09-02-07

GEERTEN MEIJSING: MOORD EN DOODSLAG

geerten meijsing,boeken,nederlandse literatuur,jk huysmans,e-mail,lezen,syracuse,sicilie,sttefan hertmans,bernard dewulf

Lange tijd las ik veel Nederlandse literatuur, vooral proza, maar zeker ook poëzie. Tijdens mijn adolescentie hield ik het meest van Remco Campert (Het leven is vurrukkulluk, Een ellendige nietsnut, Liefdes schijnbewegingen), Hugo Claus (De koele minnaar) en Louis Paul Boon (ongeveer alles wat er tot dan verschenen was, met een grote voorkeur voor De Kapellekensbaan). Later las ik enige romans van Willem Frederik Hermans, Frans Kellendonk en Jan Wolkers. Mijn uitverkoren Nederlandstalige schrijver werd Herman Heijermans, met als hoogtepunt Kamertjeszonde. Ik hield van Jan Arends en Louis Ferron. Ik las graag poëzie van Hendrik Marsman, Lucebert, Hugues Pernath en Herman Ter Balkt (die zich toen nog Habakuk de Balker noemde). Ik heb het verzameld werk gelezen van Maurice Gilliams. Dat is de enige Vlaming van wie ik echt ben blijven houden. Hij is een buitenbeentje. Je kunt hem met niemand vergelijken. Ik zal nu wel een paar namen vergeten. Er is heden ten dage ook nog Stefan Hertmans. En Bernard Dewulf schrijft sterke gedichten en zeer leesbare columns. 

Waar ik echter naartoe wil is dat ik geen Nederlandse letteren mee lees. Geen jota meer. Ik probeer nog wel, maar het is allemaal vervelend, ik word er depressief of tureluurs van. Ik vind geen diepe gedachten, geen afgrondhumor, geen enkele uitdaging. Niemand zegt me: stop met die verdomde routine (wat ‘eilandman’, een collega-blogger, me onlangs wel meedeelde, als commentaar op een stukje dat ik had geschreven). Dat is nochtans – onder meer - wat ik van literatuur verwacht en dat is wat literatuur vermag. Paul Auster, om maar één buitenlander te noemen, zegt dat in al zijn boeken: stop met die fucking routine, laat je eens meeslepen door het toeval, open je ogen, overal ligt het avontuur voor het grijpen.

Er is echter één uitzondering. Er is een Nederlandse schrijver die met kop en schouders boven alle boekenbeursauteurs en literaire clowns uitsteekt. Zijn naam is Geerten Meijsing. Zijn eerste boek, Erwin, verschenen in 1975 - als ik me niet vergis, want ik heb het hier niet bij de hand -, veranderde mijn wereld. Na enkele bladzijden al was ik verslaafd aan zijn proza. Hij noemde zich toen nog Joyce en Co. Wat hij schreef was decadente esthetiek, geïnspireerd door de zwarte romantiek. Schrijvers als Joris-Karl Huysmans en personages als Des Esseintes hadden hem ongetwijfeld geïnspireerd. En talloos veel Grieken en Romeinen. Toen al was Meijsing gefascineerd door de schitterende cultuur en de aardse vruchtbaarheid van Italië. Hij heeft jarenlang in Lucca gewoond, nu verblijft hij in Syracuse op Sicilië.

Ik wil hier evenwel niet de hele bio- en bibliografie van Geerten Meijsing uit de doeken doen. Onlangs las ik Moord & Doodslag, een dubbelroman die hij schreef samen met zijn zus Doeschka Meijsing. Opnieuw een verbluffend boek, waar niets menselijks vreemd aan is. Aan het exemplaar dat ik op een boekenbeurs aan de Heizel had gekocht ontbraken helaas enkele bladzijden. Ik meldde dit via e-mail aan De Arbeiderspers in Amsterdam. Ik kreeg een vriendelijk mailtje terug, waaruit ik kon afleiden dat hun bijhuis in Antwerpen deze zaak wel zou oplossen. Een paar dagen laten kreeg ik echter een bijzonder hoffelijke e-mail van Geerten Meijsing zelf. Of ik al een gaaf exemplaar ontvangen had? Zoniet zou hij er wel een bezorgen. Een paar weken later zat een min of meer gaaf exemplaar in mijn brievenbus gepropt: poststempel Antwerpen. Nog geen week later ontving ik een postpak uit Syracuse, met een door Geerten Meijsing gesigneerde druk van Moord & Doodslag. Aangename verrassing. Een al vrolijkheid. Wat een schrijver, wat een hoffelijke man! Inmiddels weet ik ook hoe het boek afloopt.

