20-06-13

JAMES GANDOLFINI, TRAUMA'S, THERAPIEËN

tony-soprano-james-gandolfini.jpg

James Gandolfini

Van begin augustus 1997 tot najaar 2003 was ik in psychoanalyse bij een bekwame, empathische en erg aantrekkelijke (vrouwelijke) neuro-psychiater. De aanleiding voor de therapie was een posttraumatische shock waar ik onder gebukt ging nadat ik op een mooie, zonnige zomeravond vlakbij de Grote Markt in Brussel bijna dood was geklopt door bijzonder gewelddadige criminelen. Neus op twee plaatsen gebroken, zware hersenschudding, tanden stukgeslagen, hematoom in het bindweefsel rondom de ogen, et cetera. Voor de Brussels politie een fait-divers. Een onderzoek is er nooit geweest.

gewond1997a.jpg

Martin Pulaski, 26 juni 1997. Foto: Agnes A. of Wilfried D.

In de periode dat die psychoanalyse plaatsvond ben ik fan geworden van ‘The Sopranos’ en in het bijzonder van James Gandolfini en Lorraine Bracco, die de rol speelt van Tony Soprano’s psychiater, Jennifer Melfi. Hoewel ik zelf geen gangster ben en evenmin banden heb met de maffia, maar wel een bewonderaar van Tennessee Williams en Arthur Miller, die veel invloed hebben gehad op scenarioschrijver David Chase, en tevens een aanhanger ben van ‘niet-orthodoxe’ psychoanalyse, zag ik bijzonder veel overeenkomsten tussen mijn eigen therapie en die van Tony Soprano. Bovendien herkende ik veel eigenschappen van 'mijn' psychiater in Jennifer Melfi – en vice versa. Soms zat ik te huilen bij een therapeutische sessie in 'The Sopranos', en vroeg ik me af hoe het toch mogelijk was dat ik zo kon meeleven met een gangster. Andere keren zat ik dan weer te huilen bij mijn therapeute als ik haar als in trance een aflevering navertelde. Realiteit en fictie raakten elkaar, ruilden van plaats.

 

lorraine bracco.jpg

Lorraine Bracco

Ik wil niet beweren dat James Gandolfini en Lorraine Bracco de beste acteurs van de wereld waren, maar ze hebben me alvast diep geraakt en een belangrijke betekenis gehad in mijn leven. Toen mijn vrouw me vanmorgen vertelde dat James Gandolfini in Rome is overleden heb ik niet gehuild. Huilen doe ik niet meer. Waarom zou een man nog huilen? Maar ik was geschokt en diep bedroefd. Er was iemand gestorven die ik van nabij had gekend. Geen familielid, geen vriend, maar een lotgenoot, een mens met trauma’s en grote levensproblemen.

Sinds oktober 2012 ben ik opnieuw in therapie bij dezelfde mooie vrouw. Waarom? Dat wil ik voorlopig  geheim houden. Maar ik denk dat de tijd gekomen is om ‘The Sopranos’ te herbekijken. Vraag me echter niet om nog een keer naar Rome te reizen, ook al schijnen alle wegen daarheen te leiden.

 

Vaarwel James Gandolfini, vaarwel Tony Soprano.

13-03-13

EEN DROOM VAN WERNER HERZOG

zwerge3.jpg

De voorbije nacht heb ik opnieuw veel gedroomd; voor het ontbijt stond alles me nog duidelijk voor de geest, maar nu ben ik het meeste vergeten. Ik herinner me nog raadselachtige landschappen, wellicht beïnvloed door Werner Herzogs remake van ‘Nosferatu’ en van zijn ‘Herz aus Glas’.

De weg naar omhoog van Heraclitus: een modeltraject dat steeds weer herhaald wordt. Een gele Studebaker boven op een bergtop geparkeerd. Ik vraag voorbijgangers hoe hij daar terecht is kunnen komen, over dat smalle ezelspad. Niemand schijnt het te hebben gezien.  Nochtans zijn ogen scherper getuigen dan oren. Wat later drink ik een espresso in een slaperig café op het dorpsplein. Een oude man biedt me een sigaret aan. In die auto hebben ze een lijk vervoerd, zegt hij. Ik vraag hem hoe de wagen weer naar beneden kan. Langs hetzelfde pad, zegt hij.

