17-05-06

MICHAEL CUNNINGHAM: SPECIMEN DAYS

michael cunningham,specimen days,verleden,kinderarbeid,ziekte,dood,onverschilligheid,toekomst,berusting

Door het lezen van Michael Cunninghams ‘Specimen Days’ heb ik veel aan het ‘nu’ en aan de ‘toekomst’ gedacht. Als tieners konden wij ons, hoeveel fantasie we ook hadden, geen idee vormen van de toekomst waar we nu in leven. Bijvoorbeeld de beveiligingssystemen in luchthavens, in musea, in winkels, en waar eigenlijk niet. Daar hadden wij geen idee van. Je liep gewoon overal binnen en buiten. Nu leven we met die zeer gesofisticeerde systemen, die ons bijna voortdurend observeren, maar we voelen ons toch niet echt veilig. Of wel? Misschien komt dat doordat we te veel bezitten en zijn we bang om dat te verliezen. Je vastklampen aan bezittingen, aan verzamelingen, maakt je ook bang voor allerhande rampen en voor de dood. 


Natuurlijk heb ik ook veel aan het verleden gedacht, bijvoorbeeld aan de kinderarbeid. Een van de hoofdpersonages in ‘Specimen Days’ is een kind dat lange uren voor een hongerloon zwoegt in een fabriek. Hij weet niet wat hij eigenlijk maakt en durft het ook niet vragen. Hij weet zelfs niet hoe veel (weinig) hij zal verdienen. Krijgt hij wel een loon? Dat weet hij pas als hij het krijgt. Maar wat maakt het ook uit. ‘Leaves of Grass’ leeft in hem. Walt Whitman leeft in hem. Het kind spreekt met de woorden van de dichter. Zijn gedachten zijn de gedachten van Walt Whitman. De grote dichter had waarschijnlijk geen angst voor de dood. Leven en dood waren voor hem hetzelfde.

De ziekte heeft je wat meer onverschillig gemaakt ten aanzien van de dood. Nog altijd wil je er alles voor doen om te leven, zelfs om te overleven, maar de gedachte dat je op een gegeven moment geen verweer meer zal hebben, schrikt je minder af dan vroeger. Er treedt een berusting op. Of is het aanvaarding.? Je aanvaardt de dagen zoals ze zich voordoen en geniet van de momenten die genieten mogelijk maken. Je koestert de uitzonderlijke momenten van schoonheid en uitbundigheid.

09-04-06

GERARD REVE : OP WEG NAAR HET EINDE

Gerard Reve is nooit een van mijn uitverkoren schrijvers geweest. Zijn stijl en zijn humor waren groots, maar toch moest ik altijd moeite doen om zijn boeken uitgelezen te krijgen. Tijdens een lang en dronken gesprek heeft Toulouse, een Antwerpse vriend, me ertoe over kunnen halen 'De Avonden' toch maar eens te lezen. Ik heb dat de dag nadien gedaan, in bed met een kater, en opeens besefte ik dat ik een meesterwerk in mijn handen had. Later is dat besef weer weggeëbt. Maar ik twijfel al lang niet meer aan zijn klasse en, vooral, aan zijn totale oorspronkelijkheid. 

Ik hef het glas op de herinnering aan alle gesprekken en discussies die ik met vrienden en toevallige passanten over Gerard Reve voerde.

 

dood,schrijvers,literatuur,gerard reve,in memoriam

"De ergste menselijke zonde is de bereidheid zich in een hoek te laten trappen. Ik wil niet in een hoek of verborgen kelder leven. Dat kan ik niet. Zo iets geweldigs is het leven nu ook weer niet: ik bedoel dat ik, als ik in zedelijk opzicht niet waardig, met opgeheven hoofd kan leven, dan maak ik er een eind aan, want met minder neem ik geen genoegen, al neemt dat hele leger van fluweeldragende kirders er wel genoegen mee. Ik ben een schepsel Gods, en geen karikatuur."

Gerard Reve, Op weg naar het einde.

19-03-06

BEAT GENERATION ALS VOORBEELD


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ik heb een fijn kleinood gevonden, een dubbel-cd van Allen Ginsberg, getiteld ‘First Blues’. Toen ik jong was, was ik een groot bewonderaar van Ginsberg en van William Burroughs, Jack Kerouac, Gregory Corso, Diane DiPrima, Lawrence Ferlinghetti… Wat de beat generation werd genoemd. Mijn levensstijl in de eerste helft van de jaren ’70 was voor een groot deel gebaseerd op Kerouacs ‘The Subterraneans’ en ‘The Dharma Bums’. Later ben ik dat allemaal gaan relativeren, behalve ‘Naked Lunch’ van William Burroughs en Kerouacs ‘On the Road’.