Portret van Geerten Meijsing © Chris van Houts, Amsterdam

03-01-07

LEVEN IN DE TAAL: GEERTEN MEIJSING

geerten meijsing,doeschka meijsing,bob dylan,taal,schrijven

Gisteravond ging geheel onverwacht de deurbel. Wie kon dat zijn? Ik verwachtte niemand, ondanks mijn ziekte zelfs geen dokter. Die had ik ’s ochtends al gezien. Het bleek een koerier te zijn. Hij bracht drie kaartjes voor het concert van Bob Dylan op 6 april. Dat is nog een lange tijd, maar het is alvast iets om naar uit te kijken. Dat is beter dan maar wat wachten op niets.


Deze morgen bij het ontbijt zat ik wat te lezen in Moord & Doodslag, een dubbelroman van Doeschka Meijsing en Geerten Meijsing. Doeschka M. haat en bewondert haar broer. Geerten M. schijnt alleen maar weerzin te voelen voor zijn zus; zijn liefde, die er ongetwijfeld is, heeft hij diep weggeduwd. Hij is gek op vrouwen maar drukt dat vaak uit in de vorm van misogynie. Ik heb alle boeken van Geerten Meijsing gelezen. Hij is mijn geliefkoosde Nederlandstalige schrijver. Bij hem vind je geen spoor van spruitjeslucht. Van Doeschka had ik nooit eerder iets gelezen. Voor één keer heb ik een uitzondering gemaakt, het is tenslotte een dubbelroman.

Doeschka schrijft over haar jongere broer dat hij toen hij jong was gevaarlijk leefde. “Hij omarmde de Zwarte Romantiek, het decadente, het perverse als idee, hij wou geen onderscheid maken tussen op de dunne draad leven en op de dunne draad schrijven, hij verwarde literatuur en leven en dat was ook de bedoeling.”

Ik denk dat je literatuur en leven niet kunt verwarren. Literatuur is leven en leven is literatuur. Literatuur is zelfs zeer intens leven. Als je iets goeds wilt schrijven kost je dat veel zweet en tranen, en soms zelfs bloed. Er is een grote intensiteit nodig om open te staan voor de woorden. Alleen als wij ontvankelijk zijn willen ze zich in de juiste vorm aan ons voordoen. Maar de taal is vluchtig en zij schijnt er plezier in te hebben ons te vergeten. Of weet zij dan niet dat wij nauwelijks adem kunnen halen als zij ongewillig is?

14-12-06

KWETSBAAR EN MELANCHOLISCH: STEFAN HERTMANS

melancholie,buitenstaander,stefan hertmans,democraat

Lucas Cranach der Älte - Die Melancholie - 1532 (Detail)

In Stefan Hertmans’ Het putje van Milete las ik de volgende beschouwing, die ik grotendeels kan beamen; ik kan er mij zelfs in herkennen:

“In die zin is de kwetsbare, melancholische mens misschien wel de enige echte democraat – omdat hij geen plaats opeist, omdat hij nergens voor staat, en dat nergens zijn zo helemaal met zijn eigen kleine lijf belichaamt. Hij meet zich nooit aan in de plaats van andere mensen te kunnen denken. Hij is er op een rare manier mee verzoend dat hij de andere, de buitenstaander, de vreemdeling is.”
melancholie,buitenstaander,stefan hertmans,democraat

30-10-06

HEINRICH VON KLEIST : MICHAEL KOHLHAAS

doctorow,kleist,milos forman,wraak,jeugdherberg,zelfmoord,romantiek,1995,blog,meta,schoten,vrienden,geliefkoosd,uitverkoren,1975,kafka

Een paar weken geleden raadde ik een cyberspacevriendin, die ik onlangs overigens heel even in de tastbare werkelijkheid heb ontmoet, een novelle van de Pruisische schrijver Heinrich Von Kleist aan, namelijk Michael Kohlhaas. Dat is niet alleen mijn favoriet verhaal, het is een klassiek werk, geliefd door schrijvers als Franz Kafka en E.L. Doctorow. Ik vermoed dat mijn vriendin inmiddels met haar lectuur begonnen is. Misschien heeft ze de zeer meeslepende novelle al uit en leest ze nu andere verhalen van Kleist. Ze zijn allemaal onvergetelijk: De Markiezin van O. (waar Eric Rohmer een schitterende film van maakte, in de subtiele, door Ingres geïnspireerde kleuren van Nestor Almendros, met Edith Clever en Bruno Ganz in de hoofdrollen – wat zou er trouwens met Edith Clever gebeurd zijn?), De aardbeving in Chili, Een verloving op San Domingo… Ik zou ze net zo goed allemaal kunnen opsommen. En dan laat ik Kleists toneelwerk nog buiten beschouwing. 

