl beviel me, Van Sant was een buitenbeentje, altijd een goede zaak. Bovendien is hij een sympathieke man, ik heb ooit pinten met hem gedronken, in Antwerpen. Anders zou ik niet weten dat hij sympathiek is. Niet omdat het in Antwerpen was, maar omdat ik pinten met hem heb gedronken. Ach, het zal wel aan mij liggen. Het probleem is een beetje dat ik niet geïnteresseerd ben in Kurt Cobain. Het is natuurlijk erg dat de man zo jong gestorven is en zo maar ik vind de muziek van Nirvana zeer overroepen. Unplugged vind ik enigszins beluisterbaar, vooral de covers dan; ik denk dat de jongens zelf weinig componeertalent hadden. Ik vermoed dat ze wel goed waren in het opzwepen van een publiek. The Sex Pistols was ook zo’n hype. Een slechtere bassist dan Sid Vicious heb ik nooit gehoord, toch niet op een grammofoonplaat. Eigenaardig genoeg siert zijn foto nog vele tienerkamers. Waarom niet Sandy Denny, die ook in tragische omstandigheden aan haar eind is gekomen, of Townes Van Zandt, of de grootste melancholicus van alle singer-songwriters, Nick Drake? Dat waren ten minste authentieke muzikanten met veel talent. Ach, wat maakt het ook allemaal uit. Laat iedereen maar doen wat hij wil. Voor mijn part hangen ze Pamela Anderson, Chales De Gaulle, Jotie ‘t Hooft of Prins Laurent op. Als we maar gelukkig zijn. Ik heb lange tijd een kleine reproductie aan mijn wand gehad van een schilderij waarop de jonggestorven dichter Thomas Chatterton staat afgebeeld, een werk van Henry Wallis. Maar dat was vroeger, toen melancholie mij nog kon boeien, nu leef ik in een andere wereld. De wereld waar jij ook in leeft.
Crash vond ik helemaal vervelend. Er is niets origineels aan die film. Geef mij dan maar Amores Perros of Short Cuts, uitstekende ensemblefilms. Ja, ja, ik denk dat we het beste wel gehad hebben.

27-11-06

PHILIPPE NOIRET EN ROBERT ALTMAN

dood,afrika,philippe noiret,robert altman,anti-hollywood,anti-spektakel,film,auteurs,regisseurs,acteurs

Afgelopen week was weer een dodenweek. Er waren vanzelfsprekend de normale doden. Zij die sterven van ouderdom. Er waren de niet zo vanzelfsprekende doden, slachtoffers van misdaad en geweld, van honger, dorst en geneeslijke ziektes. Er waren de doden die stierven ten gevolge van onze onverschilligheid, een categorie die grotendeels samenvalt met de niet zo vanzelfsprekende doden. Er waren de onnoemelijke doden. Er waren als altijd de dode kinderen in Afrika, die af en toe op televisie worden getoond, als ze weer eens aan de beurt zijn. En er waren de beroemde doden. Mijn persoonlijke doden, noem ik ze, ook al waren ze geen familieleden of vrienden van me. Maar ik ben zo vaak in hun gezelschap of in het gezelschap van hun werk geweest dat ik hen beter ken dan sommige van mijn vrienden en dan al mijn familieleden samen.

Ik heb het over Robert Altman en Philippe Noiret. Philippe Noiret speelde de hoofdrol in enkele van mijn favoriete films: Coup de Torchon van Bertrand Tavernier; La Grande Bouffe, van Marco Ferreri; Zazie dans le métro van Louis Malle en Qui êtes-vous, Polly Maggoo? van de grote William Klein.

Robert Altman was de eigenzinnige maker van een aantal van mijn uitverkoren anti-Hollywoodfilms: McCabe & Mrs. Miller, The Long Goodbye (een te gekke Raymond Chandler), Thieves Like Us (met een zeer innemende Shelley Duvall, het verre zusje van Cristina Regadas), Nashville (Kuifje bij de Country & Western Sterren), A Wedding, Come Back to the Five and Dime, Jimmy Dean, Jimmy Dean (een anti-spectaculaire vrouwenfilm) en Short Cuts (gebaseerd op de verhalen van Raymond Carver). Blijkbaar had Robert iets voor Raymonds.

dood,afrika,philippe noiret,robert altman,anti-hollywood,anti-spektakel,film,auteurs,regisseurs,acteurs

Beide heren hebben het ondanks hun immens talent toch ook klaargespeeld om een hoop rotzooi te produceren. Die laat ik hier buiten beschouwing. Dat spreekt vanzelf. Echte mannen – menschen - als Robert Altman en Philippe Noiret worden met de dag schaarser. De nieuwe man is een lachertje in vergelijking met deze eigenzinnige reuzen. Ik zal hen missen. Maar gelukkig zijn er nog hun films.

