01-10-07

WANDELEND OVER PÈRE LACHAISE

pere lachaise,kerhof,roem,dood,parijs,documentaire,bob dylan,vele anderen,planet waves,bertrand,patrice chereau,modigliani,maria callas,faust,truffaut,chopin,goethe,melies,jim morrison,henri-georges clouzot,andre bazin,simone signoret,vera clouzot,yves montand,marilyn monroe,stephane heuet,jeanne hebuterne,proust,rimbaud,tbc,allen ginsberg,hugo,heddy honigman

Véra Clouzot, in Le salaire de la peur.


Het graf van Jim Morrison komt niet in beeld, alleen pijltjes en het woord Jim. Break on through to the other side, yeah. We chased our pleasures there. 

Het graf van Amedeo Modigliani. ‘Schilder en Jood’, zo stelde hij zichzelf voor.  “In Nice verkocht Modigliani enige werken aan rijke toeristen, maar slechts voor enkele francs per stuk. Het geld dat hij had, verdween overigens toch gauw richting drugs en alcohol.” Op 35-jarige leeftijd stierf de kunstenaar (24 janurari 1920), zijn vriendin Jeanne Hébuterne pleegde twee dagen later zelfmoord. Zij “werd begraven in het Cimetière de Bagneux, bij Parijs. Pas in 1930 mocht zij van haar verbitterde familie rusten naast Modigliani en werd zij herbegraven.” Modigliani schilderde radieuze vrouwenportretten; zachte gebogen lijnen van hun hoofd, ogen en lichaam; warme, sensuele kleuren.

Stephane Heuet legt, met een teder gebaar bloemen op het eenvoudige zwart marmeren graf van Marcel Proust. Heuet, een vriendelijke, bescheiden man, “werkte zeven jaar als marinier, voordat hij besloot zijn loopbaan een artistieke draai te geven. Gefascineerd door het werk van Marcel Proust besloot hij diens werk in stripformaat uit te brengen.” In 1998 verscheen 'A la Recherche du Temps Perdu’. Ik weet nu eindelijk hoe een ‘madeleine’ eruitziet. Ik dacht dat het van die langwerpige cakejes waren, maar ze hebben eigenlijk een schelpvorm.

De graven van Yves Montand en Simone Signoret. Montand zingt ‘Le temps des cérises’, a capella. Twee blinden lopen over straat, hun witte stokken als voelsprieten de straatstenen aftastend. Wat later zitten ze in het gezelschap van een blinde vrouw in een woonkamer te kijken naar ‘Diabolique’ met Simone Signoret en Vera Clouzot. Wat zien de drie blinden? Ze zien wat ze horen. Ze geven commentaar. Vertellen elkaar wat ze zien. Lachen met tragische gebeurtenissen. Maar het is lachen tegen beter weten in. “Met het klimmen der jaren tartte Signoret de conventies door haar uiterlijk te verwaarlozen. Ze bleef stevig whisky drinken, afslanken interesseerde haar niet, haar fotogenieke gezicht zwol op.” Yves Montand had een korte, heftige relatie met Marilyn Monroe. “Haar psychische problemen, deels geërfd van haar moeder, verergerden door haar chronische medicijngebruik.” Toch ligt Marilyn Monroe niet op Père Lachaise begraven. Of misschien toch wel, in het hart van Yves Montand. In het hart van vele vereerders. Vergeet toch ook maar niet ‘La chair de l’orchidée’ van Patrice Chéreau. Waanzin ligt altijd op de loer. “Je est un autre.” Bijna een reclameslogan. "Tant pis pour le bois qui se trouve violon." Maar nee, niet afgedwaald, Rimbaud bevindt zich elders.

Een jonge Japanse studeert piano in Parijs. Ze speelt Chopin. Lange stilte voor ze het stuk aanvat, als om de ziel van Fryderyk Franciszek op te roepen. Lang geleden stonden wij voor het graf van Chopin. Mijn geliefde kreeg een hoestbui. Ik hoopte oprecht dat het geen tbc was. Nee, de liefde is sterker dan de dood.

Maria Callas, zang geworden liefde, heftig klinkende schoonheid, vuur opgerakeld uit de ziel. Zag je haar ogen een andere wereld ingaan als ze die aria uit Tosca zong, was het Vissi d’arte? Ik ben niet zo goed in opera. Mijn leven speelt zich in de cinema af. En woorden geven mijn maat aan, zonder dirigeerstokje. Woorden, woorden, woorden… “Es gibt ein Glück, allein, wir kennen’s nicht; / Wir kennen’s wohl und wissen’s nicht zu schätzen.”

Georges Méliès heeft samen met de gebroeders Lumière de cinema uitgevonden en hele stukken van dit zelf, dat zichzelf niet kan definiëren, tenzij verwijzend naar hoofdstukken en shots en flarden dialogen. Je zag de geest van Méliès voortleven in een van zijn geestige trucages. Ik denk nu onwillekeurig aan 'La chambre verte' van Truffaut. Ook veel te jong gestorven, die beminnelijke man, die van de vrouwen hield. Zijn graf bevindt zich, zoals dat van Rimbaud en zoals het ware leven, elders.

De gids Bertrand heeft leren lezen van de opschriften op de zerken van Père Lachaise. Hij toont ons het graf van de dichteres Lisa Mercoeur, gestorven op 24-jarige leeftijd. Haar moeder heeft het grafmonument laten ‘versieren’ met gedichten van de dochter. Zelfs in steen gebeitelde woorden wist de tijd genadeloos uit. Tijd, de genadeloze rode lijn die door onze levens loopt. “Time is an ocean but it ends on the shore.”

Lang is het geleden dat wij over Père Lachaise wandelden. Zonder plannetje zochten we het kennelijk monumentale graf van Victor Hugo, maar zonder resultaat. Als kind was ‘De ellendigen’ een van mijn favoriete boeken. Ik heb er nooit een verfilming of televisieserie van willen zien: op de middelbare school werd mijn liefde voor Victor Hugo kapot gemaakt. Toch denk ik nu soms nog dat ik een personage uit 'Les misérables' ben.'We zochten dat graf omdat het vermeld wordt in een hoestekst van Bob Dylan, zo dacht ik. Planet Waves, het lijkt bijna de titel voor een dichtbundel van Allen Ginsberg. Alles is verweven. Holy, holy! Maar het geheugen bedriegt: Dylan verwees naar het huis van Hugo. Maar huis of graf, is er veel verschil? Overal zwierven er rode katten tussen de graven. Ik vatte het plan op om een roman te schrijven over het leven van deze merkwaardige dieren. Ze zouden de zielen van een aantal Père Lachaise-bewoners gaan incarneren in de woorden die ik nog altijd moet schrijven. Ik geef het geheim hier prijs en daar laat ik het bij. Er zijn nog veel meer doden, maar die laat ik aan anderen over.

Deze impressies zijn gebaseerd op de documentaire ‘Forever’ van Heddy Honigmann.