Ik las Michael Kohlhaas in 1975, toen ik in een echtscheiding verwikkeld was en mijn eindexamens filosofie deed. In die periode legde ik ook de laatste hand aan mijn licentieverhandeling over het einde van het burgerlijke gezin. Daarmee voegde ik in zekere zin het woord bij de daad. Of was het omgekeerd? Ik herinner me niet dat ik me op iemand wilde wreken, maar de wraakgedachte had mij al sinds ik een kleine jongen was zeer gefascineerd. Die vreemde fascinatie kan wellicht verklaard worden door de vele westerns die ik zag als kind, of door de betovering van Alexandre Dumas’ De graaf van Monte Christo. Niemand gaat echter zo ver in het uitvoeren van zijn wraakgevoelens als Michael Kohlhaas. (Ja, beste cinefiel, deze novelle werd ook verfilmd. Ik wil die film van Volker Schlöndorff echter met de mantel der liefde bedekken, ook al spelen er de sixties-iconen Anna Karina en Anita Pallenberg in mee.) Ik bezit een vijftal vertalingen van het werk, naast een Duitstalig exemplaar, uitgegeven in 1943, met een voorwoord van een nazistische professor uit Berlijn. Ik meende mij te herinneren dat ik Michael Kohlhaas voor het eerst las in de vertaling van Nico Van Suchtelen. (Al in 1933 nam Nico van Suchtelen nadrukkelijk stelling tegen het Nationaal-socialisme. Dat viel bijzonder goed te rijmen met het vertalen van een iemand als Kleist. Het is een schande dat de nazi’s geprobeerd hebben van schrijvers als Kleist en Hölderlin bloed-en-bodem-denkers te maken.) Dat boek was eigenlijk een Sinterklaaspremie, een mooi geïllustreerde uitgave van de Wereldbibliotheek uit 1939. Wereldbibliotheek gaf regelmatig zulke juweeltjes uit. Wie af en toe een antiquariaat binnenstapt zal ze al wel hebben aangetroffen.

Maar mijn geheugen heeft parten met me gespeeld: niet dat het er veel toe doet maar ik las Michael Kohlhaas de eerste keer in een verzamelwerk, getiteld Demonie en droom. Vertellingen der Duitsche Romantiek, verzameld en vertaald door D.A.M. Binnendijk en N. Brut en verschenen bij Uitgeverij Contact in Amsterdam in 1943. Al deze boeken hebben vreselijke bombardementen meegemaakt. Terwijl ze verschenen werden miljoenen mensen naar concentratie- en uitroeiingskampen gevoerd. Dit is geen terzijde. Dit is de kern van deze tekst. In het boek Demonie en Droom is een zegel geplakt van de Belgische Spoorwegen, afgestempeld in Rotselaar op 13 III 1943. Op de titelpagina zit een postzegel van 3,25 Belgische Frank met een afbeelding van Koning Leopold III, afgestempeld in Brussel op 25-8-44. In deze verzameling verhalen uit de Duitse romantiek (Jean Paul, Novalis, Hoffmann, von Chamisso, Brentano, von Arnim, von Eichendorff) heb ik Kleists Michael Kohlhaas echt ontdekt. Later las ik het verhaal in de nieuwe spelling in zo’n boekje uitgegeven in de Prisma-klassieken reeks. Ik vond die oude, vooroorlogse spelling echter veel beter geschikt voor dat vreselijke en tragische verhaal.

 

doctorow,kleist,milos forman,wraak,jeugdherberg,zelfmoord,romantiek,1995,blog,meta,schoten,vrienden,geliefkoosd,uitverkoren,1975,kafka,inge vande walle,isabelle dewulf,sonja spee


Heinrich Von Kleist roept heel wat herinneringen bij me op. In april 1995 bracht ik een werkbezoek aan New York. Ik logeerde er in een jeugdherberg ergens boven de 100ste straat, in de buurt van Amsterdam Avenue en Broadway. Overal lagen lege hulsjes van de crack, die in die buurt massaal werd gebruikt. Ik deelde een sober ingerichte kamer met Inge, Isabelle, Sonja en Henk. Het was de eerste keer dat ik in een jeugdherberg overnachtte en ik had nog nooit een kamer gedeeld met andere vrouwen dan de mijne. Het was wennen! Ik zat bovendien opgezadeld met een zware luchtwegeninfectie. (Toen ik een week later terugkeerde uit New York bleek dat ik een longontsteking had opgelopen.) Als ik ’s nachts op mijn stapelbed lag voelde ik me geroepen om een of ander verhaal van Heinrich Von Kleist na te vertellen. Of zijn duo-zelfmoord samen met Henriette Vogel, nabij de Wannsee, in de buurt van Berlijn, toe te lichten. Ik weet niet of mijn kamergenoten opgezet waren met mijn mededeelzaamheid. Noem het maar onweerstaanbare drang. Inge en Isabelle zijn desondanks nog steeds heel goede vriendinnen van me. Sonja en Henk zijn helaas uit mijn leven verdwenen. Sonja, waar ben je nu? Ik zou echt heel graag je mooie Hollandse accent nog eens horen, en je schaterende lach. Isabelle heb ik al een hele tijd niet meer gezien, ik moet haar dringend eens een mailtje sturen. 