Foto boven: Philippe Noiret en Isabelle Huppert in Coup de torchon.
Foto onder: Jennifer Jason Leigh in Short Cuts.

19-11-06

SCHOONHEID VOLGENS ERIC ROHMER

schoonheid,eric rohmer,haydee politoff,film,nouvelle vague

Haydée Politoff in La collectioneuse


Het ene meisje: “Je houdt van iemand omdat hij mooi is.”

Het andere meisje: “Nee, je vindt hem mooi omdat je van hem houdt.”

Eric Rohmer, La collectioneuse.

19-09-06

VAN DE POSTBODE GEEN NIEUWS

robert shelton,lana turner,dagboek,film,muziek,bob dylan,james ellroy,goethe,dashiel hammet,james cain,black dahlia,hank williams,goebbels,pop,popcultuur,johnny stampanato,mildred pierce,plezier,lezen,kijken

"To be a poet does not necessarily mean that you have to write words on paper. One of those truck drivers at the motel is a poet. I mean what else does a poet have to do ?" Aldus een provocerende en raadselachtige Bob Dylan tot Robert Shelton (in 1965 of 66). De uitspraak is terug te vinden in Sheltons No Direction Home, verschenen in 1986. Robert Shelton was de journalist die Dylan mee beroemd maakte door als eerste een recensie over hem te schrijven, in The New York Times. 

Het is een meeslepend boek, maar waardoor komt dat? Misschien doordat hij er ongeveer twintig jaar aan heeft gewerkt. Of omdat Dylan in de jaren zestig een bijzonder meeslepend man was. Het is evenzeer een vervelend boek, met belachelijke interpretaties van songs, vrijblijvend en nietszeggend. Ook Hank Williams heeft over 'mockingbirds' gezongen, deelt Shelton ergens mee. Maar dat betekent zeker niet dat Hank Williams een eenvoudig man was, voegt Shelton eraan toe. En wat dan nog? Wie is wel eenvoudig? Goethe misschien? Of Goebbels?

Neen, Robert Shelton heeft niets bijzonders te vertellen en ik al evenmin. Misschien is het door dat niets-te-vertellen-hebben dat ik niets bijzonders aantref bij de anderen? De dagen van verwondering, herkenning, van opgewonden empathie lijken definitief voorbij. Zelfs Dashiel Hammets woorden staan naakt en banaal op de bladzijden. Zonder enige glans of schittering. Alleen een oude zwartwit film als The Postman Always Rings Twice kan mijn aandacht nog vasthouden. Waarschijnlijk door de maagdelijke witte en tegelijk bijzonder sexy jurken van Lana Turner. Mevrouw Turner had in het echte leven problemen met de drank, is zeven keer gehuwd geweest, en was de moeder van Cheryl Crane, die op haar beurt haar mama’s minnaar, de gangster Johnny Stampanato, vermoordde. In een van zijn vele staccato romans heeft ex-alcoholist James Ellroy daar boeiend over geschreven. Vraag me niet meer welk boek, ze lijken allemaal zo op elkaar. Er is overigens weer eens een roman van Ellroy verfilmd, The Black Dahlia.

Maar ik mag toch zeker de nuchtere, stijlvolle boeken van James M. Cain niet vergeten. Zelden heb ik meer plezier beleefd aan lezen, dan toen ik in bed lag met Mildred Pierce. Bovendien is Cain de enige, echte auteur van The Postman Always Rings Twice.

29-08-06

WAAR KOMEN DE JUISTE IDEEEN VANDAAN?


Ik had het met Laura over een lijst die ik wil maken. In Budapest heb ik een boek gekocht over de zogeheten beste films aller tijden. Bekende wereldburgers geven daarin hun mening over hun favoriete film(s). Eveneens zijn er veel lijstjes in opgenomen. Lijstjes, zowat de uitverkoren ‘lectuur’ van onze tijd. Vroeger waren er de patronen voor de vrouwen en sportpagina’s voor de mannen, nu zijn er lijstjes voor iedereen. Een lijst in dat boek sprong me meteen in het oog. Het oog zag er enigszins blauw van, maar dat is nu over. Nu schittert het een beetje, maar het trekt ook wat scheef, van schaamte, want imiteren doe je niet straffeloos. Met een schitterend en scheef oog vertelde ik Laura dat ik ook aan een dergelijk lijstje zit te denken. Wat is de bedoeling? Ik probeer me uit mijn favoriete films de scènes, dialogen, bijzondere momenten, stukjes muziek, close-ups te herinneren en daar een lijst van te maken. Ik heb het boek en het artikel waar ik me door heb laten inspireren hier niet bij de hand. De naam van de auteur (of ster of wat dan ook) zal ik morgen of overmorgen verklappen. Of als de zon nog eens schijnt. Ik ben al zoveel verschuldigd, een verhaal over Lucca, over Budapest, over ziekte en walging op de Canarische Eilanden, en wat niet nog allemaal, dus kan dit er ook nog wel bij. Zoals een bespreking van de nieuwe cd van Bob Dylan. Op het eerste gehoor lijkt het net dezelfde als de vorige. Maar misschien heb ik niet goed geluisterd. Hij zingt wel beter, misschien heeft hij weer iets genomen, Jack Kerouac indachtig.