Deze droom deed me inderdaad aan de wereld van de Duitse filmregisseur Werner Herzog denken. Herzog maakte in de jaren zeventig een voetreis door de kou, van München naar Parijs, omdat hij ervan overtuigd was dat hij op die manier Lotte Eisner, een Duitse filmcritica – ze schreef voorbeeldige werken over F.W. Murnau, Fritz Lang en de Duitse expressionistische film – van een ongeneeslijke ziekte te genezen. Herzogs films getuigen van dezelfde uitzonderlijkheid en van dezelfde bezetenheid.

Van in het begin ben ik een bijna onvoorwaardelijke bewonderaar van Werner Herzog. Sommige van zijn werken, zoals ‘Aguirre, der Zorn Gottes’ en ‘Herz aus Glas’ heb ik wel vijf keer of meer gezien. Herzog is een bezetene, een perfectionist, een visionair (wat een woord is dat ik niet graag gebruik, omdat er zoveel ruis op zit, zoals op ‘icoon’: ik heb me reeds afgevraagd of er iconische varkens bestaan).

Of toch niet van in het begin. De eerste films heb ik niet gezien: ik heb nooit de kans gehad. Nee, het is begonnen met ‘Auch Zwerge haben klein angefangen’ uit 1970. Een film over opstandige dwergen, grappig en grimmig. Nergens mee vergelijkbaar. Vandaag heb ik enkele foto’s uit die unieke film op internet gezocht - en gevonden. Ze hebben me, samen met de droom, veel zin gegeven om hem nog een keer te zien, te ondergaan. Of een andere film van de meester: ‘Woyzeck’ bijvoorbeeld, met Klaus Kinski en Eva Mattes?

zwergeherzog.jpg

zwerge.png

07-03-13

IN MEMORIAM ALVIN LEE (EN 1969)

Ten Years After.jpg

Een in memoriam van weinig woorden.  Ik heb maar korte tijd van de muziek  van Ten Years After en Alvin Lee gehouden. Ik herinner me weinig. Alleen een concert in het Brusselse Théâtre 140 in oktober 1969 (het jaar van de eeuw zeggen sommigen die het kunnen weten) is me bijgebleven. Hoe kan het ook anders: de hele prachtige theaterzaal vatte vuur, bijna letterlijk. Later besefte ik dat het het vuur was geweest van de jeugd die me verliet. En van de vlammen van de onschuld die ik samen met mijn generatiegenoten verloor. Denk maar aan Altamont en Charles Manson. Maar goed, heel even was Alvin Lee een god, een afgod, een duivelskunstenaar.  Toen we onze jassen al aangetrokken hadden, het was een wat kille herfstavond, stond Frank Zappa daar opeens op het podium. Twee van onze gitaarhelden ontmoetten elkaar. Na hun bliksems duel gingen we wat verslagen de nacht in. En nu is Alvin Lee dood.

22-02-13

HERINNERINGEN AAN KEVIN AYERS

kevin1.jpg

Kevin Ayers is dood. Hoewel ik hem maar enkele keren heb ontmoet – het waren intense, onvergetelijke uren – beschouwde ik hem in mijn verbeelding als een ware vriend en in werkelijkheid als een lange afstandsvriend. ‘I have a friend I’ve never seen, he hides his head inside a dream’ zingt Neil Young in ‘Only Love Can Break Your Heart’. Het zou over Kevin Ayers kunnen gaan, en een klein beetje over mezelf.

Ik hield van zijn songs, zijn stem, zijn elegantie, zijn merkwaardige schoonheid, zijn speelsheid, zijn intelligentie. Toen ik hem ontmoette was ik nog naïef. Hij vertelde me waar the Soft Machine vandaan kwam. Van William Burroughs. Net zoals Steely Dan. Kevin Ayers vertelde me dat er logica in dromen zit. Kijk naar de bananen op zijn schaakbord (op de hoes van ‘Bananamour’).

Kevin Ayers was een muzikant met een ziel, geen showman. Dat zie je meteen op het livemateriaal dat er op YouTube voorhanden is.  Hij hield van Nico, beschouwde haar als een vrouw met talent en niet als een freak. Over haar heeft hij het mooie ‘Decadence’ geschreven. Op Ayers’ meesterwerk, ‘The Confessions Of Dr Dream And Other Stories’ uit 1974, zingt Nico mee (op ‘Irreversable Neural Damage’, een titel waar ik destijds weinig van begreep, geestelijk gezond als ik was). Op zijn platen liet hij zich begeleiden door voortreffelijke muzikanten zoals David Bedford, zijn oude vriend van the Soft Machine Robert Wyatt, de jonge Mike Oldfield, Steve Hillage, Ollie Halsall en Lol Coxhill. Niet voor niets heette zijn band ‘The Whole World’.

