20-10-08

DE DRAAGLIJKE ONVERANTWOORDELIJKHEID VAN HANIF KUREISHI

kureishi

Met veel plezier sta, zit of lig ik te lezen in Hanif Kureishi’s ‘Something To Tell You’. Op de cover van de pocket wordt hij de “bestselling author of The Buddha of Suburbia” genoemd, alsof hij sindsdien niets meer heeft verricht. De man is bijzonder productief, soms overdrijft hij en lijdt zijn werk onder dat ritme – maar deze roman vind ik heel goed, en grappig. Zo goed dat ik er al twee exemplaren van bezit, een pocket voor in bed en de metro, een hardcover om naar te kijken. Overigens was de pocket duurder dan de hardcover.

Psychiaters en psychoanalysten schijnen in trek te zijn bij schrijvers. Het hoofdpersonage in Siri Hustvedts ‘The Sorrows Of an American’ is een pyschiater; in de roman van Kureishi is een psychoanalyst aan het woord. En hoe!

In Kureishi’s roman staan veel dingen die roepen om geciteerd te worden. Zoals dit:

“That word. Responsibility. When I watched Miriam on her TV ‘agonies’, it was the most-used word, apart from ‘I’. Owning your acts. Seeing yourself as an actor rather than victim. I am all for responsibility; who wouldn’t be? We are all responsible for our selves. But what are our selves? Where do they begin and how far do they extend.”

Is het niet waar? Iedereen moet de hele tijd zijn verantwoordelijkheid nemen. Ik heb zoiets van, naar verantwoordelijke mensen toe: het is tijd voor iets nieuws. Laten we het leven en de wereld veranderen, nu we er nog tijd voor hebben. Het is tijd om antwoorden te verzinnen, nieuwe woorden, nieuwe zinnen. Om vragen te stellen. Of niet soms?

05-10-08

ANDERE BOEKEN


Ik vergat hier tijdig mee te delen dat ik gisteravond geen radioprogramma zou maken. Gelukkig wist ik dat zelf al een tijdje, zodat ik niet voor niets de lange reis naar het verre Antwerpen heb moeten maken. In plaats van Zéro de conduite werd er rechtstreeks uitgezonden vanop Het Andere Boek. Ik ben daar niet tegen: zo kon ik wat langer slapen. Bovendien ben ik erg voor boeken. Alleen weet ik nog altijd niet wat andere boeken zijn. Voor mij is Het Andere Boek een boekenbeurs zoals een andere, waar overigens niets mis mee is.

Lang geleden dacht ik dat een boek als 'The Journal Of Albion Moonlight' van Kenneth Patchen een 'ander boek was'. Er waren er zo nog, maar dit was toen (eind jaren zestig) een van de meest andere boeken die ik kende. Nog een ander 'ander boek', en bijzonder geestig, was Richard Brautigans 'Trout Fishing In America'. Voor degenen die het niet gelezen hebben: 'Trout Fishing In America' was de held van het gelijknamige boek. Als dat niet anders was! Maar sinds Richard Brautigan zich een kogel door de kop schoot denk ik daar anders over. Het geestige was bittere ernst, het lint van Brautigans schrijfmachine was met alcohol en gif doordrenkt - een soort schrijven dat al snel postmodern werd gedoopt. Maar net zomin als ik weet wat 'het andere boek' is, weet ik wat postmodern is. Ik heb alleen onthouden dat je zo modern mogelijk moet zijn, meer nog, dat je absoluut modern moet zijn.

Dit allemaal om te zeggen dat ik gisteravond naar een film van David Lynch heb zitten kijken in plaats van in Antwerpen naar de donkere wolken boven de Schelde.

brautigan

Foto: Richard Brautigan

19-06-08

HERINNEREN, VERGETEN


Soms lees je een zin die zo verbluffend is, dat je er zelf (een tijdlang) het zwijgen toe doet. Een paar dagen geleden las ik deze zin in Cormac McCarthy's 'The Road':

"You forget what you want to remember and you remember what you want to forget."

'The Road' vloeit over van bijna letterlijk verschroeiende zinnen, maar die kun je niet citeren, die moet je in de vloed van het boek lezen. De apocalyps van McCarthy jaagt me schrik aan, werkelijk schrik, maar de schoonheid van zijn beelden en woorden helpen me met die schrik te leven, wat zeg ik: heel graag zit ik te sidderen bij het lezen van deze buiten alle categorieën vallende schrijver. Soms denk ik dat de verwoeste wereld die hij beschrijft echt is, een wereld van niet veel meer dan as. Dat wij al in die wereld leven, maar het nog niet doorhebben. We moeten nog ontwaken.