Ik zei tegen Laura: Karen Black in Five Easy Pieces, mag ik niet vergeten, maar wat was nu weer haar beste scène? En Wanda, hoe heette de regisseuse ook al weer, die ook de hoofdrol speelde, en jong gestorven is, Barbara Loden? Wat sprak me zo aan in haar enige film? De bankoverval, het kopen van de hamburgers, haar onderdanigheid, niet die van Barbara Loden, maar van het personage dat ze vertolkte, Wanda dus? Toevallig is zij, Barbara Loden, op een Amerikaanse postzegel terechtgekomen, niet omdat zij een briljante film had gemaakt, want dat wist niemand, en niemand ligt wakker van briljante films over slaafse vrouwen, neen, toevallig had iemand een foto van haar gemaakt, en zij was fotogeniek, en zo is zij, zonder dat iemand iets over haar wist, beroemd geworden, als postzegelmeisje. Barbara Lodens Wanda hebben weinig mensen gezien. Maar toen ik aan mijn tekst over uitverkoren filmmomenten bezig was – waarvan het einde nog lang niet in zicht is, wellicht wordt het een neverending story – ontdekte ik dat de film nu in Frankrijk op DVD is uitgebracht en dat Isabelle Huppert er lovende uitspraken over heeft gedaan. Leve Isabelle Huppert! Zij komt in veel van mijn filmherinneringen voor. De eerste is aan een scène in Les Valseuses. In het begin van de film hebben Depardieu en Dewaere in een vakantiehuisje aan zee aan haar slipje staan ruiken (zij is dan nog maar veertien). De gemene, maar sympathieke kerels vinden het wel lekker ruiken. Later, na vele avonturen en boevenstreken, lopen zij de ouders en de dochter, eigenares van het slipje, Isabelle Huppert, tegen het lijf. Bijna meteen beslist de tiener haar ouders de rug toe te keren en met de avonturiers ‘on the road’ te gaan. Wat waren we toen allemaal onschuldig. Als we nu zulke films zouden bewieroken zouden we bijna op pedofielen lijken.

Ik zei tegen Laura hoe moeilijk ik het soms vond om me namen van acteurs en actrices te herinneren. Shots, scènes, flarden dialogen, stukjes muziek, decors, landschappen, komen me wel weer voor de geest, maar hoe heten al die mensen? Zoals de vrouw die de hoer speelt in La mama et la putain? Die een lange, dronken en zeer meeslepende dialoog houdt over alles wat in haar hoofd opkomt (en waar de film over gaat)? En klopt het wel dat Warren Oates een lijk opgraaft in Bring Me The Head Of Alfredo Garcia? Ons geheugen laat ons zo vaak in de steek, of wij herinneren ons dingen die helemaal niet overeenstemmen met de werkelijkheid. Wij verbeelden ons films die Ben Hur of El Cid heten, maar de films zelf verschillen bijna volkomen van wat we ons verbeelden. Toch herinner ik me perfect hoe een van tequila dronken Warren Oates dat lijkt opgraaft, hoe zijn kleren nat worden van het zweet en zijn gezicht vuil van het stof en de kerkhofgrond.
Overigens doet Working Man’s Blues 2 van Dylan, dat ik nu op de voorgrond hoor, me sterk denken aan Señor, zijn lied over Sam Peckinpah, de man die Warren Oates berucht heeft gemaakt (want beroemd is deze grote acteur nooit geworden).

Gek dat ik al deze dingen niet neerschrijf als jij er niet bent, zei ik tegen Laura. Hier zit ik dat nu allemaal te vertellen en jij valt er bijna in slaap bij. Misschien moet jij bij me zitten slapen als ik schrijf, jouw slapende ziel zal me dan inspireren. Soms als je slaapt wek je toch ook mijn verlangen op. Ja, zei ze, misschien. Maar nu moet ik toch gaan slapen.

Ik rond mijn filmvertelling hier af. Ome Wim ben ik nog steeds niet en evenmin kan ik 1001 nachten doorgaan met mijn verhaal. Of misschien wel, maar ik zou er mijn hoofd niet mee sparen. Think about that girl I left behind, zingt Dylan nu. Ain’t talking, just walking. Erger is dat ik ook geen ander hoofd kan sparen. En nog erger is dat me dat soms onverschillig laat, dat het mededogen dat zo nodig is om de wereld te redden, mij ontbreekt.

