11-12-12

MELANCHOLISCHE WARMTE IN PORTO EN ELDERS

porto,vriendschap,gesprek,restaurant,eten,drinken,wijn,lezen,schrijven,nederlands,portugees,guimarães,taal,kafka,joyce,hölderlin,pessoa,horror,western,aki kaurismäki,tavern man,humanisme,zwarte humor,mededogen

Matti Pellonpää in 'La Vie de Bohème', Aki Kaurismäki.

Op een frisse novemberavond in Porto zat ik met mijn goede vriendin Cristina in restaurant Vitoria. Een rustige, aangename plek, die ik op mijn eentje nooit had gevonden. Ik had een immens bord vol lamskoteletten, waar ik niet bijzonder veel zin in had. Maar je kunt toch niet elke dag twee keer vis eten? Het was mij meer om de rode wijn te doen, een lekkere Dialogo – en nog veel meer om het gesprek. Een dialoog met Cristina is altijd een vrolijke gebeurtenis, zelfs al is de ondertoon melancholisch, soms bijna fatalistisch. Alleen al om dat te kunnen meemaken reis ik graag naar Porto. We houden van heel uiteenlopende dingen, maar zijn denk ik toch zielsverwanten. We praten graag over kwalen en ziektes, maar doen dat niet zonder zelfspot en bevrijdend lachen.
Onze gesprekken zijn associatief: zo heb ik ze het liefst. Zowel Cristina als ik lezen weinig auteurs van ‘eigen bodem’.  Welke Portugese auteurs moet ik lezen, vraagt ze zich af. Welke Nederlandstalige auteurs moet ik lezen, vraag ik me af? Wat hebben ze ons te vertellen? Maar verarmt onze woordenschat daardoor niet? En door zoveel Engels te lezen, want dat doen we beiden, ontspoort onze syntaxis misschien wel? Misschien wel, ja. Maar is een arme woordenschat een ramp? Ik heb altijd van de magere taal van iemand als Kafka gehouden. Zijn wereld spreekt me veel meer aan dan die van bijvoorbeeld James Joyce in ‘Finnegans Wake’. En Hölderlins ontspoorde syntaxis, wellicht te wijten aan zijn vertalingen uit het Grieks, maakt zijn poëzie net zo uitzonderlijk.

Door ons niet te verdiepen in de ‘eigen’ literatuur blijft onze taal authentiek; we worden niet beïnvloed door geografisch bepaalde trends en hypes, zielige opflakkeringen van bijna uitgedoofde geesten. Desondanks zullen we altijd beïnvloed worden door wat dieper stroomt, door filosofische ideeën, door globale ‘evenementen’, door gesprekken, door wat ons uit sociale netwerken tegemoet komt. Het zijn onvermijdelijke en misschien wel noodzakelijke invloeden. Tegelijk onderhevig aan de fenomenen die onze tijd bepalen en oneigentijds (“unzeitgemäss”, bij Nietzsche) zijn, daar is het ons om te doen, denk ik.

Tijdens ons lang, intens gesprek hadden we het over angstaanvallen, astma, paniek, horror (‘The Shining’, ‘Rosemary’s Baby’), poezen, hoe je een kat kunt oproken, allergieën, William Burroughs en de beat generation, mijn liefde voor westerns, het verschil tussen ‘linkse’ en ‘rechtse’ westerns (Fred Zinnemans ‘High Noon’ tegenover John Fords ‘The Searchers’: de revolutionaire Jean Luc Godard had een zwak voor de republikeinse, soms racistische John Ford), over geesten, werkelijke en onwerkelijke spoken, de vraag ‘wat is realiteit’, Paul Auster (zijn werk verschijnt eerder in het Nederlands dan in het Engels, zo ben ik gedwongen een meestal niet erg elegante Nederlandse vertaling te lezen), Haruki Murakami (‘Kafka On The Shore’, ‘Norwegian Wood’), ‘Le Rouge et le Noir’, vakanties, reizen, vliegangst, ziekenhuizen, hallucinaties, openbaringen, onthullingen, liefde en het verdriet dat daarmee gepaard gaat, mensen die zich willen dooddrinken (dachten we aan Fernando Pessoa?), hedendaagse kunst, onafhankelijke platenlabels, boeken aanschaffen via internet, de onbetrouwbaarheid van de Brusselse post en Guust Flater.

Cristina vertelde me dat Guimarães, de geboortestad van haar vriend José, culturele hoofdstad van Europa 2012 is. Ze zei dat ze nog niet zo lang geleden de kans had gehad om met Aki Kaurismäki, wiens werk we beiden bewonderen, te praten in een bar in Guimarães. Maar ze heeft het niet gedaan, wellicht uit schuchterheid. Of was het er te druk?
Samen met Manoel de Oliveira, Pedro Costa en Victor Erice was de Finse filmregisseur door de Stichting Cidade de Guimarães gevraagd om een film te maken over het collectieve, historische, geheugen van Portugal (onder de gemeenschappelijke noemer ‘Centro Historico’). Kaurismäki’s bijdrage, ‘Tavern Man’, vertelt het verhaal van een eenzame barman in het historische centrum van de stad. Een typisch onderwerp voor de zwarthumoristische Fin, lijkt me.
Ik heb de film nog niet gezien. Variety schrijft er dit over: “and humanity spreads to every corner of the frame with compassionate, melancholy warmth.” Meer verwacht ik van Kaurismäki niet. Evenmin verwacht ik meer van mijn vrienden, in Portugal, in België, waar dan ook.

 

10-12-12

AKI KAURISMÄKI: LE HAVRE

Le-Havre-by-Aki-Kaurismaki-.jpg
Le Havre, Aki Kaurismäki.

Hoe vaak zeg ik het je niet: ik heb de mooiste film van mijn leven gezien? Je bent de tel kwijt? Ik verloor het overzicht uit het oog evenals de zin voor structuur en context. Maar geloof me, gisteren zag ik de allermooiste film. En nu wil ik twee of drie dingen: naar Le Havre reizen, een goed mens worden en een poos goedgemutst door het leven gaan.

