23-11-05

VERWARRING, GEHEUGENVERLIES, DWANGMATIG GEDRAG


mulholland1


Breekt voor mij een tijd van verwarring aan? Ik kan, zoals de mensen zeggen, mijn draai niet vinden. Het werk kan me niet boeien. Ik wacht op het einde van de dag, de vrije tijd. Maar de vrije tijd bestaat niet, want we zijn niet vrij, we zijn bepaald door ons karakter, door onze persoonlijkheid, door ons ‘onbewuste’. Vaak doen we dingen die we niet echt willen doen, beïnvloed door reclame, ‘hypes’, de omgeving, allerhande meningen van vrienden en kennissen en onbekenden. Iedereen heeft voorkeuren en goede raad, of keurt dingen af. Ik sluip winkels binnen en probeer na betaling van schrikwekkend hoge bedragen onopvallend met mijn karrenvrachten koopwaar thuis te geraken, zwetend en in stilte vloekend vanwege de overvolle metro’s en bussen. Had ik niet al lang geleden een grote auto moeten kopen, die ik zonder enige moeite vol had kunnen laden en waarmee ik heel Europa had kunnen ontdekken en veroveren? Waarom heb ik me altijd zo halsstarrig tegen de automobiel verzet en ben ik zo trots op mijn voetgangerschap? Elke keer als ik ergens lees dat iemand bekend of beroemd geen auto heeft, weerklinkt er binnen in mij een gejuich. Waarom? Ik heb die aversie nooit grondig geanalyseerd. Als kind heb ik me eens opgesloten in de auto van mijn ouders, toen ze mij terugbrachten naar het internaat, omdat ik niet terugwilde naar die gevangenis, omdat ik geen afscheid wilde nemen van mijn vader en vooral niet van mijn moeder (die me had leren lezen). Zolang ik in die auto opgesloten zat konden zij er niet in en was ik veilig: zij zouden zonder de auto niet vertrekken. Maar wel zonder mij. Was de auto dan belangrijker?

Mijn schoonbroer Bruno heeft net als ik geen auto. Hij ligt nu in coma in een ziekenhuis in Athene. Hij woonde al jaren op het Griekse eiland Mykonos, waar hij zijn hart aan het zoeken was. Een schilder, zonder veel succes overigens. Om aan de kost te komen schilderde hij fresco’s in restaurants en dergelijke. Vorige week heeft iemand hem heel zwaar toegetakeld. Vlak bij zijn woning, in een klein dorp op dat eiland, is hij in bewusteloze toestand teruggevonden. We weten nog niet of zijn hersens beschadigd zijn. Ik ben al meermaals overvallen hier in mijn stad, maar zo iets ergs is me gelukkig nooit overkomen. Je bent nergens veilig. Tenzij misschien als je uitsgelapen, nuchter en alert in een auto zit en rijdt en rijdt en rijdt. Zoals dat in de films van David Lynch wordt gedaan. En als er geen auto is, dan maar een grasmaaier (The Straight Story). Gisteravond, na de vermoeiende Spaanse les, heb ik de zeer enigmatische film Mulholland Drive nog eens bekeken. Ik begrijp er nog altijd niets van, maar vind dat ook niet erg. Ik heb mij gisteren vooral op de actrices geconcentreerd, te moe om het verhaal te volgen. Welke van beide vrouwen vond ik de mooiste (en de beste actrice), Laura Harring of Naomi Watts? Naomi Watts vond ik de beste actrice, Laura Harring fascineerde me door haar gelijkenis met Kim Novak in Vertigo. Maar de mooiste? Ik weet het niet, en ook dat heeft geen belang. Het raadsel van het blauwe doosje zou ik willen oplossen. Dat lijkt me wel belangrijk. In de context van Mulholland Drive, bedoel ik. In het ware leven speelt het blauwe doosje geen enkele rol. Of draait het toch allemaal rond geheugenverlies, en is het blauwe doosje daar het symbool van? Overigens vertoeven de personages in de films van David Lynch, ook al rijden ze in prachtige grote Amerikaanse wagens, in volstrekt onveilige werelden.

Geheugenverlies en verwarring, maar ook vrolijkheid vanwege een gisteren ontvangen, met de hand geschreven brief van een fotografe die ik zeer bewonder, en waarover ik het hier een paar dagen geleden al had en waarover later meer zal volgen. Een brief en een foto van een fotografe. Dat was lang geleden, dat er zo iets moois en lichts in onze brievenbus zat.

19-11-05

OVER DE ANGST VOOR HET VERGETEN

angst,once upon a time in america,vergeten,funes,samenvatten,schrijven,romanpersonages,er was eens,nietzsche


Op Andere Woorden las ik net in fragment iets over de angst voor het vergeten. Het is een angst die bij mij heel sterk aanwezig is. Wat vaak de ziel wordt genoemd is misschien wel het geheugen. Wat is een mensenleven waard zonder geheugen en zonder herinneringen? Woorden betekenen dan niets, beelden al evenmin. Misschien kun je nog naar muziek luisteren en van de melodie of van het ritme genieten. Misschien kun je de lekkere wijn nog proeven. Maar kan de wijn lekker zijn als je niet weet wat het is en er niets over kunt zeggen? Mijn moeder is oud geworden, maar de laatste jaren van haar leven heeft ze in een soort van mentale duisternis doorgebracht. Op het einde herkende ze mij niet meer. Ze herkende niemand meer, wist niets meer. Misschien zag ze nog wel het verschil tussen de dag en de nacht, maar veel meer was er niet in haar leven, denk ik.
Mijn eigen geheugen gaat er eveneens op achteruit. Ik zou alle boeken die ik ooit heb gelezen (en goed vond) moeten herlezen, ik weet nauwelijks nog wat er in staat. De verhaallijnen herinner ik me niet meer; hetzelfde geldt voor de meeste personages. Er zijn natuurlijk uitzonderingen, zoals William Wilson, Madame Bovary, Julien Sorel, Leopold Bloom, en zo nog een aantal, waaronder een zekere Funes. Wat was ook weer de voornaam van die Funes? Duizenden personages zijn voorgoed verdwenen uit mijn leven. Van films herinner ik me de dag nadien al bijna niets meer, zeker niet als ik ze op televisie heb gezien. (De buitengewone films vormen hier weer een uitzondering op, zoals L’Atalante of Lost In Translation). Vraag aan mij niet om even een werk van Nietzsche of Kierkegaard samen te vatten, of er de grote lijnen van uiteen te zetten. Ik zou je sprakeloos aankijken. In een zoutzuil veranderen. Wat de laatste tijd lijkt toe te nemen is wat ik ‘naamverlies’ zal noemen. Ik had een goed geheugen voor namen en feiten. Nu gebeurt het vaak dat ik me de naam van een film, boek, schrijver, lied, etcetera, niet meer herinner, of dat ik een bepaald woord niet kan vinden. Ik moet dan hulp zoeken,in de Winkler Prins, via google, of boeken doorbladeren tot ik er hoofdpijn van krijg.

Er zit hoe dan ook immens veel informatie in ons geheugen opgeslagen. Het zal wel een biochemische noodzaak zijn dat daar geregeld in wordt gewist. Maar dat wissen hebben we helaas niet zelf in de hand. Dat is heel jammer, want heel vaak herinneren we ons wel onnozele dingen, maar zijn we de essentiële ‘levenslessen’ vergeten. Toch vergeten we gelukkig ook onaangename dingen en kunnen we op die manier pijnlijke of tragische gebeurtenissen die zich in ons leven of in onze tijd hebben voorgedaan verwerken. Nietzsche beschreef die voordelen van het vergeten in zijn mooi essay ‘Over het nut en nadeel van de historie voor het leven’, terug te vinden in de ‘Oneigentijdse beschouwingen’ Hij gaat er overigens van uit dat dieren geen geheugen hebben, wat onjuist is. Maar dat is in deze context niet belangrijk. Ik zou graag een paar fragmenten uit dit essay citeren:

“De mens vraagt het dier wel eens: waarom vertel je me niet over je geluk en kijk je me alleen maar aan? Het dier wil ook antwoorden en zeggen: dat komt doordat ik altijd meteen vergeet wat ik wilde zeggen – maar toen vergat het ook dit antwoord en zweeg: zodat de mens zich erover verwonderde.
Hij verwonderde zich echter ook over zichzelf: dat hij niet kon leren te vergeten en aldoor aan het voorbije bleef hechten: hij mag nog zo ver, nog zo snel weglopen, de ketting loopt mee. Het is een wonder: het moment, vliegensvlug aanwezig, vliegensvlug voorbij, ervoor een niets, erna een niets, komt toch als spook terug en verstoort de rust van een later moment. Voortdurend laat er een blad los uit de rol van de tijd, valt eruit, fladdert weg – en fladdert plotseling weer terug, in de schoot van de mens. Dan zegt de mens ‘ik herinner mij’ en benijdt het dier, dat onmiddellijk vergeet en ieder ogenblik werkelijk ziet sterven, in nevels en duisternis terugzinken en voor altijd uitdoven.”