16-09-07

BEELDEN VAN LEVENDEN EN DODEN



marie et julien


Vorige week zag ik, toevallig of niet, twee films over de relatie tussen de levenden en de doden. Hoe de doden terugkomen, niet als spoken of geesten, maar als reële, tastbare wezens. Geïncarneerde zielen. Solaris van Steven Soderbergh - geen meesterwerk, maar wel een uitstekende film – is een remake van de film van Andrei Tarkovski. Het verhaal is gesitueerd aan boord van een ruimtestation in de nabijheid van de ‘intelligente’ planeet Solaris. Het science-fiction element is zeer ondergeschikte aan de menselijke gevoelens en emoties, met name die van het hoofdpersonage, een psychiater die een rouwproces beleeft. In het ruimtestation ziet hij zijn overleden vrouw terug en voelt hij opnieuw zijn innige liefde. De film verwijst ongetwijfeld naar de mythe van Orpheus en Eurydice. Je kunt de teruggekeerde doden zien als zeer levendige aanwezigheden in de verbeelding van de levenden. Wellicht zijn ze verdrongen naar het onbewuste maar komen ze door een bepaalde gebeurtenis weer aan de oppervlakte. De planeet Solaris is dan een metafoor voor de kracht die het verdrongene weer naar boven haalt. Een rode draad doorheen de film is het schitterende gedicht van Dylan Thomas, And Death Shall Have No Dominion. Het gedicht is ook de afscheidsbrief van de geliefde vrouw.

 

Jacques Rivette, die volgend jaar 80 wordt, staat sinds de jaren zestig bekend voor zijn eigenzinnige, geheimzinnige, soms zeer lange films. Hij is samen met François Truffaut, Jean-Luc Godard en Eric Rohmer een van de grondleggers van de Franse nouvelle vague en van de auteurscinema. Zijn film Out 1 heb ik in een ingekorte versie gezien, de originele film duurt ongeveer 13 uur. Zijn mooiste werken vind ik Céline et Julie vont en bateau (met de jong overleden Juliet Berto in een van de hoofdrollen) en La Belle Noiseuse (bijna vier uur lang Emmanuelle Béart naakt als schildersmodel voor Michel Piccoli). Een paar dagen geleden zag ik Rivette’s Histoire de Marie et Julien, alweer een mysterieuze film over levenden en doden die elkaar ontmoeten. Emmanuelle Béart is eens te meer prachtig, niet alleen als vrouw maar zeker ook als actrice, in de rol van Marie, een raadselachtige verschijning die kennelijk is teruggekeerd uit het rijk van de dood. Zij beleeft een intense liefdesrelatie met de klokkenmaker en afperser Julien. Dat zij wel degelijk dood is blijkt onder meer uit het feit dat zij niet bloedt als zij zich verwondt. Bovendien spreekt zij soms een vreemde, onmenselijke taal. Op een keer als Marie de liefde bedrijft met Julien komen er zinnen uit haar mond die ik meteen herkende als fragmenten uit Kleists Penthesilea. Ik heb dat stuk - over de onmogelijke, letterlijk verscheurende liefde van Achilles en Penthesilea, de koningin van de Amazones - vaak gelezen en meermaals in opvoeringen gezien. Er bestaat een mooie vertaling van de hand van Gerrit Komrij van het stuk.

De poes van Julien heet dan weer Nevermore, het woord dat de raaf telkens opnieuw uitspreekt in het beroemde gedicht van Edgar Allen Poe. De verteller in dat epische gedicht treurt om de dood van degene die de engelen Lenore noemen. Tegen de raaf zegt hij naar aanleiding van het woord ‘nevermore’:

“Be that word our sign of parting, bird or fiend!”

I shrieked, upstarting –

“Get thee back into the tempest and the Night’s Plutonian shore!”

De levende Julien snijdt zich in de vinger en bloedt, hij herstelt klokken, hoe groter hoe ouder, zegt hij, en perst onmogelijk veel geld af van Madame X. Madame X heeft eveneens een relatie met een dode, maar dat is weer een ander verhaal… Of toch niet?

Neem van mij aan dat je van Histoire de Marie et Julien nooit genoeg kunt krijgen. Dat is zo met alle raadsels, mysteries en mythes. Jacques Rivette was 75 toen hij deze film beëindigde. Wat moet het voldoening schenken om op zo'n hoge leeftijd nog zulke prachtige films te kunnen maken, en met een actrice als Emmanuelle Béart te kunnen samenwerken.

Afbeelding uit Histoire de Marie et Julien.

09-09-07

IL DESERTO ROSSO


antonioni 2


"GIULIANA Ik kan geen beslissing nemen... omdat ik geen alleenstaande vrouw ben... hoewel ik... soms... gescheiden ben... nee, niet van mijn man, de lichamen... zijn... gescheiden. Als u me slaat doet dat u geen pijn... hè? Wat zei ik net? O ja... Ik ben ziek geweest, ja... maar ik mag er niet aan denken, dat wil zeggen, ik moet denken dat alles wat me overkomen is... dat is het... het spijt me... Neem me niet kwalijk."

Michelangelo Antonioni, Il Deserto Rosso

Beeld: een foto van mijn exemplaar van de vertaling van drie scenario's van Michelangelo Antonioni, uitgegeven bij Bruna in 1970. De omslagillustratie is van de onovertroffen Dick Bruna.

01-08-07

DE FABRIEK VAN MICHELANGELO ANTONIONI


deserto rosso 2



De rode woestijn van Michelangelo Antonioni. Alles was woestijn voor de grote kunstenaar. Woestijn, lege ruimte, labyrint, elke uitgesproken zin een raadsel, elke gedachte een mysterie. Michelangelo Antonioni, de meest literaire van alle filmregisseurs, zonder ooit in het gepraat of de schone letteren te vervallen. Laat zijn films raadsels blijven. Ik zal deze nacht sprakeloos door de straten van Deserto Rosso lopen, of op een klein eiland verdwalen. Laat de dwaze druktemakers maar naar me zoeken. In de buurt van Zabriskie Point zal ik de liefde bedrijven met drie of vier jonge Amerikaanse vrouwen. Daarna blaas ik een huis op van een of andere kapitalist. Be careful with that axe, Eugene! Of ik noem mezelf Arthur Rimbaud, word reporter en spreek alleen nog maar in klinkers. Ik speel bij de Yardbirds en sla mijn gitaar stuk. David Hemmings loopt met een stuk ervan de swingende Londense avond in. De nacht valt. Ik schrijf een boek over de nacht die valt. Het is een kroniek van een liefde. Of van een uitgestelde zelfmoord. Er wordt nog altijd naar me gezocht. Ik heb een zijden sjaal op mijn hoofd. In Barcelona zoek ik zelf mijn weg in het Park Guëll. Ik word achtervolgd. Na een fotosessie bedrijf ik de liefde met Verushka, het mooiste fotomodel in 1966. Of was dat Donyale Luna? Nee, dat kan niet, dat was in een andere film van een andere Italiaanse regisseur. En in 1950 was de ster Lucia Bosé. Over haar heb ik al geschreven, nog niet zo lang geleden. Over het labyrint, echter, heb ik het alle dagen. Het verloren lopen, hoofd in de wolken, ver weg van fabrieken en de waanzin van banale verlangens.