Bestaat er een mooiere, betere (zowel in de esthetische als ethische betekenis van het woord), dieper de mensenziel rakende film dan ‘Le Havre’ van Aki Kaurismäki? Een warmer en ‘grappiger’ sprookje? Een meer geslaagde aaneenschakeling van treffende beelden (elke shot een lust voor het oog). Een film over losers met een hart van honing, over ideale, wellicht onbestaande Fransen, over de ideale cinema (onrechtstreeks) en over de gouden jaren van de Franse Film (Marcel Carné, Jean Renoir, Jean Vigo, maar ook de 'nouvelle vague' via een cameo van Jean-Pierre Léaud), over liefde en toewijding,  over vluchtelingen, over de 'anderen'. Een film over ons, wij mensen op de dool, de tel kwijt geraakt, de zin voor structuur en context, de honing in het hart.

Zodra het beter met me gaat: meer over mijn liefde voor Aki Kaurismäki: fragmenten uit een gesprek met Cristina in Porto; een vlucht van Helsinki naar Kuopio (in 1993); the Leningrad Cowboys; Little Bob Story; Jean-Pierre Léaud; geheugenverlies; avonturen in havens; een sportcomplex in Algeciras; het spellen van namen; ongewone kapsels, Jim Jarmusch; en vele andere interessante onderwerpen.

03-12-12

MISLUKKING EN SUCCES

adjani5.jpg

Isabelle Adjani in 'Possession', Andrzej Zulawski.

Is het geen vorm van zelfbehoud om over je teleurstellingen en vooral over je mislukkingen te schrijven? Anderzijds vraag je je soms af of je ooit wel echt teleurgesteld bent geweest: verwachtte je dan zoveel van het leven, van de dingen, van de andere mensen? Was je uitgangspunt niet al heel vroeg de ontnuchtering en de teleurstelling? En hoe kun je mislukken als je nooit – diep in je hart – succes hebt nagestreefd, als je succes meestal, tenzij in momenten van verblinding en zelfbedrog, als een valkuil hebt beschouwd?

 

Toch waren er die andere, belangrijke momenten. Plotse opflakkeringen van een diep vertrouwen in het goede dat in elke mens op zijn minst potentieel aanwezig is, in zijn aangeboren zin voor rechtvaardigheid en broederlijkheid. Als je heel eerlijk met jezelf bent moet je ook toegeven dat je niet alleen maar behoefte aan succes, aan erkenning hebt gehad in momenten van zwakheid, van koorts, van algemene negativiteit. Dat er ook zulke verlangens de kop opstaken op heldere dagen, als je je goed voelde. De vraag is zelfs of niet elke mens succes en zeker erkenning nastreeft, op welk gebied dan ook. Het is niet eens een vraag.

Je moet over je teleurstellingen en mislukkingen schrijven.  Maar doe je wel iets anders? Verraadt niet elk woord dat je neerschrijft je falen, je ontgoocheling – en, als gevolg daarvan, je verbittering en je eenzaamheid?

Wat beteken dat, falen, mislukken,  een succesvol leven leiden? Misschien moet je andere mislukte levens onder de loep nemen? Maar als die mislukkelingen – je bondgenoten - bestudeerd kunnen worden, zijn ze dan wel mislukt? Wellicht hebben ze buiten hun wil om toch erkenning gekregen, zij het in veel gevallen na hun dood, zoals onder meer Fernando Pessoa. In de jaren zeventig kende nog bijna niemand hem, ook jij niet. Enkele jaren later stond hij al afgebeeld op een bankbiljet van 100 escudo’s. Nu zie je hem, in wapperende regenjas en met hoed op, zich door de straten van alle middelgrote en grote Portugese steden spoeden – waarheen zal altijd een raadsel blijven.

Ja, je schrijft over die bondgenoten om jezelf te behoeden, te behouden, om niet aan eenzaamheid ten onder te gaan, om je niet dood te drinken, of een te hoge dosis morfine te nemen. Om te kunnen volharden in je dagelijks bestaan. Jij hebt je mislukkelingen nodig, richt er schrijnen voor op, zoals de jonge Antoine Doinel* dat voor zijn literaire helden doet. Het is een vorm van broederschap. De mislukkelingen zijn de goede mensen. Degenen die hen niet hebben erkend zijn de slechten. En wat daarna komt is collectief schuldbesef. Waarom hebben we niet eerder ingezien wie er onder ons heeft geleefd? Waarom hebben we hen niet bedankt voor wat ze ons hebben gegeven, waarom hebben we hen niet hartstochtelijk omhelsd, waarom hebben we hen niet onze onvoorwaardelijke liefde gegeven?


*Met name in 'Les quatre cents coups' van François Truffaut uit 1959. Antoine Doinels grote held in dit meesterwerk van de nouvelle vague is Honoré de Balzac. Dat de jonge Doinel een schrijfmachine steelt is ook niet zomaar een trouvaille van de regisseur.