Syd Barrett, die hij wellicht nooit goed gekend heeft, zag hij als een ‘soulmate’ en een vriend. Voor hem zette hij het sprookjesachtige ‘Oh! Wot A Dream!’ op plaat. Een van mijn lievelingsnummers. Eens gehoord vergeet je het nooit en het is zeer geschikt als slaapliedje voor de kinderen.

Op een avond zaten we samen aan tafel. Kevin Ayers had meer aandacht voor de wijn dan voor het eten. Maar niet alleen voor de wijn. Tussen ons in stond een vaas met een warmrode roos erin; van een van haar bladeren viel een vochtdruppel in mijn glas . “Look”, zei hij, “the rose is crying in your wine”. Weinigen zien zoiets kleins, en als ze het zien zeggen ze het niet. Zeker mannen doen dat niet. Ik kende in die dagen niets van wijn. Hij vertelde me dat hij graag Gewurztraminer dronk. Daarna heb ik die vrij fruitige wijn nog jaren geregeld gedronken, tot ik me door bourbon en tequila heb laten verleiden, dranken die ik al lang weer heb afgezworen: nu is er opnieuw plaats voor wijn in mijn leven. En zeker ook voor Gewurztraminer.

Soms hoor ik Kevin Ayers in mijn dromen zingen. Why are you sleeping, zingt hij. Va pisser dans un violon, zingt hij. Stranger in blue suede shoes, zingt hij. Colores para Dolores, zing hij. Puis-je, vraag ik hem dan. En vervolgens word ik wakker, ontbijt, de zon schijnt, ik maak een lange wandeling, loop voorbij een café waar een mooie vrouw alleen aan een tafel thee zit te drinken. Zou ik haar durven vragen of ik dicht bij haar mag komen zitten? Nee dat durf ik niet, zeg ik tegen mijn spiegelbeeld.

Nog zoiets: mede dank zij Kevin Ayers ben ik nooit oud geworden. Hij was een van die kunstenaars die me hebben leren dromen, dagdromen, mijmeren… Kevin Ayers heeft me geholpen om van het leven een feest te maken, ook al krijg je soms alleen maar een naakte lunch.

Kevin Ayers is dood. Maar hij blijft mijn heel bijzondere gezel, tot het einde. Ik zal hem elke dag missen.

---

Op 25 juni 2006 schreef ik nog over Kevin Ayers in De roos van Kevin Ayers en op 27 juni 2006 in Gesprek met Christa Pfaffgen.

19-07-12

BLACK DAHLIA

Palermo2 (1280x865).jpg
Palermo, 23 juni 1998.

Een gloeiendhete zomerdag in Palermo. Er vielen doden bij een afrekening tussen twee families, maar dat las ik pas in 'La Sicilia' toen ik me al in Syracusa bevond. Wat hield ik toen van de staccato-misdaadromans van James Ellroy en wat pasten die bij dat oude eiland, Sicilië, vergeven van bloedbaden en schoonheid in verval. In elke straat in Palermo trof je nog sporen aan van bombardementen tijdens de tweede wereldoorlog. Ellroys 'The Black Dahlia' was nog niet verfilmd, gelukkig maar. Van Ellroys zinnen kun je geen Hollywoodbeelden maken, of de schrijver zou zelf films moeten maken. Vreemd dat die verfilming zo tegenviel - ik ben lange tijd een bewonderaar geweest van Brian De Palma. Overigens had Givenchy zijn Dahlia Noir-parfum nog niet op de markt gebracht. Nog vreemder - en volledig beantwoordend aan Guy Debords idee van de 'spektakelmaatschappij' - dat een parfum wordt genoemd naar een in stukken gesneden vrouw.

Op de foto zit ik in een bus op weg naar de macabere Catacombe dei Cappuccini. Ondanks al de lijken daar - elk grotesk verwrongen lichaam een memento mori - voelde ik me goed op die plaats: het was er rustig en koel, heel koel. 