19-03-08

VAARWEL, HUGO CLAUS


Vaarwel Hugo Claus, koele minnaar, ga niet met gebogen hoofd in de donkere nacht. Vaarwel, u die mij Dylan Thomas en Antonin Artaud leerde kennnen. Vaarwel, Hugo Claus.

hugo claus - de koele minnaar 2

19:43 Gepost in Boeken | Permalink | Commentaren (2) | Tags: hugo claus, dood |  Facebook

07-01-08

VOETNOTEN BIJ VIJF MODERNE AUTEURS


Stendhal is, denk ik, van mening dat je in een ‘systeem’ – of noem het een orde - kunt functioneren ‘dat’ als zodanig belachelijk is en voorbijgestreefd, en dat je er tot op zekere hoogte rechtstreeks aan kunt meewerken, maar dat je er tegelijkertijd kunt toe bijdragen dat datzelfde ‘systeem’ nog sneller achterop raakt - en dat je met je vindingrijke taal en je observatievermogen een parallelle wereld kunt opbouwen, die bijna dezelfde is, maar net een klein beetje anders, dank zij de ironie en het inzicht. Iets waarvan latere generaties rijkelijk gebruik hebben gemaakt. Essentiële boeken van Stendhal zijn: Le rouge et le noir, La Chartreuse de Parme. De beste editie is die in de Pléiade-reeks, maar er zijn talloze andere degelijke en goedkopere uitgaven en geleidelijk aan begint de Nederlandstalige lezer enige interesse te tonen in Stendhals werk, zodat het nu ook mondjesmaat weer wordt vertaald. In sommige gevallen zelfs voor de eerste keer, zoals onlangs gebeurde met Lucien Leuwen (vorig jaar verschenen bij uitgeverij Atlas).

Walt Whitman
maakt keer op keer duidelijk dat alles begrijpelijk is én wonderlijk tegelijkertijd, de wereld van de mensen en de machines (technè), en de wereld van de natuur en de elementen, alle vormen van seksualiteit en liefde, het platteland en de stad, oorlog en vrede, dat we voor niets moeten terugschrikken, dat we het geheel in ons omdragen, de kosmos.
Essentiële boeken van Walt Whitman zijn: Leaves Of Grass en Specimen Days. Talloze en soms elkaar aanvullende edities. Whitman heeft meerdere versies van Leaves of Grass gepubliceerd. Tot aan zijn dood heeft hij aanvullingen bezorgd en ‘correcties’ aaangebracht.

André Breton
staat voor de bekoring van de droom, het spel met woorden en taal, het objectieve toeval, de verleiding en wreedheid van het sprookje en de magische krachten en magnetische velden in de wereld. Als je er goed over nadenkt zijn de sixties en de psychedelische leefwijze een onrechtstreeks gevolg van de woorden van Breton.
Essentiële boeken van André Breton zijn: Anthologie de l’humour noir (de inleidingen), uitgegeven bij Jean-Jacques Pauvert en naar mijn weten nooit in het Nederlands vertaald; Manifestes du surréalisme, uitgegeven bij Jean-Jacques Pauvert in 1962; Nadja, uitgegeven bij Gallimard in 1963. Er bestaat een mooie vertaling van Laurens Vancrevel maar je zal er wel op zoek moeten naar gaan; en L’amour fou, uitgegeven bij Gallimard in 1937.

 

Malcom Lowry beschrijft de positieve kracht van alcoholisme, het waarnemen van de wereld met een door alcohol verstoorde zintuiglijkheid. De magische wereld die Mexico heet. De ultieme eenzaamheid van de scheppende enkeling zonder god of gebod. Meerdere baanbrekende romans en films zijn hieruit voortgesproten. Welke films? Zoek het zelf maar uit.
Essentiële boeken van Malcolm Lowry: Under The Vulcano, 1947, Jonathan Cape. In het Nederlands uitgegeven als Onder de vulkaan in 1998 bij De bezige bij.

Jorge Luis Borges
heeft het heel vaak over de onbetrouwbaarheid van de geschiedenis en de verhalenvertellers en hoe mooi het is dat de verbeelding en de literatuur die onbetrouwbaarheid aanvullen of versterken. Borges’ eigen verhalen zijn de bewijsstukken voor deze hypothese.
Essentiële boeken van Jorge Luis Borges: er bestaat een uitstekende selectie uit het verzameld werk van de meester, Werken in vier delen, uitgegeven bij De bezige bij in 1998. De data van de uitgaven die ik opgeef zijn onbetrouwbaar.

Het gaat over de edities die ik hier naast me heb liggen in mijn oververhitte kamer.

Voetnoot: Kennelijk kan ik niet meer tellen. Ik gaf dit stuk oorspronkelijk de titel 'Voetnoten bij vier moderne auteurs. Vermoedelijk was ik Malcolm Lowry vergeten. (8-1-08)

14-11-07

WAT ZOU IK DEZE MIDDAG EENS LEZEN?


wat zou ik nu eens lezen

Wat zou ik deze middag eens lezen? Nee, voor Nelson Algrens 'A Walk On The Wild Side' is mijn tijd nog niet rijp. Later, later...

Foto: Martin Pulaski, Zelfportret met boeken.

18-10-07

OPSOMMEN EN CITEREN

borges,kierkegaard,opsomming,citaat,pierre menard,mozart,don juan,citeren,labyrint,spiegelbeeld


Het plezier van het citeren en het opsommen vind je bij veel auteurs. Mij doen de opsommingen en citaten van Jorge Luis Borges soms schateren. Een mooi voorbeeld van een dergelijke opsomming is ‘Chinese Fauna’ in ‘Het boek van de denkbeeldige wezens’, dat als geheel al een opsomming is.