Dat spook dat de rust verstoort is belangrijk. Ibsen heeft er een schitterend toneelstuk over geschreven. Het is een essentieel thema in de literatuur en zeker ook in de film, denk bijvoorbeeld maar aan Once Upon A Time In America, waar Noodles het spook genaamd verleden (en verraad) probeert te vergeten, maar waar het toch blijft opduiken ook al is het in een opiumroes.

Nietzsche heeft het wat verder over de gelukzaligheid van het kleine kind “dat nog geen enkel verleden hoeft te verloochenen en gelukzalig-blind tussen de heiningen van verleden en toekomst aan het spelen is. En toch moet het in zijn spel gestoord worden: maar al te vroeg wordt het uit de vergetelheid naar boven geroepen. Dan leert het de wending ‘er was’ te begrijpen, het wachtwoord waarmee strijd, lijden en verveling de mens naderkomen, om hem eraan te herinneren, wat zijn existentie in de grond van de zaak is- een nooit te voltooien imperfectum. Brengt de dood ten slotte het begeerde vergeten, dan verduister hij tevens het heden en het bestaan en drukt daarmee zijn stempel op het inzicht – dat het bestaan alleen een onafgebroken geweest-zijn is, iets dat leeft dank zij het feit dat het zichzelf afwijst en verteert, zichzelf tegenspreekt.”

Ik verontschuldig me voor dit uitgebreid citeren, maar deze woorden betekenen zoveel voor mij en voor mijn kijk op het leven dat ik ze graag met de lezers die tot hier geraken deel. Alleen al dat ‘er was’, er was eens, ‘once upon a time’. ‘Once upon a time you dressed so fine…’!
(Overigens, als je deze fragmenten van Nietzsche leest zou je al bijna blij worden dat je geheugen erop achteruit gaat.)

17-11-05

A LETTER FOR AGATA


Ik zou iets willen schrijven voor Agata, een mooie fotograaf. Ze is mooi, en ze maakt mooie foto's. Soms van de wereld rondom haar, soms van zichzelf. Op een bepaalde manier cijfert ze zichzelf altijd weg, hoe mooi ze ook is. Ze doet dat niet met cijfers maar met woorden. Ik zou iets willen schrijven over A. Maar ik kan niet. De beelden overstelpen me. Op flickr heb ik een wereld ontdekt die me voortdurend versteld doet staan. Niet vanwege de technische perfectie of zo, niet vanwege de erotiek, laat staan de pornografie. Daar heb je andere sites voor. Overigens bestaat er geen pornografie en geen erotiek. Dat is onzin, door reclamejongens verzonnen. Men wil ons ook doen geloven dat rockers sterren zijn en dat kunst elitair is, dat sigaretten roken niet zo heel ongezond is en dat met een dure auto rijden je persoonlijkheid opkrikt. Geloof het maar. Iemand die met een dure auto rijdt is gewoon een nitwit met veel zwart geld. Op flickr heb ik een wereld ontdekt van mensen die verhalen vertellen. Die ze moeten vertellen. Die niet anders kunnen. Het zijn mijn broers en zussen, mijn zonen en dochters, mijn zielsverwanten. Vreemden, vertrouwden, vrienden. zoals Agata, zoals Gary, zoals Laura.

Hello A.

Like I promised you yesterday, here is my answer. I was very glad you took some of your precious time to write me. I know hours are valuable for everyone of us. We all want to do so many things and life is short (and sweet). But I’m sure writing (and sending each other letters and mails) is always important, and it makes us feel good.

In Brussels it is getting cold and rainy; certainly at night it’s quite cold. And way too dark. These dark days really give me the blues. We'll have to wait until march before it gets a bit sunny again. But why complain? When the sun is shining I'm sitting in my apartment, listening to music or reading or writing. I have no contact with nature. When you think about the old romantic writers and poets like Rousseau, Shelley, Lord Byron, etcetera, they all made long solitary walks. Hölderlin traveled on his one pair of shoes from Stuttgart to Bordeaux. I always wanted to be like that, but I'm not. Contradictions make our lives, I guess.

Walking is also a kind of dancing, on your own maybe, but dancing anyhow. Dancing, of course, is wonderful. I always liked to dance. What I used to do and sometimes still do is put my good foot on the dancefloor when soul music is being played (Aretha Franklin, Otis Redding, Sam and Dave, Irma Thomas, etcetera). I also like a slow dance now and then. There's been a period in my life when I danced really a lot (two nights a week was no exception). We went to punk and rock clubs in Antwerp and danced all night long to the punk and new wave music. I also used to dance to reggae records.

I spend my holiday at home and didn't do a lot. Days go by so fast. I didn't read even read one complete novel. I read fragments in different books: Montaigne, Nabokov, Wallace Stevens, Gerard Manley Hopkins, Martha Nussbaum (on emotions, difficult but very interesting); a book on Bob Dylan by Greil Marcus; and I almost finished The Inner Circle by TC Boyle (not really very exciting). Newspapers, magazines...

Good music for cold evenings: of course Mazzy Star and Hope Sandoval, Calexico, Iron and Wine, Neko Case, Ryan Adams, Bob Dylan (naturally), old blues records (Muddy Waters, Howlin' Wolf, Robert Johnson, Bobby 'Blue' Bland, Billie Holiday, Nina Simone), the Kinks, Astral Weeks by Van Morrison, Joni Mitchell. Greek Rembetika music. Alternative country music. Lorretta Lynn. After the Goldrush by Neil Young. Everything by Townes Van Zandt. And so many other things. I could go on and on.

agata

Foto copyright Agata Lenczewska-Madsen

11-11-05

143 SPAANSE CHIRURGEN EN ANDERE ZORGEN


nabokov

Als ik een dynamischer mens was liep ik nu rond in de zalen van het Paleis voor Schone Kunsten, de Russische avant-garde bewonderend. Maar ik ben lui en zit daarom gewoon maar wat in mijn kamer te luisteren naar M. Ward, die nu het liedje Undertaker zingt, wat goed past bij deze tijd van het jaar, al is het vandaag Wapenstilstand. Op zo’n dag zou je niet aan de dood mogen denken maar aan het leven. Maar wat doe je eraan? Je gedachten laten je niet met rust. De voorbije nacht droomde ik dat ik een erge ziekte had en meteen zou moeten worden geopereerd door 143 chirurgen. De details laat ik achterwege. Toch een grappige droom, eigenlijk. De operatiekamer zou veel te klein zijn voor al die mannen. Ik maakte me echter vooral zorgen over de prijs van het hele geval. Misschien was het van de zorgen dat ik wakker werd met hoofdpijn; en de nieuwe buur is zijn huis aan het vertimmeren. Wapenstilstand met geklop en geboor.

Ik heb mijn nieuwe boeken van Nabokov in het rek gezet, bij de N van Nestor, net kleine doodkisten (maar wel vol leven). Oude Nabokovs hebben plaats moeten maken voor nieuwe. Ook zwarte beertjes van Moravia liggen nu opgestapeld op de grond. Ik zal er binnenkort eens een foto van maken. Als ze daar dan nog liggen en als ik binnenkort nog eens wat energie heb.