18-06-12

PARKIETEN

 

Op het terras at ik een lekker haantje
zoals ik toen ik jong was zo vaak
met mijn ouders deed – onbewust
van wat ik in hun ogen zou vergeten.
Ik dacht aan mijn vader en moeder,
lang dood nu, keek naar de hemel op zoek
naar een engel of iets engelachtigs.

Wat een lawaai toch maken die parkieten, zei je.
Waar, vroeg ik, waar zijn die parkieten?
Daar, zei ze, in de bomen, zie je ze dan niet?
Ik zie geen groen in al dat groen, zei ik,
Ik geloof dat ik weer blind word.
Daarop zag ik een parkiet wegvliegen
van de ene boom naar de andere

en daarna een tweede parkiet -
en dacht aan de dood. Hoorde een lied,
‘how was I to know you cared’?
vol oude gloed en diep verdriet.

07-10-11

DE DOOD VAN ELIZABETH TAYLOR, VERGETEN

ElizabethTaylor2.jpeg

Gisteravond aan tafel, vermoeid van ik weet niet wat, vroeg ik A. of Elizabeth Taylor al dood was. Richard Burton is dood, dat weet ik, zei ik. En van Michael Jackson weet ik het heel zeker. A. was er stellig van overtuigd dat Elizabeth Taylor niet meer onder ons was. Je hebt er zelfs een In Memoriam voor geschreven, zei ze. Natuurlijk was ik dat ook vergeten. En nu vind ik het hier terug. Vreemd, en een beetje beangstigend. Ook het feit dat ik "niet buitensporig lang" meer dacht te zullen leven, klinkt nu verontrustend.

Bert_jansch2.png

Inmiddels zijn er wellicht al miljoenen mensen gestorven, waaronder enkele die me dierbaar waren, zoals eergisteren nog Bert Jansch. Voor hem heb ik geen In Memoriam geschreven. Dat doe ik niet meer. Ik moet me nu met de levenden bezighouden. Wel heb ik die dag veel muziek van Bert Jansch beluisterd. Hij was een begenadigd gitarist en songschrijver.


23-11-09

LEVEN EN DOOD VAN BRUNO ANQUINET


bruno en agnes


Hoe stuur je een hond door dit weer? Je hebt niet eens een hond. Of ben je zelf die hond misschien? Nee, natuurlijk niet. Maar waarom zit je dan zo te treuren als een hond? Te denken aan verwelking, aftakeling en dood. Waarom heb je de indruk dat dingen om je heen ondraaglijk zwaar zijn geworden? Kun je nog wel iets heffen? Je zou het eens moeten proberen, maar je zit op je stoel en wacht op woorden die niet lijken op gebrul of geblaf. Woorden die niet lijken op tranen, op afscheid, op dood. Maar dood is altijd dood, hoe je het ook draait of keert.

Je moet je vermannen. Je kunt zo mooi over de dood van zangeressen, zangers en muzikanten schrijven, wordt soms gezegd. Waarom dan niet over de broer van je vrouw? De avonturier, als Odysseus ooit, met een beschadigd hoofd teruggekeerd uit Griekenland, waar hij jaren lang woonde, op het eiland Mykonos, waar hij Griekse mythen schilderde op de wanden van restaurants waar de toeristen vrolijk zouden komen wezen. Je schone broer die de laatste jaren van zijn leven leefde als een plant. Maar dat is niet nauwkeurig geformuleerd. Een plant leeft als een plant, Bruno leefde als een zwaar beschadigde mens. Beschadigd, zoals zovelen onder ons door een andere mens of mensen. We zullen het nooit weten wat daar in dat Grieks dorp is gebeurd. De plaatselijke politie weet het niet of zegt het niet te weten. Inmiddels is de politie in dat dorp al lang vergeten dat er een Belgische schilder, genaamd Bruno, in zonnige armoede leefde. En de overige dorpelingen dan? De avonturier uit Brussel, met zijn fonkelende donkere ogen. De ogen van Bruno. Als ik gedronken had en we beluisterden bijvoorbeeld Mahlers vijfde symfonie – al zo lang geleden, tempus fugit – vond ik dat hij op een Griek leek. Meer dan tien keer op een avond riep hij met zachte stem yamas of yasou! En vulde de glazen nog eens bij.

Wees gerust, lezer, dit wordt geen biografie.