Bekend is het verhaal ‘Pierre Menard, schrijver van de Don Quichotte’, waarin Borges de werken van de ‘obscure’ schrijver Pierre Menard opsomt in een lijst van A tot S. Het belangrijkste werk van Pierre Menard, zo betoogt Borges, was de Don Quichotte, die woordelijk geheel hetzelfde is als de beroemde ridderroman van Cervantes. “De tekst van Cervantes en die van Menard zijn woordelijk gelijk, maar de tweede is bijna oneindig veel rijker. (Dubbelzinniger zullen zijn tegenstanders zeggen; maar dubbelzinnigheid is een vorm van rijkdom.).” De stijl van Menard verschilt wel van die van Cervantes: “De stijl van Menard die naar het archaïsche overhelt – tenslotte is hij vreemdeling – lijdt aan een lichte geaffecteerdheid. Zo is het niet met zijn voorganger, die vrijmoedig het gangbare Spaans van zijn tijdperk hanteert.” Dit vind ik buitengewoon grappig.


De inval van Borges was niet nieuw. Want wat lezen we in Kierkegaards ‘Of/of’? “De muziek heeft (…) een tijdsmoment in zich, maar verloopt toch niet in de tijd tenzij in oneigenlijke zin. Het historische element van de tijd kan ze niet uitdrukken.
De volmaakte eenheid van deze idee en de eraan beantwoordende vorm bezitten we in Mozarts Don Juan. Maar juist omdat de idee zo enorm abstract is, en ook het medium abstract is, is het niet waarschijnlijk dat Mozart ooit een concurrent zal krijgen. Mozart had het geluk dat hem een stof in handen viel die in zichzelf absoluut muzikaal is, en als een andere componist met Mozart zou willen wedijveren, zou er voor hem niets anders opzitten dan Don Juan nogmaals te componeren.” De tekst van Kierkegaard is natuurlijk niet grappig, maar uitermate ernstig.

06-10-07

'L'AVVENTURA' EN 'SPECIAL TOPICS IN CALAMITY PHYSICS'

marisha pessll,michelangelo antonioni,hitchcock,nabokov,film,literatuur,lolita,antonioni,maria schneider,profession reporter

Ik kom nog even terug op ‘L’avventura’ van Michelangelo Antonioni. De film staat opnieuw in de belangstelling door het immense succes van Marisha Pessls ‘Special Topics In Calamity Physics’, waarover ik het een paar weken geleden al had. In de roman is de film van Antonioni een belangrijk aanknopingspunt (er zijn er wel meer, zoals ‘Ada’ en ‘Lolita’ van Nabokov, maar die spelen toch wel een kleinere rol dan de film van de Italiaanse meester.) Zo is de vader van het hoofdpersonage – en vertelster van het verhaal – Blue Van Meer een groot bewonderaar van deze film. Marisha Pessl (of Blue Van Meer), vertelt het zo:

“L’avventura, Michelangelo Antonioni’s lyrical black-and-white masterpiece of 1960, happened to be one of Dad’s favorite films and thus, over the years, I’d seen it no less than twelve times.”  Zo vaak heb ik de film niet gezien. Maar BlueVan Meer heeft de neiging af en toe te overdrijven. Het woord ‘dad’ (vader) spelt ze altijd met een hoofdletter.

Met één van de nevenpersonages in het boek, Hannah Schneider, is ook iets vreemds aan de hand, niet alleen door de mysterieuze omstandigheden waarop ze aan haar einde komt. Ik heb het over haar naam. ‘Hannah’ vertoont duidelijk overeenkomst met ‘Anna’ uit L’Avventura, een rijke, jonge vrouw die tijdens een uitstapje met vrienden naar een onbewoond eilandje verdwijnt en niet meer terug wordt gevonden. ‘Schneider’ is dan weer de naam van de actrice Maria Schneider, die de vrouwelijke hoofdrol speelt in Antonioni’s ‘Profession: Reporter’. En zo is het hele boek een aaneenschakeling van verwijzingen, een puzzel voor intellectuelen en ‘slimste mensen van de wereld’.

Het mag overigengs verbazing wekken dat Gareth, de vader van Blue Van Meer, van Zwitsers-Duitse origine is, en niet uit een Nederlands geslacht afstamt. Zit Hitchcock daar voor iets tussen? In Hitchcocks ‘Foreign Correspondent’ duikt een personage op dat eveneens luistert naar de naam Van Meer. Hij is een Nederlandse diplomaat, die belangrijke staatstgeheimen met zich meedraagt; in een film van Hitchcock moet er met zo’n man iets gebeuren. Een kleinigheid in de film is dat de heer Van Meer even met een Duitser wordt verward. Vandaar de herkomst van Blue’s vader? Het is best mogelijk. Ondanks haar jeugdige leeftijd lijkt het of Marisha Pessl wel tienduizenden boeken heeft gelezen en films gezien. Of heeft ze gewoon een aantal lijvige encyclopedieën geraadpleegd?

Mooi is toch ook nog deze passage uit ‘Special Topics In Calamity Physics’:

“’L’Avventura,’ Dad said, ‘has the sort of ellipsis ending most American audiences would rather undergo a root canal than be left with, not only because they loathe anything left to the imagination – we’re talking about a country that invented spandex – but also because they are a confident, self-assured nation. They know the Family. They know Right from Wrong. They know God – many of them attest tot daily chats with the man. And the idea that none of us can truly know anything at all – not the lives of our friends or family, not even ourselves – is a thought they’d rather be shot in the arm with their own semi-automatic rifle than face head on.’”

29-09-07

EEN MAN VAN BIJZONDERE EIGENSCHAPPEN

musil,s  fischer,karl corino,de man zonder eigenschappen

In Karl Corino’s ‘Musil-Een biografie’, een verbluffend werk, las ik een passage die ik de lezers van hoochiekoochie niet wil onthouden.

