21-12-11

LAATSTE DAGEN

 

kiefer2.jpg

Het prozagedicht World’s End ontstond op 3 december 2011 tijdens een treinrit van Antwerpen naar Brussel. Ik had mijn radioprogramma Zéro de conduite aan dierenliederen gewijd en daarna vis gegeten in een Chinees restaurant. Als dessert had ik een Japanse saké gedronken. Ze hadden ook Chinese maar die was bijzonder sterk en werd mij afgeraden.  Waarom weet ik niet. Zag ik er dan werkelijk zo ziekelijk en zwak uit? Ik voelde me nochtans vrij fit. De saké was niet warm, niet lauw, eerder koud, en bevatte weinig alcohol. Toch heeft hij me aangevuurd. En die dierenliederen bleven in mijn hoofd spoken, vooral ‘Horses In My Dreams’ van PJ Harvey, uit haar elpee ‘Stories From The City, Stories From The Sea’. De zes witte hengsten komen uit een song van Gillian Welch, maar dat beeld is ouder dan de straat. Ik leen graag beelden, maar vind er even gaarne uit. Een vraag is of er nog onuitgevonden beelden kunnen ontstaan. Zoniet kun je alleen maar uit een voorraad putten. De oude Grieken hebben ons in dat opzicht wel verwend.

De trein reed zacht, niet zoals in mijn herinneringen, naar de hoofdstad.  Op dat zachte ritme schreef ik mijn woorden neer, in een klein Japans notitieboekje. Die boekjes schaf ik me aan bij Muji. Niet in Brussel: die winkel is al lang toe. Ik geloof dat de inwoners van deze stad niet erg geïnteresseerd zijn in mooie en nuttige dingen. Er ontstond een nogal moeilijk leesbaar gedicht. Nochtans had ik gedronken. Hoe kwam het dan dat mijn handen beefden?

De dagen die erop volgden heb ik het gedicht-in-wording (of niet), niet durven bekijken. Mijn stelregel is dat je niet moet schrijven als je gedronken hebt. Maar waar dienen stelregels voor? Op een avond ben ik er opnieuw aan begonnen. Wat er stond, stond me wel aan, maar niet in versregels. Versregels drongen er een vorm aan op, terwijl de paarden nog wild waren en droomachtig. Er ontbrak ook veel, over de wereld, over de mensen. Daar dacht ik over na, en zo kwam ik bij ‘ground zero’ terecht. Wat hebben wij als mensen aan de aarde gegeven? Verdienen wij het wel om hier te leven, om te genieten van deze grond? Ik dacht ook aan het ‘ademkristal’ van Paul Celan en aan zijn ‘Todesfuge’. Aan de verschrikkingen van de uitroeiingskampen en de zelfmoord van Paul Celan. Toen het gedicht voorlopig af was – in enigszins wilde prozavorm – vond ik de reproductie van Anselm Kiefer waarop hij naar Margarethe uit ‘Todesfuge’ verwijst. Dat werk is geen illustratie. Het moest erbij staan, het hoorde erbij, zoals de bomen van Gerhard Richter bij Cydia Pomonella ii.

Ik dacht ook aan gevallen engelen. Dat is meestal het geval als ik een werk van Anselm Kiefer zie. Elke mens is een gevallen engel, ook Margarethe. Een gevallen engel moet, net als een wild paard, zijn weg hier vinden. Een eigen haard. Goud waard, zeggen de mensen soms nog. Maar wie zal dat bevestigen? Voor de haard zag ik de smid staan, Hephaistos, man met sterke armen, dunne benen. Op het eiland Lemnos vond hij zijn smidse, deze uit de hemel verbannen man, vanwege een liefdesgeschiedenis van de goden, die hem niet liefhadden. Maar wel de mensen die zich verwarmden aan zijn vuur en zijn kunsten.

Wat een sombere, negatieve tekst was het geworden! Alle wegen leidden naar nergens, naar het eindpunt, naar daar waar niets meer te zien valt. World’s End bestaat echt, maar is toch vooral een imaginaire plek. Een vriendin van me had me al verteld dat in 2012 de wereld zou vergaan: wij zouden de Apocalyps nog meemaken, zo bevoorrecht zijn we. Overigens is ‘Apocalypse!’ de titel van Bill Callahans laatste plaat, waaruit ik het nummer ‘Drover’ (veehoeder) die avond had geselecteerd. In die ondergang sleepte ik heel Europa mee, een Europa dat uitgeput is en nergens meer naar verlangt, tenzij naar zijn algehele vernietiging.