22-08-06

OVER RIO BRAVO VAN HOWARD HAWKS

held,heldin,howard hawks,john wayne,ricky nelson,angie dickinson,dean martin,western,mythes,high noon,rio bravo,vrouwen,dimitri tiomkin,muziek,filmmuziek

Inhoudelijk – en abstract beschouwd – is de film Rio Bravo van Howard Hawks een rechtse reactie tegen Fred Zinnemans High Noon, met Gary Cooper en Grace Kelly. Dat was inderdaad een vrij kritische film, die de Amerikaanse samenleving een aantal vragen voorhield. Zo maakte Zinneman van de held een man met problemen, en ‘erger’ nog: een twijfelaar. Het hoofdthema van Rio Bravo zou je de verlossing kunnen noemen. Een man vecht tegen zijn noodlot, tegen zijn slapheid, zijn aftakeling. Het is een ode aan morele moed, aan inzet en wilskracht. De held van weleer levert een moeilijke strijd met zijn demon, met name alcohol. Uiteraard weet iedereen dat de held - in dit geval Dean Martin, zanger van On An Evening In Roma - als overwinnaar uit die strijd, die eigenlijk een strijd met zichzelf is, tevoorschijn zal komen. Verlossing als zelfoverwinning. 


Hawks toont de menselijke verhoudingen binnen een kleine gemeenschap in een geloofwaardige complexiteit, zonder evenwel het mythische element van de western uit het oog te verliezen.
Typisch voor Howard Hawks is de vrouw als sterke persoonlijkheid, gelijkwaardig aan de mannelijke held. Maar de western is uiteraard een mannenzaak; er waren nu eenmaal weinig vrouwen in het Westen. Het feit dat de heldin, uit realiteitszin, de codes van de mannengemeenschap aanvaardt, doet haar boven de typische held uitstijgen. Ook bij haar gaat het in zekere zin om een zelfoverwinning: ze moet met het verleden in het reine komen. Overigens schittert Angie Dickinson in Rio Bravo. De sheriff (John Wayne), de mannelijke held bij uitstek, staat lijnrecht tegenover Marshall Kane, het hoofdpersonage uit High Noon. Sheriff John T. Chance twijfelt geen seconde aan zijn opdracht, aan de waarden die hij moet verdedigen, aan de morele correctheid van zijn daden. Hij is en blijft wat hij altijd geweest is: de sheriff. Toch moet hij op zijn beurt zichzelf overtreffen, moet hij een bepaalde angst overwinnen, meer bepaald de angst voor de vrouw, die de beschaving, het rustige burgerleven, het anemische compromis belichaamt. John T. Chance moet een 'andere wereld' erkennen.

Net zoals in High Noon speelt ook in Rio Bravo de soundtrack van Dimitri Tiomkin een belangrijke rol. Opvallend is de sequens waarin Dean Martin, Ricky Nelson en Walter Brennan samen zingen (Ricky Nelson begeleidt op de gitaar): op dat moment ontstaat er een lotsverbondenheid, zelfs een soort van onsterfelijkheid, bezegeld door de ontroerde 'vader' John Wayne. Daartegenover staat de Mexicaanse muziek van de vijand, de muziek van de aardse vergankelijkheid, van het andere, van de dood.

 

held,heldin,howard hawks,john wayne,ricky nelson,angie dickinson,dean martin,western,mythes,high noon,rio bravo,vrouwen,dimitri tiomkin,muziek,filmmuziek

03-07-06

LUSTELOOS EN GEIL

coup de torchon,jim thompson,philippe noiret,green on red,lusteloosheid,spleen,geil,the killer inside me,bertrand tavernier,pop,muziek,popcultuur,bonnie prince billy

Je zou kunnen schrijven over het weer. Over de hitte. Over hoe de hitte je loom en lusteloos en geil maakt. Schrijven dat je geen zin hebt om wat dan ook te doen. Geen muziek beluisteren, zelfs niet ‘A Sucker’s Evening’ van Bonnie Prince Billy, dat nochtans goed past bij dit weer, geen films bekijken, zelfs niet ‘Coup de torchon’ van Betrrand Tavernier, die nochtans uitstekend de morele aftakeling laat zien die gepaard gaat met hitte, loomheid, lusteloosheid en geilheid (maar natuurlijk ook met kolonialisme, militarisme, racisme en uitbuiting). Een film die door merg en been gaat, met een Philippe Noiret die zichzelf overtreft – en Isabelle Huppert is altijd mooi meegenomen, zeker in de rol van een ‘onschuldige’ geile teef (om even vrouwonvriendelijk te klinken, maar dat is nu eenmaal haar rol). ‘Coup de torchon’, gebaseerd op een pulpmeesterwerk van Jim Thompson, ‘Pop. 1280’, en zijn ‘The Killer Inside Me’ is nog beter. Green On Red hebben er een van hun elpees naar genoemd. Maar je hebt geen zin om te lezen. Je hebt geen zin om te schrijven. Il n’y a rien à faire. Alleen maar koel water drinken en zeggen dat het leven goed is zoals het is. Neen, vandaag is het niet nodig. Je voegt er niets aan toe.

