07-11-05

DIRTY ASS ROCK AND ROLL


irréversible



I'm beginning to see the light. Terug in Brussel. Ik wil graag in twee talen schrijven, om ook mijn Engelstalige vrienden ter dienste te zijn. Maar mijn Engelse woordenschat is zo beperkt. Bovendien is mijn moedertalige woordenschat al zo beperkt door mijn dronkenschap. Dronkenschap vind ik wel een mooi woord. Ik was trouwens ook dronken bij het concert van Betty Lavette, dronken van euforie, soul, vriendschap, ik weet niet wat nog allemaal. Maar ook hier ontbreken de woorden om deze exacte wetenschap van de muziekbeschrijving te beoefenen. Ik moet overigens voortdurend alert zijn om te zien of deze machine, deze computer het niet begeeft. Hij geeft bijna om de vijf minuten of zo boodschappen dat er een of ander misgaat. En er gaat veel mis, dat kun je wel raden.
Ook mijn idee van geschenkjes geven. Vorige week heb ik mijn levensgezellin overladen met kaartjes voor concerten en theater. Nu heeft ze een week vakantie, die heel goed begonnen is, met een etentje gisteravond bij onze vrienden in Antwerpen, en een wandeling vandaag in het Zoniënwoud, maar deze avond wilde ik haar verrassen met een film, Irréversible van Gaspard Noé. Was me dat een vergissing. Het is inderdaad een verschrikkelijke film, John Cale zou het Dirty Ass Rock & Roll noemen. Maar het is wel een heel goede film, schitterende beelden, liefde en verschrikking, de wereld waar we in leven. Elk ogenblik kun je? Kan het gebeuren? Kan het? De definitieve verscheuring? Het akelige gereutel? Het onomkeerbare. Natuurlijk moet je nooit een club binnenstappen die Het Rectum heet. Tenzij dat je heel erg nieuwsgierig bent. En wie is dat niet, met al die magere bullshit op televisie? Dirty Ass Rock & Roll, daar zitten we toch nog allemaal wat op te wachten. Eigenlijk moeten we onze gitaren en andere instrumenten ter hand nemen en die rock & roll zelf maken. En van onze vrouwen en mannen en vrienden en vriendinnen houden, overal op de wereld.

Wat ben ik weer lekker aan het moraliseren. Ik ben dan ook stomdronken of veel te nuchter.

04-11-05

WAT IS DEZE SHIT?


Dylan

Natuurlijk lees ik al lang niet meer de rechts-liberale krant de Morgen – die zelfs de vakbond schoffeert die hem in tijden van nood met veel inzet mee van de ondergang heeft gered. Mijn levensgezellin zat vanavond echter op me te wachten in café de Monk, om van daaruit samen naar de KVS te gaan, waar we Onze Lieve Vrouw Van Vlaanderen zouden gaan zien, waarover morgen misschien enige woorden meer. Bettye Lavette moet overigens ook nog aan de beurt komen. Dat was, ik zeg het nu al meteen, een van de beste concerten die ik de voorbije maanden - of jaren - heb mogen bijwonen, beleven, ondergaan, en ik ben wat dat betreft allerminst een debutant. 

Ik had Laura opgebeld om haar te vragen of zij een dame met een poes kende - want een zodanige madam was toen ik thuis vertrok binnengekomen en meteen de trap opgelopen, een madam met een poes in een kooi. Ze had geantwoord dat ik me over die dame geen zorgen moest maken, “het zal wel een vriendin zijn van onze benedenbuur”, en zeker geen inbreekster… Ze vond dat ik beter maar eens dat artikel moest lezen van Dirk Steenhaut over Bob Dylan. Dat was wel wat erger dan potentiële inbrekers met een kat in een kooi. Als ik er nu over nadenk lijkt me mijn schrik ook helemaal absurd. Welke dief dringt een huis binnen met een kat om voor te zorgen? Maar het is een blijft en dwaze en onvoorspelbare wereld. Remember the diplomat who carried on his shoulder a siamese cat? 

Dirk Steenhaut, de naam zei me nog iets, of liever, ik voelde een soort van fantoompijn bij het horen van die lettergrepen. Was dat niet die ‘fantast’ die al tientallen jaren pagina’s vult in het hierbovengenoemde renegatenblaadje? Een ‘fantast’ zonder enige fantasie. Inderdaad. In de Monk aangekomen bestelde ik een koffie en las het stuk van de driewerf vermaledijde droogstoppel. Ik vermoed heel sterk dat de man niet in Vorst is geweest. Overigens zijn kerels die het over ‘Zijne Nasaliteit’ hebben hoe dan ook verdacht. Welke clichés verzinnen deze heren voor boter, of vis? Bob Dylans naam is Bob Dylan. Niet meer en niet minder. Van Zijne Steenhouterigheid mocht Bob Dylan geen toetsen beroeren. Dan zat hij daar niet goed zichtbaar op het podium. Hij moest van Zijne Steenhouterigheid goed zichtbaar vooraan op het podium staan, graag met een gitaar, en hij moest uit volle borst zingen, liefst van al met de stem van een 24-jarige held uit de jaren zestig, - of had hij een Pavarotti of een Bono in gedachten? - en iedereen in Vorst had hem langs alle kanten met zijn of haar blikken moeten kunnen penetreren. Wat een godverdomde onzin! Ik gebruik een uitroepteken. Een slecht teken! Zijne Steenhouterigheid heeft Bob Dylan niet gezien. Volgens de recensent zat Dylan ergens achter de drummer of de steelgitaarspeler. Nu, ik was wel wat dronken, maar ik heb Bob Dylan echt gezien. Hij stond daar aan zijn toetsenbord als een Ray Charles, soms, en als een Little Richard, zijn jeugdheld, vol oud vuur en ongebluste liefde voor de muziek die in zijn ziel huist, en in de ziel van degenen die zich onvoorwaardelijk voor hem openen. Hij had trouwens een heel mooi kostuum uitgekozen om zich aan ons te tonen.
Bob Dylan is de oudere ziel die ons eraan herinnert waar en hoe het allemaal begonnen is en dat het nog lang niet gedaan is, versleten stembanden of niet.

Wie heeft er ooit geklaagd over het gehuil van Howlin’ Wolf, het gejodel van Jimmie Rodgers, over Sonny Boy Williamson en zijn bolhoed en de act met het net niet inslikken van zijn mondharmonica, over de sentimentaliteit van Hank Williams (I’m So Lonesome I Could Cry!), over het stomdronken maar bijzonder sensueel rocken van Lucinda Williams, over de megalomanie van Elvis Costello, over het fake engagement van Elvis Presley’s In the Ghetto (een meesterwerk), over het onnozele kapsel van James Brown, over de zoeterigheid van Ray Charles (het ongeëvenaarde Born To Lose)? Of over het racisme van John Ford en het mysterieuze gezeik van Rainer Werner Fassbinder? Om het nog niet te hebben over de Trojanenfobie van Homerus en de Germanenhaat van Friedrich Nietzsche, en de oorlogszucht van John Fitzgerald Kennedy.
Zijne Steenhouterigheid schrijft dat het publiek verbazingwekkend mild was voor de ‘oude bard’. Vindt hij dan dat wij de oude zak een half uurtje hadden moesten staan uitschelden? Boe! Judas! Verrader! Enzovoort…

Met dank aan Klaas Debacker, die wel begrijpt waar het allemaal over gaat.