Een mens heeft vele zaken te doen op een dag. Zo heb ik ook een drietal woorden Spaans geleerd en Chan Chan van de Buena Vista Social Club gedeclameerd (want ik kan dat mooie lied natuurlijk niet zingen). Ik zou graag goed Spaans kunnen zingen. Ook blijf ik ervan dromen om een goed boek te schrijven, niet zo goed als Musil, maar toch bijna. En dan wil ik eveneens foto’s kunnen maken als Bettina Rheims. Ik hoop dat die 143 chirurgen me nog een tijdje met rust laten.

10-11-05

VRIENDSCHAP IS HET ALLERHOOGSTE


gram parsons


Ik zat net wat afwezig naar Once Upon A Time In America te kijken en nu beluister ik, alweer toevallig, $1000 Wedding van Gram Parsons. Even de tekst opgezocht, de muziek kan ik hier helaas niet laten horen:

It was a $1000 wedding supposed to be held the other day and
With all the invitations sent
The young bride went away
When the groom saw people passing notes
Not unusual, he might say
But where are the flowers for my baby
I'd even like to see her mean old mama
And why ain't there a funeral, if you're gonna act that way
I hate to tell you how he acted when the news arrived
He took some friends out drinking and it's lucky they survived
Well, he told them everything there was to tell there along the way
And he felt so bad when he saw the traces of old lies still on their faces
So why don't someone here just spike his drink
Why don't you do him in some old way
Supposed to be a funeral
It's been a bad, bad day
The Reverend Dr. William Grace
Was talking to the crowd
All about the sweet child's holy face and
The saints who sung out loud
And he swore the fiercest beasts
Could all be put to sleep the same silly way
And where are the flowers for the girl
She only knew she loved the world
And why ain't there one lonely horn and one sad note to play
Supposed to be a funeral
It's been a bad, bad day
Supposed to be a funeral
It's been a bad, bad day

Voor mij was het geen slechte dag, maar door fragmenten van de film van Sergio Leone te zien (en Noodles die zijn vrienden verraadt) en door het overlijden van Johan dacht ik, we moeten iets aan die vriendschap doen. Je mag je vrienden niet in de steek laten, je vrienden niet verwaarlozen. Vriendschap is het allerhoogste, betekent meer voor het leven dan de liefde en de schoonheid. Waarom gaan wij er dan zo onzorgvuldig mee om. Het 'idee' van vriendschap wordt ook zeer op de proef gesteld door het internet en de nieuwe vriendschappen die wij hier laten ontstaan. Wat betekenen die nieuwe vriendschappen? Welke verglijdingen maken wij mee? Welke draadjes verbinden ons met elkaar? Geven wij mekaar een kus, of drukken mekaar nuchter de hand, of doen iets David Cronenbergachtigs met mekaar als wij elkaar toevallig ontmoeten in de werkelijkheid? Hoe snel verandert de wereld en de verhoudingen tussen de mensen onderling en tussen de mensen en de wereld en de dingen. Wat betekenen wij nog en wat kunnen wij nog betekenen? Er is zoveel kennis en communicatie maar wij spreken nog nauwelijks met elkaar en wij weten ook niets, omdat wij geen overzicht hebben en alles chaos is. Wat is er trouwens met Hope Sandoval gebeurd? So tonight that I might see?
Hoe het ook zij, ik houd van mijn vrienden en wil jullie niet verraden. Ik wil jullie met eerlijke ogen tegemoet treden. In het ongewisse of in het gewisse.

09-11-05

SENSUALITEIT


BETTINA


Vandaag was een dag gewijd aan sensualiteit, zonder dat het zo gepland was. Sensualiteit spontaan tot stand gekomen. Ik heb het niet over seks. Ik heb het nu in dit geval, vandaag, vooral over taal, eten, kijken en voelen.

Om met het laatste te beginnen, voelen: het is nu één uur ’s nachts, en ik heb net de afwas van eergisteren en gisteren gedaan, waarbij ik een glas heb gebroken dat we gratis hebben gekregen, met bonnetjes van een supermarkt, omdat we daar zoveel hebben gekocht, vooral drank denk ik. Het glas is niet echt stuk, maar er is een barst in. Onherstelbaar beschadigd. Mijn levensgezellin zegt, je doet het erom, zo probeer je aan de afwas te ontsnappen… Maar dat is niet zo, ik doe graag de afwas, mijn handen in het water, het lekker giftige afwasproduct, het schuim, het sponsje, de vaatdoek, dat is allemaal herlijk en vol van levenssporen. Wat ik wel doe is de afwas uitstellen, omdat ik zo lui ben, en heel graag lange tijd op dezelfde plaats blijf. Een ontbijt mag voor mij best drie uur duren, een avondmaal zes of zeven uur. Als je zeven uur gedineerd hebt, zonder de wijn in de flessen te laten verzuren, ben je niet echt meer geschikt om de afwas te doen. Dan stel ik die uit. En de volgende dag ben je moe, dus moet je dat weer uitstellen. Enzovoort.

Kijken deed ik in de Botanique, een van mijn geliefde plekken in mijn stad (behalve om er te eten of te drinken, daar moeten ze echt eens iets aan doen). Een aangenaam oogverblindende tentoonstelling van foto’s van Bettina Rheims, een van de beste kunstenaars onder mijn tijdgenoten. Of moet je ze kunstenaressen noemen? Natuurlijk kent iedereen Bettina Rheims en moet ik er niet verder over uitweiden. Sensueler kan moeilijk. Ken je haar niet? Zoek haar dan even op, of ga nog naar de expositie, dat is tot volgende zondag nog mogelijk.

Eten in Bij den Boer, gezellig, geroezemoezerig (om even de literair-sensualistische en -sensitivistische toer op te gaan, de jonge Herman Gorter achterna; wat schreven die kerels heerlijk mooi-geneuglijk, rijke spijzen van de taal opdienend), lekker (oesters, tong en staartvis met kreeft, goedkope en smakelijke huiswijn) en rokerig. Dat laatste is wel sensueel maar stoort me uitermate. De spijzen en vooral de smaak ervan worden door de stank van de sigarettenrook, die ook nog eens dodelijk is, voor een groot deel verknoeid. Gelukkig kunnen rokende dames – en heren - niet tegelijk eten en roken, zodat er toch af en toe een rookpauze wordt ingelast als er even in een vis wordt gehapt. Verademing. Op dit ogenblik zit ik hier naar adem te happen als een vis op het droge; ik ben niet langer toegerust voor het leven in de grote stad en het mij onderdompelen in de rokerige etablissementen. Het is daar natuurlijk ook nogal duur.

Kijken en ruiken deed ik eveneens in een lingeriewinkel, waar mijn levensgezellin voor enige euro’s allerlei mooie spulletjes voor op het lijf kocht, wellicht geïnspireerd door de foto’s van de hierboven genoemde kunstenares. Ik heb het over een oude lingeriewinkel, die wat muffig ruikt, op de Anspachlaan, waarnaast wapens worden verhandeld. Terwijl mijn lief een groene corsage of zo stond te passen, van het merk Vénus de Paris, dat meen ik me nog te herinneren, kwam er een nog jong meisje de winkel binnen en vroeg naar jarretelles. Toen die maar één euro bleken te kosten, dozen vol waren er, keek ze me met ongeloof aan, alsof ik enigszins tot haar blijdschap had bijgedragen en ze mij daarvoor dank verschuldigd was. Haar blik in mijn ogen had wellicht niets sensueels, maar voor mij kreeg hij wel die betekenis. Ik kom bijna nooit in lingeriewinkels en weet niet hoe ik me daar moet gedragen. Mijn geliefde was zeer tevreden met de lingerie die ze had gekozen (en zeker met de prijs), en ik was tevreden met de wereld zoals hij is (even vergeten over Irak en zo).

De sensualiteit van de taal. Dat gaat over de Spaanse taal, die ik nu leer, schoorvoetend en met schaamte omdat het zo traag gaat. Ik ken al wel wat scheldwoorden en kan een gerecht bestellen. Al de rest moet ik nog leren. Mijn stamboom, bijvoorbeeld. Hoe zeg je oom, tante, nicht, achternicht, neef, schoonmoeder? Moeilijk, want ik heb geen familie. Om mijn familie te bezoeken moet ik het land rondreizen, van het ene kerkhof naar het andere. Maar Spaans is een mooie taal, warm en vol van het bloed dat de Spanjaarden hier in onze streken hebben vergoten. Ze doet me ook denken aan La reine Margot, hoewel in die film met Isabelle Adjani geen woord Castilliaans wordt gesproken. Buonas noches from a lonely room.