400Balzac.jpg

Jean-Pierre Léaud als Antoine Doinel in 'Les quatre cents coups', François Truffaut.

~~~

Oorspronkelijk gepubliceerd op 29-11-2012. 

19-07-12

BLACK DAHLIA

Palermo2 (1280x865).jpg
Palermo, 23 juni 1998.

Een gloeiendhete zomerdag in Palermo. Er vielen doden bij een afrekening tussen twee families, maar dat las ik pas in 'La Sicilia' toen ik me al in Syracusa bevond. Wat hield ik toen van de staccato-misdaadromans van James Ellroy en wat pasten die bij dat oude eiland, Sicilië, vergeven van bloedbaden en schoonheid in verval. In elke straat in Palermo trof je nog sporen aan van bombardementen tijdens de tweede wereldoorlog. Ellroys 'The Black Dahlia' was nog niet verfilmd, gelukkig maar. Van Ellroys zinnen kun je geen Hollywoodbeelden maken, of de schrijver zou zelf films moeten maken. Vreemd dat die verfilming zo tegenviel - ik ben lange tijd een bewonderaar geweest van Brian De Palma. Overigens had Givenchy zijn Dahlia Noir-parfum nog niet op de markt gebracht. Nog vreemder - en volledig beantwoordend aan Guy Debords idee van de 'spektakelmaatschappij' - dat een parfum wordt genoemd naar een in stukken gesneden vrouw.

Op de foto zit ik in een bus op weg naar de macabere Catacombe dei Cappuccini. Ondanks al de lijken daar - elk grotesk verwrongen lichaam een memento mori - voelde ik me goed op die plaats: het was er rustig en koel, heel koel. 

21-05-12

MIDNIGHT COWBOY

 

MIDNIGHT.jpg

Midnight Cowboy - John Schlesinger. Met Dustin Hoffman en Jon Voight.

Macadam, zo werd de Midnight Cowboy genoemd.
De jonge man die zich aan oudere vrouwen zou verkopen.
In de bruisende stad Brussel was dat zijn naam.
Midnight Cowboy, Macadam.

Leg jij dan maar het verband tussen nacht, asfalt en cowboys.
Of noem het beton.
Zo vaak je blik rust op dat materiaal.
Maar zie je het?
Weet je wat het is? 
Een laag beton over koude aarde.

Bijna niets voor jou.
Niets om over naar thuis te schrijven.
Tot je een ogenblik je blik scherp stelt.
Aan het denken slaat.

Wat een gedoe op die harde grond.
Voetsporen, speeksel, sperma, bloed.
Een hele beschaving is er gepasseerd.
Dagen, nachten stapten daar avonturiers.
Vagebonden van het alles en niets.
Moedeloos of overmoedig gingen ze over de lijn.
Want waar een grens als alles glanst?

Nee, op lijnen kon je niet rekenen.
Grenzen brachten je niet nader.
Op water dan?
Op hitte?
Op vogelgezang?

Wat was er opeens zo raadselachtig aan steen?
Fabriekssteen.
Je wist het niet.
Er waren alleen magere woorden voor.
Zo moest je dan Indiaan worden, met je hoofd op de grond.
Zo kon je misschien nog een spoor horen.
Van Macadam, nacht, nuchtere cowboys.

13-02-12

WIT BLAD

 

Zij heeft zich niet ontzien

om deel van de wereld te worden.

Nachten op ijzig gras gedanst

rondom een Offervuur waarin

Moeder en Vader werden verbrand,

zich laten zalven met zaad en spuug

van mannen die ze niet kende.

 

Alleen een handvol kleine sterren

stond haar na als het haar duizelde.

De goden van wie ze gehoord had

spraken geen woord en de engel

wiegde haar niet in diepe slaap.

Alleen de adders van het verdriet

kronkelden onder haar deur door.

 

Geur glijdt van haar lijf

onder de zon die alles bevriest.

In haar meisjesvel verpakt draagt zij

haar niemandsgeschenk naar het water :

steen van vlees tegen het stromen. 

...

Dit gedicht schreef ik in 1994 of 1995 na het zien van La Page Blanche van Olivier Assayas, met Virginie Ledoyen (in de reeks van negen films voor de Franse televisie,  "Tous les garçons et les filles de leur âge..", die stuk voor stuk van een hoge kwaliteit waren. Zeker ook de bijdrage van Chantal Akerman). Later in hotel La Luna in Lucca maakte ik een Engelse vertaling, met als titel Page Unwritten # 1.







05-12-11

INDISCH GEZANG

 

geetadutt3.jpg

Geeta Dutt.
 

Op 2 juni 1987, mijn zevenendertigste verjaardag, zag ik de Indische film Kaagaz Ke Phool (1959) van Guru Dutt. In Sight and Sound staat hij op de 160ste plaats van beste films allertijden. Dat wist ik toen natuurlijk nog niet, er bestond geen internet, geen YouTube en geen Wikipedia. Er was maar heel weinig informatie te vinden over de film.  Ik wist dat hij in het Frans Fleurs de papier heette en in het Engels Paper Flowers. Het verhaal zal ik hier niet uit de doeken doen, het gaat over film, mislukking en depressie. De muziek is van S.D. Burman, de aangrijpende liederen worden gezongen door Geeta Dutt en Mohammad Rafi.

De film was bijzonder mooi, maar het gezang boorde nog dieper in de ziel, vooral Dekhi Zamane Ki Yaari (Mohammad Rafi) en Waqt ne kiya kya haseen sitam (Geeta Dutt). Deze melancholische muziek nam mij op die lang vervlogen avond stevig in zijn greep en liet me niet meer los. Ik heb nog altijd geen soundtrack gevonden en ook geen dvd van de film, maar luister af en toe naar een van de hemelse liederen op YouTube of bekijk soms een filmfragment.

Naar aanleiding van de film en de muziek schreef ik destijds een gedicht, waar ik ondanks tientallen pogingen, door de jaren heen, nooit tevreden over ben geweest. Het kon nooit de schoonheid en de diepte van de filmmuziek evenaren. Desondanks wil ik het gedicht – in zijn huidige vorm – nu publiek maken.

film, muziek, gedicht, india, guru dutt, geeta dutt, mohammad rafi, subliem, schoonheid, paper flowers, fleurs de papier, kaagaz ke phool, verjaardag, 1987

INDISCH GEZANG