03-11-05

JAN DECORTE EN SIGRID VINKS


jan decorte x


Voor een keer nog eens iets goeds gelezen in het sensatieblaadje genaamd Humo: een uitstekend en tot tranen toe ontroerend interview met Jan Decorte en Sigrid Vinks, twee mensen die ik eigenlijk niet ken maar waar ik heel veel van houd. Het zijn echte mensen, ze zijn zoals ze zijn, ze doen zich niet voor. Ik spreek Jan Decorte soms wel eens aan. Ik heb vroeger (1969 en 1970) een tijdje met hem op school gezeten, zij het helaas niet in hetzelfde jaar, en vanaf toen bewonder ik hem al bijna onvooorwaardelijk. Ik spreek hem soms wel eens aan, ja, na een voorstelling of zo, en na een aantal glazen wijn of bier, maar zijn aanwezigheid maakt me ongeveer sprakeloos. Het zijn dan ook nooit meer dan vijf of zes banale woorden die ik tegen hem zeg. Ik zie hem graag, het is een heel bijzonder mens, maar hij maakt me bang. Hoe komt dat? Ik weet het niet. In dat interview formuleert hij wel een antwoord op die vraag. "Maar mensen zijn dus bang van mij. Omdat ik buitenmaats ben. Dat heb ik nu wel gesnapt. Ik ben hogelijk abnormaal. Thuis krijgen wij geen telefoon. Nooit. Op de gsm ook niet. Niks." Misschien heeft mijn bang zijn voor Jan Decorte ook wel met herkenning te maken. Bang voor een soort van spiegelbeeld. Want ben ik ook niet abnormaal? In het interview las ik ook de volgende naar de keel grijpende uitspraak:"Ik wil door iedereen gekoesterd worden, maar tegelijkertijd ben ik het beu dat de liefde zo'n beslag op me legt. Ik leef constant in tegenspraak met mezelf. Ik heb geen enkel principe." Jan Decorte verwijst in dat verband naar Sick Of Love van Bob Dylan.

Dank aan interviewster Stefanie de Jonge voor de intelligente vragen en aan Jan Decorte en Sigrid Vinks natuurlijk voor alles wat ze ons al hebben gegeven.

15-10-05

PESSOA EN ONZE VELE ZELVEN


pessoa


Fernando Pessoa schrijft in Het boek der rusteloosheid dat ieder van ons meerdere anderen is, een uitgebreide reeks zichzelven. “Daarom is degene die de omgeving minacht, niet dezelfde als die zich erover verblijdt of eronder lijdt. In de uitgestrekte kolonie van ons zijn bevinden zich lieden van velerlei soort, die verschillend voelen en verschillend denken.”

Dat is helemaal waar. Vroeger, als me weer eens werd aangewreven dat ik mezelf tegensprak - “gisteren zei je dat het wit was en vandaag beweer je dat het zwart is” -dan verdedigde ik mij met de stelling dat elke mens twee kanten heeft en verwees daarbij onwillekeurig naar de psychoanalyse met het bewuste en het onbewuste (wat sommigen het onderbewuste noemen), of naar de dialectiek met de these en de antithese, of naar het Oosterse denken, met yin en yang, of naar de linguïstiek en de taalfilosofie met de tekst en de subtekst, en zo kon ik nog wel wat voorbeelden aanreiken. Maar het ging daarbij telkens om twee facetten van een mens.

Ik denk nu dat wat Pessoa beweert veel juister is. Wij bestaan uit veel meer dan twee zelven. De ene dag vind ik Brussel een aangename stad om in te leven, de andere dag, meestal als bij donker weer, erger ik mij aan de stank, het lawaai en de lelijkste gebouwen van de wereld. Het ene moment heb ik het enigszins verheven over Fernando Pessoa, het andere moment sta ik te dansen op de muziek van The Walkabouts of Los Lobos. Ik ben een jongeman van 25 en dan kijk ik in de spiegel en zie ik een ander zelf en denk ik: bijna even oud als Neil Young, als Bob Dylan. Beide mannen zijn op het nippertje aan de dood ontsnapt. Hoe lang heb ik nog te leven? Wat staat er mij nog te wachten? Ik moet dringend eens naar de nieuwe cd van Neil Young (Prairie Wind, beeldige titel) luisteren om te horen wat hij daar over denkt. Wat staat er mijn generatie te wachten? De boomers… Maar als jongeman van 25 heb ik nog een grootse toekomst voor mij. Er zijn nog zoveel mogelijkheden.

Een van mijn zelven ging gisteren naar het Kaaitheater waar Chunking van Grace Ellen Barkey, choreografe van Needcompany, werd opgevoerd. De voorstelling had één voordeel: ze duurde niet lang, zodat we al snel naar het café konden, om te hoesten en Duvels te drinken. Wat een vervelend gedoe! Wat denken deze mensen? Dat ze kunstenaars zijn of wat? Ik ben natuurlijk geen theaterrecensent die met behulp van een aantal hoogdravende woorden allerlei kwaliteiten verzint omdat hij anders de volgende keer misschien niet meer wordt uitgenodigd om champagne te komen drinken. In mijn ogen ging deze voorstelling nergens over, ging ze nergens naartoe, betekende ze niets en, erger nog, was ze onsamenhangend, langdradig en lelijk van uitvoering. Alleen het decor was echt heel mooi. Daar heb ik dan ook veel zitten naar kijken. In het derde deel werd ‘gedanst’ op Kill yr Idols van Sonic Youth. Sonic Youth was ooit cool, begin jaren negentig. In het zwart geklede kunstenaars dweepten met deze band uit New York. Basspeelster Kim Gordon vonden ze het einde. Niet alleen omdat ze een knappe blondine was, maar vooral omdat ze een kunstenaar was. Ze stelde tentoon in echte galerijen! Maar luister toch eens naar Sonic Youth. Die jongens en meisjes kunnen niet spelen en niet zingen. Ik ken maar een song van hen die de moeite loont en dat is Tunic, over Karen Carpenter. Maar dat lied is vooral mooi door het onderwerp en niet echt door de uitvoering.

Ik had nochtans veel verwacht van Chunking, omdat ik enorm veel houd van het werk van de Needcompany. Isabella’s Room, No Comment en the Snakesong Trilogy waren echt wel goede stukken. “Het onderbewuste is als een slapende vulkaan en Chunking is jouw ‘wake-up call’!” schrijft Elke Janssens in het programmablaadje. Hoe komt het dan dat ik voor een keer zo goed heb geslapen? En dat mijn vulkaan zich nog altijd in comateuze toestand bevindt?

In een interview met Grace Ellen Barkey las ik dat ze het Brussels openbaar vervoer vreselijk vind. De reizigers worden als vuilniszakken behandeld, zegt ze. Dat is honderd procent waar. Had ze daar maar een stuk over gemaakt. Over die vuilniszakken die in bussen worden gestopt, in trams, in metro’s, in treinen; die worden afgeblaft; die niet weten waar ze naartoe worden gevoerd; die in duistere stegen worden gedumpt omdat de bestuurder vindt dat het zo welletjes is geweest en terugkeert naar af. Of die een half uurtje in een donkere bus moeten zitten wachten tot de bestuurder zijn sigaret heeft opgerookt. En dan maar hopen dat de man tijdens de rit geen hartaanval krijgt.

De Duvel daarentegen was bijzonder lekker. België is een fantastisch land, als je een glas bier voor je hebt staan. Maar een van je zelven komt toch weer roet in het eten gooien als je wat pindanootjes zit te eten: jongen, die zijn slecht voor je cholesterol, en al dat zout! Als je niet oppast krijg je nog een hartaanval. En een ander zelf krijgt een hoestaanval, zodat het naar de toiletten moet snellen, om daar in alle intimiteit een bevrijdend salvo af te vuren. En nog een ander zelf hoort Slow Train Coming van Bob Dylan in zijn hoofd opklinken.

07-10-05

ZIEK ALS EEN HOND UIT DE HEL


Ik heb heel wat te vertellen, maar het zal voor een andere keer zijn. Een virale infectie heeft me heel snel te pakken gekregen. Keelpijn, niezen, hoesten, en zeer moe. Zo ziek als een hond, maar is een hond wel zo ziek?
Gelukkig kan ik luisteren naar cd's van George Jones, Emmylou Harris en Willie Nelson die John P., een 'cyberspace' vriend uit Massachussetts, me heeft toegestuurd. De prachtige Bradley Barn Sessions heb ik al beluisterd, waarop onder meer een duet van George Jones met Keith Richards, Say It's Not You.
Maar nu moet ik terug in bed.