In 1913 gaf Robert Musil, toen 33, zijn baan als bibliothecaris in de Technische Hogeschool te Wenen op. Hij had er nauwelijks een boek aangeraakt, aangezien hij bijna voortdurend in ‘ziekteverlof’ was. Musil had al een tijdje het plan opgevat om te solliciteren voor een betrekking als redacteur bij de uitgeverij S. Fischer, in Berlijn, meer bepaald voor het toonaangevende literaire tijdschrift ‘Die Neue Rundschau’. Ondanks zijn status als auteur, vooral na het kritisch succes van ‘Die Verwirrungen des Zöglings Törless’ (in het Nederlands vertaald door Frank Diamand), werd hij niet zomaar meteen aangeworven. Een aantal werknemers van S. Fischer, waaronder Moritz Heiman, moest de sollicitant beoordelen. Het is een fragment uit diens beoordeling van Musils geestelijke fysionomie dat ik hier graag citeer:

 

“De heer Musil”, schrijft Heiman, “is zonder twijfel een man van bijzondere eigenschappen: ontwikkeld, rijk aan kennis, met een diep reikend en scherp verstand. Hoogst talentvol, en bovendien in sociaal opzicht intelligent en scherpzinnig.

Nochtans had ik – niet een bedenking, maar toch een ‘ter overweging’. Zijn talent, dat onbuigzaam is en hard als diamant, is toch ook taai en ontbeert productiviteit in eigenlijke zin, waar ik niet de kwantiteit van het geproduceerde onder versta, maar een typische, moeilijk te definiëren spanning. Geheel in overeenstemming daarmee is dat zijn natuur en zijn geest om zichzelf heen cirkelen, dat ze in al hun instincten exclusief zijn en dat ze slechts uit hoffelijkheid van hoogmoed afzien.”

De cursivering is van mij. Merkwaardig is immers de omschrijving ‘een man van bijzondere eigenschappen’, daar Musil niet veel later zijn levenswerk, De man zonder eigenschappen, zou aanvatten, wat zonder twijfel zeer veel autobiografische elementen bevat.

31-07-07

INDUSTRIE, ZWAARSTE STRAF VAN GOD


“God strafte deze stad met industrie. Industrie is de zwaarste straf van God.”

Joseph Roth, Hotel Savoy.

27-07-07

OP EEN DAG IS ALLES AFGELOPEN


Op deze niet zo fraaie zomerdag wilde ik de toevallige lezer de volgende zinnen vooral niet onthouden.

“Op een dag kom je thuis en weet: van nu af aan moet ik voor alles boeten, en vanaf dat ogenblik ben je oud en dood. Op een dag is alles afgelopen, hoe lang het leven ook nog voortduurt. Eens en voor al ben je dood, en alle schoonheid, dat wat geluk is en geluk kan zijn, de rijkdom en alles heeft zich teruggetrokken, voor altijd.”

Thomas Bernhard, Vorst.

25-05-07

NAKED LUNCH : EERSTE ZIN


Een onvergetelijke openingszin is die van William Burroughs' Naked Lunch. Je bevindt je meteen in downtown Manhattan in een wereld van junk en junkies - en tot het laatste woord van deze baanbrekende roman raak je niet meer uit dat bizarre, tragikomische labyrint. En zelfs na dat laatste woord blijf je erin rondtrappelen. Je raakt er nooit meer uit.
"William was a Shootist. He shot like he wrote--with extreme precision
and no fear." Hunter S. Thompson

 

 "I CAN FEEL THE HEAT closing in, feel them out there making their moves, setting up their devil doll stool pigeons, crooning over my spoon and dropper I throw away at Washington Square Station, vault a turnstile and two flights down the iron stairs, catch an uptown A train . . ."

23-05-07

TESTIKEL EN HOOFD


Word ik een etymoloog? Ik heb ‘testikel’ altijd een vreemd woord gevonden. Waarom weet ik niet meteen heel goed. Waarschijnlijk door de etymologisch niet correcte associatie met het Franse ‘teste’ of ‘tête’. Wat is het verband tussen testikel en hoofd, vraag ik me dan af. De vorm misschien? Een testikel 'rust' dan weer in een balzak, wat naar de populaire Franse schrijver Balzac zou kunnen verwijzen, maar het niet doet. Hoe het ook zij, logisch denken is niet mijn sterkste kant. Toen ik logica studeerde, in de jaren zeventig van de vorige eeuw, leed onze professor aan een zware depressie, vandaar. Opdat zijn broek niet zou afzakken gebruikte hij in plaats van een broeksriem een stuk touw.

Bij de oude Franse vorm van ‘tête’, ‘teste’ dus, denk ik haast altijd onwillekeurig aan het zeer cerebrale hoofdpersonage uit een aantal boeken van Paul Valéry (La Soirée avec Monsieur Teste, 1896; Lettre de Madame Émilie Teste, 1924; en Extraits du log-book de M. Teste, 1926). Hoofdpersonage, grappig toch, hoe het ene naar het andere leidt. Roland Barthes heeft niet voor niets het plezier van de tekst ontdekt. Teksten zijn nu eenmaal plezierig, of liever, je beleeft er plezier aan als je ze leest, of als je ermee speelt, zoals ik nu doe met die ‘testikels’. Maar terwijl Monsieur Teste over een hoofd beschikt dat bijna zuivere geest is, is het plezier van de tekst alleen maar mogelijk door de lichamelijkheid. Voor dat soort plezier is het noodzakelijk dat lichaam en geest één zijn. Er moet heel duidelijk een punt gezet worden achter die eeuwenoude dichotomie tussen lichaam en geest; er moet komaf worden gemaakt met het beeld van ‘the ghost in the machine’. 

