11-01-06

DE LIEFDE EN HAAT VAN ROBERT MITCHUM


robertmitchum

Het nieuwe jaar komt moeizaam op gang. Donkere dagen, koude nachten, sombere gedachten na een week van lichtheid en feesten in Barcelona. Daar had je gesprekken met je vrienden, en dronk je lichte, sprankelende wijn uit de streek, tot je er euforisch van werd, maar je ging ook op zoek naar het hart van de stad, de architectuur, en naar haar verzamelingen in de mooie oude en nieuwe musea. De hippe kledingwinkels lokten je binnen, niet alleen omdat je zelf wel van kleren houdt – zij het minder dan in lang vervlogen tijden toen je jezelf een mod mocht noemen - , maar zeker ook omdat je in het gezelschap van vrouwen was. Je kocht er twee paar schoenen van je geliefde merk, minder voor hun ontwerp dan voor hun lichtheid, en een mooie rode T-shirt waarop een afbeelding van Robert Mitchum, met op zijn rechterhand het woord ‘love’ en op zijn linker ‘hate’. Het beeld uit de film The Night Of The Hunter van Charles Laughton is een icoon geworden. Er wordt naar verwezen in onder meer Do the Right Thing, The Rocky Horror Picture Show en zelfs in the Simpsons. (En binnenkort, als het warmer wordt, zul jij de sandwichman van liefde en haat zijn.) Je hebt een goed op je hoofd passende, donkerbruine beret gekocht in die prachtige oude winkel,Obach, in de oude stad, niet ver van de kathedraal.

Je kocht er boeken over Günther Brus, Guy Debord en de collectie Thyssen-Bornemisza (die in Barcelona, de belangrijkste bevindt zich in Madrid.) Normalerwijs zou je veel meer boeken hebben aangeschaft, maar Ryan Air heeft je daar van af doen zien omdat er niet meer dan vijftien kilogram in je koffer mocht. Vandaar eveneens, misschien, die lichte schoenen en een T-shirt in plaats van een hemd of een jas. Op nieuwjaarsdag nam je samen met duizenden andere katermensen de metro naar Park Guëll, waar je nog een beetje wankelend verdwaalde in het onafgewerkte gedeelte. Tijdens de terugkeer kon je toch nog de waanzinnige bedenksels van Gaudi bewonderen. Neen, niet echt bewonderen. Je vindt Gaudi geen echt groot kunstenaar meer. Veeleer is hij een ontwerper van curiositeiten. De Sagrada Familia betekent niets voor jou. Je bent er niet eens naartoe gegaan. Maar Gaudi’s gebouwen aan de Passeig de Gracia toveren nog altijd een glimlach op je gezicht, vooral omdat je nog geen kater hebt als je daar voorbijwandelt. Het feest begint pas over enige uren. Het nieuwe jaar is nog ver weg, het bezoek aan Park Guëll, de donkere dagen van januari. De saaie uren op kantoor, het wachten op de avond, op het einde van de week. Het zinloze werk. Maar misschien is het toch niet zo zinloos? Misschien zet het je wel al aan om een eigen 'boek der rusteloosheid te schrijven, zoals Fernando Pessoa, maar helemaal anders, wellicht minder geniaal, maar ook minder eenzaam, meer volwassen. Als je nog energie vindt om zulk groot werk tot stand te brengen. Je bent deze middag alvast een zeer grote doos Pharmaton gaan kopen, honderd capsules voor veertig euro. Daarmee moet het werk lukken. Het andere werk, het echte.

09-01-06

INKT EN ALCOHOL: BENEVELDE SCHRIJVERS


guy debord2


Een bijzonder fascinerend boek over Guy Debord – door Andy Merrifield - zet mij nog maar eens aan het nadenken over het verband tussen alcohol en schrijven. In veel gevallen lijkt het wel of het bij de edele schrijfkunst om een transsubstantiatie gaat, niet van wijn in bloed, maar van wijn en andere alcoholhoudende dranken in inkt. Ik denk nu aan schrijvers, doordat er in die biografie nogal wat worden genoemd, maar zeer waarschijnlijk gaat het net zo goed op voor andere kunstbeoefenaars. Het grote voorbeeld van de schrijver-alcoholicus is natuurlijk Malcolm Lowry, die minstens evenveel dronk als zijn mytische personage uit Under The Volcano, de consul Geoffrey Firmin.

Ik wil niet alweer een lijstje maken, maar kan toch niet aan de verleiding weerstaan een aantal namen te noemen. Het zijn namen die op mij een onverklaarbare aantrekkingskracht hebben. Onverklaarbaar omdat er tijdens mijn kinderenjaren nooit over schrijvers werd gesproken, tenzij misschien over Hendrik Conscience en Lode Zielens (maar dat waren geen zatlappen, neem ik aan). Ook op de middelbare school werd er weinig aandacht geschonken aan schrijvers: de fragmenten die we te lezen kregen waren ‘leerstof’, zoals de formules in algebra en analytische meetkunde en de voortplanting van de regenworm dat waren. Nu valt het mij bij het schrijven altijd zwaar om geen namen te noemen. Ik denk dat ik meer namen ken dan woorden. Als ik wat zou oefenen zou ik zinnen kunnen maken met alleen maar namen. De aantrekkingskracht van namen kan ik niet verklaren, maar de interesse voor schrijvers die de donkere kanten van het leven opzoeken (en dat gaat vaak gepaard met alcohol en drugs) is bij mij begonnen met een artikel over Edgar Allan Poe in de jeugdencyclopedie ‘Zoek het eens op’. (Ik heb nu heel sterk het gevoel dat ik dit hier al eens een keer heb verteld.) Ik was ongeveer dertien toen ik Tales Of Mystery And Imagination las (in Nederlandse vertaling). Kennelijk dronk Poe niet echt heel veel, maar kon hij geen drank verdragen. Wat later kwam Dylan Thomas in mijn leven, die ik dank zij Bob Dylan leerde kennen. Over Bob Dylan weten we weinig, maar velen beweren dat hij zijn ooit zo expressieve stem naar de verdoemenis heeft gezopen. Ooit hoorde ik Richard Burton, een notoire dronkaard, Under Milkwood voorlezen. Prachtige stem. Als ik me niet vergis was het ook zijn stem die fragmenten uit Under The Volcano ten gehore bracht in een documentaire over Malcolm Lowry. Dylan Thomas dronk zich dood in een New Yorkse bar. Fernando Pessoa, een van de grootste dichters uit de 20ste eeuw stierf van een stukgedronken lever. F. Scott Fitzgerald was een alcoholist. Ook hij kon volgens zijn biografen slecht tegen de drank. Hemingway kon er wel goed tegen, maar schoot zich toch maar een kogel door de kop toen hij ten gevolge van het vele zuipen in Parijs en alle andere swingende steden van de wereld begon af te takelen. Richard Brautigan volgde het voorbeeld van zijn meester. Als Alfred Jarry geen geld had voor wijn of absinthe dronk hij zijn inktpot leeg. (Hoe goedkoop was die inkt dan?) Zijn eten ving hij in de Seine. Onlangs maakte Hunter Thompson er wegens verregaande aftakeling een eind aan. Ik kan nog wel een tijdje doorgaan, maar mijn geduld is op. Ik wil dit stukje beëindigen met degene waarmee het allemaal begonnen is, de leider en bezieler van de Internationale Situationniste, de grote filosoof en filmaker en revolutionair: Guy Debord. Guy Debord schoot zich een kogel door het hart. Waarom toch?

04-01-06

SCHITTERENDE DAGEN

opsomming,reizen,bezoeken,vrienden,theater,schilders,internet,berlijn,kennismaking,musea,film,lijst,andaluousie,la palma,kunst

Helmut Newton, In my hotel room in Montecatini
 

Die lijst van 23 december lijkt me nu zo levenloos, met uitzondering van het theater en de concerten. Ik zag die dag ook veel over het hoofd. American Music Club in de AB. De vele lekkere etentjes met vrienden in de Rugantino, Bij den Boer, Vismet, Vini Divini en andere restaurants. Toneelgroep Amsterdam met ‘Het Verraad’. Inge en Sofie bij ons thuis op een stille avond in februari. ‘Trous’ in het Théâtre National. René Pollesch in Théâtre Marni. Twee feestjes in de Patapouf in Gent. De kennismaking met David en Els. Het feestje bij Theo en Anne-Marie. De gesprekken met mijn huisdokter. Een wandeling in de Kempen. Een etentje met Didi in Antwerpen. Caipirinhas drinken terwijl de treinen voorbijdenderen. De drakenbomen op La Palma en het eten van vis op datzelfde eiland. Lange wandelingen tussen de bloemen en het groen, met voor ons de oceaan en achter ons de bergen. De wijnkelder in Los Llanos op La Palma. Een avond in augustus samen met mijn zoon in Brussel; het café P&P, het café Fontainas. Het café Het Oerwoud in Antwerpen.De Oranienburgerstrasse in Berlijn. In dezelfde stad een overweldigende Goya-tentoonstelling. Werken van Caspar David Friedrich. Een mooie tentoonstelling over leven en werk van Helmut Newton, een fotograaf waar ik nochtans niet echt van houd. De wijk Prenzlauer Berg en jonge fietsende meisjes en jongens, kennelijk zonder bepaald doel voor ogen. Het Joods Museum. De avonden bij Pat en Dédé. Wandelingen in het Zoniënwoud. Ontmoetingen in Andalusië: Antonio en Javier. Een autovrije zondag in Brussel. Een avond uit met mijn schoonbroer, met heerlijke vis in de Vismet. Oesters met Champagne. Bob Dylan in Vorst. Een gesprek met Carla Torgerson. Vanuit de bus een blik op het huis in de Visélaan, waar ik woonde als student. Once Upon A Time In America van Sergio Leone. Een week samen met vrienden in Barcelona. De wijk El Raval. Caravaggio en Fortuny in het Museu Nacional d'Art de Catalunya. De lijsten van Ignasi Aballí in het Macba. De voorloper Robert Whitman. Oudejaarsnachtelijke euforie in Mamacafé. De kennismaking met ‘onbekende’ zielsverwanten op het internet: John, Agata, Gary, Evy, Pam, Roweun, en vele anderen. De aantrekkingskracht en de troost van vreemden. Al de mooie en lelijke dagen met mijn levensgezellin. De woorden van anderen. Het verlangen van anderen. Het onvervulde, het onuitgeprokene. Het onvolmaakte. Het vormloze. Het onzuivere. Het mededogen. De verontwaardiging.