28-09-05

NOOIT MEER NAAR HUIS


saint Just
Saint-Just

Wat vertel ik je? Waarover? Over een wandeling in de mooie streek rond Alden-Biezen, waar we langs fruitbomen, canadabomen en het huis van de burgemeester liepen? Waar we de lieflijke Demer aanschouwden, en in de vochtrijke weiden de koeien zagen grazen en ons door zachtmoedige paarden lieten begroeten? Hoe we over een holle weg naar het kasteel snelden omdat er schuimende wijn op ons te wachten stond? Hoe we terugdachten aan het rockfestival dat Jazz Bilzen heette, meer dan dertig jaar geleden, een van de eerste rockfestivals (met een jazz-luik) op het Europese continent en de optredens van Champion Jack Dupree, the Small Faces, the Pretty Things, the Soft Machine, Kevin Ayers, Ornette Coleman, Procol Harum, Chris Farlowe, Fabien Collin (“de Antwerpse Bob Dylan”) en the Bonzo Dog Band?

fabien collin, limburg,no direction home,bilzen,bob dylan,landschapsbureau,jazz bilzen,vrijheid,heimat,martin scorsese,film,pop,popcultuur,edgar reitz,muze,verhuizing

Fabien Collin

Nee, geen goed idee, om daarover te vertellen. De muze is nog niet bereid om me echt naar mijn jeugd in Limburg te laten terugkeren. Zal de muze mij dat ooit toestaan? Grote voorbeelden als Edgar Reitz (Heimat) en Marcel Proust maken het haar zeer moeilijk. De muze wil zeker niet dat ik een belachelijk figuur sla. De muze wil niet dat ik wie dan ook sla, zelfs geen belachelijk figuur.

Vandaag ben ik samen met mijn collega’s in een nieuw kantoorgebouw ingetrokken. Overal rondom ons kartonnen dozen van Hoger-Lager, die dringend uitgepakt moesten worden. We moesten ons kennelijk gedragen alsof alles beter was en niets meer beter kan, nu we met zijn allen samen zaten in een landschap - op eilanden in dat nieuw landschap - en niet meer zoals vroeger alleen met onze eigen intimiteit; nu voor altijd begluurd door de Grote Meester, die ons nooit slaat, maar ook niet zalft, die er is en nagaat of wij er ook zijn. Wij weten niet wie onze Grote Meester is en stilaan zullen we vergeten wie wij zelf zijn. Als er een god was, zou ik uitroepen: god sta me bij, maar er is geen god. Vanmiddag, terugkerend van een korte lunch, zagen mijn vriend B. en ik aan de achterzijde van ons nieuwe kantoorgebouw een dode duif liggen. Dat is het symbool voor onze nieuwe werkomgeving, zei B. Hoe kan als dat waar is dan iedereen zo vol vuur zijn Hoger-Lager dozen uitpakken en doen alsof er niets aan de hand is. Alsof vrijheid niets betekent, alsof de Franse Revoluties (de eerste, de tweede en de derde) nooit plaats hebben gevonden, alsof er geen dada, geen surrealisme, geen Summer of Love, geen 1968 en 1969 zijn geweest… Wat met ons gebeurt is maar een detail in de geschiedenis, om de hatelijke woorden van de hatelijke Le Pen in een juistere context te plaatsen, maar het is een detail dat veelzeggend is. De restauratie van de macht is volop bezig. De rechtse, pseudo-liberale, christelijke en vooral kapitalistische staat wordt opnieuw heel stevig opgebouwd. De machtigen vieren feest in hun buitenverblijven in Toscane en Chili, de onderdanen kijken naar 24, Big Brother en Temptation Island.

Ik zag gisteren en eergisteren No Direction Home van Martin Scorsese over de jonge Bob Dylan, een grandioze documentaire over hoe een genie zichzelf uitvond, over hoe hij met zijn stem en zijn woorden de wereld van de verbeelding losknoopte – met immense gevolgen die nog steeds nazinderen – en de vrijheid opeiste, voor alle onderdrukten, voor alle outsiders, voor iedereen, en vooral voor zichzelf. En Martin Scorsese en Bob Dylan weten net zoals wij heel goed dat je allen maar vrij kunt zijn als iedereen vrij is. Free At Last, Free At Last, zong Martin Luther King. Ja, ik noem het zingen wat hij deed. Maar zijn wij ooit vrij? Zullen wij ooit vrij zijn? Ik durf het meer dan ooit betwijfelen. Wat ik niet betwijfel is de waarde, de schoonheid van deze televisiefilm van Martin Scorsese, samen met Heimat het beste wat ik ooit op dat verdomde scherm zag.

Overigens denk ik ook dat Hunter Thompson het perfecte moment gekozen heeft om zich een kogel door de kop te schieten. In deze ellendige nieuwe wereld loont het de moeite niet om als een uitgeputte, door de muze verlaten, zwakke en zieke mens het leven nog lang te rekken.

Denk je misschien dat ik depressief ben? Ik denk het zelf niet. Ziek en zwak en uitgeput en door de muze verlaten ben ik wel, maar depressief, no way!

Hierboven zie je een portret van de Franse revolutionair Saint-Just. en van de Antwerpse folksinger Fabien Collin.

24-09-05

NAAKT IN EEN RODE LEREN JAS EN ANDERE HERINNERINGEN

 

naakt,ierland,oostende,thomas bernhard,damiaan de schrijver,theater,stan,leer,hamsun,galway,hoochiekoochie

De schitterende nazomer wekt herinneringen aan Ierland, de Aran-eilanden, met de fietstocht in de gietende regen, de heerlijke verveling in Roundstone, wandelen en fietsen in de zon in Doolin; in de pubs Guinness drinken en de ziel die opgetild wordt door de muziek. In Galway belden we aan op een verkeerd adres. Ik dacht dat dit het bed and breakfast-huis was waar we een paar keer zouden overnachten. De eigenaar toonde ons onze kamer, bood ons thee en koekjes aan. Ik had al een paar spullen uitgepakt. De man zei: jullie komen toch uit Londen. Nee, uit Brussel, moesten we hem teleurstellen. Zijn vrouw was op familiebezoek, zei hij. Had zich waarschijnlijk vergist, vermoedde hij. Ze had Londen en Brussel door elkaar gehaald. Dat was niet het geval. Ik had mij vergist. We moesten weer vertrekken. En op zoek gaan naar het juiste adres. Mijn schoenen had ik naast het bed laten staan. ’s Avonds moest ik nog eens terugkeren om die te gaan halen. Wat een mens allemaal meemaakt!

Twee keer kruiste een vrouw in een rode leren jas onze weg. Ze had open schoenen aan de voeten, je zag haar blote tenen. Ook haar benen waren bloot, en haar jas waaide even open, waardoor je een stuk van haar bloot bovenbeen te zien kreeg. Ik was ervan overtuigd dat ze naakt was onder haar jas. De tweede keer hield ze haar jas nadrukkelijk dicht, als om erop te wijzen: kijk ik ben helemaal naakt onder dit leder.

Als ik schrijf zoals nu besef ik dat mijn taalgebruik aangetast is door het werk voor de overheid. De ambtelijke taal, waar ik me altijd zo tegen verzet heb, heeft mijn geestelijke paden overwoekerd. Die titel van Knut Hamsun, zijn laatste boek, zogezegd, Langs overwoekerde paden, werd een paar jaar geleden met veel sarcasme uitgesproken, geroepen bijna, door Damiaan Deschrijver, de toneelspeler van Stan, in Alles is rustig. Een burlesk, nihilistisch, pessimistisch en bijzonder grappig stuk van Thomas Bernhard. De zwartgallige Oostenrijker. Wat had Thomas Bernhard een afkeer van de cultuur, die hij door en door kende en die hij als geen ander koesterde! Hoe was hij gedegouteerd, niet door Goethe, maar door de Goethe-vereerders, de Duitse cultuurminnaars, de schone zielen… Maar net zo goed was hij geobsedeerd door de ziekte en alle mogelijke lichamelijke kwellingen. Een verwante ziel. Met Knut Hamsun daarentegen voel ik mij niet verwant, wat mij niet belet zijn boeken geweldig te vinden.

naakt,ierland,oostende,thomas bernhard,damiaan de schrijver,theater,stan,leer,hamsun,galway,hoochiekoochie

20-09-05

BRUSSEL IN SEPTEMBER

 

brussel,herfst,sfeer,stad,passanten,ziekte
Foto: Martin Pulaski.

