11-04-06

HET ACTIEVE LEVEN

popcultuur,drinken,dagen,dagelijks leven,tijdverdrijf,dood,gene pitney,dossiers,kantoor,pop,muziek,film,bullit,peter yates,kvs,opening,conversaties,patrick riguelle,zielsverwanten,country,gitaar,gitaar spelen,steelgitaar,gitaristen,gram parsons,joshua tree,ray charles,lachen,russ meyer,shari eubank,supervixens,hoochiekoochie,muddy waters,neuken,zuipen

Shari Eubank

Wat deed ik de voorbije vier of vijf dagen om de tijd te verdrijven en, vooral, om mijn plaats hier op aarde te rechtvaardigen? Want wie denken we wel dat we zijn, dat we hier zo maar mogen verblijven, zonder meer? Ik dacht veel aan de dood, niet mijn dood maar die van anderen, die toevallig of niet de geest gaven. Ik heb er af en toe en hier en daar iets over geschreven: Ivor Cutler, Gene Pitney en Gerard Reve. Ivor Cutler en Gerard Reve waren oude, zieke mannen. Het uitblazen van de laatste adem moet voor hen een verlossing zijn geweest. Gene Pitney was nog te jong. Hij is tijdens een zoveelste toernee in zijn slaap gestorven. 

Donderdag en vrijdag heb ik thuis gewerkt, dossiers behandeld. Dat gaat thuis veel beter dan op kantoor, omdat ik me dan beter kan concentreren. Op kantoor zitten we sinds oktober met z’n allen samen in een grote ruimte. Dat is nog steeds wennen. Thuis werk ik sneller, maar ik neem soms een pauze om eens door het raam te kijken naar de bomen, of de planten water te geven. Ik drink veel water, weinig koffie. ’s Avonds ga ik boodschappen doen en naar de apotheek, voor mijn vrouw, die ziek is. Dit staat in de tegenwoordige tijd, maar behoort tot het verleden. Ze is niet langer ziek wil ik zeggen.

Donderdagavond heb ik, zoals ik hier al liet verstaan, veel naar Gene Pitney geluisterd. Ik was bijna vergeten hoe goed hij was, wat voor een verbluffende zanger, met zoveel inventiviteit in zijn songs, in de arrangementen, maar ook in de keuzes die hij maakte. Ik heb daarna niet naar Hello Mary Loy geluisterd. Ik heb naar Bullit zitten kijken, van Peter Yates, met Steve McQueen, Robert Vaughn en Jacqueline Bisset. De eerste zestig minuten van Bullit overrompelden me door het camerawerk, de posities van de camera, de belichting en de soundtrack. Maar niet door het vrij vervelende verhaal. Ik ben in slaap gevallen en daarna, weer wat uitgerust, heb ik nog wat liggen lezen in het boek van Geert Mak.

Vrijdag was ongeveer hetzelfde scenario, niet als Bullit, maar als de rest van mijn dagen. ’s Avonds ben ik nog laat helemaal alleen naar de heropening van de oude KVS gegaan. Toen ik er aan kwam, buiten adem van het rennen, was ongeveer alles gedaan, de toespraken, het gratis drinken… De mooiste acteurs en actrices waren al vertrokken. Alleen mijn jonge vriend B. stond er nog aan de toog met zijn vriendin, klaar om ook te vertrekken. Ze gaven me nog even respijt om een paar vrolijke verhalen te vertellen over dronkenschap en wreedheid. Dan was ik weer alleen. Wat te doen vroeg ik mij af, zoals de Russische nihilist Tchernichevski. Ik heb het gebouw bezocht, de volledig nieuwe, imposante binnenkant, de bol, een grote zaal, maar toch intiem.

Later heb ik aan een tafeltje in de bar boven naar een enthousiaste jonge man zitten luisteren. Hij kende me van zien en wilde me duidelijk maken wat de jeugd zoal nodig heeft en hoe zij verschilt van de oudere generatie. Voor de generatie van zijn ouders is het hoogste geluk het verwerven van bezit, zegt hij. Ik ben ouder dan zijn vader en bezit niets. Jij bent anders, zegt hij. Niet representatief voor jouw generatie. Jij bent meer zoals wij, een wat oudere versie, ha ha. We praten lang over die verschillen, over de 'revolutie' en het 'behoudsgezinde', zijn vriendin wordt er moe van, haar ogen vallen toe, ze raakt zelfs haar wijn niet meer aan.

Na het afscheid ben ik op dreef en ga ik op zoek naar ander gezelschap. Ik maak geheel toevallig kennis met een zielsverwant, alsof de bliksem mij treft; maar dan wel een ongevaarlijke bliksem. P., zo heet hij, en ik praten over the Byrds, the Flying Burrito Brothers, Gram Parsons, Sneaky Pete en zijn steelgitaar, Elliott Murphy’s eerste langspeelplaten, Aquashow, Diamonds By The Yard en Just A Story From America. Sneaky Pete als begeleider van Commander Cody toen die op de Grote Markt in Brussel optrad in 1976 in het voorprogramma van Elliott Murphy.
P. legt me uit hoe je op een luie manier toch behoorlijk gitaar kunt spelen. Je moet dan de duim gebruiken, dan hoef je geen barrées te nemen. Mijn nieuwe zielsverwant is zelf een gitarist en vooral een begenadigd steelgitarist. Ik heb hem al live aan het werk gezien. Nu bejubelt hij het gitaarspel van AP Carter, James Burton, Cliff Gallup, David Gilmour. We houden allebei van de elpee ‘More’. Gene Pitney, komt ter sprake, waarna er een stilte valt. Muddy Waters, Champion Jack Dupree. Waar is M. toch? Voorzichtig geworden? Wat had ik hem graag gezien, nu op deze feestelijke avond. Hij heeft me deze plek leren kennen. Met hem ben ik hier naar stukken van Hugo Claus komen kijken, in het begin van de jaren zeventig. Ik heb in die periode bij de KVS gesolliciteerd als machinist. Maar ik was waarschijnlijk niet sterk genoeg, ik woog maar vijfenvijftig kilo. Niet dat ze mij daar gewogen hebben.
Steel gitaar, het mooiste instrument voor mij, zegt P.. Het motel waar Gram Parsons is gestorven. Bij Humo werkt iemand die daar, in dat Bed heeft geslapen, zegt hij. Neen, zeg ik, dat heb ik nooit gedaan. Dat zou ik niet willen. Dat is mij wat te morbide. Isn’t that my girl, and isn’t that my best friend? Gene Pitney. We bevelen elkaar boeken aan, geen literatuur, boeken over muzikanten. Ray Charles. Mijn eerste single was ‘I Can’t Stop Loving You’. ‘Modern Sounds In Country & Western’, daar zat steel gitaar op, naar de achtergrond gemixt. Erg goede steel gitaar, zegt P.. Bill Monroe, Flatt & Scruggs. Rednecks. We hebben niet alleen over muziek gepraat, we hebben ook veel gelachen. Dat is nog het beste, dat lachen. We probeerden elkaar niet te overtroeven met onze kennis, we wilden elkaar ons enthousiasme meedelen. Heerlijk.

popcultuur,drinken,dagen,dagelijks leven,tijdverdrijf,dood,gene pitney,dossiers,kantoor,pop,muziek,film,bullit,peter yates,kvs,opening,conversaties,patrick riguelle,zielsverwanten,country,gitaar,gitaar spelen,steelgitaar,gitaristen,gram parsons,joshua tree,ray charles,lachen,russ meyer,shari eubank,supervixens,hoochiekoochie,muddy waters,neuken,zuipen

Gene Vincent & his Blue Caps


Zaterdag was ik tot niet veel in staat. Ik heb wel veel uitzinnig plezier beleefd aan een kitschfilm die ik van Arte had opgenomen, ‘Supervixens’, van Russ Meyer, met de fantastiche Shari Eubank (in de rollen van Super Angel en Super Vixen). De film is niet helemaal vermakelijk, er komt ook heel wat geweld in, vooral ten aanzien van vrouwen. Maar dat geweld wordt ‘afgekeurd’, en de vrouwen in de film zijn sterk, veel sterker dan de mannen. En loontje komt om zijn boontje. Russ Meyer is zeer geliefd in het rockmilieu. Heel wat rockgroepen hebben hun naam bij hem gevonden, of de titel van een song of een album. De meeste van die rockgroepen hebben weinig te vertellen. Waarom vinden ze niet zelf iets uit? Nou ja, iedereen heeft altijd wel ergens iets van iemand anders. Zo heb ik 'hoochiekoochie' van Muddy Waters, zij het anders gespeld. Die bluesconnotatie voor een 'literaire' weblog sprak me wel aan. Die verwijzing naar neuken en zuipen, om het maar eens te zeggen zoals het is. Twee bezigheden die mij volkomen vreemd zijn.