Na een faillissement, zijn zwarte Odysseus-baard was inmiddels grijs geworden, liet hij alles achter en vertrok naar Griekenland. Was hij er gelukkig? Misschien wel, misschien niet. Toen een ambulancevliegtuig – of hoe heet zo’n ding waar ze zwaar gewonden in vervoeren? - hem van Athene naar Brussel had teruggevlogen kon hij er niets meer over vertellen. Schilderen kon hij ook niet meer. Kon hij nog herkennen? Leek de wereld nog op de wereld? Meerdere jaren heeft hij zo beschadigd geleefd. Onlangs is hij ziek geworden, en zaterdag is hij gestorven. Bruno is dood. Bij mij – en zeker niet alleen bij mij -  heeft hij door te sterven veel sluimerends wakker geschud. Ik heb de voorbije dagen Rembetika beluisterd, het Griekse equivalent van de blues, liederen over misdaad, prostitutie, havencafés, heroine, tbc, dood en wanhoop. Maar, zoals alle droeve muziek, ontroerend en troostend. Denk maar aan het adagietto uit de vijfde symfonie van Mahler, dat Visconti zo terecht gebruikte in Dood in Venetië en dat eveneens te horen was tijdens de begrafenismis van Robert Kennedy.  Ik heb me echter vooral de momenten herinnerd die we samen hebben doorgebracht, meestal tijdens feesten, meestal in vrolijke stemming.

Ja, Bruno is dood. Hij doet me nu opeens denken aan een trouwe, brave hond. Een mensdier, geen plant. Had je Bruno gekend zou je hem nooit door dit weer hebben gestuurd. Dat was ook niet nodig geweest: een avonturier heeft geen schrik voor de wind en de regen

Foto: Agnes en Bruno A.

27-08-09

HELS LAWAAI VOOR DE DODEN


DODENDANS


Je zou wel eens wat anders willen, leeghoofdig met de leeghoofdigen, praatziek met de gezonden, verwonderd met de kinderen, gelukkig met degenen die hun huizen goed geadviseerd inrichten of hun kinderen over de kleuren en de sterren vertellen. Maar een zware last weegt op je schouders; uren, dagen van lood. Er is geen tijd, maar je kunt de tijd en zijn afloop niet uit je hoofd zetten. De koekoeksklok die koekoekt in je hoofd. Een hoofd overigens van boeken en films, niet meer van vlees en bloed. Een hoofd van carnavalmuziek en gemaskerde ruiters, van donker water waarop verdronken kinderen in hun kano’s pogen te vluchten voor de Apocalyps, voor de harde regen die zeker zal vallen, als het vandaag niet is, dan morgen.

Stilte.

De stilste stilte voor de doden.

Elllie Greenwich. Jim Dickinson. Larry Knechtel. Bescheiden en weinig bekende helden die je jeugd opvrolijkten met hun da doo ron ron, hun blauwe vogels, hun rauwe impressies van een intens genot, van een genoeglijk drama, botsauto’s die eeuwige jeugd de verdoemenis in reden, lachend, gierend, Jack Kerouac achterna, de vijfde Beatle en de zesde Rolling Stone.

Ellie Greenwich was een diepe rivier, een hoge berg, een blond tienermeisje met een zilveren hart.

Jim Dickinson was een Rolling Stone. Een Ryland Cooder. Een blanke blues. Met zijn ruige kop en zijn dikke lange vingers. Zijn gretige en absurde wijsheid.

Larry Knechtel was een mama en een papa, een beach boy, een lid van wrecking crew (voor eeuwig en een dag). Larry Knechtel was Phil Spector. Larry Knechtel was geen survivor.  Wie heeft nood aan survivors?

Willy, zing nog eens een lied, wil je, want nu hebben we echt wat Party Girls nodig.

Stilte voor de doden.

Stilte voor de de doden van de zomer van de doden. Degenen die ik vandaag niet noem, gisteren niet noemde.

Zou het niet teveel zijn, zoveel elegieën? Mijn huid spat uiteen van de onuitgesproken woorden. Pathetisch? Terwijl de anderen sterven verlang je het leven, adem, huid, gefluisterde woorden van dichters en vrouwen. Terwijl de oude en jonge doden worden begraven wil jij diep genot bij alle mooie vrouwen naar wie je ooit verlangde en naar wie je verlangt. Jij gaat nooit dood. Jij likt het zout van hun huid. Het zout van het eeuwige leven.

Stilte voor de doden.