Ik heb dan ‘rijkere’ literatuur aangetroffen, zoals Proust, Pavese en Musil en de westerse filosofen. Maar de bewondering voor deze subversieve mannen en vrouwen uit de Verenigde Staten is nooit geheel verdwenen. Om de zoveel jaar nam ik nog wel eens zo’n vergeelde paperback ter hand. ‘Howl’ is een echt meesterwerk. Dat zal de tijd doorstaan. En nu zit ik dan te luisteren naar deze cd. De eerste liederen klinken bijzonder gezellig, je krijgt meteen zin om mee te zingen. I’m going down to San Diego. In het tweede nummer gaat Burroughs naar Puerto Rico, on the Vomit Express, duidelijk een buitengewoon feestelijke trein. Bob Dylan en Scarlet Rivera zitten ook in deze trein.

Deze namiddag heb ik een aantal scans gemaakt van tijdschriften en boeken uit de jaren ’60 en die heb ik op flickr gezet. Ik denk dat ik er ‘Howl’ nog ga aan toevoegen. Ja, dat ga ik doen, en iets van Jack Kerouac ook. Deze muziek geeft mij daar heel veel zin in. Ik zal me wel moeten haasten, want de lamskoteletjes zijn bijna klaar.

26-02-06

STRINDBERG : ERKENNING OF ZELFDODING?


AUGUST STRINDBERG


Essentieel is dat de kunstenaar het geloof in de zin van zijn werk niet mag verliezen. Maar beslist hij daar zelf over? Kan hij leven zonder enige erkenning? En wat indien hij zulke erkenning uit de weg gaat of onmogelijk maakt? Betekent dat dan dat iemand die bewust voor miskenning kiest meteen ook voor zelfmoord kiest.

In ‘De Rode Kamer’ van August Strindberg lijkt het daar op. In deze verbitterde, bijtende en bijna geniale roman neemt Strindberg ongeveer alles en iedereen op de korrel, vooral omdat alles en iedereen te koop is. Het boek is verschenen in 1879 maar het zou net zo goed over hedendaagse schrijvers, journalisten en ondernemers kunnen gaan.
Een van de hoofdpersonages uit het boek, Olle Montanus, heeft zijn hele jeugd zware fysieke arbeid verricht als landarbeider. Voor de boeren bestaat de natuur alleen als iets nuttigs, ze bezit in hun ogen geen ‘schoonheid’, geen ‘ziel’, wat ze voor kunstenaars en sommige filosofen zoals Rousseau wel bezat (en soms nog bezit).
Montanus onttrekt zich aan deze nuttige arbeid, ‘de vloek van de zondeval’, en wordt artiest, wat betekent dat hij ‘nutteloze arbeid’ gaat verrichten. Hij heeft gehoor gegeven aan zijn vrijheidsbegeerte, en aan die andere drijfveer die iemand ertoe aanzet kunstenaar te worden, met name de hoogmoed. De kunstenaar wil herscheppen, beter maken, mooier maken, voor god spelen. Het is dan dat de behoefte ontstaat aan erkenning van zijn nutteloze arbeid; zonder die erkenning ziet hij al gauw zijn nietigheid in. “Deze voortdurende behoefte aan erkenning van zijn nutteloze arbeid maakt hem ijdel, onrustig en dikwijls diep ongelukkig; ziet hij zichzelf helder voor ogen, dan houdt zijn scheppingsvermogen dikwijls op en gaat hij ten onder, want om weer terug te keren tot zijn juk, als hij eenmaal de vrijheid geproefd heeft, kan alleen de godsdienstige.” Montanus verliest het geloof aan de zin (of het hogere) van zijn kunst, probeert zich weer in de ‘slavernij’ te begeven, maar dat is onmogelijk: de enige uitweg uit deze onhoudbare toestand is zelfmoord.

Strindberg zelf heeft dat echter niet gedaan, hoe vaak hij ook te kampen had met depressie, ziekelijke jaloezie, paranoia en waanzin (toestanden die hij allemaal nauwgezet en zeer eigenzinnig beschreven heeft).

Foto: August Strindberg.