Bruilofstgasten trekken hun jassen aan,
verlaten wankelend een sprankelend feest.
Vergeten wordt de zanger uit Benares
tussen gebroken glazen en bijna lege flessen.

Iedereen neemt van iedereen afscheid.
Elk telefoongesprek eindigt met een klik.
Een geliefde stapt in een taxi, een vliegtuig.
Een vader wordt toegevoegd aan de aarde.

Het gezang heeft mij naar buiten gejaagd.
Ik ben in het stadspark gaan zitten en zie
hoe de lauwe regen stil op het gras valt.

De aarde is een blauwe, eenzame bol
schreiend tussen talloze heldere sterren.
Hoe vind ik in deze stad nog een vriend?

24-03-11

VAARWEL ELIZABETH TAYLOR

 

ElizabethTaylor.jpg

Je gaat op zoek naar woorden, maar je vertrekt niet van het woord. Het woord is niet het begin. Het begin is overal om je heen, een cirkel zonder middelpunt. Drama's, melodrama's, het leven zoals het niet is, muziek, het gewieg en gerommel en gedreun van de aarde. De vertrouwde en onafwendbare wreedheid van wat we de natuur noemen. Een vrouw die je passeert op straat. Lentejurk. Ze lijkt op niemand anders. Ze lijkt alleen maar op een personage in een gedicht van Baudelaire.

Elizabeth Taylor is dood. Samen met haar is een deel van mezelf gestorven. Zonder haar reflectie zou ik nooit de man zijn die ik nu ben. Ik was nooit verliefd op Elizabeth Taylor, maar ik hield van haar. Zij was een grote kunstenares en ik ben er tevens van overtuigd dat zij een groot hart had. Denk maar aan haar vriendschappen met Montgomery Clift, Richard Burton en Michael Jackson. En met zovele anderen die we niet eens kennen. Denk maar aan haar inzet voor AIDS-onderzoek, waarvoor ze vaak felle tegenkanting kreeg van rechts en extreem-rechts in de Verenigde Staten. Aids is voor die mensen immers een straf van de Rechtvaarige God.

Zolang ik leef - niet buitensporig lang - zal Elizabeth Taylor als een van mijn goede geesten mij op de voet volgen. En ik weet dat ze af en toe een troostende hand op mijn schouder zal leggen, en zeggen, trek het je allemaal niet zo aan, Martin, het leven is niet meer dan wat het is maar zeker ook niet minder.

Elizabeth Taylor heeft mij (en ons allemaal) grote stukken van haar leven gegeven: Cleopatra, Giant, Cat On A Hot Tin Roof, Suddenly Last Summer, Who's Afraid Of Virginia Woolf, Reflections In A Golden Eye, Boom, Secret Ceremony, A Place In The Sun en National Velvet.

Ik lees nu dat Elizabeth Taylor acht keer getrouwd is geweest en 157 cm groot was. Vergeet die onzin. Denk terug aan haar oogopslag in Reflections In A Golden Eye, haar sensualiteit in Cleopatra, haar verhevigde uitstraling samen met James Dean in Giant, haar prachtig overdreven realisme in Who's Afraid Of Virginia Woolf (een rol waarmee ze honderden jongere actrices de weg heeft gewezen, ook Belgische).

Denk je dat ik een in memoriam kan schrijven voor iemand zoveel groter dan onze kleine levens? Ik denk het niet. Maar ik wilde toch iets van me laten horen. "Words don't express my meaning..." Mijn vrienden en ik hebben je bewonderd, Elizabeth Taylor. We hebben vaak in je bed geslapen, niet als je minnaars of minaressen, maar als je vrienden, je broers, je zussen.

28-09-09

ROMAN POLANSKI EN DE HYPOCRIETE MORAAL


romanpolanski

Dank zij de politie en de Amerikaanse Justice for All is hij vandaag wellicht de beroemdste man en zijn het zijn films die het meest worden bekeken. Dat is de goede kant van de zaak, maar de slechte kant is dat Roman Polanski nog maar een keer moet afzien, na de Holocaust, na Charles Mansons absurd geweld, na de ballingschap ten gevolge van de toenmalige (jaren 1960-1970) hypocriete moraal. In ons land zijn er onder meer Hugo Claus, Herman J. Claeys en Jef Geeraerts ‘slachtoffer’ van geweest. Maar de toenmalige hypocriete moraal is er kennelijk nog altijd, en mogelijk nog hardnekkiger, nog vicieuzer. Roman Polanski had meer dan dertig jaar geleden seks met een minderjarig meisje. Ik wil dat niet meteen verdedigen maar evenmin veroordelen, gewoonweg omdat ik er niet bij was en omdat ik weet dat een meisje van dertien seksueel volwassen kan zijn. Polanski zag (en ziet waarschijnlijk nog steeds) graag mooie, jonge meisjes, en hij had een buitengewoon goede smaak: Françoise Dorléac, Cathérine Deneuve, Sharon Tate, Nastassjia Kinksi – om de bekendste 'veroveringen' te noemen. Is daar iets mis mee? Dan moet je mij ook opsluiten. En veel andere mannen en vrouwen en jongens en meisjes. Dan moet je zeker Nabokovs ‘Lolita’ verbranden (als dat nog niet is gebeurd) en dan moet je vooral de porno-industrie aanpakken. Drie klikken met de muis en ik zit middenin een fistfuck-situatie, die ik niet echt wil zien. Maar kijk ik dan naar dat gedoe? Even misschien, uit nieuwsgierigheid, maar dan zoek ik verder, naar iets wat me wel interesseert of opwindt. Ik laat het aan de verbeelding van de lezer over wat dat dan wel mag wezen. Toch mogen ze van mij zoveel fistfucken als ze willen, zolang het maar niet onder dwang gebeurt.