Michelangelo Antonioni, alleen zijn naam al was een gedicht. De leegte van zijn werk benadert de drukte van Shakespeares drama’s. Tegengesteld en verwant. De leegte die je achteraf vult met woorden, met namen. Het jonge meisje Jane Birkin. De vrouw der vrouwen Monica Vitti. Michelangelo Antonioni en Monica Vitti. De weg van alle vlees. Het woord is vlees geworden en heeft onder ons geleefd, gewerkt, gemaakt. Ik zwijg nu en ga de nacht in, een reporter zonder letters, zonder iets, zonder niets.

Foto: Monica Vitti in Deserto Rosso.

31-07-07

ZOMER ZONDER INGMAR BERGMAN


zomer met monika 3



Ik zeg in stilte een ongelovig gebed op voor Ingmar Bergman, een van de weinige leermeesters die ik echt heb gehad en erkend, ook al ben ik geen regisseur geworden, wat nochtans mijn roeping was. Allerlei hindernissen hebben mij belet te worden wat ik moest worden. Maar dat is bijkomstig. Stilte is nu de hoofdzaak. De man van de Laterna Magica is overleden. De regisseur van Mijn zomer met Monika, van Persona, van De stilte. Al zijn werken zijn zwijgzame en levendige monumenten die zich hoog verheffen boven het kabaal van het gespuis, boven het helse lawaai van Hollywood en would-be Hollywood (alle pretparken ter wereld). In zijn beelden is geen beeld teveel, in zijn dialogen, geen woord teveel. Bergmans blik door de camera is de blik van de mens bij uitstek. Het is de blik van de denkende mens, met morele en existentiële problemen. Alle films van Ingmar Bergman tonen de schraalheid van de wereld zonder een god. Zoals in de gedichten van Hölderlin hebben in de wereld van Bergman de goden definitief afscheid van ons, mensen, genomen.
En hoe moet het nu verder? Met veel vallen en weinig opstaan, met veel kreten en gefluister, met wreedheid en onderwerping, met onschuld die wordt geofferd aan niemand in het bijzonder, met oorlog, met stilte en schaamte, met schuld zonder zin, met een weddenschap met de dood. Met teloorgang en verlies. Met compassie en liefde.

“Iedereen neukte, ik was de enige die masturbeerde, bleek was, zweette, zwarte wallen onder mijn ogen en concentratieproblemen had. Bovendien was ik mager, liet ik mijn hoofd hangen, was prikkelbaar, voortdurend woedend, maakte overal ruzie, schold en schreeuwde, kreeg slechte cijfers en oorvijgen. De bioscoop en het derde zijbalkon van Dramaten waren mijn enige toevlucht.”
Ingmar Bergman, Laterna Magica

Ingmar Bergman werd 89, trouwde vijf keer en had negen kinderen.

13-07-07

LABYRINT EN FILM


annee derniere a marienbad

“In geen enkele film is de doolhof die gevormd wordt door bewustzijn en herinneringen zo krachtig in beeld gebracht en geanalyseerd als in dit meesterwerk” lees ik in een filmencyclopedie over ‘L’année dernière à Marienbad’ van Alain Resnais. Het scenario voor de film was van Alain Robbe-Grillet, de godfather van de nouveau roman. Als basis gebruikte Robbe-Grillet Adolfo Bioy Casares’ roman ‘De uitvinding van Morel’, een van mijn uitverkoren boeken. Het is een roman waarin weinig gebeurt en geen echt verhaal wordt verteld. Bioy Casares was overigens een goede vriend van Jorge Luis Borges, de bedenker van honderden labyrinten.

De uitspraak uit de encyclopedie, die geheel terecht is, heeft me aan het denken gezet – over doolhoven of labyrinten. Een drietal dagen geleden gebruikte ik de metaforen ‘wespennest’ en ‘labyrint’ om mijn weblog mee aan te duiden. Aangezien ‘L’année dernière à Marienbad’ een van mijn tien favoriete films is en bovendien de enige die ik zelf heb geprojecteerd tijdens mijn zeer korte carrière als filmoperator in de bioscoop, kan dat geen toeval zijn. Voor een deel is mijn wereldbeeld gevormd door die film, en uiteraard door nog heel wat andere films. Mijn wereldbeeld is labyrintisch omdat veel van die films, niet alleen ‘L’année dernière à Marienbad’, labyrintisch zijn.

Het aantal meesterwerken waarin de protagonisten ronddwalen in letterlijke of figuurlijke doolhoven kan ik niet op tien vingers tellen. Toch zal ik me, omdat ik het niet kan laten, aan een korte opsomming wagen:
‘The Shining’ van Stanley Kubrick bevat zowel het innerlijke labyrint van de schrijver als het uiterlijke labyrint in de tuin, en het huis waar de schrijver gek in wordt is ook een labyrint; ‘Satyricon’ van Fellini is een afdaling in het labyrint van de onderwereld; ‘Barbarella’ van Roger Vadim toont de toeschouwer een labyrint vanuit de hoogte gezien, met Barbarella op de rug van een Engel; 'Zabriskie Point' van Antonioni is een trip door en boven een labyrint in Death Valley, waar zich tevens de ‘absolute’ liefde voltrekt; in 'L’avventura', ook van Antonioni, verdwijnt Monica Vitti op een eiland dat een waar labyrint is; in 'Rear Window' van Hitchcok is het gebouw met de vele kamers aan de overkant het labyrint, samen met James Stewart krijgt de toeschouwer een idee van wat zich in die kamers afspeelt; in 'The Searchers' van John Ford worden sneeuwlandschappen, de woestijn en vooral Monument Valley als labyrinten voorgesteld; in 'Der Engel über Berlin' van Wim Wenders wordt Berlijn een labyrint genoemd, “waar je ook gaat, je stuit altijd op de Muur” zegt Curt Bois in deze film uit 1987, maar ook nu de muur al lang is afgebroken stuit je er nog op; Hitchcocks 'Vertigo' is een spiraal, maar een spiraal is in zekere zin ook een labyrint. Hier beëindig ik mijn opsomming, want is niet elke film een labyrint?
Of zoals Anton Haakman schrijft in ‘Achter de spiegel’: “Een doolhof van optische illusies, dat is natuurlijk een uitstekende aanleiding voor het illusionistische medium film om zichzelf te kijk te zetten – en dat is uiteindelijk het enige waartoe ieder medium tot in de perfectie in staat is.”

Volgens de verteller in Borges’ ‘De twee koningen en de twee labyrinten’ is het bouwen van een labyrint waarin zij die er binnengaan verdwalen een onbeschaamdheid “omdat de verwarring en het wonder onder de bedrijvigheden vallen van een God en niet van de mensen.”