19-12-05

WHEN THE MUSIC'S OVER...


SteveWynn


‘Boys don’t cry’ zongen de jongens vroeger, en dat is nog altijd het geval in wat wij de wereld noemen. Een wereld beheerst door George W. Bush, Arnold Schwarzenegger en andere gore helden. Kerels die zelf niet huilen, maar veeleer anderen willen doen huilen; het lijkt er zelfs op dat dergelijke sterke mannen de wereld willen vernietigen, met alle softies, dierenliefhebbers, asielzoekers, arabieren, kortom met alle mogelijke categorieën van ellendigheid die zij zich kunnen voorstellen erbij.
Ik heb gisteren urenlang gehuild, bijna de hele dag. Er waren vele redenen voor. Een reden was de toestand van de wereld, zoals hierboven al duidelijk werd. Een andere reden was dat ik mijn computer miste, dat dierbaar wezen (waar ik maandenlang mijn emoties in had geïnvesteerd). De dag voordien was mijn vriend B het wezentje komen halen om het naar Antwerpen te brengen, waar B’s vriend het zal proberen te herstellen. Het heeft een nieuwe ziel nodig, en misschien een nieuw hart. Zijn (of haar) geheugen is nog goed. Hoe lang dat zal duren weet alleen god, maar daar geloof ik niet in. Agata gelooft wel in god, maar ik niet. Ik geloof dat alleen Polen nog in God geloven, ik ben echter geen echte Pool. Ik doe maar alsof.

Bij het betreden van mijn kamer, zondagochtend, werd het mij droef te moede, om eens een oude uitdrukking te gebruiken. Ik dacht, ik zal wat lieflijke muziek opleggen, bij wijze van troost. Ik had onlangs speciaal een compilatie gemaakt van melancholische liederen, met dat doel – van troost in troosteloze dagen - voor ogen. Het derde lied was There’s Too Much On My Mind, van The Kinks, hier beneden, voorafgaand aan 'Het Nieuwe Leven' (een tekst die kennelijk te lang is, beweert een zekere Marlon, die overigens in 'Het Nieuwe Leven' zelf opduikt), aangehaald. Toen ik Ray Davies ‘there’s too much on my mind and there’s nothing i can say about it, there’s too much on my mind and there’s nothing i can do about it ’ hoorde zingen, werd het mij teveel. De tranen rolden over mijn wangen. En ik schaamde me niet. George W. en Schwarzenegger hadden mij gerust voor een keer mogen begluren.
Er zijn nog andere redenen, en ze zijn van zeer ernstige aard. Sommige kan ik onmogelijk onthullen, omdat ik het vertrouwen van mensen die me dierbaar zijn niet wil schenden. Vandaar ook die identificatie met het lied van Ray Davies: ik kan er niet over spreken. Eigenlijk denk ik dat ik er wel iets over zou kunnen zeggen, maar daarvoor heb ik tijd nodig, en die heb ik niet, aangezien ik thuis niet kan werken. Dit schrijf ik snel tijdens een vrij moment op het werk.


Mijn schoonbroer woonde in een klein dorp, op Mykonos, al een tiental jaren. Het is een goede kerel. Hij zou geen vlieg kwaad doen, zoals de mensen zeggen. Zowat een maand geleden heeft iemand hem in dat lieflijke dorp de kop ingeslagen. Schedelbreuk, twee weken coma. Mijn schoonbroer was met niets in orde. Ook niet met het ziekenhonds. Met de helikopter van Mykonos naar een beter ziekenhuis in Athene werd hij gevoerd. Maar was het een goed ziekenhuis? We betwijfelen het. Vervolgens werd hij met een speciaal vliegtuig van Athene naar Sint-Pieters hier in Brussel overgebracht. Dat gaat veel geld kosten aan de familie. Maar veel erger is zijn toestand. Kan er nog iets, of is het een stand die toe is? Zal hij ooit nog kunnen praten, lachen, lopen? We maken ons daar veel zorgen over. We zijn van streek. A, die zo al zelden echt gelukkig is – waarom weet niemand, waarom zijn sommige mensen toch zo ongelukkig? – is van streek. Het ongeluk heeft haar familie eens te meer getroffen. Een Griekse tragedie.

Gisteravond tegen wil en dank naar Steve Wynn & the Miracle 3. We hadden vrijdagavond al kaartjes voor Julius C. van Dood Paard in de la laten liggen. Ik dacht echter dat die muziek ons zou opbeuren, een mooiere wereld voor ons zou openen. Dat was ook mogelijk geweest, omdat Steve Wynn daartoe in staat is, met zijn aanstekelijke songs, met zijn opgewekte, dynamische melodieën, met zijn jong-dylaneske stem en vloeiende gitaarlijnen. Met zijn positieve punk attitude. Is dat laatste een tegenspraak? Voor mij althans niet. Zoals te verwachten was heeft de muziek ons niet opgebeurd. A’s gevoelens hebben het begeven, haar zenuwen hebben het begeven, haar gezond verstand heeft het begeven. Haar vermogen om plezier te maken is omgeslagen in afschuw en haat. The horror! In grote droefheid, misnoegdheid en verontwaardiging zijn we huiswaarts gekeerd. Vreemden voor elkaar, niet in staat elkaar te troosten, elkaar het onzegbare te zeggen. Niet in staat om lief te hebben. Nooit in mijn leven heb ik zo verlangd naar een machine als gisteravond na dat concert. Maar wat had ik met die machine kunnen doen? Ik was verblind door het leven, sprakeloos, verlamd. Zou ik ooit nog kunnen spreken? En was dat van enig belang.

03-12-05

ODE AAN DE GROTE BEER


poe


Ik heb een kater en ben verliefd op een schim, of op meerdere schimmen.
Een kater heb ik van wijn en vooral van Westmalle Tripels. Die wijn dronk ik met vrienden uit Gent in het restaurant Bij den Boer. Het bier in café Kafka. Ja, ik was het bijna vergeten, als aperitief een caipirinha in de Archiduc. Daar stond Arno aan de toog. Ik denk dat hij daar vaak staat. Ligt hij dan niet meestal in bed met een van zijn madammen? Hij zag er oud, moe en eenzaam uit. Ik heb een kater en voel me oud, moe en eenzaam.Toch ben ik uitzonderlijk eens een keer om halfeen gaan slapen en is het geen drie of vier uur geworden. Dat kan niet als je om halfeen gaat slapen. Het was een mooie avond, we hebben zelfs gelachen. Maar ook over dementie en de dood gepraat en over de verdwijning van onze vriend JFK Canard.

De buurt rond Sint-Katelijne ziet er schitterend uit. Dit is geen metafoor, alles schittert er echt. Het speet ons al een beetje dat we in een restaurant hadden gereserveerd, je kon op de kerstmarkt allerlei lekkere dingen eten, van Spaanse churros tot Finse versgerookte zalm. Als ik mijn camera had bijgehad dan had ik foto’s kunnen maken en die op flickr zetten en dan had ik me niet moeten vermoeien met deze dingen hier te noteren. Schrijven als je een kater hebt is als zingen met een stoflong. Hoewel ik geen stoflong heb, denk ik, en ook niet kan zingen. Toch zing ik soms, maar dit geheel terzijde. Zulke vergelijkingen zijn loze beweringen. We weten helemaal niets. Nu moet je niet denken dat Bij den Boer geen goed restaurant is, want dat is het wel. Ik kan alleen niet goed tegen wijn en trappist, zowat de lekkerste dingen die ik ken. Is dit een opstel, dat ik hier zit te schrijven?

Gisterochtend was ik doodmoe en had ik ook al een beetje een kater. Ik was donderdagavond na een voorstelling van Baraque Frituur in de KVS pas om vier gaan slapen. Baraque Frituur was bijzonder grappig. We hebben wat afgelachen. Het stuk van Ivan Vrambout gaat over de clichés die Vlamingen over Walen gebruiken (en vaak als waarheid aannemen) en vice versa. Het onderwerp ‘stoflong’ werd er in aangesneden. Boterhammen smeren voor de kinderen. Werken tot je erbij neervalt. Lui met je gat in de zon liggen op een terril. Maar het leukste waren de citaten uit Mieke Maaike’s Obscene Jeugd, van onze Vlaamse viezentist. Als je een meisje met een Frans accent allerlei schunnigheden uit dat boekje hoort debiteren, lijkt het wel alsof ze zaad in de mond heeft in plaats van speeksel. De vier acteurs waren uitstekend, twee Vlaamse en twee Waalse. Er werden geen oplossingen aangereikt voor Brussel-Halle-Vilvoorde. Wel werd natuurlijk het Vlaams Blok nog eens goed belachelijk gemaakt, de mannen met de vlaggen. Ze weten niet eens dat die leeuw uit Arabië komt. Niet dat ik me om die reden wil gaan opblazen in Irak of zo. Ik luister liever naar muziek of lees een boek van Stendhal. Zelfs ben ik nog liever verliefd op een schim. Ik ben al vaak verliefd geweest in mijn leven, dat duurt een paar maanden en dan ebt het weer weg. Gedaan met de slapeloze nachten en het schrijven van lullige poëzie. Maar ik ben nog nooit verliefd geweest op een schim. Na de voorstelling van Baraque Frituur bood de KVS een kleine receptie aan. In plaats van hapjes waren er frieten. Een goed idee. En wijn, wat minder toepasselijk was. Maar we hebben er toch van gedronken. In de bus naar huis heb ik stomverbaasd zitten lezen in The Murders In the Rue Morgue. Edgar Allen Poe was echt wel een genie. Wat zit ik hier een opstelletje te schrijven als ik eigenlijk een verhaal van Poe of Borges zou moeten lezen! En verliefd te wezen op een schim. Ik was bijzonder euforisch tijdens die busrit. Thuis moest ik mijn computer opgestart krijgen, want ik wou nog iets schrijven over Baraque Frituur. Dat opstarten heeft meer dan een uur geduurd. Van mijn euforie was niet veel meer overgebleven. Gelukkig had ik in een nachtwinkel nog een trappist kunnen kopen. Die was net leeg toen de computer in gang schoot. ‘Welkom’ zei hij. Maar wat had ik nog te vertellen? Ik was alles vergeten. Gelukkig hoorde ik toen opeens een stem. De stem van een schim. Die praatte er maar lustig op los, en ik luisterde, en al luisterend werd ik verliefd op de stem van die schim. Op het timbre, op het accent… Ze leek een beetje op die van Meryl Streep in Sophie’s Choice. Een heel avontuur. Ik wist niet waar ik het had. Van slapen kon bijna geen sprake zijn. Toch ben ik gisteren al om negen uur weer opgestaan. Ik voelde me helemaal niet opgetogen. Ik had denk ik wat de blues wordt genoemd. Hoe kon ik die stem ooit terugvinden. Hoe kon ik van die schim, waar ik inmiddels verliefd op was geworden, iemand van vlees en bloed maken, iemand met een zachte huid? Een perzikenhuid. Met borsten als druiventrossen. (hier begint de lullige poëzie al, en het plagiaat). Ik kon het niet. Je mag trouwens niet verliefd worden als je gehuwd bent. Dat is verboden. Neen, dat mag niet. Dan zet je alles op het spel. En spelen mag eigenlijk ook al niet, ook al wordt dat veel gedaan in de verhalen van Edgar Allen Poe, om het nog niet over Poesjkin te hebben. Maar je weet hoe beiden aan hun eind zijn gekomen. Geniale verhalen schrijven over verliefde kaartspelers is gevaarlijk en kan je je leven kosten. Dat zou op boekomslagen kunnen staan, zoals de opschriften op sigarettenpakjes.