Elke keer als ik in Berlijn kom wil ik naar de plek gaan waar Kleist de fatale schoten heeft gelost, daar aan de Wannsee. Maar nog nooit heb ik er de moed voor kunnen opbrengen. Ik ben bang dat ik ten prooi zou vallen aan dwangneurotisch imitatiegedrag.

Ach ja, wat ik bijna vergat. E.L. Doctorow heeft in zijn roman Ragtime het verhaal van Michael Kohlhaas gewoon geïncorporeerd. Michael Kohlhaas heet er Coalhouse Walker Jr.. In de roman, die niet slecht is, wordt nergens verwezen naar de bron. Ook de film van Milos Forman, een groot succes in 1981, leidde niet tot bekentenissen. Zelfs Randy Newman, die de heerlijk ragtime-muziek componeerde, hield zijn mond.

Foto boven: Edith Clever, 1974.
Foto onder: Bruno Ganz en Edith Clever, in Die Marquise von O.

17-05-06

MICHAEL CUNNINGHAM: SPECIMEN DAYS

michael cunningham,specimen days,verleden,kinderarbeid,ziekte,dood,onverschilligheid,toekomst,berusting

Door het lezen van Michael Cunninghams ‘Specimen Days’ heb ik veel aan het ‘nu’ en aan de ‘toekomst’ gedacht. Als tieners konden wij ons, hoeveel fantasie we ook hadden, geen idee vormen van de toekomst waar we nu in leven. Bijvoorbeeld de beveiligingssystemen in luchthavens, in musea, in winkels, en waar eigenlijk niet. Daar hadden wij geen idee van. Je liep gewoon overal binnen en buiten. Nu leven we met die zeer gesofisticeerde systemen, die ons bijna voortdurend observeren, maar we voelen ons toch niet echt veilig. Of wel? Misschien komt dat doordat we te veel bezitten en zijn we bang om dat te verliezen. Je vastklampen aan bezittingen, aan verzamelingen, maakt je ook bang voor allerhande rampen en voor de dood. 


Natuurlijk heb ik ook veel aan het verleden gedacht, bijvoorbeeld aan de kinderarbeid. Een van de hoofdpersonages in ‘Specimen Days’ is een kind dat lange uren voor een hongerloon zwoegt in een fabriek. Hij weet niet wat hij eigenlijk maakt en durft het ook niet vragen. Hij weet zelfs niet hoe veel (weinig) hij zal verdienen. Krijgt hij wel een loon? Dat weet hij pas als hij het krijgt. Maar wat maakt het ook uit. ‘Leaves of Grass’ leeft in hem. Walt Whitman leeft in hem. Het kind spreekt met de woorden van de dichter. Zijn gedachten zijn de gedachten van Walt Whitman. De grote dichter had waarschijnlijk geen angst voor de dood. Leven en dood waren voor hem hetzelfde.

De ziekte heeft je wat meer onverschillig gemaakt ten aanzien van de dood. Nog altijd wil je er alles voor doen om te leven, zelfs om te overleven, maar de gedachte dat je op een gegeven moment geen verweer meer zal hebben, schrikt je minder af dan vroeger. Er treedt een berusting op. Of is het aanvaarding.? Je aanvaardt de dagen zoals ze zich voordoen en geniet van de momenten die genieten mogelijk maken. Je koestert de uitzonderlijke momenten van schoonheid en uitbundigheid.

09-04-06

GERARD REVE : OP WEG NAAR HET EINDE

Gerard Reve is nooit een van mijn uitverkoren schrijvers geweest. Zijn stijl en zijn humor waren groots, maar toch moest ik altijd moeite doen om zijn boeken uitgelezen te krijgen. Tijdens een lang en dronken gesprek heeft Toulouse, een Antwerpse vriend, me ertoe over kunnen halen 'De Avonden' toch maar eens te lezen. Ik heb dat de dag nadien gedaan, in bed met een kater, en opeens besefte ik dat ik een meesterwerk in mijn handen had. Later is dat besef weer weggeëbt. Maar ik twijfel al lang niet meer aan zijn klasse en, vooral, aan zijn totale oorspronkelijkheid. 

Ik hef het glas op de herinnering aan alle gesprekken en discussies die ik met vrienden en toevallige passanten over Gerard Reve voerde.