Ik schrijf hier niet zomaar over Roman Polanski. Het is meestal niet mijn gewoonte ‘hot items’ te becommentariëren. Maar dit is een ander geval. Ik heb me lang in zekere zin met de Poolse regisseur geïdentificeerd. Mijn aangenomen naam lijkt niet toevallig op die van hem: het was een bewuste keuze. Ik heb zijn films voor het eerst op de filmschool in Brussel gezien, kortfilms, zoals ‘Amsterdam’,  ‘De dikke en de dunne’, ‘Twee mannen met een kast’ en langspeelfilms zoals ‘Het mes in het water’, ‘Cul de Sac’, en ‘Repulsion’. Ik vond het stuk voor stuk meesterwerken. Daar kwam nog bij dat mijn toenmalige vriend en medestudent, Guillaume Bijl, me elke keer als hij me zag begroette met de woorden, “Hé, Polanski, hoe gaat het met je?”. Waarschijnlijk leek ik een beetje op de regisseur (maar ik was wel een stuk jonger, en had veel minder succes bij de mooiste meisjes). Na mijn studies bleef ik Roman Polanski volgen – en ik bleef zijn werk buitengewoon vinden; films zoals ‘Rosemary’s Baby’, ‘Che?’, ‘Chinatown’, ‘Le locataire’ (waar hij zelf prachtig in acteert), ‘Tess’, ‘Death And The Maiden’, etcetera. Niet stuk voor stuk meesterwerken, maar bijna altijd beter dan het werk van zijn tijdgenoten en van zijn epigonen.

Roman Polanski is ouder nu, kwetsbaarder. Hem opsluiten is een gevaarlijke zaak. Als hij dagen, weken tussen criminelen zit, eenzaam in een cel, dan gaat hij er ongetwijfeld aan ten onder. En de kans is groot dat ik dan niet veel later een in memoriam zal moeten schrijven – en ik had me voorgenomen dat niet meer te doen. Laat om die laatste, maar vooral om alle andere hier opgesomde redenen en argumenten Roman Polanski meteen weer vrij. De man heeft in zijn leven al voldoende afgezien. Laat Roman Polanski vrij!

 

18-06-09

HERINNERINGEN BLIJVEN JE NIET LANG TROUW II




Mijn lieve vriendin Katja Stonewood heeft deze woorden van me in Ruigoord (Amsterdam) op straat geschreven en vervolgens gefilmd. Dit is het resultaat. Dank je, Katja!

02-04-09

DE MUZIEKKAMER





Een fragment uit nog een van mijn favoriete films,
The Music Room(Jalsaghar) van Satyajit Ray. Ongeëvenaarde beelden en betoverende klassieke Indiase muziek.

20-02-09

ELEMENTAIRE TEGENSTELLINGEN IN DE POPULAIRE CULTUUR


peace


“Ze wilde jong blijven en niet door haar kinderen aan haar leeftijd worden herinnerd”.
De zoon over de hippiemoeder, in ‘Elementärteilchen’ (2006), een Duitse film van Oskar Roehler gebaseerd op de roman 'Les particules élémentaires' (1998) van de omstreden auteur Michel Houellebecq.

Deze tijd is een tijd van onduidelijkheid, onzekerheid, morsige passies, warrige verlangens en onbestemde angsten. Een poos geleden stond ik in de Bozar, het vroegere Paleis voor Schone Kunsten, Corona’s te drinken tijdens de finissage van de  tentoonstelling ‘Boeddha’s Glimach’, over 1600 jaar boeddhistische kunst in Korea. Na het ledigen van enkele flessen – zoals altijd vrezend voor bacteriën of giftige stoffen op de schil van de citroenpartjes - begaf ik mij onwillekeurig naar de dansvloer. Vrouwelijke deejays draaiden elektro en techno, wat voor mij geen muziek is, maar wel een hoogtechnologische opeenvolging van ritmes waar je – desondanks - op kunt dansen. Niet lang echter, want het gaat gauw vervelen, zoals seks zonder liefde of geweldfilms zonder inhoud of plot. Het is zielloos machinegeluid. Ik wil hiermee niet zeggen dat in een oubollige kunstentempel geen hedendaagse geluiden mogen worden geproduceerd. Het is alleen maar verwarrend, waarschijnlijk omdat het zo kunstmatig is, zo vals. Het is duidelijk een valstrik voor jonge mensen “die niet in kunst geïnteresseerd zijn” (volgens de statistieken, die niet één kunstenaar au sérieux neemt). Wat lager in de stad, je rug naar het afschuwelijke Fortisgebouw gekeerd, ligt een andere tempel: de  AB (Ancienne Belgique voor de Vlamingen). Het bier is er onbetaalbaar, de wijn van onduidelijke herkomst (en nog veel duurder). In die exclusieve concertzaal, de inkomhal is een technologisch ‘hoogstandje’,  treden groepen op als Fleet Foxes, van wie de muziek qua stijl nauwelijks verschilt van wat in het begin van de jaren zeventig the Band, the Beach Boys, en Crosby, Stills & Nash brachten. Langharige reactionaire hippies in de AB, een coole concertzaal, die met haar programmatie al decennia lang inspeelt op nieuwe trends? Dat klopt natuurlijk niet:  Fleet Foxes is geen stel reactionaire hippies: zij spelen muziek van deze tijd, die weliswaar verankerd is in het recente verleden. Maat het contrast met wat in de Bozar gebeurt is groot. Het credo van de AB lijkt: voor elk wat wils.

De traditonalist en vermoedelijke communist Ry Cooder treedt binnenkort op in de Elizabethzaal in Antwerpen. Hoezeer ik ook van zijn werk houd (zijn eerste elpee heb ik gekocht van geld dat ik verdiend had met op straat te tekenen), ik ga er niet naartoe: de kaartjes kosten ongeveer honderd euro. Ik kan dat voorlopig nog wel betalen, maar ik weiger het. Als zelfs Dylan voor vijftig euro kan optreden, dan moet Ry Cooder dat ook kunnen. Toch heb ik mij een hele tijd afgevraagd: should I stay or should I go. Heel wat vrienden en kennissen van me gaan, en ik zal thuis zitten kniezen.

Vreemd is ook aan de ene kant de afkeer van een populaire en voortreffelijke (zij het moreel betwistbare) schrijver als de hierboven al genoemde Michel Houellebecq voor de ‘hippiecultuur’ en alles wat daar mee samenhangt en aan de andere kant de bijna gelijktijdige terugkeer van een hippie-achtig verschijnsel, dat neo-folk, weird folk, enz. wordt genoemd, maar gebaseerd is op ongeveer dezelfde principes als die van de hippies in de jaren zestig en zeventig.