KORTE ONTSTAANSGESCHIEDENIS VAN BLASBAND


Emmanuelle Béart


Een woord uitleg bij de twee poëtische schetsen met als titel Blasband. Ze zijn onstaan uit de roman ‘As’ van Philippe Blasband, een in Teheran geboren schrijver die in Brussel leeft en werkt. Hij geeft les aan de filmschool Insas, schrijft vooral toneelstukken en scenarios. Hij zal nu wel enige bekendheid genieten vanwege zijn scenario’s voor de uitstekende films ‘Une liaison pornographique’ van Frédéric Fonteyne en voor ‘Nathalie’ van Anne Fontaine (met de mooie Emmanuelle Béart).

Ik had de eerste roman van Philippe Blasband zonder enige reden gekocht op een rommelmarkt in Bergen, in de provincie Noord-Holland, in 1995 of zo, en tijdens een regenachtige dag gelezen. Het boek maakte een diepe indruk op me. Daar zijn die ‘gedichten’ uit ontstaan. Ik heb in die periode ook stukken van Blasband gezien. Ik had de man graag leren kennen, maar dat is er nooit van gekomen. Ik ben er te schuchter voor om zo maar naar iemand toe te stappen en te zeggen, hier ben ik, laten we maar eens praten

 BLASBAND

Foto boven: Emmanuelle Béart in 'Nathalie'
Foto onder: Philippe Blasband

24-02-06

MET AMPHIONIE DE STAD DOORKRUISEN


AMPHIONIE 2


Bij Apollinaire (in Ketterpaus en Cie., een verzameling verhalen vertaald door Rein Bloem) las ik over een ‘nieuwe kunst’ gefundeerd op de peripatetische filosofie van Arisoteles. Deze kunstvorm heet ‘amphionie’, naar Amphion, de zoon van Zeus en de echtgenoot van Nioba. Bij de bouw van de muur rondom Thebe speelde Amphion zijn lier zo mooi dat de stenen zich uit eigen beweging samenvoegden. Maar is ‘amphionie’ nu eigenlijk?

“Het instrument van deze kunst én zijn materiaal , is een stad, waarbij het erom gaat een gedeelte van die stad te doorlopen, en wel zo, dat in de ziel van een amphion of een beginneling gevoelens worden opgewekt, die behoren tot het schone en het sublieme, zoals de muziek, de poëzie, etc. dat doen.
Om de stukken die door de amphion gecomponeerd worden voor het nageslacht te behouden, en opdat ze opnieuw kunnen worden uitgevoerd, noteert hij ze op een kaart van de stad door middel van een lijn die heel precies aangeeft welke weg men moet volgen.”

Dit is zeker een originele manier om door een stad te wandelen. Ik denk ook dat het al veel gedaan wordt, maar wie doet het écht amphionisch, door er ook nog een partituur bij te schrijven door middel van een aantal willekeurige - of wellicht onwillekeurige - lijnen?

10-02-06

MARLON BRANDO, POCAHONTAS AND ME

vreemden,sophocles,julia kristeva,tennessee williams,neil young,the cement garden,blanche,stella,lot,film,muziek,literatuur,venetie,ian mcewan,troost

Wat heb ik me op de hals gehaald toen ik zei dat ik nader zou ingaan op de troost van vreemden. Er is al zoveel over geschreven, door de eersten de besten, dat zeker, want die schrijven over alles, maar ook door gewoonweg de besten, zoals Ian McEwan, Tennessee Williams, Sophocles, Julia Kristeva en Neil Young. Ian McEwan’s tweede roman, als ik me niet vergis, heet The Comfort Of Strangers, en gaat, opnieuw als ik me niet vergis (want het is lang geleden en ik ben niet op die manier wetenschappelijk ingesteld dat ik voor alles meteen ‘mijn’ bronnen ga raadplegen), over een gehuwd stel dat te zeer ‘gehuwd’ is. Twee mensen die met elkaar verstrengeld, vergroeid zijn, één lichaam en één geest. In Venetië (of is het een andere stad; ik denk dat ik ook een verfilming van dat boek heb gezien) ontmoeten ze een ‘vreemde’, een sadistische man, en zijn zeer beschadigde masochistische vrouw. Die ontmoeting wordt hun noodlot. 