 

dood,schrijvers,literatuur,gerard reve,in memoriam

"De ergste menselijke zonde is de bereidheid zich in een hoek te laten trappen. Ik wil niet in een hoek of verborgen kelder leven. Dat kan ik niet. Zo iets geweldigs is het leven nu ook weer niet: ik bedoel dat ik, als ik in zedelijk opzicht niet waardig, met opgeheven hoofd kan leven, dan maak ik er een eind aan, want met minder neem ik geen genoegen, al neemt dat hele leger van fluweeldragende kirders er wel genoegen mee. Ik ben een schepsel Gods, en geen karikatuur."

Gerard Reve, Op weg naar het einde.

19-03-06

BEAT GENERATION ALS VOORBEELD


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ik heb een fijn kleinood gevonden, een dubbel-cd van Allen Ginsberg, getiteld ‘First Blues’. Toen ik jong was, was ik een groot bewonderaar van Ginsberg en van William Burroughs, Jack Kerouac, Gregory Corso, Diane DiPrima, Lawrence Ferlinghetti… Wat de beat generation werd genoemd. Mijn levensstijl in de eerste helft van de jaren ’70 was voor een groot deel gebaseerd op Kerouacs ‘The Subterraneans’ en ‘The Dharma Bums’. Later ben ik dat allemaal gaan relativeren, behalve ‘Naked Lunch’ van William Burroughs en Kerouacs ‘On the Road’.

Ik heb dan ‘rijkere’ literatuur aangetroffen, zoals Proust, Pavese en Musil en de westerse filosofen. Maar de bewondering voor deze subversieve mannen en vrouwen uit de Verenigde Staten is nooit geheel verdwenen. Om de zoveel jaar nam ik nog wel eens zo’n vergeelde paperback ter hand. ‘Howl’ is een echt meesterwerk. Dat zal de tijd doorstaan. En nu zit ik dan te luisteren naar deze cd. De eerste liederen klinken bijzonder gezellig, je krijgt meteen zin om mee te zingen. I’m going down to San Diego. In het tweede nummer gaat Burroughs naar Puerto Rico, on the Vomit Express, duidelijk een buitengewoon feestelijke trein. Bob Dylan en Scarlet Rivera zitten ook in deze trein.

Deze namiddag heb ik een aantal scans gemaakt van tijdschriften en boeken uit de jaren ’60 en die heb ik op flickr gezet. Ik denk dat ik er ‘Howl’ nog ga aan toevoegen. Ja, dat ga ik doen, en iets van Jack Kerouac ook. Deze muziek geeft mij daar heel veel zin in. Ik zal me wel moeten haasten, want de lamskoteletjes zijn bijna klaar.

26-02-06

STRINDBERG : ERKENNING OF ZELFDODING?


AUGUST STRINDBERG


Essentieel is dat de kunstenaar het geloof in de zin van zijn werk niet mag verliezen. Maar beslist hij daar zelf over? Kan hij leven zonder enige erkenning? En wat indien hij zulke erkenning uit de weg gaat of onmogelijk maakt? Betekent dat dan dat iemand die bewust voor miskenning kiest meteen ook voor zelfmoord kiest.

In ‘De Rode Kamer’ van August Strindberg lijkt het daar op. In deze verbitterde, bijtende en bijna geniale roman neemt Strindberg ongeveer alles en iedereen op de korrel, vooral omdat alles en iedereen te koop is. Het boek is verschenen in 1879 maar het zou net zo goed over hedendaagse schrijvers, journalisten en ondernemers kunnen gaan.
Een van de hoofdpersonages uit het boek, Olle Montanus, heeft zijn hele jeugd zware fysieke arbeid verricht als landarbeider. Voor de boeren bestaat de natuur alleen als iets nuttigs, ze bezit in hun ogen geen ‘schoonheid’, geen ‘ziel’, wat ze voor kunstenaars en sommige filosofen zoals Rousseau wel bezat (en soms nog bezit).
Montanus onttrekt zich aan deze nuttige arbeid, ‘de vloek van de zondeval’, en wordt artiest, wat betekent dat hij ‘nutteloze arbeid’ gaat verrichten. Hij heeft gehoor gegeven aan zijn vrijheidsbegeerte, en aan die andere drijfveer die iemand ertoe aanzet kunstenaar te worden, met name de hoogmoed. De kunstenaar wil herscheppen, beter maken, mooier maken, voor god spelen. Het is dan dat de behoefte ontstaat aan erkenning van zijn nutteloze arbeid; zonder die erkenning ziet hij al gauw zijn nietigheid in. “Deze voortdurende behoefte aan erkenning van zijn nutteloze arbeid maakt hem ijdel, onrustig en dikwijls diep ongelukkig; ziet hij zichzelf helder voor ogen, dan houdt zijn scheppingsvermogen dikwijls op en gaat hij ten onder, want om weer terug te keren tot zijn juk, als hij eenmaal de vrijheid geproefd heeft, kan alleen de godsdienstige.” Montanus verliest het geloof aan de zin (of het hogere) van zijn kunst, probeert zich weer in de ‘slavernij’ te begeven, maar dat is onmogelijk: de enige uitweg uit deze onhoudbare toestand is zelfmoord.