De voorbije dagen deed ik ook andere dingen, waar ik geen woorden voor heb gevonden, of indien wel bewaar ik ze voor later.

09-04-06

WOORDEN OPGESPOORD

 

proza,smeekbede,literatuur,muze,aanroeping,verwaarlozing,woorden,zinnen,creeren,schrijven,schoonheid,lusteloosheid,koffie,porto,amaretto,wijn,bier,betekenis

Ja, ja, ik heb je opnieuw verwaarloosd. Het is niet dat ik niet aan je heb gedacht. Je moest eens weten hoeveel gedachten aan jou op een dag door mijn hoofd razen. Doe geen poging, ze zijn niet te tellen. Zo vaak voel ik de aandrang om je te gebruiken als ik dat zo mag noemen. Of ben jij het die mij gebruikt? Je te gebruiken, om van antwoord te dienen, commentaar te geven, te argumenteren. Om verhalen te vertellen, verzinsels, hele en halve leugens; of rechtuit de waarheid te spreken. Gelul, geleuter en kleinspraak. Of om je gewoonweg maar uit te drukken, te formuleren, voor het plezier, om je mooie vormen te zien verschijnen. Zonder meer. 

Maar net voor het moment van je ontstaan overvalt me opeens die oude vertrouwde lusteloosheid. Alle energie is aan mijn lijf onttrokken, alsof het bloed was, opgezogen door vampiers. Zo fantastisch gaat het er echter niet aan toe.

Kan ik je dan niet meer zien? Kan ik je niet meer oproepen? Ik span me nochtans ik. Ik drink liters koffie, slik alle mogelijke vitamines en mineralen, omega-3, wat je maar wilt. Australische wijn, Amaretto uit Sicilië, Porto uit Porto, bier uit Jupille, solidair als ik ben met de arbeiders daar, maar het is vergeefse moeite. Van koffie word ik zenuwachtig, de pillen lijken placebo’s, de alcohol maakt me lethargisch.


Ik wil je niet verwaarlozen, echt niet. Ik heb eerder de indruk dat jij je voor mij uit de voeten maakt. Waarom dan toch? Ben je bang voor mij? Dat is toch te gek. Ik heb je lief, ik wil alles voor je doen, ik wil je alles geven. Ik zal je altijd volgen, tot in Mexico, tot in Paramaribo, tot aan het eind van de wereld, waar het laatste gras groeit.
Jij weet dat natuurlijk allemaal niet, want je hebt geen ziel. Ik kan jou een ziel schenken, en jij kunt me op jouw beurt plezier verschaffen, het plezier van je ontstaan en van de rijkdom van je betekenis, die ik nog minder in de hand heb.

Wellicht wegens mijn geestelijke uitputting ga je mij uit de weg. Ik heb inderdaad teveel van mezelf gevergd – en misschien ook teveel aan jou gegeven, maar dat mag ik niet zeggen, want dan spreek ik mezelf tegen - en leef nu al te lang tegen mijn ziel in, tegen wat mijn ziel verlangt (en ik heb het niet over ziel in christelijke betekenis, begrijp dat wel). Ziel of natuur of wezen? Je diepste zelf? Against your own heart, om het eens in het Engels te zeggen.
Maar ik had je ervoor gewaarschuwd, ik had het nog zo gezegd, meen ik mij te herinneren. Het is zo goed als zeker dat je niet altijd op me zult kunnen rekenen, heb ik gezegd, denk ik, maar dat betekent niet dat ik je vergeten zal zijn. Ik ben een heel trouwe man en ik kom altijd naar je terug. Maar die periodes van dorheid, wanneer ik je het meeste mis moet je proberen te aanvaarden. Zoals nu, nu ik zo in je nabijheid ben, maar je toch niet kan vinden. Alleen wat zwakke schaduw van je zie ik hier voor me opdoemen. Toch weet ik dat ik je op het spoor ben. Neen, je sporen kun je niet uitwissen.

07-04-06

WO ES WAR

associaties,google,surrealisme,combinaties,meester,verbanden,freud,es,id,guy davenport,pale fire,nabokov,kurt drawert,nazi s,geert mak,endlosung,in europa,a streetcar named desire,blanche dubois,stanley kowalski,snatch,patti palladin,judy nylon,pop,popcultuur,boeken,bugatti,neerharen,dood,meir,antwerpen,dostojewski,ivor cutler,tennessee williams

Is er nog tijd om iets te doen? Stanley! Stanley! Wo Es War Soll Ich Werden. Dat heb ik altijd een fascinerende uitspraak gevonden. Ik tikte die in in het Google-balkje en kwam op Guy Davenport terecht, een schrijver waar ik nog nooit van had gehoord, maar die wel een boek heeft geschreven met die gevleugelde woorden van Freud als titel. Het werk is in honderd exemplaren uitgegeven bij The Finial Press, in Champaign, Illinois, heb ik gelezen. Het lijkt wel een grap van Borges, of een voetnoot in Pale Fire van Nabokov (wellicht de grootste vijand die Freud ooit heeft gehad). Maar kennelijk heeft Davenport echt bestaan, er is zelfs een kort in memoriam in Le Monde verschenen. Verder ontdekte ik de Duitse dichter Kurt Drawert, die in een gedichtenbundel uitgaf met deze titel (Suhrkamp, 1996). Ik ben niet de meester in mijn eigen huis. Ik heb niet eens een eigen huis. Maar moet ik me dat laten welgevallen? Moet ik dat? Neen, dat moet ik niet. Ik moet het onbewuste om de tuin leiden, zo lang tot ik er bij in slaap val. En dan weer wakker worden en mezelf terugvinden in mijn eigen huid. Want de slaap van de rede… Je weet wel. Is er nog tijd? Om gevaren te trotseren? Om avonturen te beleven en daarna te zeggen: ik heb avonturen beleefd? Om gek te doen en toch niet gek te zijn. Hoe houd je jezelf in de hand zonder alles onder controle te houden? Hoe bekijk je jezelf vanop een redelijke afstand. Het leven kan mooi zijn, zelfs al zijn wij niet de heren van de schepping en luistert het paard dat wij berijden niet naar onze orders. 


Ik las nog maar eens over de nazi’s in het dikke en grandioze Europaboek van Geert Mak. Hoe de ambtenaren in de Berlijnse ministeries de Endlösung tot twee cijfers na de komma berekenden. Nooit zagen ze een lijk in rook opgaan, maar ze werkten gedwee mee aan de moord op zes miljoen mensen. Wisten zij niet waar hun paarden naartoe reden? Alleen al daarom is die uitspraak van Freud zo belangrijk. Je moet weten wat je wilt en wat je doet. Klaar als een klontje. Deze tekst is door mezelf geschreven en ook weer niet. Verheldering komt later. Na de val sta je weer op. Daar bedoel ik niets religieus mee. Woordverlies, afasie, vervolgens een stroom van betekenisvol schrijven. Ik ben er zeker van. Dit is een oefening in geduld. Ik laat de woorden komen. Stanley, uit A Streetcar Named Desire. Maar ook uit een lied van Snatch (dat waren Patti Palladin en Judy Nylon). Ooit zag ik de Bugatti’s rijden door de straten van mijn dorp. Hemelse auto’s zag ik. Vorige week zag ik de dood zitten op zo’n paaltje op de Meir in Antwerpen. Hij had een zwart pak aan en las, van de wereld weg, Schuld en Boete van Dostojewski. Een paar dagen geleden, toen ik op weg was naar het Centraal Station hier in Brussel, passeerde Ivor Cutler me, zonder me zelfs een blik waardig te gunnen. Ivor Cutler? Dat kon toch niet, ik had een paar uur voordien gelezen dat hij dood was. En zo gaat het leven zijn gang, running and hiding, anywhere you want me to go. Stanley, Wo Es War Soll Ich Werden! Down, anyway you want me to go. Hello Mary Lou, Goodbye Heart. Ik heb dan toch niet zitten glimlachen, uiteindelijk. Ik ben doodgewoon in slaap gevallen.


Foto uit de film Zardoz van John Boorman.