Ik haal er toch even het boek bij, om te zien hoe het afloopt. Het einde vergeet ik altijd. Waarschijnlijk omdat ik zelf geen einde wil. Ik wil dat alles doorgaat, een toneelstuk, een film, een gesprek, een party, seks, alles. Het leven op aarde, vooral. Ik heb het meteen gevonden. 140 frank heb ik ervoor betaald, een mooie ingebonden versie, uitgegeven bij Jonathan Cape in 1981. Inderdaad, de tweede roman van Ian McEwan, de eerst was The Cement Garden, met Charlotte Gainsbourg. Ach, neen, dat was de film. Excuses. Verwarring. Wel een mooi boek, toch, daar niet van. Alle boeken van Ian McEwan zijn mooie boeken, en zo goed geschreven; ik hoop dat ze de tijd zullen trotseren. Dat nog veel vreemden ze zullen koesteren, later, als wij er niet meer zijn om de loftrompet te steken.

Maar ik dwaal af, dat komt ervan, zoveel jasmijnthee drinken is ook weer niet goed. The Comfort Of Stangers, daar ging het over. Wat staat hij nog jong en onschuldig afgebeeld op het jacket (ik vind nu even het Nederlandse woord niet voor ‘jacket’, dat krijg je met al dat geschrijf op flickr en van die toestanden, je vergeet de woorden van je moedertaal, een erge zaak, waar we echter niet dood van gaan). Ja, het eindigt met Mary’s identificatie van het lichaam. Haar man, Colin, is dood, vermoord door de ‘vreemden’ in de vreemde stad.
En wat lees ik op de laatste bladzijde? “But she explained nothing, for a stranger had arranged Colin’s hair the wrong way. She combed it with her fingers and said nothing at all.”
Ik blader nu terug naar bladzijde 76:
“Now men doubt themselves, they hate each other. Women treat men like children, because they can’t take them seriously.”
Beste lezer, denk nu niet dat dit een standpunt van de schrijver is, want dat is niet zo. Dit is de stem van een personage, bedacht door een nog zeer jonge, enigszins idealistische, bijna feministische schrijver.
Hoe het ook zij, ver ben ik nog niet gekomen met mijn troost van vreemden. En hoe zit het dan met Blanche Dubois in ‘A Streetcar Named Desire’? Ik zou het kunnen navertellen, maar ik citeer liever, dat is eerlijker:

“DOCTOR [to the MATRON] Let go.

[The MATRON releases her. BLANCHE extends her hands towards the DOCTOR. He draws her up gently and supports her with his arm and leads her through the portières.]

BLANCE [holding tight to his arm] Whoever you are – I have always depended on the kindness of strangers.

[The poker players stand back as BLANCHE and the DOCTOR cross the kitchen to the front door. She allows him to lead her as if she were blind. As they go out on the porch, STELLA cries out her sister’s name from where she is crouched a few steps upon the stairs.]”

Blanche legt haar lot in de handen van een dokter, zeer waarschijnlijk zal ze korte tijd later al een elektroshockbehandeling krijgen, maar dat weten we niet met zekerheid, want hier houdt het stuk van Tennessee Williams op. Blanche vertrouwt op de troost (of de vriendelijkheid) van vreemden, maar hoe komt dat? Blanche is zwak, zenuwziek (zo werd dat toen genoemd), neurotisch; ze gedraagt zich alsof ze blind is. Als je blind ben voor de werkelijkheid, als je niet wil zien wat om je heen gebeurt, als je in een illusionaire wereld leeft, dan worden de vreemden, hoe vijandig ook, je vrienden. Als je geen vrienden hebt, vind je ze wel uit.
Om eerlijk te zijn: ik bevind me op een dood spoor. Het wordt donker rondom me. Waar ben ik? Is dit het punt waar de wegen kruisen? Wie komt daar op me af? Vijand of vriend? Een oude man, een vreemde vent?

“Wee en nogmaals wee! Hoe steekt in mij meteen de prikkel van de pijn en de herinnering.” (Sophocles, Koning Oedipus).

“They killed us in our teepees
And they cut our women down
They might have left some babies
Cryin' on the ground
But the firesticks and the wagons come
And the night falls on the settin' sun
(Neil Young, Pocahontas)

16-01-06

LIVING THE PURE : NEAL CASADY EN JACK KEROUAC

foto,jack kerouac,neal casady,beat,beat generation,puur,leven

So busy LIVING THE PURE


Dat is wel mooi gezegd, vind ik. En dan ook nog die prachtige foto van Neal Casady en Jack Kerouac.

12-11-05

NABOKOV'S TWEETALIGHEID


“He suffocates and conjures in two tongues
The nebulae dilating in his lungs.”