Buiten schijnt de zon. Zachte nazomer maakt Brussel mooier en aantrekkelijker dan ooit. Kom en flaneer over mijn trottoirs, werp een blik in mijn etalages, bekijk vooral mijn passanten, nu ze voor het laatst dit jaar hun zomerse stofjes hebben aangetrokken! Drink een glas op een van mijn terrassen, dat van de P&P bijvoorbeeld. Of ergens aan de Sablon, of in het Egmontpark, bij de bourgeois, die van het leven weten te genieten. Niet voor mij, echter. Ik zit binnen en geef mij over aan ziekte en sombere gedachten.

18-09-05

TEVREDEN ALS TEVREDEN SCHILDPADDEN


building on a sunny sunday afternoon waiting for a surrealist painter of the 20th century

Vandaag is er niets gebeurd. Het was een schitterende dag in Brussel, en waarschijnlijk ook in de rest van het land. De zon, het zachte weer en overal wandelaars en fietsers waar anders de automobilisten hun vergiftigende gang gaan, kleine stofdeeltjes verspreidend. Vandaag waren er kinderen, moeders, honden, bejaarden en ikzelf, overal in de straten en op de pleinen van Brussel, tevreden als, als, als tevreden schildpadden! Wat klinkt dat lullig, een tevreden mens. Hoewel Van Morrison een prachtig nummer heeft dat Satisfied heet, en een van de laatste goeie songs van the Rolling Stones, Keith Richards eigenlijk, heet Happy.

17-09-05

KRZYSTZTOF KIESLOWSKI EN JEAN VIGO

 

dita parlo,jean vigo,kieslowski,van eeden,inspiratie,hoochiekoochie,varia,film

De tekst in poëtisch proza ‘Veronica’, die ik hier gisteren te lezen aanbood, is geschreven na het zien van de film ‘La double vie de Véronique’ van de betreurde Krzysztof Kieslowski. Het gedicht ‘L’Atalante’ is gebaseerd op het gelijknamige meesterwerk van de nog dieper betreurde Jean Vigo, met de fantastische Dita Parlo in de hoofdrol. Ik heb misschien al vijftig versies geschreven van ‘L’Atalante’, maar nooit slaag ik erin de beelden van de meester te evenaren. Beschouw me echter niet als een sadist, want dat zou ik zijn als ik het gedicht als een volkomen mislukking beschouwde (en het hier dan zou laten lezen).


Iets helemaal anders, maar misschien toch ook niet, zijn deze woorden van Frederik Van Eeden, uit ‘De nachtbruid’:

"Wie leeft om te eten, te drinken, wat te werken en uit te rusten, zijn plichtje te doen en zijn zorgjes te vergeten, en verder den nacht zoo dof en bot en wezenloos mogelijk door te brengen, - wien er vooral aan gelegen is zijn maag en zijn brandkast te vullen en zijn slaap leeg te laten - zoo iemand noem ik niet een gezond en gelukkig maar een beklagenswaardig mensch."

15-09-05

ANITA PALLENBERG, MARIANNE FAITHFUL EN ANDERE MUZEN


up on the roof

Op flickr heb ik gisteravond een foto geplaatst van de vrouw die meestal Laura schijnt te heten, maar soms ook Daphne en heel af en toe Senga. Op de foto zie je Laura in een rode regenjas gehuld door het raam stappen om buiten op het dak wat frisse ochtendlucht in te ademen na een hele nacht dansen op punk rock, new wave en reggae in de Antwerpse clubs. Het is een oude foto, maar hij is niet verouderd. Nogal wat bezoekers van mijn flickr pagina zijn gefascineerd door dat beeld van die blonde vrouw in rode regenjas. Eén – regelmatige – bezoekster vergelijkt haar met Marianne Faithfull, een andere met Anita Pallenberg. Femmes fatales, allebei.

De bezoekers feliciteren mij met die foto, terwijl ik helemaal niet de held ben; de heldin is Laura, het hoofdpersonage van een moment reële fictie. Ik noem haar geen femme fatale, maar een muze. Een vrouw met vele namen en vele gezichten: blij, bedroefd, tragisch, magisch, verbijsterd, extatisch. Engel, duivelin, en menselijk al te menselijk. Heeft ze vleugels? Alvast geen zichtbare.

De bezoekers en commentatoren, vooral vrouwen, zijn nieuwsgierig en stellen veel vragen over de foto, wat me een genoegen is. Maar ik zou een boek moeten schrijven om al die vragen te beantwoorden. Twee boeken. Ik heb hen gezegd dat het wellicht beter is het mysterie te laten bestaan. Let the mystery be, zingt Iris DeMent, een bijzonder mooie song op haar eerste cd.

Het verhaal van Laura, Daphne, de muze, heeft twee kanten. Een kant houdt verband met de verbeelding, de andere kant met het dagelijkse leven. Een versie van het verhaal zou een roman kunnen zijn, de tweede versie de psychoanalyse van een zeer moeilijk geval.Maar hoe zit het dan met Marianne Faithfull en Anita Pallenberg, werd me gevraagd. Over die twee populaire iconen wil ik niet echt iets vertellen; alleen vind ik het zeer merkwaardig en pertinent dat deze dames met Laura, de muze, in verband worden gebracht. Dat de verwantschappen worden gezien tussen de levens die deze vrouwen hebben geleid, hoezeer ze ogenschijnlijk ook van elkaar verschillen. Natuurlijk houd ik van Marianne Faithfull, zeker van Broken English en Sister Morphine, haar recentere werk spreekt me echter minder aan. (Het verhaal dat ik niet wilde vertellen wordt enigszins chaotisch, misschien moet ik dan toch die twee boeken maar eens gaan schrijven.)

Zoals Edie Sedgwicks lot verbonden is met Bob Dylan en Andy Warhol zijn de levens en mythes van Marianne Faithfull en Anita Pallenberg verweven met de Rolling Stones, met de drie koningen Brian Jones, Keith Richards en Mick Jagger. In de mythologie van de pop zijn Faithfull en Pallenberg rock & roll- en seks- en drugskoninginnen, iconen van de swinging sixties, van de tragische seventies (na Woodstock en Altamont en het ‘gemodder’ van allerlei pseudo-hippies), filmsterren uit occulte films als Girl On A Motorcycle, Performance en Barbarella. Maar het zijn toch ook sterke en mooie vrouwen die weigeren te sterven.

Wie meer wil weten over de rol die de muzen spelen in het leven van een kunstenaar raad ik het boek The White Goddess van Robert Graves aan. Het is een zeer grondig onderzoek maar Graves sprak ook uit ervaring. Wie meer wil weten over Laura, Daphne en Senga moet wachten op mijn twee boeken. Of op ‘haar’ eigen verhaal.

10-09-05

IN HET VERLEDEN VERDWALEN


goethe 2


"Slechts weinig mensen zijn in staat zich met het naaste verleden bezig te houden.
Of het heden houdt ons met geweld vast, of we verdwalen in het verleden en proberen met alle middelen het geheel verloren gegane weer op te roepen en te reconstrueren. Zelfs in aanzienlijke en erg rijke families, die hun voorvaderen veel verschuldigd zijn, pleegt het zo te gaan dat men meer aan zijn grootvader dan aan zijn vader terugdenkt." Goethe, Natuurlijke Verwantschappen

Wat Goethe hier zegt gaat bijna helemaal op voor mij, ook voor de notities die ik hier publiek maak. Niet zozeer doordat het heden mij vasthoudt, maar doordat ik inderdaad in het verleden, in mijn autobiografie verdwaal. Ik verdiep er mij in, probeer er vat op te krijgen, er structuur in te brengen. ik probeer te verhelderen waar ik vandaan kom en hoe ik geworden ben wie ik geworden ben. Maar hoe meer ik mij daar mee bezig houd, hoe meer het geheel een onoverzichtelijk kluwen wordt. Ik heb mij op drijfzand begeven en haast me dan maar terug naar de vaste grond en de vertrouwde omgeving. Maar er is geen echte vertrouwde wereld. "It's a strange world we live in." Wat ik dan doe is mij overgeven aan oppervlakkigheden. Daar leuter ik dan wat over, een beejte zoals Herman Brusselmans misschien doet, dat weet ik niet zeker want ik lees zijn werk niet, omdat de man mij niet ligt, vanwege zijn mediageilheid en zijn gebrek aan stijl en historiciteit. Of ik klamp me vast aan culturele iconen en referentiepunten, zoals in dit geval Goethe.