Foto: Bettina Rheims.

07-11-05

DIRTY ASS ROCK AND ROLL


irréversible



I'm beginning to see the light. Terug in Brussel. Ik wil graag in twee talen schrijven, om ook mijn Engelstalige vrienden ter dienste te zijn. Maar mijn Engelse woordenschat is zo beperkt. Bovendien is mijn moedertalige woordenschat al zo beperkt door mijn dronkenschap. Dronkenschap vind ik wel een mooi woord. Ik was trouwens ook dronken bij het concert van Betty Lavette, dronken van euforie, soul, vriendschap, ik weet niet wat nog allemaal. Maar ook hier ontbreken de woorden om deze exacte wetenschap van de muziekbeschrijving te beoefenen. Ik moet overigens voortdurend alert zijn om te zien of deze machine, deze computer het niet begeeft. Hij geeft bijna om de vijf minuten of zo boodschappen dat er een of ander misgaat. En er gaat veel mis, dat kun je wel raden.
Ook mijn idee van geschenkjes geven. Vorige week heb ik mijn levensgezellin overladen met kaartjes voor concerten en theater. Nu heeft ze een week vakantie, die heel goed begonnen is, met een etentje gisteravond bij onze vrienden in Antwerpen, en een wandeling vandaag in het Zoniënwoud, maar deze avond wilde ik haar verrassen met een film, Irréversible van Gaspard Noé. Was me dat een vergissing. Het is inderdaad een verschrikkelijke film, John Cale zou het Dirty Ass Rock & Roll noemen. Maar het is wel een heel goede film, schitterende beelden, liefde en verschrikking, de wereld waar we in leven. Elk ogenblik kun je? Kan het gebeuren? Kan het? De definitieve verscheuring? Het akelige gereutel? Het onomkeerbare. Natuurlijk moet je nooit een club binnenstappen die Het Rectum heet. Tenzij dat je heel erg nieuwsgierig bent. En wie is dat niet, met al die magere bullshit op televisie? Dirty Ass Rock & Roll, daar zitten we toch nog allemaal wat op te wachten. Eigenlijk moeten we onze gitaren en andere instrumenten ter hand nemen en die rock & roll zelf maken. En van onze vrouwen en mannen en vrienden en vriendinnen houden, overal op de wereld.

Wat ben ik weer lekker aan het moraliseren. Ik ben dan ook stomdronken of veel te nuchter.

04-11-05

WAT IS DEZE SHIT?


Dylan

Natuurlijk lees ik al lang niet meer de rechts-liberale krant de Morgen – die zelfs de vakbond schoffeert die hem in tijden van nood met veel inzet mee van de ondergang heeft gered. Mijn levensgezellin zat vanavond echter op me te wachten in café de Monk, om van daaruit samen naar de KVS te gaan, waar we Onze Lieve Vrouw Van Vlaanderen zouden gaan zien, waarover morgen misschien enige woorden meer. Bettye Lavette moet overigens ook nog aan de beurt komen. Dat was, ik zeg het nu al meteen, een van de beste concerten die ik de voorbije maanden - of jaren - heb mogen bijwonen, beleven, ondergaan, en ik ben wat dat betreft allerminst een debutant. 

Ik had Laura opgebeld om haar te vragen of zij een dame met een poes kende - want een zodanige madam was toen ik thuis vertrok binnengekomen en meteen de trap opgelopen, een madam met een poes in een kooi. Ze had geantwoord dat ik me over die dame geen zorgen moest maken, “het zal wel een vriendin zijn van onze benedenbuur”, en zeker geen inbreekster… Ze vond dat ik beter maar eens dat artikel moest lezen van Dirk Steenhaut over Bob Dylan. Dat was wel wat erger dan potentiële inbrekers met een kat in een kooi. Als ik er nu over nadenk lijkt me mijn schrik ook helemaal absurd. Welke dief dringt een huis binnen met een kat om voor te zorgen? Maar het is een blijft en dwaze en onvoorspelbare wereld. Remember the diplomat who carried on his shoulder a siamese cat? 

Dirk Steenhaut, de naam zei me nog iets, of liever, ik voelde een soort van fantoompijn bij het horen van die lettergrepen. Was dat niet die ‘fantast’ die al tientallen jaren pagina’s vult in het hierbovengenoemde renegatenblaadje? Een ‘fantast’ zonder enige fantasie. Inderdaad. In de Monk aangekomen bestelde ik een koffie en las het stuk van de driewerf vermaledijde droogstoppel. Ik vermoed heel sterk dat de man niet in Vorst is geweest. Overigens zijn kerels die het over ‘Zijne Nasaliteit’ hebben hoe dan ook verdacht. Welke clichés verzinnen deze heren voor boter, of vis? Bob Dylans naam is Bob Dylan. Niet meer en niet minder. Van Zijne Steenhouterigheid mocht Bob Dylan geen toetsen beroeren. Dan zat hij daar niet goed zichtbaar op het podium. Hij moest van Zijne Steenhouterigheid goed zichtbaar vooraan op het podium staan, graag met een gitaar, en hij moest uit volle borst zingen, liefst van al met de stem van een 24-jarige held uit de jaren zestig, - of had hij een Pavarotti of een Bono in gedachten? - en iedereen in Vorst had hem langs alle kanten met zijn of haar blikken moeten kunnen penetreren. Wat een godverdomde onzin! Ik gebruik een uitroepteken. Een slecht teken! Zijne Steenhouterigheid heeft Bob Dylan niet gezien. Volgens de recensent zat Dylan ergens achter de drummer of de steelgitaarspeler. Nu, ik was wel wat dronken, maar ik heb Bob Dylan echt gezien. Hij stond daar aan zijn toetsenbord als een Ray Charles, soms, en als een Little Richard, zijn jeugdheld, vol oud vuur en ongebluste liefde voor de muziek die in zijn ziel huist, en in de ziel van degenen die zich onvoorwaardelijk voor hem openen. Hij had trouwens een heel mooi kostuum uitgekozen om zich aan ons te tonen.
Bob Dylan is de oudere ziel die ons eraan herinnert waar en hoe het allemaal begonnen is en dat het nog lang niet gedaan is, versleten stembanden of niet.

Wie heeft er ooit geklaagd over het gehuil van Howlin’ Wolf, het gejodel van Jimmie Rodgers, over Sonny Boy Williamson en zijn bolhoed en de act met het net niet inslikken van zijn mondharmonica, over de sentimentaliteit van Hank Williams (I’m So Lonesome I Could Cry!), over het stomdronken maar bijzonder sensueel rocken van Lucinda Williams, over de megalomanie van Elvis Costello, over het fake engagement van Elvis Presley’s In the Ghetto (een meesterwerk), over het onnozele kapsel van James Brown, over de zoeterigheid van Ray Charles (het ongeëvenaarde Born To Lose)? Of over het racisme van John Ford en het mysterieuze gezeik van Rainer Werner Fassbinder? Om het nog niet te hebben over de Trojanenfobie van Homerus en de Germanenhaat van Friedrich Nietzsche, en de oorlogszucht van John Fitzgerald Kennedy.
Zijne Steenhouterigheid schrijft dat het publiek verbazingwekkend mild was voor de ‘oude bard’. Vindt hij dan dat wij de oude zak een half uurtje hadden moesten staan uitschelden? Boe! Judas! Verrader! Enzovoort…

Met dank aan Klaas Debacker, die wel begrijpt waar het allemaal over gaat.