Voor de kinderen in de woestijn, op het water. Voor de naamlozen. Voor degenen die door mensen als jij en ik worden doodgeklopt, gewurgd, verminkt, levend begraven. Voor degenen die wij niet willen kennen. Voor al degenen die onze paden niet kruisen, en geen weg vinden in onze letters, in onze woorden.

Stilte voor de doden.

Jazeker, opnieuw vul ik mijn hoofd met carnavalmuziek, muziek van de opstand, van de woede, van de zinsverbijstering, van de ontregeling van alle waarden, vals of niet vals, opnieuw zoek ik je op, fluister ik in je oor, roep ik het uit: vergeet de doden, herinner je de dagen van het leven, leef, heb lief. Ik heb je lief. Ik wil met je leven, lachen. Ik wil met je dansen. Wij zijn allemaal goden. Sterven? Laat me niet lachen

Lawaai voor de doden.

Hels lawaai voor de doden.

07-08-09

IN MEMORIAM WILLY DEVILLE


Ik ben sprakeloos. Een van mijn 'helden', Willy DeVille - iemand die voor honderd procent uit rock & roll en rhythm & blues bestond - is gestorven. 'Cabretta' is een elpee die mijn leven heeft veranderd. Laat de tranen nu maar rollen.



30-06-09

IN MEMORIAM PINA BAUSCH


Pina_Bausch

Sluitingstijd, etenstijd - maar de doden vallen je lastig, verminken je tijdsindeling, je plannen. Nu is het weer Pina Bausch, na de zogenaamde popkoning, de echte grote dame van het hedendaagse danstheater. De choreografe uit Wuppertal is 68 geworden.

Ongetwijfeld zal er veel over haar worden geschreven, maar anderzijds zullen tieners en oudere jongeren weinig nachtwakes houden en kaarsen branden. Nu, ja, ze verdient ook wel iets originelers dan dat. Daar ga ik nu over nadenken. Misschien zal ik, ondanks de hitte, enkele danspasjes wagen.

De groep van Pina Bausch was het eerste contemporaine danstheatergezelschap dat ik ooit zag, zij het op televisie. Die beelden uit lang vervlogen tijden zullen me altijd bijblijven.

Foto copyright de Volkskrant.

26-05-09

IN MEMORIAM JAY BENNETT



JAYBENNETT

En nu weer is Jay Bennett vriendelijk of onvriendelijk de donkerste nacht ingegaan. Nee, ik heb het al gezegd: ik schrijf niet meer over de doden. In plaats daarvan luister ik nog een keer naar 'Summerteeth' van Wilco, en vooral naar de nummers 'Can't Stand It', 'Shot In The Arm', 'I'm Always In Love' en 'Via Chicago'. En ook naar Jays eigen 'The Magnificent Defeat', met daarop het zeer mooie 'The Palace At 4 AM'.


Thanks to Wyep for the photograph of Jay Bennett.

28-03-09

IN MEMORIAM ESTELLE BENNETT (RONETTES)


Estelle Bennett

Nu, op dit ogenblik, verneem ik dat Estelle Bennett al in februari is overleden. Soms bereikt nieuws mij traag, overvalt het mij. Estelle Bennett was de zus van Veronica Spector en lid van de girl group The Ronettes. Hun 'Be My Baby' behoort tot de vijf beste singles ooit gemaakt. Zie voor meer informatie de websites van NRC en Wikipedia.

ronettes

Rest In Peace, Estelle.

SLIPPIN' AND SLIDIN': REST IN PEACE EDDIE BO


eddie bo

Het volgende schreef ik in september 1992, na een eerste bezoek aan de Verenigde Staten, en heel in het bijzonder aan de stad van mijn muzikale dromen, New Orleans.