Het schrijven zelf echter riep toekomst op, idyllisch bijna, en antiek. Een sprankel hoop weerklonk in de woorden, als ik ze luidop las. Opeens zag ik het spel, niet alleen het taalspel, maar het oude spel van de Homo Ludens, het ganzenbord, de holle wegen, het dwalen en dolen, het vinden zonder op zoek te gaan.  Ik zag het hoeden van de kudden. De zorg van mensen voor dieren. Het mededogen in ziekenhuizen en tijdens rampen. Het elkaar in bescherming nemen, zoals vader en zoon in ‘The Road’ van Cormac McCarthy. Het zingen voor elkaar, zoals in ‘The Time Of Our Singing’ van Richard Powers, om elkaar te troosten, om een zindering bij de andere teweeg te brengen. Het opstaan uit lethargie en onvermogen. Het verwerpen van de ondergangsstemming. Waren dit de laatste dagen? Opeens zag ik een opening in het bos. In mijn idyllische jeugd; maar ik zag ze ook in de toekomst, vol licht en beloftes. Ik zag de paarden draven in de richting van een open veld, een vruchtbare steppe. En om ons heen stonden de bomen niet langer als vijanden, als onverschilligen. Ik geloof niet langer dat het te laat is. Vandaag niet. Maar op 3 december had ik over al deze dingen nog niet nagedacht en verwachtte het ergste: World’s End.

world's end, apocalyps, dierenliederen, paarden, wilde paarden, radio, trein, antwerpen, brussel, muji, saké, schrijven, gedicht, proza, mythe, mythes, hephaistos, paul celan, pj harvey, bill callahan, gillian welch, beelden, verbeelding, anselm kiefer, ground zero, todesfuge, shulamith, margarethe, bomen, gerhard richter, engel,  hoop, homo ludens, zorg, mededogen, liefde, richard powers, cormac mccarthy, troost, zingen

26-01-10

DE GROOTSTE ARCHITECT VAN DE WERELD


frank lloyd wright

This brings to mind the story of one of the many civil cases in which Wrieto-San was involved. The judge asked him his profession and he stated that he was an architect - in fact the world's greatest architect. "The greatest?" the  judge echoed. "How can you make that claim?" "Well, You Honor," Wrieto-San replied, "I am under oath."

T.C. Boyle, The Women

Wrieto-San is Frank Lloyd-Wright. Het verhaal wordt verteld door een Japanse leerling van de meester-architect, Sato Tadashi.

28-12-09

BERNARDO SOARES: DUBBELGANGER?

dichter,martinho da arcada,drank,vriendschap,antwerpen,bernardo soares,boeken,lissabon,vergetelheid,herkenning,dubbelganger,klerk,fernando pessoa,vreemdeling,jos d,cafeleven


Voor ik wat vergetelheid probeer te vinden in wijn, blues, country en klassieke films lees ik, na lange tijd, nog een stukje in Fernando Pessoa’s ‘Boek der rusteloosheid’, vertaald door Harrie Lemmens, en verschenen in de onvolprezen reeks Privé-Domein, bij Uitgeverij De Arbeiderspers, in 1990 alweer. Ik raakte vertrouwd met het dichtwerk van Pessoa omstreeks 1977, in volle punkperiode, mede dank zij mijn toenmalige beste vriend Jos D., die in oktober 1991 achter zijn jonge en mooie en intelligente leven een definitief punt zette. Hij schonk me in die wilde tijd – toen hij het eerzame beroep van trambestuurder uitoefende, en soms rechtstreek van het café naar zijn job moest - een verzamelwerk, met gedichten van ongeveer alle heteroniemen van de dichter – vertaald door August Willemsen. Een revelatie. Bijna elk gedicht raakte me diep in het hart. Aangezien ik geen Portugees ken, moest ik geduld oefenen en wachten tot er weer eens een nieuwe vertaling verscheen – zoals ‘Het boek der rusteloosheid’, dat Pessoa schreef in de gedaante van Bernardo Soares, hulpboekhouder in een kantoor in Lissabon. Het boek, een meesterwerk, werd pas zevenenveertig jaar na het verscheiden van de meester uitgegeven.

Dit is het fragment waar mijn oog op viel.

“Ik bewoog mij als vreemdeling onder hen, maar niemand zag dat ik een vreemdeling was. Ik leefde als een spion te midden van hen, en niemand, ook ikzelf niet, vermoedde dat ik dat was. Allen hielden mij voor een verwante: niemand wist dat men mij had verwisseld bij mijn geboorte. Zo was ik gelijk aan de anderen zonder gelijkenis, broeder van allen zonder lid te zijn van de familie.

Ik kwam uit rijke streken, uit betere landschappen dan het leven, maar over die streken sprak ik slechts met mijzelf en nooit liet ik hun iets weten over de landschappen die ik zag wanneer ik droomde. Mijn voetstappen klonken eerder als de hunne op de vloeren en plavuizen, maar mijn hart was ver weg, hoewel het zeer nabij klopte, onecht heer over een verbannen en vreemd lichaam.