03-11-05

JAN DECORTE EN SIGRID VINKS


jan decorte x


Voor een keer nog eens iets goeds gelezen in het sensatieblaadje genaamd Humo: een uitstekend en tot tranen toe ontroerend interview met Jan Decorte en Sigrid Vinks, twee mensen die ik eigenlijk niet ken maar waar ik heel veel van houd. Het zijn echte mensen, ze zijn zoals ze zijn, ze doen zich niet voor. Ik spreek Jan Decorte soms wel eens aan. Ik heb vroeger (1969 en 1970) een tijdje met hem op school gezeten, zij het helaas niet in hetzelfde jaar, en vanaf toen bewonder ik hem al bijna onvooorwaardelijk. Ik spreek hem soms wel eens aan, ja, na een voorstelling of zo, en na een aantal glazen wijn of bier, maar zijn aanwezigheid maakt me ongeveer sprakeloos. Het zijn dan ook nooit meer dan vijf of zes banale woorden die ik tegen hem zeg. Ik zie hem graag, het is een heel bijzonder mens, maar hij maakt me bang. Hoe komt dat? Ik weet het niet. In dat interview formuleert hij wel een antwoord op die vraag. "Maar mensen zijn dus bang van mij. Omdat ik buitenmaats ben. Dat heb ik nu wel gesnapt. Ik ben hogelijk abnormaal. Thuis krijgen wij geen telefoon. Nooit. Op de gsm ook niet. Niks." Misschien heeft mijn bang zijn voor Jan Decorte ook wel met herkenning te maken. Bang voor een soort van spiegelbeeld. Want ben ik ook niet abnormaal? In het interview las ik ook de volgende naar de keel grijpende uitspraak:"Ik wil door iedereen gekoesterd worden, maar tegelijkertijd ben ik het beu dat de liefde zo'n beslag op me legt. Ik leef constant in tegenspraak met mezelf. Ik heb geen enkel principe." Jan Decorte verwijst in dat verband naar Sick Of Love van Bob Dylan.

Dank aan interviewster Stefanie de Jonge voor de intelligente vragen en aan Jan Decorte en Sigrid Vinks natuurlijk voor alles wat ze ons al hebben gegeven.

15-10-05

PESSOA EN ONZE VELE ZELVEN


pessoa


Fernando Pessoa schrijft in Het boek der rusteloosheid dat ieder van ons meerdere anderen is, een uitgebreide reeks zichzelven. “Daarom is degene die de omgeving minacht, niet dezelfde als die zich erover verblijdt of eronder lijdt. In de uitgestrekte kolonie van ons zijn bevinden zich lieden van velerlei soort, die verschillend voelen en verschillend denken.”

Dat is helemaal waar. Vroeger, als me weer eens werd aangewreven dat ik mezelf tegensprak - “gisteren zei je dat het wit was en vandaag beweer je dat het zwart is” -dan verdedigde ik mij met de stelling dat elke mens twee kanten heeft en verwees daarbij onwillekeurig naar de psychoanalyse met het bewuste en het onbewuste (wat sommigen het onderbewuste noemen), of naar de dialectiek met de these en de antithese, of naar het Oosterse denken, met yin en yang, of naar de linguïstiek en de taalfilosofie met de tekst en de subtekst, en zo kon ik nog wel wat voorbeelden aanreiken. Maar het ging daarbij telkens om twee facetten van een mens.

Ik denk nu dat wat Pessoa beweert veel juister is. Wij bestaan uit veel meer dan twee zelven. De ene dag vind ik Brussel een aangename stad om in te leven, de andere dag, meestal als bij donker weer, erger ik mij aan de stank, het lawaai en de lelijkste gebouwen van de wereld. Het ene moment heb ik het enigszins verheven over Fernando Pessoa, het andere moment sta ik te dansen op de muziek van The Walkabouts of Los Lobos. Ik ben een jongeman van 25 en dan kijk ik in de spiegel en zie ik een ander zelf en denk ik: bijna even oud als Neil Young, als Bob Dylan. Beide mannen zijn op het nippertje aan de dood ontsnapt. Hoe lang heb ik nog te leven? Wat staat er mij nog te wachten? Ik moet dringend eens naar de nieuwe cd van Neil Young (Prairie Wind, beeldige titel) luisteren om te horen wat hij daar over denkt. Wat staat er mijn generatie te wachten? De boomers… Maar als jongeman van 25 heb ik nog een grootse toekomst voor mij. Er zijn nog zoveel mogelijkheden.

Een van mijn zelven ging gisteren naar het Kaaitheater waar Chunking van Grace Ellen Barkey, choreografe van Needcompany, werd opgevoerd. De voorstelling had één voordeel: ze duurde niet lang, zodat we al snel naar het café konden, om te hoesten en Duvels te drinken. Wat een vervelend gedoe! Wat denken deze mensen? Dat ze kunstenaars zijn of wat? Ik ben natuurlijk geen theaterrecensent die met behulp van een aantal hoogdravende woorden allerlei kwaliteiten verzint omdat hij anders de volgende keer misschien niet meer wordt uitgenodigd om champagne te komen drinken. In mijn ogen ging deze voorstelling nergens over, ging ze nergens naartoe, betekende ze niets en, erger nog, was ze onsamenhangend, langdradig en lelijk van uitvoering. Alleen het decor was echt heel mooi. Daar heb ik dan ook veel zitten naar kijken. In het derde deel werd ‘gedanst’ op Kill yr Idols van Sonic Youth. Sonic Youth was ooit cool, begin jaren negentig. In het zwart geklede kunstenaars dweepten met deze band uit New York. Basspeelster Kim Gordon vonden ze het einde. Niet alleen omdat ze een knappe blondine was, maar vooral omdat ze een kunstenaar was. Ze stelde tentoon in echte galerijen! Maar luister toch eens naar Sonic Youth. Die jongens en meisjes kunnen niet spelen en niet zingen. Ik ken maar een song van hen die de moeite loont en dat is Tunic, over Karen Carpenter. Maar dat lied is vooral mooi door het onderwerp en niet echt door de uitvoering.

Ik had nochtans veel verwacht van Chunking, omdat ik enorm veel houd van het werk van de Needcompany. Isabella’s Room, No Comment en the Snakesong Trilogy waren echt wel goede stukken. “Het onderbewuste is als een slapende vulkaan en Chunking is jouw ‘wake-up call’!” schrijft Elke Janssens in het programmablaadje. Hoe komt het dan dat ik voor een keer zo goed heb geslapen? En dat mijn vulkaan zich nog altijd in comateuze toestand bevindt?

In een interview met Grace Ellen Barkey las ik dat ze het Brussels openbaar vervoer vreselijk vind. De reizigers worden als vuilniszakken behandeld, zegt ze. Dat is honderd procent waar. Had ze daar maar een stuk over gemaakt. Over die vuilniszakken die in bussen worden gestopt, in trams, in metro’s, in treinen; die worden afgeblaft; die niet weten waar ze naartoe worden gevoerd; die in duistere stegen worden gedumpt omdat de bestuurder vindt dat het zo welletjes is geweest en terugkeert naar af. Of die een half uurtje in een donkere bus moeten zitten wachten tot de bestuurder zijn sigaret heeft opgerookt. En dan maar hopen dat de man tijdens de rit geen hartaanval krijgt.

De Duvel daarentegen was bijzonder lekker. België is een fantastisch land, als je een glas bier voor je hebt staan. Maar een van je zelven komt toch weer roet in het eten gooien als je wat pindanootjes zit te eten: jongen, die zijn slecht voor je cholesterol, en al dat zout! Als je niet oppast krijg je nog een hartaanval. En een ander zelf krijgt een hoestaanval, zodat het naar de toiletten moet snellen, om daar in alle intimiteit een bevrijdend salvo af te vuren. En nog een ander zelf hoort Slow Train Coming van Bob Dylan in zijn hoofd opklinken.

07-10-05

ZIEK ALS EEN HOND UIT DE HEL


Ik heb heel wat te vertellen, maar het zal voor een andere keer zijn. Een virale infectie heeft me heel snel te pakken gekregen. Keelpijn, niezen, hoesten, en zeer moe. Zo ziek als een hond, maar is een hond wel zo ziek?
Gelukkig kan ik luisteren naar cd's van George Jones, Emmylou Harris en Willie Nelson die John P., een 'cyberspace' vriend uit Massachussetts, me heeft toegestuurd. De prachtige Bradley Barn Sessions heb ik al beluisterd, waarop onder meer een duet van George Jones met Keith Richards, Say It's Not You.
Maar nu moet ik terug in bed.