Een van die principes was de terugkeer naar de natuur, wat toen ook al niet nieuw was: filosofen als Rousseau en Thoreau hadden er al tenminste een eeuw eerder voor gepleit. Een van de iconen van de rock ‘n’ roll, die dat principe trouw is gebleven is Neil Young. Hij woont op zijn ranch in Californië, met zijn paarden, ezels, geiten, kippen en cowboys. Hij is net zoals Bruce Springsteen en veel andere populaire muzikanten een peacenik, wat alleen maar toegejuicht kan worden. Maar ook bij hem zie je het winstbejag. Het principe van de vrije markt, het extreme kapitalisme, wat blijk uit onder meer de dure toegangskaarten, cd’s en dvd’s (en allerlei andere parafernalia). Tegelijkertijd wordt hij bewonderd door mensen, zoals ikzelf, die de vrije markt bestrijden, die de hoge prijzen van geluidsdragers, van concerten, van festivals niet langer aanvaarden. Neil Young zien zij als een godfather van alles wat tegendraads is, roestige snaren en ontstemde gitaren inbegrepen.

Ik kan zo nog een tijdje doorgaan. Er zijn bijzonder veel voorbeelden te vinden in de wereld rondom ons van dergelijk tegenstellingen en moeilijk te vatten culturele en economische verschijnselen. Wijst dit erop dat er iets nieuws, iets beters aan het ontstaan is, of zijn het stuiptrekkingen van een soort die zich blindelings in de afgrond stort?  Ecce homo!

Foto: Martin Pulaski for peace, François Brouns, 1969.

23-07-08

BURN THE LOUVRE?


“Burn the Louvre,” the mechanic says, “and wipe your ass with the Mona Lisa. This way at least, God would know our names.”

Deze uitspraak komt uit ‘Fight Club’ (1996), de eerste roman van de Amerikaanse auteur Chuck Palahniuk. Als ik me nog goed herinner is de  ‘mechanic’ hetzelfde personage als Tyler Durden, die op zijn beurt een afsplitsing is van de verteller, die soms Joe wordt genoemd. In de gelijknamige film (1999) van David Fincher speelt Brad Pitt de rol van Tyler Durden. Hij doet min of meer dezelfde uitspraak als in het boek.

‘Fight Club’ is een bijzonder fascinerend verhaal; de film echter sleept je nog meer mee in een donkere, absurde wereld, waar niets is wat het lijkt. Fincher is daar een meester in, denk maar zijn andere succesfilm, ‘Seven’.

fight-club


Het is niet mijn bedoeling het oorspronkelijke verhaal hier uit de doeken te doen. Je kunt het boek lezen, de film bekijken, en materiaal opzoeken op andere websites. Gisteren werd ik toevallig opnieuw met deze uitspraak geconfronteerd toen ik nog eens ging kijken op de flickr-pagina van Kathy Slamen, alias Hellophotokitty, een fotografe die ik fascinerend vind en al lang volg. Maar dat volstond voor mij nog niet om dieper op de uitspraak in te gaan.

Gisteravond was ik bijzonder onrustig. Ik overliep mijn honderden dvd’s en kon maar niet beslissen welke film ik zou bekijken. Waarom weet ik niet, maar uiteindelijk koos ik voor ‘Butterfly Kiss’ (1995) van de uitstekende regisseur Michael Winterbottom (zijn ‘I Want You’ vind ik een meesterwerk). ‘Butterfly Kiss’ is een roadmovie over een godsdienstwaanzinnig meisje, Eunice, dat door Noord-Engeland trekt, op zoek naar de mysterieuze Judith en een lied dat niemand schijnt te herkennen. Eunice is bijzonder gewelddadig, moordlustig zelfs. Ze is zelf de bijbelse Judith die Holofernes onthoofd. We zijn vertrouwd met haar beeld door de werken van Boticelli, Veronese en Caravaggio. Het verschil tussen Eu(nice) en Judith is de herhaling: Eu blijft de moord op Holofernes herhalen.
Ze betrekt bij haar wanhoopsdaden, want dat zijn het, het naïeve, lesbische meisje Miriam. Natuurlijk is ook de oorspronkelijke Miriam een bijbels personage. Zij componeert onder meer een lied als het leger van de Farao verdrinkt in de Rode Zee. Miriam is zo ongeveer het enige personage in ‘Butterfly Kiss’ dat niet wordt vermoord. Waarom niet? Eunice / Judith is een godsdienstwaanzinnige. Ik gebruik dit woord niet graag, maar ik vind geen ander. De waanzin van Eunice, hoe vreselijk ook, is namelijk bijzonder oprecht en wreed en zuiver. Goorheid, verschrikking en zuiverheid gaan meestal hand in hand. Eunice gaat gebukt onder een diep schuldgevoel. Ze kastijdt zichzelf. Eunice zoekt god. Maar god laat niet van zich horen. Als ik het ergste doe wat een mens kan doen, dan zal god me horen en zien, denkt ze. Maar god blijft zwijgen. En Eunice zet haar bloedige tocht verder, het ene na het andere slachtoffer kruist haar weg, en Miriam volgt haar en wist de bloedsporen uit. Miriam is niet op zoek naar god, zij wil alleen maar begrijpen, liefde geven. Haar god is de liefde. Als Eunice ervan overtuigd raakt dat, wat ze ook doet, god zich nooit zal laten zien, vraag ze Miriam haar te doden. Miriam verdrinkt Eunice in de zee.

Boticelli-Judith


De film was gedaan. Ik zat in stilte in mijn kamer. Daar was die zin van Chuck Palahniuk weer. Ik dacht niet aan onnozelheden als plagiaat. ‘Le plagiat est nécessaire’, schreef Lautréamont in zijn ‘Poésies II’. Ik dacht aan Goebbels, aan de nazi’s, aan de ‘Entartete Kunst’. Burn the Louvre! “Als ik het woord cultuur hoor grijp ik naar mijn revolver”, is de vaak geciteerde uitspraak van Goebbels. “Wipe your ass with the Mona Lisa…” Jongens toch… Ik kreeg het er moeilijk mee. Uiteraard wist ik dat het zeer waarschijnlijk niet de mening van de auteur was, maar van een van zijn personages. En toch… Ik herinnerde me het bijna ondraaglijk mooie lied van Bob Dylan, ‘Visions Of Johanna’, met daarin die onvergetelijke regels:

‘Mona Lisa must have had the highway blues
You can tell by the way she smiles…”