Niemand kende me onder het masker der gelijkheid, en niemand heeft ooit geweten dat het een masker was, want niemand wist dat er in deze wereld gemaskerden waren. Niemand vermoedde dat naast mij een ander stond die uiteindelijk ik was. Ze beschouwden mij altijd als identiek aan mezelf.”
(Het boek der rusteloosheid, 159)

Heel even leek het erop – ik had net een glaasje Porto gedronken en waande mij in café Martinho da Arcada (wat nu een restaurant is) - alsof ik mijn eigen woorden las, maar meteen besefte ik dat ik niet zo’n goed schrijver was, niet zo eenvoudig, en niet zo diepzinnig. Meteen besefte ik dat ik niet voldoende toegewijd ben aan mijn woorden, maar haast bij voorkeur vergetelheid probeer te vinden in wijn, blues, country en klassieke films. Toch twijfel ik er hoegenaamd niet meer aan: ooit schrijf ik Het boek der rusteloosheid van Bernardo Soares.

23-10-09

TWEE MANIEREN OM IN DE HEL TE LEVEN


Gustave_Dore_Inferno32

“De hel van de levenden is niet iets wat zal zijn; als er een is, dan is het de hel die hier al is, de hel die wij dag in dag uit bewonen, die we vormen door onze samenleving. Er zijn twee manieren om er niet onder te lijden. De eerste valt velen makkelijk: de hel aanvaarden en er deel van gaan uitmaken tot je op het punt bent gekomen dat je hem niet meer ziet. De tweede is riskant en vereist ononderbroken aandacht en studie: zoeken en weten te herkennen wie en wat er, temidden van de hel, geen hel is, dat laten voortduren, en er ruimte aan geven.”

Italo Calvino, De onzichtbare steden.

Over dit en andere boeken morgen meer.

 

01-03-09

HOOGTEPUNT: EEN KIP DIE ACHTERSTEVOREN LOOPT


oconnor


"When I was six I had a chicken that walked backward and was in the Pathe News. I was in it too with the chicken. I was just there to assist the chicken but it was the high point in my life. Everything since has been anticlimax.”

Flannery O'Connor, schrijfster van 'Wise Blood' , The 'Violent Bear It Away' en twee uitstekende verhalenbundels, 'A Good Man Is Hard To Find' en 'Everything That Rises Must Converge'. John Huston maakte een onvergetelijke film van'Wise Blood'.



wiseblood

20-10-08

DE DRAAGLIJKE ONVERANTWOORDELIJKHEID VAN HANIF KUREISHI

kureishi

Met veel plezier sta, zit of lig ik te lezen in Hanif Kureishi’s ‘Something To Tell You’. Op de cover van de pocket wordt hij de “bestselling author of The Buddha of Suburbia” genoemd, alsof hij sindsdien niets meer heeft verricht. De man is bijzonder productief, soms overdrijft hij en lijdt zijn werk onder dat ritme – maar deze roman vind ik heel goed, en grappig. Zo goed dat ik er al twee exemplaren van bezit, een pocket voor in bed en de metro, een hardcover om naar te kijken. Overigens was de pocket duurder dan de hardcover.

Psychiaters en psychoanalysten schijnen in trek te zijn bij schrijvers. Het hoofdpersonage in Siri Hustvedts ‘The Sorrows Of an American’ is een pyschiater; in de roman van Kureishi is een psychoanalyst aan het woord. En hoe!

In Kureishi’s roman staan veel dingen die roepen om geciteerd te worden. Zoals dit:

“That word. Responsibility. When I watched Miriam on her TV ‘agonies’, it was the most-used word, apart from ‘I’. Owning your acts. Seeing yourself as an actor rather than victim. I am all for responsibility; who wouldn’t be? We are all responsible for our selves. But what are our selves? Where do they begin and how far do they extend.”

Is het niet waar? Iedereen moet de hele tijd zijn verantwoordelijkheid nemen. Ik heb zoiets van, naar verantwoordelijke mensen toe: het is tijd voor iets nieuws. Laten we het leven en de wereld veranderen, nu we er nog tijd voor hebben. Het is tijd om antwoorden te verzinnen, nieuwe woorden, nieuwe zinnen. Om vragen te stellen. Of niet soms?

05-10-08

ANDERE BOEKEN


Ik vergat hier tijdig mee te delen dat ik gisteravond geen radioprogramma zou maken. Gelukkig wist ik dat zelf al een tijdje, zodat ik niet voor niets de lange reis naar het verre Antwerpen heb moeten maken. In plaats van Zéro de conduite werd er rechtstreeks uitgezonden vanop Het Andere Boek. Ik ben daar niet tegen: zo kon ik wat langer slapen. Bovendien ben ik erg voor boeken. Alleen weet ik nog altijd niet wat andere boeken zijn. Voor mij is Het Andere Boek een boekenbeurs zoals een andere, waar overigens niets mis mee is.