Nu moet ik dit opstel beëindigen, net op het ogenblik dat het wat begon te worden. Maar ik moet mijn radioprogramma nog wat voorbereiden en dan moet ik naar Antwerpen vertrekken. Het is de eerste zaterdag van de maand, dan maak ik Zero de Conduite op Radio Centraal, samen met mijn vriend Patje, die ik meestal niet noem. Ik heb de vrienden met wie we zijn gaan eten, de liefste mensen van de wereld, ook niet genoemd. Patje heet ook niet werkelijk Patje. Maar iedereen noemt hem wel zo. Het was onlangs zijn verjaardag. Proficiat Patje! Ik heb een boek voor hem gekocht. Dat mag ik wel schrijven, want hij heeft geen computer, hij kan dit niet lezen. Of hij zou al naar een internetcafé moeten gaan, wat weinig waarschijnlijk is. Ik zal meteen eens bellen, om te horen waar hij zoal uithangt. Maar die schim, die laat me meer niet los. Is het de muze die weer opgedoken is, of is het een gevaarlijke sirene en moet ik was in mijn oren stoppen? Ik weet het niet. Ik zal wel zien. Maar ik wil wel weer graag opnieuw leren slapen. Slapen lijkt me een leuke bezigheid. Ik denk dat de levenshouding van Warren Zevon (I’ll sleep when I’m dead) niet zo goed was. Lang leve de slaap! De vergetelheid. De zijnsvergetelheid. De zinsverbijstering. Op de trein naar Antwerpen zal ik dan misschien nog een ode aan de Grote Beer schrijven of andere onzin.

30-11-05

SCHIJN BEDRIEGT: IL CATALOGO E QUESTO


HEIMAT


Natuurlijk vergeet ik dan heel wat hartendieven over wie ik evenmin een boekje opendoe. (Dit is overigens geen roddelrubriek, al kan het daar soms wel eens op lijken). Marc en Annick uit Antwerpen. Annick is een styliste en heeft een mooie klerenwinkel. Marc is dj-vrijwilliger op onze feestjes, en zoveel meer. Dank zij deze vienden hebben wij Essaouira en de Villa Maroc leren kennen. Theo en Anne-Marie ken ik nog niet zo lang, maar er is nog veel toekomst voor onze vriendschap. We gaan graag samen naar concerten. David en Els, want 'nieuwe' vrienden mag ik ook niet vergeten. Natuurlijk vertel ik niets over Leo, een denker. We hebben, lang geleden, in dezelfde straat gewoond en samen naar Im Lauf der Zeit gekeken op televisie. We hebben (samen met Flor, bijna over het hoofd gezien) tequila leren drinken in het Hard Rock Café aan het Fernand Cockplein. Dat bestaat niet meer. Misschien nog een geluk dat het niet meer bestaat. Er bestaan nogl voldoende Hard Rock Cafés en ze zijn allemaal hetzelfde. Niet beter dan een McDonald. Over de kunstenares Maria D zeg ik al helemaal niets. Geen woord. Het mag niet. Guido uit Lot. Talloze concerten gedeeld met Guido (Van Desmond Dekker tot Gillian Welch). Joost, de koning van de straathoekwerkers. Menchu, de prinses van Cadiz. Nico, de ecologista en Kiko, de arabist en verhalenverteller, beiden uit Cadiz. Katrin L. met wie we Londen, Parijs en Madrid verkenden en die we misschien nooit meer terugzien. Katrin, dat mag niet gebeuren! En waar zijn Ilse en Ton? Waarom niets over hen? Van Ilse staat er wel een foto op flickr, met een grote pompoen. Johny en Corine, Afrika-reizigers, situationisten, gewetenschoppers. Ria, kunstenares, van de Antwerpse en Romeinse nachten. Guillaume, een beroemd kunstenaar, een man met een warm hart. Koen P, Annick F, Sonja D, Sonja S (waar zit jij eigenlijk en je Jan?). Max, met wie ik altijd afspraken maak die nooit ergens toe leiden. De kameraden van Bureau des Ports. Harry en Herman en Gigi. Sabine en Tinneke. Martine, die al jaren door haar persoonlijk hel gaat. Tonko (dichter, professor) en Arlette. Ik word er moe van. Zoveel stiltes, zoveel ademnood, zoveel onuitgesproken gedachten, zoveel goeds, zoveel dagen, zoveel nachten. Zoveel leven in één leven. En dit is niet het einde. Het einde is niet in zicht.

29-11-05

SCHIJN BEDRIEGT: OVER VRIENDEN EN FIGURANTEN


Het valt me op dat er mensen en dingen zijn waar ik niet of weinig of uitzonderlijk over schrijf. Noem ik de naam van mijn levensgezellin, de vrouw die veel van mijn zorgen met me deelt (en vice versa natuurlijk, hopelijk is er enig evenwicht)? Schrijf ik iets over mijn goede vriend Patje, met wie ik een radioprogramma maak? Over Paul, schilder en filosoof? Over Eddy en Rita, fijne en intelligente mensen. Rita en Jules, vrienden die onlangs nog op visite waren. (Rita herinnerde mij aan de periode dat Johan Reygaerts in de boekwinkel werkte)? Over mijn zoon Jesse, die zo intelligent en creatief is, en die me bijzonder dierbaar is? Over mijn ex, van wie ik al een eeuwigheid gescheiden ben, maar aan wie ik mooie herinneringen heb, zeker aan onze eerste jaren? Over Bart en Brecht, die collega’s, maar ook vrienden zijn. Over Inge V, met wie ik graag op reis en op restaurant ga, en met wie ik graag over boeken praat. Over Inge F, met wie ik graag op restaurant ga en over het leven praat en die me altijd moed inspreekt? Over Didi, een hele lieve en bijzondere vrouw, sterk en moedig, die me zeer genegen is, maar die ik veel te weinig zie. Over haar dochter Deborah, die in zowat alle delen van de wereld heeft gestudeerd, een heel mooi en bijzonder intelligent meisje? Haar vader Yves, met wie ik destijds wijn dronk en over T.Rex, Eddie Cochran en klassieke muziek praatte? Over JFK Canard, een ex-taxichauffeur en kunstenaar die ik al eeuwen ken? Over Jan en Isabelle uit Gent, jonge vrienden met veel gevoel voor humor en vol levenslust. Over Inge VD, al jarenlang mijn psychoanalytica, maar nu niet meer (vrees ik)? Over mijn broer François, die in armoede leeft, maar niet echt ongelukkig lijkt (hij heeft wel eigen huis)? Over Gerrit, mijn vriend, dichter en psychiater. Over Bruno, die in een Atheens ziekenhuis ligt. Over Marc T, dichter en taalproever, een man met wie ik enige jaren samenwerkte aan het tijdschrift Brutaal (de titel heeft men van ons gepikt, voor een of ander taalproject)? Over Georges, schooldirecteur, toeverlaat van kunstenaars en dichters en bezieler van Brutaal? Over Gerda, uit Brugge, een collega en een goede vriendin. Over Marc, met wie ik een boekje schreef in één exemplaar en ruzie maakte over één van zijn films, maar die toch mijn vriend blijft tot het einde van mijn dagen? Over Gottfried Van Salzburg, die tekeningen voor mijn dichtbundel maakte? Over Louis en Liesje? Over degenen die ik nu even vergeet. Waarom schrijf ik zelden over hen? Uit narcisme? Dat denk ik niet. Ik moet er over nadenken, maar ik denk dat ik het antwoord ken. Wil ik deze mensen niet vooral beschermen, wil ik niet verhinderen dat zij door de wereld aan stukken worden gereten, ook al is deze cyberwereld de vriendelijkheid zelve?

Ik probeer discreet te blijven en niet teveel ‘vertrouwelijkheden’ van degenen die mij dierbaar zijn aan (vaak) onbekenden prijs te geven. Ik vertel hier mijn verhaal, waar zij allen ongetwijfeld een rol in spelen, maar een rol die ik bewust of onbewust tot figurantenrol herleid. Zij verdienen beter. Het zij zo. Op dit ogenblik kan ik niet anders.