03-04-06

BRUSSELSE NACHTEN

werk,vrienden,intelligentie,transcendentie,ego,cat power,alexander spence,skip,orval,drinken,cafes,schaterlachen,nazi s,eighties,kater,antwerpen,radio,televisie,ziel,restaurant,faust,greenwich,peter sloterdijk,geert mak,cafe kafka,cafe de monk,droom,rva,vpro

Het ware drukke dagen, maar een soort dorheid had zich daarna van me meester gemaakt. Dat gebeurt wel vaker, ik geloof ten minste één keer per week, maar ik houd het niet nauwlettend in de gaten. Vrijdag was het ongewoon druk op het werk. ’s Avonds ben ik gaan drinken en lekker eten met lieve vrienden (die ook ex-collega’s zijn). Ze zijn jong en weten zo buitengewoon veel dat ik soms denk dat ze hun ziel aan de duivel hebben verkocht. Meermaals vraag ik me af of ik dat niet beter zelf zou doen. Maar de vraag is of ik wel een ziel heb, ik ben geen katholiek, ik ben niet eens gelovig (tenzij je goedgelovigheid ook een geloof noemt). Ik geloof wel in de ‘ziel’ van de muziek, het ritme, de beweging, ook de ‘geestelijke’ beweging die ze veroorzaakt lijkt mij te bestaan, de ontroering, de vervoering. Daar geloof ik allemaal wel in. Maar een eigen ziel die ik zou kunnen verkopen, zoals Faust? Ik betwijfel het. 


Laten we echter terugkeren naar de Greenwich. We zitten daar dan te praten en te luisteren en na een tijdje vergeet je wie wat weet, het heeft geen belang meer, er vindt een transcendentie van het ego plaats. Dat kan wel even duren, maar je komt natuurlijk altijd wel weer terug bij jezelf terecht. Nog een geluk, anders zou je niet meer kunnen functioneren in de gemeenschap van volkeren.

Ik zal geen poging doen om de conversatie hier te reconstrueren, veel meer dan zeven procent herinner ik er mij overigens niet meer van. We hadden het onder meer over Peter Sloterdijk en Geert Mak. Dat dat boek van Geert Mak over Europa zo moeilijk leest in bed. Dat Sloterdijk geen eenvoudige jongen is. Je kunt hem nergens bij indelen, hij hoort nergens thuis. En andere diepzinnigheden. Dan komt het moment van afscheid, mijn vrienden moeten naar huis, mij lokt de stad met haar bekoringen.

werk,vrienden,intelligentie,transcendentie,ego,cat power,alexander spence,skip,orval,drinken,cafes,schaterlachen,nazi s,eighties,kater,antwerpen,radio,televisie,ziel,restaurant,faust,greenwich,peter sloterdijk,geert mak,cafe kafka,cafe de monk,droom,rva,vpro

In café Kafka ontmoet ik een zielsverwant, al is het niet Kafka, zelfs niet Kamiel. Ik kan hem moeilijk ‘vriend’ noemen omdat ik hem nog maar twee weken ken. Maar ik noem hem toch maar zielsverwant. We houden onder meer van dezelfde muziek. Cat Power, Alexander Spence. Ik dacht dat ik de enige Belg was die Alexander Spence zelfs nog maar kende. Wat heb ik mij vergist. Vrijdagnacht in café De Monk bleek dat deze man zelfs de songs van Spence kon zingen, wat ik zelf niet eens kan. Ik kan helemaal niet zingen. In een van die liedjes van Alexander Spence (die ook Skip heet) komt de zin: ‘I’ve searched everywhere in heaven, but I’ve never found a friend like you…’ Ondertussen dronken we Orval, geloof ik, of was het Tripel van Westmalle? Ik denk Orval, niet omdat ik dat bier lekkerder vind, maar omdat het minder straf is dan de heerlijke Tripel. Ja, dit klinkt weer als een opstel. Zou ik het niet over een andere boeg gooien?

Die nacht heb ik in een droom zo liggen schaterlachen. Dat heb ik gisteren al verteld. Werklozen liepen in een processie en droegen elk een of ander grappig voorwerp. Een eindeloze stoet was het, op weg naar het stempelkantoor. Vroeger, nog in de jaren ’80 van de vorige eeuw, moesten werkloze Belgen elke dag op een ander uur een stempeltje gaan halen in een stempelkantoor. Ik heb dat zelf lang moeten doen. Vreselijk vernederend was dat. We moesten in dat kantoor in een rij gaan staan, op nummer! Nazi’s hadden het niet beter kunnen bedenken. Ik ben de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening er nog altijd dankbaar voor dat hij mij niet heeft vergast. Ik ben nu zeer ernstig. Het waren volgens mij zulke mensen als daar toen werkten die de Endlösung hebben bedacht. In ieder geval heb ik, in tegenstelling tot vrijdagnacht in mijn slaap, als werkloze nooit gelachen, toch niet als ik in de rij stond.


Trappist is lekker bier maar het is ook vergift. Over zaterdag kan ik daarom kort zijn (en over zondag ook). Ik had een flinke kater en in die toestand moest ik naar Antwerpen voor mijn radioprogramma. Ik neem in zo’n geval wat pilletjes tegen misselijkheid en braakneigingen. Anders zou het bijvoorbeeld kunnen gebeuren dat ik het mooie pak van de kaartjesknipper onderkots, en daarvoor ben ik veel te goed opgevoed. De treinreis leek drie keer zo lang te duren. Misschien is dat een nevenwerking van die pilletjes? Eens in Antwerpen loop je dan dan misselijk over de Meir, tussen al die prille zonnige winkelende meisjes. Het is een verschijnsel dat ik heel sterk met Antwerpen associeer, prille zonnige winkelende meisjes. Vervolgens wat nachos met een glas bier; mijn vriend PG in hogere sferen; toch nog een radioprogramma maken dat enige samenhang vertoont; konijn met pruimen en abrikozen bij de vrienden; met een vroege trein weer naar huis.

Gisteren voornamelijk zitten suffen en me laten deprimeren door een programma op de VPRO over vrouwenhandel. Zonder enige glamour, gelukkig – maar wel een wakende nachtmerrie.

30-03-06

HET IDYLLISCHE LEVEN

1975,elsene,jos d,guinevere,laura,neil young,tijdschriften,vriendschap

Jos Dorissen, Vivian Smekens, Agnes Anquinet.

Het idyllische leven. Waar waren onze gedachten? Waar was ons gezond verstand? De boeken stonden ongelezen in de rekken, After the Goldrush vloeide als vervloekt goud uit de luidsprekers. De zon scheen op afbeeldingen van filmsterren. De hele wereld was in een waas van onmogelijk geluk en onbereikbare lust gehuld.

TWEE SPEEDFREAKS

playboy,jos d,vriendschap,foto,martin pulaski,speed

De betekenis van vriendschap. Jos Dorissen en Pulaski: sneller dan het licht in 1980.


”Jos kocht altijd de Playboy, voor de interviews…. Die maand stond er een interview in met Sartre. Zelf was ik niet zo gek op die lelijke schrijver, maar Jos vond dat ik absoluut 'Les chemins de la liberté' moest lezen.” Dat Sartre aan de amfetamine zat gaf de doorslag om zijn boeken op zijn minst te doorbladeren.

GERAAS EN GEBRAL II


Faulkner @ Table


Jos toonde me met het enthousiasme dat hem zo eigen was zijn nieuwe aanwinsten. In mijn teruggevonden notities herinnerde ik me nog Robert Musils Der Mann ohne Eigenschaften (dat meesterwerk was toen nog niet in het Nederlands vertaald), Het Schrijversdagboek van Virginia Woolf, Verzamelde Gedichten van D.H. Lawrence, romans van Dostojewski, James Joyce en Thomas Hardy en een verhalenbundel van Katherine Mansfield. Maar er waren nog veel meer nieuwe boeken, hij kocht ze als een bezetene, en vond het vreselijk dat hij ze niet allemaal tegelijk kon lezen.