28-09-05

NOOIT MEER NAAR HUIS


saint Just
Saint-Just

Wat vertel ik je? Waarover? Over een wandeling in de mooie streek rond Alden-Biezen, waar we langs fruitbomen, canadabomen en het huis van de burgemeester liepen? Waar we de lieflijke Demer aanschouwden, en in de vochtrijke weiden de koeien zagen grazen en ons door zachtmoedige paarden lieten begroeten? Hoe we over een holle weg naar het kasteel snelden omdat er schuimende wijn op ons te wachten stond? Hoe we terugdachten aan het rockfestival dat Jazz Bilzen heette, meer dan dertig jaar geleden, een van de eerste rockfestivals (met een jazz-luik) op het Europese continent en de optredens van Champion Jack Dupree, the Small Faces, the Pretty Things, the Soft Machine, Kevin Ayers, Ornette Coleman, Procol Harum, Chris Farlowe, Fabien Collin (“de Antwerpse Bob Dylan”) en the Bonzo Dog Band?

fabien collin, limburg,no direction home,bilzen,bob dylan,landschapsbureau,jazz bilzen,vrijheid,heimat,martin scorsese,film,pop,popcultuur,edgar reitz,muze,verhuizing

Fabien Collin

Nee, geen goed idee, om daarover te vertellen. De muze is nog niet bereid om me echt naar mijn jeugd in Limburg te laten terugkeren. Zal de muze mij dat ooit toestaan? Grote voorbeelden als Edgar Reitz (Heimat) en Marcel Proust maken het haar zeer moeilijk. De muze wil zeker niet dat ik een belachelijk figuur sla. De muze wil niet dat ik wie dan ook sla, zelfs geen belachelijk figuur.

Vandaag ben ik samen met mijn collega’s in een nieuw kantoorgebouw ingetrokken. Overal rondom ons kartonnen dozen van Hoger-Lager, die dringend uitgepakt moesten worden. We moesten ons kennelijk gedragen alsof alles beter was en niets meer beter kan, nu we met zijn allen samen zaten in een landschap - op eilanden in dat nieuw landschap - en niet meer zoals vroeger alleen met onze eigen intimiteit; nu voor altijd begluurd door de Grote Meester, die ons nooit slaat, maar ook niet zalft, die er is en nagaat of wij er ook zijn. Wij weten niet wie onze Grote Meester is en stilaan zullen we vergeten wie wij zelf zijn. Als er een god was, zou ik uitroepen: god sta me bij, maar er is geen god. Vanmiddag, terugkerend van een korte lunch, zagen mijn vriend B. en ik aan de achterzijde van ons nieuwe kantoorgebouw een dode duif liggen. Dat is het symbool voor onze nieuwe werkomgeving, zei B. Hoe kan als dat waar is dan iedereen zo vol vuur zijn Hoger-Lager dozen uitpakken en doen alsof er niets aan de hand is. Alsof vrijheid niets betekent, alsof de Franse Revoluties (de eerste, de tweede en de derde) nooit plaats hebben gevonden, alsof er geen dada, geen surrealisme, geen Summer of Love, geen 1968 en 1969 zijn geweest… Wat met ons gebeurt is maar een detail in de geschiedenis, om de hatelijke woorden van de hatelijke Le Pen in een juistere context te plaatsen, maar het is een detail dat veelzeggend is. De restauratie van de macht is volop bezig. De rechtse, pseudo-liberale, christelijke en vooral kapitalistische staat wordt opnieuw heel stevig opgebouwd. De machtigen vieren feest in hun buitenverblijven in Toscane en Chili, de onderdanen kijken naar 24, Big Brother en Temptation Island.

Ik zag gisteren en eergisteren No Direction Home van Martin Scorsese over de jonge Bob Dylan, een grandioze documentaire over hoe een genie zichzelf uitvond, over hoe hij met zijn stem en zijn woorden de wereld van de verbeelding losknoopte – met immense gevolgen die nog steeds nazinderen – en de vrijheid opeiste, voor alle onderdrukten, voor alle outsiders, voor iedereen, en vooral voor zichzelf. En Martin Scorsese en Bob Dylan weten net zoals wij heel goed dat je allen maar vrij kunt zijn als iedereen vrij is. Free At Last, Free At Last, zong Martin Luther King. Ja, ik noem het zingen wat hij deed. Maar zijn wij ooit vrij? Zullen wij ooit vrij zijn? Ik durf het meer dan ooit betwijfelen. Wat ik niet betwijfel is de waarde, de schoonheid van deze televisiefilm van Martin Scorsese, samen met Heimat het beste wat ik ooit op dat verdomde scherm zag.

Overigens denk ik ook dat Hunter Thompson het perfecte moment gekozen heeft om zich een kogel door de kop te schieten. In deze ellendige nieuwe wereld loont het de moeite niet om als een uitgeputte, door de muze verlaten, zwakke en zieke mens het leven nog lang te rekken.

Denk je misschien dat ik depressief ben? Ik denk het zelf niet. Ziek en zwak en uitgeput en door de muze verlaten ben ik wel, maar depressief, no way!

Hierboven zie je een portret van de Franse revolutionair Saint-Just. en van de Antwerpse folksinger Fabien Collin.

24-09-05

NAAKT IN EEN RODE LEREN JAS EN ANDERE HERINNERINGEN

 

naakt,ierland,oostende,thomas bernhard,damiaan de schrijver,theater,stan,leer,hamsun,galway,hoochiekoochie

De schitterende nazomer wekt herinneringen aan Ierland, de Aran-eilanden, met de fietstocht in de gietende regen, de heerlijke verveling in Roundstone, wandelen en fietsen in de zon in Doolin; in de pubs Guinness drinken en de ziel die opgetild wordt door de muziek. In Galway belden we aan op een verkeerd adres. Ik dacht dat dit het bed and breakfast-huis was waar we een paar keer zouden overnachten. De eigenaar toonde ons onze kamer, bood ons thee en koekjes aan. Ik had al een paar spullen uitgepakt. De man zei: jullie komen toch uit Londen. Nee, uit Brussel, moesten we hem teleurstellen. Zijn vrouw was op familiebezoek, zei hij. Had zich waarschijnlijk vergist, vermoedde hij. Ze had Londen en Brussel door elkaar gehaald. Dat was niet het geval. Ik had mij vergist. We moesten weer vertrekken. En op zoek gaan naar het juiste adres. Mijn schoenen had ik naast het bed laten staan. ’s Avonds moest ik nog eens terugkeren om die te gaan halen. Wat een mens allemaal meemaakt!

Twee keer kruiste een vrouw in een rode leren jas onze weg. Ze had open schoenen aan de voeten, je zag haar blote tenen. Ook haar benen waren bloot, en haar jas waaide even open, waardoor je een stuk van haar bloot bovenbeen te zien kreeg. Ik was ervan overtuigd dat ze naakt was onder haar jas. De tweede keer hield ze haar jas nadrukkelijk dicht, als om erop te wijzen: kijk ik ben helemaal naakt onder dit leder.

Als ik schrijf zoals nu besef ik dat mijn taalgebruik aangetast is door het werk voor de overheid. De ambtelijke taal, waar ik me altijd zo tegen verzet heb, heeft mijn geestelijke paden overwoekerd. Die titel van Knut Hamsun, zijn laatste boek, zogezegd, Langs overwoekerde paden, werd een paar jaar geleden met veel sarcasme uitgesproken, geroepen bijna, door Damiaan Deschrijver, de toneelspeler van Stan, in Alles is rustig. Een burlesk, nihilistisch, pessimistisch en bijzonder grappig stuk van Thomas Bernhard. De zwartgallige Oostenrijker. Wat had Thomas Bernhard een afkeer van de cultuur, die hij door en door kende en die hij als geen ander koesterde! Hoe was hij gedegouteerd, niet door Goethe, maar door de Goethe-vereerders, de Duitse cultuurminnaars, de schone zielen… Maar net zo goed was hij geobsedeerd door de ziekte en alle mogelijke lichamelijke kwellingen. Een verwante ziel. Met Knut Hamsun daarentegen voel ik mij niet verwant, wat mij niet belet zijn boeken geweldig te vinden.

naakt,ierland,oostende,thomas bernhard,damiaan de schrijver,theater,stan,leer,hamsun,galway,hoochiekoochie

20-09-05

BRUSSEL IN SEPTEMBER

 

brussel,herfst,sfeer,stad,passanten,ziekte
Foto: Martin Pulaski.