28-11-05

DRIE HERFSTDAGEN (een lijst)


1. Vrijdag. Bijwonen van een congres over Stedelijke paradoxen als uitdaging voor beleid en middenveld, in het Elzenveld in Antwerpen.
2. Mijn deelnemersmap verloren. Verstrooidheid vanwege treinvertraging en dergelijke.
3. Afsluiting van het congres met kippenvelgedichten van Ramsey Nasr (van wie ik nog nooit gedichten had gelezen).
4. Receptie met middelmatige schuimwijn. Ik beslis niet meer dan 1, maximaal 2 glazen te drinken.
5. Ik drink veel meer glazen middelmatige schuimwijn en praat met een aantal andere receptiegangers, maar wegens schuchterheid niet met Ramsey Nasr.
6. Samen met tal andere aanwezigen zak ik af naar café Gounod, waar ik bier drink.
7. Natte voeten op weg naar het centraal station.
8. Treinvertraging vanwege de ‘sneeuwstorm’.
9. Ik bagger door Brussel, op weg naar huis, met natte voeten.
10. Ik neem een warm voetbad.
11. Zaterdag. Om halfnegen op. Boodschappen met de caddy, voor de vrienden uit Antwerpen die worden verwacht. Dat gaat heel moeilijk met de dikke en soms modderige sneeuw. De caddy zit vol met eten en vooral wijn. Een zware vracht.
12. Na thuiskomst en uitladen snoei ik de planten op het terras. Vooral geraniums, maar ook cactussen. Sommige planten zijn omgevallen door de felle wind.
13. Ik zit op mijn kamer, breng mijn papieren op orde, lees en schrijf commentaren bij flickr. Verzorg mijn e-mail. Luister naar muziek via itunes (ik noem dit merk, omdat het later nog een rol zal spelen in deze lijst).
14. Ik kijk af en toe naar de sneeuw.
15. Ik maak zwartwit foto’s van de sneeuw (dit kan ook al eerder zijn gebeurd).
16. Ik doe iets wat ik als een geheim beschouw.
17. Helpen in de keuken. Mosselen schoonmaken, look, ui, selder, etcetera.
18. De vrienden verwelkomen, een glaasje wijn aanbieden, hapjes, muziek, fijne conversatie.
19. Ik bereid de mosselen (voorgerecht). Recept verkrijgbaar.
20. Eten, drinken, fijn gesprek met onze oude en allerliefste vrienden.
21. Door het gesprek herinner ik me hoe ik Johan Reygaerts – die onlangs is overleden en waarover ik hier een kort stukje heb geschreven – heb ontmoet. Kennelijk lijd ik aan geheugenverlies. Johan en ik hebben in dezelfde boekenwinkel gewerkt. Echter niet lang.
22. Afscheid (moeilijk).
23. Ik speel een stukje op mijn gitaar.
24. We doen de afwas.
25. We bekijken Million Dollar Baby van Clint Eastwood. Sentimenteel en moraliserend, zoals we van Clint Eastwood gewoon zijn. Maar wel mooi gefilmd.
26. Ik val in slaap bij de film.
27. Omstreeks twee uur ben ik klaar wakker.
28. Ik ga naar mijn kamer en schrijf iets op hoochiekoochie (onder invloed van wijn).
29. Flickr-commentaren. Hoochiekoochiecommentaren.
30. Zondag. Uitslapen. Klasseren van de cd’s. De planten op het terras verder verzorgen of binnennemen en naar boven dragen, waar ze zullen overwinteren.
31. Ik snijd in mijn vinger met een snoeimes. Bloed, isobetadine.
32. Ik klasseer cd’s.
33. Ik ga naar mijn kamer om wat niets te doen. Ik zet itunes op, om wat muziek te beluisteren. Er is een nieuwe versie, zeggen ze. Downloaden? Ja, zeg ik. Downloaden begint. Ik moet ook quicktime for windows downloaden, zeggen ze. Ja zeg ik. Het downloaden voor van quicktime for windows mislukt. Itunes werkt niet meer. Ik download opnieuw. Zelfde probleem. Ik verander de instellingen van windows. Download. Zelfde probleem. Ik word wanhopig. Kan niet leven zonder muziek, ben verslaafd aan itunes. Ik heb het programma ook nodig om mijn radioprogramma voor te bereiden. Ik blijf proberen en het blijft mislukken. Ik vervloek computers, software, hardware en technologie in het algemeen.
34. Ik zet de sneeuwfoto’s op flickr. Ze hebben geen enkele artistieke pretentie.
35. Ik heb een lange een grappige conversatie. Maar in mijn hart voel ik verdriet. Geen muziek. Bestaat mijn wereld wel zonder muziek?
36. Je kunt toch ook cd’s spelen? Ik ben lui, en gewoon aan itunes. Het gebruiksgemak. De combinatiemogelijkheden.
37. Ik verneem interessante dingen over de filmacademie van Lodz, over Denemarken, over het leven van een cowgirl, het beluisteren van Johnny Cash en Willie Nelson, Martina McBride en het drinken van pure tequila. Ik zie hartjes, manen en sterren, rode lippen, rozen. Ik lees gekkigheden.
38. Ik zet de computer uit, met pijn in het hart en vraag me af, hoe ga ik al deze problemen oplossen?
39. Ik doe een middagdutje.
40. We eten, drinken een beetje wijn en kijken naar The Godfather 1. Niet helemaal.
41. Ik drink water.
42. Het gebruikelijke ritueel voor het slapengaan.
43. Een nieuwe plakker op mijn gewonde vinger.
44. Ik lees nog wat in bed. Een gedicht van Borges.
45. Het licht uit.
46. Dromen en nachtmerries.
47. Maandag: Met dwaas hoofd de voorbereiding voor de dagtaak.
48. Het onbewuste verzwijgt (…)
46. (Volgens iemand in de Standaard vertellen we twee komma vijf leugens per dag. Wie niet liegt is ongezond, zegt de onderzoeker.)

23-11-05

VERWARRING, GEHEUGENVERLIES, DWANGMATIG GEDRAG


mulholland1


Breekt voor mij een tijd van verwarring aan? Ik kan, zoals de mensen zeggen, mijn draai niet vinden. Het werk kan me niet boeien. Ik wacht op het einde van de dag, de vrije tijd. Maar de vrije tijd bestaat niet, want we zijn niet vrij, we zijn bepaald door ons karakter, door onze persoonlijkheid, door ons ‘onbewuste’. Vaak doen we dingen die we niet echt willen doen, beïnvloed door reclame, ‘hypes’, de omgeving, allerhande meningen van vrienden en kennissen en onbekenden. Iedereen heeft voorkeuren en goede raad, of keurt dingen af. Ik sluip winkels binnen en probeer na betaling van schrikwekkend hoge bedragen onopvallend met mijn karrenvrachten koopwaar thuis te geraken, zwetend en in stilte vloekend vanwege de overvolle metro’s en bussen. Had ik niet al lang geleden een grote auto moeten kopen, die ik zonder enige moeite vol had kunnen laden en waarmee ik heel Europa had kunnen ontdekken en veroveren? Waarom heb ik me altijd zo halsstarrig tegen de automobiel verzet en ben ik zo trots op mijn voetgangerschap? Elke keer als ik ergens lees dat iemand bekend of beroemd geen auto heeft, weerklinkt er binnen in mij een gejuich. Waarom? Ik heb die aversie nooit grondig geanalyseerd. Als kind heb ik me eens opgesloten in de auto van mijn ouders, toen ze mij terugbrachten naar het internaat, omdat ik niet terugwilde naar die gevangenis, omdat ik geen afscheid wilde nemen van mijn vader en vooral niet van mijn moeder (die me had leren lezen). Zolang ik in die auto opgesloten zat konden zij er niet in en was ik veilig: zij zouden zonder de auto niet vertrekken. Maar wel zonder mij. Was de auto dan belangrijker?

Mijn schoonbroer Bruno heeft net als ik geen auto. Hij ligt nu in coma in een ziekenhuis in Athene. Hij woonde al jaren op het Griekse eiland Mykonos, waar hij zijn hart aan het zoeken was. Een schilder, zonder veel succes overigens. Om aan de kost te komen schilderde hij fresco’s in restaurants en dergelijke. Vorige week heeft iemand hem heel zwaar toegetakeld. Vlak bij zijn woning, in een klein dorp op dat eiland, is hij in bewusteloze toestand teruggevonden. We weten nog niet of zijn hersens beschadigd zijn. Ik ben al meermaals overvallen hier in mijn stad, maar zo iets ergs is me gelukkig nooit overkomen. Je bent nergens veilig. Tenzij misschien als je uitsgelapen, nuchter en alert in een auto zit en rijdt en rijdt en rijdt. Zoals dat in de films van David Lynch wordt gedaan. En als er geen auto is, dan maar een grasmaaier (The Straight Story). Gisteravond, na de vermoeiende Spaanse les, heb ik de zeer enigmatische film Mulholland Drive nog eens bekeken. Ik begrijp er nog altijd niets van, maar vind dat ook niet erg. Ik heb mij gisteren vooral op de actrices geconcentreerd, te moe om het verhaal te volgen. Welke van beide vrouwen vond ik de mooiste (en de beste actrice), Laura Harring of Naomi Watts? Naomi Watts vond ik de beste actrice, Laura Harring fascineerde me door haar gelijkenis met Kim Novak in Vertigo. Maar de mooiste? Ik weet het niet, en ook dat heeft geen belang. Het raadsel van het blauwe doosje zou ik willen oplossen. Dat lijkt me wel belangrijk. In de context van Mulholland Drive, bedoel ik. In het ware leven speelt het blauwe doosje geen enkele rol. Of draait het toch allemaal rond geheugenverlies, en is het blauwe doosje daar het symbool van? Overigens vertoeven de personages in de films van David Lynch, ook al rijden ze in prachtige grote Amerikaanse wagens, in volstrekt onveilige werelden.

Geheugenverlies en verwarring, maar ook vrolijkheid vanwege een gisteren ontvangen, met de hand geschreven brief van een fotografe die ik zeer bewonder, en waarover ik het hier een paar dagen geleden al had en waarover later meer zal volgen. Een brief en een foto van een fotografe. Dat was lang geleden, dat er zo iets moois en lichts in onze brievenbus zat.