29-05-06

THUISKOMST II

film,john ford,lied,the searchers,wachten

Dit beeld uit John Fords film 'The Searchers' hoort bij de tekst hieronder (thuiskomst). Een vrouw wacht op de thuiskomst van haar geliefde, een soldaat. Een huisvriend troost haar met een vrolijk lied.

10-04-06

BARBARA LODEN : WANDA

wanda,barbara loden,film,elia kazan,feminisme,low budget,film als drug,laudanum,ether,white lightning,licht,schaduw,cinema,postzegel,canvas

Een van de subliemste films die ik ooit heb gezien is 'Wanda' van Barbara Loden. Ik ben nu te moe om er dieper op in te gaan. Het verhaal ligt op het tipje van mijn tong. Ook de goesting om de context ter sprake te brengen. De verrader Elia Kazan, die meesterwerken als On The Waterfront heeft gemaakt. De vrouw als heldin. De vrouw als misbruikte vod. Het positieve en het negatieve feminisme. De schoonheid van low-budgetfilms. Ik kan me onderdompelen in films zoals een negentiende-eeuwse decadente dichter in ether of in laudanum. Ether en laudanum, en zelfs ‘white lightning’ vind ik alleen maar mooie woorden, geef mij het licht en de schaduw van films, in donkere zalen, tussen de liefhebbers kort bij het doek of met mijn geliefde thuis, op het kleinere scherm. Ik weet dat het geen zin heeft om gewoon maar titels van films of namen van regisseurs op te sommen, maar het is zo moeilijk om eraan te weerstaan.

wanda,barbara loden,film,elia kazan,feminisme,low budget,film als drug,laudanum,ether,white lightning,licht,schaduw,cinema,postzegel,canvas


Overigens heeft Barbara Loden ooit, per ongeluk bijna, op een Amerikaanse postzegel gestaan.


Stuur eens een briefje naar Canvas, en vraag gewoon: 'Wanda', van Barbara Loden. Je weet niet welk avontuur je te wachten staat.

26-03-06

ANNA MAGNANI, MARLON BRANDO: THE FUGITIVE KIND

film,anna magnani,marlon brando,tennessee williams,david lynch,joanne woodward,depressie,scott walker,orpheus,sydney lumet

Een film waar ik vaak aan terugdenk is ‘The Fugitive Kind’, van Sydney Lumet, met Marlon Brando, Anna Magnani en Joanne Woodward. Het is een bewerking van ‘Orpheus Descending’, een toneelstuk van Tennessee Williams. Het lied ‘Blanket Roll Blues’ dat in de film voorkomt werd later gecoverd door Scott Walker, op ‘Climate Of Hunter’.

‘The Fugitive Kind’ is het verhaal van een gitarist-zwerver uit New Orleans die zijn leven in de marge vaarwel zegt en toevallig in een klein stadje in de staat Mississippi terechtkomt, waar de sfeer typisch Tennesse Williams-broeierig, neen, schroeiend heet is. De diepere laag is meteen zichtbaar: Orpheus daalt af naar Hades, op zoek naar Euridyke. Marlon Brando draagt een slangenleren jekker, zoals het Orpheus betaamt, een jasje dat later weer opduikt in Wild At Heart van David Lynch (om de schouders van Nicholas Cage). De lier verving Sydney Lumet (of Tennessee Williams) door een gitaar. Er wordt prachtig geacteerd in de film, vooral door Anna Magnani en Joanne Woodward. Marlon Brando vertelt in zijn autobiografie, ‘Songs My Mother Taught Me’, dat Tennessee Williams in die periode aanvallen van depressie bestreed met allerlei pillen en alcohol. Wat Brando onthult over de twaalf jaar oudere Anna Magnani is lichtjes beledigend maar vooral grappig. Ik kan het niet navertellen. Het verhaal staat op pagina 262 van de autobiografie en eindigt met Marlon Brando die, om aan La Magnani’s omhelzing te ontsnappen, haar zo hard als hij kan in de neus knijpt, alsof hij een citroen uitperst. Desondanks een indrukwekkende film.