Buiten schijnt de zon. Zachte nazomer maakt Brussel mooier en aantrekkelijker dan ooit. Kom en flaneer over mijn trottoirs, werp een blik in mijn etalages, bekijk vooral mijn passanten, nu ze voor het laatst dit jaar hun zomerse stofjes hebben aangetrokken! Drink een glas op een van mijn terrassen, dat van de P&P bijvoorbeeld. Of ergens aan de Sablon, of in het Egmontpark, bij de bourgeois, die van het leven weten te genieten. Niet voor mij, echter. Ik zit binnen en geef mij over aan ziekte en sombere gedachten.

18-09-05

TEVREDEN ALS TEVREDEN SCHILDPADDEN


building on a sunny sunday afternoon waiting for a surrealist painter of the 20th century

Vandaag is er niets gebeurd. Het was een schitterende dag in Brussel, en waarschijnlijk ook in de rest van het land. De zon, het zachte weer en overal wandelaars en fietsers waar anders de automobilisten hun vergiftigende gang gaan, kleine stofdeeltjes verspreidend. Vandaag waren er kinderen, moeders, honden, bejaarden en ikzelf, overal in de straten en op de pleinen van Brussel, tevreden als, als, als tevreden schildpadden! Wat klinkt dat lullig, een tevreden mens. Hoewel Van Morrison een prachtig nummer heeft dat Satisfied heet, en een van de laatste goeie songs van the Rolling Stones, Keith Richards eigenlijk, heet Happy.

17-09-05

KRZYSTZTOF KIESLOWSKI EN JEAN VIGO

 

dita parlo,jean vigo,kieslowski,van eeden,inspiratie,hoochiekoochie,varia,film

De tekst in poëtisch proza ‘Veronica’, die ik hier gisteren te lezen aanbood, is geschreven na het zien van de film ‘La double vie de Véronique’ van de betreurde Krzysztof Kieslowski. Het gedicht ‘L’Atalante’ is gebaseerd op het gelijknamige meesterwerk van de nog dieper betreurde Jean Vigo, met de fantastische Dita Parlo in de hoofdrol. Ik heb misschien al vijftig versies geschreven van ‘L’Atalante’, maar nooit slaag ik erin de beelden van de meester te evenaren. Beschouw me echter niet als een sadist, want dat zou ik zijn als ik het gedicht als een volkomen mislukking beschouwde (en het hier dan zou laten lezen).


Iets helemaal anders, maar misschien toch ook niet, zijn deze woorden van Frederik Van Eeden, uit ‘De nachtbruid’:

"Wie leeft om te eten, te drinken, wat te werken en uit te rusten, zijn plichtje te doen en zijn zorgjes te vergeten, en verder den nacht zoo dof en bot en wezenloos mogelijk door te brengen, - wien er vooral aan gelegen is zijn maag en zijn brandkast te vullen en zijn slaap leeg te laten - zoo iemand noem ik niet een gezond en gelukkig maar een beklagenswaardig mensch."

15-09-05

ANITA PALLENBERG, MARIANNE FAITHFUL EN ANDERE MUZEN


up on the roof

Op flickr heb ik gisteravond een foto geplaatst van de vrouw die meestal Laura schijnt te heten, maar soms ook Daphne en heel af en toe Senga. Op de foto zie je Laura in een rode regenjas gehuld door het raam stappen om buiten op het dak wat frisse ochtendlucht in te ademen na een hele nacht dansen op punk rock, new wave en reggae in de Antwerpse clubs. Het is een oude foto, maar hij is niet verouderd. Nogal wat bezoekers van mijn flickr pagina zijn gefascineerd door dat beeld van die blonde vrouw in rode regenjas. Eén – regelmatige – bezoekster vergelijkt haar met Marianne Faithfull, een andere met Anita Pallenberg. Femmes fatales, allebei.

De bezoekers feliciteren mij met die foto, terwijl ik helemaal niet de held ben; de heldin is Laura, het hoofdpersonage van een moment reële fictie. Ik noem haar geen femme fatale, maar een muze. Een vrouw met vele namen en vele gezichten: blij, bedroefd, tragisch, magisch, verbijsterd, extatisch. Engel, duivelin, en menselijk al te menselijk. Heeft ze vleugels? Alvast geen zichtbare.

De bezoekers en commentatoren, vooral vrouwen, zijn nieuwsgierig en stellen veel vragen over de foto, wat me een genoegen is. Maar ik zou een boek moeten schrijven om al die vragen te beantwoorden. Twee boeken. Ik heb hen gezegd dat het wellicht beter is het mysterie te laten bestaan. Let the mystery be, zingt Iris DeMent, een bijzonder mooie song op haar eerste cd.

Het verhaal van Laura, Daphne, de muze, heeft twee kanten. Een kant houdt verband met de verbeelding, de andere kant met het dagelijkse leven. Een versie van het verhaal zou een roman kunnen zijn, de tweede versie de psychoanalyse van een zeer moeilijk geval.Maar hoe zit het dan met Marianne Faithfull en Anita Pallenberg, werd me gevraagd. Over die twee populaire iconen wil ik niet echt iets vertellen; alleen vind ik het zeer merkwaardig en pertinent dat deze dames met Laura, de muze, in verband worden gebracht. Dat de verwantschappen worden gezien tussen de levens die deze vrouwen hebben geleid, hoezeer ze ogenschijnlijk ook van elkaar verschillen. Natuurlijk houd ik van Marianne Faithfull, zeker van Broken English en Sister Morphine, haar recentere werk spreekt me echter minder aan. (Het verhaal dat ik niet wilde vertellen wordt enigszins chaotisch, misschien moet ik dan toch die twee boeken maar eens gaan schrijven.)

Zoals Edie Sedgwicks lot verbonden is met Bob Dylan en Andy Warhol zijn de levens en mythes van Marianne Faithfull en Anita Pallenberg verweven met de Rolling Stones, met de drie koningen Brian Jones, Keith Richards en Mick Jagger. In de mythologie van de pop zijn Faithfull en Pallenberg rock & roll- en seks- en drugskoninginnen, iconen van de swinging sixties, van de tragische seventies (na Woodstock en Altamont en het ‘gemodder’ van allerlei pseudo-hippies), filmsterren uit occulte films als Girl On A Motorcycle, Performance en Barbarella. Maar het zijn toch ook sterke en mooie vrouwen die weigeren te sterven.

Wie meer wil weten over de rol die de muzen spelen in het leven van een kunstenaar raad ik het boek The White Goddess van Robert Graves aan. Het is een zeer grondig onderzoek maar Graves sprak ook uit ervaring. Wie meer wil weten over Laura, Daphne en Senga moet wachten op mijn twee boeken. Of op ‘haar’ eigen verhaal.

10-09-05

IN HET VERLEDEN VERDWALEN


goethe 2


"Slechts weinig mensen zijn in staat zich met het naaste verleden bezig te houden.
Of het heden houdt ons met geweld vast, of we verdwalen in het verleden en proberen met alle middelen het geheel verloren gegane weer op te roepen en te reconstrueren. Zelfs in aanzienlijke en erg rijke families, die hun voorvaderen veel verschuldigd zijn, pleegt het zo te gaan dat men meer aan zijn grootvader dan aan zijn vader terugdenkt." Goethe, Natuurlijke Verwantschappen

Wat Goethe hier zegt gaat bijna helemaal op voor mij, ook voor de notities die ik hier publiek maak. Niet zozeer doordat het heden mij vasthoudt, maar doordat ik inderdaad in het verleden, in mijn autobiografie verdwaal. Ik verdiep er mij in, probeer er vat op te krijgen, er structuur in te brengen. ik probeer te verhelderen waar ik vandaan kom en hoe ik geworden ben wie ik geworden ben. Maar hoe meer ik mij daar mee bezig houd, hoe meer het geheel een onoverzichtelijk kluwen wordt. Ik heb mij op drijfzand begeven en haast me dan maar terug naar de vaste grond en de vertrouwde omgeving. Maar er is geen echte vertrouwde wereld. "It's a strange world we live in." Wat ik dan doe is mij overgeven aan oppervlakkigheden. Daar leuter ik dan wat over, een beejte zoals Herman Brusselmans misschien doet, dat weet ik niet zeker want ik lees zijn werk niet, omdat de man mij niet ligt, vanwege zijn mediageilheid en zijn gebrek aan stijl en historiciteit. Of ik klamp me vast aan culturele iconen en referentiepunten, zoals in dit geval Goethe.