19-11-05

OVER DE ANGST VOOR HET VERGETEN

angst,once upon a time in america,vergeten,funes,samenvatten,schrijven,romanpersonages,er was eens,nietzsche


Op Andere Woorden las ik net in fragment iets over de angst voor het vergeten. Het is een angst die bij mij heel sterk aanwezig is. Wat vaak de ziel wordt genoemd is misschien wel het geheugen. Wat is een mensenleven waard zonder geheugen en zonder herinneringen? Woorden betekenen dan niets, beelden al evenmin. Misschien kun je nog naar muziek luisteren en van de melodie of van het ritme genieten. Misschien kun je de lekkere wijn nog proeven. Maar kan de wijn lekker zijn als je niet weet wat het is en er niets over kunt zeggen? Mijn moeder is oud geworden, maar de laatste jaren van haar leven heeft ze in een soort van mentale duisternis doorgebracht. Op het einde herkende ze mij niet meer. Ze herkende niemand meer, wist niets meer. Misschien zag ze nog wel het verschil tussen de dag en de nacht, maar veel meer was er niet in haar leven, denk ik.
Mijn eigen geheugen gaat er eveneens op achteruit. Ik zou alle boeken die ik ooit heb gelezen (en goed vond) moeten herlezen, ik weet nauwelijks nog wat er in staat. De verhaallijnen herinner ik me niet meer; hetzelfde geldt voor de meeste personages. Er zijn natuurlijk uitzonderingen, zoals William Wilson, Madame Bovary, Julien Sorel, Leopold Bloom, en zo nog een aantal, waaronder een zekere Funes. Wat was ook weer de voornaam van die Funes? Duizenden personages zijn voorgoed verdwenen uit mijn leven. Van films herinner ik me de dag nadien al bijna niets meer, zeker niet als ik ze op televisie heb gezien. (De buitengewone films vormen hier weer een uitzondering op, zoals L’Atalante of Lost In Translation). Vraag aan mij niet om even een werk van Nietzsche of Kierkegaard samen te vatten, of er de grote lijnen van uiteen te zetten. Ik zou je sprakeloos aankijken. In een zoutzuil veranderen. Wat de laatste tijd lijkt toe te nemen is wat ik ‘naamverlies’ zal noemen. Ik had een goed geheugen voor namen en feiten. Nu gebeurt het vaak dat ik me de naam van een film, boek, schrijver, lied, etcetera, niet meer herinner, of dat ik een bepaald woord niet kan vinden. Ik moet dan hulp zoeken,in de Winkler Prins, via google, of boeken doorbladeren tot ik er hoofdpijn van krijg.

Er zit hoe dan ook immens veel informatie in ons geheugen opgeslagen. Het zal wel een biochemische noodzaak zijn dat daar geregeld in wordt gewist. Maar dat wissen hebben we helaas niet zelf in de hand. Dat is heel jammer, want heel vaak herinneren we ons wel onnozele dingen, maar zijn we de essentiële ‘levenslessen’ vergeten. Toch vergeten we gelukkig ook onaangename dingen en kunnen we op die manier pijnlijke of tragische gebeurtenissen die zich in ons leven of in onze tijd hebben voorgedaan verwerken. Nietzsche beschreef die voordelen van het vergeten in zijn mooi essay ‘Over het nut en nadeel van de historie voor het leven’, terug te vinden in de ‘Oneigentijdse beschouwingen’ Hij gaat er overigens van uit dat dieren geen geheugen hebben, wat onjuist is. Maar dat is in deze context niet belangrijk. Ik zou graag een paar fragmenten uit dit essay citeren:

“De mens vraagt het dier wel eens: waarom vertel je me niet over je geluk en kijk je me alleen maar aan? Het dier wil ook antwoorden en zeggen: dat komt doordat ik altijd meteen vergeet wat ik wilde zeggen – maar toen vergat het ook dit antwoord en zweeg: zodat de mens zich erover verwonderde.
Hij verwonderde zich echter ook over zichzelf: dat hij niet kon leren te vergeten en aldoor aan het voorbije bleef hechten: hij mag nog zo ver, nog zo snel weglopen, de ketting loopt mee. Het is een wonder: het moment, vliegensvlug aanwezig, vliegensvlug voorbij, ervoor een niets, erna een niets, komt toch als spook terug en verstoort de rust van een later moment. Voortdurend laat er een blad los uit de rol van de tijd, valt eruit, fladdert weg – en fladdert plotseling weer terug, in de schoot van de mens. Dan zegt de mens ‘ik herinner mij’ en benijdt het dier, dat onmiddellijk vergeet en ieder ogenblik werkelijk ziet sterven, in nevels en duisternis terugzinken en voor altijd uitdoven.”

Dat spook dat de rust verstoort is belangrijk. Ibsen heeft er een schitterend toneelstuk over geschreven. Het is een essentieel thema in de literatuur en zeker ook in de film, denk bijvoorbeeld maar aan Once Upon A Time In America, waar Noodles het spook genaamd verleden (en verraad) probeert te vergeten, maar waar het toch blijft opduiken ook al is het in een opiumroes.

Nietzsche heeft het wat verder over de gelukzaligheid van het kleine kind “dat nog geen enkel verleden hoeft te verloochenen en gelukzalig-blind tussen de heiningen van verleden en toekomst aan het spelen is. En toch moet het in zijn spel gestoord worden: maar al te vroeg wordt het uit de vergetelheid naar boven geroepen. Dan leert het de wending ‘er was’ te begrijpen, het wachtwoord waarmee strijd, lijden en verveling de mens naderkomen, om hem eraan te herinneren, wat zijn existentie in de grond van de zaak is- een nooit te voltooien imperfectum. Brengt de dood ten slotte het begeerde vergeten, dan verduister hij tevens het heden en het bestaan en drukt daarmee zijn stempel op het inzicht – dat het bestaan alleen een onafgebroken geweest-zijn is, iets dat leeft dank zij het feit dat het zichzelf afwijst en verteert, zichzelf tegenspreekt.”

Ik verontschuldig me voor dit uitgebreid citeren, maar deze woorden betekenen zoveel voor mij en voor mijn kijk op het leven dat ik ze graag met de lezers die tot hier geraken deel. Alleen al dat ‘er was’, er was eens, ‘once upon a time’. ‘Once upon a time you dressed so fine…’!
(Overigens, als je deze fragmenten van Nietzsche leest zou je al bijna blij worden dat je geheugen erop achteruit gaat.)

17-11-05

A LETTER FOR AGATA


Ik zou iets willen schrijven voor Agata, een mooie fotograaf. Ze is mooi, en ze maakt mooie foto's. Soms van de wereld rondom haar, soms van zichzelf. Op een bepaalde manier cijfert ze zichzelf altijd weg, hoe mooi ze ook is. Ze doet dat niet met cijfers maar met woorden. Ik zou iets willen schrijven over A. Maar ik kan niet. De beelden overstelpen me. Op flickr heb ik een wereld ontdekt die me voortdurend versteld doet staan. Niet vanwege de technische perfectie of zo, niet vanwege de erotiek, laat staan de pornografie. Daar heb je andere sites voor. Overigens bestaat er geen pornografie en geen erotiek. Dat is onzin, door reclamejongens verzonnen. Men wil ons ook doen geloven dat rockers sterren zijn en dat kunst elitair is, dat sigaretten roken niet zo heel ongezond is en dat met een dure auto rijden je persoonlijkheid opkrikt. Geloof het maar. Iemand die met een dure auto rijdt is gewoon een nitwit met veel zwart geld. Op flickr heb ik een wereld ontdekt van mensen die verhalen vertellen. Die ze moeten vertellen. Die niet anders kunnen. Het zijn mijn broers en zussen, mijn zonen en dochters, mijn zielsverwanten. Vreemden, vertrouwden, vrienden. zoals Agata, zoals Gary, zoals Laura.

Hello A.

Like I promised you yesterday, here is my answer. I was very glad you took some of your precious time to write me. I know hours are valuable for everyone of us. We all want to do so many things and life is short (and sweet). But I’m sure writing (and sending each other letters and mails) is always important, and it makes us feel good.

In Brussels it is getting cold and rainy; certainly at night it’s quite cold. And way too dark. These dark days really give me the blues. We'll have to wait until march before it gets a bit sunny again. But why complain? When the sun is shining I'm sitting in my apartment, listening to music or reading or writing. I have no contact with nature. When you think about the old romantic writers and poets like Rousseau, Shelley, Lord Byron, etcetera, they all made long solitary walks. Hölderlin traveled on his one pair of shoes from Stuttgart to Bordeaux. I always wanted to be like that, but I'm not. Contradictions make our lives, I guess.

Walking is also a kind of dancing, on your own maybe, but dancing anyhow. Dancing, of course, is wonderful. I always liked to dance. What I used to do and sometimes still do is put my good foot on the dancefloor when soul music is being played (Aretha Franklin, Otis Redding, Sam and Dave, Irma Thomas, etcetera). I also like a slow dance now and then. There's been a period in my life when I danced really a lot (two nights a week was no exception). We went to punk and rock clubs in Antwerp and danced all night long to the punk and new wave music. I also used to dance to reggae records.

I spend my holiday at home and didn't do a lot. Days go by so fast. I didn't read even read one complete novel. I read fragments in different books: Montaigne, Nabokov, Wallace Stevens, Gerard Manley Hopkins, Martha Nussbaum (on emotions, difficult but very interesting); a book on Bob Dylan by Greil Marcus; and I almost finished The Inner Circle by TC Boyle (not really very exciting). Newspapers, magazines...

Good music for cold evenings: of course Mazzy Star and Hope Sandoval, Calexico, Iron and Wine, Neko Case, Ryan Adams, Bob Dylan (naturally), old blues records (Muddy Waters, Howlin' Wolf, Robert Johnson, Bobby 'Blue' Bland, Billie Holiday, Nina Simone), the Kinks, Astral Weeks by Van Morrison, Joni Mitchell. Greek Rembetika music. Alternative country music. Lorretta Lynn. After the Goldrush by Neil Young. Everything by Townes Van Zandt. And so many other things. I could go on and on.

agata

Foto copyright Agata Lenczewska-Madsen

11-11-05

143 SPAANSE CHIRURGEN EN ANDERE ZORGEN


nabokov

Als ik een dynamischer mens was liep ik nu rond in de zalen van het Paleis voor Schone Kunsten, de Russische avant-garde bewonderend. Maar ik ben lui en zit daarom gewoon maar wat in mijn kamer te luisteren naar M. Ward, die nu het liedje Undertaker zingt, wat goed past bij deze tijd van het jaar, al is het vandaag Wapenstilstand. Op zo’n dag zou je niet aan de dood mogen denken maar aan het leven. Maar wat doe je eraan? Je gedachten laten je niet met rust. De voorbije nacht droomde ik dat ik een erge ziekte had en meteen zou moeten worden geopereerd door 143 chirurgen. De details laat ik achterwege. Toch een grappige droom, eigenlijk. De operatiekamer zou veel te klein zijn voor al die mannen. Ik maakte me echter vooral zorgen over de prijs van het hele geval. Misschien was het van de zorgen dat ik wakker werd met hoofdpijn; en de nieuwe buur is zijn huis aan het vertimmeren. Wapenstilstand met geklop en geboor.