In een tekst op internet – ik kan hem niet meer achterhalen – las ik dat er een verband bestaat tussen testis / testikel en het woord testament, op basis van het Latijnse testis ‘getuige’.
“We moeten ons verplaatsen”, lees ik, “in de uitgesproken macho-maatschappij die de oude Grieks-Romeinse wereld was. Iemand zonder testes, een castraat of eunuch dus, was geen man en kon dus ook geen rechtsgeldig getuigenis afleggen.” De Amerikanen leggen bij de eedaflegging hun hand op de bijbel, de Grieken en Romeinen grepen daarbij naar hun balzak. Als er nooit een bijbel zou geschreven zijn, zouden die Amerikanen echt wel een gek figuur slaan, in al die rechtbankspektakels waarmee ze onze Westerse beschaving overspoelen.

Ik wil graag nog eens terugkomen op de x. Er is al veel over geschreven, onder andere in de commentaren bij een stukje van mij over ‘seks’ en ‘sex’. Van Edgar Allan Poe, lazen we, is er het verhaal ‘X-ing a Paragrab.’ Destijds, in het pre-computertijdperk, werden teksten (of texten) doorgehaald met een x. Ik heb nog talloze kladversies van gedichten liggen, die krioelen van de x-en. Nee, tip-exx bestond toen ook nog niet. En je kunt de X – liefst de hoofdletter, dat gaat sneller en is duidelijker - tevens als kruis gebruiken om op je kalender de dagen te doorkruisen. Zo lees ik in ‘A Wild Sheep Chase’ van Haruki Murakami het volgende:
So it went: I passed through the month the way people X out days on a calendar, one after the other.”Zelf kruis ik dagen nooit uit met een X of met wat dan ook. Mijn kalenders zijn te mooi en ik vind het bovendien erg als er weer een dag voorbij is. Vandaag moet eigenlijk nog beginnen en is in zekere zin alweer voorbij.


Afbeelding: Paul Valéry.

27-04-07

KAVAFIS, MONTAIGNE: GEDICHTEN VAN ZILVER, PROZA VAN GOUD


Kavafis




























Gedichten die mij van mijn stuk hebben gebracht : 'Trouweloosheid' en 'Wachtende op de Barbaren', allebei van Kavafis. Het eerste gedicht gaat over het verraad van Apollo, die Achilles' moeder, Thetis, een lang en gezond leven belooft voor haar zoon, maar die later zelf de Trojanen steunt in de strijd tegen de Grieken, waarbij Achilles sneuvelt. In het tweede gedicht wordt een hele reeks scènes opgevoerd die allemaal betrekking hebben op de komst van de barbaren. Alles en iedereen is op de intocht van die gevreesde barbaren gefocust. Uiteindelijk komen ze niet en dat is een grote teleurstelling, want wat moet nu gebeuren?

***

Bij Montaigne vond ik een mooi fragment over de diversiteit (Hoofdstuk 37, p. 276, Over Cato de Jongere).

"Ik ben niet behept met de veel voorkomende fout anderen naar mijzelf te beoordelen. Ik neem gemakkelijk aan dat een ander eigenschappen heeft die heel anders zijn dan de mijne. Dat ik mijzelf aan één manier van leven gebonden voel wil niet zeggen dat ik, zoals alle anderen doen, daartoe verplicht. Ik geloof dat er duizend andere manieren van leven zijn; en in tegenstelling tot de meesten ben ik eerder overtuigd van de verscheidenheid dan van de gelijkheid van de mensen. Zoveel men maar wil ben ik bereid een ander niet met mijn leefwijze en principes te belasten; ik beschouw hem enkel op zichzelf, zonder te vergelijken, en vorm hem naar zijn model. (...) Ik heb bijzonder graag dat men ieder van ons op zichzelf beoordeelt en dat men over mij geen conclusies trekt uitgaande van de gangbare voorbeelden."

Dit diep inzicht zou ik nooit uit het oog mogen verliezen. Ik denk dat het een goede raad is voor alle situaties in het leven.

18-04-07

IN DE STAART GEBETEN


friedrich nietzsche II

Nog een illustratie bij de voorgaande fragmenten. Het kan niet op. Nietzsche hield ooit maar van een vrouw, Lou Andreas-Salomé. Zij schreef dit boek over hem. Nee, ik zou liegen. Hield hij ook niet van Cosima Wagner, de echtgenote van zijn beste vriend en grootste vijand, Richard Wagner? Wie was eigenlijk zijn Ariadne? Lou of Cosima? Zullen we het ooit weten en heeft het belang? Ik vond de geschiedenis interessant omdat Andreas-Salomé een soort van begin- en eindpunt op een cirkel was, een slangachtig wezen, in wier staart heel wat geniale mannen graag hun tanden zetten. Of had zij voor elke gelegenheid een andere staart?