De foto hierboven komt uit de film 'L'année dernière à Marienbad'. Merkwaardig is dat de menselijke figuren een schaduw werpen maar de bomen niet.

31-05-07

IN MEMORIAM JEAN-CLAUDE BRIALY


 


Jean-Claude Brialy is gisteren overleden. De Franse acteur was- toch zeker in België - een beetje vergeten. Nochtans was hij een uitstekend acteur en speelde hij in tientallen klassiekers. Ik vind hem het beste in Le genou de Claire, als de vijfendertigjarige diplomaat Jerome, die een niet te stillen verlangen koestert om de knie van het tienermeisje Claire toch eens een keer aan te raken. Een briljante film van Eric Rohmer. Jean-Claude Brialy had tevens grote rollen in het geestige historische epos La nuit de Varennes van Ettore Scola, en in een van de betere films van Luis Buñuel, Le fantôme de la liberté, waarin hij het gedenkwaardige personage Foucauld neerzet, een man die “misselijk wordt van symmetrie”. Brialy geeft op overtuigende wijze gestalte aan de dichter Paul Verlaine, naast de Londense swinger Terence Stamp, die de getormenteerde Arthur Rimbaud voor zijn rekening neemt (in de interessante mislukking Una stagione al’inferno van Nelo Risi). Verder is hij nog te zien in de belangrijke Hitchcock-hommage, La mariée était en noir van François Truffaut, met een ijzingwekkende Jeanne Moreau in de hoofdrol en in de ‘musical’ van Jean-Luc Godard, Une femme est une femme, naast Anna Karina, die een stripteaseuse vertolkt. Allemaal zeer gedenkwaardige rollen van Jean-Claude Brialy.

25-05-07

JO RÖPKE EN DE FILMSCHOOL

jo ropke,film,filmschool,ritcs,vrienden,dood,in memoriam,easy rider,premiere,televisie,professoren,marc didden,william blak,humo,boek,leo steculorum,guillaume bijl,antwerpen,brussel

Ik heb de innemende filmliefhebber Jo Röpke nooit echt gekend, ook al heb ik les van hem gehad, lang geleden toen ik nog film studeerde aan het Rits (dat toen nog Ritcs heette). Aan die studies heb ik weinig goede herinneringen, waarbij ik een uitzondering maak voor de vriendschap. Ik heb op die school Marc Didden ontmoet, die lange tijd mijn beste vriend is geweest. We gingen zeker een keer per maand met z’n beiden in het Zoniënwoud wandelen en zongen dan liedjes van Creedence Clearwater Revival, The Rolling Stones en Pink Floyd. Waarschijnlijk werd er ook veel over film en meisjes gepraat, maar dat kan ik me niet meer zo goed herinneren. Samen met Marc schreef ik tijdens een verloren weekend een boek. Er bestaat maar één exemplaar van en dat is nu in zijn bezit. Al vele jaren. Eén hoofdstuk ging over alle mensen die, geloof ik, Pete heetten. Ik herinner mij dat er een Pete Lennon en een Pete McCartney in de lijst stond. Want het hoofdstuk was een lijst. Er stonden ook echte Petes in de lijst, de onlangs overleden Sneaky Pete bijvoorbeeld. Marc ging af en toe naar Londen; hij werkte al deeltijds als popjournalist voor Humo. Een keer heeft hij me zeer gelukkig gemaakt: hij had het verzameld werk van William Blake voor me meegebracht, een onovertroffen product van de verbeeldingskracht. Er gaat geen maand voorbij of ik lees er wel een stukje in en af en toe zing ik een van de Songs of Innocence, onder meer How Sweet I Roamed From Field To Field.

Op de filmschool ben ik bevriend geraakt met de kunstenaar Guillaume Bijl en de filosoof Leo Steculorum. Tijdens mijn Antwerpse jaren was Guillaume een van mijn beste vrienden. We hielden beiden hartstochtelijk van film (John Casavetes, Wim Wenders, Werner Herzog) en van het nachtleven (Pannenhuis, Mok, De Kroeg). Nu heb ik geen contact meer met hem. Een spijtige zaak, maar afscheid hoort bij het leven. Met Leo ben ik nog altijd goed bevriend.

Zoals ik al zei heb ik aan het Rits als onderwijsinstelling weinig goede herinneringen, ik heb er nauwelijks iets geleerd: een beetje fotografie, een beetje filmanalyse, een beetje scenarioschrijven. De dingen die ik er niet geleerd heb zal ik niet opsommen. Er hing altijd een vervelende sfeer, niet bepaald artistiek; men was er vrij streng. Veel van mijn medestudenten waren liefhebbers van kleinkunst, een genre dat ik hartsgrondig haatte. Hoe kan kunst klein zijn, vraag ik me nog steeds af. De meeste profs waren zeurkousen. Marc Galle bijvoorbeeld. Maar er waren nog ergere exemplaren, van wie ik de naam vergeten ben. Jo Röpke was anders. Hij kon boeiend over film vertellen en gaf je zin om naar de cinema te gaan, om de laatste Polanski of Fellini te gaan bewonderen. Het was niet echt lesgeven wat hij deed, het was werkelijk met veel enthousiasme en ironie vertellen. Een beetje zoals in zijn televisieprogramma Première, maar dan minder afgeborsteld, vrijer. Ik herinner me dat ik voor mijn examen bij Jo Röpke een uiteenzetting over de paranoia in Easy Rider gaf. Die uiteenzetting zal ongetwijfeld zeer idiosyncratisch zijn geweest, vooral omdat ik nog veel meer paranoia aan de film toeschreef dan er sowieso al in werd getoond. Jo Röpke vond mijn invalshoek origineel en gaf me een warme handdruk toen ik de examenruimte verliet. Dat was in 1970. Sindsdien heb ik hem nooit meer teruggezien. En nu is hij dood. Wel mooi dat hij in Cannes is gestorven. Moge hij in vrede rusten. Maar daar twijfel ik eigenlijk niet aan.

02-05-07

RONETTE PULASKI IN TWIN PEAKS

Ronette Pulaski























Hierboven ziet u een afbeelding van het personage Ronette Pulaski in de serie Twin Peaks. De echte naam van de actrice is Phoebe Augustine, tenzij dat ook een pseudoniem is. Ronette Pulaski is geen belangrijk personage in Twin Peaks, maar de scène waarin het meisje plots opduikt op de spoorwegbrug is hoogst indrukwekkend, wat veel te maken heeft met de dramatische muziek van Angelo Badalamenti. Van Phoebe Augustine heb ik later nooit meer iets gehoord. Voortaan wil ik mijn mond houden over Ronette Pulaski.

JENNIFER JASON LEIGH

jennifer-jason-leigh.jpg

Zomaar een foto van een favoriete actrice, Jennifer Jason Leigh. Wat kan een arme jongen anders doen op een troosteloze dag in een slaapverwekkende stad?