07-09-05

CHARLOTTE EN DOROTHEE : MEISJES!


meisje charlotte


Het probleem is echter dat ik niet kan doorslapen.
Omstreeks vier uur word ik wakker en kan de slaap niet meer vatten, waardoor ik altijd moe ben. Ik heb net naar de Brusselse film 'Meisje' van Dorothée Van Den Berghe gekeken, op de televisie, ingeleid door Mr Proper. Toen hij nog nieuw was - de film - heb ik hem al eens in de cinema gezien en heel mooi en origineel en ontroerend gevonden. Meisjesachtig mooi. Ik had ook graag zitten kijken naar het dansende meisje met de witte huid, Charlotte Vanden Eynde. Ik weet niet of ik Van Den Berghe en Vanden Eynde juist schrijf. Vlaamse namen die met 'van' beginnen vind ik bijzonder moeilijk om te spellen. Er zou een regel moeten bestaan die ons ertoe verplicht dat allemaal aan elkaar te schrijven; of anders 'van' en ‘den’ gewoon afschaffen. In dat geval zou het Dorothée Berge en Charlotte Einde worden, veel eenvoudiger en mooier. Stel je voor dat Marilyn Monroe Marilyn From The Monhroe zou heten, en Marlon Brando Marlon From The Brandho! Neen, daar zijn die Amerikanen stukken beter in, in namen. Neem nu Woody Allen, die had in den beginne een vreselijk ingewikkelde naam, en heet al lange tijd doodgewoon Woody Allen. Bij mij doet die naam meteen aan een klarinet denken, en zo hoort het ook.

Charlotte Vanden Eynde kan prachtig dansen, zowel in haar eigen creaties als bij Jan Decorte. Maar ik moet nu to the point komen. ‘Meisje’ vond ik niet langer goed. Hoe komt dat dan toch? Niet door Charlotte, ook niet door Els Dottermans (integendeel, Els Dottermans is erg goed op dreef en ziet er bijzonder zinnelijk uit, ze straalt een verrukkelijke lust uit), zelfs niet door Mathieu Schoenaerts... Door wat dan wel? Door het flutverhaal. Dat heb ik de eerste keer niet gemerkt, waarschijnlijk omdat ik toen de hele tijd naar het spel van de actrices heb zitten kijken. Ik heb hoegenaamd niets tegen vervelende verhalen, maar er moet wel drama zijn, er moet iets zijn. In deze film is er bijna niets, en dat bijna niets stelt niets voor. Bovendien werkt Dorothée Van Den Berghe veel te veel met close ups. Daarbovenop krijg je dan nog eens oersaaie muziek voorgeschoteld van een talentloze kerel die zich Daan noemt. Dat was waarschijnlijk heel cool, een jaar of vijf geleden, dat je je Daan noemde. Ik heb in die periode een zeer boze brief geschreven naar Humo, omdat ze 'Meisje' ongunstig hadden besproken. Humo heeft mijn brief niet willen publiceren. Waarschijnlijk omdat ik gelijk had. Ik heb zelden gelijk, maar als een brief van mij niet wordt gepubliceerd, dan is de kans groot dat ik wel gelijk heb. Spreek ik mezelf nu tegen? Neen, want zoals Bob Dylan zegt: I was so much older then, I'm younger than that now.
Over de 'nieuwe' cd van Bob Dylan zal ik zwijgen. Alleen dit: luister eens naar Leopard Skin Pillbox Hat. Een andere tip is Let's Dance, de Bowie-song, uitgevoerd door M Ward. Kippenvel, en je moet er zelfs niet op dansen. En The Lemonheads, dat is altijd kippenvel, even goede popmuziek als the Beatles en the Byrds. Het is ten hemel schreiend dat Evan Dando zichzelf zo snel verwoest heeft.

Echt jammer dat ik 'Meisje' vanavond vervelend vond. Maar Dorothée Van Den Berghe heeft nog een fout gemaakt. Ze had die dikke acteur nooit mogen laten meespelen: een hond in een kegelspel. Het is een heel lieve man, maar bij voorkeur beperkt hij zich tot accordeon spelen en aan quizzen meedoen. Dat zou moeten volstaan. Dorothée Van Den Berghe moet vooral films blijven maken. ‘Meisje’ is – nog altijd - een mineur werk dat grote verwachtingen schept.

(De poster hierboven heb ik later aan de tekst toegevoegd, anders zou ik wel helemaal idioot zijn, aangezien de namen daar netjes gespeld op vermeld staan.)

25-08-05

DE WITTE REGELING IS VAN KRACHT


RODE TREIN 2


Gisteren nog eens gelachen. We stonden al een tijdje te wachten op de metro naar huis terug in station Brussel Centraal, na een avondje Finse dans tijdens het zeer kleinschalige en sympathieke Brigittinenfestival. Geduldig wachten doe je dan; je spant je in om je niet te ergeren aan het oponthoud; je praat wat over Edgar Allen Poe of leest een stukje in The Purloined Letter en verbaast je over de beschaafde conversatie in de 19de eeuw (toen was het nog “good heavens!”, nu is het “fucking shit” of iets dergelijks). Na een tiental minuten onderdrukte ergernis viel de stemmige muziek stil (Roxy Music) en kwam er een Officiële Stem uit de luidsprekers. Eerst in het Frans, daarna zelfs in keurig Nederlands volgde deze mededeling “beste klanten, gelieve er rekening mee te houden dat tot 29 augustus de witte regeling van kracht is op de lijnen 1A en 1B! Dank u voor het begrip!” Jongens toch, gelachen dat we hebben! We waren duidelijk teruggekeerd in het kleine rijk van het surrealisme. De witte regeling is van kracht. Wat zou een Japanse of Griekse bezoeker daar dan bij denken (er van uitgaande dat hij of zij de Brusselse variant van het Frans machtig is)? Of zelfs een Fransman? Zelf vond ik het een slecht gekozen symboliek. Als je zo lang op een metro moet wachten, betekent dat voor mij eerder dat de zwarte regeling van kracht is. Gelukkig was er nog Roxy Music. Dat heb ik in Berlijn niet gehoord in de stations. Maar daar heb je natuurlijk ook geen tijd om naar muziek te luisteren. Je hoeft er helemaal niet te wachten.

In de Brigittinenkapel zijn we gaan kijken naar een voorstelling van de Finse dansgroep Nomadi. Ik had het stuk gekozen vanwege de titel ‘Lucid Dreaming’, en misschien ook wel voor de naam van het gezelschap. Ik heb een nomadische familiegeschiedenis. En alles wat met dromen te maken heeft wekt bij mij verwachtingen. In dit geval had ik droomachtig dansen verwacht, op droomachtige muziek, met veel helder licht, zodat je de droomsituaties goed kunt zien. Niets van dat alles, tenzij het felle licht. Eeen mooi voorbeeld van wat ik droomachtige muziek noem is terug te vinden op de nieuwe cd van Brian Eno, Another Day On Earth. Lucid Dream echter was gewoonweg de slechtste voorstelling die ik ooit heb gezien. Zelfs als het een schoolvoorstelling was geweest had ik ze slecht gevonden. Het enige plezier dat we aan de avond hebben beleefd was de ‘nabespreking’. Wat kan het toch een fijn gevoel geven iets tot op de grond af te breken, vooral als niemand het hoort en je er niemand mee kwetst. Nu breng ik het natuurlijk wel in de openbaarheid, maar ik vermoed dat de Nomadi uit Finland mijn stukjes niet lezen. Bovendien moeten ze als ze het lef hebben om met zulke ondingen voor het voetlicht treden bereid zijn bekritiseerd te worden. Neen, ik heb nog een tweede plezier beleefd aan de avond: het heerlijke Belgische bier. In de Brigitinnenkapel kost een tripel van Westmalle maar 2,2 €.

Hier thuis is vandaag de rode regeling van kracht.