Om middernacht verlieten we zijn appartement omdat de voorraad bier op was. We wandelden naar een kroeg op het Mechelseplein, waar we ons gesprek over literatuur en muziek voortzetten. Maar we hadden het over zoveel andere dingen. We sprongen van de hak op de tak. Jos kocht altijd de Playboy, voor de interviews…. Die maand stond er interview in met Sartre. Zelf was ik niet zo gek op die lelijke schrijver, maar Jos vond dat ik absoluut 'Les chemins de la liberté' moest lezen. Waarschijnlijk beïnvloedde Sartre's amfetaminegebruik zijn oordeel. Jos probeerde mij er van te overtuigen zelf iets te publiceren. Niet alleen maar gedichten. Ik moest een roman schrijven, zei hij. Een werk zoals ‘Les chemins de la liberté’ lag in mijn mogelijkheden. Met veel vuur moedigde hij me aan. Dat had hij al altijd gedaan, zo lang ik hem kende. Maar ik kan me niet houden aan een vooraf uitgetekend plan, wat toch wel noodzakelijk is om een goede roman te schrijven, wierp ik tegen. Ik kan alleen maar schrijven wat ik moet, bijna vanuit spontane opwellingen of onbewuste verlangens. Mijn geschrijf is waarschijnlijk neurotisch van aard. Bij mij is de wil zwak. Eigenlijk heb ik zelfs geen wil. Zo kan ik bijvoorbeeld geen verslag uitbrengen van een film die ik heb gezien - of van om het even wat - als ik dat alleen maar wil. Wel kan ik dat, geloof ik, als ik de behoefte daartoe voel, als ik ernaar verlang me erover uit te drukken. Maar zelfs dan moet ik me inspannen, alleen al om eraan te beginnen. Dat is misschien nog het moeilijkste: eraan beginnen. En het resultaat is soms teleurstellend. Er moet dan geschrapt, gecorrigeerd, gecombineerd, herschreven worden. Werken!

Jos was de enige mens die begrip had voor al deze ‘problemen’. De roman is na al die jaren nog steeds niet geschreven, het boek niet gepubliceerd. Alleen een dun dichtbundeltje, waarin een In Memoriam aan Jos.
Het is de hoogste tijd dat ik aan dat boek begin. Ik ben het mijn vriend, mijn ander zelf, verschuldigd. Wat ik al zeker weet is dat het geen Harry Potter zal worden. Hoe vind je dan nog een uitgever? Want een Da Vinci Code wordt het evenmin. De kans is veel groter dat ik een idioot aan het woord zal laten en wat hij zal vertellen zal vol zijn van geraas en gebral.

De teruggevonden notities zijn oud, het papier is vergeeld, de inkt heeft een onbepaalde kleur gekregen. Ik ben al lang iemand anders geworden, maar toch herken ik de vriendschap nog, die daar beschreven werd door degene die ik toen was. Vorige nacht las ik in het verhaal ‘De Zahir’ van Borges het volgende: "Ik ben niet die ik toen was, maar toch ben ik nog in staat mij het gebeurde te herinneren, en misschien te vertellen. Nog ben ik, hoewel gedeeltelijk, Borges." Nog een keer Borges…

Foto: William Faulkner, schrijver van The Sound And the Fury.

GERAAS EN GEBRAL I


Een paar dagen geleden vond ik oude, met de vulpen geschreven, notities terug over een bezoek aan mijn vriend Jos. De datum van de tekst is onleesbaar, maar ik weet wel zeker dat de avond die ik erin beschreef zich in 1978 voltrok. Wat klinkt dit toch weer plechtig! Te liturgisch, te weinig vlezig.

Ik was die avond onaangekondigd bij Jos komen opdagen. Dat deden we in die tijd bijna altijd: we hadden geen telefoon en al de rest bestond nog niet. Mijn vriend was blij dat ik daar zo opeens voor zijn deur stond. Zelf was ik ook opgewekt, maar tegelijk aan hevige onrust ten prooi. Die onrust was een voorbode van een periode van ziekte. Dat fenomeen is veel meer dan een voorgevoel. Omdat het zo herkenbaar is grenst het aan zekerheid. Ik heb van dat inzicht nog geen enkele arts kunnen overtuigen. Ik denk dat de onrust wordt veroorzaakt door de zenuwen, als een waarschuwing aan het lichaam, wees voorzichtig, er is een aanval op komst.

Na een paar biertjes had ik echter mijn kalmte teruggevonden. Onze conversatie ging over vriendschap. Jos herinnerde zich mijn brief waarin ik naar de uitspraak 'Een vriend is een ander zelf' van Aristoteles had verwezen (Ik had die niet bij Aristoteles gevonden, maar in een verhaal van Borges. In verhalen van Borges kun je ongeveer alles vinden. Een zin van hem is soms een hele encyclopedie.). Jos vond het de mooiste brief die hij ooit gekregen had. Ik was niet zijn beste vriend, zei hij. Ik was veel meer dan dat, ik was zijn enige vriend. Ik hoopte in stilte dat onze vriendschap zou blijven duren. Want je weet maar nooit. Maar genoeg daarover.

27-03-06

GEDUBDE FILMS EN FRANSTALIGE ONDERTITELS

lucia bose,derive,lente,schoonheid,vrouwen,meisjes,brussel,monica vitti,nederlands,frans,taal,dubben,ondertitels,film,televisie,digitalisering,coditel

De lentemiddag lokte mij alvast naar buiten, maar ik was al snel weer binnen, op zoek naar klassieke schoonheid. De echte mensen rondom me op straat zag ik ternauwernood. Ik geloof ook niet dat er veel aan hen te zien was. Vrouwen als Lucia Bosé of zelfs Monica Vitti tref je niet aan in de Brusselse straten, zeker niet op mijn dagelijks parcours (het wordt de hoogste tijd dat ik mij nog eens aan een dérive overgeef), je vindt ze alleen maar in de cinema of op dvd. Ik heb me daarom nog maar eens naar zo’n kapitalistische markt begeven, waar veel beelden voorhanden zijn, maar als je ze ook nog wilt zien, moet je er wel voor betalen.

Ik wil hoegenaamd niet alleen maar beelden, maar ook geluid en ondertitels. Het ergste zijn gedubde films. Ik heb ooit nog maar één gedubd fragment gezien en heb daarna een hele week lopen en liggen walgen. Nu vind je in Brussel gelukkig nog wel dvd’s met ondertitels, maar die zijn negen keren op tien in het Frans. Ik wil hier nog wel eens herhalen dat ik Frans een mooie taal vind, maar ik lees ze minder snel dan Nederlands, terwijl je ondertitels toch snel moet lezen. Ze zijn eigenlijk maar een hulpmiddel om de dialogen beter te verstaan. De schande is nu dat in die grote ketens, zoals Mediamarkt, bijna geen dvd’s met Nederlandse ondertitels te vinden zijn, tenzij je Rambo of Titanic nog een keer wilt zien. Terwijl er in die winkel toch echt wel zeer veel Nederlandstaligen komen.

Het Nederlandstalige publiek wordt in Brussel onwaarschijnlijk minachtend behandeld. Zo ben ik geabonneerd op Coditel voor de kabeltelevisie. Dat bedrijf heeft het monopolie waar ik woon. Nu wordt die kabel gedigitaliseerd en het bedrijf is zo vriendelijk om 17 kanalen toe te voegen aan het bestaande aanbod. Ik geloof dat daar slechts één Nederlandstalig kanaal bij is, de andere zijn deels in het Frans, maar overwegend in het Arabisch. Het is zeer zeker wel leuk voor de Arabisch sprekende Brusselaars dat zij er nu die kanalen bijkrijgen (en dat die afschuwelijke schotels dan misschien uit het straatbeeld zullen verdwijnen), maar één Nederlandstalig kanaal, dat is toch bijzonder weinig. Bovendien zullen we om BBC2 en CNN nog te kunnen ontvangen moeten bijbetalen. Er komen in totaal 2 specifieke filmkanalen en die zijn zuiver Franstalig. Daar zul je Johnny Depp, Monica Vitti en Cate Blanchett alleen Frans horen spreken. Zulke dingen geven mij heel veel zin om uit mijn geliefde stad te vertrekken en het geluk ergens anders te gaan zoeken. In de mediamarkt heb ik alvast niet één betaalbare filmgodin gevonden. Ik heb mij dan maar tevredengesteld met Orson Welles, Robert De Niro en Billy Bob Thornton.

lucia bose,derive,lente,schoonheid,vrouwen,meisjes,brussel,monica vitti,nederlands,frans,taal,dubben,ondertitels,film,televisie,digitalisering,coditel

Afbeeldingen: Monica Vitti

DORRE HERSENS EN VALSE LIEFDE

nachtleven,blackout,dokter,slaaplaboratoirum,slapeloosheid,slaapstoornissen,drinken,cafebezoek,woorden,film,michelangelo antonioni,existentialisme,1950,giovanni fusco,lucia bose,vrouwen,femme fatale

Een warme dag, de lente plotseling, die ons met haar eerste bloesems opfleurt en het hoesten door een zucht vervangt. Achttien graden Celsius. Je neemt het woord ‘Sehnsucht’ in de mond. Neen, toch niet. Daarover mag je niet schrijven, dat zijn zo van die clichés. De eerste de beste doet dat, maar niet de eigenzinnige, de einzelgänger. Schrijft niemand op eigenzinnige manier over de lente? Ja, de idioot, de eeuwige Nijinski, de eeuwige Virginia Woolf. Ik denk dan aan het woord ‘daffodils’, het woord ‘gifbeker’.