20-02-07

HET LEVEN VAN JEZUS

bruno dumont,het leven van jezus,snaporaz,tuin,vrienden,noord-frankrijk,realisme,film,seks

La vie de Jésus, het debuut van Bruno Dumont, is een uitstekende realistische film, met verbluffende beelden, die je onwillekeurig doen denken aan Italiaanse renaissanceschilderijen. Nochtans, vreemd genoeg, ziet het er allemaal heel gewoon uit. Het magere verhaal is gesitueerd in Bailleul, in het Noorden van Frankrijk. Het gaat over een groep jongeren die de hele dag lusteloos rondhangen. Ze zijn geen klein beetje racistisch. Het hoofdpersonage, Freddy, een jongen die aan epilepsie lijdt, heeft een vriendinnetje, Marie, waar hij heel vaak mee neukt. Heel dierlijk, erin en eruit, alsof het zo hoort en niet anders. Een Noord-Afrikaanse jongen, die met datzelfde meisje flirt, wordt door Freddy omgebracht. Dit was een passieve zin, wat alle stijlregels tart. Freddy's moeder baat een café uit, waar nooit iemand schijnt te komen. Ze kijkt vooral televisie. Ook als moeder en zoon met elkaar praten is hun blik op de televisie gericht. Als het warm is neemt de moeder meermaals per dag een bad. Het is een dikke vrouw. De film is bijzonder traag. Er komt geen moraal aan te pas. Het is een heel gewone ongewone film. Ik beveel hem sterk aan, net als L’humanité, van dezelfde Bruno Dumont. Niet dat ik alles weet. Snaporaz heeft mij enkele jaren geleden al op het spoor gezet van deze unieke Franse regisseur. Waarvoor dank, beste Snaporaz.


Ik wilde nog iets over tuinen meedelen, en meer in het bijzonder over ‘onze’ tuin, maar dat zal voor morgen zijn, hoewel ik ongeduldig ben en zin heb om er nu al over te beginnen. Is een eenzame vent die niet kan zwijgen op het gepaste moment niet een beetje bespottelijk? Welnu dan.

05-02-07

DE AMBITIE VAN MELANIE : GET HIGH & WATCH TV

quentin tarantino,jackie brown,bridget fonda,melanie,robert deniro,samuel l jackson,brutaal,geweld,sexy

Het grappigste moment in Quentin Tarantino’s Jackie Brown vind ik dit stukje conversatie tussel Ordell Robbie (Samuel L. Jackson) en Melanie (Bridget Fonda): 


“Ordell Robbie: Damn girl, you gettin' high already? It's only 2 o'clock in the afternoon. I get my shit done for the day, then I get high. And besides, getting high and watching TV will rob you of your ambition!
Melanie: Not if your ambition is to get high and watch TV..”

Vooral het gevatte antwoord van Bridget Fonda is buitengewoon hilarisch, maar je moet zien hoe ze het zegt, haar gelaatsuitdrukking, haar lichaamstaal, de manier waarop ze langoureus, in hotpants, neerploft in de canapé. Die scène is een subliem moment uit de recente filmgeschiedenis. Na de moord op Melanie kon de film mij niet meer echt boeien. Die koelbloedige moord om zulke welbespraakte en sexy vrouw voor altijd het zwijgen op te leggen, dat was teveel voor mij, gevoelige ziel. Misschien een van de brutaalste momenten uit de recente filmgeschiedenis?

26-01-07

THE MAN WHO FELL TO EARTH

nicholas roeg,david bowie,film,overeenkomsten,odyssee,the man who fell to earth,wrelden,ulysses,james joyce,stephen dedalus,1970,hippies,tegenculuur,pop,popcultuur,misdaad,leopold bloom,performance,analogie,gelijkenis,poezie

Iets over The Man who Fell to Earth, van de geniale filmregisseur Nicolas Roeg. Met David Bowie in de rol van Thomas Newton, Candy Clark (Mary-Lou) en Buck Henry (Oliver Farnsworth).
Een film over vervreemding? Het personage van David Bowie is de ‘alien’, afkomstig van een andere, uitgedroogde planeet. Hij is op zoek naar water. Maar misschien heeft hij – bewust of onbewust - ook een ‘geestelijke’ opdracht, een zending. Misschien is zijn werkelijke missie: de aardbewoners erop wijzen dat ze ‘gealiëneerd’ zijn, van zichzelf, van hun werk, van elkaar, van de natuur? Zoals hij vaak doet behandelt Roeg ook in deze sciencefiction film de fatale consequenties van een ontmoeting van twee werelden of twee culturen. Ontmoeting? Het is veleer een botsing. Zoals in het lied When two worlds collide:

“Your world was so different from mine, don't you see
And we couldn't be close, though we tried
We both reached for heavens, but ours weren't the same.
That's what happens when two worlds collide.

Your world was made up of things sweet and good.
My world could never fit in, I wish it could.
Two hearts lie in shambles and oh, how they've cried.
That's what happens when two worlds collide."

The Man Who Fell To Earth is naast het verhaal van een odyssee een onderzoek van het beeld in de Westerse cultuur. Van de voor- en nadelen van het beeld. Tegenover het statische beeld (ook het filmbeeld is statisch : 24 beeldjes per seconde) plaatst Nicholas Roeg het reizen en het zien. Elke reis is een ontdekkingsreis. Elk landschap opent een wereld. Elke ontmoeting schept mogelijkheden, positieve of negatieve.
Er is een overeenkomst tussen Thomas Newton en Stephen Dedalus in Ulysses van James Joyce; en Farnsworth verwijst in zekere zin naar Leopold Bloom uit dezelfde roman. In Performance – de eerste film van Nicholas Roeg (in een co-regie met Donald Cammell) - heb je een gelijkaardige botsing van culturen, met name van die van de ex-rockster en hipster Turner en die van Chas, de misdadiger. De wereld van de hippies – in 1970, toen Performance uitkwam, was er sprake van ‘underground’ en ‘tegencultuur’ - komt in ‘aanraking’ met die van de misdaad. Harry Flowers, de naam van een ander personage uit Performance, is overigens ook een pseudoniem van Leopold Bloom in diens correspondentie met een jong meisje.

Wat mij bij deze tekst ook weer opvalt is mijn zoeken naar overeenkomsten, gelijkenissen, analogieën. Wijst dat op innerlijke onzekerheid? Ik denk het niet. Liggen analogie, gelijkenis, en overeenkomst niet aan de basis van alle poëzie?