Foto: Martin Pulaski

23-08-05

WANDA GORONSKI EN DE ANGST VOOR DE ANGST?

 

wandagorowski2.jpg



Binnen afzienbare tijd zal Wanda Goronski hier in haar eigen woorden haar levensverhaal vertellen. Haar motto is: "there's nothing to fear but fear itself", een uitspraak die ze voor het eerst hoorde uit de (gefilmde) mond van Dennis Hopper in Der Amerikanische Freund (gisteren nog maar eens uitgezonden op Arte) van Wim Wenders, die ik een paar dagen geleden zag passeren in een Berlijnse straat. De uitspraak is niet van Dennis Hopper en ook niet van Wim Wenders maar van de Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt. Ik weet niet of Wanda dat weet en het is overigens een weinig origineel motto. Maar zoals je zal lezen is Wandag Goronski wel een bijzondere vrouw. Een heel mooie vrouw, met van die sensuele lippen.

Foto: Martin Pulaski, Daringman.

22-08-05

WAAROM IK NOOIT EEN HIPPIE BEN GEWEEST


mods in tongeren

Nu ik terug ben uit Berlijn wil ik, voor ik wat vertel over de indrukken die ik daar opdeed, even verduidelijken waarom ik nooit een hippie ben geweest, wat verwanten, vrienden en kennissen – die het kunnen weten – nochtans beweren; een authentieke hippie zelfs, zeggen sommigen. Dat zijn degenen die me op televisie hebben gezien in een documentaire over Jazz Bilzen 1967. Ik was in hun ogen een hippie omdat ik toen kennelijk de uitspraak heb gedaan “ik houd van bloemen". Er zaten ook bloemen in mijn haar. Die kwamen uit de tuin van mijn tante Berb in Neerharen. De interviewer, Louis Neefs, vroeg me waar ik van hield en waar ik tegen was. Ik was destijds tegen de oorlog in Vietnam. Ik heb die reportage zelf ook gezien, toch al weer een tijdje geleden, bij een derde herhaling. Ik had er bij mijn vriend Jos in Leuven al een fragment van gezien op video. Toen de documentaire een tweede keer werd uitgezonden heeft Jos dat fragment zeer toevallig en spontaan opgenomen, verrast zo opeens zijn vriend op televisie te zien. Hij heeft toen ik bij hem op bezoek was een foto gemaakt van me, zoals ik op dat ogenblik was, al enigszins verwelkt, met op de achtergrond het stilstaande beeld van mezelf in 1967 met die bloemen op mijn jas en in mijn haar. Het was duidelijk dat ik van bloemen hield. Ja, ik herinner me nu heel goed dat ik ook tegen die oorlog in Vietnam was en voor de vrede. De mensen moesten maar eens wat liever gaan worden voor elkaar. Er was al meer van voldoende haat in de wereld. Ik was helemaal weg van flower power en love-ins. Maar het spijtige was dat ik in Limburg nogal alleen was met zulke standpunten en gevoelens - en met lang haar. Was ik op mijn zeventiende dan toch een hippie? Ik heb altijd gevonden dat ik een mod was, zeker in 1967. Ik hield van modieuze kleren. Roze, turkooizen of gele fluwelen jassen, gestreepte broeken, hemden met bloemenmotieven… Mijn haar was geknipt – bij een kapper in Maastricht - zoals dat van Steve Marriott van The Small Faces, mijn favoriete Britse beatgroep in die dagen en een van de weinige die ik in die periode ook live heb gezien, in Diepenbeek. Een meisje dat ik die avond ontmoet had - veel gestreel en gekus - heeft mijn zonnebril als aandenken bewaard. Ik weet niet meer hoe ze heette. Wat zou er met haar zijn gebeurd? Ach, beter dat ik het niet weet. (En zo spring ik maar van de hak op de tak…)

Mijn muzikale helden waren dus die Engelse beatgroepen: Small Faces, Kinks, Who. Ik hield ook van The Rolling Stones. Between The Buttons vond ik een schitterende elpee. Je moet eens naar de foto op de hoes kijken: zijn dat hippies? Natuurlijk niet. En van Bob Dylan, heel zeker. Bob Dylan, dat is toch nooit een hippie geweest, hij was veeleer een anti-hippie.

Later, in 1970, na het debacle van Altamont en het bijna profetische lied Gimme Shelter, had ik als barman in de Dolle Mol in Brussel een afkeer van de hippies die er kwamen, vooral omdat ze stuk voor stuk aan bewustzijnsvernauwing leden. Ze waren nergens in geïnteresseerd als het niets met drugs, volle rijst, namaak-blues (door blanken gespeeld) en vooral Jimi Hendrix te maken had. Domme mensen vond ik hen. In De Dolle Mol weigerde ik platen van Jimi Hendrix te draaien. Maar de countrymuziek waar ik destijds zo van hield mocht niet, die was niet hip genoeg. Wat wel mocht – omdat nogal wat Vlaamsche schrijvers aan de toog hingen - was De Zotte Morgen van Zjef Vannuytsel, maar die haatte ik helemaal. Samen met Max dreef ik de spot met die naïeve hippies. Maar Max vond dat ik toch nog enigszins aan de verkeerde kant stond: ik ging naar films kijken als Jeremiah (een cowboyhippiefilm). En ik had contacten met Robert, een softdrugs-dealer. Robert was geen slechte jongen maar zeker niet mijn vriend. Ik hield vooral niet van de muziek waar hij van hield (Cat Stevens en kierewiete folk). Door mij heeft hij Lou Reed en The Velvet Underground en David Bowie leren kennen en is zijn smaak wat veranderd. Robert was een kennis van Sarah. Via Sarah heb ik eens wat Congolese wiet van hem gekocht. Ik dacht eerst dat hij een oplichter was: volgens mij zat er gewoon thee in het luciferdoosje. Bij nader inzien bleek het toch echte goede Congolese marihuana te zijn. Maar wist ik veel. Ik was een Limburgse mod, die nog nooit wiet had gezien.Ik geef toe dat ik een tijd lang van de roes van hasjiesj en - in mindere mate - van wiet heb gehouden. Het was zo prettig om onder invloed naar sommige muziek te luisteren. Vooral naar die van Jimi Hendrix!

Sinds 1967 was ik een absolute fan van The Velvet Underground. Dat was de volmaakte anti-hippie rock & roll band. White Light White Heat was een van mijn vijf uitverkoren elpees. Als ik die oplegde waren al mijn vrienden na vijf minuten de deur van mijn kamer uit. Niemand hield van die muziek. Letterlijk niemand. Tot in 1972 of 73, in die ellendige periode van de glam, toen Lou Reed met ruggensteun van David Bowie succes kreeg met Transformer. Ik heb ook nooit van The Grateful Dead gehouden (ik maakte wel een uitzondering voor hun countryplaten). Woodstock vond ik vreselijk vervelend. Santana was om te schreien. En dan al die Britse hippiegroepen zoals Third Ear Band, Edgar Broughton Band, weet ik veel wat nog allemaal. Bah! Nadat Syd Barrett Pink Floyd de rug had toegekeerd hield ik die groep ook voor bekeken. Van Syd Barrett hield ik enorm veel omdat hij surrealistische sprookjes schreef, en een heel eigenzinnige gitaarstijl had en zeker ook wel omdat hij zich heel goed kleedde. Ik bewonder Syd Barrett nog steeds. De intellectuele ‘goeroe’ en anti-psychiater Ronald Laing, die ik destijds vereerde, heeft hem niet kunnen genezen van zijn schizofrenie. Ronald Laing is nu dood, Syd Barrett zit waarschijnlijk ergens rustig te genieten van de bloemen in zijn Engelse tuin.

Nadat ik filosofie was gaan studeren kreeg ik een beter inzicht in waar het in feite allemaal om ging. Lang haar of kort haar was niet belangrijk. Er was niets mis met outsiders, met de tegen de stroom invaren, met de beat-generation of met pop art en dergelijke dingen. Er was niets mis met rock & roll. Maar wat heel duidelijk werd was dat de wereld moest veranderen en dat kon je niet door je op te sluiten in een subcultuurtje. De wereld kon je alleen maar veranderen als je deel werd van een gemeenschap. Je kon je leven zin geven door te lezen en te schrijven, of iets anders te doen, maar dat volstond niet als je het in je eentje bleef doen. En nog volstaat dat niet. De paradox waar ik moest uitgeraken was - en is - dat je je oorspronkelijkheid, je eigen-aardigheid, verliest als je deel wordt van de gemeenschap. Hoe moet je dat dan doen? Dat is de vraag.