Wat een verschil. Bob Dylan noch Robert Zimmerman veegt zijn gat af aan de Mona Lisa, ook al gaf Duchamp haar een snor. Maar nog altijd liever een Mona Lisa met een snor, en zeker een die de highway blues heeft, dan een die stront in plaats van make-up op het glimlachende aangezicht heeft. Nee, dacht ik, ‘Fight Club’, is mijn wereld niet. (Gek is dat in Finchers ‘Seven’ ook een hoofd wordt afgehakt, een heel mooi hoofd trouwens.) Overigens denk ik niet dat een god, als hij zou bestaan en schepper zou zijn van de mens, er wakker van zou liggen dat het Louvre zou worden afgebrand, of de Mona Lisa besmeurd. Maar een god die toestaat dat een mens wordt vermoord bestaat niet, kan niet bestaan.

En waar de absolute, van god verlaten eenzaamheid toe leidt zag ik in ‘Butterfly Kiss’. Die wereld ken ik beter. Ik begrijp hem beter. Eunice zal nooit de Mona Lisa met haar excrementen besmeuren. Het is de eenzaamheid die haar tot haar wrede daden leidt. De afzondering. Het geloof in een genadige god, de hoop dat die haar zal troosten, haar zal zien. Terwijl ze alleen van de mensen heil kan verwachten. Alleen de verschrikkelijke mensen kunnen haar redden. Het geloof heeft haar blind gemaakt voor de genade van de mensen, de troost van vreemden.

 

25-06-08

DOOD IN VENETIË

Hier stond een fragment uit 'Morte a Venezia', bedoeld als illustratie bij mijn verhaal 'Het meisje in Café Majestic'. Het is mij vooral om het thema te doen, zowel het muzikale thema van Mahler, als het thema in de film. Velen beschouwen Visconti's 'Morte a Venezia' als zijn belangrijkste werk. Ik vind dat in geen geval. 'Ossessione' is bijvoorbeeld veel beter. Maar vanzelfsprekend gebruik ik het woord illustratie hier ironisch. Mijn verhaal is een heel kleine voetnoot bij een minder werk van de grootmeester, en bij een hoogtepunt in de verhaalkunst en de laat-romantische klassieke muziek.

27-03-08

FILM ALS VLUCHT IN DE WERKELIJKHEID


black sunday


De voorbije dagen heb ik veel films gezien. Wellicht  wilde ik mijn eigen dagelijks leven en mijn existentiële problemen niet onder ogen zien en vluchtte ik daarom weg in fictieve werelden. Maar als dat zo is, waarom koos ik dan voor grotendeels wrede, gewelddadige werelden?

‘Paradise Now’ uit 2005 van de Palestijnse regisseur Abu-Assad vertelt over de laatste dagen van twee jonge zelfmoordterroristen uit Nabloes. De twee jongens worden niet als fanatici getoond, maar als wanhopige mensen, met veel twijfels en zeer weinig zekerheden.  Terwijl een van beiden afziet van de daad, gaat zijn vriend tot het extreme uiterste en blaast zichzelf op in een bus met Israëlische militairen.  Een van de uitspraken van de regisseur: "Cars kill more people in a day than terror has in years, but people are so afraid of terror. We accept the danger from cars, not terror, and yet something always causes terror. We ignore why and focus only on the consequences. To prevent it, we must think about what creates the evil." ‘Paradise Now’ is geen film om lekker bij weg te dromen, om je te helpen ontsnappen, maar hij helpt je wel je veelal kleine problemen te relativeren en laat je – eens te meer – beseffen in welke vreselijke omstandigheden velen onder ons moeten leven.

Onmiddellijk na ‘Paradise Now’ zag ik ‘Mar Adentro’, ook uit 2005, van de Spaans-Chileense regisseur Alejandro Amenábar, bekend van ‘Abre los ojos’ en ‘The Others’.  Javier Bardem is een schitterend acteur, ook hier in de rol van een man die al 28 jaar verlamd in bed ligt en strijd voert tegen de Spaanse overheid: hij eist het recht op om waardig te sterven.  Het is een verhaal over familie, lijden, liefde literatuur, verbeelding en dood en toch geen sentimentele lulkoek. Integendeel, ‘Mar Adentro’ is een klein meesterwerk, schitterend gefotografeerd, vol passie, schoonheid en verdriet, een meesterwerk dat naar de keel grijpt en je ogen opent voor het lot van andere mensen. Ook deze film gaf me geen mogelijkheid om uit de woestijn van de werkelijkheid weg te vluchten. Wat ik vooral besefte was dat ik inzake mededogen zelfs op mijn zevenenvijftigste nog veel heb te leren.

‘Black Sunday’ uit 1977 van John Frankenheimer is een lange, meeslepende thriller met Marthe Keller, Bruce Dern en Robert Shaw. Dern en Keller zijn Palestijnse terroristen die een aanslag voorbereiden op de Amerikaanse Superbowl in Florida, Shaw is de onverschrokken Mossad-agent die hen op de hielen zit. Het plan van de terroristen is om vanuit een luchtschip een reusachtige splinterbom in het midden van de Superbowl te droppen, met duizenden doden als gevolg. De film is bijzonder spannend, en in zekere zin ook profetisch, alleen kunnen – in tegenstelling tot 9/11 - in de film de terroristen op tijd worden ‘uitgeschakeld’. Er is wat mij betreft iets vreemds aan de hand met deze film. Ik zat namelijk tot aan het einde, waar het luchtschip een dreigende schaduw werpt op de Superbowl, mee te leven met de terroristen, voornamelijk door de passie – of is het verbetenheid – die uitgaat van het personage gespeeld door Marthe Keller. Veel minder begrip had ik voor de haat- en wraakgevoelens van de Vietnam-veteraan. Bruce Dern speelt die rol dan ook over-the-top. Als de film gedaan is besef je dat je onbewust hebt zitten verlangen naar de dood van duizenden sportliefhebbers.  Op die manier kom je evenmin in een paradijselijke omgeving terecht. Integendeel: je voelt je schuldig voor je vreemd plezier en moet een ernstig gewetensonderzoek doen.