Lang geleden dacht ik dat een boek als 'The Journal Of Albion Moonlight' van Kenneth Patchen een 'ander boek was'. Er waren er zo nog, maar dit was toen (eind jaren zestig) een van de meest andere boeken die ik kende. Nog een ander 'ander boek', en bijzonder geestig, was Richard Brautigans 'Trout Fishing In America'. Voor degenen die het niet gelezen hebben: 'Trout Fishing In America' was de held van het gelijknamige boek. Als dat niet anders was! Maar sinds Richard Brautigan zich een kogel door de kop schoot denk ik daar anders over. Het geestige was bittere ernst, het lint van Brautigans schrijfmachine was met alcohol en gif doordrenkt - een soort schrijven dat al snel postmodern werd gedoopt. Maar net zomin als ik weet wat 'het andere boek' is, weet ik wat postmodern is. Ik heb alleen onthouden dat je zo modern mogelijk moet zijn, meer nog, dat je absoluut modern moet zijn.

Dit allemaal om te zeggen dat ik gisteravond naar een film van David Lynch heb zitten kijken in plaats van in Antwerpen naar de donkere wolken boven de Schelde.

brautigan

Foto: Richard Brautigan

19-06-08

HERINNEREN, VERGETEN


Soms lees je een zin die zo verbluffend is, dat je er zelf (een tijdlang) het zwijgen toe doet. Een paar dagen geleden las ik deze zin in Cormac McCarthy's 'The Road':

"You forget what you want to remember and you remember what you want to forget."

'The Road' vloeit over van bijna letterlijk verschroeiende zinnen, maar die kun je niet citeren, die moet je in de vloed van het boek lezen. De apocalyps van McCarthy jaagt me schrik aan, werkelijk schrik, maar de schoonheid van zijn beelden en woorden helpen me met die schrik te leven, wat zeg ik: heel graag zit ik te sidderen bij het lezen van deze buiten alle categorieën vallende schrijver. Soms denk ik dat de verwoeste wereld die hij beschrijft echt is, een wereld van niet veel meer dan as. Dat wij al in die wereld leven, maar het nog niet doorhebben. We moeten nog ontwaken.

19-03-08

VAARWEL, HUGO CLAUS


Vaarwel Hugo Claus, koele minnaar, ga niet met gebogen hoofd in de donkere nacht. Vaarwel, u die mij Dylan Thomas en Antonin Artaud leerde kennnen. Vaarwel, Hugo Claus.

hugo claus - de koele minnaar 2

19:43 Gepost in Boeken | Permalink | Commentaren (2) | Tags: hugo claus, dood |  Facebook

07-01-08

VOETNOTEN BIJ VIJF MODERNE AUTEURS


Stendhal is, denk ik, van mening dat je in een ‘systeem’ – of noem het een orde - kunt functioneren ‘dat’ als zodanig belachelijk is en voorbijgestreefd, en dat je er tot op zekere hoogte rechtstreeks aan kunt meewerken, maar dat je er tegelijkertijd kunt toe bijdragen dat datzelfde ‘systeem’ nog sneller achterop raakt - en dat je met je vindingrijke taal en je observatievermogen een parallelle wereld kunt opbouwen, die bijna dezelfde is, maar net een klein beetje anders, dank zij de ironie en het inzicht. Iets waarvan latere generaties rijkelijk gebruik hebben gemaakt. Essentiële boeken van Stendhal zijn: Le rouge et le noir, La Chartreuse de Parme. De beste editie is die in de Pléiade-reeks, maar er zijn talloze andere degelijke en goedkopere uitgaven en geleidelijk aan begint de Nederlandstalige lezer enige interesse te tonen in Stendhals werk, zodat het nu ook mondjesmaat weer wordt vertaald. In sommige gevallen zelfs voor de eerste keer, zoals onlangs gebeurde met Lucien Leuwen (vorig jaar verschenen bij uitgeverij Atlas).

Walt Whitman
maakt keer op keer duidelijk dat alles begrijpelijk is én wonderlijk tegelijkertijd, de wereld van de mensen en de machines (technè), en de wereld van de natuur en de elementen, alle vormen van seksualiteit en liefde, het platteland en de stad, oorlog en vrede, dat we voor niets moeten terugschrikken, dat we het geheel in ons omdragen, de kosmos.
Essentiële boeken van Walt Whitman zijn: Leaves Of Grass en Specimen Days. Talloze en soms elkaar aanvullende edities. Whitman heeft meerdere versies van Leaves of Grass gepubliceerd. Tot aan zijn dood heeft hij aanvullingen bezorgd en ‘correcties’ aaangebracht.