Strindberg zelf heeft dat echter niet gedaan, hoe vaak hij ook te kampen had met depressie, ziekelijke jaloezie, paranoia en waanzin (toestanden die hij allemaal nauwgezet en zeer eigenzinnig beschreven heeft).

Foto: August Strindberg.

KORTE ONTSTAANSGESCHIEDENIS VAN BLASBAND


Emmanuelle Béart


Een woord uitleg bij de twee poëtische schetsen met als titel Blasband. Ze zijn onstaan uit de roman ‘As’ van Philippe Blasband, een in Teheran geboren schrijver die in Brussel leeft en werkt. Hij geeft les aan de filmschool Insas, schrijft vooral toneelstukken en scenarios. Hij zal nu wel enige bekendheid genieten vanwege zijn scenario’s voor de uitstekende films ‘Une liaison pornographique’ van Frédéric Fonteyne en voor ‘Nathalie’ van Anne Fontaine (met de mooie Emmanuelle Béart).

Ik had de eerste roman van Philippe Blasband zonder enige reden gekocht op een rommelmarkt in Bergen, in de provincie Noord-Holland, in 1995 of zo, en tijdens een regenachtige dag gelezen. Het boek maakte een diepe indruk op me. Daar zijn die ‘gedichten’ uit ontstaan. Ik heb in die periode ook stukken van Blasband gezien. Ik had de man graag leren kennen, maar dat is er nooit van gekomen. Ik ben er te schuchter voor om zo maar naar iemand toe te stappen en te zeggen, hier ben ik, laten we maar eens praten

 BLASBAND

Foto boven: Emmanuelle Béart in 'Nathalie'
Foto onder: Philippe Blasband

24-02-06

MET AMPHIONIE DE STAD DOORKRUISEN


AMPHIONIE 2


Bij Apollinaire (in Ketterpaus en Cie., een verzameling verhalen vertaald door Rein Bloem) las ik over een ‘nieuwe kunst’ gefundeerd op de peripatetische filosofie van Arisoteles. Deze kunstvorm heet ‘amphionie’, naar Amphion, de zoon van Zeus en de echtgenoot van Nioba. Bij de bouw van de muur rondom Thebe speelde Amphion zijn lier zo mooi dat de stenen zich uit eigen beweging samenvoegden. Maar is ‘amphionie’ nu eigenlijk?

“Het instrument van deze kunst én zijn materiaal , is een stad, waarbij het erom gaat een gedeelte van die stad te doorlopen, en wel zo, dat in de ziel van een amphion of een beginneling gevoelens worden opgewekt, die behoren tot het schone en het sublieme, zoals de muziek, de poëzie, etc. dat doen.
Om de stukken die door de amphion gecomponeerd worden voor het nageslacht te behouden, en opdat ze opnieuw kunnen worden uitgevoerd, noteert hij ze op een kaart van de stad door middel van een lijn die heel precies aangeeft welke weg men moet volgen.”

Dit is zeker een originele manier om door een stad te wandelen. Ik denk ook dat het al veel gedaan wordt, maar wie doet het écht amphionisch, door er ook nog een partituur bij te schrijven door middel van een aantal willekeurige - of wellicht onwillekeurige - lijnen?

10-02-06

MARLON BRANDO, POCAHONTAS AND ME

vreemden,sophocles,julia kristeva,tennessee williams,neil young,the cement garden,blanche,stella,lot,film,muziek,literatuur,venetie,ian mcewan,troost

Wat heb ik me op de hals gehaald toen ik zei dat ik nader zou ingaan op de troost van vreemden. Er is al zoveel over geschreven, door de eersten de besten, dat zeker, want die schrijven over alles, maar ook door gewoonweg de besten, zoals Ian McEwan, Tennessee Williams, Sophocles, Julia Kristeva en Neil Young. Ian McEwan’s tweede roman, als ik me niet vergis, heet The Comfort Of Strangers, en gaat, opnieuw als ik me niet vergis (want het is lang geleden en ik ben niet op die manier wetenschappelijk ingesteld dat ik voor alles meteen ‘mijn’ bronnen ga raadplegen), over een gehuwd stel dat te zeer ‘gehuwd’ is. Twee mensen die met elkaar verstrengeld, vergroeid zijn, één lichaam en één geest. In Venetië (of is het een andere stad; ik denk dat ik ook een verfilming van dat boek heb gezien) ontmoeten ze een ‘vreemde’, een sadistische man, en zijn zeer beschadigde masochistische vrouw. Die ontmoeting wordt hun noodlot. 