Van lieverlede heb ik dan maar teruggegrepen naar een oude, stomme film, ‘The General’, van Buster Keaton. Het vreemde is dat ik Buster Keaton de allerbeste komiek ooit vind, maar dat ik nooit met  zijn wederwaardigheden kan lachen. Maar uiteraard is ‘The General’ een mijlpaal in de filmgeschiedenis, en biedt het vrij sentimentele liefdesverhaal (een subplot) enige troost.

Ik zag ook nog de documentaire ‘Patti Smith: Dream Of Life’ van Steven Sebring. Over dat indringend portret van een van de belangrijkste kunstenaars van de twintigste eeuw (en van een stuk van de eenentwintigste) moet ik het echter uitgebreid hebben in een volgend artikel.  De film heeft me alvast gesterkt in mijn voornemen om de literaire marathon in Oostende over de beat generation bij te wonen. Ja, beat, in Oostende, in La Bagatelle, op 29 maart. Come rain or come shine.

17-03-08

BOB DYLAN EN ALLEN GINSBERG BIJ HET GRAF VAN JACK KEROUAC

pop,popcultuur,film,renaldo and clara,allen ginsberg,jack kerouac,bob dylan


Bob Dylan en Allen Ginsberg bezoeken het graf van Jack Kerouac. Dit beeld komt uit 'Renaldo and Clara', een film van Bob Dylan waar ik al jaren naar op zoek ben.

24-02-08

L'ATALANTE VAN JEAN VIGO: MIJN UITVERKOREN FILM

films,beste films,top-1,atalante,de standaard,steven de foer,jean vigo


Steven De Foer dook voor De Standaard in het filmarchief en koos de honderd beste films aller tijden uit. Zijn keuze is onberispelijk. De top-vijf ziet er bij hem als volgt uit:

1. The Godfather, part two - Francis Ford Coppola -1974
2. Psycho - Alfred Hitchcock - 1960
3. Citizen Kane - Orson Welles - 1941
4. Some Like It Hot - Billy Wilder - 1959
5. Once Upon A Time In America - Sergio Leone - 1984

Wat opvalt is dat het stuk voor stuk Amerikaanse films zijn. Mijn top-100 zou er alleszins helemaal anders uitzien, al zouden er wel overeenkomsten zijn. Ik heb er lang over gedaan om mijn beste film uit te kiezen. Nu twijfel ik er niet langer aan: het is L'Atalante van Jean Vigo uit 1934. Hier volgt de openingsscène. Het loont de moeite om de hele scène te bekijken en daarna de hele film. Er bestaat niets mooiers dan deze film vol poëzie, liefde en drama.

19-02-08

STEMMEN EN STEMMINGEN II


Willem_Dafoe

Vreemd hoe de stem van de jonge John Cale bijna altijd gevoelens van euforie bij me weet op te wekken. Nu bijvoorbeeld met het nummer ‘Please’, een bonustrack op de onvolprezen eerste solo-elpee, ‘Vintage Violence’. Ik ben een stemmengek, daar heb ik al meermaals overgeschreven, maar ik besef nu dat het bij iemand als John Cale toch zeker ook om de melodie gaat, waar die euforie al in potentie in aanwezig is. Bij een andere stem, die mij ook telkens weer doet wegsmelten, die van Hope Sandoval, is het melodieuze even belangrijk.

Toch is melodie geen sine qua non om de stem een diepe indruk op mij te laten maken. Ik denk nu bijvoorbeeld aan Willem Dafoe, en met name aan de film ‘Light Sleeper’ van Paul Schrader. Telkens als ik die vrij middelmatige film - met een buitengewone acteerprestatie van Willem Dafoe – bekijk, krijg ik tranen in de ogen als ik de eenzame John LeTour aan een waarzegster hoor vragen of zijn geluk nu werkelijk opgebruikt is. Die tranen komen er niet alleen door de inhoud van die vraag maar ongetwijfeld ook door het timbre van Dafoes stem.

Na een voorstelling zag ik Willem Dafoe eens aan de toog van het kaaitheatercafé staan. Wat had ik hem graag aangesproken om hem te zeggen hoezeer ik hem bewonderde, maar ook om hem daar in dat café het woord tot mij te horen richten. Ik was echter te schuchter en bleef zitten waar ik zat.  En heel vaak als ik Mark Lanegan hoor zingen denk ik aan die scène uit ‘Light Sleeper’ terug, en krijg ik weer een krop in de keel. Mark Lanegan lijkt mij een even eenzame man als de fictieve John LeTour, en zijn stem lijkt wat op die van Willem Dafoe.

Bij mij moet de televisie altijd erg luid staan, zodat ik de nuances in het spreken van actrices en acteurs heel goed kan horen. Iets absurders dan een acteur wiens stem gedubt wordt kan ik me niet voorstellen. De - kennelijk autobiografische - monoloog die Marlon Brando afsteekt in ‘De laatste tango in Parijs’ van Bertolucci is zo broos en nog veel unieker dan een vingerafdruk dat wie die stem door een andere laat vervangen gevangenisstraf verdient. Ja ik ben toch wel een stemmengek.

22-01-08

HAPPY BIRTHDAY JIM JARMUSCH

stranger than paradise,jim jarmusch,verjaardag,film,i put a spell on you,clip,screamin  jay hawkins,pop,mystery train,popcultuur,rock,humor

Vandaag is het de verjaardag van Jim Jarmusch. Ter gelegenheid daarvan deze foto uit de bijzonder humoristische film 'Stranger Than Paradise', met John Lurie en Eszter Balint. 'I Put A Spell On You' van Screamin' Jay Hawkins was zowat het leidmotief van de soundtrack. Later zou Screamin' Jay Hawkins een rol krijgen in Jarmusch' 'Mystery Train'. Happy birthday, Jim! Het moet niet altijd over dood en ellende gaan.

13-11-07

BERNADETTE LAFONT BELUISTERT LES AMANTS DE PARIS



Bernadette Lafont beluistert Edith Piafs 'Les amants de Paris'. Een prachtige scène uit mijn favoriete film 'La maman et la putain' van de baanbrekende en veel te jong gestorven regisseur Jean Eustache. 'Broken Flowers' van Jim Jarmusch is opgedragen aan Jean Eustache.