Ik heb mijn nieuwe boeken van Nabokov in het rek gezet, bij de N van Nestor, net kleine doodkisten (maar wel vol leven). Oude Nabokovs hebben plaats moeten maken voor nieuwe. Ook zwarte beertjes van Moravia liggen nu opgestapeld op de grond. Ik zal er binnenkort eens een foto van maken. Als ze daar dan nog liggen en als ik binnenkort nog eens wat energie heb.

Een mens heeft vele zaken te doen op een dag. Zo heb ik ook een drietal woorden Spaans geleerd en Chan Chan van de Buena Vista Social Club gedeclameerd (want ik kan dat mooie lied natuurlijk niet zingen). Ik zou graag goed Spaans kunnen zingen. Ook blijf ik ervan dromen om een goed boek te schrijven, niet zo goed als Musil, maar toch bijna. En dan wil ik eveneens foto’s kunnen maken als Bettina Rheims. Ik hoop dat die 143 chirurgen me nog een tijdje met rust laten.

10-11-05

VRIENDSCHAP IS HET ALLERHOOGSTE


gram parsons


Ik zat net wat afwezig naar Once Upon A Time In America te kijken en nu beluister ik, alweer toevallig, $1000 Wedding van Gram Parsons. Even de tekst opgezocht, de muziek kan ik hier helaas niet laten horen:

It was a $1000 wedding supposed to be held the other day and
With all the invitations sent
The young bride went away
When the groom saw people passing notes
Not unusual, he might say
But where are the flowers for my baby
I'd even like to see her mean old mama
And why ain't there a funeral, if you're gonna act that way
I hate to tell you how he acted when the news arrived
He took some friends out drinking and it's lucky they survived
Well, he told them everything there was to tell there along the way
And he felt so bad when he saw the traces of old lies still on their faces
So why don't someone here just spike his drink
Why don't you do him in some old way
Supposed to be a funeral
It's been a bad, bad day
The Reverend Dr. William Grace
Was talking to the crowd
All about the sweet child's holy face and
The saints who sung out loud
And he swore the fiercest beasts
Could all be put to sleep the same silly way
And where are the flowers for the girl
She only knew she loved the world
And why ain't there one lonely horn and one sad note to play
Supposed to be a funeral
It's been a bad, bad day
Supposed to be a funeral
It's been a bad, bad day

Voor mij was het geen slechte dag, maar door fragmenten van de film van Sergio Leone te zien (en Noodles die zijn vrienden verraadt) en door het overlijden van Johan dacht ik, we moeten iets aan die vriendschap doen. Je mag je vrienden niet in de steek laten, je vrienden niet verwaarlozen. Vriendschap is het allerhoogste, betekent meer voor het leven dan de liefde en de schoonheid. Waarom gaan wij er dan zo onzorgvuldig mee om. Het 'idee' van vriendschap wordt ook zeer op de proef gesteld door het internet en de nieuwe vriendschappen die wij hier laten ontstaan. Wat betekenen die nieuwe vriendschappen? Welke verglijdingen maken wij mee? Welke draadjes verbinden ons met elkaar? Geven wij mekaar een kus, of drukken mekaar nuchter de hand, of doen iets David Cronenbergachtigs met mekaar als wij elkaar toevallig ontmoeten in de werkelijkheid? Hoe snel verandert de wereld en de verhoudingen tussen de mensen onderling en tussen de mensen en de wereld en de dingen. Wat betekenen wij nog en wat kunnen wij nog betekenen? Er is zoveel kennis en communicatie maar wij spreken nog nauwelijks met elkaar en wij weten ook niets, omdat wij geen overzicht hebben en alles chaos is. Wat is er trouwens met Hope Sandoval gebeurd? So tonight that I might see?
Hoe het ook zij, ik houd van mijn vrienden en wil jullie niet verraden. Ik wil jullie met eerlijke ogen tegemoet treden. In het ongewisse of in het gewisse.

09-11-05

SENSUALITEIT


BETTINA


Vandaag was een dag gewijd aan sensualiteit, zonder dat het zo gepland was. Sensualiteit spontaan tot stand gekomen. Ik heb het niet over seks. Ik heb het nu in dit geval, vandaag, vooral over taal, eten, kijken en voelen.

Om met het laatste te beginnen, voelen: het is nu één uur ’s nachts, en ik heb net de afwas van eergisteren en gisteren gedaan, waarbij ik een glas heb gebroken dat we gratis hebben gekregen, met bonnetjes van een supermarkt, omdat we daar zoveel hebben gekocht, vooral drank denk ik. Het glas is niet echt stuk, maar er is een barst in. Onherstelbaar beschadigd. Mijn levensgezellin zegt, je doet het erom, zo probeer je aan de afwas te ontsnappen… Maar dat is niet zo, ik doe graag de afwas, mijn handen in het water, het lekker giftige afwasproduct, het schuim, het sponsje, de vaatdoek, dat is allemaal herlijk en vol van levenssporen. Wat ik wel doe is de afwas uitstellen, omdat ik zo lui ben, en heel graag lange tijd op dezelfde plaats blijf. Een ontbijt mag voor mij best drie uur duren, een avondmaal zes of zeven uur. Als je zeven uur gedineerd hebt, zonder de wijn in de flessen te laten verzuren, ben je niet echt meer geschikt om de afwas te doen. Dan stel ik die uit. En de volgende dag ben je moe, dus moet je dat weer uitstellen. Enzovoort.

Kijken deed ik in de Botanique, een van mijn geliefde plekken in mijn stad (behalve om er te eten of te drinken, daar moeten ze echt eens iets aan doen). Een aangenaam oogverblindende tentoonstelling van foto’s van Bettina Rheims, een van de beste kunstenaars onder mijn tijdgenoten. Of moet je ze kunstenaressen noemen? Natuurlijk kent iedereen Bettina Rheims en moet ik er niet verder over uitweiden. Sensueler kan moeilijk. Ken je haar niet? Zoek haar dan even op, of ga nog naar de expositie, dat is tot volgende zondag nog mogelijk.

Eten in Bij den Boer, gezellig, geroezemoezerig (om even de literair-sensualistische en -sensitivistische toer op te gaan, de jonge Herman Gorter achterna; wat schreven die kerels heerlijk mooi-geneuglijk, rijke spijzen van de taal opdienend), lekker (oesters, tong en staartvis met kreeft, goedkope en smakelijke huiswijn) en rokerig. Dat laatste is wel sensueel maar stoort me uitermate. De spijzen en vooral de smaak ervan worden door de stank van de sigarettenrook, die ook nog eens dodelijk is, voor een groot deel verknoeid. Gelukkig kunnen rokende dames – en heren - niet tegelijk eten en roken, zodat er toch af en toe een rookpauze wordt ingelast als er even in een vis wordt gehapt. Verademing. Op dit ogenblik zit ik hier naar adem te happen als een vis op het droge; ik ben niet langer toegerust voor het leven in de grote stad en het mij onderdompelen in de rokerige etablissementen. Het is daar natuurlijk ook nogal duur.

Kijken en ruiken deed ik eveneens in een lingeriewinkel, waar mijn levensgezellin voor enige euro’s allerlei mooie spulletjes voor op het lijf kocht, wellicht geïnspireerd door de foto’s van de hierboven genoemde kunstenares. Ik heb het over een oude lingeriewinkel, die wat muffig ruikt, op de Anspachlaan, waarnaast wapens worden verhandeld. Terwijl mijn lief een groene corsage of zo stond te passen, van het merk Vénus de Paris, dat meen ik me nog te herinneren, kwam er een nog jong meisje de winkel binnen en vroeg naar jarretelles. Toen die maar één euro bleken te kosten, dozen vol waren er, keek ze me met ongeloof aan, alsof ik enigszins tot haar blijdschap had bijgedragen en ze mij daarvoor dank verschuldigd was. Haar blik in mijn ogen had wellicht niets sensueels, maar voor mij kreeg hij wel die betekenis. Ik kom bijna nooit in lingeriewinkels en weet niet hoe ik me daar moet gedragen. Mijn geliefde was zeer tevreden met de lingerie die ze had gekozen (en zeker met de prijs), en ik was tevreden met de wereld zoals hij is (even vergeten over Irak en zo).

De sensualiteit van de taal. Dat gaat over de Spaanse taal, die ik nu leer, schoorvoetend en met schaamte omdat het zo traag gaat. Ik ken al wel wat scheldwoorden en kan een gerecht bestellen. Al de rest moet ik nog leren. Mijn stamboom, bijvoorbeeld. Hoe zeg je oom, tante, nicht, achternicht, neef, schoonmoeder? Moeilijk, want ik heb geen familie. Om mijn familie te bezoeken moet ik het land rondreizen, van het ene kerkhof naar het andere. Maar Spaans is een mooie taal, warm en vol van het bloed dat de Spanjaarden hier in onze streken hebben vergoten. Ze doet me ook denken aan La reine Margot, hoewel in die film met Isabelle Adjani geen woord Castilliaans wordt gesproken. Buonas noches from a lonely room.

Foto: Bettina Rheims.