André Breton
staat voor de bekoring van de droom, het spel met woorden en taal, het objectieve toeval, de verleiding en wreedheid van het sprookje en de magische krachten en magnetische velden in de wereld. Als je er goed over nadenkt zijn de sixties en de psychedelische leefwijze een onrechtstreeks gevolg van de woorden van Breton.
Essentiële boeken van André Breton zijn: Anthologie de l’humour noir (de inleidingen), uitgegeven bij Jean-Jacques Pauvert en naar mijn weten nooit in het Nederlands vertaald; Manifestes du surréalisme, uitgegeven bij Jean-Jacques Pauvert in 1962; Nadja, uitgegeven bij Gallimard in 1963. Er bestaat een mooie vertaling van Laurens Vancrevel maar je zal er wel op zoek moeten naar gaan; en L’amour fou, uitgegeven bij Gallimard in 1937.

 

Malcom Lowry beschrijft de positieve kracht van alcoholisme, het waarnemen van de wereld met een door alcohol verstoorde zintuiglijkheid. De magische wereld die Mexico heet. De ultieme eenzaamheid van de scheppende enkeling zonder god of gebod. Meerdere baanbrekende romans en films zijn hieruit voortgesproten. Welke films? Zoek het zelf maar uit.
Essentiële boeken van Malcolm Lowry: Under The Vulcano, 1947, Jonathan Cape. In het Nederlands uitgegeven als Onder de vulkaan in 1998 bij De bezige bij.

Jorge Luis Borges
heeft het heel vaak over de onbetrouwbaarheid van de geschiedenis en de verhalenvertellers en hoe mooi het is dat de verbeelding en de literatuur die onbetrouwbaarheid aanvullen of versterken. Borges’ eigen verhalen zijn de bewijsstukken voor deze hypothese.
Essentiële boeken van Jorge Luis Borges: er bestaat een uitstekende selectie uit het verzameld werk van de meester, Werken in vier delen, uitgegeven bij De bezige bij in 1998. De data van de uitgaven die ik opgeef zijn onbetrouwbaar.

Het gaat over de edities die ik hier naast me heb liggen in mijn oververhitte kamer.

Voetnoot: Kennelijk kan ik niet meer tellen. Ik gaf dit stuk oorspronkelijk de titel 'Voetnoten bij vier moderne auteurs. Vermoedelijk was ik Malcolm Lowry vergeten. (8-1-08)

14-11-07

WAT ZOU IK DEZE MIDDAG EENS LEZEN?


wat zou ik nu eens lezen

Wat zou ik deze middag eens lezen? Nee, voor Nelson Algrens 'A Walk On The Wild Side' is mijn tijd nog niet rijp. Later, later...

Foto: Martin Pulaski, Zelfportret met boeken.

18-10-07

OPSOMMEN EN CITEREN

borges,kierkegaard,opsomming,citaat,pierre menard,mozart,don juan,citeren,labyrint,spiegelbeeld


Het plezier van het citeren en het opsommen vind je bij veel auteurs. Mij doen de opsommingen en citaten van Jorge Luis Borges soms schateren. Een mooi voorbeeld van een dergelijke opsomming is ‘Chinese Fauna’ in ‘Het boek van de denkbeeldige wezens’, dat als geheel al een opsomming is.

Bekend is het verhaal ‘Pierre Menard, schrijver van de Don Quichotte’, waarin Borges de werken van de ‘obscure’ schrijver Pierre Menard opsomt in een lijst van A tot S. Het belangrijkste werk van Pierre Menard, zo betoogt Borges, was de Don Quichotte, die woordelijk geheel hetzelfde is als de beroemde ridderroman van Cervantes. “De tekst van Cervantes en die van Menard zijn woordelijk gelijk, maar de tweede is bijna oneindig veel rijker. (Dubbelzinniger zullen zijn tegenstanders zeggen; maar dubbelzinnigheid is een vorm van rijkdom.).” De stijl van Menard verschilt wel van die van Cervantes: “De stijl van Menard die naar het archaïsche overhelt – tenslotte is hij vreemdeling – lijdt aan een lichte geaffecteerdheid. Zo is het niet met zijn voorganger, die vrijmoedig het gangbare Spaans van zijn tijdperk hanteert.” Dit vind ik buitengewoon grappig.


De inval van Borges was niet nieuw. Want wat lezen we in Kierkegaards ‘Of/of’? “De muziek heeft (…) een tijdsmoment in zich, maar verloopt toch niet in de tijd tenzij in oneigenlijke zin. Het historische element van de tijd kan ze niet uitdrukken.
De volmaakte eenheid van deze idee en de eraan beantwoordende vorm bezitten we in Mozarts Don Juan. Maar juist omdat de idee zo enorm abstract is, en ook het medium abstract is, is het niet waarschijnlijk dat Mozart ooit een concurrent zal krijgen. Mozart had het geluk dat hem een stof in handen viel die in zichzelf absoluut muzikaal is, en als een andere componist met Mozart zou willen wedijveren, zou er voor hem niets anders opzitten dan Don Juan nogmaals te componeren.” De tekst van Kierkegaard is natuurlijk niet grappig, maar uitermate ernstig.