Mijn hersens zijn aangetast door de roes, door het vele slapen en meer nog door de nachten zonder slaap. Een slaapkliniek heeft geen zin, zegt mijn huisdokter. Hoe zouden ze uw slaap kunnen bestuderen? Je zou er niet kunnen slapen. Ik denk dat de man gelijk heeft. Dokters hebben lang gestudeerd en weten bijgevolg veel. Ach, laat dat ‘bijgevolg’ maar weg.


Wat ik heel goed weet is dat het nachtleven niet geschikt is voor mij. Ik ben er te oud en te zwak voor. Maar ik blijf er altijd naar verlangen, vergeet mijn zwakheid, leeftijd. En daar ga ik dan, de nacht in. Het wordt weer eens een groot feest, drinken, dansen, zingen, in vreemde talen als het moet, Babylonisch. Speaking in tongues. Gepraat, euforie, dronkenschap. En toch nog aan de taxichauffeur uit kunnen leggen hoe hij je naar huis moet brengen, waar je woont, hem je huisnummer influisteren, en hem het gepaste bedrag betalen, met drinkgeld erbovenop. Van zulke nachten blijft zo goed als niets over. De volgende dagen zijn dor als aarde die je de hele winter in een bloempot hebt laten staan, met een verdorde plant erin. Want begin december is het plotseling toch nog winter geworden, en dan had je geen zin meer om alle planten op het terras op te ruimen. Dat is een taak voor een van de volgende dagen. Of misschien wacht je beter tot je terug bent van La Palma. Stel dat het eiland in de oceaan zinkt, met jou - en alle andere mensen daar aanwezig - erop. In dat geval heb je al dat werk op het terras voor niets gedaan. Beter wachten.

Gisteravond zag ik een bijna hypnotiserende film over liefde die geen liefde is, over misdaad die geen misdaad is en over jaloezie: ‘Cronaca di un amore’ van Michelangelo Antonioni. Hij maakte de film in 1950, het jaar dat ik geboren ben. Een meesterwerk dat ik gelukkig nog nooit gezien had. Een existentialistische film noir met een verbluffend mooie Lucia Bosé als de femme fatale van dienst. (Denk jij bij de uitdrukking ‘femme fatale’ ook altijd onwillekeurig aan the Velvet Underground en Nico?) In 1950 werden er overigens ook al zeer bizarre en tegelijk betoverende soundtracks gemaakt, zoals hier door Giovanni Fusco. In 1950 rustte op bontjassen zeker nog geen taboe. Wat schitterden die vrouwen in hun witte bontjassen met om hun slanke hals een gevaarlijk glinsterend parelsnoer.

Afgodin: Lucia Bosé, miss Italië en filmster.

24-03-06

BAD TIMING



















Je ziet iemand plotseling door de muur je kamer binnenkomen. Je ziet meteen dat het je andere helft is. Je vriend, je vriendin, je toekomstige geliefde. Een ander zelf. In een ogenblik word je verliefd. Koorts overmant je, je lippen barsten van de hitte in je mond. Je lichaam tintelt. Je zweet van opwinding, maar dat heeft niet de geur van ziekte, eerder van appelbloesem. Je weet niets meer. De elektrische verbindingen in je hersens laten het afweten. Smelten als staal in de hitte van honderd zonnen.

Je zat in je kamer, alleen. De wereld te overschouwen. Een oude kaart van de Red Star Line had je aandacht getrokken. Je blik gleed over landen die al lang niet meer bestaan. Revoluties, burgeroorlogen, verdragen, tirannen - met veel volk dat achter hen aan door de modder en het bloed ploeterde - hebben grenzen uitgewist, naties van de kaart geveegd, volkeren verjaagd, namen doen vergeten. Je dacht daar zo nog jaren te zullen zitten op die stoel, met die kaart voor je, en links van je het raam met daarachter de altijdgroene sierspar. Zou het pijn doen als hij wordt gesnoeid? Het slagveld Europa laat hem onverschillig. Overschilligheid en cynisme zijn de grootste schandalen. Maar kun je een spar onverschilligheid verwijten?

Deze vrouw – want was een vrouw - echter, was je wederhelft. Je vergat de kaart, de wereld, de bestaande en vergeten naties. Je luisterde niet meer naar de radio, vergat tijdschriften en kranten. In die tijd bestond het Internet nog niet, maar iedereen weet dat staal veel sterker is.
Appelbloesem. Zij was kersenbloesem. We benaderden elkaar voorzichtig. In het midden stond een eeuwenoude eik. Weer een boom. Jij kwam van de linkerzijde, ik van de rechter. Aan de andere kant van de boom, de schaduwzijde, vielen we elkaar in de armen. De ene was over een brug gekomen, over een grens. De andere was naar de brug toegegaan, in zijn eigen land gebleven. Zoals Art Garfunkel en de mooie, altijd wat perverse Theresa Russel in ‘Bad Timing’.

Heel snel begon hun leven op die film te lijken. Enkele woorden, enkele muzikale thema’s of leidmotieven, vatten vele jaren samen. De stemmen van Billie Holiday en Tom Waits. Muziek van Gustav Mahler, van Hector Berlioz. Een mengeling van melodrama, obsessies, bezitsdrang, jaloezie (zelfs op het verleden), decadentie, theater, alcohol, amfetamine, zenuwinzinkingen, psychoanalyses, wellust, zelfvernietiging, zijnsvergetelheid. Het volledig en absoluut willen bezitten van de andere. Zich de andere willen toe-eigenen. En als een lokroep waren er de steden Boedapest en Wenen, vooral Wenen. Dat was hun stad vonden zij, de stad van ‘Bad Timing’, van de pyscho-analyse, van Egon Schiele, van Otto Weininger, van Arthur Schnitzler, schrijver van Reigen, Traumnovelle, van Fräulein Else vooral. Wenen, de naam ‘Wenen’.

Zo zie je iemand plotseling door de muur je kamer binnenkomen. Is het een schim? Een dagdroom? Is het een herinnering? Speelt je verbeelding je parten? Werk je aan een autobiografie? Vertel je iets over een film? Laat je de lezers binnen in je laboratorium?

Afbeelding: Art Garfunkel en Theresa Russell in 'Bad Timing'.

19-03-06

ONTMOETING MET KRISTIEN DIELTIENS

katrien de ruysscher,sexy,kristien dieltiens,cirio,bob morane,james bond,the saint,maigret,schuchter,foto,simenon,schrijven,actrice,tsjechov,de kersentuin,caddyhome,brussel,discipline,psychoanalyse,autobiografie,woody allen,kvs,raven ruell,tapas,martin pulaski,jfk canard

Raven Ruëll

Slaapgebrek verstoort mijn waarnemingsvermogen en veroorzaakt geheugenstoornissen. Ik doe nog weinig. Ik ben moe. Ik bedoel met weinig doen: weinig schrijven. Gisteren heb ik huishoudelijke taken gedaan, boodschappen, enzovoort. Daarna heb ik mijn lichaam uitgebreid verzorgd. Dat is ook nodig. Mijn scheerapparaat is wel al een tijdje stuk, waardoor ik nu meestal met een modieuze stoppelbaard rondloop. Ik heb het niet zo voor modieuze stoppelbaarden, maar ik heb nog geen tijd gevonden om een nieuw apparaat te kopen. Eigenlijk had ik wel al tijd, maar dan dwingt mijn verslaving mij in de richting van de muziekwinkels, de boekenwinkels. Stoppelbaard dus. Om drie uur moest ik in de stad zijn, in café Cirio. Ik had een afspraak met een mij toen nog onbekende dame; nu ken ik haar al wat beter. Ze schrijft kinderboeken, jeugdboeken. Ik had nooit gedacht dat ik ooit nog kennis zou maken met een schrijfster van zulke boeken. Nooit heb ik kinderboeken gelezen. Ik ben meteen met het serieuze werk begonnen, als je Bob Morane, James Bond, Maigret en The Saint serieus werk wilt noemen.