23-07-05

GEORGE HARRISON EN GEETA DUTT


geeta dutt 2

All Things Must Pass
van George Harrison is ongetwijfeld een mijlpaal in de populaire muziek; de beste soloplaat van een Beatle. Vreemd woord overigens, Beatle, zo in het enkelvoud. Het had altijd Beatles moeten blijven, de groep had nooit mogen uiteenvallen, en John, Paul, George en Ringo hadden eeuwig moeten leven, yeah yeah yeah. Dat was het minste wat God voor ons had kunnen doen. My Sweet Lord! Maar even ernstig nu: Harrisons melodieën zijn adembenemend, zijn stem gaat door merg en been, de productie – van Phil Spector – is onberispelijk. Als je de plaat niet kent, raad ik je aan eens te luisteren naar I’d Have You Anytime, If Not For You – beter bekend in de versie van Bob Dylan - en de titeltrack natuurlijk.

Het allermooiste lied, denk ik, heb ik helaas maar een keer gehoord, op een avond in 1987, toen ik op televisie naar de film Kaagaz Ke Phool van Guru Dutt zat te kijken. Een mooie, melancholische film, bijna even goed als De muziekkamer van Satiyajit Ray. Toch waren mijn gedachten even afgedwaald van het verhaal, tot ik de stem van Geeta Dutt hoorde, een en al gelukzalige droefheid; en voor wat er toen met me gebeurde vind ik geen woorden. Het was een zinsverbijsterende ervaring, je mag al blij zijn als je er zo één hebt in je leven; Proust schrijft er over in Op zoek naar de verloren tijd. Geeta Dutt en de liederen Dekhi Zamaane ki Yaari en Waqt ne Kiya Kya Haseen Situm, dat moet het allerhoogste zijn wat een mens qua expressie van emoties kan bereiken.
Sinds 1987 ben ik al op zoek naar die muziek, en naar de film, zonder resultaat. Maar misschien zoek ik niet hard genoeg, misschien ben ik bang voor de teleurstelling die ik zeker zal voelen als ik deze muziek nogmaals zal horen.

22-07-05

LONDEN / MECCA


come dancing

Opnieuw een aanslag in Londen, terwijl wij hier de nationale feestdag vieren. De terreur is overal, wordt gezegd, waarom meer drukte maken over Londen? Ik kan daar niet op een rationele basis op antwoorden, zeker niet zo laat in de nacht. Maar in Londen ben ik spiritueel geboren, in 1967, in de summer of love, toen Are You Experienced en Sgt. Peppers in de platenwinkels lag en Carnaby Street het beloofde land was. Naïef misschien, maar toen werd wel de basis gelegd voor wat nu jeugdcultuur heet. Naïef heel zeker, want die jeugdcultuur is niet meer en niet minder dan een miljardenbusiness. Allemaal terzijdes. Talking trash, never say anything. Ik heb er mijn hart verloren, en nu ben ik eens te meer bedroefd. Terwijl ik met feest in mijn hoofd zit, echte Belg die ik ben. Bad news, bad news! Overigens heb ik in Londen mijn eerste schuchtere danspasjes gezet in een dancing die Mecca heette. Talking leads to touching and touching leads to sex. Toch nog blij kunnen zijn, in weerwil van de tragiek. Hoe kan dat? Door Rilo Kiley.

13-07-05

FAMILY PLOT


cold sixties

Gisteravond had ik een gesprek met Laura over onder meer mijn vader en François, en toch, zoals zo vaak en tot vervelens toe, ook weer over mezelf.

Mijn broer heeft als hobby's fietsen en vissen: dat is de jongere pa, zei ik. Zijn interesse voor vrouwen: de oudere pa.

Veel wisselende relaties met vrouwen? Waarschijnlijk niet, noch mijn pa, noch mijn broer. De enige buitenechtelijke relatie van mijn vader waar ik van op de hoogte ben is die met Jet. Maar dat was dan ook serieus. Jet was een dikke, levenslustige vrouw. Ze is overigens nogal jong gestorven. De wat jongere vrouw moet een compensatie geweest zijn voor mijn moeder, die tien jaar ouder was dan mijn vader en nogal melancholisch van aard. Wat dat betreft lijk ik wel wat op haar. Ook haar hypochondrie, haar eeuwig geklaag over pijnen en ziektes heb ik van haar geërfd. In weerwil van al dat geklaag is ze toch 91 geworden. Maar ze heeft nooit gerookt en nooit alcohol gedronken.

Mijn vader en Jet hadden een zoontje. Ik heb dat halfbroertje van mij nooit gezien. Ik weet zelfs niet hoe de jongen heet of wanneer hij precies geboren is. Het is ook de halfbroer van Daantje. Met Daantje heb ik eens een zomer doorgebracht. Ik vond het geen leuk kereltje, maar er was op dat ogenblik geen alternatief. Ik denk dat ik met mijn lange haren en mijn adoratie voor the Velvet Underground en the Doors een rolmodel voor hem ben geweest in 1967-68. Onze contacten speelden zich vooral af in mijn 'kamer', het vooronder van de spits Pulco genaamd (een samentrekking van Pulaski en Costers). Andere avonturen in het vooronder: hoe ik mijn verjaardag vierde met Jan D, Henri J, Luc V, Anita en nog een ander meisje van wie ik de naam vergeten ben.

De kapper Henri, zoon van Berb, die zelf ook al een kapsalon had, al was ze eigenlijk een boerin, en van Jang, die in de grindwasserij in Neerharen werkte. Een magere vent was dat, Jang, een man die niet veel zei. Henri was een wielrenner die graag peppillen slikte. François, eveneens bij de beginnelingen, deed daar niet aan mee. Die wilde het op eigen kracht proberen, maar dat lukte hem niet echt. Meestal gaf hij op of kwam hij als een van de laatsten over de meet, een paar keer kwam hij vrij ernstig ten val.

Ons gesprek gisteravond, op het terrasje, met uitzicht op de verwilderde tuin, die me vaak aan tuinen in romans van Virginia Woolf doet denken, begon met de haarperikelen van Agnes. Ik zei: ik had een neef, Henri, die kapper was, enfin, een achterneef eigenlijk. Hij was ook coureur, nam peppillen, met twee rode strepen op de verpakking. Zo'n verpakking heb ik de eerste keer in mijn leven gezien bij Henri Welkenhuijzen, in de Ladderstraat 142 in Neerharen. Hij of Berb, dat weet ik niet meer precies, heeft mijn haar gedaan voor mijn plechtige communie. Met van die fantastische bekken, zo noemden wij dat, golven waren het eigenlijk. Bij Berb en Jang rook het altijd naar varkens. We kregen soms een kom kop, als ze weer eens een varken hadden geslacht.

In de keuken bij Berb, waar zoals bij veel eenvoudige mensen alles gebeurde - echt veel kan dat niet geweest zijn - zat mijn vaders tante, Moe werd ze genoemd. Ze zat er altijd in de zetel, met een zakdoek in haar hand. Ik heb haar nooit een woord horen zeggen. Als zus van mijn grootmoeder (ze heette ook Pulaski), moet ze geweten hebben wie de echte vader van mijn vader was. Wellicht was het daarom dat ze zweeg. Of was ze echt stom? Ik zal het eens aan François moeten vragen. Maar die zal het zich ook wel niet meer herinneren, met de weinige hersencellen die hij nog heeft.