Ik haal er toch even het boek bij, om te zien hoe het afloopt. Het einde vergeet ik altijd. Waarschijnlijk omdat ik zelf geen einde wil. Ik wil dat alles doorgaat, een toneelstuk, een film, een gesprek, een party, seks, alles. Het leven op aarde, vooral. Ik heb het meteen gevonden. 140 frank heb ik ervoor betaald, een mooie ingebonden versie, uitgegeven bij Jonathan Cape in 1981. Inderdaad, de tweede roman van Ian McEwan, de eerst was The Cement Garden, met Charlotte Gainsbourg. Ach, neen, dat was de film. Excuses. Verwarring. Wel een mooi boek, toch, daar niet van. Alle boeken van Ian McEwan zijn mooie boeken, en zo goed geschreven; ik hoop dat ze de tijd zullen trotseren. Dat nog veel vreemden ze zullen koesteren, later, als wij er niet meer zijn om de loftrompet te steken.

Maar ik dwaal af, dat komt ervan, zoveel jasmijnthee drinken is ook weer niet goed. The Comfort Of Stangers, daar ging het over. Wat staat hij nog jong en onschuldig afgebeeld op het jacket (ik vind nu even het Nederlandse woord niet voor ‘jacket’, dat krijg je met al dat geschrijf op flickr en van die toestanden, je vergeet de woorden van je moedertaal, een erge zaak, waar we echter niet dood van gaan). Ja, het eindigt met Mary’s identificatie van het lichaam. Haar man, Colin, is dood, vermoord door de ‘vreemden’ in de vreemde stad.
En wat lees ik op de laatste bladzijde? “But she explained nothing, for a stranger had arranged Colin’s hair the wrong way. She combed it with her fingers and said nothing at all.”
Ik blader nu terug naar bladzijde 76:
“Now men doubt themselves, they hate each other. Women treat men like children, because they can’t take them seriously.”
Beste lezer, denk nu niet dat dit een standpunt van de schrijver is, want dat is niet zo. Dit is de stem van een personage, bedacht door een nog zeer jonge, enigszins idealistische, bijna feministische schrijver.
Hoe het ook zij, ver ben ik nog niet gekomen met mijn troost van vreemden. En hoe zit het dan met Blanche Dubois in ‘A Streetcar Named Desire’? Ik zou het kunnen navertellen, maar ik citeer liever, dat is eerlijker:

“DOCTOR [to the MATRON] Let go.

[The MATRON releases her. BLANCHE extends her hands towards the DOCTOR. He draws her up gently and supports her with his arm and leads her through the portières.]

BLANCE [holding tight to his arm] Whoever you are – I have always depended on the kindness of strangers.

[The poker players stand back as BLANCHE and the DOCTOR cross the kitchen to the front door. She allows him to lead her as if she were blind. As they go out on the porch, STELLA cries out her sister’s name from where she is crouched a few steps upon the stairs.]”

Blanche legt haar lot in de handen van een dokter, zeer waarschijnlijk zal ze korte tijd later al een elektroshockbehandeling krijgen, maar dat weten we niet met zekerheid, want hier houdt het stuk van Tennessee Williams op. Blanche vertrouwt op de troost (of de vriendelijkheid) van vreemden, maar hoe komt dat? Blanche is zwak, zenuwziek (zo werd dat toen genoemd), neurotisch; ze gedraagt zich alsof ze blind is. Als je blind ben voor de werkelijkheid, als je niet wil zien wat om je heen gebeurt, als je in een illusionaire wereld leeft, dan worden de vreemden, hoe vijandig ook, je vrienden. Als je geen vrienden hebt, vind je ze wel uit.
Om eerlijk te zijn: ik bevind me op een dood spoor. Het wordt donker rondom me. Waar ben ik? Is dit het punt waar de wegen kruisen? Wie komt daar op me af? Vijand of vriend? Een oude man, een vreemde vent?

“Wee en nogmaals wee! Hoe steekt in mij meteen de prikkel van de pijn en de herinnering.” (Sophocles, Koning Oedipus).

“They killed us in our teepees
And they cut our women down
They might have left some babies
Cryin' on the ground
But the firesticks and the wagons come
And the night falls on the settin' sun
(Neil Young, Pocahontas)

16-01-06

LIVING THE PURE : NEAL CASADY EN JACK KEROUAC

foto,jack kerouac,neal casady,beat,beat generation,puur,leven

So busy LIVING THE PURE


Dat is wel mooi gezegd, vind ik. En dan ook nog die prachtige foto van Neal Casady en Jack Kerouac.