07-11-05

DIRTY ASS ROCK AND ROLL


irréversible



I'm beginning to see the light. Terug in Brussel. Ik wil graag in twee talen schrijven, om ook mijn Engelstalige vrienden ter dienste te zijn. Maar mijn Engelse woordenschat is zo beperkt. Bovendien is mijn moedertalige woordenschat al zo beperkt door mijn dronkenschap. Dronkenschap vind ik wel een mooi woord. Ik was trouwens ook dronken bij het concert van Betty Lavette, dronken van euforie, soul, vriendschap, ik weet niet wat nog allemaal. Maar ook hier ontbreken de woorden om deze exacte wetenschap van de muziekbeschrijving te beoefenen. Ik moet overigens voortdurend alert zijn om te zien of deze machine, deze computer het niet begeeft. Hij geeft bijna om de vijf minuten of zo boodschappen dat er een of ander misgaat. En er gaat veel mis, dat kun je wel raden.
Ook mijn idee van geschenkjes geven. Vorige week heb ik mijn levensgezellin overladen met kaartjes voor concerten en theater. Nu heeft ze een week vakantie, die heel goed begonnen is, met een etentje gisteravond bij onze vrienden in Antwerpen, en een wandeling vandaag in het Zoniënwoud, maar deze avond wilde ik haar verrassen met een film, Irréversible van Gaspard Noé. Was me dat een vergissing. Het is inderdaad een verschrikkelijke film, John Cale zou het Dirty Ass Rock & Roll noemen. Maar het is wel een heel goede film, schitterende beelden, liefde en verschrikking, de wereld waar we in leven. Elk ogenblik kun je? Kan het gebeuren? Kan het? De definitieve verscheuring? Het akelige gereutel? Het onomkeerbare. Natuurlijk moet je nooit een club binnenstappen die Het Rectum heet. Tenzij dat je heel erg nieuwsgierig bent. En wie is dat niet, met al die magere bullshit op televisie? Dirty Ass Rock & Roll, daar zitten we toch nog allemaal wat op te wachten. Eigenlijk moeten we onze gitaren en andere instrumenten ter hand nemen en die rock & roll zelf maken. En van onze vrouwen en mannen en vrienden en vriendinnen houden, overal op de wereld.

Wat ben ik weer lekker aan het moraliseren. Ik ben dan ook stomdronken of veel te nuchter.

04-11-05

WAT IS DEZE SHIT?


Dylan

Natuurlijk lees ik al lang niet meer de rechts-liberale krant de Morgen – die zelfs de vakbond schoffeert die hem in tijden van nood met veel inzet mee van de ondergang heeft gered. Mijn levensgezellin zat vanavond echter op me te wachten in café de Monk, om van daaruit samen naar de KVS te gaan, waar we Onze Lieve Vrouw Van Vlaanderen zouden gaan zien, waarover morgen misschien enige woorden meer. Bettye Lavette moet overigens ook nog aan de beurt komen. Dat was, ik zeg het nu al meteen, een van de beste concerten die ik de voorbije maanden - of jaren - heb mogen bijwonen, beleven, ondergaan, en ik ben wat dat betreft allerminst een debutant. 

Ik had Laura opgebeld om haar te vragen of zij een dame met een poes kende - want een zodanige madam was toen ik thuis vertrok binnengekomen en meteen de trap opgelopen, een madam met een poes in een kooi. Ze had geantwoord dat ik me over die dame geen zorgen moest maken, “het zal wel een vriendin zijn van onze benedenbuur”, en zeker geen inbreekster… Ze vond dat ik beter maar eens dat artikel moest lezen van Dirk Steenhaut over Bob Dylan. Dat was wel wat erger dan potentiële inbrekers met een kat in een kooi. Als ik er nu over nadenk lijkt me mijn schrik ook helemaal absurd. Welke dief dringt een huis binnen met een kat om voor te zorgen? Maar het is een blijft en dwaze en onvoorspelbare wereld. Remember the diplomat who carried on his shoulder a siamese cat? 

Dirk Steenhaut, de naam zei me nog iets, of liever, ik voelde een soort van fantoompijn bij het horen van die lettergrepen. Was dat niet die ‘fantast’ die al tientallen jaren pagina’s vult in het hierbovengenoemde renegatenblaadje? Een ‘fantast’ zonder enige fantasie. Inderdaad. In de Monk aangekomen bestelde ik een koffie en las het stuk van de driewerf vermaledijde droogstoppel. Ik vermoed heel sterk dat de man niet in Vorst is geweest. Overigens zijn kerels die het over ‘Zijne Nasaliteit’ hebben hoe dan ook verdacht. Welke clichés verzinnen deze heren voor boter, of vis? Bob Dylans naam is Bob Dylan. Niet meer en niet minder. Van Zijne Steenhouterigheid mocht Bob Dylan geen toetsen beroeren. Dan zat hij daar niet goed zichtbaar op het podium. Hij moest van Zijne Steenhouterigheid goed zichtbaar vooraan op het podium staan, graag met een gitaar, en hij moest uit volle borst zingen, liefst van al met de stem van een 24-jarige held uit de jaren zestig, - of had hij een Pavarotti of een Bono in gedachten? - en iedereen in Vorst had hem langs alle kanten met zijn of haar blikken moeten kunnen penetreren. Wat een godverdomde onzin! Ik gebruik een uitroepteken. Een slecht teken! Zijne Steenhouterigheid heeft Bob Dylan niet gezien. Volgens de recensent zat Dylan ergens achter de drummer of de steelgitaarspeler. Nu, ik was wel wat dronken, maar ik heb Bob Dylan echt gezien. Hij stond daar aan zijn toetsenbord als een Ray Charles, soms, en als een Little Richard, zijn jeugdheld, vol oud vuur en ongebluste liefde voor de muziek die in zijn ziel huist, en in de ziel van degenen die zich onvoorwaardelijk voor hem openen. Hij had trouwens een heel mooi kostuum uitgekozen om zich aan ons te tonen.
Bob Dylan is de oudere ziel die ons eraan herinnert waar en hoe het allemaal begonnen is en dat het nog lang niet gedaan is, versleten stembanden of niet.

Wie heeft er ooit geklaagd over het gehuil van Howlin’ Wolf, het gejodel van Jimmie Rodgers, over Sonny Boy Williamson en zijn bolhoed en de act met het net niet inslikken van zijn mondharmonica, over de sentimentaliteit van Hank Williams (I’m So Lonesome I Could Cry!), over het stomdronken maar bijzonder sensueel rocken van Lucinda Williams, over de megalomanie van Elvis Costello, over het fake engagement van Elvis Presley’s In the Ghetto (een meesterwerk), over het onnozele kapsel van James Brown, over de zoeterigheid van Ray Charles (het ongeëvenaarde Born To Lose)? Of over het racisme van John Ford en het mysterieuze gezeik van Rainer Werner Fassbinder? Om het nog niet te hebben over de Trojanenfobie van Homerus en de Germanenhaat van Friedrich Nietzsche, en de oorlogszucht van John Fitzgerald Kennedy.
Zijne Steenhouterigheid schrijft dat het publiek verbazingwekkend mild was voor de ‘oude bard’. Vindt hij dan dat wij de oude zak een half uurtje hadden moesten staan uitschelden? Boe! Judas! Verrader! Enzovoort…

Met dank aan Klaas Debacker, die wel begrijpt waar het allemaal over gaat.

03-11-05

JAN DECORTE EN SIGRID VINKS


jan decorte x


Voor een keer nog eens iets goeds gelezen in het sensatieblaadje genaamd Humo: een uitstekend en tot tranen toe ontroerend interview met Jan Decorte en Sigrid Vinks, twee mensen die ik eigenlijk niet ken maar waar ik heel veel van houd. Het zijn echte mensen, ze zijn zoals ze zijn, ze doen zich niet voor. Ik spreek Jan Decorte soms wel eens aan. Ik heb vroeger (1969 en 1970) een tijdje met hem op school gezeten, zij het helaas niet in hetzelfde jaar, en vanaf toen bewonder ik hem al bijna onvooorwaardelijk. Ik spreek hem soms wel eens aan, ja, na een voorstelling of zo, en na een aantal glazen wijn of bier, maar zijn aanwezigheid maakt me ongeveer sprakeloos. Het zijn dan ook nooit meer dan vijf of zes banale woorden die ik tegen hem zeg. Ik zie hem graag, het is een heel bijzonder mens, maar hij maakt me bang. Hoe komt dat? Ik weet het niet. In dat interview formuleert hij wel een antwoord op die vraag. "Maar mensen zijn dus bang van mij. Omdat ik buitenmaats ben. Dat heb ik nu wel gesnapt. Ik ben hogelijk abnormaal. Thuis krijgen wij geen telefoon. Nooit. Op de gsm ook niet. Niks." Misschien heeft mijn bang zijn voor Jan Decorte ook wel met herkenning te maken. Bang voor een soort van spiegelbeeld. Want ben ik ook niet abnormaal? In het interview las ik ook de volgende naar de keel grijpende uitspraak:"Ik wil door iedereen gekoesterd worden, maar tegelijkertijd ben ik het beu dat de liefde zo'n beslag op me legt. Ik leef constant in tegenspraak met mezelf. Ik heb geen enkel principe." Jan Decorte verwijst in dat verband naar Sick Of Love van Bob Dylan.

Dank aan interviewster Stefanie de Jonge voor de intelligente vragen en aan Jan Decorte en Sigrid Vinks natuurlijk voor alles wat ze ons al hebben gegeven.

15-10-05

PESSOA EN ONZE VELE ZELVEN


pessoa


Fernando Pessoa schrijft in Het boek der rusteloosheid dat ieder van ons meerdere anderen is, een uitgebreide reeks zichzelven. “Daarom is degene die de omgeving minacht, niet dezelfde als die zich erover verblijdt of eronder lijdt. In de uitgestrekte kolonie van ons zijn bevinden zich lieden van velerlei soort, die verschillend voelen en verschillend denken.”

Dat is helemaal waar. Vroeger, als me weer eens werd aangewreven dat ik mezelf tegensprak - “gisteren zei je dat het wit was en vandaag beweer je dat het zwart is” -dan verdedigde ik mij met de stelling dat elke mens twee kanten heeft en verwees daarbij onwillekeurig naar de psychoanalyse met het bewuste en het onbewuste (wat sommigen het onderbewuste noemen), of naar de dialectiek met de these en de antithese, of naar het Oosterse denken, met yin en yang, of naar de linguïstiek en de taalfilosofie met de tekst en de subtekst, en zo kon ik nog wel wat voorbeelden aanreiken. Maar het ging daarbij telkens om twee facetten van een mens.