 

film,anna magnani,marlon brando,tennessee williams,david lynch,joanne woodward,depressie,scott walker,orpheus,sydney lumet

20-03-06

TAROT / RUDOLF THOME


‘Tarot’ van Rudolf Thome, met Hans Zisschler, Rüdiger Vogler, Vera Tchechova en Katharina Bohm. Opnieuw intens genoten van deze trage, volwassen film, die gebaseerd is op 'Die Wahlverwandschaften' van Goethe, maar ik geloof dat het tarot-element wel nieuw was. Films als deze zijn parels : geen auto-achtervolgingen, geen geweld, niets van dat spectaculaire dat ons de laatste jaren zo vaak pijn aan de ogen doet, of over de grond laat rollen van het lachen (maar niet lang). Gewone mensen die met elkaar proberen te leven en te werken en daar maar heel moeilijk of helemaal niet in slagen. Het noodlot, de tragedie, het onherroepelijke - hoe dat alles moet worden aanvaard. Het is duidelijk dat zo'n prachtig huis - waar deze mensen in wonen - niet voldoende is om gelukkig of zelfs maar tevreden te zijn. Je moet er kunnen in leven.

Het thema van de werkloze schrijver komt in Tarot aan bod, maar het bestond ook reeds in Goethe's versie uit 1809 : "In geen van die betrekkingen past hij. Hij kan er niets werkelijks doen; hij moet zich opofferen, zijn tijd, zijn overtuigingen, zijn manier van leven, en dat is hem onmogelijk."

OFFICER PULASKI

 

chris penn,eddie pulaski,fuck,doodsbrief,dood,officer pulaski,familie,games

Mijn halfbroer, Eddie Pulaski


"Carl Johnson: Any last requests?
Officer Eddie Pulaski: Yeah... can I fuck your sister?
Carl Johnson: You an asshole to the end. Punk motherfucker.
[kills Pulaski]"

Dit is een stukje dialoog uit een videogame ‘Grand Theft Auto: San Andreas’. Ik weet hoegenaamd niets over videogames. Gelukkig is er imdb.com. Daar heb ik gevonden dat de stem van Officer Pulaski ontleend is aan de onlangs overleden acteur Chris Penn. Ik had dus eigenlijk naar zijn begrafenis moeten gaan, maar ik heb geen doodsbrief gekregen.


Trivia:

  • Pulaski is voiced by Chris Penn.
  • It's not a coincidence that Eddie Pulaski looks a lot like his Voice Actor
  • Pulaski drives a white colored Buffalo in which the license plate says "PULASKI".

15-03-06

DE GEBROKEN HANDEN VAN DE GITARIST

terrence malick,film,segovia,gitarist,zelfmoord,peter biskind,improviseren,angst,madrid,phil spector

Andres Segovia

Als ik wat gitaar zit te spelen of, tijdens zeldzame momenten, zeldzamer dan het aantal keren dat wij de volle maan aanschouwen, wat improviserend zit te ‘zingen’, gebeurt het wel eens dat ik door een onbepaalde, bijna dierlijke – en waarschijnlijk onnodige - angst gedwongen word op te houden, zo al niet met gitaarspelen, dan toch zeker met zingen, als Laura toevallig de kamer binnenkomt.

Terrence Malicks broer heeft zijn eigen handen gebroken. Hij was een leerling van de gitarist Andres Segovia, zeer waarschijnlijk had hij nogal wat talent, maar hij vond zijn gitaarspel toch niet goed genoeg. Een perfectionist, die uiteindelijk zelfmoord pleegde. Zijn broer de regisseur is overigens ook een soort van perfectionist; hij maakte in meer dan dertig jaar tijd slechts vier films: Badlands (1973), Days of Heaven (1978), The Thin Red Line (1998) en nu The New World (onder meer over Pocahontas).

Het verhaal over Terence Malick’s broer wordt uitgebreid verteld in ‘Easy Riders, Raging Bulls’ van Peter Biskind. Dat is een uitstekend en erg meeslepend boek over een aantal belangrijke Amerikaanse regisseurs die hun hoogtepunt kenden in de jaren ‘zeventig: Bogdanovich, Scorsese, Coppola, Ashby, Friedkin, Rafelson, Lucas, Spielberg, Hopper. Ik las het boek enkele jaren geleden in een hotel in Madrid. Ons hotel, op de Gran Via, was ingepakt in immense reclame-affiches voor Todo sobre mi madre.

Ik las ergens dat Segovia goed bevriend was met onze koningin Elizabeth en met Prins Chigi van Siena.

En nu luister ik naar ‘A Love Like Yours’ van Ike & Tina Turner, geproduceerd door Phil Spector. Mijn nacht kan niet meer stuk.