12-11-05

NABOKOV'S TWEETALIGHEID


“He suffocates and conjures in two tongues
The nebulae dilating in his lungs.”


Nabokov, Pale Fire

13-10-05

OUDE BOEKEN, NIEUWE SPELLING

 

films,schrijvers,handke,scannen,varia,borges,groene boekje,oude boeken,boeken,literatuur,spelling,koopverslaving,agata,flickr,pessoa,etc,stad,steden

Er verschijnt een nieuw groen boekje, met nieuwe spellingsregels voor de Nederlandse taal. Ik heb de oude spellingsregels nog niet eens onder de knie. De taalgevoelige lezer van hoochiekoochie zal dat al wel gemerkt hebben.


Een ander nadeel van de spellingswijziging is dat mijn boekenverzameling alweer veroudert en daardoor waarschijnlijk in (financiële) waarde afneemt. Toch heb ik niet het voornemen de vertalingen die ik nu bezit van Borges, Proust, Pessoa, Borges, Casanova, Rousseau, Nietzsche, Schopenhauer, Kierkegaard en de kinderen van mindere goden aan de papierversnipperaar te offeren en nieuwe edities aan te schaffen.
Wat ik al geleerd heb is dat we niet het verkleinwoord van ‘haiku’ als ‘haikutje’ mogen schrijven; daar is een speciale regel voor uitgevonden, waardoor haiku’tje verplichte kost wordt. Dat is belangrijke informatie voor een dichter.

Mijn koopverslaving is overigens verschoven van boeken en cd’s – waar ik weliswaar nog niet helemaal van ben afgekickt – naar dvd’s. Gisteren heb ik de ‘volledige’ collectie films van Jim Jarmush gekocht (jammer dat Dead Man eraan ontbreekt), evenals beide delen van Once Upon A Time In America (Sergio Leone), Memento (Christopher Nolan), Kill Bill (Quentin Tarantino) en The Deer Hunter (Michael Cimino). Als deze verslaving nog toeneemt leidt ze me rechtstreeks naar het armenhuis.

Agata L. bracht me ertoe om boekomslagen van boeken van Fernando Pessoa en een gedicht van Peter Handke te scannen en de resultaten op flickr te zette, als ‘propaganda’ voor uitstekende literatuur.Ik houd overigens van de zenachtige eenvoud van Agata’s dagboek. Zelf leef ik in de stad en de stad leeft in mijn hoofd. Het is allemaal bijzonder complex en chaotisch. Geen wonder dat mijn weblog eruitziet zoals ze eruitziet. Of is weblog mannelijk? Toch maar dat nieuwe groene boekje aanschaffen misschien?

29-07-05

UITVERKOREN SCHRIJVERS


musil 2


Een 'lijstje' van mijn uitverkoren schrijvers.

Paul Auster, Douglas Coupland, Ian McEwan, Hanif Kureishi, TC Boyle, Don DeLillo, Allen Ginsberg, Jack Kerouac, James Cain, Dashiel Hammet, Raymond Chandler, Patricia Highsmith, Ross McDonald, Lucebert, Hendrik Marsman, Remco Campert, Geerten Meysing, Cesare Pavese, Giorgio Bassani, György Konrad, Milan Kundera, Franz Kafka, Robert Musil, Elias Canetti, Arthur Schnitzler, Hermann Broch, Carson McCullers, Virginia Woolf, Malcolm Lowry, Thomas Hardy, Henry James, August Strindberg, Knut Hamsun, Fernando Pessoa, Marcel Proust, André Breton, Antonin Artaud, Arthur Rimbaud, Wladimir Nabokov, Ivan Toergenjev, Alexander Poesjkin, Nicolai Gogol, Gustave Flaubert, Stendhal, Jonathan Swift, Heinrich Von Kleist, Giacomo Casanova, Giacomo Leopardi, Dante Alighieri, Friedrich Hölderlin, William Blake, Walt Whitman, TS Eliott, Sylvia Plath, WH Auden, Rainer Maria Rilke, Guy Debord, Raoul Vaneigem, Jacques Derrida, Michel Foucault, Roland Barthes, Friedrich Nietzsche, Arthur Schopenhauer, Jean Jacques Rousseau.

Het was echt wel tijd voor nog eens een lijstje, ik begon ontwenningsverschijnselen te krijgen. Je zal moeilijk kunnen zeggen dat dit triviaal is. En ik vermoed dat ik nog heel wat uitverkoren schrijvers over het hoofd heb gezien; ik heb geen bibliotheek in mijn nabijheid om dit na te gaan. Waarom staan Cervantes, Melville en Joyce er niet in? Toegegeven, dat zijn grote schrijvers, maar het zijn geen favorieten van mij.

Vorige 1 2 3 4 5 6