07-09-05

CHARLOTTE EN DOROTHEE : MEISJES!


meisje charlotte


Het probleem is echter dat ik niet kan doorslapen.
Omstreeks vier uur word ik wakker en kan de slaap niet meer vatten, waardoor ik altijd moe ben. Ik heb net naar de Brusselse film 'Meisje' van Dorothée Van Den Berghe gekeken, op de televisie, ingeleid door Mr Proper. Toen hij nog nieuw was - de film - heb ik hem al eens in de cinema gezien en heel mooi en origineel en ontroerend gevonden. Meisjesachtig mooi. Ik had ook graag zitten kijken naar het dansende meisje met de witte huid, Charlotte Vanden Eynde. Ik weet niet of ik Van Den Berghe en Vanden Eynde juist schrijf. Vlaamse namen die met 'van' beginnen vind ik bijzonder moeilijk om te spellen. Er zou een regel moeten bestaan die ons ertoe verplicht dat allemaal aan elkaar te schrijven; of anders 'van' en ‘den’ gewoon afschaffen. In dat geval zou het Dorothée Berge en Charlotte Einde worden, veel eenvoudiger en mooier. Stel je voor dat Marilyn Monroe Marilyn From The Monhroe zou heten, en Marlon Brando Marlon From The Brandho! Neen, daar zijn die Amerikanen stukken beter in, in namen. Neem nu Woody Allen, die had in den beginne een vreselijk ingewikkelde naam, en heet al lange tijd doodgewoon Woody Allen. Bij mij doet die naam meteen aan een klarinet denken, en zo hoort het ook.

Charlotte Vanden Eynde kan prachtig dansen, zowel in haar eigen creaties als bij Jan Decorte. Maar ik moet nu to the point komen. ‘Meisje’ vond ik niet langer goed. Hoe komt dat dan toch? Niet door Charlotte, ook niet door Els Dottermans (integendeel, Els Dottermans is erg goed op dreef en ziet er bijzonder zinnelijk uit, ze straalt een verrukkelijke lust uit), zelfs niet door Mathieu Schoenaerts... Door wat dan wel? Door het flutverhaal. Dat heb ik de eerste keer niet gemerkt, waarschijnlijk omdat ik toen de hele tijd naar het spel van de actrices heb zitten kijken. Ik heb hoegenaamd niets tegen vervelende verhalen, maar er moet wel drama zijn, er moet iets zijn. In deze film is er bijna niets, en dat bijna niets stelt niets voor. Bovendien werkt Dorothée Van Den Berghe veel te veel met close ups. Daarbovenop krijg je dan nog eens oersaaie muziek voorgeschoteld van een talentloze kerel die zich Daan noemt. Dat was waarschijnlijk heel cool, een jaar of vijf geleden, dat je je Daan noemde. Ik heb in die periode een zeer boze brief geschreven naar Humo, omdat ze 'Meisje' ongunstig hadden besproken. Humo heeft mijn brief niet willen publiceren. Waarschijnlijk omdat ik gelijk had. Ik heb zelden gelijk, maar als een brief van mij niet wordt gepubliceerd, dan is de kans groot dat ik wel gelijk heb. Spreek ik mezelf nu tegen? Neen, want zoals Bob Dylan zegt: I was so much older then, I'm younger than that now.
Over de 'nieuwe' cd van Bob Dylan zal ik zwijgen. Alleen dit: luister eens naar Leopard Skin Pillbox Hat. Een andere tip is Let's Dance, de Bowie-song, uitgevoerd door M Ward. Kippenvel, en je moet er zelfs niet op dansen. En The Lemonheads, dat is altijd kippenvel, even goede popmuziek als the Beatles en the Byrds. Het is ten hemel schreiend dat Evan Dando zichzelf zo snel verwoest heeft.

Echt jammer dat ik 'Meisje' vanavond vervelend vond. Maar Dorothée Van Den Berghe heeft nog een fout gemaakt. Ze had die dikke acteur nooit mogen laten meespelen: een hond in een kegelspel. Het is een heel lieve man, maar bij voorkeur beperkt hij zich tot accordeon spelen en aan quizzen meedoen. Dat zou moeten volstaan. Dorothée Van Den Berghe moet vooral films blijven maken. ‘Meisje’ is – nog altijd - een mineur werk dat grote verwachtingen schept.

(De poster hierboven heb ik later aan de tekst toegevoegd, anders zou ik wel helemaal idioot zijn, aangezien de namen daar netjes gespeld op vermeld staan.)

25-08-05

DE WITTE REGELING IS VAN KRACHT


RODE TREIN 2


Gisteren nog eens gelachen. We stonden al een tijdje te wachten op de metro naar huis terug in station Brussel Centraal, na een avondje Finse dans tijdens het zeer kleinschalige en sympathieke Brigittinenfestival. Geduldig wachten doe je dan; je spant je in om je niet te ergeren aan het oponthoud; je praat wat over Edgar Allen Poe of leest een stukje in The Purloined Letter en verbaast je over de beschaafde conversatie in de 19de eeuw (toen was het nog “good heavens!”, nu is het “fucking shit” of iets dergelijks). Na een tiental minuten onderdrukte ergernis viel de stemmige muziek stil (Roxy Music) en kwam er een Officiële Stem uit de luidsprekers. Eerst in het Frans, daarna zelfs in keurig Nederlands volgde deze mededeling “beste klanten, gelieve er rekening mee te houden dat tot 29 augustus de witte regeling van kracht is op de lijnen 1A en 1B! Dank u voor het begrip!” Jongens toch, gelachen dat we hebben! We waren duidelijk teruggekeerd in het kleine rijk van het surrealisme. De witte regeling is van kracht. Wat zou een Japanse of Griekse bezoeker daar dan bij denken (er van uitgaande dat hij of zij de Brusselse variant van het Frans machtig is)? Of zelfs een Fransman? Zelf vond ik het een slecht gekozen symboliek. Als je zo lang op een metro moet wachten, betekent dat voor mij eerder dat de zwarte regeling van kracht is. Gelukkig was er nog Roxy Music. Dat heb ik in Berlijn niet gehoord in de stations. Maar daar heb je natuurlijk ook geen tijd om naar muziek te luisteren. Je hoeft er helemaal niet te wachten.

In de Brigittinenkapel zijn we gaan kijken naar een voorstelling van de Finse dansgroep Nomadi. Ik had het stuk gekozen vanwege de titel ‘Lucid Dreaming’, en misschien ook wel voor de naam van het gezelschap. Ik heb een nomadische familiegeschiedenis. En alles wat met dromen te maken heeft wekt bij mij verwachtingen. In dit geval had ik droomachtig dansen verwacht, op droomachtige muziek, met veel helder licht, zodat je de droomsituaties goed kunt zien. Niets van dat alles, tenzij het felle licht. Eeen mooi voorbeeld van wat ik droomachtige muziek noem is terug te vinden op de nieuwe cd van Brian Eno, Another Day On Earth. Lucid Dream echter was gewoonweg de slechtste voorstelling die ik ooit heb gezien. Zelfs als het een schoolvoorstelling was geweest had ik ze slecht gevonden. Het enige plezier dat we aan de avond hebben beleefd was de ‘nabespreking’. Wat kan het toch een fijn gevoel geven iets tot op de grond af te breken, vooral als niemand het hoort en je er niemand mee kwetst. Nu breng ik het natuurlijk wel in de openbaarheid, maar ik vermoed dat de Nomadi uit Finland mijn stukjes niet lezen. Bovendien moeten ze als ze het lef hebben om met zulke ondingen voor het voetlicht treden bereid zijn bekritiseerd te worden. Neen, ik heb nog een tweede plezier beleefd aan de avond: het heerlijke Belgische bier. In de Brigitinnenkapel kost een tripel van Westmalle maar 2,2 €.

Hier thuis is vandaag de rode regeling van kracht.


Foto: Martin Pulaski