EEN SALUUT VOOR CHRIS PENN


chris penn 2

Op dit ogenblik luister ik naar ‘Two Of Us’, het lied van the Beatles uit Let It Be, maar nu in een mooie, gevoelige uitvoering door Michael Penn en Aimee Mann. Ik doe dat omdat ik me een beetje schaam. Ik ben namelijk niet meer op de hoogte van wat er in de wereld gebeurt. En ik ken mijn doden niet meer. Gisteren las ik in een tijdschrift dat de acteur Chris Penn al dood is sinds januari. Ik vond Chris Penn een heel degelijke acteur, zijn verschijning op het scherm deed mij altijd iets, ook al waren het vaak ‘mindere’ rollen die hij speelde. Zijn beste acteerwerk zal wel voor Robert Altman geweest zijn in ‘Short Cuts’, als de geflipte Jerry Kaiser, echtgenoot van een vrouw die aan telefoonseks doet als kostwinning. Als ik die titel schrijf zie ik Chris Penn meteen voor me, zijn ingehouden razernij, die onvermijdelijk zal losbarsten. Wanneer? Zeker voor het einde van de film. Natuurlijk was Chris Penn ook groots als Nice Guy Eddie in Quentin Tarantino’s ‘Reservoir Dogs’.

Nu zijn er nog zijn broers Michael (de zanger en componist, die ik hierboven al noemde) en Sean, een van de grootste acteurs van zijn generatie. Kennelijk was Chris het zorgenkind: teveel drank en drugs, teveel ongezond eten, teveel leven. En nu dood, al sinds januari. Een overlijden dat niet echt is opgevallen. Wij waren hem al een beetje vergeten, good old Chris Penn.

Beeld uit Reservoir Dogs, Chris Penn zit naast Harvey Keitel.

14-03-06

WET EN ORDE


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 





Nog meer over het Amerika van de geest. ‘The Man Who Shot Liberty Valance’, een van de hoogtepunten in het oeuvre van John Ford, gaat over de introductie van wet (of gezag) en orde in het Westen. Hoe de het wilde land waar de wet van de sterkste heerst een snelle transformatie ondergaat en onderdeel wordt van de grote democratische republiek, waar het volk het voor het zeggen heeft en niet alleen maar de 'grote heren' beslissen. Of met andere woorden, onderdeel wordt van 'the American Dream' die nooit werd verwezenlijkt: de staat waar iedereen gelijk is. Maar ‘The Man Who Shot Liberty Valence’ is nog veel meer dan dat verhaal. Achter en onder de wetboeken en het recht blijft het geweld zijn gang gaan. 'Law and order' is alleen maar mogelijk dankzij naamloze revolverhelden die er niet voor terugschrikken de 'slechten' uit te roeien. De echte held van de film is niet Ransom Stoddard (James Stewart) maar Tom Daniphon (John Wayne), de man die Liberty Valance, vanuit een donkere hoek over Stoddards schouder, neerschiet. The Man Who Shot Liberty Valance is eveneens een meditatie over legende en waarheid, meer bepaald over de voorkeur die gegeven wordt aan de legende boven de waarheid. Ransom Stoddard wint alleen maar het respect van het grote publiek door iets wat hij niet heeft gedaan.

"Het grootste genoegen van dit leven is het ijdele plezier dat de illusie ons schenkt", schrijft Giacomo Leopardi. "Zonder illusies zou het leven armzalig en barbaars zijn."

OPENING NIGHT (JOHN CASSAVETES)

film,john cassavetes,gena rowlands,ben gazzara,alcoholisme,acteren

 

film,john cassavetes,gena rowlands,ben gazzara,alcoholisme,acteren

Opening Night van John Cassavetes, met Gena Rowlands, Ben Gazzara en Cassavetes zelf. Een van de spannendste films die ik ooit heb gezien. Over een diva in haar overgangsjaren die de hoofdrol speelt in een stuk over een ouderwordende gedesillusioneerde vrouw. Er zijn tientallen liters whisky voor nodig om haar op de scène te krijgen voor de Opening Night op Broadway. Maar ook voor de try outs gaat het moeilijk. De vraag is altijd of ze op de scène zal blijven tot ze weer af mag. En wat zal ze zeggen? En zal ze niet omver vallen ? Dat maakt het even spannend als een thriller, alleen minder clichématig. Er wordt uitzonderlijk goed in geacteerd. Er is geen hoop in het stuk, zegt Myrtle (Gena Rowlands), maar dat geldt niet voor de film, want die zit vol hoop, niet letterlijk en niet in de christelijke betekenis van 'geloof, hoop en liefde', maar in de zin van een kunstwerk dat geslaagd is, wellicht omdat het over mislukken gaat, en het plezier dat dat opwekt bij de kijker (die zijn passiviteit kan omzetten in woorden of andere levenstekens).