Door dat gesprek gisteren ben ik begonnen te denken dat jeugdliteratuur net zo ‘serieus’ is als literatuur voor volwassenen. Dat er evenveel inzet, helder bewustzijn en energie voor nodig is. Discipline natuurlijk ook. Zonder discipline geraak je nergens. Ik wil hier verder over deze ontmoeting niets vertellen. Hoochiekoochie is wel een doorlopende autobiografie, een soort van ego-psychoanalyse (dat kost me minder dan bij een psychiater, ik heb al twee zulke analyses achter de rug, ga stilaan op Woody Allen lijken), maar er zijn grenzen aan mijn openhartigheid. Ik wil hier niet zomaar alles en iedereen te grabbel gooien. De schrijfster is alvast een zeer fascinerende vrouw. Het was een aangenaam, maar wel nogal intens gesprek. Die intensiteit heeft ervoor gezorgd dat mijn vermoeidheid tijdelijk is verdwenen. De schrijfster, mijn vrouw en ik zijn dan nog samen tapas gaan eten. We zullen elkaar zeker nog terugzien. 

Het lijkt wel of ik aan een opstel bezig ben. Waarschijnlijk schrijf ik enigszins infantiel doordat ik een katertje heb. Want na het eten van de tapas moesten we in de KVS zijn, voor een voorstelling van De Kerstentuin. Een geslaagde voorstelling, vooral omdat er bijzonder goed in werd geacteerd. Regisseur Raven Ruëll heeft Tjechovs stuk met weinig eerbied onder handen genomen. Dat is een goede zaak. Eigenlijk was het een echte vaudeville. We hebben heel veel gelachen. Als iets goed is herken ik er mij in, en dat was nu verscheidene keren het geval. Toch werd mijn aandacht af en toe afgeleid, waarschijnlijk onder invloed van het bier in de Cirio en de wijn bij de tapas en ten gevolge van de uitputting. Ik zat dan even te mijmeren, of na te denken over iets wat ik wilde schrijven, of, ja, dat moet ik toch ook bekennen, ik zat gewoon te kijken naar Katrien De Ruysscher, zonder nog naar de tekst te luisteren. Wat een mooie en sexy actrice! Maar als we dan tijdens de receptie dicht bij elkaar staan durf ik toch niets tegen haar zeggen. Ook niet zomaar gewoon dat ik het een zeer geslaagde opvoering vond of iets dergelijks. Neen, zelfs geen koetjes en kalfjes. Evenmin geeft ik de andere acteurs en actrices een compliment. Ik wil dat bijzonder graag doen, altijd, maar ik kan het niet. We drinken dan maar bier en eten lekkere hapjes en voelen ons oud en eenzaam. Schuchter zijn is geen pretje.


Ik wil later wat dieper ingaan op dit stuk, want Tsjechov is natuurlijk schitterend, een geniaal schrijver en toneelauteur. Maar nu zit ik met die kater. Ik ga nog wat flessen water naar boven dragen. Gisteren heeft Caddyhome een honderdtal flessen mineraalwater geleverd. Die moeten nu allemaal naar boven.

13-03-06

AMERIKAANSE INVLOEDEN

autobiografie,muziek,americana,flickr,verbeelding,cowboys,hank williams,vs,schrijven,vrienden,geschiedenis,indianen

Mijn zin om over het Amerika van de geest te schrijven is groot, schreef ik enkele dagen geleden. Terwijl ik nu naar Hank Williams zit te luisteren bedenk ik dat ik bijna altijd over het Amerika van de geest schrijf. Ik was me daar niet zo bewust van, toen ik die zin noteerde. Maar nu denk ik dat het zo is. Als ik tijd heb en geen angst om met mijn eigen recent verleden geconfronteerd te worden zal ik het er eens op nalezen. Er zijn ongetwijfeld uitzonderingen, excursies als het ware, naar andere landen, echte en verzonnen, reële en kunstmatige. Want het is waar, ik converseer niet alleen maar met cowboys en indianen, maar ook met mezelf en mijn geschiedenis en met mijn vrienden, kennissen, collega’s, met toevallige passanten (in cafés, op recepties) en hun geschiedenissen en van die gesprekken blijven sporen achter in mijn zinnen.

Ook van de stille dialogen met andere webloggers, vooral van ‘andere woorden’ of ‘evy’, ‘pam’, en van snelle intermezzo’s met flickers zoals Gary, John, Cristina, Agata, Rochelle, Seacater blijven sporen achter in mijn zinnen en in mijn beelden – en bij die gesprekspartners zijn maar weinig Amerikanen, van de geest noch van het lichaam. 


Foto: Hank Williams

BINNEN EN BUITEN


Na meer dan een week binnenshuis te hebben doorgebracht (overdag in gekoesterde eenzaamheid, af en toe een blik in de spiegel, veel gehoest, veel geslaap, veel muziek, veel gedachtenspinsels; ’s avonds in het gezelschap van de vertrouwde levensgezellin), ben ik deze morgen weer door kou naar het werk gegaan. Ondanks de zon was het een moeizame tocht, de ‘berg’ op, richting metrostation. Deze middag ben ik de nieuwe cd van Neko Case - ‘Fox Confessor Brings The Flood’, raadselachtige titel - gaan kopen. Daar heb ik ongeveer anderhalf uur over gedaan. Nu heb ik er spijt van dat ik mijn tijd niet beter heb besteed. Je wordt gek in zo’n mediamarkt. Je kunt er veel kopen, maar eigenlijk niet echt. Wat je echt zoekt is er niet. Ik vond het al vreemd dat Neko Case er was. Een paar jaar geleden zou je daar niet één cd van Johnny Cash hebben gevonden. Je moest bijna naar de VS om een cd van Johnny Cash te kopen. Op een bepaald ogenblik hebben de massamedia de man ontdekt. Opeens was hij geen maffe boer mee die christelijke liedjes zon, maar een oude, wijze, hippe vent. Nu moet iedereen die cd’s van Johnny Cash: in die mediamarkt lagen er wel honderd, of duizend, ik heb ze niet geteld. Ach ja, de markt is de markt. En je moet nooit spijt hebben van wat je hebt gedaan, ik weet het. Maar soms vergeet ik het. Nu schijnt de zon hier naar binnen en dat zou moeten volstaan. Opnieuw aan het werk!

11-03-06

OPEN DE RAMEN!


beckman vis


Waar komt de behoefte vandaan om je leven prijs te geven aan ‘onbekenden’? Om anderen deelgenoot te maken van je voorkeur voor bepaalde songs of boeken? Vind je dan dat je ideeën beter zijn dan die van jan en alleman? Dat je een goede smaak hebt? Bestaat zoiets als goede smaak? Iemand die van Cat Power houdt heeft in jouw ogen goede smaak, en iemand die een zwak heeft voor Dana Winner – de naam alleen al! – zou dan slechte smaak hebben. Maar weer anderen, die diep ontroerd worden door de cellosuites van Bach of door de late strijkkwartetten van Beethoven, vinden mijn gedweep met countrymuziek wellicht van een zeer laag niveau getuigen. Om nog maar te zwijgen over Elvis. ‘From Elvis in Memphis’, de beste langspeelplaat aller tijden! Jongens, toch, die vulgaire truckdriver uit Tupelo, geboren in een schuur uit zwerfhout opgetrokken… Om mij te verdedigen noem ik die schone zielen – die ik me nu even inbeeld, want ik weet niet of ze werkelijk bestaan – dan pseudo-intellectuelen. Dat ‘pseudo’ is zeer belangrijk. Ik kan het namelijk niet hebben dat de spot wordt gedreven met ‘echte’ intellectuelen. Mensen die dat doen zijn uit hetzelfde hout gesneden als antisemieten en andere ordinaire racisten. Ik noem mijn imaginaire opponenten daarom ‘pseudo-intellectuelen’. En dan is de zaak afgehandeld: zij mogen van mij denken wat ze willen.

Je zal aan mijn redeneren wel merken dat ik moe ben en stilaan wegzink in waanideeën en paranoia. Dat ik ten prooi val aan associatief denken. Dat laatste vind ik niet erg. Ik heb altijd associatief gedacht en geschreven, maar wel beheerst, onder controle, ordelijk. Nu dreigt die orde van het denken te verdwijnen. Gelukkig is er nog de orde van de taal, van de syntaxis. Mijn woorden ontsporen nog niet, geloof ik. Ja, mijn hoogdravend credo van een paar dagen geleden, dat moet ik er nog eens op nalezen.