 

nicholas roeg,david bowie,film,overeenkomsten,odyssee,the man who fell to earth,wrelden,ulysses,james joyce,stephen dedalus,1970,hippies,tegenculuur,pop,popcultuur,misdaad,leopold bloom,performance,analogie,gelijkenis,poezie

17-01-07

TAAL, SEKS EN APOCALYPS


haneke


Ik houd niet van ‘seks’, ‘neuken’, ‘lul’, ‘kut’ en dergelijke woorden. Ik vind ze lelijk en gebruik ze in mijn teksten zo weinig mogelijk, hoewel ik graag erotische taferelen beschrijf (maar het veel te weinig doe, waarschijnlijk als gevolg van de afkeer van dat seksuele vocabularium). Toch, ondanks mijn weerzin, ben ik soms in zekere zin genoodzaakt om sommige van deze woorden te hanteren in een tekst. Bijvoorbeeld een paar dagen geleden in de korte poëtische schets, met als titel ‘Verstrooiing’. Ik had het woord daar nodig om de banaliteit van die handeling uit te drukken, en meer nog om de sereniteit van het geschrevene stuk te slaan, als kostbaar porselein met een zware hamer. Het was bijvoorbeeld niet mogelijk om de uitdrukking ‘de liefde bedrijven’ te gebruiken. Dat zou belachelijk zijn geweest.

Waarom geef ik nu deze uitleg? Waarschijnlijk omdat ik er gisteravond heb zitten aan denken toen ik zat te kijken naar die vreselijke film van Michael Haneke, Le temps du loup, waarin een man een vrouw brutaal en met een grote onverschilligheid ‘neemt’, ’s nachts in de hal van een station vol ‘verstrooide’ mensen die er slapen of wakker liggen van de honger, de dorst of een andere kwelling.

Ik bedoel met ‘vreselijke film’ niet dat hij slecht gemaakt is, integendeel. Met het woord ‘vreselijk’ verwijs ik naar de inhoud. De film beschrijft een apocalyptische wereld waar geen morele wet meer bestaat en men doet waar men zin in heeft. De sterkste of degene met de krachtigste wapens geeft de bevelen, de zwakkeren gehoorzamen, zoals paarden, schapen en geiten. De vorm van de film is even vreselijk, doordat hij geen identificatie met een van de personages toestaat, tenzij helemaal op het einde. Tijdens het bekijken van die apocalyptische film (apocalyps=ontsluiering) bedacht ik heel even dat het goed was dat ik het woord ‘neuken’ gebruikt heb in mijn ‘poëtisch’ commentaar bij enkele regels uit Genesis.

08-01-07

HET BESTE HEBBEN WE GEHAD


Het schrijven over Cadiz en Menchu heeft me weer zin gegeven om te vertrekken. Reizen, ver weg van hier. Dit ellendige oord waar men van twee provincies – Oost- en West-Vlaanderen – een land wil maken.
Het donkere, vochtige weer maakt me lusteloos. Ik heb geen zin in mijn werk, muziek doet me niets. Schrijven doe ik al helemaal niet.
Om toch iets te doen heb ik gisteren twee films bekeken, Last Days van Gus Van Sant en Crash van Paul Haggis. Ik heb me erbij zitten vervelen, maar was te lethargisch om op de stopknop te drukken. Ik weet niet waarom ik de Kurt Cobain-film vervelend vond. In gewone omstandigheden houd ik wel van de films van Gus Van Sant. Mala Noche, Drugstore Cowboy en My Own Private Idaho vond ik prima. De stijl beviel me, Van Sant was een buitenbeentje, altijd een goede zaak. Bovendien is hij een sympathieke man, ik heb ooit pinten met hem gedronken, in Antwerpen. Anders zou ik niet weten dat hij sympathiek is. Niet omdat het in Antwerpen was, maar omdat ik pinten met hem heb gedronken. Ach, het zal wel aan mij liggen. Het probleem is een beetje dat ik niet geïnteresseerd ben in Kurt Cobain. Het is natuurlijk erg dat de man zo jong gestorven is en zo maar ik vind de muziek van Nirvana zeer overroepen. Unplugged vind ik enigszins beluisterbaar, vooral de covers dan; ik denk dat de jongens zelf weinig componeertalent hadden. Ik vermoed dat ze wel goed waren in het opzwepen van een publiek. The Sex Pistols was ook zo’n hype. Een slechtere bassist dan Sid Vicious heb ik nooit gehoord, toch niet op een grammofoonplaat. Eigenaardig genoeg siert zijn foto nog vele tienerkamers. Waarom niet Sandy Denny, die ook in tragische omstandigheden aan haar eind is gekomen, of Townes Van Zandt, of de grootste melancholicus van alle singer-songwriters, Nick Drake? Dat waren ten minste authentieke muzikanten met veel talent. Ach, wat maakt het ook allemaal uit. Laat iedereen maar doen wat hij wil. Voor mijn part hangen ze Pamela Anderson, Chales De Gaulle, Jotie ‘t Hooft of Prins Laurent op. Als we maar gelukkig zijn. Ik heb lange tijd een kleine reproductie aan mijn wand gehad van een schilderij waarop de jonggestorven dichter Thomas Chatterton staat afgebeeld, een werk van Henry Wallis. Maar dat was vroeger, toen melancholie mij nog kon boeien, nu leef ik in een andere wereld. De wereld waar jij ook in leeft.
Crash vond ik helemaal vervelend. Er is niets origineels aan die film. Geef mij dan maar Amores Perros of Short Cuts, uitstekende ensemblefilms. Ja, ja, ik denk dat we het beste wel gehad hebben.

27-11-06

PHILIPPE NOIRET EN ROBERT ALTMAN

dood,afrika,philippe noiret,robert altman,anti-hollywood,anti-spektakel,film,auteurs,regisseurs,acteurs

Afgelopen week was weer een dodenweek. Er waren vanzelfsprekend de normale doden. Zij die sterven van ouderdom. Er waren de niet zo vanzelfsprekende doden, slachtoffers van misdaad en geweld, van honger, dorst en geneeslijke ziektes. Er waren de doden die stierven ten gevolge van onze onverschilligheid, een categorie die grotendeels samenvalt met de niet zo vanzelfsprekende doden. Er waren de onnoemelijke doden. Er waren als altijd de dode kinderen in Afrika, die af en toe op televisie worden getoond, als ze weer eens aan de beurt zijn. En er waren de beroemde doden. Mijn persoonlijke doden, noem ik ze, ook al waren ze geen familieleden of vrienden van me. Maar ik ben zo vaak in hun gezelschap of in het gezelschap van hun werk geweest dat ik hen beter ken dan sommige van mijn vrienden en dan al mijn familieleden samen.

Ik heb het over Robert Altman en Philippe Noiret. Philippe Noiret speelde de hoofdrol in enkele van mijn favoriete films: Coup de Torchon van Bertrand Tavernier; La Grande Bouffe, van Marco Ferreri; Zazie dans le métro van Louis Malle en Qui êtes-vous, Polly Maggoo? van de grote William Klein.