Ik denk nu dat wat Pessoa beweert veel juister is. Wij bestaan uit veel meer dan twee zelven. De ene dag vind ik Brussel een aangename stad om in te leven, de andere dag, meestal als bij donker weer, erger ik mij aan de stank, het lawaai en de lelijkste gebouwen van de wereld. Het ene moment heb ik het enigszins verheven over Fernando Pessoa, het andere moment sta ik te dansen op de muziek van The Walkabouts of Los Lobos. Ik ben een jongeman van 25 en dan kijk ik in de spiegel en zie ik een ander zelf en denk ik: bijna even oud als Neil Young, als Bob Dylan. Beide mannen zijn op het nippertje aan de dood ontsnapt. Hoe lang heb ik nog te leven? Wat staat er mij nog te wachten? Ik moet dringend eens naar de nieuwe cd van Neil Young (Prairie Wind, beeldige titel) luisteren om te horen wat hij daar over denkt. Wat staat er mijn generatie te wachten? De boomers… Maar als jongeman van 25 heb ik nog een grootse toekomst voor mij. Er zijn nog zoveel mogelijkheden.

Een van mijn zelven ging gisteren naar het Kaaitheater waar Chunking van Grace Ellen Barkey, choreografe van Needcompany, werd opgevoerd. De voorstelling had één voordeel: ze duurde niet lang, zodat we al snel naar het café konden, om te hoesten en Duvels te drinken. Wat een vervelend gedoe! Wat denken deze mensen? Dat ze kunstenaars zijn of wat? Ik ben natuurlijk geen theaterrecensent die met behulp van een aantal hoogdravende woorden allerlei kwaliteiten verzint omdat hij anders de volgende keer misschien niet meer wordt uitgenodigd om champagne te komen drinken. In mijn ogen ging deze voorstelling nergens over, ging ze nergens naartoe, betekende ze niets en, erger nog, was ze onsamenhangend, langdradig en lelijk van uitvoering. Alleen het decor was echt heel mooi. Daar heb ik dan ook veel zitten naar kijken. In het derde deel werd ‘gedanst’ op Kill yr Idols van Sonic Youth. Sonic Youth was ooit cool, begin jaren negentig. In het zwart geklede kunstenaars dweepten met deze band uit New York. Basspeelster Kim Gordon vonden ze het einde. Niet alleen omdat ze een knappe blondine was, maar vooral omdat ze een kunstenaar was. Ze stelde tentoon in echte galerijen! Maar luister toch eens naar Sonic Youth. Die jongens en meisjes kunnen niet spelen en niet zingen. Ik ken maar een song van hen die de moeite loont en dat is Tunic, over Karen Carpenter. Maar dat lied is vooral mooi door het onderwerp en niet echt door de uitvoering.

Ik had nochtans veel verwacht van Chunking, omdat ik enorm veel houd van het werk van de Needcompany. Isabella’s Room, No Comment en the Snakesong Trilogy waren echt wel goede stukken. “Het onderbewuste is als een slapende vulkaan en Chunking is jouw ‘wake-up call’!” schrijft Elke Janssens in het programmablaadje. Hoe komt het dan dat ik voor een keer zo goed heb geslapen? En dat mijn vulkaan zich nog altijd in comateuze toestand bevindt?

In een interview met Grace Ellen Barkey las ik dat ze het Brussels openbaar vervoer vreselijk vind. De reizigers worden als vuilniszakken behandeld, zegt ze. Dat is honderd procent waar. Had ze daar maar een stuk over gemaakt. Over die vuilniszakken die in bussen worden gestopt, in trams, in metro’s, in treinen; die worden afgeblaft; die niet weten waar ze naartoe worden gevoerd; die in duistere stegen worden gedumpt omdat de bestuurder vindt dat het zo welletjes is geweest en terugkeert naar af. Of die een half uurtje in een donkere bus moeten zitten wachten tot de bestuurder zijn sigaret heeft opgerookt. En dan maar hopen dat de man tijdens de rit geen hartaanval krijgt.

De Duvel daarentegen was bijzonder lekker. België is een fantastisch land, als je een glas bier voor je hebt staan. Maar een van je zelven komt toch weer roet in het eten gooien als je wat pindanootjes zit te eten: jongen, die zijn slecht voor je cholesterol, en al dat zout! Als je niet oppast krijg je nog een hartaanval. En een ander zelf krijgt een hoestaanval, zodat het naar de toiletten moet snellen, om daar in alle intimiteit een bevrijdend salvo af te vuren. En nog een ander zelf hoort Slow Train Coming van Bob Dylan in zijn hoofd opklinken.

07-10-05

ZIEK ALS EEN HOND UIT DE HEL


Ik heb heel wat te vertellen, maar het zal voor een andere keer zijn. Een virale infectie heeft me heel snel te pakken gekregen. Keelpijn, niezen, hoesten, en zeer moe. Zo ziek als een hond, maar is een hond wel zo ziek?
Gelukkig kan ik luisteren naar cd's van George Jones, Emmylou Harris en Willie Nelson die John P., een 'cyberspace' vriend uit Massachussetts, me heeft toegestuurd. De prachtige Bradley Barn Sessions heb ik al beluisterd, waarop onder meer een duet van George Jones met Keith Richards, Say It's Not You.
Maar nu moet ik terug in bed.

28-09-05

NOOIT MEER NAAR HUIS


saint Just
Saint-Just

Wat vertel ik je? Waarover? Over een wandeling in de mooie streek rond Alden-Biezen, waar we langs fruitbomen, canadabomen en het huis van de burgemeester liepen? Waar we de lieflijke Demer aanschouwden, en in de vochtrijke weiden de koeien zagen grazen en ons door zachtmoedige paarden lieten begroeten? Hoe we over een holle weg naar het kasteel snelden omdat er schuimende wijn op ons te wachten stond? Hoe we terugdachten aan het rockfestival dat Jazz Bilzen heette, meer dan dertig jaar geleden, een van de eerste rockfestivals (met een jazz-luik) op het Europese continent en de optredens van Champion Jack Dupree, the Small Faces, the Pretty Things, the Soft Machine, Kevin Ayers, Ornette Coleman, Procol Harum, Chris Farlowe, Fabien Collin (“de Antwerpse Bob Dylan”) en the Bonzo Dog Band?

fabien collin, limburg,no direction home,bilzen,bob dylan,landschapsbureau,jazz bilzen,vrijheid,heimat,martin scorsese,film,pop,popcultuur,edgar reitz,muze,verhuizing

Fabien Collin

Nee, geen goed idee, om daarover te vertellen. De muze is nog niet bereid om me echt naar mijn jeugd in Limburg te laten terugkeren. Zal de muze mij dat ooit toestaan? Grote voorbeelden als Edgar Reitz (Heimat) en Marcel Proust maken het haar zeer moeilijk. De muze wil zeker niet dat ik een belachelijk figuur sla. De muze wil niet dat ik wie dan ook sla, zelfs geen belachelijk figuur.

Vandaag ben ik samen met mijn collega’s in een nieuw kantoorgebouw ingetrokken. Overal rondom ons kartonnen dozen van Hoger-Lager, die dringend uitgepakt moesten worden. We moesten ons kennelijk gedragen alsof alles beter was en niets meer beter kan, nu we met zijn allen samen zaten in een landschap - op eilanden in dat nieuw landschap - en niet meer zoals vroeger alleen met onze eigen intimiteit; nu voor altijd begluurd door de Grote Meester, die ons nooit slaat, maar ook niet zalft, die er is en nagaat of wij er ook zijn. Wij weten niet wie onze Grote Meester is en stilaan zullen we vergeten wie wij zelf zijn. Als er een god was, zou ik uitroepen: god sta me bij, maar er is geen god. Vanmiddag, terugkerend van een korte lunch, zagen mijn vriend B. en ik aan de achterzijde van ons nieuwe kantoorgebouw een dode duif liggen. Dat is het symbool voor onze nieuwe werkomgeving, zei B. Hoe kan als dat waar is dan iedereen zo vol vuur zijn Hoger-Lager dozen uitpakken en doen alsof er niets aan de hand is. Alsof vrijheid niets betekent, alsof de Franse Revoluties (de eerste, de tweede en de derde) nooit plaats hebben gevonden, alsof er geen dada, geen surrealisme, geen Summer of Love, geen 1968 en 1969 zijn geweest… Wat met ons gebeurt is maar een detail in de geschiedenis, om de hatelijke woorden van de hatelijke Le Pen in een juistere context te plaatsen, maar het is een detail dat veelzeggend is. De restauratie van de macht is volop bezig. De rechtse, pseudo-liberale, christelijke en vooral kapitalistische staat wordt opnieuw heel stevig opgebouwd. De machtigen vieren feest in hun buitenverblijven in Toscane en Chili, de onderdanen kijken naar 24, Big Brother en Temptation Island.

Ik zag gisteren en eergisteren No Direction Home van Martin Scorsese over de jonge Bob Dylan, een grandioze documentaire over hoe een genie zichzelf uitvond, over hoe hij met zijn stem en zijn woorden de wereld van de verbeelding losknoopte – met immense gevolgen die nog steeds nazinderen – en de vrijheid opeiste, voor alle onderdrukten, voor alle outsiders, voor iedereen, en vooral voor zichzelf. En Martin Scorsese en Bob Dylan weten net zoals wij heel goed dat je allen maar vrij kunt zijn als iedereen vrij is. Free At Last, Free At Last, zong Martin Luther King. Ja, ik noem het zingen wat hij deed. Maar zijn wij ooit vrij? Zullen wij ooit vrij zijn? Ik durf het meer dan ooit betwijfelen. Wat ik niet betwijfel is de waarde, de schoonheid van deze televisiefilm van Martin Scorsese, samen met Heimat het beste wat ik ooit op dat verdomde scherm zag.

Overigens denk ik ook dat Hunter Thompson het perfecte moment gekozen heeft om zich een kogel door de kop te schieten. In deze ellendige nieuwe wereld loont het de moeite niet om als een uitgeputte, door de muze verlaten, zwakke en zieke mens het leven nog lang te rekken.

Denk je misschien dat ik depressief ben? Ik denk het zelf niet. Ziek en zwak en uitgeput en door de muze verlaten ben ik wel, maar depressief, no way!

Hierboven zie je een portret van de Franse revolutionair Saint-Just. en van de Antwerpse folksinger Fabien Collin.