06-10-07

'L'AVVENTURA' EN 'SPECIAL TOPICS IN CALAMITY PHYSICS'

marisha pessll,michelangelo antonioni,hitchcock,nabokov,film,literatuur,lolita,antonioni,maria schneider,profession reporter

Ik kom nog even terug op ‘L’avventura’ van Michelangelo Antonioni. De film staat opnieuw in de belangstelling door het immense succes van Marisha Pessls ‘Special Topics In Calamity Physics’, waarover ik het een paar weken geleden al had. In de roman is de film van Antonioni een belangrijk aanknopingspunt (er zijn er wel meer, zoals ‘Ada’ en ‘Lolita’ van Nabokov, maar die spelen toch wel een kleinere rol dan de film van de Italiaanse meester.) Zo is de vader van het hoofdpersonage – en vertelster van het verhaal – Blue Van Meer een groot bewonderaar van deze film. Marisha Pessl (of Blue Van Meer), vertelt het zo:

“L’avventura, Michelangelo Antonioni’s lyrical black-and-white masterpiece of 1960, happened to be one of Dad’s favorite films and thus, over the years, I’d seen it no less than twelve times.”  Zo vaak heb ik de film niet gezien. Maar BlueVan Meer heeft de neiging af en toe te overdrijven. Het woord ‘dad’ (vader) spelt ze altijd met een hoofdletter.

Met één van de nevenpersonages in het boek, Hannah Schneider, is ook iets vreemds aan de hand, niet alleen door de mysterieuze omstandigheden waarop ze aan haar einde komt. Ik heb het over haar naam. ‘Hannah’ vertoont duidelijk overeenkomst met ‘Anna’ uit L’Avventura, een rijke, jonge vrouw die tijdens een uitstapje met vrienden naar een onbewoond eilandje verdwijnt en niet meer terug wordt gevonden. ‘Schneider’ is dan weer de naam van de actrice Maria Schneider, die de vrouwelijke hoofdrol speelt in Antonioni’s ‘Profession: Reporter’. En zo is het hele boek een aaneenschakeling van verwijzingen, een puzzel voor intellectuelen en ‘slimste mensen van de wereld’.

Het mag overigengs verbazing wekken dat Gareth, de vader van Blue Van Meer, van Zwitsers-Duitse origine is, en niet uit een Nederlands geslacht afstamt. Zit Hitchcock daar voor iets tussen? In Hitchcocks ‘Foreign Correspondent’ duikt een personage op dat eveneens luistert naar de naam Van Meer. Hij is een Nederlandse diplomaat, die belangrijke staatstgeheimen met zich meedraagt; in een film van Hitchcock moet er met zo’n man iets gebeuren. Een kleinigheid in de film is dat de heer Van Meer even met een Duitser wordt verward. Vandaar de herkomst van Blue’s vader? Het is best mogelijk. Ondanks haar jeugdige leeftijd lijkt het of Marisha Pessl wel tienduizenden boeken heeft gelezen en films gezien. Of heeft ze gewoon een aantal lijvige encyclopedieën geraadpleegd?

Mooi is toch ook nog deze passage uit ‘Special Topics In Calamity Physics’:

“’L’Avventura,’ Dad said, ‘has the sort of ellipsis ending most American audiences would rather undergo a root canal than be left with, not only because they loathe anything left to the imagination – we’re talking about a country that invented spandex – but also because they are a confident, self-assured nation. They know the Family. They know Right from Wrong. They know God – many of them attest tot daily chats with the man. And the idea that none of us can truly know anything at all – not the lives of our friends or family, not even ourselves – is a thought they’d rather be shot in the arm with their own semi-automatic rifle than face head on.’”

29-09-07

EEN MAN VAN BIJZONDERE EIGENSCHAPPEN

musil,s  fischer,karl corino,de man zonder eigenschappen

In Karl Corino’s ‘Musil-Een biografie’, een verbluffend werk, las ik een passage die ik de lezers van hoochiekoochie niet wil onthouden.

In 1913 gaf Robert Musil, toen 33, zijn baan als bibliothecaris in de Technische Hogeschool te Wenen op. Hij had er nauwelijks een boek aangeraakt, aangezien hij bijna voortdurend in ‘ziekteverlof’ was. Musil had al een tijdje het plan opgevat om te solliciteren voor een betrekking als redacteur bij de uitgeverij S. Fischer, in Berlijn, meer bepaald voor het toonaangevende literaire tijdschrift ‘Die Neue Rundschau’. Ondanks zijn status als auteur, vooral na het kritisch succes van ‘Die Verwirrungen des Zöglings Törless’ (in het Nederlands vertaald door Frank Diamand), werd hij niet zomaar meteen aangeworven. Een aantal werknemers van S. Fischer, waaronder Moritz Heiman, moest de sollicitant beoordelen. Het is een fragment uit diens beoordeling van Musils geestelijke fysionomie dat ik hier graag citeer:

 

“De heer Musil”, schrijft Heiman, “is zonder twijfel een man van bijzondere eigenschappen: ontwikkeld, rijk aan kennis, met een diep reikend en scherp verstand. Hoogst talentvol, en bovendien in sociaal opzicht intelligent en scherpzinnig.