Die behoefte, die ik hierboven ter sprake bracht, komt zeer waarschijnlijk voort uit het verlangen om geliefd te worden. Je bent schuchter, in jezelf gekeerd, maar wilt toch in de belangstelling staan. Je wilt een plaats ‘veroveren’ in het hart van de duisternis. Je verlangt ernaar dat anderen je graag zien, onder meer door je graag te lezen. Je bent zoals iedereen, maar toch anders. Een echte ‘outsider’, maar tegelijk ook een ‘insider’.
Het voorbije jaar ging je die aandacht ver zoeken. Je verwaarloosde je omgeving, je vrienden, wat nog overblijft van je familie. De liefde voor het verre nam op haast overweldigende wijze bezit van je. Je overschreed talloze grenzen. Je werd een barbaar in je eigen gemeenschap. Maar je weet dat je op een dag zal terugkeren naar de jouwen met zakken vol goud en robijnen van over de grenzen. Je weet bovendien dat op een dag die grenzen zullen verdwijnen. Gemeenschappen zullen in grillige en snel wijzigende vormen over de wereld rondzwerven, nu eens hier opduikend, dan weer daar, en niemand zal hun namen kennen, want zij zullen vele namen hebben. Tot welke gemeenschap zul jij dan behoren? Er zijn miljoenen kleuren en vormen. Laat ze met elkaar versmelten in nieuwe woorden!

Reproductie: Max Beckmann, reis op de vis.

10-03-06

CAT POWER OF BILL GATES?

ziekte,geneesmiddelen,kenya,vrienden,cat power,pop,rijken,bill gates,geert mak,europa,krant

Het gaat al wat beter met me, dank u, en dank aan de doctoren en de farmaceutische industrie. Bij die farmaceutische industrie moeten we noodzakelijkerwijs wat vraagtekens zetten, zeker nadat we The Constant Gardener hebben gezien, en nadat we het verhaal van mijn vriend BG hebben gehoord, die vele jaren in Afrika, onder meer in Kenya, heeft gewerkt voor zo’n bedrijf en daar in de jaren negentig een (ongepubliceerde) roman over heeft geschreven. Het is allemaal niet zo proper, wat daar gebeurt. Maar laten we niet klagen, het gaat immers beter met me! Pilletjes en drankjes zullen ongetwijfeld een rol spelen in mijn genezingsproces, maar vanochtend bij het ontbijt was het toch vooral de opgewekte, sensuele stem van Cat Power die me een shot adrenaline heeft gegeven, vooral met het aanstekelijk ritmische Could We en eveneens met het wat droevige liefdesverdrietliedje Empty Shell, want dat spreidt al evenzeer een positieve gestemdheid ten toon – en in After All wordt zelfs gefloten. 


Ondertussen las ik in de krant dat de meeste superrijken het voorbije jaar nog rijker zijn geworden. Er zijn nu volgens Forbes 793 dollarmiljardairs, 102 meer dan een jaar geleden. Bill Gates is de rijkste. Ik zit hem op dit ogenblik nog wat rijker te maken. Hij ziet er trouwens ook niet echt gezond uit. In Geert Maks ‘In Europa’ las ik dan weer dat de krant de Deutsche Allgemeine Zeitung op 8 november 1923 60 miljard mark kostte. Als we Bill Gates in de teletijdmachine stoppen en terugzoomen naar die rampzalige dag kan hij met zijn 50 miljard dollar niet veel meer doen dan een gazet kopen; een paar warme pantoffels, dat zit er niet in.

Tekening: Georg Grosz

08-03-06

AMERIKAANSE IKONEN


john wayne 2

Mijn zin om uitgebreid te schrijven over het Amerika van de geest is groot. Want eigenlijk ben ik daar opgegroeid: bijna voortdurend heb ik geleefd in een Amerika van de geest. Als kind was ik een pionier, een Amerikaan van de eerste generatie, die zijn grens bleef verleggen in de richting van het Westen, tot hij de Stille Oceaan bereikte. (Overigens is de Stille Oceaan helemaal niet stil, Jack Kerouac heeft zeer mooie pagina’s gewijd aan het geluid van die oceaan in Big Sur…). Als kleine jongen vocht ik samen met Davy Crockett tegen de onverbiddelijke natuur, tegen de vreemde machten van dat onpeilbare, moeilijk toegankelijke, immense land, en natuurlijk tegen de oorspronkelijke bewoners, de Indianen. Soms was ik zelf de Indiaan, op het jachtveld of in een reservaat: Crazy Horse, Sitting Bull, Geronimo, vooral Geronimo. En natuurlijk werd ik ook verliefd op Pocahontas, en op Grace Kelly in High Noon. Maar veel vaker was ik de onverschrokken blanke held: Kit Carson (in werkelijkheid een smeerlap, maar dat wist ik hoegenaamd niet), Buffalo Bill Cody, Wyatt Earp, Billy the Kid, Jesse James, enzovoort. Ik stelde mij deze helden en antihelden, deze sheriffs en outlaws, voor met de gezichten van Alan Ladd en Gary Cooper, met de lijzige stem en altijd wat verbaasde blik van James Stewart of met de onschuld van Gregory Peck. Nooit was ik – in mijn gedachten – een booswicht, bijvoorbeeld een veedief. Een psychopathische moordenaar als Billy the Kid was voor mij een held die de rijken beroofde en zijn buit onder de armen verdeelde, een ‘Robin Hood’. Heel uitzonderlijk was ik een Noordelijke soldaat. Ik hield echter niet zo van die uniformen. John Wayne kon me nauwelijks bekoren. Later, toen ik westerns beter begon te 'begrijpen', door bijna dagelijks naar het Filmmuseum te gaan en erover te lezen in Cahiers du Cinéma, werd the Duke voor mij een van de grootste acteurs, los van zijn politieke overtuiging natuurlijk. De beste western is zonder twijfel The Searchers van John Ford.

Het Amerika van de geest dus. En ik heb het nu alleen nog maar over de 'cowboys' en de 'Indianen' gehad, niet over al de rest, die immense cultuur die me nog dagelijks bezighoudt, en waar ook onze cultuur deel van uitmaakt. Zo beschouw ik Andy Warhol als een echte Europese kunstenaar en Paul Auster als een echte Europese auteur. Ik moet deze beschouwing nu beëindigen wegens de opkomende vermoeidheid. Het eeuwige gevecht, niet tegen de Indianen, maar tegen de ziekte. Ach ja, het verlangen Indiaan te worden…

03-03-06

TEENBEAT EN DE GEUR VAN DE UNDERGROUND


tiq 4 februari '67


De voorbije nacht lag ik te denken aan mijn oude muziek- en undergroundtijdschriften uit de jaren ’60 en begin jaren ‘70, voor het merendeel verwoest door waterschade, toen ik in een vochtig appartement woonde in Antwerpen in de glamoureuze jaren ‘80. Hoe belangrijk die tijdschriften voor me waren! Ik geloofde zo ongeveer alles wat er in stond, alsof het de uitspraken van profeten of evangelisten waren. Mijn ouders, mijn leraars wisten niets. De waarheid was in die flitsende artikels te vinden over carnaby street, Italiaanse brommers, revolutionaire cassetterecorders, de pil, mellow yellow, masturberen, de schoonheid van een bloot meisje, muziek van cowboys en easy riders, de veelkleurige droomwerelden van lsd-trips en de bizarre symboliek van underground films.