Ik ben eens met pa, toen ik nog heel klein was, over een paadje gestapt, door een bos. Het pad liep van aan het kanaal tot helemaal in het dorp. Het is de eerste herinnering die ik heb van een bos en van een dorp. Ik kwam recht van het schip, een geïsoleerde microkosmos die niets natuurlijks heeft, liep door een bos, en kwam in een dorp waar een sterke geur van graan en varkens en koeien hing. Het was midden in de zomer, heel warm, zelfs in het bos. Het was een nieuwe wereld, dat bos met al zijn groen, de struiken dicht bij de grond, de bloemen, het zachte gezoem van insecten, en aan mijn hand mijn vader, heel groot en sterk naast me, mijn vader die me tegen elk gevaar kon beschermen. En het dorp was al net zozeer een nieuwe wereld: er was geen lawaai van machines, het rook er niet naar teer of naar diesel, niet naar steenkool of chemische industrie. Neerharen.

Met de stad, althans de randstad, met name Merksem, waar mijn moeders twee zussen en enige broer - tante Ellie, tante Jos en nonkel Frans - en hun moeder, Honorine, woonden, was ik meer vertrouwd. Maar daarover heb ik het gisteravond niet gehad. Mijn tante Jos heeft zich al vaak genoeg opgehangen. Mijn tante Ellie is al vaak genoeg als zenuwzieke zwerfster van de straat geplukt en in een asiel gestopt. Rusthuis noemde mijn moeder een dergelijke instelling.

Wel maakte ik die avond een sprong naar het geweld in mij, en hoe het zich is blijven herhalen. Het geweld tegenover anderen, vroeger, maar ook het geweld dat zich tegen mezelf keerde en het geweld dat ik uitlokte. Wellicht houdt het verband met de angst om in de steek gelaten te worden, waar ik extreem gevoelig voor ben. Gerrit heeft aan dat gevoel voor het eerst een naam gegeven: verlatingsneurose. Je wilt niet uit het paradijs verdreven worden. Niet opnieuw. Natuurlijk weet je dat je al in de hel zit. Maar dat tracht je nu precies te vergeten door te drinken, joints te roken, pillen te slikken en te vrijen…Toen ik met die dingen gestopt ben, in 1980 (behalve met vrijen en soms drinken), is de agressie ook verdwenen. Wordt vervolgd?

Foto: Martin Pulaski, Mijn broer en zijn vrouw.

MOMENTEN VAN EEN EEUWIGHEID


Terwijl ik naar Moments van Boz Scaggs luister noteer ik de volgende bedenkingen en verzinsels.

Bij de biografie van Paul Bowles. Als je dan toch dood moet kun je beter eerst leven, als vrijwillige balling in Marokko bijvoorbeeld. Bowles heeft er een aantal schitterende romans geschreven (The Sheltering Sky, Let It Come Down). Tanger had kennelijk ooit een grote aantrekkingskracht op Amerikaanse intellectuelen; waarom precies is nu niet meer zo duidelijk. Waarschijnlijk hield die lokroep verband met seks en drugs. Later, met de Britse astmaticus Brian Jones, is er de rock & roll nog bijgekomen.

Een korte bedenking bij The Straight Story van David Lynch. In deze film probeert de surrealistische regisseur, tot zowat ieders verbazing alle stijlfiguren van het realisme hanterend, Amerika de onschuld terug te geven die het land had voor Andy Warhol er pop art van maakte en voor Elvis en Bob Dylan het, inderdaad, onderwierpen aan rock & roll.

VS Naipaul. Een schrijver met (veel) talent kan zich niet ontwikkelen zonder een gemeenschap waarin hij zich herkent, en die hem - al is het maar in beperkte mate - erkent. Zulke gemeenschap heb ik nooit gevonden. Een schipperszoon die altijd een outsider bleef, vaak verafschuwd, soms verstoten, in heel wat opzichten een immigrant. Het is nu veel te laat om nog naar een gemeenschap op zoek te gaan.

I pity the poor immigrant
Who wishes he would've stayed home,
Who uses all his power to do evil
But in the end is always left so alone.
That man whom with his fingers cheats
And who lies with ev'ry breath,
Who passionately hates his life
And likewise, fears his death. (Bob Dylan)

Rivierliederen. Ik herinner me nog een ander bijzonder moment. In mijn radioprogramma Shangri-La – in de jaren ’80 en ’90 op radio Centraal in Antwerpen - draaide ik op een avond drie uur lang rivierliederen, waaronder The River van Tim Buckley. Ondertussen ging boven de linkeroever de zon onder. Ik was die avond alleen maar ik heb me zelden gelukkiger gevoeld. Dit herinner ik me terwijl ik luister naar OV Wrights 'The River Song'.

Gestorven 'helden'. Ik blijf verdrietige gevoelens koesteren als ik terugdenk aan Dusty Springfield, Alexander Spence, Richard Manuel, Rick Danko, Doug Sahm en Curtis Mayfield. Het is me niet duidelijk waarom, maar de dood van Rick Danko heeft mij het meest van al getroffen, alsof een goede vriend was gestorven. Ik herinner me nog dat Jos en ik samen tijdens een dronken zomernacht meebrulden op Sip The Wine, uit de eerste en enige solo-plaat van Danko. En de keer dat Doug Sahm optrad in Hof ter Lo was Jos ook bij me. Agnes lag zwaar ziek in bed. Met mij ging het op creatief gebied niet echt goed. Mijn potloden bleven ongescherpt in een blikken pot staan. De stimulantia stimuleerden mijn verbeelding niet langer, wel mijn angst voor de dood. Was Sartre dan een slecht voorbeeld geweest? Ik kreeg van die pillen nu vooral pijn in de hartstreek. Ik vreesde dat ik weldra zou sterven van een infarct. Tijdens het concert van Doug Sahm was ik bier gaan halen voor Jos, Leo en mezelf. Bij de terugkeer in de concertzaal struikelde ik over een trede en viel op mijn rug. Ik werd plotseling kotsmisselijk. Gelukkig was het optreden bijna afgelopen. Ik heb daarna nog uren bij Leo op de canapé gelegen en ook de dag nadien voelde ik mij belabberd. Wat me toen is overkomen weet ik nog altijd niet.

Meesterwerken. Al die harde schijven vol meesterwerken, die stoffen liggen te vergaren in toekomstige antiekwinkels.

Eeuwige wederkeer. In Wim Kaysers Van de schoonheid en de troost zag ik de filosoof Roger Scruton. Hij leek op een kruising tussen Brian Jones en John Hurt. Scruton had het over de eeuwigheid. De zeventig jaar die je krijgt zijn volledig de jouwe. Ze zijn voor alle eeuwigheid van jou. Dat is pas een diepe gedachte. Het is Nietzsches eeuwige wederkeer, in zekere zin.

Films. Silent Tongue van Sam Shepard: over paarden, pioniers en Indianen. Niet geheel toevallig gingen mijn gedachten af en toe naar Patti Smith en haar ‘Horses’. Op het einde van de film heeft niemand nog een paard. Een merkwaardige film, van een man die nog drummer is geweest bij The Holy Modal Rounders. Les Voleurs van Téchiné. Ik ben geen bewonderaar van Téchinés films, maar dit is een meesterwerk over liefde (of de afwezigheid daarvan) en zelfmoord. Geld, seks en diepe, diepe eenzaamheid. Een buitengewone prestatie van Cathérine Deneuve. Alle personages zijn genuanceerd uitgewerkt. Ik zie veel te weinig Franse films. Dat komt voor een deel omdat ik de dialogen zo moeilijk versta. En je kunt bijna alleen nog Franse films op Franse zenders zien. Cat On A Hot Tin Roof blijft, hoewel het verfilmd toneel is, een van mijn uitverkoren films, vooral vanwege Elizabeth Taylor en Paul Newman. The Dirty Dozen van Robert Aldrich mag er ook wezen: de film met het hoogste machogehalte, maar die twaalf kerels zijn aanvaardbare macho's, met heel wat zwakheden. En de acteurs: Lee Marvin en Charles Bronson en al de rest. All that heaven allows, van Douglas Sirk, met Jane Wyman en Rock Hudson. Erg fijngevoelig melodrama. Op de een of andere manier zitten de ideeën van de beat generation erin verwerkt. Een protest tegen het valse leven van de burgerklasse. Het ideaal is Walden van Thoreau: to be alive is to be awake, enzovoort. Die passage maakte op mij als tiener een blijvende indruk. Wellicht heeft dat stukje tekst, in de les Engels, mijn leven veranderd.