"Voor we naar de Storyville club gaan, eten we vlug iets bij Frank's, een onopvallend Italiaans eethuisje. Zeker zo goed als het cajun-eten en zeer goedkoop. In Storyville, aan Decatur St. treedt vanavond Eddie Bo op. Ik kan het haast niet geloven. Een maand geleden hebben we Eddie Bo in Brussel aan het werk gezien voor een uitverkochte AB en nu gaat de man zijn ding doen voor welgeteld zeven aanwezigen. Vijf daarvan zitten aan de bar, de andere twee, wij dus, aan een tafeltje. Na een tijdje is er een achtste, die in de deuropening postvat. Hij draagt een zwart alpinopetje en heeft een grijze baard. "Dat is Eddie Bo", zegt Laura. Dat is inderdaad Eddie Bo. Hij lijkt het helemaal niet erg te vinden dat hier zo weinig volk is. Er is een voorprogramma : een blanke blueszanger met een lange baard à la ZZ Top die luistert naar de naam Coco Robicheaux. Ik geloof dat de 'echte' Coco Robicheaux een legendarische figuur is in New Orleans. Tijdens de weinig opvallende set van deze man probeer ik voldoende moed te vergaren om naar de Eddie Bo toe te stappen, die nu aan de bar staat. Na een drietal Corona's (Laura drinkt Amaretto) durf ik het aan. Ik vertel hem dat ik uit Brussel kom, dat ik van zijn concert in de AB heb genoten. "All the way from Brussels, to see me," roept hij uit, "man, ain't that something!" Ik stel hem een aantal vragen over de muziekscene in New Orleans, over Johnny Adams, of die toch niet wat te zeer crooner uithangt, over Willy Deville, over Doctor John en vooral over Little Richard. Ik vraag Eddie Bo of hij 'Slippin' and slidin' werkelijk heeft geschreven. "Jazeker," zegt hij. Eigenlijk is dat niet helemaal waar. Eddie Bo's nummer heet 'I'm Wise'. Dat heeft model gestaan voor 'Slippin' and Slidin''. Het beste wat Eddie Bo ooit heeft gemaakt is 'Check Mr. Popeye'. Eddie Bo zegt me dat we zeker eens naar Tipitina's moeten gaan. We moeten daarvoor de tram nemen in Magazine Street. En maandag moeten we naar Louis Armstrong Park komen.

Het optreden van Eddie Bo is echt heel bezield. Zijn pianospel is vrij beperkt, maar het gaat om het ritme. Zijn stem klinkt warm. Hij overloopt ongeveer zijn volledige repertoire : 'Slippin' and Slidin'', 'Land Of 1000 dances', 'Big Chief', 'Check Mr. Popeye'. Af en toe draagt hij een nummer aan ons op. Dat gaat dan van "this song is for Martin and Laura, who came all the way from Brussels to see me... enzovoorts." In sommige songs wordt zelfs opeens naar Brussel verwezen. Eddie Bo heeft een pot op zijn piano staan. Daar moeten de aanwezigen geld in stoppen. Dat is iets typisch voor hier. De pot staat jammer genoeg een beetje in de weg. Je ziet de muzikant bijna niet zitten. Eddie Bo heeft zich in de jaren '80 een tijdje teruggetrokken uit de muziek. Tijdens die periode heeft hij zijn brood verdiend als timmerman. Men heeft hem ook vaak door Broad Street zien lopen waar hij religieuze pamfletten uitdeelde aan de voorbijgangers. Ik denk dat die fase nu voorbij is. Maar ik heb het hem niet gevraagd. Ik heb hem zelfs niet gevraagd of hij nog altijd een moslim is. De man interesseert mij alleen maar voor zijn muziek. En daar is hij nog altijd goed in."

Nu is Eddie Bo, echte naam Edwin Joseph Bocage, dood, op 79-jarige leeftijd gestorven na een hartaanval. Rest in peace, Eddie,
and check mister Popeye!

06-03-09

I.M. PATRICIA DE MARTELAERE

filosofie,dood,belgie,schrijfster,patricia de martelaere


Verdomde ellende. Nu is Patricia De Martelaere dood. Een van de weinige Belgische auteurs die ik nog wilde lezen, naar wie ik nieuwsgierig bleef. En nu moet mijn nieuwsgierigheid ophouden, want Patricia De Martelaere heeft niet langer last van slapeloosheid. Patricia De Martelaere is dood. Mijn weblog is voor een deel ontstaan als een reeks voetnoten bij het werk van Freud en De Martelaere. Ze mag niet worden vergeten.

05-02-09

BIKINI GIRLS WITH MACHINE GUNS





Magere Hein lijkt geen minuut te rusten. Nu heeft hij Lux Interior te grazen genomen. In de jaren '80 was ik een grote fan van The Cramps. Ik hield van hun sound, waarvoor ze veel te danken hadden aan Alex Chilton en de Sun rockabilly uit Memphis, en van hun stijl, die verwees naar kitsch, camp, naïeve americana, kinky seks, B-films (vooral die van Russ Meyer), kortom naar 'bikini girls with machine guns'. Rest In Peace, Lux!