Nabokov, Pale Fire

13-10-05

OUDE BOEKEN, NIEUWE SPELLING

 

films,schrijvers,handke,scannen,varia,borges,groene boekje,oude boeken,boeken,literatuur,spelling,koopverslaving,agata,flickr,pessoa,etc,stad,steden

Er verschijnt een nieuw groen boekje, met nieuwe spellingsregels voor de Nederlandse taal. Ik heb de oude spellingsregels nog niet eens onder de knie. De taalgevoelige lezer van hoochiekoochie zal dat al wel gemerkt hebben.


Een ander nadeel van de spellingswijziging is dat mijn boekenverzameling alweer veroudert en daardoor waarschijnlijk in (financiële) waarde afneemt. Toch heb ik niet het voornemen de vertalingen die ik nu bezit van Borges, Proust, Pessoa, Borges, Casanova, Rousseau, Nietzsche, Schopenhauer, Kierkegaard en de kinderen van mindere goden aan de papierversnipperaar te offeren en nieuwe edities aan te schaffen.
Wat ik al geleerd heb is dat we niet het verkleinwoord van ‘haiku’ als ‘haikutje’ mogen schrijven; daar is een speciale regel voor uitgevonden, waardoor haiku’tje verplichte kost wordt. Dat is belangrijke informatie voor een dichter.

Mijn koopverslaving is overigens verschoven van boeken en cd’s – waar ik weliswaar nog niet helemaal van ben afgekickt – naar dvd’s. Gisteren heb ik de ‘volledige’ collectie films van Jim Jarmush gekocht (jammer dat Dead Man eraan ontbreekt), evenals beide delen van Once Upon A Time In America (Sergio Leone), Memento (Christopher Nolan), Kill Bill (Quentin Tarantino) en The Deer Hunter (Michael Cimino). Als deze verslaving nog toeneemt leidt ze me rechtstreeks naar het armenhuis.

Agata L. bracht me ertoe om boekomslagen van boeken van Fernando Pessoa en een gedicht van Peter Handke te scannen en de resultaten op flickr te zette, als ‘propaganda’ voor uitstekende literatuur.Ik houd overigens van de zenachtige eenvoud van Agata’s dagboek. Zelf leef ik in de stad en de stad leeft in mijn hoofd. Het is allemaal bijzonder complex en chaotisch. Geen wonder dat mijn weblog eruitziet zoals ze eruitziet. Of is weblog mannelijk? Toch maar dat nieuwe groene boekje aanschaffen misschien?

29-07-05

UITVERKOREN SCHRIJVERS


musil 2


Een 'lijstje' van mijn uitverkoren schrijvers.

Paul Auster, Douglas Coupland, Ian McEwan, Hanif Kureishi, TC Boyle, Don DeLillo, Allen Ginsberg, Jack Kerouac, James Cain, Dashiel Hammet, Raymond Chandler, Patricia Highsmith, Ross McDonald, Lucebert, Hendrik Marsman, Remco Campert, Geerten Meysing, Cesare Pavese, Giorgio Bassani, György Konrad, Milan Kundera, Franz Kafka, Robert Musil, Elias Canetti, Arthur Schnitzler, Hermann Broch, Carson McCullers, Virginia Woolf, Malcolm Lowry, Thomas Hardy, Henry James, August Strindberg, Knut Hamsun, Fernando Pessoa, Marcel Proust, André Breton, Antonin Artaud, Arthur Rimbaud, Wladimir Nabokov, Ivan Toergenjev, Alexander Poesjkin, Nicolai Gogol, Gustave Flaubert, Stendhal, Jonathan Swift, Heinrich Von Kleist, Giacomo Casanova, Giacomo Leopardi, Dante Alighieri, Friedrich Hölderlin, William Blake, Walt Whitman, TS Eliott, Sylvia Plath, WH Auden, Rainer Maria Rilke, Guy Debord, Raoul Vaneigem, Jacques Derrida, Michel Foucault, Roland Barthes, Friedrich Nietzsche, Arthur Schopenhauer, Jean Jacques Rousseau.

Het was echt wel tijd voor nog eens een lijstje, ik begon ontwenningsverschijnselen te krijgen. Je zal moeilijk kunnen zeggen dat dit triviaal is. En ik vermoed dat ik nog heel wat uitverkoren schrijvers over het hoofd heb gezien; ik heb geen bibliotheek in mijn nabijheid om dit na te gaan. Waarom staan Cervantes, Melville en Joyce er niet in? Toegegeven, dat zijn grote schrijvers, maar het zijn geen favorieten van mij.

Vorige 1 2 3 4 5 6