Robert Altman was de eigenzinnige maker van een aantal van mijn uitverkoren anti-Hollywoodfilms: McCabe & Mrs. Miller, The Long Goodbye (een te gekke Raymond Chandler), Thieves Like Us (met een zeer innemende Shelley Duvall, het verre zusje van Cristina Regadas), Nashville (Kuifje bij de Country & Western Sterren), A Wedding, Come Back to the Five and Dime, Jimmy Dean, Jimmy Dean (een anti-spectaculaire vrouwenfilm) en Short Cuts (gebaseerd op de verhalen van Raymond Carver). Blijkbaar had Robert iets voor Raymonds.

dood,afrika,philippe noiret,robert altman,anti-hollywood,anti-spektakel,film,auteurs,regisseurs,acteurs

Beide heren hebben het ondanks hun immens talent toch ook klaargespeeld om een hoop rotzooi te produceren. Die laat ik hier buiten beschouwing. Dat spreekt vanzelf. Echte mannen – menschen - als Robert Altman en Philippe Noiret worden met de dag schaarser. De nieuwe man is een lachertje in vergelijking met deze eigenzinnige reuzen. Ik zal hen missen. Maar gelukkig zijn er nog hun films.

Foto boven: Philippe Noiret en Isabelle Huppert in Coup de torchon.
Foto onder: Jennifer Jason Leigh in Short Cuts.

19-11-06

SCHOONHEID VOLGENS ERIC ROHMER

schoonheid,eric rohmer,haydee politoff,film,nouvelle vague

Haydée Politoff in La collectioneuse


Het ene meisje: “Je houdt van iemand omdat hij mooi is.”

Het andere meisje: “Nee, je vindt hem mooi omdat je van hem houdt.”

Eric Rohmer, La collectioneuse.

19-09-06

VAN DE POSTBODE GEEN NIEUWS

robert shelton,lana turner,dagboek,film,muziek,bob dylan,james ellroy,goethe,dashiel hammet,james cain,black dahlia,hank williams,goebbels,pop,popcultuur,johnny stampanato,mildred pierce,plezier,lezen,kijken

"To be a poet does not necessarily mean that you have to write words on paper. One of those truck drivers at the motel is a poet. I mean what else does a poet have to do ?" Aldus een provocerende en raadselachtige Bob Dylan tot Robert Shelton (in 1965 of 66). De uitspraak is terug te vinden in Sheltons No Direction Home, verschenen in 1986. Robert Shelton was de journalist die Dylan mee beroemd maakte door als eerste een recensie over hem te schrijven, in The New York Times. 

Het is een meeslepend boek, maar waardoor komt dat? Misschien doordat hij er ongeveer twintig jaar aan heeft gewerkt. Of omdat Dylan in de jaren zestig een bijzonder meeslepend man was. Het is evenzeer een vervelend boek, met belachelijke interpretaties van songs, vrijblijvend en nietszeggend. Ook Hank Williams heeft over 'mockingbirds' gezongen, deelt Shelton ergens mee. Maar dat betekent zeker niet dat Hank Williams een eenvoudig man was, voegt Shelton eraan toe. En wat dan nog? Wie is wel eenvoudig? Goethe misschien? Of Goebbels?

Neen, Robert Shelton heeft niets bijzonders te vertellen en ik al evenmin. Misschien is het door dat niets-te-vertellen-hebben dat ik niets bijzonders aantref bij de anderen? De dagen van verwondering, herkenning, van opgewonden empathie lijken definitief voorbij. Zelfs Dashiel Hammets woorden staan naakt en banaal op de bladzijden. Zonder enige glans of schittering. Alleen een oude zwartwit film als The Postman Always Rings Twice kan mijn aandacht nog vasthouden. Waarschijnlijk door de maagdelijke witte en tegelijk bijzonder sexy jurken van Lana Turner. Mevrouw Turner had in het echte leven problemen met de drank, is zeven keer gehuwd geweest, en was de moeder van Cheryl Crane, die op haar beurt haar mama’s minnaar, de gangster Johnny Stampanato, vermoordde. In een van zijn vele staccato romans heeft ex-alcoholist James Ellroy daar boeiend over geschreven. Vraag me niet meer welk boek, ze lijken allemaal zo op elkaar. Er is overigens weer eens een roman van Ellroy verfilmd, The Black Dahlia.

Maar ik mag toch zeker de nuchtere, stijlvolle boeken van James M. Cain niet vergeten. Zelden heb ik meer plezier beleefd aan lezen, dan toen ik in bed lag met Mildred Pierce. Bovendien is Cain de enige, echte auteur van The Postman Always Rings Twice.

29-08-06

WAAR KOMEN DE JUISTE IDEEEN VANDAAN?


Ik had het met Laura over een lijst die ik wil maken. In Budapest heb ik een boek gekocht over de zogeheten beste films aller tijden. Bekende wereldburgers geven daarin hun mening over hun favoriete film(s). Eveneens zijn er veel lijstjes in opgenomen. Lijstjes, zowat de uitverkoren ‘lectuur’ van onze tijd. Vroeger waren er de patronen voor de vrouwen en sportpagina’s voor de mannen, nu zijn er lijstjes voor iedereen. Een lijst in dat boek sprong me meteen in het oog. Het oog zag er enigszins blauw van, maar dat is nu over. Nu schittert het een beetje, maar het trekt ook wat scheef, van schaamte, want imiteren doe je niet straffeloos. Met een schitterend en scheef oog vertelde ik Laura dat ik ook aan een dergelijk lijstje zit te denken. Wat is de bedoeling? Ik probeer me uit mijn favoriete films de scènes, dialogen, bijzondere momenten, stukjes muziek, close-ups te herinneren en daar een lijst van te maken. Ik heb het boek en het artikel waar ik me door heb laten inspireren hier niet bij de hand. De naam van de auteur (of ster of wat dan ook) zal ik morgen of overmorgen verklappen. Of als de zon nog eens schijnt. Ik ben al zoveel verschuldigd, een verhaal over Lucca, over Budapest, over ziekte en walging op de Canarische Eilanden, en wat niet nog allemaal, dus kan dit er ook nog wel bij. Zoals een bespreking van de nieuwe cd van Bob Dylan. Op het eerste gehoor lijkt het net dezelfde als de vorige. Maar misschien heb ik niet goed geluisterd. Hij zingt wel beter, misschien heeft hij weer iets genomen, Jack Kerouac indachtig.