03-03-07

LINOS ZONG DE BLUES


"Daarop beeldde hij ook nog een wijngaard van goud uit, een schone
Dicht met stokken beplant en dààraan hingen de trossen,
Donker, en 't veld was bedekt met zilveren palen, ontelbaar.
Daaromheen dreef hij een zwartblauwe greppel ! Van tin was de heining.
Over de wijngaard leidde één voetpad, een enkel; de dragers
Keerden weer langs daar terug, wanneer zij de druivenoogst plukten,
Ook zag men jongens en meisjes uitbundig en dartel, die druiven,
Heerlijk, als honing zo zoet, in mandjes en vlechtwerk droegen.
Midden in begeleidde een knaap op zijn klinkende cither
Smeltend het lied dat hij zong met een stemmetje fijn. 't Was een Linos !
Prachtig ! De anderen stampten er bij, in de maat met hun dansen
Joelend en klagend en liepen hem na met huppelende voeten."

Homerus, Illias, Boek XVIII vs 527

Dit is een van de taferelen die Hefaestos op het schild van Achilles afbeeldt.

09-02-07

GEERTEN MEIJSING: MOORD EN DOODSLAG

geerten meijsing,boeken,nederlandse literatuur,jk huysmans,e-mail,lezen,syracuse,sicilie,sttefan hertmans,bernard dewulf

Lange tijd las ik veel Nederlandse literatuur, vooral proza, maar zeker ook poëzie. Tijdens mijn adolescentie hield ik het meest van Remco Campert (Het leven is vurrukkulluk, Een ellendige nietsnut, Liefdes schijnbewegingen), Hugo Claus (De koele minnaar) en Louis Paul Boon (ongeveer alles wat er tot dan verschenen was, met een grote voorkeur voor De Kapellekensbaan). Later las ik enige romans van Willem Frederik Hermans, Frans Kellendonk en Jan Wolkers. Mijn uitverkoren Nederlandstalige schrijver werd Herman Heijermans, met als hoogtepunt Kamertjeszonde. Ik hield van Jan Arends en Louis Ferron. Ik las graag poëzie van Hendrik Marsman, Lucebert, Hugues Pernath en Herman Ter Balkt (die zich toen nog Habakuk de Balker noemde). Ik heb het verzameld werk gelezen van Maurice Gilliams. Dat is de enige Vlaming van wie ik echt ben blijven houden. Hij is een buitenbeentje. Je kunt hem met niemand vergelijken. Ik zal nu wel een paar namen vergeten. Er is heden ten dage ook nog Stefan Hertmans. En Bernard Dewulf schrijft sterke gedichten en zeer leesbare columns. 

Waar ik echter naartoe wil is dat ik geen Nederlandse letteren mee lees. Geen jota meer. Ik probeer nog wel, maar het is allemaal vervelend, ik word er depressief of tureluurs van. Ik vind geen diepe gedachten, geen afgrondhumor, geen enkele uitdaging. Niemand zegt me: stop met die verdomde routine (wat ‘eilandman’, een collega-blogger, me onlangs wel meedeelde, als commentaar op een stukje dat ik had geschreven). Dat is nochtans – onder meer - wat ik van literatuur verwacht en dat is wat literatuur vermag. Paul Auster, om maar één buitenlander te noemen, zegt dat in al zijn boeken: stop met die fucking routine, laat je eens meeslepen door het toeval, open je ogen, overal ligt het avontuur voor het grijpen.

Er is echter één uitzondering. Er is een Nederlandse schrijver die met kop en schouders boven alle boekenbeursauteurs en literaire clowns uitsteekt. Zijn naam is Geerten Meijsing. Zijn eerste boek, Erwin, verschenen in 1975 - als ik me niet vergis, want ik heb het hier niet bij de hand -, veranderde mijn wereld. Na enkele bladzijden al was ik verslaafd aan zijn proza. Hij noemde zich toen nog Joyce en Co. Wat hij schreef was decadente esthetiek, geïnspireerd door de zwarte romantiek. Schrijvers als Joris-Karl Huysmans en personages als Des Esseintes hadden hem ongetwijfeld geïnspireerd. En talloos veel Grieken en Romeinen. Toen al was Meijsing gefascineerd door de schitterende cultuur en de aardse vruchtbaarheid van Italië. Hij heeft jarenlang in Lucca gewoond, nu verblijft hij in Syracuse op Sicilië.

Ik wil hier evenwel niet de hele bio- en bibliografie van Geerten Meijsing uit de doeken doen. Onlangs las ik Moord & Doodslag, een dubbelroman die hij schreef samen met zijn zus Doeschka Meijsing. Opnieuw een verbluffend boek, waar niets menselijks vreemd aan is. Aan het exemplaar dat ik op een boekenbeurs aan de Heizel had gekocht ontbraken helaas enkele bladzijden. Ik meldde dit via e-mail aan De Arbeiderspers in Amsterdam. Ik kreeg een vriendelijk mailtje terug, waaruit ik kon afleiden dat hun bijhuis in Antwerpen deze zaak wel zou oplossen. Een paar dagen laten kreeg ik echter een bijzonder hoffelijke e-mail van Geerten Meijsing zelf. Of ik al een gaaf exemplaar ontvangen had? Zoniet zou hij er wel een bezorgen. Een paar weken later zat een min of meer gaaf exemplaar in mijn brievenbus gepropt: poststempel Antwerpen. Nog geen week later ontving ik een postpak uit Syracuse, met een door Geerten Meijsing gesigneerde druk van Moord & Doodslag. Aangename verrassing. Een al vrolijkheid. Wat een schrijver, wat een hoffelijke man! Inmiddels weet ik ook hoe het boek afloopt.