29-01-09

JOHN MARTYN: GEEN IN MEMORIAM




Op gedichtendag zwijgt voor altijd een van de dichterlijkste stemmen uit de populaire muziek. Maar ik laat de in memoriams aan anderen over. Dat was mijn voornemen: geen in memoriams meer. Daarom doe ik er het zwijgen toe en draai John Martyns beste platen.
De Engelstalige Wikipedia geeft je alle
informatie die je nodig hebt. De waarheid staat op zijn elpees.

07-01-09

HET IS GENOEG GEWEEST


ronasheton

Ron Asheton, een uitzonderlijke elektrische gitarist, een eeuwige agressieve adolescent, ook al zag hij er al lang niet meer uit als een adolescent –  Ron Asheton, een van de eerste steenleggers van de pure vuilekontenrock, is dood. Maar ik heb er genoeg van. Ik wil niet meer schrijven over doden en de dood. Het is voldoende geweest. Gedaan met al die gedane zaken. Ik wil evenmin nog schrijven over oorlog, geweld en slechte mensen. Veel blijft er dan niet meer over om iets zinnigs over te vertellen, maar dat is dan maar zo. Ik wil geen slecht nieuws meer brengen. Het is niet eens nieuws: je leest het op elk scherm in elke kamer in elk stad, in elk dorp van elk ‘ontwikkeld’ land: slecht nieuws.

De liefde blijft nog over, zo verwant en verstrengeld met de dood. De liefde is mooi om over te schrijven. Maar liefde is blind en heel vaak maakt ze een lallende analfabeet van de mens. Een hijgend, brullend dier, dat met zichzelf geen weg weet. Een beest in een doolhof. Zal ik daarover schrijven? Of zal ik er het zwijgen toe doen?

 

Laten we vanavond de kou trotseren en naar die paar kleine, bijna vergeten kroegen trekken waar Ron Asheton niet vergeten is. We zullen er als eeuwige adolescenten wild dansen op ‘No Fun’, ‘1969’ en ‘I Wanna Be Your Dog’. Onze armen zullen willoos de gebaren van Ron Asheton imiteren. En daarna keren we terug naar huis en wachten er tot het lente is en een tijd van nieuwe woorden aanbreekt.

 

19-11-08

PRAVDA, LA SURVIREUSE





Een vermoeid afscheid. Rust in vrede, Guy Peelaert, crown prince of popular art.

03-06-08

HEY! BO DIDDLEY!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

 




Op mijn achtenvijftigste verjaardag sterft een van mijn grootste helden: Bo Diddley. Zonder Ellas McDaniel was er doodgewoon geen rock & roll, geen punk rock, geen harde rock, hadden mijn beneden- en bovenburen geen slapeloze nachten gehad - wellicht zouden we nog altijd naar Frank Sinatra, Harry Belafonte en Bobbejaan Schoepen luisteren, goede zangers, maar ze hadden geeen beat. Bo Diddley had een beat, Bo Diddley had dé beat. Hij heeft voor veel verwoesting gezorgd, zodat veel nieuwe dingen konden worden uitgevonden. The Rolling Stones, the Sex Pistols, Jacques Dutronc, Quicksilver Messenger Service, Buddy Holly, en een ritmesectie bestaande uit duizenden slaggitaristen, basspelers en drummers: hoed af en buigen voor de man. Bidden kan ik niet. Maar ik kan wel die riff spelen tot iedereen weet hoe oud ik werkelijk ben. Ze zullen me nooit geloven. Bo Diddley kan niet sterven en heeft geen leeftijd. Hey Bo Diddley!

Mag ik je vragen naar deze clip te kijken? Anderhalve minuut puur genotvol dynamiet, waarbij alle grenzen vervagen. Het einde is niet meer in zicht. If she don't love me her sister will. Hey Bo Diddley!


Post Scriptum: de clip uit de TNT-show van Bo Diddleys 'Bo Diddley' werd verwijderd. Ik heb hem vandaag 13 juni vervangen door een live versie van 'Mona'. Bo Diddley is dan al een stukje ouder, maar de beat is nog even jong.

En dit hier is nog een ander paar mouwen, wild aan de schouders genaaid, met schroeiende prikkeldraad.