Nochtans had ik – niet een bedenking, maar toch een ‘ter overweging’. Zijn talent, dat onbuigzaam is en hard als diamant, is toch ook taai en ontbeert productiviteit in eigenlijke zin, waar ik niet de kwantiteit van het geproduceerde onder versta, maar een typische, moeilijk te definiëren spanning. Geheel in overeenstemming daarmee is dat zijn natuur en zijn geest om zichzelf heen cirkelen, dat ze in al hun instincten exclusief zijn en dat ze slechts uit hoffelijkheid van hoogmoed afzien.”

De cursivering is van mij. Merkwaardig is immers de omschrijving ‘een man van bijzondere eigenschappen’, daar Musil niet veel later zijn levenswerk, De man zonder eigenschappen, zou aanvatten, wat zonder twijfel zeer veel autobiografische elementen bevat.

31-07-07

INDUSTRIE, ZWAARSTE STRAF VAN GOD


“God strafte deze stad met industrie. Industrie is de zwaarste straf van God.”

Joseph Roth, Hotel Savoy.

27-07-07

OP EEN DAG IS ALLES AFGELOPEN


Op deze niet zo fraaie zomerdag wilde ik de toevallige lezer de volgende zinnen vooral niet onthouden.

“Op een dag kom je thuis en weet: van nu af aan moet ik voor alles boeten, en vanaf dat ogenblik ben je oud en dood. Op een dag is alles afgelopen, hoe lang het leven ook nog voortduurt. Eens en voor al ben je dood, en alle schoonheid, dat wat geluk is en geluk kan zijn, de rijkdom en alles heeft zich teruggetrokken, voor altijd.”

Thomas Bernhard, Vorst.

25-05-07

NAKED LUNCH : EERSTE ZIN


Een onvergetelijke openingszin is die van William Burroughs' Naked Lunch. Je bevindt je meteen in downtown Manhattan in een wereld van junk en junkies - en tot het laatste woord van deze baanbrekende roman raak je niet meer uit dat bizarre, tragikomische labyrint. En zelfs na dat laatste woord blijf je erin rondtrappelen. Je raakt er nooit meer uit.
"William was a Shootist. He shot like he wrote--with extreme precision
and no fear." Hunter S. Thompson

 

 "I CAN FEEL THE HEAT closing in, feel them out there making their moves, setting up their devil doll stool pigeons, crooning over my spoon and dropper I throw away at Washington Square Station, vault a turnstile and two flights down the iron stairs, catch an uptown A train . . ."

23-05-07

TESTIKEL EN HOOFD


Word ik een etymoloog? Ik heb ‘testikel’ altijd een vreemd woord gevonden. Waarom weet ik niet meteen heel goed. Waarschijnlijk door de etymologisch niet correcte associatie met het Franse ‘teste’ of ‘tête’. Wat is het verband tussen testikel en hoofd, vraag ik me dan af. De vorm misschien? Een testikel 'rust' dan weer in een balzak, wat naar de populaire Franse schrijver Balzac zou kunnen verwijzen, maar het niet doet. Hoe het ook zij, logisch denken is niet mijn sterkste kant. Toen ik logica studeerde, in de jaren zeventig van de vorige eeuw, leed onze professor aan een zware depressie, vandaar. Opdat zijn broek niet zou afzakken gebruikte hij in plaats van een broeksriem een stuk touw.

Bij de oude Franse vorm van ‘tête’, ‘teste’ dus, denk ik haast altijd onwillekeurig aan het zeer cerebrale hoofdpersonage uit een aantal boeken van Paul Valéry (La Soirée avec Monsieur Teste, 1896; Lettre de Madame Émilie Teste, 1924; en Extraits du log-book de M. Teste, 1926). Hoofdpersonage, grappig toch, hoe het ene naar het andere leidt. Roland Barthes heeft niet voor niets het plezier van de tekst ontdekt. Teksten zijn nu eenmaal plezierig, of liever, je beleeft er plezier aan als je ze leest, of als je ermee speelt, zoals ik nu doe met die ‘testikels’. Maar terwijl Monsieur Teste over een hoofd beschikt dat bijna zuivere geest is, is het plezier van de tekst alleen maar mogelijk door de lichamelijkheid. Voor dat soort plezier is het noodzakelijk dat lichaam en geest één zijn. Er moet heel duidelijk een punt gezet worden achter die eeuwenoude dichotomie tussen lichaam en geest; er moet komaf worden gemaakt met het beeld van ‘the ghost in the machine’. 