Portret van Geerten Meijsing © Chris van Houts, Amsterdam

03-01-07

LEVEN IN DE TAAL: GEERTEN MEIJSING

geerten meijsing,doeschka meijsing,bob dylan,taal,schrijven

Gisteravond ging geheel onverwacht de deurbel. Wie kon dat zijn? Ik verwachtte niemand, ondanks mijn ziekte zelfs geen dokter. Die had ik ’s ochtends al gezien. Het bleek een koerier te zijn. Hij bracht drie kaartjes voor het concert van Bob Dylan op 6 april. Dat is nog een lange tijd, maar het is alvast iets om naar uit te kijken. Dat is beter dan maar wat wachten op niets.


Deze morgen bij het ontbijt zat ik wat te lezen in Moord & Doodslag, een dubbelroman van Doeschka Meijsing en Geerten Meijsing. Doeschka M. haat en bewondert haar broer. Geerten M. schijnt alleen maar weerzin te voelen voor zijn zus; zijn liefde, die er ongetwijfeld is, heeft hij diep weggeduwd. Hij is gek op vrouwen maar drukt dat vaak uit in de vorm van misogynie. Ik heb alle boeken van Geerten Meijsing gelezen. Hij is mijn geliefkoosde Nederlandstalige schrijver. Bij hem vind je geen spoor van spruitjeslucht. Van Doeschka had ik nooit eerder iets gelezen. Voor één keer heb ik een uitzondering gemaakt, het is tenslotte een dubbelroman.

Doeschka schrijft over haar jongere broer dat hij toen hij jong was gevaarlijk leefde. “Hij omarmde de Zwarte Romantiek, het decadente, het perverse als idee, hij wou geen onderscheid maken tussen op de dunne draad leven en op de dunne draad schrijven, hij verwarde literatuur en leven en dat was ook de bedoeling.”

Ik denk dat je literatuur en leven niet kunt verwarren. Literatuur is leven en leven is literatuur. Literatuur is zelfs zeer intens leven. Als je iets goeds wilt schrijven kost je dat veel zweet en tranen, en soms zelfs bloed. Er is een grote intensiteit nodig om open te staan voor de woorden. Alleen als wij ontvankelijk zijn willen ze zich in de juiste vorm aan ons voordoen. Maar de taal is vluchtig en zij schijnt er plezier in te hebben ons te vergeten. Of weet zij dan niet dat wij nauwelijks adem kunnen halen als zij ongewillig is?

14-12-06

KWETSBAAR EN MELANCHOLISCH: STEFAN HERTMANS

melancholie,buitenstaander,stefan hertmans,democraat

Lucas Cranach der Älte - Die Melancholie - 1532 (Detail)

In Stefan Hertmans’ Het putje van Milete las ik de volgende beschouwing, die ik grotendeels kan beamen; ik kan er mij zelfs in herkennen:

“In die zin is de kwetsbare, melancholische mens misschien wel de enige echte democraat – omdat hij geen plaats opeist, omdat hij nergens voor staat, en dat nergens zijn zo helemaal met zijn eigen kleine lijf belichaamt. Hij meet zich nooit aan in de plaats van andere mensen te kunnen denken. Hij is er op een rare manier mee verzoend dat hij de andere, de buitenstaander, de vreemdeling is.”
melancholie,buitenstaander,stefan hertmans,democraat

30-10-06

HEINRICH VON KLEIST : MICHAEL KOHLHAAS

doctorow,kleist,milos forman,wraak,jeugdherberg,zelfmoord,romantiek,1995,blog,meta,schoten,vrienden,geliefkoosd,uitverkoren,1975,kafka

Een paar weken geleden raadde ik een cyberspacevriendin, die ik onlangs overigens heel even in de tastbare werkelijkheid heb ontmoet, een novelle van de Pruisische schrijver Heinrich Von Kleist aan, namelijk Michael Kohlhaas. Dat is niet alleen mijn favoriet verhaal, het is een klassiek werk, geliefd door schrijvers als Franz Kafka en E.L. Doctorow. Ik vermoed dat mijn vriendin inmiddels met haar lectuur begonnen is. Misschien heeft ze de zeer meeslepende novelle al uit en leest ze nu andere verhalen van Kleist. Ze zijn allemaal onvergetelijk: De Markiezin van O. (waar Eric Rohmer een schitterende film van maakte, in de subtiele, door Ingres geïnspireerde kleuren van Nestor Almendros, met Edith Clever en Bruno Ganz in de hoofdrollen – wat zou er trouwens met Edith Clever gebeurd zijn?), De aardbeving in Chili, Een verloving op San Domingo… Ik zou ze net zo goed allemaal kunnen opsommen. En dan laat ik Kleists toneelwerk nog buiten beschouwing. 