Hoe blij alleen al de geur van zo’n blad mij kon maken als ik het net gekocht had op een zonnige zaterdagmiddag in ‘mijn’ krantenwinkel in Maastricht, en later in de Free Press Book Shop in de Brusselse Spoormakerstraat. In mijn tienerjaren was ik verslaafd aan Juke Box, Muziek Express, Pop Foto, Muziek Parade. Dat waren eigenlijk vrij vulgaire fanblaadjes, zonder veel inhoud, tenzij je wilde weten welke de favoriete kleur van Brian Jones was. Daarna, vanaf 1966 veranderde de situatie grondig. Eerst met Teen Beat, Tiq, Taboe en Twen en daarna met Hitweek en vooral met Witheek, Aloha, It, Zig Zag, Crawdaddy, Rolling Stone. Het ging toen niet alleen meer over popsterren en hun voorkeuren, maar over onderwerpen zoals ik hierboven al opsomde, maar ook over utopieën, nieuwe manieren van leven en communiceren. Over de revolutie, die zeker zou komen. Er verschenen ook heel wat gestencilde provotijdschriftjes, zoals Lynx, en ik gaf er zelf ook een uit dat eerst Testament heette en later Subterranean. Rolling Stone ben ik vrij lang blijven lezen, niet alleen voor de muziekbijdragen maar ook voor de uitstekende artikels over Amerikaanse politiek, van gerenommeerde auteurs als Hunter S. Thompson, Tom Wolfe en Greil Marcus. Voor een groot deel bepaalde wat daar geschreven stond mijn wereld, ik twijfelde zelden aan de mening van deze en andere publicisten, zoals Jan Donkers in Nederland, die mij tot Gram Parsons en Hank Williams heeft ‘bekeerd’, waar ik hem nog altijd zeer dankbaar voor ben. Er blijven nog wel wat sporen over van die tijdschriften, in bepaalde opzichten ben ik er blijvend door beïnvloed, maar veel is het niet. De tijdschriften zijn tot pulp vergaan, de ideeën die erin werden verkondigd zijn achtergebleven in de gouden dagen. Rolling Stone lees ik niet meer sinds de jaren ’80, toen hoofdredacteur Jann Wenner er een yuppietijdschrift van heeft gemaakt. De Britse bladen zoals New Musical Express en Melody Maker hebben me nooit echt kunnen bekoren, vooral vanwege hun afzichtelijke lay-out. Om op de hoogte te blijven van wat er zoal gebeurt in de populaire muziekwereld lees ik nu toch weer Britse magazines, zoals Mojo en Uncut, maar helaas zien ze er nog altijd even onaantrekkelijk uit. Waarschijnlijk gaan de uitgevers er nog altijd van uit dat populaire muziek voor de ‘lagere klassen’ is en dat je die alleen kunt verleiden met wansmaak. Terwijl het net de intellectuelen zijn die meestal zulke slechte smaak hebben. Of heb jij al ooit eens een goed geklede intellectueel gezien misschien?

02-03-06

DE AFWEZIGHEID VAN ORPHEUS


orpheus


Misschien is de ondertoon van wat ik schrijf melancholie. Dat is goed mogelijk. Ik geloof echter niet dat ik depressief ben, dat mijn teksten depressief zijn, of dat ik de potentiële lezers ervan depressief wil maken. Ik geloof zelfs dat ik een optimist ben, zij het op enigszins verdoken wijze. Vaak denk ik dat het allemaal beter zal worden, ook al kijk ik in de spiegel en zie ik mijn aftakeling. Wat er gebeurt is dat ik die aftakeling aanvaard. Ik geef toe: niet altijd, lang niet altijd. Heel dikwijls denk ik, bijvoorbeeld, dat ik achttien ben of zevenentwintig, tegen beter weten in. Plots maakt zich een gevoel van onoverwinnelijkheid van me meester. Dat zijn werkelijk gevaarlijke momenten. Door aan zulke gevoelens toe te geven creëer ik mijn zeer persoonlijke hel. Die hel is altijd in mij aanwezig, als een roofdier dat op de loer ligt om mijn vlees te eten, als een nachtbruid die me wil verleiden om me vervolgens in de goot te laten liggen vloeken en spugen. Het is een grillige, angstaanjagende ruïne, in volle opbouw; het zijn geen architecten, maar folteraars en beulen die ze construëren. Binnen haar muren geldt maar één wet en dat is die van het lijden.
De voorbije dagen heb ik er mij eens te meer, ten prooi aan ontspoorde euforie, in laten afglijden, want het is in de diepte dat je gaat, als je daarnaartoe gaat. Die donkere weg leidt nooit omhoog. Ik weet echter niet of de weg omhoog niet even gevaarlijk, even donker, even pijnlijk is. De weg omhoog sla ik niet in. Ik kan niet goed klimmen, raak snel buiten adem. Maar afdalen… Zo vaak…Wat heb ik daar te zoeken? Ben ik mijn Euridyke kwijt?

Nur deinetwegen, schöne Eurydike,
preise ich meine Qualen:
Denn nach dem Leid wird man glücklicher
und nach den Schmerzen fröhlicher.

Neen, mijn Euridyke zoek ik daar niet. Het is iets anders, iets ingewikkelds, een ‘film noir’ met zeven subplots; ik kan er niet over schrijven. Overigens, als ik haar daar zou vinden, zou ik haar niet mogen bekijken, en wat heb je er dan aan? Neen, ik kan er niets over kwijt. Malcolm Lowry heeft dat op perfecte wijze gedaan. Daar is niet veel aan toe te voegen. Je hoort er ook over spreken – neen, klagen - in de eenvoudige songs van Hank Williams en de rauwe blues en gospel van Blind Willie Johnson

Lord, I just can't keep from crying sometimes
Lord, I just can't keep from crying sometimes
When my heart's full of sorrow and my eyes are filled with tears
Lord, I just can't keep from crying sometimes

Je moet wel die ‘bezeten’ stem horen, zoals ze werkelijk klinkt. De woorden alleen stellen niet veel voor. Er zijn geen woorden voor de eigen hel. Misschien kun je die donkere wereld alleen maar in de spiegel zien, op bepaalde heldere dagen. Misschien had Wittgenstein gelijk, met zijn uitspraak, die ondertussen zo’n cliché is geworden. Ik wilde er helemaal niets over zeggen. Maar hoe moest ik mijn afwezigheid dan verklaren?

24-02-06

DROEVIGE FIGUUR AAN DE JAREN 80 ONTSNAPT

 

80,jaren 80,hartspecialist,hart,twijfel,zelfvertrouwen,geneesmiddelen,politiek,sancho panza,don quichot,schrijven,ademkristal,muziek,liedjes

Ik heb nog steeds weinig zelfvertrouwen. Een bijzonder vriendelijke hartspecialist zei me onlangs, na een grondig onderzoek waaruit bleek dat er niets aan de hand was met mijn hart, toch niets van vleselijke aard, beste vriend, zei hij, er is niets aan de hand met uw hart, uw probleem is uw gebrek aan zelfvertrouwen. Gij zijt te onzeker, gij twijfelt teveel. De man had ongetwijfeld gelijk. Ik schrijf nu wel ‘ongetwijfeld’, maar toch twijfel ik een klein beetje, omdat dat moet. Twijfelen, man! Vroeger, in de jaren ’80 bijvoorbeeld, was dat gebrek aan zelfvertrouwen veel groter. Ik was zo weinig zeker van mezelf dat ik er bang voor was dat zelfs mijn hart niet op eigen kracht kon doorgaan met kloppen. Ik heb toen zeven jaar lang een zeer ongezond geneesmiddel geslikt dat geheel overbodig was en vermoedelijk veel schade heeft aangericht. 


In die periode heb ik wel veel – onbewust - amphionische wandelingen gemaakt. Wat dat betreft waren de jaren ’80 mooie jaren. Maar veel meer dan gewandeld – en soms wat gedanst – heb ik in die tijd niet gedaan. Er was niets te doen. Je kon je alleen maar boos maken op Reagan, Thatcher, Verhofstadt en Martens. Wat is die Guy Verhofdstadt veranderd sindsdien! Stilaan wordt hij een positieve held, een linkse liberaal, een verlichte humanist, een boekenlezer. Misschien maakt hij, el caballero de la triste figura, wel amphionische wandelingen, hand in hand met Sancho Panza.

Blues stay away from me.

Zomaar het potlood nemen en niet weten wat schrijven. Je presenteert je soms wel als schrijver, maar ben je dat wel? En heeft het belang. Je moet alvast veel moeite doen om een zin te noteren, om het ene woord achter het andere geplaatst te krijgen. Je bent bedachtzaam. Er is leegte, drukkende vermoeidheid die je met je hoofd tegen het bureau drukt. Je voelt de aandrang om te schrjven maar daartegenover staat vaak grote lusteloosheid en een gebrek aan ideeën. Je houdt van woorden, zinnen, beelden, cinema. Ademkristallen, om dat woord nog maar eens te lenen.

Ma chagrin vient à ma fénêtre…Je kent dat gevoel wel: met zo’n witte tong uit bed komen en vloeken tegen je vrouw.

Nothing’s gonna change my world. John Lennon. Kan het nog mooier?