In een tekst op internet – ik kan hem niet meer achterhalen – las ik dat er een verband bestaat tussen testis / testikel en het woord testament, op basis van het Latijnse testis ‘getuige’.
“We moeten ons verplaatsen”, lees ik, “in de uitgesproken macho-maatschappij die de oude Grieks-Romeinse wereld was. Iemand zonder testes, een castraat of eunuch dus, was geen man en kon dus ook geen rechtsgeldig getuigenis afleggen.” De Amerikanen leggen bij de eedaflegging hun hand op de bijbel, de Grieken en Romeinen grepen daarbij naar hun balzak. Als er nooit een bijbel zou geschreven zijn, zouden die Amerikanen echt wel een gek figuur slaan, in al die rechtbankspektakels waarmee ze onze Westerse beschaving overspoelen.

Ik wil graag nog eens terugkomen op de x. Er is al veel over geschreven, onder andere in de commentaren bij een stukje van mij over ‘seks’ en ‘sex’. Van Edgar Allan Poe, lazen we, is er het verhaal ‘X-ing a Paragrab.’ Destijds, in het pre-computertijdperk, werden teksten (of texten) doorgehaald met een x. Ik heb nog talloze kladversies van gedichten liggen, die krioelen van de x-en. Nee, tip-exx bestond toen ook nog niet. En je kunt de X – liefst de hoofdletter, dat gaat sneller en is duidelijker - tevens als kruis gebruiken om op je kalender de dagen te doorkruisen. Zo lees ik in ‘A Wild Sheep Chase’ van Haruki Murakami het volgende:
So it went: I passed through the month the way people X out days on a calendar, one after the other.”Zelf kruis ik dagen nooit uit met een X of met wat dan ook. Mijn kalenders zijn te mooi en ik vind het bovendien erg als er weer een dag voorbij is. Vandaag moet eigenlijk nog beginnen en is in zekere zin alweer voorbij.


Afbeelding: Paul Valéry.

27-04-07

KAVAFIS, MONTAIGNE: GEDICHTEN VAN ZILVER, PROZA VAN GOUD


Kavafis




























Gedichten die mij van mijn stuk hebben gebracht : 'Trouweloosheid' en 'Wachtende op de Barbaren', allebei van Kavafis. Het eerste gedicht gaat over het verraad van Apollo, die Achilles' moeder, Thetis, een lang en gezond leven belooft voor haar zoon, maar die later zelf de Trojanen steunt in de strijd tegen de Grieken, waarbij Achilles sneuvelt. In het tweede gedicht wordt een hele reeks scènes opgevoerd die allemaal betrekking hebben op de komst van de barbaren. Alles en iedereen is op de intocht van die gevreesde barbaren gefocust. Uiteindelijk komen ze niet en dat is een grote teleurstelling, want wat moet nu gebeuren?

***

Bij Montaigne vond ik een mooi fragment over de diversiteit (Hoofdstuk 37, p. 276, Over Cato de Jongere).

"Ik ben niet behept met de veel voorkomende fout anderen naar mijzelf te beoordelen. Ik neem gemakkelijk aan dat een ander eigenschappen heeft die heel anders zijn dan de mijne. Dat ik mijzelf aan één manier van leven gebonden voel wil niet zeggen dat ik, zoals alle anderen doen, daartoe verplicht. Ik geloof dat er duizend andere manieren van leven zijn; en in tegenstelling tot de meesten ben ik eerder overtuigd van de verscheidenheid dan van de gelijkheid van de mensen. Zoveel men maar wil ben ik bereid een ander niet met mijn leefwijze en principes te belasten; ik beschouw hem enkel op zichzelf, zonder te vergelijken, en vorm hem naar zijn model. (...) Ik heb bijzonder graag dat men ieder van ons op zichzelf beoordeelt en dat men over mij geen conclusies trekt uitgaande van de gangbare voorbeelden."

Dit diep inzicht zou ik nooit uit het oog mogen verliezen. Ik denk dat het een goede raad is voor alle situaties in het leven.

18-04-07

IN DE STAART GEBETEN


friedrich nietzsche II

Nog een illustratie bij de voorgaande fragmenten. Het kan niet op. Nietzsche hield ooit maar van een vrouw, Lou Andreas-Salomé. Zij schreef dit boek over hem. Nee, ik zou liegen. Hield hij ook niet van Cosima Wagner, de echtgenote van zijn beste vriend en grootste vijand, Richard Wagner? Wie was eigenlijk zijn Ariadne? Lou of Cosima? Zullen we het ooit weten en heeft het belang? Ik vond de geschiedenis interessant omdat Andreas-Salomé een soort van begin- en eindpunt op een cirkel was, een slangachtig wezen, in wier staart heel wat geniale mannen graag hun tanden zetten. Of had zij voor elke gelegenheid een andere staart?