08-03-06

OP WEG NAAR HET EINDE

 

bunuel,film,foto,ziek,bourgeoisie,einde

Ziek en enigszins werkonbekwaam zijnde (hoesten, scheelzien, onbruikbare linkerarm) plaats ik hier dan maar een foto. Het is de weg naar het einde van de bourgeois, waar Buñuel's film over die magnifieke klasse mee eindigt. Als laatste de altijd innemend charmante Bulle Ogier.

05-03-06

LUIS BUÑUEL : LE CHARME DISCRET DE LA BOURGEOISIE


charme


Het was al een hele tijd geleden dat ik 'Le charme discret de la Bourgeoisie' voor het eerst gezien heb. In mijn herinnering leefde de film voort als een van de minder geslaagde werken van Buñuel. Ik weet niet hoe ik mij zo heb kunnen vergissen. Of is er iets mis met mijn geheugen? 'Le charme discret' is verbluffend. Ik zeg het niet graag maar het is nu eenmaal zo: het is een geniale film, en Buñuel is een genie. Ik ken niet één hedendaagse schrijver die geniaal is, die geniaal is in de betekenis die ik aan deze term geef. De betekenis van de term kan afgeleid worden uit de propositie: Buñuel is een genie. Je moet dus wel empirisch te werk gaan om erachter te komen wat ik hiermee bedoel.
Het volstaat om ten minste één derde van zijn films elk een drietal keer te zien om te weten wat een genie is.

Buñuel is een dromer. Maar is elke dromer een genie? Natuurlijk niet. Overigens zijn genieën vaak niets anders dan idolen. En zelfs valse idolen. Genieën zijn bijna zonder uitzondering dichters. Shakespeare, Blake, Nietzsche en Baudelaire waren genieën: wie kan dit ontkennen? Allen waren zij (ook) dichters.

'Charme discret de la bourgeoisie' is op alle niveaus subliem. Neem nu alleen nog maar de geluidsband. Het lawaai van vliegtuigen, treinen, enz. als taaluiting. Op een gegeven moment moet de minister van Binnenlandse Zaken (Michel Piccoli) een bevel tot invrijheidstelling van de ambassadeur van Miranda - een fictieve Zuid-Amerikaanse bananenrepubliek - en zijn handlangers verklaren. Je hoort dan het geraas van een vliegtuig. Op het politiebureau ontvangt de commissaris deze boodschap en decodeert ze, d.w.z. hij vertaalt ze in het geratel van schrijfmachines en geeft ze in die vorm door aan zijn ondergeschikten. Zo wordt het abstracte van de technocratische samenleving (van toen, maar ook van nu) tot een aantal essentialia herleid. Metaforen van de vervreemding. Of het acteerwerk, met als uitschieter misschien toch wel Bulle Ogier als de neurotische jonge bourgeoise, het charmante buitenbeentje. Via de indirecte rede spuwt Buñuel zijn gal op degenen die altijd ijverig op zoek gaan naar symbolen en die ook altijd overal vinden. Vooral het personage van Bulle Ogier zit wat dat betreft heel goed. Op een bepaald moment heeft men het in de groep over de vrouwenbeweging. Ogier haakt hier meteen op in om af te rekenen met de idiote symbolen van het fascisme, de vrouwenbewing, het communisme en de vrede. Toch zal het zoeken naar symbolen blijven doorgaan. In verband met 'Un chien Andalou' (1929) zei Buñuel reeds: "Niets in deze film staat als symbool voor iets".

De bananenrepubliek Miranda, waarvan Don Raphaël de ambassadeur is, bestaat niet werkelijk? Toch wel: het is een dorp (of stadje) in Castillië, Spanje. Buñuel is er geboren en opgegroeid. Symboliek in de ruime betekenis (denk aan Lacans psychoanalytische taaltheorie) is in deze film natuurlijk wel aan het werk. Het is bijvoorbeeld geen toeval dat het fictieve land Miranda heet, net zoals het geen toeval kan zijn dat de ambassadeur van dat land ook nog een cocaïnesmokkelaar is. Zou het een toeval zijn dat hij een aantal trekken gemeenschappelijk heeft met de auteur? Zei ik: met de auteur? Eigenlijk bedoelde ik: met een aantal van zijn creaties, met name Don Lope (Tristana), Rabour (Journal d'une femme de chambre), Don Jaime (Viridiana), enzovoorts.

Wie kan er overigens een bepaalde klasse, de bourgeoisie dus, op zulke treffende wijze tot haar ware proporties herleiden als Buñuel dat doet? In het licht van de geschiedenis en van de natuur is het belang van die klasse bijzonder klein. Kijk hoe dat groepje mannen en vrouwen daar loopt over die landweg, wie weet waarheen. Ze lachen wel een beetje, maar hoe lang nog? Op die weg zijn zij er niet veel beter aan toe dan insecten. Met die 'gezonde wandeling' wordt 'Charme discret de la bourgeoisie" afgesloten.