Ik zei tegen Laura: Karen Black in Five Easy Pieces, mag ik niet vergeten, maar wat was nu weer haar beste scène? En Wanda, hoe heette de regisseuse ook al weer, die ook de hoofdrol speelde, en jong gestorven is, Barbara Loden? Wat sprak me zo aan in haar enige film? De bankoverval, het kopen van de hamburgers, haar onderdanigheid, niet die van Barbara Loden, maar van het personage dat ze vertolkte, Wanda dus? Toevallig is zij, Barbara Loden, op een Amerikaanse postzegel terechtgekomen, niet omdat zij een briljante film had gemaakt, want dat wist niemand, en niemand ligt wakker van briljante films over slaafse vrouwen, neen, toevallig had iemand een foto van haar gemaakt, en zij was fotogeniek, en zo is zij, zonder dat iemand iets over haar wist, beroemd geworden, als postzegelmeisje. Barbara Lodens Wanda hebben weinig mensen gezien. Maar toen ik aan mijn tekst over uitverkoren filmmomenten bezig was – waarvan het einde nog lang niet in zicht is, wellicht wordt het een neverending story – ontdekte ik dat de film nu in Frankrijk op DVD is uitgebracht en dat Isabelle Huppert er lovende uitspraken over heeft gedaan. Leve Isabelle Huppert! Zij komt in veel van mijn filmherinneringen voor. De eerste is aan een scène in Les Valseuses. In het begin van de film hebben Depardieu en Dewaere in een vakantiehuisje aan zee aan haar slipje staan ruiken (zij is dan nog maar veertien). De gemene, maar sympathieke kerels vinden het wel lekker ruiken. Later, na vele avonturen en boevenstreken, lopen zij de ouders en de dochter, eigenares van het slipje, Isabelle Huppert, tegen het lijf. Bijna meteen beslist de tiener haar ouders de rug toe te keren en met de avonturiers ‘on the road’ te gaan. Wat waren we toen allemaal onschuldig. Als we nu zulke films zouden bewieroken zouden we bijna op pedofielen lijken.

Ik zei tegen Laura hoe moeilijk ik het soms vond om me namen van acteurs en actrices te herinneren. Shots, scènes, flarden dialogen, stukjes muziek, decors, landschappen, komen me wel weer voor de geest, maar hoe heten al die mensen? Zoals de vrouw die de hoer speelt in La mama et la putain? Die een lange, dronken en zeer meeslepende dialoog houdt over alles wat in haar hoofd opkomt (en waar de film over gaat)? En klopt het wel dat Warren Oates een lijk opgraaft in Bring Me The Head Of Alfredo Garcia? Ons geheugen laat ons zo vaak in de steek, of wij herinneren ons dingen die helemaal niet overeenstemmen met de werkelijkheid. Wij verbeelden ons films die Ben Hur of El Cid heten, maar de films zelf verschillen bijna volkomen van wat we ons verbeelden. Toch herinner ik me perfect hoe een van tequila dronken Warren Oates dat lijkt opgraaft, hoe zijn kleren nat worden van het zweet en zijn gezicht vuil van het stof en de kerkhofgrond.
Overigens doet Working Man’s Blues 2 van Dylan, dat ik nu op de voorgrond hoor, me sterk denken aan Señor, zijn lied over Sam Peckinpah, de man die Warren Oates berucht heeft gemaakt (want beroemd is deze grote acteur nooit geworden).

Gek dat ik al deze dingen niet neerschrijf als jij er niet bent, zei ik tegen Laura. Hier zit ik dat nu allemaal te vertellen en jij valt er bijna in slaap bij. Misschien moet jij bij me zitten slapen als ik schrijf, jouw slapende ziel zal me dan inspireren. Soms als je slaapt wek je toch ook mijn verlangen op. Ja, zei ze, misschien. Maar nu moet ik toch gaan slapen.

Ik rond mijn filmvertelling hier af. Ome Wim ben ik nog steeds niet en evenmin kan ik 1001 nachten doorgaan met mijn verhaal. Of misschien wel, maar ik zou er mijn hoofd niet mee sparen. Think about that girl I left behind, zingt Dylan nu. Ain’t talking, just walking. Erger is dat ik ook geen ander hoofd kan sparen. En nog erger is dat me dat soms onverschillig laat, dat het mededogen dat zo nodig is om de wereld te redden, mij ontbreekt.

22-08-06

OVER RIO BRAVO VAN HOWARD HAWKS

held,heldin,howard hawks,john wayne,ricky nelson,angie dickinson,dean martin,western,mythes,high noon,rio bravo,vrouwen,dimitri tiomkin,muziek,filmmuziek

Inhoudelijk – en abstract beschouwd – is de film Rio Bravo van Howard Hawks een rechtse reactie tegen Fred Zinnemans High Noon, met Gary Cooper en Grace Kelly. Dat was inderdaad een vrij kritische film, die de Amerikaanse samenleving een aantal vragen voorhield. Zo maakte Zinneman van de held een man met problemen, en ‘erger’ nog: een twijfelaar. Het hoofdthema van Rio Bravo zou je de verlossing kunnen noemen. Een man vecht tegen zijn noodlot, tegen zijn slapheid, zijn aftakeling. Het is een ode aan morele moed, aan inzet en wilskracht. De held van weleer levert een moeilijke strijd met zijn demon, met name alcohol. Uiteraard weet iedereen dat de held - in dit geval Dean Martin, zanger van On An Evening In Roma - als overwinnaar uit die strijd, die eigenlijk een strijd met zichzelf is, tevoorschijn zal komen. Verlossing als zelfoverwinning. 


Hawks toont de menselijke verhoudingen binnen een kleine gemeenschap in een geloofwaardige complexiteit, zonder evenwel het mythische element van de western uit het oog te verliezen.
Typisch voor Howard Hawks is de vrouw als sterke persoonlijkheid, gelijkwaardig aan de mannelijke held. Maar de western is uiteraard een mannenzaak; er waren nu eenmaal weinig vrouwen in het Westen. Het feit dat de heldin, uit realiteitszin, de codes van de mannengemeenschap aanvaardt, doet haar boven de typische held uitstijgen. Ook bij haar gaat het in zekere zin om een zelfoverwinning: ze moet met het verleden in het reine komen. Overigens schittert Angie Dickinson in Rio Bravo. De sheriff (John Wayne), de mannelijke held bij uitstek, staat lijnrecht tegenover Marshall Kane, het hoofdpersonage uit High Noon. Sheriff John T. Chance twijfelt geen seconde aan zijn opdracht, aan de waarden die hij moet verdedigen, aan de morele correctheid van zijn daden. Hij is en blijft wat hij altijd geweest is: de sheriff. Toch moet hij op zijn beurt zichzelf overtreffen, moet hij een bepaalde angst overwinnen, meer bepaald de angst voor de vrouw, die de beschaving, het rustige burgerleven, het anemische compromis belichaamt. John T. Chance moet een 'andere wereld' erkennen.

Net zoals in High Noon speelt ook in Rio Bravo de soundtrack van Dimitri Tiomkin een belangrijke rol. Opvallend is de sequens waarin Dean Martin, Ricky Nelson en Walter Brennan samen zingen (Ricky Nelson begeleidt op de gitaar): op dat moment ontstaat er een lotsverbondenheid, zelfs een soort van onsterfelijkheid, bezegeld door de ontroerde 'vader' John Wayne. Daartegenover staat de Mexicaanse muziek van de vijand, de muziek van de aardse vergankelijkheid, van het andere, van de dood.

 

held,heldin,howard hawks,john wayne,ricky nelson,angie dickinson,dean martin,western,mythes,high noon,rio bravo,vrouwen,dimitri tiomkin,muziek,filmmuziek