Ik las Michael Kohlhaas in 1975, toen ik in een echtscheiding verwikkeld was en mijn eindexamens filosofie deed. In die periode legde ik ook de laatste hand aan mijn licentieverhandeling over het einde van het burgerlijke gezin. Daarmee voegde ik in zekere zin het woord bij de daad. Of was het omgekeerd? Ik herinner me niet dat ik me op iemand wilde wreken, maar de wraakgedachte had mij al sinds ik een kleine jongen was zeer gefascineerd. Die vreemde fascinatie kan wellicht verklaard worden door de vele westerns die ik zag als kind, of door de betovering van Alexandre Dumas’ De graaf van Monte Christo. Niemand gaat echter zo ver in het uitvoeren van zijn wraakgevoelens als Michael Kohlhaas. (Ja, beste cinefiel, deze novelle werd ook verfilmd. Ik wil die film van Volker Schlöndorff echter met de mantel der liefde bedekken, ook al spelen er de sixties-iconen Anna Karina en Anita Pallenberg in mee.) Ik bezit een vijftal vertalingen van het werk, naast een Duitstalig exemplaar, uitgegeven in 1943, met een voorwoord van een nazistische professor uit Berlijn. Ik meende mij te herinneren dat ik Michael Kohlhaas voor het eerst las in de vertaling van Nico Van Suchtelen. (Al in 1933 nam Nico van Suchtelen nadrukkelijk stelling tegen het Nationaal-socialisme. Dat viel bijzonder goed te rijmen met het vertalen van een iemand als Kleist. Het is een schande dat de nazi’s geprobeerd hebben van schrijvers als Kleist en Hölderlin bloed-en-bodem-denkers te maken.) Dat boek was eigenlijk een Sinterklaaspremie, een mooi geïllustreerde uitgave van de Wereldbibliotheek uit 1939. Wereldbibliotheek gaf regelmatig zulke juweeltjes uit. Wie af en toe een antiquariaat binnenstapt zal ze al wel hebben aangetroffen.

Maar mijn geheugen heeft parten met me gespeeld: niet dat het er veel toe doet maar ik las Michael Kohlhaas de eerste keer in een verzamelwerk, getiteld Demonie en droom. Vertellingen der Duitsche Romantiek, verzameld en vertaald door D.A.M. Binnendijk en N. Brut en verschenen bij Uitgeverij Contact in Amsterdam in 1943. Al deze boeken hebben vreselijke bombardementen meegemaakt. Terwijl ze verschenen werden miljoenen mensen naar concentratie- en uitroeiingskampen gevoerd. Dit is geen terzijde. Dit is de kern van deze tekst. In het boek Demonie en Droom is een zegel geplakt van de Belgische Spoorwegen, afgestempeld in Rotselaar op 13 III 1943. Op de titelpagina zit een postzegel van 3,25 Belgische Frank met een afbeelding van Koning Leopold III, afgestempeld in Brussel op 25-8-44. In deze verzameling verhalen uit de Duitse romantiek (Jean Paul, Novalis, Hoffmann, von Chamisso, Brentano, von Arnim, von Eichendorff) heb ik Kleists Michael Kohlhaas echt ontdekt. Later las ik het verhaal in de nieuwe spelling in zo’n boekje uitgegeven in de Prisma-klassieken reeks. Ik vond die oude, vooroorlogse spelling echter veel beter geschikt voor dat vreselijke en tragische verhaal.

 

doctorow,kleist,milos forman,wraak,jeugdherberg,zelfmoord,romantiek,1995,blog,meta,schoten,vrienden,geliefkoosd,uitverkoren,1975,kafka,inge vande walle,isabelle dewulf,sonja spee


Heinrich Von Kleist roept heel wat herinneringen bij me op. In april 1995 bracht ik een werkbezoek aan New York. Ik logeerde er in een jeugdherberg ergens boven de 100ste straat, in de buurt van Amsterdam Avenue en Broadway. Overal lagen lege hulsjes van de crack, die in die buurt massaal werd gebruikt. Ik deelde een sober ingerichte kamer met Inge, Isabelle, Sonja en Henk. Het was de eerste keer dat ik in een jeugdherberg overnachtte en ik had nog nooit een kamer gedeeld met andere vrouwen dan de mijne. Het was wennen! Ik zat bovendien opgezadeld met een zware luchtwegeninfectie. (Toen ik een week later terugkeerde uit New York bleek dat ik een longontsteking had opgelopen.) Als ik ’s nachts op mijn stapelbed lag voelde ik me geroepen om een of ander verhaal van Heinrich Von Kleist na te vertellen. Of zijn duo-zelfmoord samen met Henriette Vogel, nabij de Wannsee, in de buurt van Berlijn, toe te lichten. Ik weet niet of mijn kamergenoten opgezet waren met mijn mededeelzaamheid. Noem het maar onweerstaanbare drang. Inge en Isabelle zijn desondanks nog steeds heel goede vriendinnen van me. Sonja en Henk zijn helaas uit mijn leven verdwenen. Sonja, waar ben je nu? Ik zou echt heel graag je mooie Hollandse accent nog eens horen, en je schaterende lach. Isabelle heb ik al een hele tijd niet meer gezien, ik moet haar dringend eens een mailtje sturen. 

Elke keer als ik in Berlijn kom wil ik naar de plek gaan waar Kleist de fatale schoten heeft gelost, daar aan de Wannsee. Maar nog nooit heb ik er de moed voor kunnen opbrengen. Ik ben bang dat ik ten prooi zou vallen aan dwangneurotisch imitatiegedrag.

Ach ja, wat ik bijna vergat. E.L. Doctorow heeft in zijn roman Ragtime het verhaal van Michael Kohlhaas gewoon geïncorporeerd. Michael Kohlhaas heet er Coalhouse Walker Jr.. In de roman, die niet slecht is, wordt nergens verwezen naar de bron. Ook de film van Milos Forman, een groot succes in 1981, leidde niet tot bekentenissen. Zelfs Randy Newman, die de heerlijk ragtime-muziek componeerde, hield zijn mond.

Foto boven: Edith Clever, 1974.
Foto onder: Bruno Ganz en Edith Clever